CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

109 1 Onderzoeksrapport Ondermijning in het Ommeland

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen/ Lange Termijn Agenda raad/ Toezeggingen37.026 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

51

Zij passeren dus niet zozeer (of juist niet) in de laatste twee maanden van het jaar de grens met illegaal vuurwerk. In die periode kopen namelijk consumenten - voor eigen gebruik en mogelijk voor wat handel in eigen kring - illegaal vuurwerk in Duitsland en wordt extra gecontroleerd. In augustus 2020 liet een politieactie zien hoe illegale vuurwerkhandelaren werken. De politie kocht bij een man uit Delfzijl (en zijn minderjarige neefje) zogenoemde shells (mortierbommen), Cobra 6-staven en een aantal kilo’s nitraten. Een paar weken later bestelden agenten een grote partij vuurwerk bij de man. Daarvoor trok de verdachte naar Duitsland, met een medeverdachte uit ‘t Zandt. Een man uit Groningen onderhield het contact met de leveranciers. De man uit Delfzijl huurde een bestelbus, reed de grens over en droeg deze op een parkeerplaats over aan de leverancier. Vervolgens werd een paar uur later het busje, vol met vuurwerk, weer afgeleverd. Zo werd de opslaglocatie afgeschermd.56 Het lijkt erop dat er in Groningen een aanzienlijke markt bestaat voor illegale vuurwerkhandel. Het is voor de politie vanwege de infrastructuur uitermate moeilijk om mensen te betrappen op het afsteken van illegaal vuurwerk. In veel kernen zien afstekers de politie van verre aankomen en in de avond en nacht surveilleren in grote werkgebieden (van de basisteams) maar enkele politie-eenheden.

Bovendien is (zwaar) knalvuurwerk populair in tal van dorpen en kernen. Eind 2018 arresteerde de politie een zogenoemde vuurwerk-vlogger: een Winschoter die sinds 2012 het kanaal PoolseZebra runde op YouTube. Daarop waren heftige ontploffingen te zien van ‘8 inch shells’ en verschillende ‘Cobra’-soorten. De man fabriceerde een rookbom van twee meter lang en stak die af, in een woonwijk in Winschoten.57

Tabel 5.3: Mediabericht over (grensoverschrijdende) handel in illegaal vuurwerk58 De politie houdt in september 2020 zeven mensen aan, onder wie drie uit Delfzijl, in een onderzoek naar de verkoop van professioneel vuurwerk aan particulieren. Ook is zeker 50 ton professioneel en massa-explosief vuurwerk in beslag genomen. Politie Noord-Nederland hield medio september drie mensen uit Delfzijl aan op verdenking van de verkoop van professioneel vuurwerk aan particulieren. Dit is verboden omdat het om massa-explosief vuurwerk gaat, dat in een speciale ruimte bewaard moet worden. Bovendien is speciale kennis nodig om het verantwoord af te kunnen steken. Bij de verdachten werd ruim 700 kilo professioneel vuurwerk en ongeveer 2.300 euro aangetroffen en in beslag genomen. Na de aanhouding van dit drietal bleek uit verder onderzoek dat het vuurwerk afkomstig was uit Duitsland. Na deze informatie te hebben gedeeld met de Duitse politie, werd donderdag 24 september in het Duitse Wietmarschen een vrachtauto aangetroffen met 2.400 kilo vuurwerk. Elders werden 153 pallets (ongeveer 50 ton) met professioneel vuurwerk aangetroffen, vermoedelijk bestemd voor de Nederlandse particuliere markt, met een waarde van 750.000 euro. Ook werd 15.000 euro aan contant geld in beslag genomen. De Duitse politie hield bovendien vier verdachten met de Nederlandse nationaliteit aan.

Ad d.) Milieucriminaliteit Milieucriminaliteit richt (grote) schade aan, maar maakt geen directe slachtoffers. Bovendien is bij een categorie milieudelicten geen heterdaad mogelijk, omdat onderzoek nodig is naar boekhoudingen of naar vervuiling om vast te kunnen stellen wat er is gebeurd.

55 Met regelmaat wordt door vuurwerkcriminelen gebruikgemaakt van een infrastructuur die mede is opgebouwd met drugscriminaliteit. Criminelen combineren met andere woorden ‘drugs’ en ‘vuurwerk’. In de interviewronde is dit niet benoemd. In het Drentse Zuidlaren trof de politie (in december 2020) ongeveer honderd kilo professioneel vuurwerk aan dat lag opgeslagen in een schuur (bij een woning), waar ook een wietplantage werd aangetroffen. Bron: ‘Politie vindt honderd kilo vuurwerk en wietplantage in schuurtje naast woning in Zuidlaren’, Dagblad van het Noorden, 17 december 2020. 56 Bron: ‘Justitie eist celstraffen tegen ‘grootste vuurwerkhandelaren’ van Noord-Nederland. Hun arrestaties leidden tot vondst 50.000 kilo vuurwerk in Duitse bunker’, Dagblad van het Noorden, 17 oktober 2022. 57 Bron: ‘Vuurwerkvlogger ‘PoolseZebra’ uit Winschoten krijgt forse taakstraf. Zijn YouTube-kanaal en ‘playbutton’ voor 100.000 abonnees is hij voorgoed kwijt’, Dagblad van het Noorden, 29 november 2021. 58 Bron: ‘Drie Delfzijlsters aangehouden voor illegale handel in professioneel vuurwerk. Zoektocht leidt naar 50 ton vuurwerk met een waarde van 750.000 euro’, Dagblad van het Noorden, 29 september 2020.

52

Grove schendingen daargelaten, zoals afvaldumping, zijn veel milieudelicten niet herkenbaar voor de burger en is ontdekking ervan werk voor specialisten. Waar relatief kleine milieudelicten (gepleegd door particulieren of kleine bedrijven) nog deels kunnen worden verklaard door gemakzucht, is er voor (andere) bedrijven vaak een sterke financiële prikkel. Met milieucriminaliteit wordt veel geld verdiend of bespaard. De lage pakkans en strafmaat zijn een incentive om systematisch milieudelicten te plegen. Het nationaal dreigingsbeeld 2017 (Boerman e.a., 2017) wijst op een groot capaciteitsgebrek bij instanties voor handhaving en controle. De Algemene Rekenkamer (2021) spreekt over “handhaven in het duister”. Milieucriminaliteit kenmerkt zich door de grote rol van afvalverwerkingsbedrijven (afval- en reststromen), de chemische industrie (gevaarlijke stoffen) en bouw- en agrarische sector (vervuiling van bodemketen en oppervlaktewater). Het nationaal dreigingsbeeld 2017 noemt binnen deze categorieën actuele vormen van milieucriminaliteit. Zie tabel 5.4.

Een masterthesis (geschreven door een stagiair van het RIEC Noord-Nederland) constateert dat in de provincie Groningen - en breder in NoordNederland - dumpingen van drugsafval, misstanden in de afvalsector, asbestcriminaliteit en mestfraude “geregeld” worden gesignaleerd, al wordt omtrent de omvang een slag om de arm gehouden (Beukeveld, 2021). Noord-Nederland telt, zo concludeert die studie, veel boerenbedrijven (waaronder veeteelt), mestvergisters en een overcapaciteit vanafvalverwerkingsbedrijven. Voorts wordt geconstateerd dat economische belangen resulteren in vergunningen met ruime mogelijkheden. Ook “(…) worden regelmatig dubieuze gedragingen van bedrijven oogluikend toegestaan” (Beukeveld, 2021, p. 57). Bij signalen over milieuovertredingen zou terughoudend worden opgetreden. Het blenden van stookolie wordt niet genoemd, al kan dat - zeker met de hoge energieprijzen - veel geld besparen voor vissers en rederijen die gebruikmaken van zeehavens in Groningen en Noord-Nederland (Spapens e.a., 2013).

Tabel 5.4: Overzicht van milieucriminaliteit naar delictsvormen en sectoren Categorie

Delicten

Sectoren

Afval- en reststromen

1. de export van afvalstoffen; 2. de sloop, het transport en het storten van asbest; 3. het blenden van stookolie; 4. de verwerking van reststromen.

Recyclingbedrijven, handelaars, inkopers, transporteurs, exporteurs, expediteurs, sloopbedrijven, asbestbranche, stookoliebranche, afnemers van stookolie (scheepvaart), voedselbranche.

Bodemketen en oppervlaktewater

5. activiteiten in de grondstromen; 6. de mestverwerking

Bouwbedrijven, grond-verzetters, agrarische bedrijven

Gevaarlijke stoffen

7. het transport van gevaarlijke stoffen in het binnenlands wegvervoer; 8. het werken met gevaarlijke stoffen door risicobedrijven.

Transportbedrijven, (petro)chemische bedrijven

53

Ad e.) Illegale prostitutie De interviewronde leverde weinig signalen op over illegale prostitutie. Er wordt gewezen op een afhankelijkheidspositie van Antilliaanse vrouwen die actief zijn in de illegale prostitutie. Een ander signaal betreft een verwaarloosd pand, met kamerverhuur, waar vrouwen werden aangetroffen die waarschijnlijk werkten in de raamprostitutie in Groningen. Voorts wordt gewezen op een trend die wordt gesignaleerd door het RIEC NoordNederland. Het vergunde aanbod neemt af. Mogelijk komt dit doordat laagdrempelige datingsapps voorzien in seksuele behoeften, alsook door meer afgeschermde (b.v. escortbedrijven) of niet-vergunde seksuele dienstverlening. Illegale prostitutie heeft plaats buiten het zicht van toezichthouders, onder meer in particuliere woningen, in Airbnb’s, hotels en vakantieparken. Financiële problemen kunnen een motief zijn voor illegale (thuis)prostitutie.

5.5 Afsluiting De criminele praktijken in het Ommeland zijn ingebed in lokale of regionale sociale netwerken. Net als in de gemeente Groningen lijkt het vooral te gaan om redelijk kleine netwerken, rondom enkele sleutelfiguren. De drugscriminaliteit ligt op een stevig niveau. Het vastgoed is een machtsbasis voor investeerders, al gaat het om minder omvangrijke portefeuilles dan in de stad. Wel duikt een categorie stedelijke vastgoedbazen ook op in het Ommeland. Op het niveau van kernen en (voormalige) gemeenten hebben netwerkjes invloed: met drugshandel en/of met investeringen in panden en bedrijfjes. Drugsgebruik en sobere huisvesting brengen kwetsbare personen en gezinnen (verder) in de problemen, zowel sociaal als financieel. Voor een categorie is of lijkt criminaliteit dan weer een oplossing van die problemen. De uitzichtloosheid en sociaaleconomische problemen spelen criminelen in de kaart: veel vraag naar drugs, een voedingsbodem voor zorgfraude, een blijvende vraag van sterk afhankelijke personen naar woonruimte en personen die bereid zijn eenvoudige en relatief riskante criminele klussen uit te voeren. Ook leidt de economische kwetsbaarheid tot een vraag naar goedkope illegale producten, zoals illegale sigaretten en illegale softdrugs. Criminelen leveren het graag. 54

DE GEMEENTE LIJKE AANPAK VAN ONDER MIJNING

6

55

Inleiding De gemeentelijke aanpak van ondermijning rust op de schouders van een beperkt aantal ambtenaren openbare orde en veiligheid (verder: OOVambtenaren). Deze ambtenaren pakken niet alleen ondermijning aan, want ze geven gestalte aan de brede OOV-taak: van jeugdoverlast tot crisisbeheersing. De kracht van OOV-ambtenaren is dat ze weten te roeien met de riemen die ze hebben en, zo lijkt het althans, steeds of vaak een antwoord weten te geven op de belangrijkste actuele veiligheidskwesties. Bij incidenten en (kleine) crises nemen ze het voortouw. Door de combinatie van een doe-cultuur en een hoge mate van betrokkenheid kan de indruk ontstaan dat er geen urgente redenen zijn om versterkingen door te voeren in de OOV-organisaties. Hier geldt dat schijn bedriegt. Ambtelijke OOV-inspanningen leiden tot een paradoxale situatie. Zichtbare prestaties op belangrijke dossiers of momenten wekken de indruk dat het redelijk of goed genoeg gaat met de veiligheidsaanpak. Terwijl OOV-ambtenaren op hun tandvlees lopen, er beleidsmatige achterstanden zijn ontstaan en minder urgentie kwesties blijven liggen. In de interviewronde stuiten we op ambtenaren die simpelweg worden overvraagd.

Dit komt door de (soms erg) dunne bezetting van de gemeentelijke veiligheidsorganisaties, zowel wat betreft OOVambtenaren als ten aanzien van buitengewone opsporingsambtenaren: BOA’s actief op domein 1.59 Zie daarover paragraaf 6.2. Paragraaf 6.3 formuleert kwetsbaarheden en opdrachten voor de gemeentelijke veiligheidsorganisaties, toegespitst op de ondermijningsaanpak. Dit is niet zozeer kritiek van onze kant, want het is gebaseerd op reflectie en zelfkritiek van respondenten. Paragraaf 6.1 schetst bondig de beleidscontext waarin dit gestalte krijgt.

6.1 De beleidscontext Dit rapport wordt geschreven op een kantelpunt. Tot voor kort ging in het Ommeland weinig aandacht uit naar ondermijning. Het kreeg een bescheiden plaats in gemeentelijke veiligheidsplannen en er werden weinig middelen (personeel en budget) beschikbaar gesteld voor openbare orde en veiligheid. OOV-ambtenaren moesten en moeten ondermijning erbij doen, als

neventaak. Thans is er in elk geval prioriteit voor ondermijning. Althans onder burgemeesters en in veiligheidsplannen die zijn of worden opgesteld. Dit komt mede door het besef dat de georganiseerde criminaliteit zich niet aan stadsof provinciegrenzen houdt en daarmee een vraagstuk is dat het Ommeland raakt. Ook worden criminele kansen onderkend en helder verwoord door burgemeesters en gemeenteambtenaren. Net als belangrijke criminele fenomenen, al zijn de criminele kansen scherper in beeld dan de praktijken. Dat is logisch vanwege de prille prioritering van ondermijning. Dit heeft plaats in een beleidsomgeving waarin tot voor kort beperkte politiekbestuurlijke betekenis werd toegekend aan gemeentelijk veiligheidsbeleid, terwijl langzaamaan de maatschappelijke impact van georganiseerde criminaliteit wordt onderkend. Belangrijke kenmerken van de beleidscontext zijn: H  erindeling en reorganisaties. Veel gemeenten hebben recent een gemeentelijke herindeling achter de rug en/of een ambtelijke reorganisatie. Dit is zo langzamerhand uitgekristalliseerd, al spraken we OOV-ambtenaren die onlangs kregen te maken metn organisatorische veranderingen en/of die tamelijk recent in hun huidige functie zijn gestart. Reorganiseren leidt tijdelijk tot een (meer) interne blik. Nu die blik weer naar buiten wordt gericht, komt ondermijning op het netvlies als hedendaagse gemeentelijke taak.

Lokaal bestuur: veiligheid is geen (derde) pijler. In grote gemeenten is veiligheid uitgegroeid tot een derde pijler van het lokaal bestuur (Tops e.a., 2017). Naast de twee klassieke pijlers: de sociale taak (het sociaal domein) en de ‘harde sector’, zoals ruimtelijke ordening en economische zaken. Respondenten vertelden dat in grote delen van het Ommeland historisch gezien het sociaal beleid zwaar weegt, gericht op ondersteuning van kwetsbare personen en gezinnen. “Perspectief bieden” was lang de rode draad: controle, handhaving en grenzen stellen hoorden daar niet bij. Andere politici en raadsleden waren en zijn juist sterk gericht op het lokaal ondernemerschap. Dit kan uitmonden in non-handhaving. Een wethouder wenste bijvoorbeeld geen pandsluiting vanwege hennepteelt, omdat de

59 Daarnaast zijn er gemeentelijke toezichthouders, bijvoorbeeld voor Wmo of Wabo.

56

betrokken vastgoedeigenaar nog meer panden heeft in het centrum en daarom niet tegen de borst gestoten moest worden. De burgemeester legde wél een sluiting op, alleen al omdat de vastgoedbezitter dient te leren om huurders goed te selecteren. Door deze twee dominante perspectieven heeft veiligheid bepaald geen sterke plaats gekregen in de ambtelijke organisaties. Respondenten benadrukken dat in het Ommeland wordt gezocht naar de positie, status en middelen die passen bij de huidige maatschappelijke betekenis van de OOV-functie. Die functie rust in de negen gemeenten op de schouders van enkele ambtenaren. De beperkte ambtelijke tijd, de breedte van de OOVportefeuille en de afhankelijkheden van OOVambtenaren richting andere ambtelijke afdelingen zorgen ervoor dat OOV-ambtenaren thans een (te) zware taak hebben. Zelfs nog los van het dossier ondermijning. Zie paragraaf 6.2 en 6.3. A  gendering van veiligheidsrisico’s: ondermijning en meer dan dat. In de interviewronde agenderen respondenten veiligheid als een politiek-maatschappelijk speerpunt. Dit is breder dan ondermijning, want het gaat óók om: structurele overlast (o.a. verwarde personen);m allerhande incidenten (b.v. rondom AZC-locaties of onderwijsinstellingen); crisisbeheersing (o.a.

corona, de jaarwisseling en boerenprotesten); en de opdracht om preventief beleid te voeren ten aanzien van de vele kwetsbare gezinnen of jongeren in ‘arm’ Groningen. Dit vergt stevige inspanningen in de komende jaren, met uitbreiding van de personele inzet en van de operationele en beleidsmatige inspanningen.  estuurlijk besef: schouder-aan-schouder bij B de ondermijningsaanpak. Burgemeesters en hun belangrijkste veiligheidsambtenaren constateren dat intergemeentelijke samenwerking in de provincie Groningen noodzakelijk is. De georganiseerde misdaad is grensoverschrijdend en samenwerking levert capaciteitswinst op, los van de noodzaak om de gemeentelijke OOV organisaties te versterken. Ook is het belangrijk dat oude scheidslijnen verdwijnen: tussen stad en Ommeland, tussen stedelijke kernen en buitengebied, tussen Oost en West, en

tussen gemeenten met en zonder aardbevingsschade (en daaraan verbonden geldstromen in het kader van het Nationaal Programma Groningen). Er zijn inmiddels bestuurlijke trekkers van de provinciebrede aanpak van ondermijning, namelijk de burgemeesters van Groningen en van Stadskanaal. De burgemeesters in het Ommeland voeren overleg en er is - gedurende het veldwerk van deze studie (de tweede helft van 2022) - overleg opgestart tussen OOVambtenaren (belast met ondermijning) van de tien Groningse gemeenten. Er wordt geopperd om de samenwerking in eerste instantie met name te richten op het Bibob-beleid en op het voorbereiden en uitvoeren van controleacties op risicolocaties (bijvoorbeeld bedrijventerreinen of recreatieparken) of risicobranches.

6.2 Gemeentelijke veiligheidsorganisaties: dun bezet De personele formatie die in de negen Groningse gemeenten beschikbaar is, op het terrein van OOV en wat betreft de inzet van geüniformeerde BOA’s (domein 1), is bescheiden. Deze paragraaf presenteert de stand van zaken.

6.2.1 De OOV-organisaties Het sociale beleid is van oudsher aanzienlijk sterker ontwikkeld dan het veiligheidsbeleid. Dit komt tot uitdrukking in de bescheiden OOV-formatie. In een gebied met (per 31 januari 2022) 355.559 inwoners werken - verdeeld over negen gemeenten en meer dan tweehonderd (!) kernen - in totaal 23 fte OOV-ambtenaren. De OOV-capaciteit loopt uiteen van 1 fte (Stadskanaal en Oldambt) naar 5 fte in Midden-Groningen. De gemeente met de meeste inwoners, namelijk het Westerkwartier (64.345 inwoners), telt een OOV-formatie van 3,5 fte. Zie tabel 6.1. De OOV-professionals werken, bij het veiligheidsbeleid, samen met collegaambtenaren van andere teams of afdelingen, zoals vergunningverleners, juristen en BOA’s. Het Groningse Ommeland telt één OOVambtenaar per 15.459 inwoners. Daarmee ligt de personele sterkte op een lager niveau dan in de gemeente Groningen. Die stad telt thans een OOVformatie van 18 fte. Dat is één OOV-ambtenaar per 13.036 inwoners.

57

De gemeente Groningen telt meer (geregistreerde) criminaliteit en veel kwetsbare inwoners, al geldt dit laatste ook voor andere Groningse gemeenten. Hier komt bij dat het oppervlakte van de gemeente Groningen ‘slechts’ 198 vierkante kilometer is, tegenover maar liefst 2.762 vierkante kilometer (grond- en wateroppervlakte) in de rest van de provincie. Dat is enorm. Qua oppervlakte is de gemeente Het Hogeland zelfs de op één na grootste van het land, met 907 vierkante kilometer. Tijdens en direct na de fusie (per 1 januari 2019) van de (voormalige) gemeenten Bedum, Eemsmond, De Marne en Winsum tot gemeente Het Hogeland bedroeg de OOV-capaciteit bij elkaar 5 fte. Dit is gehalveerd naar de huidige (knellende) 2,6 fte. Ook de gemeenten Westerkwartier, Eemsdelta, Midden-Groningen en Westerwolde zijn omvangrijk, met oppervlaktes tussen de 281 en 369 vierkante kilometer. Dit uitgestrekte karakter van de gemeenten is een belasting voor de OOV-organisatie en voor de BOA’s. Immers, met weinig mankracht dient te worden gewaakt over de orde en veiligheid in een immens gebied, inclusief allerhande risicolocaties wat betreft georganiseerde criminaliteit: van bedrijventerreinen, via havens tot aan onderwijstellingen, treinstations en (grote en kleine) horeca en winkelgebieden. Het betreft risico’s op overlast en criminaliteit. Het is gebruikelijk om de OOV- en BOA-capaciteit

te relateren aan het aantal inwoners, maar in dit onderzoeksgebied is het oppervlakte ook relevant. Daarom staan de oppervlaktes vermeld in tabel 6.1 en 6.2. Uit tabel 6.1 blijkt dat er in het Ommeland zeven gemeenten zijn die - per 10.000 inwoners - minder OOV-capaciteit hebben dan de gemeente Groningen, met vandaag de dag (2022) 18 fte OOVcapaciteit. Toch knelde en knelt deze capaciteit in de stad, waar twee OOV-ambtenaren zich specialiseren in de ondermijningsaanpak. Dit betekent dat er (erg) weinig gespecialiseerde capaciteit beschikbaar is voor de gemeentelijke ondermijningsaanpak in het Ommeland. De consequentie is dat die aanpak voornamelijk bestaat uit reacties op gebeurtenissen en incidenten, zoals een drugsvondst, stevige jeugdcriminaliteit, een schietpartij of een melding over slecht gehuisveste en overlast-gevende arbeidsmigranten of over vermoedelijke drugsproductie. Inmiddels is een beweging in gang gezet om dit reactieve handelen om te zetten in een beleidsmatige aanpak. Daarbij knelt de huidige OOV-capaciteit. De OOVambtenaren werken samen met (handhavings-) juristen en met BOA’s, al zijn ook die dun gezaaid (zie tabel 6.2). Het aansturen van - het geringe aantal - Bibobtoetsen ligt in handen van een OOVambtenaar of vergunningverlener.

Tabel 6.1: OOV-capaciteit in negen Groningse gemeenten Gemeente

OOVcapaciteit in fte

Aantal inwoners

Fte OOV per 10.000 inwoners

Landopp. (km2)

Wateropp. (km2)

Westerkwartier 3,3 64.345 0,54 363 6 Midden-Groningen

5 *

60.865

0,82

280

16

Veendam 1,9 27.441 0,69 76 3 Pekela 2 12.186 1,64 49 1 Stadskanaal 1 31.928 0,31 118 2 Oldambt 2 ** 38.528 0,52 227 69 Westerwolde 2 *** 26.701 0,75 276 5 Eemsdelta 3 45.559 0,66 268 96 Het Hogeland 2,6 48.006 0,54 483 425 Totaal 23

355.559

Groningen 18 234.649

0,65 0,77 186 12

Noten* plus 2 vacatures voor ambtenaren op het snijvlak van Zorg en Veiligheid, ** inclusief een programmamanager Veiligheid (er staat een vacature van 1 fte open voor ‘zorg & veiligheid’ en er is voor 21,7 uur een oggz-coördinator) *** 1 fte bijna volledig bezet door AZC in Ter Apel

58

De ondermijningsaanpak is in het Groningse Ommeland een deeltaak van overvraagde OOVambtenaren. Deze ambtenaren vangen namelijk de hectiek op bij (mini)crises en piekgebeurtenissen (o.a. corona, de komst van Oekraïense vluchtelingen of de opening of gang van zaken rondom een COA-locatie), bij incidenten (b.v. schietpartijen of een drugslab), bij acute overlast (o.a. verwarde personen) of bij slepende kwesties (b.v. overlast en criminaliteit van zogenoemde “veilige landers” of criminele invloeden in de horeca of op de vastgoedmarkt). Ze worden daarnaast geacht het beleid actueel te houden. De (meest centrale) OOV-ambtenaar staat bijna dagelijks in contact met de burgemeester. 24/7-bereikbaarheid is bijna een must, want “de telefoon staat nooit uit, je neemt altijd op.” Ook het externe relatiebeheer qua veiligheid - onder meer met politie, justitie, RIEC en veiligheidsregio - rust op de schouders van één of enkele OOV-ambtenaren.

6.2.2 De BOA-organisaties De negen Groningse Ommeland-gemeenten tellen bij elkaar bijna dertig geüniformeerde BOA’s. In de twee grootste gemeenten (Westerkwartier en Midden-Groningen) werken er vijf. Stadskanaal, Oldambt en Het Hogeland tellen elk vier BOA’s. Zie verder tabel 6.2. De feitelijke capaciteit op straat is in verschillende gemeenten hoger. Bijvoorbeeld omdat ook stagiaires worden ingezet (Veendam) of door tijdelijke uitbreiding vanwege een COAlocatie (Zoutkamp, in Het Hogeland). Dit neemt niet weg dat de BOA-capaciteit pover is: in absolute aantallen en in zes gemeenten ook ten opzichte van een groot landoppervlakte van (véél) meer dan 200 vierkante kilometer. De huidige BOA-formaties zijn om verschillende redenen een knelpunt:  e politie bakent haar taken af. Daardoor komen D meer werkzaamheden (bijvoorbeeld toezicht op jeugd of bij evenementen) en meer meldingen terecht bij gemeentelijke BOA’s. Ook de lokale aanwezigheid - in wijken én in meer dan 200 kernen - wordt meer en meer een BOA-taak. Wijkagenten hebben namelijk structureel te weinig tijd om op straat te surveilleren en al doende met burgers te spreken.

Als de overheid in het hele onderzoeksgebied al een professional als ‘lokaal gezicht’ op straat wil brengen, moet dat haast wel een BOA zijn, al lukt dat dus ook niet.  OA’s werken ook in weekenden en op avonden B en vanwege de persoonlijke veiligheid worden vaak koppels ingeroosterd. De ongebruikelijke werktijden en de inzet van twee medewerkers hebben vergaande gevolgen voor de inroostering van een klein aantal BOA’s per gemeente. De roosters lopen al snel vol en er vallen gaten in de personele inzet, qua tijd en geografisch. Vele dagen, weken en zelfs maanden zijn er talrijke locaties in het Ommeland waar bewoners geen BOA (of agent) zien of kunnen aanspreken. Ziekte, training of onderwijs van BOA’s resulteren in een nog grotere uitdaging om de bemensing rond te krijgen.  e kleine gemeentelijke BOA-organisaties krijgen D te maken met een optelsom van hoofdactiviteiten, want BOA’s: • Handelen meldingen af; • Controleren het parkeren; •H  ouden toezicht op plaatsen en tijden waar veel mensen aanwezig zijn en waar zich problemen voordoen (b.v. scholen, winkelcentra, horeca of een opvanglocatie); •G  aan over van toezicht naar handhaving (met geregeld verbale weerstand); • Houden toezicht bij evenementen; • Leveren gebiedsgericht werk; • Werken themagericht (b.v. jeugd of horeca). Meldingen, risico- en overlast-situaties, evenementen en klassieke thema’s (b.v.

horeca) leveren zoveel werk op dat er maar weinig ruimte is om werk te maken van ondermijning. De signaleringsfunctie krijgt langzaamaan vorm, al staat dit in veel opzichten in de kinderschoenen. In Randstedelijke gemeenten specialiseren Boa’s zich in het taakveld ondermijning, onder andere gericht op het (opzetten en) uitvoeren van informatie-gestuurde controleacties, preventieve bedrijfsbezoeken (b.v. op bedrijventerreinen) en het opstellen van (kwalitatief sterke) bestuurlijke rapportages.60 Die ruimte ontbreekt op dit moment vrijwel volledig in het Ommeland.

60 Bijvoorbeeld de gemeente Schiedam met negen ondermijnings-boa’s: vijf in vaste dienst en vier op basis van tijdelijke financiering.

59

Tabel 6.2: BOA-capaciteit (domein 1) in negen Groningse gemeenten Gemeente

BOA capaciteit (domein 1)

Aantal inwoners

Fte BOA per 10.000 inwoners

Landopp. (km2)

Wateropp. (km2)

Westerkwartier 5 64.345 0,78 363 6 Midden-Groningen 5 60.865 0,82 280 16 Veendam 3 (a) 27.441 1,09 76 3 Pekela 1,8 12.186 1,48 49 1 Stadskanaal 4 (b) 31.928 1,25 118 2 Oldambt 4 (c) 38.528 1,04 227 69 Westerwolde 2 26.701 0,75 276 5 Eemsdelta 3 (d) 45.559 0,66 268 96 Het Hogeland

4 (e)

48.006

0,83

Totaal 29,8 355.559

0,84

Groningen

0,94

22 (f)

234.649

483

425

186

12

Noten (a) plus 3 stagiaires, (b) plus een toezichthouder, (c) inclusief een BOA die wordt betaald door het COA, (d) wordt uitgebreid naar 5 fte, (e) vanwege de tijdelijke opvanglocatie voor maximaal 700 asielzoekers in Zoutkamp komen er tijdelijk 6 extra BOA’s, (f) plus 11 parkeer-BOA’s.

6.3 Gemeentelijke veiligheidsorganisaties: grenzen en opdrachten OOV-ambtenaren leveren prestaties, al zijn de gemeentelijke veiligheidsorganisaties kwetsbaar. Ze zijn achteropgeraakt bij een driedubbele groei van de veiligheidsproblematiek: complexere problematiek (zoals de combinatie van sociaaleconomische achterstanden, drugsgebruik en criminaliteit), meer veiligheidstaken en de taakverschuiving van politie naar gemeenten. De consequentie is dat de gemeentelijke veiligheidsorganisaties tegen knellende grenzen aanlopen. Niet alleen wat betreft ondermijning, maar over de hele breedte van de gemeentelijke veiligheidstaak. Problemen bij de ondermijningsaanpak kunnen daarom niet los worden gekoppeld van de huidige staat en status van de OOV-organisaties. Dit komt tot uitdrukking in kwetsbaarheden en opdrachten bij de volgende thema’s: A. D  e lastige organisatorische positie van ‘veiligheid’ B. D  e veiligheidstaak in brede zin: meer en complexer C. Ondermijningsaanpak: de basis op orde brengen

Ad a.) De lastige organisatorische positie van ‘veiligheid’ We spraken OOV-ambtenaren met een stevige persoonlijkheid. Ook viel op dat - naast de nodige oud gedienden - menigeen nog maar kort deze functie had (bijvoorbeeld ongeveer een jaar of korter) en een enkeling werd (sinds kort) extern ingehuurd. Dit vergt een inwerktraject en persoonlijke positionering binnen de ambtelijke organisatie. Ook als dit niet nodig was, was vaak een zoektocht aan de gang naar versterking van het veiligheidsbeleid. Inclusief een betere positionering daarvan in het managementteam en binnen het college van burgemeester en wethouders. Daartoe is in de gemeente Midden-Groningen een strateeg aangesteld in het OOV-team. In de andere gemeenten is het één van de taken van een of enkele OOV-ambtenaren. De organisatorische positionering van de OOV-taak vergt een antwoord op de volgende kwetsbaarheden of uitdagingen:  e OOV-ambtenaren zijn in de afgelopen jaren D fors belast, onder meer door de coronacrisis en door de opvang van vluchtelingen: uit Oekraïne en vanwege (soms recent geopende) COA-locaties. Ook zonder nieuwe crisis of piekbelasting is de rek er zo ongeveer uit. De werkdruk blijft hoog, mede omdat er (beleidsmatig) werk is blijven liggen.

60

 eiligheid is in de negen gemeenten (nog) V geen sleutelfunctie, ingebed in de ambtelijke organisatie. Het is een kwestie die staat of valt bij het functioneren van sleutelfiguren. Als alle OOV-functies in de gemeente MiddenGroningen bezet zijn (en blijven), dat wil zeggen de huidige 5 fte plus 2 fte op het snijvlak van zorg en veiligheid61, is dit de eerste gemeente die de veiligheidstaak zou kunnen inbedden (“borgen”). Goede prestaties (afgezet tegen de geringe capaciteit) worden geboekt als op spilposities sterke ambtenaren zitten. Als sleutelfiguren wegvallen, valt er een gat. Dit is niet onrealistisch, want door de wol geverfde OOV-ambtenaren liggen - vanwege schaarste - goed op de arbeidsmarkt. Dit geldt ook voor handhavingsjuristen. In één gemeente waren twee juristen “weggekocht” door een gemeente waar een hogere salarisschaal werd betaald. Vacatures waren opengesteld, maar nog niet ingevuld. Vooral in ‘uithoeken’ van Groningen geldt dat - door de combinatie van locatie en inschaling - de concurrentie op de arbeidsmarkt van andere gemeenten zwaar is. Tegelijkertijd zijn er wél ‘zware’ ambtenaren nodig die beschikken over strategische en operationele scherpte. Een OOV-ambtenaar kan zich in een grote(re) gemeente specialiseren, terwijl hij of zij in de onderzochte gemeenten van veel markten thuis moet zijn.

Van ingewikkelde bestuurlijke advisering tot aan complexe of routinematige uitvoering. De OOV-ambtenaren zijn een soort professioneel duizend dingen doekje. Respondenten vinden het aantrekkelijk dat ze een afwisselende baan hebben, al staat daar tegenover dat ze te weinig tijd hebben voor elementaire zaken.  e organisatorische positie van OOVD ambtenaren wijst op statusincongruentie. De OOVfunctie is klein qua formatie en budget, al is het maatschappelijk en politiek gezien cruciaal bij incidenten, veiligheidsproblemen, vluchtelingenopvang, crises en ondermijnende criminaliteit. Dit vraagt in feite om permanent ‘over-presteren’ ten opzichte van de interne status en beschikbare middelen. Ook los van het versterken van de ondermijningsaanpak, is het een opdracht voor politiek, burgemeester, college en gemeentesecretaris om de basis

op orde te brengen. Dit voorkomt dat andere veiligheidsproblemen de ondermijningsaanpak verdringen. Of omgekeerd, dat door inzet op ondermijning andere veiligheidstaken in het gedrang raken. Een respondent: “We kunnen onze formatie volledig inzetten voor ondermijning, maar ook meer dan volledig richten op andere zaken.” Ad b.) De veiligheidstaak in brede zin: meer en complexer De gemeentelijke veiligheidstaak is omvangrijker en complexer geworden. Die ontwikkeling zet zich voort in de komende jaren, ook los van de ondermijningsaanpak (zie daarover punt c.). Dit komt door een optelsom van factoren:  e jeugdoverlast is hardnekkig en lijkt toe D te nemen. Het jeugddossier vraagt om een arbeidsintensieve groeps-, persoons- en gezinsgerichte aanpak. De jeugdaanpak zal (meer) raakvlakken krijgen met sociale interventies (zorg en veiligheid) én - vanwege de jonge aanwas in de georganiseerde criminaliteit - met de ondermijningsaanpak (SMV, 2022). De veiligheidstaken en bevoegdheden van de burgemeester zijn toegenomen in de afgelopen jaren (o.a. het Damoclesbeleid, gebiedsverboden, huisverboden, de Wet Bibob, de crisismaatregel in de Wvggz62 en de Wet aanpak woonoverlast). De werklast die dit voor de OOV-organisatie met zich meebrengt, is fors en groeit. Op casusniveau is steeds ambtelijke scherpte nodig: vanwege gevoeligheden en vanwege rechterlijke toetsing (b.v.

toetsing aan het evenredigheidsbeginsel bij bestuursrechtelijke handhaving). Het Groningse Ommeland krijgt te maken met een (groeiende) categorie inwoners met een optelsom van persoonlijke economische en sociale problemen met veiligheidsconsequenties. Het gaat om een breed werkaanbod, zoals overlast van verwarde personen, verslaving, allerhande woonoverlast en criminaliteit om de eindjes aan elkaar te knopen. Dit vergt inspanningen in samenspel tussen sociaal domein en veiligheidsorganisatie.

61 Gemeente Westerkwartier beschikt over 1,8 fte voor consulenten zorg & veiligheid, ondergebracht bij het sociaal domein. Ze werken samen met OOV-ambtenaren.

61

 rises, incidenten en piekinspanningen - zoals de C coronacrisis en thans de opvang van vluchtelingen - zijn gebeurtenissen met een maatschappelijke en emotionele impact. Het vergt bestuurlijke en ambtelijke inspanningen om hier goed mee om te gaan. De aanpak vraagt om voorzichtigheid, zorgvuldigheid én doortastendheid. Dat is een lastige combinatie. Het zijn steeds weer (tijdelijke) topprioriteiten. Crisisbeheersing is een deeltaak van vaak maar één ambtenaar, al dan niet een OOV ambtenaar. Ad c.) Ondermijningsaanpak: de basis op orde brengen De aanpak van ondermijning ligt, per gemeente, in handen van een klein aantal OOV-ambtenaren. Daarbij werken ze intern met name samen met (handhavings-)juristen en vergunningverleners. De ondermijningsaanpak vergt een lange tijdshorizon vanwege de schadelijke invloed en structurele aanwezigheid van criminele (drugs) netwerken. En ook vanwege investeringen met crimineel of verdacht geld in panden en bedrijven. Hier dient een duurzame aanpak - gebaseerd op kennis, informatie en ervaring - tegenover te staan (vgl. Noordanus e.a., 2020). Dit vergt interngemeentelijke integraliteit, dus samenwerking tussen OOV-ambtenaren en andere ambtelijke afdelingen, zoals burgerzaken, sociaal domein, ruimtelijke ordening en economische zaken.

De ondermijningsaanpak is inmiddels door burgemeesters geagendeerd, maar respondenten constateren dat de kwantitatieve en specialistische capaciteit van de gemeentelijke uitvoeringsorganisaties knelt. Ondermijning is uitgedrukt in fte’s – niet meer dan een bescheiden deeltaak van één of enkele OOV-ambtenaren. Zie tabel 6.3. De volgende opdrachten worden benoemd:  et Bibob-beleid is een belangrijk onderdeel van H de ondermijningsaanpak, maar er zijn bijna geen Bibob-coördinatoren beschikbaar (wel in Westerkwartier, al is dat dan een onderdeel van de 3,3 fte OOV). Het Bibob-beleid is verouderd, want - met inachtneming van verschillen tussen gemeenten - is de stand van

zaken op hoofdlijnen als volgt: 1.) het Bibobbeleid moet worden geactualiseerd of dit is in gang gezet; 2.) Bibob-toetsing is gericht op vergunningen en op geijkte risicobranches; en 3.) er werd (tot voor kort) of wordt niet of nauwelijks Bibobonderzoek gedaan bij vastgoedof grondtransacties, bij kamerverhuur of naar zorgaanbieders. Het terughoudende Bibob-beleid heeft niet bijgedragen aan een onderzoekende, zo nodig kritische, houding naar private partijen waarmee een relatie wordt aangegaan. Bijvoorbeeld bij grond- of vastgoedtransacties, projectontwikkeling of zorgcontracten. I n de gemeente Groningen is een werkwijze ontwikkeld, waarbij analyses de basis leggen voor informatie-gestuurde controles. Bijvoorbeeld in de autosector, op een bedrijventerrein of in de horeca. Dit vergt analysecapaciteit en personele ruimte - bij gemeenten en partners, zoals politie, Arbeidsinspectie en/of omgevingsdienst - om de controles voor te bereiden en uit te voeren. En om vervolgens gestalte te geven aan de nasleep. Dit is een manier om grenzen te stellen (handhaving), maar ook om informatie te verzamelen op risicolocaties en/of in risicobranches. Het ligt, aldus respondenten, voor de hand om hierbij bovengemeentelijk samen te werken.  r worden bestuursrechtelijke sancties opgelegd, E zoals waarschuwingen of sluiting van een pand als drugs (handel of productie) wordt aangetroffen.

Deze handhaving stoelt niet in elke gemeente op actueel (Damocles)beleid. Ook bestaat niet in elke gemeente een overzicht met alle opgelegde sancties, inclusief de feiten en omstandigheden die daaraan ten grondslag liggen. Toch is dit nuttige en basale (sturings-)informatie. De aanpak van ondermijning staat op het netvlies van OOV-ambtenaren en is geagendeerd door burgemeesters. Toch staat het - zij het in wisselende mate per gemeente - nog niet in alle scherpte op het netvlies van topambtenaren (gemeentesecretarissen en managementteams), colleges of gemeenteraden.

62 De crisismaatregel in de Wvggz is een beslissing van de burgemeester waarmee verplichte zorg toegepast kan worden. Dit is in een crisissituatie waarin snel ingegrepen moet worden vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Een crisismaatregel is maximaal drie werkdagen geldig.

62

In Midden-Groningen investeert een ambtelijk strateeg in deze interne agendering. Langzaamaan groeit het inzicht dat de ondermijningsaanpak arbeids- en kennisintensief is en dat dit consequenties heeft voor het ambtelijke en bestuurlijke handelen op tal van dossiers. Bijvoorbeeld bij kamerverhuur, projectontwikkeling, subsidieverlening, zorg aan slachtoffers, trajecten voor exdelinquenten, vergunningverlening en

werkprocessen bij het afgeven van zorgindicaties en ID-papieren. OOV-ambtenaren die de ondermijningsaanpak trekken, dienen dus tijd en ruimte te hebben om gestalte te geven aan intern relatiebeheer. Daarvoor is onvoldoende tijd. Binnen de dun bezette OOV-organisaties is namelijk weinig personele ruimte beschikbaar voor de ondermijningsaanpak. Zie de onderstaande tabel.

Tabel 6.3: Beschikbare fte’s van veiligheidsspecialisten, beschikbaar voor gemeentelijke ondermijningsaanpak Schattingen op basis van ingevulde vragenlijst of interview (*) Westerkwartier

Deeltaak OOV (ca. 0,2 fte)

Midden-Groningen

Deeltaak van 2 adviseurs Openbare Orde (ca 1,0 fte)

Veendam

Deeltaak OOV (ca. 0,5 fte)

Pekela

Deeltaak OOV (ca. 0,5 fte)

Stadskanaal

Deeltaak van de ene OOV-er (a)

Oldambt

Deeltaak van de ene OOV-er (b)

Westerwolde

Deeltaak van één OOV-er (ca. 0,2 fte) (*)

Eemsdelta

Deeltaak OOV (ca. 0,5 fte) (*)

Het Hogeland

Deeltaak OOV (ca. 0,5 fte) (*)

Noten (a) Steun vergunningverlener; (b) steun programmanager en vergunningverlener. Overal geldt dat er juridische ondersteuning is bij handhaving.

6.4 Afsluiting Ondermijning is als (bovengemeentelijk) bestuurlijk vraagstuk geagendeerd door burgemeesters. Dit vergt inspanningen in de komende jaren, onder meer omdat de gemeentelijke OOV-organisaties dun bezet zijn en ook nog eens veel andere tijdrovende taken hebben.

63

IN ANTWOORD OP DE ONDERZOEKSVRAGEN

SAM EN VATT ING

7

64

Inleiding Dit hoofdstuk beantwoordt de onderzoekvragen: over de criminele gelegenheidsstructuren (paragraaf 7.1), over de criminele praktijken (paragraaf 7.2) en over de gemeentelijke ondermijningsaanpak (paragraaf 7.3). Tot slot formuleert paragraaf 7.4 aanbevelingen.

7.1 Criminele gelegenheidsstructuren De optelsom van situationele, sociale en economische factoren resulteert in riante criminele kansen in het Ommeland. Dit komt door het anonieme uitgestrekte gebied, in combinatie met juist een groot aantal risicolocaties, zoals recreatieparken, bedrijventerreinen, agrarische bedrijven, zeehavens en jachthavens. De mogelijkheden voor criminelen om op dit soort locaties min of meer hun gang te gaan, zijn groot omdat de dun bezette overheid (gemeente, justitie, politie en ook bijvoorbeeld de KMar) vaak afwezig is. Hier komt de dubbele grensligging bij (met een landsgrens en een EU-grens), net als de forse economische achterstanden en de diepe afkeer van veel Groningers richting de (Haagse) overheid. Als spiegelbeeld van dit laatste bestaat er redelijk veel (en steeds meer) begrip voor hennepteelt en drugshandel, mede door het hoge drugsgebruik. Lokale criminele of louche investeerders (b)lijken meer draagvlak te kunnen hebben dan de overheid, omdat zij niet aarzelen, maar leveren (drugs, illegaal werk, illegale sigaretten of woonruimte) of investeren (bijvoorbeeld in vastgoed, bedrijven, horeca of sportclubs). Deze hoofdconclusie is gebaseerd op vijf deelconclusies, namelijk:

Tegelijkertijd heeft de dunne bevolkingsdichtheid ongunstige effecten op de verdeling van budget en personeel over onder meer politie, justitie, gemeenten en omgevingsdienst. Zie verder deelconclusie 3. Een te ‘slanke’ overheid dient te handhaven in een omgeving waar dat alleen al om fysieke redenen uitermate lastig is. Zie tabel 7.1. 2.) Fysieke infrastructuur: kansen voor georganiseerde (drugs)criminelen Groningen is dunbevolkt én telt tegelijkertijd een omvangrijke regionale infrastructuur met massale stromen van goederen en personen. Het Ommeland heeft een lange grens met Duitsland en kent een EU-buitengrens. De zeehavens en de goede ontsluiting over weg, water, spoor en - zij het in mindere mate - door de lucht zijn een subinfrastructuur die belangrijk is voor de regionale economie. Echter, de criminele (drugs)wereld lift mee en gebruikt deze fysieke infrastructuur, onder meer bij drugshandel en bij import van illegaal vuurwerk en van illegale sigaretten. Het grensverkeer wordt mondjesmaat gecontroleerd bij binnenkomende personen en/of vrachtstromen. Uitgaand verkeer wordt nog minder gecontroleerd. Zie tabel 7.1. Tabel 7.1: Situationele criminele gelegenheidsstructuren in negen Groningse gemeenten.

Dunbevolkt gebied • Ruim twee honderd dorpskernen, 350.000 inwoners en 2.700 km2 oppervlakte • Verdeelsleutels zijn sterk gebaseerd op inwonertal en daarom weinig budget en formatie bij

1.) D  unbevolkt: anonieme (lint)dorpen en risicolocaties Groningen is dunbevolkt met enorm veel landen wateroppervlak. Er zijn - verdeeld over negen gemeenten en meer dan tweehonderd (!) (lint)dorpen - veel afgelegen of gemakkelijk af te schermen (risico)locaties en gebouwen: (goedkope) woningen, schuren en loodsen in het buitengebied, het leven op het water en haventerreinen, bedrijventerreinen en recreatieparken. Het dunbevolkte karakter creëert criminele kansen, want veel misdaad blijft alleen al om fysieke en geografische kenmerken onopgemerkt.

regionale kerninstituties: gemeenten, politie en justitie • Consequentie: afwezige overheid, terughoudendheid van de politie bij controles en aanhoudingen • Norm van 1 wijkagent op 5.000 inwoners is niet doeltreffend in een uitgestrekt werkgebied met vele lintdorpen • De negen COA-locaties in het Ommeland vergen veel tijd en capaciteit van gemeenten en politie • Culturen in dorpen en kernen: zwijgzaamheid, niet melden bij de overheid • Criminele netwerken profiteren van zwijgzaamheid en van hun locatiekennis

65

• Politie-loze gebieden: streken (in het uiteinde van het werkgebied) die in avond en nacht door politie-eenheid worden gemeden, om zo nodig back up te kunnen geven aan collega-agenten in het basisteam • Consequentie: zeer lage pakkans voor criminelen, zeker bij (enige) afscherming, waardoor misdaad loont en misdaadstatistieken heel weinig zeggen over de omvang van deze verschijnselen Fysieke infrastructuur: kansen voor georganiseerde (drugs)criminaliteit

COA-locaties. De politie is op het platteland geen basisvoorziening, maar een schaarse dienst, zeker als het aankomt op lokale opsporing. De afwezigheid van de overheid resteert in leegte. Daarvan wordt geprofiteerd met onder meer hennepteelt en met criminele of louche (dit onderscheid valt lastig te maken) investeringen in bedrijven, vastgoed of sportclubs. De verafschuwde overheid vraagt geduld, diploma’s, prestaties en volharding. Terwijl de onderwereld lage drempels heeft en meteen voorziet in behoeften. Bijvoorbeeld criminele inkomsten of woonruimte.

• Een uitgestrekt en anoniem gebied met een optelsom van risicolocaties: bedrijventerreinen, recreatieparken, zeehavens, jachthavens en afgeschermd en goedkoop agrarisch vastgoed • Grensligging • Ontsluiting naar drugsmarkten in Scandinavië en in (het achterland van) Duitsland • Zeehavens: gemakkelijk toegankelijk, slecht beveiligd • Waddenzee: geschikt en benut voor drugssmokkel (cocaïne) • Drugshandel over centrale wegen, ook naar Duitsland (A7, n-wegen), en op spoorlijnen • Twee kleine vliegvelden • Een oververtegenwoordiging van risicobranches in verschillende gemeenten, o.a. de autosector, horeca en het goederenvervoer • Goedkoop of betaalbaar vastgoed

3.) De ongeloofwaardige en afwezige overheid Het Groningse Ommeland kampt met een waardenconflict. De Haagse overheid is in de ogen van veel Groningers ongeloofwaardig. De overheid draalt bij het oplossen van verschillende acute problemen, zoals aardbevingsschade door gaswinning, de bestaansonzekerheid van boeren en hoge energieprijzen. Veel gezinnen betalen, vanwege slechte isolatie van eenvoudige woningen of grote boerderijen, op de koop toe in relatieve en/ of absolute termen een hoge prijs voor het gas. Het diepgewortelde gevoel is dat het Groningse platteland het nakijken heeft. De overheid faalt op belangrijke dossiers en is afwezig. Het maakt Groningers woedend of, en dat is waarschijnlijk erger, onverschillig. Er is structureel te weinig politie- en justitiecapaciteit om in zo’n uitgestrekt gebied de (rechts)orde te handhaven: met talrijke risicolocaties (zie deelconclusie 2) en negen

4.) Sociaaleconomische achterstanden, uitzichtloosheid en drugsgebruik Relatief veel Groningse gezinnen kampen met armoede en uitzichtloosheid, niet zelden generatie op generatie. Armoede gaat vaak gepaard met problemen, zoals schulden, criminaliteit en een slechtere gezondheid. In een periode van ongeveer vijf jaar is daar volgens respondenten een sterke toename van het (hard)drugsgebruik bijgekomen. Dat is een interessante markt voor drugscriminelen. Los van een mogelijke verergering van gezondheidsrisico’s, verstoort drugsgebruik - zeker als dit gebeurt tot in de late uren - het leef-, werken studieritme. Daardoor raken kwetsbare personen en gezinnen verder achterop. Er bestaat een gevoel van uitzichtloosheid. Eer heerst onverschilligheid omtrent overheidsregels: normatieve drempels om te profiteren van misdaad(geld) brokkelen af. Dat maakt het voor criminele netwerken gemakkelijker om jongeren en volwassenen te rekruteren. 5.) Volop risicobranches Het Ommeland telt gemeenten met relatief veel risicobranches: sectoren met vaak lage drempels en die zich lenen voor bijvoorbeeld witwassen of voor het faciliteren van (drugs)criminaliteit.63 Registraties wijzen op oververtegenwoordiging van de autosector (o.a. in Pekela, Stadskanaal en Veendam); horeca (o.a. in Oldambt, Appingedam en Het Hogeland) en de vastgoedsector.

Veendam, Appingedam, Delfzijl, Oldambt, Stadskanaal en Pekela tellen relatief veel vastgoedeigenaren met meer dan vijf verblijfsobjecten, al ligt het vastgoedbezit niet op zo’n (erg) hoog niveau als in de gemeente Groningen. Het Ommeland herbergt (relatief) veel goederenvervoerders. Dit past bij de grensligging en havenfunctie, al resulteert het ook in smokkelkansen. 66

7.2 Criminele praktijken De Groningse top-3 wat betreft ondermijning is in de stad hetzelfde als in het Ommeland, namelijk hennepteelt, drugshandel en misstanden met vastgoed. De criminele wereld lijkt te worden gedomineerd door flexibele netwerkjes rondom enkele sleutelfiguren. De sleutelfiguren waarom het gaat, of lijkt te gaan, worden in interviews getypeerd als een soort lokale helden die de overheid uitdagen. Verschillende sleutelfiguren zijn of lijken actief in de onder- en/of bovenwereld. Binnen netwerken wordt hennepteelt gecombineerd met bedrijven in risicobranches, zoals horeca, autobedrijven, vastgoedactiviteiten of makelaardij. De hennepteelt is al sinds de jaren tachtig een belangrijk fenomeen - zowel in stedelijke kernen als op het platteland - dat veel geld oplevert voor organiserende criminelen. Dergelijke netwerken leiden een leven met raakvlakken met dat in de tvserie Hollands Hoop. In de anonimiteit van een dunbevolkt gebied, waar de verafschuwde overheid (bepaald) niet snel wordt getipt over hennepteelt, blijven hennepkwekerijen lang of helemaal verstopt. Het Ommeland is voor hennepcriminelen aantrekkelijker dan de stad. Een (verborgen) henneplocatie is doorgaans al lang en breed een winstpakker tegen de tijd dat deze mogelijk wordt ontdekt. En dan nóg blijft de organiserende laag vrijwel altijd buiten schot (vgl. Van Wijk en Lenders, 2018).

Eén oogst van een kwekerij met bijvoorbeeld 2.000 hennepplanten (de plantage in Foxhol telde 6.000 planten) levert naar schatting per oogst al ongeveer 0,23 miljoen op. Er worden overigens ook eenvoudige kwekerijen opgezet, namelijk in woningen van katvangers die de klappen opvangen bij ontdekking. De hennepteelt ligt verankerd in sociale structuren, met daarbinnen de kennis om plantages te bouwen en te onderhouden. Die know how is door de decennia heen opgebouwd en gekoesterd. Hennepteelt was en is een criminele succesformule. Er is niet zoveel criminele motivatie om de stap te zetten naar de productie van synthetische drugs. Voor zover dat wordt aangetroffen in Groningen, lijkt dit te worden aangestuurd door criminelen van buitenaf, al zijn er enkele casus met betrokkenheid van Groningse criminelen.

Hoe het ook zij, hennepteelt levert veel contant geld op en dit vindt - linksom of rechtsom - vaak zijn weg in de regionale (informele) economie. Softdrugsproductie is daarmee - ook door wat al met al bekend is over de omvang - in het Ommeland beduidend meer ondermijnend dan drugslabs (harddrugs). De drugshandel ligt op een hoog niveau. Alle populaire drugs worden betrouwbaar bezorgd door mobiele dealers. Er zijn dealers actief in en rondom onder meer horeca en onderwijsinstellingen. Het hoge en toegenomen drugsgebruik is een stimulans voor de drugshandel. Het omgekeerde is ook waar, want de makkelijk bereikbare en alom aanwezige handelaren wakkeren het drugsgebruik aan. Registraties (Zicht op Ondermijning) en straatinformatie wijzen op Appingedam, Veendam, Pekela, Delfzijl, Het Hogeland en Stadskanaal als (voormalige) gemeenten waar de drugshandel (erg) dichtbij komt voor jongeren. Jongeren worden - niet alleen hier, ook in de andere gemeenten - geworven als klant of ze worden gerekruteerd en gaan aan de slag met eenvoudige criminele activiteiten. Het Ommeland is uitgestrekt en telt veel mobiele drugshandel. Die handel blijft niet beperkt tot (de interne markt) van de regio, want dealers worden door het hele land gesignaleerd en er worden deals gesloten met Duitse klanten (ook in de tussenhandel). Voor de drugshandel worden de A7 en n-wegen benut.

Deals worden onder meer gesloten op parkeerplaatsen in de buurt van deze wegen. Met vrachtwagens worden drugs het land uit gesmokkeld. De (drie) spoorlijnen - twee in Noord-Groningen en de lijn door Oost-Groningen, naar Duitsland - worden gebruikt voordrugshandel. Deals worden gesloten op en rondom stations en tijdens korte ritjes in de trein. Er zijn ook drugspakketten verstopt in de trein, achter schotten in de toiletten, die er in Duitsland worden uitgehaald als de trein is verlaten en geparkeerd. Het is niet bekend of dit actueel is. Investeringen in (goedkoop) vastgoed veroorzaken schadelijke effecten. Particuliere eigenaren beschikken in de gemeente Groningen over (aanzienlijk) grotere vastgoedportefeuilles dan (die) daarbuiten.

63 Het kan gaan om actieve of passieve facilitering. Bij passieve facilitering weet het bedrijf (b.v. bij vastgoedverhuur of wegvervoer) niet van de misdaad, al wordt de dienst gebruikt door criminelen.

67

Wel is een categorie pandbazen actief in stad én Ommeland. De verhuur in het Ommeland is niet gericht op studenten, maar vooral op kwetsbare personen. Namelijk arbeidsmigranten, personen die kampen met sociaaleconomische problemen en kansarme migranten vanuit de Nederlandse Antillen. In het Ommeland wordt niet alleen geïnvesteerd in woningen, maar ook in vakantieparken of campings. Op winst gerichte vastgoedeigenaren investeren nauwelijks in het vastgoed, terwijl de huur wordt gemaximaliseerd. Voorts valt op dat eigenaren geregeld vastgoed laten “verkrotten”. De typologie van vastgoedeigenaren annex huisjesmelkers in het rapport ‘Groningse praktijken’ (Van der Torre en Tops, 2022) is bruikbaar in het Ommeland:  pportunistische vastgoedeigenaren die O de georganiseerde criminaliteit op afstand houden, al begaan ze wel overtredingen (b.v. brandonveiligheid). Over het Ommeland: In het Ommeland gelden veel minder regels omtrent kamerverhuur en worden minder controles uitgevoerd dan in de gemeente Groningen, waardoor langer onduidelijk is of regels worden overtreden. De kans op misstanden is daardoor in het Ommeland toegenomen. Ondernemers die de stap lijken te hebben gezet van de onderwereld naar de legale vastgoedmarkt. Over het Ommeland: Respondenten en registraties (Zicht op ondermijning) wijzen op lokale (familie) netwerken met (op beperkte schaal) vastgoed.

 ndernemers die bij forse financieringen O geld lenen (of op de één of andere manier verkrijgen) van vermogende (rechts)personen. Over het Ommeland: Respondenten wijzen op vastgoedinvesteringen, waarover wordt gezegd dat dit is gebaseerd op (witgewassen) misdaadgeld dat afkomstig is uit Zuid-Nederland. Dit valt voor ons niet te controleren. Vastgoedeigenaren die deel uitmaken van lokale netwerkjes met daarbinnen criminele praktijken.

Opmerking wat betreft het Ommeland: Het gaat om vastgoedeigenaren met (aanzienlijk) minder bezit dan een categorie pandbazen in de gemeente Groningen, maar in het lokale ‘kluitjesvoetbal’ van investerende (rechts)personen vervaagt het onderscheid tussen onder- en bovenwereld. Naast de top-3 worden nog twee belangrijke fenomenen benoemd door respondenten. In de eerste plaats digitale criminaliteit. Dit is één van de misdaadmarkten waarop jongeren en jongvolwassenen actief zijn, mogelijk in combinatie met drugscriminaliteit. De ene keer is drugscriminaliteit de entree tot de criminele wereld, al kan dit net zo goed digitale criminaliteit zijn. Digitale criminaliteit is ingebed in parallelle culturen, waarin het verdienen van (snel) misdaadgeld een doel op zich is. Geweldgebruik en crimineel opportunisme lijken op gespannen voet te staan met de know how die is vereist om digitaal slachtoffers te maken. Toch gaat dit samen, want op het darkweb kunnen digitale tools worden gekocht, waardoor digitale criminaliteit eenvoudiger is dan het lijkt. Bovendien vertellen criminelen elkaar hoe het werkt, waardoor het een vertrouwd delict is geworden. In de tweede plaats misstanden die raakvlakken hebben met mensenhandel. In strafrechtelijke zin vergt mensenhandel bewijs van dwang, maar personen die in een afhankelijkheidsrelatie verkeren, leggen bepaald niet snel een verklaring af.

Naast het strafrecht bestaat een lekenperspectief op uitbuiting: personen staan onder druk en verkeren vanwege misstanden in een penibele situatie. Jongeren, vluchtelingen, arbeidsmigranten en kwetsbare Antillianen worden onder druk gezet. Dat resulteert onder meer in: eenvoudige drugshandel en geldezelpraktijken (misdaadgeld op een rekening laten storten); ronselpraktijken onder (voormalige) AZC-bewoners, onder meer om tegen een (erg) laag loon te werken; arbeidsmigranten die (te?) veel betalen voor sobere woonruimte; en kwetsbare Antilliaanse mensen die een schuld opbouwen en dit - in een knelsituatie - terugverdienen met illegale activiteiten (drugs, prostitutie). Naast de bovengenoemde fenomenen komen de volgende verschijnselen in beeld:

68

 orgfraude. In het Ommeland wonen veel Z kwetsbare personen en gezinnen. De reële behoefte aan zorg is fors en dat biedt kansen voor frauderende zorgaanbieders. Kwetsbare diensten zijn onder meer huishoudelijke hulp, ambulante zorg, dagbesteding, beschermd wonen en zogenoemde zorgboerderijen. Respondenten wijzen op verschillende signalen van zorgfraude, waarbij in enkele gevallen het vermoeden bestaat dat dit (binnen een netwerk) wordt gecombineerd met drugscriminaliteit. Toch is zorgfraude in hoge mate een blinde vlek. Het RIEC Noord-Nederland voert een fenomeenstudie uit naar zorgfraude. Illegaal vuurwerk. Er bestaat in Groningen een aanzienlijke markt voor illegale vuurwerkhandel. Er kan vlakbij worden ingekocht, namelijk (net over de grens) in Duitsland. Op de illegale vuurwerkmarkt opereren georganiseerde criminelen (grote partijen, vervoer en opslag) en criminele profiteurs (op en neer rijden en losse verkoop via sociale media en in kleine kring).  ilieucriminaliteit. Het betreft dumpingen M van drugsafval, misstanden in de afvalsector, asbestcriminaliteit en mestfraude. Het blenden van stookolie ligt voor de hand, omdat varen op goedkope (vervuilde) olie - met de hoge energieprijzen - veel geld bespaart. Deeltijd-criminaliteit. Respondenten wijzen op wat we deeltijd-criminaliteit noemen.

Het betreft personen die een reguliere (deeltijd)baan hebben, maar hun inkomen opschroeven met min of meer systematische fraude of strafbare feiten. Omdat ‘Den Haag’ het gewone (plattelands)leven onbetaalbaar of onmogelijk maakt, wordt dat gezien als acceptabel of noodzakelijk.

7.3 De bestuurlijke aanpak: een wereld te winnen!? De gemeentelijke of bestuurlijke aanpak van ondermijning in het Ommeland bevindt zich op een kantelpunt. Tot voor kort ging er weinig aandacht uit naar ‘veiligheid’ en, daarbinnen, nog minder naar ondermijning. Er werden weinig middelen (personeel en budget) beschikbaar gesteld voor openbare orde en veiligheid. OOV-ambtenaren moesten (en moeten) ondermijning er maar bij zien 64 Stagiaires en tijdelijke uitbreiding niet meegeteld.

te doen, als neventaak. Thans is er in elk geval prioriteit voor ondermijning. Althans onder burgemeesters en in veiligheidsplannen die zijn of worden opgesteld. Dit komt mede door het besef dat de georganiseerde criminaliteit zich niet aan stads- of provinciegrenzen houdt en daarmee een vraagstuk is in het Ommeland. Het betreft in hoge mate een papieren prioriteit, want nog steeds is ondermijning een neventaak van - per gemeente één of enkele OOV-ambtenaren. Die ambtenaren zijn nota bene actief op het (qua taken en zwaarte) uitdijende gemeentelijke veiligheidsdossier. Burgemeesters en hun belangrijkste veiligheidsambtenaren constateren dat intergemeentelijke samenwerking in de provincie Groningen noodzakelijk is. Als reactie op de grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en omdat samenwerking schaalvoordelen op kan leveren. Er zijn inmiddels bestuurlijke trekkers van de provincie-brede aanpak van ondermijning, namelijk de burgemeesters van Groningen en van Stadskanaal. De burgemeesters voeren overleg en tijdens het veldwerk voor deze studie (de tweede helft van 2022) is een ondermijningsoverleg opgestart tussen OOV-ambtenaren (belast met ondermijning) van de tien Groningse gemeenten. De prioritering en aanpak van de gemeentelijke aanpak van ondermijning lopen vandaag de dag tegen knellende grenzen aan.

Het betreft: I n een enorm uitgestrekt gebied (ruim 350.000 inwoners, meer dan tweehonderd kernen en een gigantisch oppervlakte) zijn er weinig OOVambtenaren: 23 fte in de negen gemeenten. Midden-Groningen telt 5 fte. In de andere gemeenten loopt de OOV-capaciteit uiteen van één fte (Stadskanaal) tot 3,3 fte (Westerkwartier). Deze capaciteit schiet tekort, zelfs voor de OOVtaken, exclusief de ondermijningsaanpak. Terwijl ondermijning is geprioriteerd. Veiligheid is in het Ommeland (nog) geen sleutelfunctie, maar een kwestie die leunt op schouders van overvraagde sleutelfiguren.  e negen Groningse Ommeland-gemeenten D tellen bij elkaar bijna 30 geüniformeerde BOA’s.64 De BOA-capaciteit is pover: in absolute aantallen en in zes gemeenten ook ten opzichte van een groot landoppervlakte van (véél) meer dan 200 vierkante kilometer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12874870/1