08. Jaarrekening 2021
Tekst van het document
Zowel wat betreft de reguliere werkzaamheden en de wettelijke taken als de crisisorganisatie van de GHOR. Dat hebben we gedaan door sectorbreed de dossiers aan elkaar te koppelen en structurele overleggen te voeren waarin reguliere werkzaamheden binnen de sector Crisisbeheersing met elkaar werden verbonden en geïntegreerd. Vanuit de GHOR is en wordt actief bijgedragen aan de ontwikkeling van de Uitvoeringsregeling Regionaal Crisisplan en het evalueren en leren van GRIP-incidenten. Risicogericht samenwerken In 2021 lag de focus van GHOR Groningen onder meer op risicogericht samenwerken met partners in de netwerken zorg, veiligheid en openbaar bestuur. Risicogericht samenwerken houdt in dat we afgelopen jaar veel intern binnen VRG hebben afgestemd over thema’s zoals aanpassing N33, herinrichting gebied rondom Euroborg, werkzaamheden Ring Groningen om zo te komen tot een integrale aanpak. Daarnaast zijn we binnen Crisisbeheersing bezig geweest met actuele thema’s zoals de vluchtelingenproblematiek en demonstraties rondom corona. Maatschappelijke ontwikkelingen Met de komst van de omgevingswet krijgt de GHOR een wettelijke taak om overheden te adviseren op het gebied van omgevingsveiligheid. Daarom hebben we de mogelijke impact van de Omgevingswet op de GHOR onderzocht. We zijn aangehaakt bij het landelijke netwerk waar we bezig zijn met de afbakening van de GHOR-taken hierin.
Regionaal werken we nauw samen met de GGD en de eigen sector Risicobeheersing om onze integrale advisering in dit proces te borgen en af te spreken hoe we in de regio gaan samenwerken op dit gebied. Zo hebben we dit jaar al verschillende casuïstieken die voorbij kwamen integraal opgepakt. Evenementenbeleid Evenementenadvisering heeft ons dit jaar veel extra tijd gekost door de continu veranderende coronaregels. Toch hebben we 100% van de aanvragen kunnen afhandelen. De GHOR heeft de coördinatie gehad op het actualiseren van de regionale leidraad evenementenadvisering. Een opdracht
Pagina 25 van 79
van het bestuur die al lange tijd was uitgesteld en nu klaar is om in 2023 te kunnen worden vastgesteld en geïmplementeerd. Daarnaast hebben we, ook door veranderde regelgeving, onze monodisciplinaire leidraad evenementenadvisering geactualiseerd. Van de mono leidraad is een eerste concept klaar en die ligt voor bij de mono kolom. Verder was één van de doelen dit jaar om het werkproces multidisciplinaire evenementenadvisering samen met risicobeheersing in te richten. Samen met relevante multipartners (politie, brandweer, risicobeheersing) op dit dossier participeert de GHOR in het project ’verbetering multidisciplinaire evenementenadvisering’. Vakbekwaamheid In 2021 hebben we de reguliere taken op het gebied van mono-vakbekwaamheid uitgevoerd, en hebben we ons aangesloten bij de ontwikkeling van multi-vakbekwaamheid. De uitdaging was om vakbekwaamheid te organiseren op afstand. Er zijn een aantal elektronische leeromgevingen (ELO's) ontwikkeld waarmee op afstand (digitaal) geoefend kan worden. Informatiemanagement Informatiemanagement heeft tijdens de coronacrisis op volle toeren gedraaid om alle informatie uit de netwerken te verzamelen en continu een beeld te hebben van de ontwikkelingen in de corona crisis. Dit jaar wilden we het proces van informatiemanagement op orde brengen en verbinden met het multi-informatiemanagement.
Het doel hiervan is om continu een gezamenlijk beeld te hebben t.b.v. de (voorbereiding op) crisis. In verband met corona-gerelateerde werkzaamheden hebben wij hier dit jaar nog geen nieuwe werkwijze in ontwikkeld en zijn de gereserveerde kosten hiervoor niet gebruikt. Naar aanleiding van de informatiedeling tijdens de coronacrisis wordt nu ook landelijk het belang ingezien van een goede informatievoorziening en wordt er ook op dat niveau gewerkt aan een systeem dat informatiedeling tussen Rijk en regio mogelijk maakt (ontwikkeling KCR2). Ook dragen we bij aan de ontwikkeling van het informatieknooppunt van de VRG. 4.4.1
Baten en lasten programma GHOR Primitieve begroting Actuele begroting
Baten Lasten Resultaat voor reserve mutaties Reserve mutaties Resultaat na reserve mutaties
1.727 1.727 -
1.727 1.727 -
Het nadelig resultaat van 43 duizend euro wordt toegelicht in de jaarrekening.
Realisatie Verschil 1.738 1.781 -43 -43
11 54 -43 -43
V N N N
Pagina 26 van 79
5 Paragrafen 5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De beoordeling van de robuustheid van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten: • Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. • Een inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit: bestaande uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. • Een inventarisatie van de benodigde weerstandscapaciteit. In 2018 is door het Algemeen Bestuur de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld 2019-2022. De hierin opgenomen actuele risico’s worden periodiek herzien en hierover wordt gerapporteerd in de managementrapportages. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in het volgende verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =
beschikbare weerstandscapaciteit (vrij beschikbare reserves) benodigde weerstandcapaciteit (uitkomst risicoanalyse)
Gemeenten verwachten dat VRG risicobewust handelt en de gevolgen van financiële calamiteiten zoveel mogelijk zelf opvangt. Om die reden is een zekere buffer aan te raden. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende beoordeeld.
Algemene reserve VRG Bestemmingsreserve Materieel VRG Ontwikkeling stedelijk gebied Egalisatiereserve kapitaallasten Totaal
Beschikbare weerstandscap.
31-12-2021
Mutatie 2021
1-1-2021
Res. bestemming 2020
31-12-2020
(x € 1.000)
Bij de jaarrekening 2019 heeft VRG een voorziening moeten treffen van circa €15,2 miljoen inzake de kosten van de Regeling FLO-overgangsrecht 75% netto garantie (FLO2018). De algemene reserve van VRG werd daardoor sterk negatief (circa €12,5 miljoen). Zoals wettelijk geregeld moeten de deelnemende gemeente tekorten in de GR opvangen. Na overleg met de gemeenten en de toezichthouder Provincie Groningen is een herstelplan voor het negatief eigen vermogen overeengekomen. Op 2 oktober 2020 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met het 5-jaars scenario. Binnen de termijn van deze MJB (2021-2024) inclusief het jaar 2020 zal door jaarlijkse extra gemeentelijke bijdragen het negatief eigen vermogen aangezuiverd worden zodat een positief saldo van de algemene reserve ontstaat in 2024.
-12.523
2.240
-10.283
3.094
-7.189
-
2.011 240
181
2.011 59
-
2.011 59
-
-10.272
2.059
-8.213
3.094
-5.119
-
Pagina 27 van 79
De algemene reserve VRG wordt tot het beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Door de getroffen voorziening bij de jaarrekening 2019 is de algemene reserve negatief. Niet tot het beschikbare weerstandscapaciteit worden de bestemmings- en egalisatiereserves gerekend: • Materieel VRG. Deze is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwater systemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. • Onderzoek stedelijk gebied. De reserve is bestemd voor de onderzoekskosten herlocatie huisvesting VRG in het stedelijk gebied. • Kapitaallasten. Deze is bestemd om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s voor uitvoering van de veiligheidsregio-taken worden conform vastgesteld beleid gemonitord in het kader van de P&C-cyclus. Zoals in de kaderbrief 2023-2026 benoemd zal met name de nieuwbouw stedelijk gebied Groningen in de toekomst naar verwachting tot een forse financiële opgave leiden. Dit hebben we als risico toegevoegd. Niet alle risico’s zijn op dit moment te kwantificeren. Deze risico’s zijn als PM post opgenomen en worden in 2022 nader uitgewerkt in gekwantificeerd.
Onderstaand overzicht geeft een beeld van de risico’s, die VRG onderkent, met mogelijke financiële consequenties:
Risico
Actueel vanaf
Incidenteel (gevolgen 1 jaar)
Structureel (gevolgen 2 jaar)
Klasse
Risicobedrag
Paraatheid vrijwilligers
2019
-
600.000
30%
180.000
Onderhoud kazerne Sontweg
2022
150.000
-
30%
45.000
Nieuwbouw stedelijk gebied
2020
-
1.600.000
70%
1.120.000
Programma aardbevingen
2017
-
550.000
30%
165.000
Tweede loopbaanbeleid Verzekeren
2021 2019
300.000 -
500.000
30% 10%
90.000
Calamiteiten coördinator MkNN
2021
-
400.000
30%
120.000
Omgevingswet / omgevingsrecht
2021
-
650.000
70%
455.000
FLO regeling
2020
-
1.400.000
50%
700.000
Taakstelling
2021
-
300.000
50%
150.000
50.000
Totaal incidenteel + structureel
3.075.000
Risicobedrag (*0,9)
2.767.500
De volgende risico’s zijn op dit moment nog niet goed te kwantificeren. Deze risico’s zijn daarom als p.m. opgenomen.
Pagina 28 van 79
Risico
Actueel vanaf
Incidenteel (gevolgen 1 jaar)
Structureel (gevolgen 2 jaar)
Klasse
Risicobedrag
Wet Veiligheidsregio's
2019
p.m.
p.m.
30%
p.m.
Taakdifferentiatie Strategisch Vastgoedbeleid
2019 2020
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
30% 10%
KCR 2
2022
p.m.
p.m.
50%
p.m.
BON Cyber en informatiebeveiliging
2020 2020
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
30% 30%
p.m.
p.m.
Beoordeling weerstandsvermogen VRG voert tweemaal per jaar een inventarisatie uit naar alle strategische risico’s. Eind 2021 is de laatste uitgevoerd. Het risicobedrag wordt bepaald aan de hand van: • de geschatte financiële omvang van het risico; • de waarschijnlijkheid dat het risico zich daadwerkelijk voordoet • het effect van bijsturingsmaatregelen. Structurele risico’s worden voor 2 jaar voorzien. Binnen deze twee jaar moet door middel van bijsturing en/of aanpassing van het beleid het risico geminimaliseerd worden dan wel opgevangen worden binnen de begroting. Omdat de kans klein is dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, corrigeren we het totale risicobedrag met een waarschijnlijkheidsfactor van 90%. Bovenstaand overzicht laat zien dat, rekening houdend met deze beoordeling, de benodigde weerstandscapaciteit € 3.075 mln. bedraagt (€2.768 mln. met correctie van 10%). Op dit moment is er geen weerstandsvermogen beschikbaar doordat sprake is van een negatieve algemene reserve ultimo 2021 van €7,2 miljoen. Dit is het gevolg van de vorming van een voorziening FLO ultimo 2019 van €15,2 miljoen. In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is het uitgangspunt gehanteerd dat VRG zelf weerstandscapaciteit opbouwt om potentiële financiële calamiteiten op te kunnen vangen.
Hierbij wordt uitgegaan van een ratio tussen de 1,0 en 1,4 (verhouding beschikbaar en benodigd weerstandsvermogen). Hier kan de komende jaren niet aan worden voldaan. Financiële kengetallen Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Realisatie 2021 34,6%
Begroting 2021 57,5%
Rekening 2020 38,2%
Begroting 2020 42,1%
34,6% -14,8% 0,7% n.v.t. n.v.t.
57,5% -18,2% 0,3% n.v.t. n.v.t.
38,2% -35,1% -0,6% n.v.t. n.v.t.
42,1% 17,5% 0,3% n.v.t. n.v.t.
Pagina 29 van 79
Netto schuldquote Netto schuldquote: het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen 0% t/m 100%: normaal > 100%: weinig leencapaciteit > 130%: zeer hoge schuld De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. VRG scoort normaal. Dit betekent dat VRG ruim voldoende mogelijkheden heeft tot het opnemen van langlopende geldleningen. De netto schuldquote is ten opzichte van vorig jaar gedaald, hetgeen voornamelijk wordt veroorzaakt door een afname van de boekwaarde van de investeringen en hogere baten op de exploitatie. Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsratio: het eigen vermogen als percentage van het vreemd vermogen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Een normaal solvabiliteitsratio is tussen de 20% en 70%. De ratio van VRG is nog steeds negatief, dit wordt veroorzaakt door het negatieve eigen vermogen (oorzaak: de gevormde FLO-voorziening in 2019 van €15,2 miljoen). Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte VRG heeft om de eigen lasten te dragen. Daarmee wordt de weerbaarheid van VRG aangegeven. Een positief percentage geeft een overschot aan en een negatief percentage een tekort. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is vooral het gevolg van het inzichtelijker maken van de incidentele baten en lasten over het boekjaar 2021.
5.2 Onderhoud kapitaalgoederen Vastgoed VRG werkt vanuit meerdere locaties die overwegend in eigen bezit zijn en voor een aantal locaties is een huurovereenkomst. VRG draagt daarmee zorg voor het onderhoud en beheer van 39 gebouwen waarvan 28 in eigendom. De boekwaarde van de gebouwen in eigendom bedraagt tezamen per ultimo €8,9 miljoen. Voor de gebouwen in eigendom is het gewenste kwaliteitsniveau gesteld op niveau drie (redelijk) volgens NEN 2767. Om deze kwaliteit te waarborgen zijn voor de eigendomslocaties meerjarige onderhoudsplanningen opgesteld. De plannen worden periodiek tegen het licht gehouden en zo nodig op onderdelen herijkt. Bij de huurlocaties wordt gestreefd naar een vergelijkbaar kwaliteitsniveau. Aangezien de kosten van groot onderhoud fluctueren over de jaren is er voor gekozen deze te egaliseren met behulp van de in 2017 gevormde voorziening groot onderhoud. In 2021 hebben veel onderhoudswerkzaamheden geen doorgang kunnen vinden. De oorzaak hiervan ligt in de onzekerheid bij de nieuwbouwplannen, corona en het tekort aan capaciteit van mensen en materialen die de werkzaamheden kunnen uitvoeren. Materieel VRG is verantwoordelijk voor het onderhouden van het materieel. Op basis van het Inrichtingsplan 2021-2024 (voorheen Regionaal Dekkingsplan) wordt gewerkt aan een visie voor invulling van het benodigde materieel en bezetting.
Op basis van een brede inventarisatie van risico’s en ontwikkelingen die in het kader van incidentbestrijding op ons af komen, zal een prioritering en aanpak bepaald worden om te komen tot een toekomstbestendige inzet met de juiste middelen. Dit project zal ook een berekende grondslag vormen voor de toekomstige kapitaallasten.
Pagina 30 van 79
In het kader daarvan hebbe wij in 2021 de investeringsplanning 2022-2026 vastgesteld en de op dat moment marktconforme prijzen doorgevoerd. Daarnaast zijn alle vervangingen tot en met 2031 nu goed in beeld en gekoppeld aan realistische aanschafwaarden. Daarnaast is een groot aantal aanbestedingen afgerond voor onderhoud en beheer. Vanaf begin 2022 zullen deze contracten ingaan, wat in de ondersteuning aan het primaire proces een verbetering oplevert (eenduidige financiële afspraken, kwaliteitsverhoging en beter inzicht in onderhoudshistorie). Het onderhoud van dit materieel vindt plaats conform de onderhoudskalender. De investeringscyclus van dit materieel is voortvarend opgepakt. In de aankomende jaren zal het effect op de vervangingscyclus te zien zijn in de exploitatiekosten en kapitaalslasten.
5.3 Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat investeringen in beginsel uit eigen middelen worden gefinancierd. Wanneer deze ontoereikend zijn, wordt hiervoor een lening aangetrokken. De omvang en looptijd wordt afgestemd op de omvang en levensduur van het te financieren materiële vaste actief. De aflossingsbedragen vallen binnen de kaders voor de renterisiconorm en de kasgeldlimiet, uit de Wet Financiering Decentrale Overheden. Het beleid is defensief en risicomijdend en erop gericht om de financieringsrisico's zo goed mogelijk te beheersen. Bij de financiering worden geen zekerheden verstrekt en geen afgeleide financiële instrumenten ingezet. Eind 2021 staan er elf leningen in de boeken voor een totaalbedrag van €12,2 miljoen. Liquiditeitspositie Met de huisbankier, Bank Nederlandse Gemeenten (hierna: BNG), is een krediet- en depotarrangement vastgelegd van €3,3 miljoen voor de kortlopende negatieve saldi in rekeningcourant. In maart 2021 is een kasgeldlening aangetrokken van € 2 miljoen voor aanzuivering van benodigd werkkapitaal. Deze lening is na 1 maand weer afgelost. Schatkistbankieren De ‘Wet verplicht schatkistbankieren’ verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist. Hiervoor gold van 1 januari tot 1 juli 2021 een drempelbedrag van €373 duizend, dit is 0,75% van het begrotingstotaal.
Per 1 juli 2021 is het drempelbedrag 2% van het begrotingstotaal geworden met een minimum van €1 miljoen. Dit is voor VRG van toepassing. De naleving van de regeling is opgenomen in de toelichting op kortlopende vorderingen van de balans.
Kasgeldlimiet Berekening kasgeldlimiet Kasgeldlimiet moet berekend worden bij de aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van elk percentage Begrotingstotaal 2021 Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage Kasgeldlimiet
€ 49.697.000 8,20% € 4.075.000
Pagina 31 van 79
Kasgeldlimiet (gemiddeld per kwartaal) Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Omvang begrotingsjaar 2021
€ 49.697.000
€ 49.697.000
€ 49.697.000
€ 49.697.000
1. Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)
€ 4.075.000
€ 4.075.000
€ 4.075.000
€ 4.075.000
€0
€ 667.000
€0
0
€ 667.000
-
-
-
-
-
-
€ 799.000
€ 1.332.000
€ 2.995.000
€ 4.065.000
€ 2.000
€ 3.000
€ 4.000
€ 3000
€ 797.000
€ 1.326.000
€ 2.991.000
€ 4.062.000
-
-
-
-
4. Totaal netto vlottende schuld (2 minus 3)
€ -799.000
€ -662.000
€ -2.995.000
€-4.065.000
Ruimte (+) Overschrijding (-) (1 minus 4)
€ 4.874.000
€ 4.737.000
€ 7.070.00
€ 8.140.000
2. Omvang vlottende schuld - opgenomen gelden < 1 jaar - schuld in rekening-courant - gestorte gelden door derden 3. Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden in rekening courant - overige uitstaande gelden (niet vast)
Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De samenstelling van de leningenportefeuille is zodanig dat ook in de toekomst bij herfinanciering de renterisiconorm niet wordt overschreden. Renterisico norm Begrotingstotaal Voorgeschreven percentage Risico norm Rente herzieningen Aflossingen Rente risico Renterisico norm Rente risico Ruimte onder de renterisico norm
2021 49.697 20% 9.939 443 443 9.939 443 9.496
5.4 Bedrijfsvoering Binnen de sectoren Directie en Bedrijfsvoering worden alle ondersteunende taken verricht ten aanzien van financiën, personeelszaken, facilitaire zaken, inkoop, informatiemanagement en communicatie. Grip op financiën VRG heeft een grote stap gemaakt in budgetgestuurd werken. Zo vindt budgettoekenning plaats op basis van jaarplannen en werkbegroting, zijn budgetverantwoordelijken in de juiste positie gezet en vinden periodiek voortgangsgesprekken plaats over de resultaten. Met de invoering van
Pagina 32 van 79
budgetgestuurd werken geeft VRG uitvoering aan de ‘Regeling Budgetbeheer’, zoals vastgesteld in de vergadering op 24 mei 2019 van het Dagelijks Bestuur van VRG. Informatiegestuurd werken Door informatiegestuurd te werken willen we meer aan de voorkant gaan sturen op interne en externe (landelijke) ontwikkelingen. Helaas is op dit vlak minder voortgang geboekt dan gewenst, vanwege de coronacrisis en wat dit gevraagd heeft van de ambtelijke organisatie. Informatieveiligheid, privacy (BIO) en cybercrime Eind 2021 werden we als veiligheidsregio geconfronteerd met een cyberdreiging als gevolg van een veiligheidslek in JAVA (Log4shell). Hierbij werd nogmaals duidelijk hoe belangrijk het is om structureel te werken aan informatieveiligheid en privacy. Dit gaat niet alleen over de systemen en verbindingen maar het is ook van belang het informatieveiligheids- en privacybewustzijn te vergroten bij de medewerkers van VRG. Daarnaast is en wordt gewerkt aan het veiliger maken van de vernieuwde ICTomgeving, om de kans op een (geslaagde) cyberaanval te verkleinen. In het begin van 2021 heeft VRG zich aangesloten bij de VR-ISAC.
De VR-ISAC (Information Sharing and Analysis Centre) is een frequent geformaliseerd overleg over cybersecurity en is bedoeld om een vertrouwde omgeving te creëren waarbinnen de veiligheidsregio’s gevoelige en vertrouwelijke informatie over incidenten, dreigingen, kwetsbaarheden, maatregelen, best practices en leerpunten delen. Vervolgens heeft VRG zich, net als alle andere veiligheidsregio's, gecommitteerd aan het Versnellingsprogramma Informatieveiligheid van het IFV. Dit houdt in dat VRG begin 2023 moet voldoen aan een groot deel van de maatregelen in de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). Om te kijken wat er precies moet gebeuren is een GAP-analyse (nulmeting) uitgevoerd. Op basis hiervan is gekeken wat er zowel financieel nodig is, voor o.a. hard- en software, maar ook wat betreft personele middelen. De structurele consequenties voor het aanstellen van een CISO functionaris en de toename van werkzaamheden voor de Functionaris Gegevensbescherming zijn meegenomen in de begroting 2023.
Ook zijn naar aanleiding van de GAP-analyse al direct een aantal zaken opgepakt, zoals het verbeteren van de beveiliging van e-mail, een extra back-up voorziening voor onze essentiële gegevens, stoppen met automatisch doorsturen van e-mail, het verspreiden van een flyer over privacy en informatieveiligheid binnen de hele organisatie, het aangaan van een 3 jaar durende samenwerking met studenten van de Hanzehogeschool die projecten binnen VRG oppakken om het digitale bewustzijn te verhogen en nog tal van andere technische aanpassingen binnen ons netwerk om de veiligheid verder te vergroten. Verder is gewerkt aan het aanleggen van nieuwe verbindingen op alle locaties van VRG. Hierdoor hebben we sneller internet en verbeterde wifi op de locaties en is VRG beter voorbereid op cyberdreigingen, inclusief de daarbij behorende monitoring op de verschillende systemen om zo tijdig te kunnen acteren bij (cyber)aanvallen van buitenaf. Vastgoedbeleid Eind 2020 is besloten de nieuwbouwplannen van VRG “on hold” te zetten gezien de ontwikkelingen bij Brandweerzorg (Visie Brandweerzorg 2030 en Organisatieplan Brandweerzorg 2022-2025) en het besef dat er behoefte is aan meerjarig strategisch vastgoedbeleid. Tegelijkertijd is - vanuit het besef dat er wel het nodige onderhoud moet plaatsvinden - in december 2020 besloten een doorstart te
Pagina 33 van 79
maken met de (ver)bouwplannen voor de kazernes in Baflo, Bellingwolde en Haren. In 2021 is hier invulling aan gegeven. Het dossier van de bouw van de brandweerkazerne in Uithuizen is in 2021 afgerond en het pand is overgedragen aan gebouwenbeheer VRG. De verbouw van de kazerne in Bellingwolde is in uitvoering en zal naar verwachting in maart 2022 afgerond worden. Door de aanbesteding van de bouw van een nieuwe kazerne in Haren is een zeer belangrijke stap gezet. Met de start van de bouw in 2022 en realisatie/oplevering medio oktober 2022 wordt de discussie van twee decennia rond de realisatie van een nieuwe kazerne in Haren afgerond. Na het “on hold” zetten van de ontwikkeling van het bouwplan voor de kazerne in Baflo is daarmee in 2021 een doorstart gemaakt. Er zijn vele opties om te komen tot een andere locatiekeuze en de ontwikkeling van een flexibel bouwplan is onderzocht en besproken. Variërend van nieuwbouw tot een door een private partij te ontwikkelen en te verhuren pand. Besloten is de oriëntatie op een nieuwe kazerne in Baflo stop te zetten in afwachting van de uitkomst van de visie Brandweerzorg 2030 en het bijbehorende Organisatieplan Brandweerzorg 2022-2025. De vloer van de kazerne in Harkstede was technisch toe aan vervanging en de deuropening bleek niet hoog genoeg te zijn voor de nieuwe tankautospuit.
Beide werkzaamheden zijn gecombineerd door een nieuwe verlaagde vloer aan te brengen en de bestaande deur te vervangen door nieuwe baanderdeuren. Na een schilderbeurt ziet de stallingsruimte er weer netjes uit. In 2020 zijn de voorbereidingen getroffen voor het realiseren van een eigen huiskamer voor de ploeg van Zuidbroek. In het eerste kwartaal van 2021 zijn de werkzaamheden uitgevoerd. In 2021 is gestart met de eerste aanzetten om te komen tot een strategisch vastgoedbeleid dat verder vorm zal krijgen in 2022, aansluitend bij de ontwikkelingen rondom de Visie Brandweerzorg 2030 en het Organisatieplan Brandweerzorg 2022-2025. Dit moet uiteindelijk leiden tot een door het algemeen bestuur vast te stellen beleid en toekomstbestendige huisvesting voor de brandweerposten, brandweerpost stedelijk gebied en de dagdienstfuncties. Ook moet dit leiden tot een professionalisering van het vastgoedmanagement, vastgelegd in een meerjarig strategisch vastgoedbeleidsplan met heldere kaders en te hanteren normen en uitgangspunten voor de brandweerposten in de regio, het logistiek en oefencentrum en de huisvesting van de kantoorfuncties, inclusief zicht op de benodigde investeringen voor de komende 20 jaar.
Tweede loopbaanbeleid Landelijk is het tweede loopbaanbeleid ontwikkeld met als doel om medewerkers maximaal twintig jaar in een bezwarende functie actief te laten zijn en daarna intern of extern een tweede loopbaan te laten starten. De landelijke ontwikkelingen met betrekking tot het tweede loopbaanbeleid zijn gevolgd. Binnen VRG zijn stappen gezet om te komen tot een herijkt tweede loopbaanbeleid, als onderdeel van breder VRG-beleid. Dit beleid moet de kaders bieden voor afspraken tussen werkgever en werknemer voor toepassing van de landelijke rechtspositie. Inmiddels zijn ook de extra kosten in beeld gebracht op basis van 3 scenario's (best case, real case en worst case). Het gaat onder andere om kosten voor opleiding- en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten. Voorgesteld wordt de incidentele vrijval opleidingskosten (€ 0,4 mln.) te storten in een nieuw te vormen bestemmingsreserve loopbaanbeleid. Daarbij wordt uitgegaan van een real case scenario. De resterende kosten worden gedekt binnen de reguliere begroting.
Pagina 34 van 79
Veerkracht Om de organisatiedoelen te bereiken is het van belang dat het personeel zo veerkrachtig en vitaal mogelijk is. Dit geldt in algemene zin, maar kreeg tijdens de coronapandemie een extra lading. In 2021 zijn diverse interventies gepleegd om de veerkracht en vitaliteit te versterken, zowel op individueel als op groepsniveau. Daarnaast is door een extern bureau een inventarisatie uitgevoerd naar de veerkracht van VRG-medewerkers. De resultaten daarvan worden begin 2022 besproken in de organisatie. Opleiding en ontwikkeling (VRG Academie) VRG is doorlopend bezig te investeren in haar personeel. Een voorbeeld hiervan is de introductie van de VRG Academie door middel van een pilot. Via dit digitale platform kunnen medewerkers plaats- en tijdsonafhankelijk werken aan hun persoonlijke en vakmatige ontwikkeling. Daarnaast biedt het platform de mogelijkheid om eigen VRG-content toe te voegen. Het goede gesprek In 2020 en 2021 is een nieuwe, moderne werkwijze ingevoerd voor de werkbegeleidingscyclus. Dit betreft de manier waarop leidinggevenden met medewerkers in gesprek zijn over hun loopbaan, ontwikkeling, resultaten, werkgeluk et cetera. Deze werkwijze is eind 2021 tussentijds geëvalueerd. De ervaringen zijn grotendeels positief.
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s In 2021 is de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s’ (WVSV) opgericht, waarvan VRG ook lid is geworden. Dit is een werkgeversvereniging die de taak van de VNG op het terrein van gezamenlijke, landelijke arbeidsvoorwaardenvorming overneemt. De dienstverlening vanuit VNG is per eind 2021 geëindigd, aangezien VNG alleen nog maar werkzaamheden verricht voor gemeenten. Vanuit WVSV is het doel om zo dicht mogelijk aangesloten te blijven op de gemeentelijke CAO, en voor de brandweer en crisisbeheersing waar nodig aanvullende arbeidsvoorwaarden overeen te komen met de vakbonden. Hierbij is het relevant om op te merken dat WVSV (nog) niet te maken heeft met de wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio's nog uitgesteld, daar waar gemeenten in 2020 al zijn overgegaan. Verzekeringen In 2021 zijn de eerste stappen gezet richting het maken van gezamenlijke afspraken om vanaf 2024 een landelijke werkwijze te hanteren op het gebied van verzekeringen. Een concrete uitwerking hiervan is de oprichting van de stichting risicobeheer, die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt.
Om aanspraken die niet verzekerbaar zijn in gezamenlijkheid te financieren wordt gekeken naar de oprichting van een waarborgfonds. De financiële consequenties worden in 2022 inzichtelijk.
5.5 COVID-19 Regeling meerkosten Net als in 2020 zijn Veiligheidsregio’s (VR’s) ook in 2021 geconfronteerd met extra kosten in verband met het bestrijden en beheersen van COVID-19. Deze meerkosten worden vergoed door het Rijk. Afgesproken is dat de verantwoording van deze meerkosten plaatsvindt via de jaarrekening . Op hoofdlijnen gelden de volgende uitgangspunten: •
In de jaarrekening worden de meerkosten op de reguliere wijze toegelicht bij het betreffende programma.
Pagina 35 van 79
• •
• •
In het jaarverslag wordt een COVID-19 paragraaf opgenomen. Hierin wordt alle relevante informatie over COVID-19 beschreven. Voor de verantwoording van de kosten is een verantwoordingsprotocol opgesteld en wordt een landelijk format gehanteerd. Naast de meerkosten worden ook de minderkosten in kaart gebracht als gevolg van COVID-19. We houden daarbij expliciet rekening met het inhalen van achterstanden. Door de coronacrisis zijn achterstanden ontstaan en verschuiven kosten naar 2022. De meer- en minderkosten kunnen dus niet zondermeer worden verrekend. Het Rijk hanteert het uitgangspunt dat Veiligheidsregio’s in redelijkheid zullen declareren en een afweging zullen maken welke kosten extra gemaakt zijn ten opzichte van de reguliere financiering en welke kosten gesaldeerd kunnen worden. De meerkostenregeling kan nooit leiden tot een resultaat. Toepassen van de regeling is budgetneutraal voor de exploitatie van de Veiligheidsregio.
Rol VRG COVID-19 Op 1 december 2020 is de Tijdelijke wet maatregelen (Twm) Covid 19 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Twm is een aantal bevoegdheden weer bij de burgemeesters gelegd (in plaats van de voorzitter van de veiligheidsregio). Op 29 januari 2021 heeft het DB ingestemd met het voorstel de crisisorganisatie (projectorganisatie) hierop aan te passen. De projectorganisatie is grotendeels ingevuld door bestaande medewerkers van gemeenten en VRG. Op een aantal punten was externe inhuur noodzakelijk. De meerkosten zijn toegelicht in de geactualiseerde begroting 2022. Meerkosten VRG De coronacrisis leidt tot meerkosten voor VRG op het gebied van onder andere (crisis)communicatie en de inhuur van extra capaciteit op het gebied van crisisbeheersing. Daarnaast is de inzet van een deel van het eigen personeel gericht geweest op de aanpak van de corona crisis. Dit gaat (deels) ten koste van andere reguliere activiteiten en wordt daarom niet als financiële afwijking zichtbaar in de jaarrekening. Voor de verantwoording van de COVID-19 kosten en de mogelijke declaratie richting het Rijk zijn op basis van het verantwoordingsprotocol de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • •
Binnen VRG worden alle kosten voor COVID-19 afzonderlijk geadministreerd. Dit vormt de basis voor de verantwoording. De inzet van eigen personeel voor de COVID-19 bestrijding is conform de verantwoordingsinstructie buiten beschouwing gelaten. Kosten voor eventuele vervanging zijn wel aangemerkt als meerkosten. Voor de overige COVID-19 kosten is beoordeeld of de kosten passen binnen het verantwoordingsprotocol en of de kosten opgevangen kunnen worden binnen bestaande budgetten.
Dit leidt tot een bedrag van afgerond €470 duizend aan meerkosten. In de geactualiseerde begroting 2022 is rekening gehouden met een bedrag van afgerond €570 duizend euro. De werkelijke meerkosten hebben betrekking op: •
Coronadialoog (€95 duizend) o Met NDC Media is een tweewekelijks Corona Dialoog ontwikkeld voor het delen en verbinden van standpunten van betrokken in Groningen. De kosten zijn meegenomen in de geactualiseerde begroting 2022.
Pagina 36 van 79
•
(Crisis)communicatie (€95 duizend) o VRG is verantwoordelijk voor de crisiscommunicatie. Hiervoor was extra inhuur noodzakelijk en zijn diverse campagnes opgestart. De kosten zijn meegenomen in de geactualiseerde begroting 2022.
•
Inhuur procesleider gemeente (€70 duizend) o Voor afstemming en coördinatie met en tussen de gemeenten is een procesleider gemeenten ingehuurd. De kosten vallen lager uit ten opzichte van de geactualiseerde begroting 2022, omdat de procesleider voor een half jaar is ingehuurd.
•
Inhuur beleidscapaciteit crisisbeheersing (€95 duizend) o Er is extra capaciteit ingehuurd voor crisisbeheersing. De kosten vallen lager uit ten opzichte van de geactualiseerde begroting 2022.
•
Overig (€115 duizend) o Er zijn extra kosten gemaakt voor de GHOR (o.a. opvangbedden).
Minderkosten VRG Naast meerkosten heeft VRG ook incidenteel minderkosten als gevolg van de coronacrisis. Zo vallen opleidingskosten en vrijwilligersvergoedingen lager uit, zijn diverse aanbestedingen en projecten doorgeschoven en zijn er minder kosten voor inhuur en externe consultancy. Echter heeft VRG, net als in 2020, veel inzet gepleegd met eigen personeel en is de externe inhuur als gevolg van de coronakosten beperkt gebleven. Deze inzet is ten koste gegaan van andere reguliere activiteiten. Daar komt bij dat de financiële positie van zowel VRG als de gemeenten kwetsbaar is. De kosten voor de inzet van eigen personeel zijn afzonderlijk bijgehouden en bedragen in totaal € 228 duizend. mln. Gelet op vorenstaande is gekozen om de meerkosten niet volledig te verrekenen met de minderkosten, maar de minderkosten te corrigeren met de eigen inzet van personeel. Op deze manier wordt circa de helft van de meerkosten gedeclareerd bij het Rijk, zijnde een bedrag van € 228 duizend. Conclusie Voorgesteld wordt een declaratie van € 228 duizend in te dienen bij het Rijk voor meerkosten corona.
Format verantwoording De kosten zijn in de tabel op de volgende pagina gespecificeerd op basis van het landelijke format.
Pagina 37 van 79
Kostensoort Coronahotels/centra Inkoop en distributie PBM
Opgave kosten €0 €0
Overige specifieke meerkosten Overige Meerkosten Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing & rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten
€ 207.060
Subtotaal Minder inkomsten (verrekend met minder uitgaven) Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing & rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten
€ 261.693
Subtotaal
-€ 240.744
Totale voorlopige uitgaven 2021
€ 228.009
92.045 101.888 67.760
-240.744
5.6 Verbonden partijen Stichting beheer Openbare Voorzieningen Meldkamer Noord-Nederland (MkNN) Sinds 2015 heeft VRG via de ‘samenwerkingsovereenkomst MkNN’ een belang in de stichting MkNN, gevestigd te Drachten. De Stichting MkNN heeft als doel: het verwerven, beheren en verhuren van een registergoed ten behoeve van de MkNN, en is hiermee in 2011 gestart. De stichting MkNN is een onderneming zonder winststreven en keert het overgebleven resultaat uit aan de deelnemende partijen. Het eigen vermogen einde boekjaar 2021 en het resultaat over het boekjaar 2021 zijn derhalve nihil. De kosten gemoeid met de MkNN bedragen in 2021 € 0,7 miljoen. De stichting is in 2021 geliquideerd en de financiën zijn geheel afgewikkeld. Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON) De bestuurlijke deelname van VRG, samen met VRF en VRD, in de Stichting BON, benadert de definitie van een verbonden partij. Er is volgens de statuten geen sprake van een financieel belang in de stichting BON. De stichting BON is aandeelhouder in de BON BV. De BON B.V. heeft een 100% deelneming in Oefencentrum Noord B.V. ,Brandweeropleidingen Noord B.V. en Brandweer Flexpool Noord B.V.
Pagina 38 van 79
Pagina 39 van 79
6 Balans en overzicht baten en lasten 6.1 Balans Activa (* € 1.000)
31-dec-21
31-dec-20
30.642
28.096
Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa - investeringen met economisch nut
30.642
28.096
Financiële vaste activa Totaal vaste activa
30.642
28.096
Vlottende activa Voorraden Uitzettingen korter dan één jaar - vorderingen op openbare lichamen - uitzettingen in Rijks schatkist - overige vorderingen Liquide middelen - kas - bank Totaal vlottende activa Totaal activa
637
1.140
339
900
-
-
298
240 108
3 105
23 7 16
745
1.163
31.387
29.259
Pagina 40 van 79
Passiva (* € 1.000)
31-dec-21
31-dec-20
Vaste passiva Eigen vermogen - algemene reserve - bestemmingsreserves - gerealiseerd resultaat Voorzieningen - voorzieningen
-3.361 -7.189 2.070 1.758 15.567 15.567
Vaste schulden van langer dan één jaar - binnenlandse banken en overige financiële instellingen
-8.213 -12.523 2.251 2.059 17.309 17.309
12.233 12.233
Totaal vaste passiva
12.675 12.675
24.439
21.771
Vlottende passiva Netto vlottende schulden korter dan één jaar - bank- en girosaldi - overig schulden
5.397 5.397
Overlopende passiva - overige vooruitontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren
6.367 213 6.154
1.551 1.551
1.121 1.121
Totaal vlottende passiva
6.948
7.488
Totaal passiva
31.387
29.259
Pagina 41 van 79
6.2 Overzicht van baten en lasten
Veiligheidsregio Groningen Brandweerzorg Crisisbeheersing GKG GHOR Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten
Primitieve begroting 2021 Actuele begroting 2021 Realisatie 2021 (x € 1.000) (x € 1.000) (x € 1.000) Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 39.878 32.579 7.299 43.599 32.215 11.384 43.330 34.856 8.474 659 1.106 -447 659 1.403 - 744 887 1.175 -288 1.208 1.208 - 1.208 1.323 -115 1.208 961 247 457 1.722 -1.265 457 1.727 -1.270 457 1.782 -1.325 7.495 7.495 8.059 8.059 8.031 8.031 - 13.082 -13.082 - 14.445 -14.445 269 10.556 -10.287 49.697 49.697 - 53.982 51.113 2.869 54.182 49.330 4.852
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma (x € 1.000) - 2.869 Brandweerzorg Crisisbeheersing GKG GHOR Resultaat
49.697
49.697
- 53.982 53.982
-2.869 -
-
3.094 -
-3.094 -
- 54.182 52.424
1.758
Pagina 42 van 79
6.3 Waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de BBV-voorschriften. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. De jaarrekening is opgesteld in euro’s en afgerond op duizenden. Continuïteitsveronderstelling Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. Materiële vaste activa De vaste activa van VRG heeft een economisch nut en is gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. De activa wordt lineair afgeschreven vanaf het jaar na ingebruikname waarbij geen rekening wordt gehouden met een restwaarde. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de financiële verordening. Vlottende activa De vlottende activa worden opgenomen tegen de nominale waarde. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene- en bestemmingsreserves en het resultaat voor bestemming van het lopende jaar. De algemene reserve heeft geen bestuurlijk vastgelegde bestemming en dient als buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers of andere niet te kwantificeren risico’s. Aan een bestemmingsreserve is door het Algemeen Bestuur een specifiek doel gekoppeld.
Voorzieningen De definitie van een voorziening is een schatting van voorzienbare lasten waarvan het ontstaan in het verleden ligt. De exacte omvang hiervan is onzeker evenals het tijdstip van optreden. Voorzieningen worden opgenomen tegen de nominale waarde. Met uitzondering van de voorziening FLO, deze voorziening wordt bepaald conform de volgende uitgangspunten: • • • •
De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op de huidige bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR; De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij het opmaken van de jaarrekening bekende cao-loon. De huidige cao loopt tot en met 2022. Na 2022 is rekening gehouden met 2,13% indexatie per jaar. Dit is de gemiddelde stijging over de afgelopen jaren.; Voor het contant maken van de verplichting wordt gebruik gemaakt van een disconteringsvoet van 2,5%; Bij het opnemen van de verplichtingen wordt geen rekening gehouden met de kans op vervallen van rechten door natuurlijk verloop.
Vaste en vlottende passiva Vaste en vlottende passiva worden opgenomen tegen de nominale waarde. Resultaatbepaling De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden opgenomen voor het bedrag waarvoor zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden in het begrotingsjaar worden opgenomen indien zij bekend zijn voor het opstellen van de jaarrekening.
Pagina 43 van 79
Niet in de balans opgenomen verplichtingen Meerjarige financiële verplichtingen worden niet in de balans opgenomen. De lasten die hieruit voortvloeien worden onder de bedrijfslasten verantwoord.
Pagina 44 van 79
7 Toelichtingen 7.1 Toelichting balans
Desinvesteringen 2021
Afschrijvingen 2021
Boekwaarde 31-12-2021
Gronden Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines en installaties Overige materiële vaste activa Totaal
Investeringen 2021
(x € 1.000)
Boekwaarde 31-12-2020
7.1.1 Vaste activa Materiële vaste activa (zie bijlage V ‘Vaste activa’ voor een nadere specificatie).
2.172 8.866 10.035 451 3.887 25.411
27 3.056 748 3.831
-
400 1.611 66 885 2.961
2.171 8.493 11.480 385 3.510 26.040
240 240
Investeringen 2021
Activeringen 2021
Boekwaarde 31-12-2021
Investeringsprojecten in uitvoering
2.685
5.843
3.926
4.602
Totaal
2.685
5.843
3.926
4.602
(x € 1.000)
(x € 1.000)
Boekwaarde 31-12-2021
Boekwaarde 31-12-2020
In 2021 zijn er wijzigingen in het rapportageniveau doorgevoerd, hetgeen resulteert in andere bedragen per activasoort per 31-12-2020.
Materiële vaste activa
26.040
Investeringsprojecten in uitvoering
4.602
Totaal
30.642
Pagina 45 van 79
7.1.2 Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (x € 1.000)
31-12-2021 -
31-12-2020 -
Vorderingen op openbare lichamen
339
900
Overige vorderingen
298
240
Totaal
409
1.140
Rijksschatkist
Rijksschatkist Met de BNG is een overeenkomst schatkistbankieren gesloten, het banksaldo boven de € 373 duizend wordt automatisch door de BNG afgeroomd. Dit is 0,75% van het begrotingstotaal. Per 1 juli 2021 is het drempelbedrag 2% van het begrotingstotaal geworden met een minimum van €1 miljoen. Dit is voor VRG van toepassing. Per kwartaal was dit saldo gemiddeld als volgt: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) Verslagjaar Drempelbedrag
373 Kwartaal 1
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Kwartaal 2
1.000 Kwartaal 3
Kwartaal 4
96
106
125
157
277 -
267 -
875 -
843 -
Gelet op het karakter en de kredietwaardigheid van de debiteuren wordt voor deze vorderingen geen voorziening getroffen. Vorderingen op openbare lichamen Onder de vorderingen op openbare lichamen is de onder andere de declaratie van € 228.000 inzake de landelijke compensatieregeling meerkosten Covid-19 opgenomen. Overige vorderingen De overige vorderingen bestaan uit vooruitbetaalde bedragen/nog te ontvangen bedragen inzake: • Verkoop tankautospuit • Licentiekosten en onderhoudskosten. Liquide middelen (x € 1.000)
31-12-2021
31-12-2020
Bank
105
16
Kas
3
7
Totaal
108
23
Dit betreft de saldi van de bankrekeningen bij de Triodos bank en het kassaldo. Ieder cluster van VRG heeft een eigen kas en bankrekening.
Pagina 46 van 79
2.240 2.240
-10.283 -10.283
3.094 3.094
31-12-2021
Onttrekking
Toevoeging
-12.523 -12.523
1-1-2021
31-12-2020
(x € 1.000) VRG Totaal
Res. Bestemming 2020
7.1.3 Vaste passiva Algemene reserve
-
-7.189 -7.189
De bestemming van het resultaat 2020 is verwerkt conform vastgestelde jaarstukken 2020. Bovenstaand overzicht betreft de opstelling voor resultaat bestemming. In hoofdstuk 2 is het voorstel voor het bestemmen van het resultaat 2021 opgenomen.
2.011 240 2.251
-181 -181
2.011 59 2.070
-
31-12-2021
Onttrekking
Toevoeging
1-1-2021
Res. Bestemming 2020
(x € 1.000) Materieel VRG Ontwikkeling stedelijk gebied Egalisatiereserve kapitaallasten Totaal
31-12-2020
Bestemmingsreserve
-
2.011 59 2.070
Materieel VRG. Deze is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwater systemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. Onderzoek stedelijk gebied. De reserve is bestemd voor de onderzoekskosten herlocatie huisvesting VRG in het stedelijk gebied. Egalisatiereserve kapitaallasten. In 2021 is besloten om de egalisatiereserve kapitaallasten in te stellen. De reserve wordt ingesteld om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. Voorzieningen (x € 1.000)
31-12-2020
Toevoeging
Vrijval
Aanwending
31-12-2021
Voorziening personeel
16.281
784
2.772
14.293
Voorziening materieel
1.028
290
44
1.274
Totaal
17.309
1.042
2.816
15.567
Voorziening personeel • VRG is eigenrisicodrager WW. De WW-uitkering van medewerkers waarvan afscheid wordt genomen, ook na een tijdelijk dienstverband, komen voor eigen rekening. Voor de oudmedewerkers waarbij een verband bestaat tussen de WW-uitkering en de regionalisering is voor de toekomstige verplichting een voorziening getroffen. In 2021 zijn drie medewerkers
Pagina 47 van 79
• •
•
aan deze voorziening toegevoegd, waarbij de verwachting is dat ze volledig gebruik zullen maken van een uitkering. Dit betreft een toevoeging van € 90 duizend. Daarnaast is er in 2021 een nieuwe voorziening gevormd voor boventallig personeel. Er is één medewerker welke in 2022 boventallig zal zijn en hiervoor is een voorziening getroffen (€ 52 duizend). In 2017 is een voorziening gevormd voor de compensatie van het AOW-hiaat van oudmedewerkers. Ze zijn voor hun 65 jarige leeftijd op basis van de FLO-regeling vervroegd met pensioen gegaan. De verhoging van de AOW leeftijd bezorgt hen een financieel nadeel dat zij niet kunnen compenseren door langer door te werken. Er is een toevoeging aan de voorziening gedaan om in de toekomst te kunnen voldoen aan de compensatie (€ 53 duizend). In de jaarrekening 2019 is een voorziening getroffen van € 15,2 mln voor de verplichting van het FLO-overgangsrecht. De toekomstige FLO kosten zijn bij de jaarrekening 2021 opnieuw herrekend door een externe adviseur. Deze herrekening heeft ertoe geleid dat er een aanvulling van € 556 duizend gedaan is in 2021. De aanwending bedroeg in 2021 € 2,4 mln doordat de laatste bruto levensloop tegoeden zijn uitgekeerd.
Voorziening materieel Eind 2017 is voor alle kazernes, met uitzondering van de kazernes in de gemeente Groningen en Haren, een koop- danwel huurovereenkomst getekend. VRG is zelfstandig bevoegd om het onderhoud uit te laten voeren. Op basis van het meerjarenonderhoudsplan is de voorziening gevormd. Dit om de schommelingen die de onderhoudskosten tussen de verschillende jaren zullen gaan vertonen in de exploitatie af te vlakken. Vaste schulden (zie bijlage VI ‘Geldleningen’ voor meer informatie (x € 1.000)
Hoofdsom
31-12-2020
Opgenomen
Afgelost
31-12-2021
BNG 110.778
1.100
974
-
32
942
BNG 110.857
2.000
1.680
-
80
1.600
BNG 110.858
1.200
1.080
-
30
1.050
BNG 110.949
1.200
720
-
120
600
BNG 110.950
1.000
866
-
33
833
BNG 111.111
1.100
880
-
72
808
BNG 111.110
1.000
925
-
25
900
BNG 112.605
2.500
2.500
-
-
2.500
BNG 112.935
750
750
-
-
750
WSB 29896
1.400
1.400
-
-
1.400
WSB 29892
1.000
900
-
50
850
Totaal
14.250
12.675
-
442
12.233
Het merendeel van de leningen zijn afgesloten voor de financiering van kazernes. De totaal betaalde rente in 2021 bedraagt € 155.256.
Pagina 48 van 79
7.1.4 Vlottende passiva Schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (x € 1.000) 31-12-2021 31-12-2020 Overige schulden 5.397 6.154 Vooruitontvangen bedragen 1.551 1.121 Bank- en giro saldi 213 Totaal 6.948 7.488 Overige schulden Nog te betalen bedragen, enkele grote zijn: • Loonheffing december € 1.635 duizend • Pensioenpremie € 357 duizend • Nieuwe CAO-verplichting € 471 duizend • Salarissen december 2021 € 544 duizend • Aanschaf redgereedschap € 1.002 duizend • Piketkosten GKG € 64 duizend • Transitorische rente geldleningen € 46 duizend • Omzetbelasting Q4 2021 € 43 duizend Vooruitontvangen bedragen • Er staat nog een in 2016 ontvangen bedrag aan frictiekosten vanuit een gemeente als vooruitontvangen voor een medewerker die in dienst is getreden bij VRG. Deze ontvangen vergoeding geldt ter compensatie voor de door VRG hoger te betalen salarislasten ten opzichte van het formatieplan. • Van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is een bijdrage vooruit ontvangen ter compensatie van het uitwerkingskader van de Meldkamer. Vanuit de samenwerking met Veiligheidsregio Drenthe en Veiligheidsregio Fryslân wordt voor de uitwerking van het akkoord verwacht kosten te maken. • Vooruit ontvangen NCG gelden voor het aardbevingsdossier voor te maken kosten in 2021.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen De niet in de balans opgenomen verplichtingen hebben betrekking op:
•
Meldkamer Noord Nederland (MKNN). De kosten van het brandweeraandeel in het meldkamerpersoneel worden gedragen door de drie noordelijke Veiligheidsregio’s. Op grond van het convenant worden de gezamenlijke personeelskosten op basis van inwoneraantal verrekend, dit betekent een aandeel van ongeveer 34% voor VRG. Deze kosten worden verantwoord onder programma brandweerzorg. Veiligheidsregio Drenthe is formeel werkgever van dit personeel en zij belast de kosten door aan VRG en VR Fryslan.
•
In de raamovereenkomst (aangegaan in 2015) betreffende de levering van tankautospuiten is vastgelegd dat er mogelijk vijftien tankautospuiten worden geleverd met een aanvullende optie voor circa zes tankautospuiten. In 2020 is afgesproken dat twee extra tankautospuiten zullen worden besteld bovenop hetgeen wat is afgesproken in de overeenkomst. In totaal worden 23 tankautospuiten geleverd, waarvan de laatste drie in 2022. De daadwerkelijk in productie genomen tankautospuiten zijn opgenomen in de onderhanden investeringen op de balans.
Pagina 49 van 79
De huurverplichtingen met betrekking tot gebouwen en MCU’s zijn als volgt: Verplichting (x € 1.000) Huurverplichtingen gebouwen
< 1 jaar
1 – 5 jaar
1.245
Huurverplichtingen MCU’s
1
Totale huurverplichtingen
1.246
> 5 jaar 1.167
281
1.167
281
Pagina 50 van 79
7.2 Toelichting baten en lasten
Veiligheidsregio Groningen Brandweerzorg Crisisbeheersing GKG GHOR Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten
Primitieve begroting 2021 Actuele begroting 2021 Realisatie 2021 (x € 1.000) (x € 1.000) (x € 1.000) Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 39.878 32.579 7.299 43.599 32.215 11.384 43.330 34.856 8.474 659 1.106 -447 659 1.403 - 744 887 1.175 -288 1.208 1.208 - 1.208 1.323 -115 1.208 961 247 457 1.722 -1.265 457 1.727 -1.270 457 1.782 -1.325 7.495 7.495 8.059 8.059 8.031 8.031 - 13.082 -13.082 - 14.445 -14.445 269 10.556 -10.287 49.697 49.697 - 53.982 51.113 2.869 54.182 49.330 4.852
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma (x € 1.000) - 2.869 Brandweerzorg Crisisbeheersing GKG GHOR Resultaat
49.697
49.697
- 53.982 53.982
-2.869 -
-
3.094 -
-3.094 -
- 54.182 52.424
1.758
Het resultaat van VRG bedraagt € 1.758 mln. positief. In de volgende paragrafen zijn de baten en lasten per programma opgenomen. Tevens wordt in de toelichting op het resultaat aangegeven of deze een structureel of incidenteel karakter heeft. Overhead Voor de bepaling van de overhead is Notitie Overhead (juli 2016) geschreven door Commissie BBV gehanteerd. Dit wordt verder toegelicht in bijlage Taakvelden. Heffing VPB Als gevolg van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen is VRG met ingang van 1 januari 2016 belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Op basis van eerder uitgevoerde inventarisaties is gebleken dan VRG geen ondernemingsactiviteiten heeft. Dit heeft tot gevolg dat VRG, naar het nu lijkt, evenals in voorgaande jaren geen opgave hoeft te doen. Financiële toelichtingen bij de programma’s. Hieronder zijn de financiële toelichtingen per programma (inclusief algemene dekkingsmiddelen en overhead) opgenomen, waarbij per programma een toelichting op de afwijking in de baten en lasten (personeel en materieel) van groter dan € 25 duizend is gegeven.
Pagina 51 van 79
7.2.1
Brandweerzorg
Brandweerzorg (x € 1.000) Gemeentelijke bijdrage FLO Bijdrage gemeenten Rijksbijdrage BDuR Overige baten Totaal baten Personele lasten Materiële lasten Totaal lasten Resultaat voor reserve mutaties Reserve mutaties Resultaat na reserve mutaties
Realisatie 2020 38.965 3.650 5.159 889 48.663 31.806 14.729 46.535
Primitieve begroting 2021 39.878 5.212 510 45.600 30.709 14.891 45.600
Actuele begroting 2021 39.949 3.650 5.212 718 49.529 31.867 14.793 46.660
Realisatie 2021 39.949 3.650 5.261 917 49.777 31.245 14.167 45.412
-
2.869 -2.869 -
4.365 -3.094 1.271
2.128 2.128
Verschil 49 199 248 -622 -626 -1.248 1.496 -225 1.271
Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Omschrijving Rijksbijdrage BDuR Overige baten Totaal
Voordeel/nadeel Voordeel Voordeel Voordeel
Karakter Incidenteel Incidenteel
Bedrag (x € 1.000) 49 199 248
Rijksbijdrage BDuR (voordeel € 49 duizend) Het voordeel heeft betrekking op de toegekende loon- en prijscompensatie over het jaar 2021. Overige baten (voordeel € 199 duizend) Het voordeel heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van afgeschreven activa en hogere detacheringsinkomsten. Het voordeel op de verkoop van afgeschreven activa wordt conform besluitvorming middels resultaatbestemming toegevoegd aan de egalisatiereserve kapitaallasten. Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving Salariskosten Vrijwilligersvergoedingen Opleidingskosten Flexibele schil Mutatie personele voorzieningen Overige personele lasten Totaal
Voordeel/ nadeel
Karakter
Bedrag (x € 1.000)
Nadeel Voordeel Voordeel Voordeel Nadeel Voordeel Voordeel
Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel
-313 385 288 234 -42 70 622
Pagina 52 van 79
Salariskosten/vrijwilligersvergoedingen (per saldo voordeel € 72 duizend) De vrijwilligersvergoedingen worden inclusief werkgeverslasten geraamd (voordeel), echter de werkelijke werkgeverslasten (inzake de vrijwilligers) worden geboekt op de salariskosten (nadeel). Het dan nog resterende voordeel heeft voornamelijk betrekking op minder bijeenkomsten voor vrijwilligers als gevolg van de corona maatregelen. Opleidingskosten (voordeel 288 duizend) De opleidingskosten vallen € 288K lager uit. Een bedrag van € 144K heeft betrekking op niet repressieve opleidingen. Net als in 2020 zijn er door de coronamaatregelen minder trainingen en opleidingen verzorgt en gevolgd. Het resterende voordeel (€ 144K) betreft vakbekwaamheid en heeft betrekking op een aantal onderdelen. Zo is het aantal op te leiden manschappen en bevelvoerders lager en zijn door de coronamaatregelen diverse activiteiten niet doorgegaan. Daartegenover zijn extra kosten gemaakt inzake de zogenaamde scenariotrainingen voor commandovoering, het bijscholen van kerninstructeurs voor de schuimblusvoertuigen. Flexibele schil (voordeel € 234 duizend) In het januari 2021 is het besluit genomen om de crisisorganisatie aan te passen. Op grond daarvan is de crisisorganisatie is omgezet naar een projectorganisatie. Daarbij is tevens besloten om een beroep te doen op externe inhuur ten behoeve van de projectorganisatie.
In 2021 is minder beroep gedaan op externe inhuur, hetgeen leidt tot een voordeel. Mutatie personele voorzieningen (nadeel € 42 duizend) Actualisatie van de voorzieningen leidt tot een hogere dotatie aan de personele voorzieningen. Overige personele lasten (voordeel € 70 duizend) In verband met Corona zijn er minder kosten gemaakt inzake Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO). Daarnaast is er een schade-uitkering vrijgevallen. Het dan nog resterende voordeel heeft betrekking op een aantal kleinere over- en onderschrijdingen die niet nader toegelicht worden. Materiële lasten Specificatie verschil materiële lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving Kapitaallasten Kosten informatisering/automatisering Huisvestingskosten Persoonlijke uitrusting Overige materiële lasten Totaal
Voordeel/ nadeel
Karakter
Voordeel Voordeel Voordeel Voordeel Nadeel Voordeel
Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel
Bedrag (x € 1.000) 221 253 100 162 -110 626
Kapitaallasten (voordeel € 221 duizend) Het voordeel van € 221 duizend wordt in hoofdlijnen veroorzaakt door investeringen waarvan de aanbesteding nog niet of later is gestart ten gevolge van de coronacrisis. Dit voordeel wordt conform besluitvorming middels resultaatbestemming toegevoegd aan de egalisatiereserve kapitaallasten.
Pagina 53 van 79
Kosten informatisering/automatisering (voordeel € 253 duizend) Voor 2021 zijn er tal van projecten gepland en begroot die door diverse omstandigheden zijn uitgesteld. Naast corona zijn een aantal visies nog niet afgerond waardoor de start van projecten vertraagd is. Huisvestingskosten (voordeel € 100 duizend) Een deel van de geplande werkzaamheden op basis van het onderhoudsplan zijn niet doorgegaan door gebrek aan vakmensen en materialen. Deze uitgestelde werkzaamheden zullen naar verluidt opgepakt worden in 2022. Persoonlijke uitrusting (voordeel € 162 duizend) In verband met de lopende landelijke aanbesteding voor kleding wordt alleen het hoognodige vervangen. Door het thuiswerken van de medewerkers wordt de kleding weinig gedragen en treedt minder slijtage op. Tevens worden door het zelf wassen van kleding minder kosten gemaakt voor het laten reinigen van de pakken. Overige materiële lasten (nadeel € 110 duizend) Het nadeel heeft voornamelijk betrekking op de onder overige materiele lasten opgenomen taakstelling. Echter, deze taakstelling is onder de andere posten gerealiseerd waardoor per saldo dit budgettair neutraal is. Reserve mutaties Omschrijving
Voordeel/ nadeel
Reserve mutaties Totaal
Nadeel Nadeel
Karakter Incidenteel
Bedrag (x € 1.000) -225 -225
De reservemutaties zijn verwerkt conform genomen bestuursbesluiten. Het nadeel heeft voornamelijk betrekking op een lagere onttrekking uit de algemene reserve ter dekking van een lagere FLO-kosten.
Pagina 54 van 79
7.2.2
Crisisbeheersing
Crisisbeheersing (x € 1.000) Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage BDuR Overige baten Totaal baten Personele lasten Materiële lasten Totaal lasten Resultaat voor reserve mutaties Reserve mutaties Resultaat na reserve mutaties
Realisatie 2020 645 500 12 1.157 964 279 1.243
Primitieve begroting 2021 659 504 1.163 806 357 1.163
Actuele begroting 2021 659 504 240 1.403 1.046 357 1.403
Realisatie 2021 659 508 293 1.460 977 198 1.175
-86 -86
-
-
285 285
Verschil 4 53 57 -69 -159 -228 285 285
Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Omschrijving Rijksbijdrage BDuR Overige baten Totaal
Voordeel/nadeel Voordeel Voordeel Nadeel
Karakter Incidenteel Incidenteel
Bedrag (x € 1.000) 4 53 57
Overige baten (voordeel € 53 duizend) Het voordeel heeft voornamelijk betrekking op een incidenteel vrijgevallen bedrag vanuit project aardbevingen, het bedrag wordt toegevoegd aan de reserve kapitaallasten bij resultaatbestemming (€ 65 duizend). Daarnaast is er een nadeel van € 12 duizend inzake de declaratie voor COVID-19, die wordt ingediend (totale declaratie bedraagt € 228 duizend), waarop begrotingsbasis rekening is mee gehouden voor een bedrag van € 240 duizend. Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving Salariskosten Flexibele schil Overige personele lasten Totaal
Voordeel/ nadeel Voordeel Voordeel Nadeel Voordeel
Karakter Incidenteel Incidenteel Incidenteel
Bedrag (x € 1.000) 52 143 -126 69
Salariskosten (voordeel € 52 duizend) Het voordeel heeft betrekking op het vrijvallen van een opgenomen balanspost inzake de uitbetaling van een vergoeding op grond van een vaststellingsovereenkomst. Flexibele schil (voordeel € 143 duizend) De kosten inzake flexibele schil worden voornamelijk centraal bij programma Brandweer begroot. Voor verdere toelichting zie programma Brandweer.