04. Ruimtelijke onderbouwing Geerlandweg 3
Tekst van het document
Toetsing beoogde locatie In de rest van deze paragraaf wordt gemotiveerd waarom de locatie aan de Geerlandweg in Siddeburen het meest geschikt is voor de voorgenomen paardenstal en indoorrijhal. Allereerst is het niet mogelijk om een bedrijf met activiteiten die passen bij een gebruiksgerichte paardenhouderij te realiseren binnen het dorp Siddeburen of een ander dorp. Er zijn geen open plekken binnen het dorp die dit toestaan en zoveel ruimte bieden. Daarnaast zal een dergelijk bedrijf in een dorp zorgen voor milieu overlast en verkeersbelemmeringen. Bedrijfsverplaatsing is daarnaast vanuit financieel-economisch oogpunt niet mogelijk. Daarbij betreft bedrijfsverplaatsing een kapitaalvernietiging. Het bedrijf heeft vanaf de vestiging op deze locatie veelvuldig geïnvesteerd om het bedrijf stukje bij beetje te laten groeien tot de omvang die het nu heeft. Daarom is de huidige locatie de meest geschikte locatie voor de gewenste ontwikkeling. Conclusie Het voornemen is niet in strijd met de ladder voor duurzame verstedelijking. Er wordt voldaan aan de instructie regels.
7.3
Welstand
Algemeen Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen. Hierbij kan gedacht worden aan de vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 22.7), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29). Heeft de gemeente geen welstandsnota en ook geen beleidsregels voor de
32/136
beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken? Dan gelden de regels in de bruidsschat niet. De regel geldt ook niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen. Beoordeling van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Artikel 22.29 lid 1 onder b bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets. Repressief welstand De excessenregeling ziet erop toe dat gemeenten een eigenaar kan verplichten om aanpassingen aan het bouwwerk te verrichten waarmee de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand wordt opgeheven. Onder de Ow gebeurt dit middels een maatwerkvoorschrift (art. 22.4 BS). De excessenregeling is (met name) van toepassing op bestaande situaties en is minder relevant voor het beoordelen van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Toetsing Het plangebied valt onder het welstandsgebied 'welstandsluw buitengebied' van de Welstandsnota van de gemeente Midden- Groningen (2022).
In dit welstandsgebied is sprake van een beperkte welstandstoets gericht op het voorkomen van wantoestanden voor de omgeving waar het bouwwerk staat. In het welstandsluwe buitengebied voldoet een bouwwerk aan redelijke eisen van welstand als: Een bouwwerk geen onevenredige inbreuk vormt op wat in de omgeving gebruikelijk is. In een omgeving/landschap waar de hoofdgebouwen in een voorgevellijn zijn geplaats nieuwe bebouwing in of achter deze voorgevellijn geplaatst wordt; Een gebouw zich aan de voorzijde niet visueel of fysiek van de omgeving afsluit, maar zich oriënteert op de omgeving; Het materiaal- en kleurgebruik duurzaam is, in die zin dat het niet snel in verval raakt en er daardoor verloederd en armoedig uit gaat zien. Er geen felle met de omgeving contrasterende kleuren toegepast worden. Voor het juridisch- planologisch mogelijk maken van de bestaande activiteiten aan de Geerlandweg 3-5 in Siddeburen en de realisatie van de paardenstal en de indoor rijhal hoeft de welstandscriteria niet te worden aangepast. De Welstandscomissie heeft de plannen beoordeeld en de adviezen zijn verwerkt in de huidige tekeningen. Bij de aanvraag van de uiteindelijke bouwvergunning zullen de bouwwerken passen binnen de Welstandsnota van de gemeente Midden-Groningen. Conclusie Er zal worden voldaan aan de welstandseisen van de gemeente, hierdoor wordt er voldaan aan de Bruidsschat.
33/136
7.4
Mobiliteit en parkeren
Algemeen Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. Bij het toelaten van nieuwe activiteiten moet aangetoond worden wat het effect is op de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en of er aan de parkeerbehoefte kan worden voorzien. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte berekend op basis van kencijfers uit de meest actuele CROW publicatie 381 (2024). Voor het juiste kencijfer wordt een ligging in de 'buitengebied' gehanteerd, de gemeente Midden- Groningen wordt op basis van adressendichtheid getypeerd als weinig stedelijk gebied. Toetsing verkeer Verkeersstructuur De huidige verkeersstructuur wordt voor de voorgenomen ontwikkeling niet gewijzigd. Het plangebied is te bereiken via de Geerlandweg. Er zijn twee inritten aanwezig om zowel de woning aan de Geerlandweg 5 als de schuur aan de Geerlandweg 3 te bereiken. Verkeersgeneratie Het plan omvat de realisatie van een stal met 23 paardenboxen en een indoor rijhal van gezamenlijk 1.710 m².
Daarnaast worden de bestaande activiteiten van de gebruiksgerichte paardenhouderij inclusief de nevenactiviteiten coaching, managementtraining en dagbesteding en de ondergeschikte logiesfunctie geregeld in de wijziging van het Omgevingsplan Midden- Groningen. Er zijn 36 paarden aanwezig in het plangebied. Voor de voorgenomen ontwikkeling worden de bestaande schuur aan de Geerlandweg 3 (428 m²) gesloopt. Per saldo is daarom sprake van een toevoeging van 1.282 m² aan bebouwing. Toekomstige situatie Voor de bedrijfswoning wordt aangesloten bij het functietype 'Koop, huis, vrijstaand'. Hiervoor geldt een CROW-kencijfer van 8,2 mvt/etmaal op een weekdag. Voor de logiesfunctie wordt uitgegaan van een vier sterren hotel waarvoor een CROW-kencijfer van 2,6 mvt/etmaal op een weekdag van toepassing is. Voor de verkeersgeneratie van de rijhal en de paardenstal wordt uitgegaan van 92 mvt/etmaal op basis van de te verwachten activiteiten, zie hiervoor onderstaande tabel. Daarnaast zorgen de werknemers voor een extra 6 mvt/etmaal. Voor bezoekers voor trainingen, coaching en dagbesteding wordt een maximale groepsgrootte van 10 personen per dag aangehouden. Dit betekent een extra 20 mvt/etmaal aan verkeersbewegingen. In totaal betekent dit een verkeergeneratie van 128,8 mvt/etmaal.
De verkeerstoename is via aangesloten wegen af te wikkelen in het heersende verkeersbeeld en zorgt niet voor knelpunten in de verkeersstructuur. Functiegroep Sport
Functietype Programma Manage 23 boxen (paardenhouderij) Tabel 1: verkeersgeneratie Geerlandweg Siddeburen
34/136
Kencijfer CROW 0,4
Verkeersgeneratie 92,0 mvt/etmaal
Zodra verkeersintensiteiten te hoog worden, komt de oversteekbaarheid en daarmee de verkeersveiligheid onder druk te staan. Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie tijdens het maatgevende uur van belang. Als vuistregel geldt dat de verkeersomvang tijdens het maatgegevende uur circa 10% van de etmaalwaarde bedraagt. In dit geval gaat het in het drukste uur om een toename van (128,8 *10%) om 13 voertuigen. Deze toename van verkeer kan zonder problemen worden afgewikkeld op de omliggende kruispunten en wegen en zal niet leiden tot een verslechtering van de verkeersafwikkeling, Toetsing parkeren Voor de woning aan de Geerlandweg 5 die gaat fungeren als bedrijfswoning geldt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen. Voor de nevenactiviteiten van de gebruiksgerichte paardenhouderij (coaching, managementtraining en dagbesteding) is er een parkeerbehoefte van 10 parkeerplaatsen voor een groepsgrootte van 10 personen. Voor de logiesfunctie zijn geen kencijfers bekend, daarom is er uitgegaan van een soortgelijke functie, namelijk een vier sterren hotel. Voor deze functie geldt een parkeerbehoefte van 0,9 per kamer. De logiesfunctie faciliteert één huishouden wat gelijk staat aan één hotelkamer. In de paardenstal worden 23 boxen mogelijk gemaakt.
Per box geldt ingeval van een gebruiksgerichte paardenhouderij een parkeernorm van 0,5 (volgens Beleidsnotitie paardenhouderij gemeente Midden-Groningen). Er is daarmee sprake van een parkeerbehoefte van 11,5 parkeerplaatsen. Ook dient er rekening te worden gehouden met een extra 3 parkeerplaatsen voor de werknemers. De totale parkeerbehoefte die ontstaat door de ontwikkeling bedraagt (2 + 10 + 0,9 + 11,5 +3) afgerond 27 parkeerplaatsen. Het erf heeft voldoende ruimte om het parkeren op te lossen op eigen terrein. Ook het parkeren van auto's met paardentrailers zal niet tot problemen leiden op het eigen terrein. Conclusie De ontsluiting van het plangebied zal niet leiden tot knelpunten. De verkeerstoename ten behoeve van de ontwikkeling zal niet leiden tot problemen voor het omliggende wegennet. Er is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de berekende parkeerbehoefte.
7.5
Ecologie: soortenbescherming
Toetsingskader De Omgevingswet regelt activiteiten die met natuur te maken hebben. Deze natuuractiviteiten gaan over dieren en planten in het wild en gebieden waarin ze leven. Het doel van de regels is het beschermen van soorten en gebieden. De gebiedsbescherming komt in paragraaf 7.6 aan de orde. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft, zoals aangegeven, regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen.
35/136
Toetsing Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt de schuur aan de Geerlandweg 3 in Siddeburen gesloopt. Om in beeld te brengen of er beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn en er mogelijk sprake is van een flora- en fauna-activiteit is een ecologisch advies uitgebracht door Nationaal Coördinator Groningen. De resultaten van het advies zijn te vinden in bijlage 2 en zijn hieronder samengevat. Volgens Nationaal Coördinator Groningen hebben de voorgenomen werkzaamheden aan de Geerlandweg 3 in Siddeburen mogelijk impact op de ecologie. Het gaat hier om de beschermde soorten gierzwaluw, huismus, vleermuis en boerenzwaluw. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal inzichtelijk worden gemaakt hoe de impact of de beschermde soorten in het gebied wordt beperkt. Hiervoor zal de provincie om advies worden gevraagd. Algemene zorgplicht Onder de Omgevingswet geldt, net als voorheen onder de Wet natuurbescherming, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Die zorgplicht houdt in dat de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zoveel mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Conclusie Er zullen mitigerende maatregelen plaatsvinden om de impact op de beschermde soorten in het gebied te beperken. Deze maatregelen worden in overleg met het bevoegd gezag uitgewerkt.
7.6
Ecologie: gebiedsbescherming
Algemeen Er zijn gebieden in Nederland die voor flora en fauna van groot belang zijn. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Hiermee moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden. Bij de beoordeling kan blijken dat sprake is van Natura 2000-activiteiten: dit zijn activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Deze zijn meestal vergunningplichtig. Wanneer hiervan sprake is dienen deze direct te worden aangevraagd om vroegtijdig te kunnen beoordelen of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Natura 2000-gebieden De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de Natura 2000-gebieden aan. Hiervoor gelden instandhoudingsdoelstellingen die ook door De Minister zijn vastgelegd. De instandhouding moet zijn gericht op behoud. Het gaan ook gaan om herstel dat moet worden nagestreefd om een habitattype of -soort weer in een gunstige staat te brengen. Nederland kent 162 Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland-gebieden (NNN-gebieden) Het NNN is een samenhangend landelijk ecologisch netwerk. Het is gericht op de bescherming, de instandhouding en zo nodig het herstel van een gunstige staat van instandhouding van:
36/136
aanwezige dier- en plantensoorten; typen natuurlijke habitats; leefgebieden van soorten die van nature in Nederland voorkomen. Bijna alle aangewezen Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van het NNN. De provincie heeft in de omgevingsverordening de NNN-gebieden opgenomen. Bijzondere natuurgebieden en landschappen Naast de Natura 2000-gebieden kan de minister van LNV bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. De provincie kan in de omgevingsverordening bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aanwijzen. Toetsing Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden als Natura 2000-gebied en Natuur Netwerk Nederland en ligt niet in de nabijheid hiervan. Directe significante effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden, de locatie van het plangebied en omvang van de ontwikkeling kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Stikstof De ontwikkeling in het plangebied zou in theorie kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. Door de verkeersbewegingen en bouwwerkzaamheden is het mogelijk dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden toeneemt. Voor de ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het stikstofonderzoek is terug te vinden in bijlage 3.
Door middel van een Aerius-berekening is inzichtelijk gemaakt of er sprake is van depositie van stikstof op omliggende Natura-2000 gebieden en in welke mate. Uit deze berekening blijkt dat nergens een depositie optreedt die hoger dan 0,00 m/ha/jaar is. De kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten verslechterd niet. Het plan heeft geen significant verstorend effect. Conclusie Er ontstaat door de ontwikkeling geen negatief effect op beschermde natuurgebieden in het kader van de Omgevingswet. Er wordt voldaan aan de instructie regels.
7.7
Luchtkwaliteit
Algemeen Bij ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de luchtkwaliteit. In het Bkl zijn per 1 januari 2024 de normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Vooral in en nabij de aandachtsgebieden moeten overheden toetsen aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit. Onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan of activiteit draagt niet in betekenende mate bij
37/136
als de toename van de concentratie NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijnstof)niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Ook zijn er een aantal standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen. Als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering. Er zijn een paar situaties, die de overheid nog wel in het hele land moet beoordelen: een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; bij het toelaten in omgevingsplan: de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter; Of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt bij het toelaten in omgevingsplan: de aanleg van een auto(snel)weg. Toetsing Het plangebied bevindt zich niet binnen in artikel 5.51 (van het Bkl) vermeldde aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof. In totaal betreft het initiatief de realisatie van 1.710 m² aan bebouwing en valt onder de standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit, zoals vermeld in Artikel 5.54 van het Bkl. Ook het hebben van 36 paarden valt onder de standaardgevallen niet in betekende mate. Met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met de instructieregels van het Bkl.
Naast een beoordeling van de bijdrage aan de luchtkwaliteit door de activiteit zelf is het ook nodig om te beoordelen of de nieuwe functie aan de betreffende locatie kan worden toegewezen gelet op de achtergrondconcentratie van luchtverontreinigende stoffen. Dit kan worden beoordeeld met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Uit de kaart blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof in het plangebied ruimschoots onder de omgevingswaarden (genoemd in Artikel 2.4 en Artikel 2.5 van het Bkl) lag. De luchtkwaliteit ter plaatse is aanvaardbaar. Conclusie Er wordt voldaan aan de instructie regels een verdere toetsing naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
7.8
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
Algemeen Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van wegen, spoorwegen en/of industrieterreinen dient de geluidbelasting te worden beoordeeld. De instructieregels in het Bkl bevatten waarden en eisen voor het beoordelen van geluid. Toetsing Het plangebied is gelegen aan de Geerlandweg 3-5 in Siddeburen. De Geerlandweg is een gemeenteweg waar een snelheidsregime geldt van 60 km/uur. Bij de ontwikkeling wordt een nieuwe paardenstal en indoor rijhal gerealiseerd. Daarnaast worden de bestaande bedrijfsactiviteiten juridisch-planologisch geregeld. Er is al een woning aanwezig aan de Geerlandweg 5. De logiesfunctie en de dagbesteding worden niet aangemerkt als geluidsgevoelig object. Bij de beoogde ontwikkeling is geen sprake van het toelaten van een nieuw geluidsgevoelig gebouw zoals vastgesteld in bijlage 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
38/136
Conclusie Bij de beoogde ontwikkeling is geen sprake van het toelaten van een nieuw geluidsgevoelig object. Voor het aspect geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen is er geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
7.9
Geluid door activiteiten
Algemeen In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en moet erin worden voorzien dat het geluid door een activiteit aanvaardbaar is. Dit is het geval als wordt voldaan aan de waarden als aangegeven in tabel 1 en 2 uit het Bkl. Bedrijven mogen niet worden belemmerd op basis van nieuwe geluidregels en/of overgangsrecht (Bruidsschat). Tabel 1:
Standaardwaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) LAmax door aandrijfgeluid van -70 dB(A) 70 dB(A) transportmiddelen LAmax door andere piekgeluiden -65 dB(A) 65 dB(A)
Tabel 2: Standaardwaarden toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) LAmax door aandrijfgeluid van -55 dB(A) 55 dB(A) transportmiddelen LAmax door andere piekgeluiden -45 dB(A) 45 dB(A) Toetsing Met de beoogde ontwikkeling wordt geen geluidgevoelig gebouw mogelijk gemaakt. De woning aan de Geerlandweg 5 fungeert als bedrijfswoning en kan geen hinder ervaren van haar eigen bedrijfsactiviteiten. Getoetst dient te worden of er geen onaanvaardbare geluidshinder wordt veroorzaakt op de woning aan de Geerlandweg 2. De mogelijk geluidproducerende activiteiten bestaan voornamelijk uit het aan- en afrijden van voertuigen. Het paardrijden zelf vindt plaats in een overdekte rijhal. De activiteiten zijn grotendeels conform de bestaande situatie. Voor wat betreft de huidige situatie dient te worden voldaan aan de geluidregels van de Bruidsschat. Gezien de afstand tot de meest nabijgelegen woning aan de Geerlandweg 2, circa 70 meter tot het voorterrein, kan zonder meer worden gesteld dat aan de voorschriften van de Bruidsschat of het BKl wordt voldaan. Conclusie Het geluid van activiteiten is geen belemmering voor de wijziging van het omgevingsplan.
Voorgesteld wordt de Bruidsschat uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan in stand te laten.
39/136
7.10 Geur Algemeen De gemeente moet in het omgevingsplan rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92, eerste lid, van het (Bkl). In de Omgevingswet staat dat de overheid bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening moet houden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). Hierbij moet de gemeente rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en de gevolgen van de activiteiten voor de gezondheid van haar burgers (artikel 2.1 en 2.4 Ow). Dit is bijvoorbeeld ook cumulatie van geur van bedrijven. Rekening houden met geur werkt 2 kanten op: bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven De gemeente moet dus overwegen wat de beste locatie is voor een activiteit. Of de beste locatie voor een geurgevoelig gebouw. Geur wordt geregeld in § 5.1.4.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Toetsing Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder zijn 'bij het houden van paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden' regels opgenomen in de bruidsschat. Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom.
Voor geur geldt daarom een afstand van 50 meter tot geurgevoelige gebouwen om onaanvaardbare hinder te voorkomen. Het plangebied ligt op een grotere afstand, namelijk 52 meter, van de woning aan de Geerlandweg 2. Er worden geen problemen verwacht op het gebied van geur. Conclusie Er wordt voldaan aan de instructie regels met betrekking tot geur.
7.11 Omgevingsveiligheid Algemeen Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet rekening worden gehouden met het belang van een veilige leefomgeving. Het gaat daarbij om: de bescherming van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van een risicovolle activiteit, en het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving in bredere zin (schade aan gebouwen en het milieu) bij een ongeval bij een risicovolle activiteit. Activiteiten met externe veiligheidsrisico's zijn risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden en hiermee moet rekening worden gehouden. Het gaat om de volgende soorten activiteiten: activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven (dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal;
40/136
windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal; Er zijn 3 categorieën gebouwen en locaties die worden beschermd: zeer kwetsbaar (alleen gebouwen), kwetsbaar (gebouwen en locaties) en beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties). Zeer kwetsbare gebouwen Een gebouw is 'zeer kwetsbaar' als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Het gaat daarbij onder meer om de volgende gebouwen: woonfunctie voor 24-uurszorg, basisscholen en kinderopvang. Kwetsbare gebouwen en locaties Kwetsbare gebouwen zijn alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing) en locaties bestemd voor grote evenementen of voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen. Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om: een woonfunctie, bijeenkomstfunctie, kantoorfunctie en sportfunctie. Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties De overige gebouwen en locaties zijn beperkt kwetsbaar. De nadruk ligt op de bescherming van de kwetsbare gebruiksfunctie van een gebouw. Gebouwen worden alleen beschermd voor de gebruiksfunctie van dat gebouw. Toetsing Met de beoogde ontwikkeling worden kwetsbare gebouwen mogelijk gemaakt. Aan de hand van Atlas van de leefomgeving is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied (figuur 5.1).
In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waarmee rekening moet worden gehouden. De aardgastransportleiding van het gaswinningstation zit op voldoende afstand. Ook de N33 als transportroute voor gevaarlijke stoffen ligt op voldoende afstand. Het plangebied ligt niet binnen een risico aandachtsgebied. Er is voldoende afstand tussen eventuele risicobronnen en het plangebied.
41/136
Figuur 5.1 Uitsnede risicokaart met het plangebied met blauw aangegeven (bron: Atlas Leefomgeving) Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het voorliggend initiatief. Er wordt voldaan aan de instructie regels.
7.12 Trilling Algemeen Op grond van artikel 5.83 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet bij het wijzigen van een omgevingsplan rekening worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillingsgevoelige ruimten van trillingsgevoelige gebouwen; het plan moet erin voorzien dat deze trillingen aanvaardbaar zijn. Het toepassingsbereik van deze instructieregel omvat alle activiteiten die met het omgevingsplan zijn toegestaan, met uitzondering van de activiteit wonen. In artikel 5.86 van het Bkl is aangegeven dat hieraan wordt voldaan als aan het omgevingsplan standaardwaarden voor continue trillingen en herhaald voorkomende trillingen worden verbonden. In § 5.1.4.4 van het Bkl zijn de instructieregels met betrekking tot trillingen opgenomen. Daarbij gaat het onder andere om het toelaten van een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een activiteit. Deze instructieregels gelden niet voor trillingen door doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Gemeenten kunnen in die gevallen zelf bepalen of en zo ja, welke regels zij voor trillingen van activiteiten in het omgevingsplan opnemen in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de beoordeling van trillingen kan bijvoorbeeld de SBR-richtlijn en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen worden gebruikt.
De instructieregels van het Bkl zijn overigens wel van toepassing als in het omgevingsplan een trillingaandachtsgebied langs het spoor is vastgelegd. Daarvan is vooralsnog nog geen sprake. Toetsing Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van gemeentewegen. De N33 (Rijksweg) ligt op een afstand van meer dan een kilometer. Met name zware voertuigen zoals vrachtwagens en bussen kunnen trillingen laten
42/136
ontstaan met een kortdurend karakter. De aard van deze trilling is afhankelijk van het type voertuig en de belading, de rijsnelheid en de vorm van de oneffenheden. De omliggende gemeentewegen kennen in de nabijheid van het plangebied geen oneffenheden zoals brugdelen die trillingen kunnen doen veroorzaken. Trillingen zullen derhalve geen belemmering vormen voor het plan. In de directe omgeving zijn verder geen verdere bronnen of activiteiten die trillinghinder veroorzaken. Conclusie Er wordt voldaan aan de instructie regels met betrekking tot trillingen.
7.13 Schaduwhinder en windhinder Algemeen Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te worden aangetoond dat geen sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor het windklimaat in de directe omgeving en de bezonningssituatie ter plaatse van eventueel aanwezige bestaande woningen. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Toetsing Dit milieuaspect speelt vooral bij hoogbouw. De nieuw te realiseren paardenstal en indoor rijhal hebben een maximale hoogte van 9,50 meter. Gezien de bouwhoogte en de afstand tot de omliggende bebouwing zal het omgevingsaspect schaduwhinder en windhinder geen belemmeringen opleveren. Conclusie Schaduwhinder en windhinder zijn niet relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Een verdere toetsing is niet noodzakelijk.
7.14 Cultureel erfgoed Algemeen Onder cultureel erfgoed valt onder andere archeologie, cultuurhistorie, monumenten, karakteristieke panden, beschermde gezichten, monumentale bomen en landschap. Voorafgaand aan de uitvoering van het plan moet onderzoek worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening daarmee te houden. De essentie van deze wetgeving is 'behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem' en 'de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap'. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming van waarden een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van een rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Toetsing Archeologie Ten behoeve van het geldende bestemmingsplan zijn destijds de archeologische waarden in dit gebied
43/136
beoordeeld. Op basis van de Nota Archeologiebeleid Hoogezand- Sappemeer (2010), de Archeologische verwachtingskaart Hoogezand- Sappemeer (2011) en het advies van Libau uit 2011 is besloten om de gebieden met archeologische (verwachtings-) waarde op te nemen als dubbelbestemming in het bestemmingsplan. Het plangebied van de Geerlandweg in Siddeburen heeft gedeeltelijk de archeologische dubbelbestemming 'Waarde- Archeologie 4' gekregen. Dit geldt niet voor de locatie voor de paardenstal en de indoor rijhal. Deze locatie is niet aangemerkt als een archeologisch waardevol gebied. In dit deel van het plangebied is de bodem al aangetast. Archeologisch waardevolle vondsten kunnen daarom door de sloop- en bouwactiviteiten worden uitgesloten. Voor archeologische toevalsvondsten en waarnemingen die tijdens graafwerkzaamheden worden gedaan waarvoor geen archeologisch onderzoek is uitgevoerd, geldt een meldingsplicht. Voor vervolgwerkzaamheden boven de 200 m² en dieper dan 40 centimeter locaties met de 'Waarde- Archeologie 4' geldt een onderzoeksplicht. Landschap Siddeburen is een wegdorpenlandschap op zand/veen. Het grootste deel van de gemeente bestaat uit dit landschapstype. Vanaf de tiende eeuw ontstaat er in dit gebied een permanente bewoning op de dekzandruggen. Het verkavelingspatroon bestond uit langgerekte, smalle akkers.
Na de inbraken van de zee in de late middeleeuwen lagen Noordbroek, Zuidbroek en Meeden als langgerekte streekdorpen langs de Dollardkust. De Dollard liet een laag jonge zeeklei achter waarop het na de indijking goed boeren was. Incidenteel is er in het wegdorpenlandschap op zand/veen bebouwing in het open buitengebied. Het grootste deel concentreert zich als lintbebouwing op de oude bewoningsassen. Het plangebied ligt op een langgerekte strook (van noordwest naar zuidoost) dekzand met veldpodzolgronden (fijn zand) in een gebied met ontgonnen veengronden (zie figuren 5.1 en 5.2). Deze dekzandrug kenmerkt zich door de aanwezigheid van (oude) bebouwing en opgaand groen, meestal in de vorm van erfbeplanting. De voormalige veengronden vormen een lagergelegen, open landschap zonder beplanting. De nieuwe bebouwing komt in zijn geheel op de hogere dekzandrug te liggen. Het reliëf van de dekzandrug wordt niet aangetast.
44/136
Figuur 5.2 Bodemdata/ basiskaarten/ bodem
Figuur 5.3 Bodemdata/ basiskaarten/ geomorfologie Cultuurhistorie De gemeente Midden-Groningen heeft met het 'Facetbestemmingsplan karakteristieke objecten' (vastgesteld
45/136
op 20 december 2018) het erfgoed, dat voor een belangrijk deel bepalend is voor het karakter van de gemeente, planologisch vastgelegd. Volgens dit Facetbestemmingsplan liggen er geen karakteristieke objecten in of nabij het plangebied. De cultuurhistorie van de gemeente Midden-Groningen wordt door de ontwikkeling niet negatief beïnvloed. Conclusie Het is niet noodzakelijk om met betrekking tot cultureel erfgoed aanvullende maatregelen te nemen. Er wordt voldaan aan de instructie regels.
7.15 Bodem Algemeen Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Een bodemgevoelig gebouw is: a. en gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, voor zover aannemelijk is dat personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn; of b. een woonschip of woonwagen. Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, waaronder regels over nazorg van de bodem na saneren, regels over graven in de bodem en regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit.
Voor de voorgenomen ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd. Toetsing In de bovengrond van boring 14 (15-35 cm -mv) zijn matige baksteenresten aangetroffen. Aanwezigheid van het naangetroffen materiaal kan een aanwijzing zijn dat de bodem asbesthoudend materiaal bevat. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het aangetroffen materiaal in de grond is gedefinieerd als baksteen en kan daarom als niet asbestverdacht worden beschouwd. Een verkennend bodemonderzoek naar asbest (conform NEN 5707) is niet noodzakelijk. Er zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt, kwik, minerale olie en PAK aangetroffen en zijn waarschijnlijk te relateren aan de aanwezige baksteenresten. Het licht verhoogde gehalte aan lood kan vermoedelijk worden beschouwd als een diffuse verontreiniging. Diffuse verontreinigingen zijn
46/136
verontreinigingen die zijn ontstaan door (eeuwen)lang menselijk gebruik en ophogingen. De verhoogd gemeten gehalten zijn dusdanig (alleen overschrijdingen van de achtergrondwaarde) dat aanvullend onderzoek naar dezen parameters niet noodzakelijk is. Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk) verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentratie aan barium heeft vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. De gemeten concentratie is dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat aanvullend onderzoek naar deze parameter niet noodzakelijk is. Op basis van de gemeten gehalten in de grond en het grondwater is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Het volledige onderzoek is als bijlage 4 toegevoegd. Conclusie Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen gewenste ontwikkeling.
7.16 Water Algemeen Bij een wijziging van een Omgevingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij moet het verantwoordelijke Waterschap worden betrokken. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Hunze en Aa's , verantwoordelijke voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij ontwikkelingen moet 'weging van het waterbelang' plaatsvinden. De 'weging van het waterbelang' heeft met ingang van de Omgevingswet de watertoets vervangen. De digitale watertoets wordt nog wel gebruikt. De 'weging van het waterbelang' zorgt ervoor dat bij alle plannen in een vroeg stadium aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit en kwantiteit van het water. Gezien het belang van het water wordt het wateraspect ook sturender bij ontwikkelingen. Voor een aantal specifieke rijksbelangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels. Deze zijn: bescherming van primaire waterkeringen (artikel 5.38 Bkl); behoud waterveiligheid kust (artikel 5.40 Bkl); behoud waterveiligheid grote rivieren (artikel 5.46 Bkl); IJsselmeergebied (artikel 5.49 Bkl). Toetsing Er is geen sprake van een rijksbelang zoals hierboven genoemd. Om de waterschapsbelangen te bepalen is de digitale watertoets uitgevoerd (bijlage 5). Hieruit blijkt dat de korte procedure van toepassing is.
Naar aanleiding van de watertoets heeft waterschap Hunze en Aa's een wateradvies uitgebracht (bijlage 6). In dit advies gaat het waterschap in op de verschillende belangen van het waterbeheer. De ontwikkeling raakt geen instructieregels zoals genoemd in de Waterschapsverordening (paragraaf 4.3) en
47/136
geen belangen zoals genoemd in het wateradvies. Er zijn geen vervolgstappen nodig, het waterschap vindt het niet noodzakelijk om een verdere reactie te geven op het plan. Conclusie Er worden geen waterschapsbelangen geraakt. Het plan is in lijn met de instructieregels.
7.17 Duurzaamheid Algemeen Er is geen specifiek toetsingskader voor het aspect duurzaamheid. Vanuit de doelen van de Omgevingswet is duurzaamheid een thema waarmee bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een BOPA rekening gehouden moet worden. Duurzaamheid is een veelomvattend begrip waar veel aspecten onder vallen zoals onder andere de energietransitie, mobiliteit en herbruikbaarheid. Toetsing De nieuwe paardenstal en indoor rijhal zullen worden ontworpen met aandacht voor energie-efficiëntie. Hierbij kan gedacht worden aan isolatie, energiezuinige verlichting en zonnepanelen. Bij de bouw van de nieuwe paardenstal en rijhal zal de voorkeur worden gegeven aan duurzame en milieuvriendelijke bouwmaterialen. Conclusie Er is voldoende rekening gehouden met het thema duurzaamheid.
7.18 Gezondheid Toetsingskader De Omgevingswet (Ow) heeft als doel onder andere het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, in ieder geval rekening wordt gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Toetsing De huidige stal aan de Geerlandweg 3 is vervallen en onveilig, wat directe gezondheidsrisico’s met zich meebrengt voor zowel de paarden als de mensen die op de locatie werken of bezoeken. De nieuwbouw van de paardenstal is essentieel om een veilige en gezonde omgeving te bieden. Een indoor rijhal biedt meerdere gezondheidsvoordelen voor zowel de paarden als de ruiters. De indoor rijhal zorgt ervoor dat training en activiteiten het hele jaar door kunnen plaatsvinden, ongeacht de weersomstandigheden. Moderne indoor rijhallen zijn uitgerust met ventilatiesystemen die zorgen voor een goede luchtkwaliteit. De activiteiten die worden aangeboden, zoals coaching, training, dagbesteding en managementtraining, dragen bij aan het welzijn en de gezondheid van de deelnemers. Deze activiteiten bevorderen mentale gezondheid en welzijn. Door interactie met paarden kunnen deelnemers stress verminderen, zelfvertrouwen opbouwen en emotioneel welzijn verbeteren. Voor deelnemers die dagbesteding nodig hebben, biedt de paardenhouderij
48/136
een veilige en stimulerende omgeving. Dit bevordert zowel fysieke activiteit als sociale interactie, wat bijdraagt aan algehele gezondheid en welzijn. Conclusie De gewenste ontwikkeling aan de Geerlandweg 3-5 in Siddeburen houdt uitgebreid rekening met de gezondheid en veiligheid van zowel de dieren als de mensen. De nieuwbouw van de stal en de aanleg van de indoor rijhal voldoen aan de noodzakelijke versterkingsopgaven en bieden een veilige, gezonde en duurzame omgeving. Daarnaast dragen de aangeboden activiteiten bij aan het mentale en fysieke welzijn van de deelnemers.
49/136
Hoofdstuk 8
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn; en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaal plichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Financiële uitvoerbaarheid Wat betreft de te regelen gebruiks- en bouwactiviteiten is sprake van een particulier initiatief waaraan de gemeente haar medewerking verleent. Als uitgangspunt geldt dat de initiatiefnemer beschikt over de benodigde financiële middelen. Kostenverhaal Wie een woning, bedrijfspand of ander gebouw bouwt of verbouwt, moet hiervoor in veel gevallen een bijdrage betalen aan het bevoegd gezag. Deze bijdrage is onder andere voor de kosten van het opstellen van plannen, het aanleggen van openbare voorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte. Dit wordt kostenverhaal genoemd. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op de gewenste gebruiks- en bouwactiviteiten. De beoogde ontwikkeling is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald.
Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. De ambtelijke kosten worden vergoed door de initiatiefnemer. De eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Dit is vastgelegd in een planschadeverhaalsovereenkomst. Het kostenverhaal is privaatrechtelijk geregeld tussen gemeente en initiatiefnemer. Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Het plan zal door de gemeente worden voorgelegd aan de verschillende overlegpartners. Zienswijzen Een ontwerp Omgevingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. In deze periode kunnen belanghebbenden hun zienswijzen (meningen, bezwaren, of opmerkingen) indienen. Vaststelling Het definitieve Omgevingsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Belanghebbenden hebben daarna zes weken de tijd om beroep aan te tekenen bij de Raad van State.
50/136
Hoofdstuk 9
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd dat er sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties. Een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij de wijziging van het Omgevingsplan Midden- Groningen sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de activiteiten, zowel kwalitatief als kwantitatief nader onderzocht in deze motivering. Conclusie Op basis van de onderzochte relevante aspecten kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties. Het Omgevingsplan kan binnen de regels van de Omgevingswet worden gewijzigd.
51/136
52/136
Bijlagen bij motivering
53/136
54/136
Bijlage 1
55/136
Inrichtingsplan
NIEUWBOUW
STAL
EN
RIJHAL
SCHETSPLAN
bestaande schuur eigendom van Geerlandweg 5 voorheen zelfstandige boerderij Geerlandweg 3 -milieuheffing voor dit huisnummer en wateraansluiting nog aanwezig - er heeft voorheen ook een voorhuis gestaan, fundering is nog aanwezig
bestaande schuur horend bij Geerlandweg 5
bestaande boerderij Geerlandweg 5
oord
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Situatie - bestaand 1:1000 (A3) -
D01
te vervangen schuur cq. voormalige boerderij nr. 3
te vervangen schuur cq. voormalige boerderij nr. 3
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Fotoblad bestaand - (A3) -
D02
te vervangen schuur cq. voormalige boerderij nr. 3
te vervangen schuur cq. voormalige boerderij nr. 3
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Fotoblad bestaand - (A3) -
D03
13
-
03
20
24
Geerlandweg
2600
7504
0 1500
bestaande rijbak
0 1500
STAPMOLEN -ongewijzigd
gewenste bebouwing
3000
3
0 1500
LONGEER CIRKEL -ongewijzigd
5
1206 909-T-1206 Opp = 5172 M2
525
526
909-T-525 Opp = 12930 M2
909-T-526 Opp = 4460 M2
oord
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Situatie - bestaand 1:500 (A3) -
D04
13
-0
2 3-
02
4
Geerlandweg
2600
0 1500
0 1500
STAPMOLEN -ongewijzigd
gewenste bebouwing
4108
3000
bouwvlak 3
4908
0 1500
LONGEER CIRKEL -ongewijzigd
20988
5
21838
1206
27686
29184
909-T-1206 Opp = 5172 M2
525
526
909-T-525
909-T-526
Opp = 12930 M2
Opp = 4460 M2
oord
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Situatie - plankaart 1:500 (A3) -
D05
38000
20000
18000
GEERLANDWEG
-
2
-
20
24 Geerlandweg
7018
8514
12109
13
03
13
4 02
03
2600
0 1500
SCHUUR
6749
415 m2
30000
0 1500
-paarden SCHUUR bestaand
- ongewijzigd
- paarden - coaching - dagbesteding
45000
3000
45000
nr. 3
RIJHAL
28658
STAL
STAPMOLEN -ongewijzigd
3
5595
Bebouwd bestaand nr. 3 (schuur, excl. voorm. voorhuis) 428 m2
8316
0 1500
LONGEER CIRKEL -ongewijzigd
WONING
15000
FACILITEITEN
- ongewijzigd
bebouwd nieuw 1740 m2
Bebouwd gewijzigd nr. 3 (stal en rijhal) 1710 m2
13
13
nr.5
-0
-0
3-
3-
20
20
24
24
5
Faciliteiten t.b.v. rijhal en stal - coaching faciliteiten - dagbesteding - kantine / sanitair - overnachten (logiesfunctie) 1206
909-T-1206 Opp = 5172 M2
525
526
909-T-525
909-T-526
Opp = 12930 M2
Opp = 4460 M2
oord
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Situatie - nieuw 1:500 (A3) -
D06
38 00 0
20 00 0
18 00 0
orientatie kavel en cirkels maakt het erf compleet
Geerlandweg 7018
8514
12 10 9
2600
15 00
0
6749
28 65 8
15 00
STAPMOLEN -ongewijzigd
0
30 00 0
SCHUUR bestaand 415 m2
45 00 0
45 00 0
3000
3
5595 8316
15 00
LONGEER CIRKEL -ongewijzigd
0
15 00 0
bebouwd nieuw 1740 m2
orientatie kavel en boerderij maakt het erf compleet
5
1206 909-T-1206 O p p = 5172 M2
525
526
909-T-525
909-T-526
O p p = 12930 M2
O p p = 4460 M2
bestaande bomen nieuwe bomenplant
oord
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Situatie - nieuw 1:1000 (A3) -
D07
Thema hout Thema metselwerk
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Volumes - (A3) -
D08
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Volumes - (A3) -
D09
2800
4000
2800
4000
200
paardenbox 3500x4000
paardenbox 3500x4000
2600
paardenbox 3500x4000
500
paardenbox 3500x4000
4889
paardenbox 3500x4000
12 13
paardenbox 3500x4000
4889 4889 paardenbox 3500x4000
8
4889
paardenbox 3500x4000
paardenbox 3500x4000
4889
paardenbox 3500x4000
0
8
paardenbox 3500x4000
45000
paardenbox 3500x4000 14000
paardenbox 3500x4000
40000 (hoefslag)
4889
20000 (hoefslag)
4889
paardenbox 3500x4000
9
4889
paardenbox 3500x4000
9
10
STAL 520 m2
1600
10
4889
11
3500
paardenbox 3500x4000
3500
paardenbox 3500x4000
paardenbox 3500x4000
3500
paardenbox 3500x4000
paardenbox 3500x4000
3500
2600 500
paardenbox 3500x4000
11
4889
12 13
14
4000
14
200
4889
paardenbox 3500x4000
4889
paardenbox 3500x4000
7
7
RIJHAL (open) 842 m2
onderzoek (laboratorium)
overnachten
2789
4
gang
berging
coaching spreekkamer
toekomstige dagverblijf op verdieping
10000
10000
9000
9000
10000
10000
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Principe plattegrond 1:300 (A3) -
E
B
E
A
38000
D
C
B
A
38000
D
9000
C
9000
2600
3 1 2
2600
3 1 2
coaching spreekkamer
overnachten 47 m2
dagbesteding/kantine
2789
4
k.k.
sanitair
dagbesteding 47 m2
5 kantoor
provisie 5 m2
4889
4889
entree
gang
5
toilet D/H toilet 2 m2
coaching spreekkamer 23 m2
entree coaching badkamer 15 m2
slaapkamer
coaching spreekkamer
4889
wasplaats
6
zadelkamer
4889
6
techniek (palletr)
D20
E
D
C
B
A
38000 18000 9000
20000 9000
10000
10000
nok
9500
27°
34°
goot wolfseind
3500
3000
4700
goot
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
hoefslag 20000
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Principe doorsnede 1:200 (A3) -
D30
3000
9500
NOORDGEVEL (straatgevel)
14
13 12
11
10
9
8
7
6
5
4
3
2 1
WESTGEVEL (rechter zijgevel)
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Principe gevels 1:200 (A3) -
D40
9500 3000
ZUIDGEVEL (achtergevel)
1 2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12 13
14
OOSTGEVEL (linker zijgevel)
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Principe gevels 1:200 (A3) -
D41
SANDWICH DAKPLAAT TRAPEZIUM PROFIEL KLEUR ZWART RAL 9004
GEVELBEKLEDING AYOUS VERDUURZAAMD HOUT KLEUR NATUREL
Project:
NIEUWBOUW STAL EN RIJHAL
Adres:
Geerlandweg 3-5 9628 TJ Siddeburen
Projectnr:
22-280
METSELWERK WILDVERBAND KLEUR BRUIN GENUANCEERD
Opdrachtgever
:
Dhr. F. Fokkens
Fase
:
OVERLEG R.O. - update
Datum
:
01-04-2023
SANDWICH GEVEL PLAAT VLAK KLEUR ANTRACIET RAL 7016
Onderdeel: Schaal: Wijziging:
Principe materialen 1:50 (A3) -
D50
70/136
Bijlage 2
71/136
Advies ecologie
Aan: J.B.A. Janssen
Nationaal Coördinator Groningen
Ecologisch Advies
Behandeld door T. Souilljee
Geerlandweg 3, Siddeburen
T 06 15107901 ecologie@nationaalcoordinat orgroningen.nl
Inschatting voorgenomen werkzaamheden op de ecologie:
Datum 2-1-2024
☐ Geen impact ☒ Wel impact
Kenmerk Kopie aan - (NCG)
Wel impact
Bijlage(n)
De volgende werkzaamheden vinden plaats die invloed hebben op de ecologie: Sloop/nieuwbouw De werkzaamheden hebben impact op: ☒ Vogels NV maken: Jan/Feb ☒ Vleermuizen NV maken: April
of Sep/Okt of Sep/Okt
Daarvoor dient op de juiste manier natuurvrij worden gemaakt. Hieronder volgt de mitigatieopgave en advies om aan de Wnb ontheffing te voldoen. Stem deze af met architect/ontwerper voor het natuurinclusieve ontwerp (nodig voor MP8) en projectecoloog. Dit advies is in principe niet geschreven voor bewoners/eigenaren. Mochten hierover nog vragen zijn, neem dan contact op met de opsteller van dit advies.
Kenmerken Type gebouw(en) Bijzondere verblijfsfuncties Bijzonder gebouw
Schuur Nee Ja; maar geen ecologische importantie Generiek
Maatwerk of generieke mitigatie Opgave Onderstaande opgave is gebaseerd op de SMP-taakstelling, typologie en wel of geen maatwerk. Leidend is de huidige potentie. Toch kan bij een nieuwe situatie ervoor gekozen worden een plus te creëren. VA-code is terug te vinden in de mitigatiecatalogus. Geel gearceerd is behoud van potentie, mits de projectecoloog dit vanuit de visuele inspectie kan bevestigen. Soort(groep) Aantal VA-code; Duiding maatregel Gierzwaluw 3 GZ005; Gierzwaluwverblijf onder dakpannen Huismus 4 HM006; Dakrand geschikt maken; behoud potentie Vleermuis: klein zomer-/ 1 V004; Vleermuiskast in gevel woning en/of flat najaarsverblijf Vleermuis: groot 1 V009B; Vleermuis/gierzwaluwverblijf onder zomer/kraamverblijf dakpannen Boerenzwaluw 5 BZ001: Boerenzwaluwkommen
Pagina 1 van 2
Natuurinclusief advies Schets Schets is pas te maken bij ontwerp
Nationaal Coördinator Groningen
Kenmerk -
Pagina 2 van 2
74/136
Bijlage 3
75/136
Stikstofdepositieberekening
- NOTITIE DATUM KENMERK VAN
29 juli 2024 20240496/160838/ M. Tajqurishi S. Lie
PROJECT OPDRACHTGEVER BIJLAGE(N)
20240496 Siddeburen- Geerlandweg 3 De heer F. Fokkens
STIKSTOFMEMO SIDDEBUREN- GEERLANDWEG 3
1. INLEIDING Het voornemen is om de bestaande activiteiten aan de Geerlandweg 3 en 5 in Siddeburen juridisch- planologisch te regelen. Aan de Geerlandweg 3 en 5 is sprake van een gebruiksgerichte paardenhouderij met nevenactiviteiten zoals managementtraining, coaching, cursussen en dagbesteding. Ook is er een ondergeschikte logiesfunctie. Deze bedrijfsactiviteiten worden voortgezet. De woning aan de Geerlandweg 5 fungeert als bedrijfswoning. Daarnaast wordt de bestaande schuur aan de Geerlandweg 3 vervangen door een grotere schuur. De paardenbak aan de oostkant van de schuur zal overdekt worden. De nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van 1.710 m2. De beoogde ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Omgevingswet, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het plangebied bedraagt circa 11 kilometer. De andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op grotere afstand.
Figuur 1 Ligging plangebied (gemarkeerd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Met het rekenmodel Aerius (versie 2023.2.1) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-netwerk in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatie- en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde
uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.
2. TOETSINGSKADER Omgevingswet De aanwijzing en bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. Elk Natura 2000-gebied is aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door middel van een aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit bepaalt voor welke soorten en habitats het gebied wordt aangewezen, welke instandhoudingsdoelen gerealiseerd moeten worden (behoud, herstel, uitbreiding) en de exacte begrenzing van het gebied. Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan worden opgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Beheerplannen worden in de meeste gevallen vastgesteld door de Provincie. In het beheerplan kan ook worden bepaald welke activiteiten in het gebied zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Schadelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen moeten daarbij uitgesloten zijn. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de beschermingszones zijn aangewezen.
● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. ● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een ecologische beoordeling noodzakelijk.
3. UITGANGSPUNTEN REALISATIEFASE Voor de sloop en realisatie van de beoogde ontwikkeling wordt uitgegaan van het rekenjaar 2024. Wanneer de werkzaamheden verder in de toekomst liggen, worden de emissies lager door een toename van elektrisch rijden en schonere technieken. Met betrekking tot het gebruik van de machines op de bouwlocaties en verkeersbewegingen zijn vergelijkbare projecten gebruikt, zie Tabel 1 en Tabel 2. Het brandstofverbruik (l/uur) is gebaseerd op is gebaseerd op de Excel-tabel behorende bij het TNO-rapport ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste worst-case schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’, gepubliceerd op 13 december 2021. De uitkomsten op jaarbasis zijn ingevoerd in
2/4
AERIUS Calculator. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. Ten behoeve van het manoeuvreren van de vrachtwagens is binnen het plangebied een lijnbron met 100% stagnatie toegevoegd in de berekening. Tabel 1 Materieel inzet sloop
Type materiaal vermogen
en Stage klasse
Inzet (uur)
Gemiddeld verbruik Verbruik totaal (liter) (liter/uur)
Rupskraan 30 ton 120 IV, 75-560 kW, bouwjaar 2014kW 2018
16
12
192
Laadschop 110 kW
16
11
176
lV, 75-560 kW, bouwjaar 20142018
Totaal
32
368
Aanvoer materialen Vrachtwagens (zwaar) 16 zware bewegingen per jaar Woon-werkverkeer (licht)
20 lichte bewegingen per jaar
Tabel 2 Materieel inzet bouw
Type materiaal en vermogen
Stage klasse
Inzet (uur)
Gemiddeld verbruik (li- Verbruik totaal (liter) ter/uur)
Graafmachine 120 kW
Stage IV 2014-2018 75560 kW Stage IV 2014-2018 5675 kW Stage IV 2014-2018 75560 kW Stage IV 2014-2018 75560 kW Stage IV 2014-2018 75560 kW Stage IV 2014-2018 75560 kW
30
12
360
150
6
900
30
10
300
30
10
300
8
11
88
8
24
192
Hoogwerker 60 kW Montage kraan 100 kW Shovel 100 kW Mobiele kraan 110 kW Betonpomp 240 kW Totaal 75-560 kW
106
1.240
Totaal 56-75 kW
150
900
Aanvoer materialen Vrachtwagens (zwaar)
250 zware bewegingen
Busjes (middelzwaar)
100 middelzware bewegingen
Woon-werkverkeer (licht)
400 lichte bewegingen
3/4
Verkeersafwikkeling De verkeerstoename door een project wordt in de berekeningen meegenomen tot het extra verkeer opgaat in het ‘heersende verkeersbeeld’. Volgens de ‘instructie gegevensinvoer Aerius’ wil zeggen dat ‘het extra verkeer door zijn snelheid en rij‐ en stopgedrag zich niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt’. Hierbij weegt ook de verhouding mee tussen de hoeveelheid extra verkeer en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Bij de modellering in Aerius is er van uitgegaan dat het verkeer in de realisatiefase afwikkelt via de Geerlandweg naar de N33.