CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Ruimtelijke onderbouwing Geerlandweg 3

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Vestiging (gebruiksgerichte) paardenhouderij Geerlandweg 3/5 te Siddeburen22.390 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

gemeentelijk plan

Siddeburen- Geerlandweg 3 Midden-Groningen

DATUM IMRO IDN

29-08-2024 NL.IMRO.1952000020240496-0001

PROJECT PROJECTLEIDER

Siddeburen- Geerlandweg 3 J.J. Posthumus

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

F. Fokkens 20240496

AUTEUR STATUS

D. Brugma concept

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging plangebied

6

1.3

Huidige planologische regeling

8

1.4

Procedure

12

1.5

Leeswijzer

12

Hoofdstuk 2

Beschrijving planvoornemen

14

2.1

Plangebied en directe omgeving

14

2.2

Toekomstige situatie

16

Participatie

19

3.1

Participatie omgeving

19

3.2

Bestuurlijk overleg

19

Regelanalyse Rijk, Provincie en Waterschap

20

4.1

Rijksbeleid

20

4.2

Provinciaal beleid

21

4.3

Waterschapsbeleid

24

Hoofdstuk 5

Gemeentelijk beleid

26

5.1

Omgevingsvisie Midden- Groningen 2023

26

5.2

Beleidsnotitie Paardenhouderijen Buitengebied Midden- Groningen 2021

27

5.3

Beleidsnotitie Kleinschalige bedrijvigheid 2022

28

5.4

Conclusie gemeentelijk beleid

28

Hoe wordt de gewenste ontwikkeling geregeld?

29

6.1

Welke activiteiten worden toegestaan en waar?

29

6.2

Wat staan we waar toe in het Omgevingsplan?

29

Hoofdstuk 7

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

30

7.1

Mer-beoordeling

30

7.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

31

7.3

Welstand

32

7.4

Mobiliteit en parkeren

34

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6

3/136

7.5

Ecologie: soortenbescherming

35

7.6

Ecologie: gebiedsbescherming

36

7.7

Luchtkwaliteit

37

7.8

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

38

7.9

Geluid door activiteiten

39

7.10

Geur

40

7.11

Omgevingsveiligheid

40

7.12

Trilling

42

7.13

Schaduwhinder en windhinder

43

7.14

Cultureel erfgoed

43

7.15

Bodem

46

7.16

Water

47

7.17

Duurzaamheid

48

7.18

Gezondheid

48

Hoofdstuk 8

Uitvoerbaarheid

50

Hoofdstuk 9

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

51

Bijlagen bij motivering

53

Bijlage 1

Inrichtingsplan

55

Bijlage 2

Advies ecologie

71

Bijlage 3

Stikstofdepositieberekening

75

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

89

Bijlage 5

Digitale watertoets

127

Bijlage 6

Wateradvies Aa en Hunze

131

4/136

Motivering

5/136

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De activiteiten aan de Geerlandweg 3 en 5 in Siddeburen bestaan uit bedrijfsactiviteiten in de vorm van een gebruiksgerichte paardenhouderij. De nevenactiviteiten bestaan uit managementtraining, coaching, cursussen en dagbesteding. Ook is er sprake van een ondergeschikte logiesfunctie. Daarnaast zal de bestaande schuur aan de Geerlandweg 3 worden vervangen en wordt de bestaande paardenbak aan de oostkant van de schuur overdekt. Bovenstaande activiteiten worden door middel van voorliggende wijziging van het Omgevingsplan van de gemeente Midden-Groningen geregeld. Het initiatief is niet mogelijk op basis van het Omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Midden-Groningen. Het plangebied is daarin planologisch geregeld in het bestemmingplan Buitengebied, vastgesteld op 2 februari 2022. Op basis hiervan heeft het plangebied de bestemming 'Wonen', wat betekent dat woningen, samen met bijbehorende groen-, nuts- en parkeervoorzieningen, zijn toegestaan. De gebruiksgerichte paardenhouderij is momenteel niet geregeld in het huidige planologische kader. Ook is de herbouw en uitbreiding van de bestaande schuur niet mogelijk. De gemeente Midden-Groningen wil door een wijziging van het Omgevingsplan Midden-Groningen de gebruiksen bouwactiviteiten van de Geerlandweg 3 en 5 in Siddeburen juridisch- planologisch regelen.

Onderdeel van de wijziging is een goede motivering voor de fysieke leefomgeving. Uit de motivering moet blijken dat de activiteiten in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de activiteiten ook uitvoerbaar zijn. Hiervoor is deze motivering opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het landelijk gebied van de gemeente Midden- Groningen, ten noorden van het dorp Siddeburen. Siddeburen is geleden ten zuiden van Appingedam en ten oosten van het Schildmeer. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. Figuur 1.2 toont de kadastrale percelen (Slochteren, sectie T, nummers 524, 525, 526 en 1206) waar het plangebied onderdeel van is.

6/136

Figuur 1.1

Globale ligging van het plangebied (Bron: Basisviewer Rho 2024)

Figuur 1.2

Kadastrale aanduiding (Bron: Basisviewer Rho 2024)

7/136

1.3

Huidige planologische regeling

Het Omgevingsplan gemeente Midden-Groningen bevat regels in het tijdelijk deel. De regels voor de onderhavige locatie zijn opgenomen in de volgende onderdelen (artikel 22.1 Omgevingswet): De besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en tevens de volgende verordeningen: a. een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet; b. een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; c. een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening; De kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet; De Bruidsschat. Bestemmingsplan Buitengebied De regels die op grond van het Omgevingsplan voor het plangebied gelden komen uit het voormalige bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld op 2 februari 2022 door de gemeente Midden- Groningen. Op basis hiervan heeft het plangebied de enkelbestemming 'Wonen', 'Agrarisch - Cultuurgrond' de dubbelbestemming 'Waarde- Landschap' en ' Waarde- Archeologie 4' en de gebiedsaanduiding 'Geluidzone- industrie'.

Een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.3. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met daaraan ondergeschikt groen-, nuts-, en parkeervoorzieningen. Daarnaast is het mogelijk om de gronden en bouwwerken te gebruiken voor een hobbymatige paardenhouderij (met niet meer dan 5 paarden), mits aan de voorwaarden uit de beleidsnota paardenhouderijen wordt voldaan. Voor de beoogde ontwikkeling is echter geen sprake van een hobbymatige paardenhouderij, maar van een gebruiksgerichte paardenbouderij. Dit betekent dat de paardenhouderij gericht is op het trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden en het geven van instructie aan derden. De gebruiksgerichte paardenhouderij is momenteel niet geregeld binnen het huidige planologische kader. Ook is de herbouw en uitbreiding van de bestaande paardenstal op dit moment niet mogelijk, omdat er alleen gebouwen ten behoeve van het wonen zijn toegestaan. Agrarisch - Cultuurgrond De voor 'Agrarisch - Cultuurgrond' aangewezen gronden zijn bestemd voor cultuurgrond met bijbehorende paden, sloten en werken, met daaraan ondergeschikt groen- en nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water en voorzieningen ten behoeve van extensieve dagrecreatie.

Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en overkappingen worden opgericht, met uitzondering van verbouw of vervangende nieuwbouw van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande maatvoering moet worden gehanteerd. De gebruiksgerichte paardenhouderij is momenteel niet geregeld binnen het huidige planologische kader. Ook is de herbouw en uitbreiding van de bestaande paardenstal op dit

8/136

moment niet mogelijk. Waarde- Landschap De dubbelbestemming 'Waarde- Landschap' houdt in dat er aandacht moet worden besteed aan de opbouw, het behoud en het herstel van het reliëf en de herkenbaarheid van dekzandruggen binnen het plangebied. Het afgraven, diepploegen, egaliseren en afschuiven van dekzandruggen is binnen deze bestemming niet zonder omgevingsvergunning toegestaan. Er moet daarom worden gemotiveerd dat de activiteiten aan de Geerlandweg 3 en 5 geen onevenredige afbreuk doen aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de gronden. Hier wordt in paragraaf 7.14 verder op ingegaan. Waarde- Archeologie 4 De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m² waarbij de bodem dieper dan 40 centimeter onder maaiveld wordt geroerd geldt een onderzoeksplicht. In paragraaf 7.14 wordt verder ingegaan op het aspect archeologie.

Geluidzone- industrie Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' mogen in afwijking van Hoofdstuk 2 geen nieuwe woningen worden gebouwd, geluidsgevoelige ruimtes worden ingericht of gronden in gebruik worden genomen waardoor die aangemerkt kunnen worden als een geluidsgevoelig object. Aangezien er bij de beoogde ontwikkeling geen woningen of geluidsgevoelige ruimtes worden ingericht, is verdere toetsing aan deze geluidszone niet noodzakelijk.

Figuur 1.3:

9/136

Fragment planologische regeling (Bron: pdok.nl)

Naast het geldende bestemmingsplan Buitengebied (2022) gelden er vier facetbestemmingsplannen in het plangebied. Hieronder worden deze kort toegelicht. Facetbestemmingsplan Parkeren (2019) Voor het opstellen van een nieuwe parkeerregeling wordt verwezen naar de door het CROW vastgestelde parkeernormen. Het aspect verkeer en parkeren wordt in paragraaf 7.4 verder uitgewerkt en gemotiveerd dat er aan de parkeernormen wordt voldaan. Karakteristieke objecten (2018) Vanuit de gemeentelijke wens om de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en in het bijzonder het erfgoed te behouden, is dit bestemmingsplan opgesteld. Met dit bestemmingsplan worden alle karakteristieke objecten in de gemeente Midden-Groningen vastgelegd en voorzien van een regeling die toeziet op het, voor zover mogelijk, in stand houden van de ruimtelijk relevante kenmerken van deze panden die een belangrijk onderdeel zijn van het erfgoed in de gemeente. Het doel van dit plan is het zorgen voor een ruimtelijk-juridisch kader voor karakteristieke panden en objecten binnen de gemeente Midden-Groningen. Het paraplubestemmingsplan vult voor percelen met karakteristieke objecten bestaande bestemmingsplannen aan met een regeling voor behoud, bescherming en herstel van deze panden en overige bouwwerken. Concreet betekent dit een sloopverbod voor deze panden en een vergunningstelsel voor sloop onder bepaalde voorwaarden.

Het plan vormt ook een aanvulling op de bestaande gebiedsbescherming die al is vastgelegd in bijvoorbeeld de beschermde dorpsgezichten en andere gebieden met cultuurhistorische waarde. De voorgenomen ontwikkeling bij Geerlandweg 3 en 5 in Siddeburen betreft geen karakteristiek object zoals opgenomen in het paraplubestemmingsplan. Verdere toetsing is daarom niet noodzakelijk. Het aspect cultuurhistorie wordt in paragraaf 7.14 uitgewerkt. Facetbestemmingsplan Paarden (2024) De regelingen voor hobbymatige paardenbakken op agrarische cultuurgrond, detailhandel en horeca bij maneges en het hobbymatig houden van paarden in het algemeen zijn in dit facetbestemmingsplan opgenomen. De vastgestelde 'Beleidsnotitie Paardenhouderijen Buitengebied Midden-Groningen 2021' vormt het uitgangspunt voor het facetbestemmingsplan. Een hobbymatige en productiegerichte paardenhouderij mag worden uitgeoefend op bestemmingsvlakken waar ook een grondgebonden agrarisch bedrijf is toegestaan. Er is aan de Geerlandweg 3-5 in Siddeburen geen sprake van een bestemmingsvlak voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Er dient daarom een wijziging van het Omgevingsplan plaats te vinden. De toetsing aan de beleidsnotitie Paardenhouderij wordt gedaan in paragraaf 5.2.

Facetbestemmingsplan kleinschalige windturbines (2018) Door middel van dit facetbestemmingsplan wordt het toetsingskader voor het plaatsen van kleinschalige windturbines geregeld. In het plangebied is geen sprake van de realisatie van kleinschalige windturbines. Een verdere beoordeling van dit facetbestemmingsplan is daarom niet noodzakelijk. Bruidsschat Op grond van artikel 22.1 sub c van de Omgevingswet maken de regels als bedoeld in artikel 22.2 Omgevingswet

10/136

ook onderdeel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Het gaat hier om de zogenoemde Bruidsschat. Daarbij gaat het om een set regels die voorheen op rijksniveau werden gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en gedurende de overgangsfase tot 2032, hebben gemeenten de tijd om deze regels op te nemen in het Omgevingsplan. Om te voorkomen dat bepaalde onderwerpen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet geregeld zijn, zijn deze regels onderdeel van de Bruidsschat en dus onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Voor dit plan is er geen sprake van een specifieke strijdigheid met de Bruidsschat. In paragraaf 7.3 wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan de Welstandsnota van de gemeente Midden-Groningen. Erfgoedverordening Regels uit de erfgoed- of monumentenverordening die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten eind 2031 opgenomen zijn in het Omgevingsplan. Voor onroerend cultureel erfgoed mag de erfgoedverordening dan alleen nog andere regels omvatten. Bijvoorbeeld een subsidieregeling. Op grond van de Erfgoedwet blijft de erfgoedverordening wel gelden voor de bescherming van roerend cultureel erfgoed (cultuurgoederen) en immaterieel cultureel erfgoed.

Een beperkt deel van de erfgoedverordening blijft op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet deel uit van het tijdelijk deel van het gemeentelijk Omgevingsplan. Het gaat om de regels over archeologie. De gemeente Midden-Groningen heeft een erfgoedverordening. In deze verordening is opgenomen dat het verboden is om zonder vergunning van het college of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften in een archeologisch verwachtingsgebied de bodem dieper dan 40 cm onder de oppervlakte te verstoren. Hier wordt in paragraaf 7.14 verder op ingegaan. Geurverordening De geurverordening is automatisch onderdeel van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. De gemeente Midden-Groningen heeft geen geurverordening vastgesteld. Dit houdt in dat de normen vanuit de Bruidsschat en het Bkl van toepassing zijn. Paragraaf 7.10 gaat hier nader op in. Verordening afvoer regen- en grondwater De verordening afvoer regen- en grondwater maakt automatisch deel uit van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. De gemeente Midden- Groningen heeft de Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater (2024).

In deze Verordening wordt het beëindigen van de afvoer van op hard oppervlak vallend hemelwater en de afvoer van grondwater naar een openbaar vuilwaterriool geregeld (door dit afvalwater te benutten, te infiltreren of te houden in de bodem dan wel te brengen in oppervlaktewater). Bij de daadwerkelijk uitvoering van de bouwplannen dient rekening gehouden te worden met de uitgangspunten uit de Verordening. Bodemkwaliteitskaart De bodemfunctieklassenkaart en gebiedsspecifiek beleid maakt onderdeel uit van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. De gemeente Midden-Groningen, heeft samen met de andere gemeenten in de provincie Groningen, een Actualisatie Regionale Bodemkwaliteitskaart (2020) vastgesteld. De Bodemkwaliteitskaart heeft

11/136

alleen betrekking op de milieuhygiënische kwaliteit van grond. Het plangebied heeft hierin op dit moment de functieklasse 'Landbouw/natuur'.

1.4

Procedure

Dit besluit betreft een wijziging van het Omgevingsplan van de gemeente Midden- Groningen. Deze wijziging van het Omgevingsplan vervangt de huidige juridische regeling op de locaties van Geerlandweg 3 en 5 in Siddeburen. In een Omgevingsplan moet sprake zijn van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Dit wordt bereikt door regels aan activiteiten te stellen voor (een gedeelte van) het grondgebied en door functie-aanduidingen met de toegelaten activiteiten (met regels) te koppelen aan locaties. De regels van het omgevingsplan zijn juridisch bindend. De gemeente geeft in het gemeenteblad via de LVBB kennis van het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen (artikel 16.29 Omgevingswet). In de kennisgeving staat onder andere hoe de gemeenteraad burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding gaat betrekken (artikel 10.2, lid 1, Omgevingsbesluit). Een ontwerp Omgevingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. In deze periode kunnen belanghebbenden hun zienswijzen (meningen, bezwaren, of opmerkingen) indienen. Het definitieve Omgevingsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Belanghebbenden hebben daarna zes weken de tijd om beroep aan te tekenen bij de Raad van State.

1.5

Leeswijzer

Deze motivering is onderdeel van de wijziging van het omgevingsplan Midden-Groningen voor de ontwikkeling van Geerlandweg 3-5 in Siddeburen. De opbouw van deze motivering is als volgt: In hoofdstuk 2.1 wordt ingegaan op de huidige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van het bestaande gebruik, de omgeving en aanwezige bebouwing in het plangebied. In hoofdstuk 2.2 wordt ingegaan op de gewenste activiteiten. Ook wordt ingegaan op de landschappelijke inpassing. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op hoe participatie heeft plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan het ontwerp van de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de instructieregels van het Rijk, de provincie Groningen en het Waterschap. Ook wordt het gemeentelijk beleid uiteengezet en wordt er een link gelegd met de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 5 wordt het gemeentelijk beleid uiteengezet en wordt er een link gelegd met de gewenste ontwikkeling. Hoofdstuk 6 gaat over de wijziging van het omgevingsplan om de gewenste ontwikkeling mogelijk te kunnen maken. Er wordt ingegaan op de doelen, nieuwe planregels en nieuwe activiteiten die horen bij het plangebied. In hoofdstuk 7 komen de milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Er wordt aandacht besteed aan een

12/136

aantal sectorale aspecten die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische en financiële uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 beoordeeld of er bij de beoogde ontwikkeling sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties. Dit is van belang om het wijzigingsbesluit te kunnen nemen.

13/136

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving planvoornemen

Plangebied en directe omgeving

2.1.1 Feitelijke situatie Siddeburen is een dorp in de provincie Groningen, gelegen in de gemeente Midden-Groningen. Het dorp heeft een overwegend agrarisch karakter met uitgestrekte landbouwgebieden die de kern omringen. De ruimtelijke structuur van Siddeburen wordt gekenmerkt door een traditionele dorpsopbouw met een compacte kern, waar de meeste voorzieningen en bebouwing zijn geconcentreerd. Siddeburen ligt aan de provinciale weg N387, die zorgt voor goede verbindingen met nabijgelegen steden zoals Hoogezand en Delfzijl. De interne wegenstructuur is voornamelijk gericht op lokale verkeersafwikkeling. Het plangebied omvat aan de Geerlandweg 3 een vervallen schuur van 428 m². Deze schuur verkeert in een slechte staat en vereist versterking. De schuur is niet langer veilig en bruikbaar. Op de locatie van deze schuur stond eerder een voorhuis, waarvan de fundering nog aanwezig is. Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een andere schuur die bij Geerlandweg 5 hoort. Daarnaast staat er een boerderij op Geerlandweg 5. Het totale plangebied beslaat ongeveer 45.000 m² en omvat, naast de twee schuren en de boerderij, diverse faciliteiten voor paarden, waaronder een buitenrijbak, een stapmolen en een longeercirkel. Er zijn momenteel 36 paarden aanwezig in het plangebied. Tevens zijn er meerdere bestaande bomen aanwezig binnen het gebied.

Een luchtfoto van de bestaande situatie is weergegeven in figuur 2.1 en het zicht op het plangebied vanaf de Geerlandweg is te zien in figuur 2.2. De activiteiten die op dit moment plaatsvinden op de Geerlandweg 3-5 passen bij een gebruiksgerichte paardenhouderij met nevenactiviteiten zoals dagbesteding, coaching, cursussen en managementtraining. Daarnaast is er de mogelijkheid om te blijven overnachten. Deze logiesfunctie is zeer kleinschalig en ondergeschikt.

14/136

Figuur 2.1

Luchtfoto van de huidige situatie (Bron: Pdok Viewer)

Figuur 2.2

Aanzicht plangebied vanaf de Geerlandweg (Bron: Google Maps)

2.1.2 Omgeving plangebied Het plangebied wordt voornamelijk omringd door landbouw gronden die het landschap domineren en bijdragen aan de open en groene uitstraling van het gebied. Ten noorden van het plangebied liggen enkele woningen. De dichtstbijzijnde woning (Geerlandweg 2) ligt op een afstand van 52 meter. Ten zuiden van het plangebied ligt een gaswinningslocatie.

15/136

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Gewenste ontwikkeling De bestaande activiteiten aan de Geerlandweg 3 en 5 in Siddeburen worden door middel van voorliggende wijziging van het Omgevingsplan van de gemeente Midden-Groningen juridisch- planologisch geregeld. Aan de Geerlandweg 3 en 5 is sprake van een gebruiksgerichte paardenhouderij met nevenactiviteiten zoals managementtraining, coaching, cursussen en dagbesteding. Ook is er een ondergeschikte logiesfunctie. Deze bedrijfsactiviteiten worden voortgezet. De woning aan de Geerlandweg 5 fungeert als bedrijfswoning. De activiteiten op de percelen van Geerlandweg 3 en 5 kunnen in samenhang worden gezien. Daarnaast zal de bestaande schuur aan de Geerlandweg 3 worden vervangen, omdat deze door de NAM/NCG versterkt moest worden en bestaat uit sloopnieuwbouw. De bestaande paardenbak aan de oostkant van de schuur wordt overdekt. De paardenbak wordt een indoor rijhal. In figuur 2.3 is de voorgestelde inrichting van het plangebied weergegeven. De nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van 1.710 m². Er worden 23 paardenboxen gerealiseerd van 3,5 x 4 meter. De paardenstal krijgt een oppervlakte van 520 m². De nieuwe bebouwing heeft een nokhoogte van 9,5 meter en een goothoogte van 3 meter. Figuur 2.4 geeft een impressie van de nieuw te bouwen paardenstal en indoor rijhal. Het volledige plan is te vinden in bijlage 1.

Het totale plangebied heeft op dit moment een oppervlakte van 45.000 m². De komende jaren zal er nog 45.000 m² worden aangekocht vanuit de vrijgekomen gaswinningstation.

Figuur 2.3 Voorgestelde inrichting plangebied (Bron Van der Plas Adviseurs& Architecten)

16/136

Figuur 2.4 Impressie nieuwe bebouwing plangebied (Bron Van der Plas Adviseurs& Architecten) 2.2.2 Landschappelijke inpassing Een belangrijk uitgangspunt is dat er met het plan een gelijkwaardige of verbetering van de omgevingskwaliteit wordt bereikt. Bij het zoeken naar een goede inpassing van de gewenste bouw van de nieuwe paardenstal en indoorrijhal zou het streven moeten zijn om tot een kwaliteitsverbetering te komen met een voor het perceel en de omgeving hoogwaardige terreininrichting. Het landschappelijk inpassingsplan dat is opgesteld ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is opgenomen in bijlage 1. Hierin zijn onder meer de uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot onder andere maatvoering, materiaalgebruik, erfinrichting en omgeving. In figuur 2.3 in de vorige paragraaf is het inrichtingsplan weergegeven. De nieuwe paardenstal wordt evenwijdig aan de bestaande schuur in het noordoosten van het plangebied gesitueerd. De bestaande situatie is als uitgangspunt genomen, de huidige schuur en paardenbak staan ook op deze locatie. Door de situering van de indoor rijhal aan de oostzijde van de paardenstal ontstaat een geconcentreerder, compacter bouwvlak. Het geheel vormt hierdoor meer een eenheid met de woning op Geerlandweg 5. De bestaande bomen in het plangebied worden behouden, wat bijdraagt aan het handhaven van het huidige landschappelijke karakter.

Een nieuwe bomenrij wordt aangeplant langs de westelijk gelegen plangrens. De bomenrij loopt tot aan het bestaande bouwvlak. De beplanting wordt ook langs de Geerlandweg doorgezet, tot aan de nieuwe paardenstal. De nieuwe bomen aan de westzijde langs de dekzandrug te liggen (zie ook paragraaf 7.14). Deze nieuwe aanplant versterkt de groene uitstraling van het plangebied en zorgt voor een geleidelijke overgang tussen de bebouwing en het omliggende landschap. Het zicht vanaf de westzijde van de Geerlandweg op de nieuwe bebouwing wordt door de bomenrij gefilterd. Figuur 2.4 laat zien dat de bestaande en nieuwe bomen een natuurlijke afscherming vormen. Hierdoor wordt de visuele impact van de bebouwing geminimaliseerd, en blijft het landelijke karakter

17/136

van het gebied behouden. De toe te passen boomsoort is inheems en past op de dekzandgronden. Hier passende soorten zijn berk, veldesdoorn en wintereik. Het volledige plangebied beslaat ongeveer 45.000 m², wat voldoende ruimte biedt voor alle geplande functies zonder dat het gebied overvol raakt. Deze ruimteverdeling zorgt voor een balans tussen bebouwing, groene aankleding en open ruimte. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling sprake van een voldoende landschappelijke inpassing.

18/136

Hoofdstuk 3

Participatie

De Omgevingswet stimuleert participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de wet staat dat initiatiefnemers moeten aangeven of er geparticipeerd is en, zo ja, wat de resultaten hiervan zijn (artikel 7.4 van de Omgevingsregeling). Hoe dit moeten worden vormgeven is door de wetgever bewust opengelaten. Dit om ruimte te laten voor vormen van participatie die aansluiten bij de aard van de opgave en bij de eigen visie van gemeenten op participatie. De gemeente Midden-Groningen heeft het plan beoordeeld en aangegeven dat de directe omwonenden moeten worden geïnformeerd. In een participatie verslag moet vervolgens naar voren komen op welke wijze participatie heeft plaatsgevonden en de uitkomst hiervan.

3.1

Participatie omgeving

Het plangebied ligt in een landelijk gebied met weinig omwonenden. De relevante woningen voor dit project zijn gelegen aan de Geerlandweg 2 en 6. In het kader van dit project zijn de volgende stappen ondernomen: Informatievoorziening: De bewoners van Geerlandweg 2 en 6 zijn geïnformeerd over de geplande ontwikkeling middels persoonlijke gesprekken. Reacties van omwonenden: Beide huishoudens hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de voorgenomen ontwikkelingen. Er zijn geen verdere opmerkingen of zorgen geuit. Overige belanghebbenden: Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een voormalige gaswinningslocatie. Deze locatie is niet meer in gebruik en de gronden zullen worden opgekocht. Er zijn geen verdere bezwaren of opmerkingen vanuit de eigenaren of betrokken partijen van deze gronden. Conclusie: Gezien de beperkte hoeveelheid omwonenden en de positieve reacties van de betrokken huishoudens, evenals het feit dat de gaswinningslocatie niet meer in gebruik is en de gronden zullen worden opgekocht, zijn er geen belemmeringen voor de voortgang van het plan. De plannen kunnen zonder verdere aanpassingen worden voortgezet.

3.2

Bestuurlijk overleg

Gedeputeerde Staten (GS) hebben niet bij alle nieuwe ontwikkelingen het recht van advies en instemming. De voorgenomen ontwikkeling heeft raakvlakken met de provinciale belangen van de provincie Groningen. Een belangrijke reden hiervoor is dat er sprake is van een ontwikkeling in het landelijk gebied. De provincie zal in het kader van het vooroverleg om advies worden gevraagd. Afstemming overlegpartners Naast dit formele instrumentarium, is onder de Omgevingswet ook informeel vooroverleg over plannen mogelijk. Het vooroverleg voor wijzigingen van het Omgevingsplan is in de Omgevingswet juridisch niet geregeld. Het vooroverleg is vormvrij. Door bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium met elkaar op te trekken, kunnen knelpunten in een vroeg stadium worden gesignaleerd. De gemeente Midden-Groningen kan het Waterschap, Omgevingsdienst en de Brandweer in het kader van het vooroverleg op de hoogte brengen van de beoogde ontwikkeling. De gemeente zal de overlegpartners verzoeken aan te geven of er specifieke aandachtspunten aan de orde zijn waarmee rekening dient te worden gehouden bij de verdere ontwikkeling.

19/136

Hoofdstuk 4 4.1

Regelanalyse Rijk, Provincie en Waterschap

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, en er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn een aantal aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Het gebied tussen de stad Groningen, Hoogezand-Sappemeer, Delfzijl en de Eemshaven is aangewezen als NOVI-gebied Groningen. In dit gebied is sprake van een stapeling van opgaven (energietransitie, innovatieve economie, toekomstbestendige landbouw, krimp en groei) in combinatie met de urgentie van de versterkingsopgave. Opgaven Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vijf opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2.

de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. 5. De bouw van 1 miljoen woningen. In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: De Omgevingsagenda Voor Noord-Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe) is een omgevingsagenda opgesteld, waar Groningen als NOVI-gebied deel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en de regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. Zo wordt het versterken van het stedelijk netwerk als een van de opgaven voor Noord-Nederland gezien. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarmee het Rijk en de regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voort gebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Vanuit het Rijk wordt het creëren van een nieuw en aantrekkelijk toekomstperspectief voor Groningen met fysieke maatregelen als een belangrijke opgave gezien, zoals bereikbaarheid, landschappelijke kwaliteit,

20/136

aanlanding van windenergie op zee, datacenters, ontwikkeling zeehavens, als ook een sociaaleconomisch antwoord op bevolkingsdaling. 4.1.2 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale belangen als opgenomen in de NOVI. Er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling waarvan de beleidsvrijheid bij de gemeente en de provincie ligt. Er wordt richting gegeven aan de versterkingsopgave en 'een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied'. Er zijn geen nadelige gevolgen voor de doelstellingen binnen het NOVI-gebied. De ontwikkeling past binnen de kaders van het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Groningen Het provinciaal ruimtelijk beleid is verwoord in de Omgevingsvisie van de provincie Groningen. De Omgevingsvisie bevat de integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. Uit deze Omgevingsvisie vloeien richtlijnen en voorschriften voort, die zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. Hiermee werkt het omgevingsbeleid (ruimtelijke ordening, water, mobiliteit en milieu) door in plannen van gemeenten en waterschappen. De provincie streeft naar een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit in de provincie. Concreet gaat het om: 1. Gebruikswaarde: efficiënte inrichting van het gebied voor uitoefening van de daaraan toegekende of toe te kennen functies. 2. Belevingswaarde: sfeer en allure van het gebied, behoud van gebouwd cultuurhistorisch erfgoed en de herkenbaarheid van de historisch gegroeide stedenbouwkundige en landschappelijke structuur. 3.

Toekomstwaarde: toekomstbestendigheid van de maatregelen ten behoeve van de gebruiks- en de belevingswaarde De volgende beleidspunten zijn relevant voor Geerlandweg 3-5 in Siddeburen: Hergebruik vrijgekomen gebouwen in het buitengebied: zoals oorspronkelijke (agrarische) bedrijfsgebouwen, ook als cultureel erfgoed en monumenten is wenselijk Niet-agrarische bedrijvigheid: de gemeente dient te bepalen welk hergebruik van de bebouwing voor wonen of (andere) bedrijfsfuncties mogelijk is. Ontwikkelingen die in potentie kunnen leiden tot milieu- en verkeershinder moeten voorkomen worden door de gemeente. Door middel van het landschappelijk inpassingsplan worden de kwaliteiten van het landelijk gebied behouden. De ontwikkeling aan de Geerlandweg 3-5 draagt bij aan een efficiënte inrichting van het gebied door hergebruik van bestaande gebouwen. De vervallen schuur wordt vervangen door een veilig en bruikbare paardenstal, passend bij de huidige bedrijfsactiviteiten. De provincie Groningen stimuleert het hergebruik van vrijgekomen (agrarische) bedrijfsgebouwen, wat precies gebeurt met de vervallen schuur aan de Geerlandweg 3-5. Door de realisatie van de nieuwe bebouwing blijft het plangebied een aantrekkelijke locatie voor het bedrijf. In hoofdstuk 7 wordt voldoende gemotiveerd dat er geen sprake is van milieu- of verkeershinder.

Uit de Omgevingsvisie provincie Groningen vloeien verder geen directe aanvullende regels voort in relatie tot deze

21/136

wijziging van het Omgevingsplan. 4.2.2 Omgevingsverordening Groningen De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. Per provincie is er 1 omgevingsverordening die de bestaande verordeningen vervangt, zoals de milieuverordening, de planologische verordening, de ontgrondingenverordening, de landschapsverordening en de grondwaterverordening. Ook de provincie Groningen heeft een geldende omgevingsverordening, de 'Omgevingsverordening provincie Groningen'. De verordening is gelijktijdig in werking getreden met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De volgende artikelen uit de Omgevingsverordening zijn relevant: Artikel 3.7 Instructieregel inpassing van nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied Een Omgevingsplan dat van toepassing is op het buitengebied en voorziet in wijziging van de functies of van de regels voor het gebruik van de grond biedt afhankelijk van en evenredig aan de aard, omvang en gevolgen voor de fysieke leefomgeving inzicht in: a. de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied; b. de bestaande stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het gebied; c. de inpassing van de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling in de directe en in de wijdere omgeving; d.

de maatregelen die nodig worden geacht om eventuele aantasting van kwaliteiten en waarden als gevolg van de ontwikkeling te salderen of compenseren; en e. de bijdrage die de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling kan leveren aan de bestaande of nieuwe kwaliteiten en waarden. In paragraaf 2.2.2 is ingegaan op de landschappelijke inpassing van het planvoornemen in de omgeving. In paragraaf 7.14 wordt ingegaan op de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied en de bestaande stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Hieruit blijkt geen aantasting aan de bestaande kwaliteiten van de omgeving. Er wordt aan deze instructieregel van de provincie voldaan. Artikel 3.8 Instructieregel erfinrichtingsplan 1. De omvang, situering, inrichting en de landschappelijke inpassing van bebouwing en voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, in de omgeving worden vastgelegd in een erfinrichtingsplan, als dat in dit hoofdstuk is voorgeschreven. 2. Een erfinrichtingsplan komt tot stand met toepassing van de maatwerkmethode met als doel met de initiatiefnemer via keukentafelgesprekken overeenstemming te bereiken over de omvang, situering en inrichting van een locatie. 3. Een omgevingsplan stelt regels die bewerkstelligen dat: a. de bebouwing en voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, slechts overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd of aangelegd; b.

de aanleg en instandhouding van de in het erfinrichtingsplan opgenomen erfbeplanting publiekrechtelijk wordt geborgd. Het erfinrichtingsplan is onderdeel van de landschappelijke inpassing en in bijlage 1 opgenomen. In de regels voor het plangebied is opgenomen dat de ontwikkeling overeenkomstig het erfinrichtingsplan wordt gebouwd

22/136

en is in het Omgevingsplan publiekrechtelijk geborgd. Artikel 3.16 Instructieregel gebruik vrijgekomen gebouwen in het buitengebied 1. Een omgevingsplan kan een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in Artikel 3.12 (niet- agrarische bedrijven) mogelijk maken voor het hergebruik van vrijgekomen gebouwen, mits: a. de functie wonen slechts wordt toegekend aan het hoofdgebouw of een bij het hoofdgebouw behorend karakteristiek gebouw of beeldbepalend gebouw; b. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf; c. bedrijfsactiviteiten worden beperkt tot wat naar aard en omvang ruimtelijk, milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar is; d. regels worden opgenomen voor de opslag van materialen en goederen op het erf; en e. regels worden opgenomen over de uitoefening van detailhandel. 2. De regels, als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, worden alleen vastgesteld als de omgevingsplanactiviteit past in een woonvisie als bedoeld in Artikel 3.30 of de gemeentelijke omgevingsvisie. Vrijkomende agrarische bebouwing mag voor een andere functie worden gebruik, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf. Hiervoor is op grond van artikel 3.7 en 3.8 een landschappelijke inpassing gemaakt (zie bijlage 1).

Van een nieuwe woonfunctie is aan de Geerlandweg in Siddeburen geen sprake. Tevens moeten de activiteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieuhygiënisch inpasbaar en verkeerskundig inpasbaar zijn. Deze toets is opgenomen in hoofdstuk 7. De mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf wordt beperkt. Door de nieuwbouw van de stal wordt dit voorkomen. Ook dient de mogelijkheid voor detailhandel te worden beperkt. Daarvan is hier geen sprake. In hoofdstuk 5 is gemotiveerd dat de ontwikkeling past binnen de kaders van het gemeentelijk beleid. Artikel 3.24 Instructieregel uitbreiding niet-agrarische bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en aantal woonwagenstandplaatsen in buitengebied met meer dan 20% Dit artikel biedt de mogelijkheid om een of meer nieuwe, bijbehorende gebouwen op te richten met een grotere oppervlakte dan 20% van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen, dit kan alleen als voor deze uitbreiding de maatwerkmethode is gevolgd onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, waarbij rekening wordt gehouden met: de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur; de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande gebouwen; een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de gebouwen; het woon- en

leefklimaat van direct omwonenden; en het aspect nachtelijke lichtuitstraling. Hieronder wordt besproken dat het voorgenomen plan voldoet aan de voorwaarden uit artikel 3.24 van de omgevingsverordening. Er is een erfinrichtingsplan met landschappelijke inpassing opgesteld voor het plangebied. In het kader van advies en instemming zal de provincie worden geïnformeerd en gevraagd om de maatwerkmethode (artikel 3.9) te doorlopen.

23/136

In hoofdstuk 7 van deze toelichting zijn de relevante milieu- en omgevingsaspecten voor een goed woon- en leefklimaat besproken. Uit de beoordeling van de verschillende aspecten blijkt dat er geen negatieve invloed is op de omwonenden en de omgeving van het plangebied. De deuren van de paardenstal en indoor rijhal sluiten in de avond. Er komt geen extra verlichting op het erf. Het aspect nachtelijke lichtuitstraling hoeft niet verder te worden onderzocht, omdat hier in voldoende mate rekening mee is gehouden. 4.2.3 Conclusie provinciaal beleid Voor de beoogde ontwikkeling gelden geen specifieke regels vanuit de Omgevingsvisie van de provincie Groningen. Er is geen sprake van strijd met de Omgevingsverordening. Door middel van het erfinrichtingsplan en de landschappelijke inpassing wordt invulling gegeven aan de voorwaarden voor de ontwikkelingen aan de Geerlandweg in Siddeburen. Tijdens het vooroverleg zal de provincie de ontwikkeling toetsen via de maatwerkmethode.

4.3

Waterschapsbeleid

4.3.1 Waterschapsverordening 2024 De waterschapsverordening van Waterschap Hunze en Aa's behandelt een breed scala aan onderwerpen die betrekking hebben op het waterbeheer binnen het werkgebied van het waterschap. Deze verordening is gaan gelden tegelijkertijd met het van kracht worden van de Omgevingswet (1 januari 2024). De verordening zorgt ervoor dat alle betrokkenen weten welke regels gelden en wat hun rechten en plichten zijn met betrekking tot het waterbeheer. Dit helpt om waterveiligheid, waterkwaliteit en voldoende watervoorziening te waarborgen in het werkgebied van Waterschap Hunze en Aa's.

De belangrijkste onderwerpen die in de verordening aan bod komen, zijn onder andere: Waterkeringen en Dijken: Onderhoud, inspectie, en versterking van dijken en andere waterkeringen; Waterbeheer: Beheer en onderhoud van watergangen, kanalen, en rivieren; Waterkwaliteit: Maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit in sloten, kanalen, meren en andere waterlichamen; Vergunningen en Toezicht: Procedures en criteria voor het verlenen van vergunningen voor activiteiten die invloed hebben op het waterbeheer, zoals het aanleggen van steigers, dammen of andere bouwwerken; Handhaving en toezicht op de naleving van de regels; Bescherming en Onderhoud: Voorschriften voor het onderhoud van waterstaatswerken zoals gemalen, stuwen, sluizen en waterzuiveringsinstallaties; Afvalwater en Riolering: Beheer van afvalwaterstromen en samenwerking met gemeenten over de inzameling en zuivering van afvalwater; Natuur en Milieu: Maatregelen voor de bescherming van natuurwaarden langs watergangen en oevers; Klimaatadaptatie: Aanpassingen in het waterbeheer om de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme neerslag of langdurige droogte, het hoofd te bieden; Samenwerking en Financiën: Samenwerking met andere overheden, bedrijven en burgers in het beheer van water.Financiële aspecten, zoals de heffing en besteding van waterschapsbelastingen;

24/136

De locatie van de ontwikkeling bevindt zich niet in de nabijheid van primaire of secundaire waterkeringen. Er zijn geen dijken of andere waterkeringen die direct door de voorgenomen bouwactiviteiten worden beïnvloed. Het plan omvat geen activiteiten die veranderingen aanbrengen aan de bestaande watergangen, kanalen of andere waterlopen. Het huidige peilbeheer blijft ongewijzigd en er worden geen ingrepen gedaan die wateroverlast kunnen veroorzaken. Er zijn geen lozingen of activiteiten gepland die de waterkwaliteit nadelig kunnen beïnvloeden. De geplande activiteiten vallen buiten de beschermingszones rond waterstaatswerken. Er zijn geen ingrepen gepland die het onderhoud of de werking van waterstaatswerken zouden kunnen belemmeren. Voor de nieuwe gebouwen zijn geen specifieke vergunningen van het waterschap vereist. In paragraaf 7.16 wordt verder ingegaan op het wateraspect met betrekking tot de beoogde ontwikkeling. Hieruit blijkt dat de waterschapsbelangen niet negatief worden beïnvloed. 4.3.2 Conclusie beleid waterschap Gezien bovenstaande punten, kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling aan de Geerlandweg 3-5 in Siddeburen niet strijdig is met de Waterschapsverordening Hunze en Aa's. Er is geen verdere toetsing noodzakelijk aan de instructieregels van het waterschap.

De ontwikkeling kan doorgaan zonder aanvullende vergunningen of goedkeuringen van Waterschap Hunze en Aa's.

25/136

Hoofdstuk 5 5.1

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Midden- Groningen 2023

De Omgevingsvisie Midden-Groningen is op 2 november 2023 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen met twee doelen: 1. Het geeft de stip op de horizon over hoe de gemeente omgaat met de ruimtelijke opgaven die op de gemeente afkomen. Zoals de noodzaak voor meer woningen, duurzame energie of het vinden van geschikte ruimte voor bedrijven. 2. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie het kader hoe de gemeente ideeën en plannen van inwoners of ondernemers zal beoordelen. Dit geldt voor plannen die niet in het Omgevingsplan passen. De acht speerpunten zijn: Veilig en gezonde woon- en leefomgeving uitnodigend voor bewegen en ontmoeten; Beleefbare omgeving met behoud en versterking van verschillen in het landschap en kernen en hun karakter/historie; Voldoende en betaalbare woningen voor eigen inwoners en voor nieuwe inwoners Ontwikkeling naar een toekomstbestendige landbouw en toekomstbestendig buitengebied met een groeiende betekenis voor recreatie en vrijetijdseconomie; Ruimte voor bedrijvigheid en ondernemen in balans met de omgeving en arbeidsmarkt; Ontwikkeling naar minder energieverbruik, groene en betaalbare energie; Voorsorteren op veranderingen in het klimaat en versterking van de biodiversiteit; Goede fysieke én digitale bereikbaarheid en toegankelijkheid. Daarnaast is de gemeente Midden- Groningen belangrijk voor werkgelegenheid.

Er zijn veel ondernemers, waarbij ook sprake zal zijn van uitbreiding. Met name voor passend werk dat aansluit bij de eigen inwoners en voor ondernemingen die inspelen op de opgaven van onze tijd geeft de gemeente ruimte. Bij veranderingen van of bij bedrijven zullen voorwaarden horen. Maat en schaal van nieuwe ontwikkelingen moeten passen bij de omgeving. Ook wordt gekeken of een ontwikkeling op voldoende afstand van woningen ligt. En of een ontwikkeling niet te veel verkeer aantrekt. Er moet een goede inpassing zijn in het landschap. De gemeente stimuleert de ontwikkeling van waardevol en duurzaam toerisme (passend bij draagkracht natuur/landschap/bewoners) met het oog op sterke en volwaardige vrijetijdssector rond natuur, landschap en cultuur(historie). De gemeente stimuleert daarnaast bedrijvigheid gericht op de lokale arbeidsmarkt met voldoende plekken om te leren/werken. Het plan past bij het speerpunt 'een ontwikkeling naar een toekomstbestendige landbouw en buitengebied met een groeiende betekenis voor recreatie en vrijetijdseconomie'. De plannen voor een paardenstal en indoor rijhal en de bijbehorende coaching- en trainingsactiviteiten met ondergeschikte logiesfunctie en dagbesteding ondersteunen een toekomstbestendige landbouw door het introduceren van nieuwe economische activiteiten in het buitengebied.

Deze activiteiten versterken de vrijetijdseconomie en bieden mogelijkheden voor omliggende recreatie en horeca die bijdragen aan de economische vitaliteit van de regio.

26/136

Het plan creëert nieuwe werkgelegenheid (3 FTE's) en biedt faciliteiten voor ondernemers en managementteams om hun vaardigheden te verbeteren. Dit sluit aan bij de doelstelling van de gemeente om bedrijvigheid te stimuleren die aansluit bij de lokale arbeidsmarkt. De trainingen en coachingsessies trekken klanten uit andere regio's, wat de economische diversiteit en vitaliteit van Midden-Groningen versterkt.

5.2

Beleidsnotitie Paardenhouderijen Buitengebied Midden- Groningen 2021

De beleidsnotitie Paardenhouderijen Buitengebied Midden-Groningen richt zich zowel op hobbymatige als bedrijfsmatige paardenhouderijen en is bedoeld om te dienen als afwegingskader voor aanvragen die buiten het Omgevingsplan vallen. De notitie biedt ruimte voor de ontwikkeling van paardenhouderijen mits deze geen afbreuk doen aan het woon- en leefklimaat van de omgeving. De beleidsregels zijn opgesteld in lijn met de Omgevingswet en voorzien in het vastleggen van duidelijke criteria. Een bedrijfsmatige paardenhouderij heeft meestal een grotere omvang en een winstoogmerk. Dit kan productiegericht (fokkerij) of gebruiksgericht (training en stalling) zijn. De bedrijfsactiviteiten aan de Geerlandweg 3-5 kan als bedrijfsmatige paardenhouderij worden aangemerkt. De activiteiten aan de Geerlandweg in Siddeburen zijn namelijk gericht op het africhten en trainen van paarden en het bieden van stalruimte voor paarden en het geven van instructie aan derden. De beleidsnotitie stelt dat de paardenhouderijen geen onevenredige hinder veroorzaken voor de omgeving. De minimale afstand tot de dichtstbijzijnde woningen moet 50 meter zijn, tenzij gemotiveerd kan worden dat een kleinere afstand acceptabel is in een gemengd gebied (minimaal 30 meter). De dichtstbijzijnde woning aan de Geerlandweg 2 ligt op een afstand van 52 meter. Aan deze boordelingscriteria wordt voldaan.

De plannen moeten zorgvuldig worden getoetst op de verkeersimpact. Maneges en gebruiksgerichte paardenhouderijen trekken meer verkeer aan, wat moet worden meegenomen in de beoordeling. In paragraaf 7.4 wordt gemotiveerd dat er geen knelpunten ontstaan op het omliggende wegennet. De paardenhouderij moet voldoen aan milieuhygiënische eisen, inclusief de opslag van mest en ruwvoer, en de invloed op geur en geluid in de omgeving moet worden beperkt. Hier wordt in paragraaf 7.10 en 7.9 verder op ingegaan. In deze paragrafen wordt aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbare situatie. Nieuwbouw van gebouwen is alleen onder voorwaarden van een landschappelijke inpassing en verbetering erfinrichting mogelijk. Hier is in paragraaf 2.2.2 op ingegaan. Voor recreatief verblijf bij een bedrijfsmatige paardenhouderij wordt aangesloten bij de regeling kleinschalige horeca zoals opgenomen in de beleidsnotitie Kleinschalige bedrijvigheid in het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Midden-Groningen. Bij maneges of gebruiksgerichte paardenhouderijen bestaat vaak de behoefte om bezoekers te ontvangen met een hapje of een drankje. Binnen deze categorie wordt dan ook toegestaan om in de bedrijfsgebouwen een gedeelte in te richten als kantine.

Deze ondersteunende horeca beslaat niet meer dan 25% van de vloeroppervlakte van de hoofd- en bijgebouwen van de manege, met een maximum van 100 m². Aan deze

27/136

oppervlaktenormen wordt voldaan. De gewenste ontwikkeling aan de Geerlandweg 3-5 is in lijn met de Beleidsnotitie Paardenhouderij van de gemeente Midden-Groningen.

5.3

Beleidsnotitie Kleinschalige bedrijvigheid 2022

De Beleidsnotitie Kleinschalige bedrijvigheid Buitengebied van de gemeente Midden-Groningen biedt richtlijnen voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in het buitengebied. De notitie is opgesteld om een uniform beleidskader te creëren voor het beoordelen van verzoeken van agrariërs en inwoners die kleinschalige bedrijfsactiviteiten willen beginnen zoals kleinschalige horeca, logies, en nevenactiviteiten. Het doel is om ruimte te bieden voor deze activiteiten zonder het woon- en leefklimaat aan te tasten. De activiteiten mogen niet meer dan 30% van de totale bebouwde oppervlakte innemen, met een maximum van 1.000 m². De activiteiten moeten ruimtelijk, milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar zijn. Opslag van materialen en goederen op het erf is beperkt. Detailhandel is in principe niet toegestaan. Eventuele uitbreidingen van bebouwing moeten voldoen aan de maatwerkmethode en criteria uit de Omgevingsverordening. Een belangrijk uitgangspunt is dat de kleinschalige horeca of logiesfunctie ondergeschikt is aan de hoofdfunctie van het perceel en er voldoende afstand wordt aangehouden tot omliggende functies. De nevenactiviteiten van de paardenhouderij aan de Geerlandweg in Siddeburen bestaan uit coaching, cursussen, managementtraining en dagbesteding. Ook is er een logiesfunctie.

Deze activiteiten zijn ondergeschikt aan de paardenhouderij en beslaan minder dan 30% van het totaal bebouwde oppervlakte. Het maximum van 1.000 m² wordt niet gehaald. Zoals gemotiveerd in hoofdstuk 7 zijn de activiteiten ruimtelijk, milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het plan ondersteunt daarnaast de lokale economie door werkgelegenheid te bieden en draagt bij aan de vrijetijdseconomie. De gewenste ontwikkeling aan de Geerlandweg 3-5 is in lijn met de Beleidsnotitie Kleinschalige bedrijvigheid 2022 van de gemeente Midden-Groningen.

5.4

Conclusie gemeentelijk beleid

De ontwikkeling aan de Geerlandweg 3-5 in Siddeburen is in lijn met de Omgevingsvisie van de gemeente Midden- Groningen. De activiteiten passen binnen de toetsingskaders van de beleidsnotities voor paardenhouderijen en kleinschalige bedrijvigheid.

28/136

Hoofdstuk 6

Hoe wordt de gewenste ontwikkeling geregeld?

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de regels. Er wordt toegelicht hoe het plan, zoals verwoord in paragraaf 2.2 wordt uitgewerkt in de regels welke in het Omgevingsplan Midden-Groningen worden opgenomen. Met het onderhavige wijzigingsbesluit krijgen de bestaande activiteiten en gewenste activiteiten aan de Geerlandweg 3-5 in Siddeburen een nieuwe juridische regeling in het Omgevingsplan. Hieronder worden deze nieuwe regelingen en de bjbehorende locaties uitgewerkt.

6.1

Welke activiteiten worden toegestaan en waar?

De gemeente Midden-Groningen stelt de regels voor de wijziging van het Omgevingsplan op. Deze kunnen in deze paragraaf worden uitgewerkt.

6.2

Wat staan we waar toe in het Omgevingsplan?

De koppeling van regels aan locaties kan in deze paragraaf worden uitgewerkt. De gemeente Midden- Groningen verzorgd het annoteren.

29/136

Hoofdstuk 7

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

De gevolgen voor de fysieke leefomgeving door de wijziging van het Omgevingsplan Midden- Groningen dienen in kaart te worden gebracht. De aard, omvang en locatie van de activiteit(en) zijn bepalend voor de milieu-, en omgevingsaspecten en andere thema's die onderzocht moeten worden als onderdeel van de ruimtelijke motivering. Dit is nodig met het oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zo dient in elk geval rekening te worden gehouden met de instructieregels uit het Bkl en de provinciale verordeningen (zie artikel 8.0b Bkl). Daar waar een nieuwe activiteit milieu ruimte inneemt, is aandacht nodig voor de gevolgen van deze activiteit op de omgeving, maar ook welke gevolgen de omgeving heeft op deze nieuwe activiteit. De instructieregels uit het Bkl (en provinciale omgevingsverordening) kunnen verplichten tot het opnemen van regels in het Omgevingsplan. Hiervoor dient extra aandacht te zijn bij het onderzoek naar de gevolgen van een activiteit voor de fysieke leefomgeving.

7.1

Mer-beoordeling

Algemeen Onder de Omgevingswet geldt een plan-mer-plicht wanneer een besluit wordt voorbereid dat het kader schept voor een mer-(beoordelings)plichtige activiteit of wanneer een besluit wordt voorbereid waarvoor een zogenaamde passende beoordeling is vereist. Het planMER brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over is genomen en onderzoekt verschillende alternatieve oplossingen en maatregelen met het oog op het beperken van effecten op de leefomgeving. Hiermee draagt het planMER ook bij aan de onderbouwing en transparantie van de effecten van een besluit en kan het als hulpmiddel worden gebruikt bij de participatie. In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke activiteiten mer-(beoordelings)plichtig zijn. Activiteiten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer-(beoordelings)plicht geldt. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een plan, de locatie van een plan en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten.

De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen plan moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1 van de Omgevingswet). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het plan, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob). Toetsing

30/136

De beoogde ontwikkeling, namelijk de bouw van de paardenstal en indoor rijhal en de gebruiksactiviteiten van de gebruiksgerichte paardenhouderij komt niet voor in Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Het plan is niet project-mer.-plichtig of mer.-beoordelingsplichtig. De ontwikkeling heeft geen onaanvaardbaar effect op de onderliggende gronden of andere functies in de omgeving. De landschappelijke elementen rondom het plangebied worden behouden. Er zal geen onaanvaardbare hinder door het aspect geluid door activiteiten of geur worden veroorzaakt. Ook is er geen toename van stikstofdepositie door de voorgenomen ontwikkeling. Overigens blijkt uit de beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten uit de rest van dit hoofdstuk dat er geen belangrijke milieugevolgen zullen optreden. Conclusie Deze ontwikkeling is niet mer-(beoordelings)plichtig. Volgens de toetsing van de omgevingsaspecten in hoofdstuk 7 zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van het verlenen van de omgevingsvergunning.

7.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand en is opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Artikel 5.129). Deze instructieregel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. In Lid 2 (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) is geregeld dat, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, met nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden wordt met: de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Bestaat de stedelijke ontwikkeling uit de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een brutovloeroppervlakte van minder dan 500 m². Boven de 500 m² is er in principe sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling ligt buiten het bestaand stedelijk gebied en bestaat uit de realisatie van een paardenstal en indoor rijbak bedrijfsloods van 1.710 m². Er is hierbij sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Beoordeeld moet worden of er gemotiveerd kan worden dat de behoefte en locatie voor de stedelijke ontwikkeling voldoende is afgewogen. Toetsing behoefte De huidige schuur aan de Geerlandweg 3 is door aardbevingsschade vervallen en onveilig, waardoor deze niet meer bruikbaar is voor de stalling en verzorging van de paarden. De schuur van 428 m² verkeert in een staat van

31/136

verwaarlozing en vereist noodzakelijke versterking om te voldoen aan de veiligheidseisen. Daarnaast zijn de huidige faciliteiten niet toereikend om de 36 paarden op een veilige manier te huisvesten. Dit leidt tot suboptimale omstandigheden voor zowel de dieren als de bedrijfsvoering. De nieuwe paardenstal en indoor rijhal zijn essentieel om te voldoen aan de functionele eisen van een moderne paardenhouderij. De huidige faciliteiten schieten tekort in het bieden van voldoende ruimte en bescherming voor de paarden, vooral tijdens slechte weersomstandigheden. Een indoor rijhal biedt de mogelijkheid om het hele jaar door te trainen en lessen te geven, wat bijdraagt aan de continuïteit van de bedrijfsvoering en de kwaliteit van de zorg voor de paarden. Alternatieven zoals het repareren van de bestaande schuur zijn niet haalbaar gezien de omvang van de noodzakelijke versterkingswerken. Een nieuwe paardenstal en indoor rijhal bieden een duurzamere en toekomstbestendige oplossing. Daarnaast past de te realiseren bebouwing binnen het gemeentelijk beleid. Hier wordt in hoofdstuk 5 op ingegaan. Samengevat blijkt dat de gewenste ontwikkeling aan de Geerlandweg 3-5 past binnen de behoefteraming van het bedrijf. De behoefte is hiermee voldoende aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15983489/1