04. Ruimtelijke onderbouwing Geerlandweg 3
Tekst van het document
GEBRUIKSFASE Voor de bedrijfswoning wordt aangesloten bij het functietype 'Koop, huis, vrijstaand'. Hiervoor geldt een CROW-kencijfer van 8,2 mvt/etmaal op een weekdag. Voor de logiesfunctie wordt uitgegaan van een vier sterren hotel waarvoor een CROWkencijfer van 2,6 mvt/etmaal op een weekdag van toepassing is. Voor de verkeersgeneratie van de rijhal en de paardenstal wordt uitgegaan van 92 mvt/etmaal op basis van de te verwachten activiteiten, zie hiervoor onderstaande tabel. Daarnaast zorgen de werknemers voor een extra 6 mvt/etmaal. Voor bezoekers voor trainingen, coaching en dagbesteding wordt een maximale groepsgrootte van 10 personen per dag aangehouden. Dit betekent een extra 20 mvt/etmaal aan verkeersbewegingen. In totaal betekent dit een verkeersgeneratie van 128,8 mvt/etmaal. Tabel 3 Verkeersgeneratie
Functiegroep
Functietype
Programma
Kencijfer CROW
Verkeersgeneratie mvt/etmaal
Sport
Manege (paardenhouderij)
23 boxen
0,4
92,0
Voor de gebruiksfase is ook het rekenjaar 2024 gehanteerd. Verkeersafwikkeling Tijdens de gebruiksfase wordt ervan uitgegaan dat 50% van het gegenereerde verkeer zich in de richting van de Damsterweg zal verplaatsen, terwijl de overige 50% richting de N33 zal gaan. Op deze wegen gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld.
REKENPUNTEN Vanwege de ligging nabij de landsgrens zijn er 6 automatische rekenpunten op Natura 2000-gebieden in het buitenland gegenereerd en toegevoegd aan de berekeningen.
4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de berekening met AERIUS Calculator (2023.2.1) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Omgevingswet.
4/4
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
-, --
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RxogMKoJ42DT 29 juli 2024, 09:46 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
realisatie- en gebruiksfase - Beoogd realisatie- en gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RxogMKoJ42DT (29 juli 2024)
2024 -
1,1 kg/j
97,8 kg/j
2/8
Projectberekening
realisatie- en gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Materieelinzet Verkeersnetwerk
RxogMKoJ42DT (29 juli 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,6 kg/j 0,5 kg/j
84,2 kg/j 13,6 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RxogMKoJ42DT (29 juli 2024)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "realisatie- en gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RxogMKoJ42DT (29 juli 2024)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/8
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
Naam
Coördinaat
1
Hund und Paapsand (10 km)
2
Unterems und Außenems (12 km)
3
Krummhörn (13 km)
4 5
Niedersächsisches Wattenmeer und angrenzendes Küstenmeer & Nationalpark Niedersächsisches Wattenmeer (15 km) Emsmarsch von Leer bis Emden (15 km)
X:257961 Y:596186 X:262189 Y:595365 X:264017 Y:595530 X:262234 Y:599291
6
Rheiderland (24 km)
RxogMKoJ42DT (29 juli 2024)
X:267267 Y:594144 X:276889 Y:584361
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/8
Projectberekening
realisatie- en gebruiksfase, Rekenjaar 2024 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Materieelinzet X:253170,13 Y:587588,63 1,32 ha
NOₓ NH₃
Naam
Stageklasse
Brandstofverbruik
sloop
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 368 l/j SCR: ja
84,2 kg/j 0,6 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
32 u/j
0 l/j
bouw 75- 560 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1240 l/j kW SCR: ja
106 u/j 0 l/j
bouw 56- 75 kW
150 u/j 0 l/j
2
Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, 900 l/j SCR: ja
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RxogMKoJ42DT (29 juli 2024)
verkeer realisatiefase X:253724,12 Y:587678,19 1.116,99 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Stagnerend verkeer X:253176,18 Y:587594,37 84,60 m Binnen bebouwde kom (stagnerend) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Stof Emissie
NOₓ
12,3 kg/j NH₃ 88,3 g/j NOₓ 41,5 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 30,5 kg/j NH₃ 0,2 kg/j
Links Rechts NOₓ 2,1 kg/j Type scherm - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - NH₃ 34,2 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
420,0 /jaar 100,0 /jaar 266,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Type scherm - - NO₂ 52,5 g/j Hoogte - - NH₃ 2,2 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
0,0 /jaar 100,0 /jaar 266,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
4
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
50% gebruiksfase oost X:253733,32 Y:587684,02 1.092,62 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren 50% gebruiksfase west X:252960,34 Y:587621,02 531,28 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 7,6 kg/j Type scherm - NO₂ 1,2 kg/j Hoogte - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
64,4 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 3,7 kg/j Type scherm - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
64,4 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2.1_20240702_c9370194cb Database versie 2023.2.1_c9370194cb_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RxogMKoJ42DT (29 juli 2024)
8/8
88/136
Bijlage 4
89/136
Verkennend bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek Geerlandweg 3 in Siddeburen (nieuwbouw)
Rapportnummer: Status: Datum:
240312/JvdM Definitief, versie 1 25 juli 2024
Opdrachtgever:
Rho Adviseurs Druifstreek 72-C 8911 LH LEEUWARDEN
Realisatie:
WMR Rinsumageest bv Van Aylvawei 40 9105 KT RINSUMAGEAST T 0511 - 425050 I www.wmr.nl E milieu@wmr.nl
COLOFON Project: Opdrachtgever: Rapportnummer: Auteur: Projectleider: Handtekening:
Verkennend bodemonderzoek Geerlandweg 3, Siddeburen Rho Adviseurs 240312/JvdM J.J. van der Mei D.T. van der Mei
Datum:
25 juli 2024
Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. De activiteiten van WMR Rinsumageest bv zijn gewaarborgd middels de volgende certificaten: NEN-EN-ISO 9001 Kwaliteitsmanagementsystemen VCA**: Veiligheids Checklijst Aannemers SC-530: SCA Procescertificaat Asbestverwijdering SVMS-007: Procescertificaat Slopen BRL SIKB 1000: Procescertificaat Monsterneming voor partijkeuringen BRL SIKB 2000: Procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 6000: Procescertificaat Milieukundige begeleiding van bodemsaneringen BRL SIKB 7000: Procescertificaat Uitvoering Bodemsaneringen en lidmaatschap van:
Vereniging Van Milieu Adviesbureaus Bouwend Nederland
BRL SIKB 2000
Rapportnummer : 240312/JvdM
Blad : III
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................................1 1.1 Algemeen ....................................................................................................................................................1 1.2 Aanleiding en doelstelling van het onderzoek............................................................................................1 1.3 Kwaliteitswaarborg .....................................................................................................................................1 1.4 Opbouw van het rapport ............................................................................................................................ 1
2
VOORONDERZOEK .....................................................................................................................................................2 2.1 Algemeen ....................................................................................................................................................2 2.2 Algemene locatiegegevens .........................................................................................................................2 2.3 Geraadpleegde bronnen.............................................................................................................................2 2.4 Actuele situatie en historische situatie ......................................................................................................2 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie ................................................................................2 2.6 Voorgaande bodemonderzoeken ...............................................................................................................3 2.7 Conclusie vooronderzoek ........................................................................................................................... 3 2.8 Opstelling onderzoekshypothese ...............................................................................................................3
3
VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN .........................................................................................................4 3.1 Veldwerkzaamheden .................................................................................................................................. 4 3.2 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................................................4
4
TOETSINGSKADER .....................................................................................................................................................5
5
ANALYSERESULTATEN EN TOETSING.........................................................................................................................6 5.1 Grond ..........................................................................................................................................................6 5.2 Grondwater ................................................................................................................................................6
6
SAMENVATTING EN CONCLUSIE ...............................................................................................................................7 6.1 Samenvatting ..............................................................................................................................................7 6.2 Evaluatie .....................................................................................................................................................7 6.3 Conclusie ....................................................................................................................................................7 6.4 Aanbevelingen ............................................................................................................................................8
Bijlagen:
1. Kadastrale kaart 2. Situatietekening 3. Boorprofielen 4. Analysecertificaten 5. Toetsingsresultaten
Verkennend bodemonderzoek Geerlandweg 3, Siddeburen
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 240312/JvdM
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
Blad : 1 van 8
In opdracht van Rho Adviseurs is door WMR Rinsumageest bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Geerlandweg 3 in Siddeburen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2023 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) en NEN 5740:2023 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). 1.2
Aanleiding en doelstelling van het onderzoek Aanleiding van het verkennend onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een stal en een rijhal. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de nieuwbouwplannen.
1.3
Kwaliteitswaarborg Het veldwerk is uitgevoerd conform de SIKB-protocollen 2001 en 2002. WMR Rinsumageest bv is voor uitvoering van de veldwerkzaamheden bij (water)bodemonderzoek gecertificeerd door het KIWA volgens de BRL SIKB 2000 (certificaatnummer K9198). Het procescertificaat van WMR Rinsumageest bv en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. WMR Rinsumageest bv is op geen enkele wijze gelieerd of gekoppeld aan de opdrachtgever. Ook bestaan er geen eigendomsverhoudingen met betrekking tot het te onderzoeken terrein. Hiermee wordt voldaan aan de onafhankelijkheidseisen uit de BRL 2000. Daarnaast is in het belang van een gewaarborgde functiescheiding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer geen sprake van een directe relatie (opdracht uit eigen organisatie). De analyses zijn uitgevoerd conform AS3000 in het erkende laboratorium van Eurofins Analytico.
1.4
Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • De resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); • De uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3); • Het toetsingskader (hoofdstuk 4); • De analyseresultaten en de toetsing (hoofdstuk 5); • Een samenvatting van het onderzoek, conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6). De bijbehorende tekening, boorprofielen en analysecertificaten zijn als bijlage opgenomen.
Verkennend bodemonderzoek Geerlandweg 3, Siddeburen
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 240312/JvdM 2 2.1
Blad : 2 van 8
VOORONDERZOEK Algemeen Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5725:2023. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen.
2.2
Algemene locatiegegevens In bijlage 1 is een kadastrale kaart opgenomen, waarop de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn weergegeven. In onderstaande tabel zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie Kadastrale gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik
2.3
Geerlandweg 3, Siddeburen Gemeente Slochteren, sectie T, nrs. 525 en 526 Circa 1.650 m2 Schuur en rijbak
Geraadpleegde bronnen Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Opdrachtgever • Gemeente Midden-Groningen • Locatie-inspectie (gecombineerd met veldwerk) • Bodemloket • Dinoloket • Topotijdreis • Google Earth/Maps/Streetview • Het Kadaster (www.kadaster.nl)
2.4
Actuele situatie en historische situatie De onderzoekslocatie aan de Geerlandweg bevindt zich in een landelijk gebied, ten noorden van Siddeburen. Het onderzoeksgebied bestaat uit een voormalige boerderij (1965), welke momenteel in gebruik is als schuur, en een rijbak. De schuur is voornamelijk in gebruik voor het houden van paarden. Op het terrein zijn geen slootdempingen aanwezig. Tevens zijn op de locatie geen boven- en/of ondergrondse tanks aanwezig (geweest). PFAS Voor de onderzoekslocatie zijn er geen aanwijzingen voor een verontreiniging met PFAS. PFAS is onder andere water-, vet- en vuilafstotend. Ze zitten in verschillende producten. Bijvoorbeeld in smeermiddelen, voedselverpakkingsmaterialen, blusschuim, anti-aanbaklagen van pannen, kleding, textiel en cosmetica. Ook worden ze gebruikt in verschillende industriële toepassingen en processen. Toekomstige situatie Het ligt in de bedoeling om de voormalige boerderij te slopen en vervolgens een nieuwe stal en rijhal te bouwen. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1.650 m2. Omliggende percelen In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn woningen, weilanden en akkerbouwgrond te vinden. Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn verder geen gegevens bekend omtrent milieuverdachte activiteiten en calamiteiten. In bijlage 2 is een situatietekening van de onderzoekslocatie opgenomen.
2.5
Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie De regionale bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie is afgeleid uit ondergrondgegevens van het Dinoloket (boring B07H0020). De resultaten tot 10,0 m -mv zijn in tabel 2.2 weergegeven.
Verkennend bodemonderzoek Geerlandweg 3, Siddeburen
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 240312/JvdM
Blad : 3 van 8
Tabel 2.2: Bodemopbouw omgeving onderzoekslocatie Diepte (m -mv)
Lithologie (textuur)
Lithostratigrafie
0,0 - 0,3 0,3 - 1,3 1,3 - 4,5 4,5 - 10,0
Klei Veen Zand Zand
Holocene afzettingen Holocene afzettingen Formatie van Boxtel Formatie van Peelo
Uit het grondwaterbeschermingsplan van de provincie Groningen blijkt dat de locatie niet in een grondwaterbeschermingsgebied ligt. De grondwaterstroming van het freatisch grondwater is niet bekend. De grondwaterstroming wordt in de regel met name bepaald door lokale watergangen en voorkeursstromingen (als gevolg van o.a. vijvers en sloten). 2.6
Voorgaande bodemonderzoeken Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn geen voorgaande bodemonderzoeken bekend.
2.7
Conclusie vooronderzoek Vanwege het huidige en voormalige gebruik van de onderzoekslocatie zijn er aanwijzingen voor een vermoeden van bodemverontreiniging. Derhalve wordt de locatie als verdacht voor bodemverontreiniging beschouwd.
2.8
Opstelling onderzoekshypothese Conform de NEN 5740 is voor de onderzoekslocatie een onderzoekshypothese met een onderzoeksstrategie opgesteld welke in tabel 2.3 op de volgende pagina worden weergegeven. Tabel 2.3: Onderzoekslocatie met onderzoeksstrategie Deellocatie (oppervlakte)
Onderzoek
Verdacht/
Aard verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
onverdacht Verdacht
Onderzoekslocatie NEN 5740 VED-HE-NL (circa 1.650 m2) VED-HE-NL Verdachte locatie, niet lijnvormig, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming
VED-HE-NL Het doel van het verkennend bodemonderzoek met de onderzoeksstrategie VED-HE-NL is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond boven de achtergrondwaarde wordt aangetroffen. Opgemerkt wordt dat de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) niet geschikt is om de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem aan te tonen. Onderzoek naar asbest dient plaats te vinden conform de NEN 5707. Vooralsnog is er geen aanleiding voor het uitvoeren van een onderzoek naar asbest in de bodem conform NEN 5707. Bij de uitvoering van het veldwerk dient aandacht te worden besteed aan het eventueel zintuiglijk voorkomen van asbest op en in de bodem.
Verkennend bodemonderzoek Geerlandweg 3, Siddeburen
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 240312/JvdM 3 3.1
Blad : 4 van 8
VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de erkende monsternemer N. Vijver volgens de SIKB-protocollen 2001 en 2002. Hij werd hierbij geassisteerd door een veldwerker in opleiding, de heer J. Dijkstra. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 3 juli 2024. De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor. De grond van de boringen is per bodemlaag bemonsterd met een maximaal bemonsteringstraject van 0,5 meter. De peilbuis is, na voldoende doorpompen, bemonsterd op 10 juli 2024 met behulp van een slangenpomp. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 3.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden (Deel-)locatie (oppervlakte)
Veldwerkzaamheden Uitvoering boring met peilbuis boring tot grondwater boring tot 0,5 m -mv
Onderzoekslocatie (circa 1.650 m2)
Aantal 1 2 10
Codering boring nr. 1 nrs. 2 en 3 nrs. 4 t/m 13
De situering van de onderzoekslocatie en de boringen is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Zintuiglijke waarnemingen Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en asbestverdachte materialen. In de bovengrond van boring 4 (15-35) zijn matige baksteenresten aangetroffen. Veldmetingen grondwater In tabel 3.2 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3.2: Resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis
Filterstelling (cm -mv)
Grondwaterstand (cm -mv)
pH (-)
Ec (uS/cm)
Troebelheid (NTU)
1
190 - 290
140
6,45
2.830
>10
De gemeten waarden voor de zuurgraad en geleiding zijn normaal voor de omgeving waarin de onderzoekslocatie zich bevindt. De troebelheid van het grondwatermonster voldoet niet aan de verwachte natuurlijke waarde (0-10 NTU). Het meten van een verhoogde troebelheid is overigens niet bezwaarlijk maar kan gebruikt worden bij de interpretatie van de analyseresultaten. 3.2 Laboratoriumonderzoek De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn uitgevoerd in het geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico. De samenstelling van de te analyseren monsters heeft plaatsgevonden op basis van de resultaten van het veldonderzoek. De monsters zijn dusdanig geselecteerd dat, na uitvoering van de analyses, een zo representatief mogelijk beeld verkregen wordt van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In tabel 3.3 is de samenstelling van de (meng)monsters en de analysepakketten weergegeven. Tabel 3.3: Samenstelling (meng)monsters en analyses Codering
Deelmonster: boring met monstertraject
Analysepakket
(meng)monster (cm -mv) 14 (15-35) 14 (15-35) NEN 5740 basispakket grond* MM1 3, 11 13 (0-50), 5 (0-30) NEN 5740 basispakket grond MM2 7 (0-40), 8 (0-50), 9, 10 (0-20) NEN 5740 basispakket grond Peilbuis 1 Peilbuis 1 (filter 190-290) NEN 5740 basispakket grondwater** * droge stof, zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie, PAK-10, PCB, organisch stofgehalte en lutum ** zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie, aromatische en chloorhoudende verbindingen, zuurgraad en geleiding
Verkennend bodemonderzoek Geerlandweg 3, Siddeburen
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 240312/JvdM 4
Blad : 5 van 8
TOETSINGSKADER De gemeten gehalten aan verontreinigende stoffen in de grond worden beoordeeld op basis van “AW 2000” (TNOrapport 2006-U-R0044/A; maart 2006) en de “Circulaire Bodemsanering 2013” (Staatscourant, nummer 16675, 27 juni 2013). In deze regelgeving zijn normen aangegeven voor het vaststellen van bodemvervuiling aan de hand van achtergrond-, tussen- en interventiewaarden. Voor het grondwater wordt in plaats van de achtergrondwaarde, de streefwaarde gebruikt als toetsingscriterium. Barium De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg d.s. Het beoordelingsniveau van de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden, waaraan verontreinigende stoffen worden getoetst, is in onderstaande tabel weergegeven: Tabel 4.1: Interpretatie van de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden (Wbb) Beoordelingsniveau verontreinigende stof
Waardering
Toelichting
≤ Achtergrond-/streefwaarde (of detectiegrens)
niet verontreinigd
> Achtergrond-/streefwaarde ≤ Tussenwaarde
licht verhoogd
> Tussenwaarde ≤ Interventiewaarde
matig verhoogd
> Interventiewaarde
sterk verhoogd
De achtergrond-/streefwaarde geeft het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van de bodem aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft volledig hersteld zijn. Naast de streef-/achtergrond- en interventiewaarden worden de gemeten waarden getoetst aan het criterium (A/S+I)/2, de zogenaamde tussenwaarde. Bij overschrijding van de tussenwaarde bestaat er een vermoeden van een ernstige bodemverontreiniging en wordt nader onderzoek noodzakelijk geacht. De interventiewaarde geeft het niveau aan waarbij verontreinigingen in de bodem zodanig zijn dat er een ernstige of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier en plant. Bij gehalten boven de interventiewaarde en een bepaalde hoeveelheid verontreinigde grond/sediment (≥25 m3) of grondwater (≥100 m3), is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Bodemtypecorrectie Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem (bodem met 10% organische stof en 25% lutum). Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 5. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De resultaten zijn getoetst aan de landelijke interventiewaarden bodemkwaliteit uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Op dit moment is er nog geen aangepaste BOTOVAgevalideerde software beschikbaar. Derhalve is gebruik gemaakt van de bestaande BOTOVA-software en/of wel beschikbare software. Besluit Bodemkwaliteit De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). Binnen het Besluit bodemkwaliteit worden de volgende kwaliteitsklassen voor grond onderscheiden: • Landbouw/natuur • Wonen • Industrie • Matig verontreinigd • Sterk verontreinigd
Verkennend bodemonderzoek Geerlandweg 3, Siddeburen
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 240312/JvdM 5 5.1
Blad : 6 van 8
ANALYSERESULTATEN EN TOETSING Grond De analyseresultaten en interpretatie van de grond is weergegeven in tabel 5.1. Tabel 5.1: Interpretatie analyseresultaten grond Monster Boringnrs. met monstertraject (cm -mv)
5.2
14 (15-35)
14 (15-35)
MM1
3, 11 13 (0-50), 5 (0-30)
MM2
7 (0-40), 8 (0-50), 9, 10 (0-20)
> AW >T >I *
: geen overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde : indicatieve toetsing bij toepassing op landbodem
Mate van verontreiniging Wbb > AW >T Kobalt, kwik, minerale olie, PAK Lood -
-
>I -
Bodemkwaliteitsklasse Bbk* Industrie
-
Landbouw/natuur
-
Landbouw/natuur
Grondwater De analyseresultaten en interpretatie van het grondwater is weergegeven in tabel 5.2. Tabel 5.2: Interpretatie analyseresultaten grondwater Peilbuis Filtertraject (cm -mv) 1 >S >T >I
190 - 290
>S
Mate van verontreiniging Wbb >T
>I
Barium
-
-
: geen overschrijding : overschrijding van de streefwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde
Verkennend bodemonderzoek Geerlandweg 3, Siddeburen
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 240312/JvdM 6 6.1
Blad : 7 van 8
SAMENVATTING EN CONCLUSIE Samenvatting In opdracht van Rho Adviseurs is door WMR Rinsumageest bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Geerlandweg 3 in Siddeburen. Aanleiding van het verkennend onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een stal en een rijhal. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de nieuwbouwplannen. Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en/of asbestverdachte materialen. In de bovengrond van boring 4 (15-35) zijn matige baksteenresten aangetroffen. Van de grond zijn meerdere (meng)monsters samengesteld. Van het grondwater is separaat een monster genomen. De monsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het basispakket van de NEN 5740. De analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn als volgt: - in het monster van boring 14 (15-35) zijn voor kobalt, kwik, minerale olie en PAK licht verhoogde gehalten gemeten; - in een eerste mengmonster van de bovengrond (MM1)is voor lood een licht verhoogd gehalte gemeten; - in een tweede mengmonster van de bovengrond (MM2) zijn geen verhoogde gehalten gemeten; - in het grondwater (peilbuis 1) is voor barium een licht verhoogde concentratie gemeten.
6.2
Evaluatie Hieronder volgt een beknopte bespreking van de geconstateerde verontreinigingen. Zintuigelijke waarnemingen In de bovengrond van boring 14 (15-35 cm -mv) zijn matige baksteenresten aangetroffen. Aanwezigheid van het aangetroffen materiaal kan een aanwijzing zijn dat de bodem asbesthoudend materiaal bevat. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het aangetroffen materiaal in de grond is gedefinieerd als baksteen en kan daarom als niet asbestverdacht worden beschouwd. Een verkennend bodemonderzoek naar asbest (conform NEN 5707) is niet noodzakelijk. Verhoogde gehalten in de grond De licht verhoogde gehalten aan kobalt, kwik, minerale olie en PAK in het monster van boring 14 (15-35) zijn waarschijnlijk te relateren aan de aanwezige baksteenresten. Het licht verhoogde gehalte aan lood kan vermoedelijk worden beschouwd als een diffuse verontreiniging. Diffuse verontreinigingen zijn verontreinigingen die zijn ontstaan door (eeuwen)lang menselijk gebruik en ophogingen. De verhoogd gemeten gehalten zijn dusdanig (alleen overschrijdingen van de achtergrondwaarde) dat aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is.
Verhoogde concentratie in het grondwater Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk) verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentratie aan barium heeft vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. De gemeten concentratie is dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat aanvullend onderzoek naar deze parameter niet noodzakelijk is.
6.3
Conclusie Op basis van de gemeten gehalten in de grond en het grondwater kan de gestelde onderzoekshypothese, een verdachte locatie, aangenomen worden. De gehalten zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouwplannen.
Verkennend bodemonderzoek Geerlandweg 3, Siddeburen
WMR Rinsumageest bv