04. Jaarverslag 2024 Ultiem Onderwijs Onderwijs
Tekst van het document
Deze toepassingen bieden kansen om leerlingen mediawijsheid en kritisch denken bij te brengen: zij leren niet alleen hoe AI werkt, maar ook dat de gegenereerde informatie niet zonder meer als feitelijk juist aangenomen kan worden. Het gebruik van AI wordt hierdoor een onderdeel van de bredere vorming tot verantwoord digitale burgers. Scholen maken hierin op dit moment hun eigen afwegingen, passend bij de visie op onderwijs en digitale geletterdheid binnen hun school. Als stichting volgen we de technologische ontwikkelingen rondom AI met aandacht, evenals de maatschappelijke en onderwijskundige impact daarvan. Deze ontwikkelingen zullen we in de toekomst vertalen naar gezamenlijk beleid of kaders voor verantwoord gebruik binnen onze scholen. 2.4.3
Toekomstige ontwikkelingen
Aan de provincie Groningen en de drie noordelijke gemeenten van Drenthe is door de Nederlandse overheid de subsidie "Nij Begun" toegekend. Deze subsidie, die voor een periode van dertig jaar is toegekend, is bedoeld om de ereschuld aan de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe in te lossen vanwege de gaswinning en aardbevingsproblematiek. De middelen zijn gericht op onder andere het bevorderen van kansengelijkheid voor jonge kinderen door een verrijkte schooldag aan te bieden. Dit omvat extra naschoolse activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen. Hoewel nog veel onbekend is over de exacte financiële uitwerking, regels en verantwoording, verwachten we dat de subsidie Nij Begun ons in staat stelt om personeelsleden te behouden en in te zetten voor de verrijkte schooldag, wat bijdraagt aan de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs binnen onze stichting. 2.4.4
Opstellen meerjarenbegroting
De meerjarenbegroting van Ultiem bestaat uit de begroting van het opvolgende kalenderjaar en een meerjarenperspectief van de vier jaren daarna. Startpunt van de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2029 was de leerlingtelling op 1 februari 2024 (het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar) en de leerlingprognoses voor de volgende vier jaren.
25
Jaarverslag 2024
In het meerjarenperspectief van de begroting worden de doelen uit het strategisch beleidsplan en de schoolplannen en hun eventuele financiële gevolgen verwerkt. In de praktijk blijkt het erg moeilijk om goed te kunnen sturen op de vastgestelde (meerjaren)begroting. Nadat de (meerjaren)begroting is vastgesteld, is deze vaak snel achterhaald door de toekenning van nieuwe subsidies door de Rijksoverheid, door aanpassing van subsidievariabelen of door geldende verslaggevingsregels die ervoor kunnen zorgen dat er een vertekend beeld ontstaat van de financiële resultaten in enig jaar. 2.4.5
Investeringsbeleid
De uitgangspunten voor het investeringsbeleid zijn de vastgestelde vervangingstermijnen en de investeringen die zijn opgenomen in het “Investeringsplan ICT en meubilair 2020-2030". Investeringen in ICT en meubilair worden grotendeel bovenschools verantwoord. Bij ICT worden de laptops, die aan alle medewerkers in bruikleen worden gegeven, bovenschools verantwoord. Ook wordt een basisuitrusting chromebooks (verhouding één device op vier leerlingen) bovenschools verantwoord. De basisinrichting met meubilair van een school wordt ook bovenschools verantwoord. Investeringen in leermethoden zijn onderdeel van de schoolbegroting en vallen onder de budgetverantwoordelijkheid van de directeur. Het moment waarop de investeringen uit het investeringsplan ICT en meubilair 2020-2030 plaatsvinden, wordt voornamelijk bepaald door het moment van verhuizing van een school naar nieuwbouw. Doordat de meeste scholen van Ultiem inmiddels in nieuwe panden zijn gehuisvest, zijn bijna alle scholen van Ultiem (grotendeels) voorzien van nieuw meubilair.
26
Jaarverslag 2024
2.4.6
Treasury
Het ligt voor de hand dat een onderwijsstichting reserves opbouwt ter dekking van risico’s en voor de uitvoering van het beleid. Het past in de eigen verantwoordelijkheid om de beschikbare middelen risicomijdend aan te houden of eventueel te beleggen. Dit is opgenomen in het treasurystatuut van de stichting. De doelstelling voor de treasuryfunctie bij Ultiem is, dat deze de financiële continuïteit van de organisatie waarborgt. Dit wordt in de volgende doelstellingen en voorwaarden gesplitst: •
Liquiditeit op korte en lange termijn (beschikbaarheid);
•
Lage financieringskosten (kostenminimalisatie);
•
Liquideerbare en risicomijdende beleggingen (risicominimalisatie);
•
Kosteneffectief betalingsverkeer;
•
Maximalisatie spaar- en beleggingsbaten.
Ultiem maakt sinds 1 juni 2021 gebruik van schatkistbankieren van het Rijk. Dat wil zeggen dat Ultiem haar tegoeden heeft uitstaan bij het Ministerie van Financiën. Bij schatkistbankieren hoeft er nooit negatieve rente te worden betaald. Wel zijn er kosten verbonden aan het schatkistbankieren. Deze kosten zijn verschuldigd aan de Rabobank en bedragen €2.400 per jaar. Het door het Rijk gehanteerde rentepercentage over de tegoeden van Ultiem betreft het ESTER (Euro Short-Term Rate) rentetarief. Dit is de 1-daagse interbancaire rente voor de Euro zone. Deze rente was op 1 januari 2024 3,906% en is in 2024 meerdere keren verlaagd tot 2,91% op 31 december 2024. De ESTER rente is daarmee eind 2024 fors hoger dan de rente die bij de grote commerciële banken wordt vergoed. Ultiem zet de deelname aan schatkistbankieren daarom voort in 2025, waarbij de renteontwikkeling nauwlettend wordt gemonitord. In 2024 bedroeg de renteopbrengst €164.177 en de bankkosten €2.400 voor het gebruik van schatkistbankieren. Overzicht bankrekening Ultiem: Dagelijks opvraagbaar:
Stand per 31-12-2023
Stand per 31-12-2024
R/c Ministerie van Financiën (schatkistbankieren) Rabobank spaarrekeningen Rabobank zakelijke rekeningen Bunq bank (Kas & Pas) Totaal liquide middelen
€ 3.920.743 € 7.022 € 304 € 2.624 € 3.930.693
€ 4.641.326 € 7.096 € 115 € 2.427 € 4.650.964
2.4.7
Nationaal Programma Onderwijs
Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) bood de scholen de mogelijkheid om de gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen te beperken. De laatste tranche van de subsidie is in 2023 ontvangen en de bestedingsperiode loopt nog tot en met juli 2025. In 2024 hebben de scholen de resterende NPO-middelen ingezet voor: •
inzet van personeel (Klassenverkleining en Onderwijsassistenten);
•
effectievere inzet van onderwijs (een-op-een-begeleiding of instructie in kleine groepen);
•
sociaal-emotionele ontwikkeling (interventies gericht op het welbevinden van leerlingen);
•
interventies gericht op scholing en coaching van leerkrachten.
27
Jaarverslag 2024
Financiële stand van zaken Vrijwel alle scholen hebben de NPO-subsidie in 2024 volledig besteed. De uitgaven in 2024 betreffen één school, die de resterende middelen nog inzet voor lopende activiteiten. In totaal is in 2024 €144.156 besteed aan NPO-activiteiten, waarvan: • •
€ 136.606 aan salarislasten; € 7.550 aan overige personele lasten;
Per 31 december 2024 bedraagt de bestemmingsreserve NPO € 168.556. Deze middelen worden in de eerste helft van 2025 door de betreffende school ingezet. Na 31 juli 2025 kunnen niet-bestede middelen aan de algemene reserve worden toegevoegd. 2.4.8
Allocatie van middelen
Uitgangspunten voor allocatie naar de scholen binnen Ultiem Ongeveer 85 procent van de totale baten wordt besteed aan personele en daaraan gerelateerde zaken. Het overige wordt aan materiële zaken uitgegeven. Personele middelen In het bestuursformatieplan wordt per schooljaar ten aanzien van de personele baten opgenomen welk deel hiervan voor inzet van formatie aan de scholen wordt toegekend en welk deel bovenschools op bestuursniveau wordt ingezet. Voor de verdeling zijn bepaalde uitgangspunten geformuleerd. Belangrijke uitgangspunten zijn: •
Leerkrachten worden bekostigd uit de lumpsum en de gewichtenregeling van de eigen school, na aftrek van de kosten voor directie, het resultaat op stafbureau en het bovenschools resultaat op bestuursniveau. Eventuele baten in het kader van fusiegelden en de regeling Bijzondere bekostiging asielzoekers en/of overige vreemdelingen komen ook toe aan de school.
•
Van de rijksbijdragen wordt 13% bovenschools ingezet. Daarnaast worden de gelden van het samenwerkingsverband PO 20.01 volledig ingezet ten behoeve van passend onderwijs.
Materiële middelen De rijksbijdrage materiële instandhouding is in 2022 voor het laatst toegekend en is met ingang van 2023 opgegaan in de vereenvoudigde bekostiging. Ten behoeve van de allocatie van middelen wordt vanaf 2023 door Ultiem een percentage afgeroomd van de vereenvoudigde bekostiging voor materiële uitgaven. Dit bedrag wordt deels bestuurlijk en deels op school ingezet. Een vast percentage wordt gebruikt ter dekking van de exploitatielasten van de schoolgebouwen. De inzet van deze middelen wordt bovenschools gecoördineerd. Een ander deel van de vereenvoudigde bekostiging komt toe aan de scholen en een deel wordt gebruikt ter dekking van een deel van de kosten van het stafbureau. Daarnaast wordt ook een percentage afgeroomd en bovenschools ingezet ter dekking van investeringen in ICT en meubilair. Het materiële deel dat is bestemd voor de scholen kan worden besteed aan o.a. leermiddelen, abonnementen, ICT-verbruik en andere schoolgerelateerde zaken. Besluitvorming De uitgangspunten voor de verdeling van de personele baten zijn onderdeel van het bestuursformatieplan. In het directeuren- en stafoverleg wordt het bestuursformatieplan besproken met de directeuren. Als het bestuursformatieplan gereed is, wordt dit ter instemming aan de GMR voorgelegd. Over de totstandkoming wordt de GMR geïnformeerd. Als de GMR heeft ingestemd,
28
Jaarverslag 2024
wordt het bestuursformatieplan vastgesteld door de bestuurder na goedkeuring door de raad van toezicht. De verdeling van de materiële baten is onderdeel van de jaarbegroting. Hierbij is het deel van de middelen dat aan de scholen toekomt onderdeel van de schoolbegroting. De schoolbegroting wordt met elke directeur afzonderlijk besproken. De schoolbegrotingen zijn onderdeel van de jaarbegroting. De jaarbegroting wordt ter advisering aan de GMR voorgelegd. De definitieve jaarbegroting wordt vastgesteld door de bestuurder na goedkeuring door de raad van toezicht. Inzet middelen 2024 Op bestuursniveau zijn de middelen ingezet voor inkoop, administratie, huisvestingsadvies, professionalisering, bedrijfsgezondheidszorg, inhuur extern personeel, werving en selectie. De exploitatielasten uit de schoolbegrotingen worden op de scholen geboekt, echter de inzet van de personele middelen wordt bovenschools gecoördineerd. Kosten bestuurlijk apparaat Ultiem heeft als kosten van het stafbureau gerekend met de personele lasten van de stafmedewerkers en de bestuurder, de inhuur van het administratiekantoor, afschrijvingen en overige instellingslasten. De kosten hiervan in 2024 bedragen €917.000. Gerelateerd aan de totale baten bedragen de kosten 4,9 procent. Op basis van algemeen aanvaarde normen kan 5 tot 6 procent van de totale baten worden gehanteerd als benodigde omvang van het stafbureau.
De huidige kosten van het bestuurlijke apparaat van Ultiem zijn lager dan die norm. 2.4.9
Onderwijsachterstanden
Per eenheid achterstandsscore wordt een bedrag ontvangen waarmee de scholen de achterstanden van kinderen als gevolg van ongunstige omgevingskenmerken kunnen voorkomen of verkleinen. Achterstandsscore per school In onderstaande tabel staan per school de achterstandsscores per 1 februari 2023 vermeld. Deze zijn bepalend voor de subsidie voor 2024. De kolom score met drempel bevat de score waarmee de te ontvangen achterstandsmiddelen worden berekend. Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedroeg in 2024 €795,31. Peildatum achterstandsscores: 01-02-2023 Brin
Schoolnaam
Leerlingen bekostigd 1-2-2024
12QR
OBS De Woldstee
123
13DT
OBS Oetkomst
13OE
OBS Driespan
13TY
Score zonder drempel
Onderbouw zonder drempel
Bovenbouw zonder drempel
Score met drempel
Percentage leerlingen
71,66
11,75
59,91
0
11%
100
81,98
55,06
26,92
14,54
15%
252
90,28
62,61
27,67
0
6%
OBS De Achtbaan
189
652.02
262.13
389.90
524,56
61%
13XI
OBS Het Noorderlicht
345
543.73
240.33
303.40
311,06
28%
14GQ
OBS W.A. Scholtenschool
88
110,67
26,01
84,66
51,32
23%
14LT
OBS Walstraschool
117
14,16
4,80
9,36
0
3%
15KI
OBS De Ontdekking
187
353,69
157,29
196,40
227,58
34%
15MW
OBS Theo Thijssenschool
298
142,30
66,25
76,06
0
8%
15RT
OBS 't Heidemeer
261
428.62
222.96
205.66
252,06
29%
Tabel 11
29
Jaarverslag 2024
Verdeling van de onderwijsachterstandsmiddelen De middelen voor onderwijsachterstanden (en de lumpsum) komen, na aftrek van de kosten voor de directie, het stafbureau en eventuele overige bovenschoolse kosten, volledig ten goede aan de begunstigde school voor formatieve inzet. Wijze van besluitvorming De wijze van toedeling van de onderwijsachterstandsmiddelen aan de scholen is onderdeel van het bestuursformatieplan. Het bestuursformatieplan dient jaarlijks voor 1 mei te worden vastgesteld met instemming van de (P)GMR. Inzet OAB-middelen (Onderwijs Achterstanden Beleid) In het algemeen geldt dat met name de scholen met een hoog gemiddeld leerlingengewicht de middelen hebben ingezet voor het verkleinen van de groepsgrootte, voor extra inzet interne begeleiding en voor extra taal- en rekenonderwijs. Ook voor de instandhouding van de Taalschool Midden-Groningen in samenwerking met de gemeente en het SWV worden OAB-middelen ingezet. 2.4.10 Duurzaamheid & maatschappelijk verantwoord ondernemen In dit hoofdstuk belichten we de initiatieven en maatregelen die Ultiem heeft genomen op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De raad van toezicht bestond in 2024 uit één vrouw en vier mannen.
Volgens het rooster van aftreden zijn in 2024 twee nieuwe leden geworven, waarbij in de opgestelde profielen aandacht is besteed aan diversiteit tussen de toezichthouders. De raad bestaat per 2025 uit twee vrouwen en drie mannen. Duurzame inzetbaarheid is een belangrijk onderwerp binnen het HRM-beleid van Ultiem. In het Koersplan staat dat een beleidsplan duurzame inzetbaarheid opgesteld wordt en in 2024 is al een enquête gehouden onder alle medewerkers over werkgeluk. De uitkomsten zijn in het directeurenoverleg en de vergadering van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad besproken en deze worden betrokken bij het op te stellen beleid. In het kader van het scholenprogramma Midden-Groningen heeft Ultiem enkele versterkte en grotendeels nieuwgebouwde scholen gekregen, waarbij duurzame maatregelen uitgevoerd zijn op het gebied van energietransitie. Hiernaast zijn functionele en toekomstbestendige aanpassingen gedaan in het kader van modern onderwijs. De scholen zijn voorzien van een aanzienlijk aantal zonnepanelen en zijn nagenoeg gasvrij. Alleen de Walstraschool maakt nog gebruik van gas, maar zodra in 2026 voor deze school de nieuwbouw gereed is, zal ook deze school aan de huidige maatstaven voor duurzaamheid voldoen. In het inkoopbeleid heeft Ultiem ook aandacht voor duurzaamheid.
Ons inkoopbeleid bevordert duurzaamheid door maatschappelijk verantwoord en milieubewust in te kopen. We kijken naar duurzame opties, nemen duurzaamheidscriteria op in aanbestedingen en overeenkomsten en volgen de richtlijnen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. We stimuleren arbeidsintegratie en social return en vermijden werken en diensten die onder slechte arbeidsomstandigheden tot stand komen.
30
Jaarverslag 2024
2.5 Risico’s en risicobeheersing 2.5.1
Intern risicobeheersingssysteem
In 2022 hebben we een grondige risico-inventarisatie en -evaluatie uitgevoerd, waarbij we de belangrijkste risico's voor Ultiem hebben geïdentificeerd en beheersmaatregelen hebben genomen. Dit proces, begeleid door een extern adviesbureau, resulteerde in een gedetailleerd rapport waarin strategische risico's werden beschreven, inclusief mogelijke financiële impact en beheersmaatregelen. De situatie is sinds 2022 niet wezenlijk veranderd. Onze benadering van risicobeheer blijft een integraal onderdeel van onze planning en besluitvorming. Voor het komende jaar zullen we risico’s blijven evalueren, rekening houdend met mogelijke veranderingen in de omgeving en nieuwe ontwikkelingen binnen onze organisatie. Dit zal mogelijk leiden tot een gedeeltelijke herziening van de eerder geïdentificeerde risico's en het verkennen van eventuele nieuwe risico's die zich kunnen voordoen. We zullen onze beheersmaatregelen ook kritisch evalueren en verfijnen om ervoor te zorgen dat ze de geïdentificeerde risico’s beperken of tegengaan. Dit omvat het implementeren van aanvullende maatregelen waar nodig en het verbeteren van bestaande procedures. We beogen hiermee de risico’s bij het behalen van de strategische doelstellingen van Ultiem te minimaliseren.
Naast een financieel gevolg, hebben de risico’s mogelijk ook consequenties bijvoorbeeld ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs, personeel en organisatie. Ultiem zal daarom de geïdentificeerde risico’s ook gebruiken als input voor haar beleid om beheersmaatregelen te benutten voor algehele kwaliteitsverbetering. 2.5.2
Belangrijkste risico’s en onzekerheden
De risico’s die in 2022 zijn beschreven betreffen strategische risico’s. De volgende risico’s zijn geïdentificeerd. Het risico bestaat dat: 1. de kwaliteit van het onderwijs niet op het niveau is dat vereist is vanuit het ministerie van OC&W, waardoor de strategische doelstelling niet kan worden nagestreefd; 2. de niet structurele NPO-gelden leiden tot langdurige verplichtingen terwijl de NPO-gelden afnemen; 3. leerlingen met een ontwikkelingsachterstand of andere problematiek niet voldoende begeleiding kunnen ontvangen bij scholen met een lage schoolweging (drie locaties), mede door wachtlijstproblematiek (geldt voor alle locaties); 4. door niet adequate besluitvorming de beleidsvorming niet tijdig plaatsvindt, waardoor medewerkers/GMR geen beleid hebben waarnaar ze moeten handelen; 5. Ultiem niet in staat is om het “Ultiem gevoel” uit te dragen naar buiten toe, waardoor groei stagneert (omdat ouders kiezen voor andere scholen); 6. het huidige ICT-landschap (applicaties) niet voldoende bijdraagt aan effectieve en efficiënte bedrijfsvoering binnen Ultiem; 7. de verhouding van de vergoeding voor materiële instandhouding en personele bekostiging niet meer voldoet aan de huidige situatie in de maatschappij (hogere energiekosten, algemeen hogere prijsstijgingen, transitievergoedingen, participatiefonds, leeftijdsopbouw personeelsbestand etc.);
31
Jaarverslag 2024
8. het personeel onvoldoende eigenaarschap toont, waardoor strategische doelstellingen van Ultiem niet worden behaald; 9. Ultiem niet kan beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel, wat in de toekomst vraagt om extra aandacht. 2.5.3
Fraudeparagraaf
Deze paragraaf benoemt de belangrijkste frauderisico's waaraan Ultiem blootgesteld kan worden en de maatregelen die zijn getroffen om deze risico’s te minimaliseren. Verslaggevingsfraude vormt een potentieel risico voor Ultiem. Het kan zich voordoen in de vorm van manipulatie van financiële gegevens, onjuiste presentatie van resultaten of verzwijging van belangrijke informatie. Om dit risico te beheersen, heeft het bestuur frequent periodiek overleg met de beleidsadviseurs en is een systeem van interne controles geïmplementeerd om ervoor te zorgen dat de financiële verslaglegging nauwkeurig en betrouwbaar is en om de integriteit van onze financiële processen te waarborgen. Corruptie, inclusief mogelijke situaties waarbij ouders druk uitoefenen op directeuren om hun kinderen te bevorderen, wordt beschouwd als een risico voor de organisatie. Het bestuur erkent dit en heeft beleidsmaatregelen en gedragscodes geïmplementeerd om het risico op corruptie te minimaliseren. We stimuleren een cultuur van integer en professioneel handelen, waarin elke vorm van corruptie bespreekbaar wordt gemaakt en wordt aangepakt. Alle medewerkers zijn zich bewust van onze zero-tolerance benadering ten aanzien van corruptie. Diefstal van geld, apparatuur of andere eigendommen van de school, is een ander risico waarop het bestuur alert is.
Om dit risico te beheersen, zijn er passende veiligheidsmaatregelen getroffen, zoals het installeren van beveiligingssystemen, het waarborgen van adequate toegangscontroles en het bevorderen van bewustwording onder het personeel over het belang van eigendomsbeveiliging. Het goed omgaan met werktijden krijgt via de gesprekkencyclus en digitale personele systemen aandacht. Het bestuur is van mening dat de genomen maatregelen afdoende zijn om de belangrijkste frauderisico's aan te pakken. We zullen echter een voortdurende inspanning leveren om ons frauderisicobeleid en de bijbehorende maatregelen regelmatig te evalueren en indien nodig bij te stellen. Ultiem blijft zich inzetten voor de integriteit en deugdelijkheid van onze organisatie om daarmee frauderisico’s te minimaliseren. Informatiebeveiliging en Privacy (IBP) (nieuw maatschappelijk thema) In overeenstemming met de verplichtingen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), hebben we ons gericht op de implementatie van het Normenkader Informatiebeveiliging en Privacy (IBP). Dit kader, bestaande uit 69 normen waaraan Ultiem in 2027 moet voldoen, bevat een grote ICT component. Zoals eerder beschreven, is een start gemaakt met de activiteiten om te voldoen aan het normenkader IBP. Een concreet resultaat is al geboekt op het gebied van databeveiliging, met de implementatie van een back-up en recovery tool.
Dit is een belangrijke stap om de risico’s op het gebied van informatiebeveiliging te verkleinen. Het realiseren van de volledige naleving van het normenkader kan echter niet op korte termijn worden bereikt, maar we zetten wel steeds concrete stappen in de goede richting.
32
Jaarverslag 2024
3 Continuïteitsparagraaf Dit hoofdstuk bevat de verantwoording over de financiële staat van de stichting. Het geeft de belangrijkste financiële gegevens weer en is los van de jaarrekening te lezen. De eerste paragraaf gaat in op de ontwikkelingen in meerjarig perspectief. De tweede paragraaf geeft een analyse van de staat van baten en lasten en de balans. De derde paragraaf gaat in op de financiële positie en in de laatste paragraaf wordt dieper ingegaan op de inhoud van de balansposten van het eigen vermogen en de voorzieningen.
3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief Leerlingen (teldatum 1 februari)
Aantal leerlingen
(T-1) Werkelijk
(T) Werkelijk
(T+1) Werkelijk
(T+2) Begroot
(T+3) Begroot
2023
2024
2025
2026
2027
1960
1875
1829
1787
1786
Tabel 12
Het verwachte aantal leerlingen van Ultiem daalt in 2025 ten opzichte van 2024. In 2026 wordt een verdere afname van het aantal leerlingen verwacht. Dit resulteert in lagere rijksbijdragen. Dit wil Ultiem opvangen door het personeelsbestand hierop aan te passen. Tijdelijke contracten kunnen niet in alle gevallen worden verlengd. Daarnaast is er de komende jaren sprake van natuurlijk verloop (pensionering). Naast deze personele maatregelen worden ook extra structurele baten ontvangen zoals Nij Begun en structurele bekostiging basisvaardigheden (vanaf 2027) die de daling van de middelen door de leerlingendaling moet opvangen. De fte-daling door het aanpassen van het personeelsbestand is ook opgenomen in de meerjarenbegroting en is zichtbaar in onderstaande tabel ten aanzien van het verwachte fte-verloop. FTE 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Bestuurder
1,00
1,00
1,00
1,00
1,00
1,00
Stafmedewerkers
4,50
4,63
4,00
3,88
3,66
3,70
Schooldirecteuren
7,80
7,44
8,30
8,30
8,30
8,30
Onderwijzend personeel
113,45
115,63
111,91
106,11
104,76
103,41
Onderwijsondersteunend personeel
32,14
33,58
30,50
28,91
28,69
28,44
-1,06
-2,69
-3,07
-3,07
158,89
162,29
154,65
145,51
143,34
141,78
Opgenomen bezuiniging Totaal
Tabel 13
33
Jaarverslag 2024
3.2 Staat van baten en lasten en balans Staat van baten en lasten (bedragen in euro’s) Verschil
Verschil
verslagjaar verslagjaar
3.1 - Rijksbijdragen
Realisatie
Begroting
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
t.o.v
t.o.v
2023
2024
2024
2025
2026
2027
begroting
vorig jaar
17.280.220
16.454.187
17.260.089
17.219.012
17.029.237
16.878.865
805.902
-20.131
3.2 - Overige overheidsbijdragen
555.522
315.817
558.402
132.287
63.475
63.475
242.585
2.880
3.4 - Opbrengst werk voor derden
0
0
0
0
0
0
3.5 - Overige baten
855.608
705.594
858.083
850.244
846.039
832.397
152.489
2.475
Totaal Baten
18.691.350
17.475.598
18.676.574
18.201.543
17.938.751
17.774.737
1.200.976
-14.776
4.1 - Personele lasten
15.591.963
14.919.958
15.630.209
15.613.491
14.816.709
14.601.406
710.251
38.246
4.2 - Afschrijvingen
334.903
328.744
328.696
311.755
316.267
312.140
-48
-6.207
1.591.002
1.615.205
1.650.367
1.713.573
1.689.781
1.682.155
35.162
59.365
4.4 - Overige instellingslasten
947.463
850.294
1.100.958
793.284
790.065
781.392
250.664
153.495
4.5 - Leermiddelen
366.222
286.992
338.900
296.402
291.735
287.797
51.908
-27.322
18.831.553
18.001.193
19.049.130
18.728.505
17.904.557
17.664.889
1.047.937
217.577
5.1 - Financiële baten
116.349
100.000
164.372
100.000
100.000
100.000
64.372
48.023
5.2 - Financiële lasten
4.273
3.400
4.337
2.736
2.736
2.736
937
64
Totaal financiele baten en lasten
112.076
96.600
160.035
97.264
97.264
97.264
63.435
47.959
Eindtotaal
-28.127
-428.995
-212.521
-429.698
131.459
207.112
216.474
-184.394
157.578
308.239
144.156
38.174
39.291
40.399
-164.083
-13.422
129.451
-120.756
-68.365
-391.524
170.750
247.511
52.391
-197.816
4.3 - Huisvestingslasten
Totaal lasten Financiele Baten en lasten
Niet in het boekjaar bestede NPO gelden (t.lv . Bestemmingsreserv e)
Geschoond resultaat reguliere bedrijfsvoering
Tabel 14
Het werkelijke resultaat in 2024 is €213.000 negatief. Er was een negatief resultaat van €429.000 begroot. Hiertussen zit een positief verschil van €216.000. Het geschoonde resultaat reguliere bedrijfsvoering is €68.000 negatief. In dit resultaat is de besteding van de NPO gelden in 2024 niet inbegrepen. De NPO baten zijn in eerdere jaren al ontvangen en hier is een bestemmingsreserve voor gevormd. De NPO uitgaven van €144.000 in 2024 worden aan deze bestemmingsreserve onttrokken. Verklaring van de verschillen tussen de realisatie en de begroting De totale baten zijn €1.201.000 hoger dan begroot. Hiervoor zijn een aantal belangrijke oorzaken aan te geven. De rijksbijdragen zijn €806.000 hoger dan begroot In de begroting is met een indexering van 3,95% van de rijksbijdragen rekening gehouden. In de definitieve regeling 2024 zijn de bedragen met 5,37% geïndexeerd ten opzichte van kalenderjaar 2023. Het effect van deze hogere indexatie bedraagt ca. €200.000. Er is in 2024 een arbeidsmarkttoelage NPO ontvangen van €79.000 welke niet was begroot. Ook bij de lasten is in de begroting geen arbeidsmarkttoelage opgenomen. De werkelijk opgenomen subsidiebaten voor Basisvaardigheden en School en Omgeving zijn €315.000 hoger dan begroot. Hiertegenover staan ook hogere lasten.
34
Jaarverslag 2024
De subsidie voor nieuwkomers is €149.000 hoger dan begroot. Het aantal leerlingen op de Taalschool Midden-Groningen is hoger dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. De ontvangsten van het samenwerkingsverband PO 20.01 zijn €73.000 hoger dan begroot. Er zijn voor 2023 en 2024 resultaatuitkeringen ontvangen voor totaal €91.000. Deze waren niet begroot. De basisondersteuning is €30.000 lager dan begroot. De overige overheidsbijdragen en subsidies zijn €243.000 hoger dan begroot Dit wordt met name veroorzaakt doordat de subsidie Tijd voor Toekomst €228.000 hoger is dan begroot. Hiertegenover staan ook hogere lasten. De overige baten zijn €152.000 hoger dan begroot De verhuuropbrengsten zijn €16.000 hoger dan begroot. De detacheringsbaten zijn €34.000 hoger dan begroot. De overige baten zijn €101.000 hoger dan begroot. Dit komt met name door bijdragen van het Jeugdeducatiefonds en de Gezonde School. Dit zijn bijdragen voor gemaakte kosten. Deze hebben geen effect op het resultaat omdat er ook lasten tegenover staan. Lonen en salarissen / uitkeringen zijn €611.000 hoger dan begroot Eén van de oorzaken is de cao-stijging per 1 oktober 2024. De loonkosten zijn hierdoor ca. €183.000 hoger. De vergoeding van het vervangingsfonds is voor 2024 te hoog begroot. Dit zien we met name bij de extern inhuur ten laste van het vervangingsfonds.
Het vervangingsfonds vergoedt vervanging niet op basis van de werkelijke kosten, maar via normbekostiging, waarbij een vast normbedrag per uur wordt gehanteerd op basis van de salarisklasse van de afwezige medewerker. Hierdoor kan de vergoeding afwijken van de daadwerkelijke kosten, vooral bij externe inhuur. Ook zijn de kosten vervangingspool bovenschools lager dan begroot. Hierdoor is de vergoeding ook lager. Totaal zijn de personeelslasten hierdoor ca. €230.000 hoger. De salariskosten ten laste van de subsidies Verbetering Basisvaardigheden en Tijd voor Toekomst zijn €254.000 hoger dan begroot. Hier staan voor hetzelfde bedrag ook baten tegenover. De salariskosten NPO zijn €136.000 lager dan begroot. Ten opzichte van de begroting wordt er €205.000 meer aan uitkeringen ontvangen in het kader van ziektewet, WAZO of IVA. Ten tijde van de begroting is het lastig hier een inschatting van te maken. Tenslotte is een bedrag van €206.000 aan hogere salarislasten te verklaren door een aanpassing in de premies voor pensioen en zorgverzekeringswet die ten tijde van de begroting nog niet bekend waren. Daarnaast was de arbeidsmarkttoelage die van toepassing is voor obs De Achtbaan in de begroting (zowel bij de baten als lasten) niet meegenomen. In de realisatie is deze wel opgenomen.
Overige personele lasten zijn €99.000 hoger dan begroot De reguliere formatie, extern ingehuurd is €328.000 hoger dan begroot. Voor drie scholen is er inhuur van interim directie van toepassing wat leidt tot hogere lasten. Daarnaast is ook de inhuur van intern begeleiders hoger dan begroot. De kosten voor begeleiding personeel zijn €103.000 lager dan begroot. De coaching werd verzorgd vanuit het vervangingsfonds. Hierdoor zijn er op deze post weinig uitgaven te zien. De realisatie op nascholing is €27.000 lager dan begroot. De dotatie voorziening jubilea is €25.000 lager dan begroot.
35
Jaarverslag 2024
De vervangingen extern niet declarabel zijn €69.000 hoger dan begroot. Dit betreft met name de kosten van een externe IB-er en een orthopedagoog ter vervanging van zwangerschapsverloven. Hier staat tegelijkertijd deels een WAZO-uitkering tegenover. De overige personeelskosten zijn €186.000 lager dan begroot. In de begroting is een bedrag van €100.000 begroot voor stagevergoedingen. In de realisatie hebben we deze kosten opgenomen bij de loonkosten. Daarnaast zijn de overige personele kosten werkdruk €59.000 lager. Ook deze lasten zijn opgenomen bij de loonkosten. Dit zijn de grootste afwijkingen die effect hebben op het resultaat. Er zijn nog enkele positieve en negatieve afwijkingen die vanwege de geringe omvang niet worden vermeld ofwel geen effect hebben op het resultaat. Huisvestingslasten zijn €35.000 hoger dan begroot Hier vallen met name de hogere uitgaven voor schoonmaak (€81.000) en huur huisvesting (€35.000) op. Het daadwerkelijke schoonmaakprogramma van de gymzaal/wijkcentrum is in 2024 intensiever gebleken. Hierdoor zijn de schoonmaaklasten hoger. Deze extra lasten komen deels voor rekening voor de medegebruikers van Kindcentrum Zuiderkroon en Punt West. Daarnaast is gebleken dat niet alle vierkante meter waren opgenomen in het schoonmaakbestek van een school. Dit is nu aangepast, waardoor de schoonmaakkosten hoger uitvallen dan begroot.
Er zijn lagere uitgaven voor preventief onderhoud (€60.000) en dotatie voorziening onderhoud (€35.000). Het preventief onderhoud is lager doordat er toch nog garantie op onderdelen zit als gevolg van de nieuwbouw. De dotatie voorziening onderhoud is opnieuw beoordeeld en naar beneden bijgesteld. Hierdoor is de dotatie lager dan begroot. Overige instellingslasten en leermiddelen zijn €303.000 hoger dan begroot Hiervan wordt €267.000 veroorzaakt door uitgaven ten laste van subsidies. In de begroting zijn geen uitgaven opgenomen die gedekt worden door een subsidie. Als je deze uitgaven buiten beschouwing laat dan resteert nog een verschil van €36.000. Dit verschil wordt met name veroorzaakt door leermiddelen (€16.000), culturele vorming (€9.000), verzekeringen (8.000), kosten werkdrukvermindering (€8.000) en diverse andere kleinere afwijkingen. Bij posten zoals leermiddelen en culturele vorming zien we hogere uitgaven. In veel gevallen staan hier ook subsidies voor Jeugdeducatiefonds, Tijd voor Toekomst en Gezonde School tegenover. Financiële baten €64.000 hoger dan begroot Ultiem neemt deel aan schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën. Vergeleken met de commerciële banken is het rentepercentage dat we ontvangen gunstig. Eind 2024 was de rente die werd vergoed 2,91%. Hierdoor zijn de rentebaten €64.000 hoger dan begroot.
Ontwikkelingen van invloed op de meerjarenbegroting De komende jaren dalen de rijksbijdragen structureel door lagere leerlingprognoses. Ook eindigt de fusiebekostiging voor OBS De Woldstee (augustus 2025) en OBS Het Noorderlicht (augustus 2027), wat wordt opgevangen door bezuinigingen op personeelskosten. Tegenover deze daling staan nieuwe inkomsten: de subsidie "Nij Begun" start in augustus 2025. Het eerste jaar bedraagt deze subsidie €350.000. In de daaropvolgende jaren zorgt deze subsidie structureel voor een €600.000 positiever resultaat ten opzichte van 2025. Bovendien wordt de subsidie "Verbetering Basisvaardigheden" structureel vanaf 2027, wat jaarlijks €260.000 oplevert. Deze middelen maken het mogelijk om personeel in te blijven zetten voor onderwijskwaliteit, ondanks de leerlingendaling.
36
Jaarverslag 2024
Balans in meerjarig perspectief (bedragen in euro’s)
Realisatie
Begroting
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2024
2025
2026
2027
1.2 - Materiële vaste activa
1.743.044
1.657.591
1.861.862
1.694.709
1.609.001
1.369.345
1.3 - Financiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
1.5 - Vorderingen
1.382.276
684.568
985.290
1.382.276
1.382.276
1.382.276
1.7 - Liquide middelen
3.930.693
3.645.169
4.650.964
4.077.783
4.549.541
5.309.521
Totaal Activa
7.056.013
5.987.328
7.498.116
7.154.768
7.540.818
8.061.142
2.1 - Eigen Vermogen
3.341.299
2.562.379
3.128.778
2.536.798
2.668.256
2.875.367
2.2 - Voorzieningen
992.211
1.322.567
970.416
1.571.116
1.825.708
2.138.921
2.4 - Kortlopende schulden
2.722.503
2.102.381
3.398.922
3.046.854
3.046.854
3.046.854
Totaal Passiva
7.056.013
5.987.327
7.498.116
7.154.768
7.540.818
8.061.142
Tabel 15
De boekwaarde van de materiële vaste activa (MVA) is hoger dan begroot. De investeringen zijn hoger dan begroot. Dit komt door een investering in twee scheidingswanden om extra ruimte voor groepen te creëren voor de Taalschool Midden-Groningen en OBS Oetkomst. Ook zijn de investeringen in meubilair en onderwijsleerpakket hoger dan begroot. De liquide middelen zijn hoger dan begroot door de ontvangst van voorschotten voor de subsidies basisvaardigheden, Tijd voor Toekomst en School en Omgeving. Hiervoor werden €1.161.000 aan voorschotten ontvangen. Het eigen vermogen is in 2024 ten opzichte van de realisatie van 2023 afgenomen door het negatieve resultaat van 2024. De voorzieningen laten in 2024 een incidentele daling zien door de vrijval van de voorziening personele fricties algemeen. In de jaren daarna stijgen de voorzieningen jaarlijks weer door dotaties aan de voorziening groot onderhoud. Aangezien de kindcentra nog maar kort in gebruik zijn, zijn er nog amper onttrekkingen aan deze voorziening. De kortlopende schulden zijn ten opzichte van de 2023 en de begroting van 2024 fors hoger. Dit heeft net als bij de liquide middelen te maken met de ontvangen voorschotten voor de diverse subsidies. Deze zijn in 2024 als te besteden subsidie op de balans geboekt. Voor het meerjarenbeeld is deze post als sluitpost gebruikt in het meerjarenoverzicht.
37
Jaarverslag 2024
3.3 Financiële positie Kengetallen Op basis van het exploitatieresultaat en de balans vanuit de jaarrekening van 2024, zijn de volgende kengetallen berekend. Hierin zijn als vergelijking ook de kengetallen van de voorgaande twee jaren opgenomen, evenals drie begrotingsjaren. Ter vergelijking zijn de signaleringswaarden toegevoegd die door de Inspectie voor het Onderwijs (OCW) worden gehanteerd om risico’s te detecteren.
Liquiditeit
Ultiem
Ultiem
Ultiem
Ultiem
Ultiem
Ultiem
OCW
Realisatie
Begroting
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
signalerings
2023 (R)
2024 (B)
2024 (R)
2025 (B)
2026 (B)
2027 (B)
waarde
1,95
2,06
1,66
1,79
1,95
2,20
Solvabiliteit 1 (Excl. voorzieningen)
47,35%
42,80%
41,73%
35,46%
35,38%
35,67%
> 0,75 -
Solvabiliteit 2 (Incl. voorzieningen)
61,42%
64,89%
54,67%
57,42%
59,60%
62,20%
> 30%
Weerstandsvermogen
9,25%
5,50%
7,34%
4,89%
6,22%
8,92%
>
Rentabiliteit
-0,15%
-2,45%
-1,14%
-2,36%
0,73%
1,17%
> -10%
5%
Kapitalisatiefactor
37,52%
34,07%
39,80%
39,09%
41,80%
45,10%
< 60%
Tabel 16
Bovenstaande kengetallen zeggen iets over de liquiditeit en vermogenspositie van Ultiem. Per kengetal wordt hierna een toelichting gegeven. Liquiditeit De liquiditeit wordt gedefinieerd als de vlottende activa gedeeld door de kortlopende schulden. De liquiditeit geeft aan in hoeverre de stichting in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen.
Liquiditeit 2,50
Liquiditeit
2,00 1,50 1,00 0,50 0,00
2023 (R)
2024 (R)
Liquiditeit
2025 (B)
2026 (B)
2027 (B)
Signaleringswaarde
De liquiditeit van Ultiem is 1,66. Dit is ruim boven de door OCW gehanteerde signalerings-waarde van 0,75. Ultiem kan ruimschoots voldoen aan haar kortlopende verplichtingen. Doordat de grootste investeringen in meubilair zijn gedaan, zijn de afschrijvingen de komende jaren hoger dan de investeringen. Hierdoor is een stijgende trend van de liquiditeit zichtbaar.
Figuur 1
Solvabiliteit 1 De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. Het is de graadmeter voor financiële onafhankelijkheid. Solvabiliteit 1 is gedefinieerd als het eigen vermogen (excl. voorzieningen) gedeeld door het totale vermogen. Het kengetal solvabiliteit 1 voor Ultiem bedraagt 41,73%. Voor dit kengetal hanteert OCW geen signaleringswaarde. Het hierna genoemde kengetal solvabiliteit 2 heeft wel een signaleringswaarde bij OCW.
38
Jaarverslag 2024
Solvabiliteit 2 De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. Het is de graadmeter voor financiële onafhankelijkheid. Solvabiliteit 2 is gedefinieerd als het eigen vermogen (incl. voorzieningen) gedeeld door het totale vermogen.
Solvabiliteit 2 (incl. voorzieningen) 70,00%
Solvabiliteit
60,00% 50,00% 40,00% 30,00% 20,00%
Het kengetal voor solvabiliteit 2 bij Ultiem bedraagt 54,67%. Bij solvabiliteit 2 wordt door het ministerie van OCW een signaleringswaarde gehanteerd van 30%. Ultiem zit hier ruim boven.
10,00% 0,00%
2023 (R)
2024 (R)
2025 (B)
2026 (B)
2027 (B)
Solvabiliteit 2 (Incl. voorzieningen) Signaleringswaarde Figuur 2
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie van de stichting en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers te kunnen opvangen. Het geeft aan of het bestuur zich een tekort in de exploitatie kan veroorloven in relatie tot de opgebouwde reserves. Weerstandsvermogen is gedefinieerd als eigen vermogen minus MVA gedeeld door de Rijksbijdrage.
Weerstandsvermogen
Weerstandsvermogen 10,00% 9,00% 8,00% 7,00% 6,00% 5,00% 4,00% 3,00% 2,00% 1,00% 0,00%
Bij weerstandsvermogen wordt door het ministerie van OCW een signalerings-waarde gehanteerd van 5%. Ultiem zit hier met 7,34% boven. De verwachting is dat het weerstandsvermogen in 2025 net onder signaleringswaarde zit. Na 2025 stijgt het weerstandsvermogen weer.
2023 2024 2025 2026 2027 (R) (R) (B) (B) (B) Weerstandsvermogen Signaleringswaarde Signaleringswaarde
Figuur 3
39
Jaarverslag 2024
Rentabiliteit De rentabiliteit geeft inzage in het bestedingspatroon van de stichting en geeft aan in hoeverre de inkomsten en uitgaven van een instelling elkaar in evenwicht houden. Rentabiliteit is gedefinieerd als totaalresultaat gedeeld door de totaal baten.
Rentabiliteit
2,00%
Rentabiliteit
0,00% -2,00% -4,00% -6,00%
De rentabiliteit van Ultiem bedraagt 1,14% negatief. Het weerstandsvermogen van Ultiem is negatief als gevolg van het negatieve exploitatieresultaat. De waarde is hoger dan de signaleringswaarde van OCW. Deze bedraagt -10% voor één jaar.
-8,00% -10,00% -12,00%
2023 2024 2025 2026 2027 (R) (R) (B) (B) (B) Rentabiliteit
Signaleringswaarde
Figuur 4
Kapitalisatiefactor De Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen 2009 (Commissie Don) baseerde zich op diverse onderzoeken naar vermogens in het primair onderwijs en introduceerde de kapitalisatiefactor als maat voor de rijkdom van besturen. De kapitalisatiefactor meet het verband tussen het kapitaal dat een bestuur gebruikt voor haar activiteiten en de inkomsten van dat bestuur. Het kapitaal dat vastligt in gebouwen en terreinen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. De kapitalisatiefactor wordt gedefinieerd als totaal vermogen minus boekwaarde gebouwen en terreinen gedeeld door de totale baten plus financiële baten.
Kapitalisatiefactor Kapitalisatiefactor
70,00% 60,00% 50,00% 40,00% 30,00% 20,00% 10,00% 0,00%
2023 2024 2025 2026 2027 (R) (R) (B) (B) (B)
Kapitalisatiefactor
Signaleringswaarde
Figuur 5
De kapitalisatiefactor van Ultiem is 39,80%. De commissie Don hanteert voor grote besturen (omzet > 8 miljoen) een bovengrens van 60%. Wegvallen vordering op OCW Per 1 januari 2023 is de bekostiging van het primair onderwijs na wetswijziging vereenvoudigd. Daarmee is de bekostigingssystematiek gewijzigd. Bij de overgang van de oude naar de nieuwe bekostigingssystematiek zijn schoolbesturen door de regelgeving en besluitvorming van de minister met een materieel probleem geconfronteerd. Waar de schoolbesturen in een (school)jaar normaal gesproken 100% aan bekostiging ontvangen, is dat in de overgang naar de nieuwe bekostigingssystematiek circa 93% voor het schooljaar 2022/23. Schoolbesturen in de PO-sector werden daardoor in de periode augustus tot en met december 2022 door de minister met circa 7% gekort op hun bekostiging. Dit komt voor ons schoolbestuur neer op € 675.000. Dit bedrag is – evenals in 2023 – niet als vordering op de balans per 31 december 2024 opgenomen.
40
Jaarverslag 2024
De minister stelt zich op het standpunt dat dit materiele probleem voor het schoolbestuur slechts “een boekhoud-technische correctie [is], aangezien de totale bekostiging van het Rijk naar scholen niet wijzigt door de vereenvoudiging”. De overgang van een oude naar een nieuwe bekostigingssystematiek is naar onze mening echter niet louter een papieren exercitie; de keuzes die daarbij worden gemaakt hebben werkelijk een negatief effect op het onderwijsproces. De keuze van de minister om de schoolbesturen in 2022 fors minder bekostiging toe te kennen heeft reële consequenties. Ultiem heeft de afgelopen jaren te maken gehad met afnemende inkomsten door krimp, het aflopen van de NPO-middelen en het wegvallen van samenvoegingsbaten. Ook de komende jaren is sprake van krimp. Doordat er hiernaast sprake is van hoge lasten van energie en schoonmaak is voor de komende jaren een negatief resultaat begroot. Dit heeft een negatief effect op de algemene reserves van Ultiem. Als de vordering niet zou zijn afgeboekt zou er meer financiële ruimte zijn geweest om het personeelsbestand over een langere periode in lijn te brengen met de gedaalde inkomsten. Dit zou ook beter in balans te brengen zijn met het bieden van voldoende onderwijskwaliteit.
Vandaar dat ons schoolbestuur samen met 221 andere schoolbesturen, juridisch begeleid door advocatenkantoor Stibbe en gecoördineerd vanuit de PO-Raad, gezamenlijk bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikkingen voor de laatste vijf maanden van 2022. Dit bezwaar is op 30 november 2022 door de minister ongegrond verklaard. De financiële belangen en de relevante juridische vragen n.a.v. de beslissing op bezwaar van de minister zijn het volgens Ultiem waard om de kwestie aan een onafhankelijke partij, zijnde de bestuursrechter, voor te leggen. Daarom heeft Ultiem gezamenlijk met 221 andere schoolorganisaties beroep bij de rechtbank Midden-Nederland ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister. De rechtbank heeft op 21 juni 2024 het beroep van 222 schoolorganisaties gegrond verklaard. Zij zijn onderwijsbekostiging misgelopen in de overgangsperiode (augustus – december 2022) voorafgaand aan de vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs. De rechtbank gaf de schoolbesturen gelijk en oordeelde dat de staatssecretaris het tekort moet aanvullen. De staatssecretaris is tegen die uitspraak in hoger beroep gegaan. Op het moment van schrijven loopt de hoger beroepsprocedure nog. De zitting staat gepland voor het najaar van 2025.
Reservepositie Om een indicatie te krijgen van mogelijk bovenmatig eigen vermogen, hanteert de Inspectie van het Onderwijs vanaf 2020 de “signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen”, dit wordt ook wel het “normatief publiek eigen vermogen” genoemd. Zoals de naam al aangeeft, betreft het hier publiek eigen vermogen. De Inspectie heeft een formule gemaakt om het mogelijk overmatige vermogen te berekenen. Het publiek eigen vermogen komt boven de signaleringswaarde uit als het feitelijk eigen vermogen (wat is af te lezen van de balans) hoger is dan het normatief eigen vermogen (vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen). Op basis van deze formule heeft Ultiem in 2024 een mogelijk bovenmatig eigen vermogen van €443.087. Hiermee heeft Ultiem volgens de berekening van de Inspectie een goede buffer om tegenslagen te kunnen opvangen. Volgens de huidige meerjarenbegroting neemt de buffer in 2027 sterk toe. Dit zullen we blijven monitoren. We willen dat de middelen zoveel mogelijk worden besteed aan kwalitatief goed onderwijs voor de kinderen.
41
Jaarverslag 2024
normatief publiek eigen vermogen
Werkelijk
Begroting
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting
2023 (R)
2024 (B)
2024 (R)
2025 (B)
2026 (B)
2027 (B)
Gegevens: Totaal baten Aanschafwaarde gebouwen
18.691.350
17.475.598
-
-
18.676.574 -
18.201.543 -
17.938.751 -
17.774.737 -
Boekwaarde overige materiële vaste activ
1.743.044
1.657.591
1.861.862
1.694.709
1.609.001
1.369.345
Publiek eigen vermogen
3.341.299
2.562.379
3.128.778
2.536.798
2.668.256
2.875.367
Privaat eigen vermogen Totaal eigen vermogen
3.341.299
2.562.379
3.128.778
2.536.798
2.668.256
2.875.367
Uitwerking: 0,5 x aanschafwaarde gebouwen x 1,27
-
boekwaarde resterende materiële vaste ac 1.743.044
-
-
-
-
-
1.657.591
1.861.862
1.694.709
1.609.001
1.369.345
934.568
873.780
933.829
910.077
896.938
888.737
Normatief publiek eigen vermogen
2.677.612
2.531.371
2.795.691
2.604.786
2.505.939
2.258.082
werkelijk publiek eigen vermogen
3.341.299
2.562.379
3.128.778
2.536.798
2.668.256
2.875.367
663.688
31.008
333.087
-67.988
162.317
617.285
0,05 x totale baten
bovenmatige reserves
Tabel 17
Uit de risicoanalyse die eind 2022 definitief is gemaakt, volgt een benodigd eigen vermogen dat specifiek is gebaseerd op de situatie van Ultiem. In onderstaande tabel is dit weergegeven.
Benodigd eigen vermogen volgens risicoanalyse Verschil werkelijk - benodigd
Werkelijk 2023 (R)
Begroting 2024 (B)
Werkelijk 2024 (R)
Begroting 2025 (B)
Begroting 2026 (B)
Begroting 2027 (B)
2.897.909
2.812.456
3.198.554
3.031.401
2.945.693
2.706.037
443.390
-250.077
-69.776
-494.603
-277.437
169.330
Tabel 18
Op grond hiervan zijn wij van mening dat er in het meerjarenbeeld bij Ultiem geen sprake is van bovenmatig eigen vermogen. Ultiem zal de prognose van dit kengetal jaarlijks monitoren en indien nodig maatregelen nemen.
42
Jaarverslag 2024
3.4 Balans Onderstaand overzicht geeft de stand van de reserves weer op 31 december 2024. Daarna worden de verschillende reserves toegelicht.
Reserves 31-12-2024 Algemene reserve
2.917.956
Bestemmingsreserves publiek Bestemmingsreserve NPO
168.555
Reserve eerste waardering
8.345
Reserve activa 1e inrichting
33.922
Totaal bestemmingsreserves publiek
210.822
Totaal reserves
3.128.778
Tabel 19
Algemene reserve De algemene reserve wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en de werkelijke lasten. In het geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene reserve gebracht. Bestemmingsreserve NPO In 2021 is een bestemmingsreserve gevormd voor het nog niet bestede deel van de subsidie Nationaal Programma Onderwijs. Deze subsidie is gestart op 1 augustus 2021 en betreft een normatieve Rijksbijdrage. Dat betekent dat de subsidie evenredig over het schooljaar moet worden verantwoord. In 2024 zijn er geen ontvangsten geweest en alleen uitgaven gedaan voor NPO. In 2024 is daardoor een bedrag aan deze bestemmingsreserve onttrokken. Het hier vermelde bedrag wordt in de komende jaren besteed. Bestemmingsreserve eerste waardering Het bedrag van deze reserve betreft de boekwaarde van de activa die op 1 januari 2006 aanwezig waren. De afschrijvingslasten van deze activa worden ten laste van de bestemmingsreserve eerste waardering gebracht. Bestemmingsreserve activa 1e inrichting Bij de start van een school wordt door de gemeente eenmalig een bedrag beschikbaar gesteld voor 1e inrichting van klaslokalen met leermiddelen en meubilair. Het bedrag van deze reserve vertegenwoordigt de boekwaarde van activa die voor de 1e inrichting zijn aangeschaft.
Afschrijvingslasten van deze activa worden aan deze reserve onttrokken.
43
Jaarverslag 2024
Voorzieningen 31-12-2024 Personeel Duurzame inzetbaarheid
0
Personele fricties algemeen
0
Jubilea
128.970
Totaal voorziening personeel
128.970
Overig Groot onderhoud
841.446
Totaal overige voorzieningen
841.446
Totaal voorzieningen
970.416
Tabel 20
Voorziening duurzame inzetbaarheid Dit betreft een voorziening voor gespaarde uren voor ouderenverlof. De basis van de voorziening is het aantal uren dat medewerkers van 57 jaar en ouder op basis van een plan hebben gespaard. Er waren geen medewerkers die 2024 uren hebben gespaard in het kader van de duurzame inzetbaarheid. Voorziening personele fricties algemeen Deze voorziening heeft als doel om de financiële gevolgen op te vangen van algemene personele vraagstukken. Te denken valt hierbij aan personele fricties, die ontstaan binnen de gesprekkencyclus. Aan deze voorziening zijn in 2024 voor het laatst bedragen onttrokken voor het doel waarvoor de voorziening is gevormd. De voorziening is ingezet voor het oplossen van personele frictie en daarmee samenhangende kosten en is per 31-12-2024 opgeheven. Voorziening jubilea De voorziening ambtsjubilea dient om de financiële verplichtingen wegens ambtsjubilea inzichtelijk te maken. Voorziening groot onderhoud De voorziening voor de gelijkmatige verdeling van onderhoudslasten wordt bepaald op basis van de te verwachten kosten voor cyclisch groot onderhoud voor de komende 20 - 30 jaar op basis van het MJOP. De voorziening wordt lineair volgens de componentenmethode opgebouwd. Het uitgevoerde onderhoud wordt ten laste van de voorziening gebracht.
De voorziening groot onderhoud is gebaseerd op MJOP’s voor Kindcentrum Kolham, Kindcentrum Zuiderkroon, Kindcentrum Punt West, Kindcentrum De Ontdekking en Kindcentrum ‘t Heidemeer.
44
Jaarverslag 2024
Bijlage 1: scholen van Ultiem Brinnr.
School
Adres
Postcode Plaats
Website
12QR
OBS De Woldstee
Slochterveldweg 1A
9621 TD
Slochteren
www.obsdewoldstee.nl
13DT
OBS Oetkomst
Eikenlaan 1
9615 AP
Kolham
www.obsoetkomst.nl
13OE
OBS Driespan
Dorpshuisweg 36a
9617 BN
Harkstede
www.obsdriespan.nl
13TY ¹⁾
OBS De Achtbaan ²⁾
Beetslaan 8
9602 AX
Hoogezand
www.obs-deachtbaan.nl
Zuiderkroon 6
9602 MZ
Hoogezand
www.obs-hetnoorderlicht.nl
Pluvierstraat 13
9607 RJ
Foxhol
www.obswascholtenschool.nl
(Incl. Taalschool Midden-Groningen) 13XI
OBS Het Noorderlicht
14GQ ²⁾ OBS W.A. Scholtenschool (Incl. Tijdelijke onderwijsvoorziening tot 1 maart 2024) 14LT
OBS Walstraschool
Woldweg 124
9606 PH
Kropswolde
www.obswalstraschool.nl
15KI
OBS De Ontdekking
Jan Huitzingstraat 4
9601 AR
Hoogezand
www.obs-deontdekking.nl
15MW
OBS Theo Thijssenschool
Boomgaard 37
9603 HL
Hoogezand
www.obstheothijssenschool.nl
15RT
OBS ’t Heidemeer
Arie Bosscherstraat 32 9611 EN
Sappemeer
www.obsheidemeer.nl
Tabel 21
¹) De Taalschool Midden-Groningen is een apart onderdeel van OBS De Achtbaan welke is gehuisvest in Kindcentrum Punt West. De Taalschool Midden-Groningen is een NT-2 voorziening (type3-voorziening) voor alle scholen in de gemeente Midden-Groningen. Taalschool Midden-Groningen heeft geen eigen brinnummer.
²) Als onderdeel van OBS W.A. Scholtenschool was ook de Tijdelijke onderwijsvoorziening (TOV) gevestigd in MFC De Klabbe aan de Pluvierstraat 13. Ultiem exploiteerde deze voorziening namens alle schoolbesturen binnen de gemeente Midden-Groningen. De TOV heeft geen eigen brinnummer.
45
Jaarverslag 2024
Bijlage 2: verslag raad van toezicht Inleiding Het jaar 2024 stond voor Stichting Ultiem in het teken van continuïteit en verdere ontwikkeling. Als raad van toezicht hebben wij met trots kunnen constateren dat onze stichting zich blijft versterken op zowel onderwijskundig als organisatorisch vlak. Onze scholen hebben de ruimte gehad om zich op hun eigen wijze te ontplooien, met oog voor hun specifieke omgeving, terwijl de onderlinge samenhang verder is verstevigd. Wij hebben ons toezicht ingevuld door nauw betrokken te zijn bij belangrijke beleidsrijke keuzes. De bestuurder heeft ons op een transparante en gestructureerde wijze geïnformeerd over de voortgang binnen de stichting en haar scholen. Dit heeft geresulteerd in waardevolle gesprekken en gedegen besluitvorming. Gedurende 2024 is binnen de raad van toezicht specifiek aandacht besteed aan de thema’s onderwijskwaliteit, strategisch personeelsmanagement en de financiële bestendigheid van de stichting. De begroting 2025 en het bestuursformatieplan 2024/2025 zijn zorgvuldig beoordeeld en getoetst op hun doelmatigheid en effectiviteit. Ook de voortgang van de bouw van KC Kropswolde en de ontwikkeling van leerlingprognoses zijn uitgebreid besproken. Een belangrijk aspect van ons toezicht is het rechtstreeks contact met de scholen.
In 2024 hebben we verdiepende schoolbezoeken afgelegd, wat ons niet alleen waardevolle inzichten heeft opgeleverd, maar ook heeft bevestigd dat het beleid en de praktijk goed op elkaar aansluiten. Daarnaast hebben we deelgenomen aan een directeurenoverleg en gesprekken gevoerd met de GMR, wat heeft bijgedragen aan een brede dialoog binnen de stichting. Op 7 maart 2024 is mevrouw A.H. Storm toegetreden als lid van de raad van toezicht met de portefeuille Jeugd & Zorg. Binnen de raad van toezicht is hiernaast op basis van het rooster van aftreden de werving & search procedure gevolgd voor twee nieuwe toezichthouders, waarvan de benoeming plaats vond op 19 december 2024. Per 1 januari 2025 hebben wij mevrouw A.T. Beukema (HRM) en de heer H. Tebbes (Financiën) derhalve verwelkomd als nieuwe leden. Na beider inwerkperiode nemen we na het tweede kwartaal van 2025 afscheid van de heer J. Smits (portefeuille HRM) en de heer R.P.S. van Rijn (portefeuille Financiën). Wij danken hen nu reeds voor hun inzet en waardevolle bijdragen. De samenwerking tussen de raad van toezicht en de bestuurder kenmerkte zich in 2024 als open en constructief. Wij hebben gezamenlijk toegezien op de naleving van de Code Goed Bestuur en invulling gegeven aan onze rollen als toezichthouder, werkgever en sparringpartner voor de bestuurder.
De zorgvuldige wijze waarop integrale managementrapportages, de begroting en andere beleidsdocumenten aan de raad werden voorgelegd, verdient een compliment. Tot slot willen wij benadrukken dat de visie ‘Samen maken we het verschil’ binnen Ultiem daadwerkelijk wordt nageleefd. De betrokkenheid en professionaliteit van alle medewerkers dragen bij aan een stabiele en toekomstgerichte organisatie. Wij zien uit naar verdere ontwikkeling en blijven ons met volle overtuiging inzetten voor goed toezicht en goede ondersteuning van de stichting.
J.J. Bruintjes, Voorzitter
46
Jaarverslag 2024
Binnen de raad zijn de volgende commissies ingesteld *): a.
Auditcommissie, samengesteld uit de volgende personen: Dhr. R.P.S. van Rijn
Voorzitter Auditcommissie, Lid raad van toezicht, portefeuille Financiën
Dhr. J.J. Bruintjes
Voorzitter raad van toezicht, portefeuille Bestuur & Overheid
b. Remuneratiecommissie/Commissie P&O, samengesteld uit de volgende personen: Dhr. J. Smits
Voorzitter Remuneratiecommissie, Lid raad van toezicht, portefeuille HRM
Dhr. J.J. Bruintjes c.
Voorzitter raad van toezicht, portefeuille Bestuur & Overheid
Kwaliteitscommissie, samengesteld uit de volgende personen: Dhr. J. Vogel
Voorzitter Kwaliteitscommissie, Lid raad van toezicht, portefeuille Onderwijs
Mevr. A.H. Storm
Lid raad van toezicht, portefeuille Jeugd & Zorg
*) Het betreft hier de bezetting in 2024
Na de zomervakantie van 2024 is een werving- en selectieprocedure gestart voor twee nieuwe leden van de raad als vervanging voor de aftredende leden op portefeuilles HRM en Financiën. Voor het begeleiden van de werving- en selectieprocedure is een extern adviesbureau geconsulteerd. De procedure heeft geleid tot de selectie van twee nieuwe leden op de beschikbaar gekomen portefeuilles. De nieuwe leden zijn mevrouw A.T. Beukema (portefeuille HRM) en de heer H. Tebbes (portefeuille Financiën). De nieuwe leden zijn voorgedragen aan de gemeenteraad. Na goedkeuring van de gemeenteraad in december 2024 zijn de benoemingen definitief geworden. De nieuwe leden zijn op 1 januari 2025 gestart in hun nieuwe functie. Rooster van aftreden In de statuten is vastgelegd dat de benoeming in de raad van toezicht voor de duur van vier jaar is, met de mogelijkheid van één verlenging (maximaal 8 jaar). Dit is conform hetgeen is vastgesteld in de Code Goed Bestuur. Eind 2023 is mevrouw Y.M. Turenhout afgetreden. Haar vervanger is mevrouw A.H. Storm die is gestart per 7 maart 2024. Op de vergadering van de raad van toezicht van 10 juni 2024 is besloten tot een gewijzigd rooster van aftreden met als doel om meer balans te brengen in de momenten van aftreden van de leden.
47
Jaarverslag 2024
In de onderstaande tabel staat het rooster van aftreden. Naam
Functie
Portefeuillehouder
Commissie
Datum herbenoeming
Beoogde datum van aftreden
J.J. Bruintjes
voorzitter
Bestuur & Overheid
Auditcommissie Remuneratiecommissie
01-01-2022
31-12-2025
J. Vogel
lid
Onderwijs
Onderwijs & Kwaliteit
01-01-2022
31-12-2025
Y. Turenhout (Afgetreden 6 maart 2024)
lid
Jeugd en Zorg
Onderwijs & Kwaliteit
A.M. Storm (Gestart 7 maart 2024)
lid
Jeugd en Zorg
Onderwijs & Kwaliteit
J. Smits
lid
HRM
Remuneratiecommissie
A.T. Beukema (Gestart 1 januari 2025)
lid
HRM
Remuneratiecommissie
R.P.S. van Rijn
lid
Financiën
Auditcommissie
H. Tebbes (Gestart 1 januari 2025)
lid
Financiën
Auditcommissie
01-01-2029
31-12-2032
Vervanger van J.J. Bruintjes (Start 1 januari 2026)
voorzitter
Bestuur & Overheid
Auditcommissie Remuneratiecommissie
01-01-2030
31-12-2033
Vervanger van J. Vogel (Start 1 januari 2026)
lid
Onderwijs
Onderwijs & Kwaliteit
01-01-2030
31-12-2033
06-03-2024 07-03-2028
07-03-2031 01-07-2025
01-01-2029
31-12-2032 01-07-2025
Tabel 22
Honorering Het uitgangspunt voor de honorering van de leden van de raad van toezicht is de Handreiking Honorering van de VTOI-NVTK (Vereniging Toezichthouders in Onderwijs en Kinderopvang). Op basis van de VTOI-NVTK normen van 2021 zou de vergoeding bij Ultiem voor een RvT lid €7.500 per jaar bedragen en voor de voorzitter €11.750. In 2024 bedraagt de honorering €6.100 voor leden en €9.150 voor de voorzitter. Tot en met 2026 wordt de vergoeding voor de leden jaarlijks verhoogd met €800 en voor de voorzitter met €1.200 om zo uit te komen op de in 2021 gehanteerde normbedragen. Daarna kan de hoogte van de vergoeding door de toekomstige raad van toezicht worden bekeken. Vergaderingen van de raad De raad van toezicht kwam in 2024 zes keer bijeen voor een reguliere vergadering. De vergaderingen vonden plaats op 29 januari, 25 maart, 22 april, 10 juni, 21 oktober en op 16 december. Binnen de vergaderingen is specifiek aandacht besteed aan de wettelijke toezichtstaken en het algemeen oordeel: •
Goedkeuring begroting en het jaarverslag. De begroting 2024 is in de vergadering van 16 december 2024 besproken en —onder voorbehoud van een positief advies van de GMR— goedgekeurd door de raad van toezicht. Van de meerjarenbegroting is in deze vergadering kennisgenomen. De GMR heeft op 17 december 2024 positief geadviseerd op de begroting 2025. Het jaarverslag van 2023 is in de vergadering van 10 juni 2024 goedgekeurd door de raad van toezicht.
48
Jaarverslag 2024
Verder zijn de volgende onderdelen in het kader van algemene toezichthoudende taken aan de orde gesteld: • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •