CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Programmabegroting 2026

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Begroting 2026-2029 Midden-Groningen37.709 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

73

2.2.8 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) Naam Indicator

Eenheid

Absoluut verzuim

Aantal per 1.000 leerlingen

Relatief verzuim

Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)

Banen

Jongeren met een delict voor de rechter

Kinderen in uitkeringsgezin

Netto arbeidsparticipatie

Werkloze jongeren

Personen met een bijstandsuitkering

Lopende re-integratievoorzieningen

Jongeren met jeugdhulp

Jongeren met jeugdbescherming

Aantal per 1.000 leerlingen

%

Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar

% 12 t/m 21 jarigen

% kinderen tot 18 jaar

% van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. van de beroepsbevolking

% 16 t/m 22 jarigen

Aantal per 10.000 inwoners

Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar

% van alle jongeren tot 18 jaar

% van alle jongeren tot 18 jaar

Peiljaar M-G

Nederland

2024

12,2

6,7

2023

12,8

6,3

2022

10,5

4,2

2021

1,5

2,7

2024

31

28

2023

29

27

2022

24

24

2021

27

20

2024

3,2%

2,3%

2023

2,5%

2,3%

2022

2,7%

2,4%

2021

2,3%

1,9%

2023

608

836,6

2022

604,4

824,7

2021

591,5

805,1

2020

569,5

795,7

2023

1,0%

1,0%

2022

1,0%

1,0%

2021

1,0%

1,0%

2020

1,0%

1,0%

2023

7,0%

6,0%

2022

7,0%

6,0%

2021

8,0%

6,0%

2020

8,0%

6,0%

2024

70,5%

73,2%

2023

70,1%

73,1%

2022

69,3%

72,2%

2021

67,2%

70,4%

2023

3,0%

2,0%

2022

3,0%

1,0%

2021

2,0%

2,0%

2020

3,0%

2,0%

2024

402

343,6

2023

413,8

344,8

2022

432,1

366,7

2021

486,9

431,2

2024

502,4

203,1

2023

452,3

191,5

2022

469,6

197,7

2021

495,7

197,7

2024

16,6%

13,7%

2023

17,1%

13,9%

2022

17,0%

13,5%

2021

16,4%

13,2%

2024

1,3%

1,0%

2023

1,4%

1,1%

74

Naam Indicator

Eenheid

Peiljaar M-G

Nederland

2022

1,6%

1,2%

2021

1,6%

1,2%

2024

0,6%

0,4%

2023

0,5%

0,3%

2022

0,4%

0,3%

2021

0,4%

0,3%

2024

890

720

2023

880

700

2022

860

710

2021

870

702

2025

77,2%

70,7%

Toelichting: Het aantal personen van 0 tot 20 jaar én 65 jaar of

2024

76,0%

70,4%

ouder per honderd personen van 20 tot 65 jaar.

2023

75,4%

70,3%

2022

75,6%

70,3%

Jongeren met jeugdreclassering

Cliënten met een maatwerkarrangement WMO

Demografische druk

% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

Aantal per 10.000 inwoners

%

De gegevens kunnen onderhevig zijn aan verandering en zijn overgenomen van waarstaatjegemeente.nl op peildatum 30-7-2025

75

2.2.9 Financieel overzicht Sociaal Bedragen x €1.000 Omschrijving

Realisatie 2024

Begroting na wijziging 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Inkomensregelingen

42.568

43.793

45.375

47.759

50.186

51.462

(Werk)Participatie

24.229

21.683

20.705

20.793

20.713

21.065

Burgerparticipatie

13.224

6.766

7.491

7.760

7.681

7.739

WMO

29.077

30.400

31.467

33.162

36.127

38.880

Accommodaties

2.082

1.542

1.528

1.444

1.542

1.752

Jeugd

42.564

44.856

45.597

47.588

48.921

53.078

Onderwijs

10.810

10.985

11.188

10.789

10.943

11.055

Totaal Lasten

164.555

160.026

163.350

169.294

176.114

185.030

Inkomensregelingen

34.882

34.636

36.384

37.862

39.440

40.420

(Werk)Participatie

5.547

2.631

2.664

2.650

2.527

2.579

Burgerparticipatie

9.119

2.055

2.520

2.543

2.807

2.731

WMO

8.187

7.268

7.159

8.055

8.296

8.545

118

138

141

145

149

154

1.366

820

1.027

24

1.125

1.125

Lasten

Baten

Accommodaties Jeugd Onderwijs

4.049

3.751

4.351

3.694

3.727

3.760

Totaal Baten

63.266

51.297

54.245

54.972

58.071

59.314

Saldo voor bestemming

-101.289

-108.728

-109.105

-114.322

-118.043

-125.716

Inkomensregelingen

63

1

0

0

0

0

(Werk)Participatie

1.509

121

0

0

0

0

Burgerparticipatie

84

0

0

0

0

0

WMO

14

0

0

0

0

0

Jeugd

95

0

0

0

0

0

Stortingen

Onderwijs

130

205

130

130

130

130

1.894

327

130

130

130

130

Inkomensregelingen

1.267

0

0

153

153

153

(Werk)Participatie

1.282

594

362

155

155

155

Burgerparticipatie

750

84

0

0

0

0

WMO

90

94

0

0

0

0

Totaal Stortingen Onttrekkingen

Accommodaties Jeugd Onderwijs

4

4

4

4

4

4

1.358

95

0

0

0

0

478

120

120

120

120

120

Totaal Onttrekkingen

5.230

991

485

431

432

432

Totaal mutatie reserves

3.336

663

356

302

302

302

Saldo na bestemming

-97.953

-108.065

-108.749

-114.021

-117.741

-125.414

76

Toelichting Het saldo voor bestemming op het programma sociaal is in 2026 toegenomen met € 377.000 ten opzichte van begroting 2025. Het nadelig saldo na bestemming is toegenomen met € 684.000. We lichten per product de belangrijkste wijzigingen toe. Inkomensregelingen Het saldo bij het product Inkomensregelingen na reservemutaties is ten opzichte van 2025 met € 326.000 verslechterd. De lasten zijn met € 1.582.000 toegenomen en de baten met € 1.748.000. Lasten (€ 1.582.000 nadelig): De lasten BUIG periodieke bijstandsuitkeringen en Loonkostensubsidie nemen met € 1.856.000 toe ten opzichte van 2025 door indexatie en de jaarlijkse stijging van het aantal inwoners dat werkt met Loonkostensubsidie. Door het onder andere uitstromen van inwoners naar het sociaal ontwikkelbedrijf vanwege de Just Transition Fund Waardewerk, de overbrugbanen, verwachten we een daling in het aantal uitkeringen. Voor het Meedoenfonds waren in 2025 er extra middelen beschikbaar daarom is het budget voor 2026 € 300.000 lager. Voor de uitgaven van de hersteloperatie Kinderopvangtoeslag krijgen we jaarlijks een vergoeding van het Rijk, we stellen het budget bij in de P&C documenten aan de hand van de verwachte declaraties van gedupeerde ouders. Ten opzichte van de begroting 2025 is er een voordeel van € 300.000. De salarislasten zijn € 685.000 hoger vanwege interne doorbelastingen en personeelsmutaties.

In 2026 ontvangen we in de meicirculaire net zoals in 2025 middelen voor de alleenverdienersproblematiek daarom is er een voordeel van € 273.000 ten opzichte van 2025. Overige plussen en minnen tellen op tot een voordeel van € 86.000. Baten (€ 1.748.000 voordelig): Op basis van de Rijksbegroting en Voorjaarsnota van het Rijk is de verwachting dat de baten van de BUIG toenemen met € 2.098.000 ten opzichte van de begroting 2025. Dit is het gevolg van de systematiek van de BUIG, de bijdrage die we ontvangen is afhankelijk van de realisatie van 2025. De loonkostensubsidie wordt vergoed op basis werkelijke lasten en jaarlijks verwachten dat het aantal inwoners dat werkt met loonkostensubsidie stijgt. Dit veroorzaakt mede de stijging van de Rijksuitkering. De gemeente Midden-Groningen ontvangt jaarlijks een vergoeding van het Rijk voor de hersteloperatie Kinderopvangtoeslag, we stellen het budget bij in de P&C documenten aan de hand van de verwachte declaraties van gedupeerde ouders. Ten opzichte van de begroting 2025 is er een nadeel van € 445.000 in de baten. Overige plussen en minnen tellen op tot een voordeel van € 95.000. Werkparticipatie Het saldo bij het product Werkparticipatie na reservemutaties is ten opzichte van 2025 met € 890.000 verbeterd.

De lasten zijn met € 978.000 afgenomen, de baten met € 33.000 toegenomen en de onttrekking aan de reserve is met € 121.000 verslechterd Lasten (€ 978.000 voordelig): Door het toenemen van het aantal inwoners op een beschutte werkplek of overbrugbaan stijgen de lasten voor het begeleiden van deze inwoners op de werkplek, het nadeel is € 231.000. De begrote lasten van de subsidie van Werkpro aan NME Kinderboerderij zijn € 77.000 lager ten opzichte van 2025 vanwege een correctie in de begroting. De realisatie van de verhaalde salarissen WSW blijkt in voorgaande jaren hoger te zijn dan begroot daarom stellen we positief bij het voordeel is € 100.000. Daarnaast verwachten we een daling in de salarislasten WSW omdat het aantal medewerkers WSW jaarlijks daalt, het voordeel is € 739.000. We verwachten dat de lasten voor geneeskundige controles en keuringen van de WSW-medewerkers stijgen door hogere ziekteverzuim, het nadeel is € 20.000. De lasten huren roerende zaken zijn gestegen vanwege het vervangen van het wagenpark door te leasen. In de begroting was nog geen rekening gehouden met deze wijziging. Het nadeel is € 179.000. De salarislasten dalen met € 367.000 vanwege interne doorbelasting en personeelsmutaties. Het aantal inwoners dat een beschutte werkplek vindt bij het Werkbedrijf stijgt jaarlijks waardoor de 77

salarislasten stijgen met € 642.000 ten opzichte van 2025. De toename wordt grotendeels gecompenseerd door Loonkostensubsidie € 527.000 en werkplekbegeleiding € 96.000. In 2026 zal het werkbedrijf van BWRI verhuizen naar de nieuwbouwlocatie waardoor er minder lasten zijn voor de tijdelijke huisvesting, het voordeel is € 234.000. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 57.000. Baten (€ 33.000 voordelig): Wegens geringe afwijkingen wordt dit niet toegelicht. Mutatie reserve (€ 121.000 nadelig): Door lagere storting en lagere onttrekking aan de reserve nieuwbouw BWRI ontstaat een nadeel van € 121.000 in 2026 ten opzichte van 2025. Burgerparticipatie Het saldo bij het product Burgerparticipatie na reservemutaties is ten opzichte van 2025 met € 344.000 verslechterd. De lasten zijn met € 725.000 toegenomen, de baten met € 465.000 toegenomen en de onttrekking aan de reserve is met € 84.000 afgenomen. Lasten (€ 725.000 nadelig): De verwachte lasten voor Inburgeringsvoorzieningen ten opzichte van de begroting 2025 zijn hoger, het nadeel is € 400.000. Hier tegenover staan ook hogere baten van de specifieke uitkering Inburgeringsvoorzieningen, per saldo heeft dit geen effect in de begroting. In 2025 zijn er incidentele middelen beschikbaar gesteld voor integrale aanpak gestapelde problematiek, het voordeel is ten opzichte van 2025 € 250.000.

De salarislasten op dit product stijgen met € 242.000 vanwege gewijzigde interne doorbelasting en personeelsmutaties. Er zijn incidentele middelen opgenomen voor de transitie met betrekking tot de stichting sociale teams en welzijn, dit gaat om € 250.000. De basissubsidie voor Kwartier is geïndexeerd, hierdoor stijgen de lasten met € 105.000. Overige plussen en minnen tellen op tot een voordeel van € 22.000. Baten (€ 465.000 voordelig): De hogere lasten voor Inburgeringsvoorzieningen worden gedekt uit de specifieke uitkering waardoor de verwachte baten € 400.000 hoger zijn ten opzichte van 2025. De baten voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne zijn € 65.000 hoger. Mutatie reserve (€ 84.000 nadelig): Wegens geringe afwijkingen wordt dit niet toegelicht. WMO Het saldo bij het product WMO na reservemutaties is ten opzichte van 2025 met € 1.270.000 verslechterd. De lasten zijn met € 1.067.000 toegenomen, de baten met € 109.000 afgenomen en de onttrekking aan de reserve is met € 94.000 afgenomen. Lasten (€ 1.056.000 nadelig): De lasten voor huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding zijn gestegen ten opzichte van 2025. Voor huishoudelijke hulp gaat het om € 600.000. Er is rekening gehouden met een volumegroei van 3% en een indexatie van 4%. Voor begeleiding en dagbesteding gaat het om € 245.000. Hier is alleen gerekend met een indexatie van 4%.

De lasten voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en huiselijk geweld zijn opgenomen conform de begroting van de centrumgemeente. Dit leidt tot een nadeel van € 183.000, dit komt hoofdzakelijk door de verwachte naderende tekorten in de financiering van de opvang. De lasten voor rolstoelen, vervoersmiddelen en woonvoorzieningen (aanpassen woningen) zijn met € 62.000 toegenomen ten opzichte van de begroting 2025, dit komt met name door indexatie. De lasten van publiek vervoer zijn € 48.000 hoger. De lasten voor de pilot Herstelacademie en Housing First zijn incidenteel in 2025 opgenomen in de begroting. Dit leidt tot een afname van de lasten met € 175.000. Hogere toegerekende salariskosten aan dit product leiden tot een toename van de lasten met € 91.000. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 6.000. Baten (€ 109.000 nadelig): Voor Housing First zijn is er in 2025 een incidenteel budget van € 95.000 geraamd, dit is niet opgenomen in 2026. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 14.000.

78

Mutatie reserve (€ 94.000 nadelig): Wegens geringe afwijkingen wordt dit niet toegelicht. Accommodaties Het saldo bij het product Accommodaties na reservemutaties is ten opzichte van 2025 met € 17.000 verbeterd. De lasten zijn met € 14.000 afgenomen en de baten met € 3.000 toegenomen. Wegens geringe afwijkingen wordt dit product niet toegelicht. Jeugd Het saldo bij het product Jeugd na reservemutaties is ten opzichte van 2025 met € 629.000 verslechterd. De lasten zijn met € 741.000 toegenomen, de baten met € 207.000 toegenomen en de onttrekking aan de reserve is met € 95.000 afgenomen. Lasten (€ 741.000 nadelig): De begroting 2026 is gebaseerd op de bijstelling bij de Voorjaarsnota 2025 en de prognose Q2 2025. Hierin is een loon-prijsindexering van 5,13% verwerkt. Conform het advies uit de commissie van Ark is er ook met een volumegroei van 4,7% gerekend. De besparingseffecten uit de Hervormingsagenda zijn voor 50% meegerekend vanaf 2026. De lasten zijn met € 489.000 gestegen ten opzichte van 2025. De basissubsidie voor Kwartier is geïndexeerd, hierdoor stijgen de lasten met € 115.000. Er zijn incidentele middelen opgenomen voor de transitie met betrekking tot de stichting sociale teams en welzijn, dit gaat om € 250.000. In 2025 waren er ook incidentele middelen opgenomen voor de transitie rondom Kwartier, dit leidt tot een afname van de lasten met € 200.000.

De baten en lasten voor Welzijn op Recept zijn gestegen ten opzichte van 2025, dit leidt tot hogere lasten van € 290.000. De baten en lasten voor het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zijn gedaald, dit leidt tot lagere lasten van € 244.000. Overige plussen en minnen tellen op tot een nadeel van € 41.000. Baten (€ 207.000 voordelig): De baten en lasten voor Welzijn op Recept zijn gestegen ten opzichte van 2025, dit leidt tot hogere baten van € 434.000. De baten en lasten voor het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zijn gedaald, dit leidt tot lagere baten van € 244.000. Mutatie reserve (€ 95.000 nadelig): Wegens geringe afwijkingen wordt dit niet toegelicht. Onderwijs Het saldo bij het product Onderwijs na reservemutaties is ten opzichte van 2025 met € 472.000 verbeterd. De lasten zijn met € 203.000 toegenomen, de baten met € 600.000 toegenomen en de storting in de reserve is met € 75.000 afgenomen ten opzichte van voorgaand jaar. Lasten (€ 203.000 nadelig): De toegerekende salarislasten met betrekking tot onderwijsbeleid zijn € 297.000 lager dan in 2025. Dit komt omdat tot en met 2025 incidentele kosten zijn verschoven van het Jeugd ZIN budget naar onderwijs voor de inzet van kind-ouder ondersteuners. Ook wordt een gedeelte van de salariskosten toegerekend aan het Onderwijsachterstanden budget (OAB).

De lasten van onderwijshuisvesting zijn € 165.000 lager door lagere verzekeringskosten € 39.000 en lagere afschrijvingen € 86.000. Daarnaast was in 2025 incidenteel € 40.000 extra budget geraamd voor het opstellen van het integraal huisvestingsplan Onderwijs. Tegenover deze lagere lasten staan incidenteel hogere lasten van € 651.000 voor de afboeking en sloopkosten van oude schoolgebouwen. Deze worden geheel gedekt door baten en hebben daarom geen effect op het begrotingssaldo. Baten (€ 600.000 voordelig): De incidenteel hogere baten betreffen voor € 651.000 vergoedingen van het Rijk en van derden, voor dekking van de afboeking en sloopkosten van oude schoolgebouwen. Daar staat tegenover een verlaging van € 75.000 omdat in 2025 incidenteel extra baten waren geraamd voor de storting in de reserve Beeldende Kunst. Het restant van € 24.000 verhoging bestaat grotendeels uit de verhoging van de geraamde servicekosten. Mutatie reserve (€ 75.000 voordelig): Wegens geringe afwijkingen wordt dit niet toegelicht.

79

2.3 Programma Fysieke leefomgeving Visie We willen een prettige omgeving om in te wonen, werken en leven. Doelstelling Het programma Fysieke leefomgeving geeft inzicht in ruimtelijke en economische ontwikkelingen voor 2026 en verder. Wij willen dat ook volgende generaties fijn kunnen wonen, werken en ontspannen in onze mooie gemeente. Daarom houden we in onze beslissingen rekening met de gevolgen op de omgeving. Wij willen samen met onze inwoners de juiste keuzes maken voor de invulling van de beschikbare ruimte. Hiervoor geeft de onze Omgevingsvisie richting, grenzen en voorwaarden. We zetten ons in om de mogelijkheden voor wonen af te stemmen op behoeften van onze inwoners. Wij zijn aan de slag met de bestuursopdracht thema Wonen uit het raadswerkprogramma en hebben de woonvisie vernieuwd. We ondersteunen onze inwoners zo goed als mogelijk bij de energietransitie en van het aardgas afgaan. Wij helpen huurders en huiseigenaren bij het verduurzamen van hun woning en het verlagen van hun energierekening. Dat doen wij in samenwerking met de woningcorporaties. We zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de woonomgeving. Een goede woonomgeving is goed bereikbaar. En er zijn geen gevaarlijke situaties in het verkeer. Voor de economie is ook ruimte nodig. We hebben een visie voor onze bedrijventerreinen met een uitvoeringsprogramma.

In 2025 hebben wij een economische agenda opgesteld om zo onder meer goed aan te kunnen sluiten op de veranderende economie als gevolg van verschillende transities én de regionale economische structuurversterking vanuit Nij Begun. Om winkelcentra aantrekkelijk te houden, willen we zo goed mogelijk voorkomen dat er panden in de winkelcentra leeg staan. Dit doen we door nieuwe winkels zoveel mogelijk alleen in de winkelcentra toe te staan. De landbouw is een belangrijke sector, die voor een groot deel bepaalt hoe ons buitengebied eruitziet. We willen de landbouwsector bijstaan in de ingezette transitie van het landelijk gebied. We willen een gezonde recreatiesector, waar veel toeristen en onze eigen inwoners willen doorbrengen. We gaan door met de uitvoering van de visie Vrijetijdseconomie.

80

Het programma Fysieke leefomgeving bestaat uit de volgende onderdelen: 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit 2.3.2 Wonen 2.3.3 Werken 2.3.4 Energie en Duurzaamheid

2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteit Inleiding Wij vinden het belangrijk dat onze leefomgeving van goede kwaliteit is. Wij willen dat onze inwoners goed kunnen wonen, leven en werken. In deze paragraaf beschrijven we de activiteiten en projecten die een bijdrage leveren aan de het op orde brengen en houden van de ruimtelijke kwaliteit van onze leefomgeving. Ambities Wij werken aan: •

Een aantrekkelijke en leefbare gemeente. Iedereen kan hier goed wonen, leven, ondernemen en werken. Dit versterkt de brede welvaart.

•

Goed wonen in Midden-Groningen. Wij willen dat er voldoende woningen zijn. Wij spannen ons in voor nieuwbouw van huizen. Ook werken wij aan het verbeteren van bestaande woningen. Wij willen dat onze inwoners een goede en betaalbare plek hebben om te wonen. Goed wonen gaat ook over een fijne woonomgeving, over zorg en over groen. Wij werken verder aan de uitvoering van de bestuursopdracht thema Wonen.

•

Een sterkere economie van onze gemeente. Dit betekent dat er voldoende plekken voor bedrijven moeten zijn. Ook moeten die plekken geschikt zijn voor de toekomst. Wij willen aantrekkelijk zijn voor bedrijven en ondernemers.

•

Een goed bereikbare en verkeersveilige gemeente voor alle verkeersdeelnemers. We zetten in op duurzame mobiliteit. Dat betekent dat wij zoveel mogelijk stimuleren om met het openbaar vervoer of op de fiets te gaan in plaats van met de auto. Het verkeerssysteem vormt in de volle breedte geen belemmering om je vrij te kunnen verplaatsen. Het verkeerssysteem is ook toegankelijk zodat iedereen de mogelijkheid heeft om zich te kunnen verplaatsen. Oftewel mobiliteit is binnen ieders bereik.

Trends en ontwikkelingen Er wordt veel gesproken over het gebruik van de ruimte. Er is in Nederland veel behoefte aan ruimte, maar onze ruimte is beperkt. Daarom moeten we hier slim mee omgaan. We zoeken een goede balans tussen beschermen en benutten. Woningmarkt Midden-Groningen Veel mensen zijn op zoek naar een huis of bouwgrond. Tussen 2023 en 2030 moeten er ongeveer 1.250 huizen in Midden-Groningen bijkomen. Ongeveer de helft in de dorpen en de andere helft in Hoogezand en Sappemeer. In 2023 en 2024 zijn er ruim 400 woningen bijgekomen. In paragraaf 2.3.2 wordt nader ingegaan op het aspect Wonen.

81

Bedrijventerreinen In Midden-Groningen zijn veel bedrijven. Het is belangrijk dat bedrijven een plek kunnen vinden in onze gemeente. Dat gebeurt in de dorpen en op bedrijventerreinen in Hoogezand, Sappemeer, Siddeburen en Zuidbroek. Een deel van die terreinen is verouderd. Die moeten daarom worden vernieuwd en bijvoorbeeld energiezuiniger worden gemaakt. Daarnaast zijn er bijna geen kavels meer beschikbaar op de bedrijventerreinen. Daarom is het ook nodig dat er nieuwe bedrijventerreinen bij komen. Zo kan de werkgelegenheid blijven groeien. Mobiliteit Het wordt steeds belangrijker om duurzaam te reizen. In heel Nederland wordt steeds meer ingezet op het STOMP-principe: stappen, trappen, openbaar vervoer, 'mobility as a service', personenauto. Hierbij wordt eerst ingezet op wandelen, dan fietsen, vervolgens openbaar vervoer, dan 'mobility as a service' (bijvoorbeeld verschillende vormen van deelmobiliteit) en als laatste op de personenauto. Dit is niet alleen belangrijk voor het milieu en de gezondheid, maar verhoogt ook de leefbaarheid. Het Rijk heeft met de Voorjaarsnota 2025 geld gereserveerd voor de aanleg van de Nedersaksenlijn. De komende jaren wordt een MIRT-verkenning uitgevoerd. MIRT staat voor Meerjaren Investeringsprogramma Ruimte en Transport. Onderzocht gaat worden wat wij willen oplossen, hoe we dat doen en wat daarvoor nodig is.

Het Rijk coördineert het MIRTonderzoek. De Nedersaksenlijn levert een bijdrage aan de regionale brede welvaart maar zorgt ook voor een verhoging van de spoorfrequentie. Nij Begun In 2023 is als antwoord van het Kabinet op de aardbevingsproblematiek in de provincie Groningen Nij Begun aangeboden aan Groningen. Het betreft een pakket van 50 maatregelen gekoppeld aan middelen voor betere schadeafhandeling, gelijktijdig versterken en verduurzamen van woningen, en het opstellen van een Sociale en Economische agenda die leidt tot het vergroten van de brede welvaart van de inwoners van Groningen. Beide agenda's zijn vastgesteld en worden verder uitgewerkt tot concrete maatregelen en programma's. Opgenomen in Nij Begun is het Masterplan Regiocentra Groningen. Hierin staan de ideeën voor 11 regiocentra in de provincie. Met deze plannen geven ze een impuls aan de leefbaarheid en brede welvaart in de regio. Hoogezand/Sappemeer is een van de regiocentra waarvoor een toekomstperspectief is opgesteld. Voor de uitvoering van het Masterplan Regiocentra Groningen komen middelen beschikbaar vanuit Nij Begun. NOVEX Het Rijk heeft in 2022 landelijk 16 regio’s aangewezen. In die gebieden spelen verschillende en complexe opgaven tegelijk en is betrokkenheid van de rijksoverheid nodig om tot oplossing te komen. Dit zijn de zogenaamde NOVEX-gebieden.

NOVEX staat voor Nationale Omgevingsvisie Executiekracht. Er liggen drie NOVEX-gebieden in de provincie Groningen en alle drie zijn voor ons van belang. Het gaat om het gebied van de vier aardbevingsgemeenten (Eemsdelta, Groningen, Hogeland en Midden-Groningen), om het gebied van de Regio Groningen Assen (RGA) en het gebied waar het traject van de Lelylijn gepland is. De status van NOVEX-gebied betekent voor een regio dat er rechtstreekse betrokkenheid van het Rijk is om de problematiek langjarig aan te pakken. Vanuit NOVEX-gebied RGA zijn wij betrokken en wordt er gewerkt aan een uitvoeringsagenda voor het ontwikkelperspectief van het gebied. Vanuit het NOVEX-gebied Groningen waren wij betrokken bij het opstellen van een ontwikkelperspectief. Er wordt nu gezamenlijk gewerkt aan een uitvoeringsagenda. Ook voor het NOVEX-gebied Lelylijn is een ontwikkelperspectief vastgesteld.

82

Ruimtelijke Investeringsagenda De ruimtelijke ambities die we hebben vastgelegd in onze beleidsvisies zijn groot en kosten veel geld. We kunnen zelf maar voorzien in een deel van deze kosten. Een belangrijk deel zal door derden moeten worden verkregen. De Ruimtelijke Investeringsagenda is daarbij een belangrijk hulpmiddel. Het geeft een samenvatting van de ruimtelijke ambities en opgaven in een overzicht met ruimtelijke projecten en financiën. We maken een Ruimtelijke Investeringsagenda voor het stedelijk gebied en voor het landelijke gebied.

Doelstelling a. Het stedelijk gebied van Hoogezand en Sappemeer versterken Wij willen dat Hoogezand en Sappemeer fijne plekken zijn om te wonen, te werken en te leven. De leefbaarheid moet verbeterd worden op plekken waar deze niet voldoende is.

Acties Masterplan Regiocentra Het in 2025 vastgestelde masterplan voor Hoogezand en Sappemeer bevat 12 gebiedsopgaven. Deze gebiedsopgaven dragen bij aan de versterking van het stedelijk gebied. Wij werken deze gebiedsopgaven uit en starten met uitvoering op basis van prioritering en beschikbaarheid middelen.

Doelstelling b. Inspelen op ruimtelijke ontwikkelingen Om woningbouwlocaties of nieuwe bedrijventerreinen mogelijk te maken doen wij ontwerpend onderzoek. Wij maken ook visies en toekomstperspectieven voor deelgebieden en kernen, waarbij wij alle ruimtelijke belangen meenemen. Deze documenten onderbouwen nieuwe ontwikkelingen.

Acties Actualisatie omgevingsvisie In 2023 is de Omgevingsvisie vastgesteld. Sindsdien zijn een aantal beleidsdocumenten vastgesteld die ervoor zorgen dat een actualisatie van de omgevingsvisie nodig is. We starten met het opstellen van een opdracht. Gebiedsontwikkeling Nedersaksenlijn In 2025 start de MIRT-verkenning voor de Nedersaksenlijn. Het Rijk coördineert dit onderzoek en stemt af met de provincies. Provincies en gemeenten gaan tegelijkertijd een verkenning starten naar mogelijke gebiedsontwikkeling langs de toekomstige Nedersaksenlijn. Beide verkenningen grijpen op elkaar in.

83

Doelstelling c. Samenwerking Omgevingsdienst Groningen Wij vinden een gezonde en veilige woonomgeving belangrijk. Samen met de Omgevingsdienst Groningen zorgen we voor de Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving op het gebied van milieu. Voor de uitvoering van deze taken spreken wij een aanpak af met andere Groninger gemeenten en de provincie Groningen. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Dit betekende een uitbreiding van het takenpakket voor toezicht en handhaving voor bodem en het energietoezicht. Hierover maken wij in overleg met de Omgevingsdienst Groningen en de andere Groninger gemeenten passende afspraken. Voor het bepalen van de inzet van toezicht werkt de Omgevingsdienst Groningen risico gestuurd. Het risico gestuurd werken wordt door het inzetten van dataanalyses verbeterd.

Doelstelling d. Werken onder de Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet voegt 26 oude wetten samen en bevat regels voor wat er buiten te zien, horen en ruiken is. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeente van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan gekregen. Dit tijdelijke omgevingsplan bestaat onder andere uit alle bestemmingsplannen, de gemeentelijke verordeningen en de Bruidsschat met de verkregen rijksregels.

Acties Uitvoeren transitieplan omgevingsplan Eén gemeente dekkend omgevingsplan vervangt uiterlijk 2032 het tijdelijk omgevingsplan. Onze Omgevingsvisie biedt houvast en uitgangspunten voor het op te stellen omgevingsplan. In 2026 geven we uitvoering aan het in 2025 vastgestelde transitieplan. We werken stapsgewijs toe naar een uniformering en integrale opname in het omgevingsplan. Tijdens de transitie blijven we initiatieven en gebiedsontwikkelingen mogelijk maken. Beoogd resultaat: uitvoeren transitieplan in 2026

Doelstelling e. Verdere verbetering van de mobiliteit Op 28 november 2024 is het Mobiliteitsplan 2025-2040 vastgesteld door de gemeenteraad. Het vervolg hierop is het Uitvoeringsprogramma 2025-2040, waarin diverse maatregelen zijn opgenomen. Het Mobiliteitsplan en het Uitvoeringsprogramma bestaan uit vijf pijlers: •

Verkeersveilig bewegen;

•

Duurzaam verplaatsen;

•

Leefbaar platteland;

•

Bereikbare economie;

•

Wegencategorisering.

84

Acties De ruimte voor langzaam verkeer verbeteren Het moet aantrekkelijker worden om met de fiets of te voet te verplaatsen. Hiervoor moeten de voetgangers- en fietsnetwerken in kaart gebracht worden en waar nodig verbeterd. Dit geldt ook voor de schoolzones en -routes. Aanpakken van onveilige locaties De onveilige locaties moeten aangepakt worden, waarbij de top 10 ongevallenlocaties (wegvakken en kruisingen) prioriteit hebben. Daarnaast is toegezegd om de shared space gebieden te inventariseren en daarna eventuele maatregelen uit te voeren. Opstellen beheer- en onderhoudsplan voor OV-haltes Om het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren moeten de haltes geïnventariseerd worden en moet er een beheer- en onderhoudsplan opgesteld worden. Daarnaast dienen Hubs en OV-haltes voorzieningen worden gerealiseerd die het overstappen comfortabeler maken. Stimuleren gebruik fiets en OV Om de bedrijven, bedrijventerreinen en winkelcentra op een duurzame manier te bereiken moeten diverse acties worden ondernomen om werknemers en inwoners te stimuleren meer gebruik te maken van de fiets en het openbaar vervoer. Inrichting en doorstroming van wegen Er moet een wegenlegger worden opgesteld voor de gehele gemeente, waarin te zien is welke weg onder welke categorie valt.

Daarnaast dienen standaard wegprofielen worden opgesteld en geactualiseerd ten behoeve van een eenduidige inrichting van wegen. Op gebiedsontsluitingswegen moet worden ingezet op maatregelen die de doorstroming van het verkeer verbeteren.

Doelstelling f. Behartigen van onze belangen in plan- en beleidsvorming van derden Het is belangrijk om aangesloten te zijn bij planvorming van derden. Hierdoor worden de belangen van onze gemeente naar voren gebracht en bewaakt. Tegelijkertijd is het een kans om te zien of er meerwaarde gecreëerd kan worden. We continueren in 2026 daarom onze betrokkenheid bij onder andere de planvorming van de N33, de spoorprojecten Wunderline en Nedersaksenlijn, de jaarlijks terugkerende overleggen over de dienstregeling van het streekvervoer, de NOVEX-gebieden en de Economische Agenda Nij Begun. Indicatoren De gemeente heeft de ambitie om een aantrekkelijke en leefbare gemeente te zijn. Deze ambitie volgen wij aan de hand van de Leefbaarometer op wijkniveau. De Leefbaarometer is een monitor- en signaleringsinstrument van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waarmee een inschatting wordt gegeven van de leefbaarheid in Nederland. Dat is gedaan aan de hand van een groot aantal kenmerken van de woonomgeving, zoals type voorzieningen, lokale geluidsbelasting en onveiligheid. De Leefbaarometer geeft een indruk van waar het naar verwachting goed of slecht is gesteld met de leefbaarheid (signalering) en hoe die leefbaarheid zich ontwikkelt (monitoring). De Leefbaarometer wordt iedere twee jaar geactualiseerd.

85

Wijk

Leefbaarheidssituatie 2002

2008

2012

2014

2016

2018

2020

2022

Foxham en Hoogezand-Noord

6

6

6

6

6

6

6

5

Hoogezand-Zuid

4

4

4

4

4

4

4

5

Kalkwijk

7

7

8

8

8

8

8

8

Sappemeer

6

6

6

6

6

6

6

7

Kiel-Windeweer

9

9

9

9

9

8

8

8

Kropswolde

8

8

8

9

9

9

9

8

Foxhol

4

6

6

6

6

6

6

5

Westerbroek en Waterhuizen

7

7

7

7

8

7

7

8

Harkstede, Scharmer en Woudbloem

7

7

7

8

8

8

8

8

Kolham

7

7

7

8

8

8

7

7

Froombosch

6

6

6

7

8

7

7

7

Slochteren

6

6

6

7

7

7

6

7

Schildwolde

6

6

6

7

7

7

7

7

Hellum

8

7

7

8

8

8

8

8

Siddeburen

6

6

6

7

7

7

7

7

Eemskanaal-Zuid

7

6

6

7

7

7

7

6

Tjuchem en Steendam

7

7

7

8

8

8

8

8

Muntendam

6

6

6

6

6

6

6

6

Noordbroek

6

6

6

7

6

7

7

7

Zuidbroek

7

7

7

7

7

8

8

7

Meeden

6

6

6

7

7

7

7

7

Legenda: 4 = Zwak, 5 = Voldoende, 6 = Ruim voldoende, 7 = Goed, 8 = Zeer goed, 9 = Uitstekend

2.3.2 Wonen Inleiding In september 2024 heeft de gemeenteraad de 'Woonvisie Midden-Groningen 2024-2030, Met focus vooruit' vastgesteld. Midden-Groningen moet een fijne plek zijn om te wonen. Voor de mensen die er nu al wonen én voor toekomstige inwoners. Daarom moeten er huizen bij komen. Het moeten woningen zijn die passen bij de wensen en bij de portemonnee van inwoners. Niet alleen nieuwbouw is belangrijk. Er is ook aandacht voor de woningen die er al zijn. Een deel van de woningvoorraad moet verbeterd worden. Ambities In de woonvisie staan vijf doelen: •

samen versnellen van de woningbouw;

•

goed wonen in de dorpen;

•

kwaliteitsslag in het stedelijk gebied;

•

goed en betaalbaar wonen;

•

aandacht voor groepen die dat nodig hebben.

86

Trends en ontwikkelingen De landelijke overheid komt met een nieuwe wet: de Wet versterking regie volkshuisvesting. Het is de bedoeling dat deze wet geldt vanaf 1 januari 2026. Voor gemeenten verandert er veel door deze wet. Zo moet er een volkshuisvestingsprogramma gemaakt worden. Hierin staat hoeveel woningen, waar en voor wie gebouwd worden. Twee derde (66%) van de nieuwe woningen moet betaalbaar zijn. Huishoudens met lage inkomens en middeninkomens hebben zo meer kans op het vinden van een woning. Ook moeten er voldoende woningen voor ouderen bijkomen. Met de nieuwe wet worden de procedures korter. Het wordt makkelijker om te bouwen aan de rand van dorpen en steden. Plus er komen meer mogelijkheden voor bouwen op eigen erf. Alle gemeenten moeten bijdragen aan de huisvesting van mensen die dringend een huis nodig hebben. Hiervoor moeten gemeenten een urgentieverordening vaststellen. De omgevingsvisie is de basis voor het volkshuisvestingsprogramma. Burgemeester en wethouders hebben de taak om te zorgen dat er een volkshuisvestingsprogramma komt. Zij stellen het volkshuisvestingsprogramma ook vast. De landelijke overheid wil dat alle gemeenten op 1 januari 2027 een volkshuisvestingsprogramma hebben. Wij maken dit programma in 2026. In dit programma geven wij aan hoeveel, waar en voor wie wij bouwen en welke maatregelen wij daarvoor nemen.

De 'Woonvisie Midden-Groningen 2024-2030 , Met focus vooruit' en de Woonzorgwelzijnsvisie Midden-Groningen 2025-2030, Voor iedereen een thuis!' zijn hiervoor een belangrijke basis.

Doelstelling a. Versnellen woningbouw Tussen 2022 een 2031 moeten er in de gemeente 1.350 woningen bij komen. Dit is de uitkomst van het gemeentelijk woningmarktonderzoek uit 2022. Voor onze gemeente is dit een grote opdracht. We spannen ons in om genoeg plekken en genoeg plannen te hebben voor alle nieuwe woningen.

Acties Benutten van hulpmiddelen In 2026 vragen wij een flexpool subsidie aan bij de provincie Groningen om de woningbouwplannen te versnellen. De subsidie mag gebruikt worden om plannen voor te bereiden. Wij kunnen € 100.000 aanvragen. Versterken samenwerking met marktpartijen Wij organiseren twee bijeenkomsten met makelaars en ontwikkelaars. Ook zijn wij deelnemer aan de provinciale versnellingstafel. Hier doen ook marktpartijen zoals ontwikkelaars en corporaties aan mee. Snelle afweging van nieuwe woningbouwinitiatieven Wij hebben initiatievenloketten. In deze loketten bespreken en beoordelen wij ruimtelijke initiatieven. Dat zijn ook woningbouwinitiatieven. Deze loketten zijn er iedere week. Wij geven de uitkomst door aan de initiatiefnemers.

Doelstelling b. Goed wonen in de dorpen Er zijn veel dorpen in de gemeente. Muntendam, Zuidbroek, Siddeburen, Schildwolde, Slochteren en Harkstede zijn de grotere dorpen met meer voorzieningen, zoals een supermarkt of gezondheidscentrum. De overige dorpen zijn onze woondorpen. In deze dorpen is niet altijd een winkel of een huisarts. Toch wonen mensen ook daar met plezier.

87

Wij vinden het belangrijk dat onze dorpen fijne woonplekken zijn. Daarom willen wij nieuwe woningen toevoegen. Zo krijgt de jeugd de mogelijkheid om in het eigen dorp te blijven. Zo kunnen ouderen die dat willen, verhuizen naar een kleinere woning.

Acties Verdere uitwerking centrumplan Muntendam Samen met inwoners uit het dorpen hebben wij gewerkt aan het centrumplan. Dit plan bestaat onder andere uit nieuwbouw van woningen. Het is de bedoeling dat in 2027 gestart wordt met de bouw van de eerste huizen. In 2026 gaan wij hiervoor de ruimtelijke procedures voeren. Met Groninger Huis onderzoeken wij of in het voormalige gemeentehuis sociale huurappartementen een plek kunnen krijgen. We pakken de openbare ruimte aan. Doorgaan met de gebiedsgerichte aanpak Muntendam De gebiedsgerichte aanpak Muntendam draait om energiezuinig maken van goedkope koopwoningen. Het is gestart als project van de Regio Deal Oost Groningen. In 2026 willen wij verder gaan met het project. Wij maken afspraken met de provincie over de subsidie die wij hebben gekregen. Wij ronden het project in 2026 af. In de markt zetten vrijkomende schoollocaties in de dorpen We zijn in 2025 gestart met het op de markt brengen van vrijkomende locaties. Dit is gedaan voor Kolham, Westerbroek, Zuidbroek, Slochteren en Siddeburen. In 2026 wordt duidelijk welke partijen de woningen gaan bouwen en wanneer de bouw start. We werken samen met een particuliere grondeigenaar in Meeden aan een plan voor woningbouw. In 2026 wordt duidelijk of deze samenwerking leidt tot een concreet plan.

Het is de bedoeling dat een deel van het plan als CPO-project (collectief particulier opdrachtgeverschap) wordt uitgevoerd. Aandacht voor lokale woonvraagstukken In de dorpsplannen geven inwoners van onze dorpen aan wat zij belangrijk vinden voor het wonen. Bij de invulling van de vrijkomende locaties worden bewoners betrokken. Zo maken wij plannen die aansluiten bij de woonvisie én bij de behoefte en de wensen van de bewoners.

Doelstelling c. Zorgen dat de kwaliteitsslag in het stedelijk gebied zichtbaar wordt In Hoogezand en Sappemeer moeten er tot 2031 tussen 500 en 675 woningen bij komen. Ook moeten veel bestaande woningen worden verbeterd. Dit gaat vaak samen met het aanpakken van de woonomgeving. Hoogezand- Noord (Noorderpark) is het gebied waar Groninger Huis. Lefier en de gemeente samen de Zeeheldenbuurt aanpakken. Verouderde sociale huurwoningen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Ook komen er extra huizen bij langs het Winschoterdiep. Op de vrijkomende schoollocaties zijn plannen voor woningbouw.

Acties We starten met de nieuwbouw van woningen in de Vosholen fase 2 In 2026 start de bouw van woningen aan de oostkant van de Croonhoven. Er kunnen in totaal 136 woningen gebouwd worden in fase 2. Er komen sociale huurwoningen (rijwoningen) en middeldure en dure koopwoningen (tweekappers en vrijstaande woningen).

88

Verdere uitwerking plannen Hoogezand-Noord (Zeeheldenbuurt-West) Wij werken samen met Lefier en Groninger Huis verder aan de plannen voor de Zeeheldenbuurt-West. Hier slopen Lefier en Groninger Huis 196 sociale huurwoningen. Tussen 2027 en 2033 worden er 164 sociale huurwoningen terug gebouwd. Ook komen er duurdere huurwoningen en koopwoningen. In 2025 is een tenderprocedure gestart. In 2026 wordt een marktpartij gekozen om de woningen te bouwen. Groninger Huis levert in 2026 33 appartementen op aan de Winkelhoek. In de markt zetten van vrijkomende schoollocaties In 2025 hebben marktpartijen hun belangstelling voor woningbouw op aantal locaties kunnen tonen. Er is een zogenoemde tender uitgezet. Het gaat onder andere om de Aalbersestraat, de Multatulistraat, de Mars, Middenstraat, Troelstralaan en de Narcissenstraat. In 2026 start de bouw van woningen aan de Aalbersestraat en de Multatulistraat. Voor de andere locaties is eind 2025/begin 2026 duidelijk wie gaat bouwen.

Doelstelling d. Goed en betaalbaar wonen We werken aan goede en betaalbare woningen op een fijne plek. Er zijn woningen nodig voor mensen met een kleine en grote beurs. Voor 1- en 2-persoonshuishoudens en voor gezinnen. Voor jonge mensen (starters) en ouderen. Er zijn (sociale) huurwoningen nodig en koopwoningen.

Acties We stellen nieuwe meerjarige afspraken met Lefier, Groninger Huis, Woonzorg Nederland en hun huurdersorganisaties vast Wij zijn in 2025 gestart met het maken van nieuwe prestatieafspraken voor de jaren 2026 tot en met 2030. De planning is dat de meerjarige prestatieafspraken in januari 2026 worden ondertekend. We leggen vast hoe samenwerken. We maken afspraken over voldoende sociale huurwoningen. We maken ook afspraken over betaalbaar wonen en hulp voor mensen met financiële problemen. Andere onderwerpen voor de afspraken zijn: energiezuinige woningen, fijne woonplek (leefbaarheid) en wonen met zorg. In de meerjarige afspraken staat wat wij samen met Lefier, Groninger Huis, Woonzorg Nederland en de huurdersorganisatie willen bereiken in 2031. We maken concrete prestatieafspraken voor het jaar 2026 We maken concrete prestatieafspraken voor het jaar 2027. De meerjarige prestatieafspraken zijn hiervoor de basis. Doorgaan met leningen SVN Inwoners met een koopwoning kunnen ook in 2026 gebruik maken van de stimuleringslening en de verzilverlening. Ook bieden wij de starterslening aan voor mensen die hun eerste koopwoning kopen.

Doelstelling e. Speciale aandacht voor groepen die dat nodig hebben

89

Niet al onze inwoners vinden zelf makkelijk een huis. Ook hebben sommige inwoners hulp nodig bij het zelfstandig wonen. In onze woonvisie en in de woonzorgwelzijnsvisie staat hoe wij deze inwoners willen helpen. \De landelijke overheid heeft vastgelegd welke groepen extra aandacht (urgentie) nodig hebben bij het vinden van een huis. Dit zijn bijvoorbeeld ouderen en mensen met een verstandelijke, lichamelijke, zintuigelijke of psychische beperking.

Acties We stellen een woonzorgvisie vast We hebben in 2025 de 'Woonzorgwelzijnsvisie Midden-Groningen 2025-2030, Voor iedereen een thuis!' vastgesteld. Ook is er een uitvoeringsprogramma. In 2026 gaan wij aan de slag met de acties uit dit uitvoeringsprogramma. We onderzoeken de mogelijkheden voor goede huisvesting voor arbeidsmigranten Wij willen dat arbeidsmigranten een goede woonplek hebben. Veel arbeidsmigranten wonen niet zelfstandig, maar huren een kamer. In 2026 werken wij verder aan goede huisvesting voor arbeidsmigranten. Wij doen dit in overleg met werkgevers en met buurgemeenten. Wij maken gebruik van het ondersteuningsprogramma arbeidsmigranten van de VNG om meer inzicht en grip te krijgen op het vraagstuk van (de huisvesting van) arbeidsmigranten. We voeren kamerverhuurbeleid in In 2026 stellen wij het facet omgevingsplan en beleidsregels voor kamerverhuur vast. Indicatoren Wij houden de ontwikkeling van de woningvoorraad bij. Woningvoorraad (Bron: CBS) Beginstand woningvoorraad per 1 januari

2022

2023

2030

28.313

28.587

>29.663

2.3.3 Werken Inleiding We vinden het belangrijk dat iedereen kan meedoen, goed woont en werk heeft. Economische activiteiten dragen bij aan de brede welvaart en aan het sociaaleconomisch perspectief van onze inwoners. Werk zorgt ervoor dat mensen hun rekeningen kunnen betalen, geen schulden maken en zich beter voelen. Het geeft ook meer sociale contacten en zelfvertrouwen. Om te zorgen voor meer banen in onze gemeente, moeten we goed voor onze bedrijven zorgen. We willen voldoende ruimte voor bedrijven om te zorgen dat bedrijven kunnen ontwikkelen op een geschikte plek. Er zijn mogelijkheden voor sport, winkelen en cultuur en je kunt genieten in het landelijk gebied van landschap en natuur. Wij vinden het belangrijk dat er meer toeristen komen. Dat geeft levendigheid in de dorpen en toeristen geven ook geld uit in onze gemeente.

90

Ambities Wij vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen, goed kan wonen en werken. Wij willen een economie waar zoveel mogelijk mensen aan het werk zijn. Want met een baan kunnen mensen hun rekeningen betalen en krijgen ze geen geldproblemen. Als je werk hebt, heb je ook meer sociale contacten. En daarmee krijgen mensen een positieve eigenwaarde. Om te zorgen voor voldoende banen in onze gemeente, moeten we goed voor onze bedrijven zorgen. We willen voldoende ruimte voor bedrijven om te zorgen dat bedrijven door kunnen ontwikkelen in onze gemeente. Onze werklocaties moeten aantrekkelijk zijn voor ondernemers, zodat ze in onze gemeente willen blijven. Aantrekkelijke werklocaties voor bedrijven trekt bovendien ook nieuwe bedrijven naar onze gemeente. Trends en ontwikkelingen Werkgelegenheid en personeel In 2024 is de Nederlandse economie met 1,0 procent gegroeid. Dat is meer dan in 2023, toen de economie nauwelijks groei liet zien. In Groningen is door de afbouw van de gaswinning krimp te zien van het bruto regionaal product (BRP). Het BRP is de economische waarde. Als we de gaswinning niet meenemen is er, net als landelijk, een groei van 1 procent te zien. In provincie Groningen is de arbeidsmarkt iets ruimer dan landelijk, maar nog steeds krap te noemen. In Midden-Groningen is de werkloosheid in 2024 met 3,7%, gelijk aan het landelijk gemiddelde.

Plek voor bedrijven Er zijn regelmatig bedrijven die contact met ons opnemen over beschikbare bedrijventerreinen om te kunnen bouwen. Niet alleen in onze gemeente, maar in de hele Regio Groningen-Assen (en de rest van Nederland) is er nog vraag naar ruimte. Er is niet genoeg ruimte op onze bedrijventerreinen voor alle bedrijven die een nieuwe plek zoeken. Niet alleen bedrijven hebben ruimte nodig, ook andere ontwikkelingen zijn in onze gemeente op zoek naar ruimte, bijvoorbeeld nieuwe woningen. Netcongestie Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet te vol raakt. Dit levert problemen op voor het bedrijfsleven. Steeds vaker krijgen we te maken met bedrijven die geen grote aansluiting kunnen krijgen, of te maken hebben met lange wachttijden om een aansluiting te krijgen. Hierdoor kunnen bedrijven niet, of met vertraging, uitbreiden of nieuw bouwen. Industrie 23% van de banen in Midden-Groningen zijn banen in de industrie. Volgens de UWV-prognoses blijft de industriesector in Groningen krimpen. De sector heeft te maken met hoge energieprijzen, waardoor met name energie-intensieve bedrijven druk ondervinden. Landbouw Onze gemeente heeft veel boerenbedrijven. De landbouwsector is steeds in ontwikkeling. De agrarische bedrijven zijn innovatief en werken continu aan verduurzaming van de sector. Ook wordt er steeds meer natuurinclusief gewerkt.

Dat betekent dat boeren met de manier waarop zij in hun bedrijf werken bijdragen aan de natuur en de omgeving. De landbouwsector heeft te maken met steeds veranderende en strengere regels voor natuur, klimaat, water en bodem. De Rijksoverheid heeft daar nieuwe plannen voor bekend gemaakt die grote gevolgen hebben voor de toekomst van de landbouw en het landelijk gebied in Nederland. Boeren maken zich zorgen over hun bedrijf en de toekomst. Provincie Groningen heeft de leiding om de plannen van de Rijksoverheid uit te werken. Door landelijke en Europese politieke ontwikkelingen is de koers die wordt gevolgd onduidelijk.

91

Detailhandel De detailhandel is veel in beweging. Dit heeft verschillende oorzaken. Ten eerste verandert de opbouw van de bevolking. Zo neemt het deel jongeren af en het deel ouderen toe. Tussen deze groepen zitten verschillen in hoeveel geld ze kunnen uitgeven en waaraan ze dit willen doen. Daarnaast kunnen mensen zich steeds makkelijker verplaatsen met bijvoorbeeld de auto, trein of fiets. Dit betekent dat je ook op plekken verder van huis kunt winkelen. Ook hebben mensen in vergelijking met vroeger meer vrije tijd. Mensen hebben meer tijd om te winkelen en doen dit ook. Verder kopen steeds meer mensen spullen op internet. In 2024 gaven mensen voor meer dan 36 miljard euro uit aan producten en diensten op internet, een stijging van 5% ten opzichte van 2023. Al deze veranderingen betekenen veel voor winkels in de winkelstraten. Winkeliers moeten meer moeite doen om klanten naar hun winkel te trekken. Dit kunnen ze doen door bijvoorbeeld een aantrekkelijk aanbod of een goede service. Daarnaast hebben winkeliers te maken met bijvoorbeeld veranderingen in hoeveel en wat mensen kunnen kopen. Ook hebben winkeliers te maken met stijgende kosten voor bijvoorbeeld personeel en energie. Recreatie en toerisme Volgens het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC) zal het toerisme in Nederland verder gaan groeien. Zowel de binnenlandse als internationale verblijfsgasten.

Om deze groei in goede banen te leiden, wordt landelijk ingezet op spreiding van bezoek in tijd & ruimte. Vakantie en vrije tijd worden voor veel mensen steeds belangrijker. Er wordt steeds meer geld aan uitgegeven. Nederlanders kiezen weer vaker voor een vakantie in het buitenland, vooral in Europa. Wel worden er vaker korte trips in eigen land gemaakt. Het NBTC geeft in het rapport Potentie plattelandsvakanties Nederland aan dat er steeds meer interesse is in vakantie op het platteland. Ook in onze gemeente stijgt het aantal overnachtingen. Onze bezoekers komen vooral uit Nederland, maar ook steeds vaker uit Duitsland. Er zijn meer actieve ouderen in Nederland. Zij gaan er veel op uit buiten het hoogseizoen. Dit verlengt het seizoen voor onze ondernemers. Natuur en landelijke bestemmingen worden steeds populairder. Mensen zijn op zoek naar bijzondere ervaringen. Er is belangstelling voor bijzondere verblijfsaccommodaties zoals bijvoorbeeld een boomhut of wellness, maar ook voor de unieke verhalen van het gebied en het maken van herinneringen. Door technologische vernieuwingen kan een gast sneller, contactloos en op elk gewenst moment geholpen worden. Toepassing van AI (kunstmatige intelligentie) wordt steeds belangrijker in de oriëntatiefase van de bezoeker en bij het inrichten van de bedrijfsvoering door onze ondernemers.

Doelstelling a. Wij willen een goede en eenduidige publieke dienstverlening aan ondernemers bieden Samen met het bedrijfsleven en instellingen werken we aan de economische en maatschappelijke opgaven van Midden-Groningen. Wij denken mee met bedrijven die in onze gemeente willen starten of bedrijven uit onze gemeente die willen groeien. Dit doen wij ook bij bedrijven die willen samenwerken met elkaar of met het onderwijs. Op deze manier helpen wij mee met ideeën van bedrijven om te vernieuwen en te ontwikkelen.

92

Acties Lokale economische agenda Vanuit onze lokale economische agenda werken wij aan acht uitdagingen. In 2026 worden de volgende activiteiten opgepakt, waarover wij in de jaarrekening zullen rapporteren. •

Verkenning kansen intensivering (boven)regionale samenwerking;

•

Verkennen van een integrale werkgeversaanpak in samenwerking met sociaal domein en BWRI;

•

Verkennen en lanceren van een of meer pilotprojecten gericht op verbeteren van de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt;

•

Verkennen of met toonaangevende industriële spelers, kennis- en onderwijsinstellingen en medeoverheden kunnen komen tot een masterplan gericht op het versterken van het industriële fundament in Midden-Groningen;

•

Verkennen of met toonaangevende scheepsbouwers, kennis- en onderwijsinstellingen en medeoverheden kunnen komen tot een masterplan gericht op het uitbouwen van de concurrentiepositie van deze sector;

•

Herijken visie Vrijetijdseconomie;

•

Verkennen en lanceren van 1 of meer pilotprojecten gericht op versterken of verbreden van recreatief aanbod in onze gemeente.

In 2029 volgt een evaluatie van het uitvoeringsprogramma Lokale economische agenda. Aanspreekpunt voor ondernemers Naast het standaard loket voor vergunningen bieden wij contactpersonen voor ondernemers. Dit zijn de bedrijvencontactfunctionarissen. Bij hen kunnen ondernemers terecht met vragen. Ondernemers hebben vaak situaties waarbij alleen een aanvraag voor vergunning niet passend is. Een gesprek met de bedrijvencontactfunctionaris brengt de ondernemer bij de juiste afdeling in de gemeente. Uitvoeringsagenda bedrijventerreinenvisie In 2026 worden de volgende activiteiten opgepakt, waarover we in de jaarrekening zullen rapporteren. •

Programma verduurzaming bedrijventerreinen (met Groningen werkt Slim);

•

Visie op de glastuinbouw;

•

Onderzoek intensiveringsmogelijkheden bedrijventerreinen;

•

Start met ontwikkelplannen per bedrijventerrein;

•

Uitbreiding Gouden Driehoek;

•

Scenariostudie Sappemeer-Oost.

In 2027 volgt een tussenevaluatie van de uitvoeringsagenda bedrijventerreinenvisie. Informatie geven Via onze reguliere contacten met ondernemers en ondernemersverenigingen delen we informatie over regionale ontwikkelingen en publieke regelingen die interessant zijn. Daarnaast verbinden we de ondernemers in onze gemeente die specifieke vragen hebben met het ondersteuningsaanbod van andere partijen zoals provincie, RVO en GroBusiness.

93

Regelmatig brengen we een digitale nieuwsbrief voor ondernemend Midden-Groningen uit. In deze nieuwsbrief delen we informatie, ontwikkelingen en kansen met bedrijven in MiddenGroningen. We willen ons bedrijfsleven zo veel mogelijk betrekken bij wat er speelt in onze gemeente. Ondernemers kunnen ook veel van elkaar leren. Daarom organiseren we in 2026 ook opnieuw minimaal één brede bijeenkomst voor ondernemers. Naast een inspirerende spreker wordt ondernemers op deze bijeenkomst ook volop gelegenheid geboden om te netwerken. Werk en onderwijs op elkaar afstemmen Wij maken het mogelijk dat er binnen het lokale onderwijs aandacht wordt gegeven aan techniek en innovatie door middel van onze jaarlijkse subsidie aan het Innovatiefestival. Daarnaast onderzoeken we ook de mogelijkheid voor een onderwijsproject over landbouw en voedsel voor het lokale onderwijs. Daarnaast werken onderwijs, overheid, bedrijfsleven en inwoners in innovatiewerkplaatsen aan oplossingen voor maatschappelijke vragen. Met innovatiewerkplaatsen versterken wij de relatie tussen bedrijven, onderwijs, inwoners en overheid. Ook draagt het bij aan de regionale binding van studenten en innovatie in de regio. Verder helpen we waar mogelijk initiatieven in hun ontwikkeling.

Doelstelling b. Wij de landbouwsector bijstaan in de ingezette transitie van het landelijk gebied Midden-Groningen heeft een landbouwagenda vastgesteld. In de landbouwagenda beschrijven we vier thema's. Per thema zijn activiteiten opgenomen waar we op willen inzetten. De landbouwagenda is geen beleidsstuk met nieuwe kaders, maar meer een uitvoeringsagenda waarin de gemeente haar rol beschrijft en van daaruit aan de slag gaat.

Acties Het buitengebied in beeld We houden er rekening mee dat er in de komende jaren veranderingen gaan plaatsvinden in het landelijk gebied. Daar willen we als gemeente op voorsorteren. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar het deelgebied Centraal Woldgebied Duurswold en andere gebieden met laagveen en naar het gebied waar bodemdaling plaatsvindt door zoutwinning. We vinden het belangrijk dat de gemeente grip houdt op de ontwikkelingen in het landelijk gebied. Oog voor elkaar Een veelgehoord onderwerp bij de sector is dat het belangrijk is om meer oog voor elkaar te hebben. De sector wil graag meer uitdragen hoe de bedrijfsvoering eruitziet of bijdraagt aan de omgeving. Door bij te dragen aan bewustwording en zichtbaarheid, of inzicht in keuzes die worden gemaakt, willen we eraan werken om het wederzijdse begrip te creëren. Vanuit de sector en vanuit andere partijen. Groenblauwe dooradering (GBDA) In de opgave om meer GBDA te realiseren, wordt naar de landbouw gekeken als het gaat om zogenoemde overhoeken, ecologische akkerranden en de bufferstroken langs de sloten. De gemeente heeft in het buitengebied echter ook veel grond in bezit om te beheren, denk aan de bermen langs de gemeentelijke wegen en de gemeentelijke sloten. Door de ambitie om als gemeente meer GBDA te realiseren, pakken we onze rol.

94

Vernieuwing en verduurzaming Wereldwijd en in iedere sector volgen technologische ontwikkelingen elkaar razendsnel op. Ook lokaal willen we dat de sector zich kan blijven innoveren.

Doelstelling c. Wij willen aantrekkelijke winkelgebieden Winkelgebieden hebben verschillende functies. Aantrekkelijke winkelgebieden zijn belangrijk voor economie en werkgelegenheid. Daarnaast hebben winkelgebieden een sociale functie, het is een plek waar mensen elkaar ontmoeten. Ook draagt een goed winkelgebied bij aan het woongenot. In Midden-Groningen is meer winkelruimte beschikbaar dan dat er winkels zijn. Dit betekent dat een aantal gebouwen leeg staat. Dat is niet goed voor de sfeer in een winkelgebied. Ook kan het zijn dat gebouwen die leegstaan in slechte staat zijn. Om te zorgen dat er niet te veel gebouwen leeg staan, willen wij dat er minder gebouwen gebruikt kunnen worden als winkel. Het gaat dan vooral om gebouwen die niet in winkelgebieden liggen. Zo zorgen wij ervoor dat onze winkelgebieden aantrekkelijk blijven.

Acties Wij geven aan in welke gebieden winkels mogen zitten Nieuwe winkels mogen alleen opgericht worden binnen een winkelgebied. Hierdoor zorgen wij ervoor dat de winkels niet door de hele gemeente verspreid liggen. Veel winkels bij elkaar is aantrekkelijk voor mensen die willen winkelen. En veel klanten is weer goed voor de winkeliers. Wij maken het platform detailhandel mogelijk Het platform detailhandel is een netwerk van verschillende winkeliersverenigingen in onze gemeente. Gemiddeld komt het platform detailhandel 6 keer per jaar samen om te praten over verschillende onderwerpen die te maken hebben met detailhandel. Wij werken zoveel mogelijk mee aan verandering van gebruik van een winkelpand Als een eigenaar het gebruik van zijn winkelpand wil veranderen naar bijvoorbeeld wonen, dan werken we daar zo veel mogelijk aan mee, met name als het winkelpand buiten een kernwinkelgebied ligt. Het nieuwe gebruik moet passen in de omgeving van het pand. De gemeente bekijkt de vraag van de pandeigenaar op een positieve manier.

Doelstelling d. Wij willen een groeiende en vitale vrijetijdssector We zetten ons in voor een volwaardige en vitale vrijetijdssector. In 2030 dragen toerisme en recreatie bij aan de brede welvaart in Midden-Groningen. De visie op vrijetijdseconomie en de uitvoeringsagenda die in 2022 zijn vastgesteld zijn hiervoor de basis. We werken aan 5 ontwikkelpunten: •

De buitenruimte op orde;

•

Een aantrekkelijk en beleefbaar aanbod;

•

Een toekomstbestendige vrijetijdssector;

•

Profilering van ons DNA en betere informatievoorziening;

95

•

Samenwerking met andere overheden gericht op de toekomst.

In 2026 stellen wij de uitvoeringsagenda 2027-2030 op.

Acties Afronding uitvoeringsagenda 2023-2026 We ronden de acties uit de huidige uitvoeringsagenda af. Daarnaast benadrukken wij de belangen van een sterke vrijetijdseconomie in regionale samenwerkingsverbanden zoals de Visie Zuidlaardermeer en baanbreker Vrijetijdseconomie. Uitvoeringsagenda 2027-2030 De huidige uitvoeringsagenda heeft een looptijd tot en met 2026. Na evaluatie van de voortgang, effecten en resultaten gaan we een uitvoeringsagenda 2027-2030 opstellen. Indicatoren De effecten van het uitvoeren van de uitvoeringsagenda Vrijetijdseconomie zijn meer bezoekers, meer toeristische overnachtingen en een verhoging van de bestedingen. Uiteindelijk draagt dit bij aan een groei van bedrijven en werkgelegenheid. We zien de volgende indicatoren en streefwaarden voor 2030: Werkgelegenheid in de vrijetijdssector

2020

2030

Aandeel toeristische banen in onze gemeente t.o.v. totaal aantal banen

4,6%

5,5%

Bedrijvigheid in de vrijetijdssector

2020

2030

Aantal bedrijven in vrijetijdssector

360

450

Overnachtingen Aantal toeristische overnachtingen

2020

2030

201.000

>250.000

2.3.4 Energie en duurzaamheid Inleiding In 2021 heeft de raad een duurzaamheidsvisie vastgesteld. Sinds die tijd werken we aan de uitvoering van deze visie. In de duurzaamheidsvisie hebben we veel aandacht voor de sociale kant van de energietransitie. Armoede is een probleem in onze gemeente en we zien dat dit probleem groter wordt. Veel woningeigenaren hebben op dit moment onvoldoende geld om hun huis te verduurzamen. In wijken met goedkope woningen hebben onze inwoners vaak hoge energierekeningen. De laatste jaren zijn er steeds meer subsidies beschikbaar voor inwoners en woningcorporaties voor verduurzaming, isolatie en energiebesparing. Zoals de NIP (nationaal isolatie programma), de SPUK (specifieke uitkering) energiearmoede, en het VHF (volkshuisvestingsfonds). Daar is recent een isolatiesubsidie bijgekomen voortkomend uit Nij Begun. De maatregelen uit Nij Begun worden toegelicht in 2.5.2. Als gemeente hebben wij op diverse plekken een rol bij het uitrollen van deze subsidies. Onze inzet is onze inwoners hier zo goed mogelijk bij te begeleiden.

96

De overgang naar duurzame energievormen vraagt om veel inspanningen van gemeenten. De productie van elektriciteit moet duurzaam zijn en ook de warmte die we gebruiken moet duurzaam zijn geproduceerd. Gemeenten zijn de regisseurs van de warmtetransitie. Plannen voor duurzame elektriciteit en duurzame warmte maken wij samen met onze buurgemeenten en/of in regionaal verband, en vooral ook samen met onze inwoners. Daarnaast heeft de gemeente een rol bij het maken van keuzes bij de ruimtelijke inrichting. Voor duurzame energieproductie op land en trafo´s en het elektriciteitsnet is ruimte nodig, ruimte die concurreert met de vraag naar ruimte voor woningbouw, landbouw en bedrijvigheid. Gemeenten moeten elke 4 jaar een Warmteprogramma (WP) vaststellen. Dit warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen. Het WP beschrijft per wijk welke mogelijkheden er zijn om van het aardgas af te gaan en op andere, meer duurzame wijze, in warmte te voorzien. Daarnaast is in het WP aandacht voor de wijze waarop inwoners, corporaties en partners worden betrokken. Samenwerking op gemeente-overstijgende thema's als energie en klimaat is belangrijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16048903/1