CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Jaarrekening 2021

Raadsvergadering 14 juli 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Jaarrekening 202141.215 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Woonvisie op het gebied van Wonen en Zorg: In 2021 hebben we kaderafspraken op het gebied van wonen opgesteld. Het ontwikkelen van de woonzorgvisie wordt in 2022 uitgevoerd.

42

Wat hebben we daarvoor gedaan? Maatwerkvoorzieningen: Hulp bij het huishouden (HH): - Gesprekken met aanbieders; - Overleg met VNG, ministerie van VWS en andere gemeenten over het abonnementstarief en draagkrachtnorm. Begeleiding (BG): - Afname PGB inzet; het PGB wordt alleen ingezet bij mensen die daadwerkelijk PGB-vaardig zijn en waarbij de inzet van ondersteuning kwalitatief goed is.

Totaal ( ZIN en PGB)

2021

2020

2019

HH

1980

1928

1862

Begeleiding

713

767

840

Dagbesteding

287

313

340

PGB

2021

202

2019

HH

37

44

49

Begeleiding

107

138

151

Dagbesteding

22

30

34

Hulpmiddelen: - Marktconsultatie, in samenwerking met gemeente Groningen en gemeenten in Noord en Midden Drenthe; - Ontwikkelen van aanbestedingsstukken, in samenwerking met gemeente Groningen; - Afbouwen 'oude contract' en voorbereiden nieuwe contracten. Uitvoering overeenkomst Wmo maatwerkvoorzieningen en contractmanagement - Monitoren van nieuwe aanbieders of zij voldoen aan kwaliteits- en contracteisen; - Enkel nieuwe aanbieders contracteren die daadwerkelijk iets toevoegen aan huidige aanbod; - Kwaliteitskader is een integraal onderdeel van de overeenkomst. Onafhankelijke cliëntondersteuning: - Gesprekken met vrijwilligers en leden van de Adviesraad Sociaal Domein; - Volgen van online bijeenkomsten Movisie; - Subsidievoorstel. Cliëntervaringsonderzoek: - Alle inwoners met een maatwerkvoorziening hebben een uitnodiging voor deelname aan het cliëntervaringsonderzoek ontvangen.

43

Faciliteren en ondersteunen van de Adviesraad Sociaal Domein: - ondersteunen van het interne proces en de doorontwikkeling van de adviesraad; - verbindingsofficier tussen gemeente en de adviesraad.

Thema 1: Algemene voorzieningen Thema 1: Algemene voorzieningen We hebben een aantal algemene en collectieve voorzieningen die we (financieel) ondersteunen: •

Computerbank Midden-Groningen;

•

Inloop GGZ;

•

Huiskamers voor ouderen in Hoogezand;

•

Houtstek Slochteren.

In het Implementatieplan Wmo, gemaakt naar aanleiding van de bezuinigingsopdracht van eind 2019, is er afgesproken om meer algemene voorzieningen te realiseren. Wat hebben we bereikt? In 2021 hebben we, vanwege corona, geen optimaal resultaat kunnen halen. Een aantal algemene voorzieningen, zoals de huiskamers, waren langere tijd gesloten. Daarnaast was minder deelname door terughoudendheid van deelnemers uit angst voor corona. We zijn veelvuldig in gesprek geweest met partners in het maatschappelijk middenveld en zijn er diverse verkenningen gestart om tot algemene voorzieningen te komen. Dit heeft geleid tot een versterking van de samenwerkingen en aantal nieuwe algemene voorzieningen. We verwachten dat we de komende periode, zonder coronabeperkingen, meer resultaten uit deze verkenningen kunnen boeken. In 2021 zijn er drie algemene voorzieningen gerealiseerd: Het Houtstek, het seniorencafé en Algemene Voorziening Noordbroek. Door deze activiteiten kunnen inwoners langer zelfstandig en inclusief deelnemen aan de samenleving. Wat hebben we daarvoor gedaan? •

Samen met opbouwwerk en gebiedsregie hebben we in kaart gebracht hoe de sociale kaart rondom de Algemene Voorzieningen er in onze gemeente uit ziet. We zien nog kansen en mogelijkheden die tot op heden onvoldoende benut worden. In 2022 werken we dit verder uit tot een handelingskader rondom Algemene Voorzieningen zodat we gerichte en passende oplossingen kunnen realiseren samen met onze partners. We hopen hiermee de druk op de Wmo te beperken.

•

Op verschillende thema's zijn verbindingen en samenwerkingen gerealiseerd, bijvoorbeeld rondom armoede en dementie. We verwachten in 2022 concrete uitwerkingen zodat het aantal algemene voorzieningen uitgebreid wordt.

•

De pilot rondom het Houtstek is, door vertraging in de bouw later gestart. Ondertussen is Het Houtstek geopend en werken het bestuur en Werkpro aan het uitbouwen van de algemene voorziening.

•

De algemene voorziening in Noordbroek voor dagontmoeting (pilot) is gestart en eind 2021 heeft een klein aantal deelnemers een zinvolle invulling van de dag gevonden. Er is veel ingezet op samenwerking met partijen in het gebied. Door corona en door wisselingen in coördinatie bij de uitvoerder heeft deze pilot een moeizame start gehad.

Indicatoren •

Er zijn drie nieuwe algemene en/of collectieve voorzieningen (Noordbroek, Houtstek en Dementiezorg);

•

We gaan in 2022 verder met het structureel maken van bestaande voorzieningen; 44

Thema 2: Wonen en Zorg Wat hebben we bereikt? We hebben ons ingezet om onze inwoners zo lang mogelijk op een veilige en plezierige manier in hun eigen huis of omgeving te laten wonen. Wat hebben we daarvoor gedaan? We hebben prestatieafspraken met woningcorporaties vastgesteld. Hierin is uitgebreid aandacht besteed aan diverse onderwerpen in het sociaal domein. Denk aan de aanpak van schuldenproblematiek, afspraken Wmo, aangepaste woningen, en Voorzieningenwijzer. Veel onderwerpen worden op andere plekken in deze jaarrekening apart behandeld. Voor de voorzieningenwijzer en de Kunst van het Wonen geldt dat niet. Kwartier Zorg en Welzijn heeft een subsidie ontvangen waarmee ze uitvoering geeft aan de adviesgesprekken Voorzieningenwijzer. Het aantal deelnemers, via woningcorporaties, sociale teams, BWRI en Kredietbank, en de resultaten in gemiddelde besparing laten een erg positief beeld zien. Hiermee hebben we een mooi instrument ingezet om inwoners met een 'financieel vraagstuk' wat verlichting te geven in hun kosten. De Kunst van het Wonen is vanwege corona niet gestart. De subsidie aan Kwartier Zorg en Welzijn voor de organisatie en uitvoering van deze cursus kennen we in 2022 toe.

Thema 3: Vervoer Thema 3: Vervoer Inwoners die niet in staat zijn om op eigen kracht te reizen, kunnen recht hebben op Wmo-vervoer. Zij kunnen gebruik maken van een taxi van Connexxion. We werken met het OV-bureau en alle gemeenten in Groningen en Drenthe samen binnen de gemeenschappelijk regeling Publiek Vervoer. Wat hebben we bereikt? •

Het Wmo-vervoer blijft , ondanks een beperkte tariefsverhoging, laagdrempelig;

•

Vanwege corona is er minder gebruik gemaakt van het Wmo-vervoer. De kosten zijn daarom niet gestegen, maar de verwachtte stijging in inkomsten uit de eigen bijdrage is uitgebleven.

Wat hebben we daarvoor gedaan? •

We hebben de tarieven voor het vervoer verhoogd om deze voorziening in stand te kunnen houden. Met ingang van 1 januari 2021 kost het Wmo-vervoer voor onze inwoners € 0,23 per kilometer met een instaptarief van € 1,30;

•

Vanwege corona hebben we geen extra aandacht kunnen besteden aan het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer. De toch al kwetsbare doelgroep loopt immers hogere risico's. Het gebruik van het Wmo-vervoer nam af en de mogelijkheden voor sociale contacten werden fors beperkt. We vonden het daarom minder passend om het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren;

•

In 2021 is de continuïteitsbijdrage voor vervoerders gefaseerd afgebouwd van 80% in januari, naar 70% in december. Het percentage betreft de vergoeding van de niet gereden ritten.

45

Thema 4: Toezicht en handhaving Thema 4: Toezicht en handhaving We zien toe op de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning door zorgaanbieders. Wat hebben we bereikt? We hebben een systeem ingericht om onze inwoners de meest passende en kwalitatief goede ondersteuning te kunnen bieden, waarbij het budget op de juiste plek terecht komt. Het toezicht draagt bij aan het opsporen van situaties waarin de zorg niet van voldoende kwaliteit was of wanneer er sprake was van onrechtmatigheid. Naar aanleiding hiervan kunnen we handhaven. Wat hebben we daarvoor gedaan? Onze toezichthouders hebben in 2021 acht onderzoeken afgerond. In vier gevallen was er na nader onderzoek van de signalen geen grond voor een diepgaander onderzoek. Eén onderzoek naar kwaliteit is afgerond waarbij de conclusie was dat de kwaliteit van de aanbieder behoorlijk goed op orde is. De andere onderzoeken richten zich op rechtmatigheid bij het product dagbesteding. Uit de onderzoeken blijkt dat er sprake is van onrechtmatigheid. De reacties van de aanbieders boden aanleiding tot een grotere steekproef bij andere aanbieders. Hiermee willen we een beter beeld krijgen van de context. De uitkomsten hiervan zijn nog niet bekend. Daarnaast hebben we een toets voor toetreding ingevoerd, waardoor niet alle aanbieders zomaar hun diensten kunnen aanbieden.

We zijn gestart met kwaliteitsonderzoeken op basis van het vastgestelde kader. Als het gaat om preventie trainen we casemanagers in het herkennen van en handelen naar signalen van onrechtmatigheid. Ook bespreken we structureel casuïstiek. In 2021 zijn we ook gestart met voorbereidende werkzaamheden om de rechtmatigheid rondom Jeugdhulp te borgen. Indicatoren •

Acht onderzoeken naar rechtmatigheid en kwaliteit van zorg en ondersteuning afgerond.

Thema 5: Toegankelijk Midden Groningen (VN-verdrag handicap) Toegankelijk Midden Groningen (VN-verdrag handicap) We willen een inclusieve gemeente zijn waar mensen met een beperking zonder moeite kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Daarvoor is makkelijke toegang tot openbare gebouwen, makkelijk verplaatsen in de openbare ruimte en toegankelijke (digitale) informatie vanuit de overheid nodig. Wat hebben we bereikt? •

Stemlocaties in eigendom van de gemeente zijn toegankelijk gemaakt;

•

Onze communicatie naar inwoners is toegankelijker en begrijpelijker gemaakt.

•

We hebben de basis gelegd voor een Lokale Inclusie Agenda (LIA). In de LIA bundelen en ontwikkelen we onze ambitie en activiteiten om onze gemeente toegankelijker te maken voor inwoners met een beperking.

Wat hebben we daarvoor gedaan? •

Onze website voldoet aan de meest belangrijke toegankelijkheidsvereisten. We gaan de website in 2022 nog laten testen op de toegankelijkheid voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking.

46

•

We hebben stappen gezet om onze communicatie aan inwoners te versimpelen via de werkgroep begrijpelijke taal. Hiervoor maken we ook gebruik van panels bestaande uit ervaringsdeskundigen (waaronder mensen met een autismespectrumstoornis of een verstandelijke beperking.

•

We hebben een eerste bijeenkomst georganiseerd met het zogenoemde VN-panel. Dit panel bestaat uit een groep inwoners met een beperking die mee willen denken over verbeteringen in onze gemeente. De input van het panel nemen we mee in de Lokale Inclusie Agenda.

•

In 2021 hebben we acties uitgevoerd om voldoende stemlocaties toegankelijk te maken. In de meeste gevallen is dit gedaan aan de hand van tijdelijke en pragmatische oplossingen zoals een drempelhulp.

•

Nieuw- en verbouwprojecten voldeden aan de normen van de Integrale Toegankelijkheid Standaard (ITS); de hoogste norm voor toegankelijkheid.

Indicatoren •

Al onze stemlocaties in eigendom van de gemeente zijn toegankelijk volgens de normen van ITS;

•

We hebben toegankelijkheidseisen opgenomen in “programma’s van eisen” bij alle verbouw- en nieuwbouw waar wij betrokken bij zijn;

•

Onze website voldoet aan de gestelde eisen in het kader van digitale toegankelijkheid.

Thema 6: Beschermd wonen Thema 6: Beschermd wonen Beschermd wonen is bedoeld voor inwoners met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht deel te nemen aan de samenleving. Maatschappelijke opvang is bedoeld voor inwoners die door allerlei omstandigheden dak- en thuisloos zijn geraakt. Onder aanvoering van de centrumgemeente bereiden de Groninger gemeenten zich samen voor op de verdere decentralisatie van deze taak in 2022. Voor inwoners is het vaak beter als zij ondersteuning ontvangen in hun eigen omgeving. Ondersteuning die verbonden is met het lokale (informele) netwerk in de vorm van (woon)begeleiding, inkomensondersteuning, werk of dagbesteding en algemene voorzieningen geeft de beste garantie voor een duurzame integratie in de lokale samenleving. Alleen wanneer dit (tijdelijk) niet mogelijk is vanwege aanwezige psychiatrische of psychosociale problematiek, is gespecialiseerde ondersteuning en opvang in beeld. We willen voorkomen dat inwoners die door externe gebeurtenissen zoals relatiebreuk of verlies van werk een beroep doen op Maatschappelijke opvang of Beschermd wonen. Daarom is het streven om het lokaal goed te regelen zodat men in de eigen vertrouwde omgeving kan blijven wonen. Wat hebben we bereikt? •

We hebben uithuisplaatsingen zoveel mogelijk voorkomen;

•

We hebben afspraken gemaakt om de uitstroommogelijkheden te verbeteren.

Wat hebben we daarvoor gedaan? •

We hebben afspraken gemaakt over de samenwerking met zorgaanbieders en woningcorporaties om de uitstroommogelijkheden te bevorderen. Deze worden in 2022 in de praktijk gebracht.

•

Per 1 juli 2021 zijn we zelf verantwoordelijk voor de toegang tot Beschermd wonen. Casemanagers doen zelf de indicaties waardoor Bescherm wonen meer lokaal is ingebed. Voor een goede samenwerking is gestart met het bezoek van de meeste zorgaanbieders voor Beschermd wonen in Midden-Groningen. 47

•

Het project 'Take off', waarbij we betere ondersteuning aan jeugdigen bij de overgang van 18- naar 18+ willen bieden, is op 1 augustus gestart. Op dit moment wonen er vier jongeren.

•

Door de inzet van thuis-plus zorgen we voor passende ondersteuning in de thuissituatie. Hiermee willen we voorkomen dat inwoners in een instelling worden geplaatst én zorgen dat mensen weer sneller kunnen uitstromen naar het eigen huis of een nieuwe woning.

•

Voor jeugdigen die 18 worden en vanwege psychiatrische of psychosociale problematiek nog niet in staat zijn zelfstandig te wonen, bieden we continuïteit van ondersteuning aansluitend op de geboden jeugdhulp.

Indicatoren

2021

Zin

PGB

Totaal

Thuis plus

11

1

12

24-uurs toezicht

7

2

9

verblijf met toezicht nabij en op afroep

79

9

88

activering en participatie

27

8

35

Sinds wij verantwoordelijk zijn voor de toegang, tweede half jaar van 2021, zijn er vijf inwoners vanuit een instelling uitgestroomd; één naar thuis-plus en vier met begeleiding vanuit de Wmo.

Thema 7: Uitvoering Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) Thema 7: Uitvoering Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) De OGGz is een vorm van maatschappelijke ondersteuning die in nauwe verbinding staat met de taak voor Maatschappelijke Opvang. De OGGz richt zich op sociaal kwetsbare mensen die niet direct om zorg vragen, maar deze wel nodig hebben. De OGGz hangt nauw samen met de Wet verplichte ggz (Wvggz). Deze wet regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg in de ggz. Onze ambitie op het gebied van de OGGz is dat iedereen die tot de doelgroep behoort de noodzakelijke ondersteuning krijgt om grip op hun leven te behouden, naar vermogen meedoen in de samenleving en een menswaardig bestaan leven. Wat hebben we bereikt? •

We hebben crisissituaties en escalatie van problemen van kwetsbare inwoners zoveel mogelijk weten te voorkomen;

•

We hebben deskundigheid in de sociale teams op het gebied van sociale veerkracht en het voorkomen van drang en dwang versterkt.

Wat hebben we daarvoor gedaan? •

De OGGz medewerkers van de sociale teams hebben ondersteuning geboden aan mensen die maatschappelijk gezien buiten de boot dreigen te vallen. Het uitgangspunt van deze ondersteuning: geen casus afsluiten terwijl er nog zorgen zijn, of wanneer er geen contact met de inwoner tot stand is gekomen.

•

We hebben het maatwerkbudget ingezet om mensen over een drempel heen te helpen, zodat zij verder kunnen met hun eigen plannen. De inzet van het maatwerkbudget is gericht 48

op het ondersteunen van eigen oplossingen, ondersteunend aan het versterken van de participatie, de financiële situatie en het veilig opgroeien van kinderen. In 2021 zijn er meer dan negentig huishoudens geholpen met het maatwerkbudget. •

We hebben de samenwerking tussen de sociale teams en Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) versterkt om maatschappelijke uitval en crisissituaties als gevolg van verslavingsproblematiek te voorkomen.

•

We hebben de werkafspraken met betrekking tot de Wet verplichte ggz (Wvggz) uitgevoerd. In 2021 hebben we geen verkennende onderzoeken in het kader van de Wvggz uit hoeven voeren. Daarnaast hebben we ook geen aanvragen tot zorgmachtiging hoeven indienen (ten opzichte van vier in 2020). Dit heeft niet geleid tot toename in zogenoemde crisismaatregelen in het kader van de Wvggz (drie 2021 t.o.v. vier in 2020). Deze cijfers passen bij onze inzet om dwang en drang zoveel mogelijk te voorkomen.

Wmo We zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Met de uitvoering van de Wmo willen we zoveel mogelijk inwoners ondersteunen in de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of met chronische, psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving. Mocht dat niet lukken dan kunnen we tijdelijk opvang bieden. Naast de speerpunten die in de Thema's worden benoemd, hebben we in 2021 ook ingezet op: Het bieden van maatwerkvoorzieningen die de zelfredzaamheid en participatie van inwoners ondersteunen. Een maatwerkvoorziening is individueel en op maat. De algemene voorzieningen daarentegen zijn in principe toegankelijk voor iedereen; Het uitvoeren van de overeenkomst Wmo maatwerkvoorzieningen en het voeren van contractmanagement; Het bieden van onafhankelijke cliëntvertegenwoordiging; Het uitvoeren van jaarlijkse cliëntervaringsonderzoeken; Het faciliteren en ondersteunen van de Adviesraad Sociaal Domein; Het uitvoeren van de woonvisie op het gebied van Wonen & Zorg en het maken van afspraken met woningcorporaties over de verbinding tussen het fysieke en sociale domein. Voor 2021 is de grootste uitdaging om passende en kwalitatief goede ondersteuning te kunnen bieden aan onze inwoners binnen de financiële kaders.

Een belangrijke onderbouwing van de landelijke financiële korting bij de decentralisatie in 2015 was dat de gemeenten door het realiseren van de transformatie, meer inzet van de eigen kracht en sociaal netwerk met minder geld toe kon. In de eerste jaren na de invoering van de Wmo zagen we positieve resultaten. Sinds 2019 is met de invoering van het abonnementstarief het argument van - eigen kracht en sterkste schouder dragen de zwaarste lasten - ons uit handen genomen. In 2019 en 2020 zagen we een grote toename in het aantal indicaties. Deze toename zet zich in 2021 vooral door in de ondersteuningsvragen van inwoners voor de huishoudelijke hulp.

2.2.5 Jeugd Jeugd De opvoed- en opgroeiproblematiek in onze gemeente is groter dan gemiddeld in Nederland. Het gevaar dreigt dat de jeugdhulp voor onze gemeente daarmee onbetaalbaar wordt. Om dat te voorkomen ontwikkelen we verschillende activiteiten. wat resulteert in effectievere hulp tegen lagere kosten. Hiervoor is een goede samenwerking nodig met sociale teams, jeugdhulpaanbieders, het onderwijs en belangrijke partners. De Jeugdwet verplicht ons om kinderen en gezinnen jeugdhulp te bieden wanneer het opvoeden en opgroeien niet goed gaat. Jaarlijks krijgen ruim 1900 kinderen en jeugdigen jeugdhulp. Voor het grootste deel gaat het om enkelvoudige vraagstukken, die met beperkte kosten door de hulpverlening worden opgelost. Er is echter een groep van ongeveer 400 gezinnen met ernstige en complexe problematiek. Bijna driekwart van het budget wordt besteed aan hulp voor kinderen uit deze gezinnen. De ouders van deze kinderen hebben ook vaak problemen, meestal in combinatie met armoede. Het lukt deze ouders daardoor niet om een 49

goede opvoedomgeving voor hun kinderen te realiseren. Een bijkomend gevolg is dat het voor deze gezinnen steeds moeilijker wordt om mee te doen aan het gewone leven. Dat versterkt vervolgens weer de problematiek waardoor de vraag om hulp blijft bestaan of juist groter wordt. Wij willen dat er gelijke kansen voor alle kinderen zijn. De jeugdhulp moet daar een bijdrage aan leveren. Een bijdrage die niet afhankelijk maar juist zelfstandig maakt. Vooral voor deze meest kwetsbare groep kinderen willen we blijven onderzoeken hoe we hen het beste kunnen ondersteunen. Het antwoord ligt in een samenspel van hulp met een hoge kwaliteit en het versterken van het gewone leven. Preventief jeugdbeleid Relatief veel kinderen groeien op in een kwetsbare situatie. Door combinaties van risico’s zoals armoede, laaggeletterdheid, verstandelijke beperkingen en psychische problemen, lukt het ouders niet om hun kind een goede start te geven. Om te voorkomen dat deze kinderen onnodig in de jeugdhulp terecht komen, zetten we sterk in op het voorkomen van grote problemen. Hoe eerder je de ondersteuning biedt, des groter het effect. De lokale coalitie Kansrijke Start Midden-Groningen, de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en het jongerenwerk hebben hier een belangrijke rol in.

Thema 1: Bewuste keuze voor nieuw leven Thema 1: Bewuste keuze voor nieuw leven In kwetsbare situaties wordt er niet altijd bewust gekozen voor het krijgen van een kind. Deze kinderen worden ongepland en soms ook ongewenst geboren. Wat hebben we bereikt? We maken jongeren en mensen met verhoogde kwetsbaarheid bewust van de keuze die zij hebben bij het krijgen van kinderen. Wat hebben we daarvoor gedaan? Vanuit het programma 'Nu Niet Zwanger' zijn er gesprekken gevoerd rondom de thema's kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. Het programma wordt sinds 1 januari 2021 uitgevoerd door de GGD. Vanwege corona en het uitvallen van de inhoudelijk coördinator is er in 2021 geen voorlichting gegeven in het voortgezet onderwijs. Indicatoren •

Aantal gesprekken gevoerd vanuit het programma Nu Niet Zwanger: Er zijn negen gesprekken gevoerd door de inhoudelijk coördinator;

•

Aantal mensen die vrijwillig voor anticonceptie hebben gekozen. Er zijn zeven mensen, die gekozen hebben voor anticonceptie met langere werking (geen pil);

•

Aantal aandachtsfunctionarissen Nu Niet Zwanger binnen organisaties. o

Er zijn vier aandachtsfunctionarissen actief specifiek in Midden-Groningen (sociale teams, jongerenwerk, JGZ)

o

In Oost-Groningen zijn er 29 aandachtsfunctionarissen die werkzaam zijn in de regio (o.a. VNN, Cosis)

50

Thema 2: Normaliseren en bevorderen eigen kracht van gezinnen en jongeren Thema 2: Normaliseren en bevorderen eigen kracht van gezinnen en jongeren Het leven zit vol met hobbels. Kleine problemen kunnen groot lijken voor degene die het aangaat. Wat hebben we bereikt? We zetten in op eigen kracht door aan te geven dat sommige problemen normaal zijn. Door de eigen kracht te benutten, kunnen gezinnen en jongeren vaak zelf weer verder. Wat hebben we daarvoor gedaan? In 2021 zorgden we dat, ondanks corona, de jeugdgezondheidszorg (JGZ) op een laagdrempelige manier met gezinnen en jongeren in gesprek is gegaan. De JGZ heeft een groot bereik bij het consultatiebureau. Daar wordt in gesprek gegaan over de bevindingen van de jeugdverpleegkundige of -arts en worden vragen van ouders beantwoord. De meeste vragen worden daar ook afgehandeld. Tijdens corona zijn afspraken waar mogelijk telefonisch gedaan. De overige bezoeken zijn doorgegaan met in achtneming van de coronamaatregelen. Het jongerenwerk heeft meer hinder ondervonden van corona. Veel activiteiten vanuit het jongerencentrum Amovement konden niet doorgaan. De jongerenwerkers zijn hierdoor meer de straat op gegaan en hebben dorpen en wijken bezocht. Op deze manier zijn de jongerenwerkers toch in contact gekomen en gebleven met jongeren. Indicatoren •

Aantal activiteiten vanuit het jongerenwerk ter bevordering van talentontwikkeling en aantal deelnemers. o

Er is gewerkt met MDT (maatschappelijke diensttijd) en MDT light. Voor die laatste is subsidie ontvangen vanuit ZonMW. Daar hebben 100 jongeren aan meegewerkt.

o

Daarnaast zijn er in verband met de coronamaatregelen vooral kleine activiteiten voor kleine groepen georganiseerd.

o

In de zomer zijn er Summergames georganiseerd waarbij grotere groepen jongeren mochten deelnemen. Dit heeft ook meer jongeren getrokken die voorheen niet bekend waren bij het jongerenwerk.

Thema 3: Vroegtijdig signaleren van problemen Wat hebben we bereikt? We zijn zo snel mogelijk in gesprek gegaan bij signalen van risico's om grotere problemen te voorkomen. Wat hebben we daarvoor gedaan? Om risico's zo vroeg mogelijk te signaleren en zo snel mogelijk in gesprek te kunnen, hebben we de risico's beschreven in zorgpaden. De zorgpaden worden binnenkort landelijk uitgerold. Alle partners van de lokale coalitie Kansrijke Start Midden-Groningen werken met de zorgpaden. Er is periodiek overleg met alle partners. Daarnaast geven we uitvoering aan het multidisciplinair overleg 'Kwetsbare Zwangeren'. In het overleg worden signalen besproken en wordt gezamenlijk een inschatting gemaakt welke ondersteuning het beste past bij de situatie van een zwangere vrouw. We willen dat het jongerenwerk daar is waar de jongeren zijn, zodat zij zicht krijgen en houden op jongeren in kwetsbare situaties. Daarom zijn gedurende corona de jongerenwerkers meer de straat op gegaan om in gesprek te gaan met jongeren. Ook hebben de jongerenwerkers online contact

51

gehouden. Verder is er een goede samenwerking met de sociale teams, het onderwijs, Halt, buurtsportcoaches en VNN. Daarnaast is er vanuit het jongerenwerk extra aandacht geweest voor de schoolpleinen en de dorpen Harkstede en Noordbroek. Tot slot is er op vijf scholen voorlichting gegeven over hoe je je als jongere kunt gedragen, zonder voor overlast te zorgen. Indicatoren •

Er hebben 23 prenatale huisbezoeken plaatsgevonden.

Thema 4: Ondersteuning inzetten waar nodig Wat hebben we bereikt? We zetten tijdig in op hulp om daarna, als dit mogelijk is, weer af te schalen. Het uitgangspunt is om laagdrempelige ondersteuning te bieden, die niet zwaarder is dan nodig. Wat hebben we daarvoor gedaan? De JGZ heeft het prenataal huisbezoek uitgevoerd. Complexere situaties rondom zwangere vrouwen worden besproken in het MDO Kwetsbare zwangeren, waarbij wordt gekeken welke ondersteuning het beste past bij de situatie van de zwangere vrouw. Verder zijn we in april 2021 gestart met Voorzorg (GGD) en in november 2021 zijn we gestart met het NPG-project Moeders van MiddenGroningen. Beide programma's zetten in op de eerste 1000 dagen van een kind. Het jongerenwerk pakt eenvoudige vragen van jongeren op. Als er een intensievere coaching nodig is, kan ook worden verwezen naar het jongerenwerk plus. Daarnaast verwijst het jongerenwerk, waar nodig, door naar de sociale teams. Indicatoren •

Er zijn 29 trajecten Pedagogische Gezinsondersteuning;

•

Er zijn 22 trajecten Stevig Ouderschap uitgevoerd, waarvan 7 prenataal en 15 regulier;

•

Het jongerenwerk heeft 170 jongeren individuele coaching gegeven. Dit aantal ligt hoog in verband met corona. Groepsactiviteiten waren vaak niet mogelijk, maar omdat er wel zorgen waren over jongeren is individueel contact gezocht en gehouden;

•

Verwijzingen naar andere vormen van ondersteuning; er is 1 casus aangemeld voor Moeders van Midden-Groningen.

Thema 5: Veilige opvoedomgeving Veilige opvoedomgeving Opgroeien in een veilige opvoedomgeving is niet voor elk kind vanzelfsprekend. Jaarlijks wordt tenminste 3% van de kinderen tussen de 0-18 jaar blootgesteld aan een vorm van kindermishandeling. Voor onze gemeente betekent dit dat minimaal 355 kinderen van 0-18 jaar niet veilig opgroeien. Kinderen die opgroeien in een onveilige omgeving worden in hun ontwikkeling bedreigd: de kans op het ontwikkelen van psychische problemen, gezondheidsklachten en risicovol gedrag is groot. Ook op latere leeftijd blijven deze problemen bestaan en is er een grotere kans dat slachtoffers later zelf ook dader worden. Om de opvoedomgeving van kinderen veiliger te maken, hebben we in 2021 ingezet op het verbeteren van de samenwerking met Veilig Thuis Groningen (VTG), het actieprogramma Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT), de samenwerking van de sociale teams met de gecertificeerde instellingen en het werken met de verscherpte meldcode. Onze inzet op deze aandachtsgebieden moet leiden tot meer kinderen die zich goed kunnen ontwikkelen in een veilige opvoedomgeving.

52

Wat hebben we bereikt? •

Meldingen van onveiligheid worden snel en adequaat opgepakt door VTG, waarbij duidelijk is wie welke rol heeft in de veiligheidsketen bij het sociaal team en VTG;

•

Jeugdigen groeien op in een veilige opvoedomgeving, waarbij hun ontwikkeling niet bedreigd wordt door huiselijk geweld, kindermishandeling, complexe echtscheidingen of elke andere vorm van onveiligheid;

•

Een beschermende factor voor jeugdigen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld is steun uit de vertrouwde omgeving. Daarom zorgen we dat jeugdigen steun ontvangen op school na het meemaken van een incident thuis, waardoor de ervaren stress van een incident verlaagd wordt;

•

Jaarlijks maken één op de vijf kinderen een echtscheiding mee, waarbij er in 10 tot 15% van de gevallen sprake is van een complexe echtscheiding. Kinderen waarvan de ouders in een vechtscheiding terecht komen, hebben een grotere kans op leer- en gedragsproblemen en emotionele of psychische problemen. We willen voorkomen dat de ontwikkeling van jeugdigen belemmerd wordt door een complexe echtscheiding van de ouders;

•

Professionals hebben voldoende kennis in huis om onveiligheid vroegtijdig te signaleren en zij worden niet belemmerd door handelingsverlegenheid bij veiligheidsvraagstukken;

•

Bij vermoedens van onveiligheid werken professionals altijd volgens de verscherpte meldcode;

•

We willen een goede samenwerking tussen de sociale teams en de gecertificeerde instellingen door het maken en monitoren van werkafspraken;

•

Het aantal kinderen in de jeugdbescherming daalt.

Wat hebben we daarvoor gedaan? We zijn gestart met een werkgroep rondom de governance van Veilig Thuis. Deze werkgroep is gericht op het versterken van de rol van gemeenten als opdrachtgever, het versterken van de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking en het uitwerken van enkele juridische wensen. In maart 2022 wordt er een besluit genomen op basis van het advies van de werkgroep. Vanuit het actieprogramma 'Geweld Hoort Nergens Thuis' hebben we een lokale analyse gemaakt van de stand van zaken op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze analyse heeft geleid tot een plan van aanpak waar we de komende twee jaar mee aan de slag gaan. Door de analyse en de ontwikkeling van het plan van aanpak hebben we het uitvoeren van specifieke interventies, zoals Handle with Care, opgeschoven in de tijd. Onderdeel van dit plan van aanpak is het organiseren van twee kennisbijeenkomsten per jaar. Vanwege corona zijn de kennisbijeenkomsten in 2021 niet doorgegaan. We hebben gewerkt aan het verbeteren van de samenwerking met partners en de samenwerking binnen de regio. Zo is er een regionale werkgroep 'Complexe scheidingen' waar kennis wordt uitgewisseld en wordt gekeken welke stappen we gezamenlijk in de regio kunnen zetten. Ook hebben we een steekproef gedaan naar warme overdrachten tussen de sociale teams en de gecertificeerde instellingen.

In de meeste gevallen heeft er een warme overdracht plaatsgevonden. De ervaringen bij een warme overdracht zijn over het algemeen positief. Wel merken we dat tijdsdruk aan beide kanten, zowel bij sociale teams als gecertificeerde instellingen, maakt dat een warme overdracht niet altijd lukt. Met de gecertificeerde instelling waar de meeste jongeren onder vallen, bespreken we de casussen waar de warme overdracht niet (goed) heeft plaatsgevonden om samen van te leren. Het protocol 'verscherpte meldcode' is nog niet vastgesteld. In de praktijk wordt er door de sociale teams wel volgens de verscherpte meldcode gewerkt. Daarnaast zijn wij als als ambassadeur betrokken bij 'Beweging van 0'. In 2021 zijn er bijeenkomsten georganiseerd voor de opstart van 'Beweging van 0'.

53

Indicatoren •

We zijn nog niet gestart met 'Handle with Care'. We hebben een plan van aanpak opgesteld rondom huiselijk geweld en kindermishandeling en het project is hierin opgenomen onderdeel in deze integrale aanpak;

•

Vanwege corona hebben we geen kennisbijeenkomsten georganiseerd voor professionals uit het onderwijs, welzijn en zorg die werkzaam in onze gemeente. Het doel van deze bijeenkomsten is dat professionals signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling makkelijker bespreekbaar durven maken;

•

Vanwege corona hebben we geen kennisbijeenkomsten georganiseerd voor professionals om zich minder handelsverlegen te voelen op het gebied van kindermishandeling en huiselijk geweld;

•

Het aantal meldingen in Zorg voor Jeugd Groningen is met 20,5% toegenomen in onze gemeente. Provinciebreed is er een daling zichtbaar van 20%;

•

De sociale teams werken volgens de verscherpte meldcode, het protocol 'verscherpte meldcode' is nog niet vastgesteld.

Thema 6: Verbeteren Jeugdhulp Meer greep krijgen op de uitgaven Uitgangspunt 1: Meer greep krijgen op de uitgaven Het Rijk heeft in 2021 eindelijk erkend dat het budget voor jeugdhulp veel te gering is. Over 2021 hebben we 1,9 miljoen euro extra ontvangen (bovenop de 1,4 miljoen waarmee het budget eerder al was verhoogd) en in 2022 ontvangen we 5,8 miljoen meer. Het nieuwe kabinet houdt zich tot 2025 aan de uitspraak van de commissie, maar is van plan om daarna weer te bezuinigen. De erkenning van het Rijk met de extra middelen voor de jeugdhulp is belangrijk voor gemeenten. Hiermee zouden we de Jeugdwet kunnen uitvoeren binnen budget. We staan echter voor een aantal grote financiële onzekerheden. Andere domeinen binnen onze begroting staan onder druk door de eerdere bezuinigingen binnen het sociaal domein. Beheersmaatregelen blijven daarom binnen de uitvoering van de jeugdhulp noodzakelijk. Wat hebben we bereikt? •

Duidelijke regels voor de inhoudelijke grenzen: wanneer heeft een kind wel of geen jeugdhulp nodig;

•

De belangrijkste aanbieders voelen zich medeverantwoordelijk voor de omvang van de uitgaven.

Wat hebben we daarvoor gedaan? In 2021 wilden we het dashboard sociaal domein doorontwikkelen en beter benutten. We vertalen de analyses uit het dashboard in beleid en uitvoering. Dat wil zeggen dat we de data gebruiken om keuzes te maken voor (het bijsturen van) het beleid en de uitvoering. We reageren steeds sneller en effectiever op ontwikkelingen. Met behulp van onze analyses hebben we gestuurd om daar waar mogelijk de kostenstijging een halt toe te roepen. We hebben daarvoor geïnvesteerd in monitoring en een aantal maatregelen geïmplementeerd. Door de informatiestroom uit het berichtenverkeer hebben we veel informatie over jeugdhulp. Daarbij hebben we zicht op de financiële stromen. We zien waar de middelen worden ingezet en voor welke producten. De financiële prognoses worden steeds beter. We gebruiken de data om beleid aan te passen en bij te sturen. Tegelijkertijd zien we dat de patronen door veel factoren beïnvloed worden: corona, complexiteit van hulpvragen, maar ook maatschappelijke ontwikkelingen voor kinderen en gezinnen. We ontwikkelen nieuwe prognoses en hopen daarmee steeds meer inzicht te krijgen in het effect van de ingezette jeugdhulp. We hebben in 2021 de verordening en beleidsregels jeugd aangepast en aangescherpt. We hebben de afbakening van de Jeugdwet met andere weten nog duidelijker beschreven. Dit is een 54

terugkerend thema. We zullen met enige regelmaat aanpassingen moeten verwerken. Dit draagt bij aan de kwaliteit van de toegang tot jeugdhulp en dit wordt versterkt door de implementatie van effectieve methodieken en het gebruik van een gezinsplan. Daarnaast hebben we gesprekken georganiseerd met de zorgaanbieders, huisartsen en ketenpartners over de uitvoering van de jeugdhulp en de onderlinge samenwerking. Hierdoor ontstaat er meer regie op de medische verwijsroute. De Ondersteuners Jeugd en Gezin (OJG) blijven hierin een belangrijke rol spelen. De OJG krijgt een duidelijker rol als verbinding tussen huisarts en sociale teams. Tot slot hebben we ook ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van jeugdhulp. De werkwijze 'Signs of Safety' wordt in de praktijk toegepast. Aan de hand hiervan worden niet alleen de problemen van inwoners in kaart gebracht, maar ook de krachten. Daarnaast is voor iedere inwoner met een hulpvraag een gezinsplan opgesteld. Op de aanwezigheid van een gezinsplan wordt getoetst.

De ontwikkeling van het kind is het belangrijkst Uitgangspunt 2: De ontwikkeling van het kind is het belangrijkst Een belangrijk uitgangspunt van ons beleid is dat kleine problemen niet groot mogen worden. Om dat te bereiken moet je zo snel mogelijk reageren wanneer je ziet dat het niet goed gaat met de ontwikkeling van een kind. We zien dat niet altijd aankomen, maar vaak wel, omdat er bijvoorbeeld al eerder zorgen waren over het gezin of kind. Zo ziet de Jeugdgezondheidszorg van de GGD bijna alle kinderen in de eerste levensjaren regelmatig. De ontwikkeling van kwetsbare kinderen moet steeds samen met de ouders worden gevolgd. Wanneer het niet helemaal goed gaat, zou je zo snel en licht mogelijk hulp moeten inzetten. Nu gebeurt dat nog niet op die manier, waardoor de hulp soms te laat is of niet gericht op een toekomstig doel. Wat hebben we bereikt? •

We hebben in 2021 meer inzicht gekregen over hoe we tot een sterker en betere jeugdhulplandschap kunnen komen.

Wat hebben we daarvoor gedaan? We hebben in 2021 een aantal stappen gezet om een deel van de jeugdhulp anders te organiseren. Daarbij speelde mee dat er zowel landelijk als in de jeugdhulpregio veel in ontwikkeling was. Denk hierbij aan de hervormingsagenda en de uitspraak van de Commissie van Wijzen, maar ook aan de regiovisie en de vele gesprekken die we hebben gevoerd over de uitvoeringsagenda jeugd en het hybride model. We zijn een proces gestart om samen met een aantal gemeenten in Oost-Groningen en ketenpartners te onderzoeken hoe we jeugdhulp efficiënter kunnen organiseren. Hiermee sluiten we aan bij de gedachte uit de norm voor opdrachtgeverschap. Hoogspecialistische jeugdhulp organiseren we (boven) regionaal, we onderzoeken de mogelijkheden in het middensegment in Oost-Groningen en de lichte hulp organiseren we lokaal. We hebben niet alle geplande stappen kunnen zetten, omdat al deze ontwikkelingen verband houden met elkaar. Tegelijkertijd hebben we veel vooruitgang geboekt. We hebben eerste gesprekken gevoerd met jeugdhulpaanbieders over onze aanpak en ze waren enthousiast. We hebben ook duidelijk kunnen maken dat we oog hebben voor de risico's die ze zien. We zullen dat proces in 2022 verder voortzetten. Voor het verder verbeteren van het jeugdhulpstelsel is een visie en strategie vereist. De regiovisie zal hiervoor kaders bieden, die in 2022 worden geconcretiseerd.

Van te veel kinderen in het gedwongen kader naar 0 Uitgangspunt 3: Van te veel kinderen in het gedwongen kader naar 0 We willen het liefst dat elk kind veilig en thuis kan opgroeien. Dat lukt niet altijd. We streven er naar om het aantal uithuisplaatsingen te laten dalen en gezinnen meer in hun eigen kracht te zetten. We sluiten aan bij het doel van de 'Beweging van 0'. Hiermee werken we toe naar nul kinderen die niet optimaal thuis opgroeien. In de uitwerking van het plan worden gezinnen en werkers aan elkaar verbonden om een positieve beweging in het jeugdhulplandschap op gang te brengen.

55

Wat hebben we bereikt? •

Verbetering van de samenwerking tussen sociale teams en de jeugdbescherming. Het versterken van het gewone leven staat daarbij centraal.

Wat hebben we daarvoor gedaan? Er zijn werkafspraken gemaakt met de jeugdbescherming en de sociale teams om warme overdrachten te borgen. In de praktijk lukt dit niet altijd vanwege wachtlijsten bij de sociale teams. Waar mogelijk trekken we samen op en zien we dat de samenwerking steeds beter verloopt. In 2021 hebben we de 'Beweging van 0' gesteund. We zijn als ambassadeur betrokken bij de beweging en hebben verschillende lokale bijeenkomsten gehad over het onderwerp. Het doel van deze bijeenkomsten is om te reflecteren op wat je zelf kunt doen om het verschil te maken.

Van productgericht naar gezinsgericht Uitgangspunt 4: Van productgericht naar gezinsgericht Ongeveer 400 kwetsbare gezinnen in onze gemeente krijgen, met onderbrekingen, structureel jeugdhulp. De hulp die wordt ingezet, is vooral gericht op de zichtbare gedragsproblemen van kinderen. Het probleem moet passen in de productbeschrijving van de ingekochte zorg. De jeugdhulp heeft daardoor geen antwoord op de vraagstukken waar deze gezinnen zelf mee worstelen. Omdat er geen oplossing komt voor de praktische problemen, ontstaat er ook geen positieve opvoedomgeving. Een positieve opvoedomgeving is wel een voorwaarde voor geslaagde jeugdhulp. Om dat voor deze kwetsbare gezinnen te realiseren is praktische ondersteuning in het gezin zelf nodig. Daarnaast moet hulp gericht zijn op het hele gezin vanuit het totale sociale domein. Samen met het gezin maakt de casemanager van het sociale team hiervoor een plan. Het versterken van het gewone leven vormt daarbij de basis van het plan. Wat hebben we bereikt? •

Het creëren van een positieve opvoedomgeving in de kwetsbare gezinnen, zodat de ingezette jeugdhulp kan slagen;

•

Het versterken van het gewone leven binnen deze gezinnen met behulp van gezinsplannen.

Een positieve omgeving om in op te groeien is van veel factoren afhankelijk. Voor kwetsbare gezinnen bieden we ondersteuning om bij te dragen aan een positieve omgeving. We faciliteren dat al de werkzame jeugdhulpprofessionals in onze gemeente daaraan bij kunnen dragen. Dat doen we onder andere door middel van gezinsplannen en door het ontwikkelen van andere vormen van hulp, zoals gezinsondersteuning. Wat hebben we daarvoor gedaan? We hebben de pilot Gezinsondersteuning geëvalueerd en succesvol afgerond. De cliënten, casemanagers en gezinsondersteuners zijn enthousiast over de vorm van ondersteuning. Daarnaast hebben we aannemelijk kunnen maken dat de kosten voor gezinsondersteuning lager zijn dan wanneer we een jeugdhulpproduct inzetten. Betere ondersteuning voor een betere prijs. In 2021 hebben we gezinsondersteuning ondergebracht binnen de Wmo. De ondersteuning past daar inhoudelijk goed. We helpen ouders bij rust, reinheid en regelmaat in het gezin. Vanaf 2022 is gezinsondersteuning een reguliere vorm van begeleiding die beschikbaar is voor een grotere groep gezinnen. Daarnaast hebben we aansluiting met het initiatief 'Buurtgezinnen', zodat deze dienst ook beschikbaar is voor gezinnen in onze gemeente. Tot slot zijn we gestart met subsidieverlening aan stichting de Toverboom.

De stichting is gestart als bewonersinitiatief en biedt een slimme combinatie van praktische ondersteuning, opvang en activiteiten voor kinderen en ouders.

56

Van uit huis naar thuis Uitgangspunt 5: Van uit huis naar thuis Veel kwetsbare kinderen worden heen en weer gesleept tussen voorzieningen en opvang of uit huis geplaatst omdat het thuis niet meer veilig is. We weten dat een stabiele en bekende opvoedomgeving essentieel is voor het welzijn van het kind. Kinderen moeten zoveel mogelijk worden opgevangen in de eigen woonomgeving wanneer dit in het gezin niet of niet voldoende lukt. In de eigen opvoedomgeving moeten sterke sociale netwerken en voorzieningen aanwezig zijn die lokaal worden versterkt met professionele ondersteuning. Dit betekent dat we lokaal een zo compleet mogelijk aanbod willen bieden van opvang en zorg. Het aanbod moet aanvullend zijn op het gewone leven. Van de jeugdhulp vragen we lokale initiatieven te steunen. Met de zorgaanbieders gaan we onderzoeken hoe we dit mogelijk kunnen maken. Wat hebben we bereikt? •

Kinderen worden opgevangen in hun eigen woonomgeving als thuis wonen niet meer kan;

•

Een zo compleet mogelijk lokaal aanbod van opvang en zorg dat aanvullend is op het gewone leven.

De bovenstaande doelen zijn altijd het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen en sluiten aan bij de 'Beweging van 0'. Wat hebben we daarvoor gedaan? Over het proces rondom de inkoop van jeugdhulp hebben we u bij uitgangspunt 1: 'Meer greep krijgen op de uitgaven' geïnformeerd. We hebben het proces rondom niet-gecontracteerde zorg doorontwikkeld. Hierdoor hebben we grip op de inhoudelijke afwegingen en kosten die samenhangen met deze vorm van zorg. Een bijkomend voordeel is dat we hiermee vrijwel altijd voor betere oplossingen kunnen zorgen op financieel en inhoudelijk gebied. Indicatoren •

We hebben een hybride model ontwikkeld om samen met andere gemeenten en zorgaanbieders jeugdhulp compleet en bereikbaar te maken voor al onze inwoners. Het Open House model wordt op dit moment nog gehanteerd;

•

1872 jeugdigen hebben jeugdhulp ontvangen. Het doel voor de verdere daling richting 1900 kinderen is behaald;

•

Indicaties worden afgegeven op basis van een gezinsplan, sommige jeugdigen ontvangen langdurige hulp. Voor deze jeugdigen wordt niet iedere keer een nieuw plan gemaakt, maar wordt het plan tussentijds geëvalueerd. In 95% van de gevallen zijn verlengingen van indicaties of nieuwe indicaties binnen een traject onderbouwt;

•

De eindrapportage 2021 over de tevredenheid van ouders en jeugdigen over het effect van jeugdhulp (cliënttevredenheidsonderzoek) komt rond de zomer van 2022 beschikbaar;

•

In 2021 zijn drie jeugdigen meer in de jeugdbescherming gekomen ten opzichte van 2020;

•

De kosten van gedwongen jeugdhulp zijn met 1,5% gestegen;

•

We zijn gestart met 'Buurtgezinnen' om alternatieve vormen van opvang voor kinderen in de eigen omgeving beschikbaar te maken.

Jeugdhulp In 2021 hebben we veel gedaan voor de ontwikkeling van jeugdhulp. We kijken hierbij naar hoe de hulp beter kan functioneren, zodat deze zoveel mogelijk bijdraagt aan de sociale veerkracht van onze inwoners. Daarbij hebben we oog voor het zo kosteneffectief mogelijk inzetten van de benodigde ondersteuning. Hierbij sluiten we aan bij landelijke ontwikkelingen zoals de hervormingsagenda en de 'Beweging van 0'.

57

2.2.6 Onderwijs Vergroten van onderwijskansen (Onderwijsachterstandenbeleid) Vergroten van onderwijskansen (Onderwijsachterstandenbeleid) Met het onderwijsachterstandenbeleid richten we ons vooral op het vergroten van kansen voor de jongste kinderen in onze gemeente. We vinden het belangrijk dat alle kinderen een goede start kunnen maken in het (basis)onderwijs. We willen het risico op onderwijsachterstanden, waaronder taalachterstanden, zo vroeg mogelijk signaleren en bestrijden. Dit doen we door kwalitatief goede voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in te zetten. Daarnaast voeren we nog een aantal andere activiteiten uit, zoals leesactiviteiten in de bibliotheek en de taalschool, die bijdragen aan de (taal)ontwikkeling van kinderen of uitval helpen voorkomen. In 2021 zijn we gestart met de tweejarige NPG-pilot 'Tijd voor Toekomst', een verrijkte schooldag, waarmee we de kansengelijkheid op basisscholen vergroten. Om achterstanden, als gevolg van de coronamaatregelen, te bestrijden hebben we in overleg met het onderwijs extra maatregelen genomen. Wat hebben we bereikt? •

We hebben maatregelen genomen om vanaf 2022 de kwaliteit van het VVE-aanbod verder te versterken;

•

We zijn in 2021 gestart met de evaluatie en het herijken van het onderwijskansenbeleid in onze gemeente;

•

We zijn op zeven basisscholen gestart met de NPG-pilot 'Tijd voor Toekomst'.

Wat hebben we daarvoor gedaan? We hebben afspraken gemaakt over de inzet en bekostiging van pedagogische coaches en beleidsmedewerkers voor alle voorschoolse educatie(VE)-locaties conform de wettelijke eisen. Daarnaast stellen we extra uren beschikbaar voor een kwaliteitsmedewerker VE die vanaf 2022, samen met de organisaties, verantwoordelijk is voor het monitoren en versterken van de kwaliteit van het aanbod. Alle aanbieders van voorschoolse educatie hebben één of meerdere medewerkers geschoold tot coach VE en beleidsmedewerker VE. De aanbieders leveren hun verantwoording aan via de Peutermonitor. De monitor brengt de gerealiseerde VE-locaties en kosten per kwartaal in beeld. Op basis van de inhoudelijke verantwoording is in 2021 voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen. We subsidiëren een stimulerend taalaanbod van de bibliotheek waar alle basisscholen en kinderopvanglocaties aan deelnemen. Aan ouders van pasgeborenen worden Boekstarkoffers uitgereikt met voorleesmateriaal voor jonge kinderen en een uitnodiging om gratis lid te worden van de bibliotheek. Wekelijks wordt aan kinderen van 0-6 jaar een boek uitgeleend op school en de peuteropvang. In de meeste kindcentra is een bibliotheek aanwezig. Voor een deel van 2021 is op het consultatiebureau een voorleescoach ingezet.

Oberon heeft in opdracht onze gemeente, in overleg met onderwijs en kinderopvang, een stappenplanplan gemaakt om de huidige situatie rond onderwijskansen in beeld te brengen en het beleid te evalueren. Uit deze evaluatie is naar voren gekomen wat er vanaf 2022 aanvullend nodig is om de onderwijskansen van kinderen in onze gemeente effectief te verbeteren. Daarnaast hebben we in 2021 met het onderwijs, de kinderopvang, de GGD en de sociale teams een plan ontwikkeld rondom de middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs. Tot slot zijn we op zeven basisscholen gestart met de uitvoering van het NPG-project 'Tijd voor Toekomst'. In dit project werken we ook aan het vergroten van de kansengelijkheid voor kinderen. We geven scholen extra tijd om te werken aan het verbeteren van de fysieke en mentale gezondheid van kinderen, de talentontwikkeling, het verminderen van (taal-)achterstanden en het vergroten van hun blik op de wereld.

58

Indicatoren Bij alle vijf aanbieders zijn één of twee mensen geschoold in pedagogische coaching voor de kwaliteitsversterking van het VE-aanbod. Taalactiviteiten

aantal bereikte kinderen

Aantal verstrekte boekstartkoffers

166

Deelname boekenpret

1900

Bibliotheek op school

4600

We hebben samen met het onderwijs en de kinderopvang een plan van aanpak gemaakt om de startsituatie rond onderwijskansen in beeld te brengen, het kansenbeleid te evalueren en te bepalen wat er na 2022 (aanvullend) nodig is om onderwijskansen van kinderen effectief aan te pakken. In 2022 wordt dit uitgevoerd. Op 7 basisscholen is het project Tijd voor Toekomst, verrijkte schooldag, gestart. Wat hebben we bereikt? •

We hebben circa 70% van de doelgroep voor voorschoolse educatie een VE-plek geboden.

Wat hebben we daarvoor gedaan? • We hebben met de GGD de afspraken over screening en toeleiding geëvalueerd. In 2021 lag de focus op het motiveren van ouders om gebruik te maken van voorschoolse educatie wanneer kinderen daarvoor in aanmerking komen. • We hebben in 2021 een VVE-monitor ingevoerd. Hiermee kunnen we het bereik beter monitoren en gerichte maatregelen nemen om het bereik te vergroten. We zien een lichte daling van de deelname aan voorschoolse educatie door krimp en coronamaatregelen. Indicatoren •

Het aantal deelnemers VVE en peuteropvang en de groei hierin op basis van rapportages van de aanbieders. In 2020 is dit: circa 140 VVE en 350 regulier.

•

Deelnemerscijfers VVE afgezet tegen het aantal kinderen dat een doelgroepindicatie heeft gekregen van de GGD. Het bereik in 2021 was circa 70%.

Wat hebben we bereikt? We hebben de samenwerking voor het realiseren van een doorgaande ontwikkeling voor kinderen versterkt. Wat hebben we daarvoor gedaan? •

De aanbieders hebben volgens het vastgestelde protocol "Overdracht voorschool naar basisschool" gewerkt;

•

We hebben coaches van Elker ingezet als verbindende schakel tussen opvang, school, ouders en jeugdgezondheidszorg;

•

We hebben vier keer een VVE-overleg gevoerd met alle aanbieders om de samenwerking af te stemmen;

•

We hebben een subsidie verstrekt voor de coaching van leerlingen, vooral gericht op de overstap naar het voortgezet onderwijs.

59

Indicatoren Alle aanbieders van voorschoolse educatie werken met het overdrachtsprotocol. Wat hebben we bereikt? We hebben ouderbetrokkenheid gestimuleerd. Wat hebben we daarvoor gedaan Voor het stimuleren van ouderbetrokkenheid voeren we het ouderprogramma 'VVE thuis' uit. In 2021 werd de uitvoering van het programma belemmerd door de coronamaatregelen. Een groot deel van het jaar was het niet mogelijk om ouderbijeenkomsten op kindcentra te organiseren. Er is ingezet op het bieden van alternatieven voor het betrekken van ouders bij de activiteiten en taalontwikkeling van hun kind, bijvoorbeeld met behulp van een digitaal aanbod van prentenboeken en taalspelletjes. Inmiddels zijn de bijeenkomsten weer hervat. Indicatoren Door corona is er geen stijging van het aantal groepen en deelnemers aan 'VVE thuis' gerealiseerd. Er was maar een beperkte uitvoering mogelijk. Wat hebben we bereikt? We hebben geïnvesteerd in het meetbaar maken van de resultaten van voorschoolse educatie. Wat hebben we daarvoor gedaan? We hebben de Peutermonitor ingevoerd om het doelgroepbereik en de uitgaven beter te kunnen volgen. In de Peutermonitor wordt een koppeling gemaakt tussen de indicaties van de GGD en de afname van voorschoolse educatie. Hierdoor is in beeld of kinderen met een indicatie gebruik maken van voorschoolse educatie én op welke locaties.

We hebben met de kinderopvang en basisscholen afspraken gemaakt over het registreren en aanleveren van gegevens over de ontwikkeling van de doelgroepkinderen. Met deze gegevens willen we meer zicht krijgen op de ontwikkelingsgroei en hiermee het effect van voorschoolse educatie in kaart brengen. Eind 2021 hebben we de eerste uitvraag gedaan. Indicatoren •

De Peutermonitor is ingevoerd en alle vijf aanbieders van voorschoolse educatie zijn aangesloten.

•

Het doelgroepbereik is circa 70%.

Passend onderwijs Passend onderwijs De Wet Passend Onderwijs en de Jeugdwet verplichten afstemming tussen de samenwerkingsverbanden primair- en voortgezet onderwijs en gemeenten. De verantwoordelijkheid voor passend onderwijs ligt bij het onderwijs. Het onderwijs is niet alleen verantwoordelijk voor een passende onderwijsplek, maar ook voor extra didactische en pedagogische ondersteuning van leerlingen gericht op het leerproces, de onderwijsontwikkeling en het behalen van onderwijsdoelen. Wij zijn verantwoordelijk voor het bieden van jeugdhulp op basis van de jeugdwet, ook in het onderwijs. Het gaat om jeugdhulp in het kader van opgroei-, opvoed-, psychische of gedragsproblemen, die het volgen van (passend) onderwijs belemmeren en daarmee het risico op thuiszitten vergroot. De grens tussen (passend) onderwijs en jeugdhulp is niet altijd even duidelijk en maakt een intensieve samenwerking noodzakelijk. Komende jaren zetten we sterk in op een integrale aanpak van de aansluiting tussen jeugdhulp en onderwijs. 60

Wat hebben we bereikt? We hebben, in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs, concrete afspraken gemaakt met het primair en voortgezet onderwijs over extra preventieve ondersteuning bij sociaal emotionele problemen om onderwijskansen te vergroten en uitval te voorkomen. Wat hebben we daarvoor gedaan? Scholen hebben een scan gemaakt van de ondersteuningsbehoefte van hun leerlingen. Op basis van de uitkomsten is in kaart gebracht welke aanvullende ondersteuning er vanuit ons nodig is en dit hebben we besproken de schoolbesturen. De ondersteuningsbehoefte is vooral aanwezig op het gebied van sociaal en emotionele problematiek bij kwetsbare leerlingen die, vaak versterkt door de coronamaatregelen, het leren in de weg staat. We hebben met het voortgezet onderwijs afspraken gemaakt over het uitbreiden van de verzuimbegeleiding door de GGD en het uitbreiden van lichte, vrij toegankelijke, jeugdhulp voor (dreigende) thuiszitters. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met Kwartier Zorg en Welzijn en de buurtsportcoaches over de inzet van jongerenwerk, sportactiviteiten en coaching. Met het primair onderwijs hebben we een plan gemaakt voor de inzet van vijf jeugdondersteuners op acht kindcentra voor een pilotperiode van twee jaar. Dit plan is in 2021 uitgewerkt en vastgesteld in overleg met het onderwijs.

We geven hiermee invulling aan de afgesproken ondersteuningsroute onderwijs-jeugdhulp en de transformatie-agenda.

Aanpak laaggeletterdheid Aanpak laaggeletterdheid Iedereen moet mee kunnen doen in de samenleving. Om mee te kunnen doen zijn vaardigheden zoals lezen, rekenen en het gebruiken van een computer of smartphone nodig. Een te groot deel van onze inwoners heeft hier nog moeite mee. Vanuit de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB), via centrumgemeente Groningen, ontvangen we middelen die we ook in 2021 ingezet hebben voor de aanpak van laaggeletterdheid. Wat hebben we bereikt? Het bereiken van onze doelen is door corona lastig gebleken. Veel activiteiten konden niet doorgaan, maar waar mogelijk hebben we online dienstverlening aangeboden. Wat hebben we daarvoor gedaan? •

Vanwege corona konden veel fysieke activiteiten niet plaatsvinden in de Taalhuizen. We hebben, waar mogelijk, online dienstverlening aangeboden;

•

De Taalhuizen en de taalcoördinator hebben de doelgroep een passend aanbod geboden en zorgden voor een groter bereik. In 2021 ook via het online Taalhuis;

•

Via de stuur- en werkgroep en onze contacten met professionals agendeerden we dit onderwerp en zorgden we met elkaar voor eerdere signalering en doorverwijzing.

Indicatoren •

Bereik van laaggeletterden: 40 intakes taaldeelnemers, 20 intakes vrijwilligers Taalhuis;

•

Bewustwording en herkenning: 6 voorlichtingen en trainingen aan taalvrijwilligers.

61

Leerlingenvervoer Leerlingenvervoer Leerlingenvervoer is voor: •

leerlingen met een beperking;

•

leerlingen die meer dan zes kilometer van de dichtstbijzijnde school wonen;

•

leerlingen waarvan de ouders een voorkeur hebben voor de richting van de school.

Wat hebben we bereikt? •

We hebben het leerlingenvervoer op de wettelijk voorgeschreven manier uitgevoerd. Dit betekent dat we vervoer regelen of vergoeden naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor leerlingen die hier recht op hebben. Leerlingenvervoer gebeurt meestal via een taxibus van Connexxion (aangepast vervoer). Een vergoeding voor eigen vervoer met de auto, fiets of het openbaar vervoer is ook mogelijk.

•

In 2021 is het vanwege de coronamaatregelen niet mogelijk geweest om actief in te zetten het gebruik van openbaar vervoer. We verwachten dat dit in het schooljaar 2022-2023 wel mogelijk is.

Wat hebben we daarvoor gedaan? •

In 2021 maakten 340 leerlingen gebruik van het leerlingenvervoer. Dat zijn er twee meer dan in 2020. Het grootste deel van de leerlingen (268) maakte gebruik van aangepast vervoer. 40 leerlingen kregen een vergoeding voor eigen vervoer en 16 voor openbaar vervoer. 16 leerlingen krijgen een gedeelde vergoeding voor aangepast vervoer en eigen vervoer.

•

We hebben in 2021 een nieuwe verordening leerlingenvervoer voorbereid. We kiezen voor meer samenwerking met de Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Ook laten we ouders beter stilstaan bij de vraag welk soort vervoer voor hun kinderen mogelijk is. De nieuwe verordening is in maart 2022 vastgesteld.

Onderwijshuisvesting Opgave 1: Gemeentelijke verordening De gemeente heeft na decentralisatie van de onderwijshuisvesting per 1 januari 1997 de opdracht om te voorzien in adequate huisvesting voor het primair en voortgezet onderwijs. Gemeenten leggen in een verordening huisvesting onderwijs vast hoe de gemeente voldoet aan de wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van het primair en het voortgezet onderwijs. Vanwege een aantal wetswijzigingen is eind 2021 een nieuwe 'Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Midden-Groningen' vastgesteld. Aansluitend op deze verordening is ook nadere regelgeving omtrent de bekostiging van bewegingsonderwijs en een 'Verordening materiele en financiële gelijkstelling' vastgesteld. De nieuwe verordeningen zijn per 1 januari 2022 in werking getreden. Wat hebben we bereikt? We hebben verordeningen met nadere regels vastgesteld die de invulling van de gemeentelijke zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting voor de komende jaren waarborgt. Hierdoor borgen we een doeltreffende en doelmatige organisatie en financiering van de onderwijshuisvesting in onze gemeente.

62

Wat hebben we daarvoor gedaan? We hebben in overleg met alle betrokken partijen geactualiseerde verordeningen en nadere regelgeving op het gebied van onderwijshuisvesting vastgesteld om de invulling van de gemeentelijke zorgplicht voor de komende jaren te waarborgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12834526/1