CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Bijlage Nota zienswijzen, commentaar en wijzigingen

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Buitengebied21.682 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Op de verbeelding wordt het

31

Reclamant stelt voor om het bouwvlak aan te passen en iets te vergroten om aan te sluiten bij gewenste nieuwbouw van een (vrijstaande) bedrijfswoning en loods. Verder wordt geconstateerd dat de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – bedrijfskavel’ met een omvang 1,25 hectare is komen te vervallen. Functies die binnen dit gebied waren toegestaan moeten nu binnen het bouwvlak plaatsvinden.

De zienswijze wordt op dit punt overgenomen. Een aanpassing van het bouwvlak aan de voorzijde van het perceel is mogelijk. Het bouwvlak wordt daarbij in noordoostelijke richting aangepast in lijn met het huidige voorerf. Een bouwvlak van 1 hectare is het uitgangspunt in dit bestemmingsplan. Alleen in specifieke gevallen is het vanwege ruimtegebruik of milieuredenen mogelijk om hiervan af te wijken. Gelet op de beschikbare ruimte binnen het bouwvlak is het in dit geval niet wenselijk om een groter bouwvlak toe te staan.

bestemmingsvlak en het bouwvlak aangepast.

In het bestemmingsplan is een wijzigingsregeling opgenomen om onder voorwaarden het bouwvlak te vergroten tot maximaal 2 hectare. De aanduiding bedrijfskavel is vanwege toepassing van een andere systematiek komen te vervallen. Alle agrarische bouwpercelen hebben nu een aparte bestemming Agrarisch – Bedrijf met daarbinnen een bouwvlak van 1 hectare of groter voor bestaande (vergunde) situaties. Deze aanpassing heeft geen directe gevolgen voor de bedrijfsvoering. Gebouwen en bouwwerken voor mest- en voeropslag zijn alleen in het bouwvlak toegestaan. Dit is in het huidige bestemmingsplan ook zo vastgelegd. 3. Dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie Karakteristiek.

3.Dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie Karakteristiek. De zienswijze wordt op dit punt deels overgenomen.

Reclamant stelt voor om de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie te verwijderen. Deze regeling is een ‘dubbeling’ met de aanduiding karakteristiek en is ook niet meer nodig omdat de boerderij geen toekomstwaarde heeft. Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

Op de verbeelding wordt de dubbelbestemming aangepast.

Deze dubbelbestemming is overgenomen uit het facetbestemmingsplan dat in 2018 is opgesteld om alle karakteristieke panden eenduidig in het bestemmingsplan op te nemen. In dit bestemmingsplan was het niet mogelijk om

32

zonder dubbelbestemming te werken. In feite regelt deze bestemming samen met de aanduiding de sloopbescherming van de boerderij. Het klopt dat deze bestemming nu een te groot gebied heeft bestemd. Dit passen wij aan, zodat de dubbelbestemming meer in lijn is met de boerderij en het voorerf. De overige bedrijfsgebouwen (loods) vallen niet onder deze regeling.

14.

Noordbroek, Sappemeersterweg 42 Er wordt verzocht om aan de locatie Sappemeersterweg 42 een agrarisch bouwvlak toe te kennen. In het verleden heeft hier een agrarisch bedrijf gestaan en er staat nog een schuur. Het is de bedoeling om hier weer een agrarisch bedrijf te realiseren. Men geeft aan niet op de hoogte te zijn gebracht dat de agrarische bestemming in 2013 zou vervallen. Men was in de veronderstelling dat als er fundamenten in de grond zitten, er altijd mag worden herbouwd. Op basis van het provinciaal beleid zou nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf wel zijn toegestaan.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.

Geen wijzigingen.

Aan het perceel is de bestemming Agrarisch – Cultuurgrond toegekend. De overgebleven schuur is specifiek aangeduid als veldschuur en mag voor agrarische doeleinden worden gebruikt. Een volledig nieuw agrarisch bedrijf is binnen deze bestemming niet mogelijk. Bij het opnemen van de hiervoor genoemde bestemming is het volgende overwogen. De bebouwing was in zeer slechte staat, doordat het niet meer werd gebruikt en niet meer werd onderhouden. De sloopvergunning is verleend in juni 2005. De gebouwen zijn gesloopt, met uitzondering van 1 schuur. Als vanwege een calamiteit een gebouw moet worden afgebroken, is het van belang om zo spoedig mogelijk een aanvraag te doen voor herbouw van het pand. Onder het oude planologische regime (tot 2013) zijn er echter geen concrete pogingen tot realisering van de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden ondernomen.

33

In de afgelopen 15 jaar is geen aanvraag gedaan voor herbouw en sinds 2013 is een vergunning hiervoor ook niet meer verleenbaar op basis van de huidige provinciale omgevingsverordening. Nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf is op basis van artikel 2.26.1.van de Provinciale Omgevingsverordening (POV) niet toegestaan, zeker als er sprake is van een nabij gelegen bestaand agrarisch bedrijfsperceel, waarvan gebruik kan worden gemaakt. Slechts in enkele uitzonderingsgevallen is dit wel mogelijk. Deze situaties zijn hier niet van toepassing. Het agrarisch bedrijf is gevestigd op nummer 36. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van de veldschuur op nummer 42. De aanwezigheid van deze schuur geeft geen rechten om op nr. 42 een extra agrarisch bedrijf te vestigen. De regeling in het voorontwerp buitengebied MiddenGroningen is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied (Menterwolde 2013). Ook daar had het perceel geen agrarisch bouwvlak meer. De bouwrechten zijn in 2013 vervallen. Een bestemmingsplan heeft in beginsel een geldigheid van 10 jaar en legt zoveel mogelijk de bestaande situatie vast. Bestemmingsplannen worden op de voorgeschreven wijze meerdere keren gepubliceerd, waarbij de mogelijkheid bestaat van het doen van inspraak, zienswijze en beroep. Dit was ook het geval bij het bestemmingsplan Buitengebied (Menterwolde).

Bij het bestemmingsplan in 2013 is er geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op het bestemmingsplan en zijn de rechten vervallen.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

34

15.

Noordbroek, Slochterweg 1 a. Reclamant verzoekt om een beperkte aanpassing van het bouwvlak. Uitgangspunt hiervoor is het erfinrichtingsplan op basis van de maatwerkmethode. Aanpassing is noodzakelijk in het kader van dierenwelzijn en duurzaamheid. Het aantal dieren wordt niet gewijzigd.

b. De aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – kleinschalige windturbine’ en de aanduiding Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

De zienswijze wordt voor dit onderdeel overgenomen. Het bestemmingsplan Buitengebied maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. In voorliggend geval gaat het om de wijziging van een aanwezig bouwvlak bij een bestaand agrarisch bedrijf. Met het verzoek is dan ook geen sprake van een nieuwe ontwikkeling. In het bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden aan het wijzigen van de situering van een agrarisch bouwvlak, mits de oppervlakte gelijk blijft. Dit kan bij bedrijfstechnische noodzaak voor een wijziging en wanneer het nieuwe bouwvlak voorzien is van een goede landschappelijke inpassing. Hiervoor dient een wijzigingsprocedure te worden doorlopen. Het verzoek is in lijn met de opgenomen mogelijkheden in het bestemmingsplan. Een aanpassing uit oogpunt van dierenwelzijn en duurzaamheid valt onder een dergelijke bedrijfstechnische noodzaak. Door middel van het opgestelde erfinrichtingsplan wordt een goede landschappelijke inpassing gewaarborgd. Omdat voldaan kan worden aan de opgenomen voorwaarden hoeft geen aparte procedure te worden doorlopen, maar kan het voornemen betrokken worden in het vast te stellen bestemmingsplan. Het nieuwe erfinrichtingsplan wordt als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan. Met het bedrijf is een overeenkomst getekend omtrent het plan en de landschappelijke inpassing. De aanpassing van het bouwvlak wordt verwerkt in het bestemmingsplan.

De oppervlakte blijft binnen 2 hectare. Het aantal dieren wordt niet uitgebreid. De zienswijze wordt voor dit onderdeel deels overgenomen.

Op de verbeelding wordt het bouwvlak aangepast. In de bijlagen van het plan wordt het erfinrichtingsplan opgenomen.

Op de verbeelding wordt de aanduiding

35

‘intensieve veehouderij’ ontbreekt. Verzocht wordt om deze alsnog op te nemen.

16.

Overschild, Eemskanaal zuidzijde 8 Reclamant verzoekt om de aanduiding “loonbedrijf” toe te voegen aan de agrarische bestemming van zijn perceel. Opgemerkt wordt dat sinds 1990 reclamant ter plaatse naast het agrarische bedrijf ook loonwerkzaamheden verricht. De loonwerkzaamheden bestaan uit grondverzetactiviteiten en loonwerk voor de veehouderij en akkerbouw in de nabije omgeving. Het loonwerk vormt een neventak van het agrarische bedrijf.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

De aangedragen aanduidingen zoals deze wel in het geldend bestemmingsplan zijn opgenomen, ontbreken op de verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan. De aanduidingen worden toegevoegd aan de verbeelding. De ingetekende windmolen (noordwest) grenst wel aan het erf, maar niet direct aan het bestaande bouwvlak. Vanuit het provinciaal beleid en het welstandsbeleid, moet de kleinschalige windmolen in principe vallen in het bouwvlak. Om hieraan te kunnen voldoen, moet de windmolen aan de zuidwestzijde worden gerealiseerd. Op deze manier past de kleinschalige molen in het bouwvlak en sluit aan bij (toekomstige) gebouwen). Er wordt op gewezen dat voor de plaatsing van de windmolen zelf nog een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, die wordt getoetst aan het beleid en de daarbij behorende randvoorwaarden. In dit verband is het mogelijk dat vanuit welstandsoverwegingen aanvullende voorwaarden worden gesteld aan de situering van de kleinschalige windturbine.

intensieve veehouderij opgenomen en de aanduiding kleinschalige windturbine wordt verwerkt (bouwvlak).

De zienswijze wordt overgenomen.

De verbeelding wordt aangepast door toevoeging van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch – loonbedrijf”.

In de zienswijze wordt aangegeven dat sprake is van een nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf. Er is geen sprake van een volwaardig loonbedrijf. Tegen het toekennen van de gevraagde aanduiding voor een bestaand, ondergeschikt aan het agrarisch bedrijf, gevestigd loonbedrijf bestaan geen bezwaren.

36

17.

Overschild, Meerweg 24 Reclamant verzoekt het ingetekende bouwvlak op het betrokken perceel aan te passen conform een aangeleverde tekening. Hierbij is sprake van een nieuwe melkveestal (in het bouwvlak) en een jongveestal (grotendeels buiten het bouwvlak). Het is de wens om de jongveestal 14 meter buiten het bouwvlak te bouwen (richting de openbare weg en buren). Buren hebben hier geen problemen mee volgens reclamant. De door de gemeente voorgestelde uitbreiding in het bouwvlak (oostzijde) is voor reclamant minder praktisch qua logistiek.

De zienswijze wordt deels overgenomen. In het nieuwe (en in he huidige) bestemmingsplan is er ruimte voor uitbreiding van de bedrijfsgebouwen aan de oostkant -en deels de zuidkant van het perceel. De voorgestelde locatie voor de te realiseren jongveestal ligt echter aan de westzijde van het perceel en buiten het huidige bouwvlak.

Op de verbeelding wordt aan de zuidkant het bouwvlak iets aangepast, zodat de realisatie van de melkveestal mogelijk is.

Reclamant geeft voor de locatie van de jongveestal bedrijfseconomische redenen aan, maar ruimtelijk en stedenbouwkundig gezien is deze situering niet wenselijk. De geplande jongveestal wordt dichter op de weg gebouwd (voor de rooilijn van de bestaande woning), maar ook op een kortere afstand van de omliggende woonbebouwing. Er ontstaat een verzameling gebouwen met weinig ruimtelijke samenhang of landschappelijke inpassing. Een uitbreiding aan de oostkant of zuidoostkant is op dit perceel passender. Een goede ruimtelijke ordening, landschappelijk inpassing en evenwichtige stedenbouwkundige indeling gaat voor een bedrijfseconomisch voordelige indeling. In deze situatie vinden wij dan ook van belang dat voor de gevraagde uitbreiding van de jongveestal eerst een nadere stedenbouwkundige afweging met een maatwerkmethode (o.a. landschappelijke inpassing) is vereist. Op voorhand zien wij dan ook geen redenen om nu tot inwilliging van het verzoek voor aanpassing van het bouwblok voor de jongveestal over te gaan.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

37

Wij kunnen ons wel vinden in de voorgestelde aanpassing van het bouwblok voor wat betreft de bouw van de melkveestal aan de zuidkant (nabij de af te breken mestsilo).

18.

Sappemeer noord, Glastuinbouw Nederland Reclamant kan zich niet vinden in de opgenomen regels met betrekking tot glastuinbouw. Reclamant draagt aan dat de tuinbouwsector volop in beweging en in ontwikkeling is en verzoekt om de uitbreidingsruimte zoals deze in de voorheen geldende plannen was opgenomen, dienovereenkomstig op te nemen. Reclamant verzoekt eveneens een zoekgebied voor duurzame energie toe te passen in het buitengebied.

De zienswijze wordt niet overgenomen. Daartoe overwegen wij het volgende.

Geen wijzigingen

Wij begrijpen de zorgen van reclamant dat zij de mogelijkheden in de toekomst willen behouden voor het exploiteren van glastuinbouw, voor zowel bestaande als nieuw te vestigen glastuinbouwbedrijven. Het bestendigen van de huidige planologische mogelijkheden is echter in strijd met het provinciale beleid. De in het verleden opgenomen zoekgebieden voor nieuwe glastuinbouwbedrijven zijn door de provincie geschrapt. De provincie heeft de bevoegdheid vanuit de Wro om ruimtelijke ordeningsbeleid op te stellen in het kader van provinciaal belang. Dit ruimtelijke beleid is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Het gemeentelijk beleid moet aan deze verordening voldoen. Weliswaar komt de gemeenteraad bij de vaststelling van bestemmingsplannen een grote mate van beleidsvrijheid toe, maar aan de andere kant is hij gehouden aan hoger beleid van provincie en rijk. Bij de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten in 2019 heeft de gemeenteraad aangegeven dat er – rekening houdende met het provinciale beleid- geen nieuwe (glas)tuinbouw(bedrijven) meer worden toegestaan. Daarbij

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

38

worden bestaande tuinbouwbestemmingen die niet als zodanig is gebruik zijn omgezet naar een agrarische bestemming. Wel blijft er maatwerk (nodig) voor bestaande glastuinbouwbedrijven er is er gekozen voor een meer logische begrenzing, waarbinnen nog ruimte is voor glastuinbouw. In het bestemmingsplan is rekening gehouden met uitbreidingsmogelijkheden voor de bestaande glastuinbouwbedrijven door de planologische mogelijkheden ten westen van de Laveiweg te behouden. De omstandigheid dat huidige glastuinbouwondernemers in de nabije toekomst volop mogelijkheden zien en verwachten dat er in de komende tien jaar stevig kan worden geïnnoveerd, geïnvesteerd en in glasoppervlakte wordt uitgebreid, doet niet af aan de verplichting van de gemeenteraad om bij een vaststelling van een bestemmingsplan te voldoen aan het provinciale beleid. Wat het aanwijzen van een zoekgebied voor duurzame energie betreft het volgende. Ook de gemeente juicht de toepassing van duurzame energie toe. Als dat gerelateerd is aan een bestaand glastuinbouwbedrijf dan zal daar ruimte voor moeten worden gezocht binnen de huidige bestemming en bouwvlak. Voor nieuwe meer grootschalige ontwikkelingen die verder gaan dan alleen energieopwekking voor de bestaande glastuinbouwbedrijven is een afzonderlijke ruimtelijke procedure vereist, die moet worden getoetst aan het relevante beleid.

Wij zien thans geen mogelijkheden om in het kader van dit bestemmingsplan zoekgebieden voor duurzame energie aan te wijzen.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

39

Als we het daarbij hebben over de aanleg van zonneparken dan is het volgende nog van belang. Het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied maakt geen grootschalige parken met zonnepanelen mogelijk. Zonneparken worden via een omgevingsvergunning met een eigen procedure gerealiseerd. Daarbij vindt toetsing plaats aan het vastgestelde gemeentelijke beleid voor het realiseren van zonneparken. In dat beleid zijn wel zoekgebieden aangewezen. Die toetsing vindt niet via dit bestemmingsplan plaats. Op basis van het provinciale beleid kunnen met een omgevingsvergunning vergunde zonneparken niet definitief worden bestemd. We kunnen verleende omgevingsvergunningen voor zonneparken dan ook niet in dit bestemmingsplan meenemen. De zienswijze is geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Wel is in de toelichting van het bestemmingsplan een update gegeven op welke locaties in de gemeente zonneparken worden gerealiseerd.

19.

Sappemeer noord, glastuinbouwgebied a.Reclamant constateert dat de bestemming van de betrokken gronden is gewijzigd in ‘Agrarisch – Cultuurgrond’. Hiermee zijn de mogelijkheden voor glastuinbouw, zoals opgenomen in het geldend plan, verwijderd. Reclamant is van mening dat glastuinbouw op deze locatie vanuit een goede ruimtelijke ordening logisch is.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

De zienswijze wordt niet overgenomen.

Geen wijzigingen

Allereerst begrijpen wij de zorgen van eigenaren van gronden nabij het huidige glastuinbouwgebied dat zij de mogelijkheden in de toekomst willen behouden voor het exploiteren van glastuinbouw. Dit is echter, zoals reclamant zelf ook al aangeeft, in strijd met het provinciale beleid. De in het verleden opgenomen zoekgebieden voor nieuwe glastuinbouwbedrijven zijn door de

40

Reclamant is van mening dat het wegbestemmen hem planschade berokkent. Reclamant zal die, op de daarvoor aangewezen weg, op de gemeente verhalen. De gemeenteraad kan dit voorkomen door alsnog de mogelijkheid van glastuinbouw op het perceel op te nemen. Dat de provincie Groningen geen glastuinbouw meer mogelijk wil maken, laat dat onverlet. De gemeenteraad heeft een eigen, ruime, beleidsvrijheid waarbinnen hij ruimtelijke afwegingen kan en mag maken. Wanneer hij van die vrijheid gebruik maakt, is niet op voorhand gezegd dat het toestaan van glastuinbouw ook door gedeputeerde staten wordt gesanctioneerd. Reclamant vraagt daarom om die mogelijkheid in het bestemmingsplan te laten terugkeren.

provincie geschrapt. De provincie heeft de bevoegdheid vanuit de Wro om ruimtelijke ordeningsbeleid op te stellen in het kader van provinciaal belang. Dit ruimtelijke beleid is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Het gemeentelijk beleid moet aan deze verordening voldoen. Weliswaar komt de gemeenteraad bij de vaststelling van bestemmingsplannen een grote mate van beleidsvrijheid toe, maar aan de andere kant is hij gehouden aan hoger beleid van provincie en rijk. Bij de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten in 2019 heeft de gemeenteraad aangegeven dat er – rekening houdende met het provinciale beleid- geen nieuwe (glas)tuinbouw(bedrijven) meer worden toegestaan. Daarbij worden bestaande tuinbouwbestemmingen die niet als zodanig is gebruik zijn, omgezet naar een agrarische bestemming. Wel blijft er maatwerk (nodig) voor bestaande glastuinbouwbedrijven en is er gekozen voor een meer logische begrenzing, waarbinnen nog ruimte is voor glastuinbouw. In het bestemmingsplan is rekening gehouden met uitbreidingsmogelijkheden voor de komende jaren, onder meer door de planologische mogelijkheden ten westen van de Laveiweg te behouden. Het opnieuw bestemmen van de door reclamant genoemde beide percelen liggen niet binnen de hiervoor genoemde grenzen. Bovendien is op deze percelen geen sprake van een bestaand glastuinbouwbedrijf.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

41

De door reclamant voorgestelde aanpassing is in strijd met het provinciale beleid, dat al vanaf 2016 van kracht is en opgenomen is in de Omgevingsverordening. Tegelijk moet worden geconstateerd dat de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied zeer moeizaam gaat c.q. is gegaan. De afgelopen jaren was er sprake van een overgangsperiode, waarin nog wel nieuwe bedrijven konden worden gevestigd op basis van het oude bestemmingsplan. Er is niet of nauwelijks gebruikt gemaakt van deze mogelijkheid. Een bestemmingsplan moet realiseerbaar zijn en economisch uitvoerbaar. Het opnemen van een groot gebied voor mogelijke nieuwe glastuinbouw is hiermee in strijd. Reclamant stelt dat hij de planschade op de gemeente gaat verhalen. Hierover wordt opgemerkt dat het reclamant vrij staan om binnen de wettelijke mogelijkheden van de Wet Ruimtelijke Ordening een aanvraag om planschade in te dienen. Hiervoor geldt een afzonderlijke procedure, die op zijn eigen merites wordt beoordeeld. Overigens wordt in dit verband opgemerkt dat er vanuit de voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer naar reclamant in 2016 een brief is gestuurd. In die brief wordt melding gemaakt dat er een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding is en dat bij ongebruikte glastuinbouwpercelen de bestemming komt te vervallen. Reclamant verwijst in zijn eerdere inspraakreactie op het voorontwerp daar ook naar.

Deze brief kan worden gezien als de bekendmaking van een concreet beleidsvoornemen. Er is derhalve in een vroegtijdig stadium aangegeven dat het beleid gaat veranderen. Dit gaf eigenaren de tijd om alsnog Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

42

hun plannen op basis van de oude rechten te realiseren. Onder het oude planologische regime zijn voor het perceel van reclamant echter geen concrete pogingen tot het realiseren van glastuinbouw ondernomen. b.Reclamant constateert verder dat de gebruiksmogelijkheden ten behoeve van landbouw voor de betrokken gronden, vanwege gebruik voor zandwinning, maar beperkt zijn. Een andere medebestemming zoals voor duurzame energieopwekking in de vorm van een zonneveld is dan ook passend, zo constateert reclamant. Reclamant verwijst hiervoor naar het beleid ‘Zonneparken Midden – Groningen’. Reclamant verzoekt om het bestemmingsplan dusdanig aan te passen zodat zonneparken op de betrokken gronden kunnen worden gerealiseerd.

De zienswijze wordt niet overgenomen. Het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied maakt geen grootschalige parken met zonnepanelen mogelijk. Zonneparken worden via een omgevingsvergunning met een eigen procedure gerealiseerd. Daarbij vindt toetsing plaats aan het vastgestelde gemeentelijke beleid voor het realiseren van zonneparken. Die toetsing vindt niet via dit bestemmingsplan plaats.

Geen wijzigingen

Overigens mogen op basis van het provinciale beleid met een omgevingsvergunning vergunde zonneparken niet definitief worden bestemd. We kunnen verleende omgevingsvergunningen voor zonneparken dan ook niet in dit bestemmingsplan meenemen. De zienswijze is op zich geen aanleiding om het bestemmingsplan in juridische zin aan te passen. Wel is in de toelichting van het bestemmingsplan een update gegeven op welke locaties in de gemeente zonneparken worden gerealiseerd.

20.

Sappemeer noord, glastuinbouwgebied SMIT kwekerijen De zienswijze van reclamant heeft betrekking op de Per locatie is aangegeven hoe de zienswijze is beoordeeld en planregels die voor 5 locaties van toepassing zijn. tot welke eventuele aanpassingen dat leidt. Per locatie worden deze benoemd. De zienswijze wordt op een aantal punten overgenomen.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

43

1. Locatie Siepweg 7 te Sappemeer.

De zienswijze wordt op dit punt overgenomen.

Bij deze locatie is een waterbassin aanwezig van 3070 m2, terwijl er volgens de planregels de oppervlakte van waterbassins maximaal 3000 m2 mogen bedragen. Verzocht wordt om ter plaatse van dat bassin een nadere aanduiding in het plan op te nemen, zodat het feitelijk aanwezige bassin toegestaan blijft.

Voor het realiseren van een (nieuw) waterbassin binnen een bouwvlak is in de planregels bepaald dat de oppervlakte van een waterbassin niet meer bedraagt dat 3000 m2. Bestaande bassins binnen het bouwvlak die groter zijn dan 3000 m2 worden hierdoor onder het overgangsrecht geplaatst. Dit is geen wenselijke ontwikkeling. We passen de planregels aan dat bestaande bassins die groter zijn dan 3000 m2 ook zijn toegestaan.

De planregel wordt aangepast.

Ook bestaande waterbassins die zich buiten het bouwvlak bevinden worden als zodanig aangeduid. 2. Locatie Langewijk 5b te Sappemeer

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.

Verzocht wordt om een aanpassing van het bouwvlak, De in het plangebied opgenomen bouwvlakken zijn bepaald mede ook vanwege het feit dat een bestaande aan de hand van een aantal criteria. Daarbij is onder andere tunnelkas dan binnen dat bouwvlak komt te liggen. gekeken naar de bouwvlakken zoals die in het vigerende bestemmingsplan zijn opgenomen. Met de situering van bouwvlakken is ook het creëren van een goed en woonklimaat voor aangrenzende particuliere woonbebouwing van belang. In de situatie van de Langewijk hebben we te maken met tuinbouwkassen die al direct aan de eigendommen van particulieren grenzen. Eigenlijk is een dergelijke situatie niet optimaal. Rekening houdende met het voorgaande zien wij geen aanleiding de bestaande bouwvlakken nog verder in de richting van nabijgelegen burgerwoningen uit te breiden. Wij achten dit geen wenselijke ontwikkeling. Het feit dat ter plaatse een tunnelkas aanwezig is, doet hieraan niets af.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

Geen wijzigingen Ambtshalve wordt de verbeelding aangepast door de bestemming van enkele particuliere tuinen te wijzigen in Wonen.

44

Volgens de planregels mogen bestaande gebouwen buiten de bouwvlakken blijven staan. Overigens is er ambtshalve wel aanleiding om enkele particuliere tuinen als wonen te gaan bestemmen, dit conform het huidige gebruik en de feitelijke eigendomssituatie. Deze tuinen zijn ten onrechte als tuinbouwgebied bestemd. 3. Rijksweg oost 107 te Sappemeer

3. Rijksweg oost 107 te Sappemeer

Gemeld wordt dat ter plaatse van de containervelden aan de noordzijde van het kassencomplex geen bouwvlak is opgenomen, terwijl uit de planregels blijkt dat dergelijke voorzieningen binnen een bouwvlak gesitueerd moeten zijn. Verzocht wordt het bouwvlak op dat punt aan te passen. Tevens wordt verzocht het bouwvlak in westelijke richting uit te breiden.

De zienswijze wordt op dit punt gedeeltelijk overgenomen. Hiervoor is bij punt 2 aangegeven welke criteria zijn gehanteerd bij de bepaling van de bouwblokken bij de glastuinbouwbedrijven. In principe dient alle bebouwing ten behoeve van die bedrijven binnen een bouwvlak te worden gerealiseerd.

De verbeelding wordt aangepast met het toevoegen van een aanduiding ter plaatse van het containerveld aan de noordzijde en een waterbassin aan de zuidwestzijde van het tuinbouwbedrijf.

Voor het realiseren van teeltondersteunende voorzieningen, zoals bijvoorbeeld in de vorm van een containerveld, buiten het bouwvlak is in het plan een afwijkingsregeling opgenomen. Er kan dan per situatie een afweging worden gemaakt of realisering van een containerveld een wenselijke ontwikkeling is. Bij die afweging wordt o.a. betrokken de landschappelijke of natuurlijke waarden, de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden op aangrenzende gronden, maar ook wordt er rekening gehouden met milieuaspecten, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. Het bewuste containerveld is in 2020 gerealiseerd na een planologische procedure. Voor dat veld wordt op de verbeelding een aanduiding geplaatst, zodat deze is Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

45

geformaliseerd. Een aanpassing van het bouwvlak is dan niet noodzakelijk, maar bovendien niet wenselijk. Ambtshalve is er aanleiding om ook een aanduiding te plaatsen voor een aangelegd waterbassin aan de zuidwestzijde van het perceel aangezien deze ook gedeeltelijk buiten het bouwvlak is gesitueerd. 4. Rijksweg oost 119 te Sappemeer

De zienswijze wordt op dit punt gedeeltelijk overgenomen.

Bij deze locatie zijn voor containervelden en het waterbassin aan de noordzijde van het kassencomplex geen bouwvlak opgenomen. Verzocht wordt om aanpassing van het bouwvlak zodat deze elementen alsnog binnen een bouwvlak zijn gesitueerd.

Onder verwijzing naar de argumentatie bij punt 3 van deze zienswijze wordt voor het containerveld aan aanduiding op de verbeelding geplaatst. Voor het waterbassin is al een aanduiding aanwezig.

5. Rijksweg oost 123a te Sappemeer

De zienswijze wordt op dit punt gedeeltelijk overgenomen.

Ook bij deze locatie bevinden zich aan de noordzijde van het kassencomplex containervelden, een silo en een waterbassin. Ter plaatse van een oprit aan de oostzijde is eveneens geen bouwvlak opgenomen. Verzocht wordt het bouwvlak voor die voorzieningen uit te breiden, zodat die binnen een bouwvlak vallen.

Onder verwijzing naar de argumentatie bij punt 3 van deze zienswijze wordt voor het containerveld aan aanduiding op de verbeelding geplaatst. Voor het waterbassin is al een aanduiding aanwezig. Voor de genoemde silo is geen aanpassing van het bestemmingsplan omdat deze al binnen het bouwvlak is gesitueerd. Het toekennen van een bouwvlak ter plaatse van de oprit/toegangsweg aan de oostzijde achten wij geen wenselijke ontwikkeling (afstand tot woonbebouwing, milieueisen e.d.). Voor die oprit/toegangsweg is een bestemming Agrarisch-Glastuinbouw, zonder bouwvlak, voldoende.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

De verbeelding wordt aangepast met het toevoegen van een aanduiding ter plaatse van het containerveld aan de noordoostzijde van het kassencomplex. De verbeelding wordt aangepast door toekenning van aan aanduiding voor het containerveld. Voor de oprit c.q. toegangsweg wordt de bestemming AgrarischGlastuinbouw (zonder bouwvlak) toegekend aan de verbeelding

46

21.

Sappemeer, Tripscompagnie 16 Reclamant spreekt zijn genoegen uit over de opgenomen bestemming en de wijzigingsmogelijkheid voor het bouwen van een extra woning op de betrokken gronden. Wel wordt verzocht om duidelijkheid over de exacte locatie van de nieuwe woning. Daarnaast geeft reclamant een voorkeurslocatie voor de woning weer. Reclamant verzoekt ook om duidelijkheid over het opgenomen koppelteken op de verbeelding en spreekt de wens uit om in de toekomst de nieuwe woning vrij te verkopen.

De zienswijze wordt niet overgenomen.

Geen wijzigingen

In de Nota inspraak en overleg (I 39) is de inspraakreactie van reclamant op het punt van de extra woning beargumenteerd. Daarbij is aangegeven dat in principe de bereidheid bestaat mee te werken aan een extra woning, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo dient er overeenstemming te zijn over de locatie van de nieuwe woning en de te slopen oppervlaktes van de voormalige agrarische bebouwing. In het ontwerpbestemmingsplan is een Ruimte-voorRuimteregeling opgenomen op basis waarvan onder voorwaarden er een nieuwe woning kan worden gebouwd, ter vervanging van te slopen agrarische bebouwing. Met deze Ruimte-voor-ruimteregeling (artikel 3.3.6) kan het bevoegd gezag het plan wijzigen en de bouw van een woning onder voorwaarden mogelijk te maken. Zo dient er sprake te zijn van bedrijfsbeëindiging van het agrarisch bedrijf, de sloop van minimaal 750 m2 aan bebouwing, maar ook nadat de zgn. maatwerkmethode is toegepast. Daarbij wordt ook overeenstemming gezocht over de exacte locatie van de extra woning en de landschappelijke inpassing daarvan. De wijzigingsregeling kan formeel pas worden toegepast nadat het bestemmingsplan is vastgesteld. Vanwege de hiervoor genoemde voorwaarden is het niet mogelijk om nu al een exacte locatie van de potentiële nieuwe woning op de verbeelding weer te geven.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

47

22.

Scharmer, Borgweg 66 a. Reclamant constateert dat het bestemmingsplan actualiserend en conserverend van aard is, maar dat het betrokken perceel (Borgweg 66) onvoldoende is betrokken in deze actualisatie. Het bestemmingsplan biedt geen ruimte voor verruiming van de bestemming en voor nieuwe ontwikkelingen, waarmee het perceel slechts voor opslag gebruikt kan worden. Dit gebruik sluit niet aan bij de aanwezige wensen voor bedrijvigheid in combinatie met een bedrijfswoning. Herzien van bestemmingsplannen is belangrijk vanuit efficiencyoverwegingen. Ook harmonisering van regels en beleid is belangrijk. Reclamant is van mening dat de bestemming van zijn perceel verouderd is en dat er sprake is van rechtsongelijkheid. Dit heeft financiële gevolgen.

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen. Daartoe overwegen wij het volgende.

Geen wijzigingen

Reclamant verzoekt om nieuwe ontwikkelingen (bedrijvigheid en woningbouw) mogelijk te maken op zijn agrarisch perceel in het buitengebied. Het bestemmingsplan is echter consoliderend van aard. De uitgangspunten voor het bestemmingsplan zijn door de gemeenteraad vastgelegd in de nota van uitgangspunten en sluit aan bij het provinciaal beleid. In het bestemmingsplan worden de bestemmingen van drie voormalige gemeenten geharmoniseerd en geactualiseerd. De huidige situatie is in principe bepalend voor het toekennen van de bestemming en de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Dit betekent dat er geen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen in het bestemmingsplan. Op basis van het huidige gebruik en het geldende provinciale beleid is voor het betreffende perceel een agrarische bestemming met een aanduiding veldschuur opgenomen. Deze regeling is voor de drie voormalige gemeenten geharmoniseerd. De veldschuur heeft dezelfde aanduiding (met bijbehorende regels) gekregen als alle andere veldschuren in de gemeente. Op deze manier is er voor het betreffende perceel sprake van rechtsgelijkheid en harmonisering. Een verwacht financieel voordeel voor reclamant door een bestemmingswijziging is geen (ruimtelijke) reden om mee te werken en af te wijken van het beleid. De wensen van reclamant passen niet in het gemeentelijk en provinciaal beleid.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

48

b. Eveneens constateert reclamant dat aan nieuwe ontwikkelingen voor kleine particulieren geen kans wordt gegeven, maar dat grote spelers wel de benodigde vergunning verkrijgen. Hiermee is sprake van rechtsongelijkheid.

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.

Geen wijzigingen

Wanneer een verzoek (particulier of bedrijf) wordt ingediend om op (agrarische) percelen bebouwing op te richten of om het op andere wijze te gaan gebruiken (bijvoorbeeld voor een nieuwe woning), zal hiervoor een aparte procedure moeten worden doorlopen. Elk ingediend verzoek wordt beoordeeld aan de hand van het provinciaal en gemeentelijk beleid, waarbij een zorgvuldige afweging plaatsvindt. Reclamant draagt in de zienswijze diverse locaties aan. Deze locaties zijn geen vergelijkbare locaties/situaties met de situatie aan de Borgweg 66. Bij punt d. van deze zienswijze gaan wij uitgebreider in op deze locaties. In genoemde gevallen is bovendien geen sprake van omzetting van onbebouwde agrarische grond in het buitengebied naar woningbouw. Voor de adressen, waar naar wordt verwezen, zijn in het verleden eigen planologische procedures gevoerd. Van rechtsongelijkheid of voorkeursbehandeling is geen sprake.

c.Reclamant constateert dat de genoemde beleidsverruiming (ja mits, benadering), zoals genoemd in de toelichting van het bestemmingsplan, onvoldoende in de planvorming is doorgevoerd.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.

Geen wijzigingen

De ‘ja-mits-benadering’ betekent niet dat elke wens vervuld kan worden. Als er niet aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt niet meegewerkt. Daarnaast is het plan, zoals reclamant ook al aangaf, een consoliderend plan. De beleidsverruimingen zijn veelal nuanceverschillen. Regels en beleid zijn voor bepaalde onderwerpen en functies wel verruimd. Het gaat daarbij echter om bestaande bedrijven en woningen met bestaande planologische rechten (niet om nieuwvestiging). Wij

49

zijn van oordeel dat er wel sprake is van een beleidsverruiming. d.Reclamant is van oordeel dat er sprake is van discriminatie, nu woningbouw/bedrijfsvestiging op Borgweg 66 niet mogelijk is, terwijl dit op de volgende adressen wel is toegestaan:

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen. Voor genoemde adressen zijn in het verleden eigen planologische procedures gevoerd. Deze voldeden aan het gemeentelijk en provinciaal beleid.

-Slochterdijk 64a, Froombosch -IJsbaan, Heerenlaan, Scharmer -Oudeweg 11a, Westerbroek -Boekhors, Westerbroek; (nieuwbouwwijk) kom.

De eerste adressen betreffen 2 vergunningen uit 2008 voor woningbouw in een dorp. Hier is een aparte procedure voor gevolgd. Deze adressen zijn niet gelegen in het buitengebied, maar in de bebouwde kom.

Geen wijzigingen

Bij het derde adres: Oudeweg 11a, wordt vermoedelijk bedoeld Oudeweg 13a, Westerbroek. Hier gaat het om een procedure waarbij een grote oppervlakte voormalige agrarische gebouwen is gesloopt en een veel kleinere oppervlakte wordt teruggebouwd. Het bestemmingsplan Oudeweg 13 te Westerbroek is op 7 september 2015 vastgesteld en is al geruime tijd geleden onherroepelijk in werking getreden. Het betreft een herziening van het onderliggende bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld op 23 augustus 2010) van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. Deze procedure is mede gevoerd om realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (NNN) mogelijk te maken. In het kader van de Ruimte-Voor-Ruimte-regeling is de agrarische bebouwing (ca. 2000m2) gesloopt, waarna er een extra bouwtitel voor een woning is opgenomen. Daarnaast is de voormalige bedrijfswoning omgevormd naar een burgerwoning. Bij de locatie Boekhors gaat het om de ontwikkeling van woningbouw waarvoor op 11 juli 2019 een bestemmingsplan is Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

50

vastgesteld. Dat bestemmingsplan betreft een uitwerking van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid in het toenmalige bestemmingsplan Buitengebied. Het gaat hier om een woningbouwontwikkeling aansluitend op het bebouwde gebied van Westerbroek. De locatie betrof een voormalig sportlocatie (ook als zodanig bestemd) en geen agrarische cultuurgrond. Conclusie is dat van een ongelijke behandeling c.q. discriminatie geen sprake is. Bij genoemde adressen is in alle gevallen een planologische procedure gevoerd, die is verwerkt in dit bestemmingsplan. In geen van de genoemde gevallen is sprake van bebouwing van onbebouwde agrarische grond in (provinciaal) buitengebied. e.Woningbouw/bedrijvigheid op het perceel is ook in het algemeen belang. Door de komst van kleinschalige bedrijvigheid en woningen, wordt krimp in dorpen voorkomen. Reclamant verzoekt om woningbouw op het perceel mogelijk te maken. Als de raad de bestemming niet wijzigt dan zal reclamant planschade claimen.

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen. Woningbouw op het perceel is met name in het belang van reclamant. Nieuwvestiging van bedrijvigheid in combinatie met nieuwbouw/woningbouw is in het buitengebied niet mogelijk en bovendien in strijd met gemeentelijk en provinciaal beleid. Medewerking leidt daarnaast tot ongewenste precedentwerking.

Geen wijzigingen

Reclamant heeft de veldschuur voor eigen rekening en risico gekocht in de wetenschap dat het perceel een agrarische bestemming heeft zonder woningbouwmogelijkheden. Het staat reclamant overigens vrij om een planschadeverzoek in te dienen, die dan met inachtneming van het voorgaande op zijn eigen aspecten wordt beoordeeld. Hiervoor geldt een afzonderlijke procedure.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

51

23.

Siddeburen, Kooilaan 5 Reclamant verzoekt om, in verband met sloopnieuwbouw van de bestaande woonboerderij, het bouwvlak in oostelijke richting te verschuiven. De woonboerderij is als gevolg van aardbevingsschade dusdanig aangetast dat volledige herbouw noodzakelijk is. Door de gemeente is ondertussen al een sloopvergunning afgegeven. Ook vanwege de geplande verdubbeling van de N33 vindt reclamant het wenselijk om het bouwvlak in oostelijke richting op te schuiven. Reclamant geeft verder aan dat met het beoogde nieuwbouwplan geprobeerd wordt zoveel mogelijk rekening te houden met het evenaren van het karakteristieke karakter van de bestaande boerderij.

De zienswijze wordt gedeeltelijk overgenomen. Wij kunnen ons in principe vinden in het realiseren van vervangende nieuwbouw van de bebouwing aan de Kooilaan 5. Niettemin moet er wel sprake zijn van een situatie waarbij met name voor de te realiseren woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat, rekening houdende met de ligging van de N33.

Op de verbeelding wordt het bouwvlak aangepast.

De afgelopen periode zijn er met reclamant en het bouwheerschap gesprekken gevoerd om te bezien op welke wijze de nieuwbouwplannen op het perceel kunnen worden ingepast. Dit heeft er uiteindelijk in geresulteerd in een plan waarbij de bebouwing hoofdzakelijk wordt gerealiseerd op de plak van de nu nog aanwezige boerderij, maar dat de te bouwen woning iets in oostelijke richting wordt gebouwd, zodat een grotere afstand tot de N33 wordt gehanteerd. Het volledig opschuiven van het bouwvlak in oostelijke richting achten wij gezien de aanwezigheid van een zogenaamde ‘dekzandrug’ ter plaatse geen wenselijke ontwikkeling. Reclamant heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de nu gekozen oplossing. Wij passen het bouwvlak aan, zodat de voorgenomen vervangende nieuwbouw kan worden gerealiseerd.

24.

Siddeburen, Oostwoldjerweg 23a Verzoek om de huidige bestemming (Agrarisch – Paardenhouderij) te wijzigen naar ‘Wonen’. In 2013

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

De zienswijze wordt overgenomen.

Op de verbeelding wordt de

52

is dit verzoek al bij de gemeente kenbaar gemaakt omdat het bedrijf was beëindigd. Dit is nog niet uitgevoerd.

25.

26.

Slochteren, Groenedijk 13 Reclamant verzoekt de aanwezige bedrijfsbestemming op het betrokken perceel te wijzigen in een woonbestemming met lichte bedrijvigheid.

Westerbroek, Borgweg 81-83 a. Reclamant maakt bezwaar tegen de opgenomen bestemming op zijn perceel. Deze bestemming is gewijzigd van agrarisch naar agrarisch-cultuurgrond.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

De bedrijvigheid op dit perceel is inderdaad beëindigd. Wij kunnen daarom instemmen met een bestemmingswijziging, conform eerdere correspondentie. Gelet op het karakter van het pand (voormalige agrarische bedrijfsbebouwing) en de oppervlakte stellen wij voor de bestemming te wijzigen naar ‘Gemengd’. Binnen deze bestemming is wonen toegestaan eventueel in combinatie met lichte bedrijvigheid, wat passend is voor dit perceel. Over deze nieuwe bestemming is met reclamant gecorrespondeerd.

bestemming ‘Agrarisch – Paardenhouderij’ gewijzigd naar ‘Gemengd’ inclusief bijbehorend bouwvlak.

De zienswijze wordt overgenomen.

De verbeelding wordt aangepast door het perceel een bestemming Gemengd toe te kennen.

Het ontmoet geen planologisch bezwaar om gezien de aard van de activiteiten ter plaatse om de bedrijfsbestemming te wijzigen. Wij hebben reclamant hierover schriftelijk op 1 juli 2021 op de hoogte gebracht dat de bereidheid bestaat om de bestemming van dat perceel te wijzigen naar een bestemming Gemengd, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan en onder voorbehoud van vaststelling door de gemeenteraad. Inmiddels is gebleken dat aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Hierdoor is het mogelijk om de gevraagde aanpassing bij de vaststelling mee te nemen. Binnen de bestemming Gemengd is wonen met lichte bedrijvigheid toegestaan.

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

Geen wijzigingen

53

Reclamant is van mening dat hierdoor de gebruiksmogelijkheden worden beperkt en planschade wordt ondervonden. Zij willen namelijk op het perceel een paardenfokkerij/ productiegerichte paardenhouderij oprichten.

Het betrokken kadastrale perceel 828, gelegen tussen de Borgweg 81 en 83, is in het bestemmingsplan Buitengebied bestemd als Agrarisch – Cultuurgrond. Deze bestemming is in overeenstemming met de bestemming Agrarisch zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan Buitengebied van 2010. In dat bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als Agrarisch. De regeling van dat plan laat alleen bebouwing toe wanneer ook een aanduiding ‘agrarisch bedrijf’ dan wel een bouwvlak op een perceel is opgenomen. Hiervan is op het betrokken perceel geen sprake. Daarnaast is de regeling van het geldende plan zo vorm gegeven dat alleen bestaande agrarische bedrijven de aanduiding “agrarisch bedrijf”. Op het door reclamant aangedragen perceel is er geen sprake van een bestaand bedrijf. In dat geval mogen de gronden slechts voor agrarische activiteiten (voortbrengen van producten door het telen van gewassen en het fokken/houden van dieren) gebruikt worden. Dat gebruik komt overeen met de nu opgenomen bestemming ‘Agrarisch – Cultuurgrond’. Indien reclamanten van oordeel zijn dat sprake is van planschade, dan kan hiervoor aan apart verzoek worden gedaan. Hiervoor geldt een afzonderlijke procedure. Een dergelijk verzoek wordt vervolgens op zijn eigen aspecten beoordeeld. Over de uitkomst daarvan kan op dit moment dan ook niets worden vermeld.

b.Reclamant merkt strijdigheden tussen de Beleidsnotitie Paardenhouderijen en het bestemmingsplan op. Waarbij enerzijds de ruimte wordt geboden aan het uitoefenen van een Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.

Geen wijzigingen

De beleidsnotitie Paardenhouderij vormt het beleidskader van de gemeente en wordt gebruikt bij de beoordeling van nieuwe

54

productiegerichte paardenhouderij maar anderzijds geen ruimte wordt geboden voor passende bebouwing. Reclamant verzoekt het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat agrarische activiteiten zonder belemmeringen uitgevoerd kunnen worden.

verzoeken gerelateerd aan de paardensector. Een uitbreiding van gebouwen zoals genoemd in deze nota, betreft situaties waarin sprake is van een bestaand bedrijf of bestaande woonbebouwing. Daarnaast is in alle gevallen het bestemmingsplan leidend voor de mogelijkheden die aan een paardenhouderij worden geboden, waarbij tevens rekening moet worden gehouden met provinciaal beleid. In dit verband is van belang te melden dat nieuwvestiging van agrarische bedrijven in het buitengebied alleen onder hoge uitzondering (provinciaal beleid) mogelijk is. Van die uitzonderingssituaties is hier geen sprake. Reclamant verzoekt om de nieuwvestiging van een productiegerichte paardenhouderij op een nu nog onbebouwd agrarisch perceel (cultuurgrond). In de directe nabijheid zijn daarnaast geen agrarische bedrijven aanwezig waar het verzoek een uitbreiding op zou kunnen zijn. Zoals onder punt a. is opgemerkt, heeft de opgenomen bestemming in het geldend plan (2010) een brede bestemmingsomschrijving, waarbij aan de hand van de bebouwingsregels duidelijk wordt waarvoor de gronden daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Dat op de betrokken gronden geen nadere regels gelden voor bebouwingsmogelijkheden, geeft aan dat de beoogde agrarische activiteiten zich alleen kunnen uiten in het beweiden van dieren of telen van gewassen. Dit geldt in zowel het geldend als het nieuwe bestemmingsplan.

c.Reclamant is van mening dat in het bestemmingsplan onvoldoende tegemoet wordt Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.

Geen wijzigingen

55

gekomen aan de Wet dieren ten behoeve van de stallingsruimte van paarden en verzoekt het bestemmingsplan aan te laten passen zodat de bouw van schuilstallen (100 m2) kan worden toegestaan.

De Wet dieren, welzijnseisen paarden NVWA schrijft voor dat onder andere paarden een schone en droge ligplek/stallen moeten hebben ten aanzien van welzijn en gezondheid. Op de betrokken gronden zijn geen nieuwe bouwwerken (anders dan vervanging van bestaand) toegestaan. Wanneer op deze gronden paarden worden gehouden, zal stalling op het bijbehorende erf van een bijbehorend agrarisch bedrijf (bedrijfsmatig) of bijbehorend woonperceel (hobbymatig) moeten plaatsvinden. De mogelijkheid die in het bestemmingsplan wordt geboden om toch in de bestemming Agrarisch – Cultuurgrond bebouwing in de vorm van een schuilstal (artikel 4.3.2) toe te staan, biedt ruimte aan het bouwen van ondergeschikte kleinschalige schuilmogelijkheden. Deze bevoegdheid is niet bedoeld voor het realiseren van volwaardige stallen zoals de Wet voorschrijft. Dergelijke stallen dienen binnen het bouwvlak/ bouwperceel van het bijbehorend agrarisch bedrijf of woonperceel te worden gerealiseerd.

d.Reclamant constateert eveneens dat de reeds aanwezige schuur als niet als veldschuur in het bestemmingsplan is aangemerkt en verzoekt dit alsnog te doen.

De zienswijze wat betreft de aanwezige bebouwing is terecht. Op het perceel 828 is aan de wegzijde een oude veldschuur aanwezig. Zowel in het geldend plan van 2010 als in het ontwerpbestemmingsplan is deze niet als zodanig aangemerkt. Het plan wordt hierop aangepast.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

Op de verbeelding wordt de tussen de percelen Borgweg 81-83 (kadastraal perceel 828) aan de wegzijde ter plaatse van de aanwezige veldschuur de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch –

56

veldschuur’ opgenomen. e. Reclamant is van mening dat geen sprake is van gelijke behandeling en verwijst daarmee naar andere locaties waar wel medewerking aan plannen wordt verleend. Reclamant verzoekt het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat ruimte wordt geboden voor het realiseren van een paardenhouderij inclusief bedrijfswoning of tiny house op de betrokken gronden.

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.

Geen wijzigingen

Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Dit betekent dat terughoudend wordt omgegaan met nieuwe ontwikkelingen. De genoemde locaties waar nieuwe ontwikkelingen hebben plaatsgevonden, betreffen locaties waarvoor een afzonderlijke procedure is doorlopen, waarbij een zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden met een toetsing aan zowel gemeentelijk als provinciaal beleid. Het realiseren van een nieuwe paardenhouderij en bedrijfswoning is een nieuwe ontwikkeling waarbij op dit moment geen duidelijkheid is over eventuele planologische bezwaren. Daarnaast is de door reclamant gewenste ontwikkeling in strijd met het provinciaal beleid, zoals hiervoor bij punt b. al is overwogen. Het staat reclamanten vrij om het verzoek in een afzonderlijke planologische procedure te laten beoordelen. Hiervoor kan een aparte aanvraag worden gedaan. Bij die beoordeling moet ook het provinciaal beleid worden betrokken. Op dit moment kan dan ook niets worden vermeld over de haalbaarheid daarvan.

27. 28. 29. 30.

Westerbroek, Borgweg 81-83 Westerbroek, Borgweg 81-83 Westerbroek, Borgweg 81-83 Westerbroek, Borgweg 81-83

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

Deze 4 zienswijzen zijn nagenoeg gelijk en worden daarom hier in één keer beargumenteerd. De zienswijzen worden niet overgenomen, daartoe overwegen wij het volgende.

Geen wijzigingen

57

Reclamanten uitten hun bezwaren tegen de komst van bedrijfsactiviteiten op nabijgelegen agrarische gronden en refereert naar een specifiek perceel tussen Borgweg 81 en 83 in Westerbroek. Reclamanten zijn van mening dat het ontwerpbestemmingsplan het vestigen van kleine ondernemingen in het dorp stimuleert, doch dat dit gepaard gaat met de nodige overlast. Reclamant vinden verder dat met het in gebruik nemen van deze agrarische gronden als bouwgrond, het landelijk karakter van Westerbroek wordt verstoord. Ook is sprake van aantasting van woongenot en van de omliggende natuur.

Reclamanten wijzen er op dat in de bestemming Agrarisch - cultuurgrond een regeling (4.5.1) is opgenomen dat het bevoegd gezag medewerking kan verlenen aan een bestemmingswijziging, mits voldaan wordt aan voorwaarden.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

Allereerst begrijpen wij de zorgen van de reclamanten over de ongewenste toename aan bebouwing en activiteiten in het onbebouwde buitengebied. De gronden tussen Borgweg 81 en 83 (kadastraal perceel 828) zijn in het ontwerp bestemmingsplan bestemd als ‘Agrarisch Cultuurgrond’. Deze bestemming is bedoeld voor de onbebouwde landbouwgronden in het buitengebied. De regeling heeft het karakter van een gebiedsbescherming. Bebouwing, anders dan bestaand, is niet toegestaan. Deze bestemming is in overeenstemming met het verzoek van de reclamanten. In dit verband wordt nog wel opgemerkt dat op het perceel bebouwing in de vorm van een veldschuur aanwezig is. Zowel in het geldend plan van 2010 als in het ontwerpbestemmingsplan is deze niet als zodanig aangemerkt. Om te voorkomen dat het gebouw onder overgangsrecht wordt geplaatst wordt op de verbeelding ter plaatse van de veldschuur een aanduiding opgenomen.

Hierop is onze reactie dat het dan wel moet gaan om een wijziging van een bouwvlak van een naastgelegen bestaand agrarisch- of paardenhouderij bedrijf of een bestaande manege. Het betreft een algemene regeling voor het gehele bestemmingsplangebied. Voor het genoemde perceel is deze wijzigingsbevoegdheid niet van toepassing (er zijn geen aangrenzende bedrijven). Ook de andere genoemde wijzigingsbevoegdheden zijn niet op de gronden van toepassing (4.5.3 en 4.5.4). Met die reden is het niet mogelijk om op basis

58

van de opgenomen regeling hier vestiging van bedrijvigheid toe te staan. Wanneer een verzoek wordt ingediend om op dergelijke percelen wel bebouwing op te richten of om het op andere wijze te gaan gebruiken (bijvoorbeeld bedrijfsmatig), zal hiervoor een aparte procedure moeten worden doorlopen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het hier gaat om provinciaal buitengebied waar geen ruimte wordt gegeven voor nieuwe ontwikkelingen/bebouwing. Reclamanten dragen als bewijsvoering bij hun weergegeven standpunt enkele locaties aan, waar eveneens cultuurgrond is gewijzigd in bouwgrond, te weten: - Boekhors - Oudeweg 13/13b.

De locaties die ter onderbouwing van de geuite zorgen worden aangedragen zijn geen vergelijkbare locaties/situaties met de situatie aan de Borgweg. In beide gevallen is geen sprake van omzetting van onbebouwde agrarische grond naar woningbouw. Overigens zijn beide ontwikkelingen met afzonderlijke procedures met een zorgvuldige belangenafweging tot stand gekomen. Tennisbaanlocatie Boekhors. Het gaat hier om de ontwikkeling van woningbouw waarvoor op 11 juli 2019 een bestemmingsplan is vastgesteld. Dat bestemmingsplan betreft een uitwerking van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid in het onderliggende bestemmingsplan Buitengebied. Het gaat hier om een woningbouwontwikkeling aansluitend op het bebouwde gebied van Westerbroek. De locatie betrof een voormalig sportlocatie (ook als zodanig bestemd) en geen agrarische cultuurgrond. Oudeweg 13/13b.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

59

Het betreft een ontwikkeling in het kader van de ontwikkeling van Natuur Netwerk Nederland (NNN) en voormalig Ecologische Hoofd Structuur (EHS) en een Ruimte-Voor-Ruimte-regeling. Het bestemmingsplan Oudeweg 13 te Westerbroek is op 7 september 2015 vastgesteld en is al geruime tijd geleden onherroepelijk in werking getreden. Het betreft een herziening van het onderliggende bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld op 23 augustus 2010) van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. Om verpaupering van het voormalig agrarisch perceel te voorkomen is in het kader van de Ruimte-VoorRuimte-regeling alle agrarische bebouwing gesloopt en twee nieuw bouwtitels opgenomen. Omliggende onbebouwde agrarische cultuurgrond is destijds als zodanig bestemd en in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied, bestemd als ‘Natuur’ in het kader van de ontwikkeling van de Verbindingszone Zuidlaardermeer – Midden Groningen. Reclamanten 13,22 en 27 verzoeken het bestemmingsplan zodanig te wijzigen dat de bestemming ‘Agrarisch – Cultuurgrond’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ op de betrokken gronden wordt opgenomen zodat eventuele bouwplannen onmogelijk worden gemaakt.

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

Eventuele aanwezige archeologische waarden in de gemeente Midden-Groningen zijn beschermd door middel van de Beleidsnota archeologie 2020. Deze nota vormt de basis voor de opgenomen regeling in het bestemmingsplan Buitengebied ten aanzien van Archeologie. Op de archeologische beleidskaart, behorend bij de nota, zijn de betrokken gronden niet aangewezen als archeologisch waardevol. Er is dan ook geen aanleiding om een archeologische dubbelbestemming aan de gronden toe te kennen. Daarnaast heeft de archeologische bestemmingsregeling als doel: de bescherming en het behoud van aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De regeling heeft niet als doel om ongewenste bebouwing en/of gebruik (niet archeologisch gerelateerd) te voorkomen. Voor de betrokken gronden is het opnemen van een dergelijke dubbelbestemming dan ook niet passend.

60

Reclamant 9 merkt nog op dat het bewuste perceel in het verleden door hem is verkocht met de aantekening dat het ging om een agrarische bestemming en niet om bouwgrond, aangezien ook de verkoopprijs daar op was gebaseerd. Reclamant 13 brengt nog naar voeren dat zij in het verleden een deel van het bewuste kadastrale perceel hebben aangekocht. Rekening houdende met de geldende agrarische bestemming ging met ervan uit dat nieuwbouw of bedrijfsmatige activiteiten niet zullen worden toegestaan. 31.

Westerbroek, Oudeweg 23 a. Reclamant draagt aan dat de opgenomen bestemming op de betrokken gronden gewijzigd zijn ten opzichte van het voorheen geldend plan. Deze wijziging sluit niet aan bij het feitelijk gebruik en legt een extra vergunning- en onderzoeksplicht op.

Wij nemen beide constateringen voor kennisgeving aan. Hierbij merken wij nog wel op, dat privaatrechtelijke rechtshandelingen, zoals aan- of verkoop, op zich niet betekenen dat een publiekrechtelijke bestemming niet mag worden gewijzigd. Zoals hiervoor al uiteengezet wordt elk verzoek op zijn eigen aspecten behandeld en getoetst aan relevant overheidsbeleid.

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.

Geen wijzigingen

Het bestemmingsplan voor het buitengebied is actualiserend van aard. Onderzocht is of de juridisch-planologisch situatie nog aansluit op het feitelijk gebruik en waar nodig zijn hier aanpassing in doorgevoerd. Het perceel van reclamant (kadastraal perceel 118) is zowel in het voorheen geldend plan als het nieuwe bestemmingsplan bestemd als ‘Wonen’, inclusief bijbehorend bouwvlak. De door reclamant genoemde wijzigingen hebben evenwel betrekking op het naastgelegen agrarisch perceel (kadastraal perceel 115) dat niet tot het eigendom van reclamant behoort. Deze gronden zijn in gebruik als agrarische cultuurgrond (akkerbouw), maar waren in het voorheen geldend plan deels bestemd als wonen (zonder bouwvlak). In het nieuwe

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen

61

bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling aangesloten bij dit feitelijk gebruik en is een ‘Agrarisch – Cultuurgrond’ bestemming toegekend. Overeenkomstig het vastgestelde Archeologiebeleid, is aan deze gronden eveneens een archeologische waarde toegekend (voormalige boerderijplaats). Beide bestemmingswijzigingen hebben geen betrekking op het perceel van reclamant. b. Reclamant constateert dat het bestemmingsplan actualiserend en conserverend van aard is en dat met die reden geen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Reclamant is van mening dat dit tegenstrijdig is met twee locaties waar wel nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen.

De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.

-Oudeweg 13: reclamant heeft onduidelijkheid over de verwerking van het bestemmingsplan Oudeweg 13 in het bestemmingsplan buitengebied. -Woortmansdijk 1: uitbreiding van de camping mogelijk op agrarisch grond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12803921/1