03. Bijlage Nota zienswijzen, commentaar en wijzigingen
Tekst van het document
Nota zienswijzen, commentaar en wijzigingen behorend bij het bestemmingsplan
Buitengebied Midden-Groningen NL.IMRO.1952.bpmigbuitengebied-va01
Inhoud 1.
Inleiding ............................................................................................................................................................ 3
2.
Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 3
2.
Ambtshalve aanpassingen ..................................................................................................................................... 74
Bijlage 1:
Overzicht indieners zienswijzen (niet openbaar) ................................................................................................
Bijlage 2:
Zienswijzen (geanonimiseerd) .......................................................................................................................
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
2
1. Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen heeft vanaf 6 mei 2021 zes weken ter inzage gelegen. Publicatie van de terinzagelegging heeft plaatsgevonden op 5 mei 2021 in de Staatscourant en De Regiokrant. De reactietermijn eindigde op 16 juni 2021. Deze Nota van beantwoording zienswijzen geeft weer welke zienswijzen zijn ingediend, hoe deze door het gemeentebestuur zijn beoordeeld en beantwoord en of dit tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan heeft geleid. Deze nota wordt als onderdeel van de besluitvorming van het bestemmingsplan op internet gepubliceerd. In verband met de Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de zienswijzen daarom geanonimiseerd. De ontvangen zienswijzen zijn genummerd, zodat de nota geen NAW gegevens (naam, adres, woonplaats) of andere persoonlijke gegevens van natuurlijke personen bevat. Om te kunnen herleiden wie welke zienswijze heeft ingediend, is een los overzicht van indieners van zienswijzen opgesteld. Dit overzicht wordt niet elektronisch beschikbaar gesteld.
2. Zienswijzen Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan 33 zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de wettelijke termijn van zes weken ingediend en daarmee ontvankelijk. De zienswijzen zijn in een apart document opgenomen (zie bijlage 1). In de onderstaande tabel is van alle ingediende zienswijzen een samenvatting gegeven (de complete zienswijzen zijn opgenomen in bijlage 2). In de kolom ernaast staat de gemeentelijke reactie hierop en –indien van toepassing- rechts de doorvertaling ervan in het bestemmingsplan. OVERLEGPARTNERS
1.
Zienswijze
Gemeentelijke reactie
Provincie Groningen Reclamant constateert dat het ontwerpbestemmingsplan op enkele onderdelen niet helemaal in overeenstemming is met de provinciale Omgevingsverordening (hierna: verordening) en verzoekt om de volgende zaken aan te passen:
De zienswijze wordt overgenomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om de bepalingen van de provinciale omgevingsverordening (hogere regelgeving) op te nemen in haar bestemmingsplanregels. Wij passen de ontbrekende onderdelen aan.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Conclusie
3
Per onderdeel volgt hieronder een nadere toelichting. Intensieve veehouderij. Op grond van artikel 2.29.2 van de verordening is onder voorwaarden uitbreiding van de stalvloeroppervlakte voor intensieve veehouderij toegestaan. Eén van deze voorwaarden is dat in het bestemmingsplan wordt geborgd dat het aantal te houden dieren zoals is vergund op 1 januari 2019 niet toeneemt.
Intensieve veehouderij Artikel 3.3.5 van de planregels bevat een afwijkingsmogelijkheid voor het uitbreiden van de stalvloeroppervlakte voor intensieve veehouderij. In lid 3 van dit artikel is als voorwaarde opgenomen dat het aantal te houden dieren zoals is vergund niet toeneemt. Hier ontbreekt echter ontbreekt de peildatum van 1 januari 2019. Wij passen de planregel aan.
Intensieve veehouderij De planregel van artikel 3.3.5., lid 3 wordt aangevuld met de bepaling “zoals vergund op 1 januari 2019”.
Verzocht wordt om de ontbrekende peildatum van 1 januari 2019 alsnog in artikel 3.3.5. lid 3 op te nemen. Hergebruik vrijkomende gebouwen. Op grond van artikel 2.13.2 van de verordening is onder voorwaarden hergebruik van vrijgekomen gebouwen in het buitengebied toegestaan. Eén van de voorwaarden is dat wonen slechts is toegestaan in het hoofdgebouw en in een bij het hoofdgebouw behorend karakteristiek gebouw.
Hergebruik vrijgekomen gebouwen Artikel 3.6.4 van de regels bevat een wijzigingsbevoegdheid voor hergebruik voor onder meer wonen van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen. Daarin is de voorwaarde opnemen dat wonen alleen in het hoofdgebouw is toegestaan.
Mestopslag buiten het agrarische bouwperceel op veldkavels.
Mestopslag buiten het agrarisch bouwperceel op veldkavels
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
In artikel 3.6.4. van de regels van het bestemmingsplan ontbreekt inderdaad de voorwaarde dat wonen ook in het hoofdgebouw behorend karakteristiek gebouw is toegestaan. Deze ontbrekende zinsnede wordt alsnog in de planregel opgenomen.
Hergebruik vrijgekomen gebouwen De planregel van artikel 3.6.4. wordt aangevuld met de voorwaarde dat “wonen alleen in het hoofdgebouw is toegestaan en in een bij het hoofdgebouw behorend karakteristiek gebouw”. Mestopslag buiten het agrarisch
4
Reclamant verzoekt de voorwaarden zoals opgenomen in de beleidsvisie mestopslag ook van toepassing te verklaren op de afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels in artikel 4.3.1.van de planregels. De voorwaarden uit de beleidsvisie mestopslag zijn conform de eisen die in de verordening worden gesteld aan mestopslag op veldkavels. Reclamant constateert dat de voorwaarden wel gelden voor het afwijken van de gebruiksregels maar niet voor de bouwregels. Verzocht wordt alsnog aan te passen, zodat aan de verordening wordt voldaan.
Reclamant wijst er verder nog op, dat op grond van artikel 2.26.7 van de verordening het is toegestaan om foliemestbassins, mestzakken en mestsilo's op veldkavels aan te leggen in door ons aangewezen gebieden. Bij de aanwijzing van deze gebieden baseren wij ons op een gemeentelijke gebiedsvisie mestopslag.
In artikel 4.3.1 van de regels is een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels opgenomen voor de aanleg van foliemestbassins, mestsilo's of mestzakken op veldkavels. In artikel 4.4.3 van de regels is een afwijkingsmogelijkheid van de gebruiksregels opgenomen voorde aanleg van foliemestbassins, mestsilo's of mestzakken op veldkavels, mits voldaan wordt aan de voorwaarden uit de beleidsvisie voor mestopslag zoals opgenomen in de bij de regels behorende bijlage 8 (Beleidsvisie mestopslag). De constatering van reclamant is terecht. Het was de bedoeling dat de voorwaarden ook van toepassing waren op de bouwregels. Abusievelijk zijn deze niet opgenomen. Wij passen de regeling aan. Gemeld wordt dat de provincie inmiddels een besluit heeft genomen waarbij de desbetreffende gebieden zijn aangewezen.
bouwperceel op veldkavels De planregel van artikel 4.3.1. wordt aangevuld met de bepaling “mits voldaan wordt aan de voorwaarden uit de beleidsvisie voor mestopslag zoals opgenomen in bijlage 8”
Geen wijzigingen
Op dit moment (lees medio juni 2021) hebben wij deze gebieden nog niet aangewezen. Een verzoek daartoe van Burgemeester en Wethouders hebben wij al wel ontvangen. Op dit verzoek zullen wij een afzonderlijk besluit nemen. Dit besluit zal worden genomen voordat u een beslissing neemt over de vaststelling van het bestemmingsplan.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
5
Schuilstallen. Op grond van artikel 2.26.1 van de verordening dient alle agrarische bedrijfsbebouwing binnen een op de verbeelding aangewezen bouwperceel te worden gebouwd. Dit is niet van toepassing op onder meer bestaande solitaire bedrijfsbebouwing, erf- en terreinafscheidingen en schuilstallen voor het nietbedrijfsmatig houden van vee. Verzocht wordt artikel 4.3.2 van de planregels in overeenstemming te brengen met artikel 2.26.1 van de verordening.
Schuilstallen Artikel 4.3.2. van de regels bevat een afwijkingsmogelijkheid voor de bouw van agrarische bouwwerken van ondergeschikte aard, waaronder schuilstallen. Het begrip schuilstallen is in het bestemmingsplan niet gedefinieerd. Artikel 4.3.2. van de regels is niet in overeenstemming met de verordening, omdat op grond hiervan agrarische bedrijfsbebouwing buiten een agrarisch bouwperceel mogelijk is en schuilstallen niet zijn beperkt voor het niet-bedrijfsmatig houden van vee.
Schuilstallen We passen de planregel van artikel 4.3.2. aan en nemen een definitie op van het begrip “schuilstal”.
Wij passen de planregel op dit punt en nemen een definitie op van het begrip schuilstal. Uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven. De regels in het bestemmingsplan voor het bouwen en het vergroten van glastuinbouwbedrijven zijn niet geheel in overeenstemming met de eisen die daaraan in de verordening worden gesteld. Zij maken namelijk, zowel binnen als buiten het bouwvlak, een grotere uitbreiding van bedrijfsbebouwing mogelijk dan op grond van de verordening is toegestaan. Volgens de verordening is weliswaar uitbreiding van bebouwing mogelijk, maar is de uitbreidingsruimte afhankelijk van de bestaande oppervlakte zoals aanwezig op 17 juni 2009 bedraagt. Daarnaast wordt verzocht de zinsnede ‘buiten het bouwvlak’ in artikel 5.3.2. onder a in zowel lid 1 als 2 te verwijderen. Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven Bij de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten door de raad in 2019 is gekozen voor een herbestemming van het totale glastuinbouwgebied Sappemeer-noord, te meer daar een groot deel van dat gebied inmiddels met een zonnepark is ingevuld. Verder is ingestoken op een logische begrenzing van het gebied. Die betekende dat naast het gememoreerde gebied van het zonnepark ook de gronden ten oosten van de Laveiweg in Sappemeer niet meer als glastuinbouwgebied worden aangewezen. Gemeld is daarbij verder dat we willen bezien of er maatwerk kan worden toegepast in die zin dat bestaande glastuinbouwbedrijven hun rechten (kunnen) behouden, afgezet tegen de beperkingen van de provinciale omgevingsverordening.
Uitbreiding van nietagrarische bedrijven in het buitengebied De planregels worden aangepast. Aan artikel 5.2.1, lid a wordt toegevoegd “zoals aanwezig op 17 juni 2009”. In artikel 5.3.2. sub a, leden 1 en 2 wordt de term “buiten het bouwvlak” gewijzigd in “binnen het bouwvlak”.
6
Met het aanpassen van de begrenzing van het aanvankelijke glastuinbouwgebied en het opnemen van (ruime) bebouwingsmogelijkheden binnen de bouwvlakken hadden we maatwerk willen leveren voor de bestaande glastuinbouwbedrijven. We hadden graag gezien dat de provincie zich hiermee kon instemmen en niet op het formeel juridisch standpunt zou stellen dat de gemeentelijke planregels te ruim zijn gedefinieerd. Nu dit niet zo is, zien wij geen andere mogelijkheid om toch de planregels aan te passen aan de verordening. Concreet betekent dit dat zowel vervangende nieuwbouw als uitbreiding van bebouwing voor de bestaande glastuinbouwbedrijven wordt beperkt tot de bestaande totale bedrijfsoppervlakte zoals die aanwezig is op 17 juni 2009. Uitbreiding tot 20% van die bebouwing is binnen een bouwvlak zonder meer toegestaan. Voor een uitbreiding van 50% binnen een bouwvlak van op genoemde datum aanwezige bedrijfsbebouwing is alleen mogelijk als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur. We passen de planregels aan. Uitbreiding van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied.
Een aantal artikelen van de regels in het bestemmingsplan voor het vergroten van bedrijfsbebouwing binnen de bestemmingen Bedrijf, Horeca, Maatschappelijk en Sport-manege, is niet Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Uitbreiding van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied Om aan de verordening te voldoen passen we de gewraakte artikelen aan.
Uitbreiding van nietagrarische bedrijven in het buitengebied De planregels worden aangepast.
7
helemaal in overeenstemming met de regels die daarover in de verordening worden gesteld.
De aanpassing van de bewuste artikelen hebben betrekking op het alsnog opnemen van ruimtelijke criteria bij de afweging voor het uitbreiden van bebouwing. Ook worden regels opgenomen die er voor zorgen dat de bebouwing en voorzieningen slechts overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en de aanleg en instandhouding van de erfbeplanting wordt geborgd in de vorm van een voorwaarde in de vergunning.
Kanalen en wijken. Op kaart 7 Landschap van de verordening zijn kanalen en wijken aangegeven waarover regels zijn gesteld in artikel 2.54 van de verordening. Deze regels zijn gericht op bescherming van de herkenbaarheid van deze kanalen en wijken. Reclamant constateert dat een aantal kanalen en wijken ten noorden van Sappemeer en enkele wijken en kanalen bij Vosholen en Kalkwijk niet overeenkomstig de regels van de verordening worden beschermd.
Provinciaal inpassingsplan Reclamant verzoekt om het plangebied van het provinciaal inpassingsplan EHS Westerbroek te verwijderen uit het plangebied van het bestemmingsplan. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening ontstaat de bevoegdheid om het plangebied van een Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Kanalen en wijken In het bestemmingsplan zijn alleen de kanalen en wijken ten zuiden van Hoogezand - met uitzondering van enkele kanalen wijken ten zuiden van Vosholen nabij Kalkwijk - in het bestemmingsplan beschermd. Verzuimd is de door reclamant genoemde kanalen en wijken ook van een passende regeling te voorzien. Dit wordt alsnog op de verbeelding aangepast. Hiermee wordt voldaan aan de verordening.
Kanalen en wijken We passen de verbeelding aan, zodat ook de “ontbrekende” kanalen en wijken alsnog zijn beschermd.
Provinciaal inpassingsplan Op 4 november 2015 is het provinciaal Inpassingsplan EHS Westerbroek vastgesteld. Dit inpassingsplan heeft betrekking op de ecologische verbindingszone tussen het Zuidlaardermeer en Midden-Groningen, met grotendeels de bestemming Natuur. De gronden met een natuurbestemming maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Provinciaal inpassingsplan Op de verbeelding wordt het plangebied van het inpassingsplan verwijderd.
8
inpassingsplan te betrekken in het bestemmingsplan tien jaar na de vaststelling van het inpassingsplan, dan wel eerder als het inpassingsplan dit bepaalt. Omdat er in het inpassingsplan geen afwijkende termijnen zijn opgenomen, is de gemeente nog niet bevoegd het inpassingsplan te betrekken in het bestemmingsplan Buitengebied.
In het ontwerpbestemmingsplan was voor het merendeel van de bewuste percelen eveneens een bestemming Natuur toegekend, gelijk aan de bestemming zoals die in het inpassingsplan was opgenomen. De gebieden werden in onze ogen dan ook voldoende beschermd in een actueel plan. De provincie stelt zich echter op het formeel juridisch standpunt dat de gemeente niet bevoegd is om het gebied zelf te bestemmen. Wij zien ons dan ook genoodzaakt om het plangebied van het inpassingsplan uit de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied te schrappen.
Bos- en natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederland Op kaart 6 Natuur van de verordening zijn bos- en natuurgebieden aangegeven waarover regels zijn gesteld in artikel 2.47 van de verordening. Deze regels zijn gericht op behoud van het areaal van deze gebieden en hun natuurlijke-en landschappelijk waarden. Het betreft gebieden die geen onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan bevinden zich bos- en natuurgebieden waarop artikel 2.47 van de verordening van toepassing is. Reclamant merkt op dat niet alle op kaart 6 Natuur van de verordening weergegeven gebieden overeenkomstig de verordening op de juiste wijze zijn beschermd.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Bos-en natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederland De overwegend kleinschalige gebieden die niet op de juiste wijze zijn bestemd zijn gebieden bij Laskwerd, de Damsterweg (ten noorden van Siddeburen), de Groenedijk, Denemarken/Slochtermeenteweg, ten oosten van Westerbroek, ten oosten van de Meenteweg, aan de N33 bij Korengast, aan de Slochterweg, aan de Slochterveldweg, langs de Stichtinglaan en langs de Knijpslaan. Om aan de verordening te voldoen bestemmen we de hierboven gebieden alsnog met de bestemming “Bos”.
Bos-en natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederland De verbeelding wordt aangepast met het toekennen van de bestemming “Bos” aan de betreffende gebieden.
Wel merken we hierbij nog op, dat bij een deel van twee gebieden, te weten het gebied ten oosten van Westerbroek en het gebied langs de Stichtinglaan, geen bos aanwezig is. Bovendien bevinden zich die gebieden in particulier eigendom/gebruik. Gelet hierop zien wij geen aanleiding om die gebieden met Bos te bestemmen.
9
2.
Waterschap Hunze en Aa’s a. Reclamant merkt een verschrijving in artikel 43 lid 3 onder a op waar wordt gesproken over een waterkering, maar volgens de reclamant waterberging wordt bedoeld.
b. Reclamant verwijst naar paragraaf 6.4.9 waarin de bestemming Bedrijf – Rioolwaterzuivering wordt besproken. Reclamant merkt op dat de rioolzuivering aan de oostkant van Muntendam geen rioolzuivering meer aanwezig is, maar dat sprake is van een rioolgemaal. Verzocht wordt om de bestemming overeenkomstig aan te passen.
3.
LTO Noord a. Archeologie Reclamant stelt dat de gemeente (vooruitlopend op de Omgevingswet) bij het opnemen van archeologische dubbelbestemmingen uit moet gaan van aantoonbare archeologische verwachtingen. Dit sluit aan bij de ‘Handleiding opstellen archeologische inventarisatiekaarten’. Nu ligt de bewijslast bij de agrariër/ eigenaar.
De zienswijze wordt overgenomen. Er is hier sprake van een verschrijving. Op de plaats van waterkering moet in dit geval inderdaad waterberging staan. De opmerking wordt verwerkt in het bestemmingsplan. De zienswijze wordt overgenomen. Nu er geen sprake meer is van een zuiveringsinstallatie ontmoet het geen bezwaar om de bestemming aan te passen en het perceel een passende bestemming te geven.
Archeologie De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.
In de planregels wordt artikel 43.3. aangepast: waterkering moet zijn waterberging. De verbeelding wordt aangepast. Het gemaal krijgt de bestemming Bedrijf Nutsvoorziening.
Geen wijzigingen
In het bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen sluiten de regels voor archeologie aan bij het door de gemeenteraad vastgestelde archeologiebeleid. Dit beleid sluit ook aan bij de Wet op de archeologische monumentenzorg waarvan een uitgangspunt is dat de verstoorder door het bevoegd gezag (gemeente) gevraagd kan worden onderzoek te laten doen. Daarnaast zijn de regels in het ontwerpplan op een aantal ondergeschikte punten aangepast. Ook is, zoals al aangegeven naar aanleiding van een eerdere vooroverlegreactie, waar
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
10
mogelijk de archeologische (verwachtings)waarde bijgesteld op basis van betrouwbare gegevens van agrariërs over bodemverstoring (zoals bewijsstukken van diepploegen of egalisaties). Daarnaast biedt het bestemmingsplan geen beperkingen voor normaal agrarische grondgebruik. b. Karakteristiek Reclamant stelt dat gemeente Midden-Groningen relatief veel panden heeft aangewezen als ‘karakteristiek’ in verhouding tot andere gemeenten als Bedum, Coevorden, Loppersum en Eemsmond. Dit aantal is volgens reclamant geen afspiegeling van de inwoners. Voorgesteld wordt om alleen echt waardevolle panden deze status te geven. Daarnaast vraagt reclamant verduidelijking over de regels en het onderscheid tussen activiteiten die door de erfgoedcommissie worden beoordeeld en door een gemeentelijke deskundige. Als laatste wordt over dit onderwerp opgemerkt dat de ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristieke boerderij’ nog wel in het plan is opgenomen.
Karakteristiek De zienswijze wordt op dit punt gedeeltelijk overgenomen. In dit bestemmingplan zijn alle objecten die in het verleden als ‘karakteristiek’ zijn aangewezen opgenomen, in lijn met het eerdere facetbestemmingsplan. Het klopt dat MiddenGroningen meer karakteristieke objecten heeft dan door reclamant aangedragen andere gemeenten. Gedeeltelijk kan dit verklaard worden door de schaalgrootte van de gemeente. Midden-Groningen telt fors meer gebouwen dan bijvoorbeeld Bedum en Loppersum. Wij merken op dat verreweg het grootste deel van deze panden (woon)gebouwen zijn in de bebouwde kom. Ongeveer 240 objecten liggen in het buitengebied. Het voorstel om alleen de meest waardevolle panden te beschermen tegen sloop vinden wij niet wenselijk. Een deel van de panden die nu een belangrijke rol vervullen in het landschap en straatbeeld van onze gemeente wordt dan ‘vogelvrij’. De status ‘karakteristiek’ zorgt ervoor dat er, als dat nodig is, een goede afweging kan worden gemaakt over sloop-nieuwbouw. Het genoemde afwegingskader houdt rekening met bouwtechnische en functionele gebruikswaarde van gebouwen, zodat sloop-nieuwbouw niet wordt uitgesloten.
Op de verbeelding en in de planregels wordt de ‘specifieke bouwaanduiding karakteristieke boerderij’ vervangen door de ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristiek’.
Bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor gedeeltelijke sloop van een pand of gehele sloop van een pand met een lage cultuurhistorische waarde wordt advies Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
11
ingewonnen van een onafhankelijke deskundige (eventueel werkzaam bij de gemeente). Als er sprake is van sloop van een heel pand met een gemiddelde of hoge cultuurhistorische waarde wordt de erfgoedcommissie voor advies ingeschakeld. Dit betekent dat een deel van de aanvragen sneller afgehandeld kan worden. Bij de beoordeling van alle aanvragen wordt het afwegingskader (zoals ook aangegeven in de Toelichting van het bestemmingsplan) gebruikt als kader. In de Nota Inspraak en Overleg is inderdaad aangegeven dat de specifieke bouwaanduiding ‘karakteristieke boerderij’ in de planregels zou wordt geschrapt. Hiermee is bedoeld dat de regelingen voor zowel karakteristiek als karakteristieke boerderij zouden worden samengevoegd. Zowel de karakteristieke panden als karakteristieke boerderijen zouden dezelfde aanduiding (karakteristiek) krijgen. Per abuis is deze wijziging niet doorgevoerd. Wij passen de planregels en de verbeelding alsnog aan. c. Agrarisch bouwvlak Reclamant stelt voor om de afwijkingsregels voor vergroting van het bouwvlak (1 > 1,5 hectare) te verruimen naar 2 hectare. Deze vergroting is nu alleen mogelijk met een ‘wijzigingsprocedure’.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Agrarisch bouwvlak De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.
Geen wijzigingen
Het is niet aanvaardbaar om de afwijkingsmogelijkheden te verruimen. Een binnenplanse afwijking is bedoeld voor een ruimtelijke ingreep met een relatief beperkte invloed ten opzichte van de bestaande rechten. Een vergroting van een bouwvlak tot 2 hectare via deze afwijking kan in de praktijk een verdubbeling betekenen van de bouwmogelijkheden. Dit kan een grote ruimtelijke impact hebben. Aan de hand van een wijzigingsprocedure kan er uitvoeriger onderzoek worden gedaan, zodat een zorgvuldige afweging kan plaatsvinden,
12
waarbij rekening wordt gehouden met omgevingsaspecten (zoals landschap, woonbebouwing, milieusituatie). Verder wordt nog opgemerkt dat -op basis van de vastgestelde Nota van uitgangspunten- uitgegaan is van bestaande rechten zoals die in de vigerende bestemmingsplannen zijn vastgelegd. Met de thans gekozen systematiek wordt zo goed mogelijk aangesloten bij de provinciale richtlijnen, zoals deze zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening, die wij in acht moeten nemen. Overigens hebben in het kader van het voortraject c.q. tijdens de inspraakperiode diverse landbouwers verzocht om aanpassing van hun bouwblok. Voor zover passend binnen de gestelde randvoorwaarden (zoals een gelijkblijvende oppervlakte) zijn we de landbouwers daarin tegemoet gekomen. d. Kleine windturbines Reclamant stelt voor om de bouwhoogte voor (kleine)windturbines te verruimen van 15 meter naar 25 meter. De windturbines leveren dan een hoger rendement.
Kleine windturbines De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.
Geen wijzigingen
Het bestemmingsplan sluit aan bij ons beleid voor kleinschalige windturbines en het provinciaal beleid, dat windturbines (buiten zoekgebieden voor grootschalige windturbines) toestaat tot 15 meter hoog. Deze schaal past ook goed bij de bebouwing van (agrarische) erven in het buitengebied. Op basis van wettelijke regels is de gemeente verplicht om de bepalingen van de provinciale omgevingsverordening (hogere regelgeving) op te nemen in haar bestemmingsplanregels.
e. Ontwikkeling tuinbouwsector Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Ontwikkeling tuinbouwsector
Geen
13
Reclamant stelt voor in het bestemmingsplan meer ruimte te bieden aan ontwikkelingsmogelijkheden voor glastuinbouwbedrijven. Na een mindere periode groeit de sector. De sector kan ook bijdragen aan de innovaties binnen de energietransitie en de gezondheid (gezonde leefstijl). Alleen het bieden van maatwerk in het bestemmingsplan is niet voldoende.
De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen. Allereerst begrijpen wij de zorg van reclamant om meer ruimte te bieden voor glastuinbouwbedrijven. Dit is echter in strijd met het provinciale beleid. De in het verleden opgenomen zoekgebieden voor nieuwe glastuinbouwbedrijven zijn met de inwerkingtreding van de herziene Provinciale Omgevingsverordening in 2016 door de provincie geschrapt. De provincie heeft de bevoegdheid vanuit de Wro om ruimtelijke ordeningsbeleid op te stellen in het kader van provinciaal belang. Dit ruimtelijke beleid is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Het gemeentelijk beleid moet aan deze verordening voldoen. Weliswaar komt de gemeenteraad bij de vaststelling van bestemmingsplannen een grote mate van beleidsvrijheid toe, maar aan de andere kant is hij gehouden aan hoger beleid van provincie en rijk. Bij de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten in 2019 heeft de gemeenteraad aangegeven dat er – rekening houdende met het provinciale beleid- geen nieuwe (glas)tuinbouw(bedrijven) meer worden toegestaan. Daarbij worden bestaande tuinbouwbestemmingen die niet als zodanig is gebruik zijn, omgezet naar een agrarische bestemming. Wel blijft er maatwerk (nodig) voor bestaande glastuinbouwbedrijven en is er gekozen voor een meer logische begrenzing, waarbinnen nog ruimte is voor glastuinbouw.
In het bestemmingsplan is rekening gehouden met uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande glastuinbouwbedrijven door de planologische mogelijkheden ten westen van de Laveiweg te behouden.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
14
Het opnieuw bestemmen van de door reclamant genoemde beide percelen liggen niet binnen de hiervoor genoemde grenzen. Bovendien is op deze percelen geen sprake van een bestaand glastuinbouwbedrijf. De door reclamant voorgestelde aanpassing is in strijd met het provinciale beleid, dat al vanaf 2016 van kracht is en opgenomen is in de Omgevingsverordening. Tegelijk moet worden geconstateerd dat de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied zeer moeizaam gaat c.q. is gegaan. De afgelopen jaren was er sprake van een overgangsperiode, waarin nog wel nieuwe bedrijven konden worden gevestigd op basis van het oude bestemmingsplan. Er is niet of nauwelijks gebruikt gemaakt van deze mogelijkheid. Een bestemmingsplan moet realiseerbaar zijn en economisch uitvoerbaar. Het opnemen van een groot gebied voor mogelijke nieuwe glastuinbouw is hiermee in strijd. Zoals ook bij de beantwoording van een aantal inspraakreacties is aangegeven is nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven in het tuinbouwgebied Sappemeer-Noord op grond van de provinciale omgevingsverordening inmiddels niet meer toegestaan. De gemeente is verplicht dit in nieuwe bestemmingsplannen te verwerken. Het is daarom niet mogelijk om nog de bestemming glastuinbouw op alle percelen te handhaven, nu er geen sprake is van een glastuinbouwbedrijf op deze percelen.
Dit betekent dat op de gronden ten oosten van de Laveiweg geen bestemming glastuinbouw meer voorkomt.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
15
f. Daarnaast stelt reclamant voor om ook een zoekgebied voor duurzame energie in het bestemmingsplan op te nemen.
4.
TENNET a. Reclamant constateert dat diverse hoogspanningsverbindingen zowel onder- als bovengronds in het plangebied onjuist op de verbeelding zijn opgenomen en verzoekt deze conform aangeleverde bestanden, aan te passen. NB. Het voert te ver om alle wijzigingen van deze reclamant hier op te sommen. Deze zijn op een afzonderlijke bijlage bij het vaststellingsbesluit weergegeven. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. b. Reclamant verzoekt om aangedragen tekstvoorstellen en voorrangsbepaling over te nemen in de regels van het bestemmingsplan.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Het toekennen van een zoekgebied voor duurzame energie zien wij als een nieuwe ontwikkeling die wij niet in dit bestemmingsplan meenemen. Hiervoor dient een afzonderlijk verzoek te worden ingediend, die dan op zijn eigen aspecten wordt beoordeeld.
De zienswijze wordt op dit punt overgenomen. De door reclamant geconstateerde omissies op de verbeelding zijn terecht. We passen de verbeelding aan en nemen de juiste ligging van de leidingen en de belemmeringenstroken over. Hiermee is de verbeelding in overeenstemming met de feitelijke situatie. Over de aanpassingen van de verbeelding is nader overleg geweest met reclamant.
De zienswijze wordt op dit punt overgenomen. Het ontmoet geen bezwaar om de door reclamant voorgestelde aanpassingen van de regels door te voeren. Wij hechten er aan dat leidingbeheerders zich kunnen vinden in de planregels, mede gezien het openbare belang dat met boven- en ondergrondse hoogspanningsverbindingen is gediend. Hierbij kan gedacht worden aan de veiligheid van personen en goederen, de aan te houden veiligheidsafstanden, de bereikbaarheid van de hoogspanningsverbindingen, de
De verbeelding wordt op deze punten aangepast.
De planregels (artikel 32 en 33) worden conform de voorstellen van reclamant aangepast.
16
leveringszekerheid en de benodigde ruimte voor het uitvoeren van onderhouds- en herstelwerkzaamheden. In deze voorbeeldregels is ook rekening gehouden met bestaande (woon)bebouwing. c. Reclamant constateert dat aanwezige inpassingsplannen voor het Windpark N33 en de Stikstofinstallatie Zuidbroek niet zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Reclamant is van mening dat het bestemmingsplan daarmee niet actualiserend van aard is.
De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.
d. Reclamant verzoekt om bijgevoegde lijst met aanwezige 110 kV, 220 kV en 380 kV verbindingen in hoofdstuk 3 van de toelichting op te nemen/aan te passen.
De zienswijze wordt op dit punt overgenomen. Wij hebben er geen bezwaar tegen om in de toelichting de aanwezige boven- en ondergrondse verbindingen op te nemen. We vullen paragraaf 3.7 van de toelichting aan.
De toelichting wordt aangevuld.
e. Verzocht wordt om reclamant bij toekomstige beleidsdocumenten die keuzes bevatten die relevant zijn voor het hoogspanningsnet te betrekken.
De zienswijze wordt op dit punt ter kennisgeving aangenomen. Mede gezien het openbare belang van het hoogspanningsnet vinden wij het ook van belang om de leidingbeheerder in voorkomende gevallen te betrekken. Het bestemmingsplan behoeft hiervoor echter niet te worden gewijzigd.
Geen wijzigingen
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Geen wijzigingen
In de door de raad vastgestelde Nota van uitgangspunten is de keuze gemaakt welke delen in het bestemmingsplan buitengebied vallen. Het Windpark N33 en de Stikstofinstallatie vallen hier niet onder. Bovendien geldt voor beide gebieden een actueel planologisch regime (Rijksinpassingsplannen).
17
OVERIGE ZIENSWIJZEN Nr.
Zienswijze
5.
Harkstede,Hamweg 102 Reclamant constateert dat de gemeentegrens over de betrokken gronden loopt. Daarnaast past de bestemming zoals nu opgenomen niet bij de actuele situatie op de gronden. Verzocht wordt dit te wijzigen.
6.
Gemeentelijke reactie
Wijziging
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Geen wijzigingen
Het perceel Hamweg 102 te Harkstede maakt geen deel uit van het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied MiddenGroningen. Dit perceel, evenals de gehele Hamweg vanaf het dorp Harkstede tot aan het Slochterdiep, valt binnen de begrenzingen van het bestemmingsplan Meerstad-Midden. Over de uitvoering van het plan Meerstad zijn (in het verleden) afspraken gemaakt tussen de voormalige gemeente Slochteren en de gemeente Groningen. Opmerkingen dat de bestemming op de gronden niet bij de actuele situatie past, zijn voor het bestemmingsplan Buitengebied dan ook niet relevant.
Hoogezand/ Kalkwijk-Kielsterachterweg voedselbos Reclamant verzoekt om toestemming te verlenen aan de plannen voor een voedselbos van circa 11,7 ha. Reclamant draagt daarbij aan dat de regeling zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan (verkrijgen omgevingsvergunning) niet voldoende tegemoetkomt aan de plannen. Reclamant onderbouwt dit standpunt met het argument dat diverse afstemming heeft plaatsgevonden met gemeente en provincie en dat daarmee voldoende onderzoek heeft plaatsgevonden om in te kunnen
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
De zienswijze wordt deels overgenomen. Het voornemen betreft een duurzame vorm van landbouw. In het ontwerpbestemmingsplan is, in samenspraak met de provincie Groningen, onder voorwaarden de mogelijkheid voor het realiseren van een voedselbos opgenomen. Realisatie van een voedselbos is positief maar wel van invloed op de omgeving. In de provinciale omgevingsverordening is een deel van het gebied aangemerkt als waardevol grootschalig open landschap met karakteristieke waterlopen. Aanleg van
De verbeelding wordt aangepast door het aangeduid gebied aan de Kielsterachterweg te vergroten tot ca. 10 ha. Tevens wordt op de verbeelding de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4 verwijderd.
18
stemmen met de plannen (principebesluit). Een omgevingsvergunning vertraagt de ontwikkeling. Reclamant draagt vervolgens aan dat de opgenomen maximale oppervlakte van een voedselbos (artikel 4.4.3) geen meerwaarde biedt maar juist belemmert. Het flexibele en veelvormige karakter van een voedselbos biedt voldoende basis voor een kwalitatieve toevoeging in het landschap.
een voedselbos nabij de Kielsterachterweg, gelijklopend met het Drevenbos, is stedenbouwkundig en landschappelijk passend en wenselijk. Daarnaast zijn er geen direct aanwonenden. In het ontwerpbestemmingsplan is ‘bij recht’ een oppervlakte van ongeveer 5 hectare (locatiegebonden) opgenomen voor een voedselbos nabij de Kielsterachterweg. Daarnaast is, met een binnenplanse afwijking, realisatie van voedselbos mogelijk van 5 hectare (niet locatiegebonden). Dit kan aansluiten op het voedselbos aan de Kielsterachterweg. In dat geval zou de totale oppervlakte dan 10 hectare zijn. Naar aanleiding van de zienswijze is in overleg met het provinciaal bouwheerschap de oppervlakte voor voedselbos ‘bij recht’ aan de Kielsterachterweg vergroot tot ongeveer 10 hectare (locatiegebonden). Voor bepaalde delen kan een omgevingsvergunning nodig zijn in verband met archeologische verwachtingswaarden. Op die terreinen is een dubbelbestemming Waarde-Archeologie van kracht. Er is inmiddels een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat op een deel van deze gronden deze dubbelbestemming kan vervallen. Het gaat hier om een deel dat buiten de locatie van het voedselbos valt. Voor de delen binnen het gebied van het voedselbos blijft de archeologische dubbelbestemming van kracht.
Bovendien blijft de binnenplanse afwijking (omgevingsvergunning) voor een voedselbos van 5 ha mogelijk (niet locatiegebonden). Dit betekent dat voor deze omgeving een voedselbos van maximaal 15 ha kan worden gerealiseerd.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
19
Bij de binnenplanse afwijking wordt het provinciaal bouwheerschap betrokken voor de nadere afweging. Overigens kan de binnenplanse afwijking ook worden toegepast voor het realiseren van een voedselbos op andere plaatsen in de gemeente. In de zienswijze wordt gevraagd om ‘bij recht’ een voedselbos in de richting van de Kalkwijk mogelijk te maken. Het is ruimtelijk en stedenbouwkundig van belang om rekening te houden met het open veenkoloniale landschap nabij het lint van de Kalkwijk. Bovendien zijn – in tegenstelling tot de zijde van de Kielsterachterweg- aan de Kalkwijk wel particuliere woningen aanwezig. Op voorhand kan dan ook niet worden ingestemd om bij recht een voedselbos op de verbeelding op te nemen. Hier is een afzonderlijke procedure in de vorm van een omgevingsvergunning benodigd, waarbij alle belangen zorgvuldig kunnen worden afgewogen. Ook kan door de omwonenden worden gereageerd op de (aanvraag om een) omgevingsvergunning en de daarbij behorende voorwaarden.
7.
Hoogezand, nabij Kalkwijk / Veendammerweg NEDMAG Reclamant verzoekt om de in 2018 verleende De zienswijze wordt op dit punt overgenomen. omgevingsvergunning voor de ontsluitingsweg naar de zoutwinningslocatie NEDMAG in Borgercompagnie op De nieuwe ontsluitingsweg van en naar de locatie in de te nemen in het bestemmingsplan en aan de gronden gemeente Veendam dient om de doorgaande weg door een verkeersbestemming tot te kennen. Borgercompagnie te ontzien. Voor de aanleg van de weg is in 2018 door de gemeente Veendam een omgevingsvergunning verleend, omdat het overgrote deel van de weg is gelegen binnen haar grondgebied. Een klein deel van de ontsluitingsweg ligt binnen het grondgebied van MiddenGroningen. Het gaat dan over het westelijke deel van de
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
De verbeelding wordt aangepast door het deel van de bestaande weg, dat op het grondgebied van MiddenGroningen ligt, de bestemming “Verkeer” toe te kennen.
20
bestaande weg vanaf de aansluiting op de Kalkwijk nabij de kruising van de Veendammerweg tot aan het punt waar de weg afbuigt in oostelijke richting naar de locatie. Die bestaande (doodlopende) weg is eigendom van de gemeente Veendam, doch ligt voor een klein deel op grondgebied van Midden-Groningen. Die weg dient tevens als toegangsweg van en naar de ter plaatse aanwezige nutsvoorziening van de Gasunie en als ontsluiting van de ter plaatse aanwezige agrarische percelen. Het deel van die weg dat op grondgebied van Veendam ligt heeft een bestemming Verkeer, doch het Midden-Groningen deel van die weg heeft nog een agrarische bestemming. Omdat we hier te maken hebben met een bestaande toegangsweg is het niet wenselijk dat de weg twee aparte bestemmingen heeft. Voorgesteld wordt dan om aan deze weg eveneens de bestemming “Verkeer” te kennen, zodat wordt aangesloten bij de bestemming die ook in Veendam geldt. Tegen de ontsluitingsweg ten behoeve van de zoutwinningslocatie bestaan geen overwegende bezwaren. Wij zien de ontsluitingsweg ook al verbetering voor de leefbaarheid van het dorp en om de overlast voor omwonenden te beperken. Overigens blijken er geen verdere planologische belemmeringen te zijn zoals de nader aangeleverde ruimtelijke onderbouwing aangeeft.
8.
Kiel-Windeweer, Nieuwe Compagnie 4 Reclamant uit bezwaren tegen de uitvoering en inrichting van het naastgelegen bedrijfsperceel aan de Nieuwe Compagnie.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. In de Nota inspraak en overleg is eerder ingegaan op de inspraakreactie van reclamant met
Geen wijzigingen
21
soortgelijke strekking. Er is daarbij overigens tegemoet gekomen aan het verzoek van reclamant voor aanpassing van zijn eigen bedrijfsbouwvlak. Tegelijk is het bouwvlak van het bestreden buurperceel aangepast. Een consoliderend bestemmingsplan betekent dat de bestaande situatie zoveel mogelijk wordt vastgelegd, maar dat er wel ruimte is voor aanpassingen.
Bij het naastgelegen bedrijf is een hoge dijk aangelegd dicht langs het landbouwperceel. Hierdoor is er sprake van schaduwwerking op gewassen in de herfst. Ook is er bij aanleg van de dijk Japanse duizendknoop meegekomen en mogelijk ook vervuiling. Er wordt gevreesd voor verzakking van de dijk. Verder is het onderhoud aan de sloot lastiger door de dijk en rollen hierbij stenen en puin in de sloot. Er is geen ruimte gemaakt voor een schouwpad/maaipad.
De zienswijze ziet vooral op de grondwal, de hoogte daarvan, de aanwezigheid van micro-organismen, Japanse Duizendknoop, mogelijke vervuiling, hinder bij maaien, ontbreken van een maaipad, stevigheid van de wal en schaduwwerking. De genoemde punten zijn met name privaatrechtelijk van aard. Het ligt daarom op de weg van reclamant om de genoemde punten te bespreken met zijn buren en gezamenlijk een oplossing te zoeken. Voor realisatie van de grondwal bij het buurperceel is zowel op basis van het geldende bestemmingsplan en zowel op basis van het nieuwe bestemmingsplan geen (aanleg)vergunning benodigd. Dit geldt zowel voor de bedrijfsbestemming als de agrarische bestemming. Het is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel om de bestaande wal met terugwerkende kracht vergunning plichtig te maken. Bovendien zou de vergunningplicht alleen gelden voor nieuw aan te leggen wallen en niet voor bestaande situaties.
Geen wijzigingen
De grondwal is mede bedoeld om hinder vanuit het bedrijf op de omgeving tegen te gaan: voorkomen van geluidhinder en hinder door stof en verstuiving. De toezichthouder namens de gemeente en provincie (Omgevingsdienst Groningen) heeft terzake geen overtredingen geconstateerd. Dit punt is geen Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
22
aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. In een bestemmingsplan wordt in hoofdzaak geregeld welke functies op percelen zijn toegestaan. Zaken als onderhoud, uitvoering en beheer kunnen in een bestemmingsplan niet worden geregeld. Reclamant is van mening dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Reclamant voorziet nadelige gevolgen, vanwege het zuidelijk gelegen bedrijf en is het niet eens met het ontwerpbestemmingsplan buitengebied en de MER van 5-5-2021. Er is sprake van een grote verandering hetgeen in strijd is met het echtszekerheidsbeginsel en goede ruimtelijke ordening. Reclamant maakt zich zorgen over zijn gezondheid, welzijn en woongenot. De omgevingsvergunning is tijdelijk en zou niet moeten worden verwerkt in het bestemmingsplan. Reclamant heeft, door omstandigheden, niet kunnen reageren op de verleende omgevingsvergunning voor het bedrijf. Er wordt verzocht het plan aan te passen en hierbij waarborgen in te bouwen. Reclamant is bereid om mee te denken aan een ruimtelijk in te passen oplossing.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Het naastgelegen bedrijf is een bestaand bedrijf, met bestaande rechten. De beperkte uitbreiding aan de westkant betreft een perceel met opslag van grond. Er is sprake van een bestaande situatie. Uit luchtfoto’s blijkt dat het betreffende hoekje al heel lang (in ieder geval sinds 2002) onderdeel is van het bedrijf dat is gevestigd bij de (voormalige) strokartonfabriek met bijbehorende gronden. In het vorige plan buitengebied was de bestemming voor dit deel onjuist en niet afgestemd op het feitelijk gebruik.
Geen wijzigingen
Er is voor deze gronden (aan de westkant) een omgevingsvergunning verleend t.b.v. het gebruik. Door reclamant is geen bezwaar ingediend tegen deze vergunning. Bij de vergunningverlening heeft een beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid plaatsgevonden. Van een grote uitbreiding van het bedrijf met grote invloed op de omgeving is geen sprake. In de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning is daarnaast duidelijk omschreven dat met de tijdelijke vergunning vooruit wordt gelopen op het nieuwe bestemmingsplan buitengebied. Een onherroepelijke omgevingsvergunning vormt een zwaarwegend belang dat de raad moet betrekken bij zijn besluitvorming over het bestemmingsplan. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om een tijdelijke omgevingsvergunning. De raad is bevoegd om deze te verwerken in het bestemmingsplan. Van strijd met het
23
rechtszekerheidsbeginsel of strijd met een goede ruimtelijke ordening is geen sprake.
Reclamant is van oordeel dat in de MER te weinig aandacht is besteed voor het gebied en het effect van het naastgelegen recyclingbedrijf op de omliggende gronden, mens, dier en natuur.
De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen. Het betreft hier een recyclingsbedrijf, dat aan de achterzijde een kleine uitbreiding van de bedrijfsbestemming heeft gekregen. Die uitbreiding is in overeenstemming met een eerder verleende vergunning. Er is dus niet zozeer sprake van een nieuwe situatie of nieuwvestiging van bedrijvigheid. Wij zien dan ook geen relatie met de planMER. De zienswijze gaat in op een individuele casus, zonder een verwijzing naar het MER. De opmerking is geen aanleiding de planMER c.q. het bestemmingsplan aan te passen.
9.
Kropswolde, Woldweg 192 a.Reclamant constateert dat de opgenomen bestemming ‘Waarde – Landschap’ en bestemming ‘Natuur’ niet passend zijn bij het huidige gebruik van de betrokken gronden en verzoekt deze bestemming overeenkomstig het huidige gebruik aan te passen.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen. Wij overwegen hierbij het volgende.
Geen wijzigingen
In het geldend plan is inderdaad een bestemming ‘Natuur’ op de achtergelegen renbaan van toepassing. Deze bestemming is niet passend voor het feitelijk gebruik. In het nieuwe bestemmingsplan is daarom een bestemming ‘Agrarisch – Cultuurgrond’ met aanduiding ‘paardenrenbaan’ openomen. De constatering van reclamant ziet niet toe op de opgenomen nieuwe regeling.
24
De provincie heeft de bevoegdheid vanuit de Wro om ruimtelijke ordeningsbeleid op te stellen in het kader van provinciaal belang. Dit ruimtelijke beleid is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Het gemeentelijk beleid moet aan deze verordening voldoen. Weliswaar komt de gemeenteraad bij de vaststelling van bestemmingsplannen een grote mate van beleidsvrijheid toe, maar aan de andere kant is hij gehouden aan hoger beleid van provincie en rijk. De dubbelbestemming ‘Waarde Landschap’ op het perceel komt voort uit de provinciale omgevingsverordening. Gemeenten zijn verplicht om specifieke landschappelijke waarden te beschermen via het bestemmingsplan. Voor deze specifieke locatie geldt dat er sprake is van een ‘dekzandrug’. Het afgraven of diepploegen is op basis van deze bestemming niet toegestaan. Het verzoek van reclamant is in strijd met de provinciale verordening. Het bestemmingsplan wordt op dit onderdeel niet gewijzigd. b. Reclamant is voornemens om op het perceel één en ander te verbeteren door oude gebouwen af te breken en betere gebouwen terug te zetten. Ter verduidelijking is hiervoor een situering ingediend.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
De zienswijze wordt op dit punt overgenomen. Uit de toegezonden situering blijkt dat het aanwezige woonperceel groter is dan op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen. Wij kunnen ons vinden in een aanpassing van de verbeelding op de feitelijk aanwezige situatie. Het woonperceel vindt daarmee aansluiting op de lengte van het naastgelegen woonperceel (nr. 194). Uit de situering blijkt eveneens dat reclamant voornemens is de vervangende nieuwbouw te plaatsen achter nr. 190. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is echter niet wenselijk om uw woonperceel achter het perceel van uw buren door te trekken. Wij wijzen u erop dat plaatsing van bouwwerken (met of
Op de verbeelding wordt het woonperceel wordt aan de westkant uitgebreid, overeenkomstig de bestaande situatie.
25
zonder vergunning) op de beoogde locatie niet is toegestaan. Daarnaast dienen bijbehorende bouwwerken te passen binnen de bouwregels van het bestemmingsplan en/of de regels voor het vergunningvrij bouwen (Besluit omgevingsrecht).
10.
c.Reclamant constateert dat de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen’ ‘nieuw’ is op kadastraal perceel 564 en vraagt zich af wat de gevolgen zijn voor het perceel.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Ambtshalve wordt geconstateerd dat de verwijzing paardenrenbaan op de verbeelding niet op de juiste wijze gekoppeld is aan de regels in het bestemmingsplan.
Wij passen de verbeelding en de regels aan en beschouwen dit als een ambtshalve aanpassing.
De planregels en de verbeelding worden aangepast.
De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.
Geen wijzigingen
Noordbroek, Eideweg 5 a. Reclamant merkt op dat in het vigerend bestemmingsplan bestaande silo’s buiten het bouwvlak tot 800 m2 zijn toegestaan. Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan biedt de mogelijkheid om slechts het bestaande terug te bouwen. Reclamant is voornemens de huidige silo
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Geen wijzigingen
De veiligheidszone is een signaleringszone gebaseerd op het feit dat op de provinciale weg gevaarlijke stoffen mogen worden vervoerd. Binnen deze zone is het niet toegestaan nieuwe objecten ten behoeve van minder zelfredzame personen te bouwen of in gebruik te nemen. Dit om hoge veiligheidsrisco’s te voorkomen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet hiermee rekening worden gehouden. Bijvoorbeeld: een nieuwe school moet op voldoende afstand tot de weg worden gesitueerd. Voor bestaande woonpercelen heeft deze zone geen gevolgen.
Het is juist, dat het huidige bestemmingsplan Buitengebied Menterwolde de mogelijkheid bood om een mestsilo van maximaal 800 m2 buiten het bouwvlak te realiseren.
26
(1300 m3) te vervangen voor een grotere versie (2500 m3) met een oppervlakte kleiner dan 800 m2 en verzoekt de regels in het vigerende plan te blijven voortzetten.
Op basis van het provinciaal beleid, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening (POV), kan een bestemmingsplan voorzien in de mogelijkheid om mestsilo’s op de veldkavel op te richten in door Gedeputeerde Staten, op basis van een gemeentelijke gebiedsvisie op mestopslag op een veldkavel aangegeven gebieden, mits verder aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Inmiddels is van gemeentewege deze beleidsvisie opgesteld en heeft GS hiermee ingestemd en daarbij de gebieden die voor mestopslag in aanmerking komen, aangewezen. In die gebiedsvisie zijn naast de gebieden ook kwalitatieve criteria opgenomen waaraan mestsilo’s moeten voldoen. Zo geldt een oppervlakte van maximaal 750 m2 en een inhoud van maximaal 2500 m3. Voor mestsilo’s geldt bovendien dat deze verdiept moet worden aangelegd, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. Voor het bouwen van een mestsilo’s op een veldkavel is in het ontwerpbestemmingsplan een afwijkingsbevoegdheid opgenomen, waarbij moet worden voldaan aan de criteria zoals opgenomen in het bestemmingsplan en de gebiedsvisie. In de POV is verder geregeld dat tot het tijdstip dat een bestemmingsplan in overeenstemming is gebracht met de bepalingen van de POV het verboden is om voorzieningen voor mestopslag buiten het agrarisch bouwperceel op te richten.
Hiervoor is in de POV een rechtstreeks werkende regel opgenomen, die feitelijk de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan voor de bouw van een mestsilo van maximaal 800 m2 uitsluit. In het ontwerpbestemmingsplan is verder de mogelijkheid opgenomen om -in dit geval- de bestaande mestsilo te verbouwen of door nieuwbouw te vervangen, doch dat daarbij
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
27
de bestaande maatvoering moet worden gehanteerd. Tevens bestaat op grond van het bestemmingsplan en de gebiedsvisie om per locatie maximaal 2 mestopslagen te realiseren. Uiteraard moet hiervoor worden voldaan aan de in het plan opgenomen voorwaarden en eisen. Wat de zienswijze op dit punt aangaat zien wij geen aanleiding om de oppervlaktenorm van 750 m2 te verhogen naar 800 m2. De voor mestopslag in het bestemmingsplan opgenomen regeling biedt in onze ogen voldoende mogelijkheden om mestopslag voor agrariërs te realiseren. b. Reclamant draagt de wens voor een tweede bedrijfswoning aan en refereert naar eerdere contacten met de gemeente. Reclamant verzoekt daarbij om overeenkomstig de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – tweede bedrijfswoning’ op de verbeelding op te nemen.
De zienswijze wordt op dit punt overgenomen.
c. Reclamant bespreekt de wens voor het aanpassen van de bestaande bedrijfswoning naar een aardbevingsbestendige woning en verzoekt daarop om het bouwvlak aan te passen.
De zienswijze wordt op dit punt overgenomen.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid bij een agrarisch bedrijf een tweede bedrijfswoning te realiseren. Voorwaarde daarvoor is o.a. dat met een bedrijfsplan wordt aangetoond dat het bedrijf beschikt over een toekomstperspectief van tenminste 10 jaar en op basis van de economische omvang van het bedrijf sprake is van een volwaardig bedrijf voor minimaal twee volwaardige arbeidskrachten en de noodzaak van de bedrijfswoning voor een verantwoorde bedrijfsvoering aannemelijk is gemaakt. Op basis van het door reclamant aangeleverde bedrijfsplan blijkt dat aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
Tegen de geringe uitbreiding van de bestaande bedrijfswoning bestaan geen overwegende planologische bezwaren. Het ontmoet dan ook geen bezwaar om het bouwvlak ter plaatse van de bedrijfswoning aan te passen. De extra ruimte aan bouwvlak kan elders worden gecompenseerd, zodat er netto
Op de verbeelding wordt de aanduiding “specifieke vorm van wonen – tweede bedrijfswoning” toegekend.
Op de verbeelding wordt het bouwvlak iets aangepast.
28
geen uitbreiding van het bouwvlak plaatsvindt, maar slechts een geringe aanpassing.
11.
Noordbroek, Noorderstraat 8 Reclamant verzoekt om meer opslagcapaciteit van veevoer in de vorm van twee nieuw aan te leggen sleufsilo’s. Een aanpassing van het bouwvlak is hiervoor noodzakelijk (30 meter in oostelijke richting). Daarbij draagt reclamant aan dat de bestaande opslag niet positief bestemd is in het ontwerpbestemmingsplan en verzoekt dit alsnog te doen. Reclamant is bereid om het een en ander landschappelijk in te passen.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Geen wijzigingen
Het betreffende melkveebedrijf ligt binnen de bebouwde kom van het dorp Noordbroek, doch grenst aan het bestemmingsplan Buitengebied. Het bedrijf valt dan ook binnen de regels van het bestemmingsplan Dorpen Menterwolde. Daarin heeft het bedrijf een toegesneden agrarische bestemming en dito bouwvlak. Het bouwvlak van het bedrijf is 2 hectare groot. Vergroting van agrarische bouwblokken boven de 2 ha is op basis van het provinciaal beleid voorbehouden aan de provincie, in die zin dat door Gedeputeerde Staten hiervoor een omgevingsvergunning moet verlenen. Pas hierna kan een bestemmingsplan voorzien in de aanpassing van dat bouwblok. GS hanteren bij die besluitvorming de maatwerkmethode, maar tevens zal het bedrijf moeten voldoen aan het Groninger Verdienmodel (methodiek om te bepalen of een bedrijf wezenlijk bijdraagt aan de verduurzaming van de sector). Voor de gevraagde vergroting van het bouwvlak is geen provinciale omgevingsvergunning afgegeven. De gemeenteraad is dan ook niet bevoegd het bouwvlak te vergroten. De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen. Reclamant geeft verder aan dat de bestaande opslag niet positief is bestemd. In het bovenstaande is aangegeven waarom het niet mogelijk is om hiervoor het bouwblok te
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
29
vergroten. Verder hebben wij geconstateerd dat voor deze opslag geen omgevingsvergunning is afgegeven. Op basis van de planregels van het bestemmingsplan Dorpen kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor de opslag van veevoer buiten het bouwvlak, met dien verstande dat deze opslag tot ten hoogste 25 meter buiten dat bouwvlak wordt gerealiseerd. Met het verlenen van die vergunning kan de bestaande opslag alsnog worden gelegaliseerd. De zienswijze is geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen en wordt derhalve niet overgenomen. Voor de gevraagde extra opslagcapaciteit biedt deze regeling geen uitkomst omdat de voorgenomen opslag op een grotere afstand dan 25 m van het bouwvlak wordt voorzien. Ook op dit punt is de zienswijze ongegrond. Voor de extra opslagcapaciteit dient een afzonderlijke procedure te worden gevolgd, op basis waarvan de provincie bevoegd is.
12.
13.
Noordbroek, Sappemeersterweg 29a Reclamant verzoekt vanwege bedrijfsbeëindiging om, conform gevoerd overleg met de gemeente, de bestemming op het betrokken percelen te wijzigen van ‘bedrijf’ naar ‘Wonen’ inclusief bijbehorend bouwvlak.
De zienswijze wordt overgenomen. Op het perceel is geen bedrijf (meer) aanwezig. De opgenomen bestemming ‘Bedrijf’ is dan ook niet langer van toepassing. Tegen een wijziging van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming bestaan geen planologische bezwaren. Het verzoek van reclamant wordt ingewilligd.
De verbeelding wordt aangepast door aan het perceel de bestemming Wonen toe te kennen, met een bijbehorend bouwvlak.
Noordbroek, Sappemeersterweg 36
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
30
Reclamant verzoekt om het bestemmingsplan voor het perceel Sappemeersterweg 36 op een aantal onderdelen aan te passen. 1. Bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristieke boerderij’ en motivatie sloop
1. Bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristieke boerderij’ en motivatie sloop.
Reclamant twijfelt of de status ‘karakteristiek’ nog recht doet aan de feitelijke situatie. De boerderij is in slechte technische staat, inclusief de fundering. Door de mijnbouwactiviteiten is het aantal scheuren ook toegenomen. Daarnaast is het schuurgedeelte slecht bruikbaar door de grootte van de huidige landbouwmachines. Door de gebinten is een andere indeling niet mogelijk. Het woongedeelte van de boerderij is ook zeer gedateerd. Het renoveren en verduurzamen van het woongedeelte is vanwege de omvang door cliënten niet op te brengen. De boerderij heeft in feite geen toekomstwaarde meer. Een eerdere aanvraag voor een sloopvergunning is buiten behandeling gesteld vanwege onvoldoende informatie. Voor de toekomst van het akkerbouwbedrijf is de boerderij ‘een blok aan het been’. Cliënten willen graag in overleg met de gemeente over nieuwbouwplannen (woning met opslagloods).
De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.
2. Omvang en ligging van het bouwvlak
2. Omvang en ligging van het bouwvlak
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Geen wijzigingen
De boerderij is in het verleden aangewezen als ‘karakteristiek’. In 2018 is hiervoor een facetbestemmingsplan opgesteld met regels voor karakteristieke panden. In het bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen zijn deze regels waar nodig overgenomen. Behoud van de hoofdvorm van het pand is uitgangspunt van deze regels. Sloop is onder voorwaarden mogelijk met een omgevingsvergunning. Deze aanvragen worden getoetst aan het afwegingskader karakteristieke panden, dat door het college is vastgesteld. Als blijkt dat de boerderij op basis van bijvoorbeeld de bouwkundige staat en/of de beperkte gebruikswaarde van het pand voor agrarisch gebruik of niet geschikt te maken is (bijvoorbeeld alleen tegen hoge kosten), kan onder voorwaarden een sloopvergunning worden afgegeven. Het is niet wenselijk om zonder deze toets de status van het pand te halen. De motivatie die als onderdeel van de zienswijze is ingediend kunnen wij nu niet gebruiken om de status van het pand te wijzigen. Hiervoor is het nodig een omgevingsvergunning aan te vragen.