03. Bijlage Nota zienswijzen, commentaar en wijzigingen
Tekst van het document
In de zienwijze worden diverse adressen aangedragen. In het navolgende wordt op deze adressen nader ingegaan.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Bij de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten in 2019 heeft de gemeenteraad aangegeven een actualiserend en conserverend plan op te stellen. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk.
Het bestemmingsplan Oudeweg 13 te Westerbroek is op 7 september 2015 vastgesteld en is al geruime tijd geleden onherroepelijk in werking getreden. Het betreft een herziening van het onderliggende bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld op 23 augustus 2010). Bij de actualiseringslag voor het bestemmingsplan Buitengebied voor de gemeente MiddenGroningen zijn alle onderliggende bestemmingsplannen betrokken. Zo ook voor de percelen aan de Oudeweg 13. De aanwezige woonbestemmingen op deze gronden zijn overeenkomstig de systematiek van het bestemmingsplan Buitengebied ingetekend. Het bestemmingsplan voorziet voor deze percelen niet in nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden ten opzichte van de nu geldende juridische kaders.
62
Voor het perceel Woortmansdijk 1 te Westerbroek is een inspraakreactie ingediend op het voorontwerpbestemmingsplan. Zoals blijkt uit de nota inspraak en overleg gaat het hier om de uitbreiding van de bestaande camping. Aan het verzoek wordt geen medewerking verleend. Op termijn kan mogelijk wel medewerking worden verleend aan de uitbreidingsplannen. Om bij een concrete aanvraag een afwegingskader te hebben is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarin voorwaarden zijn opgenomen. c. Reclamant draagt een initiatief aan voor de wijziging van de aanwezige schuur op het perceel van reclamant naar meerdere inpandige woonunits voor kleinschalige bewoning. Reclamant verzoekt het aangedragen initiatief mee te nemen in het bestemmingsplan.
De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen. Zoals opgenomen in de Nota van uitgangspunten maakt het bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen (zoals toevoegen van woningen in het buitengebied) mogelijk. Ook in deze situatie is feitelijk sprake van een nieuwe ontwikkeling, in die zin, dat er bestaand gebouw wordt verbouwd tot meerdere woonunits. Het realiseren van kleinschalige bewoning, in de vorm van meerdere woonunits, is een verzoek dat in een afzonderlijke planologische procedure beoordeeld moet worden. Hiervoor kan een aparte aanvraag worden gedaan. Op dit moment kan niets worden vermeld over de haalbaarheid daarvan.
d.
Het tweede deel van de zienswijze heeft betrekking op de planMER. Puntsgewijs worden deze hieronder opgesomd en van een reactie voorzien
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Samengevat kan worden geoordeeld dat de in de zienswijze naar voren gebrachte punten geen aanleiding vormen om de planMER c.q. het bestemmingsplan aan te passen. Wij nemen de zienswijze dan ook niet over.
Geen wijzigingen
63
d1.
Reclamant is van mening dat de beschreven realistische worst-case benadering in de planMER een onderschatting is van de effecten. Reclamant is van mening dat de het mogelijke maximumalternatief wel degelijk realistisch is voor het buitengebied in Westerbroek. In de omgeving van het perceel van reclamant zou iedereen in potentie een windturbine, 5 paarden of een minicamping kunnen beginnen. Reclamant is van mening dat daarmee de effecten op natuur en milieu onvoldoende in beeld zijn gebracht.
Het planMER beschouwt de milieueffecten op de schaal van het buitengebied Midden-Groningen. Het planMER beschouwt milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Het bestemmingsplan biedt een ruime regeling voor nevenactiviteiten waaronder mini-campings, paardenbakken en kleinschalige windturbines. Vanwege het bestaande aantal mini-campings, paardenbakken en kleinschalige windturbines, maar ook de feitelijke ontwikkelingsmogelijkheden, is het onrealistisch om de milieueffecten te beoordelen waarbij elk perceel maximaal gebruik maakt van deze mogelijkheden. Met die reden is in het planMER uitgegaan van een realistische worst-case; Wat zijn realistische aantallen met het oog op te verwachten ontwikkelingen, gebaseerd op de aantallen in de huidige situatie. Hoewel het bestemmingsplan een ruime regeling biedt voor onder ander mini-campings, paardenbakken en kleinschalige windturbines binnen diverse bestemmingen, zijn deze voorzieningen niet zonder meer toegestaan. Voor elke voorzieningen gelden diverse voorwaarden waaraan moet worden voldaan. In de praktijk zal daarom bij lang niet alle percelen een dergelijke voorziening realiseerbaar zijn vanwege bijvoorbeeld een te kleine oppervlakte van het perceel of een te korte afstand tot een woning van derden.
Op deze wijze ontstaat een representatief beeld van de milieueffecten over de gehele breedte van het buitengebied. Per individueel perceel kan dit verschillen, maar het planMER beschouwt de milieueffecten op een schaalniveau dat past bij het planMER (een plan, dus schaalniveau buitengebied), en niet op individueel perceelsniveau.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
64
Met de realistische worst-case benadering zoals opgenomen in de planMER zijn de te verwachten milieueffecten vanwege het nieuwe bestemmingsplan voldoende in beeld gebracht. d2.
Reclamant is van mening dat individuele situaties zoals het houden van paarden in tuinen of motorcrossen op open velden, die de afgelopen jaren plaatsvonden, betrokken hadden moet worden in het planMER.
Het planMER beschouwt milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen biedt. Deze ontwikkelingen zijn getoetst op milieueffecten en waar nodig zijn mitigerende maatregelen voorgeschreven om onacceptabele effecten te beperken of voorkomen. Uiteraard kan op individueel niveau hinder ontstaan door activiteiten van naastgelegen woningen. Deze activiteiten zijn veelal niet ruimtelijk geregeld, waarmee ze geen onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan en daarmee ook niet van het planMER. Motorcrossen op eigen percelen is hier een voorbeeld van: het zorgt voor hinder, maar het is niet ruimtelijk geregeld of vergunningplichtig. Onderlinge verhoudingen en overlast op individueel niveau zijn om deze reden niet onderzocht.
d3.
Reclamant is van mening dat plaatsgevonden uitbreidingen van agrarische sector en aan-huisverbonden beroepen onvoldoende zijn betrokken in de bestaande situatie (referentiesituatie) van het planMER. De gevestigde bedrijven veroorzaken reeds de nodige negatieve effecten die in het planMER buiten beschouwing zijn gelaten. Reclamant is daarmee van mening dat de informatie van de referentiesituatie niet compleet is, waarmee de beoordelingen t.o.v. de referentiesituatie niet kloppen.
Het PlanMER beschouwt de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen biedt. De milieueffecten worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie, op het schaalniveau van het buitengebied en op het detailniveau van het planMER. De informatie voor de referentiesituatie is opgebouwd uit openbaar beschikbare informatie. Hierbij is de meest recente, beschikbare data gekozen. Onderdeel hiervan is ook aanwezige bedrijvigheid en bijbehorende verkeersstromen. De referentiesituatie is op de milieuthema's geluid, verkeer, geur en luchtkwaliteit getoetst aan wet- en regelgeving en daaruit volgen geen normoverschrijdingen. Het planMER toetst vervolgens of de
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
65
voorgenomen ontwikkelingen leiden tot milieueffecten en in welke mate. Hieruit blijkt dat deze effecten in dusdanig beperkte mate optreden dat deze niet als negatief zijn beoordeeld op het schaalniveau van het planMER. Uiteraard kan dit per perceel verschillen (woningen ingesloten tussen bedrijvigheid kunnen meer hinder ervaren dan andere woningen), maar de effecten door de ontwikkelingsmogelijkheden die het planMER biedt, zijn als acceptabel beoordeeld. d4
Reclamant is van mening dat de habitat van diverse beschermde diersoorten in het bos negatief worden verstoord door de voorgenomen ontwikkelingen.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
Onderdeel van het planMER is een beschrijving in hoofdstuk 4 van het aspect natuur. Binnen dit hoofdstuk is de bestaande situatie betreffende natuur in beeld gebracht en is aangegeven welke effecten binnen elk alternatief kunnen optreden. Hierbij zijn de effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden beoordeeld. Hierbij is gekeken naar de mogelijke effecten door o.a. verstoring en fysieke aantasting van (het leefgebied van) de beschermde dier- en plantensoorten. Het maximumalternatief kan leiden tot sterk negatieve effecten. In het bestemmingsplan zijn bij ontwikkelingen diverse voorwaarden opgenomen, waarmee deze niet zonder meer mogelijk zijn. In alle gevallen mag een ontwikkeling niet leiden tot een onevenredige aantasting van natuurwaarden. Het maatregelenalternatief beschrijft deze voorwaarden. Uit het planMER blijkt dat met toepassing van deze maatregelen negatieve effecten worden weggenomen. Met dit ecologisch onderzoek zijn de effecten op soorten conform de geldende wet- en regelgeving onderzocht. Ongeacht de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied is de algemene zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming van kracht. Bij elke ontwikkeling of handeling dient deze algemene zorgplicht in acht te worden
66
genomen waarmee o.a. in het wild levende dieren en planten worden beschermd. d5
Reclamant is van mening dat het aspect gezondheid foutief is beoordeeld, omdat er geen effecten zijn beoordeeld t.o.v. de referentiesituatie. Reclamant draagt hierbij aan dat regelmatig ongeneeslijke ziekten bij dorpsbewoners zijn vastgesteld. Naar de oorzaak van deze ziekten is geen onderzoek gedaan. Reclamant is van mening dat een dergelijk onderzoek kan uitwijzen dat wel degelijk effecten op gezondheid te verwachten zijn. Reclamant is van mening dat het planMER dit onvoldoende belicht heeft.
Het PlanMER beschouwt de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen biedt, op het schaalniveau van het buitengebied. Het gaat hier met name om de ontwikkeling van agrarische bedrijven. We betreuren dat onverklaarbare ziektegevallen zijn vernomen, maar vaststelling van- en onderzoek naar individuele ziekgevallen is geen onderdeel van het ruimtelijk recht en daarmee ook niet tot de onderzoeksscope van dit planMER.
d6
Tenslotte vraagt reclamant zich af wat de haalbaarheid is van de mitigerende maatregelen zoals deze zijn opgenomen in de beleidsnotities.
De mitigerende maatregelen die in het planMER en in de beleidsnotities van de gemeente zijn opgenomen, zijn praktisch uitvoerbaar. Naleving van de toepassing van deze mitigerende maatregelen dient te worden geborgd bij de vergunningsaanvraag voorafgaand aan uitvoering van de ontwikkeling.
32.
Zuidbroek, Burg. Omtaweg 2 a. Verzoek om het bouwvlak aan te passen zodat beoogde verplaatsing van de bedrijfswoning mogelijk is. Reclamant verwijst naar eerdere correspondentie met gemeente, toezeggingen over de realisatie van de bedrijfswoning en een bijgevoegde landschappelijke inpassing.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
De zienswijze wordt op dit punt deels overgenomen. In het geldende bestemmingsplan buitengebied is in planologisch opzicht geen bedrijfswoning bij het horecabedrijf aanwezig. In de feitelijke situatie bevindt zich aan de oostzijde van het horecacomplex (binnen de
Op de verbeelding wordt de bestaande woning van een aanduiding “bedrijfswoning” voorzien.
67
horecabestemming) nog wel een voormalige agrarische dienstwoning en bijbehorende loodsen. Deze woning zou conform de oorspronkelijke plannen van het horecabedrijf worden verwijderd. Met die reden is het in geldend bestemmingsplan (Buitengebied Menterwolde, 2013) geen aanduiding ‘bedrijfswoning’ opgenomen en is de dienstwoning wegbestemd. Verwijdering van de dienstwoning heeft echter nooit plaatsgevonden. De woning is op dit moment nog steeds aanwezig en als zodanig in gebruik.
Verder wordt op de verbeelding een zoekgebied aangeduid waarbinnen de locatie van de bedrijfswoning kan worden verplaatst.
In 2021 hebben gesprekken tussen gemeente en reclamant plaatsgevonden over de wens om de dienstwoning als beheerderswoning bij het naastgelegen horecabedrijf te gaan gebruiken. Vanwege de bouwkundige staat is nieuwbouw wenselijk. Gesproken is over een alternatieve locatie. In een brief (d.d. 10-2-2021) is een gemeentelijke beoordeling over het voornemen gegeven. Hieruit blijkt dat een alternatieve locatie tot de mogelijkheden kan behoren wanneer hiervoor een planologische procedure wordt doorlopen en aan het voornemen een geaccordeerd inpassingsplan ten grondslag ligt. Vanwege de feitelijke aanwezige situatie is daarnaast aangegeven dat bij voorspoedige voortgang eventueel mogelijkheden bestaan voor verwerking in het bestemmingsplan buitengebied. Het bij de zienswijze gevoegde inpassingsplan is nog niet ter beoordeling aan de gemeente voorgelegd. In het inpassingsplan wordt naast verplaatsing van de bedrijfswoning een geheel nieuwe paardenhouderij gevisualiseerd. De paardenhouderij betreft een grootschalige ontwikkeling, bestaande uit diverse stallen, paardenbakken, een groot aantal parkeerplaatsen, alsmede een eigen toegang tot de openbare weg. Daarnaast Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
68
heeft in deze visualisatie de bedrijfswoning geen relatie (meer) met het naastgelegen horecabedrijf. Deze grootschalige ontwikkeling is te kwalificeren als nieuwe ontwikkeling en niet als een ondergeschikte aanpassing (zoals verplaatsing van de bedrijfswoning wel zou zijn). Vanwege het consoliderende karakter van het bestemmingsplan is het niet mogelijk en niet wenselijk om een dergelijke grootschalige nieuwe ontwikkeling mee te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan Buitengebied. Voor het realiseren van de grootschalige nieuwe ontwikkeling kan een verzoek worden ingediend. Dat verzoek wordt dan wel op zijn merites beoordeeld. Indien mogelijk kan een afzonderlijke planologische procedure worden doorlopen. Wij willen reclamant er hierbij nog wel op wijzen dat nieuwvestiging van een gebruiksgerichte paardenhouderij vanuit provinciaal- en gemeentelijk beleid niet is toegestaan. Op grond van de Provinciale Omgevingsverordening voorziet een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Volgens de verordening wordt onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling verstaan een ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan nieuw planologisch beslag op de ruimte door middel van uitbreiding van bouwmogelijkheden of wijziging van gebruiksmogelijkheden van substantiële aard en omvang ten behoeve van onder meer nietagrarische bedrijven en andere stedelijke voorzieningen. Doel hiervan is om verdere verstening en versnippering van het buitengebied tegen te gaan. Een gebruiksgerichte paardenhouderij is op grond van de verordening een niet-agrarische functie en moet daarom worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
69
De zienswijze nemen wij op dit punt dan ook niet over. Als ondergeschikte aanpassing waar wij wel medewerking aan kunnen verlenen is het opnemen van een aanduiding ‘bedrijfswoning’ ter plaatse van de voormalige agrarische dienstwoning. Het uitgangspunt is dat bedrijfswoning binnen de bedrijfsbestemming (Horeca) wordt gerealiseerd en er zodoende sprake is van een zichtbare relatie met dat bedrijf. Vanwege een goed woon- en leefklimaat kunnen wij ons voorstellen dat een andere locatie van de bedrijfswoning (vanwege bijv. wegverkeerslawaai) wenselijk is. Met die reden nemen wij eveneens een gebiedsaanduiding ‘overige zone zoekgebied vervangende bedrijfswoning’ op waarbinnen in de nadere gesprekken overeenstemming gevonden kan worden voor de locatie van de nieuw te realiseren bedrijfswoning. b. Reclamant verzoekt om de afspraken uit de brief behorende bij het raadsbesluit van 19 november 1992 te betrekken in het bestemmingsplan.
De zienswijze wordt op dit punt niet overgenomen.
Geen wijzigingen
Wij zien geen redenen om de afspraken, zoals deze zijn vastgelegd in het bestemmingsplan Zuidbroek, Van der Valkcomplex uit 1992, opnieuw in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied op te nemen. Ten tijde van de vaststelling van dat plan in 1992 was bij de locatie Van der Valk nog sprake van een ontwikkellocatie, reden om daarvoor een specifiek bestemmingsplan vast te stellen. In 2013 is het bestemmingsplan Buitengebied Menterwolde vastgesteld, waarbij ook de locatie van Van der Valk in Zuidbroek is opgenomen. Daarbij zijn destijds “alleen” de gerealiseerde ontwikkelingen vastgelegd, zoals het restaurant, het motel, de Eurohal en de sportvoorzieningen. Op basis van het toen geldende provinciale beleid was het niet
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
70
mogelijk om de in 2013 niet gerealiseerde afspraken opnieuw positief te bestemmen. Destijds is door Van der Valk hiertegen geen zienswijze c.q. beroep ingesteld. Het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied is consoliderend en actualiserend van aard. Uitgangspunt is dat daarin geen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. De door reclamant aangehaalde afspraken moeten als nieuwe ontwikkelingen worden gezien en kunnen dan ook niet worden meegenomen. Overigens wordt hierbij nog aangehaald dat door reclamant tegen het plan Buitengebied Menterwolde 2013 een verzoek om vergoeding van planschade is ingediend. Tegen de afwijzing daarvan loopt dit moment nog een gerechtelijke procedure. Tenslotte wordt nog aangehaald dat er na 2013 tot in het recente verleden diverse gesprekken en correspondentie met reclamant zijn geweest c.q. is gevoerd. Daarbij is van gemeentewege meermalen aangegeven dat de wijziging van de bestemming, waartoe de raad in 2013 heeft besloten, niet betekent dat er niets meer kan. Wij hebben Van der Valk uitgenodigd om met plannen voor het gebied te komen, zodat we kunnen toetsen aan gemeentelijke en provinciale beleidskaders. Aan goede plannen willen we graag meewerken. Het is aan Van der Valk om van onze uitnodiging gebruik te maken. Realisering van de plannen zal dan wel via een afzonderlijke procedure moeten worden geregeld.
Het nieuwe plan Buitengebied is hiervoor niet het geschikte instrument.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
71
In dit verband wordt nog gemeld, dat Van der Valk een omgevingsvergunning is verleend voor het realiseren van een zonnepark langs de noordzijde van de A7, ten westen van hun complex aan de Burg. Omtaweg.
33.
Zuidbroek, Buitenweg 4 a. Reclamant verzoekt om het begrip ‘stalvloeroppervlakte’ te verduidelijken. Het is niet duidelijk wat ‘onlosmakelijk verbonden ruimtes zijn’ en hoe de gemeente tot een maximale oppervlakte van 5.000 m² is gekomen. Verzoek om alle bebouwing die ten dienste staat aan de intensieve tak (5.684 m2) vast te leggen in het bestemmingsplan.
b. Reclamant merkt op dat de verwijzing naar de bijlage niet goed is opgenomen.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
De zienswijze wordt niet overgenomen.
Geen wijzigingen
Het begrip ‘stalvloeroppervlakte’ is overgenomen uit de Provinciale omgevingsverordening. De onlosmakelijk verbonden ruimtes zijn in dit geval de gang- en voerpaden in de stallen. Ook een overdekte uitloop of wintergarten wordt als stalvloer meegeteld. Andere ruimtes die ten dienste staan van het agrarisch bedrijf als melklokaal, mestopslag of kantoorruimte vallen hier niet onder. Deze ruimtes kunnen wellicht grenzen aan de stallen (of onder hetzelfde dak zitten) maar zijn niet onlosmakelijk verbonden. Op basis van onze definitie is de aanwezige stalvloeroppervlakte voor de betreffende intensieve veehouderij 4.710 m². Deze oppervlakte is gebaseerd op de aanwezige en vergunde 3 stallen (inclusief loop- en voerpaden). Het (voor)ontwerp bestemmingsplan gaat uit van 5.000 m². Wij houden deze oppervlakte aan omdat naar beneden bijstellen vanwege de verwachtingen op basis van het voorontwerp en ontwerpplan niet wenselijk is. Ook in het vigerende bestemmingsplan is een oppervlakte genoemd van 5.000 m2. De zienswijze wordt op dit punt overgenomen.
In de planregels wordt een juiste
72
De verwijzing naar de bijlagen is per abuis niet goed opgenomen. Een juiste verwijzing is wenselijk. Dit wordt aangepast
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
verwijzing naar de bijlagen opnemen.
73
Bijlage 1: Overzicht indieners zienswijzen NIET OPENBAAR nr
datum ontvangst Naam/ organisatie
adres
Bijlage 2: Zienswijzen Zienswijze GEANONIMISEERDE VERSIE VAN DE ZIENSWIJZE INVOEGEN
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
74
Bijlage 3
Ambtshalve aanpassingen
Verbeelding I. Niet correct opgenomen bestemmingen. Gebleken is dat in het ontwerpbestemmingsplan een aantal percelen niet van de juiste bestemming is voorzien, mede gezien het huidige gebruik. a. Een aantal buisleidingen in het plangebied is niet correct op de verbeelding weergegeven. Het gaat hier om buisleidingen die voorkomen op de provinciale risicokaart en in de vigerende bestemmingsplannen wel van een passende bestemming waren voorzien. Om deze omissie te herstellen worden deze leidingen alsnog van de juiste bestemming voorzien. Het betreft zowel een aantal (bestaande) leidingen van zowel de Gasunie als de NAM (aardgascondensaatleiding Zuidbroek). Gebleken is verder dat de NorgroNgasleiding (gelegen ten zuiden van Hoogezand-Sappemeer) ten onrechte is het plan was opgenomen. Hiervoor was al een Rijksinpassingsplan (RIP) opgesteld. De regelgeving in het RIP wijkt af van de gemeentelijke regels en is daarom niet meer in het plan buitengebied opgenomen. b. De navolgende percelen krijgen een op het bestaande gebruik en/of aanwezige bebouwing toegesneden bestemming c.a.
aanduiding -Borgercompagnie, Borgercompagniesterweg 37 (wegens bedrijfsbeëindiging en sloop wordt aan het perceel de bestemming Wonen toegekend); -Froombosch, perceel ten zuiden van Langewijk 4 (opnemen aanduiding tuinbouw; perceel grond is als zodanig in gebruik); -Kropswolde, Woldweg 88 (onlangs aangekochte strook ten zuiden van perceel krijgt bestemming Wonen, zonder bouwvlak); -Luddeweer, Luddeweersterweg 6 (toevoegen aanduiding ‘zorginstelling’ (overeenkomstig bestaand gebruik) binnen bestemming Gemengd); -Overschild, Meenteweg 6 (toekennen bestemming Wonen en bouwvlak; perceel is al jaren als particuliere woning in gebruik, de opgenomen agrarische bestemming is niet meer passend); -Noordbroek, Sappemeersterweg 16 (toevoegen aanduiding plattelandswoning conform bestaande planologische regeling); het betreft een voormalige agrarische bedrijfswoning die als burgerwoning wordt gebruikt); -Noordbroek, Slochterweg 1a (toevoegen aanduiding plattelandswoning); -Noordbroek, Botjesweg 3 (toevoegen aanduiding plattelandswoning); -Sappemeer, woningen aan de Winkelhoek (abusievelijk is voor deze woningen de aanduiding “gevellijn” niet opgenomen); -Sappemeer, tussen Langewijk 3 en 5 (particuliere tuin is ten onrechte als tuinbouw bestemd; wordt aangepast naar wonen, zonder bouwvlak); -Sappemeer, Rijksweg oost 113 (toekennen bestemming Gemengd gezien het huidige gebruik; bestemming
Glastuinbouw is hier niet passend); -Siddeburen, Oostwoldjerweg 3 (toekennen bestemming Agrarisch met bouwvlak op basis van bestaande planologische rechten);
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
75
-Siddeburen, Oostwoldjerweg 3 nam (voor deze observatielocatie wordt aan de agrarische bestemming de gebiedsaanduiding “overige zone – gaslocatie” toegekend; -Waterhuizen, Winschoterweg 8 (bestaande cafetaria krijgt een passende bestemming (Horeca) en een dito bouwvlak; -Westerbroek, Borgweg 2 t/m 14 en Woortmansdijk 2 t/m 12 (abusievelijk is voor deze woningen de aanduiding “gevellijn” niet opgenomen); -Westerbroek, Woortmansdijk 20 (toekennen van een aanduiding “twee wooneenheden”; het betreft hergebruik bestaand karakteristiek pand); c. Bij de volgende woonpercelen is sprake van een ondergeschikte aanpassing van het bestemmingsvlak: -Slochteren, Denemarken 3 (aanpassing i.v.m. bouw recreatiechalet); -Siddeburen, Akkereindenweg 8 (aanpassing i.v.m. eigendomssituatie perceel); -Siddeburen, Geerlandweg 3 (aanpassing bestemmingsgrens c.q. grens bouwvlak i.v.m. bestaande bebouwing); -Westerbroek, Woortmansdijk 16 (als gevolg van aardbevingsschade wordt de bestaande bebouwing gesloopt en door nieuwbouw vervangen; het bouwvlak wordt hierop aangepast); d. Bij de volgende percelen wordt een opgenomen dubbelbestemming c.q.
aanduiding verwijderd: -Meeden, Beneden Veensloot 52 (verwijderen aanduiding maatwerkmethode; procedure is afgerond); -Overschild, Laanweg 19 (als gevolg van een verleende sloopvergunning zijn de voor het perceel opgenomen dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie en aanduiding karakteristiek overbodig geworden en kunnen worden verwijderd. -Sappemeer, Achterdiep nz 72 (als gevolg van uitgevoerd archeologisch onderzoek kan de aanduiding Waarde – Archeologie 4 worden verwijderd); e. Percelen wier bouwvlak wordt aangepast i.v.m. aanwezigheid nabijgelegen Intensieve veehouderij / agrarische bedrijven. Bij het bepalen van de bouwvlakken bij woonpercelen is uitgegaan van een ruimhartig beleid. Dit betekende dat de bouwvlakken zo zijn bepaald dat er voldoende mogelijkheden zijn voor vervangende nieuwbouw, al dan niet als gevolg van aardbevingsschade. Een aantal woonpercelen komt met hun vergrote bouwvlak echter op een kortere afstand tot nabijgelegen agrarische bedrijven en Intensieve veehouderijbedrijven te liggen en binnen de daarbij behorende geurcirkels op basis van de Wet Geurhinder en Veehouderij/wet Milieubeheer. Theoretisch bestaat dan de mogelijkheid dat de eventueel nieuw te bouwen woning dichter bij het agrarisch bedrijf wordt gebouwd. Dit zou van nadelige invloed kunnen zijn op de nabijgelegen intensieve veehouderijbedrijven c.q. agrarische bedrijven.
Dit is geen wenselijke ontwikkeling, daar deze bedrijven dan in een planologisch slechtere situatie komen te verkeren en in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Voor de betreffende woningen is het bouwblok iets aangepast, in die zin dat de afstand van de (nieuwe) woning tot het naastgelegen agrarisch bedrijf niet kleiner wordt dan op basis van de bestaande planologische situatie mogelijk was. Het betreft de meest nabijgelegen woningen. Bij de volgende woningen zijn de bouwblokken dan ook aangepast. Ook bij aanpassing van het bouwvlak is er nog steeds sprake van ruime bouwmogelijkheden met veel flexibiliteit. Alleen uitbreiding in de richting van het agrarisch bedrijf is niet mogelijk.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
76
Verder betreft het alleen situaties in de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer en Slochteren. In de voormalige gemeente Menterwolde was al sprake van grotere bouwvlakken, zodat hier geen veranderingen optreden in de planologische situatie.
Intensieve veehouderij (IV) Hellum, Zandwerf 2 Kiel-Windeweer, Vossenburg 1 Schildwolde, Bovenvennenweg 1 Siddeburen, Oostwoldjerweg 7 Siddeburen, Oudeweg 178 Slochteren, Groenedijk 1
Adressen nabijgelegen woningen met beperkte aanpassing bouwblok Hellum, Zandwerf 3 Kiel-Windeweer, Vossenburg 1 Schildwolde, Hoofdweg 115 Siddeburen, Oostwoldjerweg 5 Siddeburen, Oudeweg 115 Slochteren, Groenedijk 1a
Agrarische bedrijven; geen IV Froombosch, Groenedijk 6 Kiel-Windeweer, Nieuwe Compagnie 30 Kropswolde, Woldweg 157 Kropswolde, Woldweg 163 Kropswolde, Woldweg 175 Kropswolde, Woldweg 217 Luddeweer, Slochtermeenteweg 6 Noordbroek, Schoollaan 18 Overschild, Eemskanaal zz 8 Overschild, Graauwedijk 9 Overschild, Laanweg 19 Overschild, Westerpaauwenweg 8 Sappemeer, Achterdiep nz 67 Sappemeer, Achterdiep nz 72 Sappemeer, Achterdiep nz 78 Sappemeer, Borgercompagnie 29 Scharmer, Borgweg 8
Froombosch, Groenedijk 11 Kiel-Windeweer, Nieuwe Compagnie 29 en 31 Kropswolde, Woldweg 153 Kropswolde, Woldweg 161a en 161b Kropswolde, Woldweg 173a Kropswolde, Woldweg 219 Luddeweer, Slochtermeenteweg 1 Slochteren, Stootshornweg 1 Overschild, Eemskanaal zz 6 Overschild, Graauwedijk 2 Overschild, Laanweg 21 Overschild, Dannemeerweg 4 Sappemeer, Achterdiep nz 64 en 68 Sappemeer, Achterdiep nz 70 en 71 Sappemeer, Achterdiep nz 77,79,79a 80 en 80a Sappemeer, Borgercompagnie 27 Scharmer, Borgweg 6 en 10
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
77
Scharmer, Borgweg 42 Scharmer, Borgweg 132 Schildwolde, Schildwolderdijk 65/63-1 Schildwolde, Schildwolderdijk 55 Schildwolde, Uiterburenweg 4 Siddeburen, Oostwoldjerweg 8 Siddeburen, Oostwoldjerweg 4 Siddeburen, Veenweg 16 Siddeburen, Veenweg 20 Westerbroek, Engelberterweg 124 Westerbroek, Oudeweg 17 Westerbroek, Rijksweg west 29 Westerbroek, Rijksweg west 79 Woudbloem, Slochter Ae 5 Tjuchem, Weereweg 17 Tjuchem, Weereweg 25a Tjuchem, Wilderhofsterweg 7
Scharmer, Borgweg 40 Scharmer, Borgweg 122,128, 130 134 en 136 Schildwolde, Schildwolderdijk 18 en 63 Schildwolde, Schildwolderdijk 57,59 en 61 Schildwolde, Uiterburenweg 2 Siddeburen, Oostwoldjerweg 6 Siddeburen, Oostwoldjerweg 10 Siddeburen, Veenweg 7 Siddeburen, Veenweg 18 Westerbroek, Engelberterweg 122 Westerbroek, Oudeweg 18 en 19 Westerbroek, Rijksweg west 27 en 31 Westerbroek, Rijksweg west 77 en Vonderpad 11 Woudbloem, Slochter Ae 7 Tjuchem, Weereweg 15 en 19 Tjuchem, Weereweg 25 Tjuchem, Wilderhofsterweg 16 en 18
II. Ondergeschikte aanpassingen van agrarische bouwblokken. Een aantal agrariërs heeft tijdens de ontwerpfase alsnog verzocht om een aanpassing van het bouwblok van hun agrarisch bedrijf. Het gaat hier om ondergeschikte aanpassingen waarbij de totale oppervlakte van het bouwblok niet wijzigt. Tegen deze aanpassingen bestaan geen planologische bezwaren zodat deze aanpassingen van de verbeelding ambtshalve worden doorgevoerd. Het gaat om de volgende percelen: -Lageland, Lagelandsterweg 13/15 (tevens opnemen aanduiding 2 e bedrijfswoning voor bestaande bedrijfswoning); -Overschild Graauwedijk 15; -Overschild, Graauwedijk 74; -Overschild, Meerweg 53; -Siddeburen, Oudeweg 96; -Tjuchem, Hoofdweg 21; -Tripscompagnie, Tripscompagniesterweg 25.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
78
III. Wegens bedrijfsbeëindiging is er aanleiding de eerder opgenomen (bedrijfs)bestemming om te zetten in een bestemming Gemengd Gemengd omdat veelal sprake is van veel gebouwen en lichte vorm van bedrijvigheid (cat 1 en 2) past binnen de uitgangspunten van het bestemmingsplan. Vermeld wordt verder dat de huidige eigenaren hebben ingestemd met de bestemming Gemengd. Het betreft de volgende percelen: -Borgercompagnie, Borgercompagniesterweg 56; -Scharmer, Borgweg 52; -Siddeburen, Geerlandweg 2; -Siddeburen, Oostwoldjerweg 19 en 23;
PLANREGELS In de planregels worden de volgende aanpassingen doorgevoerd. -het opnemen van een aanduiding “specifieke vorm van wonen -plattelandswoning” voor voormalige bedrijfswoningen die thans particulier worden bewoond; aanduiding kwam al voor in plan Buitengebied Menterwolde; -het legaliseren van het jarenlang gebruik van de bestaande paardenrenbaan aan de westzijde van de Woldweg door het opnemen van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch – paardenrenbaan”; -het opnemen in de bestemming Agrarisch–glastuinbouw van een aanduiding “hoveniersbedrijf” met bouwregels voor een bestaand hoveniersbedrijf; -het aanpassen van het begrip “bestaand” zodat er aansluiting is bij de overgangsbepalingen; -het bepalen dat de begeleiding van de uitvoering van de maatwerkmethode voor uitbreiding van agrarische bedrijven en bij toepassing van de Ruimte voor Ruimteregeling mag geschieden door een gemeentelijke deskundige in plaats van een provinciale deskundige; -het aanpassen van de wijzigingsbevoegdheid in verband met een functiewijziging van de bestemming Wonen naar de bestemming Gemengd; -het toevoegen van karakteristieke laagten in de bestemmingsomschrijving van de bestemming Waarde-Landschap; -het aanpassen van de aanduidingsregel “vrijwaringszone energie-infrastructuur” zodat belemmeringen niet gelden voor bestaande woonpercelen; -diverse planregels aangepast waardoor verwijzingen
naar andere artikelen en de verbeelding juist zijn.
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen
79