CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bestemmingsplan - Diverse onderzoeken Wet natuurbescherming, GRAS Advies d.d. 2020 en 2021

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bijlagen 2 t/m 24 - Bijlagen bij bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 202023.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Buizerd, havik en andere roofvogels In een boom in een van de houtopstanden binnen het projectgebied en in een boom in de houtopstand net ten noorden van het projectgebied is een groot roofvogelnest aanwezig, mogelijk van buizerd of havik. Er zijn bij deze nesten geen sporen aangetroffen zoals ontlasting, veren of prooiresten. Daarnaast kan de aanwezigheid van sperwer, torenvalk, boomvalk en ransuil niet op voorhand worden uitgesloten. Sperwer maakt mogelijk gebruik van de aangetroffen grote roofvogelnesten. Van de kleinere roofvogels boomvalk en torenvalk en van ransuilen zijn geen nesten of sporen aangetroffen, maar deze maken mogelijk gebruik van de in de houtopstanden aanwezige oude kraaien- en eksternesten. Van de torenvalk is een overvliegend exemplaar waargenomen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van buizerd, havik en sperwer is derhalve noodzakelijk en geadviseerd wordt de aanwezigheid van boomvalk, torenvalk en ransuil eveneens nader te onderzoeken. Huismus en gierzwaluw Tijdens het locatieonderzoek zijn geen exemplaren of sporen van huismus of gierzwaluw aangetroffen. Het dak van het entreegebouw (receptie) is geschikt als nestplaats voor huismussen en gierzwaluwen, de aanwezige hagen en heggen bieden geschikte schuilplaatsen voor huismussen en de nabijgelegen speeltuin met zandbak biedt huismussen gelegenheid tot het nemen van stofbaden.

De aanwezigheid van nestplaatsen van huismus en van gierzwaluw is daarom niet op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek naar huismus en gierzwaluw is daarom noodzakelijk. Broedvogels Het projectgebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zang- en watervogels. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien dat niet mogelijk is, kan verstoring voorkomen worden door de bosschages niet te beschadigen tijdens het broedseizoen. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Maar ook eerdere en latere broedgevallen zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming. Rugstreeppad Open delen van de zoutwaterkreken en de poelen rondom het in aanbouw zijnde zwembad zijn mogelijk geschikt als leef- en voortplantingsgebied voor de rugstreeppad. De aanwezigheid van rugstreeppad in het projectgebied is daarom niet uit te sluiten. Nader onderzoek naar het voorkomen van rugstreeppad in het projectgebied is noodzakelijk.

7.5 Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 29

8. Bronnen Boeken  Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 2005  Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Stichting Floron, Nijmegen 2011  Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999 Internet  https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01 De Wet natuurbescherming met de onderdelen Natura 2000-gebieden, Houtopstanden en Soorten inclusief de beschermingsregimes Habitatrichtlijnsoorten, Vogelrichtlijnsoorten en Andere soorten. Geraadpleegd op 12-10-2020  http://www.synbiosys.alterra.nl Onderzoeksinstituut Alterra draagt door deskundig en onafhankelijk onderzoek bij aan het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige en duurzame groene leefomgeving. Geraadpleegd op 12-10-2020  http://kadviewer.map5.nl Kadviewer is een online kaartendienst waarmee geografische locaties opgezocht kunnen worden. Geraadpleegd op 12-10-2020  https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ Provinciale verordening provincies m.b.t. de Wet natuurbescherming en vrijgestelde soorten. Geraadpleegd op 12-10-2020  Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de NDFF zijn waarnemingen beschikbaar met exacte locatiegegevens. Geraadpleegd op 12-10-2020  https://www.waarneming.nl Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland. Geraadpleegd op 12-10-2020  https://www.telmee.nl Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland.

Geraadpleegd op 12-10-2020  https://www.vleermuis.net Vleermuis.net is een kenniswebsite met informatie over het Vleermuisprotocol. Geraadpleegd op 12-10-2020  https://www.ravon.nl RAVON is een kenniscentrum voor reptielen, amfibieën en vissen. Geraadpleegd op 12-10-2020  https://www.zoogdiervereniging.nl Zoogdiervereniging Geraadpleegd op 12-10-2020  https://www.vogelbescherming.nl/ Vogelbescherming Geraadpleegd op 12-10-2020  https://www.sovon.nl/ Sovon Vogelonderzoek Nederland Geraadpleegd op 12-10-2020 Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 30

9. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag provincie Gelderland hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekend dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 3.

Ongedaan maken van toegebrachte schade Een voorbeeld van invulling geven aan de zorgplicht:  Bij het kappen van bomen controleren op mogelijke broedgevallen buiten het broedseizoen om. Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscode worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden. **De Gedragscode dient nog te worden herschreven / aangepast t.o.v. de Wet natuurbescherming 2017

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 31

Bijlage 1 Luchtfoto inclusief projectgrenzen

Projectgebied met grenzen (rode lijnen).

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 32

Bijlage 2 Plattegrond nieuwe situatie

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 33

Bijlage 3 Impressie projectgebied

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 34

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 35

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 36

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 37

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 38

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 39

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 40

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 41

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 42

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 43

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 44

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 45

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 46

Bijlage 4 Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna In het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming wordt onderzoek gedaan naar het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het projectgebied. Ook wordt de ligging van het projectgebied onderzocht t.o.v. beschermde gebieden behorende tot het Natura 2000 netwerk en Natuurnetwerk Nederland. De volgende werkzaamheden behoren tot het verkennend onderzoek. Voorbereidend onderzoek  Verzamelen van gebiedsinformatie  Verzamelen van soorteninformatie en verspreidingsgebied  Informatie verzamelen over voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied Verkennend veldonderzoek met inspectie van het terrein en/of gebouwen  Tijdens het veldonderzoek wordt het projectgebied en de directe omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of het projectgebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten. Het verkennend veldonderzoek geeft daarmee inzicht in de kans op aanwezigheid van beschermde soorten. Het is geen gedetailleerd en gespecialiseerd onderzoek.  Het is mogelijk dat er objecten of plekken zijn die niet de inspecteren zijn door de controleur. Dit kan bijvoorbeeld een watergang (vissen en amfibieën) zijn of holtes, spouwen en kieren in bomen en gebouwen (vleermuizen).

Onderzoek van dergelijke objecten en plekken vereist in elk geval aanvullend onderzoek door een deskundige.  Indien tijdens het verkennend veldonderzoek de aanwezigheid van beschermde soorten wordt vastgesteld, en/of plekken zijn aangetroffen die kunnen fungeren als habitat voor beschermde soorten, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien een watervoerende watergang / sloot wordt aangetroffen (in verbinding staand met andere watergangen), en de kans bestaat dat er beschermde soorten in voorkomen is altijd een nader onderzoek noodzakelijk.  Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd door een deskundige op het gebied van de betreffende (mogelijk) aanwezige soort(en) en geeft uitsluitsel over welke beschermde soorten aanwezig zijn, in welke aantallen, op welke locaties en welke functie die locaties hebben.  Aanvullend onderzoek maakt geen onderdeel uit van een verkennend onderzoek (quickscan). Aanvullend onderzoek kan als meerwerk verrekend worden bovenop het verkennend onderzoek. Advies en rapportage  De resultaten van het verkennend onderzoek worden gepresenteerd in een rapportage.  In de rapportage wordt aangegeven of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en indien dit noodzakelijk is, voor welke soortgroep(en).  In de rapportage wordt een advies gegeven met betrekking tot het vervolgtraject.

 In het geval aanvullend onderzoek noodzakelijk is, kunnen wij u adviseren over de planning en doorlooptijd van deze onderzoeken.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 47

Bijlage 5 Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 48

Bijlage 6 NDFF Quickscanhulp ©NDFF – Quickscanhulp.nl 28-08-2018 13:55:32’ (afstand tot projectgebied 0-10 km)

Soort Kleine watersalamander Aardmuis Bosmuis Bunzing Damhert Dwergmuis Egel Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ree Veldmuis Vos Wezel Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Alpenwatersalamander Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad grote vos Glad biggenkruid Kleine wolfsmelk Muurbloem Gewone bosspitsmuis Gewone zeehond

Soortgroep Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Insecten - Dagvlinders Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Zoogdieren Zoogdieren

Bescherming wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-hrl wnb-hrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 49

Grijze zeehond Ondergrondse woelmuis Rugstreeppad Baardvleermuis Bruinvis Gewone vinvis Laatvlieger Noordse woelmuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis Zwarte Wouw Meerkikker Akkerdoornzaad Bokkenorchis Dreps Grote leeuwenklauw Naakte lathyrus Schubvaren Stijve wolfsmelk Stofzaad Trosgamander Dwergspitsmuis Steenmarter Waterspitsmuis Woelrat Gevlekte witsnuitlibel Bultrug Franjestaart Gewone dolfijn Gewone spitssnuitdolfijn Potvis

Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Vogels Amfibieën Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Insecten - Libellen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-vrl wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl

1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 1 Projectnummer:DRS00518 Blad 50

Bijlage 4b Rapportage quick scan flora & fauna Waterpark Veerse Meer fase 2 GRAS Advies, d.d. 23 oktober 2020 Uitgevoerd in het kader van bestemmingsplan ‘Waterpark Veerse Meer 2020’

KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam

Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo Huismanstraat 6 6851 GT Huissen M 06 – 55 47 65 53 ecologie@grasadvies.nl www.grasadvies.nl

Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Waterpark Veerse Meer fase 2

Opdrachtgever:

HVV Property

Projectcode:

DRS00518

Project:

Waterpark Veerse Meer fase 2

Datum:

23-10-2020

Status:

Definitief

Auteur:

A.S.J. van Proosdij

Gecontroleerd:

R.M. Smit & R.H.A. Janssen

Colofon Opdracht Rapportage betreft verkennend veldonderzoek (quickscan flora en fauna) conform de Wet natuurbescherming.

Opdrachtgever HVV Property Jonckerweg 19 2201 DZ Noordwijk Uw kenmerk: Contactpersoon: Tel: Email:

De heer G. Koele +31 6 55322246 g.koele@gap2.nl

Opdrachtnemer GRAS Advies Huismanstraat 6 6851 GT Huissen Ons kenmerk: Datum: Versie: Contactpersoon:

Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo DRS00518 Waterpark Veerse Meer fase 2 23-10-2020 Definitief de heer A.S.J. van Proosdij

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................................................................................. 5

1.1

Inleiding ............................................................................................................................................................... 5

1.2

Samenvatting ....................................................................................................................................................... 6

1.3

Projectgebied ...................................................................................................................................................... 7

1.4

Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................................................ 9

2.

Wet natuurbescherming ..................................................................................................................................... 10

2.1

Natura 2000 ....................................................................................................................................................... 10

2.2

Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................................ 10

2.3

Houtopstanden .................................................................................................................................................. 11

2.4

Soortenbescherming ......................................................................................................................................... 11

3.

Werkwijze ............................................................................................................................................................ 13

4.

Resultaten beschermde gebieden ....................................................................................................................... 14

4.1

Natura 2000-gebieden....................................................................................................................................... 14

4.2

Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................................ 15

5.

Resultaten houtopstanden .................................................................................................................................. 15

6.

Resultaten beschermde soorten ......................................................................................................................... 16

6.1

Karakteristieken................................................................................................................................................. 16

6.2

Flora ................................................................................................................................................................... 16

6.3

Vleermuizen....................................................................................................................................................... 17

6.4

Zoogdieren ........................................................................................................................................................ 19

6.5

Vogels ................................................................................................................................................................ 20

6.6

Amfibieën .......................................................................................................................................................... 21

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 3

6.7

Reptielen .............................................................................................................22

6.8

Vissen ................................................................................................................................................................ 22

6.9

Ongewervelden ................................................................................................................................................. 22

7.

Conclusies en advies ............................................................................................................................................ 23

7.1

Natura 2000-gebieden....................................................................................................................................... 23

7.2

Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................................ 23

7.3

Houtopstanden .................................................................................................................................................. 23

7.4

Beschermde soorten ......................................................................................................................................... 23

7.5

Zorgplicht........................................................................................................................................................... 24

8.

Bronnen ............................................................................................................................................................... 25

9.

Woordenlijst ........................................................................................................................................................ 26

Bijlage 1

Luchtfoto inclusief projectgrenzen ........................................................................................................... 27

Bijlage 2

Plattegrond nieuwe situatie ...................................................................................................................... 28

Bijlage 3

Impressie projectgebied ........................................................................................................................... 29

Bijlage 4

Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna ................................................................ 31

Bijlage 5

Stappenplan Ministerie van Economische Zaken ..................................................................................... 32

Bijlage 6

NDFF Quickscanhulp ................................................................................................................................. 33

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 4

1. Inleiding 1.1 Inleiding Het projectgebied betreft enkele agrarische percelen ten noorden van het huidige Waterpark Veerse Meer. De eigenaar is voornemens het projectgebied te ontwikkelen tot een hoogwaardig, duurzaam vakantiepark. Het onderzochte projectgebied betreft fase 2 van het nieuwe Waterpark en sluit aan op fase 1, waarvoor reeds een verkennend onderzoek is uitgevoerd (van Proosdij 2020). Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Doelstelling rapport Het doel van dit verkennend onderzoek is het inzichtelijk brengen van de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het projectgebied. Daarnaast wordt de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht.

Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgstappen (vervolgonderzoeken). GRAS Advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De heer Dr. Ir. A.S.J. van Proosdij, de heer L.J. de Haan (MSc), de heer R.M. Smit (MSc) en mevrouw R.H.A. Janssen (BSc) zijn allen middels opleiding en ervaring als ecoloog bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NENEN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Arnemuiden, provincie Zeeland

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 5

1.2 Samenvatting Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebieden, maar grenst direct aan het Natura 2000gebied Veerse Meer. Gezien de aard van de ingrepen en de ligging naast het Natura 2000-gebied Veerse Meer, is een direct, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de instandhoudingsdoelen van dit Natura 2000gebied niet op voorhand uit te sluiten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is mogelijk en dient nader onderzocht te worden middels een AERIUS berekening. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (Zeeuws Natuurnetwerk). Het projectgebied grenst aan de noordoostzijde aan een bosperceel van het NNN (De Piet) en ligt nabij enkele andere NNN-gebieden waaronder de Oranjeplaat ten zuidwesten van het projectgebied, kreek aan de overzijde van de Muidenweg en enkele houtopstanden en kreken. Gezien de aard van de voorgenomen ontwikkeling en afstand tot deze NNN-gebieden hebben de voorgenomen ingrepen mogelijk een direct, negatief effect. Ook een indirect, negatief effect als gevolg van verandering van de stikstofemissie en daarmee -depositie op NNN-gebieden is niet op voorhand uit te sluiten en kan nader onderzocht worden middels een AERIUS berekening.

Houtopstanden Het projectgebied bevindt zich buiten de bebouwde kom. Binnen het projectgebied bevindt zich geen houtopstand groter dan 10 are of meer dan 20 bomen in laanverband. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied. Hermelijn en wezel Het projectgebied is weinig geschikt als leefgebied voor hermelijn en wezel. De houtopstanden net buiten het terrein zijn wel geschikt als foerageergebied en bevatten mogelijk ook rustplaatsen en/of nestplaatsen. De aanwezigheid van hermelijn en wezel in het gebied is naar verwachting beperkt tot passerende en foeragerende exemplaren. Geadviseerd wordt de aanwezigheid van deze beide soorten nader te onderzoeken, met name in het bos langs de Piet, direct ten noordoosten van het projectgebied. Vleermuizen In de houtopstand ten westen van het projectgebied zijn bomen met gaten, scheuren en loszittende schorsplaten aanwezig die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. De houtopstanden direct ten westen en ten zuiden van het projectgebied fungeren mogelijk als vliegroute voor vleermuizen en vallen mogelijk in de invloedsfeer van de werkzaamheden.

Indien tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige gebruiksfase geen felle, nachtelijke verlichting in de voor vleermuizen actieve periode (april t/m oktober) wordt gebruikt die uitstraalt op deze houtopstanden is van een negatief effect op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen en/of een functie als vliegroute geen sprake en is nader onderzoek of een ontheffing niet benodigd. Buizerd, havik en andere roofvogels In de houtopstand aan de westzijde grenzend aan het projectgebied is een roofvogelnest aanwezig, waarschijnlijk van een buizerd of havik. Daarnaast kan de aanwezigheid van sperwer, torenvalk, boomvalk en ransuil niet op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van buizerd, havik en sperwer is noodzakelijk en geadviseerd wordt de aanwezigheid van boomvalk, torenvalk en ransuil eveneens nader te onderzoeken. Broedvogels Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen in en de houtopstanden direct ten westen en oosten van het projectgebied gebruiken als broedlocatie. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om gewerkt wordt, of eventuele nesten in de houtopstanden tijdens het broedseizoen niet verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming.

Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 6

1.3 Projectgebied Het projectgebied is gelegen aan de Muidenweg in Oranjeplaat nabij Arnemuiden (Afb. 1.3.1). Het gebied grenst aan de zuid- en westzijde aan de Oranjeplaatweg. Aan de noordzijde ligt het Veerse Meer. Aan de oostzijde grenst het aan de Muidenweg. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ca. 46 ha en bestaat uit agrarische percelen (Afb. 1.3.2). De Oranjeplaatweg loopt deels door het projectgebied en de zone langs het Veerse Meer wordt gebruikt voor dagrecreatie. Aan de westzijde, tussen het agrarisch perceel en de oever van het Veerse Meer bevindt zich een schuur opgebouwd uit een metalen zeecontainer met houten betimmering en enkele bomen.

Afb. 1.3.1. Ligging van het projectgebied (rood kader) met aan de oostzijde Vliegveld Midden-Zeeland en ten zuidwesten Arnemuiden.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 7

Afb. 1.3.2. Luchtfoto van het projectgebied (rood kader).

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 8

1.4 Voorgenomen ontwikkeling De eigenaar is voornemens om in het projectgebied een hoogwaardig vakantiepark te ontwikkelen met 600-800 vakantiewoningen en centrale voorzieningen (Afb. 1.4.1). Circa 32 ha van het projectgebied wordt ontwikkeld tot recreatiepark en 14 ha tot nieuwe natuur. Hiertoe worden de bestaande bebouwing en chalets verwijderd, met uitzondering van de vakantiewoningen waarvan vele particulier eigendom zijn. De bospercelen worden gehandhaafd, terwijl de meeste hagen, heggen en struikenpartijen verdwijnen. De watergangen worden deels verlegd en uitgebreid. De exacte planning van de uitvoering is nog niet bekend.

Afb. 1.4.1. Ontwerp Waterpark Veerse Meer op hoofdlijnen.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 9

2. Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht.

2.1 Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogelen Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin:  Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats;  Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld. Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie.

Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap.

2.2 Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden:  Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken)  Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd  Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer  Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee  Alle Natura 2000-gebieden

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 10

2.3 Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2).

2.4 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden.  Soorten van de Vogelrichtlijn  Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn  Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan.  Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is  Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv.

volksgezondheid of openbare veiligheid)  De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzij-principe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 11

Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode).

Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 12

3. Werkwijze Ten behoeve van deze quickscan flora & fauna is op twee manieren onderzocht of de voorgenomen ruimtelijke ingrepen mogelijk een negatief effect hebben op beschermde gebieden, plantensoorten en diersoorten en houtopstanden. Tijdens een voorbereidend bureauonderzoek is informatie verzameld over: a. het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 4. Resultaten beschermde gebieden) b. de ligging van de te kappen houtopstanden ten opzichte van de bebouwde kom grens (Hoofdstuk 5: Resultaten houtopstanden) c. waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 6: Resultaten beschermde soorten) Op basis van één verkennend veldonderzoek is de (kans op) aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten onderzocht in het projectgebied en in de directe omgeving van het projectgebied. Het terrein is onderzocht op basis van terreingesteldheid, potentiële aanwezigheid van beschermde soorten alsook de aanwezigheid van biotopen die geschikt zijn voor beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van bekende natuurinformatie (NDFF & Bijlage 6. Quickscanhulp; waarneming.nl).

Daarnaast is het omliggende gebied globaal geanalyseerd waarmee een inschatting gemaakt kan worden of het projectgebied geschikt kan zijn als leefgebied voor beschermde soorten.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 13

4. Resultaten beschermde gebieden 4.1 Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebieden, maar grenst direct aan het Natura 2000gebied Veerse Meer (Afbeelding 4.1.1). Het Natura 2000-gebied Veerse Meer ligt ten noorden van het projectgebied. Het Veerse Meer is aangewezen als Natura 2000-gebied op basis van de vogelrichtlijn en heeft uitsluitend instandhoudingsdoelstellingen voor broedvogelsoorten en niet-broedvogelsoorten. Er zijn geen instandhoudingsdoelstellingen voor habitattypen of voor overige soorten. Voor het Veerse Meer zijn geen ontwikkelopgaven vastgesteld. Gezien de aard van de ingrepen en de ligging naast het Natura 2000-gebied Veerse Meer, is een direct, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de instandhoudingsdoelen van dit Natura 2000-gebied niet op voorhand uit te sluiten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is mogelijk en dient nader onderzocht te worden middels een AERIUS berekening. Nader onderzoek naar de directe effecten van de voorgenomen ontwikkeling en naar de effecten op de stikstofemissie op de voor het Veerse Meer en andere Natura 2000-gebieden vastgestelde instandhoudingsdoelen is noodzakelijk.

Afb. 4.1.1. Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Natura 2000-gebied (groen vlak).

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 14

4.2 Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (Zeeuws Natuurnetwerk, Afb. 4.2.1). Het projectgebied grenst aan de noordoostzijde aan een bosperceel van het Natuurnetwerk Nederland (De Piet). De andere dichtstbijzijnde gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland zijn de Oranjeplaat ten zuidwesten van het projectgebied, de kreek aan de overzijde van de Muidenweg ten zuidoosten en enkele houtopstanden en kreken op grotere afstand van het projectgebied. Gezien de aard van de voorgenomen ruimtelijke ingrepen, de afstand tot deze gebieden en het huidig gebruik van de betreffende Natuurnetwerk Nederland gebieden hebben de voorgenomen ingrepen mogelijk een direct, negatief effect op deze gebieden. Ook een indirect, negatief effect als gevolg van verandering van de stikstofemissie en daarmee -depositie op Natuurnetwerk Nederland gebieden is niet op voorhand uit te sluiten en kan nader onderzocht worden middels een AERIUS berekening.

Afb. 4.2.1 Ligging van het projectgebied (rood kader) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (blauwe en groene vlakken).

5. Resultaten houtopstanden Het projectgebied bevindt zich buiten de bebouwde kom voor de Wet natuurbescherming (voorheen ‘bebouwde kom Boswet’). Binnen het projectgebied bevindt zich geen houtopstand groter dan 10 are of meer dan 20 bomen in laanverband. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 15

6. Resultaten beschermde soorten 6.1 Karakteristieken Tijdens het locatieonderzoek (Tabel 6.1) zijn in het projectgebied verschillende elementen aangetroffen (Tabel 6.2). De foto’s in Bijlage 3 geven een impressie van de situatie ter plaatse. Op 29-09-2020 is een extra locatiebezoek uitgevoerd ter controle en actualisatie van het onderzoek. Tabel 6.1. Aangetroffen elementen. Datum 15-10-2018 29-09-2020

Controleur L.J. de Haan A.S.J. van Proosdij

Dagdeel Ochtend en middag Ochtend en middag

Weer Droog, halfbewolkt, 20 ˚C, Z wind, 3 Bft Grotendeels droog, bewolkt, 18 ˚C, W wind, 2 Bft

Tabel 6.2. Aangetroffen elementen. Elementen Gebouwen Water Houtachtige vegetatie Kruidachtige vegetatie Moeras en verlandingszone Agrarisch gebied Werken Erf / tuin / privé Bestrating / verharding

Aanwezig Nee Nee Ja Ja Nee Ja Nee Nee Ja

Omschrijving Loofbomen in bospartij Ruig grasland en gemaaid grasland Agrarische percelen met gele mosterd, bladrammenas, suikerbiet Asfaltweg

6.2 Flora De locatieonderzoeken vonden plaats aan het eind van het groeiseizoen van planten. Hierbij is de aanwezigheid vastgesteld van enkele algemeen voorkomende grassoorten en kruiden. Op de akkers groeiden o.a. gele mosterd, bladrammenas en suikerbiet. Tijdens het locatieonderzoek zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen. Uit eerdere waarnemingen (NDFF, waarneming.nl) is in de omgeving van het projectgebied (1-5 km) de aanwezigheid bekend van glad biggenkruid en kleine wolfsmelk. Groenknolorchis is bekend uit de omgeving van het projectgebied (NDFF), maar de exacte locaties hiervan zijn niet beschikbaar. Glad biggenkruid groeit op droge, vaak omgewerkte zandgrond. Dit biotoop is niet in het projectgebied aanwezig, zodat de aanwezigheid van glad biggenkruid niet aannemelijk is. Kleine wolfsmelk groeit op open grond zoals akkers en open bermen. De agrarische percelen vormen mogelijk een geschikt biotoop voor deze soort (Afb. 6.2.1). Tijdens het locatieonderzoek van 15-10-2018 is kleine wolfsmelk niet waargenomen, wat mogelijk komt doordat deze soort half oktober minder goed waarneembaar is. De aanwezigheid van kleine wolfsmelk dient derhalve nader onderzocht te worden. Dit is gedaan tijdens het locatieonderzoek van 2909-2020 en wordt nader beschreven in de rapportage van het aanvullend soortenonderzoek.

Groenknolorchis groeit in duinvalleien en trilvenen en soms in armere graslanden. Dit biotoop is niet in het projectgebied aanwezig, zodat de aanwezigheid van groenknolorchis niet aannemelijk is. Gezien de huidige inrichting van het projectgebied en het intensieve onderhoud van wegbermen en graslandvegetaties, is het niet aannemelijk dat andere beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar kleine wolfsmelk en/of een ontheffingsaanvraag is benodigd. Nader onderzoek naar andere beschermde flora en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 16

Afb. 6.2.1. Projectgebied (rood kader) met geschikt biotoop voor kleine wolfsmelk (paars vlak).

6.3 Vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht van het terrein voor vleermuizen en is gelet op sporen. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van gebouwen. Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor is de checklist van het huidig geldende Vleermuisprotocol (2017) aangehouden. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Op basis van recente waarnemingen (NDFF, waarneming.nl) en de huidige inrichting van het terrein kunnen de volgende soorten in het projectgebied voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis. De schuur in het westen van het gebied bestaat uit een zeecontainer met houten betimmering. De betimmering bevat grote gaten, zodat de ruimte tussen de metalen wand en het hout te open en tochtig is voor vleermuizen.

Vleermuizen kunnen zich niet vastgrijpen aan de gladde, metalen wand, zodat dit gebouw niet geschikt is als verblijfplaats voor gebouw-bewonende vleermuizen. De bomen op het terrein bevatten geen holtes of scheuren die geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. De aanwezigheid van verblijfplaatsen voor

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 17

vleermuizen in het projectgebied is daarom op voorhand uit te sluiten. In meerdere bomen in de houtopstand direct ten westen van het projectgebied zijn gaten, scheuren en loszittende schorsplaten waargenomen die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. Indien er geen felle, nachtelijke verlichting in het voor vleermuizen actieve seizoen (april t/m oktober) wordt gebruikt die uitstraalt op deze houtopstand, is van een negatief effect op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen geen sprake. De houtopstanden direct ten westen en ten zuiden van het projectgebied vormen duidelijke lijnvormige structuren die mogelijk fungeren als vliegroute voor vleermuizen (gele lijnen, Afb. 6.3.1). Deze houtopstanden buiten het projectgebied vallen mogelijk in de invloedsfeer van de werkzaamheden in het projectgebied. Indien er geen felle, nachtelijke verlichting in het voor vleermuizen actieve seizoen (april t/m oktober) wordt gebruikt die uitstraalt op deze houtopstand, is van een negatief effect op mogelijk aanwezige vliegroutes geen sprake. Het projectgebied is gezien de ligging op de overgang van bos en agrarisch gebied geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Gelet op het open karakter van het gebied en ontbreken van beschutting is het projectgebied beperkt geschikt als foerageergebied.

Gelet op de beperkte geschiktheid van het projectgebied als foerageergebied en de aanwezigheid van alternatief, hoogwaardig foerageergebied in de omgeving, is van een functie als essentieel foerageergebied geen sprake.

Afbeelding 6.3.1. Luchtfoto van het projectgebied (rood kader) en locaties van lijnvormige structuren die mogelijk als vliegroute gebruikt worden (gele lijnen). Indien tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige gebruiksfase geen felle, nachtelijke verlichting in de voor vleermuizen actieve periode (april t/m oktober) wordt gebruikt die uitstraalt op de houtopstanden net buiten het projectgebied, is van een negatief effect op ene mogelijke functie van vliegroute geen sprake en is nader onderzoek of een ontheffing niet benodigd.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 18

6.4 Zoogdieren Hermelijn en wezel Het projectgebied is niet tot weinig geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen (hermelijn, bunzing, wezel). De houtopstanden net buiten het terrein zijn wel geschikt als foerageergebied en bevatten mogelijk ook rustplaatsen en/of nestplaatsen (Afb. 6.4.1). Voor de bunzing geldt in Zeeland een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen, voor hermelijn en wezel is er geen vrijstelling. Tijdens het locatieonderzoek zijn geen exemplaren of sporen van deze soorten aangetroffen. De aanwezigheid van hermelijn en wezel in het gebied is naar verwachting beperkt tot passerende en foeragerende exemplaren. Geadviseerd wordt de aanwezigheid van deze beide soorten nader te onderzoeken, m.n. in het bos langs de Piet, ten noordoosten van het projectgebied.

Afbeelding 6.4.1. Luchtfoto van het projectgebied (rood kader) en houtopstanden met mogelijke rust- en/of nestplaatsen, verbindingsroutes en foerageergebied van hermelijn en wezel (groene vlakken). Boommarter en steenmarter Het gebied is niet geschikt als leef- en foerageergebied voor steenmarter en boommarter. Het bos langs de Piet, direct ten noordoosten van het projectgebied is wel geschikt als leefgebied voor boommarters. Dit bevindt zich buiten de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling, zodat van verstoring of verlies van verblijfplaatsen geen sprake is. De schuur aan de westzijde van het projectgebied tussen het agrarisch perceel en de oever van het Veerse Meer bestaat uit een metalen zeecontainer met houten betimmering. Deze bevat geen gaten die groot genoeg zijn voor steenmarters. Er zijn ook geen exemplaren of sporen van steenmarters bij de schuur waargenomen. De aanwezigheid van steenmarter en boommarter in het gebied kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Overige zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn op enkele plaatsen sporen van konijnen en hazen aangetroffen. Damherten bezoeken geregeld het gebied. Daarnaast kunnen gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving en recente waarnemingen (NDFF, waarneming.nl) soorten als ree, vos, haas, konijn, egel en algemene muizensoorten worden verwacht.

Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. De bovengenoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’. Dit Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Waterpark Veerse Meer fase 2 Projectnummer:DRS00518 Blad 19

houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden een vrijstelling geldt voor deze soorten. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of sporen van zoogdiersoorten aangetroffen die beschermd zijn en waarvoor geen vrijstelling geldt. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van hermelijn en wezel is benodigd. Een nader onderzoek naar andere beschermde zoogdieren en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.5 Vogels Buizerd, havik en andere roofvogels Tijdens het veldbezoek zijn de bomen in het projectgebied en de houtopstanden direct ten westen en ten oosten van het projectgebied geïnspecteerd. In de houtopstand ten westen van het projectgebied is een roofvogelnest aanwezig, waarschijnlijk van een buizerd of havik (Afb. 6.5.1). In het bos langs de Piet ten noordoosten van het projectgebied zijn in de zone direct langs het projectgebied geen grote roofvogelnesten aanwezig. In alle houtopstanden zijn nesten van ekster en/of kraai aanwezig die mogelijk gebruikt worden door kleinere roofvogels. De aanwezigheid van sperwer, torenvalk, boomvalk en ransuil kan daarom niet op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van buizerd, havik en sperwer is derhalve noodzakelijk en geadviseerd wordt de aanwezigheid van boomvalk, torenvalk en ransuil eveneens nader te onderzoeken.

Afbeelding 6.5.1. Luchtfoto van het projectgebied (rood kader) en locatie van een groot roofvogelnest van mogelijk buizerd of havik (gele ster) en houtopstanden (lichtblauwe vlakken) met nesten van ekster en kraai die mogelijk gebruikt worden door kleine roofvogels. Overige jaarrond beschermde vogels De enige bebouwing in het projectgebied, de schuur aan de westzijde nabij de oever van het Veerse Meer, bevat geen openingen met achterliggende ruimtes die geschikt zijn als nestlocatie voor huismus of gierzwaluw. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van deze soorten in het projectgebied is daarom op voorhand uit te sluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10243298/2