CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

26-032 Bijlage 1. Ingekomen stukken - MZ

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken (26-032 MZ/RM/AB)19.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

pagina

2 van 3 onderwerp

Advies ASD inzake het beleidskader mensenrechten

Advies 2. U adviseert de keuze voor de vier vrijheden juridisch of strategisch beter te onderbouwen. U ontving van ons een conceptversie van het beleidskader mensenrechten. De definitieve versie bevat ten opzichte van de conceptversie een uitgebreidere onderbouwing. We hopen dat u onze mening deelt dat de keuze voor de vier vrijheden in de definitieve versie beter is onderbouwd. Advies 3. U adviseert duidelijk aan te geven hoe deze beleidsnota zich verhoudt tot andere gemeentelijke nota's en overlappende en aangrenzende beleidsvelden. U mist de relatie met andere beleidsnota's en aandachtsvelden en wilt graag weten hoe het beleidskader mensenrechten zich verhoudt tot thema's als inclusie, diversiteit en participatie. Er is inderdaad een sterke relatie tussen het beleidskader mensenrechten en thema's als inclusie, diversiteit en participatie. Het betreft echter een algemeen kader, waarbinnen belangrijke acties worden uitgezet, zoals een Lokale Inclusie Agenda. Te komen tot een Lokale Inclusie Agenda vergt intensieve afstemming met en participatie van samenwerkingspartners zoals bijvoorbeeld Discriminatie.nl, Stichting Werkgroep Gehandicapten Walcheren en uw adviesraad. Dit zal logischerwijs leiden tot documenten (nota's) waarin bijvoorbeeld het specifieke onderwerp inclusie voor Middelburg verder is uitgewerkt. Advies 4.

U adviseert prioriteiten te stellen en het aantal uitvoeringsacties te beperken. De uitvoeringsagenda bevat een prioritering. De acties die u aantreft op de uitvoeringsagenda zijn gebaseerd op de input die wij ontvingen van samenwerkingspartners, inwoners en raad en zijn alles essentieel voor het behalen van de gestelde beleidsdoelen. Wij nemen uw advies om het aantal uitvoeringsacties te beperken niet over. Advies 5 en 6. U adviseert zo veel mogelijk heldere indicatoren aan te geven en de uitvoeringsacties met partners beter te borgen. U geeft aan dat sommige uitvoeringsacties afhankelijk zijn van partners, zoals scholen en kerken en dat deze uitvoeringsacties vrijblijvend overkomen. U adviseert de uitvoeringsacties beter te borgen met bijvoorbeeld convenanten, intentieverklaringen en jaarlijkse evaluatiegesprekken. Wij begrijpen uw standpunt. Een beleidskader is echter geen geschikt document om dergelijke specifieke uitvoeringsvragen in op te nemen. Uiteraard nemen wij dit wel mee in onze gesprekken met de uitvoeringsorganisaties. Wij zijn er echter van bewust dat wij, gezien de kwetsbaarheid van het onderwerp mensenrechten, daarin wel terughoudendheid moeten betrachten. Advies 7. U adviseert normatief op te treden tegen intolerantie naar ''andersdenkenden''. Intolerantie tegenover ''andersdenkenden'' zien wij als een groot probleem en veroordelen wij.

Wij treden, uiteraard binnen de kaders van onze wet en bestuurlijke verantwoordelijkheid, hiertegen op. We nemen uw advies over. Advies 8. U adviseert ook de vrijheid van levensovertuiging mee te nemen in de paragraaf over godsdienstvrijheid en de bijbehorende uitvoeringsacties. De vrijheid van levensovertuiging als het fundamentele recht om zelf te kiezen of je ergens in gelooft, welke religie of levensbeschouwing je aanhangt, of dat je niet gelooft, en dit ook individueel of in gemeenschap in het openbaar te mogen uiten, is ook wat ons de vrijheid van godsdienst waar wij ons aan committeren. De vrijheid om, zover het gaat om het geloof, zelf te kiezen is hierin vervlochten. De vier vrijheden van Roosevelt, waar het beleidskader op is gebaseerd, maakt expliciet duidelijk dat je je eigen geloof mag kiezen maar ook niet mag geloven.

pagina

3 van 3 onderwerp

Advies ASD inzake het beleidskader mensenrechten

Advies 9. U adviseert de keuzes op pagina 9 en de voorgenomen actie te heroverwegen en minimaal duidelijk te maken wat de gemeente bedoelt met ''ondersteunen''. U treft in de laatste versie die wij u op 12 januari 2026 toezonden een duidelijke omschrijving aan. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Middelburg, de secretaris, de burgemeester,

Garmt Kolhorn

Yvonne van Mastrigt

Middelburg, 19 januari 2026 Aan: gemeenteraad Onderwerp: Voortbestaan sterrenwacht in het geding

Geachte raadsleden, In 1967 werd Volkssterrenwacht Philippus Lansbergen in Middelburg opgericht. Daarmee zijn we de oudste publieksterrenwacht van Nederland. Sinds die tijd is de sterrenwacht flink gegroeid en inmiddels is het een instituut met landelijke bekendheid om trots op te zijn. Onze doelstelling het populariseren van de sterrenkunde en aanverwante wetenschappen. Dat doen we door allerlei grote en kleine activiteiten voor jong en oud, waarbij educatie centraal staat. In 2025 bezochten een recordaantal van 6000 bezoekers de sterrenwacht voor een les sterrenkunde en voor een rondleiding door het Hans Lipperheymuseum over de uitvinding van de telescoop (Middelburg, 1608 door Hans Lipperhey). Een groot deel hiervan bestond uit schoolbezoeken. Daarnaast kwam de sterrenwacht regelmatig in het nieuws (o.a. PZC, Omroep Zeeland, NOS, RTL) vanwege sterrenkundige bijzonderheden. Huidige situatie De sterrenwacht is in de loop van haar geschiedenis een aantal keren verhuisd. De laatste keer was in 2017 toen we in goed overleg met de gemeente Middelburg en University College Roosevelt (UCR) op initiatief van die laatste het pand Helm 3 konden betrekken. Dit was noodzakelijk omdat de wij na iets meer dan 40 (!) jaar onze locatie op de Herengracht moesten verlaten.

Er werd besloten jaarlijks voor € 9.000 te huren van UCR en de gemeente Middelburg zou UCR het lage huurbedrag jaarlijks met € 16.428 compenseren. De huur bleef daardoor vergelijkbaar als die we betaalden aan de Herengracht. Omdat UCR een aantal ruimtes kon blijven gebruiken was dat huurbedrag incl. gas, water, elektra, beveiliging en schoonmaak van de gezamenlijke ruimtes. In principe werd dit vastgelegd voor een periode van 10 jaar. Daarna zouden we de huur wat aanpassen, hetgeen logisch is. We hebben dus in goed overleg destijds Herengracht 52 verlaten, maar uiteraard met de afspraak voor een duurzaam toekomstperspectief Helm 3 te betrekken. Niet met het vooruitzicht dat dit een oplossing voor maximaal 10 jaar zou zijn, maar voor onbepaalde tijd. De onderhuur werd echter in juni 2024 door UCR opgezegd. In oktober 2027 moet de sterrenwacht het pand hebben verlaten, want UCR wil alle ruimtes zelf gaan gebruiken. Dit heeft ons verbaasd omdat UCR de laatste jaren de gezamenlijke ruimtes vrijwel niet meer gebruikt. Inmiddels is bekend dat het voornamelijk om onze goed geoutilleerde kantine (barruimte) gaat en niet om de twee klaslokalen.

De sterrenwacht kwam in actie en na een aantal overlegronden ligt er een voorstel waarin UCR geld krijgt voor een interne verbouwing en aanpassing. Totaal nodig: € 1.200.000. Als de Raad akkoord gaat is er voor de sterrenwacht geen enkele zorg, maar er is de sterrenwacht wel gevraagd welke huur de sterrenwacht kan opbrengen. De toekomst De huurwaarde Helm is door de gemeente gesteld op € 38.000 per jaar en de energielasten op € 10.000 per jaar, totaal € 48.000. Daar komen dan voor de sterrenwacht nog kosten bij van internet, telefonie, beveiliging en schoonmaak. Het mag duidelijk zijn: voor een 100% vrijwilligersorganisatie is dit niet op te brengen. De sterrenwacht is afhankelijk van donaties, giften en inkomsten uit eigen activiteiten. De jaarlijkse gemeentelijke subsidie bedraagt om en nabij de € 2600. Wat kan er dan wel? De sterrenwacht kan verantwoord € 1.000 per maand betalen (incl. energie). Dat lijkt erg weinig, maar de andere bijkomende kosten zullen er voor zorgen dat de vaste lasten voor de sterrenwacht flink zullen toenemen. Hoge vaste maandlasten vormen een bedreiging voor onze investeringscapaciteit. Geen enkele publiekssterrenwacht in Nederland kan zonder financiële hulp bestaan. En die werken vaak nog met een aantal betaalde krachten ook. Hoe dan ook, de sterrenwacht kan nooit marktconforme huurprijzen betalen.

De vraag luidt dan ook: wil en kan de gemeente Middelburg de sterrenwacht onderdak blijven bieden? Als tegenprestatie heeft de stad dan niet alleen de oudste volkssterrenwacht van Nederland binnen haar vesten. Ze heeft dan ook een (momenteel nog bescheiden) museum over de Middelburgse uitvinding van de telescoop midden in het centrum van de stad. Uiteraard wil de sterrenwacht jaarlijks financiële verantwoording afleggen. Over de energielasten merken wij op dat deze wel erg hoog zijn. Dat komt omdat het gebouw in de huidige situatie ook overdag verwarmd wordt, terwijl er dan meestal geen gebruikers zijn. UCR maakt immers geen gebruik meer van het pand en onze sterrenwacht is structureel alleen op vrijdagavond geopend en gemiddeld een keer of twee per week, gedurende andere dagdelen tijdens cursussen en groepsbezoeken. Wij verwachten dat de energielasten aanmerkelijk lager zullen zijn als wij de beschikking krijgen over het gehele pand en ook over slimme thermostaten. Wij denken dat als de sterrenwacht voor de komende vijf jaar, ingaande 01-10-2027 (datum afloop huidige overeenkomst) rechtstreeks van de gemeente kan huren voor de eerder vermelde huur (incl. energie) van € 1.000, per maand, we in die periode onze plannen kunnen uitwerken en dan is ook de verduurzaming door de gemeente uitgevoerd, wat invloed heeft op de vaste lasten.

Naar aanleiding van de discussie tussen de raad en de wethouder, zoals uitgesproken tijdens de raadsvergadering Maatschappelijke Zaken, het volgende: 1. In de vergadering van de commissie is de wens uitgesproken om prestatieafspraken met de sterrenwacht te maken. Wij zouden een plan moeten aanleveren om meer bij te dragen. Wij vragen ons af wat de raad van ons verlangt en gaan daarover graag met u in gesprek. Wij hebben ideeën en ambities genoeg. Momenteel werken we aan een projectplan voor de vernieuwing van de sterrenwacht en het museum, onder andere met een nieuw planetarium. We zetten in op aansprekende tentoonstellingen die weer helemaal ‘bij de tijd’ zijn, voor alle leeftijdsgroepen. Voor deze vernieuwingsslag zetten we onze eigen reserves in en vragen we subsidie aan bij o.a. Provincie Zeeland. We zouden graag de stijgende lijn van aantallen bezoekers voortgezet zien. Om dit te kunnen realiseren zijn wij afhankelijk van beschikbaarheid van vrijwilligers en die kunnen wij alleen aan

ons binden als ons voorbestaan niet in het geding komt. Voor deze vernieuwingsslag zetten we onze eigen reserves in en vragen we subsidie aan bij o.a. Provincie Zeeland 2. De wethouder gaf aan dat ook van de sterrenwacht e.e.a. gaat worden gevraagd. “We (de gemeente) investeren fors in panden om de sterrenwacht te laten zitten. “ Daar voelen wij ons eerlijk gezegd wat ongemakkelijk over. Nu lijkt het of wij de gemeente op kosten jagen. Wij waren eerder bereid om het pand te blijven delen. De UCR kon wat ons betreft de leslokalen blijven gebruiken. Alleen de gemeenschappelijke ontvangstruimte met onze bar en de bovenverdieping met onder andere het telescoopmuseum kunnen wij niet delen. Mocht u nog vragen hebben dan gaan wij graag met u het gesprek aan.

Hoogachtend,

Rijk-Jan Koppejan Namens bestuur en medewerkers

Geacht College en leden van de gemeenteraad,

Hierbij is ondergetekende Kees Beaart, met zijn echtgenote Birgitte, eigenaar van de Goedaert Collectie, zo vrij uw aandacht te vragen voor het pand Dam 71 in uw gemeente. Dam 71 is het geboortehuis van Frans Ryckhals (1609-1647), de Middelburgse schilder die eeuwenlang in de vergetelheid raakte, maar door de herontdekking van zijn monogram door Bredius in 1917, aan de vergetelheid werd ontrukt. Zijn schilderijen bleken in de zeventiende eeuw met name in de hoogste kringen in Oost Europa te zijn verkocht, waardoor bijvoorbeeld de Hermitage in Sint-Petersburg een aantal van zijn fraaiste stukken bezit. Inmiddels bezit ook het Zeeuws Museum enkele van zijn werken. Na Bredius schreven Laurens J. Bol, Joop H. Buma en Fred G. Meijer belangrijke publicaties over Ryckhals. Door mijn belangstelling voor de natuur en de vondst van een boekje van Johannes Goedaert (1617-1668) in 1996, verzamelen mijn vrouw en ik werk van Goedaert en zijn Middelburgse tijdgenoten. Tot de Goedaert Collectie behoren inmiddels 11 originele panelen en één tekening op perkament van Ryckhals en vele werken van andere gildeleden van het Middelburgse Lucasgilde. In het Stadhuismuseum te Zierikzee werd in 2018 de eerste tentoonstelling gehouden met uitsluitend werk uit de Goedaert Collectie, waarna vele tentoonstellingen van Zeeuwse Meesters uit de Gouden Eeuw volgden.

Voor de Ryckhals tentoonstelling die in 2019 in het Stadhuismuseum gehouden werd stelden wij ongeveer de helft van de tentoongestelde werken beschikbaar. Vanuit de Goedaert Collectie geven wij ook regelmatig werk in bruikleen aan andere musea, waaronder het Rijksmuseum en het Middelburgse Zeeuws Museum. De bekende Middelburgse auteur en voormalig stadsdichter Joop Herman Buma woonde op de Dam 71. Hij deed veel onderzoek en schreef de eerste monografie over Ryckhals, die in 1994 verscheen: François Ryckhals 1609 - 1647 een schilderende magiër uit Middelburg “Ryck in als” . Bovendien vestigde hij in zijn woonhuis het François Ryckhals Museum. Mijn vrouw en ik worden ouder en zoeken een blijvende oplossing voor de Goedaert Collectie. Wij zullen die graag aan de gemeente Middelburg beschikbaar stellen om in het Ryckhals Museum permanent tentoon te stellen. Mede door mijn werk voor Johannes Goedaert is in het molenwaterpark in samenwerking met uw gemeente enkele jaren geleden een gedenkteken voor Johannes Goedaert opgericht. Hierbij vraag ik uw aandacht voor realisatie van het Ryckhals Museum. Amsterdam heeft het Rembrandthuis. Krijgt Middelburg het Ryckhalshuis?? De afgelopen maanden deed de mogelijkheid zich voor Dam 71 te kopen. Helaas blijkt het pand recent verkocht te zijn.

Wellicht is de koper bereid het voor dit doel aan de gemeente door te verkopen, zodat Middelburg het Ryckhalshuis rijker kan worden. Ik hoop dat u naar aanleiding van dit bericht contact met mij wilt opnemen, zodat ik nadere toelichting kan geven. Met vriendelijke groet,

Kees Beaart

Treviso 41 2921 BJ Krimpen ad IJssel

Tel. 0639666520

Subscribe

Past Issues

#06 - januari 2026

Bestuurlijke fusie VO-Walcheren Na een periode waarin wij u stap voor stap hebben meegenomen, kunnen wij u laten weten dat de bestuurlijke fusie tussen CSW en de Mondia Scholengroep per 1 januari 2026 is gerealiseerd. Met VO-Walcheren bouwen we samen verder aan sterk en toekomstbestendig voortgezet onderwijs in de regio. In dit bericht leest u wat dit betekent en vooral wat hetzelfde blijft voor uw kind en onze scholen. Met vriendelijke groet, Dennis Roobeek Frank Neefs College van Bestuur VO-Walcheren Dear parent/guardian, Because we think that it is very important to fully inform you of the content of this notification we would like to offer you this suggestion: If it helps you to understand this notice better, you can copy the text into Google Translate and translate the information into your own language. Please click on the button below to enter Google Translate. Kind regards Dennis Roobeek

Translate

Subscribe

Frank Neefs Past Issues Executive Board VO-Walcheren

Translate

Google Translate

VO-Walcheren CSW en de Mondia Scholengroep vormen vanaf 1 januari 2026 samen één nieuwe stichting: VO-Walcheren. Met deze stap versterken wij het voortgezet onderwijs op Walcheren en in de regio. Binnen VO-Walcheren werken ruim 650 medewerkers samen voor meer dan 5.000 leerlingen. Voor u en uw kind verandert er niets in het dagelijks onderwijs. Alle scholen blijven bestaan, met hun eigen identiteit, onderwijsaanbod en vertrouwde gezichten. Leerlingen volgen hun lessen gewoon op hun eigen school, zoals zij dat gewend zijn.

Bekijk de video van VO-Walcheren!

Use your own custom HTML

Bestuur en organisatie De directeur-bestuurders van CSW en de Mondia Scholengroep, Dennis Roobeek en Frank Neefs, vormen samen het College van Bestuur van VO-Walcheren. Frank Neefs: “Deze fusie geeft ons de ruimte om samen sterker te staan en het voortgezet onderwijs in de regio duurzaam te versterken. Door onze krachten te bundelen zijn we beter voorbereid op toekomstige uitdagingen, met blijvende aandacht voor kwaliteit en nabijheid voor onze scholen en leerlingen.” Dennis Roobeek: “Met VO-Walcheren ligt er nu een stevig organisatorisch fundament voor

samenwerking, innovatie en continuïteit. De stichting CSW is opgegaan in VO-Walcheren Subscribe Past Issues Translate en de naam CSW zal in de komende periode geleidelijk worden uitgefaseerd. Tegelijkertijd blijven alle scholen herkenbaar en vertrouwd voor leerlingen, ouders en medewerkers.”

Startbijeenkomst medewerkers Maandag 5 januari zijn alle medewerkers van de betrokken scholen en ondersteunende diensten samengekomen voor een startbijeenkomst. Het markeerde het begin van de samenwerking binnen VO-Walcheren.

De scholen en locaties Onder VO-Walcheren vallen de volgende scholen en locaties: Van de Perre Toorop Bestevaêr Vrijeschool Nehalennia locatie Kruisweg Nehalennia locatie Breeweg Scheldemond College Technum Vlissingen ISK Walcheren (Internationale Schakelklas) Tijdelijke Nieuwkomers Voorziening Goes

Wie zijn wij? Meer informatie vindt u ook op onze nieuwe kanalen.

Subscribe

Past Issues

Website VO-Walcheren

LinkedIn

Vragen of aanmerkingen? Mochten er, naar aanleiding van deze nieuwsbrief nog vragen zijn, suggesties, op- of aanmerkingen; mail deze naar info@vowalcheren.nl. Tijdens de schoolvakantie wordt de mailbox niet gelezen.

"Samen sterk voor goed onderwijs."

This email was sent to <<Email Address>> why did I get this? unsubscribe from this list update subscription preferences Scheldemond College · Weyevlietplein 7-13 · VLISSINGEN, Zeeland 4385 CH · Netherlands

Translate

Aan de bestuurder van Orionis Walcheren De heer Henk Guise

DATUM VERZENDING

8 januari 2026 ONDERWERP

Advies over Transitieplan Werkontwikkelbedrijf

Beste Henk, Op 26 november 2025 heeft de Ondernemingsraad van Orionis Walcheren de adviesaanvraag Transitieplan Werkontwikkelbedrijf ontvangen. Na de overlegvergadering van 16 december heeft de OR vervolgens een aangepaste adviesaanvraag gekregen. De OR-leden hebben de stukken bestudeerd en hierover onderling overleg gevoerd. Constateringen De OR constateert de volgende belangrijke punten uit het transitieplan: • Er bestaat een duidelijke noodzaak voor een transitie van het Werkontwikkelbedrijf; • Dat voorzien wordt in een verschuiving van productiegericht naar ontwikkelgericht werken; • Dat er mogelijk sprake is van functiewijzigingen, omscholing en mogelijk uitstroom van medewerkers; • Dat de gekozen strategische koers vraagt om intensieve samenwerking met partners. Conclusie De OR onderschrijft: • De noodzaak tot de transitie; • De focus op ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid; • De maatschappelijke doelstellingen van het transitieplan. Positief advies De OR adviseert dan ook positief over het transitieplan. Wel wil de OR de volgende voorwaarden expliciet opnemen in verdere besluitvorming en uitvoering:

1.

Dat de bestuurder een overzicht en planning opstelt zodat de OR op tijd wordt geïnformeerd over: • de vervolgbesluiten; • de daarbij behorende WOR-trajecten; • evaluatiemomenten en • de momenten waarop de OR wordt betrokken;

2.

Dat, waar nodig, voor ambtelijk personeel een zorgvuldig scholings- en een mogelijk outplacementtraject wordt ingericht. Voor SW- en NBW-medewerkers blijft maatwerk en continuïteit van begeleiding daarbij centraal staan.

3.

Dat de OR en vervolgens de medewerkers tijdig en volledig worden geïnformeerd over de voortgang. De OR vraagt ook om tijdig te worden geïnformeerd over het communicatieplan, personeelsplan en financieel plan.

Aanbevelingen Verder geeft de OR nog de volgende aanbevelingen: • Onderzoek of het transitieplan kan worden ingericht als programma met aandacht voor samenhang tussen verschillende onderdelen en projecten die afdelingsoverstijgend zijn en raakvlakken hebben. (Bijvoorbeeld MDIEU, procesoptimalisatie afdeling Werk en het Trainingscentrum) • De OR vraagt expliciet ook aandacht voor de PW-doelgroep - naast de doelgroep SW- en NBWmedewerkers. • Benut geleerde lessen van vergelijkbare en andere werkontwikkelbedrijven. • Betrek de OR bij de uitwerking van het transitieplan. Tot slot De OR is enthousiast over het transitieplan en benieuwd naar de uitwerking; we kijken dan ook uit naar een prettige samenwerking. We gaan ervan uit dat je hiermee voldoende bent geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens de ondernemingsraad Orionis Walcheren Tanja Koole Voorzitter

NUMMER 1

NIEUWSFLITS RIT De start Na bijna twee jaar voorbereidingen, konden we één september dan daadwerkelijk van start. Na de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst door de samenwerkende partijen, taart en een goede lunch was het om twee uur zover.

De eerste twee maanden In de eerste 2 maanden zijn we 106 keer ter plaatse geweest. We merken dat onze expertise goed aansluit bij de mensen waarbij we worden ingeroepen, waardoor mensen ontvankelijker zijn voor inzet vanuit GGZ, we makkelijker kunnen de-escaleren dan iemand in politie-uniform, we goed kunnen inschatten welke zorg op dat moment nodig is en mensen na onze inzet in zorg kunnen krijgen via onze overdracht aan de collega’s van het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland. In deze korte tijd zien we dat dat het lukt om goede samenwerking tot stand te brengen tussen de zorg- en veiligheidspartijen en gemeenten. Het lukt ons dan ook om met onze inzet de politie af te lossen of zonder politie op meldingen af te gaan. Daar waar we nog onbekend zijn of de samenwerking met het RIT nog moet groeien, zoeken we actief het gesprek om die duurzaam te versterken. Dit leidt tot aanscherping van onze werkwijze en tot heldere verwachtingen aan elkaar. Reacties die onze medewerkers van het RIT gekregen hebben: Betrokkenen:

Politie:

‘Ik vond het fijn dat je de tijd voor me

‘Eindelijk iemand met expertise ter plaatse’

genomen hebt om naar me te luisteren’. ‘Mogen wij nu dan gewoon gaan?’ ‘Bedankt dat je écht hebt geluisterd en mee hebt gedacht met me’.

‘Wij kunnen nu véél sneller weg’

‘Ik wil dit niet met de politie bespreken,

‘Wij zijn hier niet voor opgeleid, de mensen

maar liever met jou’.

van het RIT wel’

November, 2025

RIT Zeeland

NUMMER 1

Cijfers september & oktober 2025

Inzetten ter plaatse

5

106 inzetten ter plaatse

Telefonische inzetten Duur van inzet 0-1 uur

1-2 uur

2-3 uur

>3 uur 70 60 50 40 30 20 10 0

0-1 uur

1-2 uur

November, 2025

2-3 uur

>3 uur

RIT Zeeland

NUMMER 1

Inzetten ter plaatse

November, 2025

RIT Zeeland

NUMMER 1

Verwijzer

Meldkamer politie (ovv ambulance)

3

Meldkamer politie

99

Huisarts/HAP

6

Meldpunt Zorgwekkend gedrag

3 0

20

40

60

80

100

DEZE NIEUWSFLITS IS VERZONDEN NAAR ALLE KETENPARTNERS VAN RIT ZEELAND

Het RIT is een samenwerking van bovenstaande partners en de dertien Zeeuwse gemeenten

OKTOBER, 2024

Laat ze niet (ver)zuipen

NUMMER 45

Emmen, 07 januari 2026 Ons kenmerk: U 26-001 Geachte raadsleden van alle gemeenteraden,

Allereerst wensen wij u een strijdvaardig 2026 toe. Als raadslid heeft u de dure plicht om te waken over de veiligheid van alle inwoners, maar voor de meest kwetsbare groep — kinderen in de knel — schiet het huidige systeem al jarenlang structureel tekort. En als we letten op al die inwoners, dan bestaat een aanzienlijk deel van uw inwoners uit kinderen en jongeren. Met het oog op die kinderen en jongeren willen wij u vragen aandacht te willen geven aan de raadsvragen en moties van collega's van u. En dat zijn naar onze mening mooie moties, die een duidelijke verbetering willen aanbrengen in de jeugdzorg. Na tien jaar Jeugdwet 2015 moeten we de harde realiteit onder ogen zien: de wet is verworden tot een symboolwet zonder tanden. Er is een chronisch gebrek aan feitelijke waarheidsvinding in rapportages, waardoor levens van kinderen en gezinnen op basis van onjuiste aannames worden verwoest. Het ontbreekt n.b. na 10 jaar nog aan scherpe criteria over die waarheidsvinding en ook over een dubieuze gemeentelijke verantwoordelijkheid Terwijl inspecties noodkreten afgeven en minimaal 4 jeugdbeschermingsregio’s onder verscherpt toezicht staan, blijft de fundamentele verandering uit. Ouders en kinderen schreeuwen het al jaren uit: DIT MOET NU STOPPEN. Dat alles is ons inziens echter lang niet voldoende en zal op termijn weinig oplossen.

Al jaren roepen organisaties van ouders voor hun kinderen: DIT MOET STOPPEN. Er is teveel mis, er zijn teveel drama's. Uw controlerende taak is een morele plicht Grip krijgen op de Jeugdbescherming is complex, maar als raadslid bent u de laatste strohalm voor gezinnen die vermalen worden door het systeem. Om u te helpen deze grip te hernemen, bieden wij u een bundeling aan van scherpere moties en raadsvragen van collega-raadsleden. Dit zijn geen vrijblijvende documenten, maar bewezen instrumenten om uw Wethouder Jeugd ter verantwoording te roepen en echte verbeteringen af te dwingen. Mooie moties, die ook het contact tussen de Wethouders Jeugd en u zeker willen bevorderen. Mogen wij u dringend vragen uw controlerende taak als raad ernstig op te pakken door o.a. alle binnenkomende vragen en klachten van kinderen/ouders serieus te nemen? Is het een idee, dat u dit meer duidelijk aangeeft in uw persberichten in uw gemeente. Graag bieden wij u in deze mailing aan alle griffies de volgende raadsvragen en moties aan. Bijlagen: 01 Raad Assen, Fractie Leefbaar Assen, Onderwerp: structurele fouten JB=Noord 02 Raad Leeuwarden, Fractie D66, Onderwerp: rekenkamer

03 Raad Westerwolde, Fractie Hemmen + GL/PvdA, Onderwerp: vertrouwenspersoon 04 Raad Vijfheerenlanden, Fract. VHL+ GL/PvdA, Onderwerp: versterking jongerenwerk 05 Raad Vlaardingen, Fractie SP, Onderwerp: kritisch volgen instanties 06 Raad Papendrecht, Fractie D66, Onderwerp: uitvoering JW-gelden Alle indieners van deze raadsvragen en moties gaven hun toestemming tot publicatie dan wel dat de desbetreffende griffie wilde meewerken. Als er bij de beantwoording door uw College of Wethouder Jeugd nog vragen overblijven, stelt u a. u. b. vervolgvragen. Het is voorgekomen dat raadsleden die vervolgvragen niet wilden stellen; zo blijven er wel vragen bestaan. Onze eis aan u: Accepteer geen ontwijkende antwoorden meer van het College. Neem klachten van wanhopige ouders en kinderen niet slechts voor kennisgeving aan, maar gebruik ze als munitie voor uw controlerende taak. Stop de cultuur van wegkijken en maak van uw gemeente een veilige haven waar kinderrechten en mensenrechten belangrijker zijn dan bureaucreatie. Wilt u weten hoe u traumatische en onnodige uithuisplaatsingen in uw gemeente kunt stoppen? Wij leveren u de nodige expertise en praktijkfeiten. Het is tijd om de Jeugdwet te dwingen te doen waarvoor hij bedoeld is: kinderen echt beschermen. Wilt u meer informatie over bijvoorbeeld: voorkomen van die zo ernstige en schadelijke uithuisplaatsingen dan mailt U ons a.u.b.

Zie ook onze INFORMATIEBLADEN op onze site. Met strijdbare groet, STICHTING DUTCH CHILD CENTER Jan van der Kooi, secretaris [E] nfo@dutchchildcenter.nl (na 08-01-2026 uitsluitend per mail)

Schriftelijke vragen over structurele tekortkomingen bij Jeugdbescherming Noord Datum: 16-06-2025 Geacht college, Naar aanleiding van: • Aanhoudende zorgwekkende berichtgeving in de media; • De uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, waarin wordt vastgesteld dat Jeugdbescherming Noord structureel tekortschiet, rechterlijke uitspraken naast zich neerlegt en daarmee niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor gecertificeerde instellingen; • Het verscherpt toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd; • De duidelijke uitspraken van staatssecretaris Struyken van Justitie en Veiligheid, die wijzen op onwettig handelen van Jeugdbescherming Noord; • De informerende raadsbijeenkomst van 12 juni jl., waarin de structurele tekortkomingen van Jeugdbescherming Noord aan de orde kwamen; • De voortgangsbrief Jeugd van staatssecretaris Karremans d.d. 13-06 waarin o.a. wordt gesteld: “Jeugdigen en ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de zorg die zij ontvangen passend is en hen daadwerkelijk helpt. Jeugdigen en ouders vormen een toetssteen voor kwaliteit: wanneer voegt de hulp waarde toe in hun leefwereld.” Richt de fractie van Lijst van Brakel / Leefbaar Assen zich tot uw college met de volgende schriftelijke vragen:

Transparantie en publieke verantwoording Jeugdbescherming Noord is een gecertificeerde instelling met een publieke taak, volledig gefinancierd met gemeenschapsgeld. Daarmee functioneert zij feitelijk als bestuursorgaan en is zij onderworpen aan de transparantieverplichtingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet open overheid (Woo). Desondanks weigert de instelling tot op heden onder meer auditrapporten openbaar te maken, wat het maatschappelijk vertrouwen en de democratische controle ernstig ondermijnt. 1. Op basis van welke juridische of bestuurlijke gronden acht uw. college deze weigering verdedigbaar? Hoe verhoudt dit zich tot de wettelijke verplichtingen uit de Awb en de Woo? 2. Acht uw college deze beperkte transparantie verenigbaar met de publieke taak die Jeugdbescherming Noord vervult? 3. Welke maatregelen bent u bereid te nemen om volledige openheid en verantwoording af te dwingen?

Kwaliteit van zorg en gevolgen voor inwoners Tijdens de raadsbijeenkomst van 12 juni jl. werd duidelijk dat er sprake is van ernstige structurele tekortkomingen, waaronder gebrekkige continuïteit, ondeugdelijke besluitvorming, en onvolledige of foutieve dossiervorming.

Volgens de Jeugdwet rust op het college de plicht om een toereikend aanbod van kwalitatieve jeugdhulp te borgen. De Wmo verplicht het college om passende ondersteuning aan inwoners te garanderen. 4. Deelt uw college de opvatting dat het blijven aannemen van nieuwe cliënten, terwijl bestaande cliënten niet adequaat geholpen worden, zowel onethisch is als mogelijk strijdig met de zorgplicht, proportionaliteit en voorzorgsbeginselen? 5. Op welke wijze monitort uw college de kwaliteit van jeugdbeschermingsmaatregelen die door gecertificeerde instellingen worden uitgevoerd? 6. Hoe waarborgt het college dat de geleverde zorg voldoet aan de eisen van kwaliteit en continuïteit, zoals bedoeld in artikelen 2.3 en 2.6 van de Jeugdwet? 7. Welke concrete acties onderneemt uw college om de structurele tekortkomingen bij gecertificeerde instellingen aan te pakken?

Onwettigheid door niet-uitvoering De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelt dat het niet kunnen uitvoeren van maatregelen (o.a. door gebrek aan jeugdbeschermers) een schending van artikel 8 EVRM kan opleveren. Zonder daadwerkelijke uitvoering vervalt de grondslag voor de maatregel, en is overheidsingrijpen juridisch onhoudbaar. Daarnaast werd het landelijk handelingsperspectief bij onderbezetting in 2022 als tijdelijke noodoplossing ingevoerd. in juni 2023 werd al benadrukt door de IGJ (inspectie Gezondheidszorg Jeugd) dat actieve evaluatie nodig is samen met kinderen, gezinnen en ketenpartners . In april 2024 waarschuwen ze dat de evaluaties vergeleken met eerdere signalen inhoudelijk tekortschieten, en dat de aanpak nog steeds niet voldoende is .

8. Hoe verhoudt de werkwijze van het CRT-team van Jeugdbescherming Noord zich tot de

relevante wet- en regelgeving, conclusies van de IGJ en de uitspraken van de staatssecretaris? 9. Hoe beoordeelt uw college het handelen van Jeugdbescherming Noord tegen deze achtergrond? Wat doet u om te voorkomen dat inwoners geconfronteerd worden met onwettige of niet-uitvoerbare maatregelen? 10. Hoe borgt het college de rechtspositie van ouders en kinderen binnen deze context? 11. Hoe verhoudt de werkwijze van het CRT-team van Jeugdbescherming Noord zich tot de relevante wet- en regelgeving en de uitspraken van de staatssecretaris? 12. Worden maatregelen die feitelijk niet worden uitgevoerd (bijvoorbeeld door plaatsing op wachtlijst of toedeling aan het CRT-team) volledig aan de gemeente gefactureerd? 13. Indien dit het geval is: acht u dit verantwoord gebruik van gemeenschapsgeld? 14. Heeft uw college daarnaast zicht op welke maatregelen structureel níét worden uitgevoerd, los van de vraag of deze worden gefactureerd?

Focus op herstel en cliëntenstop Jeugdbescherming Noord heeft afgezien van deelname aan de informatieve raadsbijeenkomst op 12 juni met als reden dat alle inzet momenteel gericht is op het herstelplan. 15. Deelt uw college de mening dat publieke verantwoording geen vrijblijvende aangelegenheid is, maar een fundamentele plicht? 16. Hoe beoordeelt u het signaal dat er geen ruimte is voor verantwoording richting volksvertegenwoordiging vanwege interne herstelmaatregelen, zeker gezien de ernst van de situatie? 17. Acht u een instelling die zich volledig op crisismanagement moet richten in staat om kwalitatieve zorg te leveren? 18. Is het college bereid een tijdelijke cliëntenstop te overwegen, zolang Jeugdbescherming Noord niet aan minimale kwaliteitsstandaarden kan voldoen? 19. Bent u bereid hierover actief en op korte termijn met Jeugdbescherming Noord en de regionale partners in overleg te treden, en de raad hierover actief te informeren?

Toezicht, controle en informatievoorziening 20. Welke vormen van toezicht hanteert uw college op Jeugdbescherming Noord? Worden signalen, klachten en terugkoppelingen structureel verzameld en besproken? En door wie worden deze klachten en signalen verzameld? Wie zit er bij de bespreking daarvan aan tafel? 21. Lijst van Brakel en Leefbaar Assen constateren dat de informatievoorziening richting de raad op dit moment onvoldoende is om haar controlerende taak goed te kunnen uitvoeren. Welke concrete stappen gaat het college zetten om hierin verandering aan te brengen?

Informatievoorziening aan de raad 22. Is het college bereid de gemeenteraad op korte termijn inzage te geven in:  Het herstelplan voor JBN van 2021 n.a.v. het IGJ onderzoek “Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd”;  Het door teammanagers geschreven plan voor regie op cliënten zonder vaste jeugdbeschermer uit 2023;  Het actuele herstelplan;  Het landelijke CRT-handelingskader en de lokale toepassing ervan;  Auditrapporten, voortgangsverslagen, evaluaties, klachtenrapportages en bestuurlijke terugkoppelingen; • De financiële onderbouwing van het geheel (inzet middelen, subsidies, gemeentelijke bijdragen, verantwoording)? 23. Is uw college bereid de gemeenteraad tevens inzicht te bieden in geanonimiseerde interne rapportages en evaluaties die het functioneren van Jeugdbescherming Noord inzichtelijk maken?

Escalatie en alternatieve scenario’s Op 12 juni jl. vond een informerende raadsbijeenkomst plaats over Jeugdbescherming Noord. In voorbereiding daarop zijn ouders actief benaderd met de vraag of zij hun ervaringen met deze organisatie wilden delen. Meerdere van deze ouders gaven aan daar niet toe bereid te zijn, uit vrees voor (indirecte) repercussies – met name het risico hun kinderen kwijt te raken. De afgelopen jaren heeft het college o.a. via het spreekuur met diverse ouders met klachten, gesproken en dossiers ingezien. Zoals het college in beantwoording op de mondelinge vragen van lijst van Brakel d.d. 30 januari aangaf, is het college op de hoogte van de vele tekortkomingen in de kwaliteit van zorg bij Jeugdbescherming Noord.. De gemeente is als verantwoordelijke voor het stelsel van jeugdzorg beleidsmatig gehouden om het vertrouwen in het systeem te waarborgen. 24. Acht het college een organisatie waarover door meerdere ouders is aangegeven dat zij er bang voor zijn, in staat om uitvoering te geven aan haar wettelijke taak als gecertificeerde instelling zoals bedoeld in de Jeugdwet (artikel 1.1) – te weten het bieden van passende, veilige en zorgvuldige jeugdbescherming in het belang van het kind? 25.

Herkent en erkent het college het risico dat gevoelens van angst en afhankelijkheid bij ouders de werkrelatie tussen gezin en jeugdbescherming ondermijnen, met alle gevolgen van dien voor de effectiviteit van de ondersteuning? 26. Kan het college duiden of, en zo ja op welke wijze, deze signalen passen binnen de kwaliteitscriteria die door gemeenten aan gecertificeerde instellingen worden gesteld op grond van artikel 4.1.1 Jeugdwet en de inkoopvoorwaarden (waaronder: veiligheid, vertrouwen, transparantie en cliëntgerichtheid)? 27. Deelt het college de opvatting dat structureel wantrouwen jegens een jeugdzorgaanbieder een ernstige indicatie is dat sprake is van systeemfalen? b. Zo ja, welke beleidsmatige maatregelen overweegt het college om dit vertrouwen te herstellen? 28. Is het college ermee bekend dat gemeenten op grond van de Jeugdwet (artikel 2.6 jo. 4.1.1) een wettelijke zorgplicht dragen voor de inkoop, kwaliteit én het toezicht op gecertificeerde instellingen zoals Jeugdbescherming Noord? 29. Is het college zich ervan bewust dat ouders onder omstandigheden de gemeente aansprakelijk kunnen stellen voor schade die is ontstaan door toedoen van een gecertificeerde instelling, indien sprake is van nalatigheid of gebrekkig toezicht van de gemeente? 30.

Hoe beoordeelt het college, in het licht van de signalen van structureel wantrouwen en angst bij ouders, het risico op bestuurlijke of juridische aansprakelijkheid van de gemeente? 31. Op welk moment acht uw college bestuurlijke escalatie noodzakelijk, en bent u bereid dit tijdig met de raad te bespreken? 32. Welke stappen zijn inmiddels gezet richting een alternatief scenario voor de uitvoering van wettelijke taken, mocht de situatie bij Jeugdbescherming Noord niet verbeteren? Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet. Namens de fractie van Lijst van Brakel / Leefbaar Assen, Tirza van Brakel-Engberts

Persbericht Lijst van Brakel / Leefbaar Assen: “Als zelfs de rechter zegt dat het misgaat, dan moeten we luisteren” Assen, 16 juni 2025 – Al jarenlang krijgen wij als raadsleden verhalen te horen van ouders die zich niet gehoord of zelfs bang voelen voor Jeugdbescherming Noord. Ze vertellen over slechte communicatie, lange wachtlijsten, maatregelen die niet uitgevoerd maar wel verlengd worden, fouten in hun dossier en het gevoel dat zij geen kant op kunnen. Deze verhalen raken ons! Het zijn niet meer alleen de verhalen van ouders die we horen.  De rechtbank Noord-Nederland heeft uitgesproken dat Jeugdbescherming Noord structureel tekortschiet en zelfs rechterlijke bevelen negeert en daardoor niet voldoet aan de wettelijke eisen die aan gecertificeerde instellingen (GI’s) worden gesteld.  De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft het toezicht verscherpt.  Ook de staatssecretaris van rechtsbescherming noemt het handelen van Jeugdbescherming Noord “onwettig”. Wij maken ons als raadsleden van Lijst van Brakel en Leefbaar Assen grote zorgen over wat dit betekent voor kinderen en ouders in Assen. Want als de zorg die je krijgt niet klopt, of helemaal uitblijft, dan laat het systeem je in de steek. En dat mag niet gebeuren.

Als gemeenteraad hebben we een belangrijke taak: we controleren het college van burgemeester en wethouders en we vertegenwoordigen de inwoners van Assen – óók diegenen van wie stem vaak niet gehoord en geloofd wordt in het systeem. Daarom hebben we vandaag schriftelijke vragen ingediend bij het college. We willen o.a. weten:  Wat de gemeente doet om deze ernstige signalen van inwoners serieus te nemen;  Hoe het toezicht op Jeugdbescherming Noord door de gemeente is geregeld;  Wat er gebeurt met geld dat bedoeld is voor zorg aan kinderen;  Of er alternatieven zijn bedacht voor als deze organisatie haar werk niet verbetert. Ook willen we weten of het college bereid is om een cliëntenstop in te voeren bij Jeugdbescherming Noord, zolang de organisatie de basis niet op orde heeft. Want doorgaan terwijl het fout blijft gaan en er zelfs onwettig gehandeld wordt, is niet alleen onwenselijk – het is ook onethisch. Tot slot: wij zien hoeveel moed het vraagt voor ouders om hun verhaal te doen. We weten dat er angst is voor represailles, of om kinderen kwijt te raken. We zijn dankbaar voor het gestelde vertrouwen van degenen die ons benaderd hebben.

Wat ons betreft is de tijd van wegkijken echt voorbij en worden de belangen van onze inwoners boven de belangen van organisaties geplaatst! Namens de fracties van Lijst van Brakel en Leefbaar Assen, Tirza van Brakel-Engberts Noot voor pers Voor meer informatie: Tirza van Brakel- 0681731426 Anita de Rijke- 0628803024

Motie: ‘Als overheidsingrijpen kinderen weer bescherming biedt’ De raad van de gemeente Leeuwarden, in vergadering bijeen op [08-10-2025], behandelende de aanbevelingen Rekenkamer omtrent de jeugdbeschermingsketen; Constaterende dat; 

   

Uit de aanbevelingen van de Rekenkamer blijkt dat we onze richting en rol moeten bepalen als het gaat om de jeugdbeschermingsketen. We focus en kaders moeten vaststellen binnen de samenwerking tussen de politiek en de jeugdbeschermingsketen en onze informatiepositie als raad moeten versterken. Uit diverse rapportages van de afgelopen weken blijkt dat diverse GI’s er niet voor kunnen zorgen dat een kind de juiste en adequate bescherming krijgt ondanks alle toezicht die er is. Onze grootste GI, het Regiecentrum, dit soort problemen nu niet lijkt te hebben en we dit graag zo willen houden. Het woord ‘Jeugdbescherming’ maar 3x voorkomt in de Jeugdagenda 2024-2028. Wij als raad van plan zijn om gezamenlijk met de woordvoerder jeugd bij elkaar te komen om een volgende stap te zetten met de aanbevelingen van de Rekenkamer.

Overwegende dat; 

  

Het nog steeds lijkt dat wij zelfs als centrumgemeente nog weinig politieke doorzettingsmacht hebben richting de GI’s om op signalen zoals in het rapport ‘Als overheidsingrijpen kinderen geen bescherming biedt’ (sept. 2025), te acteren, maar ook om zicht te krijgen als raad op het goede werk wat veel jeugdbeschermers doen in het veld. Wij graag als een volgende stap willen maken met de aanbevelingen die de Rekenkamer ons geeft om onze jeugdbeschermingsketen te verbeteren en onze rol als raad te pakken. Wij graag middels onderstaande interventies kunnen bekijken waar de weeffouten zitten binnen de Jeugdwet en waar we dus wel/niet invloed op hebben maar wel op zouden moeten hebben. Wij graag de decentralisatie zien slagen en juist de zorg voor kind en ouder dichtbij willen organiseren, dus ook onze lokale volksvertegenwoordigers de invloed geven die ze zouden moeten hebben om hun controlerende, kaderstellende en volksvertegenwoordigende taak op dit vlak effectief te kunnen uitoefenen. In gezamenlijke bijeenkomsten die de woordvoerders jeugd gaan organiseren we moeten nadenken wat voor kaders (voorbeelden in de bijlage 1) we het college willen meegeven binnen dit addendum ‘jeugdbeschermingsbeleid’ in de Jeugdagenda 2024-2028.

Verzoekt het college om;  

Een addendum jeugdbescherming toe te voegen aan de jeugdagenda met (toetsbare) beleidskaders jeugdbescherming (Voorbeelden bijlage 1). En deze door de raad te laten vaststellen. Bij de totstandkoming daarvan de raad te betrekken.

En gaat over tot de orde van de dag,

Johan Magré namens D66 Leeuwarden

Bijlage 1: Eventuele kaders: 

Gemeente als regisseur via de nieuwe WGR Versterk de democratische positie van gemeenten binnen de jeugdhulpregio. Geef gemeenteraden instemmingsrecht op beleid, begroting en inkoop. Richt een programmaraad op waarin raadsleden en wethouders gezamenlijk koers bepalen. Beperk de dominante rol van centrumgemeenten en verdeel zeggenschap eerlijk. Leg vast hoe individuele gemeenten kunnen ingrijpen bij falend regionaal beleid of casussen. Doorbreek de informatiemuur tussen praktijk en politiek Zorg dat raadsleden en bestuurders toegang krijgen tot relevante informatie, zonder de AVG te schenden. Ontwikkel kaders voor het delen van casuïstiek en signalen. Verplicht instellingen gemeenten te informeren bij plaatsingen, incidenten en rechterlijke uitspraken, en stel een regeling op met samenvattingen van klachten en escalaties. Extern en onafhankelijk toezicht organiseren Doorbreek het zelftoezicht van instellingen. Laat incidenten analyseren door onafhankelijke deskundigen. Geef de IGJ een proactief mandaat en laat gemeenten audits inkopen bij signalen van structureel falen. Instellingen toetsen op publieke waarden Veranker in contracten dat instellingen ouders en jongeren serieus betrekken. Verplicht co-productie van rapportages en deel ernstige incidenten met gemeentelijk toezicht. Zo wordt institutionele zelfbescherming doorbroken en het burgerperspectief hersteld.

Een gemeentelijk toetsingskader (Bijlage ) vast te stellen voor gecertificeerde instellingen gericht op naleving van de Jeugdwet en het Kinderrechtenverdrag en eventueel te werken aan een Kinderrechtenverslag. (Bijlage 3) Stimuleer politieke reflectie en actieve raadssturing Voorkom dat gemeenteraden alleen achteraf reageren. Gebruik technische sessies voor inhoudelijke toetsing. Leg belangrijke besluiten, zoals beleidswijzigingen en plaatsingen, expliciet voor aan de raad en stimuleer signalering via ervaringsdeskundigen. Herstel morele verantwoordelijkheid en bouw lerend vermogen op Maak ruimte voor reflectie, herstel en publieke verantwoording. Wijs een bestuurlijk aanspreekpunt aan per casus en ontwikkel herstelprotocollen met erkenning, excuses en herstelacties.

Bijlage 2: Concept-toetsingskader Kinderrechten voor gecertificeerde instellingen Toetsingskader Kinderrechten voor Gecertificeerde Instellingen Inleiding Gecertificeerde instellingen hebben als kerntaak het waarborgen van de veiligheid en ontwikkelingskansen van kinderen. Dit toetsingskader biedt een leidraad voor professionals bij het naleven van kinderrechten, in lijn met de Jeugdwet en internationale mensenrechtenverdragen. Het versterkt een kinderrechtensensitieve benadering en ondersteunt een integrale beoordeling van veiligheid, rechten en belangen van kinderen en hun ouders in situaties van (dreigend) geweld of onveiligheid. Juridisch en normatief kader Dit kader is gebaseerd op: • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) • Verdrag van Istanbul • Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), art. 8 (recht op familieleven) Belangrijke artikelen uit het IVRK: • Art. 3: Het belang van het kind als eerste overweging • Art. 12: Recht van het kind om gehoord te worden • Art. 19: Recht op bescherming tegen alle vormen van geweld • Art.

5 & 9: Recht op begeleiding van ouders en bescherming van gezinsleven Kernprincipes • Veiligheid voorop, met behoud van het recht op familieleven • Kinderrechten als leidraad, inclusief participatie en hoorrecht • Preventie van geweld, inclusief gender- en cultuursensitiviteit • Non-discriminatie • Voorkomen van secundaire victimisatie • Interprofessionele samenwerking Doel en reikwijdte Het toetsingskader biedt richtlijnen voor: • Besluitvorming en opstellen van hulpverlenings- en veiligheidsplannen • Samenwerking met ketenpartners • Monitoring en evaluatie van veiligheid en kinderrechten

@

Toepassingsprincipes 1. Veiligheid als eerste voorwaarde Interventies zijn gericht op duurzame veiligheid voor kinderen én ouders, op basis van actuele risicoanalyses. 2. Kinderrechten als leidraad Het belang van elk kind wordt individueel gewogen. Kinderen worden actief gehoord op een bij hun leeftijd passende wijze. 3. Gender- en geweldssensitieve benadering Bij de analyse wordt rekening gehouden met machtsverhoudingen en structureel geweld. Neutrale framing wordt vermeden als dit de aard van het geweld miskent. 4. Voorkomen van secundaire victimisatie Slachtoffende ouders worden ondersteund, niet bestraft. 5. Interprofessionele samenwerking Samenwerking met ketenpartners zoals Veilig Thuis, politie, vrouwenopvang en GGZ is essentieel. Toetsingsvragen per casus 1. Is het kind veilig? Waarop is deze inschatting gebaseerd? 2. Is er structureel overleg met ketenpartners? 3. Is er een actuele risico-inschatting bij contact tussen kind en ouder/verzorger? 4. Is de stem van het kind gehoord en meegewogen? 5. Draagt het besluit bij aan duurzame veiligheid en herstel voor kind en ouder? Emotionele en psychologische veiligheid • Kinderen krijgen een vaste vertrouwenspersoon of mentor. • Er wordt herstelgericht gewerkt na incidenten, waar veilig en gepast. Toetsingsvragen: 1. Wordt systematisch ruimte geboden aan kinderen om zorgen over veiligheid te uiten? 2.

Hoe wordt de balans bewaakt tussen contact met familie en de emotionele veiligheid van het kind? Recht op familie en hechting • Contactherstel wordt gericht op veiligheid én hechting. • Uithuisplaatsing alleen bij ernstige risico’s en met onafhankelijke toetsing. • Veilig contact wordt gefaciliteerd, bijvoorbeeld via begeleide omgang.

Toetsingsvragen: 1. Wordt het contact met familie veilig gefaciliteerd? 2. Is de scheiding van kind en ouders goed gemotiveerd en tijdelijk van aard? Gender- en cultuursensitieve veiligheid • Beleid is alert op specifieke risico’s voor meisjes/vrouwen, zoals seksueel geweld en eergeweld. • Er wordt rekening gehouden met culturele dynamieken zonder geweld te relativeren. Toetsingsvragen: 1. Worden meisjes en jongens gelijkwaardig beschermd? 2. Is er aandacht voor culturele dynamieken zonder normvervaging bij geweld? Monitoring, klachten en toezicht • Toegankelijke klachtenregeling voor kinderen en ouders. • Externe toetsing (inspecties, vertrouwensinspecteurs). • Interne evaluaties en kind-/oudertevredenheidsonderzoeken. Toetsingsvragen: 1. Hoe wordt geborgd dat kinderen veilig kunnen klagen of melden? 2. Hoe vaak wordt het beleid geëvalueerd op effectiviteit? 3. Leiden meldingen of inspecties tot verbetermaatregelen? Organisatorische structuur en preventie • Risicotaxatie en veiligheidsbeoordeling bij aanvang en periodiek herzien. • Medewerkers getraind in trauma- en geweldsensitief werken. • Contact met familieleden alleen indien dit veilig en in het belang van het kind is.

Slotbepalingen 

Met dit toetsingskader verbindt Gecertificeerde instelling) internationaal erkende mensenrechtenverdragen met haar dagelijkse werkpraktijk.

Door structureel aandacht te besteden aan veiligheid, gendergelijkheid en kinderrechten, draagt Jeugdbescherming bij aan een rechtvaardige en beschermende omgeving voor kinderen en hun ouders.

Dit document wordt jaarlijks herzien en afgestemd op wettelijke eisen en maatschappelijke ontwikkelingen.

De directie is eindverantwoordelijk voor de uitvoering en borging van het beleid

Implementatie * Ontwikkeling en toepassing van een standaard checklist. * Beslisondersteuning via gestructureerde casusbesprekingen. * Jaarlijkse toetsing van de uitvoering aan dit kader. * Betrekken van ervaringsdeskundigen bij de evaluatie en verbetering van beleid. *Veiligheidsbeoordelingen bij aanvang van elk traject (risicotaxatie) *Samenwerking met politie, Veilig Thuis, vrouwenopvang en jeugdbescherming *Personeel getraind in trauma- en geweldsensitief werken

Bijlage 3: Voorbeeld Kinderrechtenverslag Een voorbeeld van een Kinderrechtenverslag omvat de volgende onderdelen:

-

Samenvatting van de betrokkenheid van jongeren in besluitvorming;

-

Analyse van de klachtenprocedures en hoe deze kinderrechten waarborgen;

- Verantwoording over vrijheidsbeperkingen en alternatieve maatregelen; - Evaluatie van de zorg en de betrokkenheid van ouders in het zorgtraject. Kinderrechtenverslag 1.

Samenvatting van de betrokkenheid van jongeren in besluitvorming

Bij (naam gecertificeerde instelling) staat de stem van het kind centraal. Jongeren worden structureel betrokken bij beslissingen die hun veiligheid, welzijn en toekomst raken. In 2025 zijn jongeren op verschillende manieren gehoord: via individuele gesprekken, kindgesprekken en door deelname aan kindpanels. We werken bij (naam gecertificeerde instelling) met het KIES kindplan van het Expertisecentrum Kind & Scheiding. Kinderen geven aan dat zij het belangrijk vinden dat hun mening serieus genomen wordt, vooral bij beslissingen over verblijfplaats, school en contact met ouders. In ..% van de evaluatiegesprekken gaven jongeren aan dat zij zich betrokken voelden bij de besluitvorming. We blijven hierin investeren door medewerkers te trainen in kindgerichte gespreksvoering. 2.

Analyse van de klachtenprocedures en hoe deze kinderrechten waarborgen

(Naam gecertificeerde instelling) beschikt over een onafhankelijke klachtenregeling die toegankelijk is voor kinderen, ouders en andere betrokkenen. In 2025 zijn er .. klachten ingediend door of namens jongeren. Deze betroffen vooral de omgangsregeling en het gevoel niet gehoord te worden. De klachten zijn behandeld door een onafhankelijke klachtencommissie. In ... van de gevallen is de klacht (deels) gegrond verklaard en is het beleid of de begeleiding aangepast. De organisatie heeft daarnaast geïnvesteerd in de zichtbaarheid van de vertrouwenspersoon van het AKJ, die een cruciale rol speelt in de toegang tot klachtmogelijkheden en het versterken van rechtspositie van kinderen. 3.

Verantwoording over vrijheidsbeperkingen en alternatieve maatregelen

Binnen (naam gecertificeerde instelling) zelf worden geen directe vrijheidsbeperkingen toegepast, aangezien de organisatie geen residentiële zorg verleent. Wel houden we toezicht op de toepassing ervan binnen pleegzorg of gesloten jeugdhulp. In 2025 zijn we in .. dossiers betrokken geweest bij casussen waarin vrijheidsbeperking (zoals gesloten plaatsing) speelde. In alle gevallen is er getoetst of deze maatregel proportioneel en noodzakelijk was, en zijn er alternatieven onderzocht zoals intensieve ambulante begeleiding of plaatsing in een kleinschalige woonvorm. Ook is steeds gezorgd voor toetsing door de kinderrechter. 4.

Evaluatie van de zorg en de betrokkenheid van ouders in het zorgtraject

Ouders spelen een essentiële rol in het jeugdbeschermingsproces. In 2025 is in 100% van de dossiers de betrokkenheid van ouders actief vormgegeven, via gezinsgesprekken, ouderbegeleiding en gezamenlijke evaluatiemomenten. We hebben in 2025 gewerkt aan het verbeteren van de communicatie met ouders door het inzetten van visuele hulpmiddelen, tolken en eenvoudige taal. In het kader van het streven naar herstel van gezinsrelaties, is de samenwerking met wijkteams en vrijwillige hulpverleners versterkt.

5.

Borging van het recht op contact met familie na uithuisplaatsing

Het recht op contact met ouders, broers, zussen en andere betekenisvolle personen wordt door (naam gecertificeerde instelling) erkend als fundamenteel kinderrecht. Bij elke uithuisplaatsing stellen we, in samenspraak met het kind en de ouders, een omgangs- of contactregeling op. Deze wordt opgenomen in het hulpverleningsplan en minimaal elke drie maanden geëvalueerd. In 2025 is in ..% van de uithuisplaatsingen het contact met ouders binnen een week tot stand gebracht. Slechts in ..% van de gevallen is het contact beperkt of tijdelijk opgeschort, uitsluitend vanwege veiligheidsoverwegingen. In die situaties is gezocht naar alternatieve vormen van contact, zoals briefwisseling of begeleide videogesprekken. Wij werken nauw samen met pleeggezinnen, residentiële instellingen en ouders om contactmomenten zo goed mogelijk te laten verlopen. Begeleide omgang en relatiehersteltrajecten via gespecialiseerde hulpverleners worden actief ingezet om het familiecontact duurzaam te ondersteunen. 6.

Waarborging van het recht op veiligheid

Het recht op veiligheid is een ononderhandelbaar kinderrecht. (Naam gecertificeerde instelling) erkent dat het waarborgen van fysieke, emotionele en psychologische veiligheid voor elk kind de hoogste prioriteit heeft. In bepaalde situaties komen kinderen uit onveilige thuissituaties waarbij sprake is van mishandeling, verwaarlozing of huiselijk geweld. Daarom geldt: contactherstel met ouders mag nooit ten koste gaan van de veiligheid van het kind. In 2025 zijn er meerdere casussen geweest waarin kinderen aangaven bang te zijn voor contact met een ouder. In die gevallen is zorgvuldig onderzoek gedaan, waarbij de stem van het kind leidend was. (Naam gecertificeerde instelling) dwingt nooit tot omgang als dit aantoonbaar onveilig is. Elke omgangsregeling wordt vooraf getoetst op risico’s, en bij signalen van geweld wordt de omgang direct geschorst en herbeoordeeld in overleg met de rechter. We werken met het principe van ‘veiligheid eerst’, waarbij trauma en eerdere mishandeling expliciet worden erkend en meegewogen in besluitvorming. Daarnaast zorgen we voor scholing van medewerkers op het gebied van trauma, veiligheidsplanning en het signaleren van structureel geweld binnen gezinnen.

MOTIE VREEMD AAN DE ORDE Aanstellen van een vertrouwenspersoon voor jeugdigen en ouders De raad van de gemeente Westerwolde, in vergadering bijeen op 12 november 2025, gelezen het rapport ‘Niet gehoord en niet gezien’ van het Meldpunt Jeugdbescherming Noord Constaterende dat: • jeugdigen en ouders binnen de jeugdbescherming zich vaak niet gehoord of gezien voelen; • het rapport melding maakt van structurele knelpunten zoals gebrek aan communicatie, wisselende gezinsvoogden en onvoldoende waarheidsvinding; • betrokkenen aangeven behoefte te hebben aan een laagdrempelig, onafhankelijk aanspreekpunt. Overwegende dat: • een vertrouwenspersoon kan bijdragen aan het herstel van vertrouwen tussen gezinnen en instanties; • vroegtijdige signalering van problemen escalatie kan voorkomen; • het essentieel is dat jeugdigen en ouders zich veilig en serieus genomen voelen binnen het jeugddomein. Verzoekt het college: • te onderzoeken op welke wijze een onafhankelijke vertrouwenspersoon voor jeugdigen en ouders binnen het sociaal domein van Westerwolde kan worden ingericht; • hierbij ervaringsdeskundigen, jongeren, ouders en relevante partners te betrekken; • de raad hierover vóór 1 maart 2026 te informeren en een voorstel tot uitvoering voor te leggen. En gaat over tot de orde van de dag. Herma Hemmen

Fractie Lijst Hemmen

René Kriek

Fractie GroenLinks

Sander Keizer

Fractie PvdA

4

AANGEPAST

" GROENLINKS

VIJFHEERENLANDEN

nantiert

aangenarces

e y a @® PvdA

Motie: Masago jongerenwerk binnen de versterking van desociale basis

De raad van de gemeente Vijfheerenlanden, in vergadering bijeen op 6 november 2025, Constaterende dat: + De Begroting 2026-2029 aangeeft dat de transformatie in het Sociaal Domein een ‘beweging naar de voorkant’ is, waarbij zorg en ondersteuning steeds meer worden georganiseerd vanuit de kracht van de samenleving in plaats van voornamelijk via professionele hulp, en dat deze beweging de komende jaren wordt versneld; + Jongerenwerk een bewezen waardevolle schakel vormt binnen de sociale

basis en bijdraagt aan de beweging naar de voorkant, gericht op preventie,

vroegsignalering en het voorkomen van zwaardere vormen van jeugdzorg; + De Adviesraad Sociaal Domein in 2023 heeft geadviseerd dat circa drie FTE jongerenwerkers voor ruim 57.000 inwoners onvoldoendeis, met namein verhouding tot de ambities van de gemeente. Het inwoneraantal inmiddels is gegroeid tot ruim 62.000 inwoners, terwijl het aantal jongerenwerkersis gedaald naar 2 FTE; Overwegende dat: + In de Begroting 2026-2029 de versterking van desociale basis en de beweging naar de voorkant centraal staan binnenhet sociaal domein; + De huidige kosten van gespecialiseerde jeugdzorg substantieel zijn én dat onderzoek aangeeft dat inzet van preventieve voorzieningen - waaronder professioneel jongerenwerk - het beroep op zwaardere vormen van jeugdzorg kan verminderen; +» Jongerenwerk een cruciale rol vervult in het tegengaan van toenemende kosten van de jeugdzorg door contact te onderhouden met jongeren in kwetsbaresituaties, problemen vroegtijdig te signaleren en bij te dragen aan hun positieve ontwikkeling; + Het van belang is om bij de verdere versterking van de sociale basis nadrukkelijk prioriteit te geven aan jongeren en daarin jongerenwerk en ook sociale ontmoetingsplaatsen voor jongeren kunnenbijdrage aan een sterke preventieve infrastructuur. Verzoekthet college: 1. De huidige inzet van het jongerenwerkin kaart te brengen,inclusief bereik, spreiding en effectiviteit;

2. Te onderzoeken wat een passend en toekomstgericht niveau van jongerenwerkis voor een gemeente van onze omvang en opgave, in relatie tot de beweging naar de voorkant;

Ko

aarbij—indierr blijkt

datiritbreiding-ofa

- - b e s t u u r s r a p p o r t a g e de Soemya Amghar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16578347/1