26-032 Bijlage 1. Ingekomen stukken - MZ
Tekst van het document
Ingekomen stukken Datum brief
29-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
022. Voorkom onnodige uithuisplaatsingen. Gezinshulp eerst.
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Het Vergeten Kind
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
12 maart 2026
Datum brief
28-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
018. Deltaplan Vitale Relaties
Ingekomen stuk
018. Deltaplan Vitale Relaties
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
GIDSnetwerk
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
12 maart 2026
Bijlagen: 018. Bijlage 1. 202601-AD-ArtikelDeltaplan-Vitale-Relaties 018 Bijlage 2 Motie Huis op de Rots
Datum brief
28-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
016. Bedankbrief toekennen subsidie aan Etty Hillesum Huis
Ingekomen stuk
016. Bedankbrief toekennen subsidie aan Etty Hillesum Huis -
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Stichting Etty Hillesum Huis
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
12 maart 2026
Datum brief
28-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
015. Bijdrageregeling Publiek Vervoer Zeeland
Ingekomen stuk
015. Bijdrageregeling Publiek Vervoer Zeeland
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
SWVO
Advies
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college voor het opstellen van een voorstel aan de raad
Raadsvergadering
12 maart 2026
Bijlagen: 015. Bijlage 1. Concept Begroting 2026 PVZ
Datum brief
20-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
014. Advies beleidskader mensenrechten ASD
Ingekomen stuk
014. Advies beleidskader mensenrechten ASD
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Adviesraad sociaal domein
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
12 maart 2026
Bijlagen: 014. Reactie op advies ASD
Datum brief
20-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2025
Onderwerp
013. Brief Volkssterrenwacht Philippus Lansbergen aan gemeenteraad
Ingekomen stuk
013. Brief Volkssterrenwacht Philippus Lansbergen aan gemeenteraad
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Volkssterrenwacht Philippus Lansbergen
Advies
Voor kennisgeving aannemen. Antwoord griffier.
Raadsvergadering
12 maart 2026
Datum brief
13-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
010. Bericht over het voormalig Ryckhalshuis, Dam 71
Ingekomen stuk
010. Bericht over het voormalig Ryckhalshuis, Dam 71
Categorie
Inwoner
Afdeling
Samenleving
Afzender
Inwoner
Advies
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Raadsvergadering
12 maart 2026
Datum brief
12-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
009. Nieuwsbrief VO-Walcheren
Ingekomen stuk
009. Nieuwsbrief VO-Walcheren
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
VO-Walcheren
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
12 maart 2026
Datum brief
12-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
008. Brief advies transitieplan Wob Orionis 8 januari 2025
Ingekomen stuk
008. Brief advies transitieplan Wob Orionis 8 januari 2025
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Orionis Walcheren
Advies
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Raadsvergadering
12 maart 2026
Datum brief
09-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
006. Nieuwsflits RIT Zeeland 25-11-2025
Ingekomen stuk
006. Nieuwsflits RIT Zeeland 25-11-2025
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Regionaal Interventie Team (RIT)
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
12 maart 2026
Datum brief
06-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
004. Stop de werkwijze van de Jeugdbescherming – een bundeling van politieke instrumenten
Ingekomen stuk
004. Stop de werkwijze van de Jeugdbescherming – een bundeling van politieke instrumenten
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Dutch Child Center
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
12 maart 2026
Bijlagen: 004. 01 Raad Assen, Fractie Leefbaar Assen Onderwerp structurele fouten JBNoord 004. 02 Raad Leeuwarden, reactie D66 Onderwerp rekenkamer 004. 03 Raad Westerwolde, Fractie Hemmen + GLPvdA Onderwerp vertrouwenspersoon 004. 04 Raad Vijfheerenlanden, Fractie Onderwerp versterking jongerenwerk 004. 05 Raad Vlaardingen, Fractie SP Onderwerp kritisch volgen instanties 004. 06 Raad Papendrecht, Fractie D66 Onderwerp uitvoering JW-gelden
Datum brief
05-01-2026
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
25 februari 2026
Onderwerp
003. Samen bouwen aan vitale relaties en een stabiele maatschappij
Ingekomen stuk
003. Samen bouwen aan vitale relaties en een stabiele maatschappij
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
GIDSnetwerk
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
12 maart 2026
Bijlagen: 003. Bijlage 1. Motie
Beste Raadsgriffier en Raadsleden,
Deltaplan Vitale Relaties
Op 16 april vindt een bijeenkomst plaats waarin met partijen uit alle sectoren van de samenleving wordt verkend hoe we gezamenlijk kunnen werken aan een preventief programma in het kader van het Deltaplan Vitale Relaties.
Met trots en dankbaarheid kunnen we meedelen dat Don Ceder, op basis van ons plan ‘Vrede thuis’*, een motie heeft ingediend ( ‘Huis op de Rots ‘) die unaniem door de Tweede Kamer is aangenomen reeds vóór de zomervakantie 2025. Dit is ook weer een bijzondere mijlpaal. Motie zie bijlage of https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2025Z11850&did=2025D27126
Daarnaast heeft het Deltaplan ook zijn weg gevonden naar de media. Artikel zie bijlage of https://www.ad.nl/soest/stan-bedenkt-deltaplan-voor-mentale-gezondheid-waarom-wel-autorijlesmaar-geen-opleiding-voor-het-leven~ac0d420b/
We gaan dit Deltaplan met allerlei partijen verder uitwerken! Welkom op 16 april van 16.00 tot 20.00! Save the date!
Heeft u interesse of wilt u meer informatie, dan kunt u contact opnemen met: Stan Uyland – s.uyland@gidsnetwerk.nl
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Samen bouwen aan vitale relaties en een stabiele samenleving
Tekst: Stan Uyland
Meer dan dertig jaar ben ik verrijkt met een liefdevol huwelijk en drie prachtige kinderen. Ons gezin is altijd een plek van warmte en verbondenheid geweest — niet alleen voor onszelf, maar ook voor de pleegkinderen die we jarenlang hebben opgevangen. Die jaren hebben mij diep gevormd. Ze hebben mij laten zien hoe groot de kracht is van een veilige thuisbasis, maar ook hoe ingrijpend de gevolgen zijn wanneer die basis ontbreekt.
Ik heb van dichtbij gezien wat er gebeurt wanneer kinderen opgroeien zonder stabiliteit, voorspelbaarheid en liefdevolle relaties. Het is alsof een fundament ontbreekt. Dat gemis werkt vaak een leven lang door. Onzekerheid, moeite met vertrouwen, problemen in relaties en een gebrek aan zelfvertrouwen kunnen iemands ontwikkeling blijvend beïnvloeden. Het zijn geen incidenten, maar patronen die zich herhalen — soms zelfs van generatie op generatie.
Waarom wel een APK voor de auto, maar geen training voor relaties en opvoeding?
In onze samenleving bereiden we ons grondig voor op bijna alles. We volgen rijlessen voordat we de weg op mogen. We scholen ons voor werk en beroep. We trainen vaardigheden, volgen cursussen en behalen certificaten. Maar juist voor één van de meest fundamentele en bepalende taken in het leven — het aangaan van relaties en het opvoeden van kinderen — bestaat geen vanzelfsprekende, structurele ondersteuning.
Opvoeden en samenleven zijn geen aangeboren vaardigheden. Ze vragen om inzicht, oefening, reflectie en ondersteuning. Iedere levensfase brengt nieuwe vragen en uitdagingen met zich mee. Wat werkt bij een baby, werkt niet bij een puber. Wat helpt in de beginjaren van een relatie, vraagt later om aanpassing en verdieping.
Levenslang leren op cruciale momenten
Daarom pleit ik voor levenslang leren rondom relaties en opvoeding, juist op de momenten waarop het er écht toe doet, zoals: •
bij verliefd worden en het aangaan van een relatie
•
bij samenwonen of trouwen
•
bij de geboorte van het eerste kind
•
bij de overgang naar de basisschool
•
bij de start van de middelbare school
•
bij de overgang naar werk of vervolgstudie
•
bij het ouder worden
•
wanneer partners opnieuw samen zijn zonder kinderen
•
bij ingrijpende gebeurtenissen zoals verdriet, verlies, ziekte of tegenslag
“Opvoeden is geen vanzelfsprekende vaardigheid,” “Het vraagt om begeleiding en ondersteuning, juist omdat iedere fase nieuwe vragen oproept.”
Ouders ondersteunen is kinderen sterker maken
De impact van goed ouderschap reikt veel verder dan het gezin zelf. Kinderen die opgroeien in een veilige, stabiele en liefdevolle omgeving ontwikkelen zelfvertrouwen, veerkracht en sociale vaardigheden. Dit zijn essentiële bouwstenen voor een gezonde samenleving.
Door ouders te ondersteunen met relatie- en opvoedtrainingen, investeren we niet alleen in individuele gezinnen, maar in de samenleving als geheel. Preventie aan de voorkant voorkomt intensieve en kostbare hulp aan de achterkant.
De kracht van een goede basis
Elke levensfase vraagt om specifieke kennis, vaardigheden en houding: •
Bij de geboorte van een kind: hechting, omgaan met slaaptekort, veranderende rollen en verantwoordelijkheden
•
In de basisschoolleeftijd: samenwerking met school, sociale ontwikkeling, weerbaarheid en zelfvertrouwen
•
In de puberteit: communicatie met opgroeiende tieners, grenzen stellen, loslaten en vertrouwen geven
•
Bij de overgang naar volwassenheid: begeleiden bij keuzes, relaties, werk en identiteit
Wanneer ouders hierin ondersteund worden, groeit niet alleen het kind, maar ook de relatie tussen partners en binnen het gezin.
Van individueel geluk naar collectieve verbondenheid
Relatie- en opvoedtrainingen dragen niet alleen bij aan persoonlijke groei, maar versterken ook de sociale samenhang. Door mensen uit verschillende wijken, culturen en achtergronden samen te brengen, ontstaat wederzijds begrip, kennisdeling en verbondenheid.
Sterke relaties vormen daarmee het fundament van een veerkrachtige gemeenschap.
“Waarom zijn opleidingen en trainingen vanzelfsprekend voor je puppie hond, auto’s, werk en verkeer ? “maar niet voor relaties en het opvoeden van kinderen — de basis van ons samenleven?”
Het is tijd om deze lacune te vullen en een cultuur te creëren waarin investeren in elkaar en in een sterk thuis vanzelfsprekend wordt.
Waarom nu?
Preventie werkt. Net zoals een APK problemen voorkomt, kunnen relatie- en opvoedtrainingen helpen om scheidingen, opvoedproblemen en escalatie te voorkomen.
Sterke gemeenschappen ontstaan door gedeelde verantwoordelijkheid. Samen leren en groeien versterkt sociale cohesie en onderlinge betrokkenheid.
Investeren in wat echt belangrijk is. Als we tijd en middelen vrijmaken voor werk, verkeer en veiligheid, verdienen relaties en gezinnen minstens dezelfde aandacht.
Feiten die de urgentie onderstrepen •
In Nederland eindigt bijna 40% van de huwelijken in een scheiding; jaarlijks worden circa 35.000 kinderen hiermee geconfronteerd.
•
98% van de kinderen die uit huis worden geplaatst komt uit instabiele of gebroken gezinssituaties.
•
Kinderen uit gebroken gezinnen hebben twee keer zoveel kans op psychische problemen.
•
Trauma’s werken vaak intergenerationeel door: kinderen van gescheiden ouders hebben 25% meer kans om later zelf te scheiden.
•
De maatschappelijke kosten lopen jaarlijks in de miljarden euro’s, onder andere door jeugdzorg, uitkeringen en hulpverlening.
Een cultuur van investeren in relaties
Door relatie- en opvoedtrainingen breed toegankelijk, zichtbaar en normaal te maken, bouwen we aan sterke gezinnen én aan een samenleving waarin leren, delen en verbinden centraal staan.
Samenvattend
“Het meest wezenlijke deel van ons leven is niet wat we bezitten, maar hoe we met elkaar omgaan. Door te investeren in relaties en opvoeding maken we niet alleen gezinnen sterker, maar ook onze samenleving.”
Vrede bij jezelf. Vrede thuis. Vrede op het werk. En daarmee: vrede in de samenleving.
Deltaplan Vitale Relaties
Op 16 april vindt een bijeenkomst plaats waarin met partijen uit alle sectoren van de samenleving wordt verkend hoe we gezamenlijk kunnen werken aan een preventief programma in het kader van het Deltaplan Vitale Relaties.
Met trots en dankbaarheid kunnen we meedelen dat Don Ceder, op basis van ons plan ‘Vrede thuis’* , een motie heeft ingediend ( ‘Huis op de Rots ‘) die unaniem door de Tweede Kamer is aangenomen reeds vóór de zomervakantie 2025 . Dit is ook weer een bijzondere mijlpaal .We gaan dit Deltaplan met allerlei partijen verder uitwerken ! Welkom op 16 april van 16.00 tot 20.00 ! Save the date !
Heeft u interesse of wilt u meer informatie, dan kunt u contact opnemen met: Stan Uyland – s.uyland@gidsnetwerk.nl ____________________________________________________________________________
Noot voor de redactie/niet voor publicatie: Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Stan Uyland, Voorzitter GIDSnetwerk, tel 06-33888600, e-mail: s.uyland@gidsnetwerk.nl
AC
REGIO
donderdag 15 januari 2026
5
INTERVIEW ‘WAAROM WEL AUTORIJLES, MAAR GEEN OPLEIDING VOOR HET LEVEN?’
Stan bedenkt Deltaplan voor mentale gezondheid Het maakt hem moedeloos: zoveel mensen, ook jongeren, met psychische aandoeningen. Zoveel eenzaamheid, stress, verslavingen, suïcides. Als ondernemer houdt Stan Uyland uit Soest ook van aanpakken. Piet van Dijk Soest
A
ls speciaal benoemde landelijke voorzitter voor mentale gezondheid bij Rotary Nederland heeft hij afgelopen zomer in de Tweede Kamer een toelichting gegeven over wat de Rotary niet alleen in Nederland, maar wereldwijd van plan is: de mentale gezondheid van mensen verbeteren. „Aanleiding om mij bij de Tweede Kamer uit te nodigen, was een unaniem aangenomen motie van de ChristenUnie, voor de zomervakantie. Die was gebaseerd op mijn plan om de vele problemen bij jongeren en ouderen aan te pakken”, vertelt hij, „door middel van opvoedingsondersteuning en relatietherapie.” Uyland is in de regio bekend als directeur van de BMU Groep, een bouwbedrijf dat hij samen met zijn broer Bas leidt. Hij is ook de oprichter en voorzitter van GidsNetwerk, een landelijk netwerk van zakenmensen dat in 2004 gestart is in Soest en zich richt op maatschappelijke doelen. Gids staat voor ‘geloven in de samenleving’. Uyland was ook enige jaren ‘gewoon’ voorzitter van Rotary Nederland. Uyland prijst zich gelukkig dat hij het leven doorgekomen is zonder ernstige problemen, zoals hierboven geschetst. „Meer dan dertig jaar ben ik gezegend met een liefdevol huwelijk en drie prachtige inmiddels volwassen kinderen. Zelfs mijn moeder leeft nog, ze is 99.
Mijn gezin is altijd een plek van warmte en verbondenheid geweest, niet alleen voor onszelf, maar ook voor de pleegkinderen die we jarenlang hebben opgevangen”, zegt hij. „Die ervaring heeft me diep geraakt en mijn ogen geopend voor de immense kracht van een veilige thuisbasis – en de gevolgen wanneer die ontbreekt. Ik heb van dichtbij gezien wat er gebeurt als kinderen niet de stabiliteit en liefde van een gezond gezin ervaren. Het is alsof een fundament ontbreekt, en dat blijft vaak een leven lang voelbaar”, vervolgt hij. Uyland stuurde zijn plan Vrede Thuis na zijn presentatie naar alle fracties van de Tweede Kamer. Hij slikt weer als hij de cijfers opsomt.
e Stan Uyland: ‘We kunnen iets doen aan wat wereldwijd een groot probleem is. We kunnen het taboe doorbreken’. FOTO’S CEES WOUDA
„25 procent van alle volwassen Nederlanders heeft een psychische aandoening. Dat zijn 3,3 miljoen mensen met problemen als adhd, angst, autisme, bipolaire stoornis, borderline, schizofrenie, dementie, noem maar op. Ik noem het een verstoring in denken, voelen of gedrag die zo ernstig is dat het dagelijks functioneren zwaar wordt belemmerd. En dat in zo’n relatief veilig en welvarend Nederland.”
Aandoening
f Stan Uyland in zijn geliefde Soester polder langs de Eem. „Mijn ogen zijn geopend voor de immense kracht van een veilige thuisbasis.’’
„Bovendien”, vervolgt hij, „blijkt uit onderzoek dat 48 procent van de volwassen Nederlanders ooit in hun leven met een psychische aandoening te maken krijgt. Elke dag komen veertig mensen op de eerste hulp na een zelfmoordpoging. Vijf personen per dag plegen suïcide. Intussen geniet ik van het leven, terwijl dit om me heen gebeurt. Het is niet te verdragen.” Sinds hij zich erin heeft ver-
diept, schrikt hij steeds weer van de omvang van de problematiek in Nederland. „27 procent van het ziekteverzuim op het werk komt door psychische klachten, dat kost de samenleving 5 miljard euro. Bijna 40 procent van de huwelijken eindigt in een scheiding. Dat treft elk jaar zo’n 35.000 kinderen. 98 procent van de kinderen die uit huis worden ge-
l
Intussen geniet ik van het leven, terwijl er zoveel ellende is. Het is niet te verdragen – Stan Uyland
plaatst, komt uit gebroken gezinnen.” Eigenlijk, vindt Uyland, zou er een ‘opleiding’ moeten komen om zowel kinderen als jongeren sterker deze wereld in te sturen. „Waarom hebben we wel een apk voor de auto? Moet je een zwemdiploma behalen, autorijles nemen of een onderwijsdiploma hebben, maar volgen we geen opleiding voor een van de belangrijkste levenstaken: het bouwen van vitale relaties, waaronder het opvoeden van kinderen?” De kwestie staat ook op de agenda bij lokale en internationale congressen van de Rotary. „De internationale voorzitter van de Rotary, Gordon McInally uit Schotland, noemde pas het ontbreken van mentale gezondheid een van de grootste problemen wereldwijd. Maar, zei Gordon ook: we kunnen er iets aan doen. We kunnen het taboe doorbre-
ken. En dat begint met aandacht voor elkaar. Wie vraagt er in plaats van het standaard hoe-is-het-met-je nog: hoe is het nou écht met je.” Internationaal is inmiddels de Rotary Action Group Mental Health Initiatives gestart. In Nederland heeft dat geleid tot de Stichting Rotary Mentale Gezondheid. Die werkt momenteel aan twee initiatieven. Het eerste is het opzetten van een ‘brede coalitie’ van overheden en organisaties, die preventie en het vroegtijdig signaleren van problemen vooropstellen onder het motto ‘Bouwen aan een Deltaplan voor vitale relaties’. „Een eerste bijeenkomst van deze brede coalitie staat gepland op 16 april in mijn eigen Soest. We gaan dit plan met partijen uitwerken. Wees welkom van 16.00 tot 20.00”, zegt Uyland. „Ons uitgangspunt is: sterke relaties en sterke gezinnen zijn de kern voor mentale gezondheid en een gezonde samenleving. Ook willen we een pilot opzetten, een proef waarin we allerlei trainingen aanbieden die gericht zijn op sterke relaties en sterke gezinnen. We zouden daarmee kunnen starten in drie gemeenten en ik denk daarbij zelf natuurlijk ook aan Soest”, zegt Uyland. Verenigingen, theaters, scholen, sportclubs, kerken, moskeeën, serviceclubs, buurthuizen en jongerencentra kunnen hierin een grote rol spelen, denkt Uyland. „Onze visie is dat we deze organisaties onder andere trainingen bieden.
Of bijvoorbeeld een vertegenwoordiger mentale gezondheid helpen aanstellen.” Burgemeester Metz startte Wij Zijn Soest om saamhorigheid te versterken. Uyland: „Dat past naadloos bij ons idee.”
2~.
HillesumY Huis
?
h.ditun voor ec ue. welbiIup.4unsl8cull—
~
Q~ .MI
3163
~.~ -
1 'i °AN. 2026 C—' r:ak type:
12
`•.oewijzer:
~
foco.
Stichting Etty Hillesum Huis Molenwater 77 4331SE Middelburg
Gemeente Middelburg Kanaalweg 3 4337 PA Middelburg
Middelburg, 5 januari 2026
Geacht college van Burgemeester en Wethouders, leden van de gemeenteraad, Hartelijk dank voor het besluit om het Etty Hillesum Huis voor het jaar 2026 een subsidie van € 15.000 toe te kennen. Wij zijn de gemeente Middelburg zeer erkentelijk voor deze waardevolle steun en het uitgesproken vertrouwen in ons werk. Juist in deze tijd is het van groot belang dat het Etty Hillesum Huis de deuren open kan blijven houden en een plek kan blijven bieden voor ontmoeting, bezinning en maatschappelijke dialoog. De toegekende subsidie stelt ons in staat om onze activiteiten in 2026 voort te zetten en verder te ontwikkelen, waaronder lezingen, educatieve programma's en publieksactiviteiten die bijdragen aan reflectie, verdraagzaamheid en verbondenheid. Dankzij de steun van de gemeente Middelburg kan het Etty Hillesum Huis ook in de komende periode een betekenisvolle rol blijven spelen binnen de stad en daarbuiten. Wij waarderen het zeer dat de gemeente het belang van deze functie onderkent en ons daarin ondersteunt. Nogmaals onze hartelijke dank. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur van het Etty Hillesum Huis Dr. Lotte Bergen
Bijdrageregeling gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland, inclusief reservebeleid
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Deelnemer: het college van Burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeente en het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland in de Gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. Gemeenschappelijke regeling: De gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland Artikel 2 Doel en reikwijdte Deze regeling regelt nadere bepalingen over de grondslag en de bepaling van de bijdrage die elke deelnemers verschuldigd is in de gemeenschappelijke regeling. In overeenstemming met artikel 25, lid 1 van de gemeenschappelijke regeling, wordt deze bijdrageregeling eerst voor zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden en Provinciale Staten alvorens deze regeling wordt vastgesteld door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Artikel 3 Begroting Ieder boekjaar stelt het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling een begroting op. Uit deze begroting blijkt de bijdrage per gemeente en provincie voor de uitvoering van de taken van de gemeenschappelijke regeling. Artikel 4 Fixatie De bijdragen die de deelnemers doen in de gemeenschappelijke regeling zijn gebaseerd op fixatie. Dit houdt in dat de bijdrage over 2026 vanuit de gemeenten wordt berekend op basis van de werkelijke besteding 2024 verhoogd met de NEA index per jaar.
De bijdragen over 2027 t/m 2029 worden eveneens gefixeerd op basis van 2026 verhoogd met de (voorlopige) NEA index. De definitieve bijdrage wordt bepaald aan de hand van de definitieve NEA index voor het betreffende jaar. De bijdrage van de Provincie Zeeland in de Flex wordt ieder jaar ook geïndexeerd met de NEA index. Indien in een jaar sprake is van een aanbesteding wordt het eventuele prijseffect meegenomen in de fixatie. Op de secretariaatskosten gemeenschappelijke regeling en uitvoeringskosten mobiliteitscentrale worden ieder jaar geïndexeerd met een gemiddeld indexcijfer van de loonstijgingen vanuit de mobiliteitscentrale over de afgelopen 3 jaar. Een uitzondering is het jeugdzorgvervoer. Ook deze kosten zijn gefixeerd, echter grote fluctuaties in de afname van jeugdzorgvervoer wordt niet uitgesloten. Daarom is het mogelijk om de fixatie bij grote verandering van het vraagafhankelijk jeugdzorgvervoer aan te passen. Aanpassing gebeurt alleen bij grote verandering (15% verschil tussen realisatie en begroting in een jaar). Het gefixeerde bedrag wordt bijgesteld in het jaar na verandering.
In de bijlage is een voorbeeld ter illustratie opgenomen hoe de fixatie in de praktijk werkt. Artikel 5 Bevoorschotting Iedere deelnemer betaalt per maand de deelnemersbijdrage op grond van de vastgestelde bijdrage volgens de begroting. Deze bijdrage wordt bij wijze van voorschot betaald. De bijdrage wordt uiterlijk op de 1e dag van de betreffende maand overgemaakt aan de gemeenschappelijke regeling. Artikel 6 Afrekening en reservebeleid Na afloop van het boekjaar stelt de gemeenschappelijke regeling een jaarrekening op waaruit blijkt of sprake is van een tekort of overschot. Indien sprake is van een overschot wordt dit gereserveerd. We hanteren hierbij de Zeeuwse richtlijn reservevorming. Echter wanneer de omvang van de reserve de richtlijn overschrijdt, zal hiervan gemotiveerd worden afgeweken, zodat alle overschotten gedurende de periode 2026-2029 zullen worden gereserveerd. Indien sprake is van een tekort zal eerst een beroep worden gedaan op de aanwezige reserves. Als deze niet toereikend zijn, zal op basis van managementinformatie en werkelijk verbruik per vervoerssoort, worden beoordeeld waar de overschrijding het gevolg van is en aan welke deelnemer(s) dit is toe te wijzen. Daar zullen deze extra kosten ook in rekening worden gebracht. Het algemeen bestuur besluit over de definitieve afrekening.
Artikel 7 Afname aanvullende diensten Voor de front-office is, conform de Toelichting Bestuurlijk Arrangement Publiek Vervoer Zeeland, de afspraak gemaakt dat alle aanvullende front- en backoffice taken ten behoeve van Publiek Vervoer voor 100% worden betaald door de provincie Zeeland. Wanneer de Provincie Zeeland aanvullende front- of backofficetaken bij de mobiliteitscentrale wenst te beleggen, komen deze extra kosten 100% voor rekening van de Provincie Zeeland. Als de kosten voor aanvullende taken expliciet zijn toe te wijzen aan gemeentelijke taken (bijvoorbeeld WMO-vervoer) worden deze betaald door de gemeenten. Hierbij wordt de verdeling toegepast volgens (gefixeerde) bijdrage in de begroting. Als sprake is van een overschrijding op de secretariaatskosten of uitvoeringskosten dan komen deze kosten voor rekening van de deelnemers op basis van stemverhouding in de gemeenschappelijke regeling. Voor aanvullende mid-office taken is in de basis afgesproken dat de kosten hiervan voor 70% ten laste komen van de provincie Zeeland en voor 30% ten laste van de gemeenten. De toerekening aan gemeenten gebeurt op basis van stemverhouding. Als aanvullende diensten worden afgenomen door een deelnemer of onder specifieke voorwaarden worden hierover separate afspraken gemaakt.
Conform artikel 25 van de GR behoeven bovenstaande aanpassing in de bijdrage altijd unanieme instemming van het algemeen bestuur. Artikel 8 Doorvoeren wijzigingen Het doorvoeren van wijzigingen in de bijdrageregeling kunnen uitsluitend plaatsvinden als alle deelnemers in de gemeenschappelijke regeling hiermee akkoord zijn. Besluitvorming vindt plaats via het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
Artikel 9 Inwerkingtreding Deze bijdrageregeling treedt in werking na vaststelling hiervan door het algemeen bestuur. Bijlage Fixatie in de praktijk De Mobiliteitscentrale krijgt de ruimte om, binnen het totaal gefixeerde vervoersbudget van het vraaggestuurd WMO vervoer, het vraaggestuurd jeugdvervoer en het flexvervoer, het vervoersaanbod voor alle doelgroepen in alle gemeenten zo optimaal mogelijk in te richten. In de praktijk kan het voorkomen dat de vervoersvraag vanuit een gemeente groter is dan de gefixeerde bijdrage die zij inlegt. Of dat de vervoersvraag voor Flex groter is dan de inleg van de Provincie voor deze vervoersstroom. Er wordt tijdens de fixatieperiode geen afrekening gedaan op basis van daadwerkelijk verreden kilometers per vervoersstroom. Een voorbeeld ter illustratie: Het totaal gefixeerde vervoersbudget is 15 miljoen per jaar. Hiervan komt 11 miljoen van gemeenten en 4 miljoen van de provincie. Doordat de Mobiliteitscentrale kan aansturen over contracten heen vindt er een efficiencyslag plaats waardoor de daadwerkelijke kosten voor het vraagafhankelijke WMO- en Jeugdzorgvervoer neerkomt op 10 miljoen. Aan de andere kant blijkt de Flex een groot succes en zijn er meer inzeturen nodig voor deze vervoersvorm. De daadwerkelijke vervoerskosten voor Flex worden 5 miljoen in plaats van de 4 miljoen die door de Provincie is ingebracht.
Het totaal van de daadwerkelijke vervoerskosten blijft binnen de gefixeerde begroting van 15 miljoen. Het jaar erop leggen alle deelnemers weer dezelfde gefixeerde bedragen in. Aan het eind van het jaar wordt niet afgerekend per deelnemer zolang de totale vervoerskosten binnen de gefixeerde begroting blijven. Het overschot zal conform artikel 6 worden gereserveerd.
Belangrijk hierbij is dat de gefixeerde budgetten, voor zowel vervoer als uitvoering, gelden als taakstellende budgetten richting de Mobiliteitscentrale B.v. De opdrachtgeveropdrachtnemer relatie die beide organisaties hebben beperkt het risico op tekorten tot een minimum. Echter, als de vraag naar Flex groter blijkt dan de vervoerscapaciteit die kan worden ingekocht met het gefixeerde budget, is het aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling om te besluiten hoe hiermee om te gaan. Er zijn hierin een aantal opties mogelijk. De eerste optie is dat de spelregels van de Flex worden gewijzigd waardoor met de bestaande capaciteit toch een grotere vraag weggereden kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door het verlengen van wachttijden en omrijtijden. De andere optie is het inhuren van meer vervoerscapaciteit. Het inhuren van extra capaciteit leidt tot overschrijding van het gefixeerde budget. Besluitvorming hierover is aan het algemeen bestuur waarbij de vastgelegde spelregels worden gevolgd om tot aanpassing budget GR te komen.
Begroting 2026 Publiek Vervoer Zeeland
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1.
Inleiding ......................................................................................................................... 3
Beleidsbegroting ................................................................................................................. 4 2.
Programmaplan ............................................................................................................. 5 2.1 Deelprogramma WMO ................................................................................................. 6 2.2 Deelprogramma Vraagafhankelijk vervoer jeugdzorg ................................................... 6 2.3 Deelprogramma Flex ................................................................................................... 6 2.4 Deelprogramma Secretariaatskosten gemeenschappelijke regeling ............................ 7 2.5 Deelprogramma uitvoeringskosten mobiliteitscentrale.................................................. 7 2.6 Overzicht algemene dekkingsmiddelen en overhead ................................................... 8 2.7 Onvoorzien .................................................................................................................. 8
3.
Paragrafen..................................................................................................................... 9 3.1 Algemeen ..................................................................................................................... 9 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................. 9 3.3 Financiering ................................................................................................................10 3.4 Bedrijfsvoering ............................................................................................................ 11 3.5 Verbonden partijen ...................................................................................................... 11 3.6 Wet open overheid ...................................................................................................... 11
Financiële begroting ..........................................................................................................12 4.1 Overzicht van baten en lasten .....................................................................................13 4.2 Gehanteerde uitgangspunten begroting ......................................................................13 4.3 Toelichting overzicht baten en lasten...........................................................................14 4.4 Overzicht incidentele baten en lasten..........................................................................16 4.5 Geprognosticeerde balans ..........................................................................................17 4.6 Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld ......................................................17 5. Overzicht bijdragen 2026 deelnemende organisaties .......................................................18 6. Besluit ..............................................................................................................................19
2
1. Inleiding Voor u ligt de 1e begroting van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland. In 2021 en 2022 hebben de 13 Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS) vastgesteld. Hiermee is het fundament gelegd voor Publiek Vervoer Zeeland. Het publiek vervoer bestaat uit een samenvoeging van reguliere ovbuslijnen en het traditionele doelgroepenvervoer. Doel hiervan is om de bereikbaarheid van werk, voorzieningen en andere functies voor inwoners, bezoekers, ook naar de toekomst, te verbeteren tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten. In 2025 hebben alle gemeenteraden en Provinciale Staten ingestemd met de nieuwe gemeenschappelijke regeling en nemen vanaf 2026 hierin deel. De begroting is opgebouwd op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (verder BBV) en bestaat uit de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan en de paragrafen. Op basis van de programma’s stelt het algemeen bestuur de uitvoeringswijze vast. Door het vaststellen van het programmaplan, als onderdeel van de begroting, verleent het algemeen bestuur autorisatie tot het verkrijgen van baten en het maken van kosten. In het tweede deel van de beleidsbegroting wordt ingegaan op de volgende paragrafen: • • • • •
Weerstandsvermogen en risicobeheersing; Financiering; Bedrijfsvoering; Verbonden partijen; Wet open overheid.
De financiële begroting bestaat uit de volgende onderdelen: • •
Het overzicht van baten en lasten en toelichting; De uiteenzetting van de financiële positie en toelichting.
Op basis van de BBV wordt de overhead en de post onvoorzien in een afzonderlijk overzicht gepresenteerd.
3
Beleidsbegroting
4
2. Programmaplan We onderkennen in de begroting één programma namelijk ‘Publiek Vervoer’. Onder dit programma vallen verschillende deelprogramma’s. We hebben de volgende deelprogramma’s: • • • • •
WMO; Vraagafhankelijk vervoer jeugdzorg; Flex; Secretariaatskosten gemeenschappelijke regeling; Uitvoeringskosten mobiliteitscentrale.
Voor het totaalprogramma werken we 2 ‘W vragen’ uit, namelijk ‘wat willen we bereiken’ en ‘wat gaan we ervoor doen’. Per deelprogramma is vervolgens inzicht gegeven in de ‘W vraag’ wat mag het kosten. Wat willen we bereiken De doelstelling is om alle essentiële voorzieningen met publiek vervoer bereikbaar te houden waarbij de reiziger een positief oordeel heeft over de kwaliteit van de dienstverlening. Deze dienstverlening moet tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten worden uitgevoerd. In 2026 zijn deze doelen als volgt geformuleerd: • •
•
Daar waar de Flex operationeel is, is overal binnen 500 meter een opstappunt tussen 6 en 23 uur bereikbaar met publiek vervoer. De reiziger waardeert de dienstverlening met minimaal een 8 (uit 10). Hierbij wordt gemonitord op de reizigersaspecten zoals benoemd in de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS). De kosten voor de totale dienstverlening blijven binnen de begroting 2026. De begroting (exclusie indexatie) is taakstellend voor een periode van 4 jaar.
Wat gaan we hiervoor doen De verantwoordelijkheid voor de aansturing en uitvoering van publiek vervoer in Zeeland ligt bij de Mobiliteitscentrale B.V. De gemeenschappelijke regeling is 100% aandeelhouder van de mobiliteitscentrale. De mobiliteitscentrale moet, op basis van data en inzichten, zorgen dat de gemeenschappelijke regeling goed geïnformeerd is en in staat is om sturing te geven aan het beleid rondom publiek vervoer in Zeeland. De midoffice is als geheel een nieuwe rol voor de mobiliteitscentrale. De opdracht van de midoffice is de midden- en lange termijn dienstverlening zodanig in te richten (en bij te stellen) dat een optimum wordt geleverd aan drie doelen (KPI’s) zoals geformuleerd: bereikbaarheid voorzieningen, tevredenheid reiziger en beheersing van kosten. Door uitvoering te geven aan taken van de midoffice kunnen de genoemde doelen ook worden bereikt.
5
De midoffice taken vallen uiteen in vijf onderdelen: • • • • •
Data analyse en kennisontwikkeling; Beleid(ontwikkeling); Reisproducten en betaalbaarheid; Contractbeheer; Communicatie.
2.1 Deelprogramma WMO Onder dit deelprogramma valt het vervoeren van mensen met een functiebeperking woonachtig in Zeeland. Deze mensen kunnen geen gebruik maken van het reguliere openbaar vervoer en waarvoor de deelnemende gemeenten een indicatie voor taxivervoer hebben afgegeven. Het tarief dat de vervoerder in rekening brengt, is met de vervoerder contractueel overeengekomen. Wat mag het kosten:
2.2 Deelprogramma Vraagafhankelijk vervoer jeugdzorg Onder dit deelprogramma valt het vervoeren van jeugdigen van en naar instellingen voor jeugdhulp bij medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid. Het vervoer van jeugdigen van en naar behandellocaties is onderdeel van de jeugdhulpplicht. Het tarief dat de vervoerder in rekening brengt, is met de vervoerder contractueel overeengekomen. Wat mag het kosten:
2.3 Deelprogramma Flex De Flex is een nieuwe dienst als aanvulling op het reguliere busvervoer. De dienstverlening wordt aangeboden 7 dagen per week van 6 uur tot 23:00 uur. De reis kan met een app of telefonisch bij de mobiliteitscentrale worden geboekt. Een indicatie is niet vereist. Voor de reizigers binnen de bebouwde kom is er binnen een straal van 500 meter een opstapplaats, daarbuiten wordt de reiziger thuis opgehaald. Er wordt gereisd tegen OV-tarief waarbij ook de regulier OV-producten van toepassing zijn.
6
Wat mag het kosten:
2.4 Deelprogramma Secretariaatskosten gemeenschappelijke regeling Dit betreft de ‘eigen’ kosten van de gemeenschappelijke regeling. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 2.6 overhead.
2.5 Deelprogramma uitvoeringskosten mobiliteitscentrale De mobiliteitscentrale is verantwoordelijk voor het inplannen van de ritten, afhandeling klachten en het onderhouden van de contacten met de taxivervoerders. De taxivervoerders sturen voor de diensten die zij leveren, facturen aan de mobiliteitscentrale. De mobiliteitscentrale rekent deze kosten vervolgens door aan de gemeenschappelijke regeling. Wat mag het kosten:
7
2.6 Overzicht algemene dekkingsmiddelen en overhead Algemene dekkingsmiddelen Om de uitgaven te kunnen doen voor de verschillende deelprogramma’s zijn bijdragen vereist van de deelnemers. Deze zijn rechtstreeks verantwoord op het betreffende deelprogramma. Daarom is geen aparte verantwoording met betrekking tot de algemene dekkingsmiddelen. Overhead Middels een voorgeschreven programmaplan worden, in een apart overzicht, de kosten van overhead weergegeven. In de programma’s zelf zijn de kosten opgenomen die direct betrekking hebben op het primaire proces. Voor overhead geldt alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces.
2.7 Onvoorzien In de begroting is geen post voor onvoorzien opgenomen.
8
3. Paragrafen 3.1 Algemeen Op grond van het BBV is het ook voor de gemeenschappelijke Publiek Vervoer Zeeland verplicht, voor zover van toepassing, de paragrafen op te stellen. De paragrafen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling en zijn daarom ook niet opgenomen in de begroting.
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf behandelen we het weerstandsvermogen: de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die voor kunnen komen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is gedefinieerd als “het vermogen van de gemeenschappelijke regeling om niet structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde taken te kunnen voortzetten”. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming. De gemeenschappelijke regeling beschikt per 1-1-2026 niet over een weerstandsvermogen. Het eigen vermogen is nihil en ook is geen sprake van een post onvoorzien. Dit betekent dat financiële risico’s rechtstreeks terugkomen bij de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling. Risico’s Een risico is een onzekere gebeurtenis die het behalen van afgesproken doel(en) en resultaten kan belemmeren of vertragen. Dit zijn naast financiële ook niet-financiële risico’s, zoals bestuurlijke en juridische risico’s, imago- en frauderisico’s. Deze hebben niet (altijd) direct een financiële impact, maar kunnen (op termijn) wel grote gevolgen hebben voor de gemeente. We onderkennen de volgende risico’s: •
• •
Overschrijding gefixeerde lasten: Als door toename van het gebruik van het vervoer de werkelijke kosten hoger worden dan de gefixeerde bijdrage door de deelnemers, is een risico dat deelnemers een extra bijdrage moeten betalen. Er kan ook geen beroep worden gedaan op een reserve, omdat de gemeenschappelijke regeling per 1-1-2026 nog geen reserve heeft. Klantontevredenheid over de kwaliteit van dienstvelening. Dit leidt tot mogelijke klachten en imagoschade. Contractuele aansprakelijkheid: Voor deze aansprakelijkheid dienen de gemeenten zelf zich te verzekeren.
Binnen de gemeenschappelijke regeling zijn beheersmaatregelen aanwezig om de hierboven benoemde risico’s te beheersen. Op basis van managementinformatie en werkelijk verbruik per vervoerssoort, wordt periodiek gekeken of de gerealiseerde uitgaven in lijn liggen met de begroting.
9
Als sprake is van overschrijdingen, wordt beoordeeld waar de overschrijding het gevolg van is en aan welke deelnemer(s) dit is toe te wijze. Daar zullen de extra kosten ook in rekening worden gebracht. Als de overschrijding het gevolg is van een stijging van het gebruik van de flex, is een optie om de spelregels van de flex te wijzigen, waardoor met de bestaande capaciteit toch een grotere vraag weggereden kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door het verlengen van wachttijden en omrijtijden. De andere optie is het inhuren van meer vervoerscapaciteit. Het inhuren van extra capaciteit leidt tot overschrijding van het gefixeerde budget. Besluitvorming hierover is aan het algemeen bestuur waarbij de vastgelegde spelregels worden gevolgd om tot aanpassing budget van de gemeenschappelijke regeling te komen. De klanttevredenheid wordt periodiek gemonitord op de reizigersaspecten zoals zijn benoemd in de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS). De mobiliteitscentrale rapporteert minimaal 1 keer per jaar aan het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling over de status en geeft per kwartaal een update over de ontwikkelingen hierop. Kengetallen Voor BBV geldt een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen.
Het gaat om de kengetallen voor netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, belastingcapaciteit en grondexploitatie.
3.3 Financiering Algemeen De wet Fido stelt regels voor het financieringsgedrag van decentrale overheden. Met name gaat het om regels voor het beheersen van financiële risico’s, zowel op aangetrokken als op uitgezette middelen, en voor het beheer van treasury. In het BBV is de verplichting tot het opstellen van financieringsparagrafen in de toelichting op de begroting en het jaarverslag opgenomen. Financieringsinstelling De huisbankier van de gemeenschappelijke regeling is de BNG-bank. Schatkistbankieren Voor decentrale overheden geldt dat zij verplicht zijn om overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Deze verplichting geldt ook voor de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland.
10
Kasgeldlimiet/renterisiconorm Gezien de gemeenschappelijke regeling geen externe financiering kent, voldoen wij aan deze norm. Koers- en valutarisicobeheer Er zijn/worden geen belangrijke c.q. omvangrijke financiële transacties aangegaan en daar zijn ook geen voornemens toe. Daarmee worden geen koers- en valutarisico’s onderkend.
3.4 Bedrijfsvoering In de begroting van de gemeenschappelijke regeling zijn geen personeelskosten opgenomen. Het personeel is in dienst van de mobiliteitscentrale en wordt doorbelast aan de gemeenschappelijke regeling. De uitvoering van de administratieve taken en secretariaatstaken zijn uitbesteed aan een externe partij. De gemeenschappelijke regeling heeft een financiële verordening. In deze verordening zijn ook bepalingen opgenomen inzake de rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
3.5 Verbonden partijen De gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland heeft 1 verbonden partij, namelijk de Mobiliteitscentrale B.V. De gemeenschappelijke regeling heeft 100% van de aandelen in deze B.V. De waarde van het aandelenbezit bedraagt per 1-12-2026: € 146.000.
3.6 Wet open overheid Vanaf 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) ingegaan, met als doel: • • •
Een transparanter en actief openbaar makende overheid; het dienen van het belang van openbaarheid; publieke informatie openbaar te maken
De gemeenschappelijke regeling zet zich actief in om te voldoen aan deze doelstellingen. In het jaarverslag zal over de uitkomsten worden gerapporteerd.
11
Financiële begroting
12
4.1 Overzicht van baten en lasten Hieronder is het overzicht van baten en lasten opgenomen inclusief meerjarenraming. Door het vaststellen van de begroting autoriseert het algemeen bestuur deze begrotingsbedragen.
4.2 Gehanteerde uitgangspunten begroting De genoemde bedragen zijn exclusief BTW. De bijdragen per deelnemer en per deelprogramma zijn opgenomen in paragraaf 5. De bijdragen die de deelnemers doen in de gemeenschappelijke regeling zijn gebaseerd op fixatie. De bijdrage over 2026 vanuit de gemeenten is berekend op basis van de werkelijke besteding 2024 verhoogd met de NEA index per jaar. De NEA index voor 2025 bedraagt 1,5% en voor 2026 is deze voorlopig bepaald op 3%. De bijdragen over 2027 t/m 2029 zijn eveneens gefixeerd op basis van 2026 verhoogd met de (voorlopige) NEA index. Uitgegaan is van een jaarlijkse stijging van 3%. De definitieve bijdrage wordt bepaald aan de hand van de definitieve NEA index voor het betreffende jaar.
13
De bijdrage van de Provincie Zeeland in de Flex wordt ieder jaar ook geïndexeerd met de NEA index. Indien in een jaar sprake is van een aanbesteding wordt het eventuele prijseffect meegenomen in de fixatie. De secretariaatskosten gemeenschappelijke regeling en uitvoeringskosten mobiliteitscentrale worden ieder jaar geïndexeerd met een gemiddeld indexcijfer van de loonstijgingen vanuit de mobiliteitscentrale over de afgelopen 3 jaar. In de meerjarenbegroting is voorlopig uitgegaan van een jaarlijkse stijging van 3%. Een uitzondering is het jeugdzorgvervoer. Ook deze kosten zijn gefixeerd, echter grote fluctuaties in de afname van jeugdzorgvervoer wordt niet uitgesloten. Daarom is het mogelijk om de fixatie bij grote verandering van het vraagafhankelijk jeugdzorgvervoer aan te passen. Aanpassing gebeurt alleen bij grote verandering (15% verschil tussen realisatie en begroting in een jaar). Het gefixeerde bedrag wordt bijgesteld in het jaar na verandering.
4.3 Toelichting overzicht baten en lasten Per deelprogramma is een nadere toelichting opgenomen over de (gefixeerde) bijdrage per deelnemer. Deelprogramma WMO Hieronder is per gemeente opgenomen wat de netto bijdrage is over het boekjaar 2026. In deze bijdrage is rekening gehouden met de eigen bijdrage welke door de gebruiker betaald moet worden.
14
Deelprogramma vraagafhankelijk vervoer jeugdhulp Hieronder is per gemeente opgenomen wat de netto bijdrage is over het boekjaar 2026. Voor de jeugdhulp is geen sprake van een eigen bijdrage.
Deelprogramma Flex Dit betreft de netto inbreng door de Provincie Zeeland. Hierbij is rekening gehouden met de baten uit verkoop van toegangsbewijzen.
Deelprogramma secretariaatskosten GR PV De secretariaatskosten 2026 kunnen als volgt worden gespecificeerd:
15
Deelprogramma uitvoeringskosten mobiliteitscentrale Dit betreft de bijdrage van de deelnemers in de kosten van de mobiliteitscentrale. Dit is met name voor de inzet van personeel. De kosten van de mobiliteitscentrale worden voor 2026 ingeschat op € 3.587.952. Voor 2026 is rekening gehouden met een subsidie van het Ministerie van I&A van € 1.200.000. De netto bijdrage door de deelnemers bedraagt € 2.387.952. Deze bijdrage kan als volgt worden toegerekend aan de deelnemers:
4.4 Overzicht incidentele baten en lasten Onder incidentele baten en lasten worden verstaan baten en lasten die zich niet langer dan drie jaar voordoen. In de begroting 2026 is sprake van een subsidie van € 1.200.000. Deze is verrekend met de lasten. Omdat deze subsidie eenmalig is voor het boekjaar 2026 wordt deze aangemerkt als incidenteel. De bijdrage van de deelnemers is voor het boekjaar 2026 naar beneden bijgesteld om daarmee een sluitende begroting te krijgen. De begroting 2026 is daardoor structureel niet in evenwicht, maar ook verklaarbaar op grond van bovenstaande en het principe van gefixeerde bijdragen door de deelnemers.
16
4.5 Geprognosticeerde balans In de geprognotiseerde balans wordt inzicht gegeven in de verwachte bezittingen en schulden over de jaren 2026 t/m 2029.
4.6 Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld Op grond van het BBV dient een overzicht gegeven te worden van de geraamde baten en lasten per taakveld. Hieronder wordt dit overzicht weergegeven.
17
5. Overzicht bijdragen 2026 deelnemende organisaties
18
6. Besluit Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland Gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 15 januari 2026 Gelet op de bepalingen van de gemeenschappelijke regeling
B E S L U I T: 1. De programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 vast te stellen.
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur in zijn vergadering van 15 januari 2026
Hoogachtend,
19
College van burgemeester en wethouders Postbus 6000 4330 LA MIDDELBURG Middelburg, 12 december 2025 BetreH: advies concept beleidskader mensenrechten Geacht college, Hierbij reageren wij op het concept beleidskader Mensenrechten Middelburg 2026-2029. Wij waarderen het dat onze raad in een vroegSjdig stadium door de betrokken ambtenaar is geïnformeerd over de plannen voor het opstellen van dit beleidskader. Op 25 november jl. ontvingen wij het document. Dit concept is besproken in onze vergadering van 9 december jl. Onze reacSe is niet alleen gebaseerd op de punten die Sjdens de vergadering zijn besproken, maar aangevuld met enkele punten die zijn aangereikt door Chat GTP. Een samenvaXng van dit laatste is ter kennisneming toegevoegd als bijlage. Algemeen Het concept beleidskader is inhoudelijk sterk en goed opgebouwd. Het past bij de missie van Middelburg als mensenrechtenstad en biedt een basis voor het beleid in de komende periode. Onze adviezen zijn bedoeld als aanscherpingen zodat de nota nog sterker wordt en de kans op realisaSe van de voorgestelde acSes kan worden vergroot. 1. Onderbouwing van de keuze voor een Beleidskader Mensenrechten In het voorwoord staat dat Middelburg bekend staat als mensenrechtenstad. Dit herkennen wij. Wij vragen ons echter af of de gemeente ooit een besluit heeH genomen om een mensenrechtenstad te zijn.
Ons inziens is dit namelijk de basis van beleid op dit terrein. Advies 1: Wij adviseren expliciet te besluiten dat Middelburg een mensenrechtenstad is. Wij vermoeden dat de keuze om het mensenrechtenbeleid toe te spitsen op de vier vrijheden is gemaakt, omdat de onderschrijving van de vier vrijheden door veel Middelburgers wordt gedragen en uit het oogpunt van markeSng van de stad goed wordt begrepen. Deze keuze wordt echter niet onderbouwd. Advies 2: Wij adviseren de keuze voor de vier vrijheden juridisch of strategisch beter te onderbouwen. 2. De rela>e met andere beleidsnota’s Wij missen de relaSe met andere (bestaande of toekomsSge) beleidsnota’s en aandachtsvelden en willen graag weten hoe het mensenrechtenbeleid zich verhoudt tot thema’s als inclusie, diversiteit en parScipaSe. Ons inziens moet voorkomen worden dat er straks verschillende nota’s liggen. Advies 3: Wij adviseren duidelijk aan te geven hoe deze beleidsnota zich verhoudt tot andere gemeentelijke nota’s en overlappende en aangrenzende beleidsvelden.
3. De prioriteiten In de aanleiding staat dat: “het beleidskader zal fungeren als een gids bij het maken van deze keuzes” en “helderheid wil scheppen in wat de gemeente binnen mensenrechten wil prioriteren, teneinde de juiste verwachSngen te scheppen”. De hoeveelheid aan voorgenomen acSes in de Uitvoeringsagenda die in de eerste bijlage zijn opgenomen, vloeien logisch voort uit het hoofdstuk dat gaat over de uitvoering (pagina 8 t/m 12). Maar ons inziens is hierbij geen sprake van prioritering. Advies 4: Wij adviseren prioriteiten te stellen en het aantal uitvoeringsacSes te beperken. 4. Concre>sering van de uitvoeringsplannen De planning van de Uitvoeringsagenda in bijlage 1 vinden wij helder. Ook de koppeling van acSe, verantwoordelijke afdeling, prioritering/Sjdsplanning en partners vinden we duidelijk. Bij sommige acSes ontbreekt echter nog de resultaaSndicator, terwijl een degelijke indicator helpt bij het sturen en monitoren. Bijvoorbeeld bij de acSe: “We organiseren ontmoeSngen” kan worden aangegeven: hoeveel en met welk doel? Advies 5: Wij adviseren zo veel mogelijk heldere resultaaSndicatoren aan te geven. Sommige uitvoeringsacSes zijn acankelijk van partners zoals scholen en kerken en komen nogal vrijblijvend over. Deze uitvoeringsacSes kunnen beter geborgd worden met bijvoorbeeld convenanten, intenSeverklaringen, jaarlijkse evaluaSegesprekken, etc.
Advies 6: Wij adviseren de uitvoeringsacSes met partners beter te borgen. 5. Vrijheid van meningsui>ng De concrete stappen die zijn geformuleerd op pagina 8 en de lokale uitdagingen en het streven hierover met elkaar in gesprek te gaan met de hulp van externe deskundigen in de Uitvoeringsagenda, spreken ons aan. Voorwaarde voor zinvolle gesprekken over deze vrijheid is een klimaat van toleranSe jegens “andersdenkenden”. Hierbij hoort ook dat er gehandhaafd wordt als de vrijheid van de een leidt tot beperking van de vrijheid van de ander. Advies 7: Wij adviseren normaSef op te treden tegen intoleranSe naar “andersdenkenden”. 6. Vrijheid van godsdienst Het merendeel van de concrete stappen die zijn geformuleerd over de vrijheid van godsdienst onderschrijven wij. Bij twee punten willen wij graag een kaneekening maken. In de tekst op pagina 9 wordt enkel gesproken over godsdiensten, geloofsgemeenschappen, religies en kerken, niet over levensovertuigingen zoals humanisten. Hiermee blijH de grote groep niet kerkelijken -inmiddels meer dan 50% van de bevolking- buiten beeld. Dat is een gemis, omdat sommige gelovigen weinig tolerant zijn naar deze groep. Advies 8: Wij adviseren ook de vrijheid van levensovertuiging mee te nemen in deze paragraaf en de bijbehorende uitvoeringsacSes.
Bij punt c op pagina 9 staat dat de gemeente zich ondersteunend opstelt naar geloofsgemeenschappen, in hun zoektocht naar en onderhoud van religieuze gebouwen” en in de uitvoeringsagenda staat bij de acSes dat de gemeente wil ”ondersteunen bij huisvesSng”. Wij begrijpen dat dit nog een onderwerp van gesprek is van uw college, maar wij vinden deze keuze niet zo passend in een beleidskader en vragen ons af of het onderhoud van kerkgebouwen wel een taak van de gemeente is. Advies 9: Wij adviseren de keuzes op pagina 9 en de voorgenomen acSe te heroverwegen en minimaal duidelijk te maken wat de gemeente bedoelt met “ondersteunen”.
Wij adviseren u bovenstaande punten te op te nemen of te verduidelijken in het concept beleidskader mensenrechten. Met vriendelijke groet, Namens de Adviesraad Sociaal Domein
J.F.M. Vonk Voorzieer
Bijlage: 1
E.J. de Blok-Vos Secretaris
Bijlage: SamenvaJng van een kri>sche reac>e op de nota van ChatGTP SamenvaNende kri>ek op het beleidskader Mensenrechten 2026–2029 Het beleidskader laat duidelijk zien dat Middelburg zich wil profileren als mensenrechtenstad, maar tegelijkerSjd kleven er een aantal structurele tekortkomingen die de effecSviteit en geloofwaardigheid van het beleid kunnen ondermijnen. Allereerst ligt in het document een sterke nadruk op het imago van Middelburg als mensenrechtenstad, terwijl de concrete, meetbare doelstellingen beperkt zijn uitgewerkt. Hierdoor blijH het risico bestaan dat het beleid vooral symbolisch wordt, zonder duidelijke criteria om voortgang of succes te beoordelen. Hoewel de vier vrijheden van Roosevelt als hoofdkader zijn gekozen, ontbreekt een overtuigende onderbouwing waarom juist dit historisch-normaSeve kader leidend zou moeten zijn boven modernere of juridisch meer verankerde mensenrechtenkaders. Daarnaast is de rol van de gemeente soms ambigu: het document wisselt tussen faciliteren, sSmuleren, ondersteunen en ingrijpen, zonder een duidelijke amakening van verantwoordelijkheden richSng inwoners, maatschappelijke organisaSes en het Rijk. Ook ontbreekt een risicoanalyse, waardoor financiële, organisatorische en uitvoeringsrisico’s niet inzichtelijk zijn—zeker een gemis gezien de omvang van de voorgestelde acSes.
De resultaten van het parScipaSetraject worden wel genoemd, maar slechts beperkt geanalyseerd. De relaSef lage respons bij samenwerkingspartners en het ontbreken van een inhoudelijke duiding maakt het onduidelijk hoe representaSef en richSnggevend de input werkelijk is. Verder worden spanningen tussen verschillende vrijheden—bijvoorbeeld tussen vrijheid van meningsuiSng en het tegengaan van haat of polarisaSe—wel benoemd, maar niet uitgewerkt in een duidelijke afwegingsmethodiek. Tot slot blijven de hoofdstukken over monitoring en uitvoering te algemeen. Zonder heldere indicatoren, prioritering en koppeling aan capaciteit en middelen is moeilijk vast te stellen of de ambiSes realisSsch zijn en hoe de gemeente haar eigen voortgang gaat beoordelen. Samengevat: het beleidskader toont ambiSe en betrokkenheid, maar heeH sterke behoeHe aan verduidelijking van keuzes, prioritering, meetbare doelen, uitvoeringsrealiteit en een helderere rolopvaJng om te voorkomen dat het beleid vooral richSnggevend is op papier, maar in de prakSjk beperkt sturend of toetsbaar.
Gemeente Middelburg Samenleving Kanaalweg 3 Postbus 6000 4330 LA Middelburg Tel 14 0118 Fax (0118) 623 717 info@middelburg.nl www.middelburg.nl
Adviesraad Sociaal Domein Middelburg Van Kleffenslaan 141 4334 HD Middelburg
uw kenmerk
uw brief van
ons kenmerk
12 december 2025
838235
contactpersoon
doorkiesnummer
datum
Niels Janssen
+31118675354
20 januari 2025
bijlage(n)
datum verzending
onderwerp
Advies ASD inzake het beleidskader mensenrechten Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein Op 25 november 2025 ontving u van ons het beleidskader mensenrechten met het verzoek advies uit te brengen. Op 12 december 2025 ontvingen wij uw advies. Wij danken u hiervoor hartelijk! Het onderwerp mensenrechten is breed en kwetsbaar, en wij kunnen het ons voorstellen dat het lastig moet zijn geweest op het beleidskader te adviseren. Toch hebben wij snel na ons verzoek van u het advies mogen ontvangen. Dat waarderen wij zeer. Hierbij geven wij onze reactie op uw adviezen. Algemeen U geeft aan dat u het waardeert dat u vroegtijdig door de betrokken ambtenaar bent geïnformeerd en dat het concept beleidskader wat uw raad betreft inhoudelijk sterk is en goed opgebouwd. Daarnaast laat u ons weten dat het past bij de missie van Middelburg en dat het een basis biedt voor het beleid in de komende periode. Het verheugt ons te lezen dat u over het algemeen positief bent. Advies 1. U adviseert expliciet te besluiten dat Middelburg een mensenrechtenstad is. Dit advies nemen wij van u over. Het beleidskader bevat het principiële besluit dat de gemeente Middelburg een mensenrechtenstad is.
Bankrelatie: N.V. Bank voor Ned. Gemeenten (BNG) te Den Haag, banknr. NL14BNGH0285005502 (IBAN) / BNGHNL2G (BIC/SWIFT). Wij verzoeken u bij beantwoording het onderwerp en ons kenmerk te vermelden.