25-174 Bijlage 3. Ingekomen stukken AB
Tekst van het document
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
8
Artikel 9: Werkwijze Algemeen Bestuur 1. Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast en brengt dit ter kennis van de deelnemende gemeenten. 2. Het Algemeen Bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden van het Algemeen Bestuur dit verzoeken (onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen). 3. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op en tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in Hoofdstuk Va, Gemeentewet, genoemde stukken waarop geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep ter inzage gelegd. 4. Het Algemeen Bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Algemeen Bestuur aanwezig is. 5. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen, tenzij in deze regeling anders is bepaald. Als de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter volgens artikel 11 vijfde lid van de Wet Veiligheidsregio’s de doorslag. 6. Het aantal stemmen dat een lid in de vergadering kan uitbrengen, wordt bepaald door het aantal inwoners van de gemeente waarvan hij of zij burgemeester is.
Hierbij geldt de volgende stemverdeling: a. een gemeente met 1 tot en met 5000 inwoners: 1 stem; b. een gemeente met 5001 tot en met 10.000 inwoners: 2 stemmen; c. een gemeente met 10.001 tot en met 15.000 inwoners: 3 stemmen; d. een gemeente met 15.001 tot en met 20.000 inwoners: 4 stemmen; e. een gemeente met 20.001 tot en met 25.000 inwoners: 5 stemmen; f. een gemeente met 25.001 tot en met 30.000 inwoners: 6 stemmen; g. een gemeente met 30.001 tot en met 35.000 inwoners: 7 stemmen; h. een gemeente met 35.001 tot en met 40.000 inwoners: 8 stemmen; i. een gemeente met 40.001 tot en met 45.000 inwoners: 9 stemmen; j. een gemeente met 45.001 tot en met 50.000 inwoners: 10 stemmen; k. een gemeente met 50.001 tot en met 55.000 inwoners: 11 stemmen;
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
9
l. een gemeente met 55.001 tot en met 60.000 inwoners: 12 stemmen; m. een gemeente met 60.001 tot en met 65.000 inwoners: 13 stemmen; n. een gemeente met 65.001 tot en met 70.000 inwoners: 14 stemmen; o. voor elke verdere toename van 5.000 inwoners wordt het aantal stemmen telkens met één stem verhoogd. 7. Telkens bij de aanvang van een zittingsperiode wordt het aantal stemmen voor de duur van die zittingsperiode vastgesteld. Voor de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van het aantal inwoners volgens de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met de peildatum t-1. 8. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
Artikel 10: Zienswijzen 1. Het Dagelijks Bestuur, een bestuurscommissie en het Algemeen Bestuur kan bepalen dat naast de in de Wgr en deze regeling genoemde besluiten ook andere besluiten worden onderworpen aan de zienswijzenprocedure. 2. Om de raden van de deelnemende gemeenten in staat te stellen tijdig hun zienswijzen over besluiten als bedoeld in het eerste lid te geven, worden de concepten daarvan aangeboden tenminste twaalf weken voordat over deze besluiten in het Dagelijks Bestuur, respectievelijk de bestuurscommissies of het Algemeen Bestuur wordt beraadslaagd of besloten. 3. De raden kunnen bij het Dagelijks Bestuur, respectievelijk de bestuurscommissie of het Algemeen Bestuur een zienswijze indienen. 4. Het Dagelijks Bestuur, respectievelijk de bestuurscommissie of het Algemeen Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan definitieve besluitvorming schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze.
Artikel 11: Besloten vergadering In een besloten vergadering van het Algemeen Bestuur worden geen besluiten genomen over: Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
10
a. het meerjarenbeleidsplan; b. de begroting, begrotingswijzigingen; c. de jaarstukken; d. invoeren, wijzigen of afschaffen retributies of andere heffingen; e. vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; f. benoeming en ontslag van leden van het bestuur en bestuursorganen binnen de regeling; g. het wijzigen, opheffen van deze regeling en de vaststelling van het liquidatieplan; h. oprichten, wijzigingen, verlengen of opheffen van en de deelneming in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties; i. toetreden tot en uittreden uit de regeling.
HOOFDSTUK 4: HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 12: Samenstelling Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur wordt door het Algemeen Bestuur aangewezen en bestaat uit maximaal 6 leden, namelijk: a. de voorzitter van GR GGD en VR Zeeland; b. de plaatsvervangend voorzitter van GR GGD en VR Zeeland; c. een derde lid uit het Algemeen Bestuur. d. twee of drie leden uit en op voordracht van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid. 2. Een gemeente mag niet meer dan met één lid in het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd zijn. 3. Het Dagelijks Bestuur wordt zodanig samengesteld dat het Dagelijks Bestuur geen meerderheid in het Algemeen Bestuur kan vormen. 4. De aanwijzing van leden van het Dagelijks Bestuur (niet zijnde voorzitter) ter vervulling van plaatsen die openvallen, vindt plaats binnen twee maanden na de melding van de opengevallen plaats.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
11
Artikel 13: Werkwijze Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het Dagelijks Bestuur dit nodig acht met opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen. 2. Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het Dagelijks Bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het Dagelijks Bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het Algemeen Bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Dagelijks Bestuur aanwezig is. 4. Ieder lid van het Dagelijks Bestuur heeft één stem. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 5. Het Dagelijks Bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het Algemeen Bestuur ter kennisneming wordt overgelegd. 6. Voor de besluitvorming in het Dagelijks Bestuur en de verplichting tot geheimhouding zijn de overeenkomstige bepalingen zoals die zijn opgenomen in de Gemeentewet voor het college van toepassing.
Artikel 14: Taak Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur is belast met: a. het voorbereiden van al wat aan het Algemeen Bestuur en de bestuurscommissies ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor zover die voorbereiding niet aan anderen is opgedragen; b. het uitvoeren van besluiten van het Algemeen Bestuur en de bestuurscommissies; c. het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van de GR GGD en VR Zeeland; d. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en het verlies van recht of bezit;
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
12
e. het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van GR GGD en VR Zeeland, evenals op al wat GR GGD en VR Zeeland aangaat, waaronder de zorg voor de archiefbescheiden; f. het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel: i.
in spoedeisende gevallen, vooruitlopend op de besluitvorming daarover door het Algemeen Bestuur, de directeur publieke gezondheid te schorsen. De besluitvorming door het Algemeen Bestuur dient uiterlijk binnen drie maanden na het schorsingsbesluit van het Dagelijks Bestuur plaats te vinden; ii. het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur veiligheidsregio en de secretaris kan niet worden gemandateerd. g. het behartigen van de belangen van GR GGD en VR Zeeland bij andere overheidslichamen en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor GR GGD en VR Zeeland van belang is; h. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van GR GGD en VR Zeeland, waaronder taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de directeur veiligheidsregio, de directeur publieke gezondheid, inrichting organisatie en taken en bevoegdheden alsmede werkwijze van de veiligheidsdirectie; i. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van GR GGD en VR Zeeland te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in art. 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen; j. besluiten inzake inkoop- en verkoopbeleid; k. de rechtspositieregelingen vast te stellen voor het personeel van GR GGD en VR Zeeland; l.
te besluiten namens GR GGD en VR Zeeland, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover dit het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; 2. Het Algemeen Bestuur is bevoegd kaders te stellen ten aanzien van het bepaalde onder sub k t/m l. 3. Het Dagelijks Bestuur heeft de verplichting om het Algemeen Bestuur en de bestuurscommissies actief inlichtingen te verstrekken.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
13
HOOFDSTUK 5: DE VOORZITTER Artikel 15: Benoeming en Taak 1. De voorzitter van de GR GGD en VR Zeeland wordt conform het bepaalde in artikel 11 tweede lid van de Wet veiligheidsregio’s benoemd bij Koninklijk besluit (gehoord het Algemeen Bestuur). Het Algemeen Bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 2. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. 3. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, aangewezen door het Algemeen Bestuur. 4. De voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. Deze stukken worden door de secretaris van het Algemeen en Dagelijks Bestuur mede ondertekend. 5. De voorzitter vertegenwoordigt GR GGD en VR Zeeland in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde. 6. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente, die partij is in een geding waarbij GR GGD en VR Zeeland is betrokken, wordt GR GGD en VR Zeeland door een ander, door het Dagelijks bestuur aan te wijzen, lid van het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd.
Hoofdstuk 6: Commissies Artikel 16: Commissies van advies 1. Het Algemeen Bestuur kan commissies van advies (als bedoeld in artikel 24 Wgr) en commissies ter behartiging van bepaalde belangen (als bedoeld in artikel 25 Wgr) instellen. Het Algemeen Bestuur bepaalt daarbij welke bevoegdheden aan de commissies worden toegekend en op welke wijze deze worden samengesteld. 2. Het Algemeen Bestuur wijst een lid van het Dagelijks Bestuur aan dat voorzitter is van een commissie (als bedoeld in artikel 24 Wgr) als bedoeld in het eerste lid. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
14
3. De instelling van vaste commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of aan de voorzitter en de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling geschieden door het Algemeen Bestuur op voorstel van het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter. 4. Commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter, niet zijnde vaste commissies als bedoeld in artikel 24, vierde lid Wgr worden door het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. 5. Als een advies van de vaste adviescommissie een aangelegenheid betreft die ter beslissing aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd, brengt het Dagelijks Bestuur het advies bij zijn voorstel ter kennis aan het Algemeen Bestuur. 6. De leden van commissies kunnen een vergoeding ontvangen voor het bijwonen van een vergadering van de commissie voor zover zij niet de functie van burgemeester, wethouder, directeur of secretaris vervullen. 7. De vaststelling van de hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding vindt plaats door het Algemeen Bestuur en in overeenstemming met artikel 24, vierde lid van de Wgr.
Artikel 17: Bestuurscommissies 1. Het Algemeen Bestuur stelt in ieder geval twee bestuurscommissies als bedoeld in artikel 25 Wgr in, te weten: één Bestuurscommissie Veiligheid en één Bestuurscommissie Publieke Gezondheid. a. De Bestuurscommissie Publieke Gezondheid bestaat uit dertien leden. b. De Bestuurscommissie Veiligheid bestaat uit dertien leden. c. De stemverhouding in de beide bestuurscommissies is gelijk aan de stemverhouding in het Algemeen Bestuur zoals opgenomen in artikel 9 van deze regeling. 2. Het Algemeen Bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie, anders dan de commissies zoals genoemd onder het eerste lid, dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
15
3. Het Algemeen Bestuur benoemt de leden van deze bestuurscommissies op voordracht van de deelnemende colleges van burgemeester en wethouders. 4. Het Algemeen Bestuur stelt in een reglement van orde en instellingsbesluit vast de bevoegdheden en de samenstelling. Hierin wordt in ieder geval geregeld: a. de werkwijze van de commissie, waarin verankerd wordt dat de voorzitter van het Algemeen Bestuur geen voorzitter is van de Bestuurscommissie Veiligheid; b. de openbaarheid van vergaderingen; c. de voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van besluiten van de commissie; d. het toezicht van het Algemeen Bestuur op de uitoefening van bevoegdheden van die commissie; e. de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur; f. de verantwoording aan het Algemeen Bestuur.
HOOFDSTUK 7: De directeur Veiligheidsregio en directeur publieke gezondheid en secretaris. Artikel 18: Directeur Veiligheidsregio 1. De bestuursorganen van het openbaar lichaam worden bijgestaan door een directeur veiligheidsregio, aan wie in het Dagelijks Bestuur, Bestuurscommissie en Algemeen Bestuur een adviserende stem toekomt. 2. De directeur veiligheidsregio wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het Dagelijks Bestuur. Deze bevoegdheid kan niet worden gemandateerd. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt voor zover het zijn bevoegdheden betreft, gehoord het Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid en Bestuurscommissie Veiligheid, een Benoemingsstatuut directeur veiligheidsregio vast. Dit Benoemingsstatuut dient ter nadere uitwerking van de uitoefening van de hen toekomende bevoegdheden inzake benoeming, ontslag en schorsing van de directeur veiligheid, welke in overeenstemming of afstemming moeten worden Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
16
genomen, dan wel deze organen zo spoedig mogelijk op de hoogte dienen te worden gesteld van het genomen besluit. 4. De directeur veiligheidsregio is belast met de dagelijkse leiding van Veiligheidsregio Zeeland. 5. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur veiligheidsregio worden vastgelegd in een organisatiestatuut. Het statuut wordt vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. 6. De directeur veiligheidsregio is verantwoording schuldig aan het Dagelijks Bestuur. 7. Het Dagelijks Bestuur wijst de functionaris aan die als plaatsvervanger optreedt voor de directeur veiligheidsregio in geval van diens afwezigheid.
Artikel 19: Directeur Publieke Gezondheid 1. De bestuursorganen van het openbaar lichaam worden bijgestaan door een directeur publieke gezondheid, aan wie in het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur en bestuurscommissies een adviserende stem toekomt. 2. Het Algemeen Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de Directeur Publieke Gezondheid, na voorafgaande instemming van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid en de Bestuurscommissie Veiligheid. 3. Het Algemeen Bestuur stelt, voor zover het zijn bevoegdheden betreft en in afstemming met de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid, de Bestuurscommissie Veiligheid en het Dagelijks Bestuur een Benoemingsstatuut voor de directeur publieke gezondheid vast, ter nadere uitwerking van de uitoefening van de hem toekomende bevoegdheden inzake benoeming, schorsing en ontslag van de directeur publieke gezondheid, alsmede van de gevallen waarin bij uitoefening van deze bevoegdheden de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid vooraf dient te worden gehoord, besluiten in overeenstemming of afstemming moeten worden genomen, dan wel deze bestuursorganen zo spoedig mogelijk op de hoogte dienen te worden gesteld van het genomen besluit. 4. De directeur publieke gezondheid is belast met de dagelijkse leiding van GGD Zeeland, de GHOR en de wettelijke eigenstandige bevoegdheden. 5.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur publieke gezondheid worden vastgelegd in een organisatiestatuut. Het statuut wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, in afstemming met de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid en Bestuurscommissie Veiligheid.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
17
6. De directeur publieke gezondheid is verantwoording schuldig aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur kan het voeren van toezicht op de directeur publieke gezondheid overdragen aan het Dagelijks Bestuur. 7. Het Algemeen Bestuur wijst de functionaris aan die als plaatsvervanger optreedt voor de directeur publieke gezondheid in geval van diens afwezigheid.
Artikel 20: Secretaris 1. Het Dagelijks Bestuur benoemt, gehoord de bestuurscommissies, een secretaris. Deze bevoegdheid mag niet worden gemandateerd. 2. De secretaris is belast met de ondersteuning van en advisering aan het Algemeen, Dagelijks Bestuur en de bestuurscommissies, met uitzondering van de ondersteuning van en de advisering die behoort tot het takenpakket van de directeur publieke gezondheid en de directeur veiligheidsregio. 3. De secretaris is aanwezig bij de vergaderingen van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de bestuurscommissies. 4. De secretaris kan secretaris van de ambtelijke advies overleggen zijn.
HOOFDSTUK 8: INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Artikel 21: Intern 1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, samen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het Algemeen Bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven samen, dan wel afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoeken, alle gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het Dagelijks Bestuur (niet zijnde voorzitter) kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het Algemeen Bestuur bezit. In dit geval is het bepaalde in artikel 49 en verder van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
18
5. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.
Artikel 22: Informatieverstrekking door het Algemeen en Dagelijks Bestuur en de voorzitter 1. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer raden worden verlangd. Die informatie wordt in dat geval ook verstrekt aan de overige raden. 3. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de gemeentelijke bijdrage zendt het Algemeen en Dagelijks Bestuur middels een tussentijdse rapportage tijdig naar de raden van de deelnemende gemeenten ter informatie.
Artikel 23: Informatieverstrekking door individuele leden van het Algemeen Bestuur Een lid of een plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur is aan het college door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 Wgr, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.
Artikel 24: Informatieverstrekking door leden van bestuurscommissies 1. Een lid van de bestuurscommissie geeft het college waar hij deel van uitmaakt alle inlichtingen die door een of meer leden van het college worden gevraagd. 2. Een lid van de bestuurscommissie kan door het college waar hij deel van uitmaakt ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in de bestuurscommissie gevoerde beleid. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
19
4. De bestuurscommissies verschaffen de raden en de colleges gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het gevoerde en te voeren beleid nodig is. 5. De bestuurscommissies informeren de gemeenteraden actief over vergaderingen, over genomen besluiten en uitvoering daarvan en over andere zaken die van belang zijn voor de gemeenteraden.
HOOFDSTUK 9: HET PERSONEEL Artikel 25: Personeel 1. Bij GR GGD en VR Zeeland is personeel werkzaam. 2. Het Dagelijks Bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden.
HOOFDSTUK 10: BEVOLKINGSZORG Artikel 26: Bevolkingszorg 1. De deelnemende gemeenten vormen een regionale organisatie, bevolkingszorg genaamd, bestaande uit medewerkers die onder de verantwoordelijkheid van deze gemeenten bij een ramp of crisis belast zijn met het uitvoeren van de aan de gemeenten toegewezen processen en belast zijn met de voorbereiding van deze processen. 2. Bepalingen omtrent de organisatie en het beheer van deze gemeentelijke processen in de rampenbestrijding en crisisbeheersing worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende gemeenten. 3. Voor de uitvoering van bevolkingszorg vertegenwoordigt de coördinerend gemeentesecretaris de deelnemende gemeenten.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
20
HOOFDSTUK 11: FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 27: Inrichting begroting 1. De administratie van het openbaar lichaam bestaat in ieder geval uit de van elkaar gescheiden programma’s GGD en Veiligheidsregio. Bijdragen voor financiering van kosten van de dienstverlening mogen alleen worden besteed ter dekking van de kosten waarvoor zij krachtens de financieringssystematiek en begroting zijn bestemd. 2. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een administratie waaruit blijkt aan welke diensten de bijdragen en inkomsten worden besteed.
Artikel 28: Begrotingsprocedure 1. Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan waarvoor de ontwerpbegroting dient, aan de Bestuurscommissie Veiligheid en de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid de ontwerpbegroting en de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming). 2. De Bestuurscommissie Veiligheid en de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid brengen ieder afzonderlijk een zwaarwegend advies op voor het Dagelijks Bestuur over de ontwerpbegroting. 3. Het Dagelijks Bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting van GR GGD en VR Zeeland voor het komende kalenderjaar, evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming), aan de raden van de gemeenten. Het bepaalde in art. 190 lid 1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken, na ontvangst van de ontwerpbegroting het Dagelijks Bestuur hun zienswijze aangeven. 5. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan de bestuurscommissies en vervolgens aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
21
het Algemeen Bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze. 6. Het Dagelijks Bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 7. Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een begrotingswijziging uiterlijk 30 september van het betreffende begrotingsjaar door het Algemeen Bestuur wordt aangeboden voor zienswijze aan de gemeenteraden. 8. In gevallen, dit ter beoordeling van het Algemeen Bestuur, kan een wijziging van de begroting die geen verhoging tot gevolg heeft van begrote deelnemersbijdragen en met inachtneming van de van elkaar gescheiden begrotingsprogramma’s veiligheid en gezondheid voor het betreffende begrotingsjaar worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur zonder dat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen geven. Van de vaststelling door het Algemeen Bestuur van een dergelijke begrotingswijziging wordt mededeling gedaan aan de deelnemende gemeenten.
Artikel 29: Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van GR GGD en VR Zeeland. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot op de vijftiende dag van maand een/twaalfde deel van de bedoelde bijdrage. 2. De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat de gemeenschappelijke regeling over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 3. Indien aan het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
22
Artikel 30: Reserve 1. GR GGD en VR Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten conform de richtlijn die jaarlijks door het bestuur van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten wordt vastgesteld. 2. Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Bij beslissingen op gemeentelijke verzoeken hierover past het Algemeen Bestuur de afspraken tussen de gemeenten over de te vormen reserve toe.
Artikel 31: Jaarstukken 1. Het Dagelijks Bestuur legt vóór 30 april aan het Algemeen Bestuur en de bestuurscommissies verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast de controleverklaring en het verslag van bevindingen van de met de controles belaste accountant. 2. De jaarstukken met het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming worden gelijktijdig ter informatie aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden. 3. Indien het Dagelijks Bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de algemene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken na ontvangst, een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming. 4. Het Algemeen Bestuur onderzoekt de jaarstukken en stelt de jaarstukken en de resultaatbestemming vast. 5. De jaarstukken worden binnen twee weken na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten gezonden, maar vóór 15 juli. 6.
Het besluit tot vaststelling van de jaarstukken strekt - voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft - het Dagelijks Bestuur tot decharge,
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
23
behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en/of andere onregelmatigheden.
Artikel 32: Verdeelsystematiek 1. Het Algemeen Bestuur stelt, gehoord de bestuurscommissies, een bijdrageregeling vast, waarin in ieder geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de gemeenten financieel bijdragen aan de middelen voor de instandhouding van GR GGD en VR Zeeland. 2. Voorafgaand aan de vaststelling en wijziging van de bijdrageregeling worden de gemeenteraden in staat gesteld een zienswijze in te dienen op de ontwerpbijdrageregeling. 3. Het Algemeen Bestuur stelt de bijdrageregeling vast met een twee derde meerderheid. 4. Deze bijdrage wordt voor alle deelnemende gemeenten bepaald volgens een door het Algemeen Bestuur in de bijdrageregeling opgenomen verdeelsleutel(s) waarmee op basis van verdeelsleutels een verdeling van de kosten voor de deelnemende gemeenten kan worden gemaakt.
HOOFDSTUK 12: HET ARCHIEF EN INFORMATIEVEILIGHEID Artikel 33: Archief Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.
Artikel 34: Archiefbeheer 1. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
24
2. Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
Artikel 35: Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het Zeeuws Archief.
Artikel 36: Toezicht Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van het Zeeuws Archief.
Artikel 37: Verantwoording 1. De archivaris van het Zeeuws Archief brengt tweejaarlijks aan het Dagelijks Bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het Dagelijks Bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Algemeen Bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.
Artikel 38: Terbeschikkingstelling 1. De deelnemende gemeenten aan de regeling stellen tijdig aan het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
25
3. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.
Artikel 39: Informatieveiligheid 1. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor de informatiebeveiliging en gegevensbescherming van de informatie die zij onder zich heeft. 2. Bij de informatieveiligheid en gegevensbescherming gelden dezelfde eisen als waaraan de deelnemende gemeenten moeten voldoen.
Artikel 40: Participatie 1. Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur kan ingezetenen en belanghebbenden betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en/of evaluatie van haar beleid. 2. Ingezetenen en belanghebbenden worden niet betrokken bij: a. ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving. 3. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststelt.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
26
HOOFDSTUK 13: TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, GESCHILLEN EN OPHEFFING Artikel 41: Toetreding en uittreding 1. Toe- en uittreding van gemeenten tot deze gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van de gemeenten in regio’s als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan hieraan voorwaarden verbinden.
Artikel 42: Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke extern deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast.
Het bestuur baseert Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
27
de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 43 gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 43 en vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uit-treedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in een keer dient te betalen.
Artikel 43: Te vergoeden kosten, de uittreedsom 1. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, waaronder ook een reëel aandeel in het vermogen van de vennootschappen, bedoeld in artikel 8, derde lid. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door GR GGD en VR Zeeland die samenhangen met de afbouw van structurele en incidentele overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere structurele en incidentele verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
28
4. Het Algemeen Bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 42, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 42, achtste lid, anders is vastgelegd. 5. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 6. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. 7. Indien de kosten van de inzet van een externe deskundige als bedoeld in artikel 42, derde lid, en relatie tot de verwachtte uittredesom daartoe aanleiding geeft, kan het Algemeen Bestuur in overleg met deelnemer besluiten om in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden de uittreedsom te bepalen op de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%. 8.
Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laagmogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 44: Verplichtingen uittreder 1. De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van GR GGD en VR Zeeland die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
29
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.
Artikel 45: Wijziging 1. De regeling wordt gewijzigd, indien de colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten. 2. Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur of één of meer van de deelnemende gemeenten. 3. Voorstellen uitgaande van één of meer deelnemende gemeenten worden toegezonden aan het Algemeen Bestuur, dat het voorstel met zijn beschouwingen ter zake binnen acht weken aan de raden van de deelnemende gemeenten doet toekomen, waarna deze deelnemende gemeenten en het Algemeen Bestuur verder handelen conform het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 46: Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 Wgr de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het Algemeen Bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Een lid wordt aangewezen door het Algemeen Bestuur en een lid wordt aangewezen door de betrokken gemeente(n). Deze twee leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan dat tevens als voorzitter van de commissie optreedt. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 4. De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. 5. Indien het advies van de commissie niet leidt tot oplossing van het gerezen geschil wordt bij het verzoek om een beslissing van Gedeputeerde Staten een afschrift van het advies van de commissie gevoegd.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
30
Artikel 47: Ontbinding en liquidatie 1. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 en artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s mogelijk is. Opheffing geschiedt in dat geval bij daartoe strekkende besluiten van tenminste twee derde van de colleges van de deelnemende gemeenten 2. Ingeval van een besluit tot ontbinding van de gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in het vorige lid, stelt het Algemeen Bestuur daarvoor een liquidatieplan op ter vereffening van het vermogen van de regeling. Een zodanig besluit wordt met een twee derde meerderheid genomen, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten. 3. Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de gemeenten en de financiële gevolgen van de ontbinding van de regeling. 4. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de ontbinding heeft voor het personeel. 5. Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 6. Het besluit tot ontbinding of tot wijziging van deze regeling wordt direct gezonden aan de deelnemende gemeenten. 7. De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van ontbinding in functie, totdat de vereffening is voltooid. 8. Gedurende de vereffening wordt de aanduiding van de regeling aangevuld met de afkorting van ‘in liquidatie’, zodat het opschrift komt te luiden: “( GR GGD en VR Zeeland i.l.)”.
HOOFDSTUK 14: SLOTBEPALINGEN Artikel 48: Inwerkingtreding 1. Deze regeling is gepland in werking te treden na bekendmaking per 1 januari 2027. Indien de bekendmaking plaats vindt na 1 januari 2027, treedt deze regeling de dag na bekendmaking in werking.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
31
2. Het college van de gemeente van vestiging zorgt namens alle deelnemende gemeenten voor bekendmaking in gemeentebladen van alle deelnemende gemeenten. 3. Deze regeling is getroffen voor onbepaalde tijd.
Artikel 49: Evaluatie 1. Het bestuur voert iedere vier jaar, in het derde jaar van die bestuursperiode, een evaluatie uit naar de samenwerking, doelmatigheid of het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. 2. De scope van de evaluatie wordt opgesteld door het Dagelijks Bestuur en afgestemd met de bestuurscommissies. 3. Het resultaat van in het eerste lid genoemde evaluatie wordt vastgelegd in een evaluatierapport, dat ter informatie naar de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten wordt gezonden.
Artikel 50: Titel De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland” afgekort GR GGD VRZ. Ondertekening De colleges van burgemeester en wethouders van alle deelnemende gemeenten hebben, na verkregen toestemming van hun gemeenteraden, ingestemd met de wijziging van De Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2025 tot GR GGD en VR Zeeland.
Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland 14 november 2025
32
Toelichting GR GGD VR Zeeland. Algemeen 1. Aanleiding De GR GGD VR Zeeland is in juridische zin een wijziging van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland. De wijziging van de GR VR Zeeland is het gevolg van de bestuurlijke besluiten, die zijn genomen naar aanleiding van de organisatorische kwetsbaarheden op met name bedrijfsvoering van zowel de GGD Zeeland als de Veiligheidsregio Zeeland. Gezondheid en veiligheid zijn essentiële waarden voor Zeeland. De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) spelen hierin een cruciale rol. De maatschappelijke dynamiek en toenemende (complexiteit van) taken stellen steeds hogere eisen aan de organisaties. De organisatorische kwetsbaarheid van beide entiteiten, met name op het gebied van bedrijfsvoering, vraagt om een structurele oplossing. Uit onderzoek is gebleken dat de beste manier om deze kwetsbaarheden het hoofd te bieden een verregaande samenwerking op bedrijfsvoering is. De meest duurzame en toekomstbestendige manier is het vormen van één gemeenschappelijke regeling met zowel de GGD als VR daarin ondergebracht. De voornaamste doelen van de samenwerking van de GGD Zeeland en de VRZ in één gemeenschappelijke regeling zijn: • Borgen van kwaliteit en continuïteit: Een gezamenlijke bedrijfsvoering wordt robuuster en versterkt de primaire processen en de weerbaarheid van beide organisaties.
• Verbeteren van de arbeidsmarktpositie: Door schaalvergroting kunnen medewerkers zich beter ontwikkelen en wordt de organisatie aantrekkelijker als werkgever. • Betere kostenbeheersing en efficiëntie: Een gezamenlijke bedrijfsvoering leidt tot minder kwetsbaarheid, betere continuïteit en schaalvoordelen. Minder meerkosten op termijn zijn mogelijk, echter gezien de verschillende startposities van beide organisaties laat het samenvoegen van beide organisaties naar verwachting in de beginjaren een plus op de lasten zien.
2. Waarom de GR VRZ wijzigen? GR VR Zeeland wordt gewijzigd, zodat de GGD Zeeland over kan gaan naar de Veiligheidsregio en de VR en GGD samen een organisatie gaan vormen. Voor medewerkers van de beide organisaties heeft deze route de minste impact. Daarnaast is deze wijziging efficiënter dan het oprichten van een geheel nieuwe regeling en ook efficiënter dan het aanpassen van de GR GGD Zeeland. Door de wijziging van de GR VRZ blijven de medewerkers en vrijwilligers van VRZ als ook alle materialen in deze organisatie. Voor de medewerkers van de GGD betekent dit een overgang naar een nieuwe werkgever, de GR GGD en VR Zeeland. Deze route is minder impactvol dan het aanpassen van de GR GGD of het oprichten van een geheel nieuwe gemeenschappelijke regeling, dan zouden van zowel de Veiligheidsregio als de GGD alle medewerkers, vrijwilligers en materialen over moeten naar de nieuwe GR. Dat is vele malen impactvoller en bovendien meer dan twee keer zoveel werk en voor veel meer mensen een vorm van onzekerheid, die als niet wenselijk wordt beschouwd. Ook bestuurlijk blijft er gedurende de transitie duidelijkheid, de algemeen besturen van de VRZ en GGD blijven in functie gedurende de transitie. Hierdoor ontstaat geen mogelijke onduidelijkheid wanneer in de transitiefase zich een calamiteit voordoet.
3. Verhouding tot de gemeenten Zoals gezegd is deze samenwerking een samenwerking tussen colleges en daarmee een collegeregeling, gebaseerd op de Wet veiligheidsregio’s (hierna: Wvr) en de Wet publieke gezondheid (hierna: Wpg). Dit betekent dat de gemeenteraden hun krachtens artikel 13 Wpg toekomende bevoegdheid behouden tot het vaststellen van een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid. Datzelfde geldt voor de bevoegdheden van de gemeenteraad om op grond van artikel 2.1.2 van de Wmo 2015 en artikel 2.2 Jeugdwet periodiek een plan vast te stellen, met daarin de beleidsvoornemens inzake (maatwerk)voorzieningen in verband met huiselijk geweld en kindermishandeling. Vervolgens heeft de gemeenteraad ex artikel 2.1.3 Wmo 2015 en 2.9 Jeugdwet ook de bevoegdheid om bij verordening regels vast te stellen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van voornoemde plannen en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten en te verrichten handelingen. Deze kaderstellende bevoegdheden blijven bij de gemeenteraden liggen. Daarom behouden de gemeenteraden hun zeggenschap en mogelijkheden tot kaderstelling. Met inachtneming van voornoemde kaders hebben de gemeenteraden vervolgens ook de specifieke (jaarlijks uit te oefenen) bevoegdheid tot het inbrengen van zienswijzen op de begroting van de GR GGD en VR Zeeland.
Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) in 2022 is de mogelijkheid expliciet
gemaakt dat meerdere onderwerpen verplicht aan de raden moeten worden voorgelegd voor een zienswijze. Voor de GR GGD en VR Zeeland is opgenomen dat de gemeenteraden, voordat een bijdrageregeling wordt vastgesteld, de gemeenteraden de mogelijkheid wordt geboden om een zienswijze op de ontwerp bijdrageregeling in te dienen. Hiermee wordt aan de gemeenteraden de mogelijkheid gegeven om hun zienswijze over de verdeelsleutels mee te geven aan het algemeen bestuur, voordat het algemeen bestuur de bijdrageregeling vaststelt. De bijdrageregeling bevat de verdeelsleutels waarop de bijdragen van de gemeenten worden gebaseerd. In de gemeenschappelijke regeling VR Zeeland waren de verdeelsleutels vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling. Dat biedt onvoldoende ruimte om te kunnen reageren op veranderingen, bijvoorbeeld als gevolg van wetgeving of veranderingen in de grondslagen. Dit zou eerst een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling vergen, het geen al snel 9 tot 12 maanden in beslag neemt. Om de positie van de gemeenteraden goed te borgen is verplicht dat de gemeenteraden de mogelijkheid hebben een zienswijze in te dienen op de bijdrageregeling, of de wijziging van de bijdrageregeling. Vervolgens moet de bijdrageregeling met tweederde meerderheid door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld.
Daarmee is de invloed van de gemeenteraden nagenoeg gelijk gehouden, maar de procesgang wel sneller. Hierdoor kan beter worden ingespeeld op wetswijzigingen of veranderende omstandigheden.
4. Bestuur De GR GGD en VR Zeeland is een openbaar lichaam. De Veiligheidsregio Zeeland en de GGD Zeeland zijn tot en met 2026 beide een openbaar lichaam. Dit is een verplichting voortkomend uit de Wet veiligheidsregio’s en de Wet publieke gezondheid. De wetgever schrijft daarmee voor welke rechtsvorm deze beide organisaties moeten hebben. Als gevolg van die verplichting vanuit de beide wetten bestaat het bestuur van de GR GGD en VR Zeeland uit het Algemeen Bestuur (AB), het Dagelijks Bestuur (DB) en de voorzitter. In de GR GGD en VR Zeeland zijn tevens twee bestuurscommissies vastgelegd. Eén bestuurscommissie Veiligheid en één Bestuurscommissie Publieke Gezondheid. Het AB is een collegiaal bestuur bestaande uit dertien leden, bestaande uit de burgemeesters van de dertien deelnemende Zeeuwse gemeenten, met de mogelijkheid van plaatsvervanging. In artikel 11 Wvr is vastgelegd dat het AB moet bestaan uit burgemeesters, het is daarmee niet mogelijk om de wethouders publieke gezondheid toe te voegen aan het algemeen bestuur. Om de goede balans in de regeling te borgen tussen Veiligheid en Publieke Gezondheid is de inrichting van deze gemeenschappelijke regeling een structuur neergezet die deze balans zo goed en stabiel als mogelijk te maken
De voorzitter van het bestuur wordt, in afwijking van artikel 13, negende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, bij koninklijk besluit, gehoord het Algemeen Bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio. De voorzitter van het AB is automatisch (op grond van bepalingen in de Wgr) voorzitter van het DB. Door het AB worden vervolgens de twee leden uit het AB van het DB aangewezen. Het AB wijst een plaatsvervangend voorzitter aan. De plaatsvervangend voorzitter is ook lid van het DB. Het Algemeen Bestuur benoemt, op voordracht van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid maximaal drie wethouders als lid van het Dagelijks Bestuur. Deze wethouders zijn volwaardig bestuurslid in het Dagelijks Bestuur. De wethouders die lid zijn van het DB borgen dat er een integrale afweging kan worden gemaakt waarbij ook het belang van de publieke gezondheid in het DB vertegenwoordigd is. In artikel 12 is opgenomen ‘maximaal 6 leden’, dit biedt bestuurlijke ruimte om twee of drie wethouders te benoemen tot lid van het DB (met gelijk stemrecht als de burgemeesters in het DB). Deze bestuurlijke ruimte is gecreëerd om mogelijk te maken dat meer gemeenten een bestuurslid aan het Dagelijks Bestuur kunnen leveren en aan de andere kant ook niet direct een belemmering ontstaat als er twee wethouders van iets grotere gemeenten in het Dagelijks Bestuur als lid plaats nemen.
De bestuurlijke ruimte maakt dat ook in de geest van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gehandeld kan worden, wanneer het gaat de omvang van het DB in het AB. Het DB mag nimmer de meerderheid in het AB vormen. Hoewel de wethouders, die lid zijn van het DB geen lid zijn van het AB (en daar dus ook niet meetellen in de besluitvorming) is het in de geest van de wet bezien, eleganter om het fictieve stemgewicht van de wethouders ook mee te nemen in de samenstelling van het DB. Als wordt gekeken naar de stemverhouding (gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari 2025) is het de bedoeling dat het DB maximaal 43 stemmen vertegenwoordigt. De stemverhouding wordt periodiek vastgesteld op basis van het inwoneraantal. Het ligt in de lijn der verwachting dat door wijziging van het inwoneraantal van de deelnemers ook het aantal stemmen per deelnemer kan wijzigen. Dit kan ook van invloed zijn op het maximale aantal stemmen dat het Dagelijks Bestuur in het Algemeen Bestuur mag vertegenwoordigen. Het AB is belast met de minimale wettelijke taken, zoals het vaststellen van de begroting en jaarrekening. Het AB kent een gewogen stemverhouding, d.w.z. naar rato van het inwonertal van de deelnemende gemeenten. Besluitvorming en stemming in het AB geschiedt bij meerderheid van stemmen, tenzij voor een bijzonder onderwerp daarvoor in de GR een uitzondering is gemaakt.
Beraadslaging in het AB geschiedt in het openbaar. Artikel 11 geeft aan welke onderwerpen niet in een besloten vergadering kunnen worden vastgesteld. Op grond van artikel 23 Wgr kan in een besloten vergadering van het AB geheimhouding worden opgelegd ten aanzien van het in die vergadering besprokene. Dit artikel bevat ook bepalingen voor het weer opheffen van die
geheimhouding. Is deze geheimhouding niet opgeheven, dan zijn de leden van het AB daaraan ook gehouden bij het afleggen van verantwoording aan hun colleges van B&W en raden. Een verplichting tot geheimhouding kan ook aan de orde zijn in de omgekeerde relatie tussen een deelnemende gemeente en het AB: het college van B&W of de raad van een deelnemer heeft geheimhouding opgelegd ten aanzien van een kwestie die door mededeling door het desbetreffende college van B&W ook ter kennis moet komen van het AB van de GR. Deze GR bevat voor laatst bedoelde situatie geen voorziening. Dit kan overigens wel worden geregeld in een beleidsregel van het AB of in een afzonderlijke bevoegdhedenovereenkomst tussen het AB en het desbetreffende college van B&W. Het DB voert het dagelijks bestuur over de GR GGD en VR Zeeland, met dien verstande dat de GGD onder leiding staat van de DPG (zie hierna) en de Veiligheidsregio onder leiding staat van de directeur Veiligheidsregio. Artikel 14 van de GR benoemt de bevoegdheden van het DB. Tot de bevoegdheid van het DB behoort op grond van de Wgr ook het sluiten van overeenkomsten. In het DB heeft ieder lid een stem: ook het DB kent de regel dat bij gewone meerderheid wordt besloten, tenzij daarop in de GR voor een specifiek onderwerp een uitzondering is gemaakt.
5. Commissies In de GR GGD en VR Zeeland zijn bij het wijzigen van de regeling twee bestuurscommissies als bedoeld in artikel 25 Wgr gevormd. Er is gekozen voor twee bestuurscommissies om de balans tussen Publieke Gezondheid en Veiligheid zo goed mogelijk te borgen. Er is één Bestuurscommissie Veiligheid, waarin de dertien burgemeesters zitting hebben. De tweede is de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid, waarin de dertien wethouders publieke gezondheid zitting hebben. Beide bestuurscommissies krijgen bevoegdheden overgedragen van het AB, zodat beide bestuurscommissies, op hun eigen inhoudelijke terrein, besluiten kunnen nemen. Het is de bedoeling dat het AB alles delegeert naar de beide bestuurscommissies voor zover dat wettelijk mogelijk is. Dat betekent wel de bestuurscommissies besluiten kunnen nemen op het eigen beleidsterrein én binnen de kaders die het AB hiertoe heeft gesteld. Eén van die kaders is de programmabegroting van de GR GGD en VR Zeeland. Daarnaast is in de regeling (zie artikel 26) opgenomen hoe de leden van de bestuurscommissies zich hebben te verantwoorden, niet alleen naar het AB, maar ook naar de colleges van burgemeester en wethouders en naar de gemeenteraden. De beide bestuurscommissies hebben in deze regeling dezelfde inlichten- en verantwoordingsplicht als de leden van het AB.
Daarnaast kan het AB Adviescommissies instellen, als bedoeld in artikel 24 Wgr. Bijvoorbeeld het inrichten van de ambtelijke advisering aan bestuurscommissies, DB en AB kan worden vormgegeven door gebruik te maken van dit type commissies. Het grote
verschil is dat met een adviescommissie als bedoeld in artikel 24 Wgr de commissie geen besluiten kan nemen. Het is slechts een advies wat wordt uitgebracht, ook als de leden van de adviescommissie wethouders of burgemeesters zijn.
Artikelsgewijs Artikel 1 Begripsomschrijvingen Ter wille van een zo kort mogelijke tekst van de regeling zijn hier enkele definities van meerdere keren gebruikte begrippen opgenomen.
Artikel 2 Openbaar lichaam In dit artikel wordt benadrukt wat deze gemeenschappelijke regeling in standhoudt, namelijk een Veiligheidsregio, een GGD en het advies en meldpunt kindermishandeling (Veilig Thuis) als onderdeel van de GGD. De oorsprong van deze inrichting en rechtsvorm is hier benoemd.
Artikel 3 Belang Artikel 10 eerste lid van de Wgr schrijft voor dat de regeling het belang of de belangen waarvoor zij is aangegaan, vermeldt. Onder ‘belang’ wordt verstaan het beleidsterrein waarop wordt samengewerkt. Met het vastleggen van het belang of de belangen wordt het werkterrein van GR GGD en VR Zeeland afgebakend.
Artikel 4 Teken en bevoegdheden De taken en bevoegdheden van GR GGD en VR Zeeland zijn de activiteiten die worden ontplooid in het kader van de te behartigen belangen. Primair zijn dit de taken die in de Wvr en Wpg zijn opgenomen. Tevens zijn dit enkele bijzondere taken die in de Wet kinderopvang, Wet op de lijkbezorging , de Wmo 2015 en de Jeugdwet zijn opgenomen.
Artikel 5 Aanvullende taken Naast de taken die voor iedere deelnemer worden uitgevoerd is het mogelijk, het meest aannemelijk voor de taken van de GGD, dat een college van een taak een hoger kwaliteitsniveau wenst of een bijzondere uitvoering. Ook is het mogelijk om binnen het belang van de regeling, een aanvullende taak uit te laten voeren door de GR GGD en VR Zeeland. Dit is wel aan een aantal randvoorwaarden gebonden. Zo is er in het eerste lid vastgelegd dat de kerntaken niet in het gedrang mogen komen. Samengevat houdt dat in dat de uitvoering van een aanvullende taak niet ten koste mag gaan van de taken die in de basis voor alle dertien gemeenten worden uitgevoerd. Dat zou namelijk betekenen dat twaalf gemeenten bijdragen aan de uitvoering van een taak voor de gemeente die een aanvullende taak afneemt. Dat is uitdrukkelijk niet de bedoeling.
In het tweede lid is beschreven dat een gemeente die een aanvullende taak afneemt alle kosten daarvoor moet dragen. Met alle kosten wordt ook bedoeld dat wanneer na een aantal jaren de gemeente de taak stopt, eventuele kosten voor het afbouwen van bijvoorbeeld personeel voor die gemeente zijn. Met deze afspraak wordt voorkomen dat de andere gemeenten of de GR GGD en VR Zeeland met kosten worden geconfronteerd voor taken die zij niet hebben afgenomen. In het derde lid is beschreven dat ook derden met de GR GGD en VR Zeeland afspraken kunnen maken over het verlenen van diensten. Denk bijvoorbeeld aan verlenen van diensten aan andere gemeenschappelijke regelingen, de vaccinatie van reizigers, de strandambulance of grensoverschrijdende samenwerking. De leden a. tot en met d. zijn de randvoorwaarden waarbinnen het mogelijk is om dergelijke diensten te verlenen.