25-147 Bijlage 3. Ingekomen stukken commissie AB
Tekst van het document
Tegelijk blijft structurele financiering noodzakelijk voor vervanging, onderhoud en nieuwe investeringen, zoals ook de Raad voor de Leefomgeving en de Raad voor het Openbaar Bestuur adviseren. Connectiviteit is daarbij een sleutelvoorwaarde voor gelijkwaardigheid, economische ontwikkeling, veiligheid en levenskwaliteit. Verder is blijvende aandacht voor de uitvoeringskracht essentieel.
10
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3 Justitie en Veiligheid Veiligheid algemeen: Bescheiden investeringen Wat wil het kabinet? Het kabinet stelt op drie terreinen extra geld beschikbaar: de sociale advocatuur krijgt structureel € 30 miljoen extra; de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) krijgt vanaf 2028 structureel € 50 miljoen euro structureel voor huisvestingsproblematiek en ook wordt er vanaf 2027 structureel € 70 miljoen euro extra uitgetrokken voor het versterken van lokale en regionale weerbaarheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Rond de extra middelen voor DJI is het belangrijk dat de gemeenten scherp zijn op keteneffecten, zeker ook in relatie tot re-integratie na detentie en het organiseren van ondersteuning. Er zijn problemen met de meerjarige financiering van de politie. Er gaat gesneden worden op intelligence en opsporing. Dit heeft effect op het stelsel.
Problemen meerjarige financiering politie Wat wil het kabinet? De politie heeft capaciteitsproblemen door een krappe arbeidsmarkt en politiemedewerkers die met pensioen gaan. In 2026 moet de politie zichtbaarder zijn op zowel straat als digitale kanalen. De minister heeft de politiebegroting voor 2026 vastgesteld, maar de meerjarenraming nog niet. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is de politie onmisbaar in het veiligheidsbeleid. Doordat de meerjarige financiering op losse schroeven staat, moeten er het komende jaar scherpe keuzes worden gemaakt binnen het politieapparaat.
Ondermijning Wat wil het kabinet? Ook rond ondermijning is het devies dat de brede aanpak van ondermijning onverminderd wordt voortgezet. In 2026 verschijnt het eerste Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland. Preventie met Gezag, de aanpak van mainports/logistieke knelpunten en de aanpak van witwassen en ondergronds bankieren worden voortgezet. Tot slot blijft de tijdelijke taskforce gegevensdeling bij het ministerie van J&V haar werk voortzetten in 2026, met onder andere ondermijnende criminaliteit als aandachtsgebied. Wat betekent dit voor gemeenten? De aanpak van ondermijning is onverminderd belangrijk. Het dreigingsbeeld levert nieuwe inzichten op.
Weerbaarheid: alerteren bevolking Wat wil het kabinet? In 2026 wordt de bevolking verder gealerteerd op de voorbereiding van eventuele rampen en crises. Wat betekent dit voor gemeenten? Eind 2025 komt er een einde aan het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS), het systeem wordt vervangen door NL-Alert. Het is echter geen gegeven dat NL-Alert in het geval van hybride dreigingen en cyberaanvallen even goed functioneert als het WAS.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11
Weerbaarheid: Noodcommunicatie Wat wil het kabinet? Het rijk zoekt in 2026 naar mogelijkheden om de robuustheid van de huidige noodcommunicatievoorziening (NCV) verder te verbeteren. Wat betekent dit voor gemeenten? De NCV is een telecommunicatienetwerk dat specifiek bedoeld is voor gebruik door gemeenten tijdens een ramp of crisis het reguliere telecommunicatienetwerk overbelast raakt of uitvalt. Verder wordt een verkenning naar de toekomstige inrichting van noodcommunicatie uitgevoerd.
Weerbaarheid: Noodsteunpunten Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt samen met de VNG en het Veiligheidsberaad aan de inrichting van een netwerk van noodsteunpunten. Bij noodlottige lamlegging van de samenleving neemt de behoefte naar basisvoorzieningen snel toe. Een noodsteunpunt moet inwoners voorzien van informatie. Daarnaast zal de aard van rampen en crises leidend zijn bij de invulling van de behoefte waarin het noodsteunpunt voorziet. Wat betekent dit voor gemeenten? In de tweede helft van 2025 en in 2026 vinden pilots plaats en gaan veiligheidsregio’s en gemeenten aan de slag met de noodsteunpunten. Na de pilotsfase zal duidelijk worden wat gemeenten en veiligheidsregio’s nodig hebben om het landelijk netwerk van noodsteunpunten verder te ontwikkelen.
Moderniseren Staatsnoodrecht Wat wil het kabinet? In 2026 wordt het staatsnoodrecht verder gemoderniseerd. Het rijk biedt de Coördinatiewet Uitzonderingstoestanden aan voor parlementaire behandeling. De Wet verplaatsing bevolking, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, de Noodwet rechtspleging en de Onteigeningswet gaan in consultatie. Daarnaast ontwikkelt het rijk visies op rijksheren, rechtsbescherming en nadeelcompensatie binnen het staatsnoodrecht. Wat betekent dit voor gemeenten? De modernisering richt zich uitsluitend op buitengewone omstandigheden. Het staatsnoodrecht omvat een breed scala aan wet- en regelgeving waarvan delen aan herziening toe zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijke lacunes en knelpunten in de bestaande noodwetgeving. In de loop van volgend jaar maken de betrokken departementen duidelijk op welke punten herziening nodig is en wat dit concreet betekent voor gemeenten.
Digitalisering: Een sterke digitale rechtsstaat Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat regelmatig toetsen of het juridisch kader aansluit bij nieuwe technologieën en digitale ontwikkelingen, en of aanvullende regulering of verduidelijking van normen nodig is. Wat betekent dit voor gemeenten? In de praktijk sluit het juridisch kader nog onvoldoende aan bij digitale ontwikkelingen en de rol van het lokaal bestuur. Veel gemeenten en burgemeesters worstelen met de impact van het digitale domein op de fysieke openbare ruimte.
Digitale weerbaarheid Wat wil het kabinet? De Nederlandse Cybersecuritystrategie 2022-2028 (NLCS) schetst de visie op een digitaal weerbare samenleving en de rol van overheid, bedrijven en burgers daarbij. In het coalitieakkoord 2021-2025 is afgesproken dat het kabinet investeert in een brede, meerjarige cybersecurityaanpak. Daarvoor zijn middelen vrijgemaakt. 12
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Wat betekent dit voor gemeenten? De financiering van de NLCS loopt tot eind 2025, maar deze middelen zijn niet beschikbaar voor gemeenten. Samen met de G4 heeft de VNG in het bestuurlijk convenant Digitale veiligheid benadrukt dat het lokale perspectief onderbelicht blijft. Uit de Rijksbegroting 2026 blijkt dat dit kabinet niet investeert in het versterken van de digitale weerbaarheid van gemeenten.
Implementatie Cyberbeveiligingswet en Wet weerbaarheid kritieke entiteiten Wat wil het kabinet? In 2026 implementeert het kabinet twee Europese richtlijnen die de weerbaarheid van vitale infrastructuur versterken: de herziening van de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging (NIS2) en de richtlijn veerkrachtige entiteiten (CER). Concreet betekent dit voor 2026 onder andere: • Informatie en communicatie over wettelijke verplichtingen, om organisaties – waaronder mkb – te ondersteunen bij naleving; • Ondersteuning van vakdepartementen bij hun wettelijke taken; • Informatievoorziening door het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) over aansluiting op nationale en sectorale Computer Security Incident Response Teams (CSIRTs) en de registratie van entiteiten bij het NCSC. Het ministerie reserveert ruim € 55 miljoen voor het jaarlijkse budget van het NCSC. De toekenning volgt na goedkeuring van het jaarplan door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Wat betekent dit voor gemeenten? De Cyberbeveiligingswet heeft grote gevolgen voor gemeenten, die straks zelf onder de wet vallen. Naast NIS2 wordt ook de CER-richtlijn ingevoerd, waarschijnlijk in het tweede kwartaal van 2026. Deze richtlijn ziet op fysieke dreigingen zoals terrorisme en natuurrampen.
Gemeenten krijgen ook te maken met een nieuwe toezichthouder, de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, en met een nieuw toezichtstelsel. Dat heeft ook gevolgen voor ENSIA. De Informatie Beveiligingsdienst (IBD) van de VNG wordt bij ministeriële regeling aangewezen als computercrisisteam voor gemeenten. De investeringen in de IBD blijven echter achter bij de landelijke middelen voor het NCSC, terwijl de IBD extra taken krijgt. Er is daarom een plan nodig om de balans te bewaren tussen centrale voorzieningen van het NCSC en sectorale voorzieningen vanuit de IBD, zodat gemeenten goed ondersteund blijven.
Gegevensbescherming Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan versterking van de bescherming van persoonsgegevens. Belangrijke punten zijn: • Een sterkere rol voor de functionaris gegevensbescherming (FG); • Rijksbrede richtlijnen voor online monitoring; • Meer grip op internationale gegevensstromen; • Strikt gereguleerde inzet van gezichtsherkenning en geautomatiseerde besluitvorming door de overheid; • Actualisatie van wetgeving via de Verzamelwet gegevensbescherming en een herziening van de Uitvoeringswet AVG (UAVG). Het ministerie van J&V stemt hierover af met de ministeries van BZK, EZ, Financiën en de Autoriteit Persoonsgegevens. Het kabinet erkent het belang van gegevensbescherming, maar stipt aan dat gegevensdeling soms noodzakelijk is voor wettelijke taken. Het ministerie van J&V wil daarom, binnen de grenzen van de wet, gegevensdeling stimuleren. Waar de wet knelt wordt onderzocht of er een wetswijziging noodzakelijk is en wordt een voorstel gedaan. Waar de wet belemmerend werkt, wordt gekeken naar wetswijzigingen. Om gegevensdeling te versnellen is een tijdelijke Taskforce Gegevensdeling opgericht. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen helderdere spelregels voor online monitoring en moeten hun werkwijze hierop aanpassen, bijvoorbeeld bij openbare-orde- en veiligheidsmonitoring.
Beperkingen rond gezichtsherkenning en geautomatiseerde besluitvorming raken de lokale praktijk: toepassingen moeten noodzakelijk, proportioneel en transparant zijn, passen binnen (aankomende) rijkskaders en de Uitvoeringswet AVG. Gemeenten blijven hierbij de Principes voor de Digitale Samenleving hanteren. De versterking van de FG-
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13
positie vraagt blijvende borging in gemeentelijke governance (mandaat, capaciteit, onafhankelijkheid). In de praktijk blijkt dat gegevensbescherming en de uitvoering van wettelijke taken – zoals handhaving van de openbare orde – kunnen botsen. Gemeenten hebben behoefte aan duidelijke kaders en handelingsperspectief, met waarborging van de privacy van burgers als grondrecht.
Aanpak cybercrime Wat wil het kabinet? Het kabinet wil voorkomen dat mensen slachtoffer worden van cybercrime en zet in op bewustwording, onder andere via campagnes over social engineering en tweefactorauthenticatie. In 2026 wordt voorgesteld de strafmaat voor enkele cyberdelicten te verhogen. Dit onderstreept de ernst van deze feiten en geeft de opsporing meer mogelijkheden om daders aan te pakken en criminele activiteiten te verstoren. Ook worden in 2026 de ambities vastgelegd in de nieuwe Veiligheidsagenda 2027-2030. Verder wil het kabinet gemeenten, OM en politie beter ondersteunen bij het aanpakken van online aangejaagde ordeverstoringen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet gaat verder op de eerder ingeslagen weg, waarbij wordt voorgesteld om de straffen van cyberdelicten te verhogen. Daarnaast wordt een voorschot genomen op een nieuw op te stellen Veiligheidsagenda. Bij de lokale driehoek bestaat de behoefte aan een verrijking van het handelingsperspectief op online aangejaagde ordeverstoringen. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum start daartoe een internationaal vergelijkend onderzoek. Dit sluit aan op eerdere aanbevelingen van de VNG. De onderzoeksresultaten kunnen gemeenten helpen hun aanpak te versterken.
Aanpak (online) extremisme en terrorisme bij jongere doelgroep Wat wil het kabinet? Het kabinet start in 2026 met pilots in samenwerking met online platforms, vergroot de digitale weerbaarheid van jongeren en schaalt de samenwerking met de Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal op. Hiervoor is € 0,2 miljoen gereserveerd. Wat betekent dit voor gemeenten? De aanpak van online radicalisering is een gedeelde verantwoordelijkheid van rijk, medeoverheden en online platforms. Gemeenten onderschrijven dit en zien dat structurele inzet nodig is om jongeren te beschermen. Samenwerking met platforms en andere partners moet vooral gericht zijn op preventie en het versterken van de weerbaarheid van jongeren.
14
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4 Asiel en Migratie Budgetten voor asiel en migratie Wat wil het kabinet? In de begroting 2026 is voor de komende jaren een forse daling van de middelen voorzien: van ruim € 8,9 miljard in 2026 naar circa € 1,9 miljard structureel vanaf 2029. Het kabinet motiveert dit door opvang goedkoper te maken, statushouders sneller te laten doorstromen en minder geld te reserveren voor de opvang van Oekraïners. Verder wil het kabinet de instroom van asielzoekers beperken via de Asielnoodmaatregelenwet en een tweestatusstelsel. Daarbij worden verblijfsvergunningen alleen nog tijdelijk verstrekt, nareismogelijkheden beperkt en illegaal verblijf strafbaar gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Of de instroom daadwerkelijk daalt door deze plannen is onzeker. Het vooruitlopen hierop door de budgetten nu al te verlagen, maakt de asielketen kwetsbaar. Het meerjarenbeeld voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is op onderdelen weliswaar verbeterd, maar structurele problemen blijven bestaan. De IND krijgt te maken met bezuinigingen, terwijl tegelijk € 50 miljoen extra is ingeboekt voor dwangsommen door achterstanden. Ook het COA schuift lasten door achteren, waardoor het onzeker blijft of voldoende opvangcapaciteit duurzaam kan worden opgebouwd.
Een slecht functionerende asiel- en migratieketen leidt tot problemen bij de opvang en doorstroom van statushouders, waardoor zij onnodig vaak moeten verhuizen en lang in opvanglocaties verblijven. Dit zal ook effecten hebben in gemeenten.
Asielopvang (inclusief Spreidingswet) Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dure noodopvanglocaties (zoals cruiseschepen en hotels) afbouwen en vervangen door een vaste, betaalbare basisvoorraad. Gemeenten krijgen meer ruimte om zelf opvangvoorzieningen te exploiteren, onder eigen verantwoordelijkheid en binnen bestaande financiële kaders. Er is nog steeds onzekerheid over het voortbestaan van de Spreidingswet. Het kabinet schuift € 526 miljoen aan COAuitgaven door naar latere jaren, zodat de kosten beter aansluiten bij de verwachte opvangbehoefte. Wat betekent dit voor gemeenten? De Spreidingswet draagt bij aan de solidariteit tussen gemeenten, het voornemen om de wet mogelijk in te trekken veroorzaakt terughoudendheid bij het aanwijzen van nieuwe locaties. Het huidige tekort aan opvangplekken zet bovendien de leefbaarheid, veiligheid en integratie onder druk. Gemeenten krijgen daarnaast meer verantwoordelijkheid om opvang duurzaam te organiseren, zonder extra structurele middelen. Vooralsnog zetten slechts enkele gemeenten eigen opvangvoorzieningen op, vaak in samenwerking met het COA. Ook bestaat het risico dat de druk verder toeneemt als dure noodopvang verdwijnt zonder dat er voldoende reguliere plekken beschikbaar zijn.
De evaluatie van de Spreidingswet in 2027 wordt in dit verband bepalend: als de wet wordt ingetrokken, zal de druk op de opvangcapaciteit voor gemeenten verder toenemen.
Huisvesting van statushouders Wat wil het kabinet? In mei 2025 verbleven ruim 12.500 statushouders in opvanglocaties terwijl zij al hadden moeten doorstromen. Om dit op te lossen kiest het kabinet voor doorstroomlocaties. Gemeenten ontvangen hiervoor een specifieke uitkering (SPUK) van € 60 per dag per statushouder, plus eenmalige investeringssteun. Deze regeling loopt tot eind 2028. Daarnaast wil het kabinet onzelfstandige huisvesting (zoals kamerbewoning) mogelijk maken.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
15
Verder komt er een doelgroep-flexibele regeling: gemeenten moeten een “flexibele schil” aan woonruimte ontwikkelen voor verschillende groepen (statushouders, spoedzoekers, jongeren). De minister van VRO wil tegelijkertijd het voorrangsrecht en de wettelijke taakstelling voor statushouders afschaffen. Ook wordt via de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) ingezet op tijdelijke woningen. Minstens 30% hiervan moet beschikbaar komen voor statushouders of Oekraïense ontheemden. Hiervoor is in totaal € 179 miljoen beschikbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de huisvesting van statushouders, maar verliezen instrumenten zoals het voorrangsrecht en de wettelijke taakstelling. Dat maakt de uitvoering lastiger en zorgt ervoor dat de huidige taakstelling in veel gemeenten nauwelijks uitvoerbaar is. De doorstroom van statushouders kan stagneren wanneer er lokaal onvoldoende tijdelijke woningen beschikbaar komen. Als gemeenten niet genoeg opstart- of flexwoningen kunnen realiseren, blijven statushouders langer in opvanglocaties. Gemeenten moeten investeren in flexibele en duurzame woonoplossingen. Hiervoor kunnen zij gebruikmaken van bestaande en nieuw te ontwikkelen regelingen, zoals de aangekondigde doelgroepflexibele regeling.
Opvang van Oekraïense ontheemden Wat wil het kabinet? Voor de opvang van Oekraïners is in 2026 circa € 2,5 miljard gereserveerd. Gemeenten ontvangen vergoedingen via de Bekostigingsregeling opvang Oekraïne. Na 2026 neemt het budget sterk af: € 1 miljard in 2027 en vanaf 2029 geen structurele middelen meer. Dit is gebaseerd op de verwachting dat de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) in maart 2027 afloopt en grootschalige terugkeer mogelijk is. Daarnaast wil het kabinet inzetten op zelfredzaamheid en participatie, maar dit is niet terug te zien in de financiële middelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten moeten opvangcapaciteit organiseren tot minstens 2027, maar doen dit zonder zekerheid over vervolgfinanciering. De normvergoeding is gedaald naar € 44 per dag per plek, en ook de budgetten voor transitiekosten en subsidies worden verlaagd. Dit terwijl de gemeentelijke kosten blijven bestaan en de behoefte aan betere opvangkwaliteit juist toeneemt omdat Oekraïense gezinnen hier langere tijd verblijven. Bovendien is het onzeker of grootschalige terugkeer, zoals het kabinet beoogt, realistisch is. Als veel Oekraïners in Nederland blijven en het rijk de middelen afbouwt, ontstaat er voor gemeenten een tekort in de financiering.
Integratie en inburgering Wat wil het kabinet? Vanaf 2026 valt integratiebeleid onder het ministerie van SZW. Het kabinet voert de Actieagenda Integratie & Open Samenleving uit, gericht op een samenleving waarin iedereen kan meedoen, vooral via werk en taal. De uitvoering start in 2026, met vanaf 2027 extra middelen voor taalonderwijs voor mensen in de bijstand. Ook wordt gewerkt aan een effectievere uitvoering en handhaving van de taaleis. In 2026 worden de resultaten van de tussenevaluatie van de Wet inburgering 2021 en het onderzoek naar de betaalbaarheid van het stelsel verwerkt. Daarbij onderzoekt het kabinet ook de gevolgen van asiel- en huisvestingsmaatregelen voor de uitvoerbaarheid. Verder worden aanpassingen in het handhavingsbeleid voorbereid naar aanleiding van recente uitspraken van het Europees Hof van Justitie en de Raad van State. Het kabinet benadrukt dat statushouders zo snel mogelijk productief moeten zijn op de arbeidsmarkt en dat participatie via betaald werk de beste manier is om onderdeel te worden van de samenleving. Daarom is beleid gericht op het vroeg activeren van asielzoekers en statushouders. Er wordt bezuinigd op de COAsubsidie voor Vroege Integratie en Participatie (VrIP), waaronder taallessen en meedoenbalies vallen.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de regie op inburgering en participatie en ontvangen hiervoor middelen via het ministerie van SZW. In 2027 ontvangen de gemeenten een bedrag van € 3,7 miljoen, oplopend tot € 17,4 miljoen structureel voor het uitvoeren van de taaleis binnen de bijstand. De bezuiniging op de VrIP-subsidie vraagt echter om extra inspanningen om asielzoekers naar werk te begeleiden en nauwer samen te werken met werkgevers.
16
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Arbeidsmigratie Wat wil het kabinet? Het kabinet wil arbeidsmigratie selectiever en beter reguleren. Het ministerie van SZW stelt in 2026 een speciale autoriteit in die toezicht houdt op een nieuw toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere uitleners van arbeidskrachten. Uitzendbureaus krijgen een vergunningsplicht en in sectoren met structurele misstanden kan een sectoraal verbod worden ingesteld via een Algemene Maatregel van Bestuur. Ook onderzoekt het kabinet of werkgevers verplicht kunnen worden een minimumpercentage van hun arbeidskrachten zelf in dienst te nemen. Naast strengere regels voor werk en bemiddeling wil het kabinet arbeidsmigranten beter beschermen op de woningmarkt. Zo worden huurbescherming en huurprijsbescherming aangescherpt, ook bij tijdelijk verblijf. De kwaliteitsnormen voor woonruimte gaan omhoog. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om bij vergunningverlening rekening te houden met de huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten, onder meer via bedrijfseffectrapportages. Verder wordt onderzocht hoe werkgevers meer ruimte krijgen om huisvesting op eigen terrein te realiseren. Tot slot ondersteunt het rijk gemeenten bij het in kaart brengen van de woonopgave voor arbeidsmigranten.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen meer verantwoordelijkheid bij vergunningverlening en huisvestingsplannen, wat nauwer overleg met werkgevers noodzakelijk maakt. Strengere regels voor uitzendbureaus en betere bescherming van huurders kunnen bijdragen aan het voorkomen van misstanden. Met de ondersteuning die het kabinet belooft, kunnen gemeenten de lokale behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten beter in beeld brengen en daarop inspelen. Ook de mogelijkheid om huisvesting bij bedrijven toe te staan kan bijdragen binnen de vergunningsruimte van omliggende bedrijven en bijdragen aan de leefbaarheid in de omgeving, mits de woningen voldoen aan kwaliteitseisen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
17
5 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Onderwijs/ Kansengelijkheid (Onderwijskansenregeling, GOAB, MDT) Wat wil het kabinet? De eerder aangekondigde korting van 10% op het gemeentelijke onderwijsachterstandenbudget (ca. € 60 miljoen per jaar) blijft overeind. De middelen blijven als Specifieke Uitkering (SPUK) naar gemeenten komen. Ook de eerder aangekondigde bezuinigingen op de Maatschappelijke diensttijd (MDT) - oplopend naar € 70 miljoen per jaar in 2027 - blijft overeind, en ook die op School en Omgeving en de regeling brede brugklassen (samen € 170 miljoen per jaar). Het kabinet draait de voorgenomen bezuiniging van € 177 miljoen op de onderwijskansenregeling terug. Wat betekent dit voor gemeenten? Omdat de middelen voor het gemeentelijke onderwijsachterstandenbudget een SPUK-uitkering blijven, gaat er geen administratieve lastenverlichting met de bezuiniging gepaard. Boven op de korting van 10% komt nog een korting van 2% op hetzelfde budget. Deze extra korting was al in de voorjaarsnota opgenomen. Waar gemeenten nu ruim 40.000 kinderen per jaar bereiken met voor- en vroegschoolse educatie dreigt dat aantal op deze manier met een kleine 5.000 kinderen te dalen. De bezuiniging op de MDT betekent dat er minder middelen beschikbaar zijn om samen met het onderwijs te werken aan het vergroten van de kansengelijkheid voor de jeugd.
Hoewel het geld van de onderwijskansenregeling naar schoolbesturen gaat, helpt het besluit om de bezuiniging terug te draaien ook gemeenten. Gemeenten plegen inzet vanuit jeugdhulp- en arbeidsmarktbudgetten aan deze jongeren.
Aanpak versterken basisvaardigheden/ Uitvoering WEB Wat wil het kabinet? De decentralisatie-uitkering aan gemeenten voor de regiefunctie is voor 2026 t/m 2028 € 5 miljoen per jaar. Voor de uitvoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), wordt een specifieke uitkering verstrekt aan de samenwerkende gemeenten binnen een regio (via de 35 contactgemeenten). In 2026 is hier € 85,1 miljoen voor beschikbaar. Voor 2026 zijn er geen aparte middelen voor het taalonderwijs aan Oekraïense ontheemden. Wat betekent dit voor gemeenten? De decentralisatie-uitkering voor de regiefunctie valt lager uit dan voorgaande jaren. Dat betekent dat gemeenten de regiefunctie minder intensief kunnen uitvoeren. Gemeenten hebben wel de mogelijkheid om reguliere WEB-middelen te gebruiken voor ontheemden.
Kinderopvang Wat wil het kabinet? Het kabinet wil goede, veilige en financieel toegankelijke kinderopvang. In 2026 werkt het kabinet toe naar een hoge inkomensonafhankelijke vergoeding voor kinderopvang voor alle werkende ouders. Dit houdt in dat de vergoedingspercentages in de kinderopvangtoeslag elk jaar stapsgewijs worden verhoogd, totdat alle werkende ouders met ingang van de nieuwe financiering recht hebben op een vergoedingspercentage van 96%. Dit zorgt ervoor dat de vraag naar opvang geleidelijk toeneemt, waardoor de kinderopvangsector en -markt meer tijd heeft om te reageren op deze grotere vraag en marktschokken worden voorkomen. De maatregel uit het hoofdlijnenakkoord om de maximum uurprijzen in 2026 eenmalig niet te indexeren wordt
18
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
teruggedraaid. Dat betekent dat de maximum uurprijzen voor 2026 volgens de gebruikelijke systematiek worden aangepast aan de verwachte loon- en prijsontwikkeling. Het kabinet investeert hiervoor in totaal € 199 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? De plannen van het kabinet voor inkomensonafhankelijke vergoeding en het herstel van de indexatie, zullen voor gemeenten duidelijke gevolgen hebben. De vraag naar kinderopvang neemt toe, doordat de opvang voor ouders financieel toegankelijker wordt. Dit betekent dat er in veel gemeenten meer druk op het lokale aanbod zal ontstaan, met risico op wachtlijsten en een grotere behoefte aan uitbreiding van opvanglocaties. Gemeenten krijgen daarnaast te maken met een zwaardere toezicht- en handhavingstaak, aangezien zij via de GGD verantwoordelijk blijven voor de kwaliteitsbewaking van kinderopvanginstellingen en het aantal aanbieders naar verwachting groeit. Gemeenten zullen intensiever moeten samenwerken met kinderopvangorganisaties, scholen en werkgevers om de groeiende vraag in goede banen te leiden en tegelijkertijd de toegankelijkheid voor kwetsbare kinderen te waarborgen.
Bibliotheken Wat wil het kabinet? De extra middelen voor bibliotheken van circa € 60 miljoen per jaar blijven structureel op de begroting staan. Wat betekent dit voor de gemeenten? Hoewel het erop lijkt dat de wetswijziging met de zorgplicht de geplande datum van 1 januari 2026 niet gaat halen, blijven de extra middelen voor gemeenten dus beschikbaar. Dit betekent dat zij de plannen voor versterking van het bibliotheeknetwerk kunnen voortzetten en dat zij vooruit kunnen kijken in de opbouw van dat netwerk.
Wetsvoorstel van School naar Duurzaam werk Wat wil het kabinet? De beoogde inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel van School naar Duurzaam werk is 1 januari 2026. Dan starten ook de nieuwe regionale programma’s waarmee scholen en gemeenten samen plannen maken om schooluitval tegen te gaan en jongeren duurzaam aan het werk te helpen. Vanaf 2026 is jaarlijks € 67,6 miljoen beschikbaar voor de 40 regio’s die de Doorstroompuntfunctie uitvoeren. Wat betekent dit voor gemeenten? De middelen op regioniveau betekenen dat gemeenten de nieuwe taken uit de wet kunnen uitvoeren. De doorstroompunten functioneren al en krijgen hiermee dus enige ruimte voor versteviging.
Cultuur en erfgoed Wat wil het kabinet? Het kabinet zet vanaf 2025 in op een structurele verhoging van middelen voor monumentenzorg, in het bijzonder voor rijksmonumenten via de Subsidieregeling Instandhouding Monumenten (SIM) en onderhoud van grote kerkgebouwen; respectievelijk € 10,8 miljoen en € 5 miljoen. Wat betekent dit voor de gemeenten? Eigenaren van een rijksmonument zonder woonhuisfunctie maar met een grote cultuurhistorische waarde zoals een kerk, boerderij, molen, gemaal, kasteel, etc. kunnen gebruik maken van de SIM. Door de ophoging van de SIM kunnen meer aanvragen voor onderhoudswerkzaamheden worden gehonoreerd. Deze structurele verhoging komt indirect terecht bij gemeenten met rijksmonumenten. Gemeenten kunnen zelf ook monumenten aanwijzen. Eigenaren van gemeentelijke monumenten kunnen echter geen aanspraak maken op deze middelen via de SIM.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
19
Archieven Wat wil het kabinet? Om digitale informatie goed te kunnen beheren moderniseert het kabinet de Archiefwet. De wet zal op zijn vroegst in 2026 in werking treden. Met een gemoderniseerde wet en door het toezicht daarop te versterken, kunnen overheidsorganisaties hun digitale informatie vanaf het moment van creatie effectief beheren. Dat draagt bij aan betrouwbare en toegankelijke overheidsinformatie voor burgers, journalisten, wetenschappers en de overheid zelf. Ook investeert het kabinet in de opleidingen en in bij- en nascholing van archief- en informatieprofessionals. Om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) online toegankelijk te maken werkt het kabinet aan een wijziging van de Archiefwet 1995 en het voorstel voor een nieuwe Archiefwet. De wijziging heeft als doel om ruimte te bieden voor een belangenafweging tussen openbaarheid en privacy bij de (wijze van) verstrekking van (bijzondere en strafrechtelijke) persoonsgegevens door archiefdiensten. Wat betekent dit voor gemeenten? Het wetsvoorstel voor de nieuwe Archiefwet verkort de overbrengingstermijn naar de archiefbewaarplaats van 20 naar 10 jaar, verplicht de aanwijzing van de archivaris en is beter toegespitst op het beheer van digitale overheidsinformatie. Het VNG-programma Grip op informatie bereidt gemeenten voor op de implementatie van de gemoderniseerde Archiefwet.
Van belang zijn onder meer de inrichting van een e-depotvoorziening en het opstellen van een informatiebeheerplan.
20
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6 Infrastructuur en Waterstaat Plasticheffing, CO2-heffing, afvalstoffenbelasting Wat wil het kabinet? De eerder voorgestelde polymerenheffing/plasticheffing gaat niet door en het kabinet gaat meer ingrepen doen op het gebied van storten en verbranden. Dit gaat € 567 miljoen per jaar kosten vanaf 2028. Dit wordt gedekt uit een verhoging van de CO2-heffing en afvalstoffenbelasting bij afvalverbrandingsinstallaties. Wat betekent dit voor gemeenten? De afvalbranche zal hogere kosten maken voor het verwerken van huishoudelijk afval en deze kosten doorbelasten aan gemeenten. De afvalstoffenheffing voor inwoners zal hierdoor stijgen.
Mobiliteit Wat wil het kabinet? In de begroting is geen extra geld opgenomen voor verkeersveiligheid of het onderhoud van gemeentelijke infrastructuur. In het najaar wordt besloten over de verdeling van € 2,5 miljard voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw. Om elektrisch rijden aantrekkelijk te maken verhoogt het kabinet in 2026 de korting op de motorrijtuigenbelasting voor elektrische voertuigen van 25% naar 30%. Ook introduceert het kabinet in 2026 een ‘Onderwegpas’ voor lagere inkomens, waarmee gratis of goedkoper gereisd kan worden met het OV tijdens daluren. Daarnaast komt er een wijziging in de vrachtwagenheffing. Vanaf juli 2026 bedraagt deze gemiddeld € 16,7 cent per kilometer. De opbrengsten worden ingezet voor verduurzaming van het wegtransport. Het kabinet wil dat in 2026 60% van alle laadsessies slim gestuurd plaatsvindt, inclusief bi-directioneel laden om het elektriciteitsnet te stabiliseren. Hiervoor wordt € 38 miljoen beschikbaar gesteld aan mobiliteitsregio’s. Daarnaast is er aandacht voor het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata om gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Hiervoor worden geen extra middelen beschikbaar gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Het beeld is dat budgetten kortlopend en onvoldoende lijken om de afgesproken ambities te realiseren. Instandhouding en het verbeteren van de verkeersveiligheid blijven een aandachtspunt.
Door de vrachtwagenheffing krijgen gemeenten mogelijk te maken met uitwijkverkeer. Voor de implementatie van de ‘Onderwegpas’ is de rol van gemeenten nog niet duidelijk.
Circulaire economie en afval Wat wil het kabinet? Het kabinet zet het Nationaal Programma Circulaire Economie verder in voor een brede grondstoffentransitie waarbij zoveel mogelijk materialen hergebruikt worden. Zowel producenten als consumenten moeten volgens het kabinet concrete stappen zetten naar een meer circulaire economie. Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) bevat algemene stimulerende maatregelen op het gebied van het verminderen van grondstoffen gebruik, substitutie van grondstoffen, levensduurverlenging en hoogwaardige verwerking in de productieketen. Daarnaast bevat het maatregelen voor prioritaire productketens, namelijk: consumptiegoederen, kunststoffen, bouw- en maakindustrie, biomassa, en voedsel. In 2026 treedt ook de Europese Verordening voor verpakkingen en verpakkingsafval in werking. Een belangrijk instrument hierbij is de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV), waarvan de systematiek gemoderniseerd wordt. Wat betekent dit voor gemeenten? De financiële inzet lijkt achter te blijven bij de ambities. Vanaf 2026 dalen de beschikbare middelen voor circulaire economie structureel. Dat heeft invloed op de flexibiliteit voor nieuwe maatregelen of ondersteuning van gemeenten bij uitvoering van het Circulair Materialenplan en het NPCE.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
21
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Wat wil het kabinet? Samenwerkingsafspraken die het VTH-stelsel moeten versterken vormen een belangrijke basis voor het beleid. Het kabinet stelt dat alle omgevingsdiensten op 1 april 2026 moeten voldoen aan robuustheidscriteria. Het kabinet verstrekt ruim € 11 miljoen aan omgevingsdiensten. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten zullen de ruim € 11 miljoen onvoldoende zijn om de gestelde doelen voor de versterking van het VTH-stelsel te kunnen verwezenlijken.
Luchtkwaliteit, industrie en omwonenden Wat wil het kabinet? In lijn met de Europese Zero Pollution ambitie in 2050 wil het kabinet luchtverontreiniging terugbrengen tot een niveau dat niet schadelijk is voor mens en milieu. Het kabinet heeft hiervoor tussendoelen gesteld voor 2030. Via het Schone Lucht Akkoord wordt in samenwerking met decentrale overheden en allerlei andere partijen gewerkt aan het realiseren van minimaal 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016. Met bedrijven komen er maatwerkafspraken om in hun omgeving de leefomgeving direct te verbeteren. Het gaat om grote uitstoters zoals Tata Steel, bedrijven op Chemelot en afvalverbrandingsinstallaties. Er verschijnt een maatregelenpakket op basis van de actieagenda industrie en omwonenden gericht op verbetering van de gezondheid. Hierbij wordt zo veel mogelijk samengewerkt met en ingehaakt op al lopende programma’s. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet beperkt de komende jaren de beschikbare middelen voor het Schone Lucht Akkoord richting 0 in 2030. Voor de uitvoering van het genoemde maatregelenpakket rondom de actieagenda industrie en omwonenden, wordt niet gemeld hoe dit wordt bekostigd.
Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen Wat wil het kabinet? Er is nog steeds enig budget beschikbaar voor Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen. Deze zeer bescheiden bijdragen ondersteunen het nationaal plan MVOI en het ontwikkelen van monitoring. Wat betekent dit voor gemeenten? Het nationaal plan MVOI wordt verlengd. VNG ondersteunt samen met de andere medeoverheden de leden in het stimuleren van MVOI.
Bescherming vitale infrastructuur en weerbaarheid Wat wil het kabinet? In 2026 gaat het kabinet de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en de Cyberbeveiligingswet implementeren. Deze vormen een wettelijk fundament voor het verhogen van de weerbaarheid, waaronder die tegen hybride en militaire dreigingen. Het Ministerie van I&W is verantwoordelijk voor twaalf vitale sectoren. Dit betekent dat het ministerie in 2026 met de sectoren beoordeelt welke processen (essentiële diensten) en aanbieders (kritieke entiteiten) van vitaal belang zijn, welke dreigingen en risico’s zich voordoen en welke maatregelen de vitale sectoren moeten nemen. De belangrijkste beleidsprioriteiten voor 2026 zijn het implementeren van de Europese Network and Information Security Directive (NIS2)-richtlijn via de nieuwe Cyberbeveiligingswet en het ondersteunen van de sectoren via weerbaarheidsprogramma’s. Bij grote dreiging in een crisis- en conflictscenario hebben monitoring, detectie, respons en herstel prioriteit, vooral als het gaat om Operational Technology. Daarvoor wil het ministerie van I&W een kennis- en expertisecentrum lanceren, en samenwerken met alle vitale sectoren. Wat betekent dit voor gemeenten? De Wet weerbaarheid kritieke entiteiten gaat over fysieke dreigingen, zoals terrorisme en natuurrampen.
Gemeenten voeren relevante wettelijke taken uit en zijn partij in monitoring van waterhoogte in het
22
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
buitengebied of in afvalwaterbeheer, interfaces voor transportsystemen/ mobiliteitsdata of het Nationaal dataportaal wegverkeer, etc. Als een entiteit door het ministerie van I&W wordt aangewezen, valt de IT van die entiteit automatisch onder de Cyberbeveiligingswet. Een nadere aanwijzing wordt in de loop van 2026 voorzien. Een landelijk Operational Technology-kennis en expertisecentrum is voor gemeenten een waardevolle aanvulling. Informatieveiligheid van de aansturing en het op afstand uitlezen van zulke technologie is een van de veelal nieuwe taken die gemeenten bij aanwijzing moeten organiseren. Tot nu toe ligt de focus van gemeenten vooral op de beschikbaarheid van deze voorzieningen, zoals bruggen, sluizen en verkeersregelinstallaties.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
23
7 Economische Zaken Digitale economie: Goed functionerende (digitale) economie en markten Wat wil het kabinet? Het kabinet begroot € 9,4 miljoen voor de opdracht ICT Beleid over het uitzetten van calls (openstellingsronde voor het indienen van projecten) die uit de Kennis- en Innovatie Agenda en Human Capital Agenda voortvloeien, maar ook het ondersteunen van publiek private samenwerking onder het Actieplan Groene en Digitale Banen. Wat betekent dit voor gemeenten? Hoewel we een stijging van de investering voor 2026 constateren, is onduidelijkheid hoe deze middelen op lange termijn tussen de drie programma’s worden verdeeld. Dit beperkt de mogelijkheden voor gemeenten om de krappe arbeidsmarkt van ICT- en cybersecurity het hoofd te bieden.
Digitale open strategische autonomie Wat wil het kabinet? De huidige geopolitieke en -economische context vergt dat Nederland strategisch kijkt naar digitale technologie, in het bijzonder naar strategische afhankelijkheden met een hoog risico. De beleidsinzet van het kabinet staat beschreven in de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie (DOSA). Het kabinet investeert in innovatieve clouddiensten via Important Projects of Common European Interest Cloud Infrastructure en Services (IPCEI CIS). Ook zet het kabinet zich in voor een flexibeler aanbestedingsstelsel waarin veiligheid en strategische autonomie goed geborgd zijn. Tot slot onderkent het kabinet het belang van voldoende duurzame datacentercapaciteit en een goedwerkende cloudmarkt. Dit zal het rijk inbrengen in de EU-onderhandelingen over de beoogde Europese Cloud & AI Development Act. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook gemeenten kennen onwenselijke afhankelijkheden op het gebied van digitalisering. De inzet van het kabinet is voor gemeenten positief, omdat gemeenten alleen hun digitale autonomie kunnen versterken door samen met alle overheidspartijen op te trekken en Europese sturingsmechanismen te gebruiken.
Toekomstbestendig arbeidsmarktbeleid: Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en arbeidsproductiviteit Wat wil het kabinet? Het kabinet zet sterk in op scholing en ontwikkeling als sleutel voor arbeidsmarktkrapte en productiviteitsverbetering. Leven Lang Ontwikkelen staat hoog op de agenda bij drie ministeries. Het ministerie van SZW investeert € 72 miljoen in de SLIM-regeling (2026) en structureel € 10 tot 12 miljoen in het MIP-programma. Het ministerie van OCW zet in op het wegnemen van financiële drempels en het ministerie van EZ integreert LLO in de nieuwe productiviteitsagenda. Het kabinet benadrukt regionale innovatiesystemen en betere samenwerking tussen onderwijs en bedrijven. Voor regionale samenwerking komt er één Werkcentrum per arbeidsmarktregio met Regionale Beraden. Het ministerie van EZ stuurt met provincies als regisseur op regionale ecosystemen. Wat betekent dit voor gemeenten? Ondanks brede aandacht voor LLO blijven de financiën versnipperd, project- en programmagestuurd over verschillende ministeries. Dit is ontoereikend voor de opgave die gemeenten hebben. Gemeenten kunnen hun regierol beter invullen als middelen meerjarig en gebundeld beschikbaar komen. De productiviteitsagenda maakt waardevolle koppelingen tussen LLO en regionale arbeidsmarktuitdagingen,
24
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
maar kent geen financiële vertaling. Voor gemeenten is het van belang een sterke positie in te nemen rondom human capital, omdat het ministerie van EZ vooral via provincies stuurt. Gemeenten staan aan de lat om samen met werkgevers en onderwijsinstellingen regionale transities te realiseren. Dit lukt alleen als het rijk structureel en samenhangend investeert.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
25
8 Klimaat en Groene Groei Klimaatdoelen Wat wil het kabinet? De Klimaat- en Energienota en de Klimaat- en Energieverkenning zijn tegelijk met de begroting gepresenteerd. Ze laten zien dat stevig beleid noodzakelijk is om de klimaatdoelstelling van 55% reductie in 2030 nog te kunnen behalen. Het demissionaire kabinet kiest de lijn van economische groei, waarbij bedrijven welvaart vergroten en concurrentievermogen versterken met duurzame oplossingen. Uitgangspunten hierbij zijn betaalbaarheid, energieonafhankelijkheid, weerbaarheid en leveringszekerheid. Belangrijke aandachtspunten blijven: de aanpak van netcongestie en het verduurzamen onze energievoorziening. De focus ligt op de doorontwikkeling van kernenergie, meer wind op zee, het stimuleren van waterstofproductie en koolstofverwijdering. Relevant voor gemeenten zijn de: • Toekenning van € 40 miljoen aan uitvoeringsmiddelen voor rijk en medeoverheden voor de doorontwikkeling van kernenergie, • Tijdelijke lastenverlaging voor huishoudens (energiebelasting) van € 200 miljoen per jaar wordt omgezet naar een structurele verlaging van € 100 miljoen per jaar. • Dat € 197 miljoen wordt toegekend voor gebiedsinvesteringen in regio’s waar veel hoogspanningsprojecten samen komen.
Verder wordt er voortgebouwd op beleid dat al in gang was gezet met verschillende toekenningen en overhevelingen, zoals: • Uitbreiding expertpools (vliegende brigades) om gemeenten te ondersteunen op ruimtelijke procedures en netinfrastructuurprojecten (totaal € 22,5 miljoen voor 2026-2030). • € 195 miljoen voor WarmtelinQ, € 174,5 miljoen voor de Garantieregeling warmtenetten (in plaats van Waarborgfonds) en € 224 miljoen voor de Nationale Deelneming Warmte. • € 793,5 miljoen aan ISDE-subsidie voor verduurzaming en isolatie van woningen, en € 368,6 miljoen voor de stimulering van hybride warmtepompen in bestaande bouw. • Toekenning en handhaving van € 175 miljoen aan budget voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. De stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) wordt niet verlengd en de vervangende regeling (SWIK) wordt een jaar uitgesteld. Voor 2026 worden geen middelen beschikbaar gesteld voor de lokale aanpak vanuit het Nationaal Isolatieprogramma. Aanvullend wordt het budget voor de warmtenetinvesteringssubsidie (WIS) cumulatief met € 200 miljoen naar beneden bijgesteld vanwege een lagere doelstelling. Na 2025 verdwijnen de incidentele middelen uit het Klimaatfonds voor regionale energieinfrastructuur.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet legt sterk de focus op grootschalige opwek- en nationale infrastructuur en heeft minder oog voor de lokale uitvoeringspraktijk. Gemeenten krijgen minder capaciteit hun energie en projecten te realiseren. Met het beëindigen van de regeling voor de lokale aanpak isolatie verliezen gemeenten een belangrijk instrument om kwetsbare huishoudens te ondersteunen bij het tegengaan van energiearmoede. Ook dreigen isolatiemaatregelen stil te vallen door het ontbreken van financiële middelen voor soortenbescherming. De middelen voor maatschappelijk vastgoed lijken onvoldoende om de volledige opgave te realiseren. De stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) wordt niet opgevolgd; dit maakt veel nieuwe warmtenetten mogelijk onhaalbaar.
26
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Uitvoeringsmiddelen Wat wil het kabinet? Het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie, het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie en het Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren worden samengevoegd in één nieuw programma met de naam: Nationaal Programma Energie Systeem. Ook de budgetten van ongeveer € 14 miljoen per jaar tot 2030 worden samengevoegd. De uitvoering en bekostiging van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur tot en met 2030 wordt voortgezet. Hiervoor wordt € 38 miljoen beschikbaar gesteld aan de mobiliteitsregio’s vanuit de Capaciteit decentrale overheden voor klimaat-en energiebeleid (CDOKE) middelen. Deze specifieke uitkering CDOKE loopt af en wordt overgeheveld naar een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds. In 2026 wordt € 666 miljoen overgeheveld. Maar de CDOKE-middelen voor de periode 2027 tot 2030 voor gemeenten worden later overgeheveld. Wat betekent dit voor gemeenten? De belangrijkste zaken op een rij: • Met de voorzetting van de nationale programma’s onder het Nationale Programma Energie Systeem blijven belangrijke samenwerkingsverbanden binnen de regio, en de ondersteuning daaruit voor de uitvoering in stand. Gevolg is dat de kloof tussen gemeentelijke klimaat- en energietaken en de beschikbare middelen oploopt tot circa € 400 miljoen per jaar.
• Gemeenten blijven beschikken over de toegezegde uitvoeringsmiddelen (CDOKE), met een minimale indexatie van € 5 miljoen. Het bedrag van € 666 miljoen in 2026 betreft zowel basisfinanciering als planfinanciering. De planfinanciering die in 2025 is aangevraagd wordt nog in de verdeelsleutel verwerkt. • Hoewel de minister middelen voor gemeenten tot 2030 heeft toegezegd, zorgt het besluit om deze in 2027-2030 nog niet over te hevelen voor minder zekerheid bij gemeenten. Dit botst met de wens van gemeenten om stabiele en structurele financiering van klimaat- en energieopgaven te hebben. • De voortzetting van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur en de Regionale Aanpak Laadinfrastructuurbekostiging tot 2030 borgt de uitvoering van de laadinfrastructuur op langere termijn maar worden indirect door gemeenten zelf betaald uit eerder toegekende middelen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
27
9 Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Stikstof Wat wil het kabinet? Dit begrotingshoofdstuk richt zich vooral op ‘het reduceren van stikstofuitstoot en het bieden van meer perspectief voor boeren en tuinders’. Er wordt € 2,6 miljard incidenteel en € 287,5 miljoen structureel extra uitgetrokken voor een vervolgpakket om Nederland van het stikstofslot te halen. Dit geld gaat onder meer naar doelsturing, innovaties en natuurmaatregelen. Het kabinet zit op een juridisch spoor met het vergunningenstelsel en maatregelen die stikstofuitstoot verminderen en natuurherstel bevorderen. Naast de begroting presenteert het kabinet de stikstof- en natuurplannen in de brief ‘vervolgpakket Nederland van het slot’. Het kabinet wil o.a. een rekenkundige ondergrens invoeren, natuurdoelanalyses verbeteren en via gewijzigde wetgeving juridisch ruimte creëren voor vergunningverlening. Voor de periode van 2025-2030 wordt cumulatief begroot op € 1,6 miljard voor vrijwillige beëindiging, sturen op het behalen van de stikstofdoelen in plaats van maatregelen, minder melkvee per hectare en natuurherstel. Daarnaast wordt € 600 miljoen vrijgemaakt voor een regionale maatwerkaanpak voor de Veluwe en de Peel voor de komende twee jaar. Met aanvullende structurele gelden van in totaal € 1,1 miljard tussen 2026 en 2030 zet het kabinet extra in op agrarisch natuurbeheer voor natuurherstel.
Wat betekent dit voor gemeenten? De plannen van het kabinet zijn met name op het vlak van juridische borging nog niet uitgewerkt. Gemeenten kunnen geen vergunningen verlenen en daarmee woning-, energie- en infrastructuurprojecten doorgang laten vinden. De VNG-inzet is er sterk op gericht, Nederland zo spoedig mogelijk van het slot te krijgen. Wij blijven oproepen om over het stikstofplan, dat door onder andere de provincies, gemeenten, waterschappen en LTO is gepresenteerd, in gesprek te gaan.
Natuur Wat wil het kabinet? Het kabinet zet extra middelen in voor natuurherstel om verslechtering van de natuur tegen te gaan in gebieden waar dit het hardst nodig is. Daarbij werkt het kabinet verder aan het opstellen van een conceptNatuurplan, voortkomend uit de EU-Natuurherstelverordening. Hiervoor is € 13,6 miljoen geraamd in 2026. Vanwege de stikstofproblematiek heeft de minister extra gelden vrijgemaakt voor natuurherstelmaatregelen. Daarnaast werkt het ministerie aan preventie, vroege detectie en verwijdering van invasieve exoten uit het milieu. Hiervoor is € 4,6 miljoen geraamd, wat voor een groot deel overgedragen wordt aan provincies. De stopzetting van de structurele financiering van het programma Nationale Parken, aangekondigd in de Voorjaarsnota 2025, is teruggedraaid. Hiervoor is € 23,7 miljoen beschikbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Net als emissiereductie is natuurherstel een speerpunt om Nederland weer van het slot te krijgen, en op decentraal niveau zal gekeken moeten worden naar natuurherstelmaatregelen in gebiedsontwikkeling. Het kabinet wil voor 1 september 2026 meer duidelijkheid bieden over de verantwoordelijkheden van gemeenten op het thema natuur. De hiervoor gereserveerde middelen zijn echter niet geoormerkt voor gemeenten.
28
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Gewasbescherming Wat wil het kabinet? Voor naleving van gebruiksvoorschriften is € 25 miljoen beschikbaar gesteld. Ook wordt vervolg gegeven aan het meerjarige gezondheidsonderzoek naar de blootstelling van omwonenden aan gewasbeschermingsmiddelen en naar het verband tussen glyfosaat en Parkinson, waarvoor € 6,4 miljoen beschikbaar is. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten lopen nu tegen grenzen aan bij het voldoen aan hun zorgplicht. Dit leidt tot veel polarisatie in landelijke gemeenten, en kaders vanuit het Rijk zijn nodig voor gemeenten om hun rol te kunnen pakken. De inzet op certificeringssystematiek en het ondersteunen van innovatie van biologische en laag-risico middelen, kan op de langere termijn positieve effecten opleveren. Gemeentelijke besluitvorming heeft bovendien baat bij een gedegen feitelijke basis.
Gebiedsgerichte aanpak Wat wil het kabinet? Het kabinet wil met de medeoverheden werken aan de opgave om een leefbaar landelijk gebied te realiseren, met oog voor de kracht van de regio’s, zoals bijvoorbeeld in de regionale maatwerkaanpak voor de Peel en de Veluwe. Daar is € 600 miljoen voor beschikbaar. Dit is verbonden met de uitvoering van ‘Ruimte voor Landbouw en Natuur’ waaraan het kabinet in 2026 verder werkt, met urgente en meervoudige opgaven voor gebieden en boerenerven. Het kabinet wil dit versnellen. Wat betekent dit voor gemeenten? Veel gemeenten lopen nog steeds aan tegen de gevolgen van het wegvallen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Ruimte voor Landbouw en Natuur biedt slechts een beperkte stap vooruit, met extra rijksinzet bij enkele lopende gebiedsprocessen. Zonder budget kunnen gemeenten de combinatie van stikstofreductie, natuurherstel én sociaaleconomisch perspectief niet bieden.
EU-landbouwbeleid Wat wil het kabinet? De minister van LVVN besteedt, conform het lopende Nationaal Strategisch Plan voor het EUlandbouwbeleid, extra aandacht aan jonge landbouwers. Hiervoor is geld vrijgemaakt om specifieke ondersteuning te bieden in de fase van het overnemen of starten van een bedrijf. Er is € 50 miljoen gereserveerd om boeren te belonen voor hun inspanningen op het gebied van ecosysteemdiensten. De minister bereidt zich voor op het nieuwe EU-landbouwbeleid met voorstellen om regelgeving te vereenvoudigen. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten biedt het EU-landbouwbeleid handvatten om richting te geven aan integrale gebiedsontwikkeling. Aanvullende beschikbare gelden helpen bij lokale ruimtelijke puzzels.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
29
10 Sociale Zaken en Werkgelegenheid Compensatie voor medewerkers in sociaal ontwikkelbedrijven Wat wil het kabinet? Het kabinet compenseert alle medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven voor de negatieve gevolgen van belastingmaatregelen over 2025. Via het amendement Van Kent komt dit jaar € 40 miljoen beschikbaar. Alle medewerkers die vallen onder de cao Aan de Slag en cao SW krijgen hetzelfde bedrag uitgekeerd. De individuele compensatie is circa € 444 bruto voor heel 2025. Naar verwachting kan dit op zijn vroegst in november 2025 worden uitgekeerd aan de mensen die op dat moment een actief dienstverband hebben. Ook voor de periode 2026-2028 reserveert het kabinet geld voor tegemoetkoming. Iedere medewerker die valt onder de cao Aan de Slag of cao SW, krijgt in die periode circa € 23 bruto per maand. Wat betekent dit voor gemeenten? Het rijk werkt nog aan de details van de uitvoering van de compensatie in 2025 en die over de periode 2026-2028. Het is al wel duidelijk dat de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband het geld via een decentralisatie-uitkering (DU) ontvangt. Die gemeente keert het uit aan het sociaal ontwikkelbedrijf en die keert het uit aan de medewerkers. Gemeenten krijgen de DU waarschijnlijk in december 2025. Dit sluit aan bij de uitkering van het impulsbudget sociale infrastructuur.
Voor 2025 wordt in de DU ook rekening gehouden met beperkte uitvoeringslasten. Deze compensatie valt buiten de reguliere pensioenopbouw. Uiterlijk half oktober volgt meer informatie over de praktische uitvoering, waaronder een stappenplan.
Werkzekerheid – overig Wat wil het kabinet? Met uitzondering van bovengenoemde compensatie voor medewerkers in de sociaal ontwikkelbedrijven zet het kabinet geen verdere of nieuwe stappen rond werkzekerheid. Wel zijn een aantal eerder aangekondigde investeringen nu opgenomen in de Miljoenennota. Voor de sociale infrastructuur betreft dit de ophoging van de rijksbijdrage voor beschut werk, investeringen in de toekomstbestendigheid (impulsbudget) en de beoogde invoering van een forfaitaire loonkostensubsidie voor beschut werk. Ook worden de benodigde middelen overgeheveld naar het gemeentefonds, ter ondersteuning van de samenwerking van gemeenten, UWV, sociale partners, SBB en het onderwijs. In het Werkcentrum werken zij samen aan dienstverlening aan werkgevers, werkenden en werkzoekenden. In het verlengde zijn middelen opgenomen voor uitvoering van de Wet Van school naar duurzaam werk en de Individuele Plaatsing en Steuntrajecten (IPS-regeling). Pas na verdere planvorming komen mogelijk aanvullende middelen beschikbaar voor de Banenafspraak. De activiteiten in het Werkcentrum hangen samen met human capital, de arbeidsmarktkrapte en raken aan de bredere economische agenda van Nederland. De ambities van het kabinet en de impact op gemeenten staan in hoofdstuk 7 Economische Zaken.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn gebaat bij enige rust en voorspelbaarheid, om druk op de uitvoering te voorkomen. Toch zijn de ambities onverminderd groot omdat te veel mensen aan de kant staan en een groeiend aantal werkgevers wil werken aan inclusief werkgeverschap. Om die reden zetten we een stap naar voren op de Top Bestaanszeker Nederland en staan wij klaar voor het huidige en volgende kabinet.
30
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Vroegsignalering schulden Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat verder met het voorkomen en aanpakken van schulden. In de voorjaarsbesluitvorming 2025 is de structurele dekking weggevallen van de (uitvoerings-)kosten van de verschillende maatregelen uit het basispakket IBO Problematische schulden. De middelen voor problematische schulden waren beoogd voor gemeentelijk schuldenbeleid (vroegsignalering), een integraal schuldenoverzicht voor huishoudens, één overheidsincasso en het voorkomen van kostenoploop boetes. Door de voorjaarsbesluitvorming is er geen sprake meer van structureel budget voor dit maatregelenpakket. De reeks loopt tot 2029. Gemeenten krijgen middelen voor vroegsignalering van schulden. In de Rijksbegroting staat geen correctie voor het weggevallen van de structurele dekking. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten blijft onduidelijkheid bestaan over het herstel van de structurele financiering voor deze wettelijke taak. Gemeenten kunnen hun verwachtingen op vroegsignalering richting inwoners en ketenpartners namelijk alleen waarmaken als er structureel perspectief geboden wordt. Onze inzet blijft kortom onverminderd gericht op een sterke, toekomstbestendige uitvoering van vroegsignalering.
Gemeenten en de schuldhulpverlenende organisaties hebben daarvoor duidelijkheid, en financiële zekerheid nodig om inwoners met financiële zorgen tijdig en effectief te kunnen ondersteunen.
Armoedebeleid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil stappen zetten om landelijke regels eenvoudiger te maken en zo het armoedebeleid te verbeteren. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG is in gesprek hierover met het ministerie van SZW, Divosa en gemeenten. De VNG is samen met Divosa gestart met een onderzoek onder gemeenten om na te gaan hoe de gemeentelijke dienstverlening binnen het armoedebeleid toegankelijker, effectiever en toekomstbestendiger kan. We streven naar een breed gedragen visie over hoe de armoededienstverlening zo georganiseerd kan worden dat de dienstverlening naar inwoners toegankelijk is en echt impact heeft. Gemeenten vinden het belangrijk dat het rijk zijn verantwoordelijkheid pakt om de landelijke basis op orde te brengen zodat inwoners minder afhankelijk zijn van de gemeentelijke regelingen. In het najaar informeren we u over de uitkomsten van de verkenning.
Vereenvoudiging inkomensondersteuning Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt ook in 2026 aan een zekerder en begrijpelijker stelsel van inkomensondersteuning waarin (meer) werken loont. Het kabinet streeft ernaar volgend jaar het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening in werking te laten treden om het niet-gebruik van bepaalde uitkeringen en andere sociale voorzieningen tegen te gaan. Daarnaast werkt het kabinet aan een oplossing voor de ongewenste keteneffecten die nabetalingen van overheidsuitkeringen kunnen hebben. Ook werkt het kabinet aan het verminderen van drempels tot arbeidsparticipatie. De Banenafspraak wordt verbeterd. Hier speelt ook het efficiënter gebruiken van beschikbare gegevens een grote rol. Het kabinet maakt (cumulatief tot en met 2030) € 4,8 miljoen vrij voor ‘keteneffecten bij nabetalingen’. Deze mutatie betreft de effecten op de huurtoeslag. Nabetalingen over uitkeringen kunnen immers leiden tot een piekinkomen in het jaar van de nabetaling. Dit piekinkomen kan vervolgens zorgen voor lagere inkomensafhankelijke inkomensondersteuning en (hogere) terugvorderingen. Om deze ongewenste keteneffecten te verhelpen, worden nabetalingen vanaf 2028 niet langer meegenomen in het toetsingsinkomen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
31
Wat betekent dit voor gemeenten? Vanuit de lokale praktijk zien gemeenten dagelijks dat inwoners moeite hebben de weg te vinden in het complexe stelsel. Daarom is het essentieel dat eenvoud, uitvoerbaarheid en de werkelijkheid van inwoners centraal staan. Bovendien moet het toekomstige stelsel van bestaanszekerheid beter inspelen op de demografische ontwikkelingen, zoals de vergrijzing, die de druk op voorzieningen alleen maar verder zal vergroten. Door toekomstvarianten voor toeslagen en fiscaliteit met gemeenten uit te werken kan een beter uitvoerbaar stelsel gemaakt worden. In de hervormingsagenda staat dat het huidige sociaal minimum toereikend is. Wij zien in de praktijk dat de concrete stappen richting eenvoud en bestaanszekerheid te beperkt zijn. Samen met ministeries, gemeenten en publieke dienstverleners willen we de hervormingsagenda verder vormgeven en zorgen dat politiek, beleid en uitvoering hand in hand gaan. Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening kan de gegevensdeling tussen gemeenten, UWV en SVB mogelijk maken. Zo worden mensen bereikt die mogelijk rechten hebben en nu nog geen gebruik maken van regelingen. Dit zal in eerste instantie gelden voor de Toeslagenwet, AIO en de Wajong en helaas nog niet voor partijen als de Belastingdienst, Toeslagen en DUO.