CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-147 Bijlage 3. Ingekomen stukken commissie AB

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (25-147 MZ/RM/AB)34.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

In de voorjaarsnota 2024 zijn middelen vrijgemaakt om de verwachte (lichte) toename van het aantal verstrekkingen vanuit de algemene bijstand te financieren. De VNG zal gemeenten de komende jaren ondersteunen bij de implementatie van de wet, in samenwerking met partners.

Verbeteren Toeslagenstelsel Wat wil het kabinet? Het kabinet brengt per 2026 een groot aantal verbeteringen in het huidige toeslagenstelsel aan. Inwoners verliezen niet langer toeslagen vanwege een toeslagpartner die door omstandigheden niet bij het gezin kan zijn, en inwoners krijgen vier maanden langer de tijd om toeslagen aan te vragen. Toeslagen worden bij bepaalde overheidsbeslissingen niet langer met terugwerkende kracht aangepast, de verzuimboete wordt afgeschaft omdat mensen het recht hebben om zich te vergissen, en de rente op terugvorderingen en nabetalingen van toeslagen wordt afgeschaft. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet het toeslagpartnerschap per 2027 door het criterium samengestelde gezinnen af te schaffen. Wat betekent dit voor gemeenten? De eerste verbeteringen in het huidige stelsel lijken positief uit te pakken voor gemeenten.

Participatiewet in balans Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de ervaren hardheden in de Participatiewet wegnemen door vertrouwen en menselijke maat te verankeren in de Participatiewet en door de uitvoering van ervan eenvoudiger te maken. Het wetsvoorstel “Participatiewet in balans” is aangenomen in de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel bevat de eerste 23 wijzigingen. De implementatie van de aangepaste regelgeving wordt voorbereid voor de inwerkingtreding in 2026. Daarnaast onderzoekt het kabinet de opties voor een fundamentele herziening van de Participatiewet en werkt zij aan het versterken van de vakkundigheid in de uitvoering door gemeenten. Met het wetsvoorstel ‘Handhaving sociale zekerheid’ wordt de handhaving herzien, zodat mensen de zekerheid krijgen dat kleine foutjes niet tot grote gevolgen leiden. Tot slot is het de ambitie om verschillende inkomensondersteunende regelingen binnen de Participatiewet waar mogelijk te harmoniseren en verschillen te verkleinen. Er komt een wetsvoorstel ‘Modernisering grondslagen gegevensverwerking’ dat beoogt om de SUWI-wet voor inwoners toegankelijker te maken. Het kabinet verkent wat de gevolgen van aanpassing of afschaffing van de kostendelersnorm zijn en het effect op woningdelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Er komt veel op de gemeentelijke uitvoering af.

De implementatie van de 23 wijzigingen vanuit het wetsvoorstel ‘Participatiewet in Balans’ verloopt gefaseerd en ook wordt het mogelijk om de individuele inkomenstoeslag ambtshalve te verstrekken. De meer fundamentele herziening van de Participatiewet in balans en de vereenvoudiging van wetgeving zullen op lange termijn beslag krijgen en worden met gemeenten verder uitgewerkt. Het ministerie van SZW

32

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

komt op de korte termijn met de harmonisering van de definities voor inkomen, vermogen en partnerschap in verschillende wetten.

Uitbreiding vangnet Participatiewet (BUIG) Wat wil het kabinet? Binnen de financieringssystematiek van de Participatiewet is een vangnet ingericht voor gemeenten die grote tekorten realiseren op het budget voor bijstand en loonkostensubsidies. Enkele gemeenten realiseren echter meerdere jaren achter elkaar tekorten op het budget, wat leidt tot toenemende financiële druk. Met ingang van 1 januari 2026 verlaagt het kabinet voor deze gemeenten in twee stappen het eigen risico. Wat betekent dit voor gemeenten? Het vangnet blijft gefinancierd vanuit het macrobudget voor bijstand en loonkostensubsidies. Vanaf 1 januari 2026 wordt een uitgebreider vangnet ingericht voor een beperkt aantal gemeenten met meerjarige tekorten van 5% of hoger.

Uitvoering Participatiewet, uitstel WW-duurverkorting en taaleis Wat wil het kabinet? Groei van de uitgaven voor de bijstand is begroot: van € 7,9 miljard in 2026 oplopend tot € 8,6 miljard in 2030, onder meer door een verwachte geleidelijke toename van de werkloosheid in de komende jaren. De verkorting van de maximale duur van de WW en loongerelateerde WGA-uitkering van 24 naar 18 maanden is uitgesteld naar 2028. Het kabinet maakt vanaf 2027 extra middelen vrij voor taalonderwijs aan mensen in de bijstand die het vereiste taalniveau nog niet halen. Met gemeenten wordt gewerkt aan een effectieve uitvoering en handhaving van de taaleis. Ook bekijkt het rijk met gemeenten wat een goede manier is om mensen met taalonderwijs te ondersteunen. Uit de praktijk en uit eerder onderzoek blijkt dat gemeenten terughoudend zijn in het opleggen van maatregelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zich voorbereiden op een groei van het aantal bijstandsaanvragen de komende jaren en voldoende capaciteit hebben om de Participatiewet uit te voeren.

Arbeidsongeschiktheid Wat wil het kabinet? Het rijk streeft naar vereenvoudiging van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. ‘Praktisch beoordelen’ wordt bevorderd en het advies van de bedrijfsarts wordt leidend bij de toetsing van het reintegratieverslag. Daarnaast werkt het rijk aan een fundamentele stelselherziening om de complexiteit van het stelsel te reduceren. Ook voert het rijk een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) uit over het stelsel voor zieke en arbeidsongeschikte werknemers (WIA). Het rapport wordt dit najaar verwacht. Daarnaast komt er een basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen (BAZ) om de bestaanszekerheid van deze groep te versterken. Het wetsvoorstel ligt nu voor advisering bij de Raad van State. In 2026 start een wetstraject om de Inkomensvoorziening oudere en arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) per 1 januari 2028 af te sluiten voor nieuwe instroom. Wat betekent dit voor gemeenten? Op korte termijn zijn er geen gevolgen voor gemeenten van de wijzigingen bij UWV. Of er op lange termijn gevolgen zijn moet nog blijken.

Financiering voor afgewezen Wajong-aanvragen Wat wil het kabinet? Het kabinet stelt voor de periode 2026-2028 middelen beschikbaar voor jeugdbegeleiders en -coaches en voor het opzetten van arbeidsontwikkelplekken voor mensen bij wie de Wajong-aanvraag is afgewezen omdat het UWV niet kan vaststellen dat zij duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. In 2027 ontvangen gemeenten € 4 miljoen oplopend naar € 8, € 13 en € 17 miljoen in de opvolgende jaren.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

33

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen er budget bij om de genoemde mensen in de Participatiewet te ondersteunen bij het ontwikkelen van arbeidsvermogen.

Weerbaarheid: continuïteit socialezekerheidsuitkeringen in tijden van crisis Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt een plan uit om de continuïteit van socialezekerheidsuitkeringen te verzekeren in geval van crisis. Dat doet het kabinet met UWV, de SVB en het gemeentelijk domein door te onderzoeken of instanties waar nodig elkaars taken kunnen overnemen. Ook onderzoeken ze welke praktische en juridische kaders nodig zijn om uitkeringen in crisisomstandigheden goed en tijdig bij inwoners te krijgen. Wat betekent dit voor gemeenten? Na het onderzoek en verdere besluitvorming zijn gemeenten in staat om ook in tijden van crises inwoners van een uitkering te voorzien. De verder impact moet nog blijken.

Arbeidsmarkt Wat wil het kabinet? Vanuit diverse wetsvoorstellen uit het arbeidsmarktpakket - waaronder de wetsvoorstellen Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) en Meer zekerheid flexwerkers - wordt geprobeerd schijnzelfstandigheid tegen te gaan en werknemers meer zekerheid te bieden. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden in hun rol als werkgever ook geconfronteerd met de nieuwe wettelijke regelingen. Dat kan spanningen opleveren, bijvoorbeeld andere ten aanzien van de inhuur van externen vanwege de aanhoudende arbeidsmarktkrapte.

Permanente RVU-drempelvrijstelling Wat wil het kabinet? De drempelvrijstelling voor de Regelingen voor Vervroegde Uittreding (RVU) wordt structureel gemaakt en gericht op werknemers met een zwaar beroep. De huidige drempelvrijstelling wordt voor knellende situaties verhoogd met € 300 bruto per maand. Dit volgt op het eerdere voornemen uit het akkoord ‘Gezond naar pensioen’ tussen kabinet en sociale partners. Om de kosten te dekken, verhoogt het kabinet het tarief dat werkgevers betalen voor RVU-regelingen die vallen buiten de wettelijke vrijstelling en de extra RVU-uitkering boven het vrijgestelde bedrag. Deze strafheffing wordt verhoogd van 52% naar 57,7% in 2026, 64% in 2027 en vanaf 2028 geldt een tarief van 65%. Het gebruik van de drempelvrijstelling wordt met ingang van 2028 jaarlijks gemonitord en driejaarlijks geëvalueerd. Wat betekent dit voor gemeenten? In de cao Gemeenten en de cao SGO hebben partijen afgesproken een RVU-regeling voor zware beroepen te maken. Die regeling biedt werknemers met een zwaar beroep de mogelijkheid om 2 jaar voor de AOWdatum te stoppen. De regeling moet 1 januari 2026 ingaan en zal extern getoetst worden door TNO. Cao-partijen voeren momenteel het onderzoek naar zware beroepen uit. Volgens de cao-afspraak is de deadline 1 november 2025.

Versterken cao-stelsel Wat wil het kabinet? Het kabinet verkent de mogelijkheden om het cao-stelsel te versterken verder. Zij kijkt onder andere naar het verbeteren van de organisatiegraad van werknemers- en werkgeversorganisaties, van het avv- en dispensatiebeleid en van de cao-dekkingsgraad.

34

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Wat betekent dit voor gemeenten? Het cao-stelsel en het stelsel voor algemeen verbindend verklaren zijn belangrijk voor de bevordering van evenwichtige arbeidsverhoudingen. De gevolgen van de plannen om het cao-stelsel te versterken moeten nog blijken.

Uitstel WW-duur verkorting en uitstel re-integratie tweede spoor Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft de ingangsdatum van het wetsvoorstel voor de verkorting van de maximale WW-duur aangepast naar 1 januari 2028, omdat de oorspronkelijke ingangsdatum in 2027 niet uitvoerbaar is voor het UWV. Ook het wetsvoorstel Re-integratie tweede spoor is met twee jaar uitgesteld naar 1 januari 2030 vanwege de toenemende achterstanden bij het sociaal-medisch beoordelen (SMB) en de extra uitvoeringscapaciteit die dit wetsvoorstel van het UWV vraagt. Wat betekent dit voor gemeenten? De gemeentelijke werkgever is verplicht eigenrisicodrager voor de WW. Als eigenrisicodrager is een gemeente zelf verantwoordelijk voor de kosten en re-integratie van ex-werknemers die werkloos worden. Op dit moment wordt de WW aangevuld door uitkeringen uit de cao Gemeenten en cao SGO. Als de WW-duur wordt verkort, dan heeft dat financiële gevolgen voor gemeentelijke werkgevers. Het uitstel is een positief punt, omdat gemeenten nog niet te maken krijgen met deze kostenpost. Het uitstel van het wetsvoorstel Re-integratie tweede spoor is vooral belangrijk vanwege een andere invulling van het re-integratieproces van zieke werknemers. Denk hierbij aan de communicatie naar zowel het UWV als de zieke werknemer.

Vanwege het omvangscriterium is deze wijziging maar op een beperkte groep gemeenten en SGO leden van toepassing.

Vervroegde invoering re-integratieverslagtoets (RIV-toets) Wat wil het kabinet? Het kabinet wil het invoeren van de re-integratieverslagtoets (RIV-toets) vervroegen. De ingangsdatum van 1 januari 2028 zal gelden voor alle ziekmeldingen, dus inclusief medewerkers die langere tijd ziek zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Ondanks dat het wetsvoorstel per 2028 ingaat, heeft het twee jaar eerder al effect voor gemeenten: de toets zal in de praktijk effectief twee jaar eerder plaatsvinden en helpt het UWV om achterstanden bij sociaal-medische beoordelingen te verminderen. Gemeenten doen er goed aan er rekening mee te houden dat ook medewerkers die al langere tijd ziek zijn (en al een WIA-aanvraag hebben gedaan), alsnog een RIV-toets kunnen krijgen.

WW beëindigen op eigen initiatief Wat wil het kabinet? Het kabinet maakt het voor WW-gerechtigden tijdelijk makkelijker om op eigen verzoek door UWV de WW-uitkering te laten beëindigen. Er vindt dan tijdelijk geen beoordeling meer plaats door UWV op de geldende voorwaarden voor het stopzetten van een WW-uitkering. Dit is onderdeel van een aantal tijdelijke maatregelen, waardoor het UWV capaciteit kan inzetten voor de hersteloperatie van de WIA. Wat betekent dit voor gemeenten? De gemeenten zijn verplicht eigenrisicodrager voor de WW. De bovenwettelijke uitkeringen uit de Cao gemeenten en cao SGO zijn gekoppeld aan het ontvangen of recht hebben op een WW-uitkering. Daarom is het zaak dat bij een situatie waarin de werknemer de WW-uitkering vrijwillig stopzet, ook goed wordt gekeken naar de daaraan gekoppelde bovenwettelijke uitkeringen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

35

Gezond en veilig werken Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft inzetten op gezond en veilig werken, en werkt actief aan beleid op meerdere thema’s uit de Arbovisie 2040. Het doel is nul doden en fors minder ongevallen en zieken door werk. Het kabinet wil dit bereiken door onder andere de beschikbaarheid en kwaliteit van RI&E’s te verbeteren en Arbo-regelgeving werkbaarder te maken. Wat betekent dit voor gemeenten? Met deze maatregelen neemt hopelijk de regeldruk voor werkgevers af, en wordt Arbo-regelgeving makkelijker uitvoerbaar.

Pensioenen Wat wil het kabinet? Het kabinet geeft aan een zorgvuldige overgang naar het nieuwe pensioenstelsel van belang te vinden. De eerste pensioenfondsen zijn in 2025 overgegaan naar de nieuwe pensioenregelingen en in 2026 zullen hier meer bijkomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt bouwen pensioen op bij Pensioenfonds PWRI. Dit Pensioenfonds is als een van de eerste fondsen die per 2025 succesvol is overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel. Daarnaast is het pensioen voor wethouders geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Momenteel is dit begroting gefinancierd bij de gemeente zelf, maar het plan is om per 2028 ook dit pensioen onder te brengen in het nieuwe pensioenstelsel door het onder te brengen bij ABP.

Bestaanszekerheid op Bonaire, Saba en Sint Eustatius Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2025 diverse koopkrachtmaatregelen getroffen om Caribisch Nederland te ondersteunen op het gebied van bestaanszekerheid. De verschillende mutaties zijn nu verwerkt in de begrotingen, waarmee ze structureel zijn geborgd. Het pakket met maatregelen is gericht op het versterken van de koopkracht voor zowel ouders, minima- en middeninkomens. Het gaat om incidentele maatregelen op het terrein van de energietoelage, telecomsubsidie voor internetaansluitingen, verlaging van de drinkwatertarieven en aanvullende subsidie voor elektra. De Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland heeft vastgesteld dat huishoudens met kinderen structureel het meeste geld tekortkomen. Op advies van de Commissie verkent het ministerie van SZW momenteel de mogelijkheden voor een inkomensafhankelijke tegemoetkoming voor ouders. Ook past het kabinet de normbedragen en de uitwonende beurs voor de studiefinanciering aan, middels het Wetsvoorstel studiefinanciering CN. Het kabinet kondigt verder een verlofregeling aan voor begeleiders bij medische uitzending. Wat betekent dit voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius? Deze maatregelen verbeteren de bestaanszekerheid op Bonaire, Saba en Sint Eustatius.

De verschillende maatschappelijke uitdagingen op de eilanden maken dat er continu gewerkt moet worden aan extra stappen om de bestaanszekerheid te verhogen.

36

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11 Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jeugdzorg Wat wil het kabinet? Het kabinet compenseert de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het rijk. Die kunnen ze inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de jeugdhulp volgens de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams. Ook is er aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en een integrale aanpak van het sociaal domein. Wat betekent dit voor gemeenten? Met het toekennen van deze middelen doet het kabinet wat het in april 2025 heeft beloofd. De middelen worden in het jaar 2025 toegevoegd aan de Algemene Uitkering van de gemeentebegroting. Dit is een belangrijke stap in het vertrouwen en samenwerking tussen rijk en gemeenten. Een rechtszaak is daarmee van de baan. De incidentele bijdrage kan gebruikt worden om de jeugdzorgkosten voor 2026 en 2027 te dekken of voor de te realiseren besparingen in de toekomst (zoals de VNG in het begrotingsadvies van juni schreef). Gemeenten kunnen zich richten op de transformatie van de jeugdzorg en het uitvoeren van de afspraken naar aanleiding van de Voorjaarsnota. Beide partijen blijven in gesprek over een evenwichtige verdeling van ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht.

Toekomstscenario Kind en gezinsbescherming Wat wil het kabinet? Het kabinet noemt het Toekomstscenario zowel in de begroting van J&V als VWS. Het ministerie van J&V spreekt van verbetering en vereenvoudiging van het stelsel. Het ministerie van VWS spreekt over integrale ondersteuning door lokale teams, het doorbreken van het estafettemodel en de vier pijlers uit het ambitiedocument Toekomstscenario. Beide ministeries ramen geen extra middelen. Voor de versterking aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling werkt het ministerie van VWS in 2026 aan hernieuwde inzet op deskundigheidsbevordering voor het gebruik van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Wat betekent dit voor gemeenten? Er zijn geen wijzigingen ten opzichte van het bericht van 14 juli 2025 waarin de ministeries meldden koers te houden op zowel het eindbeeld van het Toekomstscenario als de ontwikkelrichting. In het najaar is een veranderstrategie op hoofdlijnen beschikbaar.

Personen met verward en onbegrepen gedrag Wat wil het kabinet? In de begroting van BZK, J&V en VWS wordt ingegaan op de aanpak van personen met verward en onbegrepen gedrag. Er worden geen nieuwe maatregelen genoemd. Alleen de VWS-begroting bevat concrete bedragen voor de aanpak, te weten € 5,7 miljoen voor onder andere de levensloopaanpak. Wat betekent dit voor gemeenten? In de J&V-begroting staan diverse, al eerdergenoemde maatregelen gericht op het ontlasten van de politie op dit thema. Denk aan scherpere triage op de 112-meldkamer, de inzet van het Meldpunt Zorgwekkend Gedrag en verbeterde samenwerking tussen politie en zorgprofessionals op straat. Gemeenten ontvangen voor zorgtaken al onvoldoende middelen en maken zich zorgen over het gat dat hier ontstaat voor de zorg voor personen met onbegrepen gedrag.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

37

Vrouwenopvang Wat wil het kabinet? Door capaciteitsproblemen in de vrouwenopvang, ontstaan wachtlijsten en worden slachtoffers soms tijdelijk in hotels of vakantieparken ondergebracht. Het rijk wil deze problematiek oplossen en stelt vanaf 2026 structureel € 12 miljoen beschikbaar voor extra opvangplaatsen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten stemmen met het rijk af hoe de extra middelen worden verdeeld en welke afspraken erover worden gemaakt. Gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor het realiseren van voldoende opvangcapaciteit en het oplossen van knelpunten in doorstroom en uitstroom. Dit vraagt om nauwe samenwerking met lokale opvangorganisaties en een duidelijke visie op herstel en veiligheid voor slachtoffers.

Femicide Wat wil het kabinet? Het rijk zet in op het voorkomen van femicide, geweld waarbij vrouwen - vaak door (ex-)partners of familieleden - worden gedood. De ministeries van J&V en VWS willen vanaf 2026 eerder ingrijpen bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. J&V verbetert bestaande interventies, zoals het tijdelijk huisverbod en de strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld. Ook wordt gewerkt aan een bredere inzet van slachtofferdevices en extra aandacht voor de veiligheid van partners en kinderen binnen het familierecht. Daarnaast wordt de EU-richtlijn tegen geweld tegen vrouwen en internationale verdragen, zoals het verdrag van Istanbul, ook in Caribisch Nederland ingevoerd. Het ministerie van VWS richt zich op vroegtijdige herkenning van risicosignalen, verbetering van risicotaxatie en veiligheidsbeoordeling, en betere samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners. Veilig Thuis krijgt een centrale rol, met betere bereikbaarheid, toegankelijkheid en bekendheid van deze organisatie. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven een belangrijke rol houden bij het signaleren en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij worden actief betrokken bij de deskundigheid van professionals en verbeteren de samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners. Dit vraagt lokale inzet, kennis en capaciteit om vroegtijdig te kunnen handelen.

Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) Wat wil het kabinet? Het kabinet zet met AZWA de beweging van zorg naar gezondheid voort. Er zijn extra afspraken met zorgpartijen, gemeenten en het sociaal werk over preventie, gezondheid en arbeidsbesparing in de zorg. Voor 2026 tot en met 2028 is respectievelijk € 435 miljoen, € 451 miljoen en € 547 miljoen gereserveerd voor AZWA, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten willen de publieke gezondheid versterken, omdat dit bijdraagt aan zorg naar gezondheid. Zonder structurele financiering kunnen zij echter weinig vooruitgang boeken. Extra AZWA-middelen helpen tijdelijk, maar bieden geen structurele oplossing.

Staatscommissie zorgstelsel Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat in 2026 en 2027 aan de slag met de motie van het lid Krul c.s. over de invoering van een staatscommissie voor een toekomstbestendig en weerbaar zorgstelsel. Er is € 1 miljoen in 2026 en 2027 gereserveerd voor de uitvoering. Het kabinet benadrukt het belang van preventie.

38

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn een belangrijke partij in het zorgstelsel en worden betrokken bij de werkzaamheden van de staatscommissie. VNG en het ministerie van VWS starten gesprekken om gemeenten goed te laten vertegenwoordigen.

Publieke gezondheid Wat wil het kabinet? Middelen voor gezondheidsbeleid (€ 482 miljoen) en ziektepreventie (€ 452 miljoen) lopen af. Dit komt onder andere door de teruggedraaide intensivering op publieke gezondheid en aflopende incidentele middelen voor preventie. Enkele reparaties zijn gedaan voor pandemische paraatheid, maar de middelen daarvoor worden geleidelijk afgebouwd tot nul in 2029. Wat betekent dit voor gemeenten? Zonder structurele financiering kunnen gemeenten weinig vooruitgang boeken. Extra AZWA-middelen helpen tijdelijk, maar bieden geen structurele oplossing.

Mentale gezondheid en ggz Wat wil het kabinet? Het kabinet zet met het Actieprogramma mentale gezondheid en ggz in op het versterken van mentale veerkracht en het oplossen van knelpunten tussen stelsels. Het doel is een samenhangende aanpak van preventie, ondersteuning en zorg en een betere verbinding tussen het sociaal domein en de ggz. Binnen het AZWA komt een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten voor mensen met Ernstige Psychiatrische Aandoeningen (EPA). Het kabinet voert daarnaast de werkagenda ‘Een betekenisvol leven met een langdurige psychische aandoening’ uit, bijvoorbeeld om te voorkomen dat mensen met een ggz-Wlzindicatie in de daklozenopvang verblijven. Vanaf 2026 wordt structureel € 10 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds voor de wet integrale suïcidepreventie, die ingaat op 1 januari 2026 en moet bijdragen aan het verlagen van suïcides en suïcidepogingen. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten profiteren van een soepele samenwerking tussen stelsels, maar zolang de oplossingsrichtingen nog niet duidelijk zijn, is het lastig de impact volledig in te schatten. De ambities rondom laagdrempelige steunpunten en langdurige zorg voor mensen met een ernstige psychische aandoening zijn een voortzetting van huidig beleid. Gemeenten krijgen daarnaast de nieuwe taak om suïcidepreventiebeleid op te zetten.

Stichting 113 Zelfmoordpreventie biedt handvatten om suïcides te verminderen en lokale partijen hierbij te ondersteunen.

Financiering Wmo Wat wil het kabinet? Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volume- en een prijsdeel. Het volumedeel wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van acht jaar (t-9 t/m t-2), waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp in het lopende jaar. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt gekeken naar een passende geobjectiveerde indexering die rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend hierop is vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen gereserveerd, oplopend tot € 375 miljoen in 2030, als aanvullende indexering voor demografie. Wat betekent dit voor gemeenten? Voorafgaand aan de Voorjaarsnota 2024 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen de VNG en het rijk. Sindsdien is jaarlijks € 75 miljoen structureel toegevoegd, oplopend tot € 375 miljoen in 2030. De gesprekken over een andere financieringsvorm dan de algemene uitkering voor de Wmo lopen nog.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

39

Toekomst Wmo en Inkomens- en Vermogensafhankelijke Eigen Bijdrage (IVB) Wat wil het kabinet? Eind 2025 verschijnt het houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015, een gezamenlijk traject van gemeenten en het rijk. Dit onderzoek moet duidelijk maken hoe de wet functioneert en wat nodig is voor de toekomst. Vooruitlopend hierop werkt het rijk aan een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage, die per 1 januari 2027 moet ingaan. Dit leidt tot een structurele besparing van € 225 miljoen in het gemeentefonds vanaf 2027. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten steunen het onderzoek en de invoering van de eigen bijdrage. De VNG brengt na publicatie een beleidsreactie uit. Tegelijkertijd waarschuwen gemeenten dat de besparing van € 225 miljoen waarschijnlijk pas na verloop van tijd zal optreden. De VNG pleit daarom voor zorgvuldige monitoring, zodat niet te vroeg en ten onrechte een besparing wordt ingeboekt. Wonen en zorg voor ouderen Wat wil het kabinet? Het kabinet voert het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) uit. Voor 2026 omvat dit onder andere een staatscommissie voor het zorgstelsel, afspraken over mantelzorgondersteuning, versterking van samenwerking in zorg, voortzetting van reablement (bevorderen van de zelfredzaamheid), vereenvoudiging van extramurale zorg en afronding van een afwegingskader voor Wlz-zorg.

Daarnaast blijft de ambitie staan om in 2030 290.000 ouderenwoningen te realiseren. Het rijk verkent ook de invoering van moderne verzorgingshuizen, waarvoor € 470 miljoen structureel is gereserveerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten gaan mantelzorgondersteuning toegankelijker maken in samenwerking met zorgpartners. Het afwegingskader kan leiden tot een formele toegangstoets en meer Wlz-zorg thuis, wat extra kosten voor woningaanpassingen betekent. Hiervoor zijn middelen beschikbaar, oplopend tot € 30 miljoen in 2030. Gemeenten werken al aan geclusterde woonvormen, maar lopen tegen knelpunten in woningbouw en gebiedsontwikkeling aan. De toevoeging van moderne verzorgingshuizen kan een oplossing zijn voor kwetsbare ouderen, mits aan randvoorwaarden in de woningbouw, extra personeel en financiering, ook voor zorg en ondersteuning, wordt voldaan. Deze randvoorwaarden worden het komende half jaar verkend.

Integratie uitkering Beschermd Wonen Wat wil het kabinet? Het kabinet voegt vanaf 2026 structureel € 14,9 miljoen toe aan de Integratie Uitkering Beschermd wonen. Hiermee compenseert het rijk gemeenten voor volumegroei. De berekening sluit aan bij de accressystematiek en is gebaseerd op de groei van het BBP. Wat betekent dit voor gemeenten? De compensatie voor volumegroei is sinds 2024 aanzienlijk lager dan in de jaren daarvoor. Gemeenten moeten daardoor keuzes maken om hun begroting voor beschermd wonen en aanpalende vormen van Wmo ondersteuning, zoals maatschappelijke opvang en ambulante begeleiding rond te krijgen.

Specifieke Uitkering Regeling heroïnebehandeling Wat wil het kabinet? De SPUK-regeling heroïnebehandeling wordt vanaf 2026 omgezet naar een decentralisatie-uitkering van € 13,3 miljoen. Er gaat een korting van 10% af en de uitkering wordt niet geïndexeerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Zestien gemeenten ontvingen de SPUK tot 2025. Voor hen staat de uitvoering van heroïnebehandeling onder druk. Gemeenten hebben weinig mogelijkheden om de kosten te verlagen, omdat de behandeleenheden een beschikbaarheidsfunctie hebben. Sluiting of inperking van deze voorzieningen raakt de zorg voor langdurig opiaatverslaafden en kan de veiligheid van deze mensen en hun omgeving beïnvloeden.

40

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Gegevensuitwisseling Wat wil het kabinet? De zorgsector is onderdeel van de vitale infrastructuur van Nederland en wordt in 2026 versterkt op het gebied van fysieke en digitale weerbaarheid. De ministeriële regelingen voor de Wet Weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) en de Cyberbeveiligingswet (Cbw) worden geïmplementeerd. Het ministerie van VWS beoordeelt welke processen en aanbieders cruciaal zijn voor de zorg tijdens grootschalige rampen of crises, welke dreigingen en risico’s bestaan en welke maatregelen nodig zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? De Wwke richt zich op fysieke dreigingen zoals terrorisme en natuurrampen. In de zorg bepaalt het ministerie van VWS welke processen en aanbieders vitaal zijn. Gemeenten die wettelijke taken uitvoeren in de zorg, bijvoorbeeld via de GGD, kunnen hierdoor worden geraakt. Als een entiteit (organisatie met een vitale functie) onder de Wwke wordt aangewezen, valt de IT automatisch ook onder de Cyberbeveiligingswet. Deze aanwijzingen volgen in de loop van 2026.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

41

12 Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Grondbeleid Wat wil het kabinet? Kosten voor gebiedsontwikkeling kunnen deels worden betaald uit de waardestijging van de grond. De minister van VRO zet in op het verbeteren van de huidige wet- en regelgeving, werkt aan een systeem om waardestijging van grond als gevolg van een functiewijziging (landbouw naar woningen) meer in te zetten voor de ruimtelijke ontwikkeling en wil het grondbeleid moderniseren. Voor een actieve rol van het rijk wordt er onder andere gewerkt aan een landelijke integrale grondbank. Wat betekent dit voor gemeenten? We wachten op de praktische uitwerking. Het is positief dat de begroting spreekt over het benutten van de waardestijging van grond en een landelijke grondbank.

Volkshuisvesting en woningmarkt: beschikbaarheid Wat wil het kabinet? Het principe blijft overeind dat er 100 duizend woningen per jaar gebouwd moeten worden, waarvan tweederde betaalbaar en 30% sociaal. De Wet versterking regie volkshuisvesting moet hier in 2026 een bijdrage aan gaan leveren. Daarnaast start in 2026 de Realisatiestimulans. Gemeenten ontvangen vanaf dat jaar, op een laagdrempelige wijze, € 7.000 per betaalbare woning. Andere regelingen zoals het Gebiedsbudget en de Woningbouwimpuls worden aangepast en voortgezet. De Leegstandswet gaat met ingang van 1 januari 2027 gewijzigd worden. Om meer mensen te huisvesten verkent de minister van VRO nieuwe regels met betrekking tot hospitaverhuur, woningsplitsing en woningdelen. Het rijk gaat onderzoek doen naar het afschaffen van de kostendelersnorm. In 2026 wil het kabinet het Besluit Bouwwerken Leefomgeving wijzigen, regels schrappen en innovatie stimuleren. De ambitie van het kabinet is om de doorlooptijd van planvorming tot realisatie in 2030 met 25% te verkorten en op te schalen naar 50% industriële nieuwbouw per 2030. Ook wordt gewerkt aan digitalisering van gebiedsontwikkeling en bouwketen. Wat betekent dit voor gemeenten? De concrete uitwerking voor gemeenten is nog niet duidelijk.

Bijvoorbeeld: als parallel plannen verplicht wordt om voor de Realisatiestimulans woningbouw in aanmerking te komen, aan welke criteria moeten gemeenten dan precies voldoen? Zodra de Wet versterking regie volkshuisvesting van kracht is moeten gemeenten een volkshuisvestingsprogramma gaan vaststellen, met onder andere maatregelen om de woningvoorraad beter te benutten in omgevingsplannen en de huisvestingsverordening. Na de inwerkingtreding zullen in 2026 belangrijke randvoorwaarden voor het programma ‘Een thuis voor iedereen’ zijn ingevuld. Gemeenten moeten de woonbehoefte van aandachtsgroepen in beeld brengen voor het volkshuisvestingsprogramma. De minister van VRO wil gemeenten ondersteunen bij de realisatie van opstartwoningen voor statushouders. De Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen wordt daarvoor met € 79 miljoen verhoogd. De positie van arbeidsmigranten op de woningmarkt moet verbeterd worden door onder andere het aanpassen van regelgeving, zodat zij meer huur(prijs)bescherming krijgen. Om coöperatief wonen te ondersteunen stelt

42

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

de minister € 60 miljoen subsidie ter beschikking aan Stichting Volkshuisvesting Nederland om een fonds daarvoor op te starten.

Volkshuisvesting en woningmarkt: betaalbaarheid Wat wil het kabinet? Om de investeringsbereidheid te vergroten werkt de minister van VRO aan aanpassingen in het woningwaarderingsstelsel. De vorig jaar aangekondigde maatregel om de overdrachtsbelasting te verlagen van 10,4% naar 8% wordt herhaald. Er komen voorstellen die de borging van middenhuurwoningen door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw mogelijk maken. Dit kan vanwege een aanpassing van de staatsteunregels. Ook wordt het onderzoek naar een huurregister voortgezet, wat in 2026 moet leiden tot een besluit tot invoering. Regels met betrekking tot servicekosten worden vereenvoudigd. Om koopstarters te ondersteunen is het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen in 2024 opgericht. In 2025 en 2026 zijn de eerste tranches geopend. Wat betekent dit voor gemeenten? Nu de Europese Commissie de regels voor staatssteun herziet is de kans reëel dat er ruimte ontstaat voor investeringen van corporaties in middenhuur. Hiervoor moet eerst nog nationale wetgeving gewijzigd worden. Bij het maken van prestatieafspraken met corporaties zal de inzet van corporaties op het middensegment aan de orde komen. Daarbij moet tegelijkertijd ook rekening gehouden worden met het feit dat de grenzen van de investeringsmogelijkheden van corporaties zich steeds scherper aftekenen.

Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging in de Bouw Wat wil het kabinet? In de Miljoenennota 2026 is geen nieuwe informatie opgenomen over de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Wel zijn de financiële kaders eerder vastgelegd in de Meicirculaire 2025. Gemeenten ontvangen in 2025 een decentralisatie-uitkering van € 80,7 miljoen voor de uitvoering van de Omgevingswet. Voor de Wkb is in de Meicirculaire € 10,5 miljoen beschikbaar voor 2025 en € 10 miljoen voor 2026. Daarmee is de in het coalitieakkoord uit 2022 toegezegde totale compensatie van € 410 miljoen voor de Omgevingswet volledig uitgekeerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Er loopt een onderzoek dat de financiële effecten van de Omgevingswet en Wkb in kaart brengt één, drie en vijf jaar na invoering. De uitkomsten hiervan geven inzicht in de werkelijke kosten en effecten voor gemeenten. Wij blijven de voortgang en financiële effecten van de wet nauwgezet monitoren. Het schrappen en aanpassen van regels in het kader van het programma Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving (STOER) kan het zeer lastig maken om na drie jaar de juiste evaluatie uit te voeren op de Wkb.

Funderingsschade Wat wil het kabinet? Het kabinet gaat werken richting een nationale aanpak funderingsschade met publieke en private partners. Om het bewustzijn en de informatiepositie van mensen rond funderingsschade te vergroten en woningeigenaren te stimuleren aan de slag te gaan met schade- en funderingsherstel, gaat het kabinet de volgende stappen zetten: 1. het verbeteren van de informatievoorziening; 2. woningeigenaren gebiedsgericht ondersteunen met onderzoek, advies en begeleiding; startend in enkele gebieden waar urgente funderingsproblemen zijn met uiteenlopende oorzaken. Voor de periode 2025 tot en met 2028 is hiervoor door het kabinet een bedrag van € 56 miljoen vrijgemaakt. Daarnaast is aanvullend € 20 miljoen gereserveerd voor het landelijk werkend maken van het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. Wat betekent dit voor gemeenten? De middelen voor aanpak funderingsschade zijn bestemd voor het verbeteren van de informatievoorziening en voor onderzoek en advies. Hiermee start het rijk samen met gemeenten met het aanpakken van de funderingsschade. Vereniging van Nederlandse Gemeenten

43

13 Buitenlandse Zaken, Handel en Ontwikkelingshulp Europese samenwerking Wat wil het kabinet? Het kabinet geeft aan dat Nederland in Europa meer en beter moeten samenwerken om de veiligheid en het verdienvermogen te versterken. Nederland blijft zich inzetten voor de interne markt en een Europese Unie die welvaart, veiligheid en weerbaarheid vergroot, de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen verbetert en risicovolle strategische afhankelijkheden vermindert. Het kabinet zet zich in voor het behoud van een open handelsomgeving, het tegengaan van oneerlijke concurrentie en het versterken van strategische autonomie in kritieke ketens. Het kabinet hecht belang aan implementatie van het Draghi-rapport. Nederland hecht sterk aan het zorgvuldige wetgevings- en begrotingsproces in Europa. Het is hierbij belangrijk dat EU-lidstaten solide financieel-economisch beleid voeren en zich houden aan de bestaande referentiewaarden voor het tekort (3% bbp) en de schuld (60% bbp). Op de middellange termijn (2038) zullen volgens het CPB het Nederlandse tekort en de schuld de Europese referentiewaarden overschrijden, als daar niets tegen gedaan wordt. Nederland houdt oog voor het belang van haar soevereiniteit. Tegelijkertijd blijft het kabinet terughoudend met het afschermen van markten en sectoren.

Wat betekent dit voor gemeenten? De focus binnen Europese samenwerking verschuift naar de versterking van het concurrentievermogen en defensie. De VNG heeft met het rijk bestuurlijke afspraken gemaakt over meer gezamenlijk optrekken bij het vormen van Europese besluitvorming, in ieder geval bij de inzet op een groene, digitale en sociale transitie. Er komt dan vroeg in het proces aandacht voor de uitvoerbaarheid. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor een groot deel van de implementatie van Europese wet- en regelgeving.

Innovatie en concurrentievermogen Wat wil het kabinet? Nederland wil meer privaat kapitaal mobiliseren binnen de Europese Unie met productiviteitsgroei als doel. Dat kapitaal moet beter benut worden om hightechbedrijven en traditionele midtechbedrijven te ontwikkelen. Nederland versterkt de kapitaalmarktunie, zodat er meer investeringen in onderzoek en ontwikkeling komen. Een toegankelijke Europese kapitaalmarkt moet zorgen voor meer durfkapitaal voor start- en scale-ups. Ook wil het kabinet hiermee voorkomen dat kapitaal vanuit Europa naar de VS wordt geëxporteerd. Wat betekent dit voor gemeenten? De focus op concurrentievermogen kan kansen bieden voor lokale innovatie. Er zou meer geld vrij kunnen komen voor investeringen in het vestigingsklimaat.

Ontwikkelingssamenwerking Wat wil het kabinet? Het kabinet herstelt de koppeling tussen het budget voor ontwikkelingssamenwerking en het bruto nationaal inkomen (bni) niet, ondanks moties die de Eerste en Tweede Kamer hierover aannamen. Dit resulteert in een extra bezuiniging van € 319 miljoen boven op de eerder aangekondigde miljardenbezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. Het kabinet richt zich op de beleidsprioriteiten handel en economie, migratie (inclusief opvang in de regio) en veiligheid en stabiliteit. Daarnaast werkt het kabinet aan een aantal

44

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

thematische prioriteiten waar Nederland veel expertise op heeft: voedselzekerheid, watermanagement en gezondheid. Financiële steun voor hulp en wederopbouw aan Oekraïne wordt voortgezet. Humanitaire hulp wordt voortgezet, hoewel de vraag naar hulp sneller groeit dan de beschikbare middelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Verschuivingen in het geopolitieke landschap, een toename van wereldwijde conflicten en een instabieler handelsklimaat zijn voelbaar in Nederland en hebben directe invloed op gemeenten en inwoners. Uitdagingen op het gebied van migratie, veiligheid en handel vragen om internationale antwoorden. Oplossingen werken alleen als ze lokaal van de grond komen. Goed lokaal bestuur is daarbij essentieel, zowel voor het leveren van basisvoorzieningen, het creëren van economische perspectief als voor het bevorderen van veiligheid en stabiliteit. VNG International heeft een partnerschap met het ministerie van Buitenlandse Zaken waarmee we bijdragen aan het versterken van lokaal bestuur in veertien landen, waaronder wederopbouw in Oekraïne. Nederlandse gemeenten dragen met kennis en expertise bij aan dit programma. De financiering van dit programma loopt tot eind 2026. Na 2026 is de financiering nog niet voorzien, terwijl daar in een Kamermotie wel toe op was geroepen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

45

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl september 2025

PERSBERICHT

Zeeland heeft de sleutel om Nederland van het slot te halen Benut de kansen die Zeeland biedt voor de landelijke opgaven zoals de versnelling van de energietransitie en een oplossing voor het woningtekort, laten we samenwerken voor een leefbaar Zeeland en Nederland. Zeeland is blij met de nadruk die Koning Willem-Alexander in de Troonrede legt op werk, wijk en woning en goede en toegankelijke zorg dichtbij – kernpunten uit ons Toekomstperspectief Zeeland 2050. Zeeland 2050: bouwen aan de delta van de toekomst We blijven aandacht vragen voor de grote verschillen tussen de Randstad en de regio. Investeringen in voorzieningen, bereikbaarheid, economie en leefbaarheid zijn hard nodig. Zeeland zet zich in om langdurige afspraken te maken met het Rijk binnen het Nationale Programma Vitale Regio’s zodat de noodzakelijke versterkingsspiraal op gang komt. In het Toekomstperspectief Zeeland 2050 delen we onze visie en bieden we kansen voor een versnelde energietransitie, woningbouw, innovatie in de zorg, excellent onderwijs en een bijdrage aan opbouw van de nationale defensie. Goed voor Zeeland én Nederland. Dit vraagt ook initiatief van het Rijk zodat we intenties en woorden kunnen omzetten in concrete acties en daden. Zeeland onmisbare schakel in energietransitie – investeringen nodig voor infrastructuur en waterveiligheid Zeeland heeft veel te bieden in de energie- en klimaatopgaven.

Denk aan de uitrol van windenergie op zee, kernenergie en de aanleg van een 380kV-verbinding naar Zeeuws Vlaanderen. Deze ontwikkelingen vragen om versterking van de Zeeuwse havens en de bijbehorende infrastructuur. Zeeland vormt een cruciale schakel in de aansluiting en doorvoer van duurzame elektriciteit. Daarnaast wordt de provincie expliciet gepositioneerd als groene waterstofhub, zowel voor productie, import als distributie van waterstof via de havens van Terneuzen en Vlissingen naar het achterland. Zeeland en het Rijk zetten belangrijke stappen om de energietransitie haalbaar en betaalbaar te maken. Het is noodzakelijk om de kosten op gelijk niveau te brengen met de buurlanden om zo het investeringsklimaat voor onze (toekomstige) werkgevers te verbeteren. Het huidige demissionaire kabinet erkent deze urgentie en neemt maatregelen. Toch maakt Zeeland zich zorgen over de voortgang en, met de verkiezingen en aansluitend de formatie in het vooruitzicht, is er vrees voor stilstand. Als we als Rijk-Regio samen deze ambitie willen waarmaken dan is toekomstbestendige infrastructuur onmisbaar. Zeeland is klaar om te leveren en vraagt blijvende inzet van het Rijk voor projecten zoals de Midden-Zeelandroute, de aanpak van de Vlaketunnel en de knooppunten Markiezaat en Zoomland. Ook vragen we investeringen in waterveiligheid.

Dit is onlosmakelijk verbonden met onze toekomst, waarbij Zeeland een sleutelrol speelt in de bescherming van Nederland tegen de gevolgen van klimaatverandering en de stijgende zeespiegel. Meer dan alleen energie In Zeeland gaat het niet alleen om energie en infrastructuur maar ook om de kwaliteit van leven – en cultuur en toerisme horen daar nadrukkelijk bij. We hebben de ongelijke verdeling van de cultuurgelden afgelopen jaar onder

de aandacht gebracht en verwachten van het Rijk dat hier stappen op gezet worden. We zijn blij dat op Prinsjesdag een wetswijziging aan de Tweede Kamer wordt aangeboden waarin de voorgenomen btw-verhoging op cultuur, sport en media wordt teruggedraaid. Goed nieuws voor de cultuursector in Zeeland. Ook uiten we onze zorg over de btw op het kort verblijf voor hotels, pensions en vakantiewoningen. Deze stijgt per 1 januari 2026 van 9% naar 21%. De toeristische sector is van groot belang voor de economie van Zeeland. Daarbij speelt toerisme – in balans met haar omgeving - een grote rol bij de instandhouding van voorzieningen. We vragen het Rijk dan ook om oog te hebben voor dit belang. We zetten heel graag de samenwerking met het Rijk voort en vertrouwen op een gelijke behandeling waarbij ieders uitdagingen en kansen worden benut. Verder blijven we ook graag met het Rijk in gesprek om oplossingen te vinden voor de stikstofproblematiek, de natuur, de veiligheid en andere belangrijke maatschappelijke onderwerpen die Zeeland raken. Zeeland heeft de sleutel om Nederland van het slot te halen. ___________________________________________________________________________________________ Neem contact op met Heidi van Hauten, communicatieadviseur van het Overleg Zeeuwse Overheden voor vragen of als u in gesprek wilt met een Zeeuwse bestuurder.

Email: h.vanhauten@regiobureauzld.nl of telefoon: 0651555738

KIJKKADER KINDGERICHT FINANCIEEL BELEID

Kijkt u als gemeente al met een kindvriendelijke bril naar uw financiën?

Kindvriendelijk beleid is meer dan een ambitie: het is een meetbare investering in de leefomgeving en kansen van jonge inwoners. Een kindvriendelijke gemeente heeft zicht op hoeveel geld wordt besteed aan beleid dat kinderen en jongeren direct of indirect ten goede komt. Dat levert op dat gemeenten effectiever kunnen investeren in voorzieningen en programma’s die essentieel zijn voor een goede ontwikkeling van kinderen. Door kindgericht financieel beleid te voeren, legt u als gemeente het fundament voor een omgeving waarin kinderen veilig, gezond en kansrijk kunnen opgroeien. Anders doen begint bij anders kijken en daarom biedt dit kijkkader van Child Friendly Cities Initiative Nederland handvatten. Augustus 2025

Kindvriendelijk beleid begint bij financiële keuzes

Oog voor kinderen bij financiële besluitvorming

Waarom is kindgericht financieel beleid voor uw gemeente belangrijk?

Onderstaand figuur biedt inzicht in de belangrijke momenten binnen de jaarlijkse gemeentelijke financiële cyclus.

• Inzicht in de financiële keuzes – het maakt de financiële keuzes en hoe deze keuzes kinderen raken transparant. • Basis voor kindvriendelijk beleid – het weerspiegelt de ambities en keuzes van een gemeente en legt daarmee de financiële basis om kindvriendelijk beleid mogelijk te maken. • Investeren in de toekomst – door te investeren in kinderen, kiest de gemeente ervoor te investeren in een bloeiende en duurzame gemeenschap voor de generatie van nu en morgen. • Een integrale blik op de jeugd – financiële keuzes worden domeinoverstijgend gemaakt en leiden tot een brede en integrale blik op de investeringen in de jeugd. • Naleving kinderrechten – de gemeente draagt bij aan de rechten van kinderen. Elke gemeente heeft op basis van artikel 4 van het VN-Kinderrechtenverdrag de opdracht om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om de kinderrechten te verwezenlijken. Daaronder vallen ook financiële maatregelen en het transparant maken van die investeringen in kinderen.¹

• De voorbereiding van de begroting voor het volgende jaar start, gebaseerd op de kadernota.

• De vastgestelde begroting voor het lopende jaar treedt op 1 januari officieel in werking.

• De voorjaarsnota, de rapportage over de financiële stand van zaken van het lopende jaar, wordt gepresenteerd en besproken.

• De continue budgetbewaking van het lopende jaar begint.

• De jaarrekening van het voorgaande jaar wordt door de gemeenteraad vastgesteld.

• De jaarrekening van het voorgaande jaar wordt opgesteld.

Q1 Q4

Focus: start nieuwe begrotingsjaar en uitvoering beleid

Focus: bijsturing lopende jaar, strategische start begrotingsvoorbereidingen volgende jaar en verantwoording voorgaande jaar

Focus: vaststelling begroting volgende jaar en finale bijstelling lopende jaar

• De begroting voor het volgende jaar wordt gepresenteerd en in de gemeenteraad besproken en vastgesteld. • De najaarsnota, de laatste tussentijdse rapportage over de financiële stand van zaken en de bijstelling van de begroting van het lopende jaar, wordt gepresenteerd. 1. Zie ook General comment No. 19 (2016) van het VN-Kinderrechtencomité over ‘public budgeting for the realization of children’s rights’.

• De kadernota wordt opgesteld en besproken, deze bevat de financiële en beleidskaders voor de begroting van het volgende jaar.

Focus: intensieve begrotingsvoorbereiding volgende jaar

Q2 Q3

• De begroting voor het volgende jaar wordt verder uitgewerkt. Interne besprekingen en politieke afwegingen vinden plaats. • Voortzetting van de budgetbewaking voor het lopende jaar.

• De voorbereiding voor het opstellen van de jaarrekening van het lopende jaar starten. KIJKKADER KINDGERICHT FINANCIEEL BELEID Child Friendly Cities Initiative Nederland

2.

Begroting (begrotingsfase) De begroting bevat het financiële overzicht van de plannen van de gemeente voor het volgende jaar. Een gemeente heeft een kindgerichte begroting als het aandeel kindgerichte uitgaven evenredig is met het aandeel kinderen in de gemeente. • Worden de ambities uit de kadernota vertaald naar concrete, meetbare doelen en activiteiten gericht op kinderen met een toereikend budget? • Van welke begrotingsposten profiteren kinderen direct en indirect? • Zijn de monitorprocessen op orde om de resultaten van de investeringen te meten?

Vragen voor de verschillende fases in de cyclus Hieronder volgt een overzicht dat ondersteuning biedt om op belangrijke momenten binnen de gemeentelijke financiële cyclus het gesprek te voeren over de financiële implicaties van besluitvorming op de jeugd. Ongeacht of u wethouder, raadslid of ambtenaar bent op de afdeling jeugd, financiën of ruimtelijke ordening. Kadernota (kaderstellende fase) De kadernota is hét moment om als gemeente (financiële) kaders te stellen voor kindvriendelijk beleid voor het volgende jaar. • Hoe worden de belangen van kinderen meegenomen in de beleidsprioriteiten en ambities in de kadernota en zijn de gestelde financiële kaders toereikend? • Wat zijn de ambities van de gemeente waar kinderen (in)direct van profiteren? • Hoe wordt de mening van kinderen meegenomen bij het vaststellen van deze kaders?

• Wat zijn de resultaten van de investeringen in kinderen uit de vorige begroting en hoe worden deze meegenomen bij het opstellen van de huidige begroting? • Op welke manier krijgen kinderen een terugkoppeling van wat er gedaan is met hun inbreng en de mate waarin de gemeente in hen gaat investeren? • Inzicht kindgerichtheid begroting: staan de begrotingsuitgaven die direct of indirect aan kinderen ten goede komen in verhouding met het aantal kinderen dat opgroeit in de gemeente? Voorjaarsnota en najaarsnota (bijsturingsfase) Met de voor- en najaarsnota kunnen de inkomsten en uitgaven in het lopende jaar worden bijgesteld. Een mooie kans om te evalueren of nog steeds voldoende budget is voor de kindvriendelijke ambities van de gemeente en indien nodig bij te sturen.

Jaarrekening (verantwoordingsfase) De jaarrekening bevat een overzicht van de inkomsten en uitgaven van de gemeente van het voorgaande jaar in vergelijking met wat erin begroot was. Hiermee verkrijgt de gemeente inzicht in hoeveel geld direct en indirect aan kinderen is uitgegeven. • Is uit de jaarrekening op te maken welk geld is uitgegeven aan beleid dat daadwerkelijk kinderen ten goede is gekomen? • Op welke manier zijn de uitgaven van de gemeente direct en indirect bij kinderen terecht gekomen? • Welke inzichten kunnen worden gebruikt om de financiële investeringen in kinderen in de volgende cyclus te verbeteren en doelgerichter te maken? • Inzicht kindgerichtheid jaarrekening: staan de uitgaven die direct of indirect aan kinderen ten goede zijn komen in verhouding met het aantal kinderen dat opgroeit in de gemeente?

Onderzoek uw kindgerichte uitgaven Wilt u als gemeente diepgaand onderzoeken hoe kindgericht uw financieel beleid is en in hoeverre de begrotingsuitgaven direct en indirect ten goede komen aan de jeugd? In een verdiepend stappenplan laten we u zien hoe u een methodologie van UNICEF kunt toepassen op uw eigen gemeentelijke context.

• Is het budget (nog steeds) toereikend voor de beoogde doelen en ambities ten aanzien van kinderen? • Zijn er (onverwachte) ontwikkelingen die extra investeringen of juist aanpassing in het beleid voor kinderen noodzakelijk maken?

KIJKKADER KINDGERICHT FINANCIEEL BELEID Child Friendly Cities Initiative Nederland

3.

STAPPENPLAN ONDERZOEK KINDGERICHTE UITGAVEN Krijg in drie stappen als gemeente zicht op uw kindgerichte uitgaven

Dit stappenplan vormt een aanvulling en verdieping op het Kijkkader kindgericht financieel beleid. Augustus 2025

Introductie methodologie Aan de hand van een methodologie van UNICEF verkrijgt u als gemeente een beeld van hoe uw begrotingsuitgaven zich verhouden tot het aantal kinderen (<18 jaar) dat opgroeit in uw gemeente. U krijgt hiermee inzicht in de kindgerichtheid van de begroting : in hoeverre komen uitgaven direct en indirect ten goede aan de jeugd? Dit inzicht kan helpen bij het reflecteren op de begroting. De begroting weerspiegelt immers de ambities en beleidsprioriteiten van de gemeente. Daarnaast kan dit onderzoek inspireren om in de toekomst toe te werken naar een (meer) kindgerichte begroting. Een begroting is kindgericht wanneer het aandeel kindgerichte uitgaven evenredig is met het aandeel kinderen in de gemeente. Een beperking van het onderzoeken van de begroting, is dat de gemeente niet kijkt naar hoeveel geld daadwerkelijk naar kinderen en jongeren is gegaan. Wilt u liever hier zicht op krijgen? Dan kan de gemeente aan de hand van deze methodologie ook onderzoek doen naar de jaarrekening. Een beperking van het onderzoeken van de jaarrekening, is dat de inzichten uit de jaarrekening niet kunnen worden meegenomen in de kadernota van het volgende jaar. De kadernota wordt veelal aan het begin van het jaar vastgesteld wanneer de jaarrekening nog niet bekend is.

Stappenplan onderzoek kindgerichte uitgaven binnen de begroting Het toepassen van dit stappenplan vraagt om financiële expertise. Het is daarom belangrijk dat dit onderzoek (mede) wordt uitgevoerd door medewerkers van de afdeling financiën of wordt uitbesteed aan een externe partij. Voor het categoriseren zullen zij informatie moeten uitvragen bij verschillende beleidsdomeinen van de gemeente. Hiermee draagt het onderzoek direct bij aan een domeinoverstijgende samenwerking en kijkt u als gemeente met een brede blik naar kinderen en jongeren.

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Categoriseren van de begrotingsposten

Berekening kindgerichte uitgaven

Berekening kindgerichtheid begroting

1. Uiteengezet in het rapport Measuring budgetary investment in children (2021) van het Spaanse UNICEF-comité. Deze methodologie gebruikte UNICEF Nederland al eerder voor het maken van een eerste analyse van kindgerichte uitgaven van de Rijksoverheid (2024). 2. Deze methodologie is niet de enige manier om de kindgerichtheid van de begroting te onderzoeken. Er bestaan ook andere benaderingen die hiervoor gebruikt kunnen worden. Gebruikt u als gemeente een andere techniek? Laat het ons weten door contact op te nemen met childfriendlycities@unicef.nl. 3. Deze taakvelden zijn leidend voor de indeling van de gemeentelijke begroting. Zie voor meer informatie Taakvelden gemeenten | Findo - Data Financiën Decentrale Overheden. STAPPENPLAN ONDERZOEK KINDGERICHTE UITGAVEN Child Friendly Cities Initiative Nederland

2.

Stap 1.

CATEGORIE

AANDEEL KINDGERICHTE UITGAVEN

VOORBEELDEN

In deze eerste stap categoriseert de gemeente de losse begrotingsposten naar één van de vijf categorieën. Dit betekent dat achter elke begrotingspost wordt genoteerd of de post categorie A, B, C, D of E is. Het schema hiernaast licht de verschillende categorieën toe en biedt enkele voorbeelden. Met deze voorbeelden is aansluiting gezocht bij de Iv3 taakvelden voor gemeenten uit 2025.

A. Voor dit type uitgaven is de aanwezigheid van kinderen noodzakelijk. Volwassenen zijn niet de begunstigden.

100% van de uitgaven wordt toebedeeld aan kinderen.

Kinderopvang (6.1) Jongerenwerk (6.1) Leerlingenvervoer (4.3)

B. Voor dit type uitgaven is de aanwezigheid van volwassenen noodzakelijk. Kinderen hoeven niet aanwezig te zijn.

0% van de uitgaven wordt toebedeeld aan kinderen. 100% van de uitgaven wordt toebedeeld aan volwassenen.

Ouderenzorg (6.21) Erfpacht (8.2) Arbeidsparticipatie (6.5)

C. Voor dit type uitgaven is de aanwezigheid van zowel kinderen als volwassenen noodzakelijk.

Uitgaven worden toebedeeld op basis van het percentage kinderen respectievelijk volwassenen in de specifieke subgroep.

Gezinsondersteuning (6.22) Kansrijke Start (7.1) Jeugdhulp ambulant lokaal (6.751)

D. Voor dit type uitgaven is de aanwezigheid van een specifieke leeftijdsgroep (kinderen of volwassenen) niet noodzakelijk. In plaats daarvan zijn dit type uitgaven gericht op alle inwoners.

Uitgaven worden toebedeeld op basis van het percentage kinderen respectievelijk volwassenen in de relatie tot alle inwoners. Het gaat hierbij om het percentage kinderen van het totaal aantal inwoners binnen uw gemeente.

Verkeersveiligheid (2.1) Cultuurplan (5.3) Ongediertebestrijding (7.4)

E. Voor dit type uitgaven is de aanwezigheid van een specifieke leeftijdsgroep (kinderen of volwassenen) niet noodzakelijk. In plaats daarvan zijn de uitgaven gericht op een specifieke subgroep binnen de populatie.

Uitgaven worden toebedeeld op basis van het percentage kinderen respectievelijk volwassenen in de specifieke subgroep binnen de populatie.

Inburgering (6.1) Schuldhulpverlening (6.3) Resocialisatie na contact met politie of justitie (1.2)

Categoriseren van de begrotingsposten

4. Deze taakvelden zijn leidend voor de indeling van de gemeentelijke begroting. Zie voor meer informatie Taakvelden gemeenten | Findo - Data Financiën Decentrale Overheden. STAPPENPLAN ONDERZOEK KINDGERICHTE UITGAVEN Child Friendly Cities Initiative Nederland

3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16081687/1