25-107 Bijlage 3. Ingekomen stukken commissie AB
Tekst van het document
Terrasschermen (pagina 10) Ten opzichte van het beleid van 2016 zijn er veel eisen aan de terrasschermen niet meer opgenomen in het nieuwe beleid. Onze suggestie is om weer op te nemen dat op terrasschermen geen reclame mag worden aangebracht. Omdat bijna alle terrassen hier nu aan voldoen , zouden wij het logisch vinden deze regel ook in het nieuwe beleid op te nemen. Tevens willen we de suggestie doen dat de terrasschermen dwars op de gevel ononderbroken moeten zijn en om er wellicht een maximum lengte aan te koppelen. Dit om eilandvorming te voorkomen en het open karakter van de terrassen te waarborgen. Terrasmeubilair (pagina 11) Graag , zoals in andere gemeenten , toevoegen dat statafels niet toegestaan zijn: door statafels wordt de dichtheid van een terras dusdanig vergroot dat de (geluids)overlast evenredig toeneemt. Daarnaast zouden we graag zien dat partytenten niet toegestaan zijn. Tenslotte zouden heldere regels opgenomen moeten worden over het opbergen of zekeren van terrasmeubilair buiten de openingstijden van het terras en in de winterperiode. Parasols (pagina 11) In het beleid van 2016 is een regel voor kleuren van de parasols opgenomen , en deze is nu geschrapt. Dit gaat over de monumentale kleuren en over dat alle parasols op een terras dezelfde kleur moeten hebben. Bijna alle parasols voldoen nu aan deze kleurcodering en 3
hierdoor heel goed bij de monumentale uitstraling van de binnenstad. Door het weglaten van deze eis , staat het de horeca vrij om andere kleuren toe te passen. We zouden dan zomaar flitsende neon kleuren of jungle prints naast het stadhuis kunnen zien. Ook de eis van de reclame uitingen is geschrapt wat niet past bij de monumentale uitstraling. Omdat bijna alle terrassen nu aan de eisen van kleur en reclame van het beleid 2016 voldoen , lijkt het ons goed deze toch weer op te nemen in het nieuwe beleid. De ondernemers kunnen dan gewoon hun bestaande parasols houden. Ook de eisen aan afmetingen van parasols en de maximale overdekking van het terras zijn geschrapt. Wij vragen ons af waarom , want deze eisen zijn bepalend voor de monumentale uitstraling. passen
Algemene voorwaarden voor een terrasvergunning (pagina 12) In verband met de groei van het aantal bezoekers zal de druk op de huidige terrassen mogelijk groter worden dan de geboden capaciteit. Er is een landelijke trend dat er wachtrijen zijn voor populaire terrassen. Vanwege verkeer , doorstroming , veiligheid zou deze wachtrij niet in de openbare ruimte moeten staan. Dit kan verder uitgewerkt en opgenomen worden in het beleid. Onze suggestie is dat eventuele wachtrijen voor het terras moeten worden opgesteld binnen het vergunde oppervlak en niet in de openbare ruimte. Winterterrassen We hebben er natuurlijk begrip voor dat de horeca gedurende de kersttijd wil profiteren van de toeristenstroom in deze periode , maar in het algemeen vinden we winterterrassen in de huidige vorm niet wenselijk omdat het een rommelig beeld geeft aan de binnenstad en niet duurzaam is. Winterterrassen geven nu een gesloten aanblik , men ziet niet welke horeca er achter het terras zit. Ze belemmerren het zicht op de monumentale binnenstad. Als er dan toch wordt gekozen voor winterterrassen , dan doen we de suggestie om daarvoor een beeldkwaliteitsplan te laten maken met daarin bijvoorbeeld maximale transparantie en qua grootte passend bij de horecagelegenheid. Een mooi voorbeeld van dit principe stond deze winter bij de Herberg.
Ons inziens dienen goedkoop ogende plastic partytenten met blokhutopdruk niet goedgekeurd te worden. Vanwege het bouwkundige en ruimtelijke karakter van de winterterrassen adviseren we om de ARK hier een belangrijke rol in te geven. Een ander onderdeel van Middelburg winterstad is de ijsbaan. Afgelopen winter hebben we hiervan onaanvaardbare geluidsoverlast ervaren in een ruime straal rond de markt. We vinden de periode van de winterterrassen ook erg lang. Een kortere periode van vijf weken , zoals vroeger , benadrukt het exclusieve karakter van de winterstad , de horecaondernemers die wij spraken deelden deze mening. Handhaving Zoals het college zelf ook erkend heeft , schiet effectieve handhaving van het beleid regelmatig tekort. Burgers hebben het gevoel dat zij steeds de gemeente moeten informeren over situaties die in strijd zijn met de regels. De gemeente heeft aangegeven in een aantal gevallen niet handhavend op te kunnen of willen treden , ofwel omdat men in afwachting is van nieuw beleid ofwel omdat men geen capaciteit heeft. Wij willen graag dat de gemeente tegelijk met de nieuwe regels ook het handhavingsbeleid wijzigt: meer pro-actief dan reactief , door regelmatig een ronde door de stad te maken en ondernemers aan te spreken wanneer zij niet voldoen aan
4
de
regels. Het moeten doen hoge uitzondering.
van
een
melding openbare ruimte hoeft dan alleen nog maar bij
Conclusie
Wij geloven dat een goed terrassenbeleid gemeente
en
ondernemers.
tot stand
De binnenstad
woongebied. Daarom vragen wij om evenwichtige monumentale
en
leefbare
binnenstad die
hopen dat onze suggesties bijdragen
We
en
Met
uw
horecalocatie,
handhaafbare
aan
een
binnenstadbewoners
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
een
regels die passen bij de
gezamenlijke stadswandeling
aan
het beleid.
vriendelijke groeten, voor
bewoners,
bovenal
een
reactie,
Vereniging in oprichting
tussen maar
toekomstbestendig, zorgvuldig en gedragen
Graag bespreken wij onze punten verder tijdens beleidsmakers, waarin we de praktijk kunnen koppelen
afwachting van
een
Middelburg wil blijven.
beleid.
In
samenwerking
komt door
is niet alleen
Middelburg:
met
Middelburg , 13 mei2025
Geachte leden van de gemeenteraden van Middelburg Vlissingen , Veere en schouwen-Duivêland. Met deze briefwil ik uw aandacht vragen voor de uitvoering vên de wet woz door de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland (sBW&SD) , waarin heelveel mis gaat. lk besefdat dit een lange brief is en dat de inhoud ervan erg technisch is. Máêr ik verzoek u om er toch goed nota van te nemen en er het college van B&w van uw gemeente kritisch over te benaderen en op te roepên tot het dooNoeren van enkele aanpassingen in de uitvoering. Indien u zich snêl eên bêeld wilt vormen waar dit over Caat zou ! eerst het bijgesloten overzicht kunnen lezen voordat u verder gaat met het lezen van deze brief , Zowel in deze brief als in dat overzicht heb ik het consequent over de SBW&SD en de heffíngsambtenaar , maar bi. ina overal waar dit staat kan dit ook gelezen worden als " het college van B&w van Middelburg " of " de collêges van dê vier sêmenwe*ende gemeenten." Maar soms moet sBw&sD misschiên ook gêlezen worden ais " hêt taxatiemodel Go!wit/" want zeker m. b. t. de (ongemotiveerde) correcties die worden aa nge bracht tUde ns het waêrderingsproces is het onduldelijk in welke situaties het taxatiemodeldat doet ofwanneer dat door medêwerkers van de 5BW&sD wordt gedaan.
ln maart 2023 ben ik vooruit gaan lopen op een uitspraak van de Hoge Raad (EcLl:NL:HR:2023:1052) en heb ik gebruik gemaak van het advies van Advocaat-Generaal ljzerman (ECLI:NL:PHR:2023:130) in die betreffende zaak om , jn aanvulling op het taxatieveÍslag dat ik al had gedownload , gêgevens op te vragen bij de SBW&SD m. b. t. de WOZ-waardebepaling van het huis van mijn moeder. Op dit veízoek is , na een eerste weigering gevolgd door intern overleg , positief gereagee rd dooí de SBW&SD en ik ontving na nog wat aanvullende verzoeken achtereenvolgens de taxatiekaáft van onze wonjng; een schermafbeelding van de taxatiekaartgegevens van de gebruiktê rêferêntiepanden en de kennelijk enige bouMekening van ons huis. Aan het eerder gedownloade taxatieverslag had ik helemaal niets. De inhoud ervan maakte absohut niet duidelijk hoe de waardebepaling van onze woningtot stand was gêkomen. De taxatiekaartgegevens en de bouwtekening daarentegen maakten heel wat meer aspecten inzichtelijk. maar het totaalbeeld was onthutsend.
Met de aanvullende informatie die ik ook in de daaropvolgende tweejaren zelf heb opgevraagd en van andêrê inwonêrs heb ontvangen , bleek de wijze waarop de waarde van objeden wordt bepaald door de SBW&sD eên aanêenschakeling te zijn van fouten , ongelimiteerde en ongemotiveerde corredies , onjuiste motiveringen en het voor belanghebbenden achterhouden van cruciale gegevens. op die manier is het vrïwel onmogelijk voor burgers om te controleren of de WOZ-waarde van hun huisjuist is vastgestêld. lk heb daarom de colle8es van B&W van de samênwerkende gêmeenten vorigjaar aangeschreven met het vêrzoek om een aêntal dingên in dê uitvoering aan te (laten) passen , maar daar is , op een paar aspecten na , afwijzend op gereagêerd. In de laatste reactiê van de SBW&SD {namens het college van B&W Middelburg , zie bijláge) wordt voor die aÍwijzing als voornaamste reden aangevoerd dat de door mij gewenste aanpêssingên tot hogerê uitvoeringskosten zouden leiden. De SBW&SD laat zich mêt dit antwoord lelijk in dê kaart kijken. De uitvoeringskosten zouden , als de woz-waarden op een zorgvuldige mánier zoudên worden vastgesteld , helemaal niet omhoog gaan door het louter beschikbaar stellen van meeÍ objectengegevêns. Die gegevens heeft de SBw&sD namelijk gewoon paraat en zouden , zoals ik in eerstê instantie heb voorgesteld , eenvoudig
toegevoegd kunnen worden aan het nieuwe model taxatieverslaE. Een andere en nog veêl bêtere optie zou zijn om belanghebbenden de mogelijkheid te bieden om de taxatiekaarten te laten downloaden in aanvulling op de verbetêrde maar nog steeds ontoereikende nieuwe versie van de taxatieverslaqen. Het zijn dls niet de aanpassingen op zich , in welke vorm dan ook , die de uitvoeringskosten verhogen , maar de conseouenties ervan. wantvoor het eerst krÍgen belánghêbbenden dan pas een beetje inzicht in hoe de Woz_waardê van hun huis tot stand is gekomen en oferfouten zUn gemaakt en/ofdát er onnavolgbare correcties ztn toegepast en/ofer onverklaarbarê verschillen met de opgevoerdê rêferentieobjeden zijn. Enja , dat zalongetwijfêld tot meêrvragen en bezwaarschriften leidên , maar de vraag áan u is oí het gerechwaardigd is dat burgers crucialê lnfornatie onthouden wordt omdat anders de uitvoeringskosten misschien hogêr zullen worden. lk denk dát er maar één antwoord op die vÊag
mogelijk is. Om de afwijzing van mijn verzoêk nog extra te motiveren schrijft de heffingsambtenaar in de twêêde alinea van zijn briefvan 25 februarijl. {zie bijlage) " Deiorcnlonge prdkiikeNo ng wiist uit dat verreweg de meeste buryers geen dtung noor informotie hebben op het niveou dot u dot wens{. Dit argument raakt echter kant nog wal. De meeste burgers , ook landêlijk gezien , hadden -en hebbên nog steeds- geen idee welke gêgevens en berekeningsmethoden gêmeenten en samenwerkingsverbanden allemaal gebruikên om de WOZ-waarde vast te stêllen en konden die Segevens daarom ook niet opvragen. En tot 18 augustus 2023 , de datum waarop dê Hoge Raad bovenvermelde uitspraak deed , werden de enkelê íngediende verzoeken om aanvullendê gegevens te verstrêkken ook steevast afgewezen op Brond van eerdere jurisprudentie. Naast min verzoek om meer
objectengegevens beschikbaar te stêllên heb ik de colleges ook m. b. t. de
afhandelingvan bezwaarschriften. verzocht om een aanpassing lemand die formeel bezwaar maakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde ontvangt namelljk eên brief waarin o. a. de bezwaarmaker de velplichting wordt opgelegd om eên inventarisatieformulier in te vu en. De uitleg die de SBW&SD aan die handelwijze geefl o. a. bovênaan pagina 3 van de briêfvan 25 febÍuari , komt er voornêmêlUk op neer dat er na het indienen van een bezwaàrschrift zeer zorgvuld;g gehandeld moêt worden en dat er alleen een goede heroverweging kan plaatsvinden wanneer het inventárisatiêformulier Het is een vreemde rêdenêring.
volledig wordt ingevuld en geretolrneerd.
ook omschreven in de ontvangstbêvestÍgÍng va n , Want het komt er op neer , ên zo staat het eigenijk een ingediend bezwaarschrift* , dat de SBW&SD erkent dat mên helemaal Seen ideê heeft hoe het betreffende object er uit ziet en welke bijgebouwen en andere zaken zoals zonnepanelen eventueel aanwezig zijn. Het feit dat de belastingplichtige bezwaar heeftgemaakt is voor dê SBW&SD pas aanleiding om " zich eên beeld te vormen " en het onderzoekswerk dat ze zelf al uit hadden moeten voeren vobrdat de aanslag werd verstuurd , leggen ze nu als verplichting op aan de bezwaarmaker. *Stootvan " de woning Op het linventdrisdtíe]formulier stoon wogen over uw woning. Op die monierwillen we ons een beeld vormen von de kwoliteit von de woning en de vootzieningen in de t^toning. Beide ospecten ziin woordebepolend en ols we inzicht hebben in deze ospecten ddn kunnen we de stadt goed vergelijken fiet de stoot von de verkochte woningen. Door dit veryelíik kunnen we in de bezwooíose goed beoordelen
oÍ dewodde goed , te hoog oÍ te laog is vdstgesteld."
onderbouwing op dit punt van de SBW&SD botst ook met de wetgevinE. Artikel 7:11 van dê Awb stelt dat een heroverweging van een besluit plaats vindt op grondslag van het bezwaar. Met andere woorden: het besluit staat centraal in de herovêrweging , maar in beginsel kunnen slechts díê onderdelen van het besluit die in het bezwaarschrift worden aangeduid aan de De
orde worden gesteld. De bezwaarmaker bepaalt dus de grenzen van het geschil en de SBW&SD treedt met de hierboven omschreven handelwijze buiten die grenzen. Die handelwijze is ook buitenproportioneel. Het belang van de SSW&SD om op die manier op de uitvoeringskosten te besparen staat in geen verhoudingtot het opleggen van de verplichting en het overschrijden van de grenzên van het Eesch!1. discrepantie in de handelw;jze van de SBW&sD. divêrse Op manieren probeert de SBW&SD burgers die het niet eens zijn met de vastgestelde WOZwaarde over te halen eerst telefonisch contact op te nemen. Op de site van de SBW&SD staat op de betreffende pagina ondet stap3.U " kunt een grdtis gesprck oonvrogen met de toxoteur. Deze bekijkt don dircct oíwe een Íout madkten en past dit meteen zonder kosten oqn." Opmerkelijk , want op die maniea is het kennelijk níet van belang dat er een inventarisatieformulier Er zit ook eên
wordt ingevuld en hoeft er óókgeên zorgvuldige heroverweging gemaaktte worden. Het is overduidelUk: allês is gericht op werkbesparing voor de medewerkers van de SBW&sD en het zo laag mogelUk houden van de uitvoeringskosten. Het afhandelen van een ofíciêel , schriftelijk , ingediend bezwaarschrift vergt onweerlegbaar veelenergie en tijd. Het is naarverhouding dan heê , weinig meerwerk om met behulp van de door de bezwaarmaker zelf aan te leveren gegevens het hele object te herbeoordêlen. Voordeêl van deze werkwi. ize is tevens dat het object de êêrstvolgênde vier^ijf jaar niet meer hoeft te worden Becontroleerd door een taxateur. Maar met een informele behandeling van êên telefonisch kenbaar gemaakt bezwaar kan er zelfs nog veel meer werk bespaard blUven omdat de êfhàndêling ervan letterlijk binnen een paar minuten
afgeÍond
kan zijn.
toevoegingen dat het gesprek mêt de taxateur " gratis " is en dat een evêntueel gemaakte fout " zonder kosten " aangepast wordt zijn natuurltk ook zeer dubieus. Het voêren van êen schriftelijke bezwáarprocedure , wat geheêl digitaal kan , brengt normaal gesproken ook geen kosten met zich De
mee ,
nog het aspect van hêt verbod op " reformatio in peius " (bíj de hêroverweginB in bezwaar mag eên bestuursorgaan in beginsel dê bezwaarmaker niet in een nadeligere positiê brengên). In de briefvan 25 februarivestigt de heffingsambtenaar de aandacht op de mogelijkheid dat de be?waarmaker geen gelijk krijgt op de punten die hij heeft aangekêart , maar dat door het opvragen van alle gegêvêns uit kan komen dat op andêrê punten de WOZ-waarde te hoog is vast8esteld. Wat hij niet schrijft is dat door het opvragen en in bezwaar meeremen , van alle andere opgevraagde gegevens uit kan komen dat dê WOZ-waarde juist te Íaag is vastgesteld en de bezwaarmêker 'slechte/ wordt van de heroverweging. Er is ook
Het verbod op " reformatio in peius " is zekêr in het belastingrecht niet absol!ut. Maar om de hierboven vermelde redenen kan het toch êcht niet dat de SBW&SD vanuit zijn machtspositie dê bezwaarmaker dê verplichting oplegt om een heel invêntarisatieformuier , in te vullen waardoor hij in een slechterc positie kan komen te verkeren. In eerdere briêven aan de vier colleges heb ik ook gewezen op het volgende: " De Woaíderingskanet lijkt het met me eens te ziin en het ook niet gepast te vinden om noot oonleiding van een ingediend bezwoa6chtift de bezwoornaker een verylichting op te leggen. De vooÍbeeldteksten von de Woorderingskamer zoals ik die op pagind 2 von mijn bieÍ van 29 juliheb oongehoold sprcken wot dot betreft vootzich. Die tekten zullenook niet zo maartotstond zijngekomen; ddorzoleen zoevuldige aÍweging oan ten grondslog lÍggen. Het zalook niet oltijd nodiq zijn om , zools nu geëistwotdt , het hele stdndoord inventatisatieÍomuliet in te vullen. Het hongt helemdal aÍ van woat het bezwoor op gericht is en et zou maatwe* noeten woden geleverd m. b. t. het opvtogen von ontbrekende gegevens. lndien een ingediend bezwaor onvoldoende ondeftouwd ísen de heÍJingsambtenaat speciÍieke (l) aahvullende gegevens oÍ bewijsstukken víoagt kan hijet notuurljjk nokkelijk een tekst zoals die von
de waorde ngskoner aan toevoegen on de bezwoarnoket er op te ottenderen dot het niet voldoen oon het verzoek on hetbezwaat lbeter) te onderbouwen er toe kdn leiden ddt het bezwool ongegrcnd zal woden verkloord-"
wordt ervoor potentiële bezwaarmakers de ene na de andere drempel opgeworpen om effectief bezwaar te maken: a. Door het ontbreken van gegevens zoals bêsiseênheidstarieven en correctiepercentages (ook op het nieuwe model taxatieverslag) is het onmogelíjk om verschillen tussen eigen huis en referêntieobjecten vastte stellen en kán de bêlanghêbbende dus op dle punten helemaalgeen In feite
bezwaar maken. b. Enkele mensen die hebben gebeld naar de SBW&SD mêt een vraag of omdat zê êen spêciÍiek bezwaar wilden bêsoreken. hêbben me verteld dat ze het antwoord van de taxateur níet konden volgen , en dat ze na diens (afwijzende ) telefo n ischê reactiê ervan overtuigd waren dat het schriftelijk indienen van bezwaar geen enkele zin had. c. Het is niet alleen dat mondelinge uitlegvan de ingewikkelde materie moeilijk tê bêgrijpen is. Uit drie van de voorbeelden in de bijlage blijk zelÍs dat er soms , tot in de (schriftelUke) beslissing op bezwaar aan toê , een totaalonjuiste uitle&/motivêring wordt gegêven. d. Omdat op voorhand gegevens ontbreken en dat vaak na een teleíoontje hêt nog steeds niet allemaal duidelijk is , dírven mensen vaak ook geen bezwaarte makên omdat ze niêt kunnen beoordelen of de woz-waarde van hín huis aangepast zalwoÍden ofdat van een referentieobject. Voordat je het weet heb je ruzie mêtje burên of anderê omwonenden omdat die zich gedupeerd voêlen door de gêvolgen van jouw bezwaaa. Eên mogelijk nadeelvan de informele afhandêling van bêzwaren is dat ervrijwelzêker geen gebruik wordt gemaaktvan het vieFogen principe , dat volgens de rapportage van dê Waarderingskamêr bij dê afhándêling van schriftelijk ingediende bezwaren wél wordt gebruikt.
waarschijnlijk nóg een nadeel vast aan informele afhándêling vàn bezwarên. Deze bezwaren worden kennelijk niet geregistreerd. Zie hêt onderzoêksrappoft van 17 februari 2025 van de Waarderingskamet , pagina !4: " oontol objecten wddNoot een bezwat is ingediend; En er zit zeer
inÍormeel : o "
.
lk weet sowieso niet of u als gemee nte raden ja arlijks een ovêrzicht ontvangt van ingediênde bezwarên in het kader van de gemeentelijke belastingen , maar door het ontbreken van de gegevens van op informele wtze afgehandelde bezwaren ontstaat een onvolledig en zelfs vertekend beeld. Dit speelt overigens ook in de uitvoering van andere wetten , waaronder de WMO en de Participatiewet. Zelfs wanneer er daarin bi een informele afhandeling geheel of gedeeltelij k tegemoet wordt gekom en aan een schriÍtelijkingediend bezwaar wordt de betrokkene verzocht om zíjn bezwaar in te trekken , waarna het bezwaar ook as, zodanig wordt geregistreerd. Maêr eigenlijk zouden in al dit soort gevallen toegekende bezwaren als " gegrond " of " gedeeltelijk gêgrond " moêten worden geregistreerd en niet als " ingetrokken " of , zoals nu bljjkbaar in de uitvoering van de wet WOZ , helemaal niet. De heffingsambtenaar
(namens het college) begint zijn brief met het aanbieden
van excuses
voor de
late beêntwoording van mijn brief van 8 november 2024 , maar dat is alleen vooí de vorm. Èerder had men me namelijk al laten weten te wlllen wachten mêt de beantwoording tot de Waarderingskamer ztn onderzoeksrapport klaar zou hebben. Dat ra ppo rt ve rscheen op 17 fêbruariên zoals te verwachten vielvestigt de heffingsambtenaar de aandacht op het feit dat de Waarderingskamer ook djtjaar de uitvoeringvan de wet WOZ door de SBW&SD weer als " goed " heeft bestempeld. Maar wannêêrje de uitleg over die controle door de Waarderingskamer in het vêrêntwoordingsdocument leest en ook de rapportages van de afgelopen jaren zelfgoed bestldeeÍt , blijkt dat er eigenlijk alleen maar gecontroleêrd wordt op theoretischê aspecten zoals procêssên ,
5
protocollen , dooíooptiden en aft^ijkingen , t. o. v. andere Nederlandse gemeênten en sêmênwerkingsverbanden. Wanneer er dan toch aandacht wordt besteêd aan de praktijk vêlt het volgende op: In 2019 oordeelde de waarderingskamer na ondêrzoek bíj de SBW&SD al hetvolgende: " Gegevensbeheer , beheer objedkenmerken " " komen. Op de Bij dit ondeNerp zijn ertwee vetbeterpunten woordoot wij niettot het oordeelgoed gestuurd pldots er systemotisch op eercte zien wij in het we*proces niet dot wordt het " een keer in de vijf jdor " contrclercn von de kenme*en von olle woningen en niet-woningen. De tweede oorzdak is dot de organisotie zích (nog)geen eígen beeld vormtvan de mote wooÍin objectkenmerken in de Woz-odministrotie overeen komen met de werkelikheid." afgelopen twee jaar en de voorbeelden ervan die ik in de bijlage heb opgevoêrd ben ik êr van ovenuigd dat er met díe twee verbeterpunten te weinig is gedaan. Dat klopt ook wêl , want m. b. t. de objêctkenmerken van woningen wijkt de conclusie van de Waarderingskamer in zijn onderzoeksrapport van 16 fêbruari 2023 ook niet afvan de conclusie uit 2079. En ;n de rapportage van 1 maart 2024 staat (al weer) iets opvallends m. b. t. de objêctkenmerkên.
De Waarderingskamer stelt: De gemeente of uitvoeringsoryonisotie ISBW&SD] heeÍt onderzoek gedoan ofde gegevens in de WOZ ddhinísttdtie eeh goede weeryove zijn von " wot op stroot stoot." De concfusiê is vêrvol8êns nouddn adn citeid." Maar dan volgt: " (u/ , nen de bevindingen uit dit onderzoek worden aongetoond " ? " Nee " , in de laatste rapportage van 17 februarivan ditjaar wordt opnieuw aandacht gegeven aan deze aspecten. Op pagina 17 , onder " bevindingen " , staat een heel rijtje beoordelingen m. b. t. objectkenmêrken waarbij wordt opgemerkt dat het aandachtspunten 2ijn en er vervolgens wordt verwezen náar een toefichting. Die toelichting is niet meer dan: 'De orgdnisotie is bezig met de optimolisdtie von de primaie en secunddire kenmerken. We verwochten dot er een plon von oonpok komt dat er in voorziet dat eens per 5 jaor olle objecten worden gecontroleerd." Als ik kil'k naar
mijn ervaringen
van de
Maar goed , los van wat de Waarderingskamer allemaal schríjft , kán na het lezen van alle voorbeelden in het bijgesloten overzichttoch niemand nog zeggên dat er goêd werk geleverd wordt. De heffingsambtenaar probeert het nog een beetje te bagatelliseren doorte stêllên dat er op individueel vlak weleens iets fout kan gaan en dat het betÍeurenswaardig is dat ertwee keer achter elkaar een bezwaar gegrond moet worden verklaard , máar de realiteit is dat uit aÍle extra informatiê die ik heb verkregen , maar die niet spontaan aan de inwoners van uw gemeenten wordt vrÍgegeven , blijkt dat êr structureêl foutên wordên gêmaakt en onnavolgbare coÍrecties worden toegepast. Hierbij wil ik nog opmêrken dat ik niet over de gegêvens van honderden adressen beschik en er daar een paar uit hêb kunnen halen waarbt er iêts mis is gegaan. Alles bij êlkaar heb ik wel taxatieve rs lag-
taxatiekaartgegevens verkregen van vele tientallen objecten , maar met een aanzienlijk deel êÍvan kon ik nog steeds niets. Soms waren de verkoopgegevens van de makelaar al niet meer beschikbaar op het internet en vorigjaar werden door de SBW&SD onvolledige versies van taxatiekaarten vêrstrekt aan andere aanvragers. De mêestê panden die op taxatieverslagen en -kaarten vermeld staan ken ik uiteraard niet vênuit de praktijk. En ik kan toch moêilijk bij al die bewoners/eigenaren gaan aankloppen met de vraaB of ik even hun huis van buiten en van binnên mag komen opnemen. Maar bij vrijwel alle objecten waarvan ik me wél een goed beeld kon vormen bleek er iets mis tê zijn met de gegevens en/ofde berekeningen. en
Het overzi€ht in de bijlage is ook niet compleet. lk heb nogveel meer voorbeelden. Het is bijna vanzelfsprekend dat gemaakte fouten niet altijd in het nadeel van de belanghêbbenden hoeven uit te vallen. Er zijn ook voorbeelden waarbij de betreffende huisei8enêren voordeêl hebben
fout. lk wil die voorbeelden echter niet opvoeren omdat al gebleken is dat de SBW&SD 'waarschijnlijk omdat nog maar heel weinig personen taxatiekaarten hebben opgevraagd- soms heel goed êên omschrijving van êên gêvalwêette koppêlen aan êen specifiek adres/object. van zo'n
Het gaat hier
(ook) over vertro uwe n in de overheid. Over beter gezegd over het gebrek daaraan.
Vraag willekeurige huiseigenaren naar wat ze vinden van de WOZ waarde en vrijwel iedereen begint te lachen. En allemaal zeggen ze hetzelfde: " ze slaan er maar een slag naa/' , " het is nattevingerwerk " en " het is appels met peren vêrgelijken'/. En hêt is natuurlijk
ook ridicuul dat êen overheidsorgaan dat belasting heft over de waarde van een object zelfde waarde van dat objêct magvaststellen. Maar de praktijk maakt het nog veelzotter nu is gêbleken dat belanghebbende burgers cruciale informatie onthouden wordt ên daardoor totaal geen inzicht kunnen verkrigen in de wijze waarop de WOZ-waardê wordt bepaáld. Deze feiten , in combinatie met de hierboven omschreven problematiêk bij de behandêling vên bezwaren , doen bij mij de vraag rijzen of de hele uitvoering van de wet WOZ en sommige bepalingen in dê wet WOZ ên de Wet op de Rijksbelastingen niet in strijd zin met andere (Europese) wet- en regelgevrng. Op grond van alles wat ik heb geschrevên wil ik u verzoeken om de colleges van B&W op te roepen tot het dooÍvoeren van de volgende aanpassingen: 1. Bied inwoners de mogelijkheid om in aanvulling op het taxatieve rslag ook de taxatiekaaften van de eigen woning en van de opgevoeÍde referentieobjectên te downloadên.
2. Voêr alleên Íefêrentieobjecten op waarbij eenzelfdê ba sisee n hêidsta rief vê n toêpassing is als bij het doelobject (de woning van de betreffende belanghebbênde) zodat'appels met appels vergeleken kunnen worden' , over de reden waarom een correctie wordt opgevoerd in de kolom " fct " op de taxatiekaarten ên motiveer ook de hoogte van die correctje. 4. Publiceer hêt bijgebouwenmodel. Sommige andere gemeenten ên samênwêrkingsverbanden kunnen en doen dit ook. dus waarom zou de SBW&SD dat niet kunnen doen? Stel eventue€l voor êlke gemêente afzonderlÍk een bugebouwenmodel op. Als het technisch gez;en echt niet mogelijk is , maak dan op een anderê mênier opênbaar wat de (basis)eenheidstarieven zijn per soort bUgebouw , welke corrediepercentages toegepast kunnen worden en welkê criteria daarbij worden gehanteerd.
3. Verschaf duidelUkheid
5. Roep mensen die twijfelen aán de vastgestelde WOZ-waarde of die bezwaar willen makên niet langêr op om bij voorkeur eerst {telefonisch) contact op te nemen met de taxateurs en overweeg of er nog wel doorgegaan moet worden mêt het op informele wijze afhandelen van bezwáren.
6. Verstrek dê gemêênteraden elkjáar een compleet overzichtvan ingediende ên aÍgehandelde bezwaren in het kader van de wet WOZ , inclusiefde aantallen gegronde- , gedeeltelijk gegronde- , ongegaonde- , ingetrokken- en niet onwankelike bezwaren.
7. Stop met het opleggen van de verplichting aan bezwêêrmakers
heel inventarisatieformulier in te vullen en beperk de behandeling van een ;ngediênd bezwaarschrift tot de grond of om een
gronden die daarin zijn opgevoerd. 8.
i.v.m. het
Mede
voorgaande punt: maak eindelijk eens
daadwerkelijk eens in de vijf jaar alle kenmerken
om
controleren, zowel
Ik zou het op inhoud
van
Met
u
buiten als
van
deze brief actie wil gaan ondernemen van
uw
gemeente gaat
nog vragen hebben dan
kunt
vriendelijke groet,
(geanonimise rd)
u
van
werk
van
alle woningen
en
de
voornemens
niet-woningen
te
binnen.
prijs stellen om vóór de zomervakantie
commissievergadering Mocht
van
concreet
en
van
u te vernemen
of u naar
dit onderwerp op de
agenda
aanleiding van
van
de
de betreffende
zetten.
mij uiteraard benaderen; bij voorkeur per e-mail.
Middelburg Belastingen
Gemeente
Samenwerking
WSD
Kanaalweg 3 Postbus 6000
Middelburg
4330 LA
Tel 14 0118 Fax (0118) 623 717
info@middelburg.nl www.middelburg.nl (geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) Cd (geanonimiseerd) ed
uw
kenmerk
brief van
uw
ons
bijlage(n)
kenmerk
732086
30 oktober 2024
doorkiesnummer contactpersoon (geanonimiseerd)
datum
datum verzending 26 februari 2025
25 februari 2025
onderwerp
Vragen uitvoering Wet WOZ
(geanonimiseerd) HM
Beste heer
plaats willen wij onze excuses aanbieden dat u geruime tijd heeft moeten wachten op antwoord. Wij hebben de gemeenteraad willen informeren over de WOZ uitvoering en hierbij diverse zaken gecombineerd. Tevens heeft de afstemming met de andere drie gemeenten van de Samenwerking Belastingen enige tijd gekost. Daarnaast delen wij uU mee namens de colleges van Vlissingen, Veere en Schouwen-Duiveland dat de uitvoering van de WOZ een aangelegenheid is van Middelburg als gastgemeente van deze samenwerking. Vandaar dat wij u namens deze drie In de eerste
gemeenten antwoord geven. Naar
aanleiding
de eerdere
van
uw
brief van 30 oktober 2024
correspondentie
over
de
uitvoering
van
en
de
aanvulling
de Wet WOZ,
van
delen
8 november, waarin
wij
u
het
volgende
u
ingaat op
mee.
Ugeeft aan het niet eens te zijn met ons ingenomen standpunt. Ondanks
het streven
om
altijd een
zo
groot mogelijk draagvlak te realiseren bij elke (beleids)keuze van mening met burgers over hoe een gemeente zaken oppakt zijn
gemeente zal er een verschil van en blijven. Het gaat erom dat de gemeente daarin een weloverwogen keuze maakt en dat heeft de gemeente gedaan. Dat u een andere mening heeft doet daar niets aan af. De individuele rechtsbescherming is zodanig ingericht dat u altijd de mogelijkheid heeft om zaken te laten toetsen in een
beroep. gemeente voert de Wet WOZ al sinds 1997 uit. De gemeente stelt daarbij sinds 2004 jaarlijks tienduizenden waardes vast en beantwoorden jaarlijks honderden vragen en bezwaarschriften. Wij zoeken daarbij altijd een balans tussen de uitvoering van de wet, de vraag van de burger en de De
MIX
Papier van
FSC
dd
EE
Bankrelatie: ies
N.V. Bank
voor
Ned.
Gemeenten il
ja
ee
(BNG)te Den Haag, banknr. NL14BNGH0285005502 (IBAN) / BNGHNL2G tha okei ieden ine
Ai hete
dd
(BIC/SWIFT).
pagina 2 van 3
onderwerp
Vragen uitvoering Wet WOZ uitvoeringskosten. De wet moeten wij uitvoeren, de burger moeten wij zo goed mogelijk dienen zijn onszelf verplicht zo hoog mogelijke kwaliteit te bieden tegen zo laag mogelijke kosten.
en
we
jarenlange praktijkervaring wijst uit dat verreweg de meeste burgers geen drang naar informatie hebben op het niveau dat u dat wenst. Wij zijn het dan ook niet met u eens dat wij dat op een dergelijke wijze moeten gaan faciliteren. Dat betekent nogmaals niet dat wij het niet geven als erom wordt gevraagd. Wij stemmen alleen de verstrekking af op de mate van vraag naar de informatie en dat is dus De
op individueel niveau. naast het gaat er dus ook niet om welke kaarten wij wel of niet verstrekken. Mocht de burger uitgebreidere taxatieverslag en de informatie die op internet verkrijgbaar is nog specifiekere informatie wensen dan voorzien wij daarin op dat niveau. Dat is wat ons betreft de beste wijze om de burger te
Het
dienen.
Inzake
uw
standpunt met betrekking tot de informatie uitvraag bij de bezwaarschriften.
gaat als wij informatie opvragen bij een bezwaarschrift. Die mening heroverweging van alles. Ook hier wij weer in het belang van de burger en op basis van effectiviteit. De gemeente moet waarderen op basis van modelmatige waardebepaling. Dat staat letterlijk in de wetgeving. Dat is ook logisch omdat anders de uitvoering onbetaalbaar wordt. Daardoor kan het best dat er iets moet worden gecorrigeerd door bezwaar en beroep. Het is juist zeer efficiënt om alles van dat object in beeld te brengen en te heroverwegen tijdens de behandeling van het bezwaar, los van het feit dat het ook nog eens rechtmatig U stelt dat wij de aandacht afleiden delen
van
waar
het
om
niet. Een bezwaarschrift is een
is.
Inzake
uw
vraag waarom
we
vragen
het volledige formulier in te vullen terwijl
er
bepaalde dingen missen.
volledig opvragen van alle gegevens is juist een bevestiging van een totale heroverweging in bezwaar. Het kan namelijk ook voorkomen dat de bezwaarmaker geen gelijk krijgt op de punten die hij of zij aanvoert maar dat er wel op andere punten is gebleken dat de waarde te hoog is bepaald. Het oordeel van de Waarderingskamer was in 2023 inderdaad tijdelijk aangepast voor de gemeente Middelburg omdat ze verbeterpunten hadden. Dat was overigens alleen voor de gemeente Middelburg en niet voor de andere gemeenten en inmiddels staat het oordeel van de Waarderingskamer weer op Het
“Goed”. De manier waarop we de bezwaren behandelen waarop het in de rest van Nederland gebeurt. Inzake
uw
wijkt overigens in hoofdlijnen niet af van de wijze
opmerking dat wij de verplichting vermelden bij het opvragen
van
gegevens.
wij weer bewust gekozen voor de vermelding. Dit doen wij om de respons zo hoog mogelijk te maken en de kosten zo laag mogelijk te houden. De door u aangehaalde voorbeeldteksten van de Waarderingskamer zijn: “Ik wil u erop wijzen dat indien het IFSOformulier niet binnen de gestelde tijd wordt geretourneerd er een informatiebeschikking zal worden genomen. Dit betekent dat er een omgekeerde en verzwaarde bewijslast van kracht wordt inzake de gevraagde gegevens”. En een andere voorbeeldtekst, op de webpagina met uitleg over een informatiebeschikking: “U geeft aan dat de waarde niet juist is en dat de woning een aantal minpunten heeft. Natuurlijk willen we uw bezwaarschrift zo snel mogelijk afhandelen. Daarom verzoek ik u om aanvullende gegevens over de woning. Als u hieraan Ook
hier hebben
niet mee uw
wilt of kunt werken, ga ik bij de afhandeling
woning heb.”
van
uw
bezwaarschrift uit van de gegevens die ik van
pagina 3 van 3 onderwerp
Vragen uitvoering Wet WOZ U
geeft een voorkeur aan de tweede tekst. Het weglaten van de verplichting (die er overigens wel is) zal leiden tot een verminderde respons. Dat betekent dat er meer informatiebeschikkingen moeten worden gestuurd om dezelfde gegevens te achterhalen, hetgeen meer tijd en gemeenschapsgeld kost (dat ook weer uiteindelijk door de burgers moet ij
betaald). Laten we de informatiebeschikkingen achterwege dan zal de kwaliteit van de heroverweging minder worden omdat de heroverweging dan zal plaatsvinden met minder gegevens. Dat kan weer leiden tot beroep en/of bezwaren van belanghebbende van soortgelijke objecten die wijzen op de worden
verschillen. Met de
daarbij behorende kosten.
Wij zijn dan ook van mening dat het weglaten van de verplichting indirect leidt tot meer uitvoeringskosten. Overigens leggen wij geen boete op indien het niet wordt verstrekt. We sturen dan een informatiebeschikking of we
beoordelen
Inzake
uw
het bezwaar op basis
opmerking
dat
nergens
de brief van Middelburg
van
portefeuillehouders
de
Inzake
uw
van
vraag waarom
van
de beschikbare
informatie.
uit op te maken is dat Veere, Vlissingen
en
Schouwen
het
3 oktober kan ik u meedelen dat wij de brief hebben afgestemd
eens
zijn met
met de
gemeenten.
het afnemend
grensnut wel bij grond wordt toegepast
maar
niet bij de
gebruiksoppervlakte. Jaarlijks
wordt
opnieuw de prijs
per m2
gebruiksoppervlakte bepaald
aan
de hand
van
gerealiseerde
verkoopcijfers. ledere groep met woningen kent daarvoor een eigen opbouw. Vanwege de verscheidenheid aan bouw (zoals in de binnenstad van Middelburg) is een uniforme benadering van het afnemende grensnut vanwege de grootte
van
een
woning niet effectief.
Wij zien op de uitvoering van de Wet WOZ Het percentage bezwaren is niet afwijkend
toe vanuit
een
breed perspectief
en
niet op individueel niveau.
landelijke beeld, het aantal toegekende bezwaren evenmin. Uiteraard is het wenselijk dat elk toegekend bezwaar als gevolg van bestandsoptimalisatie al bij de herwaardering was geconstateerd maar gezien de modelmatige waardebepaling is dat niet onlogisch. van
het
Wij delen de mening dat het betreurenswaardig is dat een waarde tweemaal achtereen na bezwaar wordt verlaagd en we proberen dat ook tot een minimum te beperken. De reden dat dat in uw geval was gebeurt is uitgelegd en daarmee is ook duidelijk dat het geen gevolgen heeft voor de andere vergelijkbare objecten. Waarderingskamer is een onafhankelijk orgaan dat toezicht houdt op de uitvoering van de Wet WOZ en bestempeld in alle 4 de gemeentes de uitvoering als “Goed”. Uiteraard betekent dit ook dat er op individueel vlak iets fout kan gaan en dat deze fout gecorrigeerd moet worden. Maar het houdt wel in dat de processen over het algemeen goed lopen. De
wij niet openstaan voor positieve feedback. Uw betoog en pleidooi op een aantal punten volgen wij ook waardoor wij verbetering in de communicatie gaan toepassen. Het feit dat wij uw mening niet op alle vlakken delen en volgen maakt het echter geen slechte uitvoering van de Wet WOZ. Dat Het is ook niet
zo
dat
onderschrijft ook de Waarderingskamer.
Hoogachtend,
Byrge
eester
en
wethouders
van
Middelburg,
il Heffingsambtenaar samenwerking belastingen
Overzicht van fouten, tekortkomingen, ongemotiveerde correcties en oncontroleerbare gegevens bij de uitvoering van de wet WOZ door de SBW&SD
Belastingaanslag 2023, peildatum 1 januari 2022 1. Bij de berekening van de oppervlakte van onze woning was gebruik gemaakt van de buitenafmetingen op de bouwtekening i.p.v. de voorgeschreven binnenafmetingen 2. Een aanbouwtje van begin jaren ‘70 van 2,55 m2 (binnenafmetingen) bleek apart opgevoerd te zijn als berging van 6 m2 tegen een absurd hoog tarief van € 4000 per m2, terwijl de oppervlakte van 3,33 m2 (buitenafmetingen) ook al was meegenomen in de totale gebruiksoppervlakte van de woning tegen het basiseenheidstarief van € 1750 per m2. 3. Het toeval wilde dat ik één van de opgevoerde referentieobjecten heel goed ken. Het woongedeelte daarvan was al jarenlang niet onderhouden en verkeerde in slechte staat. Ook qua voorzieningen was het slecht gesteld. De keuken dateerde nog van eind jaren ’50 en er was bijvoorbeeld geen centrale verwarming. Desondanks had de SBW&SD de KOUD kenmerken gewaardeerd als ”gemiddeld” en het kenmerk “Voorzieningen” zelfs als “zeer goed”. 4. Op het grondoppervlak van dit object staat een bijgebouw van 44 m2. Dit gebouw was door de SBW&SD helemaal niet meegenomen in de berekeningen. Ondanks deze fout en de onjuiste KOUDV waarderingen was de WOZ-waarde van het object vrijwel gelijkgesteld met de verkoopwaarde. 5.
Niet alleen bij dit object, maar bij alle referentieobjecten bleek ongemotiveerd een correctie toegepast te zijn op het eenheidstarief van de woning, wat het tarief is na verrekening van het basiseenheidstarief met de KOUDVL factoren. In de kolom “fct” (waar “fct” voor staat is niet duidelijk) op de taxatiekaarten waren correctiepercentages te zien van 80, 90 en 120 % zonder dat inzichtelijk was gemaakt op grond waarvan die waren toegepast (zie de door mij geanonimiseerde bijlage “taxatiekaartgegevens referentieobjecten 2023”). Vergelijking van de WOZ-waarde van ons huis met die van de referentieobjecten was daardoor totaal onmogelijk. Tijdens de bezwaarprocedure die ik in april 2023 ben aangegaan werd er eerst als verklaring voor die correcties opgegeven dat dit was gedaan op grond van het afnemend grensnut. Maar die uitleg bleek niet te kloppen omdat de oppervlakten van enkele van de referentiewoningen nauwelijks afweken van die van elkaar en van ons huis. Vervolgens kwam er andere uitleg, maar die was (ook) niet controleerbaar, niet logisch en in tegenspraak met een ander opgevoerd argument. 6. Eén uitleg kreeg ik eigenlijk bij toeval en naar aanleiding van een heel ander punt dat ik had aangekaart. Op 21 november 2023 ontving ik van de SBW&SD een voorlopige beschikking waar ik nog op mocht reageren.
Er (b)leek een rekenfout gemaakt te zijn waardoor de WOZ-waarde alsnog € 6000 te hoog uit viel. In de definitieve beschikking werd dit als volgt uitgelegd: “U heeft gelijk dat het basis eenheidstarief € 1 .750,00 dient te zijn. lk had hier € 1.800,00 gehanteerd doordat de GO [van uw woning] is verlaagd en uw woning op de grens zit van een andere groep woningen met een kleinere GO en een hogere GOprijs per m2 en door de verlaging van de GO in de andere groep terecht kwam. Om u tegemoet te komen heb ik dit gecorrigeerd naar € 1.750,00 per m2 GO wonen”.
Dit is opmerkelijk, want als je deze stelling omdraait komt het er op neer dat naarmate de GO groter wordt er al een correctie plaatsvindt door middel van een verlaging van het basiseenheidstarief. Als dan, zoals de SBW&SD zelf aanvoert, ook de “fct” kolom wordt gebruikt om de waarde per m2 van de woning te verlagen op grond van een afnemend grensnut, is er sprake van een dubbele correctie. Voor belanghebbenden is in ieder geval niet inzichtelijk hoe de uiteindelijke waardebepaling van de woning tot stand is gekomen. De eigenaar van het betreffende pand kan het niet zien, maar ook degene bij wie het pand als referentie is gebruikt kan op geen enkele manier beredeneren of berekenen waar de verschillen in waarde op gebaseerd zijn.
7. Ik had grote twijfels over de juistheid van de opgevoerde motivering en heb de SBW&SD gevraagd of het wel echt klopte en of het wel gerechtvaardigd was om over een tegemoetkoming te spreken. Heel specifiek heb ik ook gevraagd waar nu precies die GO grens ligt waar naar verwezen werd. Op die vragen kreeg ik geen reactie meer. Ten onrechte, naar later bleek (zie punt 11) 8. Bij één referentieobject was in de kolom “fct” een correctie toegepast van 120%. Dat kan natuurlijk al helemaal niet gedaan zijn i.v.m. een afnemend grensnut omdat de waarde dan alleen maar lager kan worden en niet hoger. De aangepaste uitleg in de beschikking hierover luidde: “Het komt voor dat er een afwijkende transactie heeft plaatsgevonden (zoals bijvoorbeeld adres ……) waardoor er een (positieve of negatieve) correctie benodigd is om de WOZ-waarde te kunnen bepalen. Als ik dat niet zou doen en aan de hand van deze afwijkende transactie bijvoorbeeld de grondprijs of m2-prijs GO wonen zou aanpassen dan zouden alle woningen in dezelfde groep hierdoor gecorrigeerd worden”.
Hoewel ik alle begrip heb voor het laatste gedeelte van de uitleg blijft het natuurlijk totaal onduidelijk wat er zo afwijkend was aan de bewuste transactie en waarom er zo’n forse correctie heeft plaatsgevonden. 9. Ik kan er niet omheen om het te zeggen. Bij de referentieobjecten gaat het uiteraard om huizen die recentelijk zijn verkocht en het heeft er alle schijn van dat de kolom “fct” alleen maar of voornamelijk gebruikt wordt om de WOZ-waarde op gelijke hoogte te brengen van de verkoopprijs wanneer verrekening van het basiseenheidstarief met de KOUDVL factoren die verkoopprijs niet voldoende benadert of juist overschrijdt. 10. Bij één referentieobject stond op de taxatiekaart een inpandige ruimte die niet als woonruimte wordt gebruikt vermeld tegen een tarief van 0 (nul) euro. Daartegenover staat de uitleg van de SBW&SD dat de correctiefactor van 80% (over de totale WOZ waarde van de woning!) in de kolom “fct” betrekking heeft op die inpandige ruimte. Maar bij een ander referentieobject werd een andere inpandig ruimte die niet als woonruimte wordt gebruikt dan weer apart opgevoerd met een tarief van € 500 dat werd verdubbeld. Op mijn vraag hierover kwam het volgende argument: “Het standaardtarief van € 500,00 per m2 is niet toereikend gelet op de afwerking van deze ruimte, vandaar de correctie van 200%”.
Net als bij de situatie zoals beschreven onder punt 6 lijkt het er hier sterk op dat de SBW&SD meerdere mogelijkheden heeft om de waarde van een deel van een object te berekenen en geheel willekeurig en zonder nadere uitleg daar keuzes uit maakt. De hier beschreven twee correctiemethodes leveren ook aanzienlijk verschillende uitkomsten op. Hoe dan ook is het voor eigenaren/bewoners/bezwaarmakers op deze manier onmogelijk om ergens de vinger achter te krijgen en inzicht te verkrijgen in verschillen met andere objecten en de wijze waarop de berekeningen worden uitgevoerd. Belastingaanslag 2024, peildatum 1 januari 2023 11. In 2023 lagen alle referentieobjecten die door de SBW&SD waren gebruikt bij de waardering van ons pand in dezelfde straat of het verlengde ervan. Bij alle objecten was logischerwijs hetzelfde basiseenheidstarief gebruikt van € 1750. Dit jaar was één van die referentieobjecten opnieuw als referentie gebruikt maar nu was het basiseenheidstarief van dit pand op € 1900 gesteld en bij ons op € 2100. Een onverklaarbaar groot verschil, ook als voor ons pand uitgegaan wordt van het onder punt 6 genoemde iets hogere eenheidstarief van € 1800 per m2. Ik heb daarom dit jaar opnieuw bezwaar gemaakt, specifiek gericht op dit punt. En nu kreeg ik opeens een heel andere uitleg in de beslissing op bezwaar.
Onze woning bleek helemaal niet in de eerder genoemde groep met een kleinere GO en een hogere GO-prijs te vallen. Het bezwaar werd gegrond verklaard en nadat de WOZ-waarde op grond van mijn bezwaren vorig jaar al verlaagd werd met € 54.000 moest er dit jaar weer € 24.000 op gecorrigeerd worden. Let wel, deze correctie op de totale WOZ-waarde van € 78.000 heeft dus alleen betrekking op de waarde van de woning. 12. Dit jaar had ik de beschikking over de gegevens van wat meer referentieobjecten. Die had ik ontvangen van een paar andere inwoners van de gemeente Middelburg. Uit die gegevens kwam naar voren dat bij vrijwel alle objecten in de binnenstad een grondtarief van € 600 per m2 werd gehanteerd. Maar niet in mijn straat en in het verlengde daarvan, aan een gracht, want daarvoor was een tarief van € 700 opgevoerd. Reactie van de SBW&SD op mijn verzoek om uitleg hierover: “De grondprijzen aan de grachten en kaaien liggen op een hoger niveau”. Dat is vreemd, want één van de referentieobjecten ligt aan een (andere) kaai en daarbij was in tegenstelling tot wat de SBW&SD schrijft het reguliere tarief van € 600 gebruikt. Ook m.b.t. dit aspect lijken er weer twee verschillende berekeningsmethoden gebruikt te worden. De stelling “de grondprijzen aan de grachten en kaaien liggen op een hoger niveau” heeft duidelijk betrekking op de ligging van de betreffende objecten.
Alle referentiepanden waarvan ik gegevens heb zijn bij de KOUDVL kenmerken op het aspect van ligging (L) met een 3 (gemiddeld) beoordeeld. Behalve één object dat een 4 (goed) heeft gekregen. In overeenstemming met de correctiepercentages van het KOUDVL schema is daar de grondprijs met 10% verhoogd naar € 660. Die verhoging is controleerbaar voor belanghebbenden; de verhoging van € 600 naar € 700 is dat niet. In de beslissing op bezwaar kreeg ik uitleg over het feit dat er bij het bovengenoemde object aan de kaai een tarief van € 600 was gebruikt. Het was gewoon een fout. Maar niet alleen bij dit object, maar bij meerdere woningen aan die kaai was verzuimd het tarief van € 600 naar € 700 te brengen. 13. In 2025 krijgt dit punt een opvallend vervolg. Je zou verwachten dat de fout nu hersteld zou zijn en dat ook de objecten aan deze kaai eenzelfde grondtarief hebben als objecten aan de andere kaaien en grachten. Met ingang van 2025 is dat tarief overigens wel verhoogd, van € 700 naar € 800. Maar nee, voor de betreffende kaai is ook nu een basistarief gehanteerd dat € 100 lager ligt dan bij de andere grachten en kaaien. Om het tarief toch op gelijke hoogte te krijgen is het beproefde middel maar weer ingezet: de kolom “ fct”. Daarin wordt het basistarief van € 700 verhoogd met 14% zodat het op € 798 uitkomt.
Het laat zich raden waarom er voor gekozen is om het tarief op deze afwijkende manier te verhogen. 14. Bij één referentiepand stuitte ik op een wel heel bijzonder feit. De op de taxatiekaart van 2023 vermelde WOZ-waarde bleek veel hoger te zijn dat de waarde zoals die op het WOZ-waardeloket was gepubliceerd. Ik heb de eigenaar van dit pand benaderd en hij bleek vorig jaar inderdaad een aanslag ontvangen te hebben op grond van die veel te hoge WOZ-waarde. Dat het fout was gegaan werd dit jaar bevestigd, want nu was de WOZ-waarde op het aanslagbiljet aanzienlijk lager dan vorig jaar. 15. Dezelfde eigenaar heeft enkele jaren geleden bezwaar gemaakt omdat er door de SBW&SD een schuur/berging was opgevoerd die hij helemaal niet heeft. Dat bezwaar is toen gegrond verklaard en de berging is verwijderd uit het bestand. Nu kwamen we er achter dat de nog steeds niet bestaande berging toch weer opnieuw opgevoerd was. Helaas was het ook dit jaar al weer te laat voor de eigenaar om nog bezwaar te kunnen maken. Vorig jaar ging het om een te hoge waardering van in totaal ruim € 40.000 en dit jaar nog steeds om de waarde van een schuur/berging van € 6000.
16. Bij één van de referentiepanden is een bergingskelder apart opgevoerd tegen een sterk gereduceerd eenheidstarief. De waarde per m2 is door de SBW&SD bepaald op slechts 40% van het GO basiseenheidstarief. Op de site van de makelaar zijn foto’s te zien van deze kelder. Een ander referentiepand heeft ook zo’n bergingskelder en die ziet er bepaald niet beter uit en vertoont daarnaast diverse ernstige gebreken en nadelen (o.a. toegang alleen via een luik in de woonkamer; geen stahoogte en gas-, water- en rioleringsbuizen van het aangrenzend huis lopen er doorheen). Bij dit pand staat de kelder echter niet apart vermeld op de taxatiekaart, maar is meegenomen in de totale GO tegen het volle eenheidstarief. Afgezet tegen het verlaagde eenheidstarief van de andere kelder is deze kelder maar liefst € 28.000 te hoog gewaardeerd. Naar aanleiding van mijn melding hiervan heeft de SBW&SD het basiseenheidstarief voor bergingskelders in 2025 geüniformeerd en verlaagd naar € 500 per m2. Dit betekent wel dat de eigenaren van de bergingskelders uit dit voorbeeld allebei benadeeld zijn in voorgaande jaren en dat dit vrijwel zeker voor heel veel meer belanghebbenden zal gelden. 17. Zo’n twaalf jaar geleden zijn er in een straat in Middelburg een reeks vrijwel identieke huizen gebouwd. Vorig jaar is één van die huizen verkocht en nu door de SBW&SD gebruikt als referentieobject.
Op de site van de makelaar viel op dat daar een GO oppervlakte vermeld stond van het verkochte pand die veel groter was dan de oppervlakte zoals weergegeven op het WOZwaardeloket. Nader onderzoek wees uit dat de SBW&SD de WOZ-waarde van dit hele rijtje huizen had berekend op grond van een oppervlakte die ongeveer 20% kleiner is dan in werkelijkheid. Dit is ook bekend bij de eigenaren van deze huizen, maar die hebben het nooit aangekaart omdat ze bang zijn dat de WOZ-waarden dan fors verhoogd zullen worden. Uit dit voorbeeld komt wel heel duidelijk naar voren dat er naar een verkoopprijs toegerekend wordt. Omdat het nog vrij nieuwe huizen zijn valt er op de toegekende waarderingen van de KOUDVL kenmerken niets af te dingen en er zijn ook geen correcties toegepast in de kolom “fct”. De WOZwaarden die vrijwel overeenkomen met de verkoopprijs van het referentieobject kunnen daarom alleen maar bereikt zijn door een basiseenheidstarief te gebruiken dat 25% te hoog is. Voor de eigenaren van de betreffende objecten maakt het, voorlopig althans, niet uit. De WOZwaarde is ongeveer gelijk aan de reële verkoopwaarde. Maar het referentieobject zal ongetwijfeld ook gebruikt zijn voor de waardebepaling van andere vergelijkbare objecten, al dan niet in de directe omgeving.
En het veel te hoge basiseenheidstarief is dan wel ten onrechte geprojecteerd op die andere huizen waardoor de WOZ-waarden daarvan veel te hoog kunnen zijn uitgevallen. 18. Een huiseigenaar overweegt bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde van zijn huis en vraagt gegevens op bij de SBW&SD die hij ook toegestuurd krijgt. Wanneer hij overgaat tot het indienen van bezwaar vraagt hij nog aanvullende gegevens op m.b.t. de gebruikte referentieobjecten, maar die worden hem geweigerd. De SBW&SD schrijft hem in zijn beslissing op bezwaar van eind 2024 dat ze niet de wettelijke verplichting hebben om die gegevens te verstrekken en onderbouwt die stelling door te verwijzen naar een uitspraak van een Gerechtshof. Dit is echter een oude uitspraak en het daarin ingenomen standpunt is door de Hoge Raad met zijn uitspraak van 18 augustus 2023 verworpen. En eind 2024 was die uitspraak van de Hoge Raad al minstens een jaar bekend bij de SBW&SD.
Belastingaanslag 2025, peildatum 1 januari 2024 19. Een bepaald referentiepand is de afgelopen jaren diverse keren verkocht. Ondanks het feit dat dit object een paar keer op sites van makelaars heeft gestaan, blijkt de SBW&SD een aanzienlijk deel van het huis niet meegenomen te hebben bij de waardevaststelling ervan. Dit jaar zijn die ‘vergeten’ tientallen vierkante meters toegevoegd aan de totale GO. Maar dat leverde wel een probleem op. Met de in de voorgaande twee jaren gebruikte criteria zou de WOZ-waarde ruim drie ton (!) boven de laatste verkoopprijs uitkomen. De SBW&SD lost dit op de volgende wijze op: a) Hoewel het basiseenheidstarief van woningen in dezelfde straat en omstreken met minimaal 5% is verhoogd, wordt voor de betreffende woning het tarief van vorig jaar gehanteerd b) Het huis is zeer recentelijk grondig opgeknapt waarbij kosten nog moeite zijn gespaard. Dit heeft (terecht) geleid tot zeer hoge KOUDV waarderingen in 2023 en 2024. De SBW&SD heeft nu gewoon maar een paar van die kenmerken met één of twee punten afgewaardeerd. En elk punt betekent een waardeverlaging van 7,5 procent. c) Ondanks deze twee aanpassingen komt de WOZ-waarde nog steeds veel te hoog uit en moet het ultieme middel ingezet worden: de kolom “fct”.
Waar in de voorgaand jaren bij dit object de kolom juist gebruikt werd om de ‘berekende’ waarde van de woning met 20% te verhogen is dit jaar op eenzelfde manier de waarde met 10% verlaagd. 20. Bij een referentieobject wordt een serre van 12 m2 opgevoerd voor een vast tarief van € 15.000. Dit tarief wordt ook gehanteerd voor serres bij andere objecten, waarbij uitgegaan wordt van een oppervlakte van de serre van ongeveer 12 m2. Maar in dit geval wordt de waarde van de serre d.m.v. de kolom “fct” (300%) verdriedubbeld tot € 45.000. Waarom is onduidelijk. Het houdt ook in dat, omgerekend, de prijs per m2 van de serre bijna twee keer zo hoog uitvalt als het basiseenheidstarief dat voor de woning is gehanteerd. Bij een andere referentieobject is een bestaande serre, die op de makelaarssite duidelijk staat omschreven en ook op foto’s goed te zien is, dan weer niet apart opgevoerd. De oppervlakte is tegen het basiseenheidstarief meegenomen in de totale GO van de woning waardoor de WOZ-waarde van deze serre ook bijna 100% te hoog uitvalt. 21. In een artikel uit de PZC van 21 februari jl. stelt de directeur van Sabewa Zeeland dat de WOZwaarden dit jaar landelijk gezien met gemiddeld 5,4% zijn gestegen en dat Zeeland daar iets onder zit.
Maar volgens het CBS waren juist in de betreffende periode, peildatum 1 januari 2024 en daarmee de marktontwikkelingen in 2023, bestaande koopwoningen gemiddeld 2,8% goedkoper dan in 2022. Ondanks deze marktontwikkeling zijn de basiseenheidstarieven van veel woningen door de SBW&SD verhoogd met minimaal 5%. En veel grondprijzen zijn zelfs met ruim 14 en 16% verhoogd. 22. In een straat en het verlengde ervan waren de afgelopen twee jaar de door de SBW&SD gebruikte basiseenheidstarieven voor de woningen in principe ongeveer gelijk. Dit jaar blijken er verschillen te zijn tot maar liefst € 500 per m2. Die afwijkende hoge tarieven leiden bij de betreffende referentieobjecten tot te hoge WOZ-waarden waardoor ook hier weer volop gebruik moet worden gemaakt van de kolom “fct” om de uitkomsten van de berekeningen te verlagen en de WOZ-waarden net onder de verkoopprijzen te krijgen. 23. Iets vergelijkbaars is te zien bij twee andere straten die in elkaars verlengde liggen. Voor de ene straat wordt een grondtarief van € 700 opgevoerd. Voor de andere straat geldt een veel hoger tarief
dat in de kolom “fct” nóg eens met 20% wordt verhoogd. Ook hier is het niet inzichtelijk waar deze verschillen op gebaseerd zijn. 24. Ook bij de straten uit punt 22 is er sprake van een onbegrijpelijk groot verschil in grondprijzen. In een straat die ermee parallel loopt wordt een grondtarief gebruikt dat maar liefst 50% hoger ligt. En dat tarief is ook veel hoger dan dat van de straat in het verlengde ervan en van andere omliggende straten. 25. In 2023 vroeg ik de SBW&SD naar een verantwoordingsdocument en een bijgebouwenmodel. Een verantwoordingsdocument was er niet en men wist niet wat ik met een bijgebouwenmodel bedoelde. Dit jaar heeft de SBW&SD een verantwoordingsdocument gepubliceerd op zijn website en daarin staat op pagina 12 het volgende: “De waarde van bijgebouwen (schuur (gefundeerd), aanbouw, tuinkamer, carport, e.d) wordt op een andere manier bepaald, namelijk met behulp van een vast bijgebouwenmodel”. Het taxatiemodel waardeert de bijgebouwen met vaste prijzen per vierkante meter. Die vaste prijzen zijn voor ieder type bijgebouw anders. Het taxatiemodel corrigeert ook voor secundaire kenmerken. In de tabel hieronder ziet u hoe het taxatiemodel dat doet”. Wat volgt is echter de tabel met de correctiepercentages voor de KOUDVL-kenmerken en in de praktijk blijkt dat deze percentages van 7,5% per waarderingspunt juist níet gebruikt worden voor bijgebouwen.
Ongemotiveerd past de SBW&SD daarbij correcties toe van 150, 200 of zelfs 300%. Aangezien in 2023 een bijgebouwenmodel kennelijk nog niet werd gebruikt, rijst ook de vraag hoe de waarde van bijgebouwen in dat jaar en in voorgaande jaren werd vastgesteld. Overigens wordt in het verantwoordingsdocument meerdere keren verwezen naar een ‘onderstaande’ grafiek of tabel die er helemaal niet staat. De inhoud van het document is ontzettend technisch en sowieso al niet helemaal te volgen, maar deze omissies geven ook nog eens aanleiding tot het zetten van vraagtekens bij de algehele betrouwbaarheid van de opgevoerde informatie. 26. Voor het eerst dit jaar staan op het nieuwe model taxatieverslag toegekende energielabels vermeld bij de objecten. De SBW&SD legt o.a. in het verantwoordingsdocument uit dat het taxatiemodel “Gouwit” rekening houdt met verschillen tussen woningen. Buiten de KOUDVL-kenmerken is daar echter weinig of niets van te merken. Zo staan er op een taxatieverslag referentiepanden vermeld in eenzelfde straat met een vergelijkbaar bouwjaar, maar het ene pand heeft energielabel B en het andere F. Een aanzienlijk verschil dus wat van invloed moet zijn op de WOZ-waarde i.v.m. de energiekosten en het wooncomfort.
Maar het toegepaste basiseenheidstarief voor het pand met het zeer slechte energielabel is 300 euro hoger dan bij het andere pand en de waarderingen van het van toepassing zijnde KOUDVL-kenmerk “Voorzieningen” zijn gelijk. 27. Op de taxatiekaarten staan soms ook panden vermeld met bouwjaren die letterlijk eeuwen uit elkaar liggen. Hoe kun je als belanghebbende burger panden met bouwjaar 1680 of 1718 vergelijken met panden uit 1935 of 1960? Veel van die eeuwenoude panden bestaan natuurlijk voor een groot gedeelte of helemaal niet meer uit elementen van het oorspronkelijke bouwjaar. In de jaren ’70 zijn alleen al in Middelburg hele straten gerenoveerd waarbij soms alleen voorgevels zijn blijven staan of zelfs dat niet eens. Het vreemde is dat op de taxatiekaarten kennelijk voor die situatie ruimte is gecreëerd d.m.v. een kolom “renovatiejaar”, maar op geen enkele taxatiekaart die ik in bezit heb is daar een jaartal ingevuld of is op ander wijze te zien dat er rekening is gehouden met welk van toepassing zijnde jaartal dan ook.