CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-107 Bijlage 3. Ingekomen stukken commissie AB

Gemeenteraad 2 juli 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (25-107 MZ/RM/AB)37.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

6/7

3. 2028 en 2029: breng baten en lasten jeugdzorg in balans met stelpost Van Ark waarbij er een realistische raming is gemaakt van de lasten voor jeugdzorg In haar vervroegde tweede advies zal de commissie Van Ark begin 2027 onder andere haar oordeel vellen over de verhouding tussen kosten en budget voor jeugd over de jaren 2025, 2026 en een inschatting maken voor het lopende 2027. Maar ook over de jaren daarna: 2028 en verder. In de afgelopen Voorjaarsnota is enkel een gedeeltelijke oplossing gekomen tot en met 2027, we moeten het oordeel van de commissie afwachten voor de jaren 2028 en 2029. Om geen bezuinigingen op andere beleidsterreinen te moeten inboeken vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg in de jaren 2028 en 2029, terwijl het tweede advies van de commissie Van Ark nog in het verschiet ligt, adviseren we ook hier een stelpost op te nemen aan de batenkant. Het rijk is verantwoordelijk voor tijdige invoering van wet- en regelgeving. Bij uitstel of afstel van wet- en regelgeving geldt dat dit voor rekening risico rijk is. Maak een realistische inschatting voor de kosten op basis van historische groei voor 2028 en 2029 en plus de baten op met een stelpost met de titel ‘Deskundigencommissie-Van Ark 2027’ in de begroting voor deze jaren. In de bijlage vindt u het volledige begrotingsadvies, inclusief de reflectie van de toezichthouder op ons advies.

Ten slotte Met de voorgaande bestuurlijke duiding van de Voorjaarsnota, de financiële analyse van de Voorjaarsnota en het begrotingsadvies hebben wij geprobeerd u zo volledig mogelijk te informeren over de huidige stand van zaken en onze inzet voor de komende periode. Wij hopen u te ontmoeten in onze ALV van 18 juni en wisselen daar graag met u van gedachten hierover.

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

mr L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/7

Financiële analyse Voorjaarsnota 2025 Bijlage ledenbrief “Voorjaarsnota: duiding, financiële analyse en begrotingsadvies” van 20 mei 2025 -

Algemeen beeld Invulling advies commissie Van Ark voor de hervormingsagenda Jeugdzorg Accresontwikkeling gemeentefonds Ontwikkeling BTW-compensatiefonds Vervolg omzetting specifieke uitkeringen Overige onderwerpen

Algemeen beeld De terugval in structurele middelen in het gemeentefonds vanaf 2026 wordt met ca. € 400 miljoen. verminderd. Dit bedrag betreft het deel dat is toe te rekenen aan de financiering jeugd binnen het gemeentefonds. De middelen in het gemeentefonds zijn vrij besteedbaar. De ramingsproblematiek van het gemeentefonds (waardoor de groei van het gemeentefonds vanaf 2025 structureel achterloopt bij de inflatie) en het herstel van rekenfouten in de overstap van de berekeningswijze van het accres bij taakmutaties worden niet geadresseerd in de Voorjaarsnota en zijn daarmee niet opgelost. Daarnaast is in 2026 en 2027 hiervoor samen ca. € 1 miljard incidenteel beschikbaar gesteld. Vanaf 2028 zijn door het kabinet structureel extra besparingen van ca. € 800 miljoen op de uitgaven voor de Jeugdzorg opgenomen. Keuzes van het kabinet - of het uitblijven daarvan - op het gebied van uitvoeringskosten klimaatbeleid, inburgering en middelen voor beheer en onderhoud betekenen per saldo dat er door gemeenten op deze terreinen minder gedaan zal kunnen worden. Verder zijn er verschillende bescheiden intensiveringen op verschillende beleidsterreinen in de Voorjaarsnota opgenomen. Daar staan ook nieuwe of geïntensiveerde taken tegenover. Samengevat biedt de Voorjaarsnota verlichting voor de financiële situatie van gemeenten, maar lost het de financiële problematieke niet structureel op.

Daarom blijft het voor de VNG essentieel dat door het kabinet gewenste intensiveringen en nieuwe of extra taken voor gemeenten gepaard gaan met extra financiële middelen. In dit verband is het goed te wijzen op een motie die door de Eerste Kamer is aangenomen, waarin het kabinet wordt verzocht de disbalans tussen taken en middelen in beeld te brengen. Gevraagd is de verplichte taken die gemeenten moeten bekostigen in beeld te brengen en op geld te zetten. Daarmee wil de Eerste Kamer inzicht krijgen hoe groot het aandeel is aan middelen die nog resteren om invulling te geven aan de grondwettelijke autonomie. Ook de Raad voor het Openbaar Bestuur stuurt in zijn advies Afrekenen met Disbalans: Advies over medebewindstaken aan op een dergelijk onderzoek. De VNG onderschrijft de wens van de Eerste Kamer en het advies van de ROB.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

vng.nl

Invulling advies commissie Van Ark voor de hervormingsagenda Jeugdzorg Het kabinet Schoof heeft met de Voorjaarsnota 2025 het advies van de deskundigencommissie voor de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (commissie Van Ark) gedeeltelijk overgenomen en de onderstaande bedragen toegevoegd.

Het advies van de commissie Van Ark was om het budget 2025 e.v. te baseren op het budget 2024 en de helft van het tekort 2024. Het kabinet Schoof heeft dit voor de jaren 2025 t/m 2027 grotendeels verwerkt, waarbij zij dit heeft opgesplitst in drie effecten: (1) demping terugval gemeentefonds 2026 (dit betreft m.n. het aandeel jeugd); (2) tekorten voor rekening rijk (dit betreft de helft van het tekort 2024); en (3) wijziging groeipad maatregelen Hervormingsagenda. Deze splitsing in subonderdelen is geen onderdeel van het advies Van Ark, maar mede door het rijk aangebracht om verantwoordelijkheid te kunnen verdelen onder de verschillende departementen. Met de optelling van deze drie elementen wordt het advies voor deze jaren grotendeels (cumulatief wordt ca. € 3 miljard toegevoegd), maar niet volledig overgenomen. De commissie Van Ark adviseerde ook om besparingen pas in te boeken op het moment dat zeker was dat ze ook te realiseren zijn. Omdat mogelijke besparingen telkens alvast in mindering op het gemeentefonds worden gebracht, ontstaat er volgens de commissie een ‘kramp’ die een serieuze hervorming belemmert. Dit advies heeft het kabinet niet overgenomen.

De ombuigingsopgave van de Hervormingsagenda jeugdzorg blijft staan, maar de oploop ervan wordt in de jaren 2026 en 2027 verzacht door voor deze twee jaren respectievelijk eenmalig € 498 miljoen en eenmalig € 447 miljoen beschikbaar te stellen. Daarmee wordt het tijdpad van de ombuigingen met twee jaar vertraagd ten opzichte van de arbitrage-uitspraak van de commissie van wijzen uit 2019. De volgende tabel laat zien wat dit voor deze bedragen betekent. Het betekent alsnog een oploop van de ombuigingen in 2026 en 2027 t.o.v. 2025. Dit komt bovenop de hiervoor genoemde ombuigingsopgave van € 414 miljoen. Tabel 1. Reeks maatregelen Hervormingsagenda (in miljoenen euro’s) 2024 2025

2026

2027

2028

reeks Hervormingsagenda

374

374

961

1.017

1.017

originele reeks Commissie van Wijzen Originele reeks Commissie van Wijzen jaren ’24 en ’25 twee jaar opschuiven Nieuwe reeks in Voorjaarsnota Commissie van Wijzen

463

570

961

1.017

1.017

463

570

-498

-447

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/12

Het totaalbedrag van de ombuigingen van de Hervormingsagenda van € 1.017 miljoen (exclusief indexatie) zou dan in 2028 moeten worden gerealiseerd. In deze Voorjaarsnota boekt het kabinet vanaf 2028 daarnaast de volgende (extra) besparingen op de middelen voor jeugdzorg in: - structureel € 68 miljoen voor het sturen op verkorting van de trajectduur van jeugdhulp - structureel € 260 miljoen (prijspeil 2025) voor de invoering van een eigenbijdrage voor (de ouders van) gebruikers van jeugdhulp - structureel € 507 miljoen door indexatie van het oorspronkelijke bedrag van de ombuiging. Het kabinet heeft hiervoor de € 1.017 miljoen uit de hervormingsagenda geïndexeerd aan de hand van de ontwikkeling van de uitgaven aan jeugdzorg tussen 2019 en 2024. Deze extra besparingen worden vanaf 2028 dus ook in mindering gebracht op het gemeentefonds. Er zijn nog geen concrete plannen bekend als onderbouwing van deze plannen. Bij de indexering van de oorspronkelijke ombuiging is niet gekeken hoe dit zich verhoudt tot de onderliggende maatregelen waarmee de besparing moet worden bereikt. Voor alle drie de genoemde besparingen vanaf 2028 geldt dan ook dat de VNG deze als te ambitieus beoordeelt en heeft daar niet mee ingestemd.

De commissie Van Ark adviseerde ook om de middelen voor de jeugdzorg in het gemeentefonds apart te indexeren en suggereerde aan te sluiten bij de brede ontwikkeling van de zorguitgaven en de OVA-systematiek. Dit advies is door het kabinet niet overgenomen, waarmee de middelen voor de jeugdzorg meelopen met de bbp-systematiek. Op grond van de historische trend is de verwachting dat deze indexering ontoereikend zal zijn. De VNG gaat er vanuit dat de commissie Van Ark dit punt ook weer expliciet meeneemt in haar advies in 2027. Het eindadvies van de commissie Van Ark over de toereikendheid van het budget jeugdhulp in het gemeentefonds en de voortgang en haalbaarheid van de hervormingen wordt van 2028 vervroegd naar (begin) 2027. In dat advies zal ook weer worden gekeken naar de discrepantie tussen uitgaven en inkomsten in de jaren daarvoor en een advies gegeven worden over de bekostiging vanaf 2028. Het bestuur zet zich ervoor in dat er zodanige afspraken worden gemaakt met het kabinet (o.a. over de opdracht van de commissie Van Ark en de status van dien advisering) dat gemeenten er eveneens op kunnen vertrouwen dat bij het optreden in de fase 2025-2027 van onvermijdbare tekorten, gemeenten daarvoor dan worden gecompenseerd. Dezelfde afspraken met het kabinet zal het bestuur maken voor de fase na 2027 opdat gemeenten ook dan aanspraak hebben op een adequate bekostiging.

Desondanks zijn op dit moment de budgettaire consequenties vanaf 2028 van de jeugdzorg voor het gemeentefonds onzeker. Bijstelling van de accressen gemeentefonds Met de Voorjaarsnota 2025 zijn de accrespercentages 2025 t/m 2029 bijgesteld en is het accrespercentage voor het jaar 2030 bekend. Ten opzichte van de accressen Miljoenennota 2025 (voor verwerking van de revisie CBS) ligt het accres 2025 1,07% hoger. Dit wordt voor 0,9% veroorzaakt door een hogere raming van het prijspeil bbp. Het leidt tot een bijstelling van de accrestranche 2025 met € 423 miljoen. Het accres 2024 stond al vast in de meicirculaire 2024. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft het prijspeil bbp de afgelopen zeven jaar gemiddeld 1 procentpunt te laag geraamd. Met het uitkomen van het CEP 2025 blijkt dat het CPB ook met het CEP 2024 het prijspeil bbp te laag heeft geraamd en wel 1,1 procentpunt. Wij hebben vanwege dit structurele ramingsprobleem het kabinet verzocht

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/12

om voor de accresbepaling over te stappen naar nacalculatie. In de Eerste Kamer is een motie ingediend die het kabinet vraagt om voor het zomerreces met een voorstel te komen om de indexatie van het Gemeentefonds voor inflatie te herstellen bij voorkeur door nacalculatie. Als het kabinet in aanloop naar de Miljoenennota 2026 nog een nacalculatie over het accres 2024 toepast voor zowel het volumedeel als het prijsdeel, dan leidt dit tot een positieve bijstelling van structureel € 478 miljoen. Tabel 2. Accrespercentages bbp-accres Voorjaarsnota 2025 Accrespercentages Voorjaarsnota 2025 Jaar 2024 2025 2026 volume bbp-accres VJN 25 2,41% 2,16% 1,93% prijs bbp-accres VJN 25 5,10% 3,63% 2,74% Totaal bbp-accres VJN 25 7,63% 5,87% 4,72%

2027 1,82% 2,52% 4,39%

2028 1,72% 2,61% 4,37%

2029 1,61% 2,50% 4,15%

2030 2,28% 2,50% 4,84%

Verschil VJN 25 met MN 25

0,05%

0,39%

0,23%

0,00%

1,28% 1,07%

0,20%

Voor het jaar 2030 komt het bbp-accres uit op een percentage van 4,84%, wat neerkomt op een bedrag van € 2.241 miljoen. Gemeenten ontvangen bovenop het bbp-accres vanaf 2026 een extra plus van structureel € 75 miljoen per jaar vanwege de sneller stijgende uitgaven Wet Maatschappelijke Ondersteuning door de vergrijzing. In 2030 wordt deze plus van structureel € 75 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Per saldo resteert onderaan de streep voor zowel het jaar 2026 als het jaar 2028 een bescheiden vergoeding aan het gemeentefonds om de autonome ontwikkeling van de uitgaven door inflatie, loonontwikkeling, bevolkingsgroei en de vraag naar hogere standaarden voor publieke diensten door meer welvaart op te vangen. Het accres inclusief niet-taakgebonden mutaties loopt in deze twee jaren daar ver bij achter. Daar bovenop loopt de indexatie van de jeugdmiddelen mee met de bbp-systematiek in plaats van een eigen hogere indexering – zoals door de commissie Van Ark was geadviseerd. Vrijval BTW-Compensatiefonds (BCF) aan gemeentefonds naar beneden bijgesteld. In de septembercirculaire 2024 was als voorlopige raming voor de vrijval uit het BCF aan het Gemeentefonds in het jaar 2024 een bedrag van € 447 miljoen opgenomen. Dit bedrag is met de Voorjaarsnota 2025 op basis van de declaraties van gemeenten met € 115 miljoen naar beneden bijgesteld.

Deze bijstelling wordt met de algemene uitkering 2025 verrekend. De vrijval voor het jaar 2024 komt ermee uit op € 332 miljoen. Dat de vrijval afneemt, is een teken dat de investeringen van gemeenten weer aantrekken richting een ‘normaal’ peil. Gemeenten mogen voor de meerjarenraming van de komende begroting 2026 en ieder jaar van de meerjarenraming voor de vrijval uit het BCF aan het gemeentefonds uitgaan van ten hoogste de vrijval in 2024 van deze € 332 miljoen. De vrijval uit het BCF aan het gemeentefonds voor het jaar 2025 komt met de nieuwe raming in de Voorjaarsnota 2025 uit op € 654 miljoen (tabel 37, pag. 254). De vraag is of er sprake is van een blijvend herstel van de investeringen. Zo ja, dan is voor het jaar 2025 een lagere vrijval dan dit bedrag te verwachten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/12

Vervolg omzetting specifieke uitkeringen (spuks) De afgelopen maanden is in een intensief traject met fondsbeheerders, departementen en gemeenten en provincies gevolg gegeven aan het voornemen in het regeerprogramma om alle specifieke uitkeringen om te zetten. De resultaten hiervan staan beschreven in een brief die binnenkort naar de Tweede Kamer wordt verstuurd. Daarin zal ook meer informatie te vinden zijn over de wijze waarop invulling is of nog moet worden gegeven aan de korting van 10% korting. Als VNG zijn we voorzichtig optimistisch over de uitkomsten. Een flink aantal spuks zal (op termijn) worden omgezet. Tegelijk is de discussie nog niet afgerond. De besparing van 10% op de spukbudgetten is door het rijk meteen verwerkt in de departementale begrotingen. Bij een flink aantal spuks is voor ons al duidelijk dat deze besparing niet kan worden opgevangen door het wegvallen van administratieve lasten. Ook het rijk erkent dat dit betekent dat – als de spuk gehandhaafd blijft en het betrokken departement ervoor kiest de besparing toch door te voeren op de spuks – de uit te voeren taken verminderd moeten worden. In genoemde Kamerbrief staat dat dit in goed overleg met VNG en IPO moet gebeuren. Op dit moment kunnen we nog niet zeggen dat dit op alle onderdelen al is gebeurd of goed loopt.

Voor een aantal spuks is of lijkt door het departement wel gekozen de 10% zelf aan te vullen. Voor zover dat nu al duidelijk is, staat dat in het overzicht hieronder vermeld. Overige onderwerpen Algemeen - Over het uitkeringsjaar 2024 is een bedrag van € 135 miljoen niet uitgekeerd aan gemeenten. Dit bedrag wordt alsnog middels nacalculatie in het jaar 2025 aan het gemeentefonds toegevoegd. Wonen - De huurprijsbevriezing heeft effect op de investeringscapaciteit van woningcorporaties. Sommige doelen van het woontopakkoord en de prestatieafspraken sociale woningbouw raken op deze manier buiten beeld. Dat vinden wij onverstandig en in strijd met afspraken. Dit raakt onze corporaties en onze woningzoekende inwoners zeer. - Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) heeft al gewaarschuwd voor een mogelijke verlaging van de rating van corporaties. Dit kan effect hebben op de achtervangpositie van gemeenten in het waarborgfonds. Klimaat en energie - Er worden geen aanvullende middelen voor uitvoeringskosten Klimaatakkoord vrijgemaakt, en de korting van 10% op de spuk CDOKE blijft in stand. Volgens berekening van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in het artikel 2 onderzoek is er tot en met 2030 € 300 miljoen jaarlijks extra nodig. De gemiddelde € 700 miljoen die gemeenten nu jaarlijks krijgen blijven wel staan tot en met 2030.

De klimaatmiddelen voor gemeenten worden ook nu weer gebrekkig geïndexeerd. Dat telt op bij eerdere gebrekkige indexeringen en bij het tekort berekend door de ROB. Gemeenten zullen dus minder kunnen doen wat een direct effect heeft op de doelstellingen en ambities van gemeenten en het rijk. - In combinatie met huurprijsbevriezing verwachten wij dat wijkontwikkeling achterop gaat raken, energie-armoede zal aanhouden, en de weerbaarheid van het energiesysteem minder snel zal toenemen met lokale opwek/opslag.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/12

Infrastructuur/Beheer en Onderhoud - Deze voorjaarsnota biedt geen soelaas voor het achterstallig onderhoud en de beheersopgave gemeentelijke infrastructuur. Tevens worden enkele grote infrastructurele projecten worden doorgeschoven of ‘aangepast’, enkele andere worden met deze nota gefinancierd. - De 10% bezuiniging op de brede doeluitkering voor openbaar vervoer in de twee metropoolregio’s wordt – ondanks dat deze specifieke uitkering niet wordt omgezet en daarmee dus volgens de redenering van het kabinet ook geen besparing op administratieve lasten kan worden bewerkstelligd – vooralsnog niets gedaan. Dit is slecht nieuws voor de mobiliteit van onze inwoners en de bereikbaarheid van voorzieningen. Gezonde leefomgeving/landelijk gebied - Doelen natuur, water en klimaatadaptatie blijven staan, belangrijk tegen de achtergrond van de transitie van het landelijke gebied. Uitvoeringsgerichte en gebiedspecifieke aanpak blijft ook overeind. De Voorjaarsnota is het beeld ongewijzigd dat budgetten niet toereikend zijn en er geen budget is voor o.a. klimaatadaptatie en water- en bodemsturend als belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde leefomgeving.

Als het gaat om de stikstof aanpak doet de VNG een dringend beroep op het kabinet om in samenspraak met de medeoverheden de maatregelen uit de brief van de ministeriële commissie Economie en Natuurherstel (MCEN) snel om te zetten naar concrete afspraken, regelgeving waar nodig met juridische en financiële borging, en hiervoor voldoende middelen beschikbaar te stellen. Hoe langer we wachten, hoe langer de onzekerheid bij inwoners, gemeenten en ondernemers blijft. Werk en inkomen - Het macrobudget 2025 voor de gebundelde uitkering (BUIG) is met € 187 miljoen naar beneden bijgesteld naar € 7.283 miljoen. Het grootste effect zit op het deelbudget bijstand (negatief € 158 miljoen). Deze daling komt door een conjunctuureffect van negatief € 41 miljoen, realisatie 2024 van negatief € 152 miljoen en een positieve bijstelling van de raming beleidseffecten rijk van € 35 miljoen. Het deelbudget loonkostensubsidie (LKS) is met € 25 miljoen naar beneden bijgesteld als gevolg van lagere aantallen LKS en een hogere prijs. - De integratie-uitkering Participatie wordt apart geïndexeerd. Voor het jaar 2025 is € 102 miljoen toegevoegd. Dit bedrag loopt af naar € 85 miljoen in 2030. - Voor een impuls aan het toekomstbestendig maken van de sociale infrastructuur wordt in 2025 een bedrag van € 55 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd, dat oploopt naar € 60 miljoen in 2030.

Van dit bedrag is € 28 miljoen structureel. - Voor de ontwikkeling van de dienstverlening en slagkracht van de arbeidsmarktregio’s wordt in 2025 een bedrag van € 44 miljoen oplopend naar € 54 miljoen in 2028 aan het gemeentefonds toegevoegd. - Vanaf 2025 worden er middelen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Het voornemen is om voor beschut werk een forfaitaire LKS in te voeren. Dit betekent dat de loonwaardemetingen bij beschut werk worden afgeschaft en er standaard een vaste vergoeding voor de gemiste loonwaarde wordt uitgekeerd. Dit zorgt voor een versimpeling in de uitvoering van de LKS bij beschut werk. Ook krijgen de werknemers niet meer te maken met het onzekere jaarlijkse traject van de loonwaardemeting. Deze maatregel vergt een wetswijziging. Tot het

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/12

-

-

moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage beschut werk in het Gemeentefonds. In 2025 gaat het om een bedrag van € 34 miljoen. Zie ook Structurele investering in beschut werk | VNG De maatregel Individuele Plaatsing en Steun (IPS) wordt structureel mogelijk gemaakt voor de gemeentelijke doelgroep. Middels IPS worden mensen met een psychische aandoening aan betaald werk geholpen. Het gaat om een bedrag van circa € 12 miljoen. Gemeenten gaan vanaf 2027 geld ontvangen voor de begeleiding van jongeren bij wie de wajong-aanvraag afgewezen is. Dit loopt op naar € 17 miljoen in 2030. Er wordt een decentralisatie-uitkering van € 15 miljoen incidenteel in 2025 aangekondigd voor een aanpak waarmee gemeenten, scholen en hun partners zich inzetten om kwetsbare jongeren te ondersteunen naar vervolgonderwijs of werk.

Participatiewet - Om de maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in balans uit te voeren zijn middelen nodig voor implementatie- en uitvoeringskosten. Het gaat hierbij onder andere om kosten die gemeenten maken voor de training van medewerkers, het informeren van burgers en het aanpassen van werkprocessen. Ook bij het Inlichtingenbureau (IB), de SVB, Divosa en de VNG is er sprake van implementatiekosten. Cumulatief gaat het om een bedrag van € 73 miljoen. - Vanaf 2027 zijn er extra middelen voor gemeenten gereserveerd voor de uitvoering van de taaleis in de Participatiewet. In 2027 gaat het om een bedrag van € 3,7 miljoen, oplopend tot € 17,4 miljoen structureel. Deze middelen staan vooralsnog op de aanvullende post en komen dus nog niet in de meicirculaire te staan. Voorkomen en aanpakken schulden - In 2025 verstrekt het ministerie van SZW eenmalig € 59 miljoen via het gemeentefonds voor de bijzondere bijstand inzake de alleenverdienersproblematiek (€ 25 miljoen), vroegsignalering problematische schulden (€ 19 miljoen) en begeleiding van jongeren naar werk (€ 15 miljoen). - Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden.

De middelen voor problematische schulden waren beoogd voor gemeentelijk schuldenbeleid (vroegsignalering), een integraal schuldenoverzicht voor huishoudens, één overheidsincasso en het voorkomen van kostenoploop boetes. Door de voorjaarsbesluitvorming is er geen sprake meer van structureel budget voor dit maatregelenpakket. De reeks loopt tot 2029 en daarmee is de structurele dekking van de (uitvoerings)kosten van de verschillende maatregelen weggevallen. Gemeenten krijgen middelen voor vroegsignalering van schulden. Hiervoor wordt in 2025 € 19 miljoen overgemaakt naar het gemeentefonds. Door de voorjaarsbesluitvorming is dit nu ook geen structurele reeks middelen meer, maar zijn de middelen beschikbaar tot en met 2028. Een duurzame investering in vroegsignalering behoeft structurele middelen. Het is voor gemeenten belangrijk dat dit structurele middelen worden en blijven. VNG heeft haar zorgen geuit bij SZW en de Tweede Kamer en verzocht dit te corrigeren en de structurele middelen voor het hele maatregelenpakket veilig te stellen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/12

Kinderopvang - Het kabinet kondigt uitstel aan van het nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang. De nieuwe geplande ingangsdatum is 2029. De middelen die daardoor vrijvallen worden benut voor een geleidelijk ingroeipad naar het nieuwe stelsel. Daarnaast schrapt het kabinet de geplande bezuiniging op de kinderopvang, zoals door de VNG bepleit. Het plan om het maximum uurtarief voor de kinderopvangtoeslag niet te indexeren wordt ingetrokken. Hiermee wordt de toegankelijkheid van de kinderopvang voor lage inkomens beter geborgd. Cultuur - De verhoging van de btw op cultuur, media en sport wordt definitief geschrapt. Dit wordt betaald door de belastingschijven en heffingskortingen binnen de inkomstenbelasting beperkt te compenseren voor de prijsontwikkeling. Ook vanuit de VNG is de afgelopen tijd aangedrongen op het schrappen van deze maatregel. Zorg -

-

-

-

-

De middelen in het gemeentefonds voor beschermd wonen worden apart geïndexeerd. Met de Voorjaarsnota 2025 wordt € 87 miljoen aan de middelen toegevoegd voor het opvangen van de loon en prijspontwikkelingen. In 2024 en 2025 is geen volume-accres voor deze taak toegevoegd. In de voorjaarsnota ontbreekt vooralsnog de toevoeging van een volume-accres voor het jaar 2026. Het afschaffen van het abonnementstarief WMO, zodat weer een inkomensafhankelijke bijdrage kan worden gevraagd, is vertraagd naar 2027. Voor het jaar 2026 wordt daarom de structurele uitname van € 225 miljoen die al was ingeboekt, eenmalig gerepareerd. Voor de jaren vanaf 2026 worden de resterende middelen van de Hervormingsagenda jeugdhulp van de aanvullende post naar het gemeentefonds overgeheveld. Er worden in de Voorjaarsnota geen transitiemiddelen beschikbaar gesteld voor hervorming van het stelsel van organisaties die bescherming moet bieden bij huiselijk geweld en kindermishandeling. Omdat het huidige stelsel onder zware druk staat, blijft deze hervorming echter noodzakelijk. De VNG gaat daarom met de bewindspersonen in overleg om te bezien hoe de stelselvereenvoudiging alsnog realiseerbaar is. Voor 2025 tot en met 2027 wordt een jaarlijks bedrag van € 13 miljoen aan het gemeentefonds overgeheveld voor de kinderopvang van pleegouders. Vanaf 2028 wordt dit bedrag verlaagd naar € 3 miljoen structureel.

In 2026 wordt eenmalig € 10 miljoen via het gemeentefonds verstrekt voor de meerkosten van gemeenten door het scheiden van wonen en zorg binnen de WLZ. Er is geen verschuiving te zien van zorgmiddelen t.b.v. gemeenten vooruitlopend op te maken afspraken in AZWA.

Asiel en Migratie - Het COA-budget wordt in 2025 en 2026 (fors) opgehoogd: respectievelijk € 815 en € 748 miljoen, bedoeld voor crisisnoodopvang. Deze kosten achten wij noodzakelijk, maar ook wrang: door de beoogde intrekking van de Spreidingswet wordt de opbouw van een robuust aanbod van reguliere opvang ondermijnd. Daardoor bestaat het risico dat ook in de toekomst hoge kosten moeten worden gemaakt voor dure – en vaak kwalitatief minder goede – (crisis)noodopvang. Een suggestie om tot goedkopere en efficiëntere asielopvang

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/12

-

-

-

-

te komen is om de Spreidingswet te behouden en te zorgen voor stabiele en meerjarige financiering. Gemeenten krijgen in 2025 incidenteel extra middelen op grond van het Faciliteitenbesluit: voor gemeenten met een opvanglocatie wordt € 11 miljoen extra overgeheveld naar een decentralisatie-uitkering. In de ramingen zijn de middelen voor de Oekraïne-opvang verlengd tot en met 2027. Dat is in lijn met het uitgangspunt dat de financiering vanuit het rijk aan de gemeenten voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne kostendekkend is. Het kabinet heeft echter het normbedrag voor de Oekraïne-opvang afgelopen jaar flink verlaagd en een meerjarige garantie voor financiering ontbreekt vooralsnog. Dit plaatst gemeenten voor een nagenoeg onmogelijke opgave nu er nog steeds nieuwe opvangplekken nodig zijn. De gemaakte afspraken over de uitvoeringskosten van de inburgeringswet in relatie tot het aantal inburgeraars worden vooralsnog niet nagekomen. De beschikbare middelen voor inburgering blijven daarmee onvoldoende. Op het inburgeringsdossier zien wij een kleine voorzichtige meevaller: de aangekondigde korting van 10% op de spuk Inburgeringsvoorzieningen voor 2026 en 2027 wordt niet doorgevoerd. Vanuit SZW is € 8 miljoen beschikbaar gekomen voor het voorzetten van de pilots voor dakloze EU-migranten. Dat wordt gecombineerd met middelen van VWS voor de aanpak van dakloosheid.

Veiligheid en weerbaarheid - De VNG formuleert – samen met o.a. de veiligheidsregio’s – wat gemeenten kunnen bijdragen aan de weerbaarheid en veerkracht van Nederland. Een van de belangrijkste voorstellen waar de VNG samen met het Veiligheidsberaad met het kabinet over spreekt is het inrichten van een landelijk dekkend netwerk van noodsteunpunten. De Voorjaarsnota stelt per 2027 een investering van € 70 miljoen per jaar in het vooruitzicht voor weerbaarheid op lokaal en regionaal niveau, toe te voegen aan de begroting van J&V. Het is nog niet duidelijk hoe J&V de € 70 miljoen wil inzetten. Onze inschatting is dat het onvoldoende is om de volledige opgave te dekken, zeker niet omdat voor andere departementen geen middelen voor het thema weerbaarheid zijn vrijgemaakt. De VNG en het Veiligheidsberaad voeren op dit moment het gesprek met de minister van J&V in hoeverre het gereserveerde bedrag aangewend kan worden om de 10% korting op de BDU Rampenbestrijding terug te draaien en tevens ook de noodsteunpunten te financieren. Daarbij wordt ook bekeken of reeds eerder dan 2027 middelen beschikbaar kunnen komen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/12

Bijlage: ontwikkeling accres 2025-2030 inclusief niet-taakgebonden mutaties De bijstelling van de percentages (en de grondslag) leidt tot de bbp-accressen van onderstaande tabel. In de tabel zijn ook de effecten van niet-taakgebonden mutaties, die in feite ook tot het accres behoren, meegenomen. De mutaties worden onder de tabel toegelicht. Met het accres worden ook de taakmutaties die in de circulaire worden aangekondigd, geïndexeerd. De bedragen van deze indexatie taakmutaties per jaar in de tabel bevatten niet de indexatie van taakmutaties met de accrestranches 22, 23 en 24. Die bedragen zijn al uit het verantwoordingsbeeld van de Voorjaarsnota 2025 gevallen. Ontwikkeling accres 2025-2030 inclusief niet-taakgebonden mutaties Accres Voorjaarsnota 2025 in miljoenen € Jaar 2025 2026 2027 bbp-volume-accres 2025 849 796 792 bbp-prijsaccres 2025 1.458 1.366 1.360 bbp-volume-accres 2026 791 781 bbp-prijsaccres 2026 1.145 1.131 bbp-volume-accres 2027 772 bbp-prijsaccres 2027 1.088 bbp-volume-accres 2028 bbp-prijs-accres 2028 bbp-volume-accres 2029 bbp-prijsaccres 2029 bbp-volume-accres 2030 bbp-prijsaccres 2030 Cumulatief bbp-accres bruto 2.307 4.098 5.924 Cumulatief indexatie taakmutaties 0 -145 -179 Cumulatief bbp-accres netto 2.307 4.243 6.103 Indexatie taakmutaties per jaar 0 -145 -34 Tranche bbp-accres per jaar 2.307 1.936 1.860 1. Ravijnkorting accres 2022-2025 -2.349 2.

Restant opschalingskorting (indexatie) -92 3. Restant extra korting Jeugd (indexatie) -51 -57 4. Verzachting ravijnkorting VJN 2025 400 22 5. Uitname accres vertraging ombuiging jeugd 6. Eenmalige korting 25 -675 675 7. Reparatie vervroeging bbpsystematiek 605 -513 -27 8. Terugdraaien uitname accres woningbouw 250 9. WMO-plus 75 75 Accres incl. niet-taakgebonden mutaties 2.186 325 1.930

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2028 789 1.355 754 1.091 745 1.050 735 1.134

2029 789 1.354 744 1.090 744 1.049 734 1.133 717 1.131

7.653 -319 7.972 -140 1.869

9.485 -335 9.820 -16 1.848

2030 788 1.352 743 1.089 743 1.047 733 1.131 716 1.130 1.056 1.185 11.713 -348 12.061 -13 2.241

-10

2

10

-507 -21

-25

75

75

75

1.406

1.900

2.326

10/12

Toelichting niet-taakgebonden mutaties 1. Demping financiële tekorten – In het coalitieakkoord van kabinet Rutte IV is bepaald dat van het extra volume-accres regeerakkoord dat bovenop het accres Miljoenennota 2022 werd toegekend een bedrag van € 1 miljard achterbleef voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het aandeel voor het gemeentefonds daarvan is € 924 miljoen. Het meerdere erboven wordt in het jaar 2026 uitgenomen. Het financiële tekort bedraagt daarmee € 2.349 miljoen. 2. Met de voorjaarsbesluitvorming 2025 is besloten om het deel van het financiële tekort dat aan de middelen Jeugdzorg is toe te rekenen, terug te draaien. Het gaat daarbij in 2026 om een bedrag van € 400 miljoen. Dit bedrag loopt op tot structureel € 424 miljoen in 2030. Daarmee is het financiële tekort – zoals genoemd onder punt 1 – gedaald naar € 1,9 miljard. 3. Bij Voorjaarsnota 2024 is het restant van de opschalingskorting van € 675 miljoen teruggedraaid. De korting werd echter via het accres geïndexeerd. Bij het intrekken van de korting is een deel van de indexatie van structureel € 92 miljoen niet teruggedraaid. In een brief aan de Tweede Kamer heeft het kabinet aangegeven dat dit bewust is gedaan en niet het gevolg is van een fout door de nieuwe wijze van verwerking van taakmutaties zoals wij dachten. 4. Bij Miljoenennota 2025 is de extra korting Jeugdhulp van € 511 miljoen teruggedraaid.

Maar daarbij is niet de apart geboekte indexering met loon en prijsbijstelling 22-23 van structureel € 51 miljoen die erbij hoort teruggedraaid. Ook is een deel van de indexering van de extra korting Jeugdhulp via het accres in latere jaren voor een bedrag van structureel € 57 miljoen niet teruggedraaid. In een brief aan de Tweede Kamer heeft het kabinet aangegeven dat deze € 108 miljoen aan structurele kortingen bewust zijn achtergebleven en niet het gevolg zijn van een fout door de nieuwe wijze van verwerking van taakmutaties zoals wij veronderstelden. 5. Bij de invulling van het advies van de commissie Van Ark over jeugdhulp heeft het kabinet besloten de ombuigingen in de jaren 2025, 2026 en 2027 t.o.v. het advies van de Hervormingsagenda van de commissie van wijzen uit 2022 met twee jaar te vertragen. Dit wordt bereikt door een toevoeging aan de algemene uitkering van eenmalig € 498 miljoen in 2026 en van eenmalig € 447 miljoen in 2027. In 2028 wordt het restbedrag van de totale ombuigingen van de Hervormingsagenda jeugdhulp van structureel € 1.017 miljoen alsnog ingeboekt. Het kabinet heeft besloten dit bedrag op te hogen met een indexering gelijk aan de groei van de kosten jeugdhulp in de periode 2019-2024. Daarmee wordt in 2028 een bedrag van structureel € 507 miljoen in mindering gebracht op het extra accres dat de bedragen uit de agenda genereert. 6.

Bij de vervroeging van de bbp-systematiek van 2027 naar het ingangsjaar 2024 met de Voorjaarsnota 2024 is besloten een eenmalige korting van € 675 miljoen in 2025 toe te passen. Dit geld van de accrestranche 2025 wordt in 2026 alsnog aan het gemeentefonds toegevoegd. 7. Door de vervroeging van de bbp-systematiek van 2027 naar 2024 ontstond in de jaren 2024 en 2025 een nadeel ten opzichte van het trap op trap af-accres en in 2026 een nadeel tussen het bbp-prijsaccres ten opzichte van het reeds toegekende LPO-accres. Dit is met een toevoeging aan de algemene uitkering tot de oude stand gerepareerd. Daarbij zijn ook de accres op accres-effecten in de jaren 2027, 2028 en 2029 gerepareerd tot de hoogte van de oude stand. 8. In 2023 is een deel van de accrestranche 2023 uitgenomen voor de voeding van twee specifieke uitkeringen ter bevordering van de woningbouw. In 2026 wordt deze uitname van structureel € 250 miljoen aan accres weer teruggedraaid en aan Gemeentefonds toegevoegd. 9. Het kabinet Rutte IV heeft met de Voorjaarsnota 2024 besloten vanaf 2026 per jaar een extra plus aan accres van structureel € 75 miljoen toe te voegen aan de algemene uitkering, zodat

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11/12

gemeenten de hogere groei van de uitgaven voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning door vergrijzing kunnen opvangen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

12/12

Begrotingsadvies VNG 2025 Bijlage bij ledenbrief “Voorjaarsnota: duiding, financiële analyse en begrotingsadvies” van 20 mei 2025 Geachte leden van college en gemeenteraad, In de afgelopen jaren heeft de VNG, zeer uitzonderlijk, twee keer een begrotingsadvies gegeven aan haar leden. Dit richtte zich specifiek op de structurele korting vanaf 2026 (het ravijn). Ook dit jaar is het verzoek gekomen van onze leden een begrotingsadvies te geven voor de meerjarenbegroting 2026-2029. Dat richt zich op de uitkomsten van de voorjaarsnota van het rijk en met name op de Deskundigencommissie Hervormingagenda jeugd 2023-2028 (hierna commissie Van Ark) met betrekking tot de kosten die gemeenten maken voor jeugdzorg. Huidige stand van zaken In de Voorjaarsnota is door het rijk een tussenstap gezet, we zijn er nog niet, zoals we ook hebben aangegeven in onze ledenbrief (Voorjaarsnota 2025: financiële verlichting voor gemeenten | VNG) d.d. 18 april 2025. Zie onderstaande tabel voor de financiële effecten o.b.v. de Voorjaarsnota: Bedragen in miljoenen euro’s

2025

2026

2027

2028

2029

1 Demping terugval gemeentefonds 2026

-

400

422

412

414

2 Tekorten jeugdzorg voor rekening rijk

414

414

414

414

414

-

498

447

-

-

3 Groeipad maatregelen Hervormingsagenda

Aanvullende maatregelen en besparingen Hervormingsagenda 4 Eigen bijdrage Jeugdzorg

-

-

-

-260

-260

5 Sturen op trajectduur Jeugdzorg

-

-

-

-68

-68

6 Indexeren opbrengst Hervormingsagenda

-

-

-

-507

-507

414

1.312

1.283

-9

-7

Totaal toevoeging extra middelen gemeentefonds

Toelichting op de tabel 1: Dit bedrag betreft het deel dat is toe te rekenen aan de financiering jeugd binnen het gemeentefonds. De middelen in het gemeentefonds zijn vrij besteedbaar. 2: Dit betreft het structureel doortrekken van de compensatie van 50% van het door bureau Improven over 2024 vastgestelde gemeentelijk tekort op de jeugdzorg van € 828 miljoen. 3: Dit betreft een verzachting van de besparingen die op basis van de reeks van de Commissie van Wijzen, als onderdeel van de bestuurlijke afspraken over de Hervormingsagenda Jeugd, waren opgenomen. Hiermee worden deze besparingen voor een deel weggenomen. Deze verzachting stopt per 2028. Het kabinet gaat ervan uit dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda dan het beoogde effect hebben. 4 en 5: Dit betreft door het kabinet te treffen extra maatregelen om de kosten van het stelsel verder te beheersen. 6: Dit betreft een prijscorrectie op de opbrengst van de besparingsmogelijkheden uit de Hervormingsagenda Jeugd.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/4

Openstaande punten Zoals gezegd betreft het een tussenstap, we zijn er nog niet. Er spelen nog drie belangrijke zaken: 1. Compensatie met terugwerkende kracht voor 2023 en 2024 Rijk en gemeenten hebben nog geen overeenstemming over compensatie voor de uitgaven van gemeenten aan jeugdzorg in de jaren 2023 en 2024. De deskundigencommissie heeft aangegeven dat gemeenten recht hebben op 50% van deze meerkosten. Dit betreft een (incidenteel) bedrag van € 728 miljoen. Uiterlijk in augustus van dit jaar zal het kabinet hierover conclusies trekken en zal deze conclusie worden meegenomen richting Prinsjesdag. Als dit bedrag niet komt, zal de VNG overgaan tot een juridische procedure. 2. Deskundigencommissie Van Ark begin 2027 m.b.t. kosten 2025, 2026, 2027 en verder Daarnaast is de afspraak gemaakt dat de deskundigencommissie Van Ark een jaar eerder, in het eerste kwartaal van 2027, onder andere kijkt naar de uitgavenontwikkeling en hoe om te gaan met afwijkingen, waarbij zowel terug (2025 t/m 2027) als vooruit (2028 en verder) wordt gekeken. Onderdeel van de afspraak is dat de besluitvorming hierover meeloopt met de voorjaarsbesluitvorming in 2027. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld hun begrotingsproces ordentelijk te doorlopen. 3.

Nieuw financieringsmodel Jeugd vanaf 2029 Het nieuwe financieringsmodel Jeugd, waarbij (een nader uit te werken deel) van de budgetten voor jeugdhulp niet meer via de algemene uitkering van het gemeentefonds lopen, moet per 1 januari 2029 in werking treden. De risicodeling en indexatie, voor ons belangrijke onderdelen, moeten passend gemaakt worden bij de inhoudelijke afspraken. Dit wordt meegenomen in de vormgeving van het financieringsmodel. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid van een vangnetregeling zodat gemeenten met dure casuïstiek niet onevenredig worden geraakt. De contouren van dit model worden eind 2025 vormgegeven, waarmee besluitvorming hierover plaats vindt met de voorjaarsbesluitvorming 2026. Er vindt op dit moment overleg plaats tussen de VNG en het ministerie van VWS over de exacte invulling van bovenstaande punten. Begrotingsadvies Gegeven deze onzekerheden brengen wij opnieuw een begrotingsadvies uit. Dit concentreert zich op Van Ark en alleen in kwalitatieve zin op de structurele korting vanaf 2026, omdat wij het niet waarschijnlijk achtten dat hier op korte termijn in algemene zin nog compensatie voor plaatsvindt. Dit neemt niet weg dat wij ons altijd zo maximaal mogelijk zullen blijven inspannen om op inhoudelijke dossiers taken en middelen in balans te brengen. Er blijft immers een tekort bestaan tussen onze taken en middelen. Advies 1.

2026 en 2027: probeer de begroting sluitend te maken, maar geef de effecten van de kortingen transparant weer Maak in ieder geval boekjaar 2026 en 2027 als dat mogelijk is sluitend. Al dan niet met toepassing van de mogelijkheid om een deel van de reserves in te zetten. De disbalans in taken en middelen is er nog steeds en dit heeft grote effecten op de taken die gemeenten uitvoeren. We zetten de tering naar de nering. Dit moeten we inzichtelijk maken: benoem de financiële en inhoudelijke consequenties van noodzakelijke bezuinigingen en/of lastenverzwaring, ook van ombuigingen die eerder zijn ingezet.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/4

Maak inzichtelijk op welke dossiers in het medebewind er meer wordt uitgegeven dan we van het rijk ontvangen. Deze informatie gebruiken we voor onze verdere gesprekken met het rijk. We kiezen ervoor te adviseren in elk geval 2026 én 2027 te sluiten, zodat de toezichthouder van de provincie de gemeente niet onder verscherpt toezicht zet door 2026 te sluiten en een net geformeerd college in de loop van 2026 niet direct in de bezuinigingsmodus moet voor 2027. 2. Middelen terugwerkende kracht: benut het incidentele geld voor compensatie 2023 en 2024 om gaten in 2026 en 2027 te dichten of in te zetten in het stelstel Gebruik de nog te verwachten middelen voor jeugd 2023 en 2024 ad. € 728 miljoen die ons op Prinsjesdag 2025 toekomen bij voorkeur om het jeugdstelsel te verbeteren: benut deze (compensatie van de eerdere kortingen) voor dekking kosten jeugd in 2026 en 2027 of voor de te realiseren besparingen in de toekomst. De middelen worden, naar verwachting, in 2025 uitgekeerd. Benut de richtlijnen van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) om de middelen in volgende jaren in te zetten. 3. 2028 en 2029: breng baten en lasten jeugdhulp in balans met stelpost Van Ark waarbij er een realistische raming is gemaakt van de lasten voor jeugdhulp In haar vervroegde tweede advies zal de commissie Van Ark begin 2027 o.a.

haar oordeel vellen over de verhouding tussen kosten en budget voor jeugd over de jaren 2025, 2026 en een inschatting maken voor het lopende 2027. Maar ook over de jaren daarna: 2028 en verder. In afgelopen Voorjaarsnota is enkel een gedeeltelijke oplossing gekomen tot en met 2027 en moeten we het oordeel van de commissie afwachten voor de jaren 2028 en 2029. Aanvullende maatregelen Er is een aantal aanvullende maatregelen gepresenteerd in de Voorjaarsnota, waaronder de eigen bijdrage en het sturen op de trajectduur (punt 4 en 5, tabel pagina 1). De toezichthouder heeft aangegeven dat zij het toestaan dat gemeenten deze maatregelen budgetneutraal (korting versus besparing/inkomsten) maken, bijvoorbeeld door middel van een stelpost (“Besparing trajectduur” en “Inkomsten eigen bijdrage”). Het rijk is verantwoordelijk voor tijdige invoering van wet- en regelgeving. Bij uitstel of afstel van weten regelgeving geldt dat dit voor rekening en risico rijk is. Groei Om geen bezuinigingen op andere beleidsterreinen in te moeten boeken in de jaren 2028 en 2029 vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg, terwijl het tweede advies van de commissie Van Ark nog in het verschiet ligt, adviseren we ook hiervoor een stelpost op te nemen (voor het resterende deel na toepassing van de hierboven genoemde stelposten t.a.v.

de aanvullende maatregelen besparing trajectduur en eigen bijdrage): Maak een realistische inschatting voor de kosten o.b.v. historische groei voor 2028 en 2029, zoals ook de toezichthouder wenst, en plus de baten op met een stelpost met de

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/4

titel “Deskundigencommissie Van Ark 2027” in de begroting voor deze jaren. Wij hanteren als uitgangspunt artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet: medebewind is voor rekening risico rijk – dus we brengen baten en lasten voor jeugdhulp in balans. De toezichthouder geeft aan dat zij o.b.v. het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) niet akkoord kunnen gaan met deze stelpost. Het is voor nu nog te onzeker om op mogelijke uitkomsten van de nieuwe deskundigencommissie Van Ark vooruit te lopen. We beseffen dat er risico’s zijn die gemeenten moeten nemen door het opnemen van deze stelposten. Wij pleiten er dan ook voor hierover een passage op te nemen in de risicoparagraaf: “In de Voorjaarsnota heeft het rijk een eerste tussenstap gezet in de opvolging van het zwaarwegende advies van de deskundigencommissie Van Ark met betrekking tot de kosten die gemeenten maken voor jeugdhulp. Aansluitend zijn afspraken gemaakt over de opvolging van een resterend deel van het advies, waarbij gemeenten met terugwerkende kracht worden gecompenseerd voor 50% van de extra gemaakte kosten voor 2023 en 2024 én een nieuwe deskundigencommissie welke begin 2027 terugkijkt op de jaren 2025 en 2026 en inschatting maakt van de jaren van 2027 en verder.

Voor deze vervolgafspraken zijn in deze begroting stelposten opgenomen, omdat we erop vertrouwen dat het rijk zich aan de gemaakte afspraken houdt.” Perspectief toezichthouders Het begrotingsadvies is besproken met het Interprovinciaal Overleg (IPO), het vakberaad van provinciaal toezichthouders en het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Meer informatie Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze ledenbrief, dan kunt u contact opnemen met ons Klantcontactcentrum via info@vng.nl of 070-373 83 93. Tot slot De voortdurende onzekerheid over de financiën vraagt veel van u als gemeentebestuur, maar ook van uw gemeentelijke organisatie en uw partners. Als VNG blijven we ons in alle contacten met het rijk onverkort inzetten om hier verandering in aan te brengen. Bij voortschrijdend inzicht, vooral richting Prinsjesdag, zullen we hier spoedig over communiceren. Ik vertrouw erop dat ons advies behulpzaam is bij het gesprek binnen uw gemeente over mogelijke keuzes in uw meerjarenbegroting 2026-2029. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/4

Aan de leden

Datum

14 mei 2025 Ons kenmerk

U202500247 Lbr. 25/022 Telefoon

0703738393 Bijlage(n)

-

Onderwerp

Bekendmaking voorgedragen kandidaten VNG-bestuur en -commissies

Geachte leden van college en gemeenteraad, Op 8 mei heeft de Voordrachtscommissie 16 kandidaten voorgedragen voor vacatures in het bestuur en de commissies. Eerder, op 10 februari, werden al 8 kandidaten voorgedragen in een extra vacatureronde. In deze brief informeren wij u over de kandidaten van 8 mei en bieden wij u de mogelijkheid om andere kandidaten voor te dragen voor de vacatures uit beide rondes, met uitzondering van de commissie Europa & Internationaal. De twee kandidaten voor deze commissie zijn namelijk al benoemd als commissielid door het bestuur, conform het reglement van de commissie Europa & Internationaal. U ontvangt het overzicht van de voorgedragen kandidaten met een toelichting op de voordracht van de op 8 mei voorgedragen kandidaten en op de procedure richting de ALV van 18 juni.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/4

Voorgedragen kandidaten Hierbij geven wij eerst het overzicht van de op 8 mei voorgedragen kandidaten. Bestuur/commissie: Bestuur: Voorzitter College voor Arbeidszaken

Vacature

Voorgedragen kandidaten:

Ton Heerts, burgemeester Apeldoorn (inmiddels waarnemend commissievoorzitter Bestuur & Veiligheid)

Rachel Streefland, wethouder Utrecht

Lid

Erik Drenth, wethouder MiddenGroningen

Ard van der Tuuk, burgemeester Westerkwartier

Commissie Bestuur & Veiligheid

Gerdo van Grootheest, burgemeester Culemborg

Gerdo van Grootheest, burgemeester Oosterhout

(4 leden)

Cor Schaatsbergen, raadslid Capelle a/d IJssel Lieke Sievers, burgemeester Edam-Volendam

Sjoukje Deelstra, secretaris Veenendaal Michel Bezuijen, burgemeester Zoetermeer

Sebastiaan van ’t Erve, burgemeester Lochem

Maria Martinez-Doubiani, raadslid Groningen.

Commissie Informatiesamenleving

Peter Teesink, secretaris Amsterdam

Elisabeth IJmker, raadslid Amsterdam

(3 leden)

Gerjan Teselink, wethouder Berkelland Bram Diepstraten, wethouder Velsen

Gerjan Teselink, wethouder OostGelre Nick van Egmond, wethouder Kaag en Braassem.

Commissie Ruimte, Wonen & Mobiliteit

Dirk de Jager, wethouder Amsterdam

Tim Snijckers, wethouder Maasgouw

Twee openstaande vacatures uit vorige ronde

Joop Slomp, wethouder Coevorden

(1 lid) College voor Arbeidszaken (2 leden)

College voor Dienstverleningszaken

Anita Sørensen, wethouder Maasdriel. Twee openstaande vacatures uit vorige ronde

(2 leden)

Symone de Bruin, secretaris Apeldoorn Hans Demoed, secretaris Kaag en Braassem

Tijdelijke commissie Asiel & Migratie (1 lid)

Pim van Vliet, secretaris Leiden

Derkje Veurink, secretaris Velsen.

Commissie Europa en Internationaal (1 lid)

Wobine Buijs-Glaudemans, burgemeester Oss

Klaas Sloots, burgemeester Stadskanaal

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/4

Eerder zijn op 10 februari in een extra vacatureronde de volgende kandidaten voorgedragen. Zeven kandidaten zijn door het bestuur op 14 februari tot waarnemer benoemd voor de periode tot aan de ALV van 18 juni. De kandidaat voor de commissie Europa & Internationaal is benoemd als lid. Bestuur/commissie:

Vacature:

Voorgedragen kandidaten:

Liesbeth Spies, burgemeester Alphen aan den Rijn

Ton Heerts, burgemeester Apeldoorn

Lot van Hooijdonk, wethouder Utrecht

Chantal Zeegers, wethouder Rotterdam

Commissie Financiën, lid

Hester van Buren, wethouder Amsterdam

Stephanie Onclin, wethouder Zaanstad

Commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie, lid

Harriët Westerdijk, wethouder Capelle aan den IJssel

Remko van de Belt, wethouder Texel

Commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs, lid

Marcelle Hendrickx, wethouder Tilburg

Ingrid Timmer, wethouder Brummen

Commissie Ruimte, Wonen en Mobiliteit, lid

Pierre Verbraak, wethouder Voerendaal

Rik van Niejenhuis, wethouder Groningen

Commissie Europa en Internationaal, lid

Crys Larson, burgemeester Wijdemeren

Laurens van Doeveren, wethouder Wassenaar

Tijdelijke commissie Asiel en Migratie, lid

Fred Veenstra, burgemeester

Fred Veenstra, burgemeester Smallingerland

Bestuur: - commissievoorzitter Bestuur & Veiligheid - commissievoorzitter Economie, Klimaat, Energie & Milieu.

De Fryske Marren

Toelichting op voordracht van de Voordrachtscommissie op 8 mei jl. Voor de 16 vacatures in deze vacatureronde hebben zich in totaal 47 burgemeesters, wethouders, secretarissen en raadsleden kandidaat gesteld. Uit deze kandidaten heeft de Voordrachtscommissie een keuze moeten maken. Om te komen tot een kwalitatief goede en representatieve samenstelling van bestuur en commissies heeft de Voordrachtscommissie zich, naast de profielschets voor de vacatures en de persoonlijke motivatie van kandidaten, mede gebaseerd op de aanbevelingen van provinciale afdelingen, gemeentelijke netwerken (G4, G40, M50, P10 en K80), verenigingen van doelgroepen (VGS, VvG en NVvR) en de Scoutingscommissie lokale partijen. Met het oog op een herkenbare samenstelling voor de achterban heeft de Voordrachtscommissie zich bovendien gericht op de criteria: geslacht, partijpolitieke samenstelling, functiegroep,

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/4

gemeentegrootte en provincie. Tenslotte heeft de Voordrachtscommissie bij de selectie van kandidaten voor de commissie Europa & Internationaal rekening gehouden met Europese vereisten aan kandidaten (onder meer geslacht, functie en politieke partij). Openstelling mogelijkheid tot stellen van andere kandidaten en besluitvorming in ALV 18 juni a.s. Met deze ledenbrief wordt de mogelijkheid geopend tot het stellen van andere kandidaten voor de kandidaten die door de Voordrachtscommissie in de beide vacaturerondes zijn voorgedragen. De voorgedragen en eventuele andere kandidaten worden in de ALV van 18 juni aan de leden voorgelegd. Alleen de vacatures voor het lidmaatschap van de commissie Europa & Internationaal zijn hiervan uitgezonderd. De twee voorgedragen leden van deze commissie zijn inmiddels benoemd door het VNG-bestuur, conform het Reglement van de commissie Europa & Internationaal. De procedure voor het stellen van andere kandidaten loopt als volgt: -

-

Tot uiterlijk 28 mei, drie weken voor de ALV, kunnen per vacature andere kandidaten worden gesteld door de gemeente waar de betreffende kandidaat actief is als burgemeester, wethouder, secretaris, griffier of raadslid. Deze kandidaatstelling dient mede ondersteund te worden door tien andere leden van de Vereniging. Het bestuur maakt uiterlijk op 4 juni, twee weken voorafgaand aan de ALV, de namen van alle voorgedragen kandidaten en andere kandidaten bekend aan de leden.

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

mr L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/4

nn

nn

EN,

Aan: (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) EN en (geanonimiseerd) NR.

Schonis,

Kopie: raadsfracties via griffier

Op woensdag

7 mei

bezochten

de bibliotheek

over

het voorgenomen

bereidheid

onze

beleid waarin

uitgesproken

alle

belangen

—

wij als betrokken binnenstadbewoners de participatie-avond in terrassenbeleid.

Tijdens deze bijeenkomst hebben wij positieve manier bij te dragen aan een evenwichtig

om

op

van

bewoners, ondernemers

een

en

gemeente

—

worden

meegenomen.

vereniging van binnenstadbewoners op te willen richten. In dat zijn gebracht met de wijkmanager, die ons hierbij kan ondersteunen. Tijdens de bijeenkomst zochten we actief het gesprek met de aanwezige horecaondernemers. Dat leidde tot de bemoedigende conclusie dat er veel gedeelde belangen zijn en dat onze zorgen en voorstellen breed worden herkend en gedragen. Ook hebben

we

kader

in contact

we

aangegeven

een

Opvallend is dat de vertegenwoordiger van deze ondernemers, KHN-Middelburg, geen waarde aan onze belangen lijkt te hechten. In media-uitingen, zoals de PZC en tijdens inspraakrondes in commissievergaderingen, worden wij neergezet als tegenstanders van participatie, terwijl wij juist actief meedenken en bijdragen. Wij betreuren de actie die op 8 mei naar buiten kwam: in samenwerking met de KHN verspreidde de gemeente bierviltjes op terrassen om bezoekers te stimuleren de enquête in te vullen. Daarmee wordt de mening van terrasbezoekers uitvergroot. Bovendien maakt de enquête geen onderscheid tussen terrasbezoekers en inwoners, wat een zorgvuldige analyse van de resultaten bemoeilijkt. Onze

blijft constructief. We geloven in samenwerking en willen een bijdrage leveren toekomstgericht is. In dit document doen wij suggesties en concrete voorstellen, gebaseerd op het huidige concept Terrassenbeleid 2025. Per onderwerp verwijzen wij naar de betreffende pagina in het beleidsdocument. Graag lichten wij onze punten toe tijdens een rondwandeling door de stad met ambtenaren en de wethouder, zodat we onze aan

insteek

beleid

dat ook

ideeën

nader kunnen toelichten.

Proces

en

organisatie / TARK (pagina 6)

In het beleid wordt

een

TARK

voorgesteld voor het beoordelen van de voorgestelde terrassen (d.m.v. zogenaamde moodboards). We waarderen het voorstel om bewoners een stem te geven in de beoordeling, maar we hebben vragen over de werkbaarheid van dit voorstel en verzoeken de gemeente om de procedures van deze TARK nader uit te werken, zoals: e

Hoe wordt

een

binnenstadbewoner

e

_Watis het idee

e

Waarom

van

geselecteerd en wat is het profiel? de onafhankelijke voorzitter: wat is het profiel waarop wordt

geworven? iseen

toetsing door of onder leiding van de al bestaande ARK geen effectievere mogelijk goedkopere mogelijkheid? Hoe wordt de transparantie van de besluitvorming gewaarborgd zoals openbare toegankelijkheid van de vergaderingen, wijze van verslaglegging etc.? en

e

4

•

•

Hoe zijn de werkprocedures zoals de vergaderfrequentie , vervanging bij afwezigheid , doorlooptijden , aanvraagformulieren etc. ? We gaan er nu van uit dat in het toetsingskader heldere uitgangspunten geformuleerd worden en dat een ambtenaar hierop toetst. Als de terrasaanvraag hieraan niet voldoet , moet de (T)ARK de aanvraag beoordelen. Is dat een juiste aanname?

Terrasgrenzen (pagina 7) Deze worden afgebakend met pinnen in de grond. We vinden de duidelijke afbakening van het vergunde terras een goed idee. De afbakening heeft alleen dan zin als de gemeente daar ook handhaving op voert en regelmatig controleert of de pinnen nog op de juiste plek liggen. We begrepen van de horecaondernemers die wij spraken , dat de controle hier op al gestart is. Toetsingskader (pagina 7) Als het toetsingskader goed uitgewerkt is en concreet is , heeft de (T)ARK in principe minder terrasaanvragen te beoordelen. We stellen voor om bij punt 2 de toevoeging van ‘zoveel mogelijk’ in ‘terrassen dienen zich zo veel mogelijk te openen naar de stad…’ uit de zin te halen omdat het in strijd is met de algemene regels voor de terrasvergunning (pagina 7 punt 07). Algemene regels voor een terrasvergunning (pagina 7) Als de algemene regels voor een terrasvergunning goed uitgewerkt zijn en concreet zijn , heeft de (T)ARK minder werk. We hebben nog de volgende suggesties of aanvullingen op de algemene regels per punt: •

Bij punt 5: bij de doorloopruimte op trottoirs staan geen concrete afmetingen vermeld; onze suggestie zou 15 , meter zijn , zoals in het terrassenbeleid van andere steden staat. Dit helpt mensen met een fysieke beperking ongehinderd gebruik te maken van onze binnenstad.

•

Bij punt 7: we vinden het een goed idee dat het terras volledig open is. Er worden nu te veel vormen van afbakening geplaatst , zoals schuttingen , windschermen en hoge plantenbakken. Verkamering van de terrassen is een overblijfsel uit de coronaperiode en kan daarom ongedaan gemaakt worden. Dit punt verdient verdere uitwerking: wanneer mogen schuttingen/windschermen wel bijvoorbeeld als windvanger of voor verkeersveiligheid en wanneer niet.

•

Bij punt 8: Een deel van de charme van de historische binnenstad is onder andere de met zorg en aandacht aangebrachte bestrating. Vlonders passen niet in de monumentale uitstraling. Als de ondergrond niet toelaat om daar een terras te maken , moet daar geen terras gemaakt worden. Hieraan zouden we willen toevoegen dat houtsnippers en zand ook niet wenselijk zijn vanwege bovengenoemde redenen en aanvullend de vervuiling en mogelijke rioolverstopping.

•

Bij punt 16: twee verplaatsbare reclame-uitingen van een bij een meter aansluitend aan het terras kan in tegenspraak zijn met punt 5 de vrije doorloopruimte op de trottoirs en punt 6 m. b. t. de doorgang voor hulpdiensten. Dit verdient maatwerk. Daarnaast zorgt het voor verrommeling van het straatbeeld.

2

•

Tenslotte willen we adviseren om verstrekpunten , uitgiftepunten eten en drinken , niet op terrassen toe te staan , behalve incidenteel na goedkeuring tijdens bijvoorbeeld een evenement.

Terrasboten (pagina 9) Zowel in het beleid van 2016 als in het beleid wat nu voorligt , werd en wordt de mogelijkheid van terrasboten op 6 locaties opgenomen. Dit heeft in het verleden en ook nu weer voor veel onrust onder de bewoners bij die locaties gezorgd. Dit komt , omdat de voorgestelde locaties 1 , 3 , 4 , 5 , 6 in geluidsgevoelige woongebieden liggen en zijn daarnaast ook verkeersonveilig , zoals de wethouder zelf ook aangaf tijdens de commissievergadering algemene zaken op 21 januari 2025. Deze locaties zouden wij heel graag verwijderd zien uit het beleid. Vanwege de akoestische weerkaatsing op het water en tegen kademuren is het voor bewoners belangrijk om de de openingstijden van de terrasboot op locatie 2 te beperken tot 20:00 uur. Daarnaast verzoeken we de reeds vergunde , maar tot nu toe niet geconsumeerde terrasbootvergunningen in gebied 1 en 6 vanwege bovenstaande argumenten in te trekken. Bovendien dringen wij er op aan om in het nieuwe terrassenbeleid op te nemen dat bij herziening van het bestemmingsplan de gemeente voornemens is de terrasboten uit het bestemmingsplan te halen. Openingstijden (pagina 10) Maak onderscheid tussen terrassen in woongebieden en horecagebieden: beperk de openingstijden van terrassen in woongebieden tot 20:00 uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15643380/1