25-107 Bijlage 3. Ingekomen stukken commissie AB
Tekst van het document
28. Wanneer een belanghebbende taxatiekaartgegevens aanvraagt bij de SBW&SD en op die manier, of anderszins concreet, aangeeft bezwaar te willen maken, stuurt de SBW&SD een document mee getiteld “De WOZ-waarde.... hoe zit het nu eigenlijk?”. Dit document is ook op de website geplaatst. Hierin staat, onder het hoofdstukje met uitleg over de marktwaarde: “Als uitgangspunt worden verkopen bekeken die ongeveer 1 jaar voor én na de waardepeildatum zijn gerealiseerd”.
In de PZC van 20 februari 2024 stelt de heer Kodde van de SBW&SD, uitgaande van een peildatum van 1 januari 2023, echter dat “daarvoor gekeken mag worden naar verkopen tussen 1 januari 2022 en 1 juli 2023”.
Zijn stelling komt ook overeen met de officiële instructies van de Waarderingskamer. Maar in de praktijk blijkt dat de SBW&SD soms gebruik maakt van verkopen die buiten de officieel voorgeschreven tijdsbestekken liggen. Reactie van de SBW&SD op mijn vraag hierover: “we streven naar het onderbouwen met vergelijkbare verkopen die zo dicht mogelijk bij de waardepeildatum liggen. Soms zijn er echter goed bruikbare verkopen die verder van de waardepeildatum liggen. Bij een goede onderbouwing van de waardeontwikkeling tot de waardepeildatum mogen die ook worden gebruikt zie bijvoorbeeld de uitspraak van Hof Den Haag(BK-19/00594 en nummer ECLl:NL:GHDHA:2020:446)”.
Maar dat is nu juist het punt: die vereiste goede onderbouwing ontbreekt volkomen; is althans niet zichtbaar voor de belanghebbende(n). 29. Om de waarde van grond vast te stellen wordt gebruik gemaakt van een systematiek die “grondstaffel” wordt genoemd. Tot een oppervlakte van 200 m2 wordt een vast eenheidstarief per m2 gebruikt en wanneer de oppervlakte groter is wordt op grond van het zogenoemde afnemend grensnut dat tarief voor de extra meters tussen de 200 en 400 met 50% verlaagd. Bij woningen wordt voor de berekening van het afnemend grensnut echter een andere methode gehanteerd. Wanneer de oppervlakte van een woning een bepaalde (voor belanghebbenden onzichtbare) grens overschrijdt wordt het basiseenheidstarief van alle vierkante meters verlaagd. En dat kan tot vreemde situaties leiden. Bijvoorbeeld bij twee verder identieke woningen met een neutrale beoordeling van de KOUDVL-kenmerken zou het huis met een iets grotere GO op die manier een lagere WOZ-waarde krijgen dan het kleinere huis.
Op mijn vraag waarom bij woningen ook niet het systeem van de grondstaffel wordt gebruikt reageert de heffingsambtenaar wel (pagina 3 van zijn brief), maar het enige wat met zijn antwoord nog maar eens duidelijker wordt is dat er bij de waardebepaling van een huis allerlei criteria en berekeningsmethoden worden gehanteerd waar je als belanghebbende totaal geen inzicht in verkrijgt, die niet controleerbaar zijn en waar je dus ook geen bezwaar tegen kunt maken wanneer je op ongemotiveerde verschillen met opgevoerde referentiepanden stuit op je taxatieverslag en/of taxatiekaart. 30. In februari van 2024 vroeg ik de taxatiekaarten van onze eigen woning en die van de gebruikte referentieobjecten aan. Ik kreeg die vlot toegestuurd. Rond die tijd diende iemand anders eenzelfde verzoek in. Maar toezending van de referentietaxatiekaarten werd opeens geweigerd op grond van de privacy. Daar zat wel wat in, want op elke taxatiekaart staat namelijk de naam van de eigenaar van het object vermeld. Maar in plaats van het simpelweg verwijderen van die naam, stuurde de taxateur de aanvrager een uitgebreid overzicht toe op basis van alle van belang zijnde taxatiekaarten. Best netjes allemaal en de taxateur had er duidelijk veel tijd en energie in gestopt.
Alleen werden op deze manier twee cruciale gegevens niet zichtbaar: de basiseenheidstarieven en de eventuele correctiefactoren in de kolom “fct”.
Gaandeweg bleken aanvragen voor taxatiekaarten vier verschillende versies op te kunnen leveren: de oorspronkelijke taxatiekaarten; een overzicht op basis van de taxatiekaarten; een schermafbeelding van de taxatiekaartgegevens zonder basiseenheidstarieven en – de meest complete en m.i. enige goed bruikbare versie- een schermafbeelding van de taxatiekaartgegevens inclusief basiseenheidstarieven en “fct” correctiefactoren als in de bijlage “taxatiekaartgegevens 2023”. Op mijn vraag welke versie van de taxatiekaarten de SBW&SD nu standaard zou gaan verstrekken heb ik ook nooit antwoord ontvangen, al moet ik wel zeggen dat het er op lijkt dat dit jaar (2025) de meest uitgebreide versie wordt verstuurd naar aanvragers. 31. In de nieuwsuitzending van Omroep Zeeland van 30 januari jl. roepen de vier gemeenten inwoners die bezwaar willen maken tegen de WOZ-waarde op om zelf bezwaar te maken en daar geen externe bureaus voor in te huren omdat die de gemeenten erg veel geld kosten. Daarbij, zo wordt gesteld, maak je volgens de gemeenten drie keer zo veel kans op slagen als je het zelf doet. Net als bij het vaststellen van de WOZ-waarden lijkt hier ook wel heel makkelijk met cijfertjes en percentages gestrooid te worden om tot een gewenst resultaat te geraken.
In de PZC van 21 februari houdt de directeur van Sabewa Zeeland het slagingspercentage bij de externe bureaus op 20% en bij mensen die zelf bezwaar maken op 40%. Dat zijn concretere cijfers en het is niet erg aannemelijk dat er zo’n groot verschil in de betreffende slagingspercentages is tussen beide uitvoeringsorganisaties. Wanneer ook bij de SBW&SD 20% van de door de externe bureaus ingediende bezwaren doel treft zou het slagingspercentage van mensen die zelf bezwaar maken hier 60% zijn. Hoe dan ook, dit zijn in vergelijking met bezwaarprocedures in bijvoorbeeld het bestuursrecht ontzettend hoge slagingspercentages en het bewijst eigenlijk al dat veel vastgestelde WOZ-waarden niet juist zijn. De Waarderingskamer lijkt niet geïnteresseerd te zijn in deze veelzeggende cijfers. In de rapportage van 17 februari beperkt deze instantie zich vreemd genoeg slechts tot een weergave van de aantallen ingediende bezwaarschriften.
Taxatiekaartgegevens referentieobjecten 2023 geanonimiseerd Object A
Object B
Object C
Object D
Object E
Grondstaffels: 0 - 200 m2 201 - 400 m2 401 - 800 m2 801 en meer m2
100% 50% 25% 5%
Correctiepercentages KOUDVL-waarden 2023
In 2024 zijn alle correcties van 5% naar 7,5% verhoogd
Aan de colleges van Burgemeester en Wethouder van de Zeeuwse gemeenten
Onderwerp: Terugkoppeling AB vergadering 11 april 2025 en zienswijze gevraagd programmabegroting 2026 Geacht college, Op 11 april 2025 heeft het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) in haar vergadering de volgende onderwerpen besproken: • Concept programmabegroting 2026. • Jaarstukken en resultaatbestemming 2024. • Samenwerking en huisvesting VRZ/GGD. Hierover wordt u met een aparte brief geïnformeerd. Via deze brief informeren wij u over bovenstaande punten. Daarnaast wordt uw raad gevraagd een zienswijze te geven over de programmabegroting 2026 en de voorgestelde oplossingsrichting voor het begrotingstekort, als gevolg van het toepassen van de VZG-richtlijnen. Wij vragen u deze brief met bijbehorende stukken door te sturen naar uw gemeenteraad. Ter informatie Op 28 maart 2025 heeft u de concept jaarstukken en voorlopige resultaatbestemming ter informatie ontvangen. Op 11 april 2025 zijn de jaarstukken definitief door het algemeen bestuur vastgesteld en is besloten het positieve jaarresultaat van € 686.511 toe te voegen aan de algemene reserve. Het resultaat wordt veroorzaakt door diverse incidentele voor- en nadelen volgend uit reguliere bedrijfsvoering en uitgestelde activiteiten die in 2025 worden uitgevoerd. De accountant heeft een goedkeurende verklaring gegeven en uit het verslag zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen.
Concept-programmabegroting 2026 Op 11 april hebben wij onze concept-programmabegroting 2026 voorgelegd aan het algemeen bestuur van VRZ. In de meerjarenraming van de programmabegroting 2025 en in de begrotingswijziging 2024 voorzagen wij al een oplopend begrotingstekort voor 2026 en verder. Om dit begrotingstekort op te lossen hebben wij onze financiën en taken opnieuw kritisch beoordeeld op efficiency en effectiviteit en gekeken naar mogelijkheden om ons begrotingstekort in te perken. We hebben een aantal maatregelen genomen, die eraan bijdragen dat onze organisatie financieel gezond blijft en minder extra uitgaven heeft op de langere termijn. Met deze besparingen hebben wij het begrotingstekort uit onze eigen bedrijfsvoering volledig opgelost. Voorbeelden voor besparingen zijn de opleiding van de voltijdsofficier (van twee naar één) en inkrimping van diverse softwarelicenties. In totaal gaat het om een bedrag van € 430.000 in 2026, oplopend tot € 840.000 in 2029. Daarnaast hebben wij voor 2026 geen nieuw beleid opgenomen in de begroting. Mocht toch besloten worden tot nieuw beleid, dan wordt dit separaat aangeboden via een begrotingswijziging.
• Crisisbeheersing en Rampenbestrijding • Risicobeheersing • Brandweerzorg • Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)
Datum: Verzenddatum: Inlichtingen: Bestuursondersteuning VRZ Tel. : 0118 – 42 11 00 Fax : 0118 – 42 11 01 Email:
bestuursondersteuning@vrzeelan d.nl
Ons kenmerk: Uw kenmerk: Blad: 1 van 1 Aantal bijlagen: 6 bijlagen Adres: Postbus 8016 4330 EA Middelburg Segeerssingel 10 4337 LG Middelburg Internet: www.vrzeeland.nl Bank: IBAN: NL06BNGH0285027956 BIC: BNGHNL2G t.n.v. Veiligheidsregio Zeeland
Oplopende kapitaallasten vanaf 2027 Vanaf 2027 krijgen we te maken met oplopende kapitaallasten. De komende jaren moet veel (brandweer)materieel en –materiaal worden vervangen, zoals bijvoorbeeld de vervanging van afgeschreven tankautospuiten (minimaal 33, maximaal 44). Vervanging is noodzakelijk om de operationaliteit en de slagkracht voor de basisbrandweerzorg te kunnen garanderen. In de meerjarenraming 2027 t/m 2029 wordt voorgesteld de gemeentelijke bijdrage hiervoor stapsgewijs te verhogen, afhankelijk van de uitvoering van het meerjarig investeringsplan. Dit is vergelijkbaar met eerdere begrotingen. Wij vragen u in uw eigen gemeentelijke begroting concreet rekening te houden met deze stijgende kapitaallasten. Wij zullen u op korte termijn informeren wat dit voor uw gemeente inhoudt. Oorzaak niet-sluitende begroting Ondanks de maatregelen die wij zelf getroffen hebben om ons eigen begrotingstekort op te lossen, hebben wij aan het algemeen bestuur een niet-sluitende begroting gepresenteerd met een begrotingstekort van € 1.539.540. Dit voorziene tekort ontstaat indien de bezuinigings- en indexatierichtlijn van de VZG volledig wordt toegepast. Deze bestaat uit: a. De VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 van -2,2%. Door deze verlaging van de bijdrage ontstaat een tekort van € 787.672. b.
De VZG-indexatierichtlijn, de toegestane inflatiecorrectie voor de begroting 2026 van GR-en, vastgesteld op 0,0%. VRZ indexeert in de begroting 2026 de lasten conform de MacroEconomische Verkenning 2025 (= 2,1%), waarvoor geen compensatie wordt ontvangen vanuit de gemeenten (0%-richtlijn VZG). Hierdoor ontstaat een tekort van € 751.868. Oplossingsrichting begrotingstekort We hebben op verzoek van het algemeen bestuur in kaart gebracht wat de gevolgen zijn als VRZ dit bedrag moet besparen. Uit onze analyse blijkt dat VRZ weinig mogelijkheden meer heeft om te bezuinigen. De afgelopen jaren hebben wij verschillende taakstellingen gerealiseerd in respectievelijk 2012, 2016 en 2020, waarbij wij kritisch naar onze financiën hebben gekeken en een aantal maatregelen hebben genomen. Een bezuiniging op korte termijn dwingt ons te snijden in de uitvoering van cruciale taken op het gebied van risico- en crisisbeheersing en brandweerzorg (zowel in de operatie als preparatie). Op dit moment worden deze taken veelal op het minimumniveau uitgevoerd, terwijl toenemende risico's juist vragen te investeren. Denk hierbij aan ontwikkelingen op het gebied van weerbaarheid, veilige energietransitie, nucleaire industrie, klimaatverandering en cyberdreiging.
Daarnaast houden wij nog steeds rekening met de door het Rijk afgekondigde bezuiniging van 10% op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Voor VRZ komt dit neer op een korting van circa € 1 miljoen. Deze is opgenomen in de risicoparagraaf van de programmabegroting 2026 en is nog niet verwerkt in de cijfers van de meerjarenraming, maar draagt wel bij aan een onzeker meerjarenperspectief. Om deze reden stelt het algemeen bestuur VRZ voor: a. Vanaf 2027 een taakstelling in te boeken voor een bedrag van € 787.672, gelijk aan het bedrag dat volgt uit de VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 van -2,2%. Hiervoor wordt VRZ gevraagd in de komende periode ombuigingsvoorstellen uit te werken ter hoogte van dit bedrag, met een verdeling van grofweg € 300.000 voor brandweer, € 300.000 voor risico- en
crisisbeheersing en 150.000 euro voor bedrijfsvoering. Wij zien mogelijkheden in bijvoorbeeld de verzakelijking van dienstverlening. b. In afwachting van deze ombuigingsvoorstellen voor 2026 eenmalig een gemeentelijk bijdrage ter beschikking te stellen van € 787.672 voor dekking van de VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 van -2,2%. c. Aan de gemeenten te vragen in het kader van hun eigen begrotingsvoorbereiding het indexeringspercentage van 0% te heroverwegen in het perspectief van enerzijds de maatregelen die het Rijk voorstelt om het ravijnjaar voor gemeenten te mitigeren en anderzijds de keuze die u maakt ten aanzien van de indexering van uw eigen begroting. Wij ontvangen graag uiterlijk 31 augustus 2025 uw zienswijze op de programmabegroting en het bijbehorende voorstel voor de oplossingsrichting. Met als doel in september 2025 een sluitende begroting 2026 ter vaststelling aan het algemeen bestuur te kunnen aanbieden. Wij zijn uiteraard graag bereid dit toe te lichten tijdens de GR-markt regio Oosterscheldebekken op 21 mei of op uitnodiging in uw raad. Op 11 september 2025 wordt de programmabegroting definitief vastgesteld door het AB VRZ. Tot slot Als dertien gemeenten, als partners en als inwoners van Zeeland staan we voor dezelfde uitdaging: een veilige, veerkrachtige regio waar het goed wonen, werken en recreëren is.
Wij nodigen u van harte uit om met ons mee te blijven denken, samenwerken en bouwen aan een veilig Zeeland. Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Zeeland, Voorzitter H.J.A. van Merrienboer
Secretaris J. Gaemers
Bijlagen 1. Tabellen doorrekening voorgestelde oplossingsrichting begrotingstekort 2. Concept-programmabegroting 2026 3. Jaarstukken 2024 4. Publiekversie jaarverslag 2024 5. Accountantsverslag jaarstukken 2024 6. Controleverklaring 2024
Oosterbeek, 30 april 2025 Onderwerp: teksten voor uw gemeentelijke verkiezingsprogramma met een relatie tot het basisinkomen.
Geachte leden van de gemeenteraad, Een basisinkomen moet uiteraard landelijk ingevoerd worden. Maar ook in uw gemeente kunt u stappen zetten om de voordelen van het basisinkomen (zoals financiële bestaanszekerheid, vermindering bureaucratie, betere gezondheid) in ieder geval gedeeltelijk aan uw inwoners te doen toekomen. Daarom hebben wij als landelijke vereniging voor het Basisinkomen een aantal teksten gemaakt die u zou kunnen gebruiken voor uw lokale verkiezingsprogramma. Wij verzoeken u dan ook om deze bijgaande teksten aan uw partijgenoten door te geven die met het opstellen van dat verkiezingsprogramma bezig zijn (of gaan). Voor nadere informatie verwijzen wij naar onze website www.basisinkomen.nl of kunt u met mij mailen of bellen.
Met vriendelijke groet Namens de vereniging Basisinkomen Nederland
Alexander de Roo, voorzitter Email: info@basisinkomen.nl Telefoonnummer: 06 26436488
Werkgroep “Basisinkomen gemeenten”. Voorstellen voor een mogelijke tekst voor de Verkiezingsprogramma’s van lokale politieke partijen voor de raadsperiode 2026-2030. We hebben de volgende voorstellen voor mogelijke teksten. Algemeen. De gemeenten staan dicht bij de burger. Zij ervaren dan ook nadrukkelijk de zorgplicht voor iedere inwoner. Bestaanszekerheid en een betrouwbare overheid zijn daarbij essentiële onderdelen. Op dit moment staan die erg onder druk (zie het toeslagenschandaal en recenter de fouten bij het UWV). Voor die bestaanszekerheid en betrouwbaarheid wil de gemeente zich dan ook inzetten. 1.De gemeente doet voorstellen met betrekking tot vereenvoudiging van het sociale stelsel via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, zoals het vervangen van de bestaande toeslagen door één nieuwe toeslag voor alle inwoners (ouder dan 18). Ze gaat daarmee ook zelf aan de slag. 2.De gemeente heeft kennisgenomen van projecten met betrekking tot het basisinkomen in binnen- en buitenland. Daar de uitkomsten positief zijn, onderzoekt zij hoe zij binnen en buiten de eigen gemeente de start en voortgang van zulke projecten kan stimuleren. Zie ook: https://en.m.wikipedia.org/wiki/Universal_basic_income_pilots 3. De gemeente biedt projecten aan om de bestaanszekerheid van inwoners te garanderen, zoals bij voorbeeld het project Bouwdepot voor jongeren.
4.De gemeente regelt voor mensen met een chronische ziekte ofwel voor hen die hun verdere leven arbeidsongeschikt zullen zijn, een vast maandelijks inkomen, ongeacht het aantal uren dat men betaald werk doet en/of vrijwilligerswerk verricht en/of mantelzorg verleent. 5.De gemeente is voor invoering van een basisinkomen voor alle Nederlanders. Om daartoe te komen wenst zij de volgende stappen uit te voeren: • Begeleiden van mensen in de bijstand op basis van vertrouwen. • Versoepelingen in de participatiewet aanbrengen. • Regelarme bijstaand waardoor een aanvulling in geld of natura naast de bijstandsuitkering mogelijk blijft.
• Saneren van schulden. Daarbij roept ze de landelijke overheid op, zo mogelijk samen met de VNG, om een basisinkomen in te voeren.
Het college van Burgemeester en Wethouders van Middelburg d.t.v. de raadsgriffier i.a.a. de gemeenteraad Onderwerp DoeMee-onderzoek onderbesteding 29 april 2025 Geacht college, De rekenkamer Middelburg neemt in 2025 deel aan het grootschalige DoeMee-onderzoek naar onderbesteding van de Vereniging van Rekenkamers. Dit is een benchmarkonderzoek dat jaarlijks uitgevoerd wordt, dit jaar bij 159 decentrale overheden. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Radboud Universiteit Nijmegen, namens de Vereniging van Rekenkamers en in opdracht van de rekenkamer Middelburg. Er zal uiteindelijk een factsheet en een overkoepelend rapport met een benchmark komen. Het onderzoek heeft het karakter van een documentenonderzoek in combinatie met dataanalyse. Voor het documentenonderzoek komt er een digitaal formulier waar documenten geüpload kunnen worden. Daarnaast komt er een korte digitale enquête waarin een aantal vragen over uitgangspunten bij de begroting worden gesteld. Op basis van de eerste bevindingen uit de data-analyse kan de rekenkamer met de controller een gesprek voeren. Daarvoor zal een leidraad worden gemaakt. Centraal in het onderzoek staat de wijze waarop decentrale overheden begroten, en het bieden van inzicht in de baten en lasten van de decentrale overheid. Er zijn drie deelvragen voor dit onderzoek benoemd: 1.
Wat is de omvang van (structurele) onderbesteding ten opzichte van de oorspronkelijke of gewijzigde begroting? 2. Welke regels zijn er voor begroten en verantwoorden van onderbesteding? 3. Wat zijn de oorzaken van onderbesteding (gescheiden naar baten en lasten)? Op https://www.rekenkamers.nl/actueel/doe-mee-onderzoek/jaar-2025/ is alle informatie over het onderzoek terug te lezen.
Wij verzoeken u een ambtelijk contactpersoon aan te wijzen en de rekenkamer de contactgegevens van de ambtelijk contactpersoon te doen toekomen. Alvast dank voor uw reactie. Hoogachtend,
ir. S.M. Hoven Voorzitter rekenkamer Middelburg hoven@rekenkamerkvm.nl Tel. (06) 8110 5208
Burgemeesters van Nederland
Contact: Telefoonnr.: Datum:
Marleen van Campen +31180451280 1 mei 2025
Beste burgemeesters van Nederland, Dit jaar vieren we 80 jaar vrijheid. “Vrijheid geef je door.” Dát is wat we met elkaar hebben afgesproken. De huidige tijdsgeest onderstreept alleen nog maar extra waarom dat zo belangrijk is. Vrijheid is simpelweg niet vanzelfsprekend. Daar zijn we ons in Ridderkerk zeer van bewust. Op 15 mei 1940 werd in een schoolgebouw in Ridderkerk (Rijsoord) de capitulatie van Nederland aan Duitsland ondertekend. Een belangrijk historisch moment voor Nederland. We vinden het belangrijk om op de plek waar Nederland 85 jaar geleden capituleerde, stil te staan bij de waarde van onze vrijheid. Daarom gaan we deze plek de komende jaren belangrijker maken. Dit jaar doen we dat door op 15 mei uitgebreid stil te staan bij de capitulatie van 85 jaar geleden. En naast stilstaan en herdenken, geven we de verhalen van 85 jaar geleden ook door. Daarom is er een boekje geschreven voor leerlingen uit groep 8 dat gaat over de meidagen van 1940 en de capitulatie. Het eerste exemplaar wordt uitgereikt aan onze kinderburgemeester Lucas Rijsdijk. Daarnaast hebben we onze Ridderkerkse zanger Guus Bok gevraagd een vrijheidslied te maken. Het resultaat vinden we te mooi om niet door te geven. Daarom willen we lied graag als het ware cadeau geven aan de rest van Nederland.
Want hoe mooi is het om vanuit Ridderkerk, de plek waar Nederland in 1940 haar vrijheid verloor, 85 jaar later een vrijheidslied te kunnen delen! Om te onderstrepen waarom onze vrijheid kostbaar is, dat we die zomaar kunnen kwijtraken en dat we hiervoor samen moeten blijven knokken. Juist nu. Het lied is vanaf 1 mei 12.00 uur te beluisteren via Spotify: https://open.spotify.com/album/232b7vBHudf1TPbk6Wlvi5 Mocht de link niet werken: zoek op ‘Je bent vrij – Guus Bok’ Ik stel het zeer op prijs als u deze brief wilt delen binnen uw college en ter beschikking wilt stellen aan uw gemeenteraad. Met vriendelijke groet,
C.A. Oosterwijk Burgemeester Ridderkerk
Koningsplein 1 Postbus 271 2980 AG Ridderkerk
Beste griffier, burgemeester, wethouders & raadsleden, Ik weet dat u geadviseerd wordt om op een link van buitenaf niet zomaar te klikken, maar dit initiatief is van landsbelang. Dit negeren zet niet alleen een gemeente of provincie buitenspel, maar de complete soevereniteit van een land. En niet alleen nederland, maar alle landen. De WHO wil n.l. alleenheerser van de wereld worden, en niet alleen op het gebied van gezondheids zorg. Als u als vertegenwoordiger van gemeente straks op 4 Mei de gevallenen herdenkt die het leven lieten om ons vrijheid te geven, denkt u dan vooral ook aan de huidige dreiging op wereld niveau. Deze dreiging komt niet uit Rusland, wel vanuit ongekozen globalistische partijen zoals de WHO, het WEF en zelfs de EU. Hier vast de link, ik zal een stuk van de tekst eronder plaatsen zodat de ernst van dit bericht duidelijk wordt.
https://eur06.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.citizengo.org%2Fenrow%2Fot%2F15321---final-vote-in-days--reject-the-who-pandemic-treaty--&data=05%7C02%7Ca.rijpert%40middelburg.nl%7C55c9ffdebb8b42549d1308dd84a744a3%7C34266de46 0d24e92ade4316798539062%7C0%7C0%7C638812576160253894%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8ey JFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D% 3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=CmxhwetGvKGSdgsACjKo%2B8BMRW9T7Ziz0jY1jjOw6Fs%3D&reserved =0 In just days, your Health Minister will travel to Geneva for the final vote on the WHO Pandemic Treaty — a dangerous, permanent power grab that could lock your country into a global system of mandates, censorship, and control. The draft is done. The text is finalized. All that’s left is the vote. And if it passes? The nightmare of COVID lockdowns will return — only this time, there will be no going back.
This treaty gives the WHO: The power to declare global health emergencies at will — even if your country disagrees Legal authority to override your government with binding international directives A framework to reimpose lockdowns, mandates, surveillance and censorship — backed by law The ability to label dissent “misinformation” and silence doctors, media, and citizens Access to your nation’s emergency resources and systems — with no democratic checks They say it’s about “health.” But let’s be real — this is about power. Centralized, unelected, global power. They know we’re watching. That’s why they’ve hidden the exact vote date, buried the final text in legal jargon, and rushed everything to avoid public outrage. But you've already proven their plan isn't unstoppable: You delayed the treaty twice.
You forced critical changes to the most dangerous parts. You pressured powerful nations like the U.S. and Argentina to withdraw. You've kept this fight alive when many believed it couldn't be won. This is our final battle. Our last chance. Sign the petition now and tell your Health Minister: VOTE NO on the WHO Pandemic Treaty at the World Health Assembly. If we stand together and flood Health Ministers with the voices of citizens across the country, we CAN turn this around. We've done it before—we can do it again. You've brought this treaty to the brink—now let's stop it for good. SIGN NOW—while there's still time! Defend our country's Sovereignty — Vote NO on the WHO Pandemic Treaty at the World Health Assembly! Als u als gemeente, als ambtenaar maar ook als burger iets wilt doen voor uw land, dan is het nu tijd om deze petitie te tekenen. Ik hoop dat u, als griffier ervoor kunt zorgen dat de burgemeester, de wethouders, alle raadsleden (en ambtenaren) deze email krijgen. Geef ons mooie, vrije land niet weg! Met vriendelijke groeten,
Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad
Datum
24 april 2025 Kenmerk
TAZ/ U202500218
Lbr. 25/019 Telefoon
070 373 8393 Bijlage(n)
1 College voor Arbeidszaken
Onderwerp
Ledenraadpleging Eindresultaat Cao Gemeenten 2025-2027
Samenvatting Dit is de ledenraadpleging over het eindresultaat voor de Cao Gemeenten 2025-2027. U kunt een reactie geven tot en met dinsdag 3 juni 2025. Het resultaat wordt definitief na bekrachtiging door het bestuur op vrijdag 6 juni 2025. Het resultaat gaat behalve over de Cao Gemeenten ook over de Cao SGO, de cao voor leden van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (WSGO). De VNG en de WSGO stemmen het besluit over bekrachtiging af. In deze ledenbrief worden de volgende onderdelen van het resultaat kort toegelicht. a. Looptijd en kosten b. Minimumsalaris en schaal A c. IKB doelen d. Toelagen en vergoedingen e. Inclusieve cao f. RVU g. Sociale zekerheid h. Mantelzorg en rouw i. Reservisten j. Onderzoeken k. Tot slot
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202300146
PROD
Aan de leden
Datum
24 april 2025 Kenmerk
TAZ/ U202500218
Lbr. 25/019 Telefoon
070 373 8393 Bijlage(n)
1 College voor Arbeidszaken
Onderwerp
Ledenraadpleging Eindresultaat Cao Gemeenten 2025-2027
Geacht college en raad, Dit is de ledenraadpleging over het eindresultaat voor de Cao Gemeenten 2025-2027. U kunt een reactie geven tot en met dinsdag 3 juni 2025. Het resultaat wordt definitief na bekrachtiging door het bestuur op vrijdag 6 juni 2025. Het resultaat gaat behalve over de Cao Gemeenten ook over de Cao SGO, de cao voor leden van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (WSGO). De Cao SGO is de cao voor gemeentelijke samenwerkingsverbanden en is inhoudelijk hetzelfde als de Cao Gemeenten. De VNG (Cao Gemeenten) en de WSGO (Cao SGO) hebben samen het resultaat gesloten, bespreken samen de uitkomsten van de ledenraadplegingen en stemmen het besluit over bekrachtiging af. Deze ledenbrief gaat alleen over de ledenraadpleging van de VNG onder gemeenten. Gemeenten kunnen reageren met een reactieformulier. De gemeentesecretaris ontvangt daarvoor het reactieformulier. Leden van de WSGO ontvangen hun eigen ledenbrief. In deze brief staat: 1. Procedure van de ledenraadpleging en de bekrachtiging van het eindresultaat 2. Samenvatting van het eindresultaat
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202300146
PROD
1. Procedure van de ledenraadpleging en de bekrachtiging van het eindresultaat De ledenraadpleging begint met de verzending van deze ledenbrief, op donderdag 24 april 2025. U kunt tot en met dinsdag 3 juni 2025 reageren. Het VNG-bestuur besluit vrijdag 6 juni 2025 of de VNG het eindresultaat bekrachtigd. De VNG en de WSGO stemmen hun besluit met elkaar af. Als de VNG, WSGO en de vakbonden het resultaat bekrachtigen, wordt het definitief en meldt het LOGA (VNG, WSGO en vakbonden samen) de nieuwe cao aan bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Er komt na de bekrachtiging van het eindresultaat een LOGAsalarisbrief met o.a. de nieuwe salarisschalen. De ledenraadpleging is digitaal. De gemeentesecretaris ontvangt een link naar het reactieformulier. Elke gemeente heeft één stem per duizend inwoners met een maximum van 75 stemmen. Alleen de uitgebrachte stemmen tellen mee. VNG en WSGO organiseren digitale ledenbijeenkomsten. De uitnodiging hiervoor volgt op het werkgeversforum van de VNG. In de bijlage treft u het “Eindresultaat Cao Gemeenten en Cao SGO 2025-2027” aan. 2. Samenvatting van het eindresultaat Van de werkgeversinzet voor de cao onderhandelingen (7 november 2024) is veel gerealiseerd in dit cao eindresultaat 2025-2027. In volgorde van het eindresultaat treft u onderstaand puntsgewijs de afspraken aan met een korte toelichting.
De ingangsdatum is 1 april 2025 tenzij in de tekst of in een kopje een andere ingangsdatum staat vermeld. a. Looptijd en kosten De nieuwe Cao Gemeenten en Cao SGO loopt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. Het resultaat moet worden gelezen tegen de achtergrond van de financieel moeilijke tijden die de sector gemeenten tegemoet gaat. Het resultaat voor twee jaar moet rust en zekerheid geven aan medewerkers in deze onrustige tijden. Voor werkgevers geeft het financiële duidelijkheid voor 2025, 2026 en (deels) 2027. Ook hebben de afspraken tot doel dat de sector een aantrekkelijke werkgever blijft op de gespannen arbeidsmarkt. Het 12-maands gemiddelde van deze cao op loon (procentueel en nominaal) is 3,75%. In heel Nederland is dit 12-maands gemiddelde momenteel 4,17% (bron: AWVN cao kijker). De loonsverhogingen zijn verspreid over vijf momenten om de kosten te spreiden. In de reeks procentuele loonsverhogingen is ook een nominale loonsverhoging opgenomen. Daarmee krijgen lagere salarisschalen wat meer loongroei dan hogere salarisschalen: in cao looptijd van 24 maanden krijgen de hogere salarisschalen ongeveer 7% erbij en de lagere salarisschalen tot ongeveer 8,5 %. b. Minimumsalaris per 1 januari 2026 en schaal A Medewerkers in de reguliere salarisschalen krijgen vanaf 1 januari 2026 een salaris van minimaal €16 per uur.
De €16 per uur wordt niet geïndexeerd met de cao-contractloonstijgingen. Ter vergelijking: het wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2025 is € 14,40. De € 16 geldt niet voor schaal A. Schaal A is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/6
c. Individueel Keuze Budget (IKB) doelen Aan het IKB wordt als vast doel toegevoegd de vakbondscontributie. Als tijdelijk doel voor alle medewerkers van 2026 tot en met 2030 wordt toegevoegd het aflossen van een reguliere studieschuld bij DUO. De medewerker moet daarvoor bewijsstukken bij de werkgever aanleveren. Partijen evalueren deze afspraak in 2030. Het doel is toegevoegd om een aantrekkelijk werkgever te zijn voor onder andere jongere generaties. d. Toelagen en vergoedingen In de cao wordt een bepaling opgenomen waarmee de werkgever lokaal een onkostenvergoedingsregeling kan maken voor daadwerkelijk gemaakte onkosten van een medewerker die verband houden met de uitoefening van de functie. Het lokaal overleg heeft formeel geen rol. Toelagen en vergoedingen vanaf 1 oktober 2025 De toelage onregelmatige dienst wordt verhoogd op zaterdag en zon- en feestdagen. Op deze wijze ontstaan er gelijke percentages voor de onregelmatige dienst, de buitendagvenstertoelage en de overwerkvergoeding op deze dagen. Dit leidt tot een inkomensverbetering voor medewerkers die onregelmatig werken en vereenvoudigt de uitvoerbaarheid. De thuiswerkvergoeding wordt van € 2,15 netto verhoogd naar € 2,40 netto. De internetvergoeding blijft € 0,85 netto per dag voor iedere dag die de medewerker thuiswerkt.
Toelagen en vergoedingen vanaf 1 januari 2026 De hoogte van de toelage beschikbaarheid wordt voor alle medewerkers gekoppeld aan het maximum uursalaris van schaal 8. Dit is een verbetering voor alle medewerkers tot en met schaal 7. De werkgever moet lokaal een regeling vaststellen voor een vergoeding van reiskosten woonwerkverkeer. Lokaal wordt bepaald voor welke vervoersmodaliteit(en) een onkostenvergoeding wordt gemaakt. De cao bevat géén uitgewerkte regeling. Een regeling waarin reiskosten kunnen worden uitgeruild via het IKB, is niet toereikend. Medewerkers die nachtdiensten draaien, kunnen vanaf 55 jaar niet meer worden verplicht tot het draaien van nachtdiensten tussen 22.00 uur tot 07.00 uur. Dit is opgenomen mede naar aanleiding van het landelijke pensioenakkoord van 18 oktober 2024. Daarin wordt aandacht gevraagd voor langer doorwerken in relatie tot zwaar werk. e. Inclusieve cao Partijen nemen een inclusieboodschap op in de preambule in de cao. Inclusieve cao vanaf 1 oktober 2025 Gendertransitieverlof wordt opgenomen. De medewerker die in gendertransitie is of gaat, krijgt binnen de sector gemeenten gedurende een periode van 10 jaar recht op maximaal 24 weken transitieverlof. Het ouderschapsverlof voor meerlingen wordt verbeterd.
De cao sluit daardoor beter aan bij de Wet arbeid en zorg (Wazo) waarbij geldt dat bij twee- of meerlingen per kind recht bestaat op onbetaald ouderschapsverlof en per kind recht bestaat op een Wazo-uitkering.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/6
Bij werken op feestdagen zal ook rekening worden gehouden met feest- en herdenkingsdagen die géén verband houden met religie, maar bijvoorbeeld met culturele achtergrond, nationaliteit en levensovertuiging. De cao wordt dan ruimer dan de Arbeidstijdenwet voorschrijft. Inclusieve cao vanaf 1 januari 2026 Het recht op (betaald) ouderschapsverlof wordt in de cao uitgebreid naar meeroudergezinnen die nu buiten de wettelijke (Wazo) definitie vallen. Vanaf 2026 krijgt de medewerker krijgt de mogelijkheid om Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag om te ruilen voor een andere feest- en/of herdenkingsdag verband houdend met religie, culturele achtergrond, nationaliteit of levensovertuiging. Een aanvraag voor het omruilen van de feestdag kan alleen worden gehonoreerd als de bedrijfsomstandigheden dit toelaten. Apart een kantoor/werklocatie openhouden is geen verplichting. Partijen gaan het ruilen van deze twee feestdagen in 2028 evalueren. Het aantal te werken uren per jaar wordt opgenomen in de cao. Daarmee wordt de mogelijke ongelijkheid tussen fulltimers en parttimers en de toekenning van feestdagen opgelost.
f. RVU Onderzoek RVU zware beroepen in 2025 Het kabinet, vakbonden en werkgevers hebben op 18 oktober 2024 een landelijk onderhandelaarsakkoord “Gezond naar het pensioen” bereikt over een structurele en gerichte vroegpensioenregeling voor mensen met zwaar werk. In 2025 onderhandelen partijen in de sector gemeenten over de uitwerking van de definitie van “zware beroepen” in onze sector. De huidige RVU regeling (zonder begrenzing op zware beroepen) in artikel 2.11 cao loopt door tot en met 31 december 2025. Het onderzoek moet voor 1 november a.s. klaar zijn. Nieuwe RVU regeling zware beroepen vanaf 1 januari 2026 Met ingang van 1 januari 2026 wordt de RVU regeling in de cao vernieuwd en alléén toegankelijk voor medewerkers met een zwaar beroep. Voor de nieuwe regeling is onder andere afgesproken dat (voor alle voorwaarden, zie eindresultaat tekst): ▪ De medewerker er max. 2 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd gebruik van kan maken, en ▪ Op de ingangsdatum van de deelname van de RVU 20 jaar in dienst is geweest van een bij ABP aangesloten werkgever, en ▪ De laatste 10 jaar in dienst is geweest van een werkgever in de sector gemeenten, en ▪ De medewerker voldoet aan de criteria van een zwaar beroep zoals vastgesteld in het onderzoek in 2025.
De afspraken zijn gemaakt onder de voorwaarde dat: ▪ De Belastingdienst de nieuwe fiscale drempelvrijstelling vanaf 2026 moet hebben vastgesteld, en ▪ De nieuwe RVU regeling van partijen binnen de kaders en regels blijft van het kabinet en landelijke sociale partners. De cao regeling in de sector gemeenten heeft de duur van drie jaar omdat het eerste landelijke ijkmoment van RVU regelingen door kabinet en landelijke sociale partners in 2028 is. g. Sociale zekerheid Sociale zekerheid vanaf 1 januari 2026 Het recht op de Aanvullende uitkering voor oud-medewerkers waarvan de arbeidsovereenkomst is beëindigd i.v.m. disfunctioneren wordt geschrapt per 1 januari 2026. Daarbij is een
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/6
overgangsregeling voor bestaande uitkeringsgerechtigde oud-medewerkers afgesproken. Met deze afspraak wordt een stap gezet in het verder normaliseren van arbeidsverhoudingen. Sociale zekerheid vanaf 1 januari 2028 Met ingang van 1 januari 2028 geldt de regeling van de Na-wettelijke uitkering alleen nog voor medewerkers die op 1 januari 2028 55 jaar of ouder zijn. Zij behouden recht op de na-wettelijke uitkering. Voor medewerkers die op 1 januari 2028 jonger zijn dan 55 jaar, wordt de regeling afgeschaft. Daarbij is een overgangsregeling afgesproken. Met deze afspraak wordt een stap gezet in het verder normaliseren van arbeidsverhoudingen. h. Mantelzorg en rouw Mantelzorg en rouw hebben veel impact op een medewerker. Daarom is het goed dat er in de werkgever-medewerker relatie over wordt gesproken om werk en privé goed op elkaar af te kunnen stemmen en welke faciliteiten daarvoor nodig kunnen zijn. Om dat maatwerk te faciliteren komt er een mantelzorgprotocol en een rouwprotocol voor de gemeentelijke sector. Het A&O fonds Gemeenten zal de sector daarin faciliteren. i. Reservisten vanaf 1 januari 2026 Er wordt een regeling opgenomen voor medewerkers die reservist zijn bij Defensie of dat willen worden. Kort samengevat houdt dit in dat het inkomen van de reservist bij Defensie door de gemeentelijke organisatie wordt aangevuld gedurende verlofperiodes. j.
Onderzoeken Partijen zijn overeengekomen gedurende de looptijd van deze cao een aantal onderzoeken uit te voeren om de cao actueel te houden. Naast het onderzoek naar zware beroepen RVU in 2025, betreft het: ▪ Onderzoek naar het loongebouw ▪ Onderzoek naar functiewaardering ▪ Onderzoek naar integriteit ondersteunde middelen ▪ Onderzoek over AI in de sector en de impact op werknemers, werkgevers en de organisatie. ▪ Onderzoek doen naar de status van Bijlage 5A van de CAO ▪ Onderzoek naar bijlage 5C en 5D van de cao k. Tot slot Er zijn een aantal afspraken gemaakt onder het kopje “Diversen”. Ook zijn een aantal technische aanpassingen afgesproken. Het betreft zaken als artikelen die niet meer actueel zijn, verduidelijkingen en tekstuele correcties. Deze technische aanpassingen worden niet voorgelegd in de ledenraadpleging. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
J. Jongepier Secretaris van het College voor Arbeidszaken
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/6
1
Eindresultaat Cao Gemeenten en Cao SGO 2025-2027 Inleiding VNG, WSGO, FNV Overheid, CNV Overheid en CMHF Overheid hebben op 17 april 2025 een eindresultaat voor de Cao Gemeenten en de Cao SGO (Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties) bereikt. De cao’s gelden samen voor ruim 222.000 medewerkers. Afgesproken wijzigingen worden eensluidend en tegelijk doorgevoerd in beide cao’s. De Cao Gemeenten en de Cao SGO kennen dezelfde arbeidsvoorwaarden om samenwerking en arbeidsmobiliteit binnen de sector gemeenten te ondersteunen. Het eindresultaat moet worden gelezen tegen de achtergrond van de financieel moeilijke tijden die de sector gemeenten tegemoet gaat. In 2026 krijgen gemeenten een flinke korting te verwerken op het Gemeentefonds. De looptijd van de nieuwe cao bedraagt twee jaar. De nieuwe cao’s lopen van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. Het resultaat wordt definitief na de ledenraadplegingen van de afzonderlijke partijen en bekrachtiging door de afzonderlijke besturen. Dat is bij de VNG en de WSGO op zijn vroegst 6 juni. Vanuit de bonden zal dit naar verwachting uiterlijk 23 mei zijn. In het resultaat staan afspraken over: 1. Looptijd, salarisstijging, minimumsalaris en IKB doelen 2. Toelagen en vergoedingen 3. Inclusieve cao 4. RVU 5. Sociale zekerheid 6. Mantelzorg en rouw 7. Reservisten 8. Onderzoeken 9. Diversen 10. Verbeteringen en correcties cao-tekst 11.
Slotbepalingen
1. Looptijd, salarisstijging, minimumsalaris en IKB doelen Looptijd De nieuwe Cao Gemeenten en Cao SGO loopt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027 (24 maanden). Structurele salarisstijging totaal 6,7% plus 35 euro nominaal De reguliere salarisschalen worden verhoogd met: ▪ 1 april 2025 een loonstijging van 2% ▪ 1 oktober 2025 een loonstijging van 1,85% ▪ 1 januari 2026 het bodem uursalaris 16 euro exclusief schaal A (zie verderop) ▪ 1 januari 2026 35 euro nominaal in de salarisschalen ▪ 1 juli 2026 een loonstijging van 1,25% ▪ 1 januari 2027 een loonstijging van 1,6%
2
Minimumsalaris per 1 januari 2026 Medewerkers in de reguliere salarisschalen krijgen vanaf 1 januari 2026 een salaris van minimaal €16 per uur. Medewerkers die volgens de salaristabel een maandsalaris zouden ontvangen dat correspondeert met een uursalaris van minder dan €16, krijgen in plaats daarvan een salaris dat correspondeert met een uursalaris van €16. De €16 per uur wordt niet geïndexeerd met de caocontractloonstijgingen. De € 16 geldt niet voor schaal A. Periodieken die corresponderen met een uursalaris van minder dan € 16 worden rood weergegeven in de salaristabel. Schaal A ▪ Schaal A is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon (WML). De periodieken lopen van 100% tot 120% van het WML. Schaal A wordt niet geïndexeerd met de cao salarisstijgingen. IKB doelen Aan het IKB worden als doelen toegevoegd in artikel 4.3 lid 1 cao: ▪
▪
Vakbondscontributie: Met ingang van 2025 wordt de mogelijkheid van fiscale verrekening van de vakbondscontributie opgenomen als vast doel in het IKB. Aflossing studieschuld: Met ingang van 1 januari 2026 het aflossen van de DUO studieschuld t.g.v. de reguliere studiefinanciering. Dit doel geldt tot en met 31 december 2030 (5 jaar) en voor maximaal € 1.250 per medewerker per jaar. Totaal maximaal € 6.250 per medewerker. De DUO studieschuld kan fiscaal vriendelijk via het IKB worden afgelost. De medewerker moet daarvoor bewijsstukken bij de werkgever aanleveren. Partijen evalueren deze afspraak in 2030.
2. Toelagen en vergoedingen ▪
In de cao wordt in Hoofdstuk 3 een bepaling opgenomen waarmee de werkgever lokaal een onkostenvergoedingsregeling kan maken. De lokale regeling betreft alleen daadwerkelijk gemaakte onkosten van een medewerker die verband houden met de uitoefening van de functie. Bijvoorbeeld voor verhuiskosten, maaltijdenvergoeding, reiniging kledingvergoeding, parkeerkosten, etc.
Met ingang van 1 oktober 2025 wordt aangepast : ▪ De toelage onregelmatige dienst (artikel 3.11 cao) wordt verhoogd op zaterdag en zon- en feestdagen. o Zaterdag 75% (nu 40%) o Zon- en feestdagen 100% (nu 65%) Partijen hebben dit afgesproken zodat de toelagen op zaterdag, zon- en feestdagen gelijke percentages hebben als de onregelmatige dienst, de buitendagvenstertoelage en de overwerkvergoeding. Het leidt tot een inkomensverbetering voor medewerkers die onregelmatig werken en vereenvoudigt de uitvoerbaarheid. ▪
De thuiswerkvergoeding in artikel 3.22a cao wordt van € 2,15 netto verhoogd naar € 2,40 netto. De internetvergoeding blijft € 0,85 netto per dag voor iedere dag die de medewerker thuiswerkt.
Met ingang van 1 januari 2026 wordt ingevoerd: ▪ De hoogte van de toelage beschikbaarheid (artikel 3.13 cao) wordt voor alle medewerkers gekoppeld aan het maximum uursalaris van schaal 8. Dit is een verbetering voor alle medewerkers tot en met schaal 7. ▪ De werkgever moet lokaal een regeling vaststellen voor een vergoeding van reiskosten woonwerkverkeer (artikel 3.22 lid 1 cao). Lokaal wordt bepaald voor welke vervoersmodaliteit(en) een onkostenvergoeding wordt gemaakt. Het verstrekken van een OV-abonnement wordt daarbij ook
3
▪
gezien als een vorm van een onkostenvergoeding. Partijen hebben gekozen voor deze afspraak omdat uit het onderzoek naar duurzame mobiliteit bleek dat de sector gemeenten al een grote verscheidenheid kent aan lokale afspraken. Medewerkers die nachtdiensten draaien waarvoor de toelage onregelmatige dienst geldt (artikel 3.11 cao), kunnen vanaf 55 jaar daarvan vrijstelling vragen en niet meer worden verplicht tot het draaien van nachtdiensten. Het betreft dan nachtdiensten tussen 22.00 uur tot 07.00 uur. Daarop zal een garantietoelage (op grond van artikel 3.15 cao) van toepassing zijn.
3. Inclusieve cao ▪ Partijen nemen onderstaande inclusieboodschap op in de preambule in de cao: Cao partijen erkennen de waarde van diversiteit en de kracht van inclusie binnen de gemeentelijke sector. Wij zijn ervan overtuigd dat een inclusieve cultuur niet alleen het welzijn van onze medewerkers ten goede komt, maar ook bijdraagt aan een positieve en productieve werkomgeving. Met deze cao streven we ernaar een werkomgeving te creëren waar alle medewerkers, ongeacht geslacht, afkomst, leeftijd, beperking of andere persoonlijke kenmerken, zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen. Cao partijen blijven zich inzetten voor een inclusieve sector waarin iedereen mee kan doen en zich welkom, veilig en gewaardeerd voelt. Met ingang van 1 oktober 2025 wordt ingevoerd: ▪ In Hoofdstuk 6 wordt gendertransitieverlof opgenomen. De medewerker die in gendertransitie is of gaat, krijgt binnen de sector gemeenten gedurende een periode van 10 jaar recht op maximaal 24 weken transitieverlof met behoud van salaris en salaristoelage(n). De medewerker stemt de spreiding van het gendertransitieverlof af met de werkgever. In de cao tekst worden daarvoor een aantal kaders opgenomen (bijvoorbeeld 8 weken van tevoren melden gewenste ingangsdatum, duur opname verlof, etc.) ▪ Het ouderschapsverlof voor meerlingen wordt verbeterd. De uitzondering in artikel 6.10 lid 7 en 6.10a lid 4 cao wordt geschrapt.
De cao sluit dan aan bij de Wazo waarbij geldt dat bij twee- of meerlingen per kind recht bestaat op onbetaald ouderschapsverlof en per kind recht bestaat op een Wazo-uitkering. ▪ Werken op feestdagen: in artikel 5.3 lid 3 van de cao staat nu dat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met religieuze feestdagen bij de vaststelling van de werktijden van de medewerker. Dit artikel wordt uitgebreid naar feest- en herdenkingsdagen die géén verband houden met religie, maar bijvoorbeeld met culturele achtergrond, nationaliteit en levensovertuiging. De cao wordt dan ruimer dan de Arbeidstijdenwet voorschrijft. Met ingang van 1 januari 2026 wordt ingevoerd: ▪ Het recht op ouderschapsverlof (artikel 6.10 en 6.10a cao) wordt in de cao uitgebreid naar meeroudergezinnen die nu buiten de wettelijke (Wazo) definitie vallen. o Elke medewerker die een duurzaam en gezamenlijke huishouding heeft met een juridische ouder en de feitelijke zorg voor een kind draagt, krijgt recht op ouderschapsverlof conform artikel 6.10 en 6.10a cao. o De omvang (uren per week) van het ouderschapsverlof hangt mede af van de omvang/mate waarin de (meer) ouder zorg draagt voor het kind (dus niet alleen van de arbeidsduur van de medewerker). o De basis voor het bepalen van de uren ouderschapsverlof per week kan bijvoorbeeld zijn een meerouderschapscontract waarin zaken als zorgverdeling zijn vastgelegd.
De medewerker levert bewijsstukken aan bij de werkgever. ▪ De medewerker krijgt de mogelijkheid om Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag om te ruilen voor een andere feest- en/of herdenkingsdag verband houdend met religie, culturele achtergrond, nationaliteit of levensovertuiging. o Bij het omruilen geldt bij werken op Tweede Paasdag en/of Tweede Pinksterdag géén toelagen.
4
o
▪
Bij ziekte op de gekozen andere feestdag en/of herdenkingsdag, kan deze vrije dag niet op een andere dag worden gepland. o Een aanvraag voor omruilen van de feestdag kan alleen worden gehonoreerd als de bedrijfsomstandigheden dit toelaten. o Partijen gaan het ruilen van deze twee feestdagen in 2028 evalueren. Het aantal te werken uren per jaar wordt opgenomen in de cao: Het aantal kalenderdagen in het jaar verminderd met: het aantal zaterdagen en zondagen in het jaar en het aantal feestdagen in het jaar dat niet valt op een zaterdag of een zondag. Dit aantal resterende dagen wordt vermenigvuldigd met 7,2 uur en afgerond op hele uren.
4. RVU RVU zware beroepen onderzoek 2025 Het kabinet, vakbonden en werkgevers hebben op 18 oktober 2024 een landelijk onderhandelaarsakkoord “Gezond naar het pensioen” bereikt over een structurele en gerichte vroegpensioenregeling voor mensen met zwaar werk. De huidige tijdelijke vroegpensioenregeling (RVU-regeling) in ons cao artikel 2.11 loopt volgens afspraak eind 2025 af. In het landelijke onderhandelaarsakkoord is afgesproken dat er voor werknemers die dat echt nodig hebben, óók na 2025 een regeling is om eerder met pensioen te gaan. In 2025 onderhandelen partijen over de uitwerking van de complete definitie van “zware beroepen in de gemeentelijke sector” uiterlijk op 1 november 2025 gereed. Artikel 2.11 CAO zal met ingang van 1 januari 2026 worden aangepast. Doel van het onderzoek is te komen tot een onderbouwde afbakening en complete definitie van zware beroepen binnen de sector gemeenten. Daarbij worden betrokken inconveniententoelagen, fysieke belasting van functies en andere criteria die kunnen wijzen op een zwaar beroep. Nieuwe RVU regeling zware beroepen met ingang van 1 januari 2026 De huidige RVU regeling in artikel 2.11 cao loopt door tot en met 31 december 2025. Met ingang van 1 januari 2026 wordt deze regeling vernieuwd en alléén toegankelijk voor medewerkers met een zwaar beroep.
Deze nieuwe regeling wordt geëvalueerd uiterlijk 31 december 2028 in lijn met het landelijk ijkmoment. Voor de nieuwe regeling is afgesproken dat: ▪ De medewerker er gebruik van kan maken maximaal 2 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd, en ▪ Op de ingangsdatum van de deelname van de RVU 20 jaar in dienst is geweest van een bij ABP aangesloten werkgever, en ▪ De laatste 10 jaar in dienst is geweest van een werkgever in de sector gemeenten, en ▪ De medewerker voldoet aan de criteria van een zwaar beroep, zoals partijen zullen vaststellen voor 1 november 2025. Cao partijen gaan in deze cao opnemen, n.a.v. het gezamenlijke onderzoek in 2025, wat zware beroepen zijn en/of hoe die worden bepaald. ▪ De medewerker krijgt naast de reguliere fiscale drempelvrijstelling ook de additionele fiscale ruimte van € 300 per maand. ▪ Bij deelname aan de RVU-regeling eindigt de arbeidsovereenkomst en mag de medewerker géén betaalde werkzaamheden in de sector gemeenten meer uitvoeren. Voorwaarde voor de nieuwe regeling is dat de overheid de einddatum van 31 december 2025 van de huidige drempelvrijstelling schrapt. Een nieuwe drempelvrijstelling moet voor onbepaalde tijd zijn (of in ieder geval langer duren dan de einddatum van deze cao afspraak).
Daarnaast is een voorwaarde voor de nieuwe RVU regeling in de cao dat partijen binnen de kaders en regels blijven van het onderhandelaarsakkoord van 18 oktober 2024 van het kabinet en landelijke sociale partners. Deze landelijke regels zijn nog niet bekend. De cao regeling in de sector gemeenten heeft de duur van drie jaar omdat het eerste landelijke ijkmoment van RVU regelingen door kabinet en landelijke sociale partners in 2028 is.
5
5. Sociale zekerheid Sociale zekerheid per 1 januari 2026 Met ingang van 1 januari 2026 wordt het recht op de Aanvullende uitkering voor oud-medewerkers waarvan de arbeidsovereenkomst is beëindigd i.v.m. disfunctioneren geschrapt (artikel 10.1 lid 1b cao). In het verlengde daarvan krijgen deze oud-medewerkers ook geen Na-wettelijke uitkering meer als die van toepassing zou zijn geweest (voorwaarde van artikel 10.5 lid 1 en 2). Professionele tegenspraak kan geen onderdeel zijn van disfunctioneren. Als overgangsbepaling hebben partijen afgesproken dat: ▪ Deze oud-medewerkers die een aanvullende uitkering ontvangen in december 2025, behouden die uitkering; ▪ Deze oud-medewerkers die een aanvullende uitkering ontvangen in december 2025, behouden ook de Na-wettelijke uitkering als voldaan wordt aan de voorwaarden in 10.5 lid 2 cao. Op deze wijze worden oud-medewerkers die al in een uitkeringssituatie zitten, niet geraakt door deze afspraak. Sociale zekerheid per 1 januari 2028 Met ingang van 1 januari 2028 geldt de regeling van de na-wettelijke uitkering (artikel 10.5 t/m 10.10 cao) alleen nog voor medewerkers die op 1 januari 2028 55 jaar of ouder zijn. Zij behouden recht op de na-wettelijke uitkering. Voor medewerkers die op 1 januari 2028 jonger zijn dan 55 jaar, wordt de regeling afgeschaft.
Met ingang van 1 januari 2028 geldt voor deze (oud) medewerkers die na 31 december 2027 werkloos worden (datum ontslag 1 januari 2028 of later) de Na-wettelijke uitkering niet meer (artikel 10.5 t/m 10.10 cao). Als overgangsbepaling hebben partijen afgesproken dat: o Bij oud-medewerkers die de Na-wettelijke uitkering ontvangen in december 2027, blijft die doorlopen tot het einde van hun uitkering volgens artikel 10.8 cao; o Oud-medewerkers die in december 2027 een Aanvullende uitkering (artikel 10.1 cao) ontvangen, behouden nog wel hun recht op de Na-wettelijke uitkering.
6. Mantelzorg en rouw Mantelzorg Door persoonlijke omstandigheden kunnen medewerkers te maken krijgen met mantelzorgtaken die het werk zoals dat gebruikelijk wordt uitgevoerd of zoals dat is afgesproken, belemmeren. Caopartijen benadrukken het belang dat leidinggevende en medewerker samen het gesprek voeren over welke behoeften er zijn om werk en privé goed af te kunnen stemmen op de persoonlijke situatie van de medewerker en welke faciliteiten daarvoor nodig kunnen zijn. Dat is maatwerk. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over tijdelijk andere werktijden, werkzaamheden tijdelijk aanpassen en/of afspraken maken over hybride werken, als dat voor de functie van de medewerker mogelijk is. Hierbij zijn afspraken mogelijk over opname van spaarverlof, calamiteitenverlof en kort- en langdurig zorgverlof. Rouw Naast mantelzorg kunnen medewerkers ook te maken krijgen met het verlies van een dierbare en dus met een periode van rouw. Het allerbelangrijkste is dat werkgever en medewerker met elkaar in gesprek blijven over welke behoeften er zijn om werk en privé goed op elkaar te kunnen afstemmen en welke faciliteiten daarvoor nodig kunnen zijn. Dat is maatwerk.
6
Cao-partijen monitoren de landelijke advies/wetgevings-ontwikkelingen op bovenstaande onderwerpen. Cao-partijen vragen het A&O Fonds Gemeenten om een mantelzorgprotocol en een rouwprotocol voor de gemeentelijke sector (werkgevers/medewerkers) beschikbaar te stellen.
7. Reservisten Er wordt met ingang van 1 januari 2026 een regeling opgenomen voor medewerkers die reservist zijn bij Defensie of dat willen worden. De regeling wordt gelijk aan de regeling in de cao Rijk (artikel 4.8 cao Rijk).
8. Onderzoeken Partijen zijn overeengekomen gedurende de looptijd van deze cao een aantal onderzoeken uit te voeren. De prioritering van de onderzoeken stemmen partijen met elkaar af bezien in het licht van reeds lopende onderzoeken en komende relevante wetgeving. Onderzoek loongebouw Partijen hebben vastgesteld dat het loongebouw door de jaren heen veel veranderingen heeft doorgemaakt. Daarmee is het tijd geworden om onderzoek te doen naar een aantal onderdelen van het loongebouw. Partijen denken daarbij onder andere aan de aansluiting op de arbeidsmarkt, het aantal periodieken, de omvang/hoogte van periodieken, afstand tussen de salarisschalen, etc. Onderzoek functiewaardering (waaronder regionaal werkgeverschap) VNG en WSGO laten momenteel een onderzoek uitvoeren door een adviesorganisatie. Dit inventariserende onderzoek van werkgevers moet inzicht gaan bieden in de toepassing van functiewaarderingssystemen binnen de gemeentelijke sector en de principiële verschillen daartussen. Ook moet het onderzoek inzicht geven in hoe meer gelijkwaardigheid tussen beleid en uitvoering kan worden bereikt. In het verlengde van en naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek van werkgevers, gaan VNG, WSGO en vakbonden samen in gesprek.
Onderzoek naar integriteit ondersteunde middelen Partijen gaan een inventariserend onderzoek doen naar in de sector voorkomende middelen die integriteit ondersteunen. Het doel van het onderzoek is om werkgevers en werknemers te ondersteunen bij het delen van kennis. Onderzoek over AI in de sector Nieuwe technologie en kunstmatige intelligentie gaan invloed hebben op het werk in de gemeentelijke sector. Partijen gaan onderzoeken, met elkaar en de sector, wat de inzet van kunstmatige intelligentie en vergelijkbare algoritmische toepassingen binnen de gemeentelijke organisaties kan betekenen. In dat onderzoek worden de ontwikkelingen in (toekomstige) wetgeving en de mogelijke gevolgen van AI voor medewerkers, werkgevers en de organisatie van werk meegenomen. Onderzoek doen naar de status van Bijlage 5A Partijen gaan een onderzoek doen naar de Toelage overgangsrecht H3 CAR UWO per 1-1-2016 zoals genoemd in artikel 3.25 cao. Doel van het onderzoek is om te inventariseren of er in de praktijk nog werkgevers en medewerkers zijn die een Toelage Overgangsrecht (TOR) hebben. Ook omdat de regeling in bijlage 5A de mogelijkheid biedt om lokaal de TOR af te kopen. Onderzoek naar bijlage 5C en 5D Het onderzoek naar bijlage 5C en 5D richt zich op het mogelijk kunnen laten vervallen van deze bijlagen.
Het betreffen namelijk overgangsregelingen die verwijzen naar afspraken in de periode van vóór 2001 en vóór 2004. In artikel 7.6 cao wordt verwezen naar deze bijlagen.