CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-107 Bijage 2. Ingekomen stukken commissie RM

Gemeenteraad 2 juli 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (25-107 MZ/RM/AB)22.980 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bij het opstellen van deze kostenopgave wordt door het Bedrijf rekening gehouden met de verschillende componenten van de werken. Verbeteringen aan de componenten van de werken en hergebruik van materialen komen niet voor rekening van de huidige Eigenaar. Eerst na acceptatie door het Bedrijf van de nieuwe locatie(s) en accordering van deze kostenopgave door de huidige Eigenaar zal het Bedrijf haar medewerking verlenen aan de verplaatsing van de werken en aan het opzeggen van het opstalrecht. Het Bedrijf zal na accordering van de kostenopgave een planning afgeven voor de verplaatsing van de werken. De rechtsopvolger onder bijzondere titel van de huidige Eigenaar kan geen beroep doen op dit recht op verplaatsing dan wel het recht op opzegging van het opstalrecht.

3

139. Begeleidend schrijven Zienswijzen 1ste begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland

Het bestand 139. Begeleidend schrijven Zienswijzen 1ste begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/15537687/1/139_+Begeleidend+schrijven_Zienswijzen+1ste+ begrotingswijziging+2025+RUD+Zeeland?connection_type=17&connection_id=11855527

Onderwerp: Ingediende zienswijzen deelnemers RUD Zeeland m.b.t. de 1e begrotingswijziging 2025: Gedeeltelijke invoering plan van aanpak Robuuste RUD en de gevolgen van de nieuw afgesloten cao 2024/2025, inclusief reactie RUD Zaaknummer: 2024-000126 Portefeuillehouder MT: Directeur

Terneuzen, 12 mei 2025 Opsteller: Concerncontroller

Op 18 november 2024 heeft het dagelijks bestuur van RUD Zeeland ingestemd met de 1e begrotingswijziging 2025 en het voorstel om deze voor zienswijze voor te leggen aan de deelnemers van de RUD Zeeland. Dit document bevat alle ingekomen zienswijzen van de Zeeuwse gemeenten en de Provinciale Staten die deelnemer zijn van RUD Zeeland, inclusief de reactie op deze zienswijzen door de RUD. Samenvatting ingediende zienswijzen 12 deelnemers hebben een zienswijze ingediend met betrekking tot de 1° begrotingswijziging 2025. De gemeenteraden van Schouwen-Duiveland en Middelburg hebben geen zienswijze ingediend. De volgende 8 gemeenteraden en Provinciale Staten hebben een positieve zienswijze ingediend, al dan niet met voorwaarden: ▪ Borsele, Hulst, Noord-Beveland, Reimerswaal, Veere, Vlissingen, Terneuzen, Sluis en Provincie Zeeland (7 stemmen). Daarnaast hebben de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland en Middelburg geen zienswijze ingediend, maar zijn zij beide positief over de 1e begrotingswijziging 2025. De volgende 3 gemeenten hebben geheel of deels een negatieve zienswijze ingediend over de 1° begrotingswijziging 2025: ▪ Goes (positieve zienswijze over cao-effect en negatieve zienswijze m.b.t. de aanvullende middelen m.b.t. plan van aanpak Robuuste RUD), Kapelle, Tholen.

Algemene reactie op de ingediende zienswijzen Volgens de GR is er een 2/3° meerderheid nodig in het AB om in te stemmen met een begrotingswijziging. Op basis van bovenstaande verdeling is er een 2/3° meerderheid voor de 1° begrotingswijziging 2025 (17 stemmen voor ; 3 stemmen tegen). In een aantal zienswijzen wordt aandacht gevraagd voor het volgen van de procedure met betrekking tot het (tijdig) informeren van de Zeeuwsbrede “samenstellingscommissie”. Wat hierbij speelt is dat samenstellingscommissie een rol speelt in het interne proces bij de gemeenten en zich richt op de advisering richting de gemeenteraad. In het te doorlopen proces van advisering richting DB/AB binnen het proces van de RUD dus niet. Aangezien dit een intern proces is binnen de gemeenten is het logisch dat de samenstellingscommissie ook vanuit gemeenten wordt ingeschakeld en niet vanuit de RUD.

Ingediende zienswijzen deelnemers RUD Zeeland Gemeente Borsele Zienswijze: Een positieve zienswijze.

Reactie RUD Zeeland: De oproep tot het alsnog realiseren van structurele, solide financiering voor de volledige uitvoering van het plan van aanpak “Robuuste RUD” wordt onderschreven. Dit is immers noodzakelijk om de transitie te maken naar de Omgevingsdienst voor een schoon, gezond en veilig Zeeland. Voor de oproep rond de samenstellingscommissie wordt verwezen naar de “Algemene reactie op de ingediende zienswijzen”.

Gemeente Goes Zienswijze: Een positieve zienswijze m.b.t. tot de cao-effecten en een negatieve zienswijze m.b.t. voor wat betreft de gedeeltelijke invoering van het plan van aanpak Robuuste RUD en de daarbij gevraagde financiële middelen.

Reactie RUD Zeeland: Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI's) en de daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het IBP zijn opgesteld. Deze KPI's en opgestelde randvoorwaarden zijn daarmee de succescriteria voor een robuuste RUD Zeeland. Het niet beschikbaar stellen van de gevraagde middelen betekent dat de transitie om te komen tot een Omgevingsdienst voor een schoon, gezond en veilig Zeeland niet kan worden gerealiseerd. Op dit moment is de RUD hard aan de slag om op basis van een implementatieplan de benodigde stappen in dit transitieproces te zetten. Daadwerkelijk robuust zijn per 1 april 2026 is niet mogelijk zonder de middelen die met deze te nemen stappen zijn gemoeid.

Gemeente Hulst Zienswijze: Een positieve zienswijze. Het AB heeft in de vergadering van 9 september 2024 in meerderheid ingestemd met het Plan van aanpak en de 3e begrotingswijziging 2024 onder voorbehoud dat de begroting voor de komende jaren vooralsnog wordt vastgesteld op € 16,5 miljoen (prijspeil 2023). Dit houdt in dat de RUD per 1 april 2026 robuust moet zijn. De route om daar te komen is een enorme opgave. Het voorstel dat nu voorligt, lijkt in overeenstemming met de eerdere besluitvorming. Om die reden heeft de gemeenteraad op 13 februari 2025 besloten een positieve zienswijze in te dienen op de 1e begrotingswijziging 2025. Maar wel met een aantal kanttekeningen. Kanttekening 1 Het eerdergenoemde AB-besluit van 9 september 2024 spreekt over een maximumbedrag van € 16,5 miljoen in 2025 voor het Plan van aanpak robuuste RUD. In de begrotingswijziging die nu voorligt gaat het om een bedrag van € 17,2 miljoen. Het verschil van € 0,7 miljoen is niet concreet onderbouwd. We verwachten een concrete berekening voor het verschil van € 0,7 miljoen in het AB voorstel voor besluitvorming op 12 mei 2025. Ook wensen wij inzicht aan de hand van het implementatieplan wat de RUD in 2025 uit het plan van aanpak zal realiseren.

Door de beperking van 16,5 miljoen kan het plan van aanpak niet volledig worden uitgevoerd en zal niet meer gehandeld kunnen worden volgens het eerder voorgelegde ingroeimodel. Kanttekening 2 Tijdens de laatste AB-vergadering op 9 december 2024 heeft de interim-directeur aangegeven dat er nog extra middelen nodig zijn voor: ▪ De back-office (systemen + ondersteunende staf); ▪ Overname van PIOFACH-taken; ▪ Nieuwe huisvesting (incidentele verhuiskosten + structurele lasten). We wensen inzicht in de meerkosten voor deze drie onderdelen. De robuustheid van de RUD hangt namelijk niet alleen af van het behalen van de gestelde KPI’s door de staatssecretaris. Het is minstens zo belangrijk dat de RUD in control is over organisatieprocessen alsook de uitvoering van de bij de RUD belegde basistaken. Kanttekening 3 Met inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gemeenten voor de meeste milieubelastende activiteiten, waaronder bodem, het bevoegd gezag. Voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vielen de meeste "bodemtaken" onder de Wet bodembescherming (Wbb), waarbij de provincies meestal het bevoegd gezag waren. De deelnemersbijdragen zullen door de wijziging van het bevoegd gezag voor “bodemtaken” wijzigen. Het lijkt ons goed om deze wijziging direct door te voeren in de voorliggende begrotingswijziging, zodat dit een realistisch beeld geeft.

Kanttekening 4 Tot slot constateren wij dat het advies van de Zeeuwse samenstellingscommissie ontbreekt. Volgens het rapport ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG) had dit in onze beleving wel gemoeten. Wij stellen voor in de zienswijze hier ook een opmerking over te maken. Reactie RUD Zeeland: De indexering van het prijspeil 2023 naar 2025 is gebaseerd op de VZG-richtlijn voor 2024 en 2025. De € 16,5 mln. was gebaseerd op het prijspeil 2023. Het nu voorgestelde bedrag is aangepast naar het prijspeil 2025 waarbij de indexatie over 2024 en 2025 is gebaseerd op de vastgestelde indexatie conform de VZG-richtlijn. In de VZG-richtlijn is sprake van de volgende indexatiepercentages: ▪ Het oorspronkelijke inflatiepercentage over 2024 bedraagt 3,4% (gebaseerd op de verhouding van 2/3 loongevoelige kosten en 1/3 prijsgevoelige kosten) en is tussentijds verhoogd naar 4,7%. Bij deze verhoging is wel de voorwaarde gesteld dat deze hogere bijdrage ook echt noodzakelijk is. Dit betekent dat hier ook reële uitgaven tegenover staan. ▪ Het inflatiepercentage over 2025 bedraagt 4,2% (gebaseerd op de verhouding van 3/4 loongevoelige kosten en 1/4 prijsgevoelige kosten).

In de begroting van de RUD wordt de VZGrichtlijn toegepast, maar dan gesplitst in de afzonderlijke indexen voor het loongevoelige deel en het prijsgevoelige deel. Omdat de verhouding tussen de loongevoelige en prijsgevoelige kosten bij de RUD afwijken van de door de VZG gehanteerde verhouding van 2/3:1/3 wijkt per saldo de toegepaste index af van de samengestelde VZG-index van 3,9%. Deze mogelijkheid is binnen de meest recente afspraken met de VZG mogelijk. In de tabel hieronder is dit verloop weergegeven: Totaal benodigde middelen begroting 2025 t/m 2027 o.b.v. Plan van aanpak robuuste RUD

*1: De totaal benodigde middelen voor 2025 (prijspeil 2025) is gebaseerd op de 1e begrotingswijziging 2025.

Over de gevolgen en verdere motivering van de huisvesting en de PIOFAC-taken wordt verwezen naar de afzonderlijk informatie die hierover beschikbaar is gesteld. In de 1e voortgangrapportage 2025 zal de wijziging van het bevoegd gezag worden verwerkt en via een afzonderlijke begrotingswijziging over 2025 ter zienswijze worden voorgelegd. Voor de oproep rond de samenstellingscommissie wordt verwezen naar de “Algemene reactie op de ingediende zienswijzen”.

Gemeente Kapelle Zienswijze: Een negatieve zienswijze. Het voorstel van het dagelijks bestuur voor de eerste begrotingswijziging 2025 hebben wij ontvangen. Dit voorstel bespraken wij in onze vergadering van 25 februari 2025. Wij zijn tot het besluit gekomen een negatieve zienswijze in te dienen tegen het voorstel. De zienswijze is als volgt. Het algemeen bestuur heeft op 9 september 2024 het plan van aanpak robuuste RUD Zeeland vastgesteld en heeft besloten jaarlijks een afweging te maken over de financiering daarvan. Een incidentele extra bijdrage is voor ons te overwegen. De gevraagde extra uitgaven als gevolg van de begrotingswijziging zijn door ons als gemeente niet voorzien. Onze negatieve zienswijze wordt mede ingegeven door het feit dat de begeleidingscommissie om moverende redenen negatief heeft geadviseerd over de begrotingswijziging en dat het voorstel niet is voorgelegd aan de samenstellingscommissie. Tot slot spreken wij onze zorgen uit over de betaalbaarheid en de uitvoerbaarheid over het plan van aanpak. De uitvoeringscapaciteit zien wij hierbij als een groot risico. Overigens merken wij op dat de RUD Zeeland zeker niet de enige omgevingsdienst is waarbij het binnen enkele jaren robuust moeten worden een zeer grote opgave is en grote financiële injecties vraagt van gemeenten.

Reactie RUD Zeeland: Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI's) en de daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het IBP zijn opgesteld. Deze KPI's en opgestelde randvoorwaarden zijn daarmee de succescriteria voor een robuuste RUD Zeeland. Het niet beschikbaar stellen van de gevraagde middelen betekent dat de transitie om te komen tot een Omgevingsdienst voor een schoon, gezond en veilig Zeeland niet kan worden gerealiseerd. Op dit moment is de RUD hard aan de slag om op basis van een implementatieplan de benodigde stappen in dit transitieproces te zetten. Daadwerkelijk robuust zijn per 1 april 2026 is niet mogelijk zonder de middelen die met deze te nemen stappen zijn gemoeid. Er wordt gesproken over het feit dat de begeleidingscommissie om moverende redenen negatief heeft geadviseerd. Dit is naar onze mening niet correct omdat in het advies van de begeleidingscommissie het volgende is aangegeven: “De begeleidingscommissie juicht het besluit van het AB toe dat het AB het plan van aanpak, om te komen tot een robuuste RUD Zeeland, heeft vastgesteld. Dat neemt niet weg dat de commissie, vanuit haar rol als adviesorgaan aan het DB, de logica niet ziet dat het plan is vastgesteld zonder de daarbij behorende financiële middelen.

Deze situatie kan ook richting de staatssecretaris een negatief signaal zijn over de realisatie van het plan van aanpak, met alle gevolgen van dien. De begeleidingscommissie adviseert het DB de noodzaak onder de aandacht te blijven brengen bij het AB over tijdige besluitvorming over de volledige financiering van het plan van aanpak.” Voor de oproep rond de samenstellingscommissie wordt verwezen naar de “Algemene reactie op de ingediende zienswijzen”.

Gemeente Middelburg Een positieve zienswijze.

Gemeente Noord-Beveland Zienswijze: Een positieve zienswijze. Besluit: in te stemmen met de 1e begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland en geen zienswijze in te dienen. Reactie RUD Zeeland: Geen reactie.

Gemeente Reimerswaal Zienswijze: Een positieve zienswijze.

Reactie RUD Zeeland: Geen reactie.

Gemeente Schouwen-Duiveland Zienswijze: Een positieve zienswijze. Hierbij informeer ik u dat de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland op 27-2-2025 heeft besloten geen zienswijze in te dienen op de 1e Begrotingswijziging 2025. Reactie RUD Zeeland: Geen reactie.

Gemeente Tholen Zienswijze: Een negatieve zienswijze.

Reactie RUD Zeeland: Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI's) en de daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het IBP zijn opgesteld. Deze KPI's en opgestelde

randvoorwaarden zijn daarmee de succescriteria voor een robuuste RUD Zeeland. Het niet beschikbaar stellen van de gevraagde middelen betekent dat de transitie om te komen tot een Omgevingsdienst voor een schoon, gezond en veilig Zeeland niet kan worden gerealiseerd. Op dit moment is de RUD hard aan de slag om op basis van een implementatieplan de benodigde stappen in dit transitieproces te zetten. Daadwerkelijk robuust zijn per 1 april 2026 is niet mogelijk zonder de middelen die met deze te nemen stappen zijn gemoeid.

Gemeente Veere Zienswijze: Een positieve zienswijze. ‘De gemeenteraad van Veere dringt aan op het opstellen van goede monitoringscriteria en het inbouwen van vaste evaluatiemomenten om het proces te kunnen volgen en desgewenst bij te stellen, alsmede om gelijktijdig met de implementatie van het genoemde Plan van Aanpak een grondige verkenning te doen naar alternatieve mogelijkheden om te waarborgen dat de Zeeuwse RUD-taken op een zo hoogwaardig mogelijke wijze uitgevoerd worden tegen een zo redelijk mogelijke kostprijs.’ Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid - van de deelnemers en de RUD - om tot een robuuste omgevingsdienst te komen. De gemeente Veere neemt daarin zijn verantwoordelijkheid; wij hebben de basistaken overgedragen naar de RUD en de hierbij behorende financiering op orde gebracht. Ook hebben wij ingestemd met de plannen voor de robuuste RUD en de hierbij behorende financiering op orde gebracht. Om vanuit onze verantwoordelijkheid als deelnemer het proces goed te kunnen volgen en desgewenst bij te sturen willen wij goed en tijdig op de hoogte worden gehouden over van de voortgang van het plan, alsmede over het standpunten van I&W hierin. Ook zien wij dat de RUD moeite heeft om de opgedragen VTH taken met de daarvoor beschikbaar gestelde middelen uit te voeren en hierbij adequaat in te spelen op de lopende ontwikkelingen.

We hebben onvoldoende zicht op de gevolgen hiervan op de kwaliteit van de dienstverlening. Van daaruit hebben wij zorgen over de continuïteit van de RUD en betwijfelen wij of het zelfstandig robuust worden van de dienst, op basis van het huidige plan, haalbaar is. Daarnaast ontbreek er nog steeds een Plan B. Dit maakt de RUD extra kwetsbaar in de zelfstandige vorming van een robuuste RUD. Dit inachtnemende dringen wij nogmaals aan op: ▪ ▪

Een gedetailleerdere uitwerking van een implementatieplan, met daarin goede monitoringscriteria die de voortgang van de kpi’s inzichtelijk maken; Een nadere verkenning van de mogelijkheden voor samenwerking en/of fusie met omliggende omgevingsdiensten, als onderdeel van een nadere uitwerking van een Plan B.

Reactie RUD Zeeland: Op dit moment is de RUD hard aan de slag om op basis van een implementatieplan de benodigde stappen in het transitieproces te zetten. In het plan van aanpak is vermeld dat RUD Zeeland in haar bestuurlijke voortgangsrapportages een aparte paragraaf opneemt voor het plan van aanpak en het robuuster worden van de RUD. Per KPI brengt RUD Zeeland in beeld wat de voortgang is. Daarnaast zullen de voortgangsrapportages die worden opgesteld ten behoeve van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over de voortgang van het traject om robuust te worden gedeeld met de deelnemers en worden voorzien van een nadere duiding. Hiermee is er op meerdere momenten spraken van monitoring van de voortgang in het traject om robuust te worden.

De nadere verkenning van de mogelijkheden van samenwerking en/of fusie met omliggende omgevingsdiensten heeft reeds in een eerder stadium plaatsgevonden. In het Algemeen Bestuur van 9 september 2024 is een memo met de uitkomst hiervan gedeeld (agendapunt 3a. Memo terugkoppeling gesprekken omliggende omgevingsdiensten). Uitkomst hiervan was dat voor een fusie geen bestuurlijk draagvlak wordt verwacht bij de omliggende omgevingsdiensten, maar wel voor intensievere samenwerking die sowieso in de lijn ligt van de toekomstige ontwikkelingen.

Gemeente Vlissingen Zienswijze: Een positieve zienswijze. Op 13 maart 2025 heeft de raad van de gemeente Vlissingen het volgende besluit genomen, gehoord de beraadslaging in de Commissie Ruimte op 13 februari 2025: een positieve zienswijze in te sturen op de 1 e begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland, waarmee de financiële gevolgen voor o.a. de gemeente Vlissingen verwerkt worden van: ▪ De meerkosten die voorvloeien uit de provinciale cao 2024/2025 à € 2.667; ▪ De gedeeltelijke implementatie van het PvA Robuuste RUD à € 111.174. Reactie RUD Zeeland: Geen reactie.

Gemeente Terneuzen Zienswijze: Een positieve zienswijze.

Reactie RUD Zeeland: De indexering van het prijspeil 2023 naar 2025 is gebaseerd op de VZG-richtlijn voor 2024 en 2025 en dit is ook in het voorstel aangegeven. De € 16,5 mln. was gebaseerd op het prijspeil 2023. Het nu voorgestelde bedrag is aangepast naar het prijspeil 2025 waarbij de indexatie over 2024 en 2025 is gebaseerd op de vastgestelde indexatie conform de VZG-richtlijn. In de VZG-richtlijn is sprake van de volgende indexatiepercentages: ▪ Het oorspronkelijke inflatiepercentage over 2024 bedraagt 3,4% (gebaseerd op de verhouding van 2/3 loongevoelige kosten en 1/3 prijsgevoelige kosten) en is tussentijds verhoogd naar 4,7%. Bij deze verhoging is wel de voorwaarde gesteld dat deze hogere bijdrage ook echt noodzakelijk is. Dit betekent dat hier ook reële uitgaven tegenover staan. ▪ Het inflatiepercentage over 2025 bedraagt 4,2% (gebaseerd op de verhouding van 3/4 loongevoelige kosten en 1/4 prijsgevoelige kosten). In de begroting van de RUD wordt de VZGrichtlijn toegepast, maar dan gesplitst in de afzonderlijke indexen voor het loongevoelige deel en het prijsgevoelige deel. Omdat de verhouding tussen de loongevoelige en prijsgevoelige kosten bij de RUD afwijken van de door de VZG gehanteerde verhouding van 2/3:1/3 wijkt per saldo de toegepaste index af van de samengestelde VZG-index van 3,9%. Deze mogelijkheid is binnen de meest recente afspraken met de VZG mogelijk.

In de tabel hieronder is dit verloop weergegeven: Totaal benodigde middelen begroting 2025 t/m 2027 o.b.v. Plan van aanpak robuuste RUD

*1: De totaal benodigde middelen voor 2025 (prijspeil 2025) is gebaseerd op de 1e begrotingswijziging 2025.

Op dit moment wordt op basis van een implementatieplan de transitie doorlopen. De nadere uitwerking van het overige deel van het ingroeimodel zal tijdens het implementatietraject om te komen tot een robuuste RUD in 2025 plaatsvinden. In afwachting van deze nadere prioritering zijn deze nog niet geprioriteerde functies in een ‘vergaarbak’ gezet en in totaliteit opgenomen onder het onderdeel generiek. Op basis van de nog plaats te vinden prioritering zullen deze functies uiteindelijk worden ondergebracht bij de producten waar ze betrekking op hebben. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat de prioriteiten die destijds zijn gesteld anders komen te liggen en tot een nieuwe prioritering zullen leiden. Dit heeft geen gevolgen voor de totale uitkomst van en benodigde middelen voor het ingroeimodel, maar kan wel effect hebben op de bijdrage per deelnemer. De reden hiervan is dat de mogelijke verschuivingen in prioritering ook een verschuiving op de verdeling over de directe kosten, generieke kosten en overhead tot gevolg kunnen hebben en daarmee, doordat er sprake is van verschillende verdeelsleutels, op de verdeling over de deelnemers. En dus op de uiteindelijke deelnemersbijdrage per deelnemer, maar dus niet op de totale deelnemersbijdrage.

De gevolgen van deze nadere uitwerking per deelnemer zullen uiteraard via een afzonderlijke begrotingswijzing inzichtelijk worden gemaakt en ter besluitvorming worden voorgelegd, waarbij de exacte impact duidelijk is. Het verwerken in de 1e begrotingswijziging 2025 is niet mogelijk omdat het huidige implementatietraject voor 2025 nog wordt doorlopen. Over de gevolgen en verdere motivering van de huisvesting en de PIOFAC-taken wordt verwezen naar de afzonderlijk informatie die hierover beschikbaar is gesteld.

Gemeente Sluis Zienswijze: Een positieve zienswijze. Nu het AB in meerderheid heeft ingestemd met het Plan van aanpak vinden we het noodzakelijk om het gehele plan van aanpak ten volle te omarmen. Dat houdt in dat per 1 april 2026 de RUD robuust moet zijn. De route om daar te komen is een enorme opgave. Om die reden heeft de gemeenteraad op 6 februari 2025 besloten in te stemmen met de 1e begrotingswijziging 2025, maar wel met een kritische zienswijze en een aantal kanttekeningen.

Kanttekening 1 Het AB-besluit van 9 september 2024 spreekt over een maximum bedrag van č 16,5 miljoen in 2025 voor het Plan van aanpak robuuste RUD. In de begrotingswijziging die nu voorligt gaat het om een bedrag van 6 17,2 miljoen. Het verschil van C 0,7 miljoen is niet concreet onderbouwd. Wij willen een concrete berekening voor het verschil van ê 0,7 miljoen in het AB-voorstel voor besluitvorming op 12 mei 2025. Ook wensen wij inzicht aan de hand van het implementatieplan wat de RUD in 2025 uit het plan van aanpak zal realiseren. Kanttekening 2 Tijdens de laatste AB-vergadering op 9 december 2024 heeft u aangegeven dat er nog extra middelen nodig zijn voor: ▪ De back-office (systemen + ondersteunende staf); ▪ Overname van PIOFACH-taken; ▪ Nieuwe huisvesting (incidentele verhuiskosten + structurele lasten). Wij willen inzicht in de meerkosten voor deze drie onderdelen. De robuustheid van de RUD hangt namelijk niet alleen af van het behalen van de gestelde KPľs door de staatssecretaris. Het is minstens zo belangrijk dat de RUD in control is over organisatieprocessen alsook de uitvoering van de bij de RUD belegde basistaken. Kanttekening 3 Tot slot constateren wij dat het advies van de Zeeuwse samenstellingscommissie ontbreekt.

Volgens het rapport ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG) had dit in onze beleving wel gemoeten. Wij willen dat u bij volgende begrotingswijzingen het voorstel ook naar de samenstellingscommissie toe zendt. Wij verzoeken u onze zienswijze met de hiervoor genoemde kanttekeningen te betrekken in de besluitvorming in het algemeen bestuur. Reactie RUD Zeeland: De indexering van het prijspeil 2023 naar 2025 is gebaseerd op de VZG-richtlijn voor 2024 en 2025. De € 16,5 mln. was gebaseerd op het prijspeil 2023. Het nu voorgestelde bedrag is aangepast naar het prijspeil 2025 waarbij de indexatie over 2024 en 2025 is gebaseerd op de vastgestelde indexatie conform de VZG-richtlijn. In de VZG-richtlijn is sprake van de volgende indexatiepercentages: ▪ Het oorspronkelijke inflatiepercentage over 2024 bedraagt 3,4% (gebaseerd op de verhouding van 2/3 loongevoelige kosten en 1/3 prijsgevoelige kosten) en is tussentijds verhoogd naar 4,7%. Bij deze verhoging is wel de voorwaarde gesteld dat deze hogere bijdrage ook echt noodzakelijk is. Dit betekent dat hier ook reële uitgaven tegenover staan. ▪ Het inflatiepercentage over 2025 bedraagt 4,2% (gebaseerd op de verhouding van 3/4 loongevoelige kosten en 1/4 prijsgevoelige kosten).

In de begroting van de RUD wordt de VZGrichtlijn toegepast, maar dan gesplitst in de afzonderlijke indexen voor het loongevoelige deel en het prijsgevoelige deel. Omdat de verhouding tussen de loongevoelige en prijsgevoelige kosten bij de RUD afwijken van de door de VZG gehanteerde verhouding van 2/3:1/3 wijkt per saldo de toegepaste index af van de samengestelde VZG-index van 3,9%. Deze mogelijkheid is binnen de meest recente afspraken met de VZG mogelijk.

In de tabel hieronder is dit verloop weergegeven: Totaal benodigde middelen begroting 2025 t/m 2027 o.b.v. Plan van aanpak robuuste RUD

*1: De totaal benodigde middelen voor 2025 (prijspeil 2025) is gebaseerd op de 1e begrotingswijziging 2025.

Over de gevolgen en verdere motivering van de huisvesting en de PIOFAC-taken wordt verwezen naar de afzonderlijk informatie die hierover beschikbaar is gesteld. Voor de oproep rond de samenstellingscommissie wordt verwezen naar de “Algemene reactie op de ingediende zienswijzen”. Provincie Zeeland Zienswijze: Een positieve zienswijze. Provinciale Staten van Zeeland hebben de volgende zienswijze ten aanzien van de 1ste begrotingswijziging RUD Zeeland 2025: ▪ Provinciale Staten zijn akkoord met de begrotingswijzing; ▪ Provinciale staten achten het van groot belang dat het plan van aanpak integraal wordt uitgevoerd en zijn van mening dat het AB van de RUD Zeeland in de 2e begrotingswijziging van 2025 de volledige financiële middelen beschikbaar moet stellen voor 2025 en verder. Veiligheid in Zeeland, het tweede risicogebied van Nederland, is van cruciaal belang. Provinciale Staten onderschrijven de opmerkingen van de begeleidingscommissie en voorzien dat er een onwerkbare situatie ontstaat als het plan van aanpak niet volledig wordt uitgevoerd. Het realiseren van een robuuste omgevingsdienst op 1 april 2026 mag niet in gevaar komen. ▪ Provinciale Staten benadrukken dat als er inhoudelijk andere keuzes gemaakt worden met betrekking tot de inhoud en wijze van invoering van het plan van aanpak dit opnieuw besluitvorming vraagt van de deelnemers (via het Algemeen Bestuur).

Ook zal inzichtelijk moeten worden gemaakt welke financiële gevolgen deze inhoudelijke wijzigingen hebben op de begroting van de RUD Zeeland voor 2025 en verder, inclusief de effecten voor de individuele deelnemersbijdragen; ▪ Provinciale Staten ontvangen graag bovenstaande uitwerking uiterlijk in het begin van het tweede kwartaal 2025. Reactie RUD Zeeland: De opmerking over het belang van het volledig beschikbaar stellen van de benodigde middelen voor 2025 wordt onderschreven. Dit is immers noodzakelijk om de transitie te maken naar de Omgevingsdienst voor een schoon, gezond en veilig Zeeland.

Op dit moment wordt op basis van een implementatieplan de transitie doorlopen. De nadere uitwerking van het overige deel van het ingroeimodel zal tijdens het implementatietraject om te komen tot een robuuste RUD in 2025 plaatsvinden. In afwachting van deze nadere prioritering zijn deze nog niet geprioriteerde functies in een ‘vergaarbak’ gezet en in totaliteit opgenomen onder het onderdeel generiek. Op basis van de nog plaats te vinden prioritering zullen deze functies uiteindelijk worden ondergebracht bij de producten waar ze betrekking op hebben. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat de prioriteiten die destijds zijn gesteld anders komen te liggen en tot een nieuwe prioritering zullen leiden. Dit heeft geen gevolgen voor de totale uitkomst van en benodigde middelen voor het ingroeimodel, maar kan wel effect hebben op de bijdrage per deelnemer. De reden hiervan is dat de mogelijke verschuivingen in prioritering ook een verschuiving op de verdeling over de directe kosten, generieke kosten en overhead tot gevolg kunnen hebben en daarmee, doordat er sprake is van verschillende verdeelsleutels, op de verdeling over de deelnemers. En dus op de uiteindelijke deelnemersbijdrage per deelnemer, maar dus niet op de totale deelnemersbijdrage.

De gevolgen van deze nadere uitwerking per deelnemer zullen uiteraard via een afzonderlijke begrotingswijzing inzichtelijk worden gemaakt en ter besluitvorming worden voorgelegd, waarbij de exacte impact duidelijk is. Het uitwerken aan het begin van het 2e kwartaal 2025 is niet mogelijk omdat het huidige implementatietraject voor 2025 nog wordt doorlopen.

Stichting Vrienden van Middelburg Laan der Verenigde Naties 7 4334ES MIDDELBURG info@vriendenvanmiddelburg.nl Onderwerp: beschadiging/vervanging tekstbordjes monumenten Middelburg, 9 mei 2025.

Aan het College van B&W en alle gemeenteraadsleden, Het bestuur was en is blij met de plaatsing van de witte tekstbordjes die indertijd op initiatief van ons oud-bestuurslid Ed de Graaf op kenmerkende plekken in de stad zijn geplaatst. Jaren later is er nog een tweede ronde bordjes bijgekomen en zijn sommige bordjes wegens beschadiging vervangen. Echter, nu blijkt dat U als opdrachtgever van de bordjes volgens ons in gebreke bent gebleven als het gaat om het onderhoud van deze witte tekstbordjes. Met name de bordjes langs het wandelpad over het Bolwerk zijn een aanfluiting voor onze stad; roestvorming, vandalisme en stickerresten maken het voor ons als inwoner en/of toerist onmogelijk om te lezen. Daarbij stellen wij voor om bij vervanging, te kiezen voor een vertaling van de bordjes in het Duits en/of Engels. Een daarbij geplaatste QR code zou een oplossing kunnen zijn om de huidige informatie te verminderen waardoor er plaats vrijkomt op het bordje voor één of meer vertalingen. Middelburg Monumentenstad is trots op haar monumenten. Daarbij hoort volgens ook een goed onderhoud en eventuele vervanging van beschadigde bordjes. Het is triest hoe de bordjes er nu bij staan. In de bijlagen van deze brief vindt U foto’s van de huidige toestand van sommige bordjes. We hopen op een spoedige actie van Uw kant.

Nu het toerisme seizoen meer en meer wordt verlengd is urgentie des te meer aanwezig. Het bestuur hoopt op een spoedig antwoord en zal het verdere verloop van vervanging/onderhoud van de bordjes aandachtig volgen. Natuurlijk zijn wij altijd bereid een en ander in een gesprek toe te lichten. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur van de Stichting Vrienden van Middelburg, Th. A. M. Rietveld

https://www.vriendenvanmiddelburg.nl

secretariaat@zwdelta.nl www.zwdelta.nl

Aan de gemeenteraadsleden binnen de Zuidwestelijke Delta

9 mei 2025

OP WEG NAAR HET UITVOERINGSPROGRAMMA ZUIDWESTELIJKE DELTA 2050 Beste leden van de gemeenteraden binnen de Zuidwestelijke Delta, Via deze brief informeren wij u over de voortgang van het Programma Zuidwestelijke Delta. Uw gemeente is als partner aangesloten bij dit samenwerkingsverband. Binnen de Zuidwestelijke Delta werken de partners samen met maatschappelijke partijen, kennisinstellingen en ondernemers aan een veilige en klimaatbestendige, ecologisch veerkrachtige en economisch vitale delta met voldoende zoet water. Onze ambitie is om in 2050 de eerste klimaatbestendige regio ter wereld te zijn. We zijn op dit moment volop aan de slag met het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta 2050. Hiermee geven we concreet invulling aan die ambitie. We vinden het belangrijk dat u als volksvertegenwoordigers betrokken bent. Enerzijds via het gesprek binnen uw eigen gemeente, anderzijds via de kanalen en de evenementen van de Zuidwestelijke Delta. Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta 2050 De Zuidwestelijke Delta is een van de acht aangewezen gebieden binnen het nationaal Deltaprogramma. De Zuidwestelijke Delta heeft een Integrale Voorkeursstrategie als onderdeel van dit Deltaprogramma. Die loopt tot 2027. Het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta 2050, met als onderdeel de herijkte Integrale Voorkeursstrategie, maken we voor de zes jaar daarna.

Het nieuwe Uitvoeringsprogramma moet eind dit jaar klaar zijn. In 2026 voegt het nationaal Deltaprogramma de strategieën van alle regio’s dan samen tot één advies. Dit advies wordt aangeboden aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat en zal geborgd worden in onder andere het Nationaal Waterprogramma 2027 – 2033 en bijvoorbeeld ook in de nieuwe Nota Ruimte en in provinciale en gemeentelijke Omgevingsvisies. In het Uitvoeringsprogramma komen ook de acties te staan die nodig zijn om de komende jaren samen met alle partners mee aan de slag te gaan om toe te werken naar een klimaatbestendige delta. Onderdeel hiervan is een maatregelenpakket met concrete projecten en pilots en een Ontwikkelagenda Kennis en Innovatie met daarin onderzoeksvragen.

1

www.zwdelta.nl

Binnen de regio gebeurt er ontzettend veel. Elke partner voert projecten, pilots, gebiedsprocessen of onderzoeken uit. In het Uitvoeringsprogramma brengen we alle initiatieven samen die bijdragen aan de doelen en de ambitie van de Zuidwestelijke Delta. Bestuurlijke route Bestuurlijk komt het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta 2050 eind dit jaar op de agenda van het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta. Daarnaast wordt het behandeld in een aparte bestuurlijke bijeenkomst van het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) voor de Zeeuwse gemeenten inclusief gemeente Goeree-Overflakkee en een apart bestuurlijk overleg van de Waterkring West voor de West-Brabantse gemeenten. Begin van het tweede kwartaal van 2026 bieden wij het definitieve Uitvoeringsprogramma aan bij het nationaal Deltaprogramma. Op Prinsjesdag 2026 overhandigt de deltacommissaris het volledige Deltaprogramma 2027-2032 aan de minister. We hebben dan ook de nieuwe Samenwerkingsovereenkomst klaar, hierin leggen we eind 2026 concrete plannen, afspraken en budgetten vast. In onze Routekaart ziet u welke stappen we nemen voor de ontwikkeling van het Uitvoeringsprogramma. Save the date: Gebiedsconferentie speciaal voor volksvertegenwoordigers op woensdag 8 oktober Het komende half jaar organiseren we verschillende bijeenkomsten voor het Uitvoeringsprogramma.

In mei en juni zijn er Gebiedssessies om de integrale ambitie verder vorm te geven en alle belangen goed in beeld te krijgen. Op 1 juli organiseren we een interne werkconferentie voor de direct betrokken partners. Hiervoor wordt uw bestuurder uitgenodigd. Op woensdag 8 oktober vindt onze jaarlijkse Gebiedsconferentie plaats voor de brede Zuidwestelijke Delta-community. In de avond organiseren we vanaf 18.00 uur een speciale editie voor de volksvertegenwoordigers. Noteer deze datum dus alvast in uw agenda! Een uitnodiging met het programma volgt op een later moment. Blijf op de hoogte Wilt u op de hoogte blijven van nieuws over onze activiteiten en relevante projecten, onderzoeken en samenwerkingen? Volg de Zuidwestelijke Delta dan op LinkedIn en Instagram en abonneer u op de nieuwsbrief (aanmelden via de homepage van onze website). Neem ook eens een breder kijkje op de website. Om de samenwerkingspartners van de Zuidwestelijke Delta te faciliteren om het verhaal van de Zuidwestelijke Delta te vertellen, ontwikkelden we een toolkit. Wilt u meer weten over de betekenis van de ontwikkelingen in de Zuidwestelijke Delta voor uw gemeente en andersom? Neem dan contact op met uw betrokken bestuurder. We hopen u snel te ontmoeten! Met vriendelijke groet, Coen Verhoeve Programmamanager Zuidwestelijke Delta

2

www.zwdelta.nl

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

Stroomuitval door sabotage aan windturbines op zee

1. Van fossiel naar windturbines De energietransitie, met vooral een enorme exploitatie van windturbineparken op zee, is ingezet vanuit het waanbeeld dat CO2 door het gebruik van fossiele brandstoffen een grote invloed heeft op de aardse opwarming. Veel wetenschappers en professionals (Clintel) zijn het hier niet mee eens. Overigens hoort u mij niet klagen over het weer in Nederland. Dit in tegenstelling met landen waar overstromingen, bosbranden en orkanen levensbedreigend zijn. Daarom blijft het zorgelijk, dat de gemiddelde aardse temperatuur blijft stijgen en de wetenschap niet verder wil kijken dan hun neuzen lang zijn en er dus meer onderzoek gedaan moet worden naar andere (natuurlijke) oorzaken en preventieve maatregelen (adaptatie). De stijging van het CO2 gehalte in de aardse atmosfeer, zoals in grafiek 1 is weergegeven, wordt volgens alarmisten veroorzaakt door ons gebruik van fossiele brandstoffen. Men gaat hierbij totaal voorbij aan het effect van het warmer geworden oceaanwater. De oplosbaarheid van CO2 neemt in warmer water af. En dus vindt er meer ontwijken van CO2 plaats [Zie grafiek 2], maar ook verdamping van water (extreme regenval!). En dan te weten dat 98% van de aardse hoeveelheid aan CO2 opgelost is in oceaanwater. Pagina 1 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

2 2

1 29 C

eb. 2 2

1

8 C

Grafiek 1

Grafiek 2 2. Een mindere snelle opwarming op komst? Er zijn steeds meer indicaties dat de Zon een aanzienlijke invloed heeft op het klimaat. Met name de fluctuaties in zonneactiviteit blijken een belangrijke factor. Het aantal zonnevlekken is een maat voor de activiteit van de Zon. Gemiddeld over een periode van 11 jaar is er sprake van een maximum en minimum in activiteit. Zo’n periode wordt aangeduid met zonnecyclus. Pagina 2 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

De huidige zonnecyclus – cyclus 25 - ging in 2019 van start en heeft nu zijn hoogtepunt gehad en dat betekent dat de zonneactiviteit afneemt. We zullen de invloed hiervan op de aardse opwarming moeten afwachten. . Windmolenparken op zee. Overzicht van het geïnstalleerde en te installeren vermogen van Nederlandse windmolens op zee (G = Giga = 1 miljard): 2022 2,6 GW 2024 4,7 GW Zie figuur 3 2032 +/-21 GW = 75% van ons benodigd vermogen.

Figuur 3

Windmolens in de Noordzee. Foto Koos de visser.

Het is de bedoeling, dat er in 2032 8 windmolenparken op zee zijn geïnstalleerd: Zie figuur 4 Nummer Naam Aantal kavels Vermogen in GW 1 Borssele 5 1,5 2 Hollandse kust Z 5 1,6 3 Hollandse kust N 3 1 4 Hollandse kust W 2 1,5 5 IJmuiden ver 6 6 6 Nederwiek 3 6 7 Waddeneilanden N 2 0,7 8 Doordewind 1 2 Totaal 2

Pagina 3 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

Figuur 4 Een deel van de opgewekte elektriciteit zal d.m.v. elektrolyse worden ingezet voor de productie van waterstof: 2H2O → 2H2 + O2 Het is mij niet duidelijk geworden wat er met de opgewekte zuurstof gaat gebeuren. Pagina 4 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

4. Het productie schema van onze Noordzee windmolen parken.

Figuur 5

Figuur 6 converterstation Platform waar kabels van een windmolenpark samenkomen, wisselspanning wordt omgezet in gelijkstroom en de gezamenlijk opgewekte stroom doorgestuurd wordt naar het aanlandingspunt. In figuur 5 is aangegeven hoe de met windturbines opgewekte stroom naar het hoogspanningsnet op het vaste land wordt getransporteerd. Het plan omvat 8 aanlandingsplaatsen langs de Nederlandse kust. Meer dan 70 procent van onze elektriciteit komt binnen afzienbare tijd van wind op zee. Eerst zien en dan geloven! Zie hoofdstuk 7. Als een transformatorplatform bij een windpark wordt gesaboteerd,

Pagina 5 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

kunnen grote delen van Nederland en misschien zelfs Noordwest-Europa op zwart gaan. Een converterstation is een gemakkelijk doelwit voor drones. Nederland beschikt nog niet over voldoende Anti-drone kanonsystemen. Het plan is om er 22 mobiele anti-drone kanonsystemen te bestellen. Defensie hoopt de contracten snel te ondertekenen. Staatssecretaris Gijs Tuinman meldt dat de systemen dan in 2028 operationeel kunnen zijn. [Opmerking: Je mag hopen dat de stations er dan nog staan!] Sabotage van leidingen en kabels op de bodem van de Noordzee kan dramatisch uitpakken: nauwelijks internet en massale stroomuitval.

. Risico en gevolgen van een toenemende Russische agressie. Het ziet er niet naar uit, dat de Russen bereid zijn om de mensonterende oorlogshandelingen tegen Oekraïne te staken. Als de VS stopt met hulp dan is het lot van Oekraïne vrijwel bezegeld en zullen de Russen daarna hun veroveringen richten op de voormalige staten van het Russische Rijk en de Sovjet Unie, waaronder de Baltische Staten, die lid zijn van de NAVO. Een derde wereldoorlog ligt dan in het verschiet. Als de Amerikanen de plichten van hun NAVO lidmaatschap nakomen dan zullen ze de NAVO bijstaan. De bedoeling is dan, dat hun oorlogsmaterieel o.a. via de haven van Rotterdam zal worden aangevoerd voor verder transport. Het is dan ook van groot belang dat de Nederlandse infrastructuur en elektriciteitsvoorziening volledig intact blijven. “Rusland heeft veel interesse in onze onderzeese infrastructuur”, zegt Schellens als programmadirecteur Bescherming Noordzee Infrastructuur. “De Russen brengen leidingen en kabels structureel in kaart om mogelijk te saboteren.” Cyberaanvallen op vitale infrastructuur zijn aan de orde van de dag. De MIVD (militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst) wijst erop dat een verdacht Russisch onderzoeksschip al meermaals rondvoer in het Nederlandse deel van de Noordzee.

Het schip zou belangrijke maritieme infrastructuur, zoals internetkabels, gaspijpleidingen en stroomkabels, in kaart hebben gebracht met het oog op eventuele toekomstige sabotage. Tijdens zijn verdachte manoeuvres werd het Russische vaartuig geschaduwd door het marineschip Johan de Witt. Zie figuur 7. Pagina 6 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

Figuur 7 Volgens Kapitein ter zee René Luyckx varen er per dag 3 Russische schepen door de Noordzee. Per jaar varen er 260.000 schepen over de Noordzee en daar kunnen ook schepen tussen varen van een andere nationaliteit, die spioneren. De Koninklijke Marine breidt naar verwachting in 2027 haar vloot uit met 2 nieuwe multifunctionele ondersteuningsvaartuigen. 6. Doorgaan met de uitbreiding van windmolenparken op zee? Er zijn liefst zes ministeries betrokken bij het project “Windmolens op zee” en elk ministerie heeft zijn eigen verantwoordelijkheid voor een deel van de puzzel. Duidelijkheid van verantwoordelijkheden zijn ver te zoeken, ook geen wonder. Kijk maar eens naar de vele organisatie en mensen die er verder bij betrokken zijn: Provincies, Tennet, Rijkswaterstaat, Gasunie en 5 adviesbureaus. Het is niet duidelijk of er een overall projectleider actief is, die aan de touwtjes trekt. Een goed functionerend management zou zich regelmatig moeten afvragen welke gevaren er dreigen voor de voortgang en het welslagen van het project. Er is onvoldoende beveiliging en hoe meer er nu gerealiseerd wordt, hoe meer er vernietigd kan worden. Het is verstandig om het project op hold te zetten en aandacht te geven aan de inzet van twee andere energiebronnen: Pagina 7 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

a. Nederland heeft 6 gascentrales: hou deze zo lang mogelijk operationeel! ”Aardgas of waterstof kan een transitiebrandstof zijn in de conversie naar duurzame energie” → De bijdrage van CO2 aan de aardse opwarming van 1,3⁰C is slechts 0,2 à 0,3⁰C → De Nederlandse inspanning zal uiteindelijk maar een temperatuur vermindering van 0,0003⁰C opleveren en dit kost tientallen miljarden Euro’s. Stop met elektrificeren: het netwerk kan het niet aan en er zijn bedrijven die niet aangesloten kunnen worden. b. Plaats snel kerncentrales. Kerncentrales hebben een hoog vermogen en rendement en zijn instaat om aan een wisselende vraag te voldoen. Verder zijn ze, vanwege het veel kleinere oppervlak, beter tegen agressors te beschermen dan windmolenparken op zee. Overigens (en onbegrijpelijk!!) presenteert Nederland op het internet een overzichtskaart van het kabelnetwerk: Hier, mijnheer Vladimir Vladimirovitsj Poetin, dit bieden wij u aan. Zie figuur 8.

Figuur 8 In totaal 6000 km aan kabels.

Pagina 8 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

7. Het verschil tussen geïnstalleerd en werkelijk vermogen. Het opgestelde vermogen van een windturbine is het maximale vermogen dat onder optimale omstandigheden benut kan worden. Het beschikbare vermogen is het vermogen, dat in de praktijk wordt behaald en wordt o.a. beïnvloed door windkracht, technische mankementen en onderhoud. Het vermogen van een windmolen is afhankelijk van de windkracht. Vanaf windkracht 2-3 begint een windmolen al te draaien. Bij windkracht 4 wordt er nog nauwelijks vermogen opgewekt. Bij windkracht 5 is het vermogen slechts 12%. Pas vanaf windkracht 7 draait een windmolen op volledige capaciteit. Wanneer het dus niet hard genoeg waait komt een windmolen niet aan zijn maximale vermogen. Op zee waait het vaak harder en constanter. Vanaf windkracht 10 wordt een windmolen vaak stopgezet vanwege de veiligheid. In onderstaande grafiek 9 zijn de maand producties van een jaar (mei 2024 t/m 23 april 2025) weergegeven. Ik heb de gemiddelde maandproductie van 1071,1 GWh omgerekend naar GW = 1,464 GW. En dan blijkt er slechts sprake te zijn van een rendement van 31,2%.

Grafiek 9 Aan de burger wordt voorgeschoteld het aantal huishoudens dat hiermee van stroom kan worden voorzien en dat geeft een totaal verkeerd beeld. Het Nationaal Energie Dashboard meldde bijvoorbeeld: Pagina 9 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

“Op zaterdag 26 april 2025 is er tot nu toe genoeg hernieuwbare energie geproduceerd om een gebied met 928.528 inwoners te voorzien van energie. Dit komt overeen met alle energieverbruik van de stad Amsterdam”. Met 1GW kan je ongeveer 1 miljoen huishoudens van stroom voorzien. Op 1 januari 2024 telde Nederland bijna 8,4 miljoen huishoudens. Met een maandgemiddelde van 1,464 GW kun je dus 1,464 x 1.000.000 = 1.460.000 huishoudens van elektriciteit voorzien. En dat maakt natuurlijk wel indruk! Maar wat heeft dat wel niet gekost! Om zeker te zijn van dit lage rendement heb ik ook de energieproductie van een willekeurige dag bekeken. Zie grafiek 10. De productie uit windenergie op zee stelt weinig voor en is wisselvallig, hetgeen bovendien niet overeenstemt met de vraag! Opvallend is, dat de bijdrage van zonne-energie met zonnepanelen enorm groot is en dit pleit ervoor om de wisselende overmaat aan elektriciteit d.m.v. elektrolyse om te zetten in waterstof als brandstof voor gascentrales of rechtstreeks voor industrie en/of huishoudens.

Grafiek 10

Energieopwek.nl/Entrance

Pagina 10 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

8. Schade aan het zeeleven. Over de impact van windmolens op zee is al voldoende gepubliceerd. Echter over de schade die wordt aangericht door de aanleg van kabels in de zeebodem hoor je weinig. Vandaar het volgende: Op de Tweede Maasvlakte wordt intussen gebouwd aan de energietoekomst van Nederland. Daar worden drie gigantische verbindingen aangelegd tussen windparken op zee en het vasteland. Maar die enorme ontwikkeling maakt Nederland ook kwetsbaarder voor sabotage. Daarom neemt TenneT uitgebreide maatregelen om de kabels op zee te beschermen. "Op het strand doen we een boring onder het duin door, maar in de zee komen er speciale apparaten die de kabel in de zeebodem begraven in een sleuf van enkele meters diep”. Ik denk dat weinig mensen benul hebben van de schade die het leven in de Noordzee bodem hierdoor wordt aangedaan. Als u hierover meer wilt weten: https://npo.nl/start/serie/de-wilde-noordzee/seizoen-1/riffen/afspelen

9. Slotwoord. Als een Duveltje uit een doosje komt de alarmistische klimaatwetenschap met de boodschap, dat door het afnemen van de snelheid of zelfs stilvallen van de Warme Golfstroom een koude periode (glaciaal) kan ontstaan, zoals ook 10.000 jaar geleden is gebeurd. Volgens de heren Drijfhout (oceanograaf KNMI) en Verdaas (Delta commissaris) is het een lastige boodschap om de burgers hierover te informeren. Over 10 à 20 jaar zou dit al kunnen gebeuren en dan zal het kouder en droger worden in Nederland. De zorgen nemen toe en verder onderzoek is nodig, aldus deze heren. Zie ook: https://www.climategate.nl/2025/04/nieuw-klimaatscenariobaart-onderzoekers-zorgen-juist-koudernederland/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=nieuwklimaatscenario-baart-onderzoekers-zorgen-juist-kouder-nederland Vijf jaar geleden werd in een Climategate artikel hier al gewag van gemaakt. Zie: https://www.climategate.nl/2020/01/ap/ 01.01.2020 Noch de overheid, noch het KNMI, noch milieuorganisaties hebben ooit op dit soort signalen gereageerd. Het is dan ook van groot belang dat de overheid zich nu eens gaat afvragen of het huidige en geldverslindende klimaatbeleid stand moet houden. De gevolgen van dit beleid zullen desastreus zijn en zijn nu al merkbaar: Pagina 11 van 12

Ap J.H.G. Cloosterman

26 April 2025

● Aantal faillissementen neemt toe: In de eerste 16 weken van 2025 hebben de ondernemingsrechtbanken 3.599 faillissementen uitgesproken. Dat zijn 2,4% meer faillissementen dan in de eerste 16 weken van 2024 en 16,6% meer dan in dezelfde periode van 2023. ● Concurrentiepositie: Concurrentiepositie Nederland staat onder druk. Het investeringsklimaat in Nederland gaat achteruit, en dat leidt tot minder vertrouwen en bedrijvigheid van ondernemers. ● Armoede: 540.000 mensen leefden onder de armoedegrens in 2023 (3,1%). In 2025 is de verwachting: 715.000. ● Enorme prijsstijgingen: CBS: inflatie afgelopen twee jaar bedroeg 13,8%

Pagina 12 van 12

Knowledge Center for Explosion and Hydrogen Safety Geachte dames en heren, Deze brief hebben we opgesteld naar aanleiding van de geplande bouwplannen voor 2 locaties die gebruikt gaan worden voor ammoniakopslag in het havengebied van Vlissingen. In deze brief beschrijven we de situatie, het relevante juridische kader dat hier van toepassing is, de onderzoeksvragen en ten slotte een aantal beheersmaatregelen die hier toegepast kunnen worden.

Situatieschets In Vlissingen is er op dit moment extra aandacht voor de opslag van ammoniak. De provincie Zeeland wil hiervoor vergunningen verlenen wegens het economische belang. Opslag brengt natuurlijk ook verlading en vervoer met zich mee. Er zijn plannen voor ● een opslag van 60.000 m3, aan de Vesta buitenhaven, op korte afstand van de bebouwing, en ● een tweede opslag met een omvang van 850.000 m3, in de Sloehaven, die verder van de bebouwing ligt. Om een idee te krijgen, ziet u de situatie hieronder van de objecten rond de Buitenhaven. Rood aangegeven met een cirkel is het punt waar ammoniak van schepen wordt verpompt naar de opslagfaciliteit voor 60.000 m3 ammoniak. In lichtgeel ziet u de bijzondere objecten in de directe omgeving.

De volgende tabel geeft de van de kaart afgelezen afstanden tot de bijzondere objecten. Ze zijn gemeten van ongeveer het midden van de opslagfaciliteit tot de grens van het bijzondere object. Er zijn argumenten om te meten vanaf het overlaadpunt van ammoniak van de schepen naar de wal

Contact: kcehs@protonmail.com 1

Knowledge Center for Explosion and Hydrogen Safety aangezien dit een mobiele voorziening is en wellicht gevoeliger voor storingen. Dit zou leiden tot kleinere afstanden in westelijke richting en iets grotere in oostelijke richting. Er moet worden opgemerkt dat bij de overheersende windrichting (zuidwest) een eventuele ammoniakpluim de huidige grens van de bebouwde kom van Oost-Souburg zou missen. 1

Terreingrens geplande EBI

50 m

2

Brandweertrainingscentrum

250 m

3

Dierenasiel Walcheren

440 m

4

Gepland gebouw Extra Beveiligde Inrichting

460 m

5

Fiets/voetveer

470 m

6

Centraal Station

500 m

7

Werk ‘kleuterschool’ sociale werkplaats

530 m

8

Orionis Walcheren, sociale werkplaats

610 m

9

Hogeschool Zeeland met Kenniswerf/Scalda MBO

750 m

10 Zorginstelling voor ouderen met een geestelijke beperking

1150 m

11 Verpleeghuis Scheldehof-Amarijn

1880 m

In het verleden is er met het oog op het transport van gevaarlijke stoffen per schip over de Westerschelde dicht onder de kust van Vlissingen besloten om een grens aan te geven tot waar hoogbouw in de stad gepland mocht worden. In de loop der tijd is deze grens losgelaten, omdat er minder vervoer van gevaarlijke stoffen zou gaan plaatsvinden, en staat er nu wel hoogbouw dichter op de kustlijn. Met het plan van Vesta om grote ammoniakoverslagfaciliteiten te realiseren neemt straks ook het vervoer van gevaarlijke stoffen juist weer toe. Door de nu grotere concentratie van mensen langs de kustlijn neemt daarmee ook het groepsrisico weer toe.

Een stukje historie ●

1

Op termijn moest er een eind komen aan het ammoniaktransport per zeeschip langs Vlissingen. De doelstelling was het transport van ammoniak definitief te beëindigen in 2015 1. “Minister Cramer van VROM, de Provincie Zeeland en Yara Sluiskil BV hebben op 6 december 2007 een convenant ondertekend over het vervoer van ammoniak over de Westerschelde. Het akkoord levert een structurele bijdrage aan het verminderen van het zeetransport van ammoniak langs Vlissingen door de kunstmestfabricant. De veiligheid op en langs de oevers van de Westerschelde wordt hierdoor aanzienlijk vergroot. Het ministerie van VROM heeft in ketenstudies de knelpunten bij het transport en opslag van gevaarlijke stoffen in kaart gebracht om ze waar mogelijk te reduceren. Deze ketenstudies concentreren zich op de stoffen ammoniak, chloor en LPG en vormen het uitgangspunt voor het https://www.brandveilig.com/nieuws/einde-ammoniaktransport-over-westerschelde-in-zicht-27156

Contact: kcehs@protonmail.com 2

Knowledge Center for Explosion and Hydrogen Safety vanmiddag ondertekende convenant. Het convenant is een voorbeeld van de manier waarop het Rijk samen met het bedrijfsleven wil zoeken naar manieren om Nederland nog veiliger te maken op het gebied van gevaarlijke stoffen.” ● Milieudienst Rijnmond (DCMR) maakt zich zorgen op 21 februari 2023 over veiligheidsrisico's in de Rotterdamse en Zeeuwse haven. “Directeur Daan Molenaar stipt in gesprek met NRC aan dat de ammoniakopslag in de toekomst enorm omhoog schiet, terwijl juist de normen voor de opslag van dat gas enorm zijn verouderd. Niemand heeft de vraag ooit beantwoord over hoe we alles veilig gaan transporteren.” ● De kans op een ongeluk met de nieuwe ammoniaktanks in het Sloegebied is ‘extreem en extreem klein’, verzekerden vergunningverlener DCMR en de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) donderdagavond tijdens een informatieavond. De tanks zijn zo ontworpen dat de kans op een ongeluk eens in de 100 miljoen jaar is 2. ● Volgens woordvoerder Van Dalfsen van de veiligheidsregio Zeeland op 14 februari 2024 betekent een uitbreiding van het ammoniakvervoer in Zeeland ook dat de contouren van risicogebieden veranderen 3.

"Dat betekent onder meer dat het ziekenhuis niet te dicht op de route mag staan en het heeft ook gevolgen voor de bouw van nieuwe woningen in de buurt van het goederenspoor." De Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) wil dat er geen extra ammoniaktreinen door bewoonde gebieden in Zeeland gaan rijden. Als er meer ammoniak nodig is voor de Zeeuwse industrie, moet deze gevaarlijke stof zoveel mogelijk vervoerd worden via buizen of in schepen. ● De twee bedrijven Vesta en Evolution legden uit op 20 februari 2024 dat op het terrein in Vlissingen-Oost de aller-strengste maatregelen worden genomen 4. Zo krijgen de opslagtanks een dubbele wand en worden ze ook nog eens in een dikke betonnen bak geplaatst. Deze bak biedt bescherming bij een ammoniaklekkage of een ontploffing, maar ook bijvoorbeeld bij een aanslag met een klein vliegtuigje, waarover sommige bezoekers van de avond het hadden. De operationeel manager van Vesta benadrukte dat er wat zijn bedrijf betreft geen vrachtwagens met ammoniak door Zeeland gaan rijden en dat de meeste ammoniak per schip zal worden aangevoerd en afgevoerd. Bezoeker Henk Daniëlse maakte zich zorgen over de aanlegsteiger die in de Westerschelde komt te liggen, voor het oude terrein van Thermphos. Dit plangebied is juist één van de drukste punten van de Westerschelde, waar ook bijvoorbeeld gastankers langs komen.

Die pier daar is vragen om problemen ● Vooral om het transport door Goes, Kapelle en Reimerswaal maakt de gemeente Borsele zich zorgen op 21 februari 2024 5. 2

https://www.pzc.nl/vlissingen/ammoniaktanks-extreem-duur-en-extreem-veilig-kans-op-ongeluk-eens-in-de100-miljoen-jaar~a8873e34/ 3 https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/16255428/geen-extra-ammoniaktreinen-door-steden-en-dorpen-inzeeland 4 https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/16291827/bewoners-over-ammoniak-opslag-vlissingen-oost-dit-isvragen-om-problemen 5 https://nos.nl/regio/zeeland/artikel/491044-300-treinen-2-000-schepen-en-16-000-vrachtwagens-borselevreest-ammoniaktransporten

Contact: kcehs@protonmail.com 3

Knowledge Center for Explosion and Hydrogen Safety

●

●

●

"Er wordt gezegd: er gaat veel via de binnenvaart, zo'n 90 procent. Maar dat betekent dat er alsnog 5 procent over het spoor gaat en 5 procent over de weg. Dit betekent 300 treinen, 2.000 schepen en 16.000 vrachtwagens. De gemeente Borsele is bang dat er te veel projecten worden opgestart in het Sloegebied. “Op die paar vierkante kilometer in het Sloegebied, daar gebeurt van alles. Zeker als het gaat om de energietransitie lopen er grote projecten.” De gemeente Borsele wil weten of het één het ander niet in de weg staat. Vlissingen staat op 28 februari 2024, niet negatief tegenover de bouw van een bulkterminal voor ammoniak, methanol en biobrandstoffen in Vlissingen-Oost 6. Wel vraagt de gemeente nadrukkelijk aandacht voor de veiligheid. ,,Schepen met gevaarlijke stoffen varen dicht langs de kust.” De bouw van een ammoniakterminal in Vlissingen-Oost gaat niet samen met de bouw van twee nieuwe kerncentrales. Dat vindt het ministerie van Economische Zaken 29 maart 2024 7. De ammoniakterminal is op nog geen drie kilometer van de huidige kerncentrale gepland, de nieuwe centrales zouden daar direct in de buurt komen. In de zienswijze staat dat de ruimtelijke inpassing van de terminal 'in conflict staat' met de bouw van twee nieuwe kerncentrales. Dat meldt de provincie.

Bij de voorbereidingen op de bouw van een terminal voor de opslag- en overslag van onder meer ammoniak bij Vlissingen zijn de veiligheidsrisico’s en de gevolgen voor de natuur onvoldoende in kaart gebracht 8. De commissie voor milieueffectrapportage (mer) adviseert op 12 april 2024 onder meer een beter beeld te geven van de risico’s van ammoniaktransport via het spoor en per schip.

Juridisch kader verantwoordingsplicht groepsrisico In het kader van de Omgevingswet is de belangrijkste verandering voor externe veiligheid het werken met aandachtsgebieden. Er is ook een aantal andere wijzigingen. Een aantal besluiten en ministeriële regelingen met regels over externe veiligheid vervalt. Belangrijkste veranderingen rond externe veiligheid ● ● ●

Gemeenten werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheid. Dit is een andere manier van omgaan met het groepsrisico. Een zeer kwetsbaar gebouw is een nieuwe categorie gebouwen die overheden extra moeten beschermen. Het Register Externe Veiligheidsrisico's heeft het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) vervangen.

6

https://www.ad.nl/vlissingen/ook-vlissingen-bezorgd-over-opslag-ammoniak-schepen-met-gevaarlijkestoffen-varen-dicht-langs-de-kust~a251a2da/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F 7 https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/16396314/bouw-kerncentrales-in-gevaar-door-plannenammoniakterminal-allebei-kan-niet 8 https://www.schuttevaer.nl/nieuws/actueel/2024/04/12/nog-geen-akkoord-voor-bouw-nieuweammoniakterminal-vlissingen/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15643383/1