CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-022 Bijlage 2. Antwoordnota ontwerpbestemmingsplan en ontwerpomgverg DEF 24-12-2024

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordweg 128 Middelburg (25-022 RM)43.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Het enkele feit dat betrokkenen in zekere mate aan uitzicht inboeten, maakt niet dat afgezien zou moeten worden van de bouw van de berging op deze locatie. Betrokkenen vrezen voorts voor schaduwwerking als gevolg van de bouw van de schuur. Om de gevolgen van de beoogde ontwikkeling voor de bezonning ter plaatse van de nabijgelegen woningen aan de Noordweg en de Willem Arondeusstraat visueel inzichtelijk te maken, is een bezonningsonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd door Bezonningsingenieur.nl en de resultaten zijn vastgelegd in de bij deze nota gevoegde rapportage d.d. 23 mei 2024. Uit deze rapportage blijkt dat de schuur geen onaanvaardbare schaduwwerking tot gevolg heeft ter plaatse van de woningen/percelen van betrokkenen. Nu het woon- en leefklimaat van betrokkenen als gevolg van de bouw van de schuur niet onevenredig zal worden aangetast, bestaat er voor ons geen aanleiding om af te zien van medewerking aan de realisatie van dit bouwwerk met de aangegeven afmetingen op deze plek. Conclusie

27

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning wordt gewijzigd in die zin dat er een nieuwe tekening van de schuur wordt toegevoegd. Samenvatting bouwverkeer en schade Betrokkenen merken op dat het bouwverkeer door hun straat zal moeten en dat zal voor heel wat overlast zorgen. Dat is echter tijdelijk. Zij zijn vooral bezorgd over de drukte in de straat en de veiligheid van de kinderen. Er zitten namelijk vier basisscholen en een middelbare school in de buurt en veel kinderen gaan via hun straat naar school. Zij zijn benieuwd hoe voor de veiligheid van de kinderen zal worden gezorgd. Ook vragen zij zich af waar het bouwverkeer gaat parkeren aangezien zij al regelmatig parkeerproblemen in de straat hebben waardoor er regelmatig auto's op plekken worden gezet waardoor de situatie minder overzichtelijk is. Ten slotte vragen zij zich af hoe de initiatiefnemer om zal gaan met schade aan woningen door de bouw en het bouwverkeer, hoe dergelijke schade wordt vastgelegd en wie aansprakelijk is. Beantwoording Bouwverkeer Betrokkenen spreken hun zorgen uit over de verkeersveiligheid in hun straat in relatie tot het bouwverkeer. De (verkeers)veiligheid gedurende de bouw van de woningen wordt echter afdoende geborgd.

De aannemer zal namelijk een bouwveiligheidsplan op moeten stellen waarin onder andere de volgende zaken worden opgenomen: de inrichting van het bouwterrein, loop van de bouwverkeerroutes en tijden waarop het bouwverkeer actief is. In dit plan wordt ook het parkeren van het bouwverkeer opgenomen en verder uitgewerkt. Het opstellen van een bouwveiligheidsplan is concreet geborgd door middel van een voorschrift dat aan de omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen is verbonden. In bijlage 1, onder 2, bij de omgevingsvergunning zijn de voorschriften voor het onderdeel (ver)bouwen van een bouwwerk opgenomen. In de algemene voorschriften is onder sub a en b bepaald dat met het bouwen niet eerder mag worden begonnen alvorens een goedgekeurd V&G-plan (Veiligheids- en gezondheidsplan) en BLVC-plan (bereikbaarheid-, leefbaarheid-, veiligheid- en communicatieplan) wordt overgelegd. Deze aanvullende gegevens dienen drie weken voor aanvang van de betreffende werkzaamheden te worden ingediend. Schade Op voorhand merken wij op dat het onmogelijk is om de kans op het ontstaan van schade als gevolg van de bouwwerkzaamheden voor de beoogde woningen volledig uit te sluiten. De omgevingsvergunning is echter met voldoende waarborgen omkleed zodat onveilige situaties zoveel mogelijk worden voorkomen.

Aan de omgevingsvergunning zijn onder meer voorschriften verbonden ten aanzien van de bouwveiligheid. Conform het bepaalde in artikel 8.1 van het Bouwbesluit 2012 is in de voorschriften onder andere bepaald dat de uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden zodanig is dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen. Ook is in de voorschriften - kort samengevat - bepaald dat er maatregelen moeten worden getroffen om letsel van personen of beschadiging van al dan niet roerende zaken te voorkomen. In de omgevingsvergunning is verder opgenomen dat constructieve berekeningen en tekeningen vier weken voor de start van de werkzaamheden moeten worden aangeleverd en gecontroleerd en akkoord moeten zijn bevonden. In de omgevingsvergunning staat uitdrukkelijk dat met de bouw niet eerder mag worden begonnen alvorens een goedgekeurd V&G- en BLVC-plan wordt overgelegd. Met het verbinden van onder meer voornoemde voorschriften aan de omgevingsvergunning hebben wij afdoende getracht te voorkomen dat schade zal worden veroorzaakt door de werkzaamheden. Onzes inziens is niet aannemelijk dat onaanvaardbare schade zal optreden indien de aanvrager de werkzaamheden conform de in de vergunning opgenomen voorschriften zal uitvoeren.

Indien er onverhoopt schade optreedt tijdens de bouwwerkzaamheden, dan is de aannemer in eerste instantie verantwoordelijk. Daarvoor is een aannemer ook verplicht verzekerd. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat er voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een zogenoemde vooropname zal worden uitgevoerd bij aan het plangebied grenzende woningen. Met een bouwkundige vooropname wordt de staat van de panden en de bebouwing vastgelegd voordat de bouwwerkzaamheden beginnen. Aan de hand van deze bouwkundige vooropname wordt een rapport opgesteld waarmee kan worden aangetoond dat schade voor aanvang van de werkzaamheden wel of niet aanwezig was. Voorts zal de aannemer gebruikmaken van monitoring tijdens de bouwwerkzaamheden zodat tijdig geanticipeerd kan worden om schade en hinder te voorkomen. Volledigheidshalve verwijzen wij tevens naar hetgeen wij hebben opgemerkt in reactie op zienswijze 3 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op onderdeel

28

‘samenvatting trillingen’) en zienswijze 8 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op onderdeel ‘samenvatting schade’). Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel de omgevingsvergunning. Samenvatting wateroverlast Betrokkenen wijzen erop dat zij last hebben van wateroverlast als gevolg van de hogere ligging van de wei. Zij hebben begrepen dat er een wadi achter hun heg komt en zij vragen zich af of dit de problemen op zal lossen. Zij zijn benieuwd waar het water heen gaat als de wadi vol is gelopen; komt het dan weer in hun tuin of wordt het aangesloten op de hemelwaterafvoer en zo ja, wordt deze dan op hun straat aangesloten of op de Noordweg. Als er aansluiting op hun straat plaatsvindt, dan denken betrokkenen dat deze afvoer dit niet aankan aangezien zij ook in de straat last hebben van wateroverlast als er veel regen valt. Zij zijn benieuwd of hiernaar onderzoek is gedaan. Beantwoording De in het noordoostelijk deel van het plangebied aan te leggen wadi heeft meerdere functies. Allereerst wordt met de aanleg van de wadi voldaan aan de gestelde waterbergingsopgave. De toename van het verhard oppervlak moet gecompenseerd worden met aanvullende waterberging van 75mm. Met de aanleg van de wadi wordt hier in voorzien.

Tevens zal de wadi, met aan de oostzijde een verhoogde zijde, voorkomen dat hemelwater wordt afgewenteld op de achtertuinen en brandgangen achter de woningen aan de Willem Arondeusstraat 15-53, zoals in de huidige situatie het geval is. In geval van een volle wadi is een oplossing in de vorm van een overloopconstructie voorzien. Pas met buien van meer dan 75mm zal de overloop in werking treden. Deze overloop zal afwateren op het hemelwaterriool in de Willem Arondeusstraat dat zal worden uitgebreid en vergroot in capaciteit. Ter hoogte van de tunnel zal dit afvoeren richting Generaal Eisenhowerlaan en Generaal H. Smithlaan, aan de oostzijde van de President Rooseveltlaan. Wij zijn bekend met de capaciteitsproblemen in dit deel van de Willem Arondeusstraat. Om deze reden zullen wij de hierboven beschreven maatregelen doorvoeren. In aanvulling op het vorenstaande verwijzen wij nog naar hetgeen wij in reactie op de zienswijzen 2, 3, 6, 8 en 9 hebben opgemerkt over water(overlast), waterafvoer, afwatering en riolering. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 6, particulier Samenvatting Betrokkene had lang de hoop dat er een nog een stukje groen over zou blijven in de wijk. Het perceel had immers de status van beschermd stadsgezicht.

De realisatie van de toegang tot het perceel en het compenseren van parkeerplaatsen betekent dat er bomen/struiken gerooid gaan worden en er een doorgang in de heg naar het pleintje aan de Arondeusstraat gemaakt gaat worden, hetgeen ook weer minder groen betekent. Voorts merkt zij op dat de parkeerdruk (ook met compensatie) hoog zal blijven. Betrokkene is van mening dat het voorliggende bouwplan erg kolossaal is en niet past in de omgeving. Na bestudering van de stukken is niet duidelijk geworden of het perceel dat bol/schuin afloopt geëgaliseerd moet worden. De woningen zullen waarschijnlijk hoger zijn dan de huizen aan de Noordweg en deze zullen ongetwijfeld het karakter van de Noordweg als lintbebouwing aantasten. Als bewoner aan het pleintje van de Arondeusstraat vreest betrokkene dat zij minder licht binnen zal krijgen en zij haar vrije uitzicht kwijt zal zijn. Betrokkene is niet gerust op de waterafvoer. Door bebouwing zal er meer water naar de riolering lopen. Enkele jaren geleden hebben meerdere bewoners van de Arondeusstraat zelf- in overleg met de gemeente - voor een aanzienlijk bedrag waterafvoer aan laten sluiten op een kolk. Voor deze aansluiting stond er in de brandgang regelmatig zo'n 15 centimeter water. Betrokkene is bang dat de brandgang weer blank zal staan als er meer water naar deze kolk stroomt.

Bij hevige buien staat het parkeervlak onder water en borrelt het toilet.

29

Betrokkene vraagt zich kortom af onze raad/het college van b&w er goed aan doet om in te stemmen met voorliggend plan. Indien het plan wordt aangepast naar vier huizen (voor de eigenaren), het uitgangspunt van drie extra huizen voor de verhuur wordt losgelaten en de huizen iets minder hoog worden, zal dat ongetwijfeld een deel van haar zorgen wegnemen. Beantwoording Aansluiting bouwplan bij bestaande bebouwing in omgeving Het thans voorliggende bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot het bouwen van woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9,5 meter. De veronderstelling van betrokkene dat de te realiseren woningen hoger zullen worden dan de woningen aan de Noordweg is gedeeltelijk juist voor zover het bijvoorbeeld gaat om de woningen op de adressen Noordweg 132 tot en met 156. De maximale goot- en bouwhoogte van deze rij woningen bedraagt op grond van het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” respectievelijk 4 en 8 meter. In de directe omgeving van de planlocatie bevinden zich echter meerdere woningen met een hogere goot- en bouwhoogte. De maximale goot- en bouwhoogte van de woningen aan de Willem Arondeusstraat 15 tot en met 53 en 2 tot en met 38 bedraagt bijvoorbeeld respectievelijk 6 en 10 meter.

De maximale goot- en bouwhoogte van de woningen aan de Noordweg 116 tot en met 126 en 160 tot en met 166 bedraagt eveneens respectievelijk 6 en 10 meter. Hoewel de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van de zeven te realiseren woningen hoger is dan de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van de naastgelegen rij woningen aan de Noordweg (132 tot en met 156), betekent dit niet dat de woningen qua hoogte niet aansluiten bij de bestaande bebouwing. De overige woningen in de directe nabijheid van het plangebied hebben immers een vergelijkbare goot- en bouwhoogte. Nu de goot- en bouwhoogte van de beoogde woningen in deze buurt niet ongebruikelijk is en de nabijgelegen huizen variëren in goot- en bouwhoogte, zijn de zeven voorziene woningen onzes inziens passend in de omgeving. Overigens wijzen wij erop dat op het perceel Noordweg 128 op grond van het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” reeds drie vrijstaande woningen zouden kunnen worden gebouwd met een maximale goot- en bouwhoogte van 4 en 10 meter. Uit de bij de omgevingsvergunning behorende tekeningen blijkt dat de vier woningen in het eerste blok een feitelijke bouwhoogte zullen krijgen van 7,9 meter. De overige drie woningen in het tweede blok krijgen een feitelijke bouwhoogte van 9,2 meter.

Gelet op het feit dat er planologisch gezien op onderhavige locatie reeds drie woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 10 meter konden worden gebouwd, zijn wij van mening dat met de bouw van zeven woningen met voornoemde goot- en bouwhoogte geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat van betrokkene en overige belanghebbenden. Beschermd stadsgezicht Het perceel Noordweg 128 is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’. Voor zover betrokkene meent dat het bouwplan afbreuk zal doen aan het beschermde gezicht, wijzen wij erop dat dit niet het geval is. In onze reactie op zienswijze 3 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting beschermd stads-/dorpsgezicht’) hebben wij overwogen dat het plan niet tot een onevenredige aantasting van cultuurhistorische en met de aanwijzing als beschermd stadsgezicht genoemde waarden leidt. Voor een nadere motivering verwijzen wij daarom kortheidshalve naar hetgeen wij in reactie op voornoemd onderdeel van zienswijze 3 hebben opgemerkt. Uitzicht en lichtinval Het belang van realisatie van de woningontwikkeling is door ons afgewogen tegen het belang van betrokkene bij behoud van het huidige uitzicht. In de huidige situatie heeft zij zijdelings zicht op het perceel Noordweg 128.

Indien uitvoering zou worden gegeven aan de bouwmogelijkheden op grond van het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg”, dan zou sprake zijn van een zijdelings zicht op bebouwing op het perceel Noordweg 128. In de nieuwe situatie zal betrokkene eveneens zijdelings zicht hebben op zeven woningen. Deze woningen zijn echter op een aanzienlijke afstand van de perceelsgrens van betrokkene geprojecteerd. De afstand van de zijdelingse perceelsgrens tot de westelijke grens van het bouwvlak bedraagt namelijk meer dan 30 meter. Hoewel het uitzicht als gevolg van de realisatie van de zeven woningen in enige mate zal wijzigen, is er onzes inziens echter geen sprake van een onevenredige aantasting van het uitzicht van betrokkene. Overigens wijzen wij erop dat enig verlies van uitzicht in een stedelijk gebied niet volledig is uit te sluiten en een zelfstandig recht op een vrij uitzicht bestaat niet. Gelet op de afstand tussen de woning van betrokkene en de voorziene woningen, is ook sprake van voldoende daglichttoetreding in de woning van betrokkene. Het plan heeft daarom geen onevenredige nadelige gevolgen voor wat betreft de lichtinval in de woning van betrokkene. Het bij deze nota gevoegde bezonningsonderzoek onderstreept deze conclusie.

30

Waterafvoer Ten aanzien van hetgeen betrokkene heeft opgemerkt over de waterafvoer in het plangebied wijzen wij erop dat door de volledig gescheiden riolering van de nieuwbouw de capaciteit van het rioolstelsel netto juist zal toenemen. Er wordt extra riolering aangelegd, waarop geen verhard oppervlak wordt aangesloten. De bergingscapaciteit in het gemengde rioolstelsel zal daardoor minimaal met 42% toenemen. Door de uitbreiding en de vervanging en capaciteitsvergroting (tot 242 procent) van het huidige hemelwaterstelsel zal de overlast juist afnemen ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt geen extra hemelwater op de kolken in de brandgang achter de genoemde woningen aangesloten. Alle nieuwe verhardingen zullen oppervlakkig afwateren op de in het noordoostelijk deel van het plangebied aan te leggen wadi. Pas met buien van meer dan 75mm zal een overloop in werking treden. Bij regenbuien van enige omvang vult het systeem van huisaansluitingen en hoofdriolering zich met regenwater. De eerder aanwezige lucht moet kunnen ontsnappen via de be-/ontluchting van de woningen. Borrelen van een toilet wijst vaak op het niet goed functioneren van de (al dan niet aanwezige) be-/ontluchting in de woning. Wij adviseren betrokkene om dit probleem voor te leggen aan een ter zake kundige.

In aanvulling op het vorenstaande verwijzen wij nog naar hetgeen wij in reactie op de zienswijzen 2, 3, 5, 8 en 9 hebben opgemerkt over water(overlast), waterafvoer, afwatering en riolering. Verdwijnen van groen Uit de opmerkingen van betrokkene over het verdwijnen van groen in de wijk maken wij op dat zij graag ziet dat het perceel Noordweg 128 onbebouwd blijft. Aangezien wij een concreet verzoek tot de bouw van zeven woningen op dit kavel hebben ontvangen en uit de toelichting op het nieuwe bestemmingsplan blijkt dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, zijn wij van mening dat het belang bij woningbouw in dit geval zwaarder weegt dan het belang van betrokkene bij behoud van de huidige status quo. Overigens is en blijft er voldoende groen in de nabije omgeving aanwezig. De planlocatie is gelegen in een stedelijk gebied - feitelijk op een inbreidingslocatie - en om deze reden dient dan ook rekening te worden gehouden met de mogelijkheid van een woningbouwontwikkeling. Voorts attenderen wij betrokkene op het feit dat het thans geldende bestemmingsplan ook mogelijkheden tot bebouwing van het perceel biedt. Volledigheidshalve wijzen wij er nog op dat aan groot deel van het perceel een tuinbestemming is toegekend. Hiermee is geborgd dat een aanzienlijk deel van het perceel een open c.q. groen karakter behoudt.

In vergelijking met het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” is het aantal vierkante meters aan bebouwingsmogelijkheden in onderhavig plan kleiner. Hierbij is al rekening gehouden met de verkleining van het bouwvlak welke als gevolg van zienswijze 9 zal worden doorgevoerd. Het aantal vierkante meters aan tuinbestemming is in vergelijking met het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” groter. Parkeerdruk Onderhavig bouwplan leidt niet tot een toename van de parkeerdruk in de omgeving van de Noordweg en de Willem Arondeusstraat. Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling wordt in meer dan voldoende parkeerplaatsen voorzien. Wij verwijzen kortheidshalve naar hetgeen is overwogen in paragraaf 4.5 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wijzen wij erop dat het plan moet voorzien in de parkeerbehoefte van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Het plan hoeft voor zover daarvan sprake zou zijn - geen bijdrage te leveren aan het oplossen van een eventueel bestaand parkeertekort. Aan het verzoek van betrokkene om de drie woningen welke bestemd zijn voor de verhuur uit het plan te verwijderen komen wij niet tegemoet. Wij wijzen onder meer op het volgende. Bij huidige woningbouwontwikkelingen streven wij naar tweederde betaalbare woningen, waarvan éénderde huur. Dit initiatief past daar uitstekend bij. De huurwoningen zitten in het middenhuursegment.

In de middenhuur is nu nog weinig aanbod te zien en om deze reden juichen wij iedere ontwikkeling met huurwoningen dan ook toe. Voorts is een concreet verzoek ingediend door de initiatiefnemers voor de realisatie van zeven woningen, in plaats van vier woningen. Het college heeft in de vergadering van 13 april 2021 besloten om, gelet op dit verzoek en het feit dat er een grote behoefte aan woningen bestaat, medewerking te verlenen en een bestemmingsplan voor te bereiden voor de bouw van zeven woningen op de planlocatie. Aan voorliggend bestemmingsplan ligt een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke belangenafweging ten grondslag waaruit volgt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van betrokkene en overige belanghebbenden. Zoals wij reeds hebben opgemerkt onder het kopje ‘aansluiting bouwplan bij bestaande bebouwing in omgeving’, zijn de woningen qua hoogte passend in de omgeving. Hoewel het plan in enige mate tot een verandering van het woon- en leefklimaat van betrokkene en (direct) omwonenden leidt, is geen sprake van een onevenredige

31

aantasting van het woon- en leefklimaat. Om deze reden wordt dan ook geen doorslaggevend belang toegekend aan de door betrokkene naar voren gebrachte belangen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 7, particulier (2 ondertekenaars) Samenvatting Betrokkenen zijn enorm geschrokken van de bouwplannen achter hun woning. Zij hebben het gevoel door zowel gemeente als grondeigenaren voorgelogen te zijn over de plannen en zij voelen zich genegeerd in hun protesten hiertegen. Zij wijzen erop dat de families die de grond in 2019 hebben aangekocht zich destijds persoonlijk aan hen hebben voorgesteld en zij toen hebben aangegeven dat er drie tot vier levensloopbestendige woningen op een rijtje zouden komen. Zij zouden hier gaan wonen met andere echtparen en er zou naar elkaar worden omgezien. Ook zou men de grote tuin met elkaar delen en onderhouden. Volgens betrokkenen klonk het allemaal idyllisch en sprookjesachtig maar de planen die later bekend werden gemaakt bleken hard en lelijk; zeven grote en hoge woningen op een rij in combinatie met twee enorme schuren. Het plan heeft daarmee betrekking op negen grote bouwwerken in plaats van de beloofde drie à vier woningen. Betrokkenen zijn na de bekendmaking van de plannen verhaal gaan halen en in opstand gekomen bij de gemeente en de politiek. Volgens hen hebben de verschillende betrokken wethouders anders gereageerd op vragen en opmerkingen van betrokkenen. Voormalig wethouder Simons zou door hen zijn gewezen op de angst voor verdichting.

Twee gezinnen in de directe omgeving van de planlocatie kregen namelijk om deze reden geen toestemming voor uitbreiding dan wel bouw. Volgens hem was daar echter geen sprake van en was uitbreiding/verdichting juist wenselijk. Ook zou hij in reactie op de vraag hoe de gemeente in kon gaan op een dergelijk project als er sprake is van unieke lintbebouwing op de Noordweg en een ligging in het beschermd stads-/dorpsgezicht, geërgerd hebben gereageerd en aan hebben gegeven dat daar geen sprake van was. Daarna hebben betrokkenen vernomen dat het bouwproject door de gemeente en het WARK als verlenging van de Arondeusstraat is beoordeeld terwijl het kavel al vele jaren te koop heeft gestaan als Noordweg 128. In de volgende periode is er nog een wisseling van wethouder geweest en de huidige wethouder heeft weer een andere visie. Volgens hem wordt aan alle voorwaarden voldaan voor wat betreft de nieuw aangevraagde bestemmingsplanwijziging en de goedkeuring van de bouwplannen. Betrokkenen merken op dat de huidige initiatiefnemers beweren dat alles van te voren is doorgesproken met de gemeente. Zij citeren uit een flyer uit 2020 waarin onder meer is aangegeven dat gedurende de eerste overleggen in 2019 met de gemeente is onderzocht wat de mogelijkheden waren om meer woningen te bouwen dan de drie vrijstaande woningen die op grond van het huidige bestemmingsplan zijn toegestaan.

Tijdens deze overleggen heeft de gemeente aangegeven dat een blok van zeven huizen tot de mogelijkheden behoorde. Om dit te realiseren moest eerst een wijzigingsprocedure van het bestemmingsplan worden doorlopen en de wijziging mocht pas worden ingediend op het moment dat het WARK volledig akkoord is met het plan. Volgens betrokkenen bewijst dit alles dat de gemeente al op voorhand goedkeuring heeft gegeven. De eigenaren hebben in diezelfde tijd ook al een boomgaard aangelegd op dat deel van het perceel waarvan zij moeten hebben geweten dat zij daar niet gaan bouwen. Betrokkenen zijn van mening dat er al jaren een mooi bouwplan voor gespreide bebouwing ligt dat wel in overleg tot stand is gekomen en goed is gekeurd door alle partijen. Zij stellen dan ook voor om vast te houden aan dit plan. Zij zijn tegen de huidige plannen vanwege de omvang, de grootte en de hoogte daarvan. Ook zijn zij boos omdat zij in deze zaak eerlijkheid en transparantie hebben gemist en regels die aan burgers worden opgelegd niet op de gemeente zelf worden toegepast. Beantwoording Allereerst wordt betreurd dat betrokkenen zich voorgelogen en niet gehoord voelen door zowel de gemeente als de initiatiefnemers. Uit hetgeen zij naar voren brengen leiden wij af dat zij liever zien dat op het perceel Noordweg 128 uitvoering wordt gegeven aan de bouwmogelijkheden op grond van het huidige bestemmingsplan.

Hoewel wij begrip hebben voor de visie van betrokkenen, hechten wij eraan te benadrukken dat het niet ongebruikelijk is dat inbreidingslocaties binnen een stedelijke omgeving worden benut voor woningbouw of voor een andere stedelijke ontwikkeling. Voorts wijzen wij erop dat aan het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. Uit het betoog van betrokkenen blijkt dat de bouwmogelijkheden die het op dit moment geldende

32

bestemmingsplan biedt hun goedkeuring kunnen dragen. Er is echter nooit een concreet bouwplan ingediend voor gespreide bebouwing op het perceel Noordweg 128. Initiatiefnemers hebben de wens geuit om zeven woningen op het perceel te bouwen. De mogelijkheden daartoe zijn in overleg met de gemeente nader verkend. Van ambtelijke zijde is meegegeven dat het plan voor zeven woningen op een goede manier diende te worden uitgewerkt en dat er middels participatie tot een concreet ontwerp moest worden gekomen. Na meerdere aanpassingen van het eerste ontwerpplan heeft het college besloten om medewerking te verlenen aan dit bouwplan en een planologische procedure op te starten. Voor een nadere toelichting op het proces van totstandkoming verwijzen wij kortheidshalve naar de reactie op zienswijze 3 (kopje ‘ beantwoording’ in reactie op de samenvatting van het onderdeel ‘ communicatie door de gemeente Middelburg’). Voor wat betreft de opmerking van betrokkenen over de aanleg van de boomgaard wijzen wij erop dat de initiatiefnemers deze op eigen risico hebben aangelegd. Anders dan betrokkenen wellicht veronderstellen betekent de aanleg van de boomgaard niet dat er ook op voorhand planologische toestemming is gegeven. Volgens betrokkenen is aan bouwplannen van twee gezinnen in de directe omgeving geen medewerking verleend omdat verdichting niet wenselijk was.

Zij geven echter niet concreet aan op welke bouwplannen zij doelen. Voor zover zij verwijzen naar aanvragen voor wijziging van het gebruik van bestaande (bijbehorende) bouwwerken wijzen wij erop dat deze verzoeken niet vergelijkbaar zijn met onderhavige woningbouwontwikkeling. Onderhavig plan ziet namelijk op de bouw van zeven nieuwe woningen op een perceel waar planologisch gezien reeds drie woningen zijn toegestaan. Het voorliggende plan is op zijn merites beoordeeld. Hoewel sprake is van enige mate van verdichting op het perceel Noordweg 128 wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het beschermd stadsgezicht ‘ Noordweg’. Betrokkenen refereren eveneens aan hun eerdere vraag over de ligging van het perceel Noordweg 128 in het beschermd stadsgezicht. Onder het kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting beschermd stads-/dorpsgezicht’ van zienswijze 3 hebben wij nader toegelicht dat het bouwplan geen onevenredige afbreuk doet aan het beschermde stadsgezicht ‘Noordweg’. Kortheidshalve verwijzen wij dan ook naar voornoemde nadere motivering. Volgens betrokkenen moeten procedures eerlijk verlopen. Zij hebben transparantie en eerlijkheid gemist gedurende onderhavig proces. Wij betreuren dit gevoel van betrokkenen. Deze opmerkingen kunnen wij echter niet plaatsen.

Er heeft namelijk bestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden over het voornemen tot voorbereiding van een bestemmingsplan voor onderhavig initiatief en van dit voornemen is op gebruikelijke wijze kennisgegeven. Er zijn meerdere inspraakmogelijkheden in de commissie Ruimte geweest. Voorts is op verschillende wijzen invulling gegeven aan participatie in de buurt. Met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen. Voorts kunnen er rechtsmiddelen worden aangewend tegen de besluiten tot vaststelling van het bestemmingsplan en verlening van de omgevingsvergunning. Van een niet transparant en oneerlijk verloop van de procedure voor onderhavige ontwikkeling is gelet op het vorenstaande dan ook geen sprake. Anders dan betrokkenen wellicht veronderstellen, zijn hun protesten en die van omwonenden wel degelijk gehoord. Uit bijgevoegd participatieverslag blijkt dat er op verschillende wijzen is geparticipeerd. Omwonenden zijn onder meer tijdens de georganiseerde informatiebijeenkomsten in de gelegenheid gesteld om op de beoogde woningbouwontwikkeling te reageren. Suggesties van omwonenden zijn voor de initiatiefnemers aanleiding geweest om de plannen op bepaalde punten aan te passen. Betrokkenen merken op dat er negen grote bouwsels zouden komen, waaronder twee schuren.

Het oorspronkelijke plan om twee schuren te bouwen is echter naar aanleiding van opmerkingen hierover losgelaten door de initiatiefnemers. Zoals wij reeds hebben aangegeven in reactie op zienswijze 3 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op de samenvatting van het onderdeel ‘participatie’) maakt het feit dat geen gehoor is gegeven aan alle door omwonenden gewenste wijzigingen dan wel aanpassingen van het plan niet dat er onvoldoende is geparticipeerd en/of geen zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het bouwplan is door ons op zijn merites beoordeeld. Wij stellen vast dat het woon- en leefklimaat van betrokkenen en (direct) omwonenden niet onevenredig zal worden aangetast door uitvoering van het plan. Na afweging van alle betrokken belangen kennen wij een zwaarder gewicht toe aan de belangen die gediend zijn met de beoogde ontwikkeling dan aan de belangen van betrokkenen.

In aanvulling op het vorenstaande verwijzen wij voor wat betreft de opmerkingen van betrokkenen over de omvang, de grootte en hoogte van de te realiseren bebouwing naar onze reacties op zienswijze 1 (kopje beantwoording), zienswijze 2 (kopje beantwoording – hoogte te bebouwen gronden, zienswijze 4 (kopje beantwoording - toelaatbaarheid zeven woningen en toetsing omgevingsvergunning), zienswijze 6 (kopje beantwoording - aansluiting bouwplan bij bestaande bebouwing in omgeving), zienswijze 8 (kopjes beantwoording in reactie op de onderdelen ‘samenvatting aanvraag’ en ‘samenvatting afwijkingen huidig bestemmingsplan’) en zienswijze 9 (kopje beantwoording in reactie op het onderdeel

33

‘samenvatting overmatige bebouwing’). Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel de omgevingsvergunning. Zienswijze 8, particulier Betrokkenen hebben om meerdere redenen bezwaar tegen het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning voor de bouw van zeven woningen. De zienswijze heeft betrekking op de volgende aspecten: de aanvraag, geluidsoverlast, schade, afwijkingen ten opzichte van het huidige bestemmingsplan, beschermd stadsgezicht, beoordeling door het WARK, participatie, verkeer, wateroverlast en licht en uitzicht. Deze aspecten worden hieronder separaat samengevat en van een reactie voorzien. Samenvatting aanvraag Betrokkenen merken ten aanzien van de aanvraag op dat deze niet conform het huidige bestemmingsplan is. Uit inzage van de stukken blijkt volgens hen dat de hoogte van de zeven woningen niet staat aangegeven in de aanvraag. De hoogte wijkt sterk af van de werkelijk gemiddelde hoogte van de huizen op de Noordweg (van het gedeelte waar de woningen haaks op komen te staan). Ook is in de aanvraag niet samenhangend weergegeven op welke locatie al dan geen schuur wordt gebouwd en evenmin is in de aanvraag sprake van het type “zorgwoning” waarvan eerder in het traject wel sprake was. Ten slotte merken betrokkenen op dat in de aanvraag wordt vermeld dat deze wordt gedaan door een particulier en dit is onjuist.

Beantwoording Betrokkenen merken terecht op dat de aanvraag in strijd is met op dit moment geldende bestemmingsplan “Noordweg”. Om deze reden is een nieuw bestemmingsplan (het thans voorliggende bestemmingsplan “Noordweg 128 Middelburg”) opgesteld voor de beoogde ontwikkeling. In onderhavig geval is toepassing gegeven aan de gemeentelijke coördinatieregeling als bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. In dat kader zijn het ontwerpbestemmingsplan “Noordweg 128 Middelburg” en de ontwerp-omgevingsvergunning voor de bouw van de zeven woningen gelijktijdig ter inzage gelegd. De bij de omgevingsvergunning behorende stukken zoals de aanvraag, de situatietekening en tekeningen van de plattegronden en gevel hebben samen met de ontwerpomgevingsvergunning ter inzage gelegen. De hoogte van de woningen is inderdaad niet op het aanvraagformulier vermeld, maar de hoogte van de woningen wordt wel weergegeven op de tekeningen van de plattegronden, gevels en doorsneden van beide woonblokken. De stelling van betrokkenen dat de hoogte van de zeven woningen afwijkt van de hoogte van de rij woningen aan de Noordweg die haaks staat op de voorziene woningen is juist. De maximale goot- en bouwhoogte van de woningen aan de Noordweg 132 tot en met 156 bedraagt op grond van het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” respectievelijk 4 en 8 meter.

Anders dan betrokkenen wellicht veronderstellen, hoeven de te realiseren woningen qua hoogte niet overeen te stemmen met de woningen aan de Noordweg 132 tot en met 156. Van belang is dat de beoogde woningen passend zijn in de omgeving. In de directe omgeving van de planlocatie bevinden zich meerdere woningen met een vergelijkbare goot- en bouwhoogte. De voorziene woningen sluiten daarmee aan bij de bestaande bebouwing. Volledigheidshalve verwijzen wij - in aanvulling op het vorenstaande - nog naar onze reacties op zienswijze 1 (kopje beantwoording), zienswijze 2 (kopje beantwoording – hoogte te bebouwen gronden, zienswijze 4 (kopje beantwoording toelaatbaarheid zeven woningen en toetsing omgevingsvergunning), zienswijze 6 (kopje beantwoording aansluiting bouwplan bij bestaande bebouwing in omgeving), zienswijze 9 (kopje beantwoording – A. Het bouwvlak voor de woningen - bouwvlak onevenredig groot). Wij kunnen betrokkenen niet volgen in hun betoog dat in de aanvraag niet samenhangend is weergegeven op welke locatie al dan geen schuur wordt gebouwd. Het bouwvlak voor de berging staat namelijk op de verbeelding van het bestemmingsplan. Voorts wordt de situering van de schuur weergegeven op de situatietekening welke samen met ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage heeft gelegen.

Betrokkenen constateren verder terecht dat de beoogde ontwikkeling betrekking heeft op de bouw van reguliere woningen. Er is geen sprake van zorgwoningen. De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend door Noordweg 128 B.V. Op het aanvraagformulier is aangegeven dat sprake is van particulier opdrachtgeverschap. Daarvan is inderdaad sprake. Het project betreft namelijk een Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning.

34

Samenvatting geluidsoverlast Volgens betrokkenen leiden de warmtepompen tot geluidsoverlast. Deze overlast is niet berekend en wordt niet benoemd in de bouwplannen. Beantwoording Wij wijzen erop dat uit de bij de ontwerp-omgevingsvergunning behorende stukken blijkt dat er werd uitgegaan van de plaatsing van een bodemwarmtepomp bij de bouwnummers 1 tot en met 7. De aanvrager heeft er echter voor gekozen om bij de woningen 2, 3, 4, 5 en 6 een elektrische warmtepomp te plaatsen. Bij de woningen 1 en 7 zal een bodemwarmtepomp worden geplaatst. Uit de overgelegde tekeningen van blok 1 en 2 (tekeningen plattegronden, gevels en doorsneden) volgt dat de buitenunits van de elektrische warmtepomp aan de achterzijde van de woningen 2 tot en met 6 zullen worden geplaatst. In aanvulling op het vorenstaande verwijzen wij kortheidshalve naar hetgeen wij over geluidsoverlast hebben opgemerkt onder zienswijze 3 (onder het kopje ‘beantwoording’ in reactie op ‘samenvatting overlast geluid’). Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De ontwerp-omgevingsvergunning wordt gewijzigd in die zin dat de bij de vergunning behorende tekeningen en technische specificaties met betrekking tot de warmtepompen worden gewijzigd. Er zijn gewijzigde tekeningen overgelegd van de plattegronden, gevels en doorsneden van blok 1 en 2.

Op deze tekeningen wordt de positie van de buitenunit van de warmtepompen bij de woningen 2 tot en met 6 weergegeven. Voorts worden de geluidsberekeningen van de warmtepompen en de technische specificaties toegevoegd aan de (bijlagen bij de) omgevingsvergunning. Samenvatting schade Betrokkenen wijzen erop dat uit de bouwplannen blijkt dat gebruik zal worden gemaakt van heipalen. Het heien van de palen zal (in)directe schade toebrengen aan de woningen die meer dan honderd jaar oud zijn. Deze schade is onomkeerbaar en zal leiden tot indiening van schadeclaims bij zowel de bouwer als de gemeente Middelburg. Beantwoording Uitvoeringsaspecten worden niet betrokken bij de vaststelling van het bestemmingsplan. In onderhavig geval is echter sprake van een gecoördineerde voorbereiding van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor de bouw van de zeven woningen. De wijze waarop gebouwd zal worden wordt derhalve door het college betrokken bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’. Op voorhand merken wij op dat het onmogelijk is om de kans op het ontstaan van schade als gevolg van de bouwwerkzaamheden voor de beoogde woningen volledig uit te sluiten. De omgevingsvergunning is echter met voldoende waarborgen omkleed zodat onveilige situaties zoveel mogelijk worden voorkomen.

Aan de omgevingsvergunning zijn onder meer voorschriften verbonden ten aanzien van de bouwveiligheid. Conform het bepaalde in artikel 8.1 van het Bouwbesluit 2012 is in de voorschriften onder andere bepaald dat de uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden zodanig is dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen. Ook is in de voorschriften - kort samengevat - bepaald dat er maatregelen moeten worden getroffen om letsel van personen of beschadiging van al dan niet roerende zaken te voorkomen. In de omgevingsvergunning is verder opgenomen dat constructieve berekeningen en tekeningen vier weken voor de start van de werkzaamheden moeten worden aangeleverd en gecontroleerd en akkoord moeten zijn bevonden. In de omgevingsvergunning staat uitdrukkelijk dat met de bouw niet eerder mag worden begonnen alvorens een goedgekeurd V&G- en BLVC-plan wordt overgelegd. De toe te passen funderingsmethode is ter keuze van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat geen gebruik zal worden gemaakt van prefab heipalen maar van in de grond gevormde betonnen palen. Een dergelijke wijze van funderen veroorzaakt minder trillingen. De toe te passen funderingsmethode zal op basis van de nog te overleggen constructieve berekeningen en tekeningen door de gemeentelijk constructeur worden beoordeeld.

Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden wordt zowel door de gemeentelijk constructeur als de aannemer een risicoanalyse gemaakt. Indien wordt geconcludeerd dat niet aannemelijk is dat de toe te passen funderingsmethode zal leiden tot schade aan woningen, zijn er in die zin geen beletselen om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Met het verbinden van onder meer voornoemde voorschriften aan de omgevingsvergunning hebben wij afdoende getracht te voorkomen dat schade zal worden veroorzaakt door de werkzaamheden. Onzes inziens is niet aannemelijk dat onaanvaardbare schade zal optreden indien de aanvrager de werkzaamheden conform de in de vergunning opgenomen voorschriften zal uitvoeren.

35

Ten aanzien van de opmerking van betrokkenen over schadeclaims merken wij op dat de aannemer, die de bouwwerkzaamheden uitvoert, in eerste instantie verantwoordelijk is voor eventuele schade als gevolg van de bouwwerkzaamheden. Daarvoor is een aannemer ook verplicht verzekerd. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat er voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een zogenoemde vooropname zal worden uitgevoerd bij aan het plangebied grenzende woningen. Met een bouwkundige vooropname wordt de staat van de panden en de bebouwing vastgelegd voordat de bouwwerkzaamheden beginnen. Aan de hand van deze bouwkundige vooropname wordt een rapport opgesteld waarmee kan worden aangetoond dat schade voor aanvang van de werkzaamheden wel of niet aanwezig was. Voorts zal de aannemer gebruikmaken van monitoring tijdens de bouwwerkzaamheden zodat tijdig geanticipeerd kan worden om schade en hinder te voorkomen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel de omgevingsvergunning. Samenvatting afwijkingen huidig bestemmingsplan In het eerdere bouwbesluit (NL IMRO 0687BPNOW-01-199) is volgens betrokkenen aangegeven dat er geen grote ontwikkelingen gaan plaatsvinden. De bouwplannen die nu voorliggen zijn getalsmatig tweemaal het eerdere plan (van drie naar zeven woningen en twee grote schuren).

In het huidige bestemmingsplan is sprake van huizen met één verdieping terwijl de ontwikkeling voorziet in woningen met twee verdiepingen. Dit is ook een vergroting van het aantal vierkante meters woonoppervlak. Voorts wijzen zij erop dat de nieuwe plannen niet van meerwaarde zijn ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Beantwoording Betrokkenen refereren aan het eerdere Bouwbesluit. Wij gaan ervan uit dat zij feitelijk verwijzen naar het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg”, vastgesteld op 21 februari 2011. Het geldende bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot de bouw van drie vrijstaande woningen en bijgebouwen. Betrokkenen merken terecht op dat het beoogde plan getalsmatig voorziet in meer dan een verdubbeling van het aantal woningen (zeven woningen in plaats van drie woningen). Het voorliggende plan voorziet voorts in de mogelijkheid tot de bouw van één schuur op de planlocatie. Hoewel het plan voorziet in meer woningen, achten wij de impact van de beoogde bebouwing ruimtelijk gezien aanvaardbaar. Uit de zienswijze van betrokkenen leiden wij af dat zij graag zien dat de huidige planologische bouwmogelijkheden op onderhavige locatie worden behouden. Wij wijzen er echter op dat tot op heden nooit een bouwplan is ingediend dat invulling geeft aan de nu geldende bouwmogelijkheden.

Initiatiefnemers hebben een concreet verzoek ingediend voor de bouw van zeven woningen en gelet op de grote behoefte aan woningen vinden wij het wenselijk om medewerking te verlenen aan het initiatief. De initiatiefnemer heeft gekozen voor eigentijdse woningen met daarbij passende maatvoering. Uiteindelijk is het idee van lintbebouwing haaks op de Noordweg een eigentijds koppelstuk geworden tussen de bebouwing aan de Noordweg en de Willem Arondeusstraat (woningen met kap). Er is gekozen voor compacte bouw, dat vereist een tweede verdieping met slaapkamers onder de kap. Het thans geldende bestemmingsplan biedt overigens ook de mogelijkheid tot het realiseren van een tweede verdieping onder een kap van 10 meter (met dakkapellen e.d.). Naar aanleiding van het verzoek van initiatiefnemers is door ons onderzocht of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Het is namelijk van belang dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Aan voorliggend bestemmingsplan ligt een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke belangenafweging ten grondslag. Uit dit onderzoek en deze belangenafweging blijkt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van betrokkenen en (direct) omwonenden.

Hoewel het plan in enige mate tot een verandering van het woon- en leefklimaat van betrokkenen en (direct) omwonenden leidt, is geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. In aanvulling op het vorenstaande verwijzen wij kortheidshalve tevens naar hetgeen wij hebben opgemerkt in reactie op zienswijze 1 (kopje beantwoording), zienswijze 2 (kopje beantwoording – hoogte te bebouwen gronden, zienswijze 4 (kopje beantwoording - toelaatbaarheid zeven woningen en toetsing omgevingsvergunning), zienswijze 6 (kopje beantwoording - aansluiting bouwplan bij bestaande bebouwing in omgeving) en zienswijze 9 (kopje beantwoording – A. Het bouwvlak voor de woningen bouwvlak onevenredig groot) hebben opgemerkt. Na afweging van alle belangen concluderen wij dat de belangen die gediend zijn met de beoogde ontwikkeling zwaarder wegen dan het belang van betrokkenen bij behoud van de huidige planologische mogelijkheden. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

36

Samenvatting beschermd stadsgezicht Betrokkenen betogen dat de aanvraag geen rekening houdt met het feit dat het perceel Noordweg 128 in een beschermd stads- en dorpsgezicht ligt. De lintbebouwing wordt door dit bouwplan verstoord. Beantwoording Anders dan betrokkenen veronderstellen, is wel degelijk rekening gehouden met de ligging van het perceel Noordweg 128 binnen het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’. Naar aanleiding van het verzoek van initiatiefnemers is door ons onderzocht of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. In dit kader hebben wij onder meer beoordeeld of het plan niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van cultuurhistorische en met de aanwijzing als beschermd stadsgezicht genoemde waarden. In paragraaf 4.1.1 van de plantoelichting bij het bestemmingsplan is een beschrijving gegeven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige waarden rekening is gehouden. Wij wijzen erop dat het perceel Noordweg 128 achter het bebouwingslint aan de Noordweg is gelegen. Van het doorbreken van lintbebouwing is daarom geen sprake. Bij het beschermde gezicht ‘Noordweg’ zijn naast het bebouwingslint ook omliggende agrarische gebieden in de begrenzing opgenomen. De vrije ligging en de directe relatie van het bebouwingslint met de gebieden is namelijk één van de bijzondere ruimtelijke historische karakteristieken van het beschermde gezicht Noordweg.

Bij het perceel Noordweg 128 is dat minder het geval, mede gelet op de situatie van jongere bebouwing direct achter de percelen voorbij nummer 126 en verder. Het gaat bij dat deel van het beschermd gezicht dus vooral nog om het ruimtelijke profiel en de structuur van de bebouwing aan de Noordweg, net zoals bij de rest van het bebouwingslint alleen zonder de ruimtelijke relatie met een open gebied erachter. Het perceel Noordweg 128 heeft reeds aan ruimtelijkheid ingeboet. Ter plaatse van de planlocatie is geen overgangssituatie (meer) aanwezig tussen de dichtere bebouwing en het landelijk gebied. Evenmin is sprake van een directe ruimtelijke relatie met of aansluiting op dergelijke nabije overgangsgebieden. Het is echter wel van belang om de herkenbaarheid van de lintstructuur te waarborgen. Een bebouwingsintensieve inbreiding ter plaatse van de planlocatie moet dan ook worden voorkomen. Met de realisatie van voorliggend bouwplan kan niet worden gesproken over een intensieve bebouwing op het perceel welke afbreuk doet aan het beschermde gezicht. Wij komen tot de slotsom dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een onevenredige aantasting van cultuurhistorische en met de aanwijzing als beschermd stadsgezicht genoemde waarden.

Voor een nadere motivering verwijzen wij kortheidshalve naar hetgeen wij in reactie op zienswijze 3 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting beschermd stads-/dorpsgezicht’) hebben opgemerkt. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting beoordeling door het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit Betrokkenen zijn van mening dat het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: WARK) de eisen die samenhangen met de status ‘beschermd stads- en dorpsgezicht’ niet eenduidig hanteert. Beantwoording Bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning is vereist worden door het WARK getoetst aan de hand van de criteria in de welstandnota (i.c. de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2016) aan redelijke eisen van welstand. Onderhavig bouwplan voor de bouw van zeven woningen is ter beoordeling voorgelegd aan het WARK. Bij de beoordeling heeft zij rekening gehouden met de vaste criteria en het gebiedscriterium ‘Oranje: Middelburgs profiel’ als bedoeld in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2016 (hierna: NRK). Het WARK heeft geoordeeld dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria van de NRK. Betrokkenen hebben niet nader onderbouwd waarom het WARK de criteria niet eenduidig hanteert.

Wij zien dan ook geen aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid dan wel zorgvuldige totstandkoming van het welstandsadvies inzake onderhavige ontwikkeling. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning. Samenvatting participatie Volgens betrokkenen is het participatietraject niet uitgevoerd conform het beleid dat de gemeente Middelburg nastreeft. De huidige eigenaren van het perceel Noordweg 128 hebben in het eerdere participatietraject toezeggingen gedaan die door het indienen van deze aanvraag teniet worden gedaan.

37

Beantwoording Het is ons niet duidelijk naar welk beleid betrokkenen verwijzen. Wij wijzen erop dat de gemeente de initiatiefnemers voorafgaand aan de verdere uitwerking van het bouwplan heeft verzocht om actief te participeren met omwonenden. De wijze waarop invulling zou worden gegeven aan participatie in de buurt was aan de initiatiefnemers. De gemeente heeft hiervoor geen kaders meegegeven. De initiatiefnemers hebben gehoor gegeven aan het verzoek van de gemeente. Zoals blijkt uit het bij deze nota gevoegde participatieverslag hebben zij op verschillende manieren invulling gegeven aan participatie met de buurt. Omwonenden zijn onder meer schriftelijk geïnformeerd over de bouwplannen en tevens zijn er informatiebijeenkomsten georganiseerd. Onzes inziens hebben zowel de initiatiefnemers als de gemeente zich voldoende ingespannen bij het bevorderen van draagvlak en participatie. Volgens betrokkenen hebben initiatiefnemers toezeggingen gedaan die door indiening van de huidige aanvraag teniet worden gedaan. Het is ons niet duidelijk om welke toezeggingen het in dit geval zou gaan. Voor zover betrokkenen bedoelen dat er bepaalde wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het aanvankelijke bouwplan wijzen wij erop dat het de initiatiefnemers vrij stond om veranderingen aan te brengen.

Zoals wij reeds hebben opgemerkt in reactie op zienswijze 3 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting participatie’) maakt het gegeven dat geen gehoor is gegeven aan alle wensen en/of gewenste wijzigingen dan wel aanpassingen van het bouwplan niet dat er onvoldoende is geparticipeerd. In aanvulling op het vorenstaande verwijzen wij kortheidshalve naar hetgeen wij in reactie op zienswijze 3 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting participatie’) en zienswijze 7 (kopje ‘beantwoording’) hebben opgemerkt. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting verkeer Betrokkenen zijn van mening dat de buurt onveiliger wordt door een toename van verkeer. Beantwoording Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling is de verkeersgeneratie van het plan inzichtelijk gemaakt in paragraaf 4.5 van de toelichting op het bestemmingsplan. In deze paragraaf is de toename van het autoverkeer als gevolg van het bouwplan opgenomen, namelijk 50 motorvoertuigen per etmaal. Zowel de Willem Arondeusstraat als de Brigdamseweg worden gecategoriseerd als een woonstraat. Deze straten hebben een lage verkeersintensiteit. De gemeente hanteert voor dit type straten een maximale verkeersintensiteit van 2500 motorvoertuigen per etmaal.

Zowel de Willem Arondeusstraat als de Brigdamseweg blijven qua verkeersintensiteit ruimschoots onder de 2500 motorvoertuigen per etmaal. De verkeersgeneratie van dit bouwplan is - gelet op voornoemde toename van het aantal motorvoertuigbewegingen - marginaal en de omliggende wegen kunnen deze toename verwerken. De ontwikkeling heeft dan ook geen onevenredige nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid ter plaatse. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting wateroverlast Betrokkenen vrezen dat de buurt onveiliger wordt door de toename van verdichting. Door een toename van het aantal woningen zal er minder water worden opgenomen door grond en gras en zal er meer afwatering op de riolering plaatsvinden met wateroverlast tot gevolg. Beantwoording Door de volledig gescheiden aanleg van de waterafvoeren (vuilwater- en schoonwater) wordt een toename van wateroverlast voorkomen. Al het hemelwater dat valt op de nieuwe verhardingen (daken en wegen) zal oppervlakkig - dus niet via de riolering - worden afgevoerd naar een aan te leggen wadi in het noordoosten van het plangebied. Hierin zal 183 m3 berging worden aangelegd, genoeg om een bui van 75 mm te kunnen bergen. In de huidige situatie zal een hoeveelheid van 183 m3 niet zo snel kunnen worden opgenomen in de bodem.

Het water in de wadi zal langzaam infiltreren in de bodem waardoor het niet verloren gaat. Pas bij zeer extreme neerslag zal de wadi overlopen in het hemelwaterstelsel en uiteindelijk in de watergangen in Klarenbeek terecht komen. Door de geplande capaciteitsvergroting (tot 242 procent) zal dit geen negatief effect hebben op de waterveiligheid. In aanvulling op het vorenstaande verwijzen wij nog naar hetgeen

38

wij in reactie op de zienswijzen 2, 3, 5, 6 en 9 hebben opgemerkt over water(overlast), waterafvoer, afwatering en riolering. Conclusie Dit deel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting licht en uitzicht Volgens betrokkenen zal het wegvallen van licht en uitzicht kort nabij de erfgrens leiden tot minder opbrengst van zonnepanelen en een waardedaling van woningen. Beantwoording Het belang van realisatie van onderhavig bouwplan is door ons afgewogen tegen het belang van betrokkenen bij behoud van het (huidige) uitzicht. Hoewel het uitzicht als gevolg van de realisatie van de zeven woningen in enige mate zal wijzigen, is er onzes inziens echter geen sprake van een onevenredige aantasting van het uitzicht van betrokkenen. In de huidige situatie hebben zij reeds uitzicht op nabijgelegen woningen en (achter)tuinen. De kortste afstand van de perceelsgrens (perceel T 2755) van betrokkenen tot het bouwvlak bedraagt circa 25 meter. De kortste afstand van de achtergevel van de woning van betrokkenen tot het westelijk deel van het bouwvlak bedraagt meer dan 40 meter. Op grond van het op dit moment geldende bestemmingsplan “Noordweg” kunnen drie vrijstaande woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 10 meter en bijgebouwen met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 4,5 meter worden gebouwd.

Indien uitvoering zou worden gegeven aan deze planologische mogelijkheden, dan zouden betrokkenen vanuit hun woning rechtstreeks zicht hebben op onder meer een vrijstaande woning met een maximale bouwhoogte van 10 meter. De woning mag, gelet op de situering van het bouwvlak, op een afstand van circa 12 meter van hun perceelsgrens worden gebouwd. Indien uitvoering wordt gegeven aan onderhavig bouwplan, dan hebben betrokkenen rechtstreeks zicht op een schuur op een afstand van circa 10,5 meter van hun perceelsgrens. De maximale bouwhoogte van deze schuur bedraagt 6 meter. Voorts zullen zij zijdelings zicht hebben op de zeven woningen. Onzes inziens heeft de beoogde ontwikkeling, gelet op voornoemde afstanden, geen onevenredige nadelige gevolgen voor het uitzicht van betrokkenen. Aangezien onderhavig perceel is gelegen in een stedelijk gebied - feitelijk op een inbreidingslocatie - zijn wij van mening dat rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid van een woningbouwontwikkeling. Woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9,5 meter zijn ook niet ongebruikelijk gelet op de goot- en bouwhoogten van woningen in de directe omgeving. Overigens blijkt uit de bij de omgevingsvergunning behorende stukken dat de vier woningen in het eerste blok een feitelijke bouwhoogte zullen krijgen van 7,9 meter.

De overige drie woningen in het tweede blok krijgen een feitelijke bouwhoogte van 9,2 meter. Voorts wijzen wij erop dat enig verlies van uitzicht in een stedelijk gebied niet volledig is uit te sluiten. Er bestaat ook geen recht op een blijvend vrij uitzicht. Het enkele feit dat betrokkenen in zekere mate aan uitzicht inboeten, maakt dus niet dat het plan geen doorgang kan vinden. Betrokkenen vrezen voorts voor het wegvallen van licht en een verminderde opbrengst van zonnepanelen. Allereerst wijzen wij erop dat de raad in deze stedelijke omgeving met bestaande bebouwing niet verplicht is om deze omgeving zo in te richten dat eigenaren van bestaande gebouwen optimaal gebruik kunnen maken van zonnepanelen. Om de gevolgen van de beoogde ontwikkeling voor de bezonning ter plaatse van de nabijgelegen woningen aan de Noordweg en de Willem Arondeusstraat visueel inzichtelijk te maken, is een bezonningsonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd door Bezonningsingenieur.nl en de resultaten zijn vastgelegd in de bij deze nota gevoegde rapportage d.d. 23 mei 2024. Uit deze rapportage blijkt dat als gevolg van het plan invloed valt te verwachten ter plaatse van de Noordweg. Voor wat betreft de woning van betrokkenen geldt dat de woning zowel in de bestaande als de nieuwe situatie voldoet.

De bezonningsduur op de meetpunten blijft in de geplande situatie ruim boven de twee uur (tenminste 6 uur). Als gevolg van het plan treedt dan ook geen onaanvaardbare schaduwwerking op ter plaatse woning/het perceel van betrokkenen. Na afweging van alle belangen concluderen wij dat de belangen die gediend zijn met de beoogde ontwikkeling zwaarder wegen dan de belangen van betrokkenen. Indien betrokkenen menen dat hun onroerende zaak minder waard wordt als gevolg van de planologische wijziging, dan kunnen zij ingevolge artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening een verzoek tot een tegemoetkoming in planschade indienen bij het college van burgemeester en wethouders. Een dergelijke aanvraag moet worden ingediend binnen vijf jaar na het moment waarop het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. De planschadeprocedure is een afzonderlijke procedure die losstaat van de bestemmingsplanprocedure. Alle belangen afwegende wordt eventuele planschade niet zodanig geacht dat dit ertoe moet leiden dat het project niet kan worden uitgevoerd.

39

Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 9, DAS namens cliënten Betrokkenen hebben een kopie van de zienswijze die ARAG SE namens cliënten heeft ingediend (zienswijze 3 in deze nota) bijgesloten en verzoeken deze hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Hun zienswijze heeft aanvullend betrekking op de volgende aspecten: overmatige bebouwing, bezonning, toets aan de Nota ruimtelijke Kwaliteit, water, ecologie, verkeersveiligheid en het perceel van betrokkenen. Ten slotte wordt een concreet verzoek gedaan. Voornoemde aspecten worden hieronder separaat samengevat en van een reactie voorzien. Samenvatting overmatige bebouwing A. Het bouwvlak voor de woningen - bouwvlak onevenredig groot Betrokkenen zijn van mening dat het bouwvlak onevenredig groot is. Zij wijzen erop dat het oostelijk deel van het bouwvlak op een afstand van slechts 6 meter van hun perceelsgrens is gelegen terwijl de afstand tussen de perceelgrens en het bouwvlak voor de vrijstaande woning zuidwest van hun perceel circa 45 meter bedraagt en acceptabel is. Het ontwerpplan biedt de mogelijkheid tot het oprichten van een gevel met een goothoogte van 6 meter, een bouwhoogte van 9,5 meter en een diepte van 15 meter, dwars gesitueerd op de bebouwing aan de Willem Arondeusstraat 17 en recht in het zicht vanuit hun achtertuin.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15123494/1