CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

24-044 Bijlage 1 a. Ontwerpbestemmingsplan Ramsburg

Commissie Ruimte 8 april 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Ramsburg (24-044 RM)31.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

(ontwerp)

47

bestemmingsplan Ramsburg Soortenbescherming  In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn.

Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen.

Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zeeland In de provincie Zeeland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en het voor op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage IV bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat.

4.10.2 Onderzoek Gebiedsbescherming/Stikstofdepositie Het plangebied is niet in of naast een Natura 2000-gebied gelegen. Externe effecten als gevolg van onderhavig bestemmingsplan zijn, gezien de afstand (± 5,2 km) tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard en omvang van de toegestane ontwikkelingen (het invullen van het plangebied door het oprichten van bebouwing op een beperkt aantal braakliggende kavels) niet te verwachten. Meer concreet; het Natura 2000-gebied het 'Veerse Meer' ligt op circa 4,4

48

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg kilometer afstand van plangebied. Dit Natura 2000-gebied bevat echter geen stikstofgevoelig habitat. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied welke stikstofgevoelig habitat bevat ligt op circa 5,2 kilometer afstand van het plan en betreft het gebied 'Westerschelde & Saeftinghe'. Gesteld kan dan ook worden, dat door onderhavig bestemmingsplan wat grotendeels conserverend van aard is, de beschermde natuurgebieden en kwetsbare habitats niet negatief (kunnen) worden beïnvloed. Daarnaast vormen de bestaande (en planologische mogelijke) bebouwing en infrastructuur een reeds verstorende buffer. Het enige mogelijke effect betreft stikstofdepositie.

Stikstofdepositie wordt grotendeels veroorzaakt door de emissie van het verkeer. Het verkeer van en naar het plangebied is veelal plaatselijk verkeer wat voor de kortere afstanden gericht is op de directe omgeving van het plangebied. Het verkeer wat andere bestemmingen heeft zal zich verspreiden over de uitvalswegen van Middelburg en daarna voor een groot deel richting de (Rijks-)wegen begeven. Het merendeel van het verkeer gaat daarom niet specifiek richting het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied. Daarnaast zal de inzet van het materieel tijdens de aanlegfase van een concrete ontwikkeling wel voor extra emissie zorgen, doch dit is van tijdelijke aard. De nieuwbouw zal duurzaam worden gerealiseerd; meer concreet: energieneutraal. Op grond daarvan is het kunnen uitsluiten van zowel permanente als tijdelijke effecten ten aanzien van beschermde gebieden derhalve aannemelijk. Deze aanname is door middel van een AERIUS berekening en stikstofdepositierapportage bevestigd en als Bijlage 4 aan deze toelichting gehecht.

Het plangebied maakt ook geen onderdeel uit van de Natuurnetwerk Nederland (NNN) c.q. Natuurnetwerk Zeeland en de braakliggende percelen zijn niet binnen 100 meter van bestaande natuur gesitueerd. Volledigheidshalve merken we hierbij op, dat gelet op de (reeds toegestane planologische) bebouwing, gebruik en aanwezige infrastructuur alsmede situering van het plangebied, de toegestane wijzigingen qua intensiteit niet zwaarder zijn dan hetgeen reeds aan activiteiten is toegestaan, zodat ook hiervoor heeft te gelden, dat geen wezenlijke kenmerken en waarden van de bestaande natuur (significant) zullen worden aangetast.

Soortenbescherming De watergang en de bestaande (agrarische) groenstructuur in het plangebied zijn in potentie geschikt voor beschermde soorten. In dat kader is door Econsultancy voor de percelen waar ontwikkelingen zijn toegestaan een quickscan uitgevoerd, welke als Bijlage 5 aan deze toelichting is gehecht. In de onderstaande tekst is een samenvatting van de rapportage weergegeven. 

De onderzoekslocatie bevat (potentiële) nestgelegenheden voor algemene broedvogels. Overtredingen van de Wet natuurbescherming kunnen op voorhand worden voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal tussen begin maart en september) uit te voeren. Wanneer de aanwezige beplanting buiten het broedseizoen wordt gesnoeid of verwijderd, wordt geadviseerd om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen om broedgevallen hierin te voorkomen. Indien onverhoopt een dergelijke soort hierin tot broeden komt, mag het snoeiafval niet eerder worden verwijderd dan wanneer de jongen definitief zijn uitgevlogen; De watergang is in principe geschikt als vliegroute voor vleermuizen. De functionaliteit van de watergang komt bij de voorgenomen ingreep niet in het geding, indien de werkzaamheden met in achtneming van bepaalde maatregelen worden uitgevoerd. Ook vormt de onderzoekslocatie geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen. Zowel met betrekking tot de vliegroute als tot het foerageergebied wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden en in de permanente situatie vleermuisvriendelijke verlichting (amberkleurig, naar beneden gericht en met zo min mogelijk strooilicht) toe te passen; Een deel van het plangebied kan door steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn, konijn, haas, rugstreeppad en alpenwatersalamander worden gebruikt als vaste rust- of voortplantingsplaats.

Dit nadere onderzoek is reeds uitgevoerd;

(ontwerp)

49

bestemmingsplan Ramsburg 

In een deel van het plangebied kunnen de werkzaamheden geschikt habitat creëren voor de rugstreeppad. Derhalve wordt geadviseerd om het plangebied voorafgaand aan de werkzaamheden af te schermen met paddenschermen. Deze schermen dienen behouden te worden tijdens de hele duur van de werkzaamheden. Om intrek van deze streng beschermde soort te voorkomen, wordt geadviseerd te werken volgens een ecologisch werkprotocol.

Naar aanleiding van de quickscan is nader onderzoek door Adviesbureau Wieland uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 6 aan deze toelichting gehecht. De conclusies luiden als volgt:  De alpenwatersalamander en rugstreeppad zijn niet vastgesteld in het plangebied. Conform het advies zoals opgenomen in de quickscan is het raadzaam om een degelijk paddenscherm te plaatsen rondom het terrein, of rondom delen van het terrein waar gewerkt zal worden in kwetsbare periodes van de rugstreeppad. Het scherm dient regelmatig gecontroleerd te worden op functionaliteit. Door gedurende de perioden dat er werkzaamheden plaatsvinden jaarlijks te monitoren kan nagegaan worden of rugstreeppadden zich vestigen in, of nabij het terrein. Indien dit het geval is dient er een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.  Wezel, hermelijn, bunzing, haas en konijn zijn niet vastgesteld in het plangebied. Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen. Het konijn is vastgesteld net buiten het plangebied. De populatie van konijnen kan flink fluctueren. Er dient dus rekening mee gehouden te worden dat deze soort zich in het plangebied kan vestigen. Door regelmatig te monitoren op aanwezigheid kan vastgesteld worden of deze soort zich vestigt.

Indien dit het geval is dienen er mitigerende maatregelen getroffen te worden en dient er mogelijk een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Voorts dient te allen tijde rekening te worden gehouden met algemene zorgplicht. Dit houdt in dat er volgens normaal gebruik zorgvuldig gewerkt moet worden, waarbij indien mogelijk verstoring van fauna wordt voorkomen. Verder geldt voor de algemeen voorkomende soorten dat daarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het actief doden van dieren is altijd verboden.

4.10.3 Conclusie Uit de resultaten van de quickscan blijkt, dat de locatiegeschikt is voor de bepaalde soortgroepen, waarbij tevens de te nemen vervolgstappen zijn aangegeven. Op basis van de quickscan is door middel van nader onderzoek meer duidelijkheid verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van de beschermde soorten. Geconcludeerd kan worden, dat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming, indien de juiste adequate maatregelen en vervolgstappen worden genomen, geen belemmering vormt voor de ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Voldoende aannemelijk is, dat voor onderhavige bestemmingsplanwijziging aan de Wet natuurbescherming kan worden voldaan. Bij de werkzaamheden zal te allen tijde de zorgplicht in acht worden genomen.

4.11

Verkeer en parkeren

In deze paragraaf wordt nog ingegaan op de aspecten parkeren en bereikbaarheid. 4.11.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van een ruimtelijke procedure te worden onderbouwd, dat de planvorming voldoet aan de eis van 'goede ruimtelijke ordening'. Dit houdt onder meer in, dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.

50

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg 4.11.2 Onderzoek Verkeer De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer is goed. Primair wordt het gebied via de Rijksweg; N57, de Oostperkweg en de Krooneveldweg, wat gebiedsontsluitingswegen betreffen, op het verdere wegennet ontsloten. De bestaande ontsluitingsstructuur blijft ongewijzigd en heeft voldoende capaciteit om het aantal verkeersbewegingen inherent aan de bestaande en toegestane functies in het plangebied te kunnen verwerken.

Parkeren Bij nieuwe ontwikkelingen vormt voor het bepalen van de benodigde parkeerplaatsen de CROW (publicatienummer 381 'Toekomstbestendig parkeren') het toetsingskader. Hoofdlijn van beleid is, dat parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden en als dat niet mogelijk is onder bepaalde voorwaarden in openbaar gebied.

Bij toetsing van een concrete ontwikkeling binnen het plangebied wordt de nieuwe benodigde parkeerruimte vergeleken met de bestaande situatie. Indien meer parkeerruimte benodigd is, dient deze in principe op eigen terrein gerealiseerd te worden. Indien dit niet mogelijk is, dan kan in deze parkeereis worden voorzien in openbaar gebied, mits voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is. De behoefte en mogelijkheden variëren per functie en per deelgebied. Zo zullen de kantoren en bedrijven met name overdag om parkeercapaciteit vragen; bij maatschappelijke dienstverlening kan dat anders zijn. Omdat parkeren maatwerk is per gebied en per functie, zullen bij vestiging van nieuwe functies de parkeermogelijkheden worden afgewogen, waarbij de daartoe beschikbare ruimte op eigen terrein en in het openbare gebied zullen worden betrokken.

4.11.3 Conclusie De ontsluiting van het plangebied is goed te noemen. De wegen in het plangebied krijgen een verkeersbestemming. Toetsing aan de CROW voor het bepalen van de parkeerbehoefte is van belang bij het toepassen van flexibiliteitsbepalingen, onder andere voor functiewijzigingen en uitbreidingen. Parkeren vindt in beginsel op eigen erf plaats. Als dat niet mogelijk is kan worden uitgeweken naar openbaar gebied. Hiertoe wordt in het bestemmingsplan een algemene parkeerregel opgenomen.

4.12

Ontplofbare oorlogsresten

Net als vele andere Nederlandse steden was Middelburg tijdens de Tweede Wereldoorlog (WOII) bezet door de Duitse overheersers en hierdoor het toneel van meerdere grond- en luchtgevechten. Na de oorlog was sprake van een groot aantal op en in de (water)bodem aanwezige ontplofbare oorlogsresten (voorheen benoemd als conventionele explosieven of niet gesprongen explosieven). Denk hierbij aan verschoten munitie en raketten, achtergelaten munitievoorraden, mijnenvelden maar ook allerhande soorten munitie die tijdens het gebruik in de oorlog niet naar behoren hadden gefunctioneerd.

4.12.1 Onderzoek en conclusie In dat kader heeft het bevoegde gezag de explosievenkaart geraadpleegd. Hieruit is gebleken dat de planlocatie een licht-verdachte omgeving betreft. Een nader onderzoek op het gebied van niet gesprongen explosieven uit WO II is derhalve niet noodzakelijk. Wel is bij de uitvoering van de werkzaamheden het protocol 'Toevalstreffer CE uit de 2e WO' van toepassing.

(ontwerp)

51

bestemmingsplan Ramsburg

4.13

Duurzaamheid

In de Middelburgse Visie Milieu 2019-2025 geeft de gemeente per thema aan welke duurzame milieudoelen zij heeft voor de korte (tot 2025) en lange termijn (tot 2050). Het belangrijkste doel van de milieuvisie is om te komen tot een gezonde, duurzame samenleving en leefomgeving en een duurzame ontwikkeling van de gemeente. Daarbij moet kunnen worden voorzien in de behoeften van de huidige generaties, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties te beperken om gezond en goed te kunnen leven. Enkele thema's die relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling zijn 'klimaat en energie', 'duurzaam gebouwde omgeving', 'emissies o.a. van geluid en stoffen' en 'duurzame mobiliteit'.

Concreet wenst de gemeente Middelburg volledig energieneutraal te worden. De streefdatum om dit te realiseren is 2050 en indien de (financiële) omstandigheden dit mogelijk maken, zo mogelijk eerder. Doel is het broeikaseffect tegen te gaan, de economische positie te handhaven en de beschikbaarheid van energie te waarborgen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een duurzame (economisch) gezonde samenleving.

Voor gebieden waar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden verwacht, worden de ecologische en natuurwaarden in beeld gebracht. Het creëren van natuurlijke groene elementen wordt voorgestaan (groene dooradering en natuur benutten voor biodiversiteit, klimaatverbetering, koelte, vochtregulatie en windkering, voor recreatie, productie, educatie e.d.). Ook het kenbaar maken van de lokale identiteit door het benutten van landschappelijke elementen en patronen door bijvoorbeeld sloten en watergangen in ontwerp op te nemen wordt gestimuleerd.

Daarnaast is een duurzaam, gezond, veerkrachtig watersysteem van groot belang. Dit kan worden bereikt door onder meer het benutten van het regenwater, toepassen van waterzuivering, beperken van verhard terreinoppervlak en dakbedekking, doorlatende verhardingsmaterialen gebruiken, vijvers in combinatie met groen aanleggen voor koelte in de zomer etc.

Tot slot zijn de speerpunten om in een zo vroeg mogelijk stadium circulariteit en duurzaamheidsaspecten mee te nemen, de biodiversiteit en de ecologische omstandigheden te borgen en het gebruik van duurzaam vervoer, zoals doorgaande fietsverbindingen te stimuleren.

Van zowel gemeentelijke als externe partijen wordt verwacht dat zij volop medewerking verlenen aan het realiseren van de gemeentelijke ambities. In veel gevallen zijn door innovatieve oplossingen winwin situaties mogelijk. Op deze wijze wordt een bijdrage geleverd aan de doelen zoals beschreven in de Middelburgse Visie Milieu 2019-2025.

4.14

Kabels en leidingen

De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer.1 a. hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; b. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; c. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; d. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; e. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken. 2

52

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg 1. 'Leidingen die deel uitmaken van een inrichting' zijn leidingen binnen de inrichtingsgrens die in beheer zijn van de drijver van de inrichting én leidingen die in beheer zijn van derden waarmee een product wordt geleverd aan de betreffende inrichting (Laatgenoemde leidingen hebben een zgn. functionele binding met de inrichting, zoals bedoeld in de Wet milieubeheer). 2. Onder zgn. 'leidingen voor andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten' worden in ieder geval leidingen verstaan voor transport van nafta, waterstof, koolstofdioxide, stikstof, zuurstof, ethyleen en propyleen. 4.14.1 Onderzoek en conclusie In of nabij het plangebied zijn geen kabels of leidingen aanwezig waarvoor het nodig is de zone daarvan planologisch te regelen in het bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat het aspect kabels en leidingen geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling

(ontwerp)

53

bestemmingsplan Ramsburg

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw daarvan planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van één of meer woningen en de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen hoeven te worden vastgesteld.

5.1.1

Beoordeling

De gemeente heeft de braakliggende kavels in eigendom en geeft deze uit door middel van grondverkoop. Het bestemmingsplan bevat verder een verruiming van de toegestane functies, hetgeen met name de oprichting van zelfstandige kantoren en aanwenden van gronden en bebouwing voor zakelijke en maatschappelijke dienstverlening mogelijk maakt. Het kostenverhaal voor deze locaties komt eerst bij de verkoop van de grond en vergunningverlening aan de orde. Voor de realisatie van het plan hoeft door de gemeente geen investering gedaan te worden. Hiermee is sprake is van een financieel uitvoerbaar plan. Voor dit bestemmingsplan is afgezien van het opstellen van een exploitatieplan, daar door de verkoop van de gronden en het sluiten van anterieure overeenkomsten het kostenverhaal anderszins zal worden verzekerd.

5.1.2

Conclusie

De economische uitvoerbaarheid van het onderhavige plan is op basis hiervan geborgd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Vooroverleg en Zienswijzen

Artikel 3.1.1 van het Bro bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan het bevoegde gezag overleg voert met betrokken instanties en overheden. In het kader van het vooroverleg is het ontwerpbestemmingsplan aan verschillende belanghebbende organisaties en overheden toegezonden.

Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende 6 weken op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening voor eenieder in het kader van de zienswijzeprocedure ter inzage worden gelegd. Tijdens deze periode van ter inzagelegging wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om zijn of haar zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken.

Het ontwerpplan is op drie manieren beschikbaar gesteld:  digitaal via www.ruimtelijkeplannen.nl  digitaal via www.middelburg.nl  analoog bij de Vakbalie in het Stadskantoor te Middelburg.

54

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Plansystematiek

Bij het opstellen van de planregels is enerzijds zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van bestemmen als bedoeld met het handboek. Actuele inzichten ten aanzien van het handboek zijn mede betrokken bij het opstellen van de planregels. Het geheel is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 komen de Inleidende regels aan bod. Het betreft hier de Begrippen (artikel 1) en de Wijze van meten (artikel 2). In hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn de planregels, behorende bij de verschillende bestemmingen, opgenomen (artikel 3 tot en met 14. Hoofdstuk 3 Algemene regels, bevat verschillende algemene bepalingen die van toepassing zijn (artikel 15 tot en met 20). Tot slot zijn de Overgangs- en slotregels opgenomen in hoofdstuk 4 (artikel 21 en 22).

De planregels zijn opgedeeld in:  de bestemmingsomschrijving: waarvoor mogen de gebouwen en gronden worden gebruikt;  bouwregels: een beschrijving van de toelaatbare bouwwerken;  specifieke gebruiksregels: regels met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken;  het afwijken van de gebruiksregels en/of bouwregels.

6.2

Bestemmingen

Hoofdstuk 1 Inleidende regels De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. Vrijwel alle definities worden, soms met een enkele nuance, algemeen in den lande gehanteerd. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze, waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten.

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Agrarisch – Beschermde dijken De beschermde (groene) dijk draagt een agrarische bestemming. Het hoofdzakelijk agrarische gebruik van de dijk is bepalend voor de keuze om een specifieke bestemming binnen de hoofdgroep Agrarisch te creëren. De extra toevoeging in de bestemming maakt duidelijk dat zowel het agrarisch gebruik, als de bescherming van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische betekenis van de dijk van belang is. Bescherming van de dijk wordt geregeld via een omgevingsvergunning voor graafwerkzaamheden en (aan)planten.

Artikel 4 Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden Binnen de hoofdgroep Agrarisch worden ook de aanwezige landschapswaarden via een specifieke bestemming geregeld. Door middel van de specificatie van de bestemming binnen de hoofdgroep Agrarisch worden zowel het agrarisch gebruik als de bescherming van de aanwezige landschapswaarden veiliggesteld. Bescherming van de aanwezige landschaps- en/of natuurwaarden vindt in belangrijke mate plaats via aanlegvergunningenstelsels voor werkzaamheden die de landschaps- en natuurwaarden kunnen aantasten.

(ontwerp)

55

bestemmingsplan Ramsburg Artikel 5 Bedrijventerrein Alle legaal aanwezige bedrijven en bedrijfswoningen gesitueerd op het bedrijventerrein Ramsburg in het plangebied zijn bestemd tot Bedrijfsdoeleinden. Dit houdt in dat de huidige activiteiten kunnen worden voortgezet en de bestaande bebouwing kan worden gehandhaafd. In de praktijk betekent dit concreet, dat in voorkomende gevallen omgevingsvergunning kan worden verleend voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.2.

Voor een aantal (bedrijfs-)activiteiten en objecten is om verschillende redenen een specifieke aanduiding in de regeling opgenomen. Dit betreffen de bedrijfswoningen, zelfstandige kantoren en het in het plangebied gevestigde detailhandelsbedrijf, horeca, benzinestation, autowasstraat, gemaal en paardenhouderij. Het gaat hierbij om bestaande functies en objecten in het plangebied, die vanwege aard of ligging een specifieke regeling behoeven. Wat onder een bedrijfsgebonden, zelfstandig kantoor, bedrijfsverzamelgebouw alsmede detailhandel wordt verstaan is vermeld in artikel 1 van de regels.

Niet-bedrijfsfuncties Voor één aanwezige detailhandelsvestiging is in het bestemmingsplan een uitsterfregeling, in de vorm van een wijzigingsbevoegdheid, opgenomen. Zodra de betreffende activiteit is beëindigd kan de specifieke aanduiding van de verbeelding worden gehaald. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat op termijn het bedrijventerrein voor passende functies wordt gebruikt. Dit sluit aan op de beleidskeuze om het bestaande bedrijventerrein intensiever te gebruiken.

Bedrijfswoningen Binnen de bedrijfsbestemming is voor de bedrijfswoningen een maatwerkbestemming opgenomen. Meer concreet: het bebouwde oppervlak alsmede goot- en bouwhoogte van de hoofdbebouwing worden als bestaand recht opgenomen, met dien verstande, dat deze niet meer mogen bedragen dan de bestaande maatvoeringen. Hiertoe is op de verbeelding een specifieke aanduiding ('bedrijfswoning) opgenomen met een doorvertaling in de planregels (hiermee is de locatie en omvang van toegestane hoofdbebouwing vastgelegd). Nieuwe bedrijfswoningen kunnen net als reguliere woningen een beperkende werking hebben op de bedrijfsactiviteiten van derden. De gemeente voert daarom een terughoudend beleid ten aanzien van het vestigen van bedrijfswoningen. Deze zijn in het plangebied niet gewenst. Derhalve is ook voor deze woningen een uitsterfregeling opgenomen.

Voor aan huis-gebonden-beroepen en -bedrijven is niet voorzien in een afzonderlijke regeling. Op het bedrijventerrein zijn namelijk op het hele perceel (inclusief de bedrijfswoning) al bedrijfsactiviteiten mogelijk tot de toegekende milieucategorie. Daarom is geen onderscheid te maken tussen een aanhuis-gebonden beroep en -bedrijf en de reeds toegestane bedrijfsactiviteiten.

Artikel 6 Gemengd-14 Binnen deze bestemming zijn uiteenlopende functies toegestaan: lichte bedrijven tot maximaal categorie B1 uit de Staat van bedrijfsactiviteiten 'functiemenging', zelfstandige en bedrijfsgebonden kantoren en vormen van maatschappelijke en zakelijke dienstverlening. Om eventuele hinder van bedrijven zo veel mogelijk te voorkomen, is de toelaatbaarheid van (nieuwe) bedrijven in de regels gekoppeld aan maximaal categorie B1 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging. De Staat maakt deel uit van de regels. Het is toegestaan dat de gevestigde bedrijven worden vervangen door andere bedrijven uit dezelfde categorie of lager. Reguliere detailhandel is binnen deze bestemming niet toegestaan.

56

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken voor bedrijven uit een hogere categorie of voor bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' voorkomen. Concreet betekent dit dat daar waar nu bedrijven uit categorie tot en met categorie B1 zijn toegestaan, bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken voor bedrijven uit een hogere categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Verder voorziet een wijzigingsbevoegdheid in de mogelijkheid, om bedrijfswoningen te bouwen, waar deze ingevolge de regeling bij recht niet zijn toegestaan.

Artikel 7 Gemengd-15 Op gronden met deze bestemming zijn de volgende functies toegelaten: volumineuze detailhandel, maatschappelijke en zakelijke dienstverlening, zelfstandige en bedrijfsgebonden kantoren, bedrijven, horeca, cultuur en ontspanning. Reguliere detailhandel is binnen deze bestemming niet toegestaan.

Artikel 8 Groen Het bestaande structurele groen is bestemd tot Groen. In de bestemmingsomschrijving is voorts bepaald, dat de bestemmingen mogen worden gebruikt voor onder andere speelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en nutsvoorzieningen. Binnen deze gronden kunnen nutsvoorzieningen worden gebouwd met een oppervlakte en bouwhoogte van ten hoogste 15 m² respectievelijk 3 meter. Verder is de functieaanduiding opgenomen voor de volkstuintjes aan de zuidwest kant van het plangebied. Binnen deze bestemming zijn de volkstuinen met hierop gebouwtjes en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Tot slot is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om onder voorwaarden de bestemming te wijzigen naar verkeer.

Artikel 9 Maatschappelijk De grotere locatie met een maatschappelijke functie is bestemd tot Maatschappelijk (M). De gronden met deze bestemming mogen worden gebruikt voor de meest gangbare maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, kerken, overheidsvoorzieningen en zorgvoorzieningen. Er is geen onderscheid gemaakt naar het soort maatschappelijke voorziening. Wel zijn vormen van zelfstandige als (bedrijfs-)woningen en onzelfstandige vormen van wonen uitgesloten.

Artikel 10 Tuin Dit betreft de grond die bij de maatschappelijke bestemming is bestemd tot Tuin. Binnen deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Overkappingen zijn niet toegestaan. De aanleg van erfontsluitingswegen en parkeerplaatsen is niet toegestaan binnen deze bestemming. Verder is een mogelijkheid om af te wijken van de bouwregels in het bestemmingsplan opgenomen.

Artikel 11 Verkeer De openbare wegen, voet- en fietspaden in het plangebied zijn bestemd tot Verkeer. Binnen deze bestemming zijn tevens groenvoorzieningen toegestaan. In de bestemmingsomschrijving is bepaald dat de bestemmingen mogen worden gebruikt voor geluidwerende voorzieningen en nutsvoorzieningen.

Binnen deze bestemmingen kunnen voor nutsvoorzieningen gebouwen worden gebouwd. De oppervlakte en bouwhoogte bedraagt ten hoogste 15 m² respectievelijk 3 meter.

(ontwerp)

57

bestemmingsplan Ramsburg Artikel 12 Water De bestemming Water is toegepast bij de structurele waterlopen in het gebied die ook als zodanig behouden dienen te blijven alsmede de waterberging die dient ter compensatie van eerder toegestane bedrijfsmatige uitbreidingen. Andere ondergeschikte watergangen zijn niet specifiek bestemd. Deze maken deel uit van de desbetreffende bestemmingen 'Bedrijventerrein', 'Verkeer' en/of 'Groen'. Artikel 13 Waarde – Archeologie – 3 In het bestemmingsplan 'Ramsburg' is één archeologische bestemming aan de orde: Waarde – Archeologie – 3 voor middelhoge en hoge verwachtingswaarde. De bestemming Waarde – Archeologie - 3 betreft een zogenoemde dubbelbestemming. De dubbelbestemming is overeenkomstig SVBP2012 met een arcering apart op de verbeelding weergegeven. De bestemming valt samen met een aantal andere bestemmingen. De regeling heeft tot doel de bescherming en veiligstelling van het archeologisch erfgoed in de bodem.

Een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor het veranderen van de vorm van het bestemmingsvlak in verband met het aantreffen (of door middel van archeologisch onderzoek aangetoonde afwezigheid) van archeologische waarden en voor het laten vervallen van de archeologische dubbelbestemming, indien is aangetoond dat geen archeologische waarden voorkomen.

Artikel 14 Waterstaat - Waterkering De in het plangebied gelegen primaire waterkering langs het Kanaal door Walcheren is voorzien van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' om planologische bescherming te bieden aan de waterkerende functie van de betreffende dijklichamen. Een omgevingsvergunning voor afwijking van de bouwregels kan pas worden verleend indien het belang van de waterkering hierdoor niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed en de beheerder van de waterkering hierover om advies is gevraagd. Dit geldt tevens voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden.

Hoofdstuk 3 Artikel 15 Antidubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.

Artikel 16 Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels over ondergeschikte bouwdelen alsmede bestaande maatvoering en afstanden. Met dit artikel wordt invulling voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid.

Artikel 17 Algemene aanduidingsregels Geluidszone – industrie Voor de in deze gebiedsaanduiding gelegen gronden is het bouwen van nieuwe gebouwen met een geluidsgevoelige bestemming, uitsluitend toegestaan, indien is gebleken dat de geluidsbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van de gebouwen met deze geluidsgevoelige bestemming niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

58

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg Vrijwaringszone – dijk Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' op de verbeelding, zijn de gronden mede bestemd ter bescherming en behoud van de waterstaatkundige voorzieningen. Hier gelden maximale hoogtes met betrekking tot het oprichten van bebouwing. Van de maximaal toegestane hoogte kan onder voorwaarden afgeweken worden.

Vrijwaringzone - molenbiotoop Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' op de verbeelding, zijn de gronden mede bestemd ter bescherming van de windvang van de molen. Hier gelden maximale hoogtes met betrekking tot het oprichten van bebouwing. Van de maximaal toegestane hoogte kan onder voorwaarden afgeweken worden. De formule is in de regels opgenomen.

Artikel 18 Algemene afwijkingsregels Op grond van deze bepaling kan in geringe mate worden afgeweken van de voorgeschreven maten en bouwgrenzen in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is zoveel mogelijk met recht bestemd. In aanvulling op de afwijkingsmogelijkheden bij de individuele bestemmingen is een aantal 'algemene afwijkingsregels' opgenomen. Om te voorkomen dat kleine meetfouten tot grote gevolgen leiden en om enigszins flexibel met maatvoeringen om te kunnen gaan, zijn enkele afwijkingsmogelijkheden opgenomen om in geringe mate te kunnen afwijken van genoemde maten, oppervlaktes enzovoorts.

Artikel 19 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal wijzigingsbevoegdheden opgenomen die van toepassing zijn op alle bestemmingen in het plan. Het gaat om algemene zaken als het verruimen van het bestemmingsvlak met een beperkt percentage (10%) of het overschrijden van de bestemminggrenzen met maximaal 3 meter.

Hoofdstuk 4 Artikel 20 Overgangsrecht In de overgangsregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerkingtreden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of het strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen.

Artikel 21 Slotregel Het overgangsrecht voor bouwen en gebruik is opgenomen overeenkomstig de tekst, zoals het Besluit ruimtelijke ordening voorschrijft. De slotregel geeft de naam van het plan aan.

(ontwerp)

59

bestemmingsplan Ramsburg

60

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Regels

(ontwerp)

61

bestemmingsplan Ramsburg

62

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

65 65 71

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Bestemmingsregels Agrarisch - Beschermde dijken Argrarisch met Waarden - Landschapswaarden Bedrijventerrein Gemengd - 14 Gemengd - 15 Groen Maatschappelijk Tuin Verkeer Water Waarde - Archeologie - 3 Waterstaat - Waterkering

72 72 74 75 78 80 82 84 85 86 87 88 91

Hoofdstuk 3 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19

Algemene regels Antidubbeltelregels Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

93 93 94 95 97 98

Hoofdstuk 4 Artikel 20 Artikel 21

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

99 99 100

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Staat van Horeca-activiteiten

Bijlage 3

Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'

(ontwerp)

63

bestemmingsplan Ramsburg

64

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

Het bestemmingsplan Ramsburg van de gemeente Middelburg. 1.2

bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0687.BPRAMSBURG-ON01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3

verbeelding

De verbeelding (plankaart) van het bestemmingsplan Ramsburg Middelburg. 1.4

aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en / of het bebouwen van deze gronden. 1.5

aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6

aan- en uitbouw

Een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.7

abc-goederen

Auto's, boten en caravans; 1.8

ander bouwwerk

Elk bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.9

archeologische deskundige

De Walcherse Archeologische Dienst (WAD) of een daaraan gelijkgesteld KNA (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) gecertificeerd onderzoeksbureau. 1.10

archeologisch onderzoek

Onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.11

archeologische waarde

De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.12

bebouwing

Een of meer gebouwen en / of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.13

bedrijf

Een onderneming of organisatie gericht op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.

(ontwerp)

65

bestemmingsplan Ramsburg 1.14

bedrijfsgebonden kantoor

Een gebouw of een gedeelte daarvan als onderdeel van een bedrijfsgebouw dat andere bedrijfsactiviteiten als inkomstenbron heeft en waarvoor het kantoor uitsluitend een ondersteunende functie heeft en is gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.15

bedrijfsvloeroppervlakte (bvo)

De totale oppervlakte van ruimten - binnenwerks gemeten - die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten, inclusief ruimten ten behoeve van opslag en administratie. 1.16

bedrijfsverzamelgebouw

Eén gebouw dat dient voor de huisvesting van gelijktijdig minimaal drie bedrijven en/of zelfstandige kantoren. 1.17

bedrijfswoning

Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een medewerker of eigenaar van het ter plaatse gevestigde bedrijf, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein van het ter plaatse gevestigde bedrijf. 1.18

bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen

Afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wabo. 1.19

bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.20

bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21

Bevi-inrichtingen

Bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.22

bevoegd gezag

Bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.23

bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.24

bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 1.25

bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26

bouwperceelsgrens

De grens van een bouwperceel.

66

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg 1.27

bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.28

bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.29

camper

Een motorvoertuig dat is uitgerust om in te overnachten en recreëren. 1.30

camperplaats

Een speciaal voor campers ingerichte en met officiële borden aangeduide plaats voor het parkeren van een camper om ter plaatse te overnachten en te recreëren. 1.31

consumentenvuurwerk

Vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik. 1.32

dakkapel

Een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.33

dakopbouw

Een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijde van de constructie in één of beide dakvlak(ken) zijn geplaatst. 1.34

deskundige

Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake een specifiek aspect van de ruimtelijke ordening. 1.35

detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Alsmede anders dan voor gebruik ter plaatse. 1.36

detailhandel motorbrandstoffen

Detailhandel in motorbrandstoffen, waaronder begrepen smeermiddelen voor motorvoertuigen en benodigdheden voor gebruik, reiniging zoals een wasstraat of spoedeisende reparaties van motorvoertuigen alsmede accessoires daarvoor. 1.37

detailhandel in volumineuze goederen

Detailhandel in de volgende volumineuze en gevaarlijke goederen: a. auto's; b. boten; c. caravans; d. grove bouwmaterialen; e. brand- en explosiegevaarlijke goederen; f. bestrijdingsmiddelen; g. naar aard en omvang vergelijkbare goederen.

(ontwerp)

67

bestemmingsplan Ramsburg 1.38

erf

Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.39

erfafscheiding

Bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient als afscheiding van een erf of terrein en is geplaatst in of rondom een erf of terrein. 1.40

erfgrens

De grens van het erf. 1.41

gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.42

geluidshinderlijke inrichtingen

Bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.43

geluidswerende voorzieningen

Een geluidsscherm of geluidwal die naast een weg of spoorlijn wordt geplaatst om de geluidhinder te beperken voor mensen die erachter wonen of verblijven. 1.44

hoofdgebouw

Een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.45

horecabedrijf

Een bedrijf, gericht op één of meer van de navolgende activiteiten: a. het verstrekken van ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren; b. het exploiteren van zaalaccommodatie; c. het verstrekken van nachtverblijf. 1.46 maatschappelijke dienstverlening Het geheel van diensten die de overheden aan hun burgers leveren, alsmede het verlenen van maatschappelijke diensten, medische dienstverlening, psychosociale zorg, sociaal-culturele voorzieningen evenwel met uitzondering van een seksinrichting en onzelfstandige vormen van wonen. 1.47

maatvoeringsaanduiding

Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringsaanduidingen. 1.48

molen

Bouwwerk oorspronkelijk gebouwd en geschikt voor het benutten van windkracht. 1.49

molenbiotoop

Een zone rond een molen, waarin beperkende bepalingen voor de hoogte van bebouwing en beplanting gelden. 1.50

molendeskundige

Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of onafhankelijke commissie op het gebied van molens.

68

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg 1.51

nok

Hoogst gelegen snijlijn van twee dakvlakken bepalend voor de richting van de kap. 1.52

nutsvoorzieningen

Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.53

ondergeschikte detailhandel

Detailhandel die als activiteit in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie en uitsluitend plaatsvindt als niet zelfstandig onderdeel van een onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de onderneming. 1.54

paardenhouderij

Een bedrijf primair gericht op het verzorgen van rondritten. 1.55

peil

a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg (ter plaatse van de hoofdtoegang); b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.56 recreatief medegebruik Medegebruik houdt in dat de recreatieve activiteiten ondergeschikt dienen te zijn aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan en voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 1.57

staat van Bedrijfsactiviteiten ''functiemenging''

De Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging" die van deze regels deel uitmaakt. 1.58

staat van Horeca-activiteiten

De Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.59

volkstuinen

Gronden waarop voor particulier gebruik op recreatieve wijze voedings- en siergewassen worden geteeld. 1.60

voorgevel

Het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een hoofdgebouw. Indien meerdere delen van het hoofdgebouw naar de weg zijn gekeerd, bepaalt het bevoegd gezag welke zijde als voorgevel moet worden beschouwd. 1.61

voorgevelrooilijn

De op de kaart als zodanig aangegeven lijn die, in combinatie met de rechte lijnen die in het verlengde daarvan zijn te trekken, bij het bouwen aan de wegzijde niet mag worden overschreden. 1.62

zakelijke dienstverlening

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten en/of het leggen van contacten of het uitvoeren van commerciële handelingen, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, fysiopraktijk, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen, met uitzondering van een seksinrichting.

(ontwerp)

69

bestemmingsplan Ramsburg 1.63

zelfstandig kantoor

Kantoor dat niet behoort tot een bedrijf, maar een zelfstandige eenheid vormt en is gericht op het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals administratieve, financiële, ontwerptechnische, juridische of andere daarmee gelijk te stellen diensten.

70

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstanden

afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5

goot- (of boeiboord) hoogte van een bouwwerk

tussen het peil en de snijlijn tussen de bovenkant van het dakbeschot en de buitenkant van de gevel, hellende dakvlakken, topgevels, dakkapellen – voor zover deze minder dan 50% van de breedte van het dakvlak beslaan – en liftopbouwen daar niet onder begrepen. 2.6

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en / of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8

verschillende goothoogten van een bouwwerk

indien een gebouw met betrekking tot de constructiedelen als bedoeld onder 2.5 over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten: a. indien zich aan de voorgevelzijde een goot-/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de hoogte aan de voorgevelzijde; b. indien zich – ingeval van een lessenaarsdak – aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot- /druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de laagste hoogte. 2.9 vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.

(ontwerp)

71

bestemmingsplan Ramsburg

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch - Beschermde dijken

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Beschermde dijken' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het agrarisch gebruik in de vorm van grasland; b. recreatief medegebruik; c. het behoud van dijken en behoud en herstel van de daarmee samenhangende landschappelijke, cultuurhistorische en/of ecologische waarden; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, taluds, oevers, duikers en voet- en fietspaden. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Toelaatbaarheid van bouwwerken

Voor het bouwen geldt dat uitsluitend terreinafscheidingen mogen worden opgericht.

3.2.2

Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud

De bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:

1.

bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

oppervlakte/inhoud

terreinafscheidingen

-

2m

-

3.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden

3.3.1

Omgevingsvergunningsplicht

Het is verboden op de in lid 3.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van paden, wegen en parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. het vellen of rooien van struiken of bomen; e. het beplanten van gronden met struiken of bomen. 3.3.2

Uitzonderingen

Het verbod van lid 3.3.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning.

72

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg 3.3.3

Voorwaarden

Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 3.1 genoemde waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

3.3.4

Advisering

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige, omtrent de voorwaarde zoals genoemd in lid 3.3.3.

(ontwerp)

73

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 4 4.1

Argrarisch met Waarden - Landschapswaarden

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden (AW-L)' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van agrarische bedrijfsdoeleinden en de bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen en voet- en fietspaden.

4.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

4.2.1

Toelaatbaarheid van bouwwerken

op deze gronden worden bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.

4.2.2

Maatvoering bouwwerk

goothoogte bouwhoogte oppervlakte/inhoud

a.

erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied

1m

b.

overige erfafscheidingen

2m

c.

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

3m

74

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 5 5.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven, waaronder begrepen bedrijfsverzamelgebouwen, voor zover deze voorkomen in categorie 1 tot en met 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1' uitsluitend bedrijven in milieucategorie 3.1 zijn toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding ' detailhandel': tevens voor bestaande detailhandel; c. ter plaatse van de aanduiding 'horeca': tevens horecabedrijven met een maximale oppervlakte van 150 m² met de daarbij horende bedrijfsruimten tot en met categorie 1a zoals opgenomen in de Staat van Horeca-activiteiten in bijlage 2; d. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij': tevens voor een paardenhouderij; e. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': tevens voor zelfstandige kantoren; f. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg': tevens een verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - autowasstraat': uitsluitend een autowasstraat; h. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': tevens voor één bestaande bedrijfswoning; i. ter plaatse van de aanduiding 'gemaal': uitsluitend voor een gemaal; j.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - zend-/ontvanginstallatie': uitsluitend een zendmast; k. detailhandel in volumineuze goederen; l. ondergeschikte detailhandel, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein uitgesloten - ondergeschikte detailhandel', ondergeschikte detailhandel niet is toegestaan; m. bedrijfsgebonden kantoren; n. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Toelaatbaarheid van bouwwerken

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden worden gebouwd: 1. ter plaatse van het bouwvlak:  gebouwen;  bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 2. buiten het bouwvlak:  lichtmasten;  erfafscheidingen; b. de afstand van gebouwen tot de voorste perceelsgrens en de afstand tot andere gebouwen bedraagt ten minste 5 m; c. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m; d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' mogen het oppervlak, de inhoud alsmede goot- en bouwhoogten van de bedrijfswoning niet meer bedragen dan de bestaande maatvoeringen. 5.2.2

Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud

De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw, geen bedrijfswoning zijnde, of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:

a.

bouwwerk

goothoogte

gebouwen

zie zie 75% maatvoeringsaanduiding maatvoeringsaanduiding op de verbeelding op de verbeelding

(ontwerp)

bouwhoogte

oppervlakte/inhoud

75

bestemmingsplan Ramsburg

b.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

-

3m

-

c.

erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied

1m

-

d.

overige erfafscheidingen

3m

-

e.

lichtmasten

9m

-

-

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Verkleinen bebouwingsafstand

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 onder c voor het verkleinen van de aangegeven afstand, met inachtneming van de volgende regels: a. de afwijking is noodzakelijk uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel of de bouwpercelen; b. door het verkleinen van de afstand kan nog steeds worden voldaan aan de eisen van brandveiligheid; alvorens vergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hierover advies aan de gemeentelijke brandweer; c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden worden niet onevenredig aangetast. 5.4

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en hoogte van gebouwen indien dit noodzakelijk is: a. voor een verantwoorde en evenwichtige stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld; b. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. ter bevordering van de verkeers- en brandveiligheid en sociale veiligheid; d. vanuit milieuhygiënisch oogpunt; e. ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht Middelburg. 5.5

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan; b. opslag van goederen op gronden gelegen voor de voorgevelrooilijn is niet toegestaan; c. Bevi-inrichtingen en geluidshinderlijke bedrijven zijn niet toegestaan; d. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; e. bedrijfsgebonden kantoren behorende bij het bedrijf met een vloeroppervlak van meer dan 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak zijn niet toegestaan; f. detailhandel anders dan in volumineuze goederen of ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' is niet toegestaan; g. zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan, tenzij anders is aangeduid; h. ondergeschikte detailhandel van meer dan 100 m² per bedrijf is niet toegestaan; i. garageboxen zijn niet toegestaan; j. bedrijfsverzamelgebouwen zijn toegestaan, waarbij de bedrijfsvloeroppervlakte van ieder bedrijf en ieder zelfstandig kantoor ten minste 125 m² moet bedragen en hiervan maximaal 33% voor opslag mag worden aangewend; k. bedrijfswoningen en (burgerwoningen) zijn niet toegestaan, tenzij anders is aangeduid;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13944476/1