CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

24-044 Bijlage 1 a. Ontwerpbestemmingsplan Ramsburg

Commissie Ruimte 8 april 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Ramsburg (24-044 RM)31.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

76

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg l.

indien het gebruik ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' of 'bedrijfswoning' voor de duur van ten minste 6 maanden aaneengesloten is onderbroken, mogen de betreffende gronden en bouwwerken daarna niet meer voor die functies worden gebruikt.

5.6

Afwijken van de gebruiksregels

5.6.1

Bevoegdheid tot afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1: a. om bedrijven toe te laten uit een hogere milieucategorie dan bij recht toegestaan, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 5.1 sub a genoemd; b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten' zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 5.1 sub a genoemd. 5.6.2

Voorwaarde

Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 5.6.1 wordt slechts toepassing gegeven indien afwijken niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

5.7

Wijzigingsbevoegdheid

5.7.1

Detailhandelsbedrijven

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen door het verwijderen van de aanduiding 'detailhandel' op de verbeelding, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast nadat het bestaande gebruik overeenkomstig de aanduiding is beëindigd; b. onder het bepaalde onder a wordt in ieder geval begrepen de verkoop van het pand dan wel de daadwerkelijke ingebruikname van het pand ten behoeve van detailhandel; c. onder het bepaalde onder a wordt ook begrepen de situatie dat het gebruik overeenkomstig de aanduiding voor de duur van ten minste zes maanden aaneengesloten is onderbroken, ongeacht verkoop of ingebruikname van het pand voor detailhandel; d. in het wijzigingsplan wordt aandacht besteed aan de gemaakte belangenafweging. 5.7.2

Bedrijfswoningen

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen door het verwijderen van de aanduiding 'bedrijfswoning' op de verbeelding, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast nadat het bestaande gebruik overeenkomstig de aanduiding is beëindigd; b. onder het bepaalde onder a wordt in ieder geval begrepen de verkoop van de bedrijfswoning dan wel de daadwerkelijke ingebruikname van de woning als bedrijfswoning; c. onder het bepaalde onder a wordt ook begrepen de situatie dat het gebruik overeenkomstig de aanduiding voor de duur van ten minste zes maanden aaneengesloten is onderbroken, ongeacht verkoop of ingebruikname van het pand als bedrijfswoning; d. in het wijzigingsplan wordt aandacht besteed aan de gemaakte belangenafweging.

(ontwerp)

77

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 6 6.1

Gemengd - 14

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd – 14' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf': uitsluitend bedrijven tot en met categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' zoals opgenomen in bijlage 3; b. zakelijke en maatschappelijke dienstverlening; c. zelfstandige kantoren; d. bedrijfsgebonden kantoren; e. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; tevens één bedrijfswoning; f. ondergeschikte detailhandel; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Toelaatbaarheid van bouwwerken

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden worden gebouwd: 1. ter plaatse van het bouwvlak:  gebouwen;  bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 2. buiten het bouwvlak:  bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 1 m, tenzij het gebouw in de perceelsgrens wordt gebouwd; c. de onderlinge afstand van niet aaneengebouwde gebouwen bedraagt ten minste 1 m; d. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dient de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd te worden in de naar de gevellijn gekeerde bouwgrens. 6.2.2

Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud

De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten: bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

oppervlakte/ inhoud

a.

gebouwen

zie maatvoeringsaanduiding

zie maatvoeringsaanduiding

zie maatvoeringsaanduiding

b.

bedrijfswoning

6m

10 m

200 m²/ 750 m³

c.

erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied

-

1m

-

d.

overige erfafscheidingen

-

2m

-

e.

lichtmasten

-

9m

-

f.

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

3m

-

6.3

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan;

78

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg b. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; c. geluidshinderlijke inrichtingen en Bevi- inrichtingen zijn niet toegestaan; d. bedrijfsgebonden kantoren behorende bij het bedrijf met een vloeroppervlak van meer dan 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak zijn niet toegestaan; e. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan, tenzij anders is aangeduid; f. bedrijfsverzamelgebouwen zijn toegestaan, waarbij de bedrijfsvloeroppervlakte van ieder bedrijf en zelfstandig kantoor ten minste 125 m² moet bedragen en hiervan maximaal 33% voor opslag mag worden aangewend; g. garageboxen zijn niet toegestaan; h. bedrijven met een bedrijfsvloeroppervlakte van minder dan 125 m² zijn niet toegestaan; i. ondergeschikte detailhandel van meer dan 100 m² per bedrijf is niet toegestaan; j. detailhandel in volumineuze goederen is niet toegestaan. 6.4

Afwijken van de gebruiksregels

6.4.1

Bevoegdheid tot afwijken van de Staat Bedrijfsactiviteiten ''functiemenging''

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1: a. om bedrijven toe te laten in één categorie hoger dan B1, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 6.1 sub a genoemd; b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging" zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 6.1 sub a genoemd. 6.4.2

Voorwaarde

Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6.4.1 wordt slechts toepassing gegeven indien afwijken niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

6.5

Wijzigingsbevoegdheid

6.5.1

Bedrijfswoning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming te wijzigen op grond van artikel 3.6 lid 1 sub a Wet ruimtelijke ordening en de oprichting van bedrijfswoningen toe te laten met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het bouwen van bedrijfswoningen, met inachtneming van de volgende regels: 1. per bedrijfsvestiging mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd, mits de bedrijfswoning, inclusief bijbehorende bouwwerken, in de bouwmassa van het bedrijfsgebouw wordt opgenomen; 2. de voorkeursgrenswaarde ingevolge het bepaalde in de Wet geluidhinder of een vastgestelde hogere waarde wordt in acht genomen; 3. de inhoud van de bedrijfswoning, inclusief bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 850 m3; 4. een bedrijfswoning mag slechts worden gebouwd tegelijk met of na het tot stand komen van het bijbehorende bedrijfsgebouw; 5. er dienen voldoende parkeerplaatsen te zijn op eigen terrein, waarbij de regels over het parkeren zoals opgenomen in artikel 16.3 van toepassing zijn.

(ontwerp)

79

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 7 7.1

Gemengd - 15

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd – 15' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven tot en met categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging", zoals opgenomen in bijlage 3; b. zakelijke en maatschappelijke dienstverlening; c. zelfstandige kantoren; d. bedrijfsgebonden kantoren; e. detailhandel in volumineuze goederen; f. voorzieningen gericht op cultuur en ontspanning; g. horecabedrijven met de daarbij horende bedrijfsruimten tot en met categorie 2 zoals opgenomen in de Staat van Horeca-activiteiten in bijlage 2; h. ondergeschikte detailhandel; i. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Bouwregels voor de bestemming

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden worden gebouwd: 1. ter plaatse van het bouwvlak:  gebouwen;  bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 2. buiten het bouwvlak:  bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 1 m, tenzij het gebouw in de perceelsgrens wordt gebouwd; c. de onderlinge afstand van niet aaneen gebouwde gebouwen bedraagt ten minste 1 m; d. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dient de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd te worden in de naar de gevellijn gekeerde bouwgrens. 7.2.2

Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud

De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten: bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

oppervlakte/ inhoud

a.

gebouwen

zie maatvoeringsaanduiding

zie maatvoeringsaanduiding

zie maatvoeringsaanduiding

b.

erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied

-

1m

-

c.

overige erfafscheidingen

-

2m

-

d.

lichtmasten

-

9m

-

e.

overige bouwwerken, geen gebouwen, zijnde

-

3m

-

80

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg 7.3

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan; b. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; c. geluidshinderlijke inrichtingen en Bevi- inrichtingen zijn niet toegestaan; d. bedrijfsgebonden kantoren behorende bij het bedrijf met een vloeroppervlak van meer dan 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak zijn niet toegestaan; e. bedrijfsverzamelgebouwen zijn toegestaan, waarbij de bedrijfsvloeroppervlakte van ieder bedrijf en zelfstandig kantoor ten minste 125 m² moet bedragen en hiervan maximaal 33% voor opslag mag worden aangewend; f. ondergeschikte detailhandel van meer dan 100 m² is niet toegestaan; g. garageboxen zijn niet toegestaan; h. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. 7.4

Afwijken van de gebruiksregels

7.4.1

Bevoegdheid tot afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten ''functiemenging''

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1: a. om bedrijven toe te laten in één categorie hoger dan B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten in lid 7.1, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 7.1 sub a genoemd; b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging" zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 7.1 sub a genoemd. 7.4.2

Voorwaarde

Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 7.4.1 wordt slechts toepassing gegeven indien afwijken niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

(ontwerp)

81

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 8 8.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. beplantingen; b. bermen; c. nutsvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. voet- en fietspaden; g. ter plaatse van de functieaanduiding 'volkstuin': uitsluitend volkstuinen; h. watergangen; i. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals waterinfiltratie en -transportvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en straatmeubilair. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Toelaatbaarheid van bouwwerken

Op deze gronden worden gebouwd: a. gebouwen zoals bergplaatsen en hobbykassen; b. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.2.2 Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud a. De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten: bouwwerk

goothoogte bouwhoogte oppervlakte/ inhoud

a.

Gebouwen, zoals bergplaatsen en hobbykassen

4m

4m

15 m²

b.

Gebouwen t.b.v. nutsvoorzieningen

-

3m

15 m2

c.

Lichtmasten

-

9m

-

d.

Geluidwerende voorzieningen

-

3m

-

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

-

3m

-

b. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen bedraagt maximaal 15 m² per volkstuin. 8.3

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. tot ten hoogste 10% van het bestemmingsvlak mag gebruikt worden voor parkeervoorzieningen. 8.4

Wijzigingsbevoegdheid

8.4.1

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Groen' op grond van artikel 3.6 lid 1 sub a Wet ruimtelijke ordening te wijzigen in de bestemming 'Verkeer' met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de herinrichting van het gebied daartoe aanleiding geeft of;

82

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg b. functies met de daarbij behorende parkeernormen worden gewijzigd, indien nieuwe ontwikkelingen of wet- en regelgeving daartoe aanleiding geven of; c. nieuwe functies met de daarbij behorende parkeernormen worden toegevoegd.

(ontwerp)

83

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 9 9.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke dienstverlening; b. bij deze functies behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, toegangs- en achterpaden, en parkeervoorzieningen. 9.2

Bouwregels

9.2.1

Toelaatbaarheid van bouwwerken

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden worden gebouwd: 1. ter plaatse van het bouwvlak:  gebouwen;  bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 2. buiten het bouwvlak:  bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen bedraagt ten minste 1 m; c. ter plaatse van de in lid 9.1 bedoelde gronden, bedraagt, indien de toegestane bebouwing met een bebouwingspercentage is aangegeven, de totale oppervlakte van gebouwen ten hoogste dat percentage van het bouwperceel en is de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens ten minste 5m d. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dient de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd te worden in de naar de gevellijn gekeerde bouwgrens. 9.2.2

Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud

De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten: bouwwerk

goothoogte

a.

gebouwen

zie zie zie maatvoeringsaanduiding maatvoeringsaanduiding maatvoeringsaanduiding

b.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

-

3m

-

c.

erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied

1m

-

d.

overige erfafscheidingen

2m

-

e.

lichtmasten

9m

-

9.3

-

bouwhoogte

oppervlakte/ inhoud

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. (bedrijfs)woningen en onzelfstandige woonvormen zijn niet toegestaan.

84

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 10 10.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen.

10.2

Bouwregels

10.2.1 Toelaatbare bouwwerken Op deze gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, uitgezonderd overkappingen.

10.2.2 Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud bouwwerk

goothoogte bouwhoogte oppervlakte/ inhoud

a.

Erfafscheidingen

1m

b.

Lichtmasten

9m

c

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

3m

10.3

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de aanleg en gebruik ten behoeve van erfontsluitingswegen en parkeren is niet toegestaan. 10.4

Afwijken van de bouwregels

10.4.1 Bevoegdheid tot afwijken ten behoeve van toestaan van gebouwen en overkappingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2 met inachtneming van de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 10 m² en de hoogte niet meer dan 3 m; b. de bevoegdheid tot afwijken heeft niet tot gevolg dat het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheid onevenredig worden aangetast; c. de bevoegdheid tot afwijken wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

(ontwerp)

85

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 11 11.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. beplanting; b. bermen; c. bruggen; d. fiets- en voetpaden; e. geluidwerende voorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. parkeerplaatsen; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie- camperplaatsen': tevens voor camperplaatsen; j. watergangen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; k. wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook, alsmede opstelstroken, busstroken. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Toelaatbaarheid van gebouwen Op deze gronden worden uitsluitend gebouwd: a. gebouwen voor nutsvoorzieningen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 11.2.2 Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten: bouwwerk

goothoogte bouwhoogte oppervlakte/ inhoud

a.

nutsvoorzieningen

-

3m

15 m²

b.

lichtmasten

-

9m

-

c.

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

86

9m

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 12 12.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeer te water; b. wateraanvoer en -afvoer; c. waterberging d. aanlegsteigers; e. bruggen; f. duikers; g. keermuren voor de waterbeheersing; h. oeverbeschoeiingen. 12.2

Bouwregels

12.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken Op deze gronden worden gebouwd: a. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 12.2.2 Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 3 meter.

(ontwerp)

87

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 13 13.1

Waarde - Archeologie - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie – 3' aangewezen gronden – zijn bij wijze van dubbelbestemming bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische verwachtingswaarden. 13.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 13.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; b. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. niet is voldaan aan het bepaalde onder 1:  de aanvrager van de omgevingsvergunning voor bouwen een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;  de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder a genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor bouwen regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige; c.

het bepaalde in dit lid onder b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; 3. een bouwwerk dat niet dieper wordt gebouwd dan 40 cm beneden het peil; 4. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm beneden het peil kan worden geplaatst. 13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 13.3.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 40 cm beneden het peil, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen; b. het ophogen van gronden met een hoogte van ten minste 2 m; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het planten of rooien van bomen waarbij de stobben worden verwijderd; e.

het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 13.3.2 Uitzondering Het verbod van lid 13.3.1 is niet van toepassing, indien: a. de werken of werkzaamheden op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan reeds in uitvoering zijn;

88

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg b. de werken en werkzaamheden ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; c. de werken en werkzaamheden betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; d. de werken en werkzaamheden betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een diepte van ten hoogste 40 cm onder het peil; e. het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologische deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 13.3.1 nodig is; f. werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen of een ontgrondingsvergunning. 13.3.3 Voorwaarden De werken en werkzaamheden, zoals in lid 13.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts wordt een omgevingsvergunning in ieder geval verleend indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; en b.

de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige. c. alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige. 13.4

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

13.4.1 Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders bouwwerken te slopen.

13.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 13.4.1. is niet van toepassing indien: a. de sloopwerkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in lid 13.2 in acht is genomen; b. de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. de diepte waar bodemverstoringen door de sloopwerkzaamheden plaatsvinden ten hoogste 40 cm beneden het peil bedraagt; d. de oppervlakte waar bodemverstoringen door de sloopwerkzaamheden plaatsvinden ten hoogste 500 m² bedraagt; e. Burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen sloopvergunning als bedoeld in lid 13.4.1. nodig is. 13.4.3 Voorwaarden Een vergunning, zoals in lid 13.4.1 bedoeld, kan slechts worden verleend indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarde van de betrokken locatie in voldoende mate is vastgesteld, en;

(ontwerp)

89

bestemmingsplan Ramsburg b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de sloopvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige. 13.5

Wijzigingsbevoegdheid

13.5.1 Geheel of gedeeltelijk verwijderen archeologische bestemming Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsvlak met de in lid 13.1 genoemde bestemming verwijderen, met inachtneming van de volgende regels: a. uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. op grond van archeologisch onderzoek wordt het niet meer noodzakelijk geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet; c. alvorens omtrent de vaststelling van een wijziging te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige. 13.5.2 Wijzigingen vorm bestemmingsvlak Burgemeester en wethouders kunnen de vorm van het bestemmingsvlak met de in lid 13.1 genoemde bestemming wijzigen, met inachtneming van de volgende regels: a. wijziging is op grond van archeologisch onderzoek noodzakelijk of gewenst met het oog op de bescherming of de veiligstelling van de ter plaatse aanwezige archeologische waarden; b. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; c. alvorens omtrent de vaststelling van een wijziging te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige.

90

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 14 14.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat – Waterkering' aangewezen gronden zijn – bij wijze van dubbelbestemming – bestemd voor bescherming en veiligstelling van de waterkering.

14.2

Bouwregels

14.2.1 Bouwregels voor de dubbelbestemming Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 14.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 3 meter worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 14.3

Afwijken van de bouwregels

14.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 14.2.1, onder b, indien de waterstaatkundige belangen niet onevenredig worden geschaad.

14.3.2 Advisering over de omgevingsvergunning Alvorens omtrent de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.3.1 te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de waterkering omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen de waterstaatkundige belangen niet onevenredig worden geschaad.

14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op de in lid 14.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van paden, wegen en parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. het vellen of rooien van struiken of bomen; e. het beplanten van gronden met struiken of bomen. 14.4.2 Uitzonderingen Het verbod van lid 14.4.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het inwerkingtreden van het plan;

(ontwerp)

91

bestemmingsplan Ramsburg c.

reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning.

14.4.3 Voorwaarden Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 14.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de waterstaatkundige functie van de waterkering daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

14.4.4 Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.4.1 wint bevoegd gezag schriftelijk advies in van de beheerder(s) van de waterkering, omtrent de voorwaarde zoals genoemd in lid 14.4.3.

92

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Hoofdstuk 3 Artikel 15

Algemene regels

Antidubbeltelregels

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

(ontwerp)

93

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 16 16.1

Algemene bouwregels

Bestaande afstanden en andere maten

a. De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden. b. De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. c. In geval van herbouw is het bepaalde onder a en b uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 16.2

Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, alsmede andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt; b. de bouw van andere bouwwerken ten dienste van nutsvoorzieningen, mits deze voorzieningen van geringe horizontale en verticale afmetingen zijn en de bouwhoogte in ieder geval niet meer dan 10 m; in afwijking van het in vorige zin bepaalde bedraagt de bouwhoogte van voorzieningen voor telecommunicatie ten behoeve van privé-gebruik maximaal 15 m en voor gemeenschappelijk gebruik maximaal 30 m; c. voor de bouw van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes ten dienste van nutsvoorzieningen; de inhoud van deze gebouwtjes bedraagt ten hoogste 50 m³ en de bouwhoogte ten hoogste 3 m. 16.3

Parkeren

a. Een nieuw bouwwerk, verandering van gebruik van een bouwwerk of van gronden (voor zover niet bij recht toegestaan) – al dan niet gecombineerd –, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is niet toegestaan wanneer niet in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein is voorzien en in stand wordt gehouden. b. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een (bouw)activiteit zoals bepaald in artikel 16.3 sub a, dan wel bij de beoordeling of het gebruik in overeenstemming is met het bestemmingsplan wordt aan de hand de CROW-publicatie 381 (dan wel de vervanger daarvan) bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, waarbij het gemiddelde van de bandbreedte wordt aangehouden. 16.4

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.3 en toestaan dat de parkeergelegenheid niet (volledig) op eigen terrein bij de ontwikkeling wordt gerealiseerd, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en wordt voldaan aan de kencijfers parkeren van de CROW (Toekomst bestendig parkeren, publicatienummer 381), dan wel diens rechtsopvolgers.

94

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 17 17.1

Algemene aanduidingsregels

Geluidszone – Industrie

a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding “geluidszone – industrie” geldt dat nieuwe geluidgevoelige objecten niet zijn toegestaan. b. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 17.1 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming, indien: 1. uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting van de industrie op de gevel van de geluidgevoelige objecten de wettelijke voorkeursgrenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder niet overschrijdt; of 2. uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting van de industrie op de gevel van de geluidgevoelige objecten de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders vastgestelde hogere waarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder niet overschrijdt en wordt voldaan aan de eventueel in dat besluit opgenomen voorwaarden. 17.2

Vrijwaringszone - dijk

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – dijk' gelden de volgende regels: a. gronden mogen - behalve voor de andere daar voorkomende functies - gebruikt worden voor waterstaatkundige voorzieningen; b. op deze gronden mogen ten behoeve van de functie 'vrijwaringszone - dijk' alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van waterstaatkundige voorzieningen worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; c. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.2 onderdeel b voor het bouwen overeenkomstig deze aanduiding en de andere bestemmingen, mits advies is verkregen van de beheerder van de beschermingszone van de waterkering. 17.3

Vrijwaringszone - molenbiotoop

a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – molenbiotoop' gelden de volgende bouwregels: 1. binnen een afstand van 100 m tot het middelpunt van de molen wordt geen nieuwe bebouwing en beplanting opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; 2. binnen een afstand van 100 tot 400 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing en beplanting opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan, de uitkomst van de volgende formule: H(x) = x/n+c*z, waarin: H(x) = maximale toelaatbare hoogte van een obstakel op afstand x (in meters) x = afstand van een obstakel tot de molen (in meters) n = een constante, afhankelijk van de ruwheid van de omgeving en de maximaal toelaatbare windreductie. Hiervoor worden de volgende waarden gebruikt: 140 voor open, 75 voor ruw en 50 voor gesloten gebied. c = een constante, afhankelijk van de maximaal toelaatbare windreductie, gewoonlijk met de waarde 0,2 z = askophoogte (helft van lengte vlucht + eventueel de hoogte van de belt, berg of stelling), zijnde, 18,4 m met dien verstande dat de uitkomst H(x) niet minder bedraagt dan het onderste punt van de verticaal staande wiek, zijnde 7,25 m; b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op: 1.

een bouwwerk dat, gezien vanuit de molen, aan de achterzijde van bebouwing wordt opgericht en waarbij de hoogte en de breedte blijft binnen de hoogte en breedte van de bestaande bebouwing waarachter het bedoelde bouwwerk wordt opgericht; 2. een bouwwerk ter vervanging van bestaande bebouwing dat voldoet aan het bepaalde op de verbeelding en in hoofdstuk 2; c. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a, indien de belangen van de molen niet onevenredig worden geschaad, het weegt daarbij de belangen van de nieuw op te richten bebouwing af tegen de molenbelangen; alvorens de afwijking van het bestemmingsplan toe te passen vraagt het bevoegd gezag schriftelijk advies bij de molendeskundige (Vereniging Zeeuwse Molen). d. Indien op grond van hoofdstuk 2 een lagere maximale bouwhoogte geldt dan de maximaal

(ontwerp)

95

bestemmingsplan Ramsburg toelaatbare bouwhoogte ingevolge lid a, prevaleert de maximaal toelaatbare bouwhoogte van hoofdstuk 2.

96

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 18

Algemene afwijkingsregels

a. Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan voor: 1. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; 2. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. de bevoegdheid tot afwijken wordt niet gebruikt, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

(ontwerp)

97

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 19 19.1

Algemene wijzigingsregels

Overschrijding bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen bedragen echter niet meer dan 3 m en het bestemmingsvlak wordt met niet meer dan 10% vergroot.

98

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Hoofdstuk 4 Artikel 20 20.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 20.2

Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

(ontwerp)

99

bestemmingsplan Ramsburg

Artikel 21

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Ramsburg'.

100

(ontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13944476/1