CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

24-009 Bijlage 1. Zienswijzenrapport Omgevingsvisie (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Omgevingsvisie Middelburg 2050 (24-009 RM)21.962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De tekst in hoofdstuk 4.5 “Volgens de afspraken uit de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) zal Middelburg de energie die in de gemeente wordt gebruikt, binnen de gemeente opwekken. Zonne-energie op daken is daarvoor lang niet genoeg. De extra benodigde energie zal voornamelijk van (grote) windmolens komen, eventueel in combinatie met zon op land. Wind levert een vier keer hoger rendement dan zonne-energie, omdat het in Nederland vaker waait dan zonnig is. We beseffen dat dit een enorme opgave is. Zouden we met de technologie van dit moment alle energie moeten opwekken met zonnecollectoren dan zou 15% van het areaal van de gemeente bedekt zijn met zonnepanelen!” is gewijzigd in ”Volgens de afspraken uit de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) zal Middelburg de energie die in de gemeente wordt gebruikt, binnen de gemeente opwekken. Zonne-energie opgewekt op daken is daarvoor lang niet genoeg. De extra benodigde energie zal voornamelijk van (grote) windmolens komen, eventueel in combinatie met zon op land, op daken, op parkeerterreinen, op oude stortplaatsen en langs wegen. Het Rijk, provincies (IPO), gemeenten (VNG) en waterschappen (UvW) hebben onlangs afspraken met elkaar gemaakt over het multifunctioneel gebruiken van locaties voor de opwekking van zonne-energie. Eerst wordt gekeken of plaatsing op daken mogelijk is.

Daarna komen andere locaties in beeld, zoals parkeerplaatsen, stortplaatsen en langs wegen. Gezien het grote beslag op de schaarse ruimte in Nederland zijn zonneweides en zonneparken op landbouw- en natuurgronden, met enkele uitzonderingen, niet langer toegestaan. Wind levert een vier keer hoger rendement dan zonne-energie, omdat het in Nederland vaker waait dan zonnig is. We beseffen dat dit een enorme opgave is. Zouden we met de technologie van dit moment alle energie moeten opwekken met zonnepanelen, dan zou 15% van het areaal van de gemeente bedekt zijn met zonnepanelen! Grote windmolens zijn daarom ook nodig.”

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

31

Reclamant 22 a. Men is tegen de voorgestelde intekening van circa honderd hectare bos in de Oranjepolder. Het zomaar intekenen op een kaartje zorgt voor veel onrust bij belanghebbenden en grondeigenaren. b. De uitleg van het begrip ‘oogstmaximalisatie’ valt verkeerd. Als de gangbare landbouw zou overschakelen naar biologische landbouw dan zou voedsel duurder worden. c. Men wil graag de mogelijkheid voor een windmolen buiten de nieuwlandpolders. Beantwoording a. De positie van de arcering op de ontwikkelingenkaart in de Omgevingsvisie waarop wordt gedoeld is één op één overgenomen van de kansenkaart uit de Zeeuwse Bosvisie en heeft dezelfde betekenis, namelijk ‘wens/kans verdichting’, waarmee kansrijke gebieden voor realisatie van bos en houtige landschapselementen (zoals bijvoorbeeld hagen) worden bedoeld. De arcering waarvan wij gebruik hebben gemaakt op de ontwikkelingenkaart, blijkt bij nader inzien tot verwarring te leiden en wordt aangepast naar een neutrale arcering die niet de suggestie van ‘bos’ wekt. b. Agrariërs zijn een integraal onderdeel van het Walcherse landschap en zijn mede bepalend voor de kwaliteit die door haar inwoners en bezoekers wordt gewaardeerd, dat blijft uiteraard in deze visie onveranderd. Wat met de tekst in de visie bedoeld werd, maar niet zo overkwam, is dat we willen bewegen naar een duurzame, toekomstbestendige agrarische sector.

We richten ons daarbij niet op oogstmaximalisatie op korte termijn, maar ook op het behoud van natuurlijke hulpbronnen en het minimaliseren van negatieve milieueffecten op lange termijn. Het is uiteraard niet ondenkbaar dat een transitie als deze tot uiting komt in de voedselprijs. Het is overigens wel dat kleinschalige landbouw niet als de heilige graal moet worden gezien wanneer we denken aan duurzame landbouw. Een realistisch beeld van de toekomstige landbouw zal eerder gevonden worden in een mix van kleine en grotere boerderijen, met slimme technologieën zoals precisielandbouw en milieuvriendelijke methoden. c. Kleine windmolens in het buitengebied zijn vaak bedoeld voor het opwekken van een deel van de benodigde energie van een agrarisch bedrijf. Hiernaast is de energieopbrengst van kleine windmolens veel minder dan van grote windmolens. Op het grondgebied van Walcheren is daarbij een spanning tussen het waardevolle cultuurlandschap en het verrijzen van kleine windmolens. In het oude cultuurlandschap waarderen we landschappelijke waarde van de open poelgronden en de meer verdichtte groene kreekruggen hoger dan de energie die de relatief kleine windmolens opleveren. In Middelburg zullen kleine windmolens dan ook alleen in de nieuwlandpolders ten zuiden van de A58 toegestaan worden.

Hier is de afweging gemaakt tussen enerzijds de landschappelijke waarde en anderzijds de mogelijkheden om zelf energie op te wekken. In die afweging heeft het landschap prioriteit gekregen. De Omgevingsvisie sluit daarmee aan op de Omgevingsvisies van de buurgemeenten Borsele en Veere. Aanpassing van de Omgevingsvisie In paragraaf 4.5 wordt de tekst “Maar de op oogstmaximalisatie gerichte landbouw die er nu is, is niet volhoudbaar (duurzaam). Dichtslemping van de bodem, spuiten met gewasbeschermingsmiddelen, verrijking met kunstmest en het laag houden van de grondwaterstand in het groeiseizoen om met zware machines te kunnen werken: dit alles levert verdroging en verarming van het bodemleven op. Maar de agrariër voelt zich er vaak toe gedwongen omdat wij consumenten de laagste prijs willen in de supermarkt. Er zijn tal van agrariërs die het graag anders zouden willen. Zij maken gebruik van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid, waarmee zij een deel van hun grond kunnen inzetten voor ‘groene of blauwe diensten’, zoals het maken van Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

32

natuurvriendelijke oevers of grasranden, strokenteelt of groenbedekking.” gewijzigd in “Maar de druk op de landbouwsector is groot. Boeren hebben te maken met bodemprijzen voor hun producten, met milieubeperkingen, bodemdaling, een beperkte hoeveelheid zoet water en een gebrek aan opvolging door een onzekere toekomst. De omvang van de bedrijven neemt toe. Voor de toekomst is vernieuwing wenselijk naar een meer volhoudbare landbouw door innovatie en diversificatie en met passende verdienmodellen. De landbouw groeit tot een gezonde economische sector waarbij goede voedselvoorziening, een goed verdienmodel, een gezonde leefomgeving en vitale ecosystemen naast elkaar bestaan en met elkaar verweven zijn. De sector zorgt voor duurzame voeding en is een belangrijke beheerder van het (cultuur)landschap.” Daarnaast wordt de arcering op de ontwikkelingenkaart gewijzigd voor wat betreft de Bosvisie.

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

33

Reclamant 23 | ProRail ProRail wil vroegtijdig meedenken bij ontwikkelingen in de gemeente Middelburg bij of in de buurt van het spoor of treinstations. Er zijn veel aspecten om rekening mee te houden: veiligheid, trillingen, geluid, waterpeil/stabiliteit, ondergrondse infra et cetera. ProRail geeft allerlei bronnen waar daarover meer informatie te vinden is. Beantwoording De zienswijze is zondermeer nuttig maar geeft geen aanleiding om iets toe te voegen of te wijzigen aan de Omgevingsvisie. Aanpassing van de Omgevingsvisie Geen aanpassingen

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

34

Reclamant 24 | ZMF a. Voor wat betreft de geledingszone Middelburg-Vlissingen en Trekdijk wordt de suggestie gedaan om aan deze gebieden een ontwikkeling te geven waarbij de sociaal-maatschappelijke, economische en ecologische waarden zijn geborgd en functies als recreëren, wonen, voedselproductie en schone energieopwekking worden gecombineerd. b. Aangegeven wordt niet per definitie tegen hoogbouw te zijn. Hoogbouw kan interessant zijn, maar dan in stedelijk gebied en niet aan de rand van het stedelijk gebied. Om die reden doet de gemeente er goed aan om binnen afzienbare tijd een hoogbouwvisie vast te stellen. En in deze hoogbouwvisie vast te leggen waar Middelburg hoogbouw (meer dan acht bouwlagen) eventueel wil toestaan en waar niet. c. Over lichthinder wordt opgemerkt dat in de ontwerp omgevingsvisie staat dat beperking van kunstlicht een afwegingscriterium bij ontwikkelingen is. Een concrete aanpak van lichtvervuiling en het terugdringen van lichtemissies ontbreekt echter. Men is van mening dat de gemeente hier een kans laat liggen als hierover niets wordt opgenomen in de Omgevingsvisie. d. Over kleine windmolens wordt opgemerkt dat in de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat alleen in de nieuwlandpolders kleinschalige windmolens zullen worden toegestaan.

Aangegeven wordt dat er nog meer nadelen kleven aan kleinschalige windmolens dan alleen verrommeling van het (open) landschap. Zoals de overbelasting van het stroomnetwerk en het verstoren van de natuur, die naar verhouding groter is dan bij grote windturbines. Om die reden wordt gepleit voor een verplichting van een natuuronderzoek bij het indienen van een vergunningaanvraag voor het plaatsen van kleine windmolens. Beantwoording a. Het borgen van functies is iets voor een nadere uitwerking. Inmiddels is een start gemaakt met het (gefaseerd) opstellen van een omgevingsplan voor de gemeente. In het omgevingsplan zal verder worden uitgewerkt welke ontwikkelingen in de geledingszone en aan de Trekdijk tot de mogelijkheden behoren. Dit behoeft geen aanpassing van de Omgevingsvisie. b. Momenteel hanteert de gemeente de ongeschreven regel dat niet hoger mag worden gebouwd dan maximaal zeven bouwlagen. In enkele bestaande bestemmingsplannen wordt overigens al in een hogere bouwhoogte (tot maximaal twaalf bouwlagen) voorzien. De gemeente onderschrijft de noodzaak opnieuw naar de gewenste maximum bouwhoogte te kijken. Een verdere uitwerking daarvan zal plaats vinden in het omgevingsplan (en/of een hoogbouwvisie). Dit behoeft geen aanpassing van de Omgevingsvisie. c. De gemeente onderschrijft de in de zienswijze aangedragen punten en adviezen.

De tekst in de Omgevingsvisie is op dit punt aangepast. Een echt concrete uitwerking zal echter in de beleidsstukken een plek moeten krijgen. d. De gemeente is van mening dat ook bij deze opmerkingen sprake is van nadere uitwerking van de in de Omgevingsvisie aangegeven beleidsrichting. De aangedragen zienswijze vormt voor de gemeente een extra motivatie, het geeft een extra argument dergelijke kleinschalige windmolens niet toe te staan. Aanpassing van de Omgevingsvisie Voor wat betreft punt c is de tekst in 4.3 Gezonde stad, onder het kopje ‘duisternis’ aangevuld: “De duisternis in ons deltagebied is van groot belang voor veel diersoorten, maar ook de mens functioneert beter bij een ongestoord dag- en nachtritme. Het beleid is er daarom op gericht dat de lichtvervuiling in de Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

35

gemeente Middelburg niet verder toeneemt en bij voorkeur wordt verminderd. Het beperken van lichthinder is een afwegingscriterium bij ontwikkelingen en activiteiten. Ook bij investeringen in openbare verlichting wordt bezien hoe lichthinder beperkt kan worden.”

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

36

Reclamant 25 | Stichting De Cleene Hooge a. Aangegeven wordt dat biologisch boeren en natuurontwikkeling (oftewel een natuurinclusieve kringlooplandbouw) de toekomst zou moeten zijn en blijven van het niet te bebouwen deel van Cleene Hooge. b. In het kader van de woningopgave die Nederland heeft wordt gevraagd hoe daarmee omgegaan wordt als ook Cleene Hooge daarvoor in beeld komt. Verwezen wordt naar plannen hiervoor binnen de wijk. Ook wordt verwezen naar ideeën voor ontwikkeling in de bestaande wijk Griffioen en wordt aangeboden daarover mee te denken, onder meer voor het nieuwe wijkhart. c. Voor verdere planvorming en participatie daarover moeten heldere afspraken worden gemaakt. De voorkeur is één platform binnen de wijk waar alle ideeën samen komen, begeleid door deskundigen. Participatie zou daarmee op het niveau van coproductie moeten liggen. Beantwoording a. Op het moment dat duidelijk wordt of er behalve een azc nog meer gebouwde functies in dit gebied kunnen komen (een raadsbesluit over nieuwe woonlocaties voor de toekomst is voorzien op 1 februari 2024), kan worden gemarkeerd wat het niet te bebouwen gebied van Cleene Hooge is. Inzetten op het behoud van groen en natuurwaarde is voor dit gebied het uitgangspunt. Dit past binnen wat in de visie in hoofdstuk 4.5 is opgenomen over biodiversiteit.

Omdat het een visie is op hoofdlijnen, gaat de tekst niet in op specifieke locaties. b. In het najaar van 2023 is een inwonerberaad gehouden over nieuwe woonlocaties voor de toekomst. Besluitvorming hierover is voorzien op 1 februari 2024. Dan zal blijken welke locaties concreet in beeld komen. Overigens is door het inwonerberaad zowel Cleene Hooge als het wijkhart aangeduid als potentiële locatie. c. Op het moment dat (woningbouw)ontwikkelingen in of net buiten de Griffioen worden opgepakt, zal hiervoor ook een participatieproces worden gestart. Op dat moment zal worden bezien hoe dit wordt ingevuld. Voor (eventuele) ontwikkelingen in het gebied Cleene Hooge (inclusief het azc) zal de Stichting De Cleene Hooge sowieso worden benaderd. Aanpassing van de Omgevingsvisie Geen aanpassingen

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

37

Reclamant 26 | Werkgroep Omwonenden Cleene Hooge - AZC De Omgevingsvisie roept bij de werkgroep ernstige vragen op. De reactie spitst zich toe op de ‘groene stad’ en de ‘compacte stad’. Als algemene reactie wordt benoemd dat men blij is met de gekozen insteek voor de principes gezonde stad, compacte stad en circulaire en groene stad. Met betrekking tot de ‘groene stad’ wordt opgemerkt dat groen schijnbaar minder belangrijk is dan dat in de visie is aangegeven. Groengebieden zouden goed geïnventariseerd moeten worden en op de juiste manier op de kaart moeten worden weergegeven, zodat de hoofdgroenstructuur daadwerkelijk groen is en hier in de toekomst rekening mee kan worden gehouden. Een aantal punten worden er uitgelicht: a. Onduidelijk is hoe de hoofdgroenstructuur en de groene longen moeten worden geïnterpreteerd op de visiekaart. b. Zowel natuurgebieden, een begraafplaats als kunstgrasvelden maken onderdeel uit van dezelfde hoofdgroenstructuur. Dit is niet te begrijpen en doet geen recht aan het aanwezige groen en de visie die de gemeente voor een groen Middelburg voor ogen heeft. c. Niet alle hoofdgroenstructuren zijn aangegeven op de kaarten in de Omgevingsvisie. Het (groen langs het) Laurens Stommespad en de Laan der Verenigde Naties maken bijvoorbeeld geen deel uit van de hoofdgroenstructuur.

Dit terwijl dit groen voor een verbinding zorgt tussen de Sint Laurense Weihoek, Ter Hooge en de groene long aan de Domburgse Watergang. Ook fungeert het als groene rand richting het buitengebied. d. Hoe wordt ervoor gezorgd dat landschappelijke, ecologische en culturele waarden van het karakteristieke landschap van Cleene Hooge bewaard blijven? e. Delen van groene longen zijn particulier bezit en daardoor niet publiek toegankelijk. Hoe kan gegarandeerd worden dat dit particulier groen behouden kan blijven als groene long? f. Gevraagd wordt of groengebieden hetzelfde zijn als onbebouwde gebieden. Met betrekking tot de ‘compacte stad’ kan men zich geheel vinden in de doelstelling voor een compact groene stad, zoals verwoord in de visie (slim omgaan met hergebruik en versterken van bestaande kwaliteiten). De uitwerking ervan roept vragen op en vraagt om aanpassing in de visie: g. Het verschil tussen een woningbouwlocatie en een reservelocatie is niet benoemd. Voor wie en wanneer wordt een reservelocatie ingezet? h. Er zijn geen binnenstedelijke [woon]locaties benoemd in de visie, terwijl de er wel zijn. i. Gevraagd wordt hoeveel woningen en voor welke doelgroep er zouden moeten komen op uitbreidingslocaties. Wat betekent dit voor de zoekgebieden en reservelocaties? j.

In de provinciale Omgevingsverordening Zeeland 2018 is het landschap aan de westzijde van Middelburg aangewezen als ‘landschap’. Significante aantasting is enkel mogelijk bij hoge uitzondering. Hoe kunnen hier dan zoeklocaties zijn ingetekend, terwijl ook Middelburg het groen en het buitengebied belangrijk vindt? k. De enige rand waar de stad en het buitengebied naast elkaar liggen is aan de westrand. Dit heeft een wijkoverstijgende recreatieve functie. Waar kunnen inwoners en toeristen in de toekomst terecht voor ontspannende functies? Hoe blijven de stad en de mensen gezond als groene ruimte wordt ingevuld met bebouwing? l. Op de kaart komt de arcering van Cleene Hooge als reservelocatie niet overeen met het ontwikkelgebied zoals vastgesteld in de ontwikkelvisie. Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

38

m. Gronden in bezit van de gemeente ter plaatse van het zonnepark Mortiere, Ramsburg oost en de Veerseweg in Arnemuiden zijn in de visie niet opgenomen als zoeklocatie voor woningbouw. Waarom niet? n. Buitengebied is schaars en daar moeten we zuinig op zijn. Betwijfeld wordt of op basis van het bovenstaande dit behouden kan blijven. Gepleit wordt om de ruimte in de stad beter te benutten. Beantwoording a. De groene hoofdstructuur is het geheel van groene (en blauwe) gebieden die in verbinding staat met het buitengebied en samen een aaneengesloten structuur vormen. Een groene long wordt gezien als een onderdeel van de groene hoofdstructuur. b. Gebieden die dieren ruimte, rust voedsel en veiligheid bieden en waar een grote hoeveelheid beplanting is, zijn goed voor de biodiversiteit in de stad. Niet alleen natuurgebieden, ook begraafplaatsen en sportcomplexen (omzoomd door groen) vallen hier onder en vormen gezamenlijk belangrijke groen-blauwe structuren in een versteende omgeving. c. Ook de wegbeplanting en hagen langs het Laurens Stommespad en de Laan der Verenigde Naties zijn ecologisch waardevol en zullen ingetwijfeld dienst doen als verbindingszone voor bijvoorbeeld vleermuizen, vogels, insecten en grondgebonden zoogdieren, maar zijn geen onderdeel van de groen-blauwe hoofdstructuur. d.

Om de landschappelijke, ecologische en culturele waarden zo goed mogelijk te bewaren, zal er, voorafgaand aan de ontwikkeling van Cleene Hooge, een natuurtoets uitgevoerd worden. De landschappelijke en cultuurhistorische waarden zijn ten tijde van het opstellen van de ontwikkelvisie in beeld gebracht en gewaardeerd. Overigens zal door de ontwikkeling van Cleene Hooge het huidige gebruik en beheer veranderen. Door bij de inrichting van het gebied op voorhand rekening te houden met aanwezige natuurwaarden en potentie voor verbetering, kunnen juist door ontwikkeling meer kansen voor biodiversiteit ontstaan. e. Dit wordt geborgd in het Omgevingsplan, door het handhaven van de bestemming (bijvoorbeeld Tuin, Sport, Groen, Recreatie, Natuur). De groenblauwe hoofdstructuur is opgesteld aan de hand van bestaande natuurwaarden en biodiversiteit. Het merendeel valt binnen gemeentelijke eigendommen, maar ook waardevolle privégronden kunnen onder deze hoofdstructuur vallen als deze van grote toegevoegde waarde zijn voor flora en fauna. Als het gaat om particulier groen, is dit bijna altijd onderdeel van grote (woon)kavels, waardoor het voor de hand ligt dat dit sowieso groen zal blijven. f. De bestemming geeft aan wat er in een gebied mogelijk is. Een bestemming kan echter wijzigen. Wat de groene hoofdstructuur betreft, deze blijft zoveel mogelijk intact.

In elk geval moet groene hoofdstructuur in verbinding blijven staan met het buitengebied en groene longen mogen niet doorbroken worden. g. Een woningbouwlocatie is sowieso in beeld om binnen afzienbare termijn te bebouwen, een reservelocatie komt pas in beeld als er geen andere locaties beschikbaar zijn en/of als dit voor de beoogde functie de meest geschikte locatie is. De locatie Cleene Hooge had in de herziene Kwaliteitsatlas status van reservelocatie. In de ontwerpversie van de Omgevingsvisie gold dit voor het deel van deze locatie waarvoor enkele jaren geleden een ontwikkelvisie is vastgesteld. Inmiddels heeft besluitvorming plaatsgevonden over de realisatie van een nieuw azc op deze plek. Dit zal op de ontwikkelingenkaart worden aangepast. Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

39

h. Dat klopt. Vanwege het schaalniveau van de kaart zijn enkel de grotere woningbouwlocaties aangegeven, die alle buiten het bestaand bebouwd gebied liggen. i. Op basis van de meest recente bevolkings- en huishoudensprognose van de provincie Zeeland (2022) groeit Middelburg in de periode 2022-2039 met 3.200 huishoudens. Voor circa 2.300 nieuwe woningen zijn de plekken bekend en aangewezen. Voor 900 woningen wordt nog een plek gezocht. Rekening houdend met planuitval en vertraging is de gemeente op zoek naar plekken voor 1.200 woningen (de gebruikelijke 130% van de capaciteit). De vraag spitst zich vooral toe op woningen geschikt voor ouderen op korte afstand van voorzieningen plus (en dan voornamelijk voor de kortere termijn) op sociale huurwoningen, ook voor andere doelgroepen. Voornamelijk voor de oudere doelgroepen ligt de voorkeur op binnenstedelijk bouwen, maar dit zal gezien de benodigde aantallen niet altijd mogelijk zijn. Om die reden wordt ook naar uitbreidingslocaties gekeken. j. De vraag naar woningen kan niet alleen binnenstedelijk opgelost worden. Daarom is de gemeente gedwongen om ook de randen van de stad te benutten. Groen en buitengebied zijn inderdaad belangrijk. Daarom zullen nieuwe woonlocaties buiten de stad zorgvuldig vormgegeven moeten worden, zoveel mogelijk rekening houdend met bestaande kwaliteiten. Zie bijvoorbeeld de wijk Essenvelt. k.

Dit is niet helemaal waar, het komt ook voor op andere locaties, maar inderdaad enkel ten westen van de N57 en de A58 (de ‘boog’ Sint Laurens – Griffioen – Stromenwijk – Essenvelt). De bestaande recreatieve waarde van de westrand blijft. Wanneer Cleene Hooge ontwikkeld wordt, zal de bestaande recreatieve waarde van het gebied niet veranderen. De ommetjes die daar zijn, blijven en kunnen wellicht uitgebreid worden. Door een verandering van het gebruik (intensieve landbouw wordt deels parkachtig groen) zal de biodiversiteit van het gebied toenemen. l. De contouren van de aangegeven locatie komen overeen met de contouren van de varianten 2 tot en met 6 in de (door de raad) vastgestelde Ontwikkelingsvisie Cleene Hooge. m. Parallel aan het traject voor afronding van de Omgevingsvisie is via een inwonerberaad nagedacht over wat geschikte woonlocaties zouden kunnen zijn in de toekomst. Nadat hierover door de gemeenteraad besloten is, kan dit concreet gemaakt worden. In de Omgevingsvisie wordt (nog) niet ingegaan op concrete woningbouwlocaties, anders dan in eerdere beleidsdocumenten zijn benoemd. Ook zijn enkel de grotere locaties aangegeven, zodat de Veerseweg te Arnemuiden waar enkele landhuizen zijn gedacht niet is opgenomen. De locatie Ramsburg oost is naar mening van de gemeente ongeschikt als locatie voor woningbouw.

Niet alleen zou deze als een enclave aan de oostkant van de N57 komen te liggen, ook is deze locatie lastig te ontsluiten voor langzaam verkeer, met veiligheidsrisico’s tot gevolg op het moment dat dit verkeer zijn eigen weg zoekt. De locatie van het zonnepark is niet benoemd omdat het lopende contact door de erfpachter kan worden gecontinueerd tot en met eind 2043. n. Hiervoor wordt verwezen naar de beantwoording onder j. Aanpassing van de Omgevingsvisie Geen aanpassingen in de tekst. Op de ontwikkelingenkaart verandert de status van het deel van Cleene Hooge waar het azc is voorzien.

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

40

Reclamant 27 | Dorpsvereniging Nieuw- en Sint Joosland a. Over de toekomstige gebiedsontsluiting Waterpark Veerse Meer wordt opgemerkt dat deze zich voornamelijk richt op het gebied tussen Arnemuiden en Wolphaartsdijk en dat onvoldoende rekening gehouden wordt met de toekomst. Aangegeven wordt dat de verbinding tussen Middelburg en het Waterpark Veerse Meer onderbelicht is en kan leiden tot nieuwe problemen. Een en ander is gebaseerd op de Gebiedsontsluitingsvisie Veerse Meer zuid (oktober 2021) van TRIDÉE. Gevraagd wordt de visie op dit punt aan passen. b. Diverse opmerkingen over het energielandschap: 1. Aangegeven wordt dat er al afspraken met de gemeente gemaakt zijn over de zoeklocatie zoals aangeven in de visie. 2. Voorgesteld wordt om de Sloespoorlijn aan te wijzen als alternatieve zoeklocatie. 3. In de oriëntatiefase waren naast de inwoners van Nieuw- en Sint Joosland directe belanghebbenden betrokken. Opgemerkt wordt dat inwoners van Nieuwland naderhand onvoldoende betrokken geweest zijn. Hierover zijn vragen gesteld aan de gemeente maar hier is niet op gereageerd. 4. Opgemerkt wordt dat de zoeklocatie aansluit op het NOVEX-gebied terwijl Middelburg hier geen rol in speelt. Gevraagd wordt om dit uit te leggen. 5. Opgemerkt wordt dat zon op dak beter is dan zon op land. 6.

Verzocht wordt om bij zon op land uit te gaan van meervoudig gebruik in plaats van enkelvoudig gebruik. 7. Verzocht wordt om ondernemers die buiten het zoekgebied vallen niet uit te sluiten voor nieuwe economische dragers (lees: windmolens). c. Opgemerkt wordt dat de locatie Trekdijk geschikt kan zijn voor woningbouw. Knelpunten kunnen opgelost worden d. Twee opmerkingen over het samensmelten van Mortiere, Nieuwland en Arnemuiden: 1. Voorgesteld wordt de hoofdgroenstructuur uit te breiden in de zone tussen A58 en het Fort Rammekens en haar groene omgeving. 2. Hiernaast wordt voorgesteld om de bestaande lintbebouwing langs de Langeweg uit te breiden. e. Enkele opmerkingen over mobiliteit: 1. Van de gemeente wordt verwacht om met een voorstel te komen waarmee het probleem van landbouwverkeer in de kern van Nieuw- en Sint Joosland opgelost wordt. 2. De inwoners van Nieuw- en Sint Joosland hebben in het verleden meerdere alternatieven hiervoor aan de gemeente voorgelegd. 3. Voorgesteld wordt om de A58 af te waarderen. f. Voorgesteld wordt om bij de gebiedsontsluiting Waterpark Veerse Meer rekening te houden met de ontsluiting van het bedrijventerrein aan de Keetweg in Arnemuiden. g. Gevraagd wordt wat de visie is op seizoensopslag en distributie van thermische energie en op de realisatie van een gasloze samenleving. h.

Gevraagd wordt om bij de ontwikkeling van de groenstructuren rekening te houden met de ontwikkelingen in omringende gemeenten. Verzocht wordt om hierbij ook open te staan voor meervoudig gebruik. i. Gevraagd wordt om de wegenstructuur in 2050 te schetsen. En denk aan andere manieren van vervoer. j. Gevraagd wordt om rekening te houden met zoetwateropslag in de groene longen en/of verplichte opslag van waterberging in nieuwbouwprojecten. k. Gevraagd wordt hoe de inzameling, opwerken, overslag et cetera van afval in de toekomst ruimtelijk ingevuld wordt. Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

41

l.

Naar aanleiding van het voortraject en communicatie naar en participatie van burgers wordt geconcludeerd dat de manier waarop de gemeente de inwoners van Nieuw- en Sint Joosland betrokken heeft bij de Omgevingsvisie onzorgvuldig doorlopen is en niet geslaagd is

Beantwoording a. In hoofdstuk 4.2 van de visie is aangegeven dat de verkeersknelpunten in Arnemuiden in 2050 opgelost zijn en er dan een ontsluiting is vanaf het Waterpark Veerse Meer op de A58. Hoe de ontsluiting precies eruit gaat zien, is nog steeds in onderzoek. In het onderzoek wordt niet alleen bereikbaarheid van de oever tussen Arnemuiden en Wolphaartsdijk in beschouwing genomen. Ook wordt rekening gehouden met andere verkeerstromen. Op de ontwikkelingenkaart kan de ontsluiting daarom vooralsnog slechts indicatief aangegeven worden. b. 1) Op verzoek van een energiecoöperatie heeft op ambtelijk niveau een oriënterend gesprek plaatsgevonden met de gemeente. In dit gesprek zijn vanuit de gemeente geen afspraken gemaakt of toezeggingen gedaan over het energielandschap. 2) Naast het energielandschap langs de Sloeweg Noord, de Bernhardweg West is de westzijde van de spoorlijn richting het Sloegebied op de ontwikkelingenkaart aangeduid als mogelijk energielandschap. In de omgevingsvisie wordt deze echter niet letterlijk genoemd. 3) De uitnodigingen voor een oriëntatiebijeenkomst zijn niet alleen verstuurd naar bewoners maar ook naar belanghebbenden, om ook vanuit deze hoek zoveel mogelijk input te krijgen.

Uit de oriëntatiebijeenkomst is naar voren gekomen dat de locaties langs de Sloeweg Noord, de Bernhardweg West en de spoorlijn kansrijk zijn als toekomstige energielandschappen. 4) Het NOVEX-gebied North Sea Port District ligt buiten het grondgebied van de gemeente Middelburg en hierover heeft de gemeente Middelburg dus geen zeggenschap. Het NOVEX-gebied is aangegeven als concentratielocatie voor windenergie. De locatie van het energielandschap ligt op het grondgebied van de gemeente Middelburg en grenst aan het NOVEX-gebied. In die zin sluit de zoeklocatie aan op het NOVEX-gebied North Sea Port District. Landschappelijk gezien lijkt ons dit de beste keuze, die bovendien ook dwingend wordt voorgeschreven in de juridische kaders van de provinciale Omgevingsverordening Zeeland 2023. 5) De voorkeur gaat uit naar windenergie door middel van (grote) windmolens. Verder heeft zon op daken, overdekte parkeerplaatsen, et cetera de voorkeur. De gemeente volgt hierin het beleid van het Rijk. 6) Mocht in de toekomst toch zon op land noodzakelijk zijn, dan is meervoudig ruimtegebruik een voorwaarde. 7) De Provincie Zeeland heeft in het Omgevingsplan Zeeland 2018 gekozen voor het uitgangspunt om windturbines zoveel mogelijk te clusteren. Zo wordt voorkomen dat er op verschillende plaatsen in het landschap hoge windturbines komen waardoor verrommeling van het landschap ontstaat.

Die lijn wordt ook door de gemeente onderschreven c. Gezien de excentrische ligging van deze locatie acht de gemeente dit geen goede locatie voor semi permanente woningen. Voor permanente woningbouw is het gebied nog minder geschikt, door diverse belemmeringen (geluid, hoogspanningslijn). d. 1) In de Kwaliteitsatlas uit 2010 was tussen Middelburg en Nieuw- en Sint Joosland een zone met natuur/waardevol groen aangegeven en tussen Nieuw- en Sint Joosland en Arnemuiden een (groene) geledingszone. De groenstructuur tussen Arnemuiden en Nieuw- en Sint Joosland is aangegeven op de ontwikkelingenkaart. Voor het gebied tussen Nieuw- en Sint Joosland en Ritthem wordt conform de Bosvisie geen groen toegevoegd. Zie ook de beantwoording bij punt 21f. Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

42

e.

f. g.

h. i.

j. k.

l.

2) Deze locatie is ook geadviseerd in het onlangs gelopen traject met het Inwonerberaad Woningbouw Middelburg. De gemeenteraad neemt in februari 2024 een besluit over de woningbouwlocaties. 1) Ondersteund wordt om landbouwverkeer uit Nieuw- en Sint Joosland te weren. Ook in het Kwaliteitsnet Landbouwverkeer Zeeland 2022 is het landbouwverkeer door Nieuw- en Sint Joosland als een knelpunt aangemerkt. In overleg met de gemeente, wegbeheerders en inwoners van Nieuw- en Sint Joosland zal verder gezocht worden naar een oplossing. 2) Zie het antwoord onder e1. 3) De gemeente opteert niet voor het afwaarderen van de A58 tot een weg van lagere orde, omdat de A58 nog steeds de belangrijkste ontsluiting is van Middelburg, Vlissingen en de rest van Walcheren. Er staat nog geen tracé vast. In het lopende onderzoek naar de gebiedsontsluiting worden verschillende alternatieven in beschouwing genomen, waaronder het alternatief dat genoemd wordt. De visie van de gemeente is een samenleving zonder aardgas in 2050. Meerdere alternatieven voor aardgas zijn denkbaar, maar de gemeente verwacht dat het voornamelijk elektriciteit zal zijn. Seizoensopslag van energie en thermische energie zijn ook mogelijk. Op dit moment is niet te zeggen wat het uiteindelijk gaat worden. In de toekomst zal dit echter steeds duidelijker worden.

Naast de eigen visie op groen binnen de bebouwde kom en de Zeeuwse Bosvisie houdt de gemeente rekening met ontwikkelingen in de omringende gemeenten. Ook voor nieuwe vervoersconcepten is infrastructuur nodig. De verwachting is dat (op een enkele aanpassing na) de bestaande infrastructuur hiervoor gebruikt zal worden. Daarom wordt de wegeninfrastructuur niet aangegeven op de ontwikkelingenkaart. Verder sluit de gemeente aan op de Regionale Mobiliteitsstrategie van de Provincie Zeeland in samenwerking met alle Zeeuwse gemeenten. Deze strategie gaat over slimme en duurzame mobiliteit in de toekomst. Als het doelmatig is om zoet hemelwater in de groene longen te bergen, zal hier zeker rekening mee gehouden worden. In hoofdstuk 5.2 is verwezen naar het Stedelijk Waterprogramma. De Rijksoverheid zegt hierover het volgende, waar de visie van de gemeente op aansluit. Nederland wil in 2050 een circulaire economie hebben. Dat is een economie waarin: Zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt; Producten en grondstoffen worden hergebruikt; En nauwelijks afval bestaat. De gemeente heeft een uitgebreid participatieproces gevolgd rondom de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Het is jammer om te horen dat deze activiteiten niet bij iedereen op het netvlies zijn gekomen.

Het is een fenomeen dat we als gemeente vaker merken: met onze communicatie bereiken we niet altijd alle betrokkenen. Wat we ons wel aanrekenen is dat we de actieve dorps- en wijkraden meer hadden kunnen betrekken. We trekken daar lering uit voor de toekomst. En in de nabije toekomst is daar een mooie gelegenheid voor, namelijk de dorpsvisie van Nieuw- en Sint Joosland, waarbij heel veel zaken uit de Omgevingsvisie samen met de inwoners nader ingevuld kunnen worden. Behalve deze schriftelijke korte reactie zullen we ook contact opnemen met de dorpsraad om een en ander in een gesprek verder toe te lichten.

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

43

Aanpassing van de Omgevingsvisie De tekst in hoofdstuk 4.5 “Een uitbreiding van het energielandschap aan de Sloeweg ligt voor de hand.” is gewijzigd in “Een uitbreiding van het energielandschap met windmolens al dan niet in combinatie met zon op land langs de Sloeweg Noord, de Bernhardweg West en ten westen van de spoorlijn naar het Sloegebied ligt voor de hand, mede omdat de provinciale Omgevingsverordening Zeeland 2023 dwingend voorschrijft dat nieuwe windturbines en zonneparken in aansluiting op bestaande bedrijfsterreinen worden gerealiseerd.” De tekst “De extra benodigde energie (…) eventueel in combinatie met zon op land.” is gewijzigd in ”De extra benodigde energie (…) eventueel in combinatie met zon op land, op daken, op parkeerterreinen, op oude stortplaatsen en langs wegen”.

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

44

Reclamant 28 De reclamant is tegen de voorgestelde intekening van circa honderd hectare bos in de Oranjepolder. Beantwoording De positie van de arcering op de ontwikkelingenkaart in de Omgevingsvisie waarop wordt gedoeld is één op één overgenomen van de kansenkaart uit de Zeeuwse Bosvisie en heeft dezelfde betekenis, namelijk ‘wens/kans verdichting’, waarmee kansrijke gebieden voor realisatie van bos en houtige landschapselementen (zoals bijvoorbeeld hagen) worden bedoeld. De arcering waarvan wij gebruik hebben gemaakt op de ontwikkelingenkaart, blijkt bij nader inzien tot verwarring te leiden en wordt aangepast naar een neutrale arcering die niet de suggestie van ‘bos’ wekt. Aanpassing van de Omgevingsvisie De arcering op de ontwikkelingenkaart wordt gewijzigd.

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

45

Reclamant 29 a. Gevraagd wordt wat de plannen van de gemeente zijn ten aanzien van het grondgebruik van de reclamant. b. Gevraagd wordt of de gemeente ook verplichtingen wil opleggen aan boeren binnen de grenzen van uw gemeente bovenop de landelijke regels waarmee we al geconfronteerd worden. c. Het is niet aan de gemeente om de op oogstmaximalisatie gerichte landbouw te veroordelen. d. Bij het realiseren van groen mag de natuur niet boven de gebruikswaarde gaan. e. Is er sprake van Walcherse afstemming wanneer het gaat om bijvoorbeeld een landbouwvisie of het plaatsen van kleine windmolens? f. Wat is de betekenis van de grijskleur ter plaatse van de Leliëndaalseweg? g. Gevraagd wordt om gebruikers van het buitengebied te betrekken bij de verdere uitwerking in programma’s. Beantwoording a. De gemeente ziet het streven naar milieubewuste en sociaal verantwoorde praktijken in diverse sectoren, waaronder de genoemde terreinen van circulariteit, biodiversiteitsvergroting en energietransitie als tenminste een landelijke trend. De gemeente Middelburg volgt deze landelijke ambitie en ziet deze als een belangrijk thema in de visie voor Middelburg 2050. Wij doen geen uitspraken over hoe de individuele agrariër zijn of haar bedrijf zou moeten voeren. Wij streven naar een verduurzaming van de agrarische sector. b.

De gemeente niet als doel om extra regels op te leggen bovenop de landelijke regels. c. Wat met de tekst in de visie bedoeld werd, maar niet zo overkwam, is dat we willen bewegen naar een duurzame, toekomstbestendige agrarische sector. We richten ons daarbij niet op oogstmaximalisatie op korte termijn, maar ook op het behoud van natuurlijke hulpbronnen en het minimaliseren van negatieve milieueffecten op lange termijn. Eveneens richten we ons in de visie niet op één of enkele agrarische bedrijven, maar op de volledige agrarische sector binnen onze grenzen. Vanzelfsprekend waarderen we de inzet van de agrarisch ondernemer die zich nu al voor inzet voor een duurzame toekomst. Immers, behoud van biodiversiteit is in ieders belang. d. Waarschijnlijk wordt gedoeld op de kansrijke gebieden voor realisatie van bos en houtige landschapselementen. De positie van de arcering op de ontwikkelingenkaart in de Omgevingsvisie waarop wordt gedoeld is één op één overgenomen van de kansenkaart uit de Zeeuwse Bosvisie en heeft dezelfde betekenis, namelijk ‘wens/kans verdichting’, waarmee kansrijke gebieden voor realisatie van bos en houtige landschapselementen (zoals bijvoorbeeld hagen) worden bedoeld.

De arcering waarvan wij gebruik hebben gemaakt op de ontwikkelingenkaart, blijkt bij nader inzien tot verwarring te leiden en wordt aangepast naar een neutrale arcering die niet de suggestie van ‘bos’ wekt. e. De komende tijd wordt met de gemeente Veere gesproken over een visie op de landbouw. Over het plaatsen van kleine windmolens heeft met de gemeente Veere afstemming plaatsgevonden. Ook in Veere wordt dit niet overal in het buitengebied toegestaan. f. Deze kleurstelling geeft het gebied aan dat valt onder bebouwde kom en dient enkel ter verduidelijking en leesbaarheid van de kaart. Overigens loopt dit vlak aan de zuidwestkant van de stad te ver door in het buitengebied, zodat dit zal worden aangepast. g. Bij het opstellen van diverse programma’s wordt gesproken met belanghebbenden. Hoe dit precies ingevuld wordt, wordt op een later moment bezien. Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

46

Aanpassing van de Omgevingsvisie In paragraaf 4.5 wordt de tekst “Maar de op oogstmaximalisatie gerichte landbouw die er nu is, is niet volhoudbaar (duurzaam). Dichtslemping van de bodem, spuiten met gewasbeschermingsmiddelen, verrijking met kunstmest en het laag houden van de grondwaterstand in het groeiseizoen om met zware machines te kunnen werken: dit alles levert verdroging en verarming van het bodemleven op. Maar de agrariër voelt zich er vaak toe gedwongen omdat wij consumenten de laagste prijs willen in de supermarkt. Er zijn tal van agrariërs die het graag anders zouden willen. Zij maken gebruik van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid, waarmee zij een deel van hun grond kunnen inzetten voor ‘groene of blauwe diensten’, zoals het maken van natuurvriendelijke oevers of grasranden, strokenteelt of groenbedekking.” gewijzigd in “Maar de druk op de landbouwsector is groot. Boeren hebben te maken met bodemprijzen voor hun producten, met milieubeperkingen, bodemdaling, een beperkte hoeveelheid zoet water en een gebrek aan opvolging door een onzekere toekomst. De omvang van de bedrijven neemt toe. Voor de toekomst is vernieuwing wenselijk naar een meer volhoudbare landbouw door innovatie en diversificatie en met passende verdienmodellen.

De landbouw groeit tot een gezonde economische sector waarbij goede voedselvoorziening, een goed verdienmodel, een gezonde leefomgeving en vitale ecosystemen naast elkaar bestaan en met elkaar verweven zijn. De sector zorgt voor duurzame voeding en is een belangrijke beheerder van het (cultuur)landschap.” Daarnaast wordt de arcering op de ontwikkelingenkaart gewijzigd voor zowel de Bosvisie als de contouren van de bebouwde kom.

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

47

Reclamant 30 a. Er wordt aangegeven en onderbouwd dat dat lichthinder/lichtvervuiling toeneemt en gevolgen heeft voor de gezondheid van mens en dier. Verzocht wordt om het bestaande beleid (Lichtplan Middelburg) aan te passen en dit beleid werkelijk toe te passen. b. Er wordt een tekstsuggestie gedaan om in de Omgevingsvisie op te nemen. Beantwoording De gemeente onderschrijft de in de zienswijze aangedragen punten en adviezen en zal hier naar handelen. De tekst in de Omgevingsvisie is op dit punt aangepast, waarbij de (uitgebreide) tekstsuggestie overigens niet helemaal is overgenomen. Een echt concrete uitwerking zal echter in de beleidsstukken een plek moeten krijgen. Aanpassing van de Omgevingsvisie De tekst in 4.3 Gezonde stad, onder het kopje ‘duisternis’ is aangevuld: “De duisternis in ons deltagebied is van groot belang voor veel diersoorten, maar ook de mens functioneert beter bij een ongestoord dag- en nachtritme. Het beleid is er daarom op gericht dat de lichtvervuiling in de gemeente Middelburg niet verder toeneemt en bij voorkeur wordt verminderd. Het beperken van lichthinder is een afwegingscriterium bij ontwikkelingen en activiteiten. Ook bij investeringen in openbare verlichting wordt bezien hoe lichthinder beperkt kan worden.”

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

48

Reclamant 31 a. De informatie over kleine windenergie op land in de toekomst is onvolledig en achterhaald. b. Sta kleine windmolens niet alleen toe in de nieuwlandpolders ten zuiden van de A58. c. De gemeente moet het gebruik van glyfosaat verbieden. Beantwoording a. Over kleine windmolens zijn de meningen verdeeld. Vooral omdat de opbrengst van kleine windmolens beperkt is. b. Kleine windmolens in het buitengebied zijn vaak bedoeld voor het opwekken van een deel van de benodigde energie van een agrarisch bedrijf. Hiernaast is de energieopbrengst van kleine windmolens veel minder dan van grote windmolens. Op het grondgebied van Walcheren is daarbij een spanning tussen het waardevolle cultuurlandschap en het verrijzen van kleine windmolens. In het oude cultuurlandschap waarderen we landschappelijke waarde van de open poelgronden en de meer verdichtte groene kreekruggen hoger dan de energie die de relatief kleine windmolens opleveren. In Middelburg zullen kleine windmolens dan ook alleen in de nieuwlandpolders ten zuiden van de A58 toegestaan worden. Hier is de afweging gemaakt tussen enerzijds de landschappelijke waarde en anderzijds de mogelijkheden om zelf energie op te wekken. In die afweging heeft het landschap prioriteit gekregen. De Omgevingsvisie sluit daarmee aan op de Omgevingsvisies van de buurgemeenten Borsele en Veere. c.

Over het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat heeft de Europese Commissie onlangs voorgesteld om de goedkeuring voor dit middel met tien jaar te verlengen. De gemeente ziet helaas geen mogelijkheid om dit middel te verbieden. Aanpassing van de Omgevingsvisie Geen aanpassingen

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

49

Reclamant 32 | Wijkteam Griffioen Het wijkteam Griffioen gaat er vanuit dat het college zal besluiten om de vestiging van een azc in Cleene Hooge mogelijk te maken. Op basis van dit uitgangspunt wil het wijkteam graag constructief meedenken over het maken van één wijkvisie en de planvorming voor de wijk Griffioen, Poppenroede en Cleene Hooge. Ook een nieuw hart voor de Griffioen moet deel uitmaken van deze wijkvisie. Hiervoor doet het wijkteam in een brief met diverse (concept)bijlagen meerdere suggesties. a. Aan het eerdere pleidooi om af te zien van de Cleene Hooge als uitbreidingslocatie voor woningbouw en in plaats daarvan de gewenste uitbreiding van de wijk de Griffioen in het gebied Poppenroede te situeren is niet tegemoetgekomen. Wel is Poppenroede nu in de Omgevingsvisie en op de ontwikkelingskaart aangegeven als mogelijk gebied voor wonen, naast een ov-hub en natuurontwikkeling. Een grootschalige woningbouwontwikkeling wordt niet voorzien. De aanduiding van de Cleene Hooge als reservegebied voor woningbouw is niet gewijzigd. Het door het wijkteam voor de toekomst als belangrijke mogelijkheid voor woningbouw aangegeven gebied langs het Kanaal door Walcheren wordt in het ontwerp niet als reële mogelijkheid beschouwd. Dat betekent een hogere druk op wel beschikbare gronden. b.

Essentieel is een gezamenlijke visie op de toekomst van de wijk waarbij de Cleene Hooge en Poppenroede in samenhang worden beschouwd. Naast en ook in samenhang met de in gang gezette ontwikkeling van het nieuwe Hart Griffioen waarvoor het wijkteam een structuurplan opgesteld heeft, als basis voor een uitvoeringsstrategie. c. Uitbreiding van de Griffioen is in het belang van de Griffioen. Het vergroot de basis voor belangrijke voorzieningen zoals het basisonderwijs en de dagelijkse boodschappen. Die is ook nodig voor de gewenste groei van de gemeente en om in de grote bouwopdrachten die er liggen te voorzien. De beschikbaarheid van woningen voor doorstromers, ouderen, starters waaronder ook kinderen uit de Griffioen en voor studenten is urgent. d. In het hele ruimtelijke en het maatschappelijke beeld van Middelburg kan uitbreiding van de wijk de Griffioen in de Cleene Hooge als logisch gezien worden. Omdat de landschappelijke en aardkundige waarden van het kreekruggen- en poelgrondenlandschap van de Cleene Hooge hoog gewaardeerd worden, is mede door de inspanningen van de Stichting De Cleene Hooge bebouwing tot nu toe voorkomen en is de Cleene Hooge als reserve-uitbreidingslocatie op de kaart van de Omgevingsvisie vermeld. e. De procedure om verder te komen met het nieuwe hart kan geen verder uitstel velen. Er kan gestart worden met haalbaarheidsberekeningen.

Op verzoek van het wijkteam heeft architectenbureau NOAHH een offerte uitgebracht voor het maken van een model waarmee relevante uitwerkingsideeën/mogelijkheden/alternatieven eenvoudig door geëxerceerd kunnen worden. Zo zou te berekenen zijn hoeveel woningen nodig zijn om voldoende opbrengsten te verkrijgen. Een zeer belangrijk aspect blijft naast de vervanging van de Aventurijn, die in het structuurplan van NOAHH is opgenomen, de nog de relevante vraag naar de toekomst van de scholen de CSW en het ISK. De uitkomst daarvan is ook buitengewoon belangrijk, zowel voor het hart van de Griffioen als ook voor een ruimtereservering in het gebied Poppenroede voor een eventuele verplaatsing daarnaartoe. Op korte termijn zou bekeken kunnen worden wie dit probleem het beste op kan pakken. f. Zowel voor de Cleene Hooge als voor Poppenroede zou vanuit één visie, in samenhang met elkaar en het nieuwe wijkhart, een structuurplan ontwikkeld kunnen worden. Een eerste idee, ruimtelijke visie daarop geven enkele meegestuurde vlekkenkaartjes. Niet meer dan dat en een basis om het overleg hierover vanuit een mogelijk toekomstbeeld te starten.

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

50

g. Voor de Cleene Hooge kan een aantrekkelijk plan gemaakt worden waarbij de woonfunctie - hoe beperkt voorlopig ook - op een natuurlijke manier overloopt in het landschappelijk waardevol gebied dat naar de Domburgse Watergang toe ook meer een natuur- en waterbergingsfunctie heeft. Voor een deel kan het ook een natuurinclusieve agrarische functie behouden, bij voorkeur biologisch. Met als voorwaarde behoud van het prachtige zicht van zowel binnen naar buiten als van buiten naar binnen. En herstel van de ‘witte schimmel’ die het beeld bepaalt. h. Ook Middelburg heeft een rol te vervullen in het voorzien in het grote woningtekort en de bouwopgave voor de komende tien jaar. Daar zijn ook afspraken over gemaakt. Duidelijk is dat het woningtekort nog groter is dan tot nu in die bouwopgave is voorzien. In de reactie op het voorontwerp Omgevingsvisie 2050 heeft het wijkteam gevraagd rekening te houden met een grotere woningopgave ook voor Middelburg. Het ontwerp voorziet daarin en houdt rekening met een overprogrammering van 130%. i. Opgemerkt wordt dat het aantal woningen inclusief de woningen van een azc voor 330 personen hoger mag zijn dan het eerder formeel afgesproken lage aantal van 80. Wellicht is het gewenst meteen een passend aantal woningen voor starters, ouderen en statushouders te mengen met woningen voor asielzoekers.

Dan kunnen er ook bij een buurt passende en gewenste voorzieningen voor spel, sport, stadslandbouw en voor ontmoeting ingepast worden. Op termijn kan mogelijk ook een (of beide) van de daar aanwezige boerderijen een aangepaste functie krijgen. Gecombineerd met de kwaliteit die aan een landschappelijke en functionele inpassing gesteld moet worden is er uiteindelijk in de (verre) toekomst wellicht plaats voor rond de 500 woningen. Niet het aantal, maar de manier waarop en de inpassing in het landschap bepalen de uitkomst. Het is gewenst de Europalaan snel om te vormen tot een park/wandellaan naar en van de Cleene Hooge. De overgang van de bebouwing naar het buitengebied dient een parkachtig karakter te krijgen, met wandelmogelijkheden/ommetjes en wellicht ook een fietsverbinding. Ontsluiting kan plaatsvinden via de Walcherseweg en in de verre toekomst wellicht ook de kruising Laan der Verenigde Naties/Laurens Stommespad. j. Het azc valt, als daarvoor wordt gekozen, in de eerste fase van de Cleene Hooge goed te realiseren. Grootschalige noodhulp/noodopvang past daar niet. Dat past niet in een woonbuurt. Zowel naar locatie niet als naar de aard ervan. Daarvoor komt een meer centrale plek in de stad meer in aanmerking of wellicht nog beter (eventueel tijdelijk) vrijkomende gebouwen die daar voor in te richten zijn.

Het azc dient in ontwerp, uitvoering en gebruik meteen een integraal deel van de buurt en wijk te zijn. Duurzaam/biobased gebouwd en met de flexibiliteit om het later eventueel om te zetten in de woonbehoefte van anderen. Bijvoorbeeld studio’s voor ouderen, starters en studenten. Dat past ook in het beleid van het COA gericht op een inbedding als regulier deel van de wijk. En bij voorkeur gespreid door het nieuwe wijkgedeelte de Cleene Hooge. k. Omdat migratie een permanent gebeuren zal zijn is het beter op termijn een wat evenwichtiger spreiding van de opvang over de wijken te realiseren. Dat is in alle opzichten beter en past ook in de duurzame oplossing waar het COA zegt na te streven. Het voorkomt voortdurend en onnodig gedoe. Voor dat dit gewenste beleid in het nationale beleid is geregeld zullen nog een aantal jaren nodig zijn. Dat betekent a) kies nu voor een inrichting van de Cleene Hooge die ook voor de toekomst de gewenste is, zodat het gebruik van de woonfunctie flexibel kan variëren en b) kom tot een spreidingsplan over de gemeente van kleine duurzame ingepaste opvangmogelijkheden. Daar past dan ook op termijn vermindering van het aantal daarvoor bestemde woningen in de Cleene Hooge bij en wellicht ook elders in de Griffioen een paar kleine locaties met woningen voor asielzoekers.

Bijvoorbeeld door bouw op nog wat beschikbare plekken of door herstructurering en/of het omzetten van grotere woningen in appartementen. Dit kunnen mooie voorbeeldprojecten zijn voor zowel de gemeente als het COA.

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

51

l.

Een groot deel van de Cleene Hooge, nu nog agrarisch bestemd, kan landschappelijk waardevol gebied blijven met naar de Domburgse Watergang een open agrarisch, natuurlijk en waterrijk gebied met zicht op de duinen. Een gedeelte kan agrarisch blijven met bij voorkeur biologische en natuurinclusieve landbouw. De uitbreiding zal met juridische waarborgen voor de toekomst in een omgevingsplan moeten worden vastgelegd. Zodat het gebruik en vooral ook de grens juridisch vastliggen. m. Om op korte termijn al wat ruimte te kunnen bieden aan de grote behoefte aan sociale woningen zou bekeken moeten worden of niet al op korte termijn in Poppenroede een oplossing te vinden is, in het gebied aansluitend op de beoogde kerk en de Walcherseweg. Zoals dit voor het azc ook blijkt te kunnen. Passend in een structuurvisie voor heel Poppenroede, met daarbinnen ook de in de ontwerp Omgevingsvisie voorziene ontwikkelingen. Grootschalige woningbouw voorziet de omgevingsvisie niet in Poppenroede. Ook hier zal de manier waarop en de landschappelijke inpassing het totaal aantal op termijn te realiseren woningen bepalen. Een aantal van rond de 500 moet hier ook uiteindelijk gepland kunnen worden. Met een ov-hub en in de richting van de Zandvoortseweg natuurontwikkeling en een landschappelijk waardevolle inrichting.

En met de inpassing van het cultuurhistorische landhuizenproject waarover in 2007 een principebesluit is genomen en waar ook later nog over gesproken is. Met veel openbaar groen en wandelmogelijkheden. Een theehuis of iets dergelijks past hier ook zeker in. Een structuurplan voor Poppenroede is dus ook heel urgent. Voorkomen moet worden dat, zoals bij de kerk en de tandartspraktijk is gebeurd, de ontwikkeling van Poppenroede wordt bepaald door ad hoc wensen en besluiten. Belangrijk punt is ook een goede groene wandelverbinding naar het centrum. n. Opgeroepen wordt om een proces van planvorming te laten begeleiden door diverse (met name genoemde) deskundigen. Beantwoording a. Het wijkteam stelt vast dat er, als gevolg van het afzien van woningbouw langs het kanaal, extra druk ligt op andere locaties. Dit wordt beaamd. Bij de reactie op het voorontwerp is uitgelegd waarom deze locatie niet voor de hand ligt. De vaststelling van het wijkteam dat Poppenroede als mogelijk gebied voor wonen op de ontwikkelingenkaart aangegeven is, is niet juist. Er staan aan de westrand van Middelburg drie pijlen getekend, die aangeven dat er in deze zone gezocht wordt naar een of meerdere locaties voor uitbreiding. Een van de pijlen staat ter hoogte van het gebied Poppenroede, maar duidt niet per se op die locatie. In de definitieve ontwikkelingenkaart zal dit verduidelijkt worden. b.

Een antwoord op de vraag of Poppenroede een mogelijke woningbouwlocatie kan worden, zal naar verwachting in februari 2024 door de gemeenteraad gegeven worden in het kader van het uitgevoerde onderzoek naar woningbouwlocaties. Overigens heeft het inwonerberaad zich uitgesproken over deze plek en geadviseerd om hier niet te bouwen. c. Deze stelling wordt door ons onderschreven. d. Deze stelling wordt voor kennisgeving aangenomen. Een antwoord op de vraag of Cleene Hooge (naast de realisatie van een azc) een mogelijke woningbouwlocatie kan worden, zal naar verwachting in februari 2024 door de gemeenteraad gegeven worden in het kader van het uitgevoerde onderzoek naar woningbouwlocaties. Vanuit het inwonerberaad is overigens geadviseerd om op deze plek woningen toe te voegen. e. De dringende wens van het wijkteam om een nieuw hart voor de Griffioen te realiseren, is bekend. Het overleg hierover loopt. f. Hiervoor verwijzen wij naar de antwoorden onder b en d.

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

52

g. Dit kan worden bevestigd. Bij de eventuele ontwikkeling van Cleene Hooge zal er zeker de aandacht besteed worden aan een zo natuurlijk mogelijke overgang tussen de bebouwing en het buitengebied. h. In de zoektocht naar woningbouwlocaties voor de toekomst is inderdaad uitgegaan van een programmering van 130% (behoefte 900 woningen, opgave is 1.200 woningen). i. Ook dit is een vraag waarover naar verwachting in februari 2024 meer duidelijkheid is als de gemeenteraad een besluit heeft genomen over het onderzoek naar toekomstige woningbouwlocaties. j. Bij de besluitvorming over het azc (november 2023) is gekozen voor maximaal 150 flexibele opvangplaatsen. Deze flexibele opvang kan pas op zijn vroegst twee jaar na ingebruikname van het azc geeffectueerd worden. We onderschrijven dat het nieuwe azc een onderdeel van de wijk zou moeten zijn, zoals dat op de huidige locatie ook het geval is. k. In 2019 is door de gemeenteraad besloten opnieuw een azc te realiseren voor 330 personen. Middelburg heeft een lange traditie van azc’s, waaronder het huidige azc van dezelfde omvang en een eerdere van een grotere omvang. Eerder door de gemeenteraad al eens gesproken over een opdeling in kleinere locaties, maar ook toen is daar uiteindelijk niet voor gekozen.

Dat heeft enerzijds te maken met het kunnen bemensen door het COA en de mogelijkheid om begeleiding en voorzieningen (recreatie, sport, dagbesteding) voor de bewoners te kunnen faciliteren. Vijf kleinere locaties kunnen niet hetzelfde voorzieningenniveau en toezicht en begeleiding hebben als een grotere. Om ook kleinere gemeenten te enthousiasmeren voor de vestiging van een azc wordt in het land gekeken naar mogelijkheden voor kleinschaligere opvang. De staatssecretaris heeft dit ook benoemd in een brief aan de gemeenten in juni 2023. Hij gaat daarbij uit van langdurige samenwerking met het Rode Kruis bij de exploitatie van kleinere opvanglocaties. Het COA blijft verantwoordelijk, maar de dagdagelijkse gang van zaken valt dan onder het Rode Kruis. Of dit wenselijke ontwikkelingen zijn en of dit de bewoners van een azc en de omwonenden goed doet, is op dit moment nog niet duidelijk. Het is ook nog niet duidelijk of het Rode Kruis dit in heel Nederland kan bemensen. Net als het COA kampen ook zij met capaciteitsproblemen. Bij een azc van de omvang zoals we dat nu in Middelburg kennen is duidelijk dat het COA verantwoordelijk is voor de opvang en begeleiding van de mensen, daartoe de benodigde professionaliteit in huis heeft en aanspreekpunt is voor de aanpak van eventuele overlast.

Hoe die kleinschaligere opvang zich gaat ontwikkelen onder druk van de opvangcrisis is op dit moment niet duidelijk evenmin als de resultaten daarvan. l. Vooralsnog wordt de begrenzing tussen de mogelijke bebouwing en het landbouwgebied aangehouden, zoals deze is aangegeven in de ontwikkelvisie voor Cleene Hooge (varianten 2 tot en met 6) en op de ontwikkelingenkaart. Op het moment dat duidelijk wordt of (en wat) er behalve het azc nog meer aan bebouwing in het gebied kan komen en ook duidelijk wordt wat de begrenzing daarvan is, zal gestart worden met een natuurinclusieve inrichting van het niet te bebouwen deel. m. Hiervoor verwijzen wij naar de antwoorden onder b en d. n. We onderschrijven dat voor de planvorming deskundige inzet nodig is. Wie daarbij betrokken zullen worden is een keuze die op een later moment genomen zal worden. Aanpassing van de Omgevingsvisie Op de ontwikkelingenkaart zal het zoekgebied voor een locatie buiten het bestaand gebied duidelijker worden aangegeven.

Omgevingsvisie Middelburg 2050, notitie beantwoording zienswijzen – geanonimiseerde versie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13651247/1