23-085 Bijlage 1. Ingekomen stukken MZ
Tekst van het document
15
Iedere jongere doet mee
Uiteraard hebben we aandacht voor iedere klant. Maar jongeren krijgen extra aandacht in de dienstverlening vanuit de gedachte van preventie. Een jongere heeft immers nog een heel leven voor zich. Het is dan goed er vroeg bij te zijn. In dit kader gaat Orionis Walcheren, in samenwerking met Juvent, RBL en de VSO-PRO scholen, samen met de jongeren kijken hoe de dienstverlening voor jongeren toegankelijker kan worden en beter kan aansluiten op hun behoefte. Op verzoek van gemeenten kunnen ook middelen ingezet worden om jongeren te laten participeren wanneer zij vanwege hun situatie nog niet in staat zijn om te re-integreren. We streven naar duurzame oplossingen
De afgelopen jaren was het uitgangspunt ‘de korte weg naar werk’. Dit sloot toen goed aan bij de klantgroep die een korte afstand tot de arbeidsmarkt had. Zoals eerder genoemd hebben de meeste klanten nu een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Snel naar werk plaatsen leidt in veel gevallen tot vroegtijdige uitval. Om duurzaam werken te faciliteren moeten extra activiteiten plaatsvinden. Denk aan werkgevers begeleiden, aanvullende instrumenten zoals loonkostensubsidie en de no-risk polis. Maar ook de klanten goed voorbereiden op werk, aanpak van meerdere leefgebieden, begeleiding door een jobcoach, ondersteuning bij inkomensgevolgen. Het uitgangspunt voor de komende jaren is gewijzigd in ‘de korte weg naar duurzaam werk’. Ook binnen de re-integratie wordt ingezet op het realiseren van duurzame ontwikkeling bij een klant. Hierbij maken we gebruik van de laatste wetenschappelijke inzichten: We begeleiden klanten ontwikkelgericht op basis van leerdoelen in plaats van prestatiedoelen. We werken met klanten gestructureerd aan hun ontwikkeling (supported employment). We werken gestructureerd aan de intrinsieke motivatie van klanten. We versterken waar nodig cognitieve vaardigheden van klanten volgens de Feuerstein-methode. Wat mag het kosten Re-integratie (bedragen * € 1.000)
realisatie 2022 lasten baten
begroting 2023 lasten baten
Doorbelast pers. en werkinfra extra personele inzet loonkosten WiW/BsW overige re-integratie Bijdrage gemeenten
4.262 968 390 743
4.300 511 490 876
Subtotaal Directe apparaatskosten
6.363 932
6.730 0
6.177 940
6.177 0
653 0
653 0
6.830 940
6.830 0
Totaal product
7.294
6.730
7.117
6.177
653
653
7.770
6.830
Saldo
712 144 57 5.817
-565
287 0 0 5.891
-940
16
1e wijziging lasten baten
123 882 -202 -150
653 0 0 0
0
begroting 2023-1 lasten baten
4.423 1.392 288 726
939 0 0 5.891
-940
Re-integratie (bedragen * € 1.000)
begroting 2024 lasten baten
raming 2025 lasten baten
raming 2026 lasten baten
raming 2027 lasten baten
Doorbelast pers. en werkinfra extra personele inzet loonkosten WiW/BsW overige re-integratie Bijdrage gemeenten
4.569 985 309 634
4.720 1.019 329 602
4.877 1.054 339 585
5.038 1.089 375 567
Subtotaal Directe apparaatskosten
6.498 718
6.498 0
6.669 742
6.669 0
6.854 767
6.854 0
7.070 793
7.070 0
Totaal product
7.216
6.498
7.411
6.669
7.621
6.854
7.863
7.070
Saldo
500
5.998
500
6.169
-718
-742
500
6.354
500
6.570
-767
-793
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Doorbelasting Dit betreft de doorbelasting van interne kosten bij het Werkleerbedrijf (voor de reintegratietrajecten) en bij Bedrijfsvoering (voor de personele inzet voor re-integratie vanuit reguliere middelen). Extra personele inzet Dit betreft een vast bedrag van € 453.000 extra personele inzet en daarbovenop het beschikbare bedrag vanuit subsidies en overige opbrengsten. Opbrengsten betreffen ESF-subsidies, subsidies die via de arbeidsmarktregio lopen, extra vergoeding vanuit Middelburg/Veere voor begeleiding van Nuggers en vanuit het compensatiepakket Marinierskazerne. Voor 2024 en verder zijn veel posten onzeker, om die reden is het bedrag naar beneden aangepast. Loonkosten WiW/BsW De loonkosten van WiW lopen af in 2026. Voor BsW lopen ze jaarlijks op, wegens het groter worden van de aantallen Beschut Werk. Loonkosten tellen hier voor 30%, het restant van 70% komt ten laste van Loonkostensubsidies onder programma Inkomen. Overig re-integratie Hieronder vallen bijvoorbeeld plaatsingsvergoedingen voor werkgevers, kostenvergoedingen voor klanten, individuele instrumenten, ingekochte adviezen, externe jobcoaching en externe weerkleertrajecten.
Bijdrage gemeenten Gemeenten ontvangen via de algemene uitkering in het gemeentefonds middelen voor de uitvoering van de Participatiewet en middelen voor het minimabeleid. Dit valt in het cluster Participatie. Vanaf 17
2023 worden het klassieke re-integratiebudget en de participatie middelen voor de nieuwe doelgroepen ‘begeleiding regulier’ en ‘voormalig Wajong’ overgeheveld naar de algemene uitkering in het gemeentefonds. Tevens wordt de verdeling van het cluster Participatie herijkt. De middelen voor uitvoering Participatiewet, minimabeleid, klassieke re-integratie en participatie nieuwe doelgroepen zijn vanaf 2023 daardoor niet meer apart zichtbaar. Met name gemeenten en uitvoeringsorganisaties die de bekostiging willen blijven baseren op de Rijksfinanciering willen weten hoe deze fictieve budgetten ook in de toekomst berekend kunnen blijven worden. Berenschot heeft hiervoor een model ontwikkeld. Mede ook omdat in de Tweede Kamer een motie is aangenomen waarin is gesteld dat deze budgetten de komende jaren apart zichtbaar moeten blijven. De cijfers uit dit model komen significant hoger uit dan de oude meerjarenraming. Berenschot is hiervoor om een toelichting gevraagd, maar dit is nog in onderzoek. Wellicht is een deel verklaarbaar uit extra gelden vanuit het regeerakkoord. Maar interessant is ook om te weten of de verwachte stijging meer of minder is dan het landelijk gemiddelde. Omdat hierover nog geen uitsluitsel is hebben we voor de Rijksvergoeding vooralsnog de (lagere) reeks van de bestaande meerjarenraming uit de primaire begroting 2023 aangehouden.
18
Programma Werkleerbedrijf Wij zorgen voor passend beschut en beschermd rendabel werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt binnen het Werkleerbedrijf en bij externe opdrachtgevers. Door werk te bieden zorgen we ervoor dat deze groep maatschappelijk participeert. Het Werkleerbedrijf ziet het ontwikkelen van haar SW- en BsW-medewerkers en bijstandsgerechtigden als één van haar hoofdtaken. Dat betekent dat we niet alleen steeds in gesprek zijn met onze medewerkers over ontwikkeling, maar hier ook invulling aan geven door het zoeken naar passend werk. Wij richten ons niet op één werksoort, maar op een ruim palet aan werksoorten zodat de SW- en BsW-medewerkers intern zich kunnen ontwikkelen. Daarbij kan dit ook extern zijn in de vorm van Begeleid Werken of een detachering. Bijstandsgerechtigden stromen in op een passend werkleertraject binnen het Werkleerbedrijf en kunnen daarna via de route trajectbegeleiding en matching worden uitgeplaatst op de arbeidsmarkt. Het Werkleerbedrijf kan meerdere doelgroepen gaan bedienen, zoals arbeidsmatige dagbesteding of bijstandsgerechtigden in een tijdelijke baan. Een belangrijk financieel doel is rendementsverbetering. We werken toe naar een financieel gezond Werkleerbedrijf. Het omslagpunt is het jaar 2021. De eerste stap is om gelijk te komen met de landelijke benchmark, uiterlijk eind 2026.
En daarna een verdere verbetering, totdat Orionis zwarte cijfers schrijft op het onderdeel Werkleerbedrijf. Wat willen we bereiken Product Werkleerbedrijf (WLB)
Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2023-1
Begroot 2024
Beschikbaarheid van werkleertrajecten
nvt
150
75
150
% succesvol afgeronde werkleertrajecten
nvt
40 %
40 %
40 %
% intern werkzaam
68 %
59 %
59 %
54 %
Rendementsverbetering per jaar (excl. WSW-saldo)
-/- € 0,59 miljoen
€ 0,36 miljoen
€ 0,05 miljoen
€ 0,77 miljoen
Autonome ontwikkeling
Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2023-1
Begroot 2024
Saldo Wsw-lonen en Rijksvergoedingen
€ 1,77 mln negatief
€ 1,67 mln € 1,58 mln € 1,45 mln negatief negatief negatief
Wat gaan we daarvoor doen Het Werkleerbedrijf heeft een maatschappelijk rendement en is betaalbaar
In het implementatieplan ‘Toekomstbestendig Werkleerbedrijf’ is vastgesteld dat het Werkleerbedrijf toekomstbestendig is wanneer het Werkleerbedrijf:
19
Een structureel maatschappelijk rendement heeft voor inwoners die (nog) niet bij een reguliere werkgever kunnen werken. Het maatschappelijk rendement komt tot uiting in enerzijds het bieden van een beschutte werkplek en anderzijds het verzorgen van werkleertrajecten voor bijstandsklanten en andere doelgroepen. Betaalbaar is voor gemeenten. Doelen rondom deze betaalbaarheid zijn uitgewerkt in het implementatieplan.
De volgende acties staan centraal in deze begrotingsperiode: Ontwikkelen SW en Ontwikkeling vindt plaats in eigen functie, naar een andere functie Beschut binnen het Werkleerbedrijf of naar een functie buiten het medewerkers Werkleerbedrijf (detachering of Begeleid Werken). Het aantal gedetacheerden is eind 2026 verdubbeld. Hierdoor ontstaat tevens meer ruimte om extra “leerstoeltjes” te creëren. Project in samenwerking met de afdeling Werk: ontwikkelen & detacheren. Werkplekleren als Het Werkleerbedrijf biedt met werkplekleren mensen in de bijstand springplank naar de mogelijkheid om arbeidsritme op te doen en werkervaring op te reguliere bouwen. arbeidsmarkt Het aantal bijstandsklanten op een werkleerplek wordt binnen 2 jaar verdubbeld. Project in samenwerking met de afdeling Werk: Werkplekleren. Het Werkleerbedrijf Het Werkleerbedrijf wordt een tijdelijke werkgever voor mensen die wordt een ondanks alle begeleiding en interventies nog niet zelfstandig werkgever voor duurzaam op de arbeidsmarkt kunnen functioneren. mensen die nu nog Inzet van LKS en no-risk polis. in de bijstand zitten Klanten maximaal faciliteren om duurzaam uit te stromen. Terugdringen ziekteverzuim
Verbeteren financieel rendement
Verzuimbegeleiding verbeteren door training leidinggevenden, opnieuw invoeren Sociaal Medisch Overleg en aanpassing afspraken met bedrijfsarts en praktijkondersteuner bedrijfsarts. Sneller op zoek naar beter passend werk. Sneller beoordelen of SW medewerkers nog in staat zijn om te blijven werken. In die situaties in gesprek gaan met medewerkers over dagbesteding, vervroegd pensioen of uitstroom naar WIA. Verhogen output door lean werken, transformatie verpakken en alle uren en magazijn- en vervoerkosten doorberekenen. Verbreden klantenbasis en verhogen omzet door “meer handel”, samenwerking met UWV en meer opdrachten vanuit gemeenten. Verlagen kosten door terugdringen van het aantal voertuigen, aanpassen van de infrastructuur en daling van het aantal leidinggevenden als gevolg van een krimpend personeelsbestand. Normalisatie van de huisvestings- en ICT kosten en doorbelasten van de interne dienstverlening. Gemeenten gaan een kostendekkend tarief betalen voor de inzet van de Buitendienst. 20
Zie voor de details het plan van aanpak met 17 concrete acties, die inmiddels in gang zijn gezet.
Met gemeenten is afgesproken dat zij de volgende acties inzetten: 1. Drie rollen zoals overeengekomen in het implementatieplan: Gemeenten als werkgever van SW medewerkers (of bijstand) Gemeenten als opdrachtgever voor het Werkleerbedrijf Gemeenten als inkoper met invulling SROI 2. Het vergoeden van minimaal kostendekkende tarieven voor Buitendienst activiteiten (Veere doet dit al) 3. Meedenken over bestemming vrijkomende hallen en terrein Wat mag het kosten Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)
realisatie 2022 lasten baten
begroting 2023 lasten baten
Werkinfrastructuur Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product
6.390 15.788 -1.544 20.635 459 21.093
6.376 14.759 -1.558 19.577 463 20.040
Saldo
5.012 13.600 18.612 0 18.612
6.214 13.177 19.391 0 19.391
1e wijziging lasten baten 706 736 0 1.442 0 1.442
-460 736 276 0 276
begroting 2023-1 lasten baten 7.082 15.495 -1.558 21.020 463 21.482
5.754 13.913 19.667 0 19.667
-2.481
-649
-1.166
-1.816
Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)
begroting 2024 lasten baten
raming 2025 lasten baten
raming 2026 lasten baten
raming 2027 lasten baten
Werkinfrastructuur
6.885
6.325
6.707
6.692
6.503
6.835
6.368
6.735
Wsw-doelgroep Doorbel. re-integr. Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product
15.116 -1.611 20.390 677 21.067
13.671
14.741 -1.665 19.783 700 20.483
13.582
14.513 -1.723 19.294 724 20.018
13.550
14.381 -1.781 18.968 748 19.716
13.405
Saldo
19.996 0 19.996 -1.071
20.274 0 20.274 -209
20.385 0 20.385
20.140 0 20.140
368
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.
21
424
Saldo onderdelen Werkleerbedrijf (+ = voordelig) (bedragen * € 1.000)
2022
2023-1
2024
2025
2026
2027
Werkinfrastructuur
-1.379
-1.329
-560
-15
332
367
Wsw-doelgroep
-1.767
-1.582
-1.445
-1.159
-963
-976
Wsw Lasten Per januari 2023 is een algemene salarisverhoging doorgevoerd van 1,9% t.o.v. juli 2022 (3,3% t.o.v. januari 2022). Daarnaast heeft de verhoging van het wettelijk minimumloon met 10,15% een extra verhogend effect op de laagste salarisschalen. Voor de jaren 2024 en verder rekenen we met een gemiddelde loonstijging van 3,3% per jaar. Met ingang van 2025 houden we rekening met de afschaffing van het belastingvoordeel Lage Inkomens, een korting van ongeveer 1 ton nadelig. Baten De Rijksvergoeding is gebaseerd op de meest recente Rijkscirculaire: september 2022, verhoogd met een verwachte bijstelling vanwege de gestegen loonkosten 2023. Een bijgestelde Rijksvergoeding zal in de maand mei worden bekendgemaakt. Met ingang van 2024 is de vergoeding gecorrigeerd voor de gemiddelde loonstijging van 3,4% per jaar. Ook de blijfkansen (het dalingspercentage fte’s Wsw) voor de komende jaren zijn op die circulaire gebaseerd. De totale daling over de 5-jaarsperiode 2023-2027 is 36% ten opzichte van de stand eind 2022. Saldo Daarmee blijft het WSW-saldo voor 2023 gelijk aan wat in de primaire begroting is opgenomen. Voor 2024 treedt een nadeel op van € 147.000, voor 2025 daalt dit naar € 12.000 en m.i.v. 2026 slaat dit om in een voordeel ten opzichte van de meerjarenraming uit de begroting 2023.
22
Programma Inkomen Het programma inkomen bevat de inkomensvoorziening voor bijstandsgerechtigden en de verstrekking van bijzondere bijstand en minimaregelingen. Deelnemen aan de maatschappij door werk staat centraal, maar een toereikend leefbudget is een voorwaarde en daarom is een inkomen in de vorm van een uitkering soms (tijdelijk) nodig. Deze uitkeringsverstrekking moet rechtvaardig en rechtmatig: vanuit vertrouwen en maatwerk, maar tegelijkertijd het juiste gebruik van (armoede)regelingen actief stimuleren. De financiële problematiek van de burger kan niet los gezien worden van problematiek op andere leefgebieden. Een natuurlijke en soepel lopende samenwerking met de gemeentelijke toegangen voor het sociaal domein en aanpalende organisaties is daarvoor nodig. Door volop te blijven inzetten op re-integratie hebben we in 2021 een uitkeringsbestand bereikt waarvan de kosten passen binnen de Rijksvergoeding die daarvoor staat. Vanaf 2022 blijft dit een positief saldo. Wat willen we bereiken Product Inkomen
Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2023-1
Begroot 2024
De ontwikkeling van het klantenaantal is positiever dan landelijke cijfers
46 nadelig
0
30 nadelig
30 nadelig
Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar
2789
2890
2759
2864
Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen
€ 1,68 mln negatief
€ 0,31 mln overschot
€ 0,28 mln negatief
€ 0,49 mln negatief
Van aanvraag tot afhandeling: alle aanvragen zijn binnen x weken afgehandeld en betaalbaar gesteld
88 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 4 weken 3 weken 3 weken 3 weken
Rechtmatigheid: % onderzoeken wat leidt tot wijziging uitkering
22 %
20-30%
20-30%
20-30%
Wat gaan we daarvoor doen We hebben een eenvoudige dienstverlening zonder drempels
In het hoofdstuk Kadernota 2023 - 2026 wordt uitgebreid weergegeven hoe dit kader Orionis-breed en Walcheren-breed wordt ingezet. Voor het programma Inkomen worden aanvullend de volgende activiteiten ontwikkeld: We gaan onderzoeken of we het aanleveren van bankafschriften door de klant verder kunnen vereenvoudigen. We kennen zoveel mogelijk voorzieningen automatisch toe zodat de klant geen aanvraag hoeft te doen. We sturen actief op vereenvoudiging van (eigen of gemeentelijk) beleid om de dienstverlening laagdrempelig te houden.
23
We maken het makkelijker om een bijstandsaanvraag in te dienen. Dit doen we door: We zorgen dat altijd een digitale en papieren aanvraag mogelijk is. Als het de klant zelf niet lukt om de aanvraag in te dienen helpen we de klant hierbij. We benaderen een klant wanneer we zien dat hij wel een aanvraagformulier heeft aangevraagd, maar de aanvraag nog niet heeft ingediend. We zijn het aanvraagproces voor een uitkering aan het aanpassen: we hebben de bewijslast van de klant verminderd. Wanneer een aantal documenten niet is aangeleverd bellen we de klant in plaats van het versturen van een brief. We hanteren de menselijke maat vanuit het perspectief van de inwoner
Bij de invulling van dit kader staat het hanteren van de omgekeerde toets centraal: we zoeken naar mogelijkheden om een inwoner gericht te ondersteunen als zijn/haar situatie hier om vraagt. Vervolgens kijken we wat dat kost én oplevert. Pas als dit helder is, komt de juridische toets. Dit brengen we als volgt in de praktijk: Uitgangspunt zijn de behoeften van de inwoner. Wanneer een klant bijzondere bijstand aanvraagt is maatwerk altijd een optie. Hiervoor is vaak samenwerking met andere domeinen noodzakelijk. Zie ook het kader ‘We maken onderdeel uit van een brede gemeentelijke ondersteuning voor inwoners’. Ook bij toepassing van de kostendelersnorm biedt de wet ruimte voor maatwerk. Bij een heronderzoek ligt de focus tot nu toe op een toets op het recht op een uitkering. We verbreden dit nadrukkelijk naar een toets of de klant een toereikend leefbudget heeft. Andere activiteiten zijn: Vanaf 1 januari 2023 is de Participatiewet aangepast. De kostendelersnorm wordt niet meer toegepast voor klanten tot 27 jaar. Dit voorkomt dat kinderen uit huis moeten om te voorkomen dat hun ouders gekort worden op hun uitkering. Snelle en rechtvaardige toepassing van de energietoeslag 2023. Voorkomen is beter dan genezen
We willen niet-gebruik van voorzieningen terugdringen. Hiervoor doen we twee activiteiten: We sporen niet-gebruik zo veel mogelijk op. Dit doen we door geautomatiseerde bestandsvergelijkingen (passend binnen AVG) en door goed klantmanagement. Een mooi voorbeeld bij dit laatste is de afhandeling van de energietoeslag. Diverse klanten die deze aanvraag deden werden gewezen op andere voorzieningen waar zij voor in aanmerking komen. Ook in de beschikking voor de energietoeslag werd de klant gewezen op andere voorzieningen. Daarnaast bouwen we de “promotie” en PR uit om inwoners zo effectief mogelijk te informeren over mogelijke regelingen en voorzieningen. Dit doen we in eerste instantie door te zorgen dat zo veel mogelijk instanties op Walcheren dit aanbod kennen. Daarnaast gaan we op termijn kijken hoe we inwoners rechtstreeks kunnen bereiken. Samen met gemeenten – die hiervoor ook extra Rijksmiddelen ontvangen – zullen we plannen uitwerken.
24
We maken onderdeel uit van een brede gemeentelijke ondersteuning voor inwoners
In de bijstand zijn twee groepen klanten te onderscheiden: 1. Klanten die begeleid kunnen worden naar werk. Orionis Walcheren treedt voor deze klanten als regisseur op en doet een beroep op de andere partijen (WMO en zorgpartijen) ter ondersteuning van de re-integratie. 2. Klanten die gebaat zijn bij maatschappelijke ondersteuning. Deze groep betreft circa 2.000 klanten. De personele bezetting van Orionis Walcheren is toegerust om aanvragen voor het armoedebeleid adequaat af te handelen. Maar niet toereikend om actief met deze klanten contact op te nemen. Voor de tweede groep klanten treden gemeenten op als regisseur en ondersteunt Orionis Walcheren hierin. We gaan de komende periode in overleg met elke gemeente om duidelijk te krijgen hoe zij deze regierol gaan oppakken. Andere activiteiten zijn: Intensievere samenwerking met WMO en wijkteams van gemeenten. Met Middelburg en Veere zijn afspraken hierover gemaakt. Met Vlissingen moet dit nog opgestart te worden. Adviseren van gemeenten ten aanzien van een nieuw armoedebeleid, vanuit onze ervaring wat klanten nodig hebben en welke regelgeving eenvoudig uitvoerbaar is. Iedere jongere doet mee
Bij jongeren zien we ook een veranderende doelgroep met multi problematiek, LVB en een grote hulpvraag. We zien vaak dat jongeren nergens terecht kunnen met deze hulpvraag. We gaan de komende beleidsperiode in overleg met gemeenten en jongeren hoe deze hulpvraag wel opgepakt kan worden. Samenwerking met diverse Walcherse instanties om digitale en fysieke locaties in te richten op plaatsen waar jongeren zich ophouden. Eerst vertrouwen opbouwen en verbinden, dan de route bekend maken om op meer fronten ondersteuning te krijgen. Op scholen, buurthuizen, jeugdhonken en andere plaatsen waar de jeugd gewend is samen te komen zorgen we voor posters en kijken we naar mogelijkheden van “serious games” om de jongeren te laten ervaren hoe het is en hoe het kan zijn om deel te nemen aan de maatschappij en om te kunnen gaan met (financiële) tegenvallers.
Klantenaantal bijstand Voor 2023 is een nieuwe klantenprognose gemaakt. De gehanteerde uitgangspunten zijn: Instroom is gebaseerd op 29,0% van de beginstand, op basis van vergelijkbare cijfers 2022 en 2019 (28,8 resp. 29,5). Uitstroom werk is gebaseerd op de opgave van afdeling Werk (280, in primaire begroting stond 275 dus dit getal is gehandhaafd). Uitstroom overig is gebaseerd op 20,2% van de beginstand (gelijk percentage als 2022). Het maandpatroon 2023 is gelijk gehouden aan maandpatroon 2022. Klantaantallen Dit leidt tot de volgende cijfers en grafiek. 25
PW-uitkeringen Beginstand Instroom 27+ Instroom 27ov. toekenningen Uitstroom Werk Uitstroom overig Eindstand
Jaarnorm 2023 2.789 544 215 50 -275 -563 2.759
Realisatie heel 2022 2.858 544 233 45 -315 -576 2.789
Realisatie heel 2021 2.935 586 303 55 -385 -636 2.858
Realisatie heel 2020 2.902 602 280 65 -280 -634 2.935
Realisatie heel 2019 3.073 582 259 65 -401 -676 2.902
2.782
2.832
2.958
2.942
3.007
Gemiddelde
klantenbestand 2023 PW
2800
2789
2770
2759 doelstelling (1e BW apr 23) 2740 1 jan
jan
feb
mrt
apr
mei
juni
jul
aug
sept
okt
nov
dec
Wat mag het kosten Inkomen
realisatie 2022
begroting 2023
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Inkomensvoorziening Buig
46.525
46.434
46.408
46.721
5.785
5.190
52.193
51.911
Onderzoekskosten BBZ
40
0
100
0
0
0
100
0
Tozo-regeling
428
428
0
0
350
350
350
350
Energietoeslag
9.271
9.271
0
0
9.400
9.400
9.400
9.400
Leefgeld Oekraïne
1.245
1.245
0
0
1.200
1.200
1.200
1.200
Bijz.bijstand/minimareg.
5.894
5.894
6.164
6.165
0
-1
6.164
6.164
24
0
29
9
0
-9
29
0
Subtotaal
63.427
63.273
52.701
52.895
16.735
16.130
69.436
69.024
Directe apparaatskosten
3.318
0
3.348
0
0
0
3.348
0
Totaal product
66.746
63.273
56.049
52.895
16.735
16.130
72.785
69.024
overig
Saldo
-3.473
1e wijziging
-3.155
26
begroting 2023-1
-606
-3.760
Inkomen
begroting 2024
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
raming 2025 baten
lasten
raming 2026 baten
lasten
raming 2027 baten
Inkomensvoorziening Buig
54.393
53.906
55.888
55.049
57.510
56.451
59.103
57.903
Onderzoekskosten BBZ
100
0
100
0
100
0
100
0
Tozo-regeling
350
350
350
350
300
300
300
300
Energietoeslag / leefgeld
0
0
0
0
0
0
0
0
Bijz.bijstand/minimareg.
6.373
6.373
6.590
6.590
6.814
6.814
7.046
7.046
30
0
31
0
33
0
34
0
61.246
60.630
62.959
61.989
64.756
63.565
66.582
65.249
overig Subtotaal Directe apparaatskosten
3.619
0
3.742
0
3.870
0
4.001
0
Totaal product
64.865
60.630
66.701
61.989
68.626
63.565
70.583
65.249
Saldo
-4.235
-4.713
-5.061
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Inkomensvoorziening BUIG Dit betreft de bijstandsuitkering PW, de IOAW, IOAZ en BBZ. De lasten 2023 zijn gebaseerd op de meest recente prognose van het klantenaantal, zoals hiervoor is beschreven. Daarbij is rekening gehouden met de verhoging van het wettelijk minimumloon, dit werkt door in de uitkeringslast met een verhoging van 10,15%. De Rijksvergoeding is gebaseerd op de voorlopige vergoeding 2023 zoals deze in september 2022 bekend is gemaakt. Deze vergoeding wordt in september 2023 definitief vastgesteld en kan nog wijzigen. De afgelopen jaren hebben laten zien dat daarin grote schommelingen kunnen optreden, tot wel € 2 miljoen per jaar. Ook de vergoeding is in de begroting opgehoogd met 10,15% effect vanuit de stijging van het minimumloon omdat het Rijk toezegt dit te zullen compenseren. Afgezien van deze verhoging stijgt de vergoeding ten opzichte van 2022 met € 2,08 miljoen. Dit als gevolg van een groter aandeel wat Walcheren ontvangt vanuit het landelijke macrobudget. De ongeveer 70 verdeelkenmerken die bepalen welk deel de gemeente vanuit het macrobudget ontvangt worden eens per jaar geactualiseerd: de waarde daarvan schuift een jaar op.
De waardes hebben een vertraging van 2 of 3 jaar (in september 2022 is voor de Rijksvergoeding van 2023 een actuele stand per ultimo 2021 voorhanden, of soms zelfs 2020). Als het Walcherse aandeel stijgt betekent dit dat de kans op bijstand op Walcheren relatief hoger is geworden ten opzichte van landelijk gemiddeld. En daarom wordt er meer budget verstrekt. Die verhoogde kans was er dus 2 (of 3) jaar geleden al; immers de waardes van de verdeelkenmerken lopen 2 of 3 jaar achter. De
27
-5.334
verhoogde bijstand heeft zich in de praktijk al voorgedaan de afgelopen jaren. Het bijbehorende budget wordt nu pas verhoogd. In 2021 en 2022 is de ontwikkeling van het klantenaantal bij Orionis achter gaan lopen bij de landelijke ontwikkeling. De daling van het klantenbestand (het saldo van instroom en uitstroom) op Walcheren ging minder hard dan gemiddeld in Nederland. Zolang er niet extra geïnvesteerd gaat worden in re-integratie is het de reële verwachting dat dit voortduurt. Voor 2022 ging het om 46 klanten. Voor 2023 en verder rekenen we vooralsnog met tweederde daarvan, 30. Dus per jaar gaan we 30 extra klanten achterlopen op het landelijk gemiddelde. De Rijksvergoeding wordt wel op de landelijke ontwikkeling aangepast. Dit heeft gevolgen voor het saldo BUIG en betekent dat het saldo oploopt tot een tekort van € 1,2 miljoen in 2027.3 Tozo-regeling De terugbetalingsplicht van de verstrekte Tozo-kredieten loopt van juli 2022 tot juli 2028. Ontvangen gelden worden volledig terugbetaald aan het Rijk, voor Orionis dus budgettair neutraal. Het uitstaand saldo begin 2023 bedraagt € 1,73 miljoen. Energietoeslag In 2023 wordt opnieuw een eenmalige energietoeslag uitgekeerd. Definitieve regelgeving volgt medio dit jaar. Naar verwachting zullen de toekenningen licht hoger zijn dan 2022 vanwege nagekomen aanvragen 2022.
Deze toekenningen worden volledig door de gemeenten vergoed (vanuit Rijksvergoedingen), voor Orionis dus budgettair neutraal. Voor 2024 en verder is vooralsnog geen energietoeslag meer voorzien. Leefgeld Oekraïners De situatie met betrekking tot leefgeld voor Oekraïners loopt door in 2023. Wel zijn er per februari 2023 wijzigingen doorgevoerd in de hoogte van de bedragen en in de samenloop met arbeid. Daarmee dalen de lasten per maand. Vooralsnog zijn we uitgegaan van een volledig jaar. Deze toekenningen worden volledig door de gemeenten vergoed (vanuit Rijksvergoedingen), voor Orionis dus budgettair neutraal. Voor 2024 en verder zijn er nog geen bedragen opgenomen gezien de grote onzekerheid hierover. Bijzondere bijstand en Minimabeleid Bij deze posten is er sprake van een open-einde regeling. Iedere aanvrager die recht heeft wordt toegekend. Bij ongewijzigd gemeentelijk beleid zullen de uitgaven ongeveer op eenzelfde niveau liggen als voorgaand jaar, tenzij er meer mensen onder de doelgroep vallen. Vanuit de bijstandspopulatie is dit beperkt. De uitgaven zijn begroot op basis van de werkelijke uitgaven 2022, verhoogd met de VZG index. Belangrijke doelstelling voor de komende begrotingsperiode is garanderen van financiële bestaanszekerheid. Binnen dit programma en binnen het programma Schuldhulpverlening zijn de diverse acties met name daar op gericht.
Meer inkomensondersteuning is voor 2024 begroot door een groter beroep op minimaregelingen en bijzondere bijstand, vooralsnog is hiervoor de reguliere VZG-index van 3,4% (jaarlijks) opgenomen. 3 Bij 46 klanten bedraagt dit € 2,0 miljoen
28
Programma Schuldhulpverlening De afgelopen jaren is de aandacht voor het onderwerp schuldhulpverlening gegroeid. Erkend wordt dat de problematiek groot is. Inwoners met problematische schulden zoeken in veel gevallen pas laat hulp. Met als gevolg dat de problematiek nog groter wordt of verborgen blijft. Terwijl een schuldenvrij bestaan een solide basis vormt om volwaardig mee te doen in de maatschappij. Het programma Schuldhulpverlening bevat alle interventies voor inwoners van Walcheren met financiële zorgen. Met als doel schuldenproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen en dat mensen met schuldproblematiek zich als vanzelf tot de juiste instantie wenden. Hierbij moeten ze kunnen rekenen op een rechtvaardige, begripvolle en duurzame oplossing die hen weer perspectief biedt. Daarnaast moeten we onze ambitie in de context van de economische ontwikkelingen plaatsen. Ook constateren wij een toename van schulden onder jeugdige inwoners; zij verdienen extra aandacht. Wat willen we bereiken Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2023-1
Begroot 2024
36 % 5%
> 35% < 10%
> 35% < 10%
> 35% < 10%
Maximaal 7 werkdagen tussen de melding en een gesprek met SHV-er
86 %
90%
90%
90%
Percentage geslaagde schuldregelingen
83 %
80%
80%
80%
Aantal extra interventies SHV voor kwetsbare doelgroepen*)
109
150
150
150
Vroegsignalering: % waar we mee in contact komen % wat geen hulp accepteert
*) statushouders, klanten op werkleertraject, jongeren en ondernemers
Wat gaan we daarvoor doen We hanteren de menselijke maat vanuit het perspectief van de inwoner
De looptijd van de WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) wordt verkort van 36 maanden tot 18 maanden, waarschijnlijk met ingang van januari 2024. De achtergrond hiervan is dat het kabinet inwoners perspectief wil bieden op een toekomst zonder geldzorgen, en daarmee ook de drempel naar schuldhulpverlening toegankelijker maken. De termijn van een Msnp-traject (Minnelijke schuldsanering natuurlijke personen) is in tegenstelling tot de Wsnp geregeld in een onderlinge afspraak tussen schuldhulpverleners en schuldeisers. Belangrijk is dat de doorlooptijden van beide trajecten vergelijkbaar zijn, zodat het geen ‘perverse’ prikkels kent waardoor het ene traject ‘aantrekkelijker’ wordt dan het ander. Het NVVK adviseert om die reden alle leden om ook de looptijd van Msnp te verkorten naar 18 maanden. De verkorting van de looptijd Wsnp en Msnp zorgt ervoor dat inwoners sneller verlost zijn van problematische schulden. Tegelijkertijd is er voor een financieel zorgeloze toekomst meer nodig dan een snellere doorlooptijd van deze trajecten: door de kortere doorlooptijd wordt de financiële hulpverlening en de begeleiding van de klant intensiever. Preventie en nazorg wordt nóg belangrijker en dit speelt zich af buiten de schuldregeling om. Voor een succesvolle dienstverlening komt nog meer de nadruk op motivatie en 29
gedragsbeïnvloeding te liggen. Om deze wijzigingen vanuit klantperspectief goed door te kunnen voeren worden de volgende acties opgestart: We blijven inwoners stimuleren om hulp te vragen en schuldregelingstrajecten op te starten. En we houden contacten warm met inwoners waarbij dit niet direct lukt. We houden contacten warm met schuldeisers en bereiden hen ook voor op de verkorting van de Wsnp en Msnp. We gaan de invulling van financiële hulpverlening, begeleiding en ondersteuning voor, tijdens én na de periode van schuldregelen herijken. Daarnaast gaan we de komende periode de komende activiteiten ontplooien: De afgelopen jaren hebben we vaker ingezet op het saneringskrediet. Dit middel heeft grote voordelen voor de klant. Om die reden gaan we de komende periode nog meer hierop inzetten. Het uitgangspunt wordt: saneringskrediet tenzij.. Verbeteren van de stabilisatiefase. De belangrijkste periode voor de klant is de stabilisatieperiode: zorgen dat de stress van brieven, telefoontjes en deurwaarders weg is en er gewerkt kan worden aan een stabiele financiële situatie. Deze periode is ook geschikt om te verbinden met klanten en mogelijk ook andere dienstverlening en oplossingen uit te werken. We verwachten – op basis van de economische ontwikkelingen - nog steeds een grotere toeloop voor schuldhulpverlening.
Wanneer we niet tijdig de personele capaciteit kunnen opschalen, zijn we genoodzaakt deze stabilisatiefase te verlengen. Wanneer deze fase kwalitatief goed is, is dit een acceptabel tijdelijk alternatief. Wanneer een klant zich meldt met problematische schulden is het zaak snel een volledig inzicht in de schulden te krijgen. Hiervoor is het schuldenknooppunt in het leven geroepen. Dit is een publiek-private samenwerking tussen schuldhulpverleners en schuldeisers, gericht op gegevensuitwisseling tussen schuldhulpverleners en schuldeisers makkelijker en sneller te maken. We gaan het gebruik hiervan actief promoten. We staan steeds in verbinding met klanten
In het hoofdstuk Kadernota 2023 - 2026 hebben we toegelicht wat de status is van het generieke klanttevredenheidsonderzoek. De NVVK heeft specifiek voor klanten van de schuldhulpverlening een onderzoek onder onze klanten uitgevoerd. Ze hebben hier zes criteria onderzocht van de zogenaamde NVVK belofte. Deze criteria komen in grote mate overeen met de kaders in onze kadernota. Zo wordt gesproken over werken vanuit vertrouwen en zonder drempels en duidelijkheid. Aan dit onderzoek hebben uiteindelijk 84 klanten meegedaan. Deze resultaten hiervan staan hieronder weergegeven. Criterium Aanmelden zonder drempels Hulp op basis van vertrouwen Duidelijkheid waar je aan toe bent Geen klanten buiten de boot (brede dienstverlening) Druk van schuldeisers verlagen Zo goed mogelijk schuldenzorg vrij
30
Rapportcijfer 8,3 8,4 8,4 7,5 7,9 7,9
De resultaten worden door het NVVK als goed beoordeeld. Ze geven nadrukkelijk aan dat klanten de ingeslagen weg positief ervaren. Voorkomen is beter dan genezen
Een belangrijke stap binnen dit kader is de wettelijke plicht tot vroegsignalering vanaf 1 januari 2021. Om vroegsignalering verder uit te bouwen gaan we de komende periode het aantal partners (met name leveranciers van vaste lasten) waarmee we samenwerken verder uitbreiden. Tevens gaan we in overleg met de partners kijken hoe we effectiever de achterstanden van klanten kunnen inlopen en voorkomen. Hiervoor wordt op termijn (middels een begrotingswijziging) een beroep gedaan op de extra middelen die gemeenten hiervoor vanuit het Rijk hebben ontvangen. Een andere stap om problemen te voorkomen is actiever in te zetten op budgetbeheer en budgetbegeleiding. Dit betreft klanten vanuit de vroegsignalering, klanten in de uitkering en klanten waarvan de uitkering of schuldregeling is beëindigd. Belangrijk aandachtspunt hierbij is of we kunnen leunen op marktpartijen of dat we als Orionis Walcheren deze dienst beter zelf kunnen uitvoeren. In de loop van 2023 komen we met een voorstel hierover. Hierbij nemen we ook de huidige financiering van de marktpartijen vanuit de bijzondere bijstand in mee. We streven naar duurzame oplossingen
Activiteiten die we de komende periode gaan opstarten: Nazorg uitbreiden bij schuldhulpverlening nadat aflostermijn is verkort. Veel van onze klanten hebben een bewindvoerder. Een optimale samenwerking met bewindvoerders is van belang voor de goede dienstverlening en een duurzame schuldenrust voor klanten. Om deze samenwerking te verbeteren gaan we convenanten met bewindvoerders afsluiten en een portal opzetten voor eenvoudige uitwisseling van gegevens. Ook de eerder genoemde inzet op budgetbeheer en budgetbegeleiding leidt tot duurzame oplossingen. Daarnaast heeft Orionis Walcheren een wettelijke plicht om een beleidsplan integrale schuldhulpverlening op te stellen. De belangrijkste uitgangspunten voor dit beleidsplan zijn opgenomen in de kadernota en in dit programma. Hiermee zijn nog niet alle wettelijke onderdelen aan bod gekomen. Hierna is daarom in tabelvorm het totaaloverzicht opgenomen.
31
Wettelijk onderdeel
Uitvoering
Beoogde resultaten
Zie tabel ‘wat willen we bereiken’
Maatregelen kwaliteitsborging
Kwaliteitsborging vindt op 3 niveaus plaats: Audit door de NVVK, interne kwaliteitscontroles en intervisie binnen de afdeling
Beschrijving samenwerking met schuldeisers, waaronder vaste lasten partners (woningbouw, energie, water en zorgverzekeraars)
Bij het afsluiten van schuldregelingen wegen we het belang van zowel de klant als de schuldeisers. Door ons lidmaatschap bij de NVVK liften we mee op landelijke convenanten met grotere schuldeisers. Deze convenanten zijn gericht op het standaard meewerken van de schuldeisers aan schuldregelingen. Om snel informatie te kunnen uitwisselen zijn we aangesloten bij het Schuldenknooppunt Ten behoeve van vroegsignalering hebben we een groot aantal convenanten met vaste lasten partners gericht op het doorgeven van betalingsachterstanden. Aanvullend hebben we samenwerkingsafspraken met lokale vaste lasten partners om klanten snel oplossingen te kunnen bieden tijdens inloopspreekuren.
Beoogde termijn tussen aanmelding en startgesprek
Zie tabel ‘Wat willen we bereiken’
Vormgeving schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen
Er is geen specifieke dienstverlening voor deze doelgroep. Wel zijn schuldhulpverleners extra alert bij deze doelgroep. Indien nodig zal andere hulpverlening ingeschakeld worden.
Wat mag het kosten Schuldhulpverlening
realisatie 2022
begroting 2023
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
baten
1e wijziging
baten
lasten
baten
lasten
11
Subtotaal
11
44
15
94
0
-50
15
44
Directe apparaatskosten
1.204
0
1.215
0
0
0
1.215
0
Totaal product
1.215
44
1.230
94
0
-50
1.230
44
44
0
baten
Overige kosten Bijdragen klanten/derden
Saldo
15
begroting 2023-1
94
-1.171
-1.136
32
15 -50
-50
44
-1.186
Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Overige kosten Bijdragen klanten/derden Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo
begroting 2024 lasten baten
raming 2025 lasten baten
16 16 1.440 1.456
16 44 44 0 44
16 1.489 1.505
-1.412
raming 2026 lasten baten 17
45 45 0 45 -1.460
17 1.540 1.557
raming 2027 lasten baten 17
47 47 0 47
17 1.592 1.609
-1.510
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. De bijdragen van klanten of derden dalen door verschillende oorzaken, waar in de primaire begroting 2023 nog geen rekening mee was gehouden. Door de branchevereniging NVVK is het vragen van een maandelijkse vergoeding voor financieel beheer afgeschaft. In de loop van 2022 is het te hanteren rentepercentage voor klanten verlaagd van 3,6% naar 2,0%. Ook wordt het instrument van saneringskrediet meer ingezet in 2022 in het traject van minnelijke schuldregeling, hier staan geen bijdragen tegenover.
33
48 48 0 48 -1.561
Programma Overhead Wat willen we bereiken Een efficiënte en effectieve uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s binnen de kaders en budgetten die vastgesteld zijn. Wat gaan we daarvoor doen Informatie en digitalisering Informatie is erg belangrijk voor ons werk en onze bedrijfsvoering. Het informatiebeleid wat we hebben is echter nog niet voldoende mee ontwikkeld met de maatschappelijke ontwikkelingen en onze nieuwe missie, visie en rol. We investeren daarom in groeien naar informatie gestuurd / data gedreven werken. We willen lerend verbeteren en innoveren op basis van de feitelijke data. Hiervoor moeten we planmatiger monitoren en evalueren. Met de feitelijke data kunnen we ook de bedrijfsrisico’s behorende bij onze doelstellingen en onderliggende resultaten beter inschatten en managen. Hierdoor kunnen we de stap maken van geconfronteerd worden met risico’s naar risico’s (h)erkennen en passende beheersmaatregelen nemen. We gaan intensiever samenwerken met onze externe klanten. Daarvoor gaan we ook intern meer integraal samenwerken, buiten onze reeds bekende clusters. Onze klantdienstverlening moet hierop aansluiten, rekening houdend met de diverse wensen van onze externe èn interne klanten. Dit vraagt van ons dat we verder digitaliseren, in ‘the cloud’ gaan werken en veiliger leren omgaan met informatie.
Dit alles maakt dat we toe zijn aan een herziening van ons Informatiebeleid, maar ook een wijziging van de achterliggende processen, organisatie, mensen en middelen. Het jaar 2023 gebruiken we om inzichtelijk te maken waar de organisatie nu staat (nulmeting en structuur inzichtelijk maken) en wat nodig is om flexibel te kunnen reageren op de toenemende ontwikkelingen en veranderingen. Daarnaast bekijken we hoe we informatie kunnen weergeven en inzetten om onze klanten beter te faciliteren bij het gebruik van onze diensten en producten (drempelloze dienstverlening en andere vormen van klantparticipatie). Daarnaast bepalen we hoe we informatie intern kunnen gebruiken om efficiënter ons werk uit te voeren en onze eigendommen te beheren (meer automatiseren en digitaliseren). We leggen dit vast in een visie op Informatie en digitalisering. Deze vertalen we vervolgens naar Informatiebeleid en de benodigde digitaliseringsontwikkelingen (zoals M365, nieuw zaaksysteem) die we in de tweede helft van 2023 implementeren. Mensen als motor van verandering Het wel of niet halen van resultaten hangt steeds meer af van de mate waarop organisaties in staat zijn te anticiperen op externe factoren. Recente voorbeelden hiervan zijn corona en de Oekraïne oorlog. Het vraagt leiderschap om, ondanks dergelijke crises, als organisatie toch de focus op de lange termijn doelstellingen te houden.
Afgelopen jaren lag de focus op de ‘individuele leider’ en zijn/haar team. Ruimte om als team te bouwen aan een koers en tempo en daarin durven differentiëren. Op dit moment staan we op een ontwikkelkruispunt. Er is behoefte aan het ontwikkelen van een herkenbare 34
Orionis Walcheren leiderschapsstijl en een breed gedragen visie op (organisatie)verandering. Bij Orionis Walcheren moet je als leider vooral kunnen ‘zijn wie je bent’ en tegelijkertijd moet je een symbool zijn van ‘waar wij voor staan’ en hoe wij ‘de dingen hier doen’. Hier geven we in 2023 meer richting aan. De arbeidsmarkt is al jaren overspannen, zeker in Zeeland. We vergrijzen en ontgroenen hard. De mismatch tussen vraag en aanbod van vacatures groeit op meerdere fronten. Vacatures staan langer open en zowel de kwaliteit als de kwantiteit van kandidaten per vacature neemt af. Om op de arbeidsmarkt de concurrentie aan te kunnen, is het van belang dat er een samenhangend fundament onder de groeiende inspanningen van werving wordt gelegd door middel van een Employer Brand. Een herkenbare en onderscheidende merkbeleving die zowel in- als extern hout snijdt. Die echt is, die we waar kunnen en willen maken. In 2022 hebben we hiermee een start gemaakt. In 2023 stellen we deze vast en implementeren we de maatregelen die hieruit voortkomen. Communicatie Communicatie is een krachtig middel waar we veel mee kunnen bereiken. Zo helpt luisteren naar de doelgroep om dienstverlening te verbeteren, een dialoog om beter intern en extern te kunnen samenwerken en door communicatie kan je doelgroepen informeren en aanzetten tot actie.
Met onze communicatie beïnvloeden we op het gebied van kennis, houding en gedrag. Hierbij streven we naar evenwicht tussen waar Orionis Walcheren voor staat en hoe Orionis Walcheren en haar dienstverlening wordt waargenomen en gewaardeerd. Verdieping in de leefwereld van de ander vergroot de kans tot wederzijds begrip. Daarom kijken we goed naar zowel wat de ander doet in relatie tot Orionis Walcheren als naar de mens als individu in zijn eigen wereld. Hoe meer we weten van de leefwereld en context van ‘de ander’, hoe beter we onze communicatie kunnen richten, inrichten en verrichten. Het uitgangspunt dat de leefwereld en context van ‘de ander’ centraal staat bij het bepalen van de communicatie, betekent dat we niet op voorhand voor alles een passende strategie/aanpak kunnen en willen bepalen. In onze missie en visie is opgenomen dat we met onze aanpak beogen dat de klant Orionis Walcheren ervaart als flexibel, betrouwbaar, deskundig, toegankelijk, duidelijk en snel. Deze aspecten wegen mee in de te ontwikkelen strategie voor een organisatie/communicatie vraagstuk. We kunnen wel een ‘rode draad-aanpak’ benoemen waarmee wij, op termijn, het meest effect gaan sorteren ten aanzien van onze beoogde doelstellingen. We leggen daarvoor de focus op de volgende drie strategiën: □ Verbinden; doelgroepen voelen zich betrokken bij Orionis Walcheren.
□ Vereenvoudigen; doelgroepen begrijpen onze communicatie en kunnen hier functioneel mee uit de voeten. □ Vertellen; we delen onze oprechte verhalen. Doelgroepen kunnen zich hiermee identificeren en/of delen deze verhalen met anderen. Extra taken In 2023 liggen er een aantal taken bij Orionis die oorspronkelijk niet verwacht en begroot waren. Dit betreft: De uitvoering van de eenmalige energietoeslag 2023 35
De uitvoering van de leefgeldregeling Oekraïners De (verwachte) re-integratie naar werk van Oekraïners De (maatschappelijke) begeleiding Oekraïners (alleen Middelburg) De uitvoering van de SPUK-regeling voor gedupeerden van de kindertoeslagaffaire (voor gemeenten Middelburg en Veere) Coördinatietaken voor inburgering (Middelburg/Veere) Voor het grootste deel betreft dit een voortzetting van deze taken uit 2022. VZG-index De VZG heeft de indexering voor 2024 recent definitief vastgesteld op 3,4% (ongewijzigd) en voor 2023 alsnog verhoogd van 2,7% naar 7,2%. Deze aanpassing 2023 werkt uiteraard door in volgende jaren en is in de begroting en meerjarenraming toegepast op de reguliere exploitatievergoeding van de gemeenten en op de kostencomponenten. Zie verder onder hoofdstuk Algemene Dekkingsmiddelen. Onderzoek lastenverdeling I&A Samenwerking Op de heidagen is afgesproken de lastenverdeling van I&A samenwerking te onderzoeken. Dit wordt een gezamenlijke activiteit met Middelburg en Vlissingen. Wat mag het kosten Overhead
realisatie 2022
begroting 2023
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
Personeelskosten
14.801
0
14.151
Overig
5.067
1.166
4.991
Doorbel. re-integr.
-2.718
Steun/herstelpakket
baten
642
-2.743 820
1e wijziging
begroting 2023-1
lasten
baten
lasten
baten
1.547
0
15.698
0
523
751
5.514
1.393
-123 343
-2.866 0
343
Subtotaal
17.150
1.986
16.399
985
1.947
751
18.346
1.736
Directe apparaatskst.
-5.913
0
-5.966
0
0
0
-5.966
0
Totaal product
11.237
1.986
10.434
985
1.947
751
12.381
1.736
Saldo Reserveringen Saldo na reservering
-9.251 0
-9.448
30
0
-9.221
60 -9.388
36
-1.196 0
0 -1.196
-10.644 0
60 -10.584
Overhead
begroting 2024
raming 2025
raming 2026
raming 2027
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
lasten
Personeelskosten
15.477
Overig
5.507
Doorbel. re-integr.
-2.959
Regeerakkoordgelden
baten
baten
16.003 666
5.635
16.547 668
-3.056 0
baten
5.901
17.109 691
-3.155 0
baten
6.102
714
-3.259 0
0
Subtotaal
18.024
666
18.582
668
19.293
691
19.953
714
Directe apparaatskst.
-6.454
0
-6.673
0
-6.901
0
-7.134
0
Totaal product
11.570
666
11.909
668
12.392
691
12.819
714
Saldo Reserveringen Saldo na reservering
-10.904 0
-11.241
60
0
-10.844
60 -11.181
-11.701 0
54
-12.104 0
-11.647
0 -12.104
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Personeelskosten Evenals in 2022 liggen er in 2023 een paar incidentele, extra taken bij Orionis: De uitvoering van de eenmalige energietoeslag 2023 De uitvoering van de leefgeldregeling Oekraïners De (maatschappelijke) begeleiding Oekraïners (alleen Middelburg) De (verwachte) re-integratie naar werk van Oekraïners De uitvoering van de SPUK-regeling voor gedupeerden van de kindertoeslagaffaire (voor gemeenten Middelburg en Veere) In de begrotingswijziging 2023 zijn hiervoor nu de volgende budgetten voor opgenomen (tussen haakjes de budgetten 2022) Energietoeslag € 350.000 (2022: € 348.000) Leefgeld Oekraïners € 150.000 (deel van 2022 € 112.000) Re-integratie Oekraïners € 75.000 (2022: n.v.t.) Begeleiding Oekraïners (Middelburg) € 75.000 (deel van 2022 € 56.000) Kindertoeslagaffaire (Middelburg/Veere) € 40.000 (€ 17.500) Coördinatie/software inburgering (Middelburg/Veere) € 35.000 / € 16.000 Een risico ten aanzien van personele inzet is de beschikbaarheid van personeel. In de huidige krappe arbeidsmarkt is het geen automatisme dat vacatures vervuld worden of dat ziektevervanging kan worden ingezet.
Dit kan betekenen dat bepaalde taken niet of minder vervuld kunnen worden, of dat doelstellingen niet kunnen worden gehaald. Bij de start van 2023 is de personele bezetting op peil.
37
De cao ambtenaren leidt tot een loonkostenstijging voor Orionis van 7,99%. Dit percentage is per organisatie verschillend omdat een deel van de loonkostenstijging uit een vast bedrag bestaat en een deel uit een percentage. De werkelijke procentuele stijging is dan afhankelijk van het bestaande functiegebouw. Hoe hoger een bruto salaris, des te lager een procentuele loonstijging wordt. Tegenover deze verhoging staat ook een verhoging van de VZG-index met 4,5% bovenop de bestaande index. Dit is ongeveer passend om de loonkostenstijging te dekken. Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer In navolging van de Walcherse gemeenten wordt ook bij Orionis een reiskostenregeling woonwerkverkeer ingevoerd, de voorziene startdatum is augustus 2023. Voor Wsw- en BsW-personeel bestond deze al, voor ambtenaren nog niet. Voor de toekomende jaren worden de kosten ingeschat op € 231.000 per jaar waarbij rekening wordt gehouden met de verhoging van het fiscale tarief. Voor 2023 liggen de kosten incidenteel lager: € 88.000. Op deze manier blijft Orionis op de concurrerende arbeidsmarkt een aantrekkelijke werkgever die voldoende personeel aan zich kan binden en verbonden kan houden om de taken uit te voeren. In de huidige krappe arbeidsmarkt is dat zeker geen vanzelfsprekendheid. Huisvesting Eind 2022 is een nieuw 2-jarig contract afgesloten m.b.t. de levering van energie.
Het aflopende contract had een looptijd van 3 jaar. Onontkoombaar is dan ook dat we met fors hogere prijzen te maken krijgen. De prijzen voor 2023 zijn vastgelegd, deze zijn ongeveer het vijfvoudige van voorheen. Voor 2023 leidt dit tot € 268.000 meerkosten op jaarbasis. Dit betreft het algemene deel. De stijging van de energielasten binnen het WLB wordt bij dat programma meegenomen, en deels verdisconteerd in de tariefsaanpassing. De prijzen voor 2024 staan nog open. Alhoewel de marktprijzen inmiddels weer fors gedaald zijn is de verwachting van deskundigen dat we de komende jaren niet meer zullen terugkeren naar de prijsniveaus van voorheen. In de meerjarenbegroting gaan we daarom nog uit van een incidentele verhoging in 2024 van € 135.000, dus ongeveer de helft minder dan in 2023. ICT Voor de ICT kosten is gebruik gemaakt van de verwachting die door I&A Samenwerking is aangeleverd. Hierin zijn 4 kostenopdrijvende aspecten opgenomen die volgens I&A onontkoombaar zijn, zie onderstaande tabel. Twee daarvan zijn al definitief op basis van in 2022 genomen besluiten. Bedragen * € 1.000 2023 2024 2025 2026 2027 Doorbelasting overhead Vlissingen (besluit 2022) + 25 + 25 + 25 + 25 + 25 Microsoft365 (besluit 2022) + 157 + 103 + 103 + 103 + 103 Doorwerking groei aantal medewerkers -+ 50 + 50 + 50 + 50 Stijging licentieprijzen --+ 75 + 150 + 150 Totaal + 182 + 178 + 253 + 328 + 328
38
Overzicht taakvelden conform BBV Bedragen in € 1.000
1e begrotingswijziging 2023
Taak veld
lasten
primaire begroting 2024
baten
saldo
lasten
baten
saldo
0 Bestuur en ondersteuning 0.4
Overhead
20.968 -10.568
10.400
20.753
-10.079
10.674
0.5
Treasury
244 -18.286
-18.042
235
-18.285
-18.050
0.7
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen
0
0
0
0
0
0
0,9
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
0
0
0.10 Mutaties reserves
0
-60
-60
0
-60
-60
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
6 Sociaal Domein 6.3
Inkomensregelingen
74.015 -69.068
4.947
66.321
-60.674
5.647
6.4
WsW en Beschut Werk
21.770 -19.667
2.103
21.376
-19.996
1.380
6.5
Arbeidsparticipatie
7.482
652
6.907
-6.498
409
-6.830
0
Algemene Dekkingsmiddelen Wat mag het kosten VZG-index De VZG heeft de indexering voor 2024 voorlopig vastgesteld op 3,4% (was 2,7% voor 2023). Deze index is in de begroting en meerjarenraming toegepast op de reguliere exploitatievergoeding van de gemeenten. Met ingang van 2024 is ook nacalculatie afgesproken. Echter, deze systematiek is zodanig dat het 4 jaar later is voordat de nacalulatie ook daadwerkelijk verwerkt wordt in de indexering. In deze tijd van hoge inflatie en hoge cao-indexeringen is het vasthouden aan de reguliere indexeringssystematiek geen haalbare kaart. Dit zou betekenen dat de budgetten achterblijven bij de stijgende kosten, wat alleen opgevangen kan worden door formatievermindering. Dit leidt er vervolgens toe dat doelstellingen niet gehaald kunnen worden, en op andere terreinen zoals de BUIG extra kosten gaan ontstaan. Voor 2023 heeft de VZG daarom de index alsnog verhoogd, en wel van 2,7% naar 7,2%. Deze verhoging werkt structureel door naar de volgende jaren. Om die reden blijft de index van 3,4% voor 2024 en verder ongewijzigd. De aanpassing naar 7,2% (een plus van € 713.000) en de structurele doorwerking daarvan zijn in deze begroting en meerjarenraming verwerkt. Verwerking begrotingssaldo In de toelichting op het Overzicht van baten en lasten (pagina 49) is een tabel opgenomen waarin de belangrijkste elementen van het jaarsaldo zijn weergegeven.
Bij vaststelling van deze begroting worden de saldi verwerkt in de exploitatiebijdrage en daarmee wordt de begroting dan sluitend. Wat dit betekent voor de algemene dekkingsmiddelen is hieronder opgenomen.
39
0
Alg. dekkingsmiddelen
realisatie 2022
begroting 2023
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
baten
Extra bijdrage gemeenten Exploitatiebijdrage gemeenten
baten
1e wijziging lasten
Totaal alg dekkingsmiddelen
baten
0
0
15.597
16.267
544
16.811
713
713
1.761
762
15.390
Alg. dekkingsmiddelen
begroting 2024
(bedragen * € 1.000)
lasten
Extra bijdrage gemeenten
lasten
0
-207 0
baten
0
VZG verhoging 26/3/23 4,5% (Reductie) gemeentelijke bijdr.
begroting 2023-1
-999 0
15.268
raming 2025
baten
lasten
0
3.018
raming 2026
baten
lasten
0
18.286
raming 2027
baten
lasten
baten
0
0
0
0
17.342
17.707
18.175
18.644
Index VZG (3,4% ipv 2,7%)
111
223
336
450
VZG verhoging 26/3/23 4,5%
737
762
788
815
Exploitatiebijdrage gemeenten
(Reductie) gemeentelijke bijdr. Totaal alg dekkingsmiddelen
91 0
18.281
40
-387 0
18.305
-682 0
18.617
-540 0
19.369
Paragrafen Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemene reserve De algemene reserve wordt aangehouden als bufferfunctie voor de directe en indirecte kosten. De algemene reserve mag volgens de GR maximaal 5% van de jaarlijkse directe en indirecte kosten bedragen. De verwachte stand per ultimo 2023 is nihil. Gezien het feit dat de reserve nihil is komen afwijkingen in de realisatie direct tot uiting in aanpassing van de gemeentelijke bijdrage. Reorganisatievoorziening Voor de totale kosten die samenhangen met de reorganisatie die in 2013 is doorgevoerd is een voorziening gevormd. Periodiek wordt de hoogte van deze voorziening getoetst en wordt een eventuele herziening meegenomen. De stand van de voorziening is van voldoende niveau om de uitgaven 2024 en 2025 te dekken, eind 2025 lopen de verplichtingen af. Voorziening dubieuze debiteuren Ten behoeve van de vorderingen die niet inbaar zijn is een voorziening dubieuze debiteuren gevormd. Afboekingen van vorderingen worden ten laste van deze voorziening gebracht. Risicobeheersing Risico’s worden periodiek gemonitord, o.a. tijdens het opstellen van de jaarstukken en bij het opstellen van de begroting en van afdelingsplannen. Er vindt binnen Orionis geen centrale registratie van risico’s plaats. De top-10 van risico’s is in een risicoscan opgenomen.
Dit betreft risico’s die Orionis loopt en die zich op korte termijn (binnen 4 jaar) voor zouden kunnen doen. Na beheersmaatregelen en eventuele aanvullende maatregelen resteert een restrisico waarvan de mogelijke financiële gevolgen zijn ingeschat in de kolom “exposure”, zie de tabel hierna.
1
2
3
Risico
Inc of Str
Beheersmaatregelen (vermijden, verminderen, overdragen, zelf dragen)
Aanvullende maatregelen
Exposure
Bestandsontwikkeling bijstand op Walcheren ongunstiger dan landelijk gemiddelde Calamiteiten informatiebeveiliging: door o.a. hacking, phishing of ongeautoriseerd gebruik van onze systemen Achterblijvende nettoopbrengsten bij de begroting (productie en detachering)
Inc
---
Max € 2.650.000 (5% afwijking)
Inc
Technische en softwarematige maatregelen. Aansluiting Informatie BeveiligingsDienst
Met meer inspanning zou het landelijk gemiddelde gehaald moeten worden. Bewustwording bij personeel
Inc
Voldoende verschillende werksoorten in stand houden
Groei in minder conjunctuur- en concurrentiegevoelige werksoorten
Max € 606.000 (10% afwijking)
41
€ 1.120.000 (6% personeelskosten: meerdere weken volledige uitval)
4
Mismatch tussen ontwik- Str keling Wsw-loonkosten en rijkssubsidie
---
---
Max € 302.000 (2% afwijking op de loonkosten)
5
Frictiekosten Werkleerbedrijf wegens krimp
Inc
Begrotingspost opgenomen van € 197.000
Meerjarenscenario’s flexcontracten
€ 100.000 (inschatting)
6
WW-risico: eigen risicodrager m.b.t. (nawettelijke) WW
Inc
---
---
Max € 200.000 (inschatting)
7
Niet voldoen aan AVG, datalek Wijzigingen in (voorwaarden in) regelgeving
Inc
Aanstellen functionaris Gegevensbescherming ---
Voorlichting personeel € 100.000 fysieke maatregelen (inschatting) --Max € 667.000 (1% van subsidie-omvang bijstand/Wsw)
---
---
Bewustwording bij personeel, agressieprotocol, veiligheidsmaatregelen, training
Bewaking in frontoffice
8
9 10
Inc
Inzet van Wsw-werkplek- Str ken voor kritische functies Agressie richting Inc personeel
€ 107.000 gemiddeld per jaar Max € 75.000 (1 fte ziekteverzuim)
Risico’s en weerstandsvermogen De totale exposure van incidenteel bedraagt € 5.518.000, en structureel € 409.000. Het bedrag aan incidentele risico’s dient afgezet te worden tegen het eigen vermogen wat dient als buffer, het bedrag aan structurele risico’s dient afgezet te worden tegen de financiële ruimte in de begroting. Het weerstandsvermogen is nihil in 2023. De financiële ruimte in de begroting 2023 en 2024 is eveneens nihil, er is geen post “onvoorzien” opgenomen. Geconstateerd kan worden dat zowel de structurele weerstandscapaciteit als de incidentele weerstandscapaciteit van Orionis niet toereikend is. Dit betekent dat, gezien het karakter van de gemeenschappelijke regeling, dit risico voor de deelnemende gemeenten komt. Zij zullen dit in hun risicoparagraaf moeten meenemen.
Kengetallen BBV 1a-Netto Schuldquote 1b- Idem gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2- Solvabiliteitsratio 3- Structurele exploitatieruimte
jaarrek 2022 23,6% 23,0% -4,3% -1,5%
begr 2023 23,2% 22,5% 0,6% 0,0%
raming 2024 22,1% 21,4% 0,4% 0,0%
raming 2025 21,5% 20,8% 0,2% 0,0%
raming 2026 20,6% 19,8% 0,0% 0,0%
raming 2027 19,6% 18,9% 0,0% 0,0%
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Orionis Walcheren heeft haar hoofdvestiging aan de Oostsouburgseweg in Vlissingen. Dit gebouw is in eigendom. Hier is de frontoffice en de backoffice gevestigd alsook het werkleerbedrijf waar diverse werksoorten zijn gehuisvest. Specifiek voor de afdeling Groen heeft Orionis nog een opslaglocatie aan de Abeelseweg in Vlissingen. Daarnaast zijn er diverse kleine nevenlocaties die gehuurd worden ten behoeve van de afdeling Groen.
42
Alle installaties, kantoormeubilair en de meeste ICT-apparatuur zijn in eigendom van Orionis Walcheren. Deze zijn geactiveerd tegen de aanschaffingsprijs en worden lineair afgeschreven conform de resterende levensduur. De vervoermiddelen worden geleasd. Ten behoeve van het groot onderhoud van het gebouw Oostsouburgseweg is een meerjarige onderhoudsplanning opgesteld. Deze is in 2021 geactualiseerd. Voor het groot onderhoud is een voorziening gevormd. Paragraaf financiering Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de verwachting dat de korte rente voorlopig verder zal oplopen gezien de hoge inflatie, en dat de lange rente hierdoor vertraagd meestijgt. Zolang de korte rente lager ligt dan de debetrente op de rekening courant worden negatieve saldi op de rekeningcourant aangevuld met kortlopende kasgeldleningen. Kasstromen De bevoorschotting vanuit de gemeenten voor programmalasten en exploitatie vindt halverwege de maand plaats. Om eventuele tijdelijke liquiditeitstekorten te overbruggen is een rekening-courant krediet afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) tot een maximum van € 6,5 miljoen. Kasgeldlimiet Als wettelijke norm voor de kasgeldlimiet geldt 8,2% van het begrotingstotaal bij het begin van het jaar en is € 8,7 miljoen. De gemiddelde korte financiering wordt per drie maanden getoetst aan deze kasgeldlimiet.