23-019 Bijlage 1. Ingekomen stukken MZ
Tekst van het document
uitgaven aan Wmo (vrouwen)
uitgaven aan jeugdzorg (mannen)
uitgaven aan jeugdzorg (vrouwen)
0-jaar 1-jaar 2-jaar … … 98-jaar 99-jaar en ouder Tabel 1: uitgaven naar leeftijd en geslacht voor heel Nederland per jaar (vanaf 2019), zoals aan CPB zal worden aangeleverd.
Data berichtenverkeer IB verwerkt de beschikbare gegevens uit het iJw en iWmo-berichtenberkeer (zie tabel 2 hieronder) tot een geaggregeerde niet tot de persoon en gemeente herleidbare gegevensset conform tabel 1. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van onderstaande gegevens. Data Berichtenverkeer Data element Toelichting Leeftijd Geboortedatum 303: Client, LDT_Datum Datum wordt gebruikt om leeftijdscategorie te bepalen. Uitgaven Declaraties 303: Prestatie, LDT_Bedrag Geaccordeerde declaraties/ Idem 304, 323 en 325 facturen worden per cliënt en per domein opgeteld binnen leeftijdscategorie. Man/vrouw Geslacht 303: Client, LDT_Geslacht Uitgaven worden gesplitst naar Idem 323 man/vrouw
4
Het gaat hierbij om cijfers die aansluiten bij de CBS definitie, zie https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84121NED/table?dl=6FA53. 10
Data Cliënt
Berichtenverkeer BSN
Data element 303: Client, LDT_Burgerservicenummer, idem 323
Toelichting Wordt gebruikt om aantal unieke cliënten per leeftijdscategorie te bepalen. BSN wordt niet meegeleverd!
Tabel 2: benodigde gegevens uit Jw- en Wmo-berichtenverkeer om benodigde data voor CPB te creëren.
Dekking Ten behoeve van de kwaliteit van de ramingen, is landelijke dekking noodzakelijk. Kwaliteits- en integriteitscontroles In januari 2023 zal door het Ketenbureau een controleplan worden opgeleverd waarin alle data staan beschreven die nodig zijn voor de controles. De beperkingen van het iJw- en iWmoberichtenverkeer zoals genoemd in bijlage III worden meegenomen in het controleplan. De IBD zal het uitvoeren van de controles en de daarbij benodigde data meenemen bij het opstellen van de DPIA. De data worden alleen intern binnen het Inlichtingenbureau verwerkt voor het uitvoeren van de controles. De data waarmee de kwaliteits- en integriteitscontroles worden uitgevoerd, zijn gepseudonimiseerd. Alleen in geval van twijfel over de kwaliteit of integriteit van de data zal contact worden opgenomen met de betreffende gemeente voor overleg. De uitkomsten van de controles worden gedeeld met het CPB en de overige betrokken partijen. Het CPB ontvangt geen gegevens op individueel of op gemeentelijk niveau. Zie bijlage 3 voor een toelichting op de voor nu voorziene controles.
11
Bijlage III - Kwaliteits- en integriteitscontroles Onderstaand zijn de kwaliteits- en integriteitscontroles die op het moment van opstellen van het plan van aanpak voorzien worden. Deze zijn derhalve niet uitputtend. In januari zal een definitief controleplan worden opgesteld waarin gedetailleerd omschreven zal staan welke controles uitgevoerd zullen worden en op welke wijze. Type Kwaliteits/Integriteitscontrole
Minimale waarde*
Overleg met CPB
Streefwaarde
Indicator kwaliteits-norm
Referentie bron
* Is uitgangspunt; Definitieve waarde wordt bepaald in overleg VNG/VWS en CPB.
Compleetheid: de mate waarin gegevens aanwezig zijn Consistentie: de mate waarin de gegevens vrij van tegenspraak zijn en samenhang vertonen met andere gegevens Juistheid: de mate waarin de gegevens de echte waarde goed weergeven
-
Uitgaven Wmo (per gemeente, landelijk, zorgvorm)
80%
Tussen 80%-90%
90%
Overheid; sociale uitkeringen
CBS5
-
Uitgaven Jw (idem)
80%
Tussen 80%-90%
90%
Overheid; sociale uitkeringen
CBS6
-
Omvang populatie - Wmo (per gemeente, landelijk, zorgvorm, leeftijdscategorie)
80%
Tussen 80%-90%
90%
Wmo-cliënten; type maatwerkarrangement, regio,
CBS7
-
Omvang populatie – Jw (idem)
80%
Tussen 80%-90%
90%
Kerncijfers over jeugdzorg
CBS8 9
-
Omvang populatie als percentage van inwoners gemeente
Bij een afwijking van meer dan 50% van het landelijke gemiddelde geëxtrapoleerd naar inwonersaantal van betreffende gemeente: overleg met gemeente
CBS10
-
Normaalverdeling leeftijdsopbouw11
80%
Tussen 80%-90%
90%
-
Aanwezigheid gegevens bij taakgerichte uitvoeringsvariant
80%
Tussen 80%-90%
90%
CBS12 Standaard administratie protocol Taakgericht versie 3.1.2
Ketenbureau
Plausibiliteit: de mate waarin de gegevens worden beschouwd als waar en geloofwaardig door gebruikers
-
Landelijke toets
80%
n.v.t.
90%
Klankbordgroep gemeenten
-
Gemeentelijke toets
< 80%
n.v.t.
n.v.t.
Individuele gemeente
-
Ontbreken declaraties
< 20%
altijd
< 10%
Afwezigheid declaratie bij aanwezigheid verzoek om toewijzing, toewijzing of start zorg
5 http://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84580NED/table?dl=737CF 6 http://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83454NED/table?dl=74C89 7 https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83262NED?q=wmo%20populatie%20totaal 8 https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/dataset/20246NED/table?ts=1670325721882 9 https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/dataset/20311NED/table?ts=1670325905196 10 Bij Jeugdhulp nog bepalen of noemer aantal inwoners tot 18 jaar of 23 jaar is 11 Inclusief check op leeftijden (ver) boven 23 jaar bij jeugdhulp 12 http://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85100NED/table?dl=74C94
12
NB1: aangezien de gegevens over 2019 beschikbaar zijn vanaf augustus worden deze geëxtrapoleerd voor het hele jaar. NB2: toetsing op gegevens bij CBS vindt plaats voor de jaren 2019, 2020, 2021 en 2022 met als kanttekening dat de voorlopige cijfers over heel 2022 vanaf 28 april 2023 beschikbaar zijn bij CBS. NB 3: Uitgaven zijn niet beschikbaar in de data van het berichtenverkeer indien gebruik wordt gemaakt van de taakgerichte uitvoeringsvariant. In hoeverre aantallen cliënten aanwezig zijn, wordt getoetst.
13
Bijlage IV - beperkingen in het iWmo en iJw berichtenverkeer In onderstaande tabel zijn de op dit moment bekende en verwachte beperkingen van data uit het iJwen iWmo-berichtenverkeer kort beschreven aan de hand van kwaliteitscriteria. Voor de transparantie vinden wij het belangrijk om deze zo volledig mogelijk te benoemen. Hieruit kan echter nog geen conclusie worden getrokken, aangezien de kwaliteits- en integriteitscontroles nog moeten uitwijzen in hoeverre deze beperkingen ook daadwerkelijk relevant en van toepassing zijn voor het onderzoek. Criterium Algemeen
Beperking berichtenverkeer Centrale landelijke analyse vs uitvoering van een decentrale wet
Maatschappelijke uitdagingen vs systeemwereld van gemeenten
Toelichting De keuzes die lokaal gemaakt zijn bij het opstellen van het Jw/Wmo beleid en de wijze waarop de gemeenten de uitvoering vormgeven hebben invloed op de beschikbaarheid en de zeggingskracht van de informatie die wordt gedestilleerd uit de processen. Dit heeft effect op de resultaten wanneer je deze aggregeert naar landelijk niveau. De analyse is ook op dit vlak een andere dan de Zvw en de Wlz, die centralistisch en landelijk (in hoge mate) uniform zijn. Kortom, een landelijk beeld over een decentrale wet is altijd anders, vanwege de lokale veelvormigheid en de veelzijdigheid van beleid en uitvoering. Gemeenten hebben een diversiteit aan collectieve maatschappelijke uitdagingen: ontgroening, vergrijzing, armoede en schulden, wonen en veiligheid zijn vraagstukken die overal spelen. Vanuit de ‘leefwereld’ van de inwoner spelen overal min of meer dezelfde maatschappelijke uitdagingen. Maar de ‘systeemwereld’ van de gemeenten sluit daar overal net iets anders op aan (zie bijvoorbeeld de diversiteit in opbouw en samenstelling van wijkteams, in bekostigingsmodellen en in de inkoop). Dit leidt ertoe dat in elke gemeente er een ander samenspel is tussen inwoners, maatschappelijk middenveld, zorgaanbieders en gemeenten. Door dit 'plat te slaan' en alleen te kijken naar uitgaven aan maatwerkarrangementen zie je dus maar een deel van de uitvoeringswerkelijkheid.
14
Criterium
Actualiteit De mate waarin gegevens recent genoeg zijn
Beperking berichtenverkeer Leeftijdsontwikkeling vs ontwikkelingen in aanpalende domeinen
Toelichting
Data 2019 beschikbaar vanaf augustus
Bij het Inlichtingenbureau is data uit het berichtenverkeer beschikbaar sinds augustus 2019. Wanneer we besluiten de data uit declaraties te halen, dan wordt juli (deels) meegenomen, gelet op achteraf declareren. Aanbieders declareerden in 2019 nog zowel op 4wekelijkse als op maandbasis achteraf. Aanbieders kunnen wettelijk gezien zorg declareren die tot 5 jaar terug is geleverd, tenzij hiervoor andere afspraken zijn gemaakt in contracten. In het berichtenverkeer is wel onderscheid gemaakt tussen de declaratie- en de productperiode (= tijdstip geleverde zorg). In het onderzoek van CPB wordt alleen gekeken naar de geïndiceerde maatwerkdienstverlening. Algemene voorzieningen en de sociale basisvoorzieningen blijven hier buiten beschouwing. Vanuit het oogpunt van financiële houdbaarheid is deze keuze te billijken: de grootste effecten op de financiële houdbaarheid worden verwacht ten aanzien van de betaalbaarheid van de maatwerkvoorzieningen. Maar let op: een deel van de gemeenten kiest ervoor om ook zaken als hulp bij huishouding als 'sociale basisvoorziening' te leveren. Dit blijft dan bij sommige gemeenten ook buiten beschouwing. Het BSN is een verplicht veld in het berichtenverkeer. Doordoor missen we bijvoorbeeld asielzoekers en cliënten met een geheim BSN die in een Veilig Thuis situatie zitten.
De totale zorguitgaven worden sterk beïnvloed door wat er gebeurt in andere domeinen. Het is een enorme onderschatting van de complexiteit van de zorgvraag door alleen te kijken naar de leeftijdsontwikkeling. Ouderdom (/leeftijd) bepaalt maar een beperkt deel van de zorgvraag. Je moet ook kijken naar ontwikkelingen in huishoudens (minder kinderen, dus minder potentiële mantelzorgers; toenemende afstand tussen woonplaats van kinderen en ouders; meer alleenstaanden); en financiële situatie. Armoede, schulden en echtscheidingen hebben een direct verband met ondersteuning vanuit Zvw, Wmo en Jeugdhulp. Daarnaast is er ook een koppeling tussen onderwijs en zorg. Kortom, de ontwikkeling van de zorgvraag zit complex in elkaar. Gegevens worden dagelijks De nieuwe data uit het berichtenverkeer wordt opgeslagen dagelijks toegevoegd. Dat betekent dat de data in het datawarehouse tot maximaal 1 dag achterloopt bij de data die is uitgewisseld tussen gemeenten en aanbieders via het berichtenverkeer.
Facturen/declaraties worden met vertraging ingediend
Compleetheid De mate waarin gegevens aanwezig zijn. (Alleen data uit berichtenverkeer)
Algemene en sociale basisvoorzieningen blijven buiten beschouwing
Berichtenverkeer ondersteunt geen cliënten zonder BSN Activiteiten wijkteams lopen buiten berichtenverkeer om
Data betreft alleen facturatie via het berichtenverkeer iWmo en iJw. Hierdoor blijft de hulp geleverd door het gemeentelijke wijkteam (zowel jeugd als Wmo) buiten beeld. Interne 15
Criterium
Beperking berichtenverkeer
Toelichting gemeentelijke facturatie gaat niet via berichtenverkeer.
Niet alle hulpmiddelen via berichtenverkeer
De toewijzing en declaratie/facturatie van hulpmiddelen, zoals woningaanpassingen, trapliften en scootmobielen, loopt niet altijd via het berichtenverkeer. Circa 80 gemeenten maken gebruik van het berichtenverkeer voor de levering van (rollende hulpmiddelen). Daarvoor stuurt de aanbieder vaak een aparte (eenmalige) factuur. Steeds meer hulpmiddelen leveranciers en gemeenten zijn de afgelopen jaren wel gebruik gaan maken van het berichtenverkeer en in de nabije toekomst wil men met nieuwe berichten speciaal voor hulpmiddelen gaan werken om zo het gebruik verder te vergemakkelijken en stimuleren. Belangrijkste probleem hierbij is dat zorg en ondersteuning in Jw en Wmo BTW vrijgesteld is. Echter bij de levering van hulpmiddelen en trapliften heb je te maken met verschillende BTW tarieven (hoog en laag tarief). Voor het toekomstige berichtenverkeer moeten er nog afspraken worden gemaakt welke bedrag(en) in het berichtenverkeer worden gedeeld (uiteindelijk is voor de gemeentelijk administratie het bedrag incl. BTW het belangrijkst omdat de gemeente de BTW toch niet kan verrekenen).
Taakgerichte uitvoeringsvariant loopt deels via berichtenverkeer
De taakgerichte uitvoeringsvariant onderscheidt zich van de andere twee varianten (inspanningsen outputgericht) doordat bij deze variant bekostiging van zorg niet en verantwoording over de geleverde zorg (deels) niet op cliëntniveau plaatsvindt. Er wordt een taak toegekend voor een vast budget, gericht op een specifieke (deel)populatie of opdracht waarbij de gecontracteerde aanbieder(s) de ruimte krijgt/krijgen om de invulling van de taak samen met de cliënt in te vullen. Dit biedt potentiële voordelen bij de inrichting van het sociaal domein zoals een eenvoudiger administratie, betere financiële beheersing, meer ruimte voor maatwerk voor de professional en een focus op kwaliteit van dienstverlening. Bij deze systemen verschilt de manier waarop de gemeente inzicht in de uitgaven vereist. Vaak is dit niet op clientniveau. Die informatie zal wel bij de uitvoerder beschikbaar zijn, maar is lang niet altijd bij de gemeente aanwezig. In deze gevallen gaat er een totaalbedrag naar de uitvoerder en volgt de verantwoording op het niveau van de geleverde dienst of op de resultaten die zijn bereikt bij de doelgroep. Wel is data beschikbaar over gemeenten die deze variant gebruiken en voor welke zorgvormen.
16
Criterium
Beperking berichtenverkeer Data betreft zorg in natura en geen Pgb
Vervoer wordt niet altijd via berichtenverkeer verrekend
Niet hele proces van verwijzing in beeld
Consistentie De mate waarin gegevens vrij van tegenspraak zijn en samenhang vertonen met andere gegevens.
Toelichting In het berichtenverkeer wordt alleen data uitgewisseld in het kader van zorg in natura (ZIN). Persoonsgebonden budgetten verlopen slechts deels via het berichtenverkeer (toekenningen) en declaratie/facturatie is er helemaal buiten (via de SVB). Momenteel wordt een nieuw systeem geïntroduceerd (PGB 2.0) waar in 2022 zes gemeenten van gebruik maken en waar in de komende jaren alle gemeenten gebruik van moeten gaan maken. In deze situatie worden toewijzingen uitgewisseld via het berichtenverkeer met het Inlichtingenbureau als schakelpunt en wordt deze PgB data wel inzichtelijk (facturen aanbieders nog niet!). PgB cliënten vormen een beperkt deel van de Jw/Wmo populatie (nog inzichtelijk maken). Deze data is via de SVB of VWS verkrijgbaar. Gemeenten wisselen ook data uit met het CAK via het Inlichtingenbureau. Deze data wordt echter alleen op meta-niveau (envelop) opgeslagen. Vervoerskosten worden niet altijd verrekend via het berichtenverkeer en soms zijn deze kosten opgenomen als onderdeel van andere geleverde zorg. Het berichtenverkeer is niet ingericht om de diversiteit van berekeningen van vervoerskosten te faciliteren. Het proces via de medische verwijsroute (o.a. huisarts, ca. 60% van de zorg) of vanuit de jeugdbeschermingsketen tot aan de jeugdhulp is niet in beeld.
Pas vanaf het moment dat de aanbieder een verzoek om toewijzing stuurt met daarin de type verwijzer, is de zorg bekend in het berichtenverkeer.
Productcategorieën/-codes Binnen het berichtenverkeer worden 31 onvoldoende vergelijkbaar productcategorieën (16 Jw, 15 Wmo) gebruikt die weer verder onderverdeeld zijn in 923 landelijke productcodes (570 Jw en 353 Wmo) en duizenden gemeente specifieke productcodes (alleen jeugd al bijna 4.000 in totaal). Zowel de productcodes als in mindere mate de productcategorieën - die wel verplicht zijn - worden niet eenduidig gebruikt en ingezet voor zorg. Zie bijvoorbeeld GMSD data (Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein) waar bij een gemeente de HH van 4.000 in 2018, naar 0 in 2019 naar 16.000 gebruikers in 2020 (invoering abonnementstarief) ging. Processen gemeenten De uitvoeringsprocessen zijn niet uniform verschillend ingericht ingericht en dit heeft weer zijn weerslag in hoe om wordt gegaan met informatie die wordt uitgewisseld. Bijv. de wijkteams opereren verschillend; de ene is meer ‘outreachend’ (en brengt beschikbare hulp actief onder de aandacht en zet sterk in op preventie) de andere is meer ‘reactief’ (wacht op de aanvraag en beoordeelt eerst welke hulp vanuit de sociale omgeving kan worden gemobiliseerd). 17
Criterium
Beperking berichtenverkeer
Toelichting
Gegevensdefinities niet volledig uniform
Binnen het berichtenverkeer worden de gegevensdefinities vanuit iStandaarden gebruikt. Echter de feitelijke invulling daarvan kan verschillen (zie ook processen en decentraal beleid).
Geleverde zorg is niet altijd Hulpmiddelen en diensten worden geleverd aan toe te wijzen aan een huishoudens van meerdere personen. persoon Bijvoorbeeld hulp bij de huishouding komt ten goede aan alle leden van het huishouden, maar wordt geregistreerd op naam van de aanvrager. Het zou kunnen zijn dat deze bij m/v-echtparen meestal wordt aangevraagd op naam van de vrouw. Dit kan leiden tot een vertekening in de cijfers. Ook voor jeugd geldt: opvoedondersteuning wordt geregistreerd op naam van de jeugdige, maar wordt geleverd aan ouders/verzorgers. Het gaat hier nl niet om zorg aan een lichaam, maar zorg aan/ondersteuning van een huishouden. Basisjaar 2019 geeft een vertekend beeld
In 2020 is het Abonnementstarief Wmo ingegaan, wat een enorme toeloop en aanzuigende werking in de periode 2020-2022 tot gevolg heeft gehad. 2019 leidt dus sowieso tot een onderschatting van het Wmo-gebruik (zie verder ook beschikbaarheid data 2019 bij IB). De inflatie is in 2022 ongekend, terwijl de arbeidsmarkt in de zorg overspannen is. Beide zullen leiden tot stijgingen van uitgaven aan zorg. Het is niet duidelijk hoe dat in het model wordt verdisconteerd.
Definitie "zorg" verschillend in landelijke databronnen
Binnen het berichtenverkeer wordt de (geleverde) zorg gedefinieerd door productcategorieën met onderliggende productcodes. Andere landelijke databronnen kennen verschillende definities. Ter illustratie: de nieuwe IV-3 taakvelden voor jeugd (2023) corresponderen met de 570 landelijke productcodes, echter ze sluiten niet één-op-één aan bij de bovenliggende productcategorieën (slechts 4 van de 14 zijn uniek gerelateerd); Naast de 570 landelijke productcodes zijn er nog duizenden (naar schatting ruim drieduizend) gemeente specifieke productcodes waar nu moeilijk een vergelijking mee kan worden gemaakt.
18
Criterium
Beperking berichtenverkeer Toets door gemeenten
Toelichting
Plausibiliteit De mate waarin gegevens worden beschouwd als waar en geloofwaardig door gebruikers.
Toets door gemeenten
In 2020 heeft is een proef uitgevoerd met 12 gemeenten. Deze gemeenten hebben aangegeven dat de data die zij ontvingen via het Inlichtingenbureau overeenkwam met de data in hun systemen. Sinds 2021 is het product Ketendata beschikbaar bij het Inlichtingenbureau waar inmiddels ruim 100 gemeenten gebruik van maken. Hiermee wordt in de praktijk de plausibiliteit van de gegevens getoetst door de deelnemende gemeenten.
Toegankelijk Digitale diensten van de overheid zijn voor iedereen bruikbaar oftewel ‘digitoegankelijk’.
Alleen voor gemeente of samenwerkingsverband
Data uit het berichtenverkeer wordt alleen beschikbaar gesteld aan de desbetreffende gemeente of samenwerkingsverband (eigen data). Voor verstrekking aan derden is een opdracht van elke individuele gemeente (als gegevensverantwoordelijke) nodig. Voor het Ketenbureau is de data niet toegankelijk anders dan de metadata van de berichten (envelop niveau). De overige data uit de payload (inhoud van de envelop) is een black-box. Door regelmatige contacten met gemeenten, aanbieders en hun softwareleveranciers en door uitgevoerde onderzoeken (o.a. CBS) hebben we wel inzicht in de datakwaliteit en het gebruik van het berichtenverkeer. We weten bijvoorbeeld dat data uit het berichtenverkeer overeenkomt met de data die gemeenten in hun eigen systemen hebben staan. Een wettelijke bevoegdheid aan IB om data onder voorwaarwaarden - beschikbaar te mogen stellen zou de administratieve last van 344 keer uitvragen kunnen oplossen. Uiteindelijk moet altijd sprake zijn van een valide grondslag voor het verstrekken van de gegevens.
Juistheid De mate waarin gegevens de echte waarde goed weergeven.
In 2020 heeft is een proef uitgevoerd met 12 gemeenten. Deze gemeenten hebben aangegeven dat de data die zij ontvingen via het Inlichtingenbureau overeenkwam met de data in hun systemen. Sinds 2021 is het product Ketendata beschikbaar bij het Inlichtingenbureau waar inmiddels ruim 100 gemeenten gebruik van maken. Hiermee wordt in de praktijk de plausibiliteit van de gegevens getoetst door de deelnemende gemeenten.
19
Pilotovereenkomst Dataset ten behoeve van onderzoek CPB ‘Raming Wmo en jeugdzorguitgaven’ DE ONDERGETEKENDEN: (1)
Stichting Inlichtingenbureau, gevestigd en kantoorhoudend te (3511 BT) Utrecht op het adres St. Jacobstraat 400-420, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer P. Jansz (directeur), hierna te noemen: ‘Stichting Inlichtingenbureau’,
en (3)
Gemeente _____________________________, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door _____________________________, (functie: _____________________________), hierna te noemen: Gemeente;
Ondergetekenden hierna gezamenlijk te noemen ’Partijen’; OVERWEGENDE DAT: A. Stichting Inlichtingenbureau sinds 2015 als onderdeel van haar taakstelling ten behoeve van de gemeenten zorgdraagt voor de exploitatie van het gemeentelijk gegevensknooppunt en overige elektronische voorzieningen (hierna ‘GGK’), waarmee in verband met de uitvoering van de wettelijke taken van gemeenten op de beleidsterreinen ‘Maatschappelijke ondersteuning’ en ‘Jeugdzorg’ specifiek berichtenverkeer (iJw-berichten en iWmo-berichten) wordt uitgewisseld tussen gemeenten en jeugdzorgaanbieders en instellingen; B. Tussen Gemeente en Stichting Inlichtingenbureau in verband met de aansluiting op het GGK en daarmee ten behoeve van de Gemeente door Stichting Inlichtingenbureau verzorgde informatiediensten de ‘Aansluitings- en Bewerkersovereenkomst Gemeentelijk Gegevensknooppunt (Versie 2018) is gesloten; C. Naar aanleiding van overleg tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), VWS een verzoek heeft gedaan aan het Centraal Planbureau (CPB) een aparte raming van de Wmo- en jeugdzorguitgaven (hierna ‘Raming’) te ontwikkelen en uit te voeren; D.
Ten behoeve van het ontwikkelen en uitvoeren van de Raming voor het CPB een deel van de benodigde data ontbreekt met betrekking tot ‘leeftijdsprofielen’ (een leeftijdsprofiel bestaat uit de gemiddelde zorguitgaven voor heel Nederland per sector per leeftijd en geslacht) (hierna ‘Dataset’). E. Deze geaggregeerde niet tot de persoon en gemeente herleidbare Dataset kan (mogelijk) samengesteld worden uit de bij Stichting Inlichtingenbureau voor gemeenten ten behoeve van het iJw- en iWmo-berichtenverkeer in beheer zijnde ‘Voorziening iJw’ en ‘Voorziening iWmo’. Stichting Inlichtingenbureau, VNG en CPB hebben de mogelijkheden voor de bruikbaarheid van gegevens uit het iJw- en iWmo-berichtenverkeer en het samenstellen van de door CBP benodigde Dataset voor de Raming voorafgaand gezamenlijk verkend; F. het college van burgemeester en wethouders van Gemeente als verwerkingsverantwoordelijke van gegevens uit het iJw en iWmo-berichtenverkeer, de instructie aan Stichting Inlichtingenbureau als verwerker van Gemeente kan geven om de betrokken gegevens te verwerken voor het samenstellen van de door CBP benodigde Dataset voor de Raming, en hiertoe bereid is;
Pilotovk IB Gemeente tbv data CPB Onderzoek Raming Wmo Jw V01b 13122022.pdf
1
Pilotovereenkomst Dataset ten behoeve van onderzoek CPB ‘Raming Wmo en jeugdzorguitgaven’
G. Partijen en de VNG onderkennen dat - in geval op basis van de resultaten uit de Raming wordt vastgesteld dat de gegevens uit het iJw- en iWmo-berichtenverkeer zodanig verband houden met de Wmo- en jeugdzorguitgaven – er sprake is van een doelgerichte, doelmatige en effectieve verwerking ten behoeve van het op landelijk niveau inschatten van de (toekomstige) uitgaven in genoemde domeinen. Het is dan gewenst om dergelijke (afgeleide) data uit het iJw- en iWmo-berichtenverkeer van gemeenten structureel vanuit Stichting Inlichtingenbureau beschikbaar te kunnen stellen aan (onder meer) het CPB. Dit bijvoorbeeld voor de middellangetermijnraming van de zorguitgaven (‘mlt-zorg’) van het CPB. Gezien de grootschaligheid van de gegevensverwerking en de verstrekking is er alsdan sprake van een bovenlokale centrale voorziening waarvoor Partijen en de VNG onderschrijven dat een wettelijke regeling met taakstelling ter zake voor Stichting Inlichtingenbureau nodig is; H. Partijen met deze Pilotovereenkomst hun afspraken in verband met het voornoemde als volgt wensen vast te leggen; KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN: 1
DEFINITIES EN RANGORDE
1.1
Alle termen die hierna en hiervoor in de Pilotovereenkomst met een hoofdletter zijn geschreven, hebben de volgende betekenis: a. Bijlage: aanhangsel bij deze Pilotovereenkomst zoals opgenomen in de lijst van Bijlagen, en eventuele wijzigingen en aanvullingen daarop die na door alle Partijen te zijn goedgekeurd, deel uitmaken van deze Overeenkomst; b. Pilotovereenkomst: de onderhavige overeenkomst met inbegrip van alle Bijlagen; c. Dataset: de geaggregeerde niet tot de persoon en gemeente herleidbare die is samengesteld uit gegevens uit het iJw en iWmo-gegevensverkeer van Gemeente en de andere gemeenten zoals nader gespecificeerd in Bijlage Dataset; d. Raming: de op verzoek van VWS door het Centraal Planbureau (CPB) te ontwikkelen en uit te voeren aparte raming van de Wmo- en jeugdzorguitgaven (hierna ‘Raming’); e. Aansluitings- en Bewerkersovereenkomst GGK: de Aansluitings- en Bewerkersovereenkomst Gemeentelijk Gegevensknooppunt (Versie 2018) zoals gesloten tussen Gemeente en Stichting Inlichtingenbureau.
1.2
De navolgende bescheiden maken deel uit van deze Pilotovereenkomst. Voor zover deze bescheiden met elkaar in tegenspraak zijn, geldt de navolgende rangorde, waarbij het hogergenoemde document prevaleert boven het lager genoemde, tenzij expliciet anders is bepaald in de Pilotovereenkomst: a. de Pilotovereenkomst; b. de Bijlage Dataset; c. Aansluitings- en Bewerkersovereenkomst GGK.
Pilotovk IB Gemeente tbv data CPB Onderzoek Raming Wmo Jw V01b 13122022.pdf
2
Pilotovereenkomst Dataset ten behoeve van onderzoek CPB ‘Raming Wmo en jeugdzorguitgaven’
2
VOORWERP EN DOELSTELLING
2.1
Partijen werken in het kader van deze Pilotovereenkomst samen met het doel dat Stichting Inlichtingenbureau in opdracht van Gemeente gegevens uit het iJw- en iWmoberichtenverkeer van Gemeente kan verwerken ten behoeve van het samenstellen van een geanonimiseerde en niet tot de Gemeente herleidbare Dataset welke enkel ten behoeve van de Raming aan het CPB verstrekt kan worden. Een beschrijving van de Dataset - en de gegevenselementen uit het iJw- en iWmo-berichtenverkeer die door Stichting Inlichtingenbureau in opdracht van Gemeente worden gebruikt voor het samenstellen van de Dataset – is opgenomen in de Bijlage Dataset.
2.2
In verband met het in artikel 2.1 genoemde geeft Gemeente de instructie aan Stichting Inlichtingenbureau om de betrokken gegevens uit het iJw en iWmo-berichtenverkeer te verwerken voor het samenstellen van de door CBP voor de Raming benodigde Dataset opdat de Dataset aan het CPB verstrekt kan worden ten behoeve van de Raming.
3
WERKWIJZE
3.1
In het kader van de Raming is door VNG in overleg met betrokken partijen, en met raadpleging van het CPB, het ‘Plan van Aanpak Raming’ opgesteld. Dit Plan van Aanpak Raming is door de VNG aan Gemeente beschikbaar gesteld.
3.2
Stichting Inlichtingenbureau voert de werkzaamheden ten behoeve van het samenstellen van de Dataset uit conform het in het Plan van Aanpak Raming genoemde.
3.3
Tijdens de eerste fase van uitvoering van het Plan van Aanpak Raming voert de IBD (Informatiebeveiligingsdienst, onderdeel van de VNG), een ‘Data Protection Impact Assessment’ (een gegevensbeschermingseffectbeoordeling zoals bedoeld in artikel 35 AVG) uit op de voor de Raming relevante informatie en gegevens, en de uit te voeren kwaliteits- en integriteitscontroles. Deze ‘Data Protection Impact Assessment’ wordt begin 2023 door de IBD opgeleverd en door de VNG beschikbaar gesteld aan Gemeente.
3.4
VNG organiseert voor de duur van de uitvoering van de Raming het voor de Raming ingestelde operationeel overleg en bewaakt mede de in het Plan van Aanpak benoemde kwaliteits- en integriteitscontroles met betrekking tot de samenstelling van de Dataset. Stichting Inlichtingenbureau en het Ketenbureau i-Sociaal Domein nemen ook deel in voornoemd operationeel overleg. Voorts geven Stichting Inlichtingenbureau, het Ketenbureau i-Sociaal Domein en een klankbordgroep van deelnemende gemeenten advies vanuit hun kennis en ervaring op basis van de kwaliteitsresultaten en eventuele interpretatie(s) van de Wmo/Jw gegevens.
3.5
Partijen informeren elkaar binnen het kader van de Pilotovereenkomst (i) gevraagd en ongevraagd over al hetgeen voor de uitvoering van de Pilotovereenkomst relevant is, (ii) vragen zelfstandig die informatie die zij nodig hebben en waarvan zij weten of redelijkerwijs moeten weten dat die bij de andere partij reeds beschikbaar is of moet zijn,
Pilotovk IB Gemeente tbv data CPB Onderzoek Raming Wmo Jw V01b 13122022.pdf
3
Pilotovereenkomst Dataset ten behoeve van onderzoek CPB ‘Raming Wmo en jeugdzorguitgaven’
en (iii) verlenen elkaar de ondersteuning die noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de Pilotovereenkomst. 4
DUUR EN BEËINDIGING
4.1
Deze Pilotovereenkomst treedt na ondertekening door Partijen in werking per datum ondertekening, en eindigt nadat het op de Raming betrekking hebbende onderzoek door het CPB is afgerond en de rapportage door het CPB is gepubliceerd.
4.2
Indien zich gedurende de Pilot bij een der Partijen een zwaarwegende reden voordoet die voorzetting van de Pilotovereenkomst in ongewijzigde vorm onmogelijk maakt (bijvoorbeeld vanwege een gerechtelijke uitspraak, een onderzoek of aanwijzing van een toezichthouder (waaronder de Autoriteit Persoonsgegevens), dan treden Partijen direct in overleg over een passende oplossing.
5
VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS
5.1
De verwerkingen die Stichting Inlichtingenbureau uitvoert voor het samenstellen van de Dataset zijn opgenomen in de Bijlage Dataset. Verdere informatie met betrekking tot verwerkingen in het kader van de Raming staan beschreven in het Plan van Aanpak en worden tevens nader omschreven in (een bijlage bij) de ‘Data Protection Impact Assessment’ zoals genoemd in artikel 3.3.
5.2
Stichting Inlichtingenbureau verwerkt in opdracht van Gemeente de gegevens uit het iJw- en iWmo-berichtenverkeer van Gemeente en voor opname in de geanonimiseerde en niet tot de Gemeente herleidbare Dataset die aan het CPB wordt verstrekt enkel ten behoeve van de Raming. Stichting Inlichtingenbureau neemt de gegevens uit het iJwen iWmo-berichtenverkeer van Gemeente van Gemeente uit de informatiediensten ‘Berichtenverkeer Jeugdwet’ en ‘Berichtenverkeer Wmo’ ten behoeve van de Raming op een gestandaardiseerde manier in bewerkte vorm op in de bij Stichting Inlichtingenbureau in beheer zijnde ‘Voorziening iJw’ en ‘Voorziening iWmo’. De door CPB ten behoeve van de Raming gevraagde Dataset wordt samengesteld vanuit de ‘Voorziening iJw’ en de ‘Voorziening iWmo’. De persoonsgegevens worden door Stichting Inlichtingenbureau verwerkt in overeenstemming met de ‘Algemene Verordening Gegevensbescherming’ (hierna ‘de AVG’) en de Uitvoeringswet AVG (hierna ‘UAVG’). De Dataset die beschikbaar wordt gesteld aan het CPB is volledig geanonimiseerd en bevat geen persoonsgegevens of gegevens die herleidbaar zijn naar personen of individuele gemeenten.
5.3
Voor de duur dat Stichting Inlichtingenbureau in verband met de uitvoering van deze Pilotovereenkomst in de zin van de AVG geldt als ‘verwerker’ van Gemeente als ‘verwerkingsverantwoordelijke’, is het in de Aansluitings- en Bewerkersovereenkomst GGK bepaalde van overeenkomstige toepassing op de in het kader van deze Pilotovereenkomst ten behoeve van het samenstellen van de Dataset benodigde verwerkingen.
Pilotovk IB Gemeente tbv data CPB Onderzoek Raming Wmo Jw V01b 13122022.pdf
4
Pilotovereenkomst Dataset ten behoeve van onderzoek CPB ‘Raming Wmo en jeugdzorguitgaven’
5.4
Partijen zijn voor zover relevant, ieder zelfstandig verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen die voortvloeien uit de AVG, UAVG, Jeugdwet, Wmo en andere op het voorwerp van de Pilotovereenkomst van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
6
GEHEIMHOUDING
6.1
Onverminderd hetgeen elders ter zake in de Pilotovereenkomst is bepaald, zullen Partijen vertrouwelijkheid in acht nemen ten aanzien van de aan elkaar verstrekte informatie die als vertrouwelijk is aangemerkt dan wel waarvan redelijkerwijs begrepen kan worden dat betreffende informatie (bedrijfs)vertrouwelijk is, behalve voor zover het in het kader van de Pilotovereenkomst is toegestaan dan wel indien de bekendmaking geschiedt op grond van een wettelijke verplichting tot informatieverstrekking dan wel indien de bekendmaking geschiedt met voorafgaande schriftelijke toestemming van de andere Partij.
7
AANSPRAKELIJKHEID
7.1
Partijen zijn jegens elkaar enkel aansprakelijk voor directe schade van betrokkenen (in de zin van de AVG) voortvloeiende uit het niet-nakomen van, of in strijd handelen met de bij of krachtens AVG of UAVG gegeven voorschriften voor zover deze directe schade is ontstaan door eigen werkzaamheid van betreffende Partij. Gezien het doel van de Raming en aard van de samenwerking is iedere aansprakelijkheid voor elke andere vorm van schade jegens de andere Partij(en) uitgesloten.
8
OVERIGE BEPALINGEN
8.1
Formele kennisgevingen die Partijen op grond van de Pilotovereenkomst aan elkaar zullen doen vinden schriftelijk plaats. Mondelinge mededelingen, toezeggingen of afspraken hebben geen rechtskracht tenzij deze schriftelijk zijn bevestigd.
8.2
Ieder geschil tussen Partijen ter zake van de Pilotovereenkomst zal, indien minnelijke oplossing van dit geschil niet mogelijk is gebleken, bij uitsluiting worden voorgelegd aan de daartoe bevoegde rechter in het arrondissement Utrecht. Er is sprake van een geschil indien één der Partijen zulks in een aangetekende brief aan de wederpartij kenbaar maakt.
8.3
Op deze Pilotovereenkomst is Nederlands recht van toepassing.
8.4
Wijzigingen en/of aanvullingen op deze Pilotovereenkomst zijn uitsluitend geldig indien zij tussen Partijen schriftelijk zijn overeengekomen door de daartoe bevoegde personen van Partijen.
(ondertekening op volgende pagina)
Pilotovk IB Gemeente tbv data CPB Onderzoek Raming Wmo Jw V01b 13122022.pdf
5
Pilotovereenkomst Dataset ten behoeve van onderzoek CPB ‘Raming Wmo en jeugdzorguitgaven’
ALDUS OVEREENGEKOMEN EN IN DRIEVOUD ONDERTEKEND, Stichting Inlichtingenbureau te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam
P. Jansz
Functie
directeur
Handtekening Plaats
Utrecht
Datum
10 januari 2023
Gemeente [NAAM] te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam Functie Handtekening Plaats Datum
Pilotovk IB Gemeente tbv data CPB Onderzoek Raming Wmo Jw V01b 13122022.pdf
6
Pilotovereenkomst Dataset ten behoeve van onderzoek CPB ‘Raming Wmo en jeugdzorguitgaven’
BIJLAGE DATASET Dataset ten behoeve van Raming door CPB Het CPB heeft voor de ‘Data omschrijving en indeling’ aangegeven dat ten behoeve van de Raming nodig zijn: “de Wmo-uitgaven en de Jeugdzorguitgaven per jaar vanaf het jaar 2019 (pre-corona).1 De indeling die nodig is, is voor beide zorgsectoren (Wmo- en jeugdzorg) hetzelfde, namelijk per leeftijdscategorie (0 jaar, 1 jaar, 2 jaar, ….., 98 jaar, en 99 jaar of ouder) en per geslacht. De leeftijdsprofielen zullen voor Wmo- en jeugdzorg apart moeten mogen worden gepubliceerd (op nationaal niveau).” (NB. In de bij Stichting Inlichtingenbureau voor gemeenten ten behoeve van het iJw- en iWmo-berichtenverkeer in beheer zijnde ‘Voorziening iJw’ en ‘Voorziening iWmo’ zijn gegevens beschikbaar vanaf augustus 2019).
“Voorts ten aanzien van het ‘Aggregatieniveau’ het volgende: Het gaat uitdrukkelijk niet om data op individueel of gemeentelijk niveau. De aanvraag betreft enkel totalen voor heel Nederland volgens de indeling zoals hierboven beschreven. De benodigde data is verkort weergegeven in tabel 1. Het gaat dus bijvoorbeeld om de totale Nederlandse uitgaven aan Wmo voor mannen van 70 jaar. Tabel 1: uitgaven naar leeftijd en geslacht voor heel Nederland per jaar (vanaf 2019)
uitgaven aan Wmo uitgaven aan Wmo uitgaven aan (mannen) (vrouwen) jeugdzorg (mannen)
uitgaven aan jeugdzorg (vrouwen)
0-jaar 1-jaar 2-jaar … … 98-jaar 99-jaar en ouder
(gaat verder op volgende pagina)
1
Het gaat hierbij om cijfers die aansluiten bij de CBS definitie, zie https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84121NED/table?dl=6FA53.
Pilotovk IB Gemeente tbv data CPB Onderzoek Raming Wmo Jw V01b 13122022.pdf
7
Pilotovereenkomst Dataset ten behoeve van onderzoek CPB ‘Raming Wmo en jeugdzorguitgaven’
Gegevenselementen uit het iJw en iWmo-berichtenverkeer van Gemeente die door Stichting Inlichtingenbureau worden verwerkt voor het samenstellen van de Dataset Stichting Inlichtingenbureau zal de geaggregeerde niet tot de persoon en Gemeente herleidbare Dataset zoals in voornoemde Tabel 1 weergegeven samenstellen uit de gegevens uit het iJw en iWmoberichtenverkeer van Gemeente en de andere gemeenten. Voor de samenstelling zal Stichting Inlichtingenbureau de volgende van Gemeente in de ‘Voorziening iJw’ en ‘Voorziening iWmo’ beschikbare zijnde gegevenselementen uit het iJw en iWmo-berichtenverkeer intern op de ICT-systemen van Stichting Inlichtingenbureau gebruiken voor het samenstellen van de door CBP benodigde Dataset voor de Raming: Data Leeftijd
Berichtenverkeer Data element Geboortedatum 303: Client, LDT_Datum
Uitgaven
Declaraties
Man/vrouw Geslacht Cliënt
BSN
Toelichting Datum wordt gebruikt om leeftijdscategorie te bepalen. 303: Prestatie, LDT_Bedrag Geaccordeerde declaraties/ facturen Idem 304, 323 en 325 worden per cliënt en per domein opgeteld binnen leeftijdscategorie. 303: Client, LDT_Geslacht Uitgaven worden gesplitst naar Idem 323 man/vrouw 303: Client, Wordt gebruikt om aantal unieke LDT_Burgerservicenummer, cliënten per leeftijdscategorie te idem 323 bepalen. NB. Ook het BSN wordt enkel intern bij het IB verwerkt voor het samenstellen van de Dataset en wordt niet verstrekt aan het CBP of andere bij de Raming betrokken partijen.
***
Pilotovk IB Gemeente tbv data CPB Onderzoek Raming Wmo Jw V01b 13122022.pdf
8
Aan de leden
Datum
18 januari 2023 Kenmerk
TPW/U202200859 Lbr. 23/001 Telefoonnummer
070 – 373 83 93 Bijlage(n)
-
Onderwerp
Informatiepunten digitale overheid
Geachte leden van het college en de gemeenteraad,
Vanaf 1 januari 2023 heeft u een nieuwe verantwoordelijkheid en regierol ten aanzien van de informatiepunten digitale overheid (IDO’s). IDO’s zijn laagdrempelige, eerstelijnshulploketten in lokale bibliotheken, waar inwoners en ondernemers terecht kunnen met vragen over de digitale overheidsdienstverlening. In deze ledenbrief informeren we u over de Regeling specifieke uitkering voor Informatiepunten Digitale Overheid, wat u als gemeente moet doen en welke ondersteuning we u bij deze nieuwe regietaak bieden. Waarom IDO’s onder gemeentelijke regie? De overheidsdienstverlening is grotendeels gedigitaliseerd. Voor velen biedt dit gemak, maar niet iedereen kan hiermee uit de voeten zonder hulp. Mensen met onvoldoende digitale vaardigheden ervaren belemmeringen bij toegang tot de online dienstverlening. Ze kunnen daardoor voorzieningen mislopen en worden uitgesloten van hulp. Overheidsorganisaties kost dit extra werk in de vorm van rappels, telefoontjes, balieverkeer, et cetera. Om digitale inclusie te bevorderen zijn in 2019 de IDO’s tot stand gekomen. Daar kunnen mensen terecht voor: • • •
hulp bij het digitale verkeer met publieke en private dienstverleners; begeleiding naar cursussen digitale vaardigheden en digitale overheid; en warme doorverwijzing naar de bevoegde publieke dienstverlener of professionele hulpverleners.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202200859
PROD
Inmiddels zijn er ruim 600 IDO’s bij lokale bibliotheken in 306 gemeenten gerealiseerd. Deze IDO’s zijn door de landelijke uitvoeringsorganisaties1 en de Koninklijke Bibliotheek (KB) opgezet met financiering door BZK. In 2021 is het besluit genomen om de financiering structureel te maken. Daarbij is de afspraak gemaakt dat de gemeenten de regie gaan voeren op de IDO’s. 2 Gemeenten zijn hiervoor een logische partij: ze voeren dienstverlening op vele gebieden digitaal uit en kunnen het IDO verbinden aan het bredere lokaal beleid zoals het bibliotheekbeleid, de aanpak van laaggeletterdheid en de aansluiting op de lokale dienstverlening. Gemeenten staan ook het dichtst bij de samenleving en zijn het best gepositioneerd om de locaties te bepalen waar IDO’s zijn gevestigd en de toeleiding vanuit een netwerk te organiseren. Zie voor de rolinvulling de factsheet (pdf). Naar verwachting treedt in 2024 de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) in werking, die een herziening inhoudt van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens het gewijzigde artikel 2:1, eerste lid Awb (nieuw), hebben bestuursorganen een zorgplicht om passende ondersteuning te bieden bij dienstverlening van de overheid. IDO’s zijn een middel om deze ondersteuning een concrete invulling te geven. De specifieke uitkering zal tegen deze achtergrond in de Wmebv worden verankerd.
Wat moet u doen? In totaal wordt via de Regeling specifieke uitkering voor Informatiepunten Digitale Overheid een bedrag van € 17,13 miljoen voor IDO’s aan gemeenten beschikbaar gesteld. Dit bedrag is kaderstellend en iets hoger dan de huidige inzet. Het bedrag per gemeente is gebaseerd op een eenmalige berekening volgens de stand van 1 januari 2022 en ligt voor de komende jaren vast. We hebben in het kader van de consultatie omtrent de regeling aandacht gevraagd voor indexering van de middelen en om een evaluatie. U dient de specifieke uitkering voor de volgende activiteiten in te zetten: 1. De financiering van de lokale bibliotheek voor de realisatie of instandhouding van de IDO’s. 2. De promotie van de IDO’s bij de inwoners. 3. Het voeren van regie over het netwerk van organisaties rond de IDO’s die voor inwoners relevant zijn. Denk aan wijkteams, woningcorporaties, welzijnsinstellingen, cursusaanbieders, schuldhulpverleners, zorgverleners en sociale raadsheren. Als er in uw gemeente nog geen IDO aanwezig is, dient u met de lokale bibliotheek in overleg te treden om een IDO te realiseren. Indien er in de gemeente geen lokale bibliotheek (meer) aanwezig is, dan kan de gemeente contact leggen met een lokale bibliotheek in een andere gemeente. Daarmee kan worden afgesproken om een IDO binnen de gemeente te realiseren.
Wat betekent dit voor de ambtelijke organisatie? Op grond van de regeling ontvangt uw gemeente een uitkering vanuit het ministerie van BZK. U hoeft daarvoor geen aanvraag te doen. Op de korte termijn dienen er afspraken gemaakt te worden met de bibliotheek om de financiering van het IDO over te nemen. Deze afspraken moeten in veel gevallen nog gemaakt worden. Daardoor kan verlenging van bestaande contracten met medewerkers van het IDO gevaar lopen. BZK biedt een overbruggingsregeling van € 2,7 miljoen 1
Zoals SVB, CAK, CIZ, Belastingdienst etc. verenigd in de zogenoemde Manifestgroep, inmiddels opgegaan in het Netwerk Publieke Dienstverleners (NPD) 2 Dit vanuit de middelen gemeentelijke dienstverlening die beschikbaar zijn gesteld door het kabinet als onderdeel van de maatregelen naar aanleiding van het rapport van de Parlementaire onderzoekscommissie kinderopvangtoeslagen “Ongekend onrecht”. Zie ledenbrief Lbr. 21/083
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/3
aan de bibliotheken om te voorkomen dat liquiditeitsproblemen ontstaan en de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt. Bibliotheken hoeven geen actie te ondernemen om deze subsidie te verkrijgen. Meer informatie over deze overbruggingsregeling volgt via de KB. Voor gemeenteambtenaren is een Handreiking over de IDO’s (pdf) en de rolinvulling door de gemeente ontwikkeld. Daarin treft u meer informatie over de IDO’s aan en handvatten, tips en modellen voor het vervullen van de rol van financier van het IDO. VNG ondersteuning Wij ondersteunen u bij deze nieuwe taak via het project Lokale regie op Informatiepunten Digitale Overheid, met subsidie van BZK. Vanuit het project wordt onder meer kennisuitwisseling via het VNG forum Digitale inclusie en webinars bevorderd. Zo is een webinar gericht op bestuurders gepland op vrijdag 27 januari 2023 van 11.00 uur tot 12.00 uur. Hiernaast zal in 2023 het project Lokale Ketenaanpak Digitale Inclusie van start gaan. Dit project is gericht op de beschrijving van een lokale aanpak om in samenwerking met private partijen de toeleiding naar het IDO te bevorderen en de digitale kloof in de samenleving te slechten. Hierbij zal samengewerkt worden met de Alliantie Digitaal Samenleven. Via vng.nl ontvangt u te zijner tijd meer informatie over deze aanpak.
Wij werken verder aan de doorontwikkeling van de IDO-dienstverlening, dat doen we samen met de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB), de KB, het Netwerk van Publieke Dienstverleners (NPD) en BZK. De KB zal het inhoudelijke ondersteuningsprogramma voor bibliotheken de komende tijd voortzetten. Onder meer is aanhaking van andere digitale dienstverleners zoals ziekenhuizen, openbaar vervoersbedrijven en banken aan de orde. Vragen Mocht u vragen hebben over naar aanleiding van deze ledenbrief, dan kunt u contact opnemen met Rachida Moreira Figueiredo, projectleider Lokale regie op IDO’s: Rachida.MoreiraFigueiredo@vng.nl. Tot slot Uit de monitor die wij hebben laten opstellen blijkt dat de meeste gemeenten goed bekend zijn met het IDO. Dat schept een goede basis voor de uitvoering van de regietaak. Wij wensen u veel succes toe met de uitvoering van de IDO’s. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/3
Geachte dames en heren, Naar aanleiding van onderstaande artikel over een onderzoek van Movisie en het VerweyJonger Instituut, over m.n. de positie van gedupeerden bij discriminatiemeldingen, zou ik u het volgende willen vragen. De Antidiscriminatiebureaus bestaan al 31 jaar, waarbij het ADB Zeeland voor onze regio werkzaam is. Zou het mogelijk zijn om te kijken (onderzoeken) hoe dit bureau zich ontwikkeld heeft vanaf het eerste jaar (1991) tot nu toe? Het gaat dan niet om het weergeven van een stuk historie, maar om te bezien of er aanpassingen nodig of wenselijk zijn. Zeker ook naar aanleiding en in het licht van de bevindingen van genoemde hieronder beschreven onderzoek. Zou ik een reactie van u mogen ontvangen? Met vriendelijke groet, Alex Soplantila
Antidiscriminatiebureaus met slagkracht: op weg naar een nieuw meldproces bij discriminatie Publicatie Rapport 22 december 2022 / Antidiscriminatiebureaus met slagkracht: op weg naar een nieuw meldproces bij discriminatie | Movisie Gediscrimineerd worden is voor veel mensen een terugkerende en soms een dagelijkse ervaring. Denk aan beledigende opmerkingen vanwege je hoofddoek, niet een gebouw binnen kunnen komen met je rolstoel, starende blikken of uitgescholden worden als je met je partner van hetzelfde geslacht hand in hand loopt. Maar de meeste ervaringen met discriminatie worden niet gemeld. Dit komt onder meer omdat gedupeerden voelen of ervaren dat melden ‘toch geen zin heeft’. In nieuw onderzoek heeft Movisie samen met het VerweyJonker Instituut onderzocht hoe het meldproces bij antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) op zo’n manier kan worden ingericht dat melden een duidelijke meerwaarde heeft voor de gedupeerde. Het onderzoek bestond uit een literatuurverkenning, inzichten door experts en gesprekken met gedupeerden van discriminatie. In het bijzonder kwam uit de gesprekken met de gedupeerden een enigszins nieuwe visie naar voren op de antidiscriminatievoorzieningen.
Registeren een bijzaak, verandering een hoofdzaak Een ADV heeft nu wettelijk de taak om meldingen van discriminatie te registeren en gedupeerden bij te staan. Maar voor gedupeerden is het melden en registreren van discriminatie vaak een bijzaak; dat melden en registreren kost hen vooral energie en stress. Het maken van een melding zorgt ervoor dat gedupeerde van discriminatie de ervaring moeten herbeleven, wat emotioneel zwaar kan zijn. Gedupeerden maken vooral een melding omdat ze de discriminatie die zij ervaren als onrechtvaardig zien. De (alledaagse) discriminatie die zij ervaren vormt een belemmering. Ze willen hier een oplossing voor, dat de
discriminatie stopt. Het meldproces zou zo ingericht kunnen worden dat de ADV een daadkrachtige organisatie wordt, met als missie om discriminatie te stoppen. Gedupeerden zouden eerder een melding maken als dat hulp oplevert die zorgt voor een wezenlijke verandering van de situatie. Voor henzelf, maar ook voor anderen in een vergelijkbare situatie. Gedupeerden willen niet alleen verbetering voor zichzelf maar ook vaak voor een volgende generatie. Het zou voor gedupeerden goed zijn als hun melding bijdraagt aan een stevig preventie-aanbod; zodat een ander niet hetzelfde overkomt. Er zijn zeker al ADVmedewerkers en ADV’s die werken vanuit de missie om discriminatie te stoppen, maar ADV’s hebben nu nog niet alle mogelijkheden en middelen om dit ook altijd in de praktijk te kunnen brengen.
Over het onderzoek Het onderzoek is gedaan door middel van een literatuurstudie, interviews en focusgroepen met gedupeerden en een Delphi-studie onder experts. Een Delphi-studie houdt in dat aan experts is gevraagd om antwoord te geven op een vragenlijst, gebaseerd op het literatuuronderzoek. We hebben in twee rondes een vragenlijst voorgelegd aan de experts. Na de tweede ronde was er consensus onder de experts. Dit onderzoek betreft dus geen evaluatieonderzoek naar het functioneren van de ADV’s en het is ook geen reflectie op de huidige werkwijze van de ADV’s. Dit onderzoek kijkt juist voorruit: het is de bedoeling kennis aan te leveren die een bijdrage kan leveren aan een (ver)nieuwe(nde) visie op de ADV’s.
Niet per se waarheidsvinding maar steun en verandering In het huidige meldproces neemt een klachtbehandelaar een onpartijdige positie in. Als de melder dat wil, kan een ADV een onderzoek starten (met ‘hoor en wederhoor’) om vast te stellen of discriminatie echt heeft plaatsgevonden. De klachtbehandelaar vraagt de melder aan het begin van het proces naar bewijs, zo staat beschreven in het huidige protocol voor het meldproces. Maar als je kijkt naar de behoeften van gedupeerden zou dit anders moeten. Gedupeerden vermoeden namelijk dat de meeste discriminatie die hen overkomt niet te bewijzen is. Nu vormt de onpartijdige rol vanuit een ADV vaak een drempel omdat gedupeerden niet zeker weten of het überhaupt discriminatie was; veel discriminatie is namelijk ‘verpakt’ en lastig te herkennen. Gedupeerden zijn meestal niet op zoek naar onpartijdigheid maar naar iemand die juist aan hun kant staat, die hen steunt en voor hen opkomt. In de ADV van de toekomst zou een klachtbehandelaar in de eerste plaats een gedupeerde ondersteunen. Momenteel worden al wel bemiddelingsgesprekken gevoerd. Mogelijk kan dit vaker ingezet worden. ‘Maar de slachtoffers die moeten het gevoel krijgen dat ze gehoord worden en dat er acties zijn ondernomen. En dat moeten dan ook acties zijn die recht doen aan hun gekwetstheid die zij hebben ervaren. En dat hoeft niet per se in strafrechtelijke vorm.
Echt niet.’ Quote van gedupeerde uit het onderzoek
Samen met ketenpartners op zoek naar een oplossing Hoe kan het meldproces volledig ingericht worden naar de behoeften van gedupeerden? De ADV’s hebben de middelen, bevoegdheid en expertise nodig om ketenpartners nauw met elkaar te laten samenwerken en aan te sturen. Dat hebben ADV’s nu nog niet. In die nieuwe situatie zou een ADV samen met ketenpartners ervoor kunnen zorgen dat er voor gedupeerden naar een goede oplossing wordt gezocht. Een oplossing die ervoor zorgt dat hun veiligheid wordt vergroot. Denk bijvoorbeeld aan gesprekken voeren met een werkgever
of een buurvrouw die discrimineert. Niet om vast te stellen of er wel of niet sprake is van discriminatie, maar om in te zetten op verandering en verbetering van de situatie. Daarbij moet de veiligheid van de gedupeerde steeds voorop staan. Want een van de belangrijkste redenen om geen melding te maken is de angst voor repercussies: niet geloofd worden en dat het allemaal niets oplevert. Als een ADV zou kunnen helpen met het creëren van een veilige situatie voor de gedupeerde zonder repercussies, zou de drempel om te melden een stuk lager worden. Op die manier zou een ADV meer gaan werken als Veilig Thuis, waarbij onder meer een veiligheidsplan opgesteld wordt om te zorgen dat gedupeerden (in dat geval van huiselijk geweld) veilig zijn. Een ADV zou op vergelijkbare wijze zorg kunnen dragen. Samen met ketenpartners kan een veiligheidsplan gemaakt worden die ervoor zorgt dat de gedupeerde veilig is: dat deze niet wordt ontslagen, niet wordt belaagd door de buren, niet wordt gestraft door de docent etc.
Ervaringsdeskundigen Bekend uit de literatuur is dat je je weerbaarder kunt gaan voelen door contact te hebben met mensen die om dezelfde reden worden gediscrimineerd als jij. De gedupeerden met wie is gesproken in dit onderzoek hebben vaak ook behoeften aan zulk soort contacten. Ze willen bijvoorbeeld hulp van ervaringsdeskundigen en zouden zichzelf ook graag in de klachtbehandelaren willen herkennen.
Aanpassing van landelijk protocol en wetgeving nodig De nieuwe visie die voortkomt uit het Movisie-onderzoek (in samenwerking met prof. Serena Does van het Verwey-Jonker Instituut), kan niet zomaar door de ADV’s worden toegepast in de praktijk. Allereerst is er is aanpassing van de wet nodig voordat er een geheel nieuw meldproces bij discriminatie opgezet kan worden. De bevoegdheid om ketenpartners te wijzen op hun taak en de aanpak van discriminatie te coördineren, ligt nu namelijk niet bij een ADV. Ook preventie is nog niet een onderdeel van het wettelijke takenpakket van een ADV. Naast de wet zal ook het landelijke protocol moeten worden aangepast. Iedere ADV die aangesloten is bij de landelijke vereniging van ADV’s werkt op basis van een dergelijk protocol, gebaseerd op het Landelijk Protocol Klachtbehandeling (Landelijk Protocol Klachtbehandeling, z.d.). Het protocol beschrijft onder andere hoe het proces van klachtenbehandeling eruitziet en hoe contact en communicatie met de melder is geregeld. Om de gedupeerden en hun behoeften voorop te laten staan in het meldproces, moet dit protocol flink aangepast worden. Vanuit de wens van gedupeerden zou er bijvoorbeeld minder nadruk komen te liggen op het aanleveren van bewijsmateriaal.
Er zou niet de opdracht worden gegeven aan klachtbehandelaars om ‘onpartijdig’ te luisteren maar juist om een betrokken en empathisch gesprek te voeren. En gedupeerden zouden standaard gewezen worden op de hulp vanuit ervaringsdeskundigen.
Aan: Gemeenteraad en college van B&W gemeente Middelburg
Betreft: Reactie/ en ongevraagd advies SCW aan gemeenteraad en college Middelburg op gratis Middelburgse OV pas voor cliënten van de Wmo met Wmo vervoerspas /20230108 Walcheren, 8 januari 2023 Geachte lezer, Meer dan twee jaar geleden, op 10 november 2020 schreef het Overleg Platform Openbaar Vervoer Zeeland in advies aan Connexxion en gedeputeerde van der Maas onder andere: Het OPOV maakt zich vooral zorgen om de financiële bereikbaarheid van het Zeeuwse OV voor sociale minima. Zeker als zij incidenteel gebruik maken van het OV – bijvoorbeeld om in een ander dorp naar de Voedselbank of de huisarts te gaan – valt het nieuwe tariefsysteem voor hen (zeer) nadelig uit. Het OPOV vindt dat het Zeeuwse OV juist voor deze mensen financieel bereikbaar moet zijn. Daarom adviseren wij Connexxion en de Provincie om samen het initiatief te nemen om deze situatie te repareren voor deze kwetsbare groep. Bijvoorbeeld door een activerende campagne te starten om de gemeenten het speciaal ‘minima-product’ van Connexxion aan te bieden. Hiermee kunnen gemeenten hun inwoners met een minimuminkomen, een reisproduct aanbieden waarmee ze met korting of gratis kunnen reizen, afhankelijk van de bijdrage van de betreffende gemeente. Wij kunnen ons voorstellen dat de Provincie de gemeenten een financiële prikkel geeft om dit product onderdeel te maken van hun sociale minimabeleid.
Connexxion biedt dit reisproduct voor de minima met de volgende woorden bij de gemeenten aan: “(…) Met dit OV-product voor minima kunt u uw minimabeleid actief invullen door uw armste
inwoners eenvoudig en goedkoop openbaar vervoer te bieden. (…) Uit evaluaties van steden waar minima gratis openbaar vervoer wordt aangeboden, blijkt dat minima meer sociale contacten hebben en vaker de deur uitgaan. (…) Instrument armoedebestrijding. Minima die afhankelijk zijn van een inkomen onder de grens van het armoedebeleid kunnen voortaan gewoon en makkelijk op pad. Zonder veel kosten te maken.” De Sociale Cliëntenraad Walcheren heeft de Walcherse gemeenten meer dan eens gevraagd dit product ter beschikking van de minima te stellen. Daar wordt steeds, met wisselende argumenten, afwerend en met uitstel van behandeling op gereageerd. Toen sloeg op 20 december 2022 portefeuille houdend wethouder mevrouw Treurniet alarm over de toekomstbestendigheid van het Wmo vervoer. Ter informatie; de Wmo voorziet in vervoer voor mensen die hun eigen vervoer niet meer zelfstandig of met hulp van anderen kunnen organiseren, als men bijvoorbeeld vanwege een handicap, beperking of psychische aandoening niet meer kan reizen met het openbaar vervoer. Zo staat dat in de Zorgwijzer. Het Wmo vervoer kost de gemeente veel geld. (Zie noot.) Vandaar dat: “ Vanuit de gemeente is gekeken of huidige Wmo-cliënten kunnen uitstromen naar het reguliere OV. (…) om mensen een positieve prikkel te geven, om zoveel als mogelijk richting het reguliere OV te bewegen.
Door de financiële drempel voor het OV te verlagen, wordt geprobeerd de uitstroom uit het Wmo-vervoer te bewerkstelligen”. (memo - actieve informatie Gemeente Middelburg) Zo’n “positieve” prikkel werkt natuurlijk het beste op mensen met weinig geld, zij zullen kosten proberen te mijden. Volgens de wethouder heeft de” (…) gemeente Middelburg (…) 2000 klanten die in het kader van de Wmo een Wmo vervoerspas hebben. Van deze 2000 klanten weten we dat er 300 klanten een Wmo vervoerspas hebben, maar hier niet of nauwelijks gebruik van maken. De vraag is dan waarom maken mensen geen gebruik van deze Wmo vervoerpas. Hebben deze mensen een Wmo vervoerspas preventief voor het geval dat ze in de toekomst een vervoersprobleem hebben en dan gebruik kunnen maken van de Wmo taxi. Of hebben deze mensen wel een vervoersbehoefte, maar niet de financiële middelen om met de Wmo taxi de verplaatsingen die ze graag zouden willen doen te doen.” “Vráág het die mensen eens!”, lijkt dan het meest voor de hand liggende antwoord. Niet meer dan 300 mensen, wat zal dat kosten en hoe moeilijk kan dat zijn? In plaats van een eenvoudige inventarisatie wordt een pilot van een jaar gehouden. Een met het oog op de noden van de minima ontworpen product van Connexxion wordt door de gemeente verbouwd tot een gratis te verstrekken reisproduct zonder inkomenstoets.
En vervolgens houdt wethouder Treurniet over die op bezuiniging gerichte onderneming een heel ander verhaal (krant en website gemeente). Zij zegt daar: “Ik vind het belangrijk dat al onze inwoners mee kunnen doen. Door het reisproduct van
Connexxion aan deze groep aan te bieden, gaan zij mogelijk meer reizen. Dit kan eenzaamheid voorkomen en zorgt ervoor dat zij beter kunnen participeren.” En verder: (…)We willen het voor mensen die van WMO-vervoer afhankelijk zijn vooral gemakkelijker en goedkoper maken.” Voor de PZC weet wethouder Treurniet wel het antwoord op wat ze zich in de memo nog afvraagt. “En je betaalt daarvoor een bedrag om in te stappen en een bedrag per kilometer. We horen van mensen dat dat behoorlijk kan oplopen. Daar maken we ons zorgen over.” Alle bewoners moeten kunnen meedoen van de wethouder. Behalve kennelijk de minima want het Middelburgse gemeentebestuur vindt dat eerst door middel van kostbaar extern onderzoek bewezen moet worden of deze argumenten van sociaal isolement, eenzaamheid en gebrek aan financiële middelen wel voor de minima gelden. “Mogelijk geeft dit onderzoek antwoorden of er een noodzaak is om een minima-vervoerspas in te zetten voor minima”. Volgens Connexxion is dat onderzoek er al lang geweest, vandaar dat het vervoersbedrijf het product voor de minima al tijden geleden ontwikkeld heeft. “ Uit onderzoek blijkt dat veel mensen met een minimuminkomen door financiële beperkingen leven in een sociaal isolement. In veel gemeenten worden daarom minima ondersteund, zodat deze groep mensen toch volwaardig kan blijven participeren aan de samenleving.