21-030 Bijlage 2. Stedelijk Waterprogramma Middelburg 2021-2030 ontwerp - ex fin
Tekst van het document
In de praktijk blijkt dat de rioolheffing minder sterk is gestegen dan in het vigerende vGRP is aangenomen. Dat wordt mede veroorzaakt door lagere inflatiecijfers dan destijds is aangenomen. In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de rioolheffing gedurende de planperiode. Daaruit wordt zichtbaar dat de kostendekkendheid steeds rond de 100% schommelt. Het aantal heffingseenheden is lager dan in het vigerende vGRP is ingeschat door de lagere groei van de woningbouw. Tabel 3.1: verloophoogte rioolheffing
Jaar
2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Gepland in vGRP 2014-2018 Riool- Eigenaren- Gebruikersheffing deel deel € 173,19 € 126,09 € 47,10 € 180,55 € 116,37 € 64,18 € 185,98 € 119,88 € 66,10 € 191,58 € 123,50 € 68,07 € 197,34 € 127,23 € 70,11 € 203,28 € 131,08 € 72,20 € 209,39 € 135,04 € 74,36
Hoofdstuk 3: evaluatie eindconcept rapport
Werkelijk verloop planperiode Riool- Eigenaren- Gebruikers Dekking heffing deel -deel € 174,00 € 126,90 € 47,10 101,34% € 177,52 € 129,24 € 48,28 100,22% € 181,96 € 132,47 € 49,49 99,80% € 186,51 € 135,78 € 50,73 98,82% € 190,62 € 138,77 € 51,85 100,18% € 196,14 € 142,79 € 53,35 100,84% € 203,49 € 148,14 € 55,35 p.m.
-22-
Eenheden 24.490 24.490 24.538 24.693 25.082 25.293 p.m.
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
4
Visie en toetsingskader
Wat brengt de toekomst? Wat is het ambitieniveau en welke doelen moeten worden gehaald? Kiest de gemeente voor een reactief, anticiperend of toekomstgericht beleid? In dit hoofdstuk wordt vooruit gekeken. Er wordt een stip op de horizon geplaatst en daar wordt met gepaste ambitie, stapsgewijs en doelgericht naartoe gewerkt. Door vooruit te blikken worden ook kansen zichtbaar. Door deze kansen te benutten kan werk met werk worden gemaakt en kan op sommige momenten hetzelfde worden bereikt tegen minder kosten of meer worden bereikt tegen gelijke kosten. De visie verwoordt de stip op de horizon. Het toetsingskader geeft daarnaast concrete eisen en maatstaven waar de gemeente Middelburg zich aan verbindt om toe te werken naar de beschreven visie. In hoofdstuk 2 is de visie reeds verwoord. Deze luidt als volgt. Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond, robuust en toekomstbestendig (grond)water- en rioleringssysteem in zowel het bebouwde gebied als het buitengebied van de gemeente Middelburg.
4.1
Toelichting visie Grote ombuigingen binnen de rioleringszorg kunnen niet van de een op andere dag worden doorgevoerd. Onderdelen van het rioleringssysteem kennen een lange levensduur. Fysieke ingrepen vereisen veel inspanning en kosten en worden om die reden over meerdere jaren uitgespreid. Daarbij kunnen deze ingrepen soms tot overlast voor burgers leiden. Het is niet bekend wat de toekomst brengt. Met de wetenschap dat veranderingen in de rioleringszorg tijd kosten, is het belangrijk om gedoseerd te bouwen aan een water- en rioleringssysteem dat voldoet aan de omstandigheden zoals die te verwachten zijn over een langere periode van 30 tot 50 jaar.
4.1.1
Afvalwater Inwoners en bedrijven binnen de gemeente Middelburg produceren afvalwater. De gemeente heeft de wettelijke plicht om dit afvalwater in te zamelen en te transporteren naar de met het waterschap overeengekomen overnamepunten. Daar wordt het afvalwater overgedragen aan het waterschap om te worden getransporteerd en gezuiverd. Het streven van de gemeente Middelburg is om het inzamelen en transporteren van het afvalwater tegen de laagst maatschappelijke kosten uit te voeren, zonder daarbij tekort te doen aan haar wettelijke verplichtingen. Als middel daarvoor gebruikt zij riolering.
Hoofdstuk 4: visie en toetsingskader eindconcept rapport
-23-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
4.1.2
Hemelwater Als het regent, verdwijnt in de gemeente Middelburg het meeste hemelwater vanaf de verharding in de openbare ruimte ook in de (gemengde) riolering en wordt direct afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Om al dat relatief schone hemelwater te transporteren en te zuiveren, zijn kostbare voorzieningen nodig en dat kost geld en energie. Door de verandering van het klimaat wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld. Buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op (grond)wateroverlast toe. Anderzijds zijn er langere droge perioden met kans op verdroging. Het blijven vergroten van de ondergrondse voorzieningen (riolering) is echter geen optie. Uiteindelijk zullen ondergrondse voorzieningen te klein zijn en het steeds maar vergroten wordt uiteindelijk te kostbaar. Om bij een veranderend klimaat droge voeten te blijven houden, wordt nadrukkelijk ook gekeken naar bovengrondse oplossingen en wordt de samenhang met de (her)inrichting van de openbare ruimte gezocht. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte worden er daarom twee sporen gevolgd. In de eerste plaats wordt er naar gestreefd om het aantal vierkante meters verharding terug te brengen (straten, wegen pleinen). Dit heeft als positief effect dat minder regenwater wordt opgevangen en dat dit niet afgevoerd hoeft te worden naar de riolering.
Tevens vermindert dit op termijn de opwarming van het bebouwd gebied. Als het verminderen van de verharding niet mogelijk of niet gewenst is dan wordt de verharding, waar dit mogelijk is, afgekoppeld (straten, wegen pleinen, maar ook daken). Dit houdt in dat het afstromende regenwater niet afgevoerd wordt naar de gemengde riolering en vervolgens naar de zuivering, maar bijvoorbeeld rechtstreeks naar het oppervlaktewater of naar groenvoorzieningen waarin overtollig hemelwater tijdelijk wordt geborgen (wadi’s). Het regenwater kan ook worden afgevoerd via regenwaterriolering, maar er wordt juist ook gekeken naar mogelijke aanpassing van de bovengrondse inrichting van de openbare ruimte (trits ‘vasthoudenbergen-afvoeren’). De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de verwerking van regenwater op zijn eigen perceel. Deze zal steeds vaker actief gestimuleerd en gemotiveerd en soms verplicht worden om een steentje bij te dragen door op eigen terrein voorzieningen te treffen voor infiltratie, buffering of opslag van hemelwater.
4.1.3
Grondwater De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn eigen terrein. De gemeentelijke zorgplicht richt zich op het openbaar gebied. Om grondwateroverlast te voorkomen en perceeleigenaren de mogelijkheid te bieden hun eigen terrein te ontwateren, stelt de gemeente de bewoners een overnamepunt ter beschikking voor de afvoer van overtollig grondwater. Dit dient echter wel doelmatig plaats te vinden. Bij nieuwe projecten legt de gemeente standaard drainage aan in openbaar gebied. De grondwaterzorgplicht vereist van de gemeente Middelburg inzicht in het functioneren van het grondwatersysteem en in de bodemopbouw. Daartoe worden de grondwater-
Hoofdstuk 4: visie en toetsingskader eindconcept rapport
-24-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
standen gemeten met behulp van het dan functionerende meetnet van peilbuizen. Deze meetgegevens worden met regelmaat geanalyseerd om de ontwikkelingen in het grondwatersysteem te volgen. Uiteindelijk wordt gestreefd naar een passend grondwaterpeil bij de functie van het bovenliggende gebied: niet te nat, maar zeker ook niet te droog.
4.1.4
Oppervlaktewater Het is essentieel om een goed ingericht watersysteem te hebben binnen het stedelijk gebied. De toenemende regen moet geborgen worden en moet uiteindelijk afgevoerd worden. Het watersysteem biedt voldoende veiligheid tegen hoogwater (langdurig natte perioden) en is klimaatbestendig ingericht. De waterkwaliteit wordt zo veel als mogelijk gewaarborgd. De inrichting en de flora en fauna spelen daarbij een belangrijke rol, onder andere via bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers. Beheer en onderhoud van het oppervlaktewatersysteem vindt plaats in nauwe samenwerking met het waterschap dat de meeste oppervlaktewateren in beheer heeft.
4.1.5
Bedrijfsvoering De gemeente Middelburg wil haar riolerings- en watervoorzieningen in goede toestand hebben en houden. Om dit bereiken, voert zij onderhoudswerkzaamheden uit waarbij zij zich richt op een efficiënt, doelmatig en integraal onderhoudsprogramma. Daarvoor is kennis van het werkelijk functioneren van de voorzieningen een vereiste. Dit wordt verkregen door het monitoren van het functioneren van de rioleringsvoorzieningen, door analyse van de uitgevoerde werkzaamheden en door een goed gegevensbeheer. Ook op het gebied van planvorming richt de gemeente Middelburg zich niet alleen op de korte termijn. Zij wil voldoende kennis en actuele informatie beschikbaar hebben om tussentijds geactualiseerde (beleids)producten te kunnen blijven opleveren. De gemeente Middelburg streeft naar een integrale en duurzame benadering van de afvalwaterketen en het (grond)watersysteem (grondwater, hemelwater en de relatie met het oppervlaktewater). Hierbij wordt samenwerking gezocht met de waterpartners (HZ en SAZ+, assetmanagement) en de regionale partners. Integraliteit en samenwerking zijn mogelijkheden om te komen tot kostenbesparingen. Duurzame oplossingen zijn daarbij het doel.
Hoofdstuk 4: visie en toetsingskader eindconcept rapport
-25-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
4.2
Ambitieniveau De wettelijke zorgplichten van de gemeente kunnen op verschillende ambitieniveaus worden uitgevoerd: ‘reactief’ (ingrijpen indien nodig), ‘anticiperend’ (planmatig te werk gaan) en ‘toekomstgericht’ (duurzaam inspelen op nieuwe ontwikkelingen). Het ambitieniveau bepaalt het tempo en de middelen waarmee de lange termijn visie wordt vormgegeven en beïnvloedt hiermee voor een deel het kostenniveau en daarmee ook de hoogte van de rioolheffing. Voor alle drie de ambitieniveaus geldt dat deze zo doelmatig mogelijk worden ingevuld. Het gaat erom niet alleen de dingen goed te doen, maar ook de goede dingen te doen. Dit alles binnen r a t een realistische (uitvoerings)planning
4.2.1
Reactief Het ambitieniveau ‘reactief’ kenmerkt zich door een afwachtende, behoudende houding. Er wordt niet of nauwelijks planmatig te werk gegaan en pas ingegrepen bij regelmatig terugkerende calamiteiten. Overlast vindt af en toe plaats, maar wordt geaccepteerd. De wettelijke en bestuurlijke verplichtingen worden minimaal ingevuld.
4.2.2
Anticiperend In het ambitieniveau ‘anticiperend’ wordt meer planmatig te werk gegaan, waarbij de strategie is gericht op een goede uitvoering van de wettelijke taken en het beperken van risico’s. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Daarbij worden de beschikbare middelen en de bestaande ervaring zo efficiënt mogelijk ingezet. De blik is hierbij gericht op de middellange termijn (periode van 5 à 10 jaar), rekening houdend met ontwikkelingen die binnen die termijn op de gemeente afkomen.
4.2.3
Toekomstgericht In het ambitieniveau ‘toekomstgericht’ wordt meer vooruitstrevend te werk gegaan. De strategie is gericht op een lange termijn visie waarin de zorgplichten op een meer duurzame wijze kunnen worden ingevuld. Innovatie en investeringen gaan hand in hand, waarbij via pilots (bijvoorbeeld in SAZ+ verband) ervaring wordt opgedaan, voordat wordt overgegaan tot een eventuele algemene toepassing daarvan. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Monitoring van het functioneren van de systemen is een belangrijke informatiebron om hier invulling aan te geven.
4.3
Keuze ambitie
4.3.1
Ambitiematrix In de tabel in figuur 4.1 zijn de gemeentelijke zorgplichten en de bedrijfsvoering ingevuld voor de drie beschreven ambitieniveaus. De tabel vormt een ambitiematrix op basis waarvan een keuze kan worden gemaakt voor een na te streven ambitieniveau om invulling
Hoofdstuk 4: visie en toetsingskader eindconcept rapport
-26-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
te geven aan de visie. Dit wordt vervolgens nader uitgewerkt in de strategie van het SWP. Het uit te werken ambitieniveau kan desgewenst gedifferentieerd worden over de verschillende zorgplichten om zo te komen tot een optimale mix van activiteiten. Belangrijk om op te merken hierbij is dat het gaat om een ambitiematrix. Dat wil zeggen, een ambitie die de gemeente heeft voor het realiseren van haar visie en waar zij, in een realistisch tempo met zorgvuldig gebruik van de haar ter beschikking staande middelen, naar toe werkt. Dat betekent ook dat deze visie voor diverse onderdelen niet per direct vigerend beleid is. De visie en bijbehorende ambitie geven uitdrukking aan het voornemen van de gemeente om specifiek ergens naar toe te groeien, het beleid beschrijft de vigerende uitgangspunten die de gemeente thans hanteert in haar planvorming, beheer en onderhoud en andere activiteiten. Het beleid is vastgelegd in de strategie van dit SWP Middelburg (hoofdstuk 6).
4.3.2
Voorkeursscenario Vanuit de ambitiematrix kan een voorkeursscenario worden geformuleerd. Het voorkeursscenario geeft op hoofdlijnen een beeld waar de gemeente Middelburg de komende planperiode voor staat. De gemeente Middelburg heeft hier in de afgelopen jaren al deels een voorschot op genomen door actief te participeren in de samenwerking (SAZ+) en op basis van de resultaten daarvan te zoeken naar kostenbesparingen en efficiëntere manieren van werken. Deze pro-actieve houding en samenwerking in de regio heeft in de loop van de afgelopen jaren handen en voeten gekregen in diverse concrete projecten en in verschillende beleidsplannen. Deze concrete opgaven hebben bouwstenen opgeleverd voor de actualisatie van dit nieuwe SWP Middelburg. Voor de komende planperiode 2021-2030 is de ambitiematrix ingevuld, waardoor een voorkeursscenario is ontstaan. Het voorkeursscenario sluit (logischerwijze) aan bij de Visie Waterketen Zeeland (SAZ+) zoals die ook door de gemeenteraad van de gemeente Middelburg is vastgesteld (2017). Dit voorkeursscenario is opgenomen in de tabel in figuur 4.1. Met behulp van de kleuren in de matrix is aangegeven waar er gekozen is voor een bepaald ambitieniveau (reactief, anticiperend of toekomstgericht).
Hoofdstuk 4: visie en toetsingskader eindconcept rapport
-27-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Figuur 4.1: ambitiematrix met ingevuld voorkeursscenario toekomstige situatie (planperiode 2021-2030)
Hoofdstuk 4: visie en toetsingskader eindconcept rapport
-28-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
4.4
Toetsingskader In de Kennisbank Riolering is een aparte module opgenomen met daarin een toetsingskader voor de inhoud van een verbreed GRP (en dus voor dit Stedelijk Waterprogramma). Dit sluit als een nadere uitwerking aan op de eerder geformuleerde visie van de gemeente. Het toetsingskader is opgebouwd uit vier componenten: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De doelen zijn een algemene vertaling van wat de gemeente Middelburg wil bereiken, aansluitend op de visie. Vanuit deze doelen zijn eisen afgeleid die aan het functioneren van de riolering als systeem of aan de toestand van de objecten (riolen, putten, randvoorzieningen) worden gesteld, de zogenaamde functionele eisen. Om te kunnen bepalen in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan, zijn vervolgens maatstaven en meetmethoden geformuleerd. Doelen zijn de beschrijving van het gewenste systeemgedrag, ofwel de gewenste (ideale) situatie voor de toestand en het functioneren van de voorzieningen. Een voorbeeld van een doel is: ‘het voorkomen van vuiluitworp naar het oppervlaktewater’. De functionele eis bij het bovenstaande doel is bijvoorbeeld: ‘de vuiluitworp door overstortingen en regenwaterlozingen moet beperkt zijn’. De maatstaven zijn de getalsmatige precisering van de functionele eis.
Een voorbeeld van een maatstaf bij de eerder genoemde functionele eis is: ‘de vuiluitworp vanuit gemengde rioolstelsels mag maximaal 50 kg CZV/ha.jaar zijn’ De meetmethoden tenslotte geven aan op welke wijze wordt getoetst of aan de maatstaven wordt voldaan. Een voorbeeld van een gangbare meetmethode bij bovenstaande maatstaf is: ‘regenreeks- en vuiluitworpberekening’
In het algemeen zijn er drie hoofddoelen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke zorg voor de inzameling en het transport van afvalwater. Dit betreft: • duurzame bescherming van de volksgezondheid; • handhaving van een goede leefomgeving; • duurzame bescherming van natuur en milieu. Deze algemene beweegredenen voor de rioleringszorg worden in het kader van dit SWP Middelburg als uitwerking van de eerder beschreven visie vertaald naar de onderstaande doelen. Deze doelen maken deel uit van het toetsingskader en zijn sinds het voorgaande vGRP Middelburg ongewijzigd gebleven.
Hoofdstuk 4: visie en toetsingskader eindconcept rapport
-29-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Doel 1:
Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater.
Doel 2:
Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding.
Doel 3:
Transport van het ingezamelde afvalwater, hemelwater en grondwater naar een geschikt lozingspunt.
Doel 4:
Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater.
Doel 5:
Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken.
Doel 6:
Doelmatig beheer en een goed gebruik van de gemeentelijke voorzieningen tegen de laagst maatschappelijke kosten en het beheersen van deze kosten.
De gedetailleerde uitwerking van de doelen en het toetsingskader is opgenomen in bijlage 4.
Hoofdstuk 4: visie en toetsingskader eindconcept rapport
-30-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
5
Overzicht van de aanwezige voorzieningen In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het rioolstelsel van de gemeente Middelburg en wordt ingegaan op de aanwezige gemeentelijke voorzieningen voor hemelwater en grondwater in de bestaande situatie. De gemeente Middelburg beheert 335 km riolering. Naast de leidingen bestaat dit systeem uit meer dan 180 pompinstallaties, bijna 19.000 kolken en diverse andere voorzieningen als stuwconstructies, zandfilters, bergingsbakken en persleidingen.
5.1
Niet aangesloten bebouwing Binnen de gemeente Middelburg zijn per 15 oktober 2020 nog 155 niet gerioleerde panden aanwezig. Van deze panden zijn er 118 panden die daadwerkelijk afvalwater lozen. Voor al deze panden heeft de gemeente Middelburg een ontheffing van de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het afvalwater gekregen van de provincie Zeeland. Deze ontheffing is geldig vanaf 1 april 2016 voor onbepaalde tijd. Een overzicht van de niet gerioleerde panden is opgenomen in bijlage 5.
5.2
Overzicht aanwezige voorzieningen riolering In deze paragraaf wordt ingegaan op de aanwezige voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. Dit wordt samengevat onder de noemer ‘riolering’. In bijlage 6 is een meer gedetailleerd overzicht opgenomen van de verschillende voorzieningen.
5.2.1
Stelsels en systemen Het afvalwater en het hemelwater binnen de gemeente Middelburg wordt ingezameld met behulp van verschillende stelsels en systemen. Dit betreft: • gemengde riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater door dezelfde leiding afgevoerd richting (uiteindelijk) de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). • gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het hemelwater wordt direct geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. Het afvalwater wordt via een rioolgemaal afgevoerd naar de RWZI. • verbeterd gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het afvalwater en het eerste, veelal verontreinigde hemelwater worden via een gemaal afgevoerd naar de RWZI. Het overige hemel-water wordt via een regenwateroverstort geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. • persleidingen: rioolgemalen transporteren het water onder (hoge) druk uit de vrijverval riolen (vaak over langere afstan-
Hoofdstuk 5: overzicht van de aanwezige voorzieningen eindconcept rapport
-31-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
• •
den) naar een lozingspunt. De leidingen die daarvoor nodig zijn, worden persleidingen genoemd. drukriolering: hierbij wordt via pompputten en persleidingen afvalwater (veelal uit het buitengebied) afgevoerd naar het (gemengde) rioolstelsel. IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater): hiermee wordt het huishoudelijke afvalwater van percelen (veelal in het buitengebied) lokaal behandeld.
De kernen van de gemeente Middelburg zijn voor het grootste deel gemengd gerioleerd. Op diverse plaatsen is echter verhard oppervlak van de gemengde riolering afgekoppeld dat rechtstreeks of via regenwaterriolering afvoert naar het oppervlaktewater. Verbeterd gescheiden riolering is veelal op bedrijventerreinen terug te vinden, maar ook enkele woonwijken, bijvoorbeeld in delen van de Veerse Poort. Nieuwere wijken zoals de Mortiere en Rittenburg zijn gescheiden gerioleerd. IBA’s zijn niet in beheer en onderhoud bij de gemeente Middelburg, maar bij de particuliere eigenaar of de IBA-wacht. In totaal zijn er ruim 24.000 aansluitingen op de riolering (woningen en bedrijven). De gemeente Middelburg telt ruim 48.800 inwoners (per 1 januari 2020).
5.2.2
Kenmerken vrijverval riolering In de gemeente Middelburg ligt volgens het rioolbeheerbestand per 15 oktober 2020 bijna 335 kilometer aan vrijverval riolering. Dit is als volgt onderverdeeld: • gemengde riolering 175 km • regenwaterriolering (RWA) 119 km • vuilwaterriolering (DWA) 39 km • overige riolering 2 km • kolken circa 18.600 stuks Een gedetailleerd overzicht van de kenmerken van het rioleringssysteem is opgenomen in de naastgelegen tabel 5.1. Uit een vergelijking met de karakteristieken in het vigerende vGRP blijkt dat er ruim 40 km aan lengte riolering is bijgekomen. Dit is voor een groot deel (schone) regenwaterriolering. Dat de uitbreiding van het systeem met name gevonden wordt in de regenwaterriolering wordt ook zichtbaar in de toename van het aantal uitstroomconstructies. De uitbreiding van het rioleringssysteem wordt voor een belangrijk deel gevonden in de afkoppelwerkzaamheden van de afgelopen planperiode. Daarbij is gemengde riolering vervangen en is er (nieuwe) regenwaterriolering bij gelegd. Ook wordt bij rioolrenovatie (relining van oude riolen) vaak een schoonwaterriool mee gelegd. Daarnaast heeft er overdracht van riolering vanuit nieuwbouwlocaties plaatsgevonden, zoals de wijk Mortiere. In totaal is er binnen de gemeente Middelburg circa 267 ha verhard oppervlak aanwezig dat is aangesloten op de gemengde riolering.
Door afkoppelwerkzaamheden wordt deze hoeveelheid steeds minder. De hoeveelheid verharding die is aangesloten op regenwaterriolering of die rechtstreeks afwatert, is bijna volledig getalsmatig in beeld voor wat betreft de gemeentelijke verharding. Naast de verharding in het openbaar gebied en de verharding
Hoofdstuk 5: overzicht van de aanwezige voorzieningen eindconcept rapport
-32-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Tabel 5.1: samenvatting aanwezige voorzieningen (peildatum 15 oktober 2020)
Vrijvervalriolering gemengde riolering vuilwaterriolering regenwaterriolering (met voorziening) schoonwaterriolering overstortleidingen
[m’] [m’] [m’] [m’] [m’] totaal: [m’]
vGRP2014 174.076 30.579 46.711 39.340 2.231 292.937
2020 174.874 38.841 55.186 63.343 2.532 334.776
verschil [%] + 0,5% + 27,0% + 18,1% + 61,0% + 13,5% + 14,3%
(inspectie)putten overstortputten gemengde stelsels overstortputten schoonwaterstelsels uitstroomconstructies regenwater zandfilters
[st.] [st.] [st.] [st.] [st.]
6.990 54 42 185 4
8.046 62 57 314 4
+ 15,1% + 14,8% + 35,7% + 3,8% 0,0%
Rioolgemalen hoofdgemalen rwa-gemalen pompputten (diversen) persleidingen
[st.] [st.] [st.] [m’]
32 28 6 10.446
35 30 5 10.837
+ 9,4% + 7,1% - 16,7% + 3,7%
Tunnels pompinstallaties persleidingen
[st.] [m’]
10 119
10 141
0,0% + 18,5%
Buitengebied pompinstallaties (inspectie)putten vuilwaterriolering (vrijverval) persleidingen
[st.] [st.] [m’] [m’]
87 12 350 17.562
88 12 356 18.396
+
Randvoorzieningen bergbezinkriolen bergbezinkbassins bergingscapaciteit persleidingen
[st.] [st.] [m3] [m’]
6 2 4.535 890
6 2 4.535 763
0,0% 0,0% 0,0% - 14,2%
Stuwconstructies (hydraulische) stuwschuiven wervelventielen
[st.] [st.]
5 2
5 2
0,0% 0,0%
Kolken straatkolken trottoirkolken draingoten
[st.] [st.] [m’]
9.382 7.924 1.010
9.912 8.701 1.349
+ 5,7% + 9,8% + 33,6%
Verhard oppervlak totaal aanwezig verhard oppervlak verhard oppervlak op gemengde stelsels
[ha.] [ha.]
291,92
693,00 267,07
- 8,5%
waarvan daken waarvan wegen, straten, plein etc.
Hoofdstuk 5: overzicht van de aanwezige voorzieningen eindconcept rapport
+ +
1,1% 0,0% 1,7% 4,7%
144 (54%) 123 (46%)
-33-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
van dakoppervlakken wordt ingeschat dat er nog een aanzienlijke hoeveelheid verharding vanuit tuinen (opritten en dergelijke) afstroomt naar de gemeentelijke riolering. Globaal is circa 20% van de oorspronkelijke 334 ha van de gemengde riolering afgekoppeld. Bij hevige neerslag is het gemengde rioolstelsel volledig gevuld en treden de overstorten in werking om overtollig water rechtstreeks op het oppervlaktewater te lozen. In totaal zijn er 62 overstorten die deel uitmaken van het gemengde rioolstelsel. Bij acht daarvan is een randvoorziening aangelegd om de vuiluitworp te reduceren. Voorts zijn er nog 57 verbeterd gescheiden overstorten en 314 uitstroomconstructies voor het rechtstreeks lozen van hemelwater. De leeftijdsopbouw van de riolering is in de navolgende grafiek weergegeven. Dit betreft de vrijvervalriolering (335 km) en de persleidingen (30 km) samen. In de grafiek is zichtbaar dat er nog maar weinig vooroorlogse riolen binnen de gemeente Middelburg aanwezig zijn (circa 2,5 km ofwel 0,7%). De grote hoeveelheden riolering in de jaren zestig tot en met tachtig vallen te verklaren uit het feit dat er toen op grote schaal uitbreiding heeft plaatsgevonden. Vanaf de jaren negentig zijn de pieken nog hoger. De uitbreidingen die in die periode plaatsvinden werden meestal als (verbeterd) gescheiden stelsels uitgevoerd: met een dubbel rioolstelsel in de straat dus.
Ook zijn vanaf 2000 veel afkoppelwerkzaamheden uitgevoerd en is bij rioolrenovaties in veel gevallen een extra schoonwaterriool mee gelegd. Figuur 5.1: leeftijdsopbouw vrijverval riolering (bron: rioolbeheerbestand gemeente Middelburg)
100,0
89,7
90,0 80,0
72,2 65,7
lengte [km]
70,0 60,0
49,3
50,0
44,0
36,8
40,0 30,0
2,2
0,0
0,1
0,1
0,3
1,6
3,1
1901-1910
1911-1920
1921-1930
1931-1940
1941-1950
1951-1960
10,0
voor 1900
20,0
2011-2019
2001-2010
1991-2000
1981-1990
1971-1980
1961-1970
0,0
aanlegjaar
De gemiddelde leeftijd van de gemeentelijke riolering bedraagt 25 jaar. Aangezien de gemiddelde levensduur van een riool gesteld wordt op 60 jaar, is een gemiddelde leeftijd van 25 jaar een gunstig uitgangspunt voor het toekomstig beheer.
Hoofdstuk 5: overzicht van de aanwezige voorzieningen eindconcept rapport
-34-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
5.2.3
Gemalen en mechanische riolering Binnen de gemeente Middelburg zijn in totaal 75 rioolgemalen aanwezig, inclusief de gemalen van de randvoorzieningen. Deze rioolgemalen zijn in beheer en onderhoud bij de gemeente Middelburg. Daarnaast zijn er nog 3 rioolgemalen in eigendom en in beheer en onderhoud bij waterschap Scheldestromen. Naast de rioolgemalen kent de gemeente nog 88 minigemalen. Deze minigemalen voeren via drukriolering het huishoudelijk afvalwater af van percelen in het buitengebied. In totaal is er binnen de gemeente Middelburg 30 km persleiding aanwezig. Dit betreft zowel drukrioleringsstrengen (ruim 19 km) als persleidingen vanaf de rioolgemalen (bijna 11 km). De totale vervangingswaarde van het rioleringssysteem (vrijverval riolering, gemalen en overige objecten) bedraagt 254 miljoen uitgaande van traditionele rioolvervanging.
5.2.4
Overzicht gemeentelijke voorzieningen grondwater De gemeente Middelburg streeft naar een grondwatersituatie waarbij de grondwaterstanden op natuurlijke wijze kunnen fluctueren en waarbij geen overlast wordt ervaren als gevolg van structureel te hoge of te lage grondwaterstanden. Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor de ontwatering van hun eigen perceel. Dit ligt vast in de Waterwet. Binnen de gemeente Middelburg functioneert een aantal voorzieningen ten behoeve van het grondwater. In veel gevallen is dit een gecombineerde functie, waarbij ook regenwater wordt verwerkt, bijvoorbeeld in de aanwezige IT-riolen of gemeentelijke wadi’s. IT-riolering is geperforeerd, waardoor de pieken in de grondwaterstand ‘afgetopt’ kunnen worden. Bij afkoppelwerkzaamheden wordt deze riolering regelmatig toegepast om te hoge grondwaterstanden tegen te gaan die kunnen ontstaan door het dichten van oude, lekke riolering. Ook cunet-drainage kan desgewenst op deze riolen worden aangesloten. De gemeente kent sinds 2020 een meetnet van peilbuizen om de grondwaterstand te monitoren. De peilbuisgegevens worden verzameld om invulling te kunnen geven aan de gemeentelijke grondwaterzorgplicht en bij overlastsituaties. Op verzoek kan deze informatie worden verstrekt aan burgers, bedrijven of adviseurs voor onder andere bouwkundige doeleinden.
Er is binnen de gemeente een aantal drainageleidingen op openbaar gebied aanwezig. Deze leidingen worden echter niet actief onderhouden. Een deel van de drainageleidingen is niet in beeld. De drainageleidingen bij sportvelden en begraafplaatsen is wel goed in beeld en wordt planmatig onderhouden.
Hoofdstuk 5: overzicht van de aanwezige voorzieningen eindconcept rapport
-35-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Hoofdstuk 5: overzicht van de aanwezige voorzieningen eindconcept rapport
-36-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
6
Beleid riolering In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het functioneren van de verschillende objecten en systemen en wordt de strategie ten aanzien van de rioleringszorg uitgewerkt. De strategie is de weergave van de maatregelen en de werkzaamheden die de komende planperiode worden uitgevoerd om invulling te geven aan de missie, visie en doelen en om de voorgestelde ambities van het voorkeursscenario te kunnen gaan realiseren. Op welke manier beheert en onderhoudt de gemeente Middelburg haar riolering? Er vindt planmatig reiniging en inspectie plaats van alle onderdelen en leidingen worden vervangen of gerenoveerd, waarbij verharding wordt afgekoppeld als dit doelmatig is. De gemeente Middelburg is klimaatadaptief en wil daarom lokale wateropslag bij nieuwbouw verplicht stellen. Er wordt actief gecommuniceerd met burgers. Voor het buitengebied geldt een smalle zorgplicht en wordt er geen nieuwe riolering aangelegd.
6.1
Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud bestaat uit diverse werkzaamheden en wordt grotendeels volgens een vaste frequentie uitgevoerd. Het doel hiervan is om alle objecten naar behoren te laten functioneren, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd is en de vervuilingsgraad tot een acceptabel minimum wordt beperkt. In de onderstaande paragrafen wordt per soort voorzieningen een overzicht gegeven van het beheer en onderhoud.
6.1.1
Vrijverval riolering Onderhoud bestaat uit reiniging en reparatie. Reiniging van de vrijverval riolen vindt plaats volgens het onderstaande schema. • Gemengde- en afvalwaterriolering 1 x per 7 jaar • Regenwaterriolering en IT-riolen 1 x per 7 jaar • Vrijvervalriolen extra 0,5 tot 4 x per jaar • Kolken zuigen 2 x per drie jaar (1,5 keer per jaar) • Afvoergoten (bijvoorbeeld kernwinkelgebied) 4 x per jaar Het reinigen van de riolering, de gemalen en de kolken is uitbesteed. Het reinigingsbedrijf draagt zorg voor de afvoer van het vrijkomende rioolslib en het kolkafval naar een gecertificeerd slibverwerkings-bedrijf. Het reinigen van de riolering wordt plaatselijk frequenter uitgevoerd indien de situatie daar om vraagt. Het inspecteren van de vrijverval riolering gebeurt met een rijdende inspectiecamera en wordt ingepast in het reinigingsschema. Ieder jaar wordt een deel van de riolering inwendig geïnspecteerd en beoordeeld. Het streven is om ongeveer 5 à 10 kilometer riolering per jaar te inspecteren. De inspectiegegevens worden vervolgens ingelezen in het rioolbeheerbestand.
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-37-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Voor de interpretatie van de inspectieresultaten wordt gebruik gemaakt van de NEN 3398, inspectie en toestandsbeoordeling van riolen. Aan de hand hiervan worden per type schade waarschuwings- en ingrijpmaatstaven opgenomen en wordt een beoordeling van de kwaliteit gemaakt. Op basis hiervan kan worden overgegaan tot reparatie of eventueel vervanging van de riolering, afhankelijk van de berekende restlevensduur. Reparatie bestaat in veel gevallen uit het herstellen van schades of het vervangen van onderdelen die versleten zijn. Een deel van deze reparaties wordt in eigen beheer uitgevoerd. Reparatie, maar ook vervanging, vindt zoveel mogelijk plaats in combinatie met herstraat-werkzaamheden. Op die manier wordt er werk met werk gemaakt. Naast beheer en onderhoud op basis van inspectieresultaten vindt er beheer en onderhoud plaats op ad-hoc basis. Dit wordt grotendeels ingegeven door meldingen en klachten van bewoners en medewerkers van de buitendienst.
6.1.2
Gemalen en persleidingen Rioolgemalen, drukrioleringspompen en andere installaties worden regelmatig geïnspecteerd door waterschap Scheldestromen (middels een pilot voor de jaren 2019 en 2020). Daarbij vindt er een visuele inspectie en schoonmaakronde plaats van al deze installaties. Voor de voorzieningen worden de onderstaande onderhoudsfrequenties aangehouden. • • • • • • •
Hoofdgemalen Regenwatergemalen Pompinstallaties Tunnelinstallaties Randvoorzieningen Stuwschuiven Elektrotechnische installaties
35 stuks 30 stuks 93 stuks 10 stuks 8 stuks 5 stuks 181 stuks
4 x per jaar reinigen 3 x per jaar reinigen 1 x per jaar reinigen 3 x per jaar reinigen automatisch na ieder gebruik 1 x per 7 jaar reinigen 1 x per jaar technisch / mechanisch onderhoud
De hoofdgemalen worden continu gemonitord op hun werking met behulp van het gemaalbeheersysteem Aquaview++. Via dit systeem kunnen alle instellingen worden geraadpleegd en waar nodig aangepast en kunnen grafieken en overzichten van iedere installatie worden gegenereerd. Ook worden storingen via het systeem geprioriteerd en doorgegeven aan de dienstdoende onderhoudsmonteur, die vervolgens de storing oplost. Ook het onderhoud en de reparaties aan elektromechanische installaties maakt onderdeel uit van de pilot waarbij waterschap Scheldestromen deze werkzaamheden uitvoert. Zij voeren zowel inspecties als preventief onderhoud en kleine reparaties uit. De drukrioleringspompen zijn niet voorzien van automatische signalering via het gemaalbeheersysteem. Zij zijn voorzien van een rode storingslamp. Bij storingen kunnen de bewoners contact opnemen met de gemeente Middelburg of direct met het onderhoudsbedrijf.
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-38-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
6.1.3
Overige voorzieningen riolering Overige voorzieningen zoals de randvoorzieningen worden in het reguliere onderhoud meegenomen. Dat betekent in de regel een onderhoudsfrequentie van eenmaal per jaar. Onderhoud aan de persleidingen wordt niet met een vaste frequentie uitgevoerd, maar is situatie afhankelijk.
6.1.4
Inventarisatie en gegevensbeheer Inzicht in het te beheren areaal is een belangrijke voorwaarde voor het planmatig beheer van een rioolstelsel. Hiervoor heeft de gemeente Middelburg de beschikking over een rioolbeheersysteem (vrij vervalriolering) en een onderhoudsbeheersysteem (gemalen). In deze beheersystemen staan, naast de statische gegevens (materiaalsoort, diameter, pomptype et cetera), ook dynamische gegevens zoals inspecties, storingsmeldingen en dergelijke. Met behulp van deze beheergegevens is te zien wanneer maatregelen uitgevoerd dienen te worden of analyses om knelpunten of storingen te voorkomen. Ook kan op deze manier een goede afstemming plaatsvinden met eventuele andere werkzaamheden binnen de openbare ruimte. Met behulp van de gegevens van het beheerpakket kan het rioolstelsel planmatig beheerd worden. Per 1 juli 2020 is het beheerpakket nagenoeg volledig gevuld met actuele gegevens. Het is van belang de beheergegevens actueel te houden door revisiegegevens van uitgevoerde rioleringswerken tijdig in het beheerpakket te verwerken. Deze dienen binnen een week na afronding van een project door de aannemer te worden aangeleverd aan de gemeente ter verwerking. Naast de karakteristieken van de riolering worden ook de inventarisatiegegevens van het op de riolering aangesloten verhard oppervlak (grafisch) bijgehouden.
Onder meer door de diverse afkoppelprojecten in de afgelopen planperiode is het van belang dit overzicht regelmatig bij te werken en actueel te houden. Voor de rioolgemalen is er een specifiek onderhoudsbeheersysteem om de onderhoudstoestand van de gemalen vast te leggen en planmatig in te kunnen vullen (SAM en OBS van waterschap Scheldestromen). Binnen programmalijn 4 van de SAZ+ wordt hiervoor een eenduidige manier van werken ontwikkeld die door alle betrokken partners kan worden toegepast. De gemeente Middelburg doorloopt in dit verband de eerder genoemde pilot met waterschap Scheldestromen, waarbij het waterschap zorgdraagt voor de uitvoering van het beheer en onderhoud van de gemeentelijke rioolgemalen.
6.2
Bewoners De belangrijkste doelgroep waarvoor rioleringszorg wordt uitgevoerd zijn de bewoners en bedrijven in de gemeente Middelburg. Het waarborgen van het functioneren van het systeem komt hen ten goede. Zij betalen daarvoor via de rioolheffing.
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-39-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
6.2.1
Huisaansluitingen Een belangrijke, letterlijke verbinding tussen het gemeentelijke rioolstelsel en de voorzieningen van de bewoners en bedrijven is de huisaansluiting of huisaansluitleiding. Onderhoud aan huisaansluitingen wordt niet door de gemeente Middelburg uitgevoerd. De huisaansluitingen zijn tot op het hoofdriool in beheer bij de particulier en vallen niet onder de onderhoudsverantwoordelijkheid van de gemeente. Dit is vastgelegd in de gemeentelijke ‘verordening particuliere rioolaansluitingen’. Bij wegreconstructies worden de huisaansluitingen wel gedeeltelijk door de gemeente vervangen als een service aan de bewoners. Als netbeheerder is de gemeente wettelijk verplicht (WIBON) om de liggingsdata van ondergrondse netten, waaronder ook riolering en huisaansluitingen, op te slaan en beschikbaar te stellen. De gemeente Middelburg heeft de afhandeling van graaf- en oriëntatiemeldingen uitbesteed aan een serviceprovider. Per 1 juli 2019 zijn netbeheerders verplicht om hun data binnen een maand na aanleg aan te leveren en te ontsluiten via het speciaal daarvoor ontwikkelde IMKL2015-formaat. Binnen de gemeente Middelburg worden in de huidige situatie alle liggingsgegevens van de huisaansluitingen al beschikbaar gesteld. Gezien de complexiteit om alle bestaande huisaansluitingen alsnog te lokaliseren en digitaliseren kent de WIBON een overgangsrecht.
Dit overgangsrecht stelt dat registratie van huisaansluitingen pas hoeft te gebeuren bij nieuwe aanleg, vervanging of renovatie.
6.2.2
Storingen en klachten Jaarlijks komen er verschillende meldingen van burgers binnen op uiteenlopende gebieden, zoals wateroverlast, verstopping, storing van pompen, klachten over stank, kolken of problemen met een IBA. De meldingen komen centraal binnen bij het klachten meldsysteem (bijvoorbeeld via het digitale Waterloket op de gemeentelijke website), maar soms ook bij verschillende andere personen. Volgens de klachtenadministratie zijn er jaarlijks circa 240 geregistreerde meldingen. Het grootste deel bestaat uit klachten over verstopte kolken (42%) of verstopte huisaansluitingen (17%, overigens geen taak van de gemeente). Daarnaast zijn er meldingen over defecte put- of kolkdeksels en storingen aan gemalen en pompen. Binnengekomen meldingen worden gebruikt om werkzaamheden in te plannen, maar het overzicht aan meldingen wordt niet gebruikt voor nadere analyse van de klachten. De nadruk ligt op het zo snel mogelijk oplossen van de klachten of storingen. Bij alle vervangingswerkzaamheden start de gemeente Middelburg een communicatieproces op. Daarbij worden de bewoners geïnformeerd via bijvoorbeeld een brief, een inloopbijeenkomst gedurende het ontwerpproces of via een informatieavond kort voor de uitvoering.
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-40-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
6.2.3
Knelpunten Het rioleringssysteem van de gemeente Middelburg kent soms knelpunten (al dan niet bekend vanuit de praktijk of uit rioleringsberekeningen). Dit kan bijvoorbeeld wateroverlast veroorzaken bij hevige neerslag. Naast knelpunten in het rioolstelsel is de inrichting van de openbare ruimte op sommige locaties een punt van aandacht. In sommige gevallen blijkt bijvoorbeeld de berm hoger te liggen dan de weg (rijbaan), waardoor het hemelwater dat op de weg valt niet goed meer kan afstromen. Voor dit soort aandachtspunten bij de inrichting is in de komende planperiode specifiek aandacht in het kader van het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte. Om vast te kunnen stellen of en wanneer er maatregelen getroffen moeten worden, maakt de gemeente Middelburg onderscheid in de termen ‘waterhinder’ en ‘wateroverlast’. Deze termen kennen de onderstaande definitie. Waterhinder
= plasvorming op straat, water-op-straat binnen een halve dag weer weg en geen problemen voor woningen.
Wateroverlast = water stroomt bebouwing binnen en er is sprake van schade, toegangswegen (met name hoofdwegen) zijn meer dan een halve dag gestremd. In geval van meldingen of bij het signaleren van knelpuntlocaties worden deze definities toegepast.
6.3
Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. En hoewel dat soms ‘ver weg’ of ‘voor later’ lijkt, zijn de gevolgen nu al merkbaar. Steeds vaker zijn buien zo intensief dat het rioolstelsel de hoeveelheid regen niet aan kan, dat er water op straat blijft staan of soms zelf bij mensen binnen loopt. De warme zomerdagen houden langer aan of leveren nieuwe recordtemperaturen op. Allemaal uitingen van een veranderend klimaat. De effecten van deze veranderingen beïnvloeden het wonen, werken en verblijven in Nederland en in de landen om ons heen, in grote steden en in kleine dorpen. Kortom: de effecten beïnvloeden ieders directe leefomgeving.
6.3.1
Klimaatverandering In het algemeen wordt klimaatverandering vaak gekarakteriseerd door een verhoging van de temperatuur en een toename van de hoeveelheid neerslag en de intensiteit van de neerslag. Er moet rekening worden gehouden met hevigere regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Daarom is het belangrijk om kennis te verzamelen over de oorzaak en de omvang van deze klimaateffecten. En om
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-41-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
met deze kennis in te spelen op de veranderingen die komen gaan, om mee te bewegen en om niet alleen de mogelijke hinder te minimaliseren, maar ook om de kansen die verandering biedt aan te grijpen. Om die reden is landelijk de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie opgesteld. Het doel hiervan is om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te laten zijn (landelijke wetgeving). Daarbij wordt ingegaan op vier effecten van de verandering van het klimaat, namelijk extreme neerslag, hitte, langdurige droogte en overstromingen. Dit is uitgewerkt tot het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie dat in 2017 is gepresenteerd. Ook binnen de gemeente Middelburg is de verandering van het klimaat en de effecten die dat heeft op de inrichting van de openbare ruimte een belangrijk punt van aandacht. De gemeente wil haar openbare ruimte toekomstbestendig inrichten en daar, zowel bij grootschalige nieuwe ontwikkelingen als bij kleine veranderingen in de bestaande omgeving, handvatten voor hebben die ingebed raken in het reguliere handelen van de eigen organisatie. Een onderdeel daarvan zijn bijvoorbeeld beleidsregels ten aanzien van het omgaan met afstromend hemelwater vanaf verharde oppervlakken, maar ook interdisciplinaire projecten met water, riolering, wegen, ruimtelijke ordening en groen.
6.3.2
Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is het inspelen op de gevolgen van de verwachte klimaatontwikkelingen door de neerslagintensiteiten zodanig op te vangen dat er geen wateroverlast op volgt en dat hitte niet tot gezondheidsklachten leidt. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met toenemende perioden van langdurige droogte. In combinatie met de reguliere onderhouds- en vervangingsmaatregelen wordt getracht het rioleringssysteem en de bijbehorende ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. Klimaatadaptief handelen overstijgt alleen maatregelen aan het rioleringssysteem, maar vereist dat er ook gekeken wordt naar het toekomstbestendig inrichten van de openbare ruimte (zogenaamde bovengrondse maatregelen). De afwegingen rondom het treffen van dergelijke maatregelen worden in samenspraak met andere disciplines gemaakt (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, wegen en groen). Daarbij wordt zoveel mogelijk mee gelift met andere reeds geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Een concreet uitgangspunt hierin is het streven naar het verminderen van (bestaande) verharding bij reconstructies of herinrichting van gebieden. In samenspraak met andere disciplines wordt getracht in het ontwerp meer groen in te brengen dan voorheen.
Daarnaast wordt binnen de SAZ+ actief gezocht naar risicolocaties en knelpunten in het kader van klimaatontwikkelingen en naar mogelijkheden om deze risico’s te verkleinen en naar kansen voor klimaatbestendige inrichting. Dit gebeurt binnen programmalijn 1. Een eerste verkenning vanuit programmalijn 1 heeft eind 2016 plaatsgevonden (voor de resultaten daarvan zie paragraaf 8.4.3). De gemeente Middelburg neemt actief deel in deze ontwikkelingen en implementeert waar mogelijk nieuwe inzichten op dit gebied.
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-42-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Dit alles sluit aan bij de zeven ambities die in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie zijn opgenomen. Deze kunnen worden samengevat onder de noemers ‘weten’, ‘willen’ en ‘werken’ Het betreft de onderstaande ambities: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
kwetsbaarheid in beeld brengen; risicodialoog voeren en strategie opstellen; uitvoeringsagenda opstellen; meekoppelkansen benutten; stimuleren en faciliteren; reguleren en borgen; handelen bij calamiteiten.
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-43-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
6.3.3
Hemelwaterzorgplicht Het klimaatadaptief handelen van de gemeente is mede een invulling van de gemeentelijke hemelwaterzorgplicht die in de Waterwet is benoemd. De hemelwaterzorgplicht is in de Waterwet (artikel 3.5) vastgelegd met de onderstaande bewoordingen. 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.
De hemelwaterzorgplicht heeft betrekking op het op een perceel verzameld hemelwater, waarvan de houder zich niet anders kan ontdoen dan door het aan de gemeente als inzamelaar over te dragen. De zorgplicht omvat in beginsel dan ook niet meer, dan het door de gemeente aanbieden van een voorziening, waarin het hemelwater geloosd kan worden. Er bestaat een beleidsmatige voorkeur voor gescheiden rioleren. De perceeleigenaar draagt de eerste verantwoordelijkheid om het overtollige hemelwater te bergen op zijn eigen perceel. De gemeente heeft vervolgens een inspanningsverplichting om, als dit niet mogelijk is, het overtollige hemelwater te ontvangen en af te voeren. Daarin kent de gemeente een zekere beleidsvrijheid. Dit houdt in dat, afhankelijk van de lokale situatie, de meest doelmatige oplossing zal worden gekozen voor de inzameling en verdere verwerking van het hemelwater. Een kernwoord hierbij is de doelmatige inzameling van het hemelwater. De gemeente toetst op overtolligheid van het aangeboden hemelwater en de mate waarin het hemelwater doelmatig kan worden verwerkt alvorens wordt overgegaan tot het inzamelen van het hemelwater.
Doelmatigheid uit zich hierbij onder meer in een afweging van de kosten van maatregelen, mogelijkheden om aan te haken bij andere maatregelen (afkoppelen), de duurzaamheid van maatregelen, aspecten ten aanzien van beheer en onderhoud en uniformiteit (één gelijke maatregel voor een hele straat in plaats van diverse ad-hoc oplossingen). De hemelwaterzorgplicht houdt echter ook in, dat de gemeente verantwoordelijk is voor het bergen van hemelwater in het openbaar gebied. Dat is immers haar eigendom. Het ‘Kapelle-arrest’ (2008), waarin de rechter heeft geoordeeld dat de gemeente aansprakelijk was voor schade door hemelwater dat vanaf openbaar gebied particuliere woningen binnenliep, laat zien dat de gemeente zorgvuldig met haar verantwoordelijkheden op het gebied van regenwater dient om te gaan.
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-44-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
De gemeente Middelburg is voornemens om in het kader van omgaan met hemelwater en om de kans op wateroverlast te beperken nieuwe eisen te gaan stellen bij nieuwbouw. Deze eisen houden in dat bij elk (nieuw) pand een hemelwaterberging van 5.000 liter moeten worden aangelegd. Na de benodigde (juridische) onderbouwing zal dit beleid in 2021 worden uitgewerkt en zo mogelijk worden ingevoerd.
6.4
Onderzoek en planvorming In het kader van een goede rioleringszorg is het belangrijk om inzicht te hebben in de kwalitatieve staat en het functioneren van het rioolstelsel. Waar nodig dient daarvoor onderzoek te worden uitgevoerd en beleidsuitgangspunten te worden vastgelegd. In de volgende paragrafen worden verschillende onderzoeksactiviteiten toegelicht.
6.4.1
Inspectie Inspectie van de vrijverval riolering en van de gemalen is noodzakelijk om inzicht te hebben in welke kwalitatieve staat de voorzieningen verkeren. Dit is een belangrijk onderdeel, omdat hiermee bepaald wordt of nog voldaan wordt aan de minimaal gestelde eisen voor de betreffende voorziening. De gemeente Middelburg is voornemens om in deze planperiode jaarlijks tussen de vijf à tien kilometer riolering te inspecteren. Dit is gekoppeld aan de reinigingsronde. Voor de inspectiewerkzaamheden wordt jaarlijks een plan uitgewerkt. De inspectiegegevens worden ingelezen in het rioolbeheersysteem. Het inspecteren van gemalen vindt eenmaal per jaar plaats. De werking wordt verder continu gemonitord via de centrale hoofdpost. Ook de drukrioleringsgemalen worden eenmaal per jaar geïnspecteerd.
6.4.2
Berekeningen Van alle kernen van de gemeente Middelburg zijn rioleringsberekeningen uitgevoerd die zijn vastgelegd in de ‘herberekening riolering Middelburg’ (2002). Dit plan geeft inzicht in het functioneren van de riolering, maar is gedateerd. De gemeente is voornemens het basisrioleringsplan (BRP) in de komende planperiode gefaseerd te actualiseren. Zij heeft de intentie om deze actualisatie af te ronden voor het einde van de planperiode. Wel is in 2018 het systeem hydraulisch gecontroleerd in het kader van de klimaatontwikkelingen en is vanuit de SAZ+ een quickscan uitgevoerd om kwetsbare locaties in beeld te krijgen. Voor rioleringsberekeningen geldt als uitgangspunt dat het gemengde rioolstelsel minimaal een neerslagsituatie die gemiddeld eenmaal per twee jaar voorkomt (bui 08 conform de Kennisbank Riolering, circa 20 mm neerslag in een uur) moet kunnen afvoeren zonder water-op-straat. Zwaardere neerslagsituaties moeten op straat worden geborgen.
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-45-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Bij rioleringsberekeningen van nieuwe stelsels en nieuwe gebieden wordt gerekend met intensievere neerslagsituaties om rekening te houden met de effecten van klimaatsverandering (bui 09 en bui 10 conform de Kennisbank Riolering, respectievelijk 29 en 36 mm). Bij het formuleren van eventuele maatregelen wordt nadrukkelijk ook gekeken naar bovengrondse mogelijkheden. Ook worden particulieren bewust gemaakt van de mogelijkheden die zij zelf hebben om bij te dragen aan ruimtelijke adaptatie. Voorbeelden hiervan zijn hergebruik van water, minder verharding toepassen op eigen perceel of het gebruiken van een ontlastputje. Ook het gemeentelijke voornemen tot een verplichte hemelwaterberging op eigen terrein bij nieuwbouwwoningen draagt hier aan bij (zie paragraaf 6.3.3).
6.4.3
Meten en monitoren Meten en monitoren in het rioleringssysteem is een belangrijke onderzoeksactiviteit met een hoge kenniscomponent. Door te meten wordt meer kennis verkregen over het daadwerkelijk functioneren van de riolering. Deze kennis over het functioneren van de riolering vertaalt zich op de lange termijn in kwaliteitsverbetering, beter inzicht, doelmatiger beheer, vermindering van emissies naar het oppervlaktewater en uiteindelijk ook besparingen. De gemeente heeft dit in de afgelopen periode concreet gemaakt in het meetproject Dauwendaele waar door middel van metingen in het oppervlaktewater en in de riolering inzicht verkregen is in de kwaliteit van het watersysteem en in de oorzaak van eerder gesignaleerde problemen daarmee. Dit project is samen met waterschap Scheldestromen uitgevoerd en heeft kennis en ervaring opgeleverd voor nieuwe meetprojecten. Er staan vooralsnog geen concrete nieuwe meetprojecten gepland voor de komende planperiode. Naast meten in de riolering heeft de gemeente Middelburg een centrale hoofdpost. Deze zorgt voor de continue monitoring van alle rioolgemalen (draaiuren en waterniveau in gemaal) en het melden van storingen (telemetriesysteem).
In de afgelopen planperiode is de gemeente Middelburg in het kader van de samenwerking, samen met de gemeenten Vlissingen en Schouwen-Duiveland, aangesloten bij de centrale hoofdpost Aquaview++ van de gemeente Veere. Deze samenwerking is naar wens verlopen en de hoofdpost functioneert naar behoren. Om tijdig te kunnen anticiperen op storingen is het wenselijk niet alleen inzicht te hebben in de eigen gemeentelijke rioolgemalen, maar ook in de rioolgemalen van waterschap Scheldestromen. Vanuit de samenwerking is er al een koppeling tussen de SCADA-systemen (storingen) van het waterschap en van de gemeente (eind 2016). Recent is de gemeente Middelburg vanuit de SAZ+ ingestapt in een pilotproject waarbij het waterschap zorgdraagt voor het dagelijkse beheer en onderhoud van de gemeentelijke rioolgemalen. In de komende planperiode worden hier de resultaten van geëvalueerd.
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-46-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
6.5
Vervangingsplanning Ook de komende planperiode zullen er weer verschillende riolen en gemalen vervangen en gerenoveerd moeten worden. Vanuit de inspecties en de gegevens uit het rioolbeheerbestand is de werkvoorraad bekend, waarbij via een objectieve prioritering de urgentie van vervanging (of renovatie) bepaald wordt. De meest urgente riolen worden vanuit hun technisch aspect zo veel als mogelijk ingebracht in het operationeel uitvoeringsprogramma, dat op zijn beurt weer vertaald wordt naar de begroting. Hierbij wordt ook de combinatie gezocht met geplande maatregelen vanuit andere disciplines, zoals het wegbeheer, groenbeheer, ruimtelijke ordening en nutsbedrijven. De vervangingsplanning is een levend document dat, indien nodig, ieder jaar wordt bijgesteld aan de hand van de jaarlijkse inspectieresultaten van delen van de riolering binnen de gemeente en ontwikkelingen vanuit de ruimtelijke ordening.
6.5.1
Renovatie of vervanging Bij renovatie en vervanging wordt onderscheid gemaakt in levensduur verlengende maatregelen (renovatie) of het volledig nieuw aanleggen van voorzieningen (vervanging). Renovatie houdt in veel gevallen in dat een leiding en/of inspectieput wordt bekleed met een kunststof bekleding (zogenaamde relining) die beschadigde of lekke riolen hersteld. De keuze voor renovatie of vervanging is afhankelijk van de karakteristieken van een object en de aard van de schade, maar zeker ook van omgevingsfactoren zoals ligging van de leidingen (weg of tuin), karakter van de weg (druk of rustig), diepteligging en mogelijke combinatie met andere werkzaamheden (bijvoorbeeld herinrichting of afkoppelen). Technische voorwaarden voor relining zijn onder onder meer zijn dat er een kous (coating) aangebracht moet kunnen worden in de leiding en dat er geen onacceptabele verzakkingen in de rioolstreng aanwezig zijn. Daarnaast is een belangrijke randvoorwaarde voor relinen dat de afmeting van de leiding hydraulisch voldoende is en geen opstuwing veroorzaakt en er dus geen diameteraanpassing moet plaatsvinden. Relining geeft een nieuwe restlevensduur van circa 70 jaar.
6.5.2
Afkoppelen Een belangrijke duurzame maatregel om de vuilemissie uit de gemengde riolering terug te dringen en de kans op wateroverlast te verkleinen, is het afkoppelen van verhard oppervlak. Afkoppelen maakt deel uit van het rioleringsbeleid van de gemeente Middelburg. Daarbij wordt er naar gestreefd om structureel afkoppelkansen te signaleren en te verzilveren, bijvoorbeeld op locaties waar kan worden meegelift met andere werkzaamheden zoals rioolvervanging, herstraatwerkzaamheden of herbouwprojecten in bestaand gebied.
Hoofdstuk 6: beleid riolering eindconcept rapport
-47-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Het afkoppelen geschiedt zorgvuldig, met aandacht voor risico’s ten aanzien van de waterkwaliteit en aandacht voor beheer- en onderhoudsaspecten. Ook wordt gewaakt voor kapitaalvernietiging. Dit alles heeft tot doel om te komen tot robuuste en flexibele rioolstelsels die de klimatologische ontwikkelingen aankunnen. Afkoppeloplossingen worden niet alleen gevonden in (regenwater)leidingen, maar ook in oppervlakkige afstroming, wadi’s of, waar mogelijk, infiltratie. In geval van het realiseren van nieuwe voorzieningen bij bestaande bebouwing wordt gezocht naar participatie van burgers en bedrijven. Afkoppelen is geen doel op zich, maar wordt als potentiële maatregel overwogen in relatie tot de meest actuele inzichten in kosten, beheer en onderhoud, effecten op wateroverlast en vuilemissie, en dergelijke. Het streven is jaarlijks 1% van het verhard oppervlak dat is aangesloten op gemengde rioolstelsel af te koppelen met als doel 50% afgekoppelde verharding in 2050. Dit komt overeen met circa 33.500 m2 (ofwel 3,35 ha) per jaar. De af te koppelen oppervlakken bestaan niet alleen uit wegverharding (straten en pleinen), maar met name ook uit dakoppervlakken van woningen, kantoren en/of bedrijven. Bij afkoppelwerkzaamheden is te allen tijde afstemming met het waterschap noodzakelijk in verband met de capaciteit van het ontvangende oppervlaktewater.