063. Bijlage 3. Bijlagen bij voorontwerp-inpassingsplan compressed
Tekst van het document
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
50
5 Conclusies effectbeoordeling MER <PM: de samenvatting van de cumulatie en van verontreiniging op zee wordt in de volgende versie toegevoegd> De volgende paragrafen geven de belangrijkste conclusies van de milieubeoordeling in het MER voor de verschillende milieuaspecten. Achtereenvolgens zijn de conclusies gegeven voor de milieubeoordeling van het platform (paragraaf 5.1), het kabeltracé op zee en het Veerse Meer (paragraaf 5.2), kabeltracé op land (paragraaf 5.3) en het converterstation (paragraaf 5.4). Tot slot worden eventueel aanwezige leemten in kennis toegelicht (paragraaf 5.5). De conclusietabellen bevatten effectbeoordelingen zonder en met mitigerende maatregelen. Voor de beoordelingen die met grijs zijn geduid geldt dat er geen mitigerende maatregelen mogelijk zijn, of dat de beoordeling onveranderd blijft na het toepassen van mitigatie. Alleen als een mitigerende maatregel tot uiting komt in de beoordeling, wordt de maatregel toegelicht. Neutrale beoordelingen (0) zijn opgenomen in de tabellen, maar worden hieronder niet nader beschouwd. Voor deze aspecten geldt dat er geen effect optreedt. In de toelichting worden ook eventuele cumulatieve effecten genoemd, onder andere met andere netten op zee.
Voor een uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling wordt verwezen naar verschillende hoofdstukken per milieuaspect in deel B van het MER.
5.1 Conclusies platform Deze paragraaf bevat de belangrijkste conclusies van de effectbeoordeling van het platform op zee. Eerst is een samenvattende tabel opgenomen en daaronder volgt de toelichting van de milieueffecten en mitigerende maatregelen.
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
51
Tabel 5-1 Effectbeoordeling Nederwiek 1 voor het platform op zee Aspect
Bodem en water op zee (MER Deel B Hoofdstuk 2) Oppervlakte Noordzeebodem (ha) Lokale verstoring en verandering van de zeebodem Natuur op zee (MER Deel B Hoofdstuk 4) Wnb-gebiedsbescherming Habitataantasting Verstoring – boven water Verstoring – onder water Wnb-soortenbescherming Habitataantasting Verstoring – boven water Verstoring – onder water KRM (Kaderrichtlijn Mariene Strategie) Habitataantasting Verstoring – boven water Verstoring – onder water Archeologie (MER Deel B Hoofdstuk 7) Aardkundige waarden Bekende waarden Verwachte waarden Ruimtegebruik en overige gebruiksfunctie op zee (MER Deel B Hoofdstuk 8) Delfstoffen (aardwarmte, olie- en gaswinning) Scheepvaart Ontplofbare oorlogsresten (OO) Kabels en leidingen
Beoordeling zonder mitigerende maatregelen
Beoordeling inclusief mitigerende maatregelen*
Platform
Platform
1,5 0/-
1,5 0/-
0 0 -
0 0 0/-
0/0/--
0/0/0/-
0/0/-
0/0/0/-
0/0 0
0/0 0
0
0
0/0 0
0/0 0
*Grijze scores zijn ongewijzigd na mitigatie.
5.1.1 Bodem en water op zee en het Veerse Meer De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 2 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Platform De locatie van het platform is licht negatief (0/-) beoordeeld op het deelaspect lokale verstoring en verandering van de zeebodem door de fundering van het platform. Het verstoorde areaal is beperkt tot 1,5 ha, maar de verandering van de zeebodem is permanent. Mitigerende maatregelen Er zijn geen mitigerende maatregelen om het effect van het platform verder te beperken. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
52
5.1.2 Natuur op zee en het Veerse Meer De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 4 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Platform Het bouwen van het platform leidt tot habitataantasting. Dit treedt lokaal op, op de plek waar het platform op de zeebodem wordt verankerd en de scour protection (materiaal voor bescherming tegen erosie) wordt gestort. Verhoudingsgewijs gaat het om een zeer beperkt oppervlak ten opzichte van het NCP. Op de platformlocatie zal het habitat van een zanderige platte bodem in hard substraat veranderen. De effectbeoordeling voor KRM en Wnb-soortenbescherming is daarom licht negatief (0/-). De werkzaamheden tijdens de aanleg van het platform kunnen leiden tot verstoring bovenwater door bijvoorbeeld licht of geluid. Eventuele verstoring bovenwater heeft een kleine ruimtelijke omvang (fractie van het Nederlands Continentaal Plat – NCP) en is tijdelijk van aard. Verstoorde foeragerende vogels kunnen gemakkelijk uitwijken. Barrièrevorming (waarbij dieren om het desbetreffende verstoorde gebied bewegen) voor vogels is mogelijk tijdens de aanleg, maar dit is slechts lokaal en/of van korte duur. Migratieroutes en andere verplaatsingen van vogels worden niet gehinderd.
De vorming van langdurige of permanente barrières als gevolg van bovenwaterverstoring is uitgesloten. De effectbeoordeling voor KRM en Wnb-soortenbescherming is daarom licht negatief (0/-). Tijdens de werkzaamheden treedt er verstoring onderwater op door onderwatergeluid. Het geluid is continu van aard (scheepvaart, werkzaamheden aan het platform) of impuls-onderwatergeluid (tijdens heiwerkzaamheden). Impuls-onderwatergeluid reikt verder en heeft meer invloed op bijvoorbeeld aanwezige beschermde zeezoogdieren. De effecten van impuls-onderwatergeluid zijn beoordeeld in het kader van het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) 4.0. Om het effect van het project te beoordelen is zijn geluidberekeningen gemaakt. Hieruit blijkt dat bij de realisatie van het platform vindt overschrijding van de geluidsnorm plaats waardoor ook het aantal berekende bruinvisverstoringsdagen uit het KEC 4.0 wordt overschreden. Ook kan het impulsgeluid leiden tot stress, vluchtgedrag en gehoordrempelverschuiving. Het hinderen van migratie/verplaatsing door vorming van barrières is uitgesloten. Het effect wordt daarom als negatief beoordeeld (-) voor Wnbgebiedsbescherming en KRM en zeer negatief (--) voor Wnb-soortenbescherming. Mitigerende maatregelen Voor het beoordelingscriterium verstoring onderwater zijn mitigerende en extra borgende maatregelen mogelijk.
Het toepassen van deze maatregelen zorgt ervoor dat de effectbeoordelingen voor verstoring onderwater veranderen naar licht negatief (0/-) voor Wnb-gebiedsbescherming, Wnb-soortenbescherming en KRM. Het effect van impulsgeluid kan op een aantal manieren worden beperkt. Enerzijds door het geluidsniveau te beperken en anderzijds door te waarborgen dat soorten die gevoelig zijn niet of beperkt aanwezig zijn tijdens de heiwerkzaamheden. Voor onderwatergeluid worden daarom de volgende mitigerende maatregelen genomen: Om te waarborgen dat bruinvissen en zeehonden kunnen vluchten voor het heigeluid, moet een ADD (acoustic deterrent device) met een bereik van minimaal 500 meter gedurende de
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
53
heiwerkzaamheden worden toegepast. De ADD zal aan blijven gedurende de heiwerkzaamheden, de ADD wordt stilgelegd als het heien voor een periode van meer dan 4 uur wordt stilgelegd en aan het eind van de werkdag. Daarnaast is voor de toepassing van een slow start (toenemende frequentie heien) en soft start (toenemende hei-energie heien) een maximale hei-energie van 2.100 kJ nodig. Dit geldt ook voor een eventuele herstart van de heiwerkzaamheden na een onderbreking. Het gebruik van een enkel of dubbel bellenscherm om de uitstraling van het geluid te beperken. Uitgangspunt zou moeten zijn onder de geluidsnorm van SELss = 160 dB re 1 μPa2s (op 750 m) uit te komen. Het opnemen van de getroffen maatregelen en nieuwe berekeningen in een ecologisch werkprotocol (hierin moet ook het verlichtingsplan worden opgenomen).
Om te bepalen of de hierboven beschreven mitigatie maatregelen het gewenste effect hebben worden de volgende maatregelen getroffen ter controle: Het meten en monitoren van de daadwerkelijke geluidsbelasting op een afstand van 750 meter op de heilocaties met genomen maatregelen. Uitvoering van project specifieke berekeningen wanneer de keuze voor de platformbouwers en het ontwerp bekend is. Het voorspelde geluid op 750 meter afstand zal worden getoetst aan de maximale uniforme geluidnorm van SELss = 160 dB re 1 μPa2s (op 750 m) die is opgenomen in het KEC 4.0 (Heinis et al., 2022). Wanneer de geluidsbelasting niet onder deze maximale geluidsnorm blijft, zal TNO gevraagd worden effecten van mitigerende maatregelen te bepalen. Hiermee zal de optimale set/toepassing van maatregelen waarmee het geluid wel onder de geluidsbelasting blijft, worden vastgesteld. Deze mitigerende maatregelen worden in de uitvoering toegepast. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.1.3 Archeologie op zee en het Veerse Meer De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 7 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Platform De locatie van het platform wordt licht negatief (0/-) beoordeeld op het deelaspect aardkundige waarden. Ter plaatse van het platform is het Bruine Bank laagpakket aanwezig. Door het heien van de heipalen voor het platform wordt de fysieke en inhoudelijke kwaliteit van aanwezige aardkundige waarden tot op een grote diepte aangetast. De aanleg van het platform heeft daarmee een permanente invloed op de leesbaarheid van dit deel van het landschap. Het gaat echter om een relatief klein verstoringsoppervlakte ten opzichte van de landschappelijke zone waarbinnen het platform gelegen is. Mitigerende maatregelen Voor het aspect archeologie op zee en het Veerse Meer zijn er geen mitigerende maatregelen mogelijk die de effectbeoordeling voor het platform veranderen.
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
54
Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.1.4 Ruimtegebruik en overige gebruiksfuncties op zee en het Veerse Meer De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in Hoofdstuk 8 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Platform De locatie van het platform op zee wordt licht negatief beoordeeld (0/-) op de tijdelijke en permanente effecten ‘op’ en ‘door’ het deelaspect scheepvaart. De reden hiervoor is het klein risico van aanvaren en -drijven van het platform in de situatie dat er nog geen windparken in het windenergiegebied zijn gerealiseerd. Mitigerende maatregelen Voor het aspect ruimtegebruik en overige gebruiksfuncties op zee en het Veerse Meer worden geen (licht/zeer) negatieve effecten verwacht ‘op’ of ‘door’ de platformlocatie. Hierdoor is mitigatie van effecten niet aan de orde. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
55
5.2 Conclusies beoordeling kabeltracé op zee en het Veerse Meer Hieronder staat de conclusietabel voor het kabeltracé op zee en het Veerse Meer voor Net op zee Nederwiek 1. Daaronder wordt de effectbeoordeling zonder en met mitigerende maatregelen toegelicht. Tabel 5-2 Effectbeoordeling Net op Nederwiek 1 voor het kabeltracé op zee en het Veerse Meer Aspect
Beoordeling zonder mitigerende maatregelen Kabeltracé op zee Kabeltracé in het Veerse Meer Bodem en Water op zee en het Veerse Meer (MER Deel B Hoofdstuk 2) Lengte kabeltracé zeebodem of 193,6 11,8 Veerse Meer (km) Dynamiek zeebodem -n.v.t. Aanwezigheid slibrijke afzettingen --en veen Kwaliteit van het sediment Dynamiek Voordelta 0 n.v.t. Dynamiek Veerse Meer n.v.t. 0 Natuur op zee en het Veerse Meer (MER Deel B Hoofdstuk 4) Wnb-gebiedsbescherming Habitataantasting 0/0 Verstoring – boven water 0/0/Verstoring – onder water 0/n.v.t. Vertroebeling 0/0/Sedimentatie 0 0 Elektromagnetische velden 0/n.v.t. Verontreiniging PM 0/Wnb-soortenbescherming Habitataantasting 0/Verstoring – boven water 0/0/Verstoring – onder water 0/n.v.t. Vertroebeling 0/0/Sedimentatie 0/0/Elektromagnetische velden n.v.t. Verontreiniging PM 0/KRM (Kaderrichtlijn Mariene Strategie) Habitataantasting Verstoring – boven water 0/Verstoring – onder water 0/Vertroebeling 0/n.v.t. Sedimentatie 0/Elektromagnetische velden Verontreiniging PM KRW (Kaderrichtlijn Water) Habitataantasting 0/0/Verstoring – onder water 0 0 Vertroebeling 0/-Sedimentatie 0 0/Elektromagnetische velden 0/Verontreiniging PM -Natuur op land (MER Deel B Hoofdstuk 5) Natura 2000-gebieden
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
Beoordeling inclusief mitigerende maatregelen* Kabeltracé op zee Kabeltracé in het Veerse Meer 193,6
11,8
---
n.v.t. --
0 n.v.t.
n.v.t. 0
0/0/0/0/0 0/PM
0 0/n.v.t. 0/0 n.v.t. 0/-
0/0/0/0/0/0/PM
0/0/n.v.t. 0/0/n.v.t. 0/-
0/0/0/0/0/PM
n.v.t.
0/0 0/0 0/PM
0/0 -0/0/--
56
Verstoring (geluid, licht visueel) n.v.t Vermesting en verzuring (stikstof 0/depositie) Natuurnetwerk Zeeland Verstoring (geluid, licht visueel) n.v.t. Archeologie op zee en Veerse Meer (MER Deel B Hoofdstuk 7) Aardkundige waarden 0/0 Bekende waarden 0/0/Verwachte waarden 0 Ruimtegebruik en overige Gebruiksfuncties (MER Deel B Hoofdstuk 8) Munitiestortgebieden en militaire 0/n.v.t. activiteiten Baggerstort 0 0 Delfstoffen (aardwarmte, olie- en 0 n.v.t. gaswinning) Visserij en aquacultuur 0 0/Zand- en schelpenwinning 0/n.v.t. Scheepvaart -Ontplofbare oorlogsresten (OO) Kabels en leidingen -0 Windenergiegebieden op zee 0 n.v.t. Recreatie en toerisme 0 *Grijze scores zijn ongewijzigd na mitigatie.
n.v.t.
0/-
n.v.t.
-
0/0 -
0 0 0
0/-
n.v.t.
0 0
0 n.v.t.
0 0/-0 -0 0
0/n.v.t. 0 0 n.v.t. 0/-
5.2.1 Bodem en water op zee en het Veerse Meer De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 2 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Kabeltracé op zee Het kabeltracé op zee is zeer negatief beoordeeld (--) op de deelaspecten dynamiek van de zeebodem en aanwezigheid van slibrijke afzettingen en veen. Het kabeltracé op zee is negatief beoordeeld (-) voor het deelaspect kwaliteit van het sediment. De reden van de sterk negatieve beoordeling op het deelaspect dynamiek zeebodem komt doordat meer dan de helft van de lengte van het kabeltracé op zee door een dynamische zeebodem gaat. De aanleg van de kabel geeft een tijdelijke verstoring aan de bodem. Wanneer de kabel in slibrijke afzettingen en veen komt te liggen moet deze vervangen worden door een zandbodem. Een kabellengte van circa 35 km gaat door slibrijke bodem, waardoor dit deelaspect zeer negatief is beoordeeld. Op basis van de nu beschikbare gegevens kan niet worden uitgesloten dat in deze veen en sliblagen een natuurlijke aanrijking van Arseen heeft plaatsgevonden die verstoord wordt. Hierdoor is de kwaliteit van het sediment negatief beoordeeld.
Kabeltracé in het Veerse Meer Het kabeltracé in het Veerse Meer is zeer negatief beoordeeld (--) op het deelaspect aanwezigheid van slibrijke afzettingen en veen (alleen Veerse Meer) en negatief (-) beoordeeld op de kwaliteit van het sediment. In het Veerse Meer zijn in bijna alle boringen slib en kleilagen zichtbaar in de bovenste meter waardoor dit aspect zeer negatief is beoordeeld. Analyses van de kwaliteit van het sediment laten de aanwezigheid van verontreinigingen zien. De slibrijke afzettingen en veen en de dynamiek van het Veerse Meer resulteren beiden in een tijdelijk effect.
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
57
Mitigerende maatregelen Om slibrijke afzettingen en veenlagen te vermijden kan het kabeltracé geoptimaliseerd worden. Het toepassen van deze mitigerende maatregel kan leiden tot een verandering in de effectbeoordeling van het kabeltracé op zee van zeer negatief (--) naar licht negatief (-) voor het deelaspect aanwezigheid slibrijke afzettingen en veen. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.2.2 Natuur op zee en het Veerse Meer De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 4 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Kabeltracé op zee De aanleg van het kabeltracé op zee kan habitataantasting veroorzaken. Het tracé loopt door Natura 2000-gebied Voordelta. Hier wordt een beperkt deel (<0,1%) van het gehele areaal van habitattype H1110B (“permanent overstroomde zandbanken”) aangetast. Het effect van habitataantasting is tijdelijk en het tracé loopt niet door een locatie met een hoge dichtheid aan bodemfauna. Het effect wordt hiermee beoordeeld als licht negatief (0/-) voor Wnbgebiedsbescherming. Het effect voor Wnb-soortenbescherming en KRM is negatief (-) beoordeeld, vanwege de mogelijke impact op zandkokerwormen. Het kan niet worden uitgesloten dat er aantasting is van het leefgebied van de zandkokerworm. Eventuele aangetaste riffen hebben de mogelijkheid zich snel te herstellen. Er is hierdoor invloed op de integriteit van bodemhabitat (KRMdescriptor 6). Het tracé loopt door KRW-lichaam Zeeuwse kust. Hier kan aantasting plaatsvinden van <0,05% van het bodemareaal. Door de geringe verandering wordt het effect als licht negatief (0/-) beoordeeld voor KRW.
Verstoring bovenwater wordt veroorzaakt tijdens de aanlegfase door de werkzaamheden die licht en geluid veroorzaken. De beoordeling voor Wnb-gebiedsbescherming, Wnb-soortenbescherming en KRM is licht negatief (0/-). De tijdelijke verstoring aan de rand van Natura 2000-gebied de Bruine Bank leidt niet tot significant negatieve effecten op populatieniveau van vogelrichtlijnsoorten, en tevens niet op de kwaliteit en omvang van hun leefgebied. In de Voordelta leidt verstoring bovenwater voor zeehonden en aangewezen vogelsoorten niet tot significant negatieve effecten. Er ligt slechts één bekende ligplaats van de gewone en grijze zeehond binnen de verstoringscontour voor zeehonden rondom het kabeltracé. Deze ligplaats wordt in de huidige situatie reeds verstoord door reguliere scheepvaart. Langs het tracé kan verstoring onderwater optreden als gevolg van continu geluid en impuls geluid. De effecten door continu onderwatergeluid worden licht negatief (0/-) beoordeeld voor Wnbgebiedsbescherming, Wnb-soortenbescherming en KRM. Continu onderwatergeluid kan optreden tijdens de werkzaamheden voor de aanleg van kabeltracé op zee. Het onderwatergeluid is tijdelijk van aard en verplaatst mee met de schepen. Er zijn voldoende uitwijkmogelijkheden en er is ruim voldoende ongestoord areaal beschikbaar. Permanente impact op voor geluidgevoelige dieren zijn uitgesloten.
Er ontstaan er geen effecten op de ‘Good Environmental Status’ van KRM-Descriptor 11: ‘De toevoer van energie: onderwatergeluid’.
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
58
De aanleg van het kabeltracé op zee veroorzaakt vertroebeling en sedimentatie. Vertroebeling is licht negatief (0/-) beoordeeld voor alle deelaspecten. Effecten van vertroebeling door de werkzaamheden treden op in het Natura 2000-gebied Voordelta en externe effecten treden op voor Natura 2000-gebied Bruine Bank. Effecten op primaire productie, bodemgebonden soorten en trekvissen door vertroebeling zijn verwaarloosbaar klein. Zichtjagende (broed)vogels en duikende vogels ondervinden hooguit tijdelijk en lokaal enige hinder van vertroebeling. Dit leidt niet tot significante effecten, er is ruim voldoende alternatief foerageergebied. Vertroebeling treedt zeer lokaal op in het KRW-lichaam Zeeuwse kust. Achteruitgang van de biologische kwaliteitselementen fytoplankton en macrofauna is uitgesloten. Sedimentatie is licht negatief (0/-) beoordeeld voor Wnbsoortenbescherming en KRM omdat er lichte verstoring plaatsvindt van soorten zoals de zandkokerworm of de noordkromp. De negatieve effecten van sedimentatie op het NCP vallen grotendeels weg bij die van habitataantasting en zullen niet merkbaar zijn op systeemniveau. Tijdens de gebruiksfase zal er een elektromagnetisch veld ontstaan door de kabels. Wnbgebiedsbescherming is licht negatief (0/-) beoordeeld, omdat bruinvissen in de Voordelta en trekvissen het elektromagnetische veld kunnen waarnemen.
Er zal echter geen barrièrevorming of gedragsverandering optreden. De effectbeoordeling voor Wnb-soortenbescherming, KRW en KRM is negatief (-) omdat er in het geval van een storing tijdelijk een hoger elektromagnetisch veld ontstaat. Dit kan leiden tot gedragsveranderingen bij verschillende ongewervelden, haaien en roggen. Mogelijk zijn er ook effecten op bodem- en macofauna, waaronder in het KRW-lichaam Zeeuwse Kust. Effecten zijn lokaal en er zijn echter geen aanwijzingen voor gevolgen op populatie- of ecosysteemniveau. <PM: verontreiniging> Kabeltracé in het Veerse Meer In het Veerse Meer vindt habitataantasting plaats als gevolg van het installeren van de kabel. De aantasting is beperkt en betreft ca. 0,07% van het totale (water)oppervlak van het Veerse Meer. Aantasting binnen dit minimale areaal kan nooit leiden tot effecten op de soortenrijkdom en/of diversiteit van de gehele macrofaunagemeenschap in het Veerse Meer. De effectbeoordeling voor Wnb-soortenbescherming is licht negatief (0/-) omdat geringe waarneembare effecten mogelijk zijn voor schelpdieren. KRW is ook licht negatief (0/-) beoordeeld door de geringe veranderingen. Er is echter geen sprake van achteruitgang van kwaliteitselementen. Bovenwaterverstoring is licht negatief (0/-) beoordeeld voor Wnb-gebiedsbescherming en Wnbsoortenbescherming.
Bovenwaterverstoring leidt tot een geringe hoeveelheid additionele verstoring ten opzichte van de autonome situatie, effecten op (kwalificerende) broedvogelsoorten en nietbroedvogelsoorten zijn uitgesloten. Vertroebeling in het Veerse Meer blijft beperkt tot een minimale zone rond het tracé, reikt veelal niet tot en oppervlak en is zeer tijdelijk. Er zijn geen significant negatieve effecten op primaire productie en kwalificerende zichtjagende of benthosetende vogels. Het effect is beoordeeld als licht negatief (0/-) voor Wnb-gebiedsbescherming en Wnb-soortenbescherming. Lokaal rond het tracé is wel sprake van een afname in doorzicht met (kortdurende) achteruitgang tot gevolg. Aangezien sprake is van achteruitgang, is vertroebeling als zeer negatief beoordeeld (--) voor KRW. Sedimentatie in het Veerse Meer blijft beperkt tot een kleine zone rond het tracé. Er zijn hierbij geen doorwerkende, significant negatieve effecten op benthosetende vogels. Achteruitgang van
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
59
KRW-kwaliteitselementen macrofauna en overige waterflora is uitgesloten. Het effect is daarom licht negatief (0/-) beoordeeld voor Wnb-soortenbescherming en KRW. Elektromagnetische velden treden op in een beperkte zone rond het tracé. Literatuur wijst uit dat met voldoende zekerheid kan worden uitgesloten dat negatieve effecten optreden op KRWkwaliteitselementen vis en macrofauna in het Veerse Meer. Achteruitgang van de kwaliteitselementen is daarom uitgesloten. Omdat wel sprake is van een geringe verandering ten opzichte van de referentiesituatie is de beoordeling voor KRW licht negatief (0/-). Bij de aanleg van het tracé in het Veerse Meer wordt de bodem omgewoeld, hierbij kan in de waterbodem aanwezige verontreiniging vrijkomen in het water. De effectbeoordeling voor Wnbgebiedsbescherming en Wnb-soortenbescherming is licht negatief (0/-). Het is niet uitgesloten dat de aanleg leidt tot normoverschrijding van enkele verontreinigde stoffen in het Veerse Meer. Dit is echter lokaal en zeer tijdelijk. Het leidt niet tot significant negatieve effecten op aangewezen vogelsoorten via de voedselketen. Aangezien er sprake is van tijdelijke normoverschrijdingen van (prioritaire en specifieke) verontreinigde stoffen en daarmee van tijdelijke achteruitgang van het KRW-waterlichaam, is het effect beoordeeld als zeer negatief (--).
Mitigerende maatregelen Voor de beoordelingscriteria habitataantasting en elektromagnetische velden zijn mitigerende maatregelen mogelijk die leiden tot een verandering van de effectbeoordeling. De mitigerende maatregelen zijn alleen van toepassing op het kabeltracé op zee en worden hierna toegelicht. Habitataantasting Om de bescherming van zandkokerwormriffen te waarborgen kan er gericht onderzoek gedaan worden naar de aanwezigheid van zandkokerwormriffen. Zo nodig en indien mogelijk kan daarna met meer zekerheid een tracéoptimalisatie van het tracé worden uitgevoerd binnen de aangestelde corridor. Zo kunnen (zover dit technisch mogelijk is) delen van het rif ontzien worden, waardoor deze niet worden beschadigd en zodoende herstel sneller plaats kan vinden. Met deze mitigerende maatregel verandert de effectbeoordeling voor habitataantasting van negatief (-) naar licht negatief (0/-) voor Wnb-soortenbescherming. Elektromagnetische velden Om de effecten van elektromagnetische velden te mitigeren wordt er aangeraden om uit voorzorg de metallic return na twee maanden uit te schakelen, indien storing of onderhoud zolang duurt. Hierdoor wordt (te) lange blootstelling aan hoge magneetvelden voorkomen. Met deze maatregel verandert de effectbeoordeling voor elektromagnetische velden van negatief (-) naar licht negatief (0/-) voor Wnb-soortenbescherming, KRM en KRW.
Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.2.3 Natuur op land (Veerse Meer) De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 5 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies.
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
60
Kabeltracé in het Veerse Meer Door werkzaamheden tijdens de aanleg in het Veerse Meer kunnen verstorende effecten op land optreden. In het Natura 2000-gebied Veerse Meer en het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) naast het Veerse Meer is het niet uitgesloten dat verstoring optreedt van diverse niet-broedvogelsoorten. Het gaat daarbij met name om individuen die foerageren of rusten op de oevers van of eilanden in het Veerse Meer. Omdat de werkzaamheden plaatsvinden in een gebied dat in de huidige situatie ook aan verstoring van scheepvaart en recreatie onderhevig is en de verstoring tijdelijk is, wordt deze verstoring beoordeeld als negatief (-) voor Natura 2000 en NNZ. Bij realisatie van alle onderdelen van Net op zee Nederwiek 1 wordt stikstof uitgestoten. Uit de Aerius-berekening (voor alle projectonderdelen) blijkt dat depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. In de Ecologische Beoordeling Stikstof (Bijlage A bij de Passende Beoordeling) wordt geconcludeerd dat significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van de door de depositie geraakte Natura 2000-gebieden met zekerheid zijn uit te sluiten. Het behouden en/of kunnen behalen van de instandhoudingsdoelstellingen komt niet in het geding.
Hoewel geen ecologische effecten verwacht worden, maar wel sprake is van enige mate van stikstofdepositie, zijn de effecten van verzuring en vermesting beoordeeld als licht negatief (0/-). Mitigerende maatregelen Er zijn geen mitigerende maatregelen voor het kabeltracé door het Veerse Meer. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.2.4 Archeologie op zee en het Veerse Meer De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 7 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Kabeltracé op zee Het kabeltracé op zee is licht negatief (0/-) beoordeeld op de deelaspecten aardkundige waarden en bekende archeologische waarden. De effecten zijn permanent. Uit het archeologisch bureauonderzoek blijkt dat Holocene en Pleistocene formaties die (potentieel) aardkundig waardevol zijn plaatselijk zullen worden aangesneden. De bodemroerende werkzaamheden zijn echter relatief kleinschalig en lineair. De fysieke kwaliteit van het paleolandschap wordt daarom in enige mate aangetast. De invloed op de inhoudelijke kwaliteit blijft echter beperkt aangezien de leesbaarheid van het paleolandschap als geheel grotendeels in stand blijft. De beoordeling voor het deelaspect bekende archeologische is gebaseerd op het resultaat dat er 10 (mogelijke) wraklocaties binnen 100 meter van het kabeltracé liggen. Het uitgangspunt is dat effecten op de archeologische waarden zijn te mitigeren door de route van het kabeltracé aan te passen nabij de wrak- en objectlocaties. Het effect van het kabeltracé op zee op de verwachte archeologische waarden op zee is negatief (-) beoordeeld. Het effect is permanent.
Het is aannemelijk dat het kabeltracé plaatselijk zal worden aangebracht in de top van de archeologische relevante formaties die zich onder de recentere
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
61
holocene afzettingen bevinden. In totaal bevindt circa 796 ha van het ruimtebeslag zich in een dergelijke zone. Kabeltracé in het Veerse Meer Het kabeltracé in het Veerse Meer wordt licht negatief (0/-) beoordeeld op het deelaspect bekende archeologische waarden. Uit de surveygegevens blijkt dat er 5 objecten met mogelijk archeologische waarde en 2 magnetische anomalieën bekend binnen de corridor van het Veerse Meer. Deze objecten zijn solitair verspreid binnen het ruimtebeslag gelegen en bevinden zich niet direct op het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1. Mitigerende maatregelen Het kabeltracé op zee en het Veerse Meer wordt deels aangelegd in de buurt van bekende waarden zoals scheepswrakken. Archeologische waarden kunnen worden beschermd door de bodem waarin deze waarden zich bevinden onaangetast te laten (behoud in situ). Door lokale routewijzigingen kunnen bekende en mogelijke wraklocaties vermeden worden tijdens de kabelaanleg. Het toepassen van re-routing als mitigerende maatregel leidt tot een verandering in de effectbeoordeling van het kabeltracé op zee en het Veerse Meer van licht negatief (0/-) naar neutraal (0) voor het deelaspect bekende archeologische waarden. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.2.5 Ruimtegebruik en overige gebruiksfuncties op zee en het Veerse Meer De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 8 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Kabeltracé op zee Het kabeltracé is licht negatief (0/-) beoordeeld op de deelaspecten munitiestortgebieden en militaire activiteiten en zand- en schelpenwinning. Dit komt door de kruising van een militair oefengebied en de ligging van het kabeltracé buiten de aangewezen kabeltracés voor kabels en leidingen. Het kabeltracé is negatief (-) beoordeeld op het deelaspect OO. Dit komt door het grote risico bij het doorkruisen van OO-verdachte gebieden. Het kabeltracé is zeer negatief (- -) beoordeeld op de deelaspecten scheepvaart en kabels en leidingen. Dit komt door de tijdelijke hinder die de langzaam varende werkschepen opleveren tijdens werkzaamheden (duur: > 300 uur, mogelijke ontmoetingen met andere schepen: > 300), en het aantal complexe scheepvaartroutes dat daarbij wordt gekruist (> 2). Daarnaast zijn er meer dan 15 kabelkruisingen benodigd voor de aanleg van het kabeltracé. Kabeltracé in het Veerse Meer Het kabeltracé is licht negatief (0/-) beoordeeld op het deelaspect visserij en aquacultuur. Dit komt door de kruisingen met vis- en aquacultuurgronden.
Het kabeltracé wordt negatief (-) beoordeeld op de deelaspecten scheepvaart, ontplofbare oorlogsresten (OO), en recreatie en toerisme. Dit komt door de hinder voor de scheepvaart tijdens aanleg en onderhoud, het kruisen van OO-verdachte gebieden, en de hinder voor recreanten tijdens de aanleg en het onderhoud.
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
62
Mitigerende maatregelen Voor de deelaspecten ontplofbare oorlogsresten en recreatie en toerisme verandert de effectbeoordeling na het toepassen van mitigerende maatregelen. Dit wordt hierna toegelicht. Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Voor de aanleg van het kabeltracé wordt er een OO-survey uitgevoerd. De survey maakt het mogelijk om langs het kabeltracé, binnen een 80 meter corridor, OO-objecten te identificeren. Indien een OO wordt aangetroffen wordt er voldoende afstand gehouden en wordt gekeken of er binnen de kabelcorridor de mogelijkheid is voor micro re-routing van de kabel. Indien dit niet mogelijk is wordt het explosief geruimd. Bij de aanleg van het kabeltracé zelf wordt volgens een veiligheidsprotocol voor OO gewerkt. Daardoor wordt het risico op het daadwerkelijke ontploffen van mogelijk aan te treffen explosieven uiteindelijk geminimaliseerd. Door het toepassen van deze mitigerende maatregel verandert de effectbeoordelingen van het kabeltracé op zee en het kabeltracé in het Veerse Meer voor het deelaspect OO van negatief (-) naar neutraal (0). Recreatie en toerisme Indien het kabeltracé buiten het recreatieseizoen wordt aangelegd, kan de grootste drukte vermeden worden. Deze maatregel is alleen mogelijk bij aanleg in het Veerse Meer met uitzondering van het (Veerse Meer) gebied rond de kruising met de Veerse Gatdam.
Dit komt omdat er rekening moet worden gehouden met het stormseizoen, waardoor mogelijkheden zijn beperkt om af te wijken van het recreatieseizoen. Het toepassen van deze mitigerende maatregelen leidt tot een verandering in de effectbeoordeling van het kabeltracé in het Veerse Meer van negatief (-) naar licht negatief (0/-) voor het deelaspect recreatie en toerisme. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.3 Conclusies beoordeling kabeltracé op land In de onderstaande tabellen staan de effectscores voor het kabeltracé op land voor Net op zee Nederwiek 1. Ze zijn gesplitst in effecten door het kabeltracé bij de passage met de Veerse Gatdam (Tabel 5-3) en effecten door het kabeltracé ten zuiden van het Veerse Meer (Tabel 5-4).
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
63
Tabel 5-3 Effectbeoordeling Net op zee Nederwiek 1 voor het kabeltracé op land (Passage Veerse Gatdam) Aspect Bodem en water op land (MER Deel B H3) Verandering bodemsamenstelling Verandering bodemkwaliteit Zetting Verandering grondwaterkwaliteit Verandering grondwaterstand Verzilting Beïnvloeding oppervlaktewaterkwaliteit Natuur op land (MER Deel B H5) Natura 2000-gebieden Verstoring (geluid, licht visueel) Mechanische effecten Vermesting en verzuring (stikstof depositie) Verdroging Natuurnetwerk Zeeland Verstoring (geluid, licht, visueel) Mechanische effecten Verdroging Beschermde soorten Verstoring Mechanische effecten Landschap en Cultuurhistorie (MER Deel B H6) Invloed op samenhang tussen specifieke elementen en hun context Invloed op aardkundige waarden Archeologie (MER Deel B H7) Bekende waarden Verwachte waarden Leefomgeving, Ruimtegebruik en overige Gebruiksfuncties (MER Deel B H9) Primaire waterkering Ontplofbare oorlogsresten (OO) Kabels en leidingen Invloed op ruimtelijke functies Invloed op leefomgeving Recreatie en toerisme *Grijze scores zijn ongewijzigd na mitigatie.
Passage Veerse Gatdam Beoordeling zonder Beoordeling inclusief mitigerende maatregelen mitigerende maatregelen* 0 0 0 0 0/0 0/0 0 0 0 0
0/0/0/0
0/0/0/0
0/-
0/0
---
0 0/-
-
-
0
0
0 0
0 0
0 0 0/0/0/-
0 0 0/0/0/-
Tabel 5-4 Effectbeoordeling Net op zee Nederwiek 1 voor het kabeltracé op land (ten zuiden van het Veerse Meer) Aspect
Beoordeling zonder mitigerende maatregelen Aanlanding tot A58
A58 tot Oude Veerweg Kabel tracé onder weg
Beoordeling inclusief mitigerende maatregelen
Kabel tracé in weiland
Oude Veerweg tot converterstation
Aanlanding tot A58
0
0
0
A58 tot Oude Veerweg Kabel tracé onder weg
Kabel tracé in weiland
Oude Veerweg tot converterstation
0
0
Bodem en water op land (MER Deel B H3) Verandering bodemsamen stelling
0
0
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
0
64
Verandering bodemkwaliteit Zetting
0
0
0
0
0
0
0
0
0/-
0
-
0
0
0
0
0
0
0
0
0/-
0
0
0
0
-
0
-
-
0
0
0
0
0/-
0
0/-
0/-
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
-
0
0
-
-
0
0
-
-
-
-
-
0/-
0/-
0/-
0/-
-
0/-
0/-
0/-
0
0
0
0
Verstoring
0/-
0/-
0/-
-
0/-
0/-
0/-
0/-
Mechanische effecten
0
0
0
-
0
0
0
0/-
Verandering grondwaterkwaliteit Verandering grondwaterstand Verzilting Beïnvloeding oppervlakte waterkwalitei t
Natuur op land (MER Deel B H5) Natura 2000- gebieden Vermesting en verzuring (stikstof depositie)
0/-
Natuurnetwerk Zeeland Verstoring (geluid, licht, visueel) Mechanische effecten Verdroging Beschermde soorten
Landschap en Cultuurhistorie (MER Deel B H6) Invloed op samenhang tussen specifieke elementen en hun context Invloed op aardkundige waarden
0/-
0
0
0/-
0/-
0
0
0/-
0
0/-
0/-
0/-
0
0/-
0/-
0/-
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Archeologie (MER Deel B H7) Bekende waarden Verwachte waarden
Leefomgeving, Ruimtegebruik en overige Gebruiksfuncties (MER Deel B H9) Primaire waterkering Ontplofbare oorlogsresten (OO) Kabels en leidingen Invloed op ruimtelijke functies Invloed op leefomgeving
0
0
0
0
0
0
0
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
65
Recreatie en toerisme
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
0/-
*Grijze scores zijn ongewijzigd na mitigatie.
5.3.1 Bodem en water op land De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 3 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Passage Veerse Gatdam Het kabeltracé bij de passage van de Veerse Gatdam is negatief (-) beoordeeld voor de deelaspecten verandering grondwaterstand en verzilting. Bij de passage van de Veerse Gatdam is bemaling noodzakelijk bij de moflocatie en boorputten in- en uittredepunten ten zuiden van de Veerse Gatdam. Er vindt een tijdelijke verandering in grondwaterstand plaats die mogelijk leidt tot een afname van de groei van de vegetatie in het bos. De grondwaterstandsverlaging leidt tot een verandering in grondwaterstroming. Door de directe ligging aan het Veerse Meer treedt toestroming op vanuit het brakke meer in de ondergrond. Er zal sprake zijn van een beperkt effect, maar een beïnvloeding van de gebruiksfuncties zoals natuur is niet uit te sluiten (zie ook de effectbeoordeling voor Natuur op land, paragraaf 5.3.2). Het kabeltracé is licht negatief (0/-) beoordeeld op verandering grondwaterkwaliteit en zetting. Tijdelijke verlaging van de grondwaterstand in het grondlichaam van de weg en de waterkering kan leiden tot een beperkte maar permanente zetting. De bemaling bij de mofput kan een effect hebben op grondwaterkwaliteit.
De aanvoer van het grondwater in de open ontgraving bestaat voornamelijk uit neerslag en water van het Veerse Meer, waardoor de grondwaterkwaliteit wordt beperkt. Ten zuiden van het Veerse Meer Het kabeltracé op land is negatief beoordeeld (-) voor het deelaspect verandering grondwaterstand. Door de bemaling ten behoeve van de aanleg van de kabel ontstaat tijdelijke grondwaterstandsverlaging langs het tracé. In het noordelijk deel van het tracé is de beïnvloeding van de grondwaterstanden het grootste. Ook is voor het deel van het tracé bij het converterstation een groot invloedsgebied te verwachten. De tijdelijke verlaging van de grondwaterstand leidt mogelijk tot effecten in de omgeving. Voor het deeltracé onder de weg hoeft niet bemalen te worden, maar er is geen verschil in de eindbeoordeling van het kabeltracé onder de weg en het kabeltracé in het weiland. De effectbeoordeling voor zetting is negatief (-) voor de variant in het weiland en licht negatief (0/-) voor de variant onder het weggetje, omdat de klei- en veenlagen in beide varianten gevoelig zijn voor zetting maar er in de variant onder het weggetje minder bemalen wordt. De effectbeoordeling voor verandering grondwaterkwaliteit en verzilting is licht negatief (0/-). Er is geen verschil in de eindbeoordeling van het kabeltracé onder de weg en het kabeltracé in het weiland.
Als bij de aanleg van het kabeltracé sprake is van vergraven of doorsnijden van slecht doorlatende lagen zoals klei- en veenlagen, kan dit leiden tot een effect op de grondwaterstroming en daarmee de kwaliteit van het grondwater. Bij de open ontgravingen op delen van het kabeltracé (Oude Veerweg tot converterstation) zijn de klei- en veenlagen dusdanig dik dat deze door ontgraving niet geheel worden doorstoken. Bij de Sloekreek zullen de boringen de kleilagen wel doorsteken, wat een effect zal hebben op grondwaterkwaliteit. Grondwaterstandverlaging vanwege Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
66
de bemaling verandert de grondwaterstroming. Dit kan in de omgeving van het kabeltracé leiden tot verzilting. Uit modelberekeningen blijkt dat langs delen van het tracé verzilting optreedt. Op sommige plekken zijn in de huidige situatie echter al hoge zoutconcentraties. De berekende concentraties nabij maaiveld laten in het model een snel herstel zien. Mitigerende maatregelen Verlagingseffecten in de omgeving zijn te mitigeren door bijvoorbeeld retourbemaling van het onttrokken water of door andere technische oplossingen (plaatsing van damwanden etc.). Met retourbemaling hoeft minder geloosd te worden en met het slaan van damwanden hoeft minder grondwater onttrokken te worden. Dit is positief voor grondwaterstanden. De beïnvloeding van de grondwaterkwaliteit kan ‘neutraal’ beoordeeld worden als via een uitgewerkt plan én met een adequate monitoring tijdens de uitvoering gezorgd wordt dat de onttrokken hoeveelheden zoet- en zout grondwater geretourneerd worden in de bodemlagen waaruit deze verwijderd worden. Het toepassen van deze mitigerende maatregelen leidt tot een neutrale (0) effectbeoordeling voor de deelaspecten verandering grondwaterstand, verandering grondwaterkwaliteit en verzilting. Dit geldt voor zowel de kruising van de Veerse Gatdam als voor het kabeltracé op land.
Dezelfde mitigerende maatregelen kunnen worden toegepast om het risico op zetting te mitigeren, waardoor de effectbeoordeling ook neutraal (0) wordt. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.3.2 Natuur op land De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 5 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Passage Veerse Gatdam Voor de kruising van de Veerse Gatdam zijn effecten van verstoring door geluid, licht en optische verstoring tijdens de aanleg licht negatief (0/-) beoordeeld voor het deelaspect Natura 2000, negatief (-) voor het deelaspect Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) en zeer negatief (--) voor het deelaspect beschermde soorten. Effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Voordelta en Veerse Meer zijn, voor zover het waarden betreft die op het strand voorkomen, uitgesloten. De boorlocatie aan de zuidzijde van de dam ligt in het NNZ. Binnen de verstoringsafstand van werkzaamheden liggen de beheertypen N15.02 Duinbos en N14.03 Haagbeuken en essenbos, dat op dit moment nog grotendeels bestaat uit duindoorn en boswilg. Hoewel de werkzaamheden tijdelijk zijn, kan verstoring van met name vogels niet uitgesloten worden. De werkzaamheden veroorzaken tevens tijdelijke verstoring van leefgebied van beschermde soorten. Mechanische effecten35 worden licht negatief (0/-) beoordeeld voor Natura 2000, negatief (-) voor NNZ en zeer negatief (--) voor beschermde soorten.
Er wordt gewerkt in Natura 2000-gebied waardoor enige vorm van aantasting optreedt, maar er zijn geen permanente negatieve effecten op 35 Onder mechanische effecten vallen verstoring en vernieling door optreden als gevolg van betreding, vergraving,
insporing van de bodem door zwaar verkeer etc., die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten.
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
67
de natuurlijke kenmerken van de habitattypen en op de foerageermogelijkheden en daarmee overlevingskansen van de vogels verwacht. De boring onder de Veerse Gatdam komt uit in het NNZnatuurbeheertype N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Bij de werkzaamheden in deze beheertypen verdwijnt de bestaande vegetatie geheel over een oppervlakte van 0,9 ha (samen met werkzaamheden voor Net op zee IJmuiden Ver Alpha). Herstel na aanleg naar het geambieerde haagbeukenbos is niet mogelijk omdat boven de kabel geen diepwortelende soorten zijn toegestaan. Door de werkzaamheden verdwijnen de verblijfplaatsen en groeilocaties van beschermde planten en diersoorten. Na de werkzaamheden komt het gebied echter weer beschikbaar voor de beschermde soorten. De effecten van verdroging treden op en rond de locatie waar voor de werkzaamheden bemaling moet worden uitgevoerd. De beoordeling voor NNZ is negatief (-), omdat de bemalingscontouren van de boring bij de Veerse Gatdam hebben overlap met verdrogingsgevoelige natuur die valt onder de beheertypen N10.02 Vochtig hooiland en N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Hoewel de bemaling tijdelijk is kan verdroging niet uitgesloten worden. Voor vermesting en verzuring geldt voor de kruising bij de Veerse Gatdam en het kabeltracé op land (zie volgende paragraaf) dezelfde effectbeoordeling als voor het kabeltracé in het Veerse Meer (zie paragraaf 5.2.3).
Ten zuiden van het Veerse Meer Verstoring wordt negatief (-) beoordeeld voor NNZ en beschermde soorten. Er is geen verschil in de eindbeoordeling van het kabeltracé onder de weg en het kabeltracé in het weiland. Het kabeltracé op land tussen het Veerse Meer en het converterstation kruist diverse smalle stroken NNZ. Voor enkele beheertypen waarvan de biotische kwaliteit ook bepaald wordt door de aanwezigheid van specifieke vogelsoorten die tijdelijk verstoord kunnen worden. Er komen naar verwachting echter geen verstoringsgevoelige soorten voor. De verstoring door de werkzaamheden is tijdelijk en op veel plekken is al sprake van verstoring, bijvoorbeeld door ligging naast een weg. Voor beschermde soorten geldt dat verstoring ervoor kan zorgen dat leefgebied van algemeen beschermde vogelsoorten en vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten wordt verstoord. Deze nesten bevinden naast het tracé bij het Sloegebied. Na de werkzaamheden komt het gebied echter weer beschikbaar. Mechanische effecten worden negatief (-) beoordeeld voor NNZ en beschermde soorten. Er is geen verschil in de eindbeoordeling van het kabeltracé onder de weg en het kabeltracé in het weiland. Langs het kabeltracé op land vindt tijdelijke aantasting van NNZ plaats door de open ontgravingen.
Over een deel van het tracé betreft het agrarische beheertypen, graslanden of andere meer dynamische natuurtypen als moerasoevers. In dynamische natuurtypen zijn groeiplaatsomstandigheden onder natuurlijke omstandigheden reeds aan wijzigingen onderhevig, waardoor aantasting een minder groot effect heeft en de hersteltijden vaak korter zijn. Ten aanzien van rugstreeppad wordt verwacht dat primair leefgebied in en nabij het Sloegebied niet wordt aangetast, maar dat wel maatregelen noodzakelijk zijn om het doden en verstoren van de soort te voorkomen. Langs delen van het tracé vindt bemaling plaats. Het aanwezige natuurtype N14.03 Haagbeuken- en essenbos is hier gevoelig voor, waardoor er mogelijk tijdelijke verdroging kan plaatsvinden. Verdroging is daarom negatief (-) beoordeeld. Er is geen verschil in de eindbeoordeling van het kabeltracé onder de weg en het kabeltracé in het weiland.
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
68
Mitigerende maatregelen Natuurnetwerk Zeeland Om effecten van verdroging te verminderen zijn er verschillende mitigerende maatregelen mogelijk, waaronder het toepassen van retourbemaling, het werken binnen damwanden en de plaatsen waar bemaling plaatsvindt verminderen. Effecten van verdroging in NNZ zullen door deze maatregelen worden geminimaliseerd, waardoor de effectbeoordeling neutraal (0) wordt. Wanneer de werkterreinen volledig buiten het NNZ worden geplaatst, verandert de zeer negatieve beoordeling voor mechanische effecten op het NNZ licht negatieve (0/-) beoordeling. Beschermde soorten Mitigerende maatregelen voor beschermde soorten zijn uitgebreid beschreven in paragraaf 6.8 van de soortenbeschermingstoets (Bijlage VII-B). Hiermee verandert de zeer negatieve (--) beoordeling voor beschermde soorten bij het Veerse Gatdam in een licht negatieve (0/-) beoordeling, want er is nog steeds sprake van aantasting en verstoring van jaarrond beschermde vogels. De beoordeling van het kabeltracé ten zuiden van het Veerse Meer verandert van negatief (-) naar licht negatief (0/-). Door het toepassen van de maatregelen worden effecten op de jaarrond beschermde soorten, vleermuizen, rugstreeppad en glad biggenkruid zoveel als mogelijk voorkomen en blijft een negatief effect op de gunstige staat van instandhouding uit.
Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.3.3 Landschap en cultuurhistorie De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 6 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Passage Veerse Gatdam Het kabeltracé bij de Passage Veerse Gatdam wordt negatief (-) beoordeeld op het beoordelingscriterium invloed op samenhang tussen specifieke elementen en hun context. Ten behoeve van de werkterreinen zal een deel van de opgaande beplanting moeten worden verwijderd aan de zuidkant van de Veerse Gatdam. Zowel de boswilg als de duindoorn kunnen terug worden geplant, maar hergroei van de beplanting duurt jaren. Ten zuiden van het Veerse Meer Het kabeltracé op land ten zuiden van het Veerse Meer wordt licht negatief beoordeeld (0/-) op het beoordelingscriterium Invloed op samenhang tussen specifieke elementen en hun context. Het kabeltracé komt vanuit het Veerse Meer ter hoogte van het kreekrestant De Piet aan land. Het mogelijk dat door de graafwerkzaamheden wortels van bomen worden aangetast. Het kabeltracé wordt geheel onder de Zeedijk van de Jacobapolder gelegd. Hiervoor wordt een deel van de dijk afgegraven.
Aangezien dit deel van de dijk van de Jacobapolder reeds gedeeltelijk is verstoord én het huidige dijkprofiel na aanleg van de kabel wordt hersteld, heeft de aanleg van de kabel slechts een beperkt negatief effect.
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
69
Het kabeltracé wordt licht negatief beoordeeld (0/-) op het beoordelingscriterium Invloed op aardkundige waarden. Ten zuiden van de Oude Veerweg liggen kreekrestanten van het voormalige Sloe in de ondergrond. Door de gedeeltelijke open ontgraving worden het reliëf en de kenmerkende bodemopbouw van de kreekrestanten van het voormalige Sloe plaatselijk aangetast. Mitigerende maatregelen Er zijn geen mitigerende maatregelen voor het aspect Landschap en cultuurhistorie die leiden tot een wijziging in de effectbeoordeling. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.3.4 Archeologie op land Er zijn geen effecten voor de deelaspecten bekende en verwachte archeologische waarden voor het kabeltracé op land. Er zijn geen cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen zoals Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Mitigerende maatregelen zijn niet aan de orde. De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 7 van deel B van het MER.
5.3.5 Leefomgeving, ruimtegebruik en overige gebruiksfuncties op land De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 9 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Passage Veerse Gatdam De aspecten kabels en leidingen, invloed op ruimtelijke functies, en recreatie en toerisme worden allen licht negatief (0/-) beoordeeld. Het kabeltracé kruist bij de Veerse Gatdam 14 kabels en leidingen. Invloed op ruimtelijke functies wordt licht negatief (0/-) beoordeeld doordat het kabeltracé de Rijksweg N57 kruist en een bosschage dient te worden verwijderd ten zuiden van de Veerse Gatdam. Recreatie en toerisme wordt licht negatief (0/-) beoordeeld, omdat men (tijdelijke) hinder kan ervaren op de locatie van de boringen op het strand. Invloed op leefomgeving wordt negatief (-) beoordeeld door een forse toename in verkeersbewegingen wat leidt tot een verhoogd risico wat betreft de verkeersveiligheid. Ten zuiden van het Veerse Meer De deelaspecten invloed op leefomgeving en recreatie en toerisme worden licht negatief (0/-) beoordeeld. Er is geen verschil in de eindbeoordeling van het kabeltracé onder de weg en het kabeltracé in het weiland.
Voor invloed op leefomgeving geldt dat men hinder kan ervaren door geluid tijdens de aanlegfase en een toename in verkeersbewegingen met zwaar materiaal. Het kabeltracé op land loopt langs het Waterpark Veerse Meer en kruist meerdere kleine wegen voor fietsers en wandelaars. De deelaspecten OO, kabels en leidingen en invloed op ruimtelijke functies worden allen negatief (-) beoordeeld. Er is geen verschil in de eindbeoordeling van het kabeltracé onder de weg en het kabeltracé in het weiland. Het kabeltracé kruist een groot aantal kabels en leidingen en ligt
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
70
grotendeels binnen verdacht gebied op OO. Ook wordt een groot aantal wegen, spoorwegen en secundaire waterwegen gekruist en wordt een groot oppervlak aan landbouwareaal gekruist door het kabeltracé. Mitigerende maatregelen Er zijn geen mitigerende maatregelen voor het kabeltracé op land die leiden tot een wijziging in de effectbeoordeling. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.4 Conclusies beoordeling converterstation In de onderstaande tabel staan de effectscores voor het converterstation voor Net op zee Nederwiek 1. Tabel 5-5 Effectbeoordeling Net op zee Nederwiek 1 voor het converterstation Aspect
Converterstation Zonder mitigerende maatregelen Inclusief mitigerende maatregelen*
Bodem en water op land Verandering bodemsamenstelling Verandering bodemkwaliteit Zetting Verandering grondwaterkwaliteit Verandering grondwaterstand Beïnvloeding oppervlaktewaterkwaliteit Verandering verhard oppervlak Natuur op land Natura 2000-gebieden Vermesting en verzuring Beschermde soorten Verstoring Elektromagnetische velden Landschap en Cultuurhistorie Invloed op de gebiedskarakteristiek Invloed op samenhang tussen specifieke elementen en hun context Invloed op zichtbaarheid en beleving Invloed op aardkundige waarden Archeologie Bekende waarden Verwachte waarden Leefomgeving, Ruimtegebruik en overige Gebruiksfuncties Primaire waterkering Ontplofbare oorlogsresten (OO) Kabels en leidingen Invloed op ruimtelijke functies Invloed op leefomgeving Recreatie en toerisme *Grijze scores zijn ongewijzigd.
0 0 0/0 0 0 0/-
0 0 0 0 0 0 0
0/-
0/-
0
0/0
+
+
0
0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0/0/-0
0 0/0/0 0
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
71
5.4.1 Bodem en water op land De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 3 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Converterstation Het converterstation is licht negatief (0/-) beoordeeld voor het deelaspect zetting. De bodem bevat relatief veel klei, waardoor bij ophoging een zekere mate van zetting verwacht wordt. De bemaling zal ook leiden tot enige mate van zetting. De zetting zal naar verwachting een klein negatief effect hebben op omliggende objecten en naastgelegen infrastructuur. De toename van verharding is licht negatief (0/-) beoordeeld. De toekomstige terreininvulling zal voor een groot deel (ca. 95%) bestaan uit verharding. De afvoer van hemelwater van de gebouwen en van de verharding zal versneld tot afstroming komen. Om wateroverlast te voorkomen, moet hiervoor compensatie aangelegd worden. Mitigerende maatregelen Aanvullend (geotechnisch) onderzoek naar de mate van zetting en de risico’s dat omvangrijke en ongelijke zetting ook optreedt bij de naastgelegen waterkering, spoorbanen, gebouwen en leiding is gewenst. Maatregelen om ongewenste zetting tegen te gaan bestaan uit het minimaliseren van de ophoging, toepassing van lichte ophoogmaterialen, toepassing van damwanden met verankering.
Uit het onderzoek zal blijken of aanvullende maatregelen nodig zijn. Na toepassing van aanvullende maatregelen verandert de effectbeoordeling van licht negatief (0/-) naar neutraal (0) voor het deelaspect zetting. De toename aan verhard oppervlak en als gevolg de mogelijke wateroverlast kan gemitigeerd worden door aanleg van open water, infiltratievoorzieningen of ondergrondse voorzieningen zoals infiltratiekratten. Dit is al (deels) uitgewerkt met de voorziening van waterberging in het plan voor het converterstation. Het toepassen van deze mitigerende maatregelen leidt tot een verandering in de effectbeoordeling van licht negatief (0/-) naar neutraal (0) voor het deelaspect verandering verhard oppervlak. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.4.2 Natuur op land De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 5 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Converterstation Het converterstation ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Directe negatieve effecten zijn daardoor op voorhand uitgesloten. Voor vermesting en verzuring geldt voor het converterstation dezelfde effectbeoordeling als voor het kabeltracé in het Veerse Meer (zie paragraaf 5.2.3).
Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept
72
Het converterstation wordt negatief beoordeeld (-) voor het deelaspect Beschermde soorten door de verstoring die optreedt tijdens de aanleg. De werkzaamheden leiden mogelijk tot verstoring van algemeen in Nederland voorkomende soorten en de zwaarder beschermde soort rugstreeppad. Na de realisatie van het converterstation is het areaal beschikbaar leefgebied of groeiplaatsen afgenomen. Maatregelen zijn noodzakelijk om verstoring of doden te voorkomen. Mitigerende maatregelen Mitigerende maatregelen voor beschermde soorten zijn uitgebreid beschreven in paragraaf 6.8 van de soortenbeschermingstoets (Bijlage VII-B). Met inachtneming van de mitigerende maatregelen worden negatie effecten op beschermde soorten bij het converterstation voorkomen of gemitigeerd, hiermee verandert voor verstoring de negatieve beoordeling (-) naar licht negatief (0/). Door het toepassen van de maatregelen worden effecten op rugstreeppad zoveel mogelijk voorkomen en blijft een negatief effect op de gunstige staat van instandhouding uit. Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>
5.4.3 Landschap en cultuurhistorie Er is geen sprake van negatieve effecten voor het milieuaspect Landschap en cultuurhistorie door de aanleg en het gebruik en het converterstation. Mitigerende maatregelen zijn niet aan de orde. Er is geen sprake van cumulatieve effecten. De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 6 van deel B van het MER.