CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

063. Bijlage 3. Bijlagen bij voorontwerp-inpassingsplan compressed

Gemeenteraad 1 juni 2023, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bijlage 3.a Ingekomen stukken RM - ingekomen stuk 063.31.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

5.4.4 Archeologie op land Er is geen sprake van negatieve effecten voor het milieuaspect Archeologie door de aanleg en het gebruik en het converterstation. Mitigerende maatregelen zijn niet aan de orde. Er is geen sprake van cumulatieve effecten. De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 7 van deel B van het MER.

5.4.5 Leefomgeving, ruimtegebruik en overige gebruiksfuncties op land De uitgebreidere toelichting op de totstandkoming van de effectbeoordeling en de wijze van beoordeling (toekennen scores) is te vinden in hoofdstuk 9 van deel B van het MER. Hierna volgen de belangrijkste conclusies. Converterstation De deelaspecten kabels en leidingen en invloed op ruimtelijke functies zijn licht negatief (0/-) beoordeeld. De converterstationslocatie overlapt met 10 kabels en leidingen. Het converterstation ligt volledig binnen de 800 meter contour van de terreingrenzen van risicovolle inrichtingen. Het converterstation valt tevens binnen het zoekgebied voor een mogelijk nieuwe kerncentrale. Er zijn drie bedrijven in de omgeving van het converterstation die met hun bedrijfsvoering een aandachtsgebied vormen voor de integriteit van het converterstation.

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept

73

Het aspect primaire waterkeringen is negatief (-) beoordeeld. Het converterstation ligt op korte afstand van een primaire waterkering en overlapt voor circa 60 meter met de beschermingszone B. Mogelijk treedt een effect op doordat de heipalen een waterafsluitende laag doorboren, waardoor er een kans is op een mogelijke verkorting van de kwelweg dan wel opbarsten van een afsluitende laag. Het aspect invloed op leefomgeving wordt zeer negatief (--) beoordeeld door de geluidsbelasting van het converterstation tijdens de gebruiksfase. Op de locatie van het converterstation is een toelaatbare geluidemissie per vierkante meter aangegeven, de zogenaamde gebiedswaarde. Deze waarde wordt in de nachtperiode met 3,2 dB(A) overschreden. Op grond hiervan is de inpasbaarheid in de geluidzone als zeer negatief (--) beoordeeld. Er zijn mitigerende maatregelen nodig om het converterstation in de geluidzone in te passen. De geluidbelasting door laagfrequent geluid wordt negatief (-) beoordeeld. Er wordt aan de Vercammen-curve wordt voldaan, maar zonder mitigerende maatregelen wordt de NSG-curve bij 516 geluidgevoelige objecten overschreden. Mitigerende maatregelen De geluidbelasting van het converterstation wordt met name bepaald door de transformatoren.

Als een betere geluidsisolerende omkastingen wordt toegepast én een de ventilatoren op de converterhallen worden gedempt, kan aan de gebiedswaarde worden voldaan. Deze maatregelen worden haalbaar geacht. Het toepassen van deze mitigerende maatregelen leidt tot een verandering in de effectbeoordeling van zeer negatief (--) naar neutraal (0) voor het criterium ‘inpasbaarheid in de geluidzone’. De geluidbelasting door laagfrequent geluid wordt licht negatief (0/-). De totaalbeoordeling voor het deelaspect invloed op de leefomgeving wordt licht negatief (0/-). Cumulatie De belangrijkste cumulatieve effecten met autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen zijn: <PM>

5.5 Leemten in kennis Voor een aantal milieuaspecten bestaan leemten in kennis. Deze zijn hierna per milieuaspect kort benoemd. Uitgebreidere toelichtingen staan in MER deel B per aspecthoofdstuk. Bodem en water op land Voor de effectbeoordeling in dit MER sluit de nauwkeurigheid van de modellen aan bij de gestelde vraag. Ter voorbereiding op de uitvoering is meer gedetailleerd onderzoek en uitgebreid bemalingsadvies noodzakelijk. In het bemalingsadvies zal ook uitgewerkt worden wat de effecten van mitigerende maatregelen zoals retourbemaling en het gebruik van damwanden is. Voor de lozing van bemalingswater moet onderzoek gedaan worden naar de waterkwaliteit van het grondwater en naar de waterkwaliteit van de ontvangende wateren. Natuur op zee en het Veerse Meer Voor het aspect Natuur op zee en het Veerse Meer zijn er leemten in kennis. De leemten zijn al bekend bij het bevoegd gezag en spelen in alle vergelijkbare projecten. Door het hanteren van een worst-case beoordelingsstrategie wordt in een ecologische beoordeling een zo zeker mogelijk beeld over de negatieve effecten geschetst. Doorgaans is dit voldoende om niet van invloed te zijn op het vergunningentraject of het inpassingsplan.

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept

74

Elektromagnetische velden De effecten van elektromagnetische velden rondom kabelsystemen zijn niet volledig bekend, onduidelijk is wat de invloed is van deze kabelsystemen op foerageren en migreren van zeezoogdieren en vissen. Op lange duur zijn de gevolgen nog onbekend, maar negatieve effecten op individueel niveau zijn niet uit te sluiten. Er zijn echter geen aanwijzingen dat er gevolgen op populatie- of ecosysteemniveau te verwachten zijn. Verstoring rond platform Voor vogels geldt dat er leemten in kennis zijn over aanvaringsrisico’s met helikopters en verstoring als gevolg van aanwezigheid van de activiteit op de platforms (zowel overdag als ’s nachts). Over verstoringsgevoeligheden en verstoringsafstanden van zeevogels zijn nog, met name soort specifieke, kennisleemten. Voor vleermuizen geldt dat kennisleemten aanwezig zijn ten aanzien van populatieomvang en soort specifieke verspreiding. Onbekend is het relatieve belang van de Noordzee voor verschillende soorten vleermuizen en hun veranderingen in gedrag als gevolg van platforms en de verlichting die erbij gevoerd wordt. Negatieve effecten op individueel niveau zijn niet uit te sluiten. Er zijn echter geen aanwijzingen dat er gevolgen op populatie- of ecosysteemniveau te verwachten zijn.

Relatie tussen individuele verstoring en populatie-effecten Voor vissen en zeezoogdieren ontbreekt kennis over het relatieve belang en functies van specifieke gebieden op zee. Het gaat hierbij om zowel kennis voor de populatie als geheel als om inzicht in individuele variatie. Een belangrijke kennisleemte met betrekking tot zeezoogdieren en vissen betreft de relatie tussen de mate van verstoring van individuele dieren en populatie-effecten. Invloed van omgevingsfactoren op gedragsveranderingen van zeezoogdieren als gevolg van onderwatergeluid zijn onbekend. Relatie tussen vertroebeling en vangstsucces voor zichtjagende vogels Er zijn kennisleemten over de effecten van vertroebeling op de relatie tussen doorzicht en vangstsucces voor zichtjagende vogels. Op basis van de beschikbare literatuur kan geen uitsluitsel worden gegeven over de exacte relatie tussen doorzicht en vangstsucces voor deze zichtjagende zeevogels. Effecteninschattingen zijn daarom aangevuld op basis van expert judgement en worstcase. Onderwatergeluid Op basis van de beschikbare literatuur kan geen uitsluitsel worden gegeven over het exacte effect van continu onderwatergeluid zoals geproduceerd door schepen op vogels, vissen en zeezoogdieren. Dit geldt ook voor het effect van (het tijdelijke) continu geluid wat tijdens het aanleggen van het platform en de kabels wordt geproduceerd.

Effecteninschattingen zijn daarom aangevuld op basis van expert judgement en worst-case aannames. Negatieve effecten op individueel niveau zijn niet uit te sluiten. Er zijn echter geen aanwijzingen dat er gevolgen op populatie- of ecosysteemniveau te verwachten zijn. Zandkokerworm(riffen) De aanwezigheid en locatie van zandkokerwormriffen nabij het platform en tracé kan niet worden vastgesteld met huidige beschikbare informatie. Door het analyseren van de Side scan sonar data kan de locatie van S. spinulosa riffen op en rondom het tracé mogelijk bepaald worden. De riffen geven namelijk een signaal dat meer onregelmatig/gestructureerd/gestippeld is dan de omgeving. Na het uitvoeren van een Side scan sonar of gericht onderzoek kan worden bekeken of een

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept

75

optimalisatie van het tracé mogelijk is binnen de aangestelde corridor (micro-rerouten). Zo kunnen delen van het rif ontzien worden, waardoor herstel sneller plaats kan vinden. De praktische haalbaarheid van deze mitigerende maatregelen is onduidelijk omdat de mogelijkheden van rerouting binnen de corridor afhankelijk is van de ruimte in de corridor in relatie tot de omvang van de riffen en tot de aanwezigheid van andere objecten zoals oorlogsmunitie, schroot en/of objecten met potentiële archeologische waarden. Natuur op land Elektromagnetische velden De effecten van elektromagnetische velden rondom kabelsystemen zijn niet volledig bekend, onduidelijk is wat de invloed is van deze kabelsystemen op verscheidene soorten. Op lange duur zijn de gevolgen nog onbekend, maar negatieve effecten op individueel niveau zijn niet uit te sluiten. Er zijn echter geen aanwijzingen dat er gevolgen op populatie- of ecosysteemniveau te verwachten zijn. Deze leemte is al bekend bij het bevoegd gezag en speelt in alle vergelijkbare projecten. Door het hanteren van een worst-case beoordelingsstrategie wordt in een ecologische beoordeling een zo accuraat mogelijk beeld van de effecten geschetst. Doorgaans is dit voldoende om niet van invloed te zijn op het vergunningentraject of het inpassingsplan.

Archeologie Bekende archeologische waarden op zee De globale ligging van objecten ten opzichte van het kabeltracé is bekend, echter is er geen nadere informatie beschikbaar over de waardebepalende kenmerken van het object. Voor een deel van de objecten is dus geen archeologische waarde vast te stellen. Nader onderzoek naar de bekende archeologische waarden zal plaatsvinden tijdens de nog uit te voeren surveys voor Net op zee Nederwiek 1. Dit vervolgonderzoek dient uit te monden in een overzicht van de de aanwezigheid van mogelijke archeologische objecten op en nabij de het kabeltracé. Aardkundige waarden op zee Er is relatief weinig detailinformatie bekend over de opbouw van het prehistorische landschap. Op basis van de huidig beschikbare informatie is het daarom vooralsnog enkel mogelijk om de geologische formaties die voorkomen ter plaatse van het kabeltracé te identificeren. Aangezien er echter geen mitigerende maatregelen zijn te nemen voor dit deelaspect is ook de invloed van aardkundige waarden op de besluitvorming gering. De leemten in kennis en net op zee-projecten dienen vooral als mogelijkheid om meer kennis te verkrijgen over het paleolandschap onder de Noordzee. Verwachte archeologische waarden op zee Deze leemte in kennis bestaat voor een deel uit het bepalen van de archeologische verwachting van het prehistorische landschap op en in de zeebodem.

Er is beperkte mogelijkheid om deze verwachtingen te toetsen en onderzoek te doen op de zeebodem. Er is dan ook geen nadere informatie beschikbaar die het mogelijk maakt de archeologische waarde ter plaatse van het tracé nader te specificeren. Dit heeft geen invloed op de besluitvorming. Verwachte archeologische waarden op land

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept

76

Er kan echter niet uitgesloten worden dat er bij graafwerkzaamheden (niet voorspelbare) archeologische toevalsvondsten worden aangetroffen, ook al geldt er voor het kabeltracé op land een lage archeologische verwachting. Dit heeft echter geen invloed op de besluitvorming. Ruimtegebruik en overige gebruiksfuncties op zee en het Veerse Meer Ontplofbare Oorlogsmunitie Ten aanzien van het deelaspect OO zijn er een aantal leemten in kennis voor het kabeltracé: • Op zee is het moeilijk om een gebeurtenis uit de Tweede Wereldoorlog precies geografisch te lokaliseren. Bronmateriaal uit de oorlog biedt hier geen uitkomst, omdat de navigatieapparatuur uit die tijd zijn beperkingen kende. Coördinaten uit deze bronnen geven daarom slechts een grove indicatie van oorlogshandelingslocaties, als bombardementen, beschietingen, etc. • Locaties van neergestorte vliegtuigen en scheepswrakken uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog zijn vaak niet exact bekend. Daarnaast zijn van een grote hoeveelheid scheeps- en vliegtuigwrakken op de Noordzee zelfs geen indicatieve locaties bekend. • Door platbodemvisserij, getijstroming en zandwinning ligt veel OO niet meer op dezelfde locatie als waar het oorspronkelijk gedumpt is. Dit geldt vooral voor kleinere OO, maar geldt in het geval van de platbodemvisserij ook voor zwaardere OO zoals afwerpmunitie.

• Voor de periode 1945-2005 is er weinig informatie beschikbaar over het aantreffen en ruimen van OO op zee. Deze leemten in kennis voor OO worden ondervangen door het volgen van het veiligheidsprotocol voor OO en het uitvoeren van de UXO-survey die ter plekke van het kabeltracé uitsluitsel kan geven.

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept

77

COLOFON MER Net op zee Nederwiek 1 Datum 24-03-2023 Status Concept Pondera Consult B.V. Postbus 919 6800 AX Arnhem Nederland +31 (0)88 7663 372 www.ponderaconsult.com Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel A – Concept

78

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Bijlage 2

Deel B MER Net op zee Nederwiek 1

Net op zee Nederwiek 1 Milieueffectrapport Deel B

Datum: 24-03-2023 Versienummer: 2.0 Status: Concept

In opdracht van:

INHOUDSOPGAVE 1

Uitgangspunten effectbeoordeling, huidige situatie en autonome ontwikkeling .......................... 3 1.1

(Technische) uitgangspunten effectbeoordeling .................................................................... 3

1.1.1

Inleiding........................................................................................................................... 3

1.1.2

Platform .......................................................................................................................... 3

1.1.3

Kabels op zee en het Veerse Meer ............................................................................... 10

1.1.4

Kabels op land ............................................................................................................... 25

1.1.5

Converterstation ........................................................................................................... 37

1.2

Huidige situatie en autonome ontwikkeling ......................................................................... 41

1.2.1

Referentiesituatie ......................................................................................................... 41

1.2.2

Huidige situatie ............................................................................................................. 41

1.2.3 Autonome ontwikkelingen, overige toekomstige ontwikkelingen en autonome processen ...................................................................................................................................... 47 Colofon .................................................................................................................................................. 58

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

1

Versiebeheer Versie 0.1 – Eerste conceptversie voor review TenneT

Datum 28-10-2022

1.0 – Voortoets 2.0 – Verwerking commentaar voortoets

13-1-2023 24-03-2023

Vrijgegeven door Mariëlle de Sain Projectleider MER Nederwiek 1 Kay van Hulst Kay van Hulst

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

Gecontroleerd door Mariëlle de Sain

Tom Herfs Froukje Lots

2

1 Uitgangspunten effectbeoordeling, huidige situatie en autonome ontwikkeling Voor u ligt Deel B van het milieueffectrapport (MER) voor het project Net op zee Nederwiek 1. Dit net op zee verbindt windpark(en) met een gezamenlijk vermogen van 2 GW in het windenergiegebied Nederwiek op zee met het landelijke hoogspanningsnet via een platform op zee, gelijkstroomkabels op zee en land, en een converterstation op land. In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten beschreven die gebruikt worden bij de effectbeoordeling in dit MER. In paragraaf 1.1 staan de (technische) uitgangspunten beschreven en in paragraaf 1.2 staat de referentiesituatie. Deze bestaat uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. In de Hoofdstukken 2 t/m 9 van dit MER Deel B staat de effectbeoordeling per milieuaspect en zijn de voor dat milieuaspect relevante autonome ontwikkelingen opgenomen. In Bijlage I staat een uitleg van de belangrijkste (technische) termen die in Deel B worden gehanteerd.

1.1 (Technische) uitgangspunten effectbeoordeling 1.1.1 Inleiding Voor het bepalen van de mogelijke milieueffecten van Net op zee Nederwiek 1 zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd. Deze uitgangspunten hebben betrekking op de aanleg, gebruiksfase en verwijdering van Net op zee Nederwiek 1. De technische uitgangspunten voor de volgende onderdelen worden toegelicht:  Het platform op zee (paragraaf 1.1.2) voor de aansluiting van de windturbines en het omzetten van wisselstroom (afkomstig van de windturbines) naar 525kV-gelijkstroom;  Het kabeltracé op zee en het Veerse Meer (paragraaf 1.1.3) voor het transport van 525kVgelijkstroom op zee;  Het kabeltracé op land (paragraaf 1.1.4) voor het transport van 525kV-gelijkstroom naar een converterstation;  Het converterstation op land (paragraaf 1.1.5) voor het omzetten van 525kV-gelijkstroom naar 380kV-wisselstroom.

1.1.2 Platform Tabel 1-1 is een samenvatting van de uitgangspunten van het platform op zee. Na de tabel worden de uitgangspunten verder toegelicht. In Figuur 1-5 staat de locatie van het platform Net op zee Nederwiek 1. De locatie van de hoekpunten van het platform kunnen nog veranderen afhankelijk van de oriëntatie van het platform. Het centrale punt van het platform staat momenteel wel vast.

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

3

Tabel 1-1 Samenvatting uitgangspunten platform op zee Fase Aanlegfase

Gebruiksfase

Verwijderingsfase

Uitgangspunt Het platform voor Net op zee Nederwiek 1 bestaat uit vier onderdelen:  Bodembescherming: het oppervlak bodembescherming is circa 15.000 m².  Funderingspalen.  Een draagconstructie (jacket): stalen structuur, deze steekt 20 tot 25 m boven het water uit.  Een bovenbouw (topside): afmetingen van circa 80 x 110 m. De hoogte is circa 45 m. Dit is exclusief onderdelen die op het bovenste dek van het platform staan zoals een helikopterdek, meteomast en de verblijfsruimten. Het platform wordt gefundeerd op een jacket met palen. Voor het ontwerp van de jacket zijn er twee opties, namelijk een “één jacket” of een “split jacket”. Een jacket heeft (worst-case) 20 palen met een diameter van 2,5 m per stuk. De heipalen hebben een lengte van 100 m en worden (worst-case) 80 m diep de bodem ingebracht. De aanleg van de draagconstructie (jacket) duurt maximaal 20 dagen. Het plaatsen van de bovenbouw (topside) is tussen de 1 en 3 dagen. Er worden twee permanente dieselgeneratoren (worst-case 2,5 MW) ingezet bij onderhoud of in geval van een black-out. De grootte van de dieseltank zal worst-case circa 200 m3 bedragen. Tijdens de aanlegfase komen er 1 à 2 dieselgeneratoren bij (die op dat moment de vaste generatoren zullen vervangen). Geluidemissie wordt geproduceerd door de bovenbouw. Transformatoren en (in geval van een black-out) dieselgeneratoren produceren een bromgeluid.

Bij een schakelhandeling treden piekniveaus op die leiden tot ‘knallen’ van de schakelaars. Dit treedt incidenteel op. Daarnaast maken de aircoolers een continu geluid. Voor de installaties die zich op het platform bevinden wordt luchtkoeling gebruikt, zowel converterkoeling als HVA/C is actief. Het platform is gedurende de normale bedrijfsvoering onbemand. Alleen tijdens onderhoud wordt het platform tijdelijk bemand. Er wordt een kleine zeewaterpomp geïnstalleerd om daarmee lokaal drinkwater te maken voor de bemanning en het schoonmaken van het platform. De zeewaterpomp pompt 20 m³ per dag op (circa 1 m³ per uur). De levensduur van het platform is tenminste 40 jaar. Er geldt een verwijderplicht, maar mogelijk krijgt het platform nog een andere functie.

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

4

Figuur 1-1 Platformlocatie Nederwiek 1 Aanleg De functie van een platform is allereerst het ‘verzamelen’ van de elektriciteit die door de windturbines wordt opgewekt. Deze loopt vervolgens van het platform naar land via het kabeltracé . De tweede functie van het platform is om het spanningsniveau van de wisselstroom van de parkbekabeling om te zetten naar het spanningsniveau 525 kV-gelijkstroom. De omzetting gebeurt door de transformatoren in het converterstation op het platform. Draagconstructie en bovenbouw Figuur 1-2 geeft impressies van het platform op zee weer. Het platform bestaat uit vier onderdelen: 1. Bodembescherming: Erosie-beschermend materiaal (scour protection) voorkomt dat de bodem rondom de fundering erodeert. 2. Funderingspalen: worst-case worden er 20 palen met een diameter van 2,5 m per stuk gebruikt. De heipalen hebben een lengte van 100 m en worden (worst-case) 80 m diep de bodem ingebracht. 3. Draagconstructie: Stalen structuur (gefundeerd met palen). Dit wordt ook wel de ‘jacket’ genoemd. De onderkant van het platform komt circa 20 tot 25 meter boven het water uit.

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

5

4. Bovenbouw (topside): Afmetingen van circa 80 x 110 meter. De hoogte is circa 45 m. Dit is exclusief items die op het bovenste deck van het platform staan zoals een helideck (circa 5 meter bovenop de 45 meter), meteomast (circa 20-30 meter bovenop de 45 meter), kraan (circa 13 meter bovenop de 45 meter) en de verblijfsruimten. De afmetingen zijn inclusief de mogelijkheid om een interconnector aan te sluiten (interconnector-readiness). Rondom het bovendek zit een hekwerk voor de veiligheid.

Figuur 1-2 Impressies 2GW platform op zee De onderbouw is de draagconstructie voor de bovenbouw en wordt als relatief lichte en transparante constructie ("jacket") door middel van heipalen op de zeebodem gezekerd. Een jacket heeft (worst-case) 20 palen met een diameter van 2,5 m per stuk en een lengte van 100 meter. Heipalen worden (worst-case) 80 m diep de bodem ingebracht. Het hamertype IHC-S-2500 wordt gebruikt bij het heien, maar mogelijk ook een zwaarder type hamer. De maximale hei-energie is 2.100 kJ. De duur van het installeren van palen is ongeveer een dag per paal (worst-case). De duur van het heien is 2 tot 3 uur per paal. Voor het ontwerp van de jacket zijn er twee opties, namelijk een “één jacket” en een “split jacket” (zie Figuur 1-3).

Figuur 1-3 Ontwerpopties voor de jacket met links een één jacket en rechts een split jacket De jacket en bovenbouw worden separaat op land gebouwd. Jacket en bovenbouw worden vrijwel kant-en-klaar vervoerd met schepen en vervolgens door een kraanschip (op de zeebodem) geplaatst en gezekerd. De zeebodem onder en rondom de onderbouw wordt door middel van stortsteen beschermd tegen de uitschurende invloed van stroom en golfbewegingen. Ook de bovenbouw van het platform wordt in zijn geheel op de wal gebouwd, op een ponton naar zee vervoerd en daar op de onderbouw geplaatst. Voor het plaatsen op de onderbouw zijn meerdere methoden beschikbaar zoals: 1. Het van onderen optillen van de bovenbouw met behulp van een catamaranschip (zie Figuur 1-4); of Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

6

2. Het ophijsen van de bovenbouw met behulp van twee kraanschepen (zie Figuur 1-5); of 3. Het invaren en neerlaten van de bovenbouw door het transportschip te laten inzinken (zie Figuur 1-6). De aanleg van de draagconstructie duurt maximaal 20 dagen. Het plaatsen van de bovenbouw duurt maximaal 3 dagen. De installatieduur voor het jacket zal zo kort mogelijk worden gehouden, rekening houdend met de weersomstandigheden. Naar verwachting zal de installatieperiode van het platform ongeveer 3 maanden zijn.

Figuur 1-4 Bovenbouw van onderen optillen m.b.v. een catamaranschip (hier: "Pioneering Spirit")

Figuur 1-5 Bovenbouw ophijsen met behulp van twee kraanschepen (hier: "Sleipnir" en "Thialf")

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

7

Figuur 1-6 Bovenbouw invaren en neerlaten door het transportschip te laten inzinken Om te voorkomen dat de bodem rondom de fundering erodeert wordt erosie-beschermend materiaal (scour protection) rondom de fundering toegepast. Worst-case is dat in de vorm van een grindlaag en daarop stenen tot 20 meter rondom het platform en tot 100 meter lengte op inkomende en uitgaande kabels vanuit het platform met zakken stenen. Na 100 meter vanaf het platform worden de kabels in de zee begraven. Verder zijn enkele extra stroken van erosiebescherming voorzien om een stabiele locatie te creëren voor de poten van hefbakken. Dit is afhankelijk van de aangetroffen bodem. Hefbakken worden gebruikt om onderdelen op het platform te plaatsen of uit te wisselen. De oppervlakte van de scour protection is circa 15.000 m². Tijdens de aanlegfase worden personeel en materiaal per schip of helikopter vervoerd naar de platformlocatie. Er komt een helikopterdek op het platform. In de aanlegfase vindt er gedurende één jaar circa 1 helikoptervlucht per dag plaats. Het platform wordt geschikt gemaakt om eventueel in de toekomst een interconnector1 op aan te sluiten. Naar verwachting wordt in het eerste kwartaal van 2023 een besluit genomen of deze interconnector wordt gerealiseerd. Gebruik Het platform is onbemand gedurende de reguliere gebruiksfase, behalve tijdens onderhoud.

In de gebruiksfase vinden met enige regelmaat onderhoudswerkzaamheden plaats. Daarvoor worden mensen en materieel per boot of per helikopter aangevoerd. In de gebruiksfase wordt één keer regulier (gepland) en vier keer ongepland onderhoud per jaar verwacht. Regulier onderhoud duurt 3 weken en ongepland onderhoud duurt 2 dagen. Ongepland onderhoud gaat per helikopter. Regulier onderhoud gaat per boot of helikopter. Voor regulier onderhoud zijn twee scenario’s:

1 Een interconnector is een kabel die uitwisseling van energie of data tussen verschillende (internationale) netwerken

mogelijk maakt.

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

8

Met opmerkingen [TH1]: Waarom duurt dit 1 jaar als de installatie van het platform 3 maanden duurt? Met opmerkingen [TH2R1]: Is antwoord op gegeven in nieuwe uitgangspuntendocument Met opmerkingen [SK3]: Footnote aanpassen, beschrijving klopt niet meer

Scenario 1: onderhoud per helikopter, materiaal per boot Indien regulier onderhoud per helikopter plaatsvindt, worden er circa 41 helikoptervluchten per jaar verwacht. Daarnaast vinden er ook 4 bevoorradingsvaarten plaats om materiaal te vervoeren. Scenario 2: onderhoud per boot in combinatie met helikopter Het onderhoud vindt in dit scenario per boot plaats en op die boot worden zowel crew als bevoorradingsmateriaal geladen. Er vinden 29 crew transfer vessel vaarten en 4 bevoorradingstrips per jaar plaats in dit scenario. Incidenteel zal er bemanning per helikopter vervoerd worden. Het gaat om 5-10 helikoptervluchten per jaar. Dit is nodig als het klein onderhoud betreft, als men kort op het platform verblijft of omdat de boot waarschijnlijk maar één keer per week vertrekt.

Roest Ter voorkoming van roest zitten er anodes op de draagconstructie. Hierdoor komen er aluminiumionen in het water. De jacket wordt volledig geverfd (coating), met uitzondering van de connecties tussen de braces. Daarmee wordt zoveel mogelijk voorkomen dat aluminium-ionen in het water komen. Door de toepassing van een coating wordt dit aspect daarom niet beoordeeld in het MER. Nature Inclusive Design Rondom het platform op zee zijn maatregelen getroffen die vissen en andere marine leven ondersteunen en de biodiversiteit bevorderen, waarmee het ecologische ontwerpconcept nature inclusive design (ook wel building with nature genoemd) wordt vormgegeven. Voorbeelden hiervan zijn vishotels aan de jacket, grotere stenen in de steenbestorting die als habitat kunnen fungeren en ecologische kabelkruisingen2. Verwijderen De levensduur van het platform is tenminste 40 jaar. In het algemeen geldt dat objecten na afloop van de vergunningstermijn worden verwijderd. Ook voor het platform geldt deze verwijderingsplicht maar deze kan worden uitgesteld wanneer het platform een andere functie kan vervullen. Voor het verwijderen van het platform dient een verwijderingsplan opgesteld te zijn.

De staatssecretaris van Economische zaken en Klimaat kan de verwijderingsplicht beperken tot een bepaalde diepte beneden de bodem van het oppervlaktewater waarbij de palen van de fundering deels kunnen blijven liggen (6 meter onder de zeebodem ligt dan het meest voor de hand). Het platform kan geheel worden verwijderd, deze activiteit is de omgekeerde variant van de aanlegfase of een soortgelijke methode.

2 Nature Inclusive Design is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een

bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden.

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

9

Verwijderingsfase De verwijderingsactiviteiten van de onderdelen van Net op zee Nederwiek 1 ligt ver in de toekomst, maar het zal een omgekeerde variant zijn van de aanleg of een soortgelijke methode. De effecten van de verwijdering zullen hierdoor kleiner of worst case even groot zijn de effecten van de aanleg. Effecten zullen waarschijnlijk minder groot zijn, omdat een deel van de effecten alleen bij de aanleg optreedt. Zo wordt er voor de aanleg van het platform geheid, maar dit is niet nodig voor de verwijdering. Voor de verwijdering hoeft ook niet gebaggerd te worden. Hieruit volgt dat de aanleg- en gebruiksfase de maatgevende fases zijn voor optredende milieueffecten. Effecten tijdens de verwijderingsfase worden daarom niet apart beoordeeld in dit MER.

1.1.3 Kabels op zee en het Veerse Meer Tabel 1-2 geeft een samenvatting van de uitgangspunten van het kabeltracé op zee en Veerse Meer. Na de tabel worden de uitgangspunten verder toegelicht. In Figuur 1-7 staat het kabeltracé op zee en het Veerse Meer en in Tabel 1-3 de lengte van het kabeltracé. Over een grote lengte ligt het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 parallel aan andere projecten. Ook dit wordt in deze paragraaf toegelicht. Tabel 1-2 Samenvatting uitgangspunten kabeltracé op zee en het Veerse Meer Fase Aanlegfase

Uitgangspunt Het kabeltracé bestaat uit een samenstel van vier kabels.  Twee zogenoemde HVDC (High Voltage Direct Current) hoogspanning gelijkstroomkabels. Hiervan fungeert één van de kabels als de plus (+) pool en de andere als de min (-) pool.  Eén metallic return. Deze transporteert de reststroom die ontstaat door onbalans in het spanningsniveau. Daarnaast kan de metallic return fungeren als back-up kabel in onderhoudssituaties.  Eén glasvezelkabel die wordt aangelegd voor communicatie tussen het platform en het landstation. Het kabeltracé wordt gebundeld aangelegd. Binnen de gebundelde aanleg zijn er twee mogelijke kabelconfiguraties:  (1x4)-kabelconfiguratie: Alle vier de kabels in één bundel tegen elkaar aan gelegd.  (2x2)-kabelconfiguratie: De plus- en min-pool worden bij elkaar gelegd en hoogstens 5 m daarnaast liggen de metallic return en glasvezelkabel. Op zee wordt aan de weerszijden van de kabelbundel een onderhoudszone van 500 m vastgelegd, de kabeltracécorridor is dan 1.000 m breed. Bij een parallelligging met andere net op zee-projecten kunnen de onderhoudszones gecombineerd worden en geldt een onderlinge afstand van 200 m tussen de kabeltracés (zie Figuur 1-11). Bij twee verbindingen is een corridor breedte van 1.200 m nodig en voor drie tracés 1.400 m etc.

Op enkele plekken wordt afgeweken van de standaard corridorbreedte, en/of is de onderlinge tussenafstand meer/minder dan 200m. Het Veerse Meer kent een andere dynamiek dan de zee en is er minder ruimte dan op de Noordzee. Daardoor is de gehanteerde kabelcorridor van 1.000 meter niet hanteerbaar. Vanuit onderhouds- en veiligheidsperspectief wordt daarom vanuit TenneT een kabelcorridor van 100 meter op het Veerse Meer aangehouden voor één kabeltracé (2 x 50 meter aan weerszijden). Wanneer twee kabeltracés parallel liggen worden deze met een tussenafstand van 50 meter aangelegd. Hierdoor is de kabelcorridor bij de parallelligging van Net op zee Nederwiek 1 en Net op zee IJmuiden Ver Alpha 150 meter (zie Figuur 1-20). De totale lengte van het kabeltracé op zee en door het Veerse Meer is circa 205 km. Bij de aanleg van het kabeltracé op zee en het Veerse Meer moet op plekken waar de kabel diep begraven wordt gebaggerd worden. Het totale baggervolume voor het kabeltracé op zee is 7.220.000m³ (zowel voor de (1x4)- als de (2x2)-kabelconfiguratie). Voor Net op zee Nederwiek 1 wordt in het Veerse Meer niet aanvullend op Net op zee IJmuiden Ver Alpha gebaggerd. Het baggeren voor Net op zee Nederwiek 1 is onderdeel van Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 wordt in één, twee of drie jaar aangelegd tussen 2025 en 2029.

De jaren hoeven niet aaneensluitend te zijn. De werkzaamheden vinden plaats tussen 1 maart en 31 oktober.

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

10

Gebruiksfase

Verwijderingsfase

Het kabeltracé in het Veerse Meer wordt in acht maanden aangelegd tussen 1 september en 1 mei. Het tracé van Net op zee Nederwiek 1 wordt in het Veerse Meer in dezelfde periode in hetzelfde jaar aangelegd met het tracé van Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Tijdens de gebruiksfase vindt onderzoek plaats (surveys) om te bepalen of de kabels nog op voldoende diepte liggen. Daarnaast worden de kruisingen met overige kabels en leidingen gecontroleerd. Indien nodig vinden er reparaties plaats. Levensduur van de kabels is circa 40 jaar. In het algemeen geldt dat het kabeltracé na afloop van de vergunningstermijn wordt verwijderd.

Figuur 1-7 Onderdelen van Net op zee Nederwiek 1 Tabel 1-3 Lengte kabeltracé Net op zee Nederwiek 1 (op zee en op land) Net op zee Nederwiek 1 Offshore Nearshore & strand Kruising Veerse Gatdam Inshore (Veerse Meer) Kabeltracé op land Totaal

Kilometers (km) 189 4,6 0,7 11,8 8,9 215

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

11

Kabeltracé op zee en parallelligging Het kabeltracé op zee van Net op zee Nederwiek 1 loopt vanaf het platform op zee naar de Veerse Gatdam. Net op zee Nederwiek 1 ligt over een gedeelte van het kabeltracé parallel aan de Netten op zee IJmuiden Ver Alpha, Beta en Gamma en Net op zee Nederwiek 2. Het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 begint vanaf het platform eerst parallel te lopen aan Net op zee Nederwiek 2. Dit gebeurt van het moment dat Net op zee Nederwiek 1 de corridor tussen de windkavels in oostelijke richting verlaat. Vervolgens voegt Net op zee IJmuiden Ver Alpha zich ter hoogte van de noordzijde van de Bruine Bank bij Net op zee Nederwiek 1 en 2. Aan de noordwestzijde van windenergiegebied Hollandse Kust (west) voegen ook Net op zee IJmuiden Ver Beta en Gamma zich bij de tracés van Net op zee Nederwiek 1 en 2 en Net op zee IJmuiden Ver Alpha. De vijf tracés lopen tot het lichtplatform Goeree parallel aan elkaar. Daarna buigen Net op zee IJmuiden Ver Beta, Gamma en Nederwiek 2 oostwaarts af richting de Maasvlakte en vervolgen de tracés van Net op zee IJmuiden Ver Alpha en Net op zee Nederwiek 1 zuidwaarts hun weg richting de Veerse Gatdam. Op Figuur 1-8 is de ligging van Net op zee Nederwiek 1 ten opzichte van de andere net op zee-projecten weergegeven. Tabel 1-4 geeft de parallelle afstanden aan tussen Net op zee Nederwiek 1 en de andere net op zeeprojecten.

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

12

Figuur 1-8 Overzichtskaart parallelligging Net op zee Nederwiek 1 ten opzichte van andere net op zee-projecten

Net op zee Nederwiek 1 - Milieueffectrapport Deel B – Concept

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12657323/1