063. Bijlage 1. Regels en toelichting voorontwerp-inpassingsplan
Tekst van het document
In de praktijk zal in de Voordelta grotendeels getrenched worden en wordt bij de aanlanding niet gebaggerd. Deze aanlegtechniek heeft een kleinere reikwijdte dan de gehanteerde worst-case. In de praktijk zal het verstoorde oppervlak daardoor beduidend minder zijn. De kabels zullen uiteindelijk onder het mobiele gedeelte van het zand komen te liggen. Dit betekent dat nadat de kabels gelegd zijn de bovenste laag van het habitat in zijn geheel kan herstellen en er dus geen permanente habitataantasting zal plaatsvinden in het gebied. Het habitattype permanent overstroomde zandbanken (H1110B) is van groot belang voor bodemfauna, waaronder schelpdieren, die een belangrijke voedselbron vormen voor vissen, zeevogels en zeezoogdieren. Het gebied in de Voordelta dat door habitataantasting wordt beïnvloed is van een gemiddelde kwaliteit met betrekking tot de ‘diversiteit van soorten’. De aanwezige schelpdiersoorten komen verspreid Pagina 61 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
over de Voordelta voor. Vanwege het beperkte aangetaste areaal en het feit dat de bodem en bodemfauna zich herstelt zijn blijvende effecten van habitataantasting uit te sluiten. Hiermee is een (indirecte) negatieve beïnvloeding van de instandhoudingsdoelen, in zowel de aanleg- als de gebruiksfase, van habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en niet-broedvogels ook uitgesloten.
Figuur 5.2. Ligging tracé en corridor in de Voordelta
Sedimentatie Sedimentatie (slib dat in een laag op de bodem bezinkt) heeft een effect op bodemdieren. Deze kunnen door een snelle of grote sedimentatie verstikken. Dit effect op bodemdieren werkt via de voedselketen door op bodemdier-etende vogels en vissen, en daarna mogelijk verder door op visetende zeezoogdieren en vissen. Binnen de kustzone treedt sedimentatie in de Voordelta in een beperkt gebied op, maar komt niet tot boven de grenswaarde. Verstoring door geluid onder water Verstoring onder water treedt op in de vorm van continu onderwatergeluid en impuls-onderwatergeluid. Verstoring als gevolg van continu onderwatergeluid kan af en toe optreden tijdens de gebruiksfase vanwege onderhoudswerkzaamheden, maar is vooral aanwezig gedurende de aanlegfase. De verstoring is tijdelijk van aard en treedt niet over het hele kabeltracé tegelijk op, maar alleen ter plaatse van de werkzaamheden. Het tracé wordt grotendeels in de buurt van bestaande vaarwegen gelegd. Door de hoge scheepvaartintensiteit wordt de verstoring slechts marginaal vergroot, door de toevoeging van een beperkt aantal schepen. De oppervlakte van verstoord gebied neemt niet toe. De verstoring is tijdelijk van aard. Migrerende zeezoogdieren of treksvissen zullen geen barriere ondervinden van het continue onderwatergeluid als gevolg van de aanlegwerkzaamheden.
Pagina 62 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Door de tijdelijke aard van de effecten, die alleen optreden tijdens de aanlegfase, en het zeer beperkte areaal waar deze opspelen kan een negatieve beïnvloeding op het populatieniveau van trekvissen worden uitgesloten. Verstoring boven water Het tracé door de Voordelta volgt grotendeels de reguliere vaarroute. Aanwezige dieren langs het tracé zijn gewend aan verstoring door de beweging, licht en geluid. Het grootste deel van de verstoringscontour zal overlappen met reeds verstoord areaal door reguliere scheepsvaart. Door de zeer tijdelijke aard en het beperkte additioneel verstoorde areaal hebben verstoorde individuen de mogelijkheid om uit te wijken naar voldoende onverstoord areaal. Hierdoor kunnen, door de korte duur waarvoor dit eventueel nodig is, geen wezenlijke effecten ontstaan door een tijdelijke reductie in foerageerkansen. Effecten op populatieniveau van de verstoring van de zwarte zee-eend kunnen daarmee worden uitgesloten. De tijdelijke aard van de werkzaamheden en het beperkte additioneel verstoorde areaal (ten opzichte van de huidige situatie in het gebied) zorgen ervoor dat de behoudsdoelstellingen voor de omvang en kwaliteit van het leefgebied voor de roodkeelduiker en zwarte zeeeend en hun populaties binnen Natura 2000-gebied Voordelta geen negatieve effecten ondervinden.
Binnen de verstoringscontour voor zeehonden bevindt zich langs het kabeltracé een bekende ligplaats van gewone zeehond en een van de grijze zeehond. In het verleden lagen hier geen jonge zeehonden waardoor de kans op zogende zeehonden ook zeer laag is. De ligplaatsen bevinden zich nabij de reguliere vaarroute, die het kabeltracé in de Voordelta grotendeels volgt. Het gaat hier slechts om enkele individuen. Deze ligplaatsen worden in de huidige situatie reeds verstoord door reguliere scheepvaart. Het beperkte aantal schepen dat wordt gebruikt tijdens de werkzaamheden voegt een relatief verwaarloosbare fractie toe aan de aanwezige scheepvaart intensiteit. Voor dit scheepvaartverkeer gelden dezelfde verstoringsafstanden. De verstoring als gevolg van de werkzaamheden voor het kabeltracé zal het oppervlakte verstoord gebied daarom niet vergroten bij de rustplaatsen van de zeehonden. Mochten hier rustende zeehonden toch verstoord raken, zijn er in de buurt voldoende onverstoorde uitwijkmogelijkheden beschikbaar. Een negatief effect door bovenwaterverstoring op de instandhoudingsdoelstellingen van de grijze en gewone zeehond in Natura 2000-gebied Voordelta is hiermee uitgesloten. Voor de kwaliteit van het habitat en de populaties van niet-broedvogels in de Voordelta geldt een behoudsdoelstelling.
In het gebied waar de werkzaamheden worden uitgevoerd treedt al verstoring op, en de verstoring door de realisatie van het project is tijdelijk: hierdoor blijft de kwaliteit van het habitat gelijk. Voor verstoorde vogels is er ruim voldoende uitwijkmogelijkheid naar alternatief gebied, zeker omdat de werkzaamheden zich langs het tracé verplaatsen en de verstoring steeds op één punt tegelijk optreedt. Significante effecten op populaties van vogelsoorten met een instandhoudingsdoel in de Voordelta zijn uitgesloten. Elektromagnetische velden In de gebruiksfase wordt de kabel onder spanning gezet. Door de aanwezigheid van elektrische lading ontstaat een elektromagnetisch veld. Door de mantel om de kabel heen zal dit veld buiten de kabel waarneembaar voor diersoorten als bruinvissen, macrofauna, ongewervelden en verschillende soorten vissen. De veldsterktes zijn onder andere afhankelijk van de hoeveelheid stroom die door de kabel wordt getransporteerd. Het magnetisch veld vermindert niet door het ingraven van de kabel. Wel zorgt ingraven voor een grotere afstand tussen de kabel en organismen, Pagina 63 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
waardoor deze aan lagere magnetische veldsterktes worden blootgesteld. Het elektromagnetisch veld is wel waarneembaar voor bijvoorbeeld bruinvissen, maar door de beperkte sterkte van het veld leidt dit niet tot gedragsverandering. Indien zich een defect aan de plus- of minpool voordoet en deze uitvalt, zal de metallic return tijdelijk de functie van de plus- of minpool overnemen. Deze genereert een 6 tot 10 keer sterker magnetisch veld. Een dergelijke situatie doet zich naar verwachting maximaal drie keer in een periode van 40 jaar voor en duurt waarschijnlijk maximaal twee maanden. Gevolgen op de lange duur van elektromagnetische velden zijn nog onbekend en negatieve effecten op individueel niveau zijn niet uit te sluiten. Er zijn echter geen aanwijzingen voor negatieve effecten op populatie- of ecosysteemniveau voor verschillende diergroepen zoals bruinvis, macrofauna en verschillende soorten vissen. Significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van populaties of voor de habitatkwaliteit voor deze soorten is uitgesloten. Cumulatie van de effecten op zeeDe aanleg van het Net op zee IJmuiden Ver Alpha vindt naar verwachting plaats tussen 2024 en 2028, die van Net op zee IJmuiden Ver Beta en Gamma tussen 2025 en 2029.
Hierbij zouden cumulerende effecten kunnen ontstaan met Nederwiek 1 doordat er overlap in werkzaamheden plaatsvindt op korte afstand van elkaar, of kort na elkaar in hetzelfde gebied. In het MER (paragraaf 4.5.4) is inzichtelijk gemaakt welke cumulerende effecten zich voor kunnen doen. Hierbij is ook rekening gehouden met autonome ontwikkelingen en andere vergunde projecten die overlap vertonen in ruimte en tijd met Nederwiek 1. Uit de cumulatietoets volgt dat er een gecumuleerd effect kan optreden voor vertroebeling en sedimentatie, verstoring onderwater en bovenwater en elektromagnetische velden. Bij een worstcase uitgangspunt voor de cumulatie zijn delen van het tracé duurt de vertroebeling langer (dagen), er is geen sprake van een hogere slibconcentratie. Er zijn voldoende alternatief gebied en routes beschikbaar, zodat er geen sprake is van significant negatieve effecten.Door het treffen van mitigerende maatregelen, zoals het in de tijd verspreiden van de werkzaamheden, het inhuren van een zeehonden- en vogelwaarnemer om verstoring van indivuele zogende zeehonden te voorkomen en het uit voorzorg uitschakelen van de metallic return na twee maanden, indien storing of onderhoud zo lang duurt, kan het cumulerende effect worden beperkt.
Concluderend kan worden gesteld dat er voor het Natura 2000-gebied Voordelta geen significant negatieve effecten optreden ten gevolge van dit project. Veerse Meer Na de kruising van de Veerse Gatdam gaat het tracé door het Veerse Meer. Het Veerse Meer is relatief smal en heeft een zeer beperkt getij. Voor het tracé door het Veerse Meer wordt in de aanlegfase een breedte van 200 meter aangehouden (bij deze breedte wordt uitgegaan van een een gecombineerde ligging van de Netten op zee IJmuiden ver Alpha en Nederwiek 1, met een tussenruimte van minimaal 50 meter). Vanuit onderhouds- en veiligheidsperspectief is na realisatie een zone van 50 meter aan weerszijden van de gebundelde kabels voldoende (totale corridorbreedte van Netten op zee IJmuiden Ver Alpha en Nederwiek 1 bedraagt dan 150 meter). Binnen deze zone wordt voor het begraven van het kabelsysteem de bodem geroerd in een strook met een breedte van 1,2 meter. Als gevolg van het trenchen zal vertroebeling in een beperkt areaal rond het tracé optreden en is de vertroebeling zeer tijdelijk. De aanleg van de kabel in het Veerse Meer gebeurt voor het grootste deel op een diepte van >10 meter onder water. Bij de aanleg op een Pagina 64 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
diepte van meer dan 10 meter treedt er geen vertroebeling aan de wateroppervlakte op. De vertroebelingspluim als gevolg van jet trenchen stijgt hooguit 5 meter boven de waterbodem uit en tot een afstand van circa 20 meter vanaf het kabeltracé, uitgaande van een stroomsnelheid van 1,4 m/s. Omdat de stroomsnelheid in het Veerse Meer beperkt is, is de reikwijdte van de vertroebeling minder: tot 2 meter boven de waterbodem en een afstand van 12 meter tot het kabeltracé. In het Veerse Meer kunnen vanwege de realisatie van de kabelverbinding effecten optreden door vertroebeling en sedimentatie, verstoring door geluid, beweging en licht en habitataantasting. Vertroebeling en sedimentatie Voor zichtjagende vogels die zijn aangewezen voor het Veerse Meer geldt als instandhoudingsdoel een behoud van oppervlak en kwaliteit van het habitat. Populatiedoelstellingen verschillen per soort. Het oppervlakte waar vertroebeling optreedt is beperkt tot het gebied waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Voor vogels is er steeds voldoende alternatief foerageergebied beschikbaar. Door de tijdelijke aard van vertroebeling wordt de kwaliteit en omvang van het leefgebied van zichtjagende soorten niet wezenlijk aangetast. Dit leidt er toe dat een permanent effect op de aantallen van deze vogelsoorten is uitgesloten.
Negatieve effecten van vertroebeling op bodemdieren kunnen via de voedselketen doorwerken naar hogere niveaus, waaronder aangewezen benthosetende nietbroedvogels met instandhoudingsdoelen binnen het natura 2000-gebied Veerse Meer. Dit zijn hoofdzakelijk duikende benthoseters, maar wanneer bodemdieren ook worden beïnvloed langs de oevers, kan dit ook doorwerken op grondeleenden, steltlopers en de lepelaar. Aangezien het tracé voor het over grote deel door diepe delen van het Veerse Meer loopt (waar de vertroebeling niet reikt tot het wateroppervlakte) en meer dan 100 m van de oever verwijderd is, zijn effecten op deze soorten die foerageren direct langs de oevers op voorhand uit te sluiten. Voor duikende benthoseters geldt dat de kwaliteit en de omvang van het leefgebied niet wezenlijk wordt aangetast. Door de vertroebeling is er een beperkte invloed op benthos over een minimaal areaal rond het tracé, dat rees uit suboptimaal foerageergebied bestaat. Er zijn geen merkbare doorwerkende effecten: negatieve effecten zijn uitgesloten. Sedimentatie kan vooral nabij de aanlandingslocaties in ondiepe wateren optreden. Na verloop van tijd zal de gedeeltelijk beïnvloedde zone van de bodem zich herstellen: het effect van sedimentatie treedt in een beperkt gebied op en is tijdelijk. De locatie waar sedimentatie zich voor kan doen, is suboptimaal foerageergebied.
Negatieve effecten op benthosetende vogelsoorten zijn uitgesloten. Verstoring bovenwater (geluid, beweging en licht) Verstoring bovenwater kan optreden als gevolg van geluid, licht en visuele verstoring (zoals scheepvaartbewegingen). De werkzaamheden worden in de periode van 1 september tot 1 mei uitgevoerd. Dit is grotendeels buiten de broedperiode voor vogels. Tijdens de aanlegwerkzaamheden treedt bovenwaterverstoring alleen op in een zone rond het tracé. De verstoring vindt niet overal langs het tracé tegelijkertijd plaats, maar beweegt mee met de werkzaamheden. Op het Veerse Meer treedt al verstoring op door recreatievaart, overige scheepvaart en andere vormen van recreatie. Het extra effect door de aanlegwerkzaamheden is verwaarloosbaar. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is uitgesloten. Pagina 65 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Ook voor niet-broedvogels geldt dat de werkzaamheden langs het tracé nauwelijks additioneel verstoord oppervlak ten opzichte van de autonome scheepsvaart (met name beroepsvaart) veroorzaken. Er is slechts sprake van enkele additionele vaarbewegingen binnen het reeds verstoorde oppervlak. Hier is een negatief effect op foerageren of rustende (groepen) vogels dus niet aan de orde. De vaargeul komt relatief dicht langs de aanlandingslocaties van de kabelverbinding. Normaliter is er rond deze twee punten echter geen sprake van de relatief langdurige aanwezigheid van schepen met bijbehorende werkzaamheden (zowel vanaf het water als het land). Direct naast de noordelijke aanlandingslocatie (Veerse Gatdam) ligt een surfschool, een grote parkeerplaats en een loswal voor schepen. In deze hoek van het Veerse Meer is doorgaans relatief weinig rust te vinden. Verstoringsgevoelige rustende individuen zullen zich daarom doorgaans elders ophouden, een wezenlijk effect op individuen rond deze locatie is uit te sluiten. Rond de oever van de zuidelijke aanlandingslocatie (nabij Oranjeplaat / De Piet) wordt minder autonome verstoring verwacht. Voor individuen die hier mogelijk aanwezig zijn en door de tijdelijke aanlegwerkzaamheden verstoord worden, zal altijd voldoende nabijgelegen soortgelijk rust- en foerageergebied voorhanden zijn.
Voorbeelden hiervan zijn de wateren in en rond de Spieringplaat, Bastiaan de Langeplaat en Middelplaten, allen iets oostelijker gelegen in het Veerse Meer. Dit tijdelijke effect binnen een zeer beperkt areaal van het Veerse Meer leidt niet tot negatieve effecten op aangewezen niet-broedvogelsoorten. Habitataantasting Er zijn geen instandhoudingsdoelen voor habitattypen aangewezen voor het Veerse Meer. Het effect van habitataantasting kan doorwerken via de voedselketen. Daar kunnen aangewezen vogelsoorten met instandhoudingsdoelstellingen invloed van ondervinden, zoals de meerkoet, brilduiker, kuifeend en dodaars. Bij bodemaantasting in de oeverzone wordt ook potentieel foerageergebied van grondeleenden, steltlopers en lepelaar beïnvloed. In het Veerse Meer hoeft niet gebaggerd om de kabel aan te leggen, er wordt alleen getrencht. De aantastingsbreedte is daarbij maximaal 25 meter, met een lengte van het tracé door het Veerse Meer van circa 12 kilometer: de oppervlakte waar aantasting optreedt bedraagt circa 30 hectare. Dit komt overeen met minder dan 2% van het totale natte oppervlakte van het Veerse Meer. Het overgrote deel van het tracé ligt in de diepe delen van het Veerse Meer, wat suboptimaal foerageergebied vormt vanwege de beperkte aanwezigheid van bodemleven.
Het gaat dus hooguit om enkele hectaren aan foerageergebied dat als gevolg van habitataantasting tijdelijk een lage dichtheid en biomassa aan benthos herbergt. Na enige tijd wordt dit deel van de bodem weer geherkoloniseerd, waarna het weer als geschikt foerageergebied fungeert. Omdat habitataantasting hooguit tijdelijk een gering areaal van het geschikte foerageergebied beïnvloedt, brengt dit geen merkbare effecten met zich mee voor het foerageerpotentieel van benthosetende vogelsoorten in het Veerse Meer. Benthosetende vogelsoorten hebben ruim voldoende nabijgelegen soortgelijk foerageergebied tot hun beschikking, onder meer in het over grote deel van het Veerse Meer, maar ook in de Oosterschelde en de kustzone. Negatieve (indirecte) effecten op (benthosetende) vogelsoorten met instandhoudingsdoelstellingen zijn zodoende uitgesloten, zowel in de aanlegfase als bij onderhoud. Concluderend kan worden gesteld dat er vanwege het project geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Veerse Meer optreden.
Pagina 66 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Op land Het aanleggen van de kabels op land en de realisatie van het converterstation kunnen negatieve gevolgen hebben op de aanwezige natuurwaarden in de betrokken Natura 2000-gebieden. Met name nabij de in- en uittredepunten van boringen en bij de delen van het tracé die middels een open ontgraving worden aangelegd kan sprake zijn van verstoring of vernietiging van leefgebied of het verstoren of doden van beschermde plant- en diersoorten. Met de keuze voor de ligging van het tracé en de keuze voor de aanlegmethodiek is hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden. Het tracé heeft raakvlak met Natura 2000-gebieden. Per deelgebied van het tracé op land wordt onderstaand een beschrijving van de relevante effecten beschreven. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de Passende Beoordeling (bijlage 4) en hoofdstuk 5 van het MER deel B (bijlage 2). Kruising Veerse Gatdam Voor de kruising van de Veerse Gatdam wordt een tijdelijk werkterrein gerealiseerd met een omvang van circa 5.000 m2. Het tijdelijk werkterrein valt binnen geschikt foerageer- en rustgebied van diverse steltlopers (zie paragraaf 5.5.7). Wel is in de directe nabijheid van dit rust- en foerageergebied een strandpaviljoen en fietsenstalling aanwezig.
Door verstoring als gevolg van recreanten in de huidige situatie zal de waarde van dit habitat als foerageergebied al enigszins lager zijn dan omliggend vergelijkbaar habitat. Het omliggende vergelijkbare habitat strekt zich uit over een groot gedeelte van de Noordzeekust van Walcheren (meerdere tientallen kilometers), dit staat in direct contact met het beïnvloede gebied. Daarnaast zijn er nog eens tientallen kilometers aan geschikt vergelijkbaar Noordzeekustgebied op Schouwen Beveland en Goeree-Overflakkee binnen Natura 2000-gebied Voordelta. De beperkte omvang van het werkterrein langs de kuststrook zorgt ervoor dat er hier tijdelijk een zeer beperkt deel van de kuststrook ongeschikt is als foerageer- en rustgebied voor steltlopers. Het beperkte areaal, de tijdelijke aard en het feit dat er ruim voldoende uitwijkmogelijkheden naar omliggende vergelijkbare (foerageer en rust) gebieden beschikbaar zijn, die tevens minder onderhevig zijn aan verstoring als gevolg van recreatie, maakt dat er geen negatief effect op het leefgebied van diverse steltlopers in het Natura 2000gebied Voordelta ontstaat. Instandhoudingsdoelen van steltlopers die zijn aangewezen voor dit Natura 2000gebied met betrekking tot de omvang en kwaliteit van het leefgebied worden zodoende niet negatief beïnvloed.
Hiermee zijn negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor de populatieomvang ook uit te sluiten. Een negatieve beïnvloeding van de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en niet-broedvogels is om bovengenoemde redenen niet aan de orde in de aanlegdanwel gebruiksfase. Verzuring en vermesting De aanlegwerkzaamheden voor het project veroorzaken een tijdelijke depositie van stikstof. De hoogste, door Aerius berekende stikstofdepositie op een stikstofgevoelig habitattype bedraagt 0,64 mol N/ha gedurende de aanlegfase met de (2x2) kabelconfiguratie, hetgeen overeenkomt met ongeveer 9 gram stikstof per hectare, oftewel <0,001 gram N/m2. In de beoordeling worden de waarden gebruikt van het gehele projecteffect en zijn de waarden overeenkomstig met de Aerius-berekening. Hiervoor zijn alle werkzaamheden in één jaar gevoegd, waardoor in de Aeriusuitdraai gesproken wordt van de hoeveelheid mol N/hectare/jaar. In
Pagina 67 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
werkelijkheid is de depositie per jaar lager, omdat de werkzaamheden over verschillende jaren uitgespreid worden. Uitgaande van deze worst-case belasting, zijn de ecologische effecten van de depositie niet meetbaar op zowel habitattype als op individueel plantniveau. De aanleg van de hoogspanningsverbinding veroorzaakt een tijdelijke, zeer kleine hoeveelheid stikstofdepositie. Deze eenmalige toename heeft in alle situaties een verwaarloosbaar effect op de kwaliteit van de habitattypen en leefgebieden die in deze gebieden voorkomen. De volledige beoordeling is opgenomen in de Ecologische beoordeling stikstof in de Passende Beoordeling (bijlage 4). Tracé ten zuiden van het Veerse Meer Het tracé ten zuiden van het Veerse Meer bevindt zich buiten Natura 2000-gebied. Directe significante effecten zijn daardoor op voorhand uitgesloten. Het Natura 2000-gebied Westerschelde en Saeftinghe ligt op minimaal circa 1.200 meter afstand en de aard van de werkzaamheden is dusdanig dat deze niet kunnen leiden tot enige verstoring van de aangewezen waarden van het Natura 2000-gebied. De werkzaamheden met betrekking tot de aanleg van de kabelverbinding vallen weg tegen de verstorende activiteiten op het tussenliggende industrieterrein. Ook significante effecten als gevolg van externe werking op Natura 2000-waarden zijn niet aan de orde.
Concluderend kan worden gesteld dat er voor dit onderdeel geen significante effecten optreden. Converterstation De locatie van het converterstation ligt buiten Natura 2000-gebieden, op een afstand van meer dan 1 kilometer. Directe negatieve effecten zijn daardoor op voorhand uitgesloten. Door de ligging op het industrieterrein zijn ook andere verstorende effecten door externe werking niet aan de orde (licht en optische verstoring), waardoor dit aspect niet relevant is. Gedurende de gebruiksfase van het converterstation reiken de geluidscontouren niet tot binnen Natura 2000-gebieden. Voor de aanleg van het converterstation is stikstofdepositie het enige relevante effect. Deze depositie treedt uitsluitend op in de aanlegfase en is meegenomen in de stikstofbeoordeling voor het gehele project (zie de voorgaande afweging over verzuring en vermesting). 5.2.3
Conclusie en planologische regeling Het uitvoeren van Net op zee Nederwiek 1 leidt niet tot aantasting van vogelrichtlijnsoorten door vertroebeling en verstoring door geluid, beweging en licht in Natura 2000-gebieden Bruine Bank en Veerse Meer. In Natura 2000-gebied Veerse Meer zijn negatieve effecten door sedimentatie en habitataantasting op vogelrichtlijnsoorten eveneens uitgesloten. Daarnaast is het uitgesloten dat aangewezen habitattypen en doelsoorten voor Natura 2000-gebied Voordelta negatieve effecten ondervinden als gevolg van vertroebeling, continu onderwatergeluid, bovenwaterverstoring, habitataantasting en elektromagnetische velden. Cumulatieve significante effecten met andere projecten en activiteiten zijn uitgesloten. De activiteiten kunnen daarom uitgevoerd worden. Ook voor het overige zijn er geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. De natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden worden niet aangetast. Pagina 68 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Geconcludeerd wordt dat er geen siginificante effecten in het licht van de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden optreden. De aanleg en instandhouding van het project is daarmee uitvoerbaar in het kader van het aspect gebiedsbescherming in de Wet natuurbescherming. Het inpassingsplan is derhalve op dit aspect uitvoerbaar binnen de wettelijke kaders.
5.3
Soortenbescherming
5.3.1
Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10). Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Belangrijke voorwaarde is dat er geen andere bevredigende oplossing voor het project mag zijn. Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Daarnaast gelden er per soortencategorie verschillende aanvullende voorwaarden. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het toenmalige Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.
De provincie is in principe het bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten. Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid49 - zoals het onderhavige project - blijft het Rijk bevoegd gezag.
5.3.2
Effecten In het MER en de Soortenbeschermingstoets (zie bijlagen 2 en 5a) zijn de effecten van het project op beschermde soorten onderzocht. Door de aanleg en de exploitatie van Nederwiek 1 treden er gevolgen op, die mogelijk een effect hebben op beschermde soorten. In de Soortenbeschermingstoets is onderzocht of door het project, uitgaande van een worst-case, effecten op beschermde soorten kunnen optreden. Het opzettelijjk verstoren van beschermde soorten is niet toegestaan: hierbij moet het gaan om verstoring die voor beschermde soorten in potentie wezenlijke gevolgen heeft. Wanneer er uitwijkmogelijkheden zijn of een individu het gedrag (tijdelijk)kan aanpassen aan de veranderende omgeving, is er geen sprake van opzettelijk verstoren. In de Soortenbeschermingstoets is vervolgens in beeld gebracht welke mitigerende maatregelen mogelijk zijn om de effecten te beperken. Vervolgens wordt getoetst of er, rekening houdend met de mitigerende maatregelen, sprake is van overtreding van verbodsbepalingen, gericht op het beschermen van soorten. Uit deze toetsing wordt geconcludeerd of een ontheffing noodzakelijk is. 49 Besluit natuurbescherming, artikel 1.3 en verder. Pagina 69 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Voor de effecten wordt onderscheid gemaakttussen effecten op zee en effecten op land. Op zee gaat het om effecten op soorten die kunnen optreden als gevolg van vertroebeling, sedimentatie, verstoring door continu en impuls onderwatergeluid op zee en het Veerse Meer, bovenwaterverstoring op zee en het Veerse Meer en verstoring op land door geluid, licht of visuele verstoring. Verder kunnen effecten optreden op soorten door habitataantasting, elektromagnetische velden, verontreiniging tijdens de aanleg op zee, warmteontwikkeling en verdroging. Op land treden de effecten op in de aanlegfase, door geluid, licht of visuele verstoring. Onder habitataantasting op land valt de aantasting van leefgebieden of groeiplaatsen door de gevolgen van betreding, vergraving, insporing van de bodem door zwaar verkeer, et cetera, die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. Het gaat hierbij om een fysieke aantasting van groeiplaatsen of leefgebieden, wat ertoe kan leiden dat planten verdwijnen of dieren het leefgebied voor kortere of langere tijd verlaten, dat de reproductie te ver achterblijft om een goede populatie in stand te houden of dat er een toename van sterfte plaatsvindt. Op basis van een bureauonderzoek is een beeld gevormd van de mogelijk aanwezige soorten in het projectgebied. De bevindingen uit het bureauonderzoek vormen de basis voor een soortgerichte inventarisatie.
Aan de hand van veldonderzoek is bepaald welke soorten in het projectgebied aanwezig zijn. Vervolgens is onderzocht welke effecten de aanwezige soorten van de werkzaamheden (tijdens de aanleg) en door de aanwezigheid van de kabelverbinding en het converterstation (gebruiksfase) kunnen ondervinden.50 Onderstaand wordt per soortgroep een beknopte beschrijving van de mogelijke effecten gegeven. Hierbij wordt ingegaan op de soortgroepen vogels, vleermuizen, zeezoogdieren, vissen, rugstreeppad, glad biggenkruid en zandkokerworm. Vogels Vogels kunnen gevolgen ondervinden van vertroebeling, sedimentatie en bovenwaterverstoring. Vertroebeling kan optreden op zee en in het Veerse Meer, in de aanlegfase en later incidenteel bij lokale onderhoudswerkzaamheden. Vertroebeling kan een effect hebben op vogels die foerageren op schelpdieren en op zichtjagende vogels zoals sternsoorten, futen, zaagbekken, zeekoeten en aalscholvers. De effecten van vertroebeling op de vogelsoorten treden niet langs het gehele tracé tegelijkertijd op. De slibwolk beweegt zich namelijk met werkzaamheden mee en dunt snel uit. Er is voldoende alternatief foerageergebied voor zichtjagende vogels. Bij de werkzaamheden in het Veerse Meer treedt, omdat het tracé de diepe delen van het Veerse Meer volgt, nauwelijks vertroebeling van het wateroppervlak op.
Vertroebeling van de diepere delen van het Veerse Meer hebben uitsluitend een zeer tijdelijk effect op een beperkt areaal rond het tracé, waar enige remming van de primaire productie en benthos optreedt. Het voedselaanbod voor vogels wordt hierdoor niet negatief beinvloed. Vertroebeling heeft geen negatief effect op zichtjagende vogels. Sedimentatie treedt ook uitsluitend op in de aanlegfase en kan een effect hebben op bodemdieren, wat door kan werken op vogels. De reikwijdte van sedimentatie is beperkt tot een strook van 25 meter, op zee lokaal mogelijk oplopend tot 65 meter. De sedimentatie blijft onder 0,33mm/dag en daarmee onder de waarde waarbij 50 In de onderzoeken is ook de impact van het platform op zee in beeld gebracht. Omdat de locatie van het platform buiten gemeentelijk ingedeeld gebied is gelegen, is dit niet opgenomen in het Inpassingsplan. Pagina 70 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
negatieve effecten optreden. Buiten de kustzone kan lokaal een hogere mate van sedimentatie optreden. Dit betreft een gebied waar geen schelpdierbanken voorkomen, waardoor ook geen indirect effect op vogels optreedt. Door sedimentatie kan er lokaal habitataantasting van schelpdierbanken en benthos optreden. Dit beslaat een zeer klein deel van het areaal en is een tijdelijke aantasting: na uitvoering van de werkzaamheden treedt binnen afzienbare tijd herstel op. Negatieve effecten op bethosetende vogelsoorten zijn uitgesloten. Bovenwaterverstoring tijdens de aanlegfase en bij onderhoud door schepen treedt op door geluid, licht en visiuele verstoring. In het plangebied voorkomende foeragerende en duikende vogels kunnen tijdens perioden van de werkzaamheden verstoord worden. Daarnaast kunnen ruiende vogels worden verstoord wanneer de werkzaamheden in de ruiperiode worden uitgevoerd. De verstoring door de al aanwezige scheepvaart is hoog: het tracé wordt grotendeels in de buurt van bestaande vaarwegen aangelegd. De verstoring wordt, in grootte van het gebied en in toename van de intensiteit, slechts marginaal vergroot. Voor de werkzaamheden wordt een verlichtingsplan opgesteld, dat er mede op gericht is effecten op vogels door verstoring te beperken.
Het volledige verlichtingsplan wordt later in detail uitgewerkt waarna deze separaat wordt voorgelegd aan de benodigde partijen (Bevoegd Gezag/RWS/ILT/RVO). Met inachtneming van het verlichtingsplan zijn negatieve effecten op vogels uitgesloten. Voor het landgedeelte van het kabeltracé geldt dat op nagnoeg alle locaties waar opgaande vegetatie aanwezig is, vogels kunnen voorkomen. Dit betreft diverse locaties nabij het tracé op land en de locatie van het converterstation. Aanlegwerkzaamheden tijdens het broedseizoen kunnen nesten, eieren en/of vaste rust- en verblijfplaatsen vernietigen of beschadigen. Individuele vogels kunnen verstoord of gedood worden. Leef- en foerageergebieden worden vernietigd of verstoord. Om dit te voorkomen, zijn er mitigerende maatregelen getroffen. Met het oog op mogelijke effecten van de werkzaamheden op algemene broedvogels dienen de volgende mitigerende maatregelen te worden getroffen: • Voer de werkzaamheden in potentieel broedgebied van vogels, uit buiten de broedperiode van vogels (broedperiode loopt globaal vanaf half maart tot en met half juli). Indien dit niet mogelijk is, moeten gebieden waar gewerkt wordt, in ieder geval ongeschikt gemaakt worden voorafgaand aan het broedseizoen en ongeschikt gehouden worden totdat de werkzaamheden aanvangen.
• Het verwijderen van vegetatie tijdens het broed- en voortplantingsseizoen kan alleen plaatsvinden nadat een ecoloog heeft vastgesteld door onderzoek dat op het moment van rooien geen sprake is van bewoonde nesten of holtes e.d. van vogels (nesten met eieren, jongen of broedende vogels). Gezien de dichtheid van het struweel (bijvoorbeeld het duindoornstruweel nabij de Veerse Gatdam) is dit in de praktijk op die plekken niet mogelijk. • Bomen met nesten van jaarrond beschermde soorten dienen buiten het broedseizoen van de soort gekapt te worden. Voorafgaande moet gecontroleerd worden of het nest niet bezet is. Aanvullend moet bepaald worden of binnen het territorium alternatieven beschikbaar zijn waar de soort zich natuurlijk kan vestigen (omgevingscheck). Indien deze niet beschikbaar zijn, wordt in de directe omgeving van het territorium gekeken of daar wel alternatieven zijn die nog niet bezet zijn. Indien nodig wordt kunsthorst aangebracht op een daarvoor geëigende locatie. Als het nest er ten tijde van de werkzaamheden nog zit en de
Pagina 71 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
mitigerende maatregel wordt toegepast dan wordt dit uitgewerkt in het ecologisch werkprotocol en ter goedkeuring voorgelegd aan RVO. De zorgplicht blijft, ongeacht de status van de soorten, van kracht. Door controle van het plangebied direct voorafgaande aan de werkzaamheden wordt hieraan voldaan. Enkele vogelsoorten kunnen afhankelijk van de weersomstandigheden het hele jaar door broeden. Met in acht name van deze mitigerende maatregelen ondervindt de gunstige staat van instandhouding van broedvogels geen negatief effect. Ondanks de mitigerende maatregelen, kan er sprake zijn van verstoring van individuele exemplaren; hiervoor is een ontheffing nodig. Vleermuizen Op zee kunnen vleermuizen negatieve effecten ondervinden door middel van de verlichting. Het verplichtingsplan wordt opgesteld op basis van de toepasselijke richtlijnen die er op gericht zijn verstoring van vleermuizen te voorkomen. Op land is de verstoring van vleermuizen door licht uitgesloten door het verlichtingsplan dat hierop is afgestemd. Vleermuizen hebben langs het tracé op enkele locaties mogelijke verblijfsplaatsen, zoals in boomholtes en dode bomen. Deze hoeven niet gekapt te worden, maar door de werkzaamheden kan wel verstoring van verblijfsplaatsen optreden.
Om negatieve effecten op de soort en overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen zijn de volgende maatregelen noodzakelijk om verstoring van vleermuizen te voorkomen / te beperken: Locatie aanlanding Veerse Meer (Kreek De Piet) en bunkers (Zeedijk van de Jacobapolder): Omdat de werkzaamheden binnen de invloedsfeer liggen van de mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen, maar niet leiden tot het verlies van de verblijfplaatsen, dienen de werkzaamheden buiten de meest kwetsbare perioden van vleermuizen uitgevoerd te worden (uitvoering tussen 15 oktober en 15 april). Buiten de kwetsbare periode kan dag en nacht gewerkt worden. Indien in de kwetsbare periode gewerkt wordt, kan dit alleen bij daglicht c.q. door uitstraling van verlichting af te schermen en/of vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken. Met toepassing van deze mitigerende maatregelen ondervindt de gunstige staat van instandhouding van vleermuizen geen negatief effect. Ondanks de mitigerende maatregelen, kan er sprake zijn van verstoring van individuele exemplaren; hiervoor is een ontheffing nodig. Zeezoogdieren Zeezoogdieren komen op zee en in de kustzone voor. Het gebied wat verstoord wordt als gevolg van continu geluid, is een zeer klein deel van het beschikbare areaal.
De tijdelijke toename van verstoring van een klein deel van het leefgebied heeft geen gevolgen voor de fitness van individuele dieren en de populaties. Doordat de verstoring door continu geluid tijdelijk van aard is en er geen ononderbroken geluidsbarrière volledig parallel aan de kust aanwezig is, wordt migratie en uitwisseling tussen verschillende populaties niet geblokkeerd. Effecten op zeezoogdieren door verstoring zijn zowel in de aanleg als in de gebruiksfase niet aanwezig. Door de werkzaamheden treedt er onderwatergeluid op. Nabij de kust leidt het onderwatergeluid niet tot negatieve effecten op zeezoogdieren. Bovenwaterverstoring kan rustende zeehonden verstoren. Er is voldoende areaal Pagina 72 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
beschikbaar met uitwijkmogelijkheden. Ook het elektromagnetische veld, dat ontstaat in de gebruiksfase, levert geen negatieve effecten op. Het elektromagnetische veld blijft zeer ruim onder de waarde waarbij verstoring van bruinvissen op kan treden. Vissen Trekvissen kunnen door vertroebeling mogelijk een barrière effect ervaren. In de kustzone treedt alleen enkele hectare vertroebeling op van het wateroppervlakte, dieptegemiddeld of bodem rond de aanlanding. Hiervan ondervinden trekvissen geen negatief effect. Voor roofvissen die op zicht jagen kan hinder optreden door de vertroebeling. Voor deze vissen is er ruim voldoende niet vertroebeld areaal beschikbaar. De vertroebeling is tijdelijk en heeft een verwaarloosbaar effect. Onderwatergeluid, continu en impuls, kan door vissen op een grote afstand worden waargenomen. Dit leidt slechts beperkt tot vermijdingsgedrag. De toevoeging van geluid door de aanleg van Nederwiek 1 is beperkt ten opzichte van de al aanwezige scheepvaart. Continu onderwatergeluid heeft geen negatief effect. Het impuls onderwatergeluid ontstaat door de heiwerkzaamheden ten behoeve van het platform op zee: dit geluid bereikt de kustzone niet en heeft geen negatief effect. Vissen kunnen in de gebruiksfase het elektromagnetische veld waarnemen.
Het elektromagnetische veld is het sterkste op korte afstand van de kabel: de waarde blijft hier onder de waarde waarbij vissen ook effect gaan ondervinden van een elektromagnetisch veld. De sterkte van het elektromagnetische veld neemt snel af, naarmate de afstand van de kabel groter wordt. De zwemhoogte van vissen ligt op een afstand van de kabel waarbij de kracht van het elektromagnetisch veld dusdanig is afgenomen, dat negatieve effecten zijn uitgesloten. Rugstreeppad Rugstreeppad is een typische pionierssoort die vooral te vinden is op terreinen met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek, zoals duinen of bouwterreinen. De soort heeft een voorkeur voor snel opwarmende bodemplaatsen en ondiep (tijdelijk) water, bij voorkeur vegetatie loos en zonder concurrentie van andere amfibieën of waterinsecten. Regenplassen en sporen van zware voertuigen waar regenwater in is blijven staan, vormen ideaal voortplantingswater. In brede en grotere watergangen komt rugstreeppad niet voor, met mogelijke uitzondering van de ondiepe oeverzones. Ook in licht brak water kan de soort zich voortplanten. Rugstreeppadden zijn alleen gedurende de voortplanting in het water aanwezig, verder verblijft de soort op het land. Zomer- en winterverblijfplaatsen bevinden zich in losgrondige zanderige bodems, hier graven de rugstreeppadden zich in.
Ook kunnen ze schuilen onder elementen zoals tegels, pallets en tractorbanden of in muizenholletjes. De Veerse Gatdam en het Sloegebied vormen ideaal leefgebied voor rugstreeppadden. Ten oosten van de Veerse Gatdam en verdeeld over het Sloegebied zijn populaties van de rugstreeppad bekend. De converterstationslocatie aan de Liechtensteinweg valt buiten het habitat van de rugstreeppad, maar is wel binnen 1 kilometer aanwezig. Het gebied zelf is in de huidige vorm een beperkt geschikt leefgebied voor rugstreeppad, maar aanwezigheid ter plaatse kan niet volledig uitgesloten worden. Doordat de soort aangetrokken wordt door pioniersomstandigheden met open zand en tijdelijk water, wat vaak ontstaat op bouwterreinen, kan bij de werkzaamheden en herinrichting de soort ineens opduiken op dergelijke locaties. Indien dat gebeurt, treedt door de bouwwerkzaamheden Pagina 73 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
verstoring en schade aan individuen en/of leefgebied op en is sprake van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Om negatieve effecten op de soort rugstreeppad en overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen zijn de volgende maatregelen noodzakelijk: Op de locatie Veerse Gatdam en de locatie van het converterstation aan de Liechtensteinweg wordt niet in leefgebied gewerkt, maar wel nabij leefgebied. Het afschermen van de werklocatie is hier noodzakelijk om te voorkomen dat exemplaren het terrein opkomen. Hiervoor moet het werkterrein effectief afgeschermd worden zodat rugstreeppadden ook niet om het scherm heen kunnen lopen. Het scherm dient vóór 1 maart geplaatst te zijn. Dit scherm kan bijvoorbeeld bestaan uit hard kunststof van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. Dit scherm dient geregeld gecontroleerd te worden op kieren en op overhangende vegetatie. Hierdoor is het opduiken van de soort zo goed als onmogelijk en is het doden van individuen uitgesloten. Door het toepassen van de bovengenoemde maatregelen worden negatieve effecten op rugstreeppad zoveel als mogelijk voorkomen en blijft een negatief effect op de gunstige staat van instandhouding uit. Glad biggenkruid Glad biggenkruid is een typische, eenjarige zomerbloeier en groeit op open, zonnige plaatsen.
Deze soort komt voor op droge, kalkarme, meestal zwak zure, betrekkelijk voedselarme zandgrond. Dit kan in open grasvegetaties op humus- en stikstofarm zand, op akkers en in de duinstreek ook op droog, licht betreden grasland en duinzand dat oppervlakkig ontkalkt is. De soort is een bekende soort van duinvegetaties, maar komt ook voor op door mensen gerealiseerde locaties met vergelijkbare groeiomstandigheden als spoortaluds en braakliggende terreinen (met opgebracht zand). De soort heeft een grote groeiplaats nabij de boorlocatie bij de Veerse Gatdam, in het hooiland ten oosten ervan op circa 100 meter afstand. De werkzaamheden, maar ook de inrichting van het terrein en de werkwegen, moeten hier nauwkeurig uitgevoerd en afgebakend worden om negatieve effecten op de groeiplaats en daarmee de soort uit te sluiten. De begrenzing van het werkterrein en de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd zijn er op afgestemd negatieve effecten op de groeiplaats van glad biggenkruid te voorkomen: de groeiplaats nabij de Veerse Gatdam zal duidelijk gemarkeerd worden. Ook de werkterreinen en werkwegen worden gemarkeerd wat betreft de maximale reikwijdte van de beschikbare ruimte. Op deze wijze wordt onvoorziene schade voorkomen en zijn geen aanvullende maatregelen nodig.
Zandkokerworm Voor zandkokerwormriffen geldt dat lang gedacht werd dat deze niet meer aanwezig waren in het Nederlandse deel van de Noordzee. Dit habitat is recent aangetroffen en omdat dit (potentieel) een kwetsbare en belangrijke soort is, is besloten deze nader te belichten in de soortenbeschermingstoets. Zandkokerwormen (S. spinulosa) zijn belangrijke bodemorganismen die het ecosysteem naar hun hand zetten door het bouwen van riffen. Zandkokerwormen kunnen mogelijk effecten ondervinden van sedimentatie, vertroebeling en habitataantasting. Het effect van sedimentatie op de zandkokerworm is gelimiteerd tot de directe omgeving van de werkzaamheden. De soort heeft een grote tolerantie voor vertroebeling: pas bij concentraties boven 50 mg/L treedt er effect op. Deze mate van vertroebeling treedt bij de aanleg van Nederwiek 1 niet op. De habitats Pagina 74 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
van zandkokerworm worden voornamelijk op zee verwacht, slechts in beperkte mate in het gebied bij de kust. Omdat er niet kan worden uitgesloten dat het tracé zich (deels) bevindt in geschikt gebied voor de zandkokerwormriffen, is er sprake van aantasting van leefgebied en leiden de werkzaamheden tot tijdelijke beperkingen zoals oppervlakteverkleining van de riffen. De reikwijdte van de aantasting zal beperkt blijven tot de reikwijdte van het baggeren / frezen en sedimentatie in de directe omgeving. Eventuele aangetaste riffen hebben de mogelijkheid zich te herstellen. Na aantasting kunnen (grotendeels) lege velden na 6 maanden weer als rif herkenbaar zijn. De doorontwikkeling tot een zo optimaal mogelijk functioneel rif inclusief biodiversiteit duurt langer (orde grootte enkele jaren). Om negatieve effecten op de soort te voorkomen wordt met sonar meer informatie over de precieze ligging van de habitat verzameld. Met kleine aanpassingen / optimalisatie in de ligging van de kabel voor de kust, kan aantasting van de habitat zoveel mogelijk worden beperkt. Hiermee wordt voldaan aan de algemene zorgplicht voor zandkokerwormen. 5.3.3
Conclusie en planologische regeling Uit de toetsing aan de verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten blijkt dat, na het nemen van de benodigde mitigerend maatregelen, significant negatieve effecten worden uitgesloten voor de rugstreeppad en glad biggenkruid. Er is om deze reden geen ontheffing nodig voor de verbodsbepalingen op de rugstreeppad en glad biggenkruid. Er is voor jaarrond beschermde vogels wel een ontheffing nodig, omdat er sprake is van aantasting van leefgebied en verstoring van exemplaren. De verwachting is dat deze ontheffing tijdig kan worden verleend. Het inpassingsplan kan in overeenstemming met de vereisten van de natuurwetgeving worden uitgevoerd. De aanleg en instandhouding van het project is daarmee uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Het inpassingsplan is derhalve op dit aspect uitvoerbaar binnen de wettelijke kaders.
5.4
Natuurnetwerk Nederland
5.4.1
Toetsingskader De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). In de Wnb vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden.51 Conform artikel 1.12 Wnb dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Op grond van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Nationale Omgevingsvisie 51 Voor een volledig overzicht van de verschillende natuurtypen, zie: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/ Pagina 75 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
(NOVI) vallen de grote wateren (waaronder het Veerse Meer) onder verantwoordelijkheid van het Rijk. Het Zeeuwse deel van dit natuurnetwerk heet Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). De begrenzing van de gebieden die tot het Natuurnetwerk Zeeland behoren is vastgelegd in het Omgevingsplan Zeeland 2018 en nader uitgewerkt in het Natuurbeheerplan Zeeland. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. De doelstelling van het provinciaal beleid is gericht op het behoud van natuurlijke waarden, het realiseren van ecologische verbindingen en de natuur toegankelijk en beschikbaar maken voor de bewoners en bezoekers. Voor aangewezen natuur- en landschapbestemmingen mogen uitsluitend andere bestemmingen worden aangewezen indien sprake is van een groot openbaar belang, waarvoor geen andere mogelijkheden zijn én de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden zoveel mogelijk worden beperkt door het treffen van mitigerende maatregelen en compensatie (artikel 2.23 en bijlage F van de Omgevingsverordening Zeeland). Inrichtingen voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie behoren in ieder geval tot een groot openbaar belang. 5.4.2
Effecten Effecten op beschermde gebieden van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) kunnen op verschillende manieren optreden. Zo kan sprake zijn van oppervlakteverlies en versnippering van leefgebieden of groeiplaatsen. Ook kan verstoring van soorten door activiteiten buiten het beschermde gebied in zodanige mate optreden, dat het gebied zijn waarde verliest als geschikt leefgebied voor kenmerkende soorten. Naast de activiteiten die binnen NNZ uitgevoerd worden zijn ook de activiteiten binnen een afstand van 100 meter vanaf NNZ in de effectbeoordeling betrokken. Op een grotere afstand dan 100 meter zijn er door de werkzaamheden geen verstorende effecten door de werkzaamheden aan de orde. Per deel van het tracé wordt een beschrijving van de effecten op NNZ gegeven. Hierbij worden de tracédelen onderscheiden in de Kruising Veerse Gatdam, Veerse Meer, ten zuiden van het Veerse Meer en converterstation. In praktijk ligt het landtracé van Net op zee Nederwiek 1 grotendeels parallel aan het landtracé van Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Uitgangspunt voor de aanleg van het landtracé van Net op zee Nederwiek 1 is dat het gelijktijdig wordt aangelegd met het tracé van Net op zee IJmuiden Ver Alpha. De parallelligging betekent dat de werkstroken van de twee verbindingen gecombineerd kunnen worden.
Een werkstrook bestaat uit de sleuf waarin de kabel komt te liggen, werkterreinen voor het leggen van de kabel en eventueel voor bemaling en werk- en toegangswegen. De gecombineerde werkstrook is enkele meters breder dan de werkstrook voor één verbinding, waardoor er in totaal minder ruimtebeslag is bij parallelligging. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de ligging van het kabeltracé en de locatie van het converterstation ten opzichte van de NNN-gebieden.
Pagina 76 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 5.3 Overzicht ligging kabeltracé en converstation ten opzichte van NNN-gebieden. Bron: Net op zee Nederwiek 1, NNN-toets (Arcadis)
Kruising Veerse Gatdam Bij de kruising van de Veerse Gatdam vindt er ruimtebeslag plaats in ‘Haagbeuken – en essenbos’. De ambitie voor dit type begroeiing kan binnen de beschermingszone van de kabel niet gerealiseerd worden. De in de huidige staat aanwezige begroeiing kan wel worden teruggeplant. Na uitvoering van de werkzaamheden wordt de locatie zoveel als mogelijk in de oorspronkelijke staat hersteld. Om de werkzaamheden uit te kunnen voeren, is bemaling nodig. Door de bemaling kan verdroging optreden. De bemaling is in omvang en tijdsduur beperkt, de verdroging is tijdelijk. Effecten op de kwalificerende waarden als gevolg van ruimtebeslag en verdroging zijn uitgesloten. Door geluid, licht en optische verstoring kunnen tijdelijke effecten op verstoringsgevoelige soorten optreden. De afstand tot de voor de verstoringsgevoelige soorten geschikte broedplaatsen bedraagt minimaal 55 meter. Op deze afstand is door een tijdelijke verstoring geen sprake van aantasting van kwalificerende kenmerken en waarden.
Pagina 77 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 5.4. Tracé door het Veerse meer ten opzichte van ligging NNZ (Arcadis)
Veerse Meer Bij de aanleg van de kabel wordt gebruik gemaakt van de aanlegmethode jettrenchen, waardoor mogelijk een verstorend effect kan optreden. In de NNZ gebieden nabij het Veerse Meer komen lokaal voor verstoring gevoelige soorten voor. Op het Veerse Meer vinden al veel scheepvaartbewegingen plaats, met name afkomstig van de recreatievaart binnen het broedseizoen. De aanwezige soorten zijn daardoor al gewend aan verstorende geluiden, de extra vaarbewegingen ten gevolge van Nederwiek 1 hebben geen verstorend effect. Tracé ten zuiden van Veerse Meer Na aanlanding vanuit het Veerse Meer volgt het tracé over een lengte van 484 meter de grens van NNZ-gebied De Piet met beheertype N14.03, waarbij overlap plaatsvindt: het werkterrein voor de open ontgraving komt net binnen de NNZbegrenzing. Het tracé ligt hier binnen de 100 meter waarbinnen externe werking beoordeeld moet worden. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de werkstrook zich geheel buiten de bomenrij bevindt en er geen directe bomenkap noodzakelijk is. Voor de ligging van het kabeltracé en de omega (overlengte) van de kabel is rekening gehouden met de wortelzone van de bomen, zodat deze niet aangetast wordt. De Muidenweg wordt gekruist middels een boring.
Verderop doorkruist het kabeltracé via een gestuurde boring het NNZ-gebied Viegveldkreek met uittredepunt van de gestuurde boring op 20 meter afstand van het NNZ-gebied met beheertype N05.04. Over enkele tientallen meters continueert het tracé via een open ontgraving binnen 100 meter afstand van ditzelfde NNZ-gebied.Na de ontgraving wordt de grond zoveel mogelijk per grondlaag weer teruggebracht, zodat de bodemopbouw wordt hersteld in de oude situatie. Er wordt gegraven nabij de wortelzones van de aanwezige bomen, maar de bomen worden niet gekapt. De sleuf wordt op circa 3 meter afstand van de bomen gegraven: op deze afstand wordt geen schade toegebracht aan de bomen (boomwortels). Na de ontgraving wordt de grond zoveel mogelijk per grondlaag weer teruggebracht, zodat de bodemopbouw wordt hersteld in de oude situatie. Pagina 78 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Lokaal wordt een bemaling uitgevoerd om de kabel in droge werkomstandigheden aan te kunnen leggen. Door de bemaling kan er tijdelijk verdroging optreden. Permanente effecten door de tijdelijke verdroging zijn niet aan de orde. Door de bemaling kan lokaal een beperkte verschuiving van het grensvlak zoet-brak water optreden. Dit heeft geen effect op de kwalificerende waarden van het beheertype NNZ. Door de werkzaamheden kan ook een verstoringseffect optreden. De Muiderweg geeft al een zekere mate van verstoring en de werkzaamheden worden in een beperkte periode van enkele weken uitgevoerd. Door buiten het broedseizoen te werken, kan verstoring verder worden beperkt. Er is geen sprake van verstoring van kwalificerende waarden of kenmerken. Wat verder naar het zuiden wordt NNZ gebied Dijk Zuid Beveland met een gestuurde boring gepasseerd. De werkstrook bevindt zich geheel buiten het NNZgebied. Het hele NNZ is hier begrensd als beheertype Botanisch waardevol grasland waarbij ook de A58 doorkruist wordt. Vervolgens loopt het tracé daarna door hetzelfde NNZ-gebied Dijken Zuid Beveland middels een open ontgraving over een lengte van 834 meter. Het werkterrein ligt deels in het NNZ-gebied. Door de werkzaamheden is er tijdelijk sprake van oppervlakteverlies. Na het uitvoeren van de werkzaamheden kan het gebied weer zijn functie als NNZ vervullen.
Kwalificerende waarden nemen in oppervlakte niet af. Voor de locaties waar wordt gegraven, zowel voor de realisatie van in- en uittredepunten van gestuurde boringen als voor een open ontgraving voor de aanleg van de kabel, wordt de grond laag voor laag ontgraven en zo snel mogelijk weer in de oorspronkelijke opbouw teruggebracht. Hierdoor blijft de bodemopbouw intact. Het openbreken van de grasmat biedt kansen voor kruiden en andere planten om zich te vestigen, waardoor de kwalificerende waarde structuur verhoogd kan worden. Aantasting van de kwalificerende waarde ten gevolge van de werkzaamheden vindt niet plaats. De Oude Veerweg wordt met een gestuurde boring gepasseerd en komt uit in NNZ gebied Dijken Binnendijk Nieuw, waarna het verder naar het zuiden langs NNZ gebied Sloekreek de route vervolgt. Net als op de andere delen van het tracé, is de periode waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd beperkt tot enkele weken. Na ontgraving wordt de oorspronkelijke bodemopbouw weer hersteld. Verdroging en verzilting treden hier zeer beperkt en lokaal op: kwalificerende waarden worden niet beïnvloed. Ter plaatse van de Sloekreek ligt het natuurbeheertype dynamisch moeras. Hier kunnen zowel zeer verstoringsgevoelige soorten (o.a. blauwe kiekendief, grote karekiet, kwak en roerdomp) als om minder verstoringsgevoelige soorten (o.a. blauwborst, rietzanger, graspieper) aanwezig zijn.
De werkzaamheden met betrekking tot open ontgraving en realisatie van in- en uittredepunten van gestuurde boringen bij deeltracé 6 en 7 kunnen een mogelijk tijdelijk verstorend effect hebben op verstoringsgevoelige soorten met als gevolg een tijdelijke aantasting van de kwalificerende waarden over een oppervlak van 1,04 ha. Verstoringsgevoelige soorten zijn de afgelopen jaren niet broedend waargenomen binnen de verstoringsafstanden van het kabeltracé (www.sovon.nl; www.verspreidingsatlas.nl). Mogelijk maakt het kabeltracé wel onderdeel uit van territorium van bijvoorbeeld blauwe- of bruine kiekendief. Verstoringsgevoelige soorten zijn sterk afhankelijk van goed ontwikkelde brede onverstoorde rietkragen. Ter plaatse van deeltracés 6 en 7 is uitsluitend sprake van een rietkraag van 20 meter breed aan de westkant en voor Pagina 79 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
een deel aan de oostkant van de Sloekreek die direct aansluiten op intensief gebruikte akkers. Hierbij ontbreekt de benodigde dekking en rust voor verstoringsgevoelige vogelsoorten om te broeden. Daarnaast ligt tussen het kabeltracé aan de oostkant van de Sloekreek en de Sloekreek zelf voor een groot deel van het kabeltracé een Binnendijk die het oostelijke deel van het kabeltracé aan het zicht onttrekt en geluid zal dempen. Van aantasting van kwalificerende waarden als gevolg van verstoring is op deze deeltracés dan ook geen sprake. Via een open ontgraving vervolgt het kabeltracé zich door NNZ gebied Weelhoek, waarna het met een gestuurde boring afbuigt naar het converterstation. Het werkterrein bevindt zich in NNZ-gebied. De werkzaamheden worden hier uitgevoerd buiten het broedseizoen, waardoor de toename van verstoring wordt voorkomen. Ruimtebeslag, verdroging, verzilting en mechanische effecten treden niet of uitsluitend tijdelijk op en hebben geen relevante effecten. Aantasting van kwalificerende waarden vindt niet plaats. Converterstation De locatie van het converterstation ligt buiten de begrenzing van het NNZ en op een grotere afstand dan 100 meter vanaf NNZ. De verstoringscontouren van geluid, licht- en visuele verstoring, mechanische effecten en verdroging bij de aanleg reiken nergens over het NNZ. Er zijn vanuit het converterstation geen effecten op NNZ. 5.4.3