063. Bijlage 1. Regels en toelichting voorontwerp-inpassingsplan
Tekst van het document
30 In artikel 1.1 tweede lid wordt een inpassingsplan gelijkgesteld aan een bestemmingsplan. 31 Aanbeveling van de Raad van de Europese Unie van 12 juli 1999 (1999/519/EG). Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, L 199/59-70, 1999 32 Woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen. 33 Aanbeveling van de Raad van de Europese Unie van 12 juli 1999 (1999/519/EG). Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, L 199/59-70, 1999 Pagina 33 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
die worden opgewekt door het converterstation en de kabels.34 Hieronder wordt uitgelegd wat magneetvelden zijn.
Wat is een magneetveld? Stroom die door een kabel of converterstation loopt, veroorzaakt een magneetveld. Dit is ook het geval rond de kabels en het converterstation die onderdeel uitmaken van dit project. De hoeveelheid stroom die er doorheen gaat, de afstand tot de kabels of tot het converterstation, en de onderlinge afstand tussen de kabels bepalen de sterkte van het magneetveld. De sterkte van een magneetveld neemt af naarmate de afstand tot de bron groter wordt. Dus des te groter de afstand tot de bron van het magneetveld, des te zwakker het magneetveld ter plaatse.
Verschillende soorten magneetvelden In het Nederlandse elektriciteitsnet wordt elektriciteit door middel van twee verschillende technieken van de ene naar de andere plaats getransporteerd. Meestal wordt wisselspanning gebruikt (AC, Alternating Current) en soms gelijkspanning (DC, Direct Current). Wisselstroom en gelijkstroom genereren beide magneetvelden, maar omdat de technieken verschillen, hebben die magneetvelden andere eigenschappen. In het elektriciteitsnet heeft een AC-magneetveld een frequentie van 50 hertz, een DC-magneetveld is statisch (frequentie 0 hertz). Simpel gezegd: een AC-magneetveld verandert voortdurend van grootte en 50 keer per seconde van + naar – en 50 keer van - naar +. Een DC-magneetveld verandert niet van grootte of richting. Het aardmagnetisch veld, waarop de mens zich met een kompas kan oriënteren, is een statisch magneetveld met in Nederland een veldsterkte van circa 50 μT. Andere voorbeelden van bronnen van statische magneetvelden zijn permanente magneten (bijvoorbeeld een koelkastmagneetje) en de bovenleidingen van de tram. Omdat de effecten van AC- en DC-magneetvelden op de mens verschillen, zijn ook de door de Europese Unie aanbevolen blootstellingslimieten voor wisselstroom (AC) en gelijkstroom (DC) verschillend. Dit is hieronder toegelicht.
AC-magneetvelden Het beleid van de Nederlandse rijksoverheid gaat voor blootstelling aan ACmagneetvelden van 50 hertz uit van een blootstellingslimiet van 100 μT, zoals aangegeven in Europese aanbeveling 1999/519/EG.5F. Deze blootstellingslimiet wordt op voor publiek toegankelijke plaatsen bij het hoogspanningsnetwerk van TenneT nergens overschreden. Ook nieuwe hoogspanningsinfrastructuur moet aan de ontwerpeis voldoen dat de blootstellingslimiet op voor publiek toegankelijke plaatsen niet hoger is dan 100 μT. De magneetveldsterkte die doorgaans op korte afstand van hoogspanningsinfrastructuur van TenneT voorkomt is circa 10 tot maximaal 40 μT. Aanvullend heeft de Rijksoverheid in een beleidsadvies geadviseerd om specifiek bij bovengrondse hoogspanningslijnen zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen dat mensen langdurig verblijven in het gebied rondom de bovengrondse hoogspanningslijn waar de jaargemiddelde magneetveldsterkte 0,4 μT of meer is (EZK/BZK, 2023). Dit zogenaamde voorzorgbeleid wordt toegepast omdat uit wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat er een statistisch verband (correlatie) is tussenbovengrondse hoogspanningslijnen en het voorkomen van leukemie bij mensen die dichtbij bovengrondse hoogspanningslijnen wonen. Een oorzakelijk verband met magneetvelden is niet bewezen.
Ook is er geen biologisch mechanisme bekend dat het ontstaan van leukemie als gevolg van blootstelling aan AC-magneetvelden zou kunnen verklaren. Er is veel onzekerheid, maar de Rijksoverheid heeft voldoende aanleiding gezien om specifiek voor ACmagneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen een voorzorgbeleid te 34 Zie ook factsheet Commissie m.e.r.: https://www.commissiemer.nl/themas/gezondheid/publicaties/factsheet Pagina 34 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
hanteren. Het beleidsadvies is vanuit gezondheidsoogpunt niet noodzakelijk, maar uit voorzorg getroffen. Mocht in de toekomst blijken dat bovengrondse hoogspanningslijnen inderdaad gezondheidsrisico’s voor mensen met zich meebrengen, dan is, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, voorkomen dat er nieuwe bestemmingen waar mensen langdurig verblijven (zoals woningen) in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningslijnen zijn gerealiseerd. Op 16 november 2022 heeft minister Jetten (Klimaat en Energie) een brief gestuurd naar de Tweede Kamer over het voorzorgbeleid met betrekking tot de mogelijke gezondheidsrisico’s van magneetvelden van netcomponenten in het elektriciteitsnet. In deze brief wordt de herijking van het voorzorgbeleid toegelicht waarbij aangegeven is dat het huidige voorzorgbeleid wordt aangevuld met bronmaatregelen voor bovengrondse hoogspanningslijnen, opstijgpunten, ondergrondse kabels, hoogspanningsstations en transformatorhuisjes. Het herijkte voorzorgbeleid treedt naar verwachting in mei 2023 in werking.
DC-magneetvelden De Nederlandse Rijksoverheid gaat voor DC-magneetvelden uit van een referentiewaarde van 40.000 μT zoals vastgelegd in Europese aanbeveling 1999/519/EG (beleidsadvies VROM, 2005). De blootstellingslimiet van 40.000 μT is vele malen hoger dan voor AC-magneetvelden. Wetenschappelijk onderzoek laat geen verband zien tussen blootstelling aan DC- magneetvelden zoals die bij hoogspanningslijnen en kabels voorkomen en gezondheidsschade zoals kanker. Daarom is er, in tegenstelling tot AC-magneetvelden, geen voorzorgbeleid vanuit de Nederlandse rijksoverheid voor blootstelling aan DC-magneetvelden. Effecten van DC-magneetvelden van ondergrondse DC-kabels en het DC-deel van het converterstation op de leefomgeving worden in dit MER niet nader onderzocht. Veldsterkten hoger dan 40.000 μT komen op voor publiek toegankelijke plaatsen bij het hoogspanningsnet van TenneT niet voor. Ook de maximale veldsterkten van DCmagneetvelden die in dit project voor kunnen komen in de nabijheid van ondergrondse hoogspanningskabels en het converterstation van circa 250 μT zijn meer dan 160 keer lager dan de blootstellinglimiet van 40.000 μT. In paragraaf 5.10 wordt op dit aspect verder inhoudelijk ingegaan op basis van onderzoek voor het MER. 3.1.9
Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd. Hierbij zijn per sector afspraken gemaakt, zo ook voor de sector Elektriciteit. In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Windenergie op zee groeit naar tenminste 49 miljard kilowattuur per jaar in 2030, ofwel 11,5 miljard watt aan piekvermogen. De bouw van nieuwe grote windparken op zee loopt gelijk op met de groeiende vraag naar groene stroom. Uitbreiding van de energie-infrastructuur (bijvoorbeeld kabels) vraagt om langjarige voorbereidingen. Het onderhavige project voorziet in een uitbreiding van de energie-infrastructuur om door een windpark op zee opgewekte energie te kunnen transporteren en te verbinden met het landelijke hoogspanningsnet.
Pagina 35 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Verkenning Aanlanding Wind op zee In de Verkenning aanlanding wind op zee (VAWOZ) 203035 is onderzoek gedaan naar mogelijke verbindingen tussen de nieuwe windenergiegebieden die zijn aangewezen of herbevestigd in het PNZ en aanlandlocaties op land. Net op zee Nederwiek 1 is één van deze verbindingen. Eind 2021 is in de Kamerbrief over de VAWOZ 2030 het startschot gegeven voor de ruimtelijke procedures van de stroomkabels die de extra windenergie uit de versnellingsopgave aan land brengen. Uit de VAWOZ 2030 blijkt dat Net op zee Nederwiek 1 als kansrijk gezien wordt om uiterlijk in 2030 gerealiseerd te zijn. In de brief aan de Tweede Kamer over de VAWOZ 2030 is aangegeven dat de extra windenergie voor 2030 in de vorm van elektriciteit naar land wordt gebracht. Naar huidige inzichten en analyses is grootschalige aanlanding van windenergie anders dan in de vorm van elektriciteit in de periode tot en met 2030 niet mogelijk. Op termijn is waterstofproductie op zee en transport naar land via pijpleidingen een reëel alternatief voor het aanlanden van windenergie op zee door middel van elektriciteit. In de kamerbrief Windenenergie op zee 2030-205036 blijkt dat het kabinet verwacht dat er na 2030 zowel elektriciteit als waterstof geproduceerd zal worden op de Noordzee. Deze mogelijkheden worden integraal onderzocht door de Rijksoverheid in onder meer het programma VAWOZ 2031-2040.
Tot 2030 is bij het aanlanden van de windenergie met stroomkabels wel rekening gehouden met de vraag naar elektronen voor waterstofproductie op land. Net op zee Nederwiek 1 wordt aangevoerd naar een industrieel cluster in het Sloegebied. Het Sloegebied maakt deel uit van de industriële cluster Schelde-Deltaregio. Dit is één van de vijf industriële clusters in Nederland waar ruim een vijfde van de Nederlands industriële CO2-emissies plaatsvindt. De regio heeft ook de grootste waterstofconsumptie van de Benelux. Er is dus grote vraag en potentie voor het produceren van groene waterstof. Net op zee Nederwiek 1 draagt op indirecte wijze bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot van waterstofproductie door groene stroom naar het hoogspanningsnet te transporteren. 3.1.10
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Op 11 september 2020 is de NOVI vastgesteld. Met de NOVI wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kan men in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor dit inpassingsplan is vooral de eerste prioriteit van belang. Windenergie op zee wordt als een belangrijke vorm van duurzame energie gezien om de gestelde duurzame energiedoelstellingen te halen. In de NOVI wordt aandacht gevraagd voor de kwaliteit van de leefomgeving bij de inpassing van energie-infrastructuur.
In 35 https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/hoogspanning/verkenningaanlanding-wind-op-zee-vawoz 36 Voor de Kamerbrief Windenergie op zee 2030-2050 van 16 september 2022, zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/09/16/kamerbrief-windenergie-op-zee-2030-2050 Pagina 36 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
hoofdstuk 5 van deze plantoelichting wordt ingegaan op de wijze waarop rekening is gehouden met de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de voorbereiding van dit inpassingsplan is gewerkt in de geest van de Omgevingswet. Door het opstellen van participatieplannen en een doorlopend participatieproces en de inrichting van het keuzeproces om tot een voorkeursalternatief te komen, wordt het gedachtengoed van de Omgevingswet hier toegepast. Omdat de Omgevingswet nog niet in werking is getreden op het moment dat het ontwerp inpassingsplan ter inzage gelegd wordt, is het juridische instrument voor het vastleggen van het planologisch juridische kader nog een inpassingsplan. 3.1.11
Conclusie Het onderhavige project past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsplan Zeeland 2018 Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is op 21 september 2018 door Provinciale Staten van Zeeland vastgesteld en het is het provinciaal beleidsplan voor de volle breedte van de fysieke leefomgeving. Het plan bevat beleid over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Voortzetting van het voorgaande beleid was het uitgangspunt. Nieuw beleid is er onder meer voor de inrichting van de kustzone, energietransitie en klimaat-adaptatie. Het beleid is meer op hoofdlijnen beschreven en bouwt voort op de visie Zeeland 2040. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving. Het is het wettelijke provinciale beleidsplan op basis van de Wet ruimtelijke ordening (art. 2.2), Wet Milieubeheer (art. 4.9), Waterwet (art. 4.4) en Planwet verkeer en vervoer (art.5). Daarnaast houdt het Omgevingsplan Zeeland 2018 rekening met de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt. Het Omgevingsplan 2018 geldt tot de inwerkingtreding van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 per 1 januari 2022. De vier grote strategische opgaven zijn de kern van het Omgevingsplan: Duurzame en concurrerende economie Klimaatbestendige en neutrale samenleving Waardevolle leefomgeving Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving.
Het onderhavige project voorziet in deze opgaven doordat met de opwekking en het transport van duurzame (wind)energie een belangrijke stap gezet wordt richting een klimaatbestendige en neutrale samenleving, met respect voor de leefomgeving en bestaande waarden. Zie hiervoor ook hoofdstuk 5.
3.2.2
Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 De Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 is in november 2021 vastgesteld en vormt een kader voor de gemeentelijke Omgevingsvisies, die tussen 2021 en 2024 van kracht worden. Er staan vier maatschappelijke uitdagingen centraal in de Zeeuwse Omgevingsvisie. Deze vier uitdagingen sluiten goed aan bij de uitdagingen die het Rijk genoemd heeft in de NOVI maar geven er wel een Zeeuwse invulling aan. De uitdagingen zijn in gezamenlijkheid met organisaties en mensen uit de omgeving onder woorden gebracht. De vier Zeeuwse maatschappelijke uitdagingen zijn: 1. Uitstekend wonen en leven in Zeeland Verandering van de bevolkingssamenstelling en de noodzaak voor toegankelijke voorzieningen Pagina 37 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Vernieuwing van de Zeeuwse woningmarkt Noodzaak om barrières weg te nemen zodat alle Zeeuwen gemakkelijk deel kunnen nemen aan de samenleving Zorgen voor een gezonde woonomgeving 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied Verbeteren van de balans tussen het gebruik en de draagkracht van land en water Biodiversiteit stimuleren Ruimte voor nieuwe duurzame ontwikkeling 3. Duurzame en innovatieve economie Hoogwaardig (her)gebruik van producten, grondstoffen en energie Sluiten van kringlopen 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland Aanpassen aan wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen Zo min mogelijk uitstoot van broeikasgassen 3.2.3
Omgevingsverordening Momenteel geldt de Omgevingsverordening Zeeland 2018, die op 21 september 2018 door Provinciale Staten van Zeeland is vastgesteld. De Omgevingsverordening 2021 is nog in voorbereiding. De formele procedure is inmiddels gestart door de terinzagelegging in september 2021. De Omgevingsverordening 2018 zorgt voor de juridische doorwerking van het Omgevingsplan 2018 en bevat provinciale regels over de fysieke leefomgeving die voor iedereen gelden. In de verordening staan geen specifieke regels opgenomen voor (hoogspannings)kabels en leidingen, behalve dat deze niet op, in of boven wegen gelegen mogen zijn. In het onderhavige plan is hier rekening mee gehouden. Kruisingen van wegen worden altijd met gestuurde boring uitgevoerd. Wat betreft bedrijvigheid geldt dat bestaande bedrijvigheid is toegestaan, alsmede bedrijvigheid op bedrijventerreinen. Het converterstation wordt op een bedrijventerrein gerealiseerd, binnen de gestelde geluidscontour en voldoet hiermee aan de verordening.
3.2.4
Gebiedsvisie Veerse Meer Eind 2021 is een nieuwe gebiedsvisie Veerse Meer Gebied 2020-2030 vastgesteld met als doel de kwaliteiten van het gebied te borgen en te versterken. Daarbij moeten waterveiligheid, natuur, (verblijfs)recreatie, landbouw, visserij, leefbaarheid en landschap met elkaar in balans zijn. Dit moet zorgt ervoor dat het gebied ook in 2030 en ver daarna toegankelijk en aantrekkelijk blijft voor de verschillende functies en gebruikers. De gezamenlijke ambitie is om de komende 10 jaar te richten op kwaliteitsbewaking van het gebied waarbij geen nieuwe permanente ontwikkelingen meer worden toegestaan tenzij deze voldoen aan de kaders die in de gebiedsvisie zijn omschreven. In of in de nabijheid van het plangebied van het onderhavige inpassingsplan zijn Ooster Nieuwlandpolder, gebied Mijnenmagazijn en Oever van het Veerse Meer nabij Scoutcentrum Zeeland. Deze gebieden zijn aangemerkt als aandachtsgebied dag- en verblijfsrecreatie. Voor de effecten op recreatie wordt verwezen naar paragraaf 5.11 (Ruimtegebruik).
Pagina 38 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 3.2. Globale situering van de rode en oranje aandachtsgebieden en de groene en blauwe beschermingsgebieden in de besluitvormingsnotitie fase 1 van Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030.
3.2.5
Conclusie Het onderhavige project past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie Zeeland.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Gemeente Noord-Beveland De gemeenteraad van Noord-Beveland heeft op 4 juli 2019 de Toekomstvisie NoordBeveland 2030 vastgesteld. Deze toekomstvisie is het vertrekpunt geweest van de Omgevingsvisie Noord-Beveland 2030 die op 16 december 2021 is vastgesteld. Deze Omgevingsvisie heeft betrekking op de fysieke leefomgeving, met aandacht voor bebouwing, infrastructuur, water, bodem, lucht, erfgoed en natuur. Per gebied is aangegeven welke thema’s, waarden en ambities de gemeente belangrijk vindt. De kernambitie van Noord-Beveland staat in de Toekomstvisie. Deze kernambitie is vertaald naar vier ambities (opgaven), waar open en klimaatneutraal eiland er een van is. Als uitgangspunt is hierbij aangegeven dat de overstap naar duurzame energie niet ten koste gaat van het landschap. Noord-Beveland koestert haar open landschap, water en erfgoed. Voor de effecten op landschap, water en erfgoed wordt verwezen naar paragrafen 5.5 en 5.6.
3.3.2
Gemeente Veere Op 23 maart 2023 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2047 vastgesteld.
Pagina 39 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
In deze visie worden verschillende ambities uitgesproken, waaronder het stimuleren van duurzame energie. In de Omgevingsvisie wordt niet apart aandacht besteed aan de thema’s ondergrondse infrastructuur, kabels en leidingen. Daarnaast voert de gemeente al jaren een actief duurzaamheidsbeleid. Onderdelen van het Omgevingsprogramma Duurzaam Veere 2022-2025 zijn het behouden van de leefomgeving, de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en duurzaam vervoer. In het programma is beschreven hoe de gemeente de doelen uit de Omgevingsvisie gaat bereiken, wanneer en met welke middelen. Beeldkwaliteitsplan Jachthavengebied Oostwatering Op 12 december 2019 is het beeldkwaliteitsplan Jachthavengebied Oostwatering vastgesteld. Doel van dit plan is het ruimtelijk opwaarderen van de jachthaven Oostwatering en het vormen van een integraal toetsingskader voor individuele plannen binnen dit gebied. In hoofdstuk 3 staan de algemene uitwerkingscriteria beschreven voor de beeldregie en in hoofdstuk 4 de uitwerkingscriteria voor de deelgebieden. Tijdens de gebruiksfase van de kabel zijn er geen effecten, omdat de kabel ondergronds gelegen is. Voor de effecten op recreatie tijdens de aanleg wordt verwezen naar paragraaf 5.11 (Ruimtegebruik). Beeldkwaliteitsplan Oranjeplein Veere Op 1 oktober 2015 is het beeldkwaliteitsplan voor het Oranjeplein in Veere vastgesteld.
Dit plan beschrijft de beoogde ruimtelijke kwaliteit van het gebied en is vastgesteld als welstandsnota. In hoofdstuk 4 is de kwaliteit beschreven aan de hand van stedenbouwkundige uitgangspunten en architectonische bouwstenen, alsmede de kwaliteit van de openbare ruimte en richtlijnen voor de bebouwing. Het onderhavige inpassingsplan heeft hier geen effect op. Voor de effecten op ruimtegebruik tijdens de aanleg wordt verwezen naar paragraaf 5.11 (Ruimtegebruik). 3.3.3
Gemeente Middelburg In de Middelburgse Visie Milieu 2019 – 2025 wordt duurzaam energiegebruik in het algemeen en gebruik van duurzame energie in het bijzonder als een belangrijk doel op korte termijn benoemd. Op de lange termijn heeft gemeente Middelburg de intentie uitgesproke energieneutraal te zijn. Momenteel is de gemeente bezig met het opstellen van de omgevingsvisie Middelburg in 2050. Het voorontwerp van deze omgevingsvisie is op 24 januari 2023 ter inzage gelegd.
3.3.4
Gemeente Goes In de structuurvisie Goes van juni 2012 wordt aangegeven dat Goes belang hecht aan energie-efficiënte en duurzame energie-opwekking en dat er veel potentie gezien wordt in windenergie. Er wordt niet apart aandacht besteed aan de thema’s ondergrondse infrastructuur, kabels en leidingen. De gemeente Goes is nu bezig met het opstellen van een Toekomstvisie (omgevingsvisie).
3.3.5
Gemeente Borsele De 'Structuurvisie Borsele 2015-2020' van de gemeente Borsele is op 11 december 2014 vastgesteld en heeft als doel het inzichtelijk maken van toekomstige plannen met een ruimtelijke component. Uitgangspunt is dat reeds bestaand en recent sectoraal beleid dient als bouwsteen voor de structuurvisie. De structuurvisie heeft als doel om de fysieke en sociaal-maatschappelijke kwaliteiten van Borsele te behouden en te versterken, het inzichtelijk maken van toekomstige plannen en te streven naar een duurzame aanpak. Om Borsele klaar te stomen voor de toekomst wordt in termen van duurzaamheid nagedacht over de ontwikkelingsmogelijkheden. Centraal hierbinnen staat het behouden, versterken en ontwikkelen van een Pagina 40 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
duurzaam evenwicht. Het gaat hierbij om de bestaande en de toekomstige kwaliteiten van de gemeente. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt het aspect duurzaamheid meegewogen: het streven is om energieafhankelijkheid te verkleinen. De gemeente Borsele is bezig met het opstellen van een omgevingsvisie. 3.3.6
Conclusie Het gemeentelijk beleid bevat geen specifiek beleid ten aanzien van ondergrondse infrastructuur. Wel wordt in bijna elk gemeentelijk beleid duurzaamheid en klimaatneutraal zijn nadrukkelijk als kans benoemd. Het onderhavige project is in lijn met het gemeentelijk beleid, met doelstellingen ten aanzien van duurzame energie.
3.4
Beleid Waterschap Scheldestromen De waterbeheerder in en in de directe omgeving van het projectgebied is Scheldestromen, uitgezonderd het Veerse Meer en de Veerse Gatdam waar Rijkswaterstaat beheerder van is. Eind 2019 is door Scheldestromen nieuw beleid vastgesteld in de vorm van het Waterschapsprogramma “Scheldestromen klaar voor de toekomst!” Hierin zijn de beleidsdoelen en uitgangspunten voor de periode van 2019-2023 beschreven met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Dit is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, gericht op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Op 15 december 2021 is het Waterschapsbeheerprogramma 2022 – 2027 “Zeeuwse waterkeringen, wegen en watersystemen klaar voor de toekomst” vastgesteld. Voor de grondwateronttrekkingen zijn de uitgangspunten uit de Nota Grondwater van toepassing. In dit beleid is bepaald dat het duurzaam in stand houden van de beperkte hoeveelheid zoet water in de bodem het hoofduitgangspunt is. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Omgevingsverordening Zeeland 2018 waarin is bepaald dat het waterschap nadelige gevolgen voor de beperkte hoeveelheid zoet water in het operationele beleid dient te borgen. Daarnaast beschikt Scheldestromen over een verordening: de Keur watersysteem Waterschap Scheldestromen 2012.
In deze Keur staan de regels die waterschap Scheldestromen hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook beschikt Scheldestromen over een Keur Wegen. Deze is van toepassing op de openbare wegen, gelegen buiten de bebouwde kom, die in beheer zijn bij waterschap Scheldestromen. Verwezen wordt naar paragraaf 5.6 van deze toelichting voor de watertoets.
Pagina 41 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
4
MER en afweging VKA
4.1
Inleiding De aanleg en het in gebruik hebben van een hoogspanningsverbinding met bijbehorende infrastructuur hebben een effect op de mens (leefomgeving, ruimtegebruik en gebruiksfuncties) en de omgeving (bodem, water, natuur, archeologie, landschap en cultuurhistorie). Bij het bepalen van het tracé voor een nieuwe hoogspanningsverbinding en de locatie voor een converterstation (voorgenomen activiteit) is het van groot belang om te onderzoeken welke effecten (kunnen) optreden. In de voorbereiding op dit inpassingsplan zijn het tracé en de converterstationslocatie voor het Net op zee Nederwiek 1 onder andere op basis van milieuinformatie uit de m.e.r.-procedure bepaald. Het resultaat van de m.e.r.procedure is het MER (milieueffectrapport) waarin de effecten staan beschreven van het hoogspanningstracé en het converterstation van het Net op zee Nederwiek 1 op het milieu. Het doel van het opstellen van een MER is om het milieubelang een volwaardige rol te geven in de besluitvorming ten aanzien van onder andere het tracé en de locatie van het converterstation. Voor de beschrijving van de voorgenomen activiteit – voor zover vastgelegd in dit inpassingsplan – wordt verwezen naar hoofdstuk 2. Op grond van categorie D24.2 van het Besluit m.e.r.
is de vaststelling van het inpassingsplan voor het Net op zee Nederwiek 1 m.e.r.-beoordelingsplichtig omdat verschillende ondergrondse tracéalternatieven over een lengte van 5 km of meer (tot 3 nautische mijl uit de kust) door gevoelig gebied lopen en het spanningsniveau van de hoogspanningsverbinding 150 kV of meer is. Ook is het project m.e.r.beoordelingsplichtig op grond van categorie D 15.2 in verband met de grondwateronttrekking voor de aanleg. Bovendien is een Passende Beoordeling noodzakelijk omdat significante effecten op Natura 2000-gebieden bij het realiseren van het project niet op voorhand uit te sluiten zijn. Omdat een Passende Beoordeling nodig is, dient op grond van art. 7.2a Wet milieubeheer verplicht een MER te worden opgesteld. Mede op basis van de informatie uit het MER is in dit inpassingsplan de concrete ligging van het Net op zee Nederwiek 1 vastgelegd.
4.2
M.e.r.-procedure Indien voor een activiteit tegelijkertijd een besluit en een plan worden voorbereid, uitsluitend met het oog op de inpassing van die activiteit, wordt op grond van artikel 14.4b Wet milieubeheer (Wm) één gecombineerd MER opgesteld en één m.e.r.procedure doorlopen. Kortheidshalve wordt daarom gesproken over 'het MER'. In casu gaat het dus om een MER met een dubbele functie. In de eerste plaats betreft het een onderbouwend rapport ten behoeve van het onderhavige inpassingsplan; het planMER. Hiervoor zijn de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verantwoordelijk. In de tweede plaats betreft het een onderbouwing van de vergunningen en ontheffingen die afgegeven worden ten behoeve van het project; het projectMER. Hiervoor is de initiatiefnemer (TenneT) in eerste instantie verantwoordelijk. In het navolgende wordt beschreven hoe de m.e.r.-procedure is doorlopen. Voor een uitgebreidere toelichting op het proces wordt verwezen naar paragraaf 7.5. In deze paragraaf wordt de ontwikkeling van alternatieven tot aan het VKA toegelicht.
Pagina 42 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Kennisgeving en NRD De kennisgeving van het voornemen om te starten met het project Net op zee Nederwiek 1 heeft van 14 januari tot en met 24 februari 2022 ter inzage gelegen (samen met het voorstel tot participatie).37 Van 9 september tot en met 20 oktober 2022 heeft de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het MER voor Net op zee Nederwiek 2 ter inzage gelegen. Alle zienswijzen, reacties en adviezen, waaronder het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage38, zijn meegenomen bij het vaststellen van de definitieve NRD. Op 15 december 2022 heeft de Minister voor Klimaat en Energie de definitieve NRD voor Net op zee Nederwiek 1 vastgesteld. De vaststelling van de definitieve NRD is bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant van 12 januari 2023. Op basis van voorgaande onderzoeken en projecten, de NRD, de reacties uit de omgeving, het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage op de concept NRD en het doorlopende intensieve participatieproces heeft de Minister voor Klimaat en Energie een zorgvuldige integrale afweging kunnen maken ten behoeve van de keuze van een voorkeursalternatief (VKA). MER en Passende Beoordeling In het MER is het VKA nader onderzocht en er is een Passende Beoordeling opgesteld waarin de effecten van het project op de instandhoudingsdoelstellingen (IHD) van Natura 2000-gebieden zijn onderzocht en beschreven.
Het MER en de Passende Beoordeling worden gelijktijdig met het ontwerpinpassingsplan en de ontwerp-uitvoeringsbesluiten ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn heeft eenieder de gelegenheid om zienswijzen in te dienen. De Commissie voor de m.e.r. wordt gelijktijdig om een toetsingsadvies gevraagd. Zij betrekt de ingekomen zienswijzen bij haar advies. Het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. en de zienswijzen worden door de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bij de besluitvorming omtrent het inpassingsplan betrokken. Voor het procedureverloop wordt voorts verwezen naar hoofdstuk 8 van deze toelichting.
4.3
Keuze voorkeursalternatief
4.3.1
Uitgangspunten aansluiting windenergiegebied Nederwiek Programma Noordzee 2022 - 2027 In het Programma Noordzee 2022-202739 zijn nieuwe windenergiegebieden op zee aangewezen waaronder windenergiegebied Nederwiek. De nieuwe windenergiegebieden zijn aangewezen vanuit de noodzaak om meer aansluiting van windenergie op zee te realiseren voor 2030. Dit wordt ook wel de ‘versnellingsopgave’ genoemd. Net op zee Nederwiek 1 ontsluit een deel van windenergiegebied Nederwiek. Het PNZ is een bijlage bij het Nationaal Water Programma 2022-2027. Dit is bevestigd in de brief van de minister voor Klimaat en Energie van 21 juni 2022 aan de Tweede Kamer.40 Met deze brief is:
37 https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/noz-nederwiek-1 38 https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p36/p3647/a3647rd.pdf 39 Het Programma Noordzee 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022, zie: https://www.noordzeeloket.nl/beleid/programma-noordzee-2022-2027/ 40 Voor de aanvullende Routekaart windenergie op zee 2030 en aanpassing Ontwikkelkader windenergie op zee, zie: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-economische-zaken-enklimaat/documenten/kamerstukken/2022/06/21/aanvullende-routekaart-windenergie-op-zee-2030 Pagina 43 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
de Routekaart windenergie op zee 2030 aangevuld voor de versnellingsopgave: hierin staat welke (delen van de) nieuwe windenergiegebieden wanneer ontwikkeld gaan worden. het Ontwikkelkader windenergie op zee geactualiseerd voor de versnellingsopgave: in het kader staat onder welke voorwaarden TenneT het Net op zee kan realiseren.
Verkenning Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2030 In de Verkenning Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 203041 zijn kansrijke opties voor aansluitingen tussen windenergiegebieden op zee, waaronder Nederwiek, en aansluitlocaties op land onderzocht. Het doel van VAWOZ 2030 was om te bepalen welke locaties kansrijk zouden zijn voor de aanlanding van extra elektriciteit uit windenergie uiterlijk in het jaar 2030. De beschikbare aansluitcapaciteit en doorlooptijd voor eventuele uitbreiding hiervan is daarvoor van belang. In de VAWOZ 2030 zijn de aanlandlocaties in Borssele (Zeeland) en de Maasvlakte (ZuidHolland) als kansrijk geacht voor de verbinding tussen Nederwiek. Om windenergiegebied Nederwiek aan te sluiten op het landelijk hoogspanningsnet zijn in de VAWOZ 2030 meerdere tracéopties op zee in beeld gebracht vanuit windenergiegebied Nederwiek (zie figuur 4.1).
41 https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/vawoz Pagina 44 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 4.1. Netaansluitingen onderzocht in VAWOZ (Bron: VAWOZ 2030).
4.3.2
Voorgeschiedenis Voorafgaand aan de ontwikkeling van het project Net op zee Nederwiek 1 is door het Rijk onderzoek gedaan naar netten op zee en zijn door TenneT al diverse andere netten op zee gerealiseerd en/of ontwikkeld. Zo wordt bijvoorbeeld Net op zee IJmuiden Ver Alpha ook aangesloten in het Sloegebied en dit is in 2022 vergund. 42 In het kader van de beleidsvorming en de ontwikkeling van de eerdere Net op zeeprojecten is al veel onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en onmogelijkheden voor locaties en tracés voor net op zee-projectonderdelen en de milieugevolgen daarvan.
42 Op 8 februari 2023 zijn het inpassingsplan en de vergunningen voor Net op zee IJmuiden Ver Alpha definitief geworden. Zie hier voor de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Pagina 45 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
De NRD-fase voor Net op zee Nederwiek 1 is anders ingericht dan bij eerdere net op zee-projecten. De NRD-fase van Net op zee Nederwiek 1 is benut om te onderzoeken welke onderscheidende, reële tracéopties mogelijk zijn voor Net op zee Nederwiek 1. Hiervoor is in de concept NRD een analyse gedaan van verschillende tracéopties voor de thema's milieu, kosten, techniek, omgeving en toekomstvastheid. Er is informatie gebruikt uit VAWOZ, de thematische analyse,43 de integrale effectanalyses (IEA) en de milieueffectrapportages (MER’en) van Netten op zee IJmuiden Ver Alpha,44 Beta45 en Gamma46 en tenslotte het participatieproces voor Net op zee Nederwiek 1. Daarnaast is de concept NRD benut voor het verkrijgen van adviezen van onder andere regionale overheden en de Commissie voor de m.e.r. over de beschreven aanpak. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) van Net op zee Nederwiek 1 zijn de milieueffecten en een aantal aspecten van de tracéalternatieven (hierna: tracéopties) onderzocht in een integrale effectanalyse en een thematische analyse. Zie figuur 4.2 voor een overzicht van de onderzochte alternatieven en de totstandkoming van de projectonderdelen in achtereenvolgende onderzoeken c.q. projecten.
In paragraaf 4.3.3 van deze toelichting wordt verder ingegaan op het doorlopen proces en de totstandkoming van ieder onderdeel van het voornemen dat binnen de reikwijdte van dit inpassingsplan valt. Voor een uitgebreide beschrijving van de tracéalternatieven wordt verwezen naar het alternatievendocument (zie bijlage 3).
Figuur 4.2. Overzicht van onderzochte alternatieven en totstandkoming projectonderdelen in achtereenvolgende onderzoeken/projecten.
43 Zie hier voor de NRD Net op zee Nederwiek 1 met als bijlage Thematische Analyse (TA). 44 Voor informatie over Net op zee IJmuiden Ver Alpha, zie: https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureauenergieprojecten/lopende-projecten/ijmuiden-ver-alpha 45 Voor informatie over Net op zee IJmuiden Ver Beta, zie: https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureauenergieprojecten/lopende-projecten/noz-ijmuiden-ver-beta 46 Voor informatie over Net op zee IJmuiden Ver Gamma, zie: https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureauenergieprojecten/lopende-projecten/noz-ijmuiden-ver-gamma Pagina 46 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
4.3.3
NRD In de concept NRD zijn drie tracéopties op zee en één tracé op land beschouwd. Uit de NRD-fase zijn geen onderscheidende alternatieven voor de tracéopties op zee en land voor Net op zee Nederwiek 1 naar voren gekomen. Voor het tracé op zee en in het Veerse Meer is op basis van de NRD een tracéoptie gekozen. In de NRD is ook gekozen voor een oostelijke boring door de Veerse Gatdam en de converterstationslocatie aan de Liechtensteinweg. Voor het kabeltracé in het Veerse Meer en het converterstation worden geen varianten onderzocht in het MER, omdat hiervoor op basis van uitgebreid onderzoek voor eerdere projecten concrete kabeltracés en locaties zijn bepaald. Voor het tracé op land is evenals bij Net op zee IJmuiden Ver Alpha gekozen voor variant Midden. Wel zijn in het MER nog twee tracéopties onderzocht aan de oostzijde van de Zeedijk van de Jacobapolder tussen de A58 en de Oude Veerweg; tracé onder weggetje en tracé door weiland. Beiden vallen onder variant Midden. Dit betekent dat het na onderzoek en afweging in de NRD voorgestelde kabeltracé en de locatie voor het converterstation, daarmee automatisch het zogenaamde Voorkeursalternatief (VKA) is dat in het MER onderzocht is. Onderstaand gaan we per projectonderdeel in op de afwegingen.
Tracé op zee Met de informatie verkregen uit de VAWOZ en thematische analyse47 is er in de NRD-fase gestart met drie mogelijke tracéopties vanuit het zuidelijke deel van windenergiegebied Nederwiek. Deze drie tracéopties vallen allen buiten het gemeentelijk ingedeeld gebied en daarmee buiten de reikwijdte van dit inpassingsplan. Daarom wordt hier niet verder op ingegaan. Tracé in het Veerse Meer Op basis van de integrale effectenanalyse (IEA) van Net op zee IJmuiden Ver Alpha is het kabeltracé van Net op zee IJmuiden Ver Alpha naar Borssele via het Veerse Meer (BSL-2) als voorkeursalternatief (VKA) gekozen. In het milieueffectrapport (MER) Net op zee IJmuiden Ver Alpha zijn de milieueffecten in detail bepaald en is tevens een Passende Beoordeling opgesteld. Uit dit MER volgt dat aanleg en gebruik van het kabeltracé in het Veerse Meer niet tot significante of wezenlijke milieueffecten leiden. Er is voldoende ruimte in het Veerse Meer om een tweede kabeltracé parallel aan de oostzijde van Net op zee IJmuiden Ver Alpha te leggen met een onderlinge afstand van circa 50 meter. Behalve bij het in- en uittredepunt van het Veerse Meer aan de noord- en zuidzijde van het meer: daar is de onderlinge afstand tussen de kabels mogelijk kleiner dan 50 meter om aan land te komen.
Bij de beide andere tracéopties (over land parallel aan het Veerse Meer en door de Westerschelde) waren teveel effecten op de omgeving, te beperkte ruimte en/of teveel risico’s, waardoor deze niet kansrijk geacht werden. Tracé op land Het kabeltracé op land is onder te verdelen in twee gebieden; de aanlanding vanuit zee ter hoogte van de Veerse Gatdam en het tracé ten zuiden van het Veerse Meer. Kruising Veerse Gatdam In MER fase 1 van Net op zee IJmuiden Ver Alpha zijn voor het passeren van de Veerse Gatdam door middel van een boring twee mogelijkheden onderzocht: een midden en oostelijke kruising van de Veerse Gatdam. Een westelijke kruising van de Veerse Gatdam viel af vanwege bebouwing, recreatie aan beide 47 Om een goede afweging te kunnen maken voor individuele verbindingen uit de nieuwe windenergiegebieden in het Programma Noordzee is er na VAWOZ voor acht verbindingen (waaronder Nederwiek 1) gezamenlijk een verdiepend onderzoek gedaan voor ecologie, scheepvaart en toekomstvastheid op zee. Dit verdiepend onderzoek heet de ‘thematische analyse’ en is als bijlage bijgevoegd bij de NRD van Net op zee Nederwiek 1. Pagina 47 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
zijden van de dam, een bredere beschermingszone van de keringen in het beheer van waterschap Scheldestromen en een smal strand aan de binnenzijde van de dam. Er is gekozen voor de oostelijke kruising van de Veerse Gatdam omdat deze technisch minder complex is, goedkoper is en geen invloed heeft op de stabiliteit van de dam. Hiermee is de voorkeur van Rijkswaterstaat (RWS) gevolgd. Door goed overleg met de betrokken partijen en een planning van de werkzaamheden die rekening houdt met diverse seizoenen (storm-, recreatie-en broedseizoen) kunnen effecten op natuur en recreatie beperkt worden. Bij de oostelijke kruising is nog voldoende ruimte voor een aanvullende parallelle kruising ten behoeve van Net op zee Nederwiek 1 (zie ook figuur 2.4 uit hoofdstuk 2).
Tracé ten zuiden van het Veerse Meer In MER fase 1 van Net op zee IJmuiden Ver Alpha zijn ten zuiden van het Veerse Meer drie tracévarianten op land onderzocht (zie figuur 4.3). Uit de IEA Net op zee IJmuiden Ver Alpha blijkt dat het landtracé variant Midden technisch het beste wordt beoordeeld ten opzichte van landtracé varianten West en Oost vanwege weinig kruisingen met waterkeringen en watergangen en vanwege de kortste lengte tussen uittredepunt en N254. De kosten van landtracé variant Midden zijn hierdoor het laagst. Daarnaast wordt het minste aantal woningen gepasseerd en gaat het om het minste aantal landeigenaren. Met een keuze voor landtracé variant Midden wordt het Zeeuwse regio-advies voor IJmuiden Ver Alpha gevolgd. Voor het kabeltracé van Nederwiek 1 wordt zoveel mogelijk hierop aangesloten. In onderstaande tekst wordt nader ingegaan op de verschillende deeltracés ten zuiden van het Veerse Meer.
Pagina 48 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 4.3. Tracévarianten uit MER fase 1 Net op zee IJmuiden Ver Alpha
Pagina 49 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Het tracé ten zuiden van het Veerse Meer kan in drie deeltracés opgesplitst worden (zie figuur 4.4). Onderstaand wordt per deeltraject ingegaan op de verschillende keuzes.
Figuur 4.4. Deeltrajecten ten zuiden van het Veerse Meer
Pagina 50 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
In het deeltraject aanlanding tot A58 is gekozen voor een oostelijk uittredepunt van het Veerse Meer, omdat hier geen regionale waterkering ligt en deze beter aansluit op de variant Midden. Aan de noordoostzijde van het oostelijke uittredepunt dat gekozen is voor het Net op zee IJmuiden Ver Alpha, is nog voldoende ruimte tussen Net op zee IJmuiden Ver Alpha en de daar dichtbijgelegen bomenrij om een nieuwe aanlanding voor Net op zee Nederwiek 1 te realiseren (zie figuur 4.5).
Figuur 4.5. Uittredepunten Netten op zee IJmuiden Ver Alpha en Nederwiek 1
Pagina 51 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Voor het deeltraject A58 tot Oude Veerweg zijn nog een tweetal varianten onderzocht in het MER van Net op zee Nederwiek 1 (zie figuur 4.6), namelijk: 1. Eén tracévariant ten oosten van Zeedijk van de Jacobapolder onder de onverharde weg van het waterschap door. 2. Eén tracévariant ten oosten van Zeedijk van de Jacobapolder parallel aan de perceelgrenzen van agrarische gronden. Er is gekozen voor de variant ‘tracé onder weggetje’. Hierbij is minder bemaling nodig voor de uitvoering van de werkzaamheden. Ook houdt deze variant meer rekening met de wensen van de landeigenaren.
Figuur 4.6. Tracévarianten ten zuiden van de A58
In het deeltraject Oude Veerweg tot converterstation bevindt zich de Sloekreek. Voor Net op zee IJmuiden Ver Alpha zijn hier drie varianten onderzocht, namelijk: Sloekreek West, Sloekreek Oost Dijk en Sloekreek Oost Polder (zie figuur 4.7). Voor Net op zee IJmuiden Ver Alpha is de keuze gemaakt voor variant Sloekreek West. De keuze is gebaseerd op de onderzoeken naar (milieu)effecten, toekomstvastheid en omgevingsbelangen. Ook is overleg gevoerd met provincie Zeeland, waterschap Scheldestromen en gemeente Borsele.48
48 Zie voor een nadere onderbouwing van de keuze het inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Pagina 52 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 4.7. Varianten Sloekreek MER fase 2 Net op zee IJmuiden Ver Alpha
Het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 kan ten westen van de Sloekreek niet naast het kabeltracé van Net op zee IJmuiden Ver Alpha liggen vanwege een thermisch knelpunt in de kabelverbinding en te beperkte ruimte. Het installeren van de kabel in of onder de Sloekreek is wel onderzocht, maar bleek technisch onzeker en leidt tot gelijke of grotere milieueffecten. Ten oosten van de Sloekreek zijn wel mogelijkheden voor de ligging van het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 op land, namelijk de tracévarianten Sloekreek Oost Dijk en Sloekreek Oost Polder (zie figuur 4.8). Beide varianten zijn opgenomen in de concept NRD van Net op zee Nederwiek 1. In de vastgestelde NRD is na overleg tussen een aantal partijen gekozen voor tracévariant Sloekreek Oost Dijk. De grondeigenaren in dit gebied zijn voorstander van Sloekreek Oost Dijk. Het uitgangspunt is namelijk dat er dan geen bemaling hoeft plaats te vinden op hun gronden waar zich ook zoetwatervoorkomens bevinden. De dijk naast de Sloekreek (ookwel genaamd de Zeedijk van de Jacobapolder) heeft momenteel geen status als waterkering. De dijk heeft wel natuur- en cultuurhistorische waarden. Vanuit mogelijke veranderingen in waterveiligheid, door klimaatverandering, is volgens waterschap Scheldestromen niet uit te sluiten dat de voormalige zeedijk in de toekomst een waterkerende functie krijgt.
Het Ministerie van EZK, Waterschap Scheldestromen en de Provincie Zeeland zijn overeengekomen om een aanvullend onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden om kabels in de Zeedijk van de Jacobapolder te leggen vanuit het oogpunt van een toekomstige waterkerende functie. Uit dit onderzoek is gebleken dat de ligging van het kabeltracé door de voormalige zeedijk geen nadelige gevolgen heeft voor de faalkans van de dijk en geen belemmering vormt voor eventuele toekomstige dijkversterkingsmaatregelen. Aangezien tevens het Pagina 53 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
uitgangspunt is dat bij de uitvoering van de kabels door de dijk geen bemaling nodig is, is gekozen om enkel de tracévariant Sloekreek Oost Dijk verder te onderzoeken in het MER voor Nederwiek 1. Daarbij zal bij het niet afgetopte gedeelte van de dijk de kabel door middel van een boring worden aangelegd, om de natuur- en cultuurhistorische waarden van de dijk zoveel als mogelijk te ontzien.
Figuur 4.8. Tracévarianten ter hoogte van Sloekreek
Vervolgens loopt het kabeltracé na de boring onder de N254 in de aangewezen kabel- en leidingenstrook. Hier is nog ruimte voor een kabeltracé parallel aan Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Vanuit de kabel- en leidingenstrook wordt het kabeltracé aangelegd door middel van een boring naar het converterstation aan de Liechtensteinweg. Converterstation In de IEA van Net op zee IJmuiden Ver Alpha zijn drie converterstationslocaties onderzocht. Hieruit zijn twee geschikte locaties gebleken, waarvan er één gekozen is voor Net op zee IJmuiden Ver Alpha (Belgiëweg A). Op de andere locatie aan de Belgiëweg is onvoldoende ruimte beschikbaar voor het standaardontwerp voor een 2 GW-converterstation. Daarom is voor Nederwiek 1 gekozen voor een converterstationslocatie binnen het zoekgebied aan de Liechtensteinweg. Ook in de afwegingsnotitie voor de VAWOZ 2030 wordt geconcludeerd dat op de locatie Liechtensteinweg ruimte is voor één of twee converterstations. Voor het bepalen van de meest geschikte converterstationslocatie binnen het zoekgebied aan de Liechtensteinweg is gekeken naar mogelijke toekomstige ontwikkelingen die binnen het zoekgebied kunnen plaatsvinden. Daarnaast is overleg gevoerd met de terreinbeheerder en met de grondeigenaar over de meest geschikte locatie van het Pagina 54 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
converterstation binnen het zoekgebied. Dit tezamen heeft ertoe geleid dat in de MER-fase één locatie van het converterstation in het noorden van het zoekgebied wordt onderzocht. Met deze keuze blijven andere toekomstige ontwikkelingen mogelijk. De keuze voor een andere locatie binnen het zoekgebied van het converterstation zou andere toekomstige ontwikkelingen complexer of onmogelijk maken.
Figuur 4.9. Converterstationslocatie Nederwiek 1
Pagina 55 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
4.3.4
Keuze voorkeursalternatief (VKA) Op 15 december 2022 heeft de minister voor Klimaat en Energie het voorkeursalternatief gekozen (zie figuur 4.10). Dit is vastgelegd in het voorbereidingsbesluit van 16 december 2022. De minister heeft zijn keuze gebaseerd op de NRD en het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage. Het VKA loopt grotendeels parallel aan het gepubliceerde VKA van het Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Het landtracé van Net op zee Nederwiek 1 ziet er als volgt uit: • Een oostelijke boring bij de Veerse Gatdam. • Een oostelijk uittredepunt ten zuiden van het Veerse Meer. • Tracévariant ‘onder het weggetje’ aan de oostzijde van de Zeedijk van de Jacobapolder tussen de A58 en de Oude Veerweg. • Gedeeltelijk een boring en open ontgraving door de dijk ten oosten van de Sloekreek. • Een kabeltracé in de kabel- en leidingstrook tot aan het converterstation aan de Liechtensteinweg.
Figuur 4.10. VKA Net op zee Nederwiek 1
Pagina 56 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
5
Onderzoek Milieu en Waarden
5.1
Inleiding Voorafgaand aan het opstellen van het MER is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vastgesteld. In de NRD is aangegeven welke milieuaspecten in het MER worden onderzocht en is een analyse gedaan van verschillende tracéopties voor de thema’s milieu, kosten, techniek, omgeving en toekomstvastheid. De NRD-fase is benut om te onderzoeken welke onderscheidende, reële tracéopties mogelijk zijn voor Nederwiek 1. Na de vaststelling van de NRD is de gekozen tracéoptie uitgebreid onderzocht in het milieueffectrapport (MER). Het project voorziet – voor zover opgenomen in dit inpassingsplan - in de aanleg van ondergrondse gelijkstroom- en wisselstroomkabels en een converterstation op de locatie Liechtensteinweg te Nieuwdorp. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de milieueffecten van het project. Deze effecten worden getoetst aan de sectorale wet- en regelgeving tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase. Per milieuaspect wordt een beschrijving gegeven van het toetsingskader, de effecten van het project op basis van de resultaten van de diverse onderzoeken en de conclusie. Per aspect wordt beschreven of en op welke wijze een vertaling naar de regeling heeft plaatsgevonden. Voor een gedetailleerde beschrijving van het onderzoek naar de milieueffecten van het Net op zee Nederwiek 1 wordt verwezen naar het MER (bijlage 1 en 2).
Het inpassingsplan heeft betrekking op het deel van het project dat in het gemeentelijk ingedeeld gebied is gelegen. Dit betreft het kabeltracé tot circa 7 kilometer uit de kust, het kabeltracé in het Veerse Meer, het kabeltracé op land en de realisatie van het converterstation Liechtensteinweg. Het gedeelte op zee buiten het gemeentelijk ingedeeld gebied is in het MER onderzocht en wordt geborgd via de Watervergunning: dit is geen onderdeel van dit inpassingsplan. De reikwijdte van het MER is breder, dit omvat ook de effecten op zee (inclusief het platform). Aangezien het tracé vrij lang is, is ten behoeve van de leesbaarheid in de paragrafen indien nodig onderscheid gemaakt tussen de verschillende tracédelen. Voor het beoordelen van de effecten die optreden wordt onderscheid gemaakt tussen het tracé op zee en door het Veerse Meer, en het tracé op land. Het tracé op land wordt indien nodig verder onderscheiden in de deelgebieden ‘kruising Veerse Gatdam’, ‘ten zuiden van het Veerse Meer’ en ‘converterstation’ .
5.2
Natura 2000
5.2.1
Toetsingskader De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een inpassingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Pagina 57 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Een ruimtelijk plan dat ingevolge artikel 2.7, eerste lid, jo. artikel 2.8 van de Wnb significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een Passende Beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Projecten en activiteiten die mogelijk een significant effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb vergunningplichtig. De provincie is in principe het bevoegd gezag voor de toetsing van activiteiten met mogelijke significante effecten voor Natura 2000-gebieden. Echter bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid - zoals het onderhavige project (op grond van artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a, sub 6, van het Besluit natuurbescherming) - blijft het Rijk bevoegd gezag.
Voor het project Nederwiek 1 is is een Passende Beoordeling opgesteld met daarin een ecologische beoordeling stikstof. In de Passende Beoordeling wordt beoordeeld welke effecten kunnen optreden voor Natura 2000-gebieden en op het behalen van de doelstellingen voor deze gebieden. 5.2.2
Effecten In het MER en de Passende Beoordeling zijn de effecten van het project op Natura 2000-gebieden onderzocht. Voor de Natura 2000-gebieden gelden voor de natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen instandhoudingsdoelstellingen. Effecten op deze zogenoemde kwalificerende natuurwaarden zijn niet zonder meer toegestaan, zeker niet als het halen van de instandhoudingsdoelstellingen belemmerd wordt. Wanneer specifieke gevolgen op instandhoudingsdoelstellingen niet te voorkomen zijn, dient hiervoor op grond van de Wet natuurbescherming een procedure voor doorlopen te worden. Het is niet op voorhand uit te sluiten dat de aanleg en het gebruik van Net op zee Nederwiek 1 de natuurlijke kenmerken van Natura 2000- gebied, al dan niet tijdelijk, kunnen aantasten of (negatieve) effecten kunnen hebben op beschermde natuurwaarden. Het tracé doorkruist de Natura 2000-gebieden Voordelta en het Veerse Meer. Daarnaast kan verstoring optreden tijdens werkzaamheden in gebieden die gebruikt worden door soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn gesteld in Natura 2000-gebieden. Om te beoordelen welke effecten kunnen optreden voor Natura 2000-gebieden en op het behalen van de doelstellingen voor deze gebieden, is voor dit project een Passende Beoordeling opgesteld.
De voorgenomen activiteiten om Nederwiek 1 te realiseren, brengen een aantal gevolgen met zich mee die in potentie een effect kunnen hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Deze gevolgen zijn: • Vertroebeling, als gevolg van sediment dat in suspensie komt door de aanlegwerkzaamheden. • Sedimentatie, als gevolg van het neerslaan van geresuspendeerd sediment. • Verstoring onderwater:
Pagina 58 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
• • • • • • •
o Door continu onderwatergeluid. Als gevolg van het gebruik van scheepsmotoren en andere werktuigen aan boord; Bovenwaterverstoring, als gevolg van geluid, licht en visuele verstoring door de werkzaamheden op zee en land. Habitataantasting, als gevolg van mechanische effecten op zee en land. Elektromagnetische velden, als gevolg van het gebruik van het kabeltracé op zee en land. Verontreiniging, als gevolg van de resuspensie van eventueel aanwezige bodemverontreiniging. Warmteontwikkeling in zee, als gevolg van de hitte die opgewekt wordt in de kabel tijdens de gebruiksfase. Verdroging op land, als gevolg van bronbemaling of doorboring van een ondoorlatende laag in de bodem. Verzuring en vermesting, als gevolg van de uitstoot (emissie) van vervuilende gassen tijdens de werkzaamheden.
In de Passende Beoordeling is voor alle gevolgen van de activiteiten toegelicht hoever het gevolg reikt. Vervolgens is beschreven in hoeverre door het gevolg een negatief effect optreedt en wordt getoetst of er sprake is van een significant effect op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura 2000-gebied. Voor een gedetailleerde beschrijving van de effecten wordt verwezen naar bijlage 4 (Passende Beoordeling) en bijlage 5 (natuuronderzoeken). In deze paragraaf worden per tracédeel de belangrijkste effecten beschreven. Het tracé doorkruist de Natura 2000-gebieden Voordelta en Veerse Meer. In de omgeving van het tracé zijn de Natura 2000-gebieden Manteling van Walcheren en Oosterschelde gelegen. Op onderstaande afbeelding (uitsnede uit de Passende Beoordeling) zijn de habitattypen en de ligging van het studiegebied weergegeven.
Pagina 59 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 5.1. Ligging studiegebied ten opzichte van omliggende Natura 2000 –gebieden (bovenste: op zee, onderste: in het Veerse Meer) (bron: Passende Beoordeling, bijlage 4)
Op zee Voor de kust kruist het tracé het Natura 2000-gebied Voordelta. De effecten die mogelijk optreden in dit gebied zijn vertroebeling, habitataantasting, verstoring onder water (door onderwatergeluid), verstoring boven water door geluid, beweging en licht en elektromagenetische velden. Vertroebeling Bij het bepalen van de effecten van vertroebeling is de worst-case situatie in de aanlegfase als uitgangspunt genomen.
Pagina 60 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
De vertroebeling treedt op in het gebied rondom de werkzaamheden, het effect is tijdelijk van aard. In de korte tijd van de vertroebeling is er voor trekvissen voldoende mogelijkheid voor het aanpssen van de route. Voor trekvissen geldt dat door de vertroebeling geen ‘blokkade’ optreedt van de routes die worden gevolgd. Er zullen nagenoeg geen effecten zijn op trekvissen. Voor zichtjagende vogels geldt dat zij tijdelijk en lokaal een effect door de vertroebeling kunnen ondervinden. De slibwolk dunt snel uit, er is ruim voldoende alternatief foerageergebied beschikbaar. Bodemdieren (filterfeeders) hebben in verschillende mate het vermogen zich aan te passen aan de tijdelijke en lokale verhoging van de slibconcentraties. Voor de meeste soorten treedt er geen effect op. De soorten die zich minder goed kunnen aanpassen, zoals kokkels, mosselen en zwaardschede, zullen op een relatief beperkt areaal effect ondervinden. Habitataantasting Voor het begraven van het kabelsysteem moet het zeebed langs de hele kabelroute worden losgewoeld en lokaal ook door middel van baggeren worden uitgegraven. Om de kabel in te graven wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken: voor trenchen zal een strook met een reikwijdte van minder dan 1 meter de bodem roeren, bij baggeren (pre-sweepen) geldt een worst-case reikwijdte van 25 meter.
Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt binnen de corridor die voor de kabel wordt gereserveerd (breedte 1.500 meter) de natuurlijke, migrerende diepe geul in de bodem gevolgd. Binnen de Voordelta reikt de corridor voor het kabeltracé niet over het bodembeschermingsgebied. Enkel de onderhoudszone van het tracé overlapt met een klein deel van het bodembeschermingsgebied. Dit deel van het bodembeschermingsgebied ligt buiten het gemeentelijk ingedeeld gebied en daarmee ook buiten het plangebied van dit inpassingsplan. Bij de aanleg van de kabel kan er maximaal 0, 05% van het totale bodembeschermingsgebied worden aangetast, waarna de zeebodem snel herstelt. Habitataantasting door Net op zee Nederwiek 1 is eenmalig en na de aanleg kan de bodem zich herstellen. Het effect van habitataantasting is tijdelijk en het kabeltracé loopt niet door een locatie met een hoge dichtheid aan bodemfauna. Uitgaande van een aantasting van het gedeelte van het tracé door de Voordelta over een strook van 25 meter reikwijdte kan in de Voordelta habitataantasting plaatsvinden van maximaal 0,2% (circa 115ha) van het habitattype permanent overstroomde zandbanken (H1110B) en maximaal < 0,05% (<1 ha) van het habitattype slik- en zandplaten (H1140B). Dit is een beperkt deel van het totale areaalvan deze habitattypes in de Voordelta (respectievelijk circa 81.300 en 2.000 ha).