063. Bijlage 1. Regels en toelichting voorontwerp-inpassingsplan
Tekst van het document
Conclusie en planologische regeling Er is sprake van negatieve effecten op het NNZ door ruimtebeslag (kwalitatief), verstoring en door mechanische effecten. Bij de passage van de Veerse Gatdam treedt op 0,4 hectare ruimtebeslag op, op het natuurbeheertype Haagbeuken- en essenbos. Voor deze aantasting worden compenserende maatregelen uitgewerkt. De overige effecten treden op ten zuiden van het Veerse Meer. Met de uitwerking van passende maatregelen (werkterrein zo klein en efficient mogelijk, grondroering zo beperkt mogelijk en zoveel als mogelijk toepassen van retourbemaling om verdroging te beperken )en planning van de werkzaamheden (buiten het broedseizoen) kan voldaan worden aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de uitvoering van de beschermende maatregelen te borgen en de natuurbelangen te beschermen. Deze maatregelen zijn beschreven in het landschapsplan, dat als bijlage bij de regels is opgenomen (NB dit landschapsplan wordt bij het ontwerp inpassingsplan bijgevoegd). Dit landschapsplan omvat ook mitigatie en compensatie. Het inpassingsplan is daarom op dit aspect uitvoerbaar binnen de wettelijke kaders.
5.5
Landschap, cultuurhistorie en aardkunde
5.5.1
Toetsingskader Het rijksbeleid met betrekking tot landschap en cultuurhistorie is opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, zie paragraaf 2.5 en 4.2.4). Hierin staat vermeld dat de unieke cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van onze Nederlandse landschappen bij ontwikkelingen in het landelijk gebied behouden en versterkt worden (nationaal belang 19). Relevant voor de ontwikkelingen aan de kust en op zee zijn het behouden van de openheid. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in een plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het Pagina 80 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat voorts de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De provincie Zeeland beschermt het Zeeuwse landschap door gebieden aan te wijzen als beschermd landschap of cultuurhistorisch erfgoed. Hiermee wordt het eigen karakter van de verschillende Zeeuwse landschappen herkenbaar gehouden. Ingrepen aan het landschap, zoals het afgraven van dijken of egaliseren van kreken, zijn niet zonder vergunning mogelijk. Bij ruimtelijke ontwikkelingen of plannen wordt gestreefd naar de bescherming van het landschap, met ruimte voor de gewenste ontwikkeling. 5.5.2
Effecten Voor Net op zee Nederwiek 1 wordt – net als voor Net op zee IJmuiden Ver Alpha – een landschapsplan opgesteld. Dit landschapsplan wordt afgestemd met de betrokken partijen en wordt te zijner tijd bij de regels van het ontwerp inpassingsplan gevoegd.
Niet alle projectonderdelen zijn van invloed op specifieke landschappelijke, cultuurhistorische en/of aardkundige waarden. Onderstaand is alleen de effectbeoordeling weergegeven voor zover deze relevant is voor een projectonderdeel binnen het inpassingsplangebied. Ingegaan wordt op de volgende aspecten: Invloed op samenhang tussen specifieke elementen en hun context Invloed op zichtbaarheid en beleving Gebiedskarakteristiek Aardkundige waarden Invloed op samenhang tussen specifieke elementen en hun context De kruising met de Veerse Gatdam vindt plaats aan de oostzijde van de dam via het voormalig buitendijkse gebied de Schotsman/Ruiterplaat. Het gebied bestaat uit bos en struweelopslag met wilg en duindoorn. In het Natuurbeheerplan Zeeland 2022 heeft het bos het natuurbeheertype N14.02 Haagbeuken- en essenbos. Dit natuurbeheertype komt op de locatie (nog) niet voor. De dominerende begroeiing bestaat uit duindoorn en boswilg.
Pagina 81 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 5.5 Werkterrein booropstelling kruising Veerse Gatdam
Aan de zeezijde van de Veerse Gatdam moet een tijdelijk werkterrein worden ingericht. Hier moet droog gewerkt kunnen worden, daarom wordt een constructie gebouwd bestaande uit een zandophoging, damwandconstructie rondom de ophoging met daarachter geotubes (textiele zakken die gevuld worden met zand om zo de juiste tegendruk aan de damwand te geven en uitspoeling te voorkomen). Om het werkterrein te kunnen bereiken wordt een tijdelijke werkweg aangelegd. Aan de noordzijde van de Veerse Gatdam hoeven geen beplantingen of bosschages te worden verwijderd. Er is ook ruimte nodig aan de zuidzijde van de Veerse Gatdam om de kabel in te kunnen trekken en de boring uit te kunnen voeren. Ten zuiden van de Veerse Gatdam wordt derhalve ook een werkterrein ingericht (zie figuur 5.5). De booropstelling ten zuiden van de Veerse Gatdam bevindt zich in het natuurgebied De Schotsman. Ten behoeve van deze werkruimte zal een deel van de opgaande beplanting (boswilg (Salix caprea) en duindoorn (Hippophae rhamnoides)) moeten worden verwijderd. Deze soorten zijn ondiep wortelend: dit betekent dat beide soorten na afloop van de werkzaamheden terug kunnen worden geplant op zowel het kabeltracé als de werkterreinen. Hergroei van de beplanting duurt jaren, maar na verloop van tijd is het effect van de kap hersteld.
Na de aanlanding aan de zuidzijde van het Veerse Meer wordt het tracé deels door middel van een open ontgraving aangelegd, en deels wordt het tracé met een gestuurde boring gerealiseerd. Om bestaande wegen en watergangen te kruisen, Pagina 82 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
wordt gewerkt met een gestuurde boring. Op de navolgende afbeelding is dit weergegeven.
Figuur 5.6 deeltrajecten vanaf aanlanding tot converterstationlocatie
Deeltraject 1 loopt vanuit het Veerse Meer, ter hoogte van het kreekrestant De Piet, parallel aan de Muidenweg richting de A58. Wegen, watergangen en de Sloedam worden met een gestuurde boring gekruist. Voor de delen die met een open ontgraving worden aangelegd, is geen bomenkap noodzakelijk. Deeltraject 2 betreft het gedeelte van het tracé vanaf het kruisen van de rijksweg A58 tot de Oude Veerweg. Dit gedeelte van het tracé loopt ten oosten van de Zeedijk van de Jacobapolder onder de onverharde weg door. Hierbij worden de bunkers van de Atlantikwall (bunkers in de dijk, onderdeel van Stutzpunkt Scharnhorst III) en bomen ontzien, zodat er geen effect is op de invloed op de samenhang tussen specifieke elementen en hun context. Deeltraject 3 loopt vanaf de Oude Veerweg, aan de oostzijde van de Sloekreek onder de zeedijk van de Jacobapolder richting de N254 en verder naar het converterstation. De Zeedijk van de Jacobapolder is aangelegd bij de bedijking van de schorren langs de oostzijde van het Sloe. De dijk is kenmerkend voor de opbouw van het zeekleilandschap van Zuidwest-Nederland en aangewezen als cultuurhistorisch element van hoge waarden (van provinciaal belang). De kreekrestanten zijn opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart als element van hoge waarde. Vanaf de kruising met de Oude Veerweg (gestuurde boring) gaat het tracé van Nederwiek 1 door de dijk.
Pagina 83 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Het kabeltracé wordt geheel onder de Zeedijk van de Jacobapolder gelegd. De kabels worden gedeeltelijk aangelegd door middel van een open ontgraving en gedeeltelijk door middel van een gestuurde boring. Om de kabels aan te kunnen leggen middels open ontgraving wordt een deel van de dijk afgegraven. De open ontgraving vindt plaats daar waar de kruin van de historische dijk in het verleden reeds is afgegraven. Na het afronden van de werkzaamheden wordt het profiel van de dijk weer hersteld. Dit deel van de dijk van de Jacobapolder is reeds gedeeltelijk verstoord; het huidige dijkprofiel wordt na de aanleg van de kabel weer hersteld. Het zuidelijke deel van de dijk is nog geheel intact. Hier wordt het kabeltracé aangelegd door middel van een gestuurde boring onder de dijk door, zodat het intacte deel van de dijk niet hoeft te worden afgegraven. Op deze wijze wordt de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de Zeedijk van de Jacobapolder geborgd. Het kabeltracé wordt verder onder de N254 doorgeboord. Vervolgens loopt het kabeltracé parallel aan de Europaweg. Door middel van een boring onder de Europaweg en Liechtensteinweg wordt het kabeltracé naar het converterstation geleid. Lokaal worden, indien dit voor werkwegen en tijdelijke werkterreinen noodzakelijk is, individuele bomen en opgaande beplantingen verwijderd.
Na afronding van de werkzaamheden kan op deze locaties terugplant plaatsvinden. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden wordt de aantasting zoveel als redelijkerwijs mogelijk beperkt. De locaties van de gestuurde boringen zijn planologisch vastgelegd in de regels bij dit inpassingsplan. Invloed op zichtbaarheid en beleving Omdat het tracé ondergronds gerealiseerd zal worden, is alleen het converterstation mogelijk van invloed op de zichtbaarheid en beleving. De locatie van het converterstation ligt op het industrieel complex van het Zeehaven- en Industrieterrein Sloe. Het converterstation sluit aan bij het industriële karakter van het gebied en de bestaande bebouwing.
Pagina 84 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 5.7 Zeehaven en Industriegebied Sloe – Zichtbaarheid en beleving
Vanwege de opgaande beplantingen rondom het industrieterrein, langs de N254 ten oosten en ’t Sloe ten zuiden van de locatie, is de zichtbaarheid van het converterstation vanuit de omgeving en de omliggende dorpen zeer beperkt. Het converterstation wordt beleefd als onderdeel van het industriële complex van het Zeehaven- en Industrieterrein Sloe. Vanuit beleving valt het converterstation niet op in de context van de hoog opgaande elementen zoals industriële installaties, windturbines en de bovengrondse hoogspanningsverbindingen rond het gebied. Van dichtbij sluit het converterstation aan bij het karakter van het Zeehaven- en Industriegebied Sloe. Vanwege de opgaande beplantingen is de zichtbaarheid van het converterstation vanuit de omgeving en de omliggende dorpen beperkt. Gebiedskarakteristiek Omdat het tracé ondergronds gerealiseerd zal worden, is de gebiedskarakteristiek alleen relevant voor de converterstationslocatie. Deze ligt op het industrieel complex van het Zeehaven- en Industriegebied Sloe ten noorden van de Westerschelde. Het gebied behoort tot de recente inpoldering van het voormalige Sloe. De locatie vormt onderdeel van het industriegebied en sluit aan bij het industriële karakter van het gebied.
Pagina 85 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 5.8 Zeehaven en Industriegebied Sloe - Gebiedskarakteristiek
Aardkundige waarden Voor de kruising van de Veerse Gatdam worden drie boringen aangelegd voor Nederwiek 1. De glasvezelkabel van Net op zee Nederwiek 1 wordt door de mantelbuis gelegd waar ook de glasvezelkabel van IJmuiden Ver Alpha doorheen gaat. Ter hoogte van de Veerse Gatdam is de Voordelta aangewezen als aardkundig waardevol gebied van nationaal belang. Het Veerse Meer is ook aangewezen als aardkundig waardevol gebied van nationaal belang. De werkterreinen op land liggen buiten de begrenzing van aardkundig waardevolle gebieden. Het kabeltracé gaat door de diepere delen van het Veerse Meer (voormalige geulen) en daarmee niet door de slikken en platen die als waardevolle aardkundige elementen zijn aangemerkt. Hier zijn geen effecten te verwachten op aardkundige waarden. Ten zuiden van het Veerse Meer zijn geen gebieden met de status aardkundig waardevol gebied aanwezig. Tussen de A58 en de Oude Veerweg en ten zuiden van de Oude Veerweg en de Jacobpolder liggen de waardevolle restanten van de Sloekreek in de vorm van open water. Deze restanten hebben geen status als aardkundig waardevol gebied, maar zijn wel opgenomen als kreek op de Signaleringskaart aardkundige waarden en hebben een zeer hoge waardering als cultuurhistorisch monument.
Ten zuiden van de Oude Veerweg liggen ook kreekrestanten van het voormalige Sloe in de ondergrond, die zijn opgenomen in de aardkundige signaleringskaart. Door de gedeeltelijke open ontgraving worden het reliëf en de kenmerkende bodemopbouw van de kreekrestanten plaatselijk aangetast.
Pagina 86 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 5.9 Veerse Meer - Aardkundige waarden
De Westerschelde is aangewezen als aardkundig waardevol gebied van internationaal belang. Het converterstation ligt buiten de begrenzing van het aardkundig waardevol gebied op een landvorm met antropogene (menselijke) oorsprong (opgehoogd bedrijventerrein). Hier zijn geen effecten te verwachten op de aardkundige waarden. 5.5.3
Conclusie en planologische regeling Over het algemeen worden er geen negatieve effecten verwacht op landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden. Op twee locaties zijn negatieve effecten te verwachten. Aan de zuidzijde van de Veerse Gatdam wordt de aanwezige beplanting aangetast. Bij de passage van de Sloekreek wordt de verbinding deels met een open ontgraving aangelegd. Aantasting van de aardkundige waarden van het kreekrestant van de Sloekreek wordt hierbij zoveel als mogelijk voorkomen. Er wordt een landschapsplan opgesteld voor het gehele project. Dit landschapsplan beschrijft welke maatregelen er worden genomen na het afronden van de werkzaamheden en hoe eventuele negatieve effecten op bomen en opgaande beplantingen worden gecompenseerd. Dit landschapsplan is geborgd in de planregels van dit inpassingsplan. De gemeente Borsele en de provincie Zeeland zijn in een separaat proces met TenneT, het ministerie van EZK en andere belanghebbenden in gesprek over extra maatregelen in een regionaal Pagina 87 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
compensatieplan met project overstijgende benadering. Dit is een separaat traject, dat los staat van het onderhavige inpassingsplan. Voor landschap, cultuurhistorie en aardkunde geldt dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening.
5.6
Bodem en water
5.6.1
Toetsingskader Bodem In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Water Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Deze Waterparagraaf is opgesteld met in acht name van de Keur van Waterschap Scheldestromen.
5.6.2
Effecten Op zee en Veerse Meer De hoogspanningskabels worden ingegraven over de hele lengte van het tracé op zee. Slechts een beperkt deel van het tracé op zee maakt onderdeel uit van dit inpassingsplan. Voor de aanleg zijn verschillende technieken beschikbaar. De inzet van de technieken wordt mede bepaald door de aard van de zeebodem en de begraafdiepte van de kabelsystemen. Voor de begraafdiepte wordt de aanname gehanteerd dat deze direct samenhangt met de dynamiek van de zeebodem, waarbij een grote dynamiek een grotere begraafdiepte vereist. De noodzaak tot het uitvoeren van onderhoud van de kabels wordt mede bepaald door de dynamiek van de zeebodem en de begraafdiepte. Door de kabels voldoende diep onder het nietmobiele zeebed te begraven wordt de noodzaak tot het uitvoeren van onderhoud geminimaliseerd. Bij het ingraven wordt de zeebodem verstoord en kan een deel van het in de bodem aanwezige slib in de waterkolom vrijkomen, waardoor daar vertroebeling optreedt. De effecten van vertroebeling zijn toegelicht in de paragraaf Natuur. In de Voordelta wordt de natuurlijke geul in de zeebodem gevolgd. In het gebied zijn slibrijke afzettingen en veen aanwezig. Door de dynamiek van de zeebodem migreert de geul, zodat voor het onderzoek een brede corridor van 1.500 meter is aangehouden.
Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt het diepste punt van de natuurlijke geul aangehouden. Dit heeft als voordeel dat er minder werkzaamheden die de zeebodem omwoelen noodzakelijk zijn. Dit beperkt de effecten van vertroebeling en sedimentatie op zee. Na afronding van de werkzaamheden kan de breedte van de corridor ten behoeve van het beheer en Pagina 88 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
onderhoud worden teruggebracht naar 1.000 meter.52 Door de kabel in de natuurlijke geul te leggen, neemt de gronddekking van de kabel door de dynamiek in het gebied toe. Dit is gunstig voor een ongestoorde ligging. Tijdens de aanleg van de kabelverbinding is sprake van een tijdelijk effect op de dynamiek van de Voordelta. Na afronding van de werkzaamheden zal dit zich weer herstellen. Indien de kabels worden aangelegd in een slibrijke afzetting, kan de kabel de warmte niet genoeg kwijt in de directe omgeving. Bij de aanleg worden deze pakketten dan vervangen door zandpakketten, om een ongestoorde ligging van de kabel te borgen. Bij het vervangen van de slibrijke afzetting en veen door zand treedt extra vertroebeling op, en daarmee ook sedimentatie van de zeebodem. Ook in het Veerse Meer zijn sliblagen en veen aanwezig. In het Veerse Meer is zeer beperkte dynamiek. Het tracé door het Veerse Meer volgt het diepere gedeelte, waarbij een corridor van 200 meter breedte wordt aangehouden. Op de bodem van het Veerse Meer voldoet de kwaliteit van het sediment lokaal niet aan de vereisten om in hetzelfde waterlichaam te worden toegepast. Het is niet te vermijden dat dit sediment wordt geroerd: door optimalisatie van de ligging wordt dit zoveel mogelijk vermeden en met de wijze van aanleg wordt de bodemroering zo veel mogelijk beperkt.
Hiermee blijft de verspreiding van de verontreiniging beperkt tot een klein gebied. De kabel heeft geen effect op de kwaliteit van de omliggende bodem of het water. Opwarming van het water door de aanwezigheid en exploitatie van de kabel is niet aan de orde. Op land Voor de effecten op bodem en water op land zijn de volgende aspecten beoordeeld: Verandering van bodemsamenstelling Verandering van bodemkwaliteit Zetting Verandering van de grondwaterkwaliteit Verandering van de grondwaterstand Verzilting Beïnvloeding van oppervlaktewaterkwaliteit Verandering van verhard oppervlak. Verandering van bodemsamenstelling De ondergrond die wordt ontgraven wordt na de aanlegwerkzaamheden zoveel mogelijk in de oude staat teruggebracht. De bodemsamenstelling wordt hiermee niet relevant beïnvloed. In de ondergrond bij de passage van de Veerse Gatdam is voornamelijk zand met dunne kleilagen aanwezig. Deze bodem kan goed worden hersteld. Ten zuiden van het Veerse Meer bestaat de ondergrond aan de noordzijde uit zand of zandige klei, in het middendeel uit een laag klei van een wisselende dikte op zand. Het zuidelijke deel heeft een ondergrond van voornamelijk klei. Hier is op een diepte van circa 4 meter onder maaiveld een dunne veenlaag aanwezig. Deze veenlaag ligt onder de ontgravingsdiepte en wordt daardoor niet ontgraven.
De andere lagen worden weer hersteld, zodat er uitsluitend tijdelijke effecten optreden. 52 Zie voetnoot 41. Pagina 89 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Ten behoeve van de aanleg van het converterstation moet op de locatie worden opgehoogd of verlaagd om de plot op gelijke hoogte te brengen. Hierbij verandert de bodemsamenstelling niet, de locatie is eerder opgehoogd met zand. Voor de ophoging ten behoeve van het converterstation wordt ook zand gebruikt. Verandering van de bodemkwaliteit Met de werkzaamheden is er geen sprake van bodembedreigende activiteiten, net zoals bij het gebruik van de kabelverbinding. Er ontstaat geen verontreiniging van de bodem, maar bij de uitvoering van graafwerkzaamheden wordt een eventueel al aanwezige verontreiniging beïnvloedt. Langs het tracé op land zijn geen verontreiniging bekend, met uitzondering van een deel van het tracé met een lengte van circa 150 meter. Op deze locatie is historische verontreiniging ter plaatse van een oude boomgaard aangetroffen. Door dit gebied zijn meerdere kabels en leidingen aangelegd. Bij de uitvoering van de werkzaamheden voor de aanleg van de kabelverbindingen wordt rekening gehouden met de gevonden verontreiniging: de verontreiniging wordt conform de geldende eisen behandeld; hierover zal afstemming met de gemeente plaatsvinden. Ook zal een melding op basis van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS-melding) worden gedaan. De aanwezige bodemverontreiniging is geen belemmering voor de mogelijkheid de kabelverbinding te realiseren.
De bodemkwaliteit ter plaatse van het converterstation is geschikt voor deze functie. In het grondwater uit de ophooglaag ter plaatse van het converterstation zijn overschrijdingen van de streefwaarden voor de elementen barium en molybdeen gemeten: de grenswaarden worden niet overschreden. De licht verhoogde waarden voor deze elementen komen overeen met de waarden elders in het oppervlaktewater. De voorgenomen activiteit leidt niet tot een verplaatsing of verspreiding van verontreiniging. Zetting De ondergrond bij de passage van de Veerse Gatdam bestaat uit zand. Zeer lokaal komen dunne kleilagen voor. De gronden zijn hiermee niet gevoelig voor zetting. Na het uittreden van het Veerse Meer tot aan de A58 bestaat de ondergrond uit zand en klei. Dit is beperkt gevoelig voor zetting. De bodem van de A58 tot de Oude Veerweg bestaat uit klei en veen. Door grondwaterstandsverlaging is dit bodemtype gevoelig voor zetting. De zetting blijft beperkt tot de directe omgeving van het kabeltracé. Door (extra) grondaanvulling kan het effect van zetting op klei- en zandgronden goed hersteld worden. Bij de passage van de Sloekreek is geen zetting te verwachten. Voor een ligging in het dijklichaam is geen bemaling noodzakelijk, waardoor zetting niet op zal treden.
Op de andere delen van het tracé bestaat de ondergrond uit klei en veen, hier is sprake van zettingsgevoeligheid door grondwaterstandsverlaging vanwege bemaling. De zetting is beperkt tot de directe omgeving van het tracé. Voor de locatie van het converterstation wordt zetting verwacht vanwege het ophogen en tijdelijk bemalen van de locatie. De ophoging van de locatie is beperkt tot 30 centimeter. De verwachting is dat de mogelijke zetting met mitigerende maatregelen opgevangen kan worden. Hiertoe wordt aanvullend onderzoek gedaan. Verandering van de grondwaterkwaliteit De aanwezige klei- en veenlagen zijn ter plaatse van de open ontgravingen dusdanig dik dat deze niet geheel worden doorgestoken. Hiermee is er geen sprake van een Pagina 90 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
relevante beïnvloeding van de grondwaterkwaliteit. Bij boringen kunnen kleilagen mogelijk doorgestoken worden. Indien dit aan de orde is, worden door het treffen van technische maatregelen lekstromen langs deze boringen voorkomen. Op de locatie van het converterstation worden geen slecht doorlatende lagen doorsneden. Als er afsluitende lagen worden aangetroffen dan wordt gezorgd dat er geen kortsluitingen optreden: dit houdt in dat wordt voorkomen dat er watervoerende pakketten met elkaar verbonden worden. Door de bemaling van de locatie van het converterstation wordt mogelijk zout water aangetrokken. Vanwege de beperkte onttrekking is het onwaarschijnlijk dat het grensvlak zoet-brakwater significant zal wijzigen. Eventuele verzilting van het grondwater of het tijdelijk omhooghalen van het zoet-brakgrensvlak is niet nadelig voor de functies in dit gebied, Verandering van de grondwaterstand Door de bemaling ten behoeve van de aanleg van de kabel ontstaat er een tijdelijke verlaging van de grondwaterstand. Afhankelijk van de waterdoorlatendheid van de ondergrond, is het effect hiervan op grotere afstand merkbaar. Langs het noordelijk deel van het tracé op land, tussen het Veerse Meer en rijksweg A58 is de ondergrond meer waterdoorlatend, waardoor er meer water wordt bemalen en het effect op de grondwaterstand tot 400 meter vanaf het tracé merkbaar kan zijn.
Bij de passage van de Veerse Gatdam is bemaling noodzakelijk bij de moflocatie en boorputten in- en uittredepunten ten zuiden van de Veerse Gatdam. Een verlaging van de grondwaterstand treedt op in een straal van circa 300 meter rond het in- en uittredepunt. In het noorden wordt de primaire kering en de rijksweg hierdoor geraakt. Het landgebruik is bij het zuidelijke punt botanisch grasland (natuur). Ten oosten van de zuidelijke punt is een bos aanwezig waar een verlagend effect van het grondwater optreedt. De grondwaterstandsverlaging kan afhankelijk van het seizoen en de duur het aanwezige landgebruik beïnvloeden. Dit effect is tijdelijk. De grondwaterstand herstelt zich namelijk relatief snel (afhankelijk van seizoen en weer). Langs het noordelijk deel van het tracé op land, tussen het Veerse Meer en rijksweg A58 is de ondergrond meer waterdoorlatend, waardoor er meer water wordt bemalen en het effect op de grondwaterstand tot 400 meter vanaf het tracé merkbaar kan zijn. Voor de passage van de Sloekreek is er geen effect, omdat voor de ligging in de dijk geen bemaling noodzakelijk is. In het zuidelijke gedeelte van het tracé op land, langs Borssele, is het invloedsgebied groter. Het landgebruik bestaat voornamelijk uit akkerbouw. Afhankelijk van het seizoen en de duur van de bemaling kan de gewasopbrengst tijdelijk beperkt worden.
Op de locatie van het converterstation wordt ten behoeve van de aanleg van de kelders een bemaling uitgevoerd. Er zijn tijdelijke veranderingen van grondwaterstanden te verwachten. De effecten van deze tijdelijke veranderingen op infrastructuur en gebouwen in de omgeving zijn berekend, uitgaande van een worstcase benadering. Voor de effecten van zetting (door de verandering van de grondwaterstand) nabij het converterstation wordt verwezen naar het kopje ‘zetting’. Het invloedsgebied van de bemaling raakt de Luxemburgweg en de kernzone van de primaire kering Waterschap Scheldestromen. Dit volgt uit een indicatieve berekening, die nog geen rekening houdt met de aanwezige sloot, die het effect van de bemaling op de grondwaterstand vergaand beperkt. Nabij het Pagina 91 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
converterstation komt geen landgebruik zoals landbouw of grondwaterafhankelijke vegetatie voor. Om die reden wordt geen effect op verdroging van gewassen of grondwaterafhankelijke natuur verwacht. De tijdelijke verlaging van het grondwater is niet persé nadelig voor de functies waterkering, transport en kantoor/opslagfunctie. Het kabeltracé Net op Zee Ver Alpha ligt voor een groot deel parallel aan het kabeltracé Net op zee Nederwiek 1. Omdat bij gelijktijdige bemaling van de kabeltracés een iets groter waterbezwaar (dus een wat grotere hoeveelheid onttrokken water) en groter invloedsgebied kan ontstaan, is onderzocht wat het totale, gecumuleerde effect op de grondwaterstand zal zijn. Hieruit volgt dat de cumulatie beperkt is voor de verandering van de grondwaterstand met de bemaling voor kabeltracé Net op zee IJmuiden Ver Alpha.
Verzilting
Grensvlakken in de ondergrond Bemaling veroorzaakt ook een verandering in de grondwaterstroming. Als gevolg van de bemaling wordt het grensvlak van zoet-brak en brak-zout verhoogd in de lokale omgeving van het tracé. Bij de passage van de Veerse Gatdam treedt, door de ligging aan het Veerse Meer, toestroming vanuit het brakke meer naar de bemaling op. Dit is een tijdelijk en beperkt effect, maar beïnvloeding van de gebruiksfuncties zoals natuur is niet uit te sluiten. Met behulp van maatregelen (zoals retourbemaling of damwanden) kan het effect beperkt worden. De effecten zijn het grootst in het noordelijke deel van het tracé vanaf het Veerse Meer tot ten noorden van de A58. Op de locatie van het tracé komt het zoet brak grensvlak met meer dan 2 meter hoger. Hoe zuidelijker (richting A58) en hoe verder van het tracé is de verhoging van het grensvlak kleiner. Bij de passage van de Sloekreek is bemaling niet nodig. In het derde deeltraject zijn de effecten op de grensvlakken beperkt. Lokaal is een verhoging van de grensvlakken zichtbaar en een verhoging in zoutconcentraties aan maaiveld komt zeer beperkt voor. Deze verhogingen van de grensvlakken en zoutconcentraties aan maaiveld komen niet op dezelfde plekken voor.De effecten zijn tijdelijk en na de werkzaamheden treedt herstel op. Dit is een langzaam proces.
Aan maaiveld Een verandering van de zoutconcentraties in de bovenste 2 meter van de bodem komt lokaal voor. De verandering van de zoutconcentratie treedt op bij locaties waar de ondiepe ondergrond in de huidige situatie ook reeds hoge zoutconcentraties bevat. Daarmee is er zeer beperkt sprake van verzilting. Herstel Het herstel van de grensvlakken in de ondergrond duurt lang, maar na circa 20 jaar is het grootste deel van de effecten verdwenen. Het herstel start op met een afname van de verhoging van de grensvlakken ter plaatse van de ingreep. Later in het hersteltraject neemt de omvang van de beïnvloeding af. De zoutconcentraties nabij maaiveld laten sneller een herstel zien. Na 1 jaar is de mate en omvang aanzienlijk afgenomen. Na 2 jaar is de beïnvloeding beperkt tot enkele locaties.
Pagina 92 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Mitigerende maatregelen In de verziltingsstudie is uitgegaan van een worst-case aannames, waarbij geen rekening is gehouden met mogelijke maatregelen. Bij de uitvoering van de werkzaamheden worden minimaal de maatregelen die het waterschap ter bescherming van zoetwatervoorkomens in haar beleid heeft opgenomen getroffen. Er wordt een bemalingsadvies en een bemalingsplan opgesteld, die in het kader van de vergunning voor het onttrekken van grondwater door het waterschap worden beoordeeld. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt op basis van een vooraf afgestemd monitoringsplan geregistreerd of effecten optreden. Indien nodig, kunnen maatregelen hier op afgestemd worden. Beïnvloeding van oppervlaktewaterkwaliteit De oppervlaktewaterkwaliteit wordt niet beïnvloed. Het oppervlaktewater wordt in het voorjaar en zomer door landbouwers gebruikt om gewassen mee te beregenen en in de winter voor zoetwaterinfiltratie in de bodem. Op bepaalde delen van het tracé kan het onttrokken grondwater brak tot zout zijn. Naast de landelijke geldende lozingseisen mag het zoutgehalte van het te lozen water niet hoger zijn dan het zoutgehalte van het ontvangende oppervlaktewater. Dit kan betekenen dat het onttrokken water in bepaalde situaties over grotere afstand getransporteerd zal moeten worden.
Toename verhard oppervlak De toename aan verharde oppervlakte voor het converterstation leidt tot extra wateroverlast. De toename kan gemitigeerd worden door aanleg van open water, infiltratievoorzieningen of ondergrondse voorzieningen zoals infiltratiekratten. Dit is al (deels) uitgewerkt met de voorziening van waterberging in het plan voor het converterstation. Of dit voldoende is dient afgestemd te worden met waterschap Scheldestromen. Watertoets Voor het project is een watertoets opgesteld. Deze watertoets is opgenomen in bijlage 6a. In de watertoets zijn de voorgenomen activiteiten getoetst aan de Kaderrichtlijn Mariene Strategie, de Kaderrichtlijn Water, het Beheer- en ontwikkelplan Rijkswateren, de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming en soortenbescherming) en Natuurnetwerk Nederland. Voor de toetsing aan de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland worden verwezen naar de paragrafen 5.2, 5.3 en 5.4 van deze toelichting. Uit de toetsing aan de Kaderrichtlijn Mariene Strategie volgt dat op lange termijn geen negatieve effecten op de goede milieutoestand die worden nagestreefd in de richtlijn optreden. Effecten die optreden tijdens de aanleg zijn tijdelijk en beperkt. Mogelijk treedt er plaatselijk een verhoging van de biodiversiteit op de lange termijn op ten gevolge van het project.
Voor de toetsing aan de Kaderrichtlijn Water zijn de verschillende wateren beschouwd. Met betrekking tot de effecten van het ingraven van kabels in het gebied Zeeuwse kust (kustwater) zijn er geen effecten gevonden die permanent of tijdelijk nadelig zijn voor de kwaliteit van het KRW-waterlichaam. Met betrekking tot de ecologische kwaliteit zijn er geen significant negatieve effecten van vertroebeling op de primaire productie (fytoplankton), continu onderwatergeluid en elektromagnetische velden op de macrofauna. Habitataantasting leidt tijdelijk tot aantasting binnen een beperkt oppervlak langs het tracé, maar dit leidt niet tot meetbare effecten op de soortenrijkdom en diversiteit van macrofauna. Er wordt geen nadelig permanent effect verwacht op de toestand van de ecologische KRWmaatlatten van het waterlichaam. Pagina 93 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Voor KRW-waterlichaam Veerse Meer zijn geen effecten gevonden die nadelig zijn voor de kwaliteit van dit KRW-waterlichaam. Toekomstige lange termijn effecten van elektromagnetische velden blijven wel een kennisleemte en moeten verder onderzocht worden. Er wordt geen nadelig permanent of tijdelijk effect verwacht op de toestand van de ecologische KRW-maatlatten van het waterlichaam. Binnen de watertoets wordt tot slot getoetst in hoeverre het project raakvlak heeft met de doelstellingen en belangen die in het Beheer- en Ontwikkelplan Rijkswateren zijn opgenomen. Met betrekking tot de Rijkswateren aan de Hollandse kust en het Veerse Meer kan er geconcludeerd worden dat er geen negatief effect optreedt op het beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Daarnaast hebben de werkzaamheden ook geen effect op de vervulling van de maatschappelijke functies van het watersysteem. Uit de watertoets wordt geconcludeerd dat het project binnen de kaders en doelstellingen van de relevante richtlijnen kan worden gerealiseerd. 5.6.3
Conclusie en planologische regeling In het plangebied zijn enkele bodemverontreinigingen bekend, maar die vormen (al dan niet met maatregelen) geen belemmering voor de uitvoering van de werkzaamheden. Er zijn geen relevante wijzigingen in de bodemsamenstelling, bodemkwaliteit, grondwaterkwaliteit of grondwaterstand. Verzilting is een belangrijk aandachtspunt in het gebied. In een deel van de ondergrond waar het tracé doorheen gaat ligt het brak-zout grensvlak in de huidige situatie al vlak onder maaiveld. In andere delen is een zoetwaterbel aanwezig en ligt het zoute water een stuk dieper. Door de werkzaamheden is vooral direct onder de kabelverbinding sprake van tijdelijke verzilting. Ten aanzien van verzilting is nader onderzoek gedaan (bijlage 6c), gericht op het effect van de bemaling op verzilting in de omgeving van het tracé. Hieruit kwam naar voren dat ten noorden van de A58 de grootste effecten te verwachten zijn in veranderingen in grondwaterstand, chlorideconcentraties en zoet-zout grensvlakken vanwege met name de zandige ondergrond. Op de overige delen van het kabeltracé is het effect in mindere mate aanwezig. Op lange termijn herstellen de grondwaterstanden en chlorideconcentraties zich over het gehele kabeltracé. Voor de delen van het kabeltracé die door de zoetwatervoorkomens lopen, worden mitigerende maatregelen (bijv.
retourbemaling) genomen om volgens het beleid van waterschap Scheldestromen en de Provincie Zeeland de zoetwatervoorkomens in stand te houden. Daar waar de klei-/veenlaag wordt doorsneden, worden maatregelen genomen om effecten te voorkomen. Lokaal moet rekening worden gehouden met zetting. Bij de passage van de Sloekreek is het aspect zetting van belang: zetting kan tijdelijk optreden bij voor zetting gevoelige functies in de nabije omgeving. Door het toepassen van retourbemaling worden de effecten van zetting beperkt tot de directe omgeving van de werkzaamheden. Het plan voldoet vanuit de aspecten bodemkwaliteit en waterhuishouding aan een goede ruimtelijke ordening.
5.7
Archeologie
5.7.1
Toetsingskader De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats Pagina 94 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet 1998 die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die nog van kracht moet worden. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Het beleid ten aanzien van archeologie is op provinciaal niveau vastgelegd in het Toetsingskader Archeologie Provincie Zeeland 2017. Het tracé op land raakt het grondgebied van de gemeenten Noord-Beveland, Veere, Goes, Middelburg en Borsele. De gemeenten Noord-Beveland, Goes en Borsele hebben (gezamenlijk met Kapelle, Reimerswaal en Tholen) opdracht gegeven tot het opstellen van een gemeentelijk archeologiebeleid. Deze gemeenten zijn aangesloten bij het Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband/OAS. De beleidsregels van deze gemeenten zijn gebaseerd op dezelfde methodiek voor archeologische verwachtingen.
De beleidsregels zijn afgestemd op de verschillende gemeentelijke ambities. Gemeente Noord-Beveland heeft het archeologisch beleid vastgelegd in de beleidsnota Archeologie (2011). Dit geldt ook voor de gemeente Goes. Voor de gemeente Borsele geldt dat het archeologiebeleid op 6 april 2017 bijgesteld is. Gemeenten Middelburg en Veere hebben (samen met gemeente Vlissingen) in 2006 de Nota archeologische monumentenzorg Walcheren vastgesteld en besloten tot de oprichting van de Walcherse Archeologische Dienst (WAD). Dit beleid is geëvalueerd en geactualiseerd in 2008 en 2016. In 2016 zijn de archeologische verwachtingswaarden ingetekend op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van Walcheren. 5.7.2
Effecten Op zee en Veerse Meer Het tracé op zee is in een archeologisch bureauonderzoek in beeld gebracht (bijlage 7a). In het onderzoek naar archeologische waarden op zee wordt ingegaan op de mogelijke aanwezigheid van sporen van historische bewoning (bijvoorbeeld verdronken dorpen), vliegtuigwrakken en scheepswrakken en resten van (gebruiks-) voorwerpen uit het verleden. Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat in het onderzoeksgebied naast de bekende scheepswrakken nog onontdekte scheeps- en vliegtuigwrakken verwacht kunnen worden. Deze bevinding is in het gebied op zee van toepassing. Hiervoor geldt dat wrakken als archeologisch waardevol moeten worden beschouwd, tot er uit nader onderzoek het tegendeel aangetoond kan worden. Omdat het pleistocene landschap binnen het onderzoeksgebied (Veerse Meer en op zee) nog intact kan zijn, kunnen ook overblijfselen van prehistorische nederzettingen verwacht worden. Voorafgaand aan het leggen van de kabelverbinding op zee wordt standaard een geofysische en geotechnische survey uitgevoerd. De data uit deze survey worden gebruikt om de aanwezigheid van scheeps- en vliegtuigwrakken op te sporen en prehistorische landschappen en nederzettingen in beeld te brengen. Voorafgaand aan deze survey worden de onderzoekseisen vanuit archeologie vastgelegd in een Programma van Eisen.
Pagina 95 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Nader onderzoek naar de bekende archeologische waarden zal plaatsvinden tijdens de nog uit te voeren surveys voor Net op zee Nederwiek 1. Dit vervolgonderzoek dient uit te monden in een overzicht van de de aanwezigheid van mogelijke archeologische resten op en nabij de het kabeltracé. Als onderdeel van de voorbereidingen op de kabelwerkzaamheden wordt een UXO-survey uitgevoerd (unexploded ordnance survey, ontplofbare oorlogsresten). Tijdens de UXO-survey worden objecten met een magnetische uitstraling nader onderzocht om de aard van het object te bepalen. Deze survey kan gebruikt worden om meer inzicht te verkrijgen in de mogelijke archeologische waarde van een object. Aan de hand van de resultaten van het vervolgonderzoek kan het kabeltracé binnen de grenzen van de onderzochte corridors aangepast worden. Ook de resultaten van andere onderzoeken, zoals bijvoorbeeld naar ontplofbare oorlogsresten en de dynamiek van de zeebodem, kunnen aanleiding geven tot het verleggen van de kabelroutes binnen de corridor. Wanneer binnen de corridor voldoende ruimte kan worden gevonden voor het verleggen van het tracé, dan kunnen de archeologische waarden op deze manier behouden blijven. Als het vermijden van eventueel aanwezig archeologische vondsten niet mogelijk is, dan moeten deze op andere passende wijze gedocumenteerd of veilig gesteld worden. Dit zal afgestemd worden met de RCE.
Op land Passage Veerse Gatdam De passage van de Veerse Gatdam raakt geen bekende archeologische waarden. Daarnaast ligt de passage in een zone met geen- tot een lage archeologische verwachting. Ten zuiden van het Veerse Meer De kabels binnen het plangebied worden door middel van open ontgravingen en boringen aangelegd. Op de delen van het kabeltracé waar de kabels worden aangelegd door middel van open ontgravingen kunnen mogelijk archeologische vindplaatsen worden bedreigd. In een archeologisch bureauonderzoek zijn de archeologische waarden binnen het tracé van de kabelverbinding in beeld gebracht (zie bijlage 7b). Hierin is het tracé getoetst op raakvlak met archeologische verwachtingen en bekende archeologische waarden. Het tracé loopt grotendeels door zones met geen of een lage verwachtingswaarde (zie figuur 5.10). Het kabeltracé raakt geen AMK-terreinen of vondstlocaties.
Pagina 96 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
Figuur 5.10. Archeologische verwachting van het onderzoeksgebied om het kabeltracé en de converterstationslocatie
Converterstation De converterstationslocatie raakt geen bekende archeologische waarden en is gelegen in een zone met een lage archeologische verwachtingswaarde. In figuur 5.10 is het zoekgebied van het converterstation nog opgenomen. Inmiddels is bekend dat het converterstation aan de noordzijde van het zoekgebied zal komen, buiten de middelhoge/hoge archeologische verwachtingswaarde. 5.7.3
Conclusie en planologische regeling Het kabeltracé op land en het converterstation liggen in een zone met lage archeologische verwachtingswaarde. De verwachting is dat nader onderzoek niet nodig is. Het bureauonderzoek wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeentelijke archeologen. De archeologische verwachtingswaarden die in de onderliggende bestemmingsplannen zijn opgenomen, blijven van toepassing. De dubbelbestemmingen uit deze bestemmingsplannen blijven ongewijzigd gelden. Wel is er in artikel 9.1 onder d van de planregels een uitzondering gemaakt voor het onderhavige project; de werkzaamheden gericht op de realisatie van de kabelverbinding en het converterstation worden vrijgesteld van een vergunningplicht. Ter plaatse van de vigerende dubbelbestemming Waarde – Archeologie uit het vigerende bestemmingsplan (ter plaatse van het converterstation) is een aanduiding ‘overige zone – archeologische waarden’ Pagina 97 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
opgenomen. Binnen die aanduiding is een maximaal toegestane diepte van de werkzaamheden aangegeven. Deze regeling is uiteraard onder voorbehoud totdat het bureauonderzoek goedgekeurd is door de gemeentelijke archeologen. De mogelijk aanwezige archeologische waarden staan daarmee de uitvoerbaarheid van dit inpassingsplan niet in de weg.
5.8
Geluid
5.8.1
Toetsingskader Indien een inpassingsplan voorziet in geluid producerende functies of werkzaamheden, dienen de akoestische effecten beoordeeld te worden met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Voor de hoogspanningskabels op zee is dit criterium niet aan de orde voor wat betreft geluidsgevoelige objecten, omdat de kabels zich niet in bewoond gebied bevinden. Voor de effecten van geluid op soortenbescherming wordt verwezen naar paragraaf 5.3. Aanlegfase Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan tijdens de aanlegfase van de hoogspanningskabels en het converterstation op land geluidhinder optreden. Dit is beschreven in paragraaf 5.12 Bouwhinder. Gebruiksfase De locatie van het converterstation is gelegen op een gezoneerd industrieterrein in het kader van artikel 40 van de Wet geluidhinder. Binnen de grenzen van deze zone zijn grote lawaaimakers toegestaan. Op grond van de Wet geluidhinder is er voor een gezoneerd industrieterrein een geluidzone vastgesteld. Op de buitengrens van de geluidzone – de zonegrens – mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr, LT vanwege alle inrichtingen op het gezoneerde industrieterrein tezamen niet hoger zijn dan: 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. Dit wordt ook wel aangeduid als 50 dB(A) etmaalwaarde53.
Bij de gevoelige objecten in de zone mag de cumulatieve geluidbelasting vanwege alle inrichtingen op het gezoneerde terrein tezamen niet hoger zijn dan de vastgestelde maximaal toelaatbare geluidbelasting (MTG) c.q. de vastgestelde hogere grenswaarde. Deze waarde verschilt per gevoelig object. Het aspect laagfrequent geluid wordt betrokken in de toetsing aan de geluidszone. Nederland kent geen wettelijke eisen voor de beoordeling van laagfrequent geluid, maar er zijn wel richtlijnen zoals de NSG Richtlijn Laagfrequent Geluid en de zogenaamde Vercammen-curve. Op basis van de NSG Richtlijn kan aan de hand van een referentiecurve getoetst worden of laagfrequent geluid potentieel waarneembaar is. De daadwerkelijke waarneembaarheid is afhankelijk van een eventuele maskering door het heersende omgevingsgeluid. Ook als laagfrequent geluid waarneembaar is, is het nog niet altijd hinderlijk. Daarnaast wordt bij de 53
De etmaalwaarde Letmaal is de hoogste waarde van: Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dagperiode (07.00 – 19.00 uur); Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de avondperiode (19.00 – 23.00 uur) plus 5 dB(A); Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de nachtperiode (23.00 – 07.00 uur) plus 10 dB(A).
Pagina 98 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
beoordeling van geluid een bepaalde mate van hinder aanvaardbaar geacht. Met de Vercammen-curve wordt beoordeeld of de eventuele hinder vanwege laagfrequent geluid aanvaardbaar is. 5.8.2
Effecten Tijdens de gebruiksfase kan er geluidhinder door het converterstation ontstaan. De hoogspanningskabels hebben in de gebruiksfase geen geluidemissie. Bij de beoordeling van geluidhinder door het converterstation op de omgeving wordt de geluidbelasting van het converterstation op de zonegrens van het industrieterrein en op geluidgevoelige objecten onderzocht. Daarnaast wordt het gewogen aantal geluidbelaste geluidgevoelige objecten bepaald en tenslotte de geluidbelasting door laagfrequent geluid. De lay-out van het converterstation is weergegeven in figuur 5.11.
Figuur 5.11. Indeling converterstation Liechtensteinweg
Geluidbelasting converterstation op zonegrens en op geluidgevoelige objecten De geluidemissie van het converterstation wordt vooral bepaald door geluidemissies van de transformatoren, de converterkoelers en de converterhallen. De geluidsbelasting vanwege het converterstation is berekend. In figuur 5.12 zijn de geluidcontouren te zien voor het converterstation. Op de zonegrens van het industrieterrein bedraagt deze geluidsbelasting maximaal 33 dB(A) etmaalwaarde. Er zijn vier geluidgevoelige objecten met een geluidbelasting van meer dan 40 dB(A) en minder dan 45 dB(A) etmaalwaarde vanwege het
Pagina 99 van 136
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |
converterstation. Ter plaatse van woningen in de geluidzone treedt de hoogste geluidbelasting op bij de woning Halsweg 1. Deze bedraagt 43 dB(A) etmaalwaarde.
Figuur 5.12. Geluidcontouren converterstation Nederwiek 1 zonder maatregelen
Om de geluidruimte van het industrieterrein Vlissingen-Oost te beheren is de ‘Beleidsregel zonebeheersysteem Industrieterrein Vlissingen-Oost 2008 provincie Zeeland’ vastgesteld. Het industrieterrein is hierin opgedeeld in een aantal gebieden. Per gebied is een toelaatbare geluidemissie per vierkante meter aangegeven, de zogenaamde gebiedswaarde. De beoogde locatie aan de Liechtensteinseweg valt binnen zonegebied 25. Hiervoor bedraagt de toelaatbare geluidemissie 74,1 dB(A)/m2 in de dagperiode, 68,5 dB(A)/m2 in de avondperiode en 58,5 dB(A)/m2 in de nachtperiode. Met een geluidemissie van circa 62 dB(A)/m2 voor het converterstation wordt hier in de nachtperiode niet aan voldaan. Dit betekent dat het converterstation niet inpasbaar is in de geluidzone, tenzij door mitigerende maatregelen het geluid voldoende kan worden gereduceerd. De geluidbelasting wordt met name bepaald door de transformatoren. Hierbij is er reeds van uitgegaan dan de transformatoren worden voorzien van een geluidsisolerende omkasting met een effectieve invoegdemping van minimaal 10 dB(A). Indien er wordt gekozen voor nog betere geluidsisolerende omkastingen met een invoegdemping van minimaal 10 dB(A) extra (in totaal 20 dB(A) invoegdemping) én een achttal ventilatoren op de converterhallen te dempen met 2 dB(A) tot een bronvermogen van maximaal 86 dB(A) per stuk, kan aan de gebiedswaarde worden voldaan.
Voornoemde maatregelen worden haalbaar geacht en hiermee is het converterstation inpasbaar in de geluidzone.
Pagina 100 van 136