CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

063. Bijlage 1. Regels en toelichting voorontwerp-inpassingsplan

Gemeenteraad 1 juni 2023, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bijlage 3.a Ingekomen stukken RM - ingekomen stuk 063.34.714 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1

Datum Status

12 april 2023 voorontwerp

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Pagina 2 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Colofon

Projectnaam

Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1

Projectnummer

p05583

Versienummer

voorontwerp, april 2023

Locatie

gemeenten Noord-Beveland, Veere, Goes, Middelburg en Borsele

Identificatienummer

NL.IMRO.0000.EZKip23NoZNW1.2001

Projectleiding

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Projectteam

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties BRO adviseurs

Losse bijlage(n)

Verbeelding

Auteur

BRO adviseurs

Pagina 3 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Pagina 4 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Inhoud

Colofon—3 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Inleiding—11 Aanleiding—11 Het project—12 Nut en noodzaak—13 Vigerende bestemmingsplannen—15 Juridisch kader—16 Relatie met de m.e.r.—17 Leeswijzer—18

2 2.1 2.2

Projectbeschrijving—19 Inleiding—19 Beschrijving van het project—20

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Ruimtelijk beleidskader—30 Rijksbeleid—30 Provinciaal beleid—37 Gemeentelijk beleid—39 Beleid Waterschap Scheldestromen—41

4 4.1 4.2 4.3

MER en afweging VKA—42 Inleiding—42 M.e.r.-procedure—42 Keuze voorkeursalternatief—43

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Onderzoek Milieu en Waarden—57 Inleiding—57 Natura 2000—57 Soortenbescherming—69 Natuurnetwerk Nederland—75 Landschap, cultuurhistorie en aardkunde—80 Bodem en water—88 Archeologie—94 Geluid—98 Veiligheid—103 Magneetvelden—110 Ruimtegebruik—111 Bouwhinder—120

6 6.1 6.2

Juridische planbeschrijving—124 Toelichting op de bestemmingsregeling—125 Beschrijving per bestemming—126

7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

Uitvoerbaarheid—128 Inleiding—128 Economische uitvoerbaarheid—128 Schadebeleid—128 Beschikbaarheid gronden—132 Maatschappelijke uitvoerbaarheid—132 Procedurele uitvoerbaarheid—134 Pagina 5 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

7.7

Conclusie—134

8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

Overleg en zienswijzen—135 Inleiding—135 Voorbereidings-/overlegfase—135 Ontwerpfase—135 Vaststellingsfase—136 Procedure MER—136

Pagina 6 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Vaststellingsbesluit Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 Besluit tot vaststelling van het inpassingsplan “Net op zee Nederwiek 1” (gemeenten Noord-Beveland, Veere, Goes, Middelburg en Borsele) De Minister voor Klimaat en Energie en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; overwegende, dat het ten behoeve van de aanleg van het Net op zee Nederwiek 1 in de gemeenten Noord-Beveland, Veere, Goes, Middelburg en Borsele noodzakelijk is een planologische regeling als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) te treffen; dat op grond van artikel 20a en 20ca van de Elektriciteitswet 1998 de rijkscoördinatieregeling van toepassing is, zodat op de realisatie van dit project artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) van toepassing is en de planologische regeling wordt vormgegeven in de vorm van een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.28 Wro; dat op dit besluit de Crisis- en herstelwet van toepassing is; dat het realiseren van windenergie op zee essentieel is voor het behalen van de doelstelling voor de opwekking van duurzame energie zoals vastgelegd in het op 28 juni 2019 vastgestelde Klimaatakkoord, te weten een toename van windenergie op zee naar minimaal 49 miljard kWh per jaar in 2030, alsmede in de Klimaatwet (wet van 2 juli 2019) en het op de Klimaatwet gebaseerde Klimaatplan 2021 – 2030; dat hiertoe

op basis van de Routekaart windenergie op zee 2030 onder andere het operationeel windvermogen op zee wordt opgeschaald naar 11,5 GW in 2030; dat dit nieuwe verbindingen van windturbines op zee met het landelijk hoogspanningsnet vereist; dat in het Energieakkoord is afgesproken dat er, waar dit efficiënter is dan een directe aansluiting van windparken op het landelijke hoogspanningsnet, een Net op zee komt; dat hierbij eveneens is afgesproken dat over de vormgeving en randvoorwaarden van dit Net op zee een besluit zal worden genomen door het kabinet dat zo nodig in wetgeving wordt verwerkt, zodat de nieuwe windparken tijdig kunnen worden verbonden met het landelijk hoogspanningsnet; dat TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) bij wet is aangewezen als netbeheerder op zee ter realisatie van deze doelstellingen uit het Energieakkoord (wijziging van de Elektriciteitswet 1998, tijdig realiseren doelstellingen Energieakkoord; Staatsblad 2016, 116); dat de minister voor Klimaat en Energie op 21 juni 2022 de Tweede Kamer heeft bericht het windenergiegebied Nederwiek te ontwikkelen (kamerstuk 33 561, nr. 53);

Pagina 7 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

dat, gelet op artikel 3.28, eerste lid, van de Wro, Provinciale Staten van Zeeland en de gemeenteraden van Noord-Beveland, Veere, Goes, Middelburg en Borsele zijn gehoord over het voornemen tot vaststelling van het inpassingsplan; dat omtrent het voornemen overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is gepleegd met de uitvoeringsdiensten van het Rijk (Rijkswaterstaat en RCE), provincie Zeeland, gemeenten Noord-Beveland, Veere, Goes, Middelburg en Borsele, waterschap Scheldestromen, en andere overlegpartners die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn; dat met het oog op de financiële uitvoerbaarheid van het inpassingsplan mede op grond van artikel 6.4a van de Wro een overeenkomst is gesloten met TenneT omtrent het verhaal van kosten van grondexploitatie, planschade daaronder begrepen; dat het daarom gelet op het bepaalde in artikel 6.12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wro in samenhang met artikel 6.2.1a van het Bro niet verplicht is een exploitatieplan vast te stellen; dat bij de vaststelling gebruik is gemaakt van de ondergrond met de bestandsnaam NL.IMRO.0000.EZKip23NoZNW1.3001.dxf; dat het ontwerp van het onderhavige besluit met de bijbehorende regels en bijlagen en daarop betrekking hebbende stukken, als vervat in het

GML-bestand NL.IMRO.0000.EZKip23NoZNW1.2001, van [XXX] tot en met [XXX] voor een ieder ter inzage heeft gelegen; dat gedurende deze termijn [XXX] unieke zienswijzen zijn ingediend; dat deze zienswijzen [wel/geen] aanleiding hebben gegeven het inpassingsplan aan te passen, ten opzichte van het ontwerp daarvan, van welke wijzingen in de bijlage bij dit besluit een overzicht wordt gegeven; onder verwijzing naar het milieueffectrapport Net op zee Nederwiek 1, het toetsingsadvies over het milieueffectrapport van de Commissie voor de milieueffectrapportage d.d. [XXX], de antwoordnota vooroverlegreacties inpassingsplan, de antwoordnota zienswijzen en de toelichting bij het inpassingsplan, waarin een motivering van het te nemen besluit, alsmede een uitgebreide beschrijving van het inpassingsplan en de hieraan ten grondslag liggende onderzoeken, zijn opgenomen;

Pagina 8 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

gelet op het bepaalde in de artikelen 3.28 en 3.35 van de Wro en artikel 20a en 20ca van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van het project Net op zee Nederwiek 1; BESLUITEN

Artikel 1 Het Inpassingsplan ‘Net op zee Nederwiek 1' met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZKip23NoZNW1.3001 wordt vastgesteld. Artikel 2 Er wordt geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro vastgesteld.

w.g. [DATUM] R.A.A. Jetten Msc. Minister voor Klimaat en Energie

w.g. [DATUM] H.M. de Jonge Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Pagina 9 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Pagina 10 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Deze toelichting bevat de motivering van het besluit van de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om de aanleg van een ondergrondse gelijkstroomkabel van het windenergiegebied Nederwiek naar het nog te bouwen converterstation aan de Liechtensteinweg in Nieuwdorp (gemeente Borsele) in een inpassingsplan (ook wel afgekort tot IP)1 te regelen. Daarnaast omvat het de toelichting op de wijze van regelen.

Figuur 1.1. Ligging Net op zee Nederwiek 1

Het windenergiegebied Nederwiek levert een belangrijke bijdrage aan het doel uit het Klimaatakkoord om in 2030 11,5 GW (gigawatt) windenergie op zee te realiseren. In windenergiegebied Nederwiek kunnen windparken met een totaal vermogen van 6 GW worden gerealiseerd. Om deze windparken aan te sluiten op het hoogspanningsnet, zijn er drie ondergrondse verbindingen met elk een vermogen van 2 GW naar land nodig. Naast Net op zee Nederwiek 1 is één van deze verbindingen Net op zee Nederwiek 2 met een aansluiting op de Maasvlakte. Voor Net op zee Nederwiek 2 wordt een aparte procedure doorlopen, gelijktijdig aan de procedure voor Net op zee Nederwiek 1. De procedure voor een derde verbinding uit windenergiegebied Nederwiek naar Moerdijk of Geertruidenberg is ook gestart.

1

Een inpassingsplan heeft dezelfde juridische status als een bestemmingsplan, maar wordt in dit geval vastgesteld door het Rijk. Pagina 11 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

1.2

Het project In totaal wordt 2 GW van het windpark Nederwiek 1 in het windenergiegebied Nederwiek aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet. Met het onderhavige project Net op zee Nederwiek 1 wordt 2 GW aangesloten.2 De windturbines in het windenergiegebied Nederwiek 1 worden direct aangesloten op een converterplatform (hierna ‘platform’)3 in het windenergiegebied. Het platform wordt met een 525 kilovolt (kV)-gelijkstroomkabelsysteem aangesloten op een converterstation op land. In dit converterstation wordt de gelijkstroom omgezet in wisselstroom. Vervolgens gaat de elektriciteit via wisselstroomkabels van het converterstation naar het landelijk hoogspanningsnet. In figuur 1.2 zijn de onderdelen van het Net op zee Nederwiek 1 schematisch weergegeven.

Figuur 1.2. Onderdelen project Net op zee Nederwiek 1 (blauw omcirkeld).

Het project bestaat uit een platform op zee, ondergrondse kabelsystemen op zee, in het Veerse Meer en op land en een converterstation. Voor een meer uitgebreide projectomschrijving wordt verwezen naar hoofdstuk 2. Voor onder meer de aansluiting van Net op zee Nederwiek 1 is een nieuw 380kVhoogspanningsstation op land nodig. In VAWOZ4 is vastgesteld dat hiervoor voldoende fysieke ruimte beschikbaar is in/nabij het Sloegebied. Voor het nieuwe 380kV-station wordt een aparte procedure doorlopen genaamd ‘Hoogspanningsstation omgeving Sloegebied’. Het hoogspanningsstation is dus geen onderdeel van deze procedure. Ook de 380kV-wisselstroomkabels die het converterstation verbinden met het hoogspanningsstation maken onderdeel uit van de procedure voor het nieuwe hoogspanningsstation. De reden dat hiervoor een aparte procedure wordt doorlopen, is omdat de locatie van het 380kVhoogspanningsstation op een later moment wordt bepaald. De locatie van het 380kV-hoogspanningsstation bepaalt tevens de ligging van de 380kVwisselstroomkabels. Het inpassingsplan heeft betrekking op het deel van het project dat in het gemeentelijk ingedeeld gebied is gelegen. Dit betreft het kabeltracé op zee tot circa 7 kilometer uit de kust5, het kabeltracé door het Veerse Meer, het kabeltracé op land 2 3 4 5

De afvoer van de andere 4 GW wordt juridisch geborgd in de inpassingsplannen voor Net op zee Nederwiek 2 en Net op zee Nederwiek 3. In windenergiegebied Nederwiek komen drie platforms: een platform voor Nederwiek 1, een platform voor Nederwiek 2 en een platform voor Nederwiek 3. Verkenning Aanlanding Wind op Zee 2030, zie ook https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureauenergieprojecten/vawoz-2030. Het gemeentelijk ingedeelde gebied ligt vast in de Wet regeling provincie- en gemeentegrenzen langs de Noordzeekust van de gemeente Den Helder tot en met de gemeente Sluis en wijziging van de Financiële-

Pagina 12 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

en de realisatie van het converterstation Liechtensteinweg bij Nieuwdorp (gemeente Borsele). 1.2.1

Ligging plangebied Het inpassingsplan reikt tot circa 7 kilometer uit de kust ter hoogte van de aanlanding ter hoogte van de Veerse Gatdam, daarbinnen ligt het gemeentelijk ingedeelde gebied. Voor het deel dat verder uit de kust gelegen is, wordt geen inpassingsplan opgesteld. De ruimtelijke afweging voor dit deel (dus buiten gemeentelijk ingedeeld gebied) wordt geregeld in de watervergunning. Voor het gehele tracé (binnen en buiten gemeentelijk ingedeeld gebied) zijn uitvoeringsbesluiten nodig.6 Het plangebied is gelegen op grondgebied van de gemeenten Noord-Beveland, Veere, Goes, Middelburg en Borsele en is voor dit inpassingsplan in drie delen te verdelen; offshore gedeelte7 (onderscheiden in zeedeel en grote wateren) en een onshore (land)  Offshore (zee): vanaf de grens van het gemeentelijk ingedeelde gebied voor de kust van Zeeland tot aan de kruising van de Veerse Gatdam;  Offshore (grote wateren): vanaf de Veerse Gatdam door het Veerse Meer naar het aanlandingspunt ten zuiden van haven de Piet;  Onshore: de kruising van de Veerse Gatdam en het tracé vanaf het aanlandingspunt vanuit het Veerse Meer tot aan het converterstation aan de Liechtensteinweg in Nieuwdorp.8

Figuur 1.3. Onderdelen project Net op zee Nederwiek 1 (blauw omcirkeld).

1.3

Nut en noodzaak Met het Net op zee Nederwiek 1 wordt de door windenergie duurzaam opgewekte stroom in het windenergiegebied Nederwiek aangesloten op het landelijke hoogspanningsnet. Er zijn twee belangrijke redenen voor het opwekken van duurzame energie. De eerste is het tegengaan van klimaatverandering als gevolg van te veel uitstoot van broeikasgassen waaronder CO2. De tweede reden is dat door zelf duurzame energie op te wekken, Nederland minder afhankelijk wordt van de import van fossiele energie. In 2021 werd 12% van het totale energieverbruik duurzaam opgewekt, in 2020 was dit 14%9.

6 7

8

9

Verhoudingswet 1984 (Stb. 1990, 553). Ter hoogte van de aanlanding ligt de grens ligt op circa 7 kilometer uit de kust. Het gaat daarbij in het bijzonder om vergunningen en ontheffingen op grond van de Waterwet, de Wet natuurbescherming en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. ‘Onshore’ is het gedeelte van het tracé dat op land wordt aangelegd. ‘Offshore’ is het gedeelte van het tracé dat op zee wordt aangelegd. Dit inpassingsplan voorziet alleen in het offshore gedeelte dat binnen gemeentelijk ingedeeld gebied is gelegen, dus dicht bij land (ook wel ‘nearshore’ genoemd). Het perceel waarop het converterstation gesitueerd is, ligt geheel parallel aan de Liechtensteinweg. De permanente inritten van het converterstation komen uit op de Luxemburgweg. In het inpassingsplan wordt verder gesproken van het converterstation aan de Liechtensteinweg. Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, geraadpleegd juni 2022. Pagina 13 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Met het ondertekenen van het VN-klimaatakkoord van Parijs (2016) heeft de Nederlandse regering zich gecommitteerd aan een vergaande vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Het regeerakkoord bevat de doelstelling om in 2030 een reductie van de CO2-uitstoot te realiseren door middel van onder meer windenergie op zee. Op 28 juni 2019 is met het Klimaatakkoord10 een omvangrijk samenhangend pakket gepresenteerd waarmee Nederland in 2030 de uitstoot van CO2 met ten minste 49% kan terugdringen. Op 27 maart 2018 zijn in een Kamerbrief de hoofdlijnen voor de verdere ontwikkeling van windenergie op zee tot 2030 uiteengezet. Deze Kamerbrief heet de ‘Routekaart 2030’.11 Meerdere recente ontwikkelingen maken de realisatie en aansluiting van extra windenergie op zee voor uiterlijk 2030 noodzakelijk. Dit wordt ook wel de 'versnellingsopgave' genoemd. Dit betreft onder meer: • In 2020 is gebleken dat de huidige plannen niet genoeg energie opleveren om de Nederlandse doelstelling uit het Klimaatakkoord voor windenergie op zee in 2030 te halen. Voor het bereiken van 49% CO2-reductie in 2030 is er nog een tekort van 0,7 GW. • De vraag naar elektriciteit is toegenomen. De industrie laat in hun verduurzamingsopgave bijvoorbeeld een toegenomen behoefte aan elektrificatie zien. De vraag naar duurzame elektriciteit wordt daardoor hoger dan eerder werd verwacht.

• De Europese Unie heeft het CO₂-reductiedoel in april 2021 opgehoogd van 40% naar 55% reductie van CO₂-uitstoot ten opzichte van de uitstoot in 1990. Deze doelstelling is overgenomen in het coalitieakkoord. Ondertussen wil het kabinet beleid voeren op 60% emissiereductie in 2030. Het coalitieakkoord zet in op extra wind op zee. Eind 2020 is het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK) in samenwerking met andere ministeries, regionale overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties daarom een verkenning gestart: de Verkenning aanlanding wind op zee 2030 (VAWOZ 2030). Hierin is gekeken naar mogelijke verbindingen tussen nieuwe windenergieparken op zee en aanlandlocaties op land. Op 2 december 2021 is een brief12 aan de Tweede Kamer gestuurd met de uitkomsten van deze verkenning. Daarin heeft de toenmalige staatssecretaris van EZK de Kamer geïnformeerd over de start van ruimtelijke procedures voor het aan land brengen van extra windenergie, bovenop de bestaande plannen voor 2030. Ook heeft de toenmalige staatssecretaris in deze brief de opdracht aan TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) gegeven om te starten met voorbereidende activiteiten. Op 18 maart 2022 is het Programma Noordzee 2022-2027 (PNZ)13 vastgesteld waarin nieuwe windenergiegebieden worden aangewezen, waaronder windenergiegebied Nederwiek.

Het PNZ is een bijlage bij het Nationaal Water Programma 2022-2027. Dit is bevestigd in de brief van de minister voor Klimaat en Energie van 21 juni 2022 aan de Tweede Kamer.14 Met deze brief is:

10 Zie: https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord 11 Ministerie Economische Zaken en Klimaat, routekaart windenergie op zee 2030, brief d.d. 27 maart 2018, Kamerstuk 33561, nr. 42. 12 Kamerbrief over de uitkomsten van de VAWOZ 2030: Kamerbrief over verkenning aanlanding wind op zee 2030 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 13 Het Programma Noordzee 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022, zie: https://www.noordzeeloket.nl/beleid/programma-noordzee-2022-2027/ 14 Voor aanvullende Routekaart windenergie op zee 2030 en aanpassing Ontwikkelkader windenergie op zee, zie: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-economische-zaken-enklimaat/documenten/kamerstukken/2022/06/21/aanvullende-routekaart-windenergie-op-zee-2030 Pagina 14 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

•

•

de Routekaart windenergie op zee 2030 aangevuld voor de versnellingsopgave: hierin staat welke (delen van de) nieuwe windenergiegebieden wanneer ontwikkeld gaan worden. het Ontwikkelkader windenergie op zee geactualiseerd voor de versnellingsopgave: in het Ontwikkelkader staat onder welke voorwaarden TenneT het Net op zee kan realiseren.

Op 18 maart 2022 heeft de minister voor Klimaat en Energie aangegeven de productie van windenergie op zee te willen verdubbelen naar ongeveer 21 gigawatt in 2030. Op 21 juni 2022 is daarom een aanvulling gekomen op de eerdere routekaart in de vorm van de aanvullende Routekaart 2030+. Hierin zijn drie nieuwe windenergiegebieden aangewezen en twee al eerder aangewezen gebieden zijn bevestigd. De Routekaart 2030+ gaat uit van het realiseren van windparken met een totaalvermogen van 14 GW. Windenergiegebied Nederwiek 1 maakt onderdeel uit van deze aanvullende Routekaart 2030+. TenneT zal als netbeheerder deze verbindingen realiseren en beheren. Dit project valt ook onder het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK).15 In dit programma staan energieprojecten die een belangrijke basis vormen voor de energie-infrastructuur op de lange termijn.

1.4

Vigerende bestemmingsplannen Het tracé van de hoogspanningskabels strekt zich uit over de gemeenten NoordBeveland, Veere, Goes, Middelburg en Borsele. De converterstationslocatie is gelegen binnen de gemeente Borsele. Met dit inpassingsplan wordt door middel van het toevoegen van een dubbelbestemming aan de bestemmingen in de vigerende bestemmingsplannen de planologisch-juridische grondslag gelegd voor de nieuwe hoogspanningskabel. Ter plaatse van het converterstation is een enkelbestemming opgenomen in dit inpassingsplan waarmee de huidige bestemming wordt vervangen. De huidige bestemming is een bedrijfsbestemming waarbinnen het converterstation in principe reeds mogelijk is. De dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit de onderliggende bestemmingsplannen blijven gehandhaafd. Voor de gronden waarop het inpassingsplan betrekking heeft, zijn diverse bestemmingsplannen van kracht. Deze zijn in onderstaande tabel aangegeven. Tabel 1.1 Overzicht vigerende bestemmingsplannen

Gemeente Noord-Beveland Veere

Middelburg Goes

Naam plan Landelijk gebied 2013 Stad Veere Buitengebied Veere 1e herziening Buitengebied Veere 2e herziening Buitengebied Veere 3e herziening Buitengebied Veere Buitengebied Waterpark Veerse Meer 2020 Buitengebied 2010

Datum vaststelling 29 augustus 2013 30 mei 2013 30 mei 2013 2 februari 2017 20 april 2017 6 juni 2019 28 september 2009 7 juli 2021 17 maart 2011

15 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/documenten/rapporten/2022/12/02/ezk-miekoverzicht-2022-meerjarenprogramma-infrastructuur-energie-en-klimaat Pagina 15 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Gemeente Borsele

Naam plan Omgevingsplan Buitengebied Borsele 201816 Zeehaven- en industrieterrein Sloe 2018

Datum vaststelling 1 maart 2018 7 februari 2019

1.5

Juridisch kader

1.5.1

Instrument inpassingsplan Op grond van artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft het Rijk de bevoegdheid om inpassingsplannen vast te stellen. Een inpassingsplan heeft dezelfde juridische status als een bestemmingsplan, maar wordt in dit geval vastgesteld door het Rijk (Minister voor Klimaat en Energie en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening). In een inpassingsplan wordt de bestemming van de betrokken gronden bindend bepaald. De wettelijke procedure voor vaststelling van het inpassingsplan is gelijk aan de procedure voor de vaststelling van een bestemmingsplan. Het inpassingsplan maakt na vaststelling deel uit van het gemeentelijke bestemmingsplan. Dat het besluit over de ruimtelijke inpassing van het Net op zee Nederwiek 1 wordt genomen in de vorm van een Rijksinpassingsplan, volgt uit artikel 20a en 20ca van de Elektriciteitswet 1998. Per 1 januari 2024 zal de Omgevingswet in werking treden. Op grond van artikel 4.6, lid 2 van de Invoeringswet Omgevingswet blijft de huidige wetgeving gelden voor het inpassingsplan, indien er voor inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerpinpassingsplan ter inzage is gelegd. Het ontwerp van dit inpassingsplan wordt voor 1 januari 2024 ter inzage gelegd.

Desalniettemin is al wel gewerkt in de geest van de Omgevingswet, mede omdat andere besluiten en/of toestemmingen in een latere fase waarschijnlijk wel onder de werking van de Omgevingswet zullen gaan vallen. Dit komt met name tot uiting bij het participatieproces. Voor het participatieproces wordt verwezen naar paragraaf 7.5.

1.5.2

Rijkscoördinatieregeling Voor de aanleg en instandhouding van het Net op zee Nederwiek 1 is een inpassingsplan noodzakelijk. Daarnaast zijn allerlei uitvoeringsbesluiten (vergunningen, ontheffingen, meldingen e.d.) vereist om tot daadwerkelijke realisatie van het Net op zee Nederwiek 1 te komen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan omgevingsvergunningen, ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) en de vergunningen op basis van de Waterwet. In artikel 20ca en 20avan de Elektriciteitswet 1998 is bepaald dat voor de aanleg of uitbreiding van het Net op zee de Rijkscoördinatieregeling (RCR) wordt toegepast. Dit houdt in dat een inpassingsplan wordt vastgesteld (de planologische module) en de voorbereiding en bekendmaking daarvan wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking maar ook van de benodigde uitvoeringsbesluiten (de uitvoeringsmodule). De RCR is opgenomen in artikel 3.35 eerste lid, onder c, van de Wro. Dit betekent dat de Minister voor Klimaat en Energie samen met de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het bevoegd gezag is ten aanzien van het inpassingsplan en deze vaststelt én de Minister voor Klimaat en Energie de besluitvorming omtrent de uitvoeringsbesluiten coördineert.

Bij de toepassing van de RCR worden de besluiten voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en de bijzondere procedurele regels in artikel 3.31, derde lid, Wro. De regeling maakt een gezamenlijke kennisgeving en

16 Dit plan heeft de benaming ‘Omgevingsplan’ maar is vastgesteld als bestemmingsplan met verbrede reikwijdte in het kader van de Crisis- en herstelwet. Pagina 16 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

terinzagelegging van de ontwerpbesluiten (artikel 3.31, derde lid, onder b, in samenhang met artikel 3.35, vierde lid, Wro) en gelijktijdige bekendmaking van de besluiten (artikel 3.32 in samenhang met artikel 3.35, vierde lid, Wro) mogelijk. Op het ontwerpinpassingsplan en de ontwerp-uitvoeringsbesluiten kan eenieder zienswijzen naar voren brengen. Vervolgens wordt het inpassingsplan door de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening vastgesteld. De bevoegdheid om de uitvoeringsbesluiten te nemen, blijft in beginsel bij de wettelijk bevoegde bestuursorganen. Echter, de Minister voor Klimaat en Energie kan, in samenspraak met de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of een andere minister die bij dat besluit betrokken is, zelf een beslissing op een aanvraag nemen als het bevoegde bestuursorgaan niet (tijdig) beslist of een beslissing neemt die naar het oordeel van deze ministers wijziging behoeft. Na de besluitvorming worden het inpassingsplan en de uitvoeringsbesluiten wederom tegelijk ter inzage gelegd, zodat men de gelegenheid heeft beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). 1.5.3

Crisis- en herstelwet Gelet op het feit dat er sprake is van ‘ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.5 Wro’ is op grond van het bepaalde in artikel 1.1 lid 1 onder a in samenhang met artikel 2.1 van bijlage I van de Crisis- en herstelwet (Chw), de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit zorgt er onder meer voor dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een termijn van 6 maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak doet op een beroep, dat een niet tot de centrale overheid behorende overheid (rechtspersoon of bestuursorgaan) niet tegen het inpassingsplan en de uitvoeringsbesluiten in beroep kan gaan en dat het beroepsschrift meteen de gronden van beroep moet bevatten (het indienen van een pro forma beroepschrift is niet mogelijk en leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep).

1.6

Relatie met de m.e.r. Het hoogspanningstracé en de converterstationslocatie voor het Net op zee Nederwiek 1 zijn in de voorbereiding op dit inpassingsplan onder andere op basis van milieuinformatie uit de m.e.r.-procedure bepaald. Het doel hiervan is om het milieubelang een volwaardige rol te geven in de afweging ten aanzien van het tracé en het converterstation. Op grond van categorie D24.2 van het Besluit m.e.r. 17 is de vaststelling van het inpassingsplan voor het Net op zee Nederwiek 1 m.e.r.-beoordelingsplichtig omdat verschillende tracéalternatieven over een lengte van 5 km of meer (tot 3 nautische mijl uit de kust) door gevoelig gebied lopen en het spanningsniveau van de hoogspanningsverbinding 150 kV of meer is. Ook is het project m.e.r.beoordelingsplichtig op grond van categorie D 15.2 in verband met de grondwateronttrekking voor de aanleg. Bovendien is een Passende Beoordeling gedaan, waarin de mogelijke effecten van de aanleg, het beheer, het gebruik en de verwijdering van Net op zee Nederwiek 1, in cumulatie met andere plannen en projecten, worden beoordeeld in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden.

Omdat een Passende Beoordeling nodig is, 17 Op grond van artikel 7.2, eerste lid, onder a Wet milieubeheer in samenhang met artikel 2, eerste lid Besluit op de milieueffectrapportage en onderdeel D 24.2 van de bijlage bij dat besluit.

Pagina 17 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

dient op grond van art. 7.2a Wet milieubeheer verplicht een milieueffectrapport (hierna: MER) te worden opgesteld. Het resultaat van de m.e.r.-procedure is het MER waarin de effecten op het milieu staan beschreven van de verschillende tracéalternatieven en alternatieven voor de converterstationslocatie van het Net op zee Nederwiek 1. ‘Milieueffecten’ zijn effecten op zowel de mens (leefomgeving, ruimtegebruik en gebruiksfuncties) als de omgeving (bodem, water, natuur, archeologie, landschap en cultuurhistorie). Het MER is als bijlage 1 en 2 bij de toelichting gevoegd. De m.e.r.-procedure is beschreven in hoofdstuk 4 en is van groot belang bij het bepalen van het voorkeursalternatief. Dit inpassingsplan maakt de juridisch-planologische inpassing van dit (voorkeurs)tracé mogelijk.

1.7

Leeswijzer Dit inpassingsplan bestaat uit de verbeelding (plankaart), het vaststellingsbesluit, de regels en de toelichting. De bestemmingen zijn geometrisch bepaald en worden digitaal verbeeld en vastgesteld. Daarnaast zijn de bestemmingen voorzien van planregels ten aanzien van bouwen en gebruik. Deze regels bepalen de randvoorwaarden waarbinnen het project Net op zee Nederwiek 1 kan worden gerealiseerd. De toelichting dient als onderbouwing van het plan en kent geen rechtstreeks bindende werking. In de toelichting komen de elementen terug zoals vereist op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 de beschrijving van het project. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op de geldende (ruimtelijke) beleidskaders. Hoofdstuk 4 gaat in op het MER, waarbij de onderzochte alternatieven en het uiteindelijke voorkeursalternatief beschreven worden. In hoofdstuk 5 komen de omgevingsaspecten aan bod; in dit hoofdstuk worden de resultaten van het MER en diverse aanvullende onderzoeken beschreven. Hoofdstuk 6 bevat de toelichting op het juridische plangedeelte (regels en verbeelding). Hoofdstukken 7 en 8 bieden ten slotte inzicht in respectievelijk de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project.

Pagina 18 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

2

Projectbeschrijving

2.1

Inleiding Het project omvat het Net op zee Nederwiek 1. Het Net op zee Nederwiek 1 loopt vanaf het platform Nederwiek 1 naar het converterstation aan de Liechtensteinweg te Nieuwdorp.

Nederwiek 1, 2 en 3 In het kader van de Routekaart 2030+ wordt 6 GW vanuit het windenergiegebied Nederwiek aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet. Met het project Net op zee Nederwiek 1 wordt 2 GW aangesloten. De afvoer van de andere 4 GW wordt geregeld in respectievelijk het project Net op zee Nederwiek 2 en Net op zee Nederwiek 3. Bij Net op zee Nederwiek 2 wordt aangesloten op hoogspanningsstation Maasvlakte. Voor beide projecten wordt een zelfstandige RCR (Rijkscoördinatieregeling)- en m.e.r.(milieueffectrapportage)-procedure doorlopen. Er vindt afstemming tussen beide projecten plaats. Bij raakvlakken zijn beide projecten in gezamenlijkheid bekeken. Voor Net op zee Nederwiek 3 (naar Moerdijk of Geertruidenberg) wordt een separate procedure doorlopen. Alleen Net op zee Nederwiek 1 landt aan in Borssele.

Het project bestaat uit de volgende hoofdonderdelen:  Een platform op zee voor de aansluiting van de windturbines en het omzetten van wisselstroom (afkomstig van de windturbines) naar 525kV-gelijkstroom;  Een ondergronds kabelsysteem op zee en in het Veerse Meer voor transport van 525kV-gelijkstroom;  Een ondergronds kabelsysteem op land voor het verdere transport van 525kVgelijkstroom naar een converterstation;  Een converterstation op land voor het omzetten van 525kV-gelijkstroom naar 380kV-wisselstroom. Het inpassingsplan maakt enkel het Net op zee binnen het gemeentelijk ingedeelde gebied (circa 7 km uit de kust) mogelijk (en dus niet het offshore platform en grote delen van de kabelsystemen op zee). In dit inpassingsplan worden alleen effecten van dat deel van het project beschreven dat in dit inpassingsplan mogelijk gemaakt wordt. Wel wordt onderstaand ter referentie het volledige project beschreven.

Pagina 19 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Figuur 2.1. Overzicht project Net op zee Nederwiek 1

2.2

Beschrijving van het project

2.2.1

Kabeltracé op zee en grote wateren (Veerse Meer) Het platform Op platform Nederwiek 1 wordt de 66kV-wisselstroom die afkomstig is van de windturbines omgezet naar 525 kV-gelijkstroom. Het platform wordt nabij de windturbines geplaatst om de kabellengte van de windturbines te beperken en om ruimtebeslag in de Noordzee van de windparken te beperken c.q. te concentreren. Vanaf het platform loopt de ondergrondse verbinding naar de kust. Dit deel valt buiten de reikwijdte van het inpassingsplan. Het tracé op zee Het kabeltracé op zee van Net op zee Nederwiek 1 loopt na het verlaten van windenergiegebied Nederwiek richting het zuiden in de bufferzone ten noordwesten van de scheepvaartroute. Het kabeltracé ligt vanaf hier parallel aan het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 2. Ten zuiden van windenergiegebied Nederwiek maken de kabeltracés een zuidelijke oversteek richting windenergiegebied IJmuiden Ver, waarna dit windenergiegebied, buiten de windkavels om, doorkruist wordt. Hier komen de kabeltracés van Netten op zee Nederwiek 1 en 2 en Net op zee IJmuiden Ver Alpha samen. Vervolgens buigen de kabeltracés zuidwaarts af om parallel aan Pagina 20 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

de oostgrens van Natura 2000-gebied de Bruine Bank naar het zuiden te lopen. Ten noordwesten van windenergiegebied Hollandse Kust (west) komen de kabeltracés van Netten op zee Nederwiek 1 en 2 en Netten op zee IJmuiden Ver Alpha, Beta en Gamma samen om vanaf dit punt tot aan het lichtplatform Goeree over een lengte van circa 80 km parallel te liggen aan elkaar.

Figuur 2.2. Parallelligging Netten op zee Nederwiek 1 en 2 met Netten op zee IJmuiden Ver Alpha, Beta en Gamma.

Na het passeren van windenergiegebied Hollandse Kust (zuidwest) gaan de tracés oostelijk en kruisen de Eurogeul, een druk bevaren internationale toegangsroute tot de haven van Rotterdam. Ten zuiden van Lichtplatform Goeree splitsen de kabeltracés en gaan de kabeltracés van Net op zee Nederwiek 1 en Net op zee IJmuiden Ver Alpha parallel aan elkaar in zuidelijke richting naar de Veerse Gatdam. De kabeltracés van Net op zee Nederwiek 1 en Net op zee IJmuiden Ver Alpha lopen hierbij gedeeltelijk door een reserveringsgebied voor zandwinning langs de kust en nabij de kust lopen de kabeltracés door Natura 2000-gebied de Voordelta. Alleen het laatste deel van het tracé op zee (vanaf de in figuur 2.2 opgenomen grijze lijn tot de aanlanding) valt binnen de reikwijdte van het inpassingsplan.

Pagina 21 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Figuur 2.3. Overzicht kabeltracé Net op zee Nederwiek 1 en parallelle ligging van Net op zee IJmuiden Ver Alpha (globaal gezien wordt het inpassingsplangebied gevormd door het rode kabeltracé op de rechterafbeelding samen met de paarse converterstationslocatie)

Pagina 22 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Figuur 2.4. Ligging kabeltracé in het Veerse Meer (parallelle ligging met IJmuiden Ver Alpha)

Tracé door Veerse Meer Ter hoogte van de Veerse Gatdam gaat het tracé over van zee naar grote wateren (Veerse Meer). Aan de oostzijde van de Veerse Gatdam komen de kabels vanuit de Noordzee aan land. Ze worden door de kering heen geboord. Het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 loopt door het Veerse Meer op 50 meter afstand parallel aan de oostzijde van Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Hier geldt een andere breedte voor de onderhoudszone voor een kabeltracé dan op zee. In grote wateren kunnen afhankelijk van de omstandigheden kleinere afstanden worden gehanteerd. Het tracé loopt door het Veerse Meer parallel langs de westelijke oever, oostelijk van Net op zee IJmuiden Ver Alpha, en komt aan land bij de oever aan de zuidzijde van het Veerse Meer, ten zuiden van haven De Piet. Voor het tracé door het Veerse Meer wordt in de aanlegfase een breedte van 200 meter aangehouden (bij deze breedte wordt uitgegaan van een een gecombineerde ligging van de Netten op zee IJmuiden ver Alpha en Nederwiek 1, met een tussenruimte van minimaal 50 meter). Vanuit onderhouds- en veiligheidsperspectief is na realisatie een zone van 50 meter aan weerszijden van de gebundelde kabels voldoende (totale corridorbreedte van Netten op zee IJmuiden Ver Alpha en Nederwiek 1 bedraagt dan 150 meter).

Er is bij de tracering rekening gehouden met waterdieptes en aanwezige betonning (vaarwegmarkeringen) op het Veerse Meer. Er zal alleen gebaggerd moeten worden wanneer de route door het Veerse Meer over ondieptes heen zal moeten gaan. Deze ondieptes zijn echter al vrijgemaakt door het project Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Hierdoor hoeft er voor Net op zee Nederwiek 1 in het Veerse Meer niet meer gebaggerd te worden. Het baggervolume voor Net op zee Nederwiek 1 in in het

Pagina 23 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Veerse Meer is daardoor 0m³. De totale lengte van het kabeltracé in het Veerse Meer is circa 12 kilometer. 2.2.2

Kabeltracé op land Het kabeltracé op land is onder te verdelen in twee gebieden; de aanlanding vanuit zee ter hoogte van de Veerse Gatdam en het tracé ten zuiden van het Veerse Meer. Kruising Veerse Gatdam De Veerse Gatdam wordt aan de oostzijde gekruisd, naast de boringen ten behoeve van IJmuiden Ver Alpha. Voor de kruising van de Veerse Gatdam worden drie mantelbuizen aangelegd in de Veerse Gatdam. Het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 bestaat uit vier kabels namelijk een plus – en minkabel, een metallic return en een glasvezelkabel. De reden waarom er voor Net op zee Nederwiek 1 maar drie boringen nodig zijn, is dat de glasvezelkabel van Net op zee Nederwiek 1 in dezelfde mantelbuis wordt gelegd als de glasvezelkabel van Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Daarom is er 1 mantelbuis minder nodig voor Net op zee Nederwiek 1.

Figuur 2.5. Indicatie kruising Veerse Gatdam IJmuiden Ver Alpha en Nederwiek 1

Tracé op land naar converterstation Vanuit het Veerse Meer landt het tracé aan ten zuiden van haven De Piet, aan de oostzijde van het Veerse Meer (oostelijk uittredepunt). De aanlanding gebeurt met een open ontgraving, daarna vindt aanleg van de kabelverbinding via open ontgraving plaats. Op plaatsen waar bestaande watergangen en infrastructuur (o.a. A58) gekruist worden, vindt aanleg met een gestuurde boring plaats. Het gehele tracé wordt ondergronds aangelegd.

Pagina 24 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Figuur 2.6. Overzicht van het tracé op land

Na de aanlanding vanuit het Veerse Meer gaat het tracé richting Muidenweg en buigt daarna naar het zuiden af, parallel aan de Muidenweg langs recreatiepark Veerse Meer en passeert vervolgens Vliegveld Midden Zeeland aan de westzijde. Vanaf de boring onder de A58 tot de kruising van de N252 ligt het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 niet meer geheel parallel aan het kabeltracé van Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Voor het kabeltracé parallel aan de Zeedijk van de Jacobapolder zijn twee varianten onderzocht: • Eén tracévariant ten oosten van de Zeedijk van de Jacobapolder onder de onverharde weg door. Deze variant wordt ‘kabeltracé onder weg’ genoemd. • Eén tracévariant ten oosten van de Zeedijk van de Jacobapolder in het weiland parallel aan de perceelgrenzen van agrarische gronden. Deze variant wordt ‘kabeltracé in weiland’ genoemd. Er is gekozen voor de tracévariant ‘kabeltracé onder de weg’. Hierbij is met name rekening gehouden met de wensen van de landeigenaren. Vervolgens kruist het kabeltracé de Oude Veerweg middels een boring. Tussen de Oude Veerweg en de N254 bevindt zich de Sloekreek. Het kabeltracé loopt hier ten oosten van de Sloekreek in de dijk. Het kabeltracé van Net op zee IJmuiden Ver Alpha ligt ten westen van de Sloekreek. Het kabeltracé wordt vervolgens onder de N254 doorgeboord.

Na de boring onder de N254 door, komt het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 weer parallel aan het kabeltracé van Net op zee IJmuiden Ver Alpha te liggen in de aangewezen kabel– en leidingenstrook. Hier is nog ruimte voor een kabeltracé parallel aan Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Ter hoogte van de Liechtensteinweg verlaat het kabeltracé de kabel- en leidingenstrook en wordt door middel van een boring de spoorweg Pagina 25 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

gekruist. De boorlijn komt uit bij de converterstationslocatie aan de Liechtensteinweg, parallel aan de Luxemburgweg. 2.2.3

Converterstation Het converterstation zet de stroom van 525kV-gelijkstroom om naar 380kVwisselstroom. Dat is nodig omdat het landelijk hoogspanningsnet op 380kVwisselstroom draait. Het converterstation bestaat onder andere uit converters18 (omvormers), reactoren19, transformatoren20 en 380 kV-schakelvelden21. De converters en reactoren staan in gebouwen, de transformatoren en de schakelvelden buiten. Om de geluidemissie van de transformatoren zoveel mogelijk te beperken wordt er vooralsnog van uitgegaan dat de transformatoren worden voorzien van een geluidsisolerende omkasting. De omvang van het station is circa 4,2 ha met een maximale hoogte van ongeveer 25 meter (gemeten vanaf het opgehoogde maaiveld). Het totale converterstationterrein (incl. waterberging) is circa 4,5 ha. De twee kelders zijn maximaal 3,5 meter diep. Voorafgaand aan de aanleg moet het terrein geëgaliseerd worden. Er zijn circa 2.600 heipalen nodig voor de fundering van het converterstation. Ze worden maximaal 30 meter diep de bodem in gebracht. Er worden naar verwachting 12 palen per dag geheid. De gehele realisatie van het converterstation bedraagt worstcase circa 3 jaar. Het converterstation is onbemand en wordt drie keer per jaar visueel geinspecteerd. Er is jaarlijks klein onderhoud en iedere 3 jaar uitgebreid groot onderhoud.

18 Het omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom en vice versa. 19 Hiermee wordt het blindvermogen dat door de kabels wordt opgewekt, gecompenseerd. 20 Hiermee worden elektriciteitsnetten van verschillende spanningsniveaus verbonden. 21 Hiermee worden de diverse netelementen (kabels, transformatoren, reactoren, etc.) op een veilige en onderhoudbare manier verbonden aan het landelijke net. Hiermee kunnen elektrische fouten ook op een juiste manier worden afgeschakeld. Pagina 26 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Figuur 2.7. Locatie converterstation Net op zee Nederwiek 1

2.2.4

Uitgangspunten kabeltracé Tracé op zee en het Veerse Meer Het kabeltracé bestaat uit een samenstel van vier kabels. • Twee zogenoemde HVDC (High Voltage Direct Current) hoogspanning gelijkstroomkabels. Hiervan fungeert één van de kabels als de plus (+) pool en de andere als de min (-) pool. • Eén metallic return. Deze transporteert de reststroom die ontstaat door onbalans in het spanningsniveau. Daarnaast kan de metallic return fungeren als back-up kabel in onderhoudssituaties. • Eén glasvezelkabel die wordt aangelegd voor communicatie tussen het platform en het landstation. Het kabeltracé wordt gebundeld aangelegd. Binnen de gebundelde aanleg zijn er twee mogelijke kabelconfiguraties: • (1x4)-kabelconfiguratie: Alle vier de kabels in één bundel tegen elkaar aan gelegd. • (2x2)-kabelconfiguratie: De plus- en min-pool worden bij elkaar gelegd en hoogstens 5 meter daarnaast liggen de metallic return en glasvezelkabel. Bij parallelligging van twee of meer tracés op zee kunnen de onderhoudszones van verschillende verbindingen gecombineerd worden. De totale breedte van de corridor is daardoor bij parallelligging smaller dan de som van individuele verbindingen. Bij parallelligging in de standaard configuratie met 200 m tussenafstand is voor twee tracés een corridorbreedte van 1.200 meter nodig en voor drie tracés 1.400 meter Pagina 27 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

etc. Het Veerse Meer kent een andere dynamiek dan de zee, andere waterdieptes en er is minder ruimte dan op de Noordzee. Daardoor is de gehanteerde kabelcorridor van 1.000 meter niet hanteerbaar. Vanuit onderhouds- en veiligheidsperspectief wordt daarom vanuit TenneT een kabelcorridor van 100 meter op het Veerse Meer aangehouden voor één kabelsysteem (2 x 50 meter aan weerszijden van de kabel). Wanneer twee kabeltracés parallel liggen worden deze met een tussenafstand van 50 meter aangelegd. Hierdoor is de kabelcorridor bij de parallelligging van Net op zee Nederwiek 1 en Net op zee IJmuiden Ver Alpha 150 meter. De totale lengte van het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 op zee en door het Veerse Meer is circa 205 km. Het kabeltracé van Net op zee Nederwiek 1 op zee wordt in één, twee of drie jaar aangelegd tussen 2025 en 2029. De jaren hoeven niet aaneensluitend te zijn. De werkzaamheden op zee vinden plaats tussen 1 maart en 31 oktober. Het kabeltracé in het Veerse Meer wordt in acht maanden aangelegd tussen 1 september en 1 mei. Het tracé van Net op zee Nederwiek 1 wordt in het Veerse Meer in hetzelfde tijdvak aangelegd met het tracé van Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Kruising Veerse Gatdam Net op zee Nederwiek 1 kruist de Veerse Gatdam aan de oostzijde naast Net op zee IJmuiden Ver Alpha, zie figuur 2.5.

Dit gebeurt door middel van drie horizontaal gestuurde boringen (HDD). Bij gestuurde boringen wordt er van een intredepunt naar een uittredepunt geboord. Deze punten liggen onder het maaiveld. Vanaf het uittredepunt wordt er een mantelbuis het boorgat ingetrokken. Hierna worden de kabels er één voor één ingetrokken. Waarschijnlijk vindt het intrekken van de kabels niet aansluitend op het aanleggen van de boringen plaats. Bij de kruising met de Veerse Gatdam liggen de intredepunten achter de Veerse Gatdam (landinwaarts) en de uittredepunten liggen in de zonering van de Veerse Gatdam (aan de zeezijde). Uitvoering van werkzaamheden gedurende het stormseizoen is vanwege de veiligheid hier niet toegestaan Uitvoering van werkzaamheden Werken gedurende het stormseizoen is vanwege de veiligheid hier niet toegestaan. De boorlijnen van Net op zee Nederwiek 1 liggen bij de kruising van de Veerse Gatdam ten oosten van de boorlijnen van Net op zee IJmuiden Ver Alpha. De mantelbuis die gebruikt wordt voor de glasvezelkabel van Net op zee IJmuiden Ver Alpha wordt ook gebruikt voor de glasvezelkabel van Net op zee Nederwiek 1. Dit betekent dat voor Net op zee Nederwiek 1 drie additionele boorlijnen/mantelbuizen onder de Veerse Gatdam worden gerealiseerd. De afstand tussen de boorlijnen loopt van circa 20 meter aan de strandzijde af naar circa 5 meter aan de zuidzijde van de kering.

Er is een werkterrein nodig voor de booropstelling en de uitlegruimte voor de mantelbuizen. De mantelbuizen worden, voordat deze worden ingetrokken, volledig uitgelegd bij het uittredepunt. Tracé op land Het kabeltracé op land kan in open ontgraving of met gestuurde boringen worden aangelegd. Open ontgraving is de standaard en heeft de voorkeur. Waar dit niet kan, bijvoorbeeld bij kruisingen met infrastructuur zoals wegen en spoorwegen, wordt gebruik gemaakt van boringen. Bij een open ontgraving is de sleuf circa 7 meter breed en 2,2 meter diep. De 7 meter brede sleuf wordt ook wel de ZROstrook genoemd.22 De totale werkstrookbreedte voor Net op zee Nederwiek 1 is circa 30 meter. De ZRO-strook voor een standaard boring is circa 11 meter. 22 ZRO is de afkorting van Zakelijk Recht Overeenkomst. De ZRO-strook is een strook waarvoor een overeenkomst is afgesloten tussen de grondeigenaren, overige zakelijk gerechtigden en gebruikers en de netbeheerder, dat deze strook door de netbeheerder gebruikt mag worden voor aanleg van en werkzaamheden aan een hoogspanningslijn. Pagina 28 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Figuur 2.8. Sleuf bij open ontgraving

Figuur 2.9. Kabelconfiguratie boring

De 525kV-gelijkstroomkabels op land worden ondergronds aangelegd vanaf het aanlandingspunt naar een converterstation waar de stroom wordt omgezet (geconverteerd) van 525kV-gelijkstroom naar 380kV-wisselstroom. Om de 3 tot 5 kilometer komt een aardput op land. Een aardput is een betonnen vierkante bak met een stalen deksel, met de afmeting van circa 1 x 1 meter. Een aardput is vergelijkbaar met een putdeksel in de straat die gelijk aan het maaiveld is afgewerkt, tenzij de perceeleigenaar een bovengrondse aardput (kastje op maaiveld) wenselijk acht, of het grondwaterpeil dusdanig hoog is dat een ondergrondse aardput niet gewenst is. Het landtracé wordt aangelegd in de periode tussen 2025 en 2029. Op land wordt het tracé van Net op zee Nederwiek 1 gelijktijdig aangelegd met Net op zee IJmuiden Ver Alpha. De aanleg van het landtracé van beide projecten kost gezamenlijk één jaar. Uitgangspunt is om aanlegwerkzaamheden uit te voeren buiten de winterperiode. Indien noodzakelijk kunnen er toch aanlegwerkzaamheden in de winterperiode worden uitgevoerd.

Pagina 29 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

3

Ruimtelijk beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Wijziging Elektriciteitswet 1998 (tijdig realiseren doelstellingen Energieakkoord) De taak om het Net op zee aan te leggen, inclusief de randvoorwaarden die daarbij horen en de regulering rond het Net op zee, is opgenomen in de Wet van 23 maart 2016 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 (tijdig realiseren doelstellingen Energieakkoord; Staatsblad 2016, 116). In deze wet is TenneT aangewezen als netbeheerder op zee en daarmee verantwoordelijk voor de netaansluiting van de offshore windparken. Het nieuwe uitgiftesysteem inclusief het aanwijzen van TenneT als netbeheerder op zee is op vele fronten beter dan het realiseren van individuele aansluitingen. Immers door de investeringen in infrastructuur op zee bij TenneT te bundelen ontstaan synergievoordelen, zoals voordelige financiering, inkoopvoordeel, standaardisatievoordeel en voordeel door kennisontwikkeling. TenneT werkt daarbij samen met alle relevante partijen.

3.1.2

Energierapport en energieagenda Het Energierapport23 van januari 2016 benoemt de belangrijkste uitkomsten van het in december 2015 gesloten internationale klimaatakkoord en geeft een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland tot 2050. Het kabinet stelt voor de transitie naar duurzame energie drie uitgangspunten centraal: 1) aansturen op CO2-reductie; 2) verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt en 3) integreren energie in het ruimtelijk beleid. De hoofdlijnen van het Energierapport zijn uitvoerig besproken in de Energiedialoog.24 De uitkomsten van de dialoog zijn bouwstenen geweest voor de Energieagenda25 die op 12 december 2016 is aangeboden aan de Tweede Kamer. Met deze agenda beoogt het kabinet een helder en ambitieus perspectief te schetsen richting 2030 en 2050. In de Energieagenda wordt tevens ingegaan op de verdere ontwikkeling van windenergie op zee. In de Energieagenda is de voorbereiding van een routekaart windenergie op zee voor de periode tot 2030 aangekondigd. Voor deze routekaart wordt verwezen naar paragraaf 3.1.6.

3.1.3

Routekaart windenergie op zee 2030 Op 27 maart 2018 zijn in een kamerbrief de hoofdlijnen voor een nieuwe routekaart windenergie op zee (vanaf nu Routekaart 2030)26 uiteengezet. Het kabinet wilde een volgende stap zetten in de verdere realisatie van windenergie op zee voor de periode 2024 tot en met 2030, en een start maken met de voorbereiding daarvan. Het regeerakkoord bevat de opgave om in 2030 door middel van windenergie op zee een extra reductie van de CO2-uitstoot te realiseren. Deze opgave vertaalt zich in een totale omvang van de windparken op zee van circa 11,5 GW in 2030. Rekening houdend met de bestaande windparken (circa 1 GW) en de te realiseren windparken uit de routekaart 2023 (circa 3,5 GW), betekent dit dat er tussen 2024 en 2030 windparken bij moeten komen met een gezamenlijk vermogen van circa 7 GW; dit

23 Energierapport “Transitie naar duurzaam”, kamerstuk 31510, nr. 50. 24 Energiedialoog, Kamerstuk 30196, nr. 484. 25 Energieagenda “Naar een CO2-arme energievoorziening”, kamerstuk 31510, nr. 64. 26 Ministerie Economische Zaken en Klimaat, Routekaart windenergie op zee 2030, brief d.d. 27 maart 2018, Kamerstuk 33561, nr. 42. Pagina 30 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

gaat uit van een uitrol van circa 1 GW per jaar. De reden om een routekaart windenergie op zee 2030 op te stellen was tweeledig:  Allereerst is continuïteit in de realisatie van windenergie op zee belangrijk voor het tijdig halen van de bovengenoemde opgave. Om in 2024 of 2025 het eerste windpark in gebruik te kunnen nemen, is het noodzakelijk om in 2020 dan wel 2021 voor de betreffende kavel(s) een tender uit te schrijven.  Daarnaast is vroegtijdige duidelijkheid over realisatie van windparken op zee noodzakelijk voor het bieden van marktperspectief en het vasthouden van het vertrouwen van windparkontwikkelaars. Dit leidt tot kostenverlaging en investeringsbereidheid. De routekaart 2030 gaat uit van het realiseren van windparken in de onderstaande achtereenvolgende gebieden:  1,4 GW in het gebied Hollandse Kust (west);  0,7 GW in het gebied Ten noorden van de Waddeneilanden;  circa 4 GW in het gebied IJmuiden Ver. 3.1.4

Aanvullende Routekaart windenergie op zee 2030+ Om de versnellingsopgave voor het behalen van de klimaatdoelstellingen (zie paragraaf 1.3) te kunnen borgen, zijn er in het Programma Noordzee 2022-2027 (PNZ)27 nieuwe windenergiegebieden aangewezen, waaronder windenergiegebied Nederwiek. Het PNZ is een bijlage bij het Nationaal Water Programma 2022-2027. Dit is bevestigd in de brief van de minister voor Klimaat en Energie van 21 juni 2022 aan de Tweede Kamer.28 Met deze brief is: • de Routekaart windenergie op zee 2030 aangevuld voor de versnellingsopgave: hierin staat welke (delen van de) nieuwe windenergiegebieden wanneer ontwikkeld gaan worden. • het Ontwikkelkader windenergie op zee geactualiseerd voor de versnellingsopgave: in het kader staat onder welke voorwaarden TenneT het Net op zee kan realiseren. De Minister voor Klimaat en Energie heeft op 21 juni 2022 de Tweede Kamer geïnformeerd over de hoofdlijnen van de aanvullende Routekaart Windenergie op zee 2030 (zie ook figuur 3.1).29

27 Het Programma Noordzee 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022, zie: https://www.noordzeeloket.nl/beleid/programma-noordzee-2022-2027/ 28 Voor aanvullende Routekaart windenergie op zee 2030 en aanpassing Ontwikkelkader windenergie op zee, zie: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-economische-zaken-enklimaat/documenten/kamerstukken/2022/06/21/aanvullende-routekaart-windenergie-op-zee-2030 29 Voor aanvullende Routekaart windenergie op zee 2030 en aanpassing Ontwikkelkader windenergie op zee, zie: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-economische-zaken-enklimaat/documenten/kamerstukken/2022/06/21/aanvullende-routekaart-windenergie-op-zee-2030 Pagina 31 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

Figuur 3.1. Aanvullende Routekaart windenergie op zee 2030+.

3.1.5

Kaderrichtlijn Mariene Strategie/Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) heeft tot doel het beschermen en herstellen van de Europese zeeën en oceanen en duurzaam gebruik te bevorderen. De KRM verplicht elke Europese lidstaat tot het vaststellen van een mariene strategie. Deze strategie moet gericht zijn op bescherming, behoud en herstel van het mariene milieu (een goede milieutoestand) waarbij tevens een duurzaam gebruik van de Noordzee wordt gegarandeerd. De lidstaten moeten de nodige maatregelen treffen om in hun mariene wateren deze ambitie te bereiken. Zij moeten daarbij samenwerken als EU-lidstaten en met andere landen in hun mariene regio. De kaderrichtlijn beveelt aan om daarbij zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande regionale zeeconventies. Nederland heeft de doorwerking van de richtlijn in 2010 opgenomen in het Waterbesluit onder de Waterwet. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 van kracht geworden en heeft als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen. Deze Kaderrichtlijn bevat normen voor de chemische doelen, die in Nederland zijn aangevuld met normen voor meer stoffen. De KRW eist dat Nederland ecologische doelstellingen formuleert.

Pagina 32 van 136

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee Nederwiek 1 |

3.1.6

Nationaal Waterplan (NWP2) en Beleidsnota Noordzee 2016-2021 Voor de periode 2016-2021 is het Noordzeebeleid verder uitgewerkt in het Nationaal Waterplan (NWP2) en als onderdeel hiervan in de Beleidsnota Noordzee (2015). De Beleidsnota Noordzee vormt het kader voor activiteiten op de Noordzee, waaronder dat van windparken en bijbehorende voorzieningen. Het NWP2 is vastgesteld op 11 december 2015. Het Nationaal Water Programma inclusief het Programma Noordzee 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 20222027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Dit Programma biedt inzicht en duidelijkheid aan alle belanghebbenden op de Noordzee. De opgave is een gezonde Noordzee met een duurzaam gebruik te waarborgen, waarbinnen plek is voor beschermde natuurwaarden, een duurzame visserij en voldoende ruimte voor windparken op zee, zeescheepvaart en andere gebruikers.

3.1.7

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (ook wel Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien aangevuld. Het Barro vormt een wettelijk kader waaraan ruimtelijke plannen van lagere overheden dienen te voldoen30. Naast algemene regels betreffende het opstellen van een bestemmingsplan of inpassingsplan, worden in het Barro ook nationale belangen gedefinieerd. Eén daarvan is de elektriciteitsvoorziening. Overige nationale belangen zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2, worden niet aangetast. De gebiedsaanduiding voor het zoekgebied van een toekomstige kerncentrale uit het vigerende bestemmingsplan blijft gehandhaafd. Het kustfundament wordt gekruist, maar de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament wordt niet belemmerd. Ook bij de kruising van primaire waterkeringen is geen sprake van belemmering van onderhoud, veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de waterkeringen. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van deze inpassingsplantoelichting.

3.1.8

Beleidsadvies inzake magneetvelden Voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen is in Nederland het beleidsadvies over magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen 31 van toepassing. Dit beleidsadvies adviseert aan het bevoegd gezag op gebied van de ruimtelijke ordening en netbeheerders om zo veel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen dat ‘gevoelige bestemmingen’32 vallen binnen de zone waar de jaargemiddelde veldsterkte hoger is dan 0,4 μT (microtesla). Het beleidsadvies is alleen van toepassing op bovengrondse hoogspanningslijnen die werken op wisselstroom, dus het beleidsadvies is niet van toepassing op gelijkstroomverbindingen (DC). Voor ondergrondse hoogspanningsverbindingen en converterstations is er een Europese aanbeveling (1999/519EG33) die een maximale blootstellingslimiet voorschrijft van 100 μT voor magneetvelden opgewekt door wisselstroom (AC), en een maximale blootstellingslimiet van 40.000 μT voor magneetvelden opgewekt door gelijkstroom (DC). Aangezien bekend is dat mensen in de nabijheid van hoogspanningsinfrastructuur zich soms zorgen maken over magneetvelden, wordt in dit inpassingsplan ingegaan op de veldsterkten van alle typen magneetvelden zoals

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12657322/1