Toelichting bestemmingsplan Meppel - Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Tekst van het document
Dit vloeit voort uit het feit dat voor de locatie geldt dat er geen archeologische verwachting is. Op de volgende afbeelding uit de archeologische beleids- en verwachtingenkaart is dat zichtbaar.
Archeologische beleids - en verwachtingenkaart.
29
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
5.2.2 Monumentenzorg In de toelichting van ruimtelijke plannen moet naast een toets aan archeologie ook een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en/of monumenten rekening is gehouden. Analyse In het plangebied zijn geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten aanwezig. Op grond van de kernkwaliteit Cultuurhistorie uit de provinciale omgevingsverordening behoort het plangebied wel tot de cultuurhistorische hoofdstructuur. De cultuurhistorische hoofdstructuur verbindt alle elementen, structuren en gebieden die in hun onderlinge samenhang van provinciaal belang worden geacht en is beschreven in het Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Daarbinnen behoort het plangebied tot het deelgebied 'De Reest en Meppel'. Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is de waaier van waterlopen waartussen de randveenontginningen liggen met hun bebouwingslinten. Waar de waterlopen samenkomen heeft Meppel zich vanaf de middeleeuwen ontwikkeld als handelsstad en doorvoerhaven. De sturing is verschillend voor elk van deze onderdelen. Binnen de hoofdstructuur valt het plangebied in de categorie ‘respecteren’. Deze categorie is vooral van toepassing in gebieden waar de ontwikkelingen meer kleinschalig zijn (zoals in voorliggend geval) en zich in een laag tempo voltrekken.
Bij ontwikkelingen ligt de inzet bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten voor ontwikkelingen. De ambitie voor Meppel is het herkenbaar houden van de historische kern van Meppel als markt- en handelsstad, zowel bovengronds als ondergronds, met alle elementen die daaraan refereren, zoals bebouwingsstructuren, waterlopen, pleinen en parken. In het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen meer aanwezig. De kernkwaliteit wordt niet aangetast. Wel ligt het plangebied in de nabijheid van de binnenstad en langs doorgaande routes voor verkeer over weg en rail. De voorziene bebouwing begeleidt deze oorspronkelijke structuren. Daarnaast wordt in de architectuur van de gebouwen rekening gehouden met de structuur van de Commissaris de Vos van Steenwijklaan. Op deze wijze wordt rekening gehouden met het cultuurhistorische karakter van de locatie. Conclusie Op basis van de archeologische beleids- en verwachtingskaart is er geen verwachting dat in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn. In het plangebied zijn geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten aanwezig. Er is dan ook geen onderzoek noodzakelijk om eventuele archeologische waarden veilig te stellen of in beeld te brengen.
Tevens wordt geen afbreuk gedaan aan cultuurhistorische waarden.
5.3 Flora en fauna Kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld in de Wet natuurbescherming. Op het gebied van gebiedsbescherming regelt de wet de bescherming van zes 30
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
verschillende soorten natuurgebieden: het natuurnetwerk Nederland, bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, nationale parken, bijzondere nationale natuurgebieden en Natura 2000-gebieden. Bij activiteiten of ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor een van deze gebieden moet een vergunning worden aangevraagd. Analyse Voorafgaand aan de uitvoering van de plannen dient te worden onderzocht of binnen en in de nabijheid van het plangebied streng beschermde plant- en diersoorten en/of natuurgebieden aanwezig zijn en of deze worden aangetast. Deze eerste stap om de aanwezigheid van beschermde soorten en/of gebieden te bepalen, is het uitvoeren van een quickscan flora en fauna. De quickscan is als bijlage 1 opgenomen. De quickscan flora en fauna beschrijft in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de effecten van de ingreep op soortenbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en op houtopstanden. Uit deze quickscan blijkt of de plannen (mogelijk) leiden tot aantasting van beschermde soorten en/of gebieden en of vervolgstappen noodzakelijk zijn, zoals nader onderzoek, een ontheffing en/of een vergunning. De quickscan bestaat uit een onderzoek naar soortenbescherming en gebiedsbescherming.
Soortenbescherming Het onderzoeksgebied bevat voor vleermuizen toegankelijke bebouwing, waardoor aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen niet op voorhand kan worden uitgesloten. Aan de hand van aanvullend vleermuisonderzoek dient vastgesteld te worden of daadwerkelijk verblijfplaatsen van vleermuizen in de bebouwing aanwezig zijn. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden en is als bijlage 1a van deze toelichting opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat in de te slopen bebouwing geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn en het onderzoeksgebied niet fungeert als essentieel foerageergebied of als essentiële vliegroute voor vleermuizen. Van een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen is geen sprake. De voorgenomen herontwikkeling kan plaatsvinden zonder ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming. Verder bevat het onderzoeksgebied geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen, jaarrond beschermde vogelnesten, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van niet-vrijgestelde beschermde soorten flora en fauna. Nader veldonderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is wat dat betreft niet aan de orde. Gebiedsbescherming De voorgenomen herontwikkeling leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000.
Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Een mogelijke uitzondering daarop is stikstofgevoeligheid. Om dat te bepalen is aan de hand van de AERIUS-calculator berekend of het plan een toename van stikstofdepositie op Nature 2000gebieden tot gevolg heeft. De berekeningen zijn als bijlage 2 van het bestemmingsplan opgenomen. Hieruit blijkt dat van een toename van stikstofdepositie op natuurgebieden geen sprake is.
31
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
De voorgenomen ingreep leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Drenthe ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Verdere toetsing in de vorm van een ‘Nee, tenzij-toets is niet aan de orde. Conclusie Het plan is op basis van het aspect ecologie uitvoerbaar.
5.4 Bodem Kader Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan en/of bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Voor een bestemming zoals wonen, gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Analyse In het kader van voorliggend bestemmingsplan heeft gezien de milieugevoelige functie bodemonderzoek plaatsgevonden. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van bodemverontreiniging in de grond en het freatisch grondwater. De resultaten zijn als bijlage 3 opgenomen. Historisch onderzoek Door de opdrachtgever/contactpersoon is geen informatie verstrekt waaruit blijkt dat de bodem op enigerlei wijze is verontreinigd.
Uit diverse bodemonderzoeken in de omgeving blijkt dat een ernstige bodemverontreiniging met PAK en zware metalen is gesaneerd in 2005/2006 achter de percelen Com. De Vos van Steenwijklaan 16, 20 en 28. Dit is ten noorden van de onderzoekslocatie. Hierbij is wel een restverontreiniging achtergebleven onder een schone leeflaag. Tevens is bekend geworden dat in 1988 een bodemsanering van matig met lood verontreinigde grond heeft plaatsgevonden op de onderzoekslocatie. De verontreiniging zou volledig zijn gesaneerd. De locatie van de sanering is niet bekend geworden. Er zijn geen gegevens bekend geworden over verontreinigende bedrijfsactiviteiten. Ten noorden van de onderzoekslocatie was sprake van een ophooglaag, waarin de ernstige bodemverontreinigingen zijn aangetoond en inmiddels zijn gesaneerd. Er zijn geen relevante gegevens met betrekking tot olietanks bekend geworden. Volgens de bodemkwaliteitskaart valt de locatie in zone Wonen. Er is geen informatie over asbestverdachte materialen of puinverhardingen op of in de bodem bekend geworden. Tijdens de terreininspectie zijn geen gegevens bekend geworden waaruit een bodembelasting op de onderzoekslocatie is af te leiden. 32
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
Bodemonderzoek De resultaten van het verrichte verkennend onderzoek kunnen als volgt worden samengevat:
Tijdens de terreininspectie en de monstername van de grond zijn geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen. De onderzoekshypothese ‘onverdacht’ kan op grond van de analyseresultaten van de grondmonsters/grondwatermonsters/grond- en grondwatermonsters heel strikt genomen niet worden gehandhaafd. Formeel gesproken is de kwalificatie verdacht van toepassing. De aangetroffen concentraties zijn echter van lichte aard en geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. De invloed hiervan op de volksgezondheid en het milieu is nihil. Conclusie Het plan is op basis van het aspect ‘bodem’ uitvoerbaar.
5.5 Geluid Kader Geluidsoverlast kan worden veroorzaakt door industrielawaai, railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en luchtverkeerslawaai. De Wet geluidhinder en de Luchtvaartwet kennen grenswaarden voor geluid. Bepaalde geluidgevoelige objecten mogen alleen worden toegelaten als zij geen ontoelaatbare geluidsbelasting ondervinden. Daartoe moeten op grond van artikel 3.3.1 Besluit ruimtelijke ordening zones in het bestemmingsplan worden opgenomen rond geluidbronnen. Het bestemmingsplan moet de ligging en de afmetingen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen gelegen binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein als 33
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
bedoeld in de Wet geluidhinder aangeven. Als een bepaalde bestemming en/of een bepaalde geluidsbron niet in de Wet geluidhinder of Luchtvaartwet is geregeld, moet in het kader van de goede ruimtelijke ordening toch een akoestische afweging gemaakt worden. Analyse Ten aanzien van het plangebied geldt dat er geen sprake is van invloed van industrie- of luchtvaartlawaai. Wel is er sprake van weg- en spoorweglawaai. In het kader van dit weg- en spoorweglawaai heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden. De rapportage is als bijlage 4 van deze toelichting opgenomen. De invloed van het weg- en railverkeerslawaai op de in de directe omgeving hiervan gelegen plangebied, is in het akoestische onderzoek nader onderzocht. De berekeningen van de geluidsbelasting afkomstig van zowel het wegverkeer als het railverkeer zijn verricht met een door DGMR ontwikkeld computerprogramma Geomilieu (V5.21). Deze is gebaseerd op het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, standaardrekenmethode II. Wegverkeer Voor een goede ruimtelijke inpassing van het geprojecteerde bouwplan zijn ook de in de directe nabijheid hiervan gelegen niet-zoneplichtige wegen met een 30 km/uur regime, in het akoestisch onderzoek betrokken.
De te verwachten geluidsbelastingen [Lden] vanwege het wegverkeer op de gevels van de binnen het plangebied geprojecteerde wooneenheden bedraagt, na het aanbrengen van een ‘Dove gevel’ ter plaatse van de naar de Commissaris de Vos van Steenwijklaan 56 dB of minder. Hieruit blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het wegverkeer op de nabijgelegen zoneplichtige wegen wordt overschreden. Deze wegen vormen volgens de Wet geluidhinder, zonder hiervoor voorzieningen te treffen, derhalve een belemmering voor de realisatie van het bouwplan. Voor een goede ruimtelijke inpassing [beoordeling van een goed woon- en leefklimaat] van de geprojecteerde woningen in haar directe omgeving, zijn naast de zoneplichtige wegen ook de nietzoneplichtige wegen [30 km/uur wegen] in het akoestisch onderzoek mee beschouwd. De optredende geluidsbelastingen als gevolg van deze secundaire wegen behoeven volgens de Wet geluidhinder niet te worden getoetst aan de gestelde grenswaarde, maar zouden wel kunnen leiden tot geluidoverlast. Dit geldt met name als gevolg van het verkeer over klinkerverharde wegen.
Om na te kunnen gaan of er als gevolg van het wegverkeer over alle in de directe omgeving van het plangebied aanwezige wegen, sprake is van een goed woon- en leefklimaat, zijn de optredende geluidbelastingen afkomstig van zowel de gezoneerde als van de niet-gezoneerde wegen in kaart gebracht. De gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van deze gezamenlijke zoneplichtige en nietzoneplichtige wegen, met uitzondering ter plaatse van de als ‘Dove gevels’ aangemerkte gevels, bedraagt maximaal 62 dB. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat hierbij de aftrek ex. Artikel 110-g van de Wet geluidhinder nog niet is meegerekend. Railverkeer De te verwachten geluidsbelastingen [Lden] vanwege het railverkeer op de gevels van de binnen het plangebied geprojecteerde woningen bedraagt 60 dB of minder. Hieruit blijkt dat de 34
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt overschreden. Dit spoortraject vormt volgens de Wet geluidhinder daarom zonder dat hierbij maatregelen worden getroffen, een belemmering voor de realisatie van het geprojecteerde bouwplan. Maatregelen Bronmaatregelen Allereerst dient bij het opnemen van voorzieningen ten behoeve van het wegverkeerslawaai te worden gedacht aan bronmaatregelen (b.v. het verminderen van de verkeersintensiteit op de betreffende weg, het verlagen van de rijsnelheid, stiller wegdek, wijziging vormgeving). Naar verwachting zal ook het aantal treinbewegingen in de toekomst niet verminderen en ook zal het verlagen van de rijsnelheid ter plaatse geen reële optie zijn, zodat bronmaatregelen ook in het kader van het railverkeerlawaai niet haalbaar worden geacht. Op basis van het bovenstaande kan redelijkerwijs worden gesteld dat het aanbrengen van bronmaatregelen deels wel zullen leiden tot een verlaging van de optredende geluidbelastingen ter plaatse, maar dat deze niet afdoende zullen zijn en zullen stuiten op financiële bezwaren. Deze zullen namelijk tot gevolg hebben dat hierdoor de exploitatie van de voorgenomen plannen dermate onder druk zal komen te staan, dat zij de haalbaarheid van het project mogelijk in gevaar kunnen brengen.
Maatregelen in de overdracht Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het de vraag of een overdrachtsmaatregel in de vorm van geluidsschermen of -wallen, ter plaatse wenselijk wordt geacht. Gezien de beperkte omvang van de voorgenomen plannen en het aantal verdiepingen (grotere hoogte) waarvoor verlaging van de optredende geluidbelastingen noodzakelijk is, kunnen de financiële consequenties hiervan de haalbaarheid van het project mogelijk eveneens in gevaar brengen. Tevens zal dit stedenbouwkundig niet kunnen worden ingepast. Voorzieningen bij de ontvanger Voorgaand is reeds aangegeven dat ter plaatse van een aantal geluidsgevoelige bestemmingen de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van het weg- en railverkeerlawaai wordt overschreden. Omdat het slechts gaat over een relatief beperkt aantal geluidsgevoelige bestemmingen waar sprake is van een overschrijding, kunnen om financiële en stedenbouwkundige redenen geen bron- of overdrachtsmaatregelen worden getroffen. Om realisatie alsnog mogelijk te maken, dient er bij de gemeente Meppel zo mogelijk een hogere grenswaarden te worden aangevraagd. Om medewerking te kunnen verlenen aan het opstarten van een dergelijke procedure wordt aansluiting gezocht bij de landelijk hiervoor vastgestelde richtlijnen. Voor zover bekend heeft de gemeente Meppel geen gericht geluidbeleid vastgesteld voor het verlenen van ontheffing Hogere grenswaarde.
Aansluitend op het landelijke beleid houdt dit in dat binnenstedelijk ontheffing mogelijk is tot maximaal 63 dB. Deze kan alleen worden toegestaan als de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Van een onaanvaardbare geluidbelasting is in ieder geval sprake als vanwege de gecumuleerde waarde niet wordt voldaan aan de eisen die het Bouwbesluit stelt aan de geluidbelasting binnen geluidgevoelige ruimten.
35
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
Omdat de maximaal verzochte geluidbelasting waarvoor ontheffing wordt aangevraagd niet hoger is gelegen dan maximaal 56 dB voor wegverkeerslawaai en 60 dB voor railverkeerlawaai, is een hogere waarde procedure opgestart. Geluidwering gevels en hogere grenswaarde Als de optredende geluidbelastingen op de gevels van de geprojecteerde woningen niet tot de voorkeurswaarde van 48 dB wegverkeerslawaai en 55 dB railverkeerslawaai kunnen worden verlaagd, zoals in het onderhavige geval, dan dient bij de aanvraag Omgevingsvergunning een aanvullend akoestisch onderzoek naar de geluidwerende kwaliteit van de gevels te worden toegevoegd. Tevens dient een besluit hogere grenswaarde genomen te worden. Hierbij dient te worden aangetoond dat de karakteristieke geluidswering Ga,k van de uitwendige scheidingsconstructies ter plaatse van geluidsgevoelige ruimten voldoet aan de hiervoor gestelde grenswaarden uit het Bouwbesluit. In het kader van voorliggend plan heeft een akoestisch onderzoek geluidwering gevels plaatsgevonden. Het onderzoek is als bijlage 4a opgenomen en heeft geleid tot een besluit hogere grenswaarde op basis van een ontwerpbesluit (zie bijlage 4b). In het rapport is aangegeven op welke wijze bouwkundige maatregelen genomen moeten worden om te kunnen voldoen aan het akoestisch niveau. Indien hier rekening mee wordt gehouden is het plan akoestisch uitvoerbaar.
5.6 Water Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in ‘Water Raakt!’. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. U kunt de genoemde documenten raadplegen op onze site www.wdodelta.nl. Analyse Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. In het kader van onderliggend initiatief heeft een digitale watertoets plaatsgevonden (zie bijlage 5). Uit de watertoets kwam naar voren dat er een waterschapsbelang speelt op de locatie. Nadere afstemming met het waterschap leert dat vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap geen belangen spelen en de korte procedure doorlopen kan worden. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie.
Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 cm. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor 36
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater direct op open water met het waterschap te worden afgestemd.
Conclusie In het kader van voorliggend plan is een digitale watertoets uitgevoerd en heeft het waterschap geadviseerd. Uit afstemming met het waterschap blijkt dat er geen sprake is van een waterschapsbelang.
5.7 Bedrijven en milieuzonering Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving van een beoogde ontwikkeling worden belemmerd door de ontwikkeling en of ter plaatse van gevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het gaat hierbij om interne en externe werking. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. Wanneer het plangebied en omgeving getypeerd kunnen worden als 'gemengd gebied' bedragen de hindercontouren minder. De VNG-publicatie omschrijft een gemengd gebied als: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.
Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels horeca en kleine bedrijven.’ Analyse Het plan voorziet in het realiseren van woningen. Om het plan mogelijk te maken wordt de bestemming van het plangebied grotendeels gewijzigd in ‘wonen’. Dit is een bestemming die geen milieugevoelige activiteiten mogelijk maakt, maar wel gevoelig is voor omliggende gevoelige activiteiten en bestemmingen.
37
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
Rondom het plangebied bevinden zich diverse bestemmingen, zoals ‘wonen’, ‘dienstverlening’, ‘bedrijf’ en ‘maatschappelijk’. Er is zodoende sprake van een gemengd gebied. Waar het om woonbestemmingen gaat bestaat er geen potentiële milieuhinder voor het voorziene plan. Waar het om de bestemmingen ‘dienstverlening’, ‘maatschappelijk’ en ‘bedrijfsbestemming’ gaat kan hier wel sprake van zijn. Daarom wordt het plan hieraan getoetst. Maatschappelijk Op circa 95 meter van het plangebied bevindt zich, aan de Commissaris de Vos van Steenwijklaan , een kerk. Op basis van de richtafstanden van de VNG dient de afstand tussen woningen en een kerk ten minste 30 meter te bedragen, in gemengd gebied 10 meter. Het plan voldoet hier aan. Achter het plangebied bevindt zich, aan Allee 11, een maatschappelijke bestemming. Op basis van de bestemming kunnen zich hier ‘maatschappelijke voorzieningen’ vestigen. Voorheen was hier een school gevestigd, nu wordt er gewoond. Oorspronkelijk waren het twee woningen, waarvan één met ruimte voor bedrijf aan huis (reclamebureau). In september 2021 is vergunning verleend voor het realiseren van een derde appartement ten koste van de bedrijfsruimte.
Maatschappelijke voorzieningen worden in de regels van het geldende bestemmingsplan gedefinieerd als: educatieve, informatieve, levensbeschouwelijke, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele voorzieningen, zorg- en welzijnsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Al deze functies hebben een richtafstand van maximaal 10 meter, in gemengd gebied van nul meter. Het plan is op basis van deze naastgelegen functie uitvoerbaar. Dienstverlening Direct naast het plangebied bevindt zich een perceel met de bestemming ‘dienstverlening’. De voor 'Dienstverlening' aangewezen gronden zijn bestemd voor dienstverlenende bedrijven of instellingen. Op basis van de begrippen uit het bestemmingsplan wordt ‘dienstverlening’ als volgt gedefinieerd: het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan derden. Op basis van deze definitie/bestemming kunnen zich bedrijven vestigen met een richtafstand van maximaal 10 meter. In gemengd gebied betekent dit dat een trede terug gedaan kan worden en dat de functie direct naast de woonfunctie kan plaatsvinden. Op basis van het bestemmingsplan is het plan ten opzichte van het naastgelegen perceel uitvoerbaar. Op het perceel rust echter een vergunning voor het gebruik van het bestaande gebouw ten behoeve van wonen.
Ook deze functie verhoudt zich milieukundig tot voorliggend plan. Opslag Direct achter het plangebied bevindt zich een perceel met een bedrijfsbestemming achter Commissaris de Vos van Steenwijklaan 16. Ter plaatse zijn bedrijven tot categorie 2 toegestaan. Bedrijven in categorie 2 hebben in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter ten opzichte van milieugevoelige functies (zoals wonen). Dit bedrijfspand heeft de functie opslag/distributie. Gezien het gebruik en de reeds bestaande afstand van de schuur die zich hier bevindt ten opzichte van voorziene woningen (7 meter vanaf de rand van de bestaande bebouwing tot de perceelsgrens en 12 meter van het bestaande gebouw tot de achterzijde van de woning), leidt dit naar verwachting niet tot een beperking van de
38
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
bedrijfsmogelijkheden van de locatie. Andersom geldt dat omwonenden niet in hun woongenot worden aangetast. Omgevingsdienst In het kader van voorliggend plan is advies ingewonnen bij de omgevingsdienst. Vanuit de omgevingsdienst is geoordeeld dat het plan geen nadelige milieukundige belemmeringen tot gevolg heeft. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan.
5.8 Externe veiligheid Kader Uitgangspunt bij het externe veiligheidsbeleid is een risicobenadering op basis van risicoberekeningen, met daarbij een wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico (een basisbeschermingsniveau voor elk individu) en een afwegingsruimte voor het bevoegd gezag om te bepalen welke risico’s voor grotere groepen mensen aanvaard worden (de verantwoordingsplicht van het groepsrisico). De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid luidt: ‘Het uitvoeren van een veiligheids- en risicobeleid om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s. De overheid garandeert een zogenaamd ‘basisbeschermingsniveau’ voor externe veiligheid.’ Om voldoende ruimte te scheppen tussen de risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit.
Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid is reeds in paragraaf 4.4.8 aangehaald. Dit beleid is gebaseerd op het rijks- en provinciaal veiligheidsbeleid. Analyse In het kader van onderliggend ontwikkeling is de risicokaart geraadpleegd. De locatie ligt binnen de invloedsgebieden van de spoorlijn Herfte aansl. - Meppel en de rijksweg A32 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Om de effecten hiervan op het plan in beeld te brengen is onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek ‘Externe veiligheid’ is als bijlage 6 van deze toelichting opgenomen. de resultaten van het onderzoek zijn als volgt. Spoorlijn Het plasbrandaandachtsgebied vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Het plaatsgebonden risico vormt eveneens geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige kleiner dan de oriëntatiewaarde en neemt niet toe. Op basis van voorgaande kan worden geconcludeerd dat een beperkte verantwoording van het groepsrisico afdoende is. Dit volgt uit artikel 7 van het Besluit externe veiligheid 39
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
Transportroutes waarin wordt aangegeven dat in de toelichting bij een bestemmingsplan in elk geval moet worden ingegaan op: -
de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de spoorweg en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.
Deze aspecten maken onderdeel uit van een zogenaamde beperkte verantwoording. In voorliggend geval is sprake van woningen die allemaal een eigen ontsluiting (vluchtweg) hebben. Het plangebied wordt ontsloten via de Commissaris de Vos van Steenwijklaan. Via de bestaande wegenstructuur kunnen bewoners het plangebied snel een eenvoudig verlaten. Rijksweg A32 Het plangebied ligt buiten de 200 m zone waarbinnen verantwoording afgelegd dient te worden over de invloed op het groepsrisico. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Conclusie Het bestemmingsplan is op basis van het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.
5.9 Luchtkwaliteit Kader Met betrekking tot de luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. In deze wet en de daarop gebaseerde regelingen - Besluit NIBM (luchtkwaliteitseisen) en Regeling NIBM (luchtkwaliteitseisen) - is getalsmatig vastgelegd dat bepaalde projecten 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor stikstof (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: -
er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL; een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
Analyse Het plan betreft de ontwikkeling van 38 woningen. Het betreft hier een plan categorie 3A.2 overeenkomstig bijlage 3a van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (milieukwaliteitseisen). Per ontsluitingsweg worden minder dan 1500 woningen en/of minder dan 100.000 m2 bvo kantoor 40
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
gerealiseerd. Volgens bijlage 3B van de Regeling draagt het plan hierdoor ‘niet in betekenende mate’ bij. Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof PM10/PM2,5. Conclusie Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Het project is op basis van het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.
5.10 Verkeer en parkeren Kader In het kader van ruimtelijke plannen dient te worden aangetoond dat het plan niet leidt tot ongewenste situaties ten aanzien van verkeer en parkeren. De gemeente Meppel heeft het parapluplan Parkeren vastgesteld waarin is bepaald hoe per functie de parkeeropgave moet worden ingevuld. In het gemeentelijk Verkeer- en vervoersplan zijn zaken ten aanzien van bereikbaarheid vastgelegd. Analyse Ontsluiting Het perceel ligt direct aan de Commissaris De Vos van Steenwijklaan, op korte afstand van de aansluiting op de Ceintuurbaan. Deze wegen zijn ingericht op het ontsluiten van (auto)verkeer en er is geen reden om te veronderstellen dat deze wegen deze relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen niet aan kunnen. Parkeren Voor het plangebied is het parapluplan Parkeren van toepassing. In dit plan wordt verwezen naar de gemeentelijke Nota Parkeernormen gemeente Meppel waarin de parkeernormen zijn vertaald. Uitgangspunt is dat de te realiseren parkeergelegenheid voldoende moet zijn voor het bouwwerk waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht. Bij het realiseren van voldoende parkeergelegenheid hoeven geen bestaande tekorten te worden opgelost.
Het uitgangspunt is dat bij nieuwbouw, verbouw of wijziging van bestemming de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt gerealiseerd. Op deze manier blijft de parkeercapaciteit op straat gewaarborgd. In de praktijk kunnen zich situaties voordoen waarbij niet kan worden voldaan aan één of beide eisen. In dit soort gevallen bestaat de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden af te wijken van deze eisen. In de ‘Nota parkeernormen Gemeente Meppel’ zijn de parkeernomen onderverdeeld in functies en gebieden. Op basis van deze indeling ligt het plangebied binnen de ‘Rest bebouwde kom’. De volgende parkeernomen voor de functie ‘wonen’ zijn van toepassing:
41
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
Vertaling naar het plan Voorliggend plan voorziet in: -
de transformatie van de locatie van een bestaand pand met een maatschappelijke bestemming naar appartementen; het realiseren van zes grondgebonden woningen; de realisatie van 2 woningen (tweekapper) op het aangrenzende perceel.
Parkeeropgave op basis van het gemeentelijk beleid In totaal bestaat het programma van het te transformeren gedeelte van het plangebied uit 8 grondgebonden woningen en 30 appartementen. Om de norm te bepalen, afgestemd op het gemeentelijk beleid, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: -
een tweekapper valt in de categorie ‘duur’ appartementen van minder dan 65 m2 vallen in de categorie ‘goedkoop’ appartementen van 65 m2 tot 85 m2 vallen in de categorie ‘midden’ appartementen van meer dan 80 m2 vallen in de categorie ‘duur’ grondgebonden woningen van ca 80 m2 vallen in de categorie ‘midden’
Op basis hiervan geldt voor het voorziene programma de volgende parkeeropgave. Aangrenzende kavel: -
2 tweekappers, categorie ‘duur’, norm 2,0, opgave:
2*2=4
Begane grond: -
12 appartementen kleiner dan 65 m2, categorie goedkoop, norm 1,6, opgave 6 grondgebonden woningen van 80 m2, categorie midden, norm 1,8, opgave
12 * 1,6 = 19,2 6 * 1,8 = 10,8
Eerste verdieping -
8 appartementen kleiner dan 65 m2, categorie goedkoop, norm 1,6, opgave 4 appartementen van ca. 75 m2, categorie midden, norm 1,8, opgave 2 appartementen van ca. 95 m2, categorie duur, norm 2, opgave
8 * 1,6 = 12,8 4 * 1,6 = 6,4 2* 2=4
Tweede verdieping -
4 appartementen kleiner dan 65 m2, categorie goedkoop, norm 1,6, opgave
4 * 1,6 = 6,4
42
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
De totale parkeeropgave komt hiermee op (64) 63,6 parkeerplaatsen. Het aandeel bezoekers is 38 * 0,3 = 12 (11,4). Binnen het plangebied kunnen 65 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Deze zijn weergegeven in het stedenbouwkundig plan dat in hoofdstuk drie is opgenomen. Vanuit ruimtelijk, stedenbouwkundig en duurzaamheidsoogpunt is het niet wenselijk om het volledige terrein rondom de voorziene woningen te benutten voor parkeren. Dat betekent namelijk dat er geen of onvoldoende ruimte beschikbaar is voor groen. Dat is wel wenselijk, omdat groen bijdraagt aan een prettig woonen leefklimaat, hittestress tegengaat en bijdraagt aan de biodiversiteit in de stad. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is daarom overeengekomen om het aantal parkeerplaatsen terug te brengen door middel van de inzet van deelauto’s. Op deze manier zijn minder parkeerplaatsen nodig en is sprake van minder verharding. Het voordeel van autodelen is dat bewoners wel gebruik kunnen maken van een auto, maar deze niet hoeven te bezitten. Verschillende onderzoeken zijn beschikbaar naar de effecten van autodelen op het autobezit. Uit deze onderzoeken blijkt dat de parkeerbehoefte van bewoners met 15% tot 30% gereduceerd kan worden ten gevolge van het stallen van deelauto’s. Het principe van deelauto’s wordt gestimuleerd door de kosten van de deelauto’s onderdeel te maken van de servicekosten van de VVE.
Ook als je geen gebruik maakt van een deelauto, betaal je wel mee. Dat stimuleert mensen om deel te nemen aan het concept en af te zien van een eigen auto. Momenteel hanteren de aanbieders van deelauto’s veelal het uitgangspunt dat elke deelauto 5 eigen auto’s vervangt. Bij de ontwikkeling is ruimte voor 2 deelauto’s, die gezamenlijk 10 (5 x 2) eigen auto’s vervangen. Per saldo daalt, zonder toepassing van dubbelgebruik van de parkeerplaatsen, de parkeervraag met 8 (10 – 2) parkeerplaatsen. Per saldo komt is op basis van het voorziene programma bij het gebruik van twee deelauto’s ruimte nodig voor 64-8=56 parkeerplaatsen. Bij de uitwerking van het terreininrichtingsplan wordt rekening gehouden met dit aantal plaatsen. Tevens wordt als uitgangspunt gehanteerd dat als het gebruik van deelauto’s niet werkt, een deel van het groen vervangen kan worden door parkeerplaatsen. Op basis van het inrichtingsplan dat in hoofdstuk drie is opgenomen, is aangetoond dat op die manier aan de eisen van het gemeentelijk parkeerbeleid kan worden voldaan. Binnen het plan wordt rekening gehouden met het stallen van fietsen door de bouw van een voorziening waar 112 fietsen gerealiseerd kunnen worden. Parkeerdrukmeting Als alternatief voor het inzetten van deelauto’s is een parkeerdrukmeting uitgevoerd om te onderzoeken of een deel van de parkeeropgave in openbaar gebied gerealiseerd kan worden.
Uit de parkeerdrukmeting blijkt dat in openbaar gebied niet voldoende ruimte is om een deel van de opgave daar op te lossen. Vandaar dat een alternatief wordt ingezet. De parkeerdrukmeting is opgenomen als bijlage 7.
Conclusie
43
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
Het plan voorziet in een goede ontsluiting. Daarnaast is voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren, in eerste instantie met inzet van deelauto’s. Het plan is zodoende op basis van de aspecten verkeer en parkeren uitvoerbaar.
5.11 Trilling Kader Voor trillinghinder als gevolg van railverkeer bestaan geen wettelijke normen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet hier wel aandacht aan worden besteed als er een trillingsbron aanwezig is. Analyse De bouwlocatie is gesitueerd op korte afstand van de splitsing van de spoorlijn Zwolle – Meppel Hoogeveen. Op basis van ervaring bij vergelijkbare gebouwen langs het spoor zullen trillingen vanwege passerende treinen mogelijk voelbaar kunnen zijn in de toekomstige woningen. Trillingen spelen daarmee mogelijk een relevante rol bij de planontwikkeling en kunnen tot nadere randvoorwaarden bij de verdere uitwerking van de bouwplannen leiden. Inzicht in de optredende trillingen als gevolg van de passerende treinen in de woongebouwen is derhalve wenselijk. In het kader van het bestemmingsplan is door middel van een vooronderzoek (zie bijlage 8) een inschatting gemaakt in hoeverre mogelijk knelpunten optreden ten gevolge van trillingen. Een dergelijk vooronderzoek geschiedt op basis van de huidige inzichten. Het vooronderzoek biedt daarbij inzicht in de mogelijke risico's waarbij verder reeds vroegtijdig met bepaalde constructieve aspecten rekening kan worden gehouden.
Uit de resultaten van het onderzoek inzake hinder voor personen in gebouwen, kan worden geconcludeerd dat het de verwachting is dat in de toekomstige nieuwbouw geen trillingshinder zal optreden vanwege railverkeer. Formeel zijn er – naar verwachting - geen extra maatregelen noodzakelijk om aan de trillingseisen te kunnen voldoen. Desalniettemin wordt geadviseerd rekening te houden met het volgende advies: Voor onderwerpelijk bouwplan wordt geadviseerd om de funderingsbalk in te pakken in een dikke EPS verloren bekisting. Vloeren uit te voeren met voldoende stijfheid (bijvoorbeeld breedplaatvloer of kanaalplaatvloer 350 mm dikte) en een eigenfrequentie van minimaal 37 Hz. Conclusie Het plan is op basis van het aspect ‘trilling’ uitvoerbaar.
5.12 Bezonning Achtergrond Het plan voorziet in het realiseren van bebouwing binnen het plangebied op plaatsen waar nu geen bebouwing aanwezig is. Om aan te tonen dat de nieuwe bebouwing geen overlast veroorzaakt voor de omgeving, is een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze is als bijlage 9a van deze toelichting opgenomen. Tevens is zijn de effecten van de geldende planologische mogelijkheden ten opzichte van de omgeving afgezet tegen de nieuwe situatie binnen het plangebied. Dat is gedaan in de studie die als bijlage 9b is opgenomen. 44
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
Er zijn in Nederland geen wettelijke eisen gesteld aan de hoeveelheid zon dat op of in een gebouw minimaal dient toe te treden. Voor woningen is door TNO een richtlijn opgesteld. Sommige gemeenten waaronder Den Haag hebben in aanvulling op deze TNO-richtlijn een eigen richtlijn opgesteld. De gemeente Meppel hanteert geen specifieke bezonningsnorm. De TNO-norm ‘Licht’ is in Nederland de meest gangbare bezonningsnorm. Op basis van deze norm is een bezonningsstudie uitgevoerd. Resultaat onderzoek In de zon- en schaduwberekening wordt rekening gehouden met de zomer- en wintertijden. De zomertijd gaat 2023 in op de nacht van zaterdag 25 maart en zondag 26 maart en eindigt in de nacht van zaterdag 28 oktober en zondag 29 oktober. Eveneens wordt rekening gehouden met het verschil tussen zonne- en klokkentijd. Vanuit een praktisch motief is gekozen om in de zon- en schaduwberekening te werken met de klokkentijd. Dit sluit het best aan bij de werkelijk beleving van tijd en bezonning. Uit het 4-seizoenen zon- en schaduwonderzoek komt naar voren dat op 21 maart/21 september de woningen aan de Commissaris De Vos van Steenwijklaan 3 t/m 15 zeer beperkt enige schaduw in de voortuinen ervaren en dat voor nummer 14 in de namiddag schaduw er sprake is van een toename van schaduw.
Uit het onderzoek naar de TNO-norm ’licht’ komt naar voren dat de woningen aan de Commissaris De Vos van Steenwijklaan 3 t/m 15 en de zijramen van de achterbouw van nummer 14 allen aan de minimale TNO-eis ‘licht’ van 120 minuten in de periode 19 februari-21 oktober voldoen. De woningen gelegen aan de Commissaris De Vos van Steenwijklaan 13 ondervindt op 19 februari een afname van 24,7%, de ramen op de achterbouw van nummer 14 ondervinden een afname van 18,8%. Voor een binnenstedelijke omgeving zoals hier in Meppel zijn dit aanvaardbare percentages. Conclusie De doorgevoerde onderzoeken, 4-seizoenen bezonning en TNO-norm ‘licht’ laten zien dat de voorgenomen nieuwbouw van woningen en appartementen op de locatie Commissaris De Vos van Steenwijklaan 10 zeer beperkte toename van schaduw hinder veroorzaakt voor de woningen gelegen aan de Commissaris De Vos van Steenwijklaan 3 t/m 15 en de achterbouw van nummer 14. Er is echter sprake van een aanvaardbare invloed en zodoende is het plan op basis van het aspect ‘bezonning’ uitvoerbaar.
5.13 Mer-beoordeling Kader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden.
45
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldingsnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Vormvrije m.e.r-beoordeling Het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: -
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
De oppervlakte van de voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden van 100 hectare en het bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². De voorgenomen activiteit voorziet niet in het bouwen van 2.000 of meer woningen. Conclusie De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en daarom hoeft geen milieueffectrapport te worden opgesteld. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste gevolgen voor het milieu in beeld gebracht. Daaruit blijkt dat het plan vanuit milieukundig oogpunt uitvoerbaar is. Dit hoofdstuk in samenhang met de rest van de toelichting kan zodoende worden gezien als een vormvrije mer-beoordeling op basis waarvan het college kan besluiten geen mer-procedure te doorlopen.
5.12 Conclusie Op basis van voorgaande is aangetoond dat het plan al uitvoerbaar is. Er dient nog nader ecologisch uitgevoerd te worden naar vleermuizen. Op basis van dit onderzoek wordt bepaald of ontheffing aangevraagd moet worden voor transformatie van het pand. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat een hogere grenswaarde moet worden vastgesteld voor het plan. In het kader van de omgevingsvergunning dient een bouw akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat het binnenniveau wordt gehaald. Ten aanzien van het aspect water dient in overleg met het waterschap een verdere technische uitwerking plaats te vinden van de wijze waarop met extreme buien omgegaan wordt. Deze uitwerking volgt in het kader van de technische uitontwikkeling van het plan.
46
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
6. Juridische aspecten 6.1 Algemeen 6.1.1 Wat is een bestemmingsplan Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. De grondgebruiker (eigenaar, huurder et cetera) mag de functie uitoefenen die het bestemmingsplan toestaat. Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt daarom: -
het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken (aanleggen).
6.1.2 Over bestemmen, dubbel bestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een (enkel)bestemming. De gronden met een bepaalde bestemming zijn begrensd door het bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Aanvullend daarop kunnen de toegekende gebruiksmogelijkheden op twee manieren verder worden ingevuld: -
-
Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die ook aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en daarnaast soms een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding. Een aanduiding is een vlak of een teken op de ruimtelijke verbeelding van het plan. Bij het vlak kan het gaan om een functieaanduiding. Het teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode et cetera. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden en/of beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing. De (on)mogelijkheden van aangeduide gebieden kunnen zijn geregeld in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels, maar ook in een eigen regel in de Algemene aanduidingsregels.
Een toelichting op de in dit bestemmingsplan opgenomen enkel- en dubbelbestemmingen en opgenomen aanduidingen staat in paragraaf 6.2.
6.1.3 Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: -
Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te 47
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
-
-
-
Gemeente Meppel
waarborgen. Ook is de manier waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald. De inhoudelijke opzet van deze regels wordt deels voorgeschreven in de SVBP2012. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Hierbij is een landelijk een hiërarchie afgesproken, waarbij eerst de enkelbestemmingen (alfabetisch) aan de orde komen en vervolgens de dubbelbestemmingen (ook alfabetisch). Per bestemming geven de bestemmingsomschrijving en de (specifieke) gebruiksregels aanwijzingen voor het gebruik. De bouwregels geven per bestemming aanwijzingen voor het bouwen van gebouwen, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Eventueel zijn hierbij flexibiliteitsbepalingen - mogelijkheden voor afwijken met een omgevingsvergunning en/of wijzigingsbevoegdheden - opgenomen. Daarnaast kan het voorkomen dat een bestemming voorzien is van een omgevingsvergunningstelsel. Dit bepaalt bijvoorbeeld welke werken en/of werkzaamheden alleen mogelijk zijn na verlening van een omgevingsvergunning. Vaak zijn de flexibiliteitsbepalingen en het omgevingsvergunningstelsel gekoppeld aan randvoorwaarden en/of eisen waaraan voldaan moet worden. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Deze gelden in principe voor het hele plangebied.
Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkingsregels. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in feite algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. De inhoudelijke opzet van deze regels wordt deels voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de geldende SVBP.
6.2 Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting (met bijbehorende bijlagen). De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide plandelen worden in onderlinge samenhang bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Inhoudelijke opzet Door de gemeente Meppel is een handboek opgesteld. Dit handboek vormt de basis voor de inhoudelijke opzet van de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Dit met dien verstande dat de uitgangspunten van de (voorheen) geldende bestemmingsplannen zo veel mogelijk gehandhaafd zijn. Dit komt de vergelijkbaarheid ten goede met de regelgeving in de omgeving van het voorliggende plangebied. Regels -
De opbouw van de regels van de verschillende bestemmingen is overal hetzelfde, deze is als volgt:
48
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
-
-
-
-
-
Gemeente Meppel
Bestemmingsomschrijving: In dit onderdeel worden de toegestane doeleinden en het toegestane gebruik omschreven. Bouwregels: Hierin worden de regels voor wat betreft het bouwen uitgewerkt. Nadere eisen: In deze bepaling is opgenomen dat Burgemeester en Wethouders nadere eisen kunnen stellen inzake de plaats en afmeting van gebouwen, bijvoorbeeld in het kader van een goede woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Deze bepaling maakt het mogelijk voor het gemeentebestuur om waar nodig sturing te geven aan de ruimtelijke ontwikkeling. Afwijking bouwregels: In dit onderdeel kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouwregels, waarmee ruimere bouwmogelijkheden kunnen worden gegeven. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel kunnen enkele specifieke ongewenste gebruiksmogelijkheden uitgesloten, zoals zelfstandige bewoning van bijgebouwen en stortplaatsen. Afwijking van de gebruiksregels: In dit onderdeel zijn mogelijkheden voor het bij omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels opgenomen, bijvoorbeeld voor het toestaan van aan huis gebonden bedrijven. Wijzigingsbevoegdheid: In dit onderdeel kunnen mogelijkheden op worden genomen voor het wijzigen van de bestemming. In dit bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: Dit onderdeel (de voormalige aanlegvergunning) is alleen van toepassing voor de dubbelbestemmingen voor archeologie.
Verbeelding -
-
Voor de vormgeving van de verbeelding geldt een aantal uitgangspunten. Zo worden de kaarten in kleur opgezet, waarbij de kleuren worden ondersteund met een letteraanduiding. De kleuren en letters zijn afgestemd op de kleur en letteraanduiding in de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De schaal van de analoge kaarten is 1:1.000. Ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid en digitale raadpleegbaarheid wordt waar mogelijk informatie op de verbeelding gezet (bouwvlakken, goot-/bouwhoogten, eventueel bebouwingspercentages).
6.3 Regels De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Binnen het plangebied komen de volgende bestemmingen voor. Wonen De toekomstige woonpercelen zijn voorzien van een woonbestemming. Binnen de bestemming zijn bouwvlakken opgenomen, waarbinnen is aangeduid hoeveel woningen mogen worden gebouwd. De maximale bouwhoogte van de bebouwing verschilt, evenals het aantal woningen, per bouwvlak. Aan huis verbonden beroepen zijn, onder voorwaarden, mogelijk. Ter plaatse van bouwblok 1 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is opgenomen dat bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw aangetoond moet worden dat het plan akoestisch uitvoerbaar is. Deze voorwaardelijke verplichting vloeit voort uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek waaruit een hoge geluidbelasting op de gevel naar voren kwam ten gevolge van railverkeerslawaai. 49
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
Tuin Aan de voorzijde van de tweekappers is, overeenkomstig de naastgelegen woning, een smalle strook als tuin bestemd. Groen Naast een woonbestemming kent de locatie aan de randen van het plangebied aan de zijde van het appartementengebouw, op de grens met openbaar gebied, een groenbestemming. Hier is sprake van gronden die niet expliciet aan bewoners zijn toegekend en zodoende anders in gebruik zijn dan de tuinen aan de voorzijde van de tweekappers.
6.4 Verbeelding Voor de vormgeving van de verbeelding geldt een aantal uitgangspunten die als volgt luiden: -
-
De kaarten worden in kleur opgezet waarbij de kleuren worden ondersteund met een letteraanduiding (bijvoorbeeld B- bedrijventerrein) een en ander afgestemd op de kleur en letteraanduiding in de SVBP2012. De schaal van de kaarten is 1: 1.000. Ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid en digitale raadpleegbaarheid wordt waar mogelijk informatie op de kaart gezet (bouwvlakken, goot-/bouwhoogten, bebouwingspercentages).
In dit bestemmingsplan zijn deze vormgevende uitgangspunten toegepast. Dit bestemmingsplan biedt een nieuwe regeling waarbij aangesloten wordt op bestaande regelingen voor omliggende gebieden. Daarbij worden het handboek en de SVBP2012 als basis voor de regeling aangehouden.
50
Bestemmingsplan Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Gemeente Meppel
7. Uitvoerbaarheid 7.1 Algemeen Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een plan kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid. Bij maatschappelijke uitvoerbaarheid gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. Bij het tweede gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een ruimtelijk plan voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is.