CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota zienswijzen structuurvisie omgevingsprogramma Noord IV en milieueffectrapport omgevingsprogramma Noord IV - geanonimiseerd

1 - RAADSVERGADERING 28 september 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Omgevingsprogramma en planMER Meppel - Noord IV27.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Er zijn slechts nog enkele cultuurhistorische relicten aanwezig, zoals oude erven, die als begroeide eilandjes in de grote open ruimte liggen.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 24

De hoofdfunctie hier is landbouw, waarbij de verkaveling bijna optimaal te noemen is. Deze kenmerken moeten worden behouden’’. Naar aanleiding hiervan heeft indiener de volgende vragen. Hoe worden de kenmerken van dit gebied behouden met deze plannen, waaronder het themapark? Volgens indiener is een voortzetting van het agrarische grondgebruik de beste wijze om de kenmerken van dit gebied te behouden. Indiener vraagt of de gemeente het eens is met deze stellinginname, en zo nee, waarom niet. Reactie 5.7 Het geheel behouden van de huidige kwaliteiten is niet overal mogelijk bij een gebiedsontwikkeling als deze. Nieuwe ontwikkelingen vragen nu eenmaal ruimte. Binnen de ontwikkelzone vragen we nadrukkelijk aandacht voor behoud van de aardkundige en cultuurhistorische elementen, buiten de ontwikkelzone blijft er ruimte voor landbouw en de bijbehorende kenmerkende kwaliteiten. Het omgevingsplan biedt mogelijkheden voor verdere invulling. Zienswijze 5.8 Erfpacht Indiener vraagt of de gronden voor het themapark in erfpacht worden uitgegeven. Zo ja, vraagt indiener welke voorwaarden (naar verwachting) gesteld zullen worden om via deze erfpacht grip te houden op de eigendomsposities. Indiener vraagt of (mogelijk) ook voorwaarden gesteld betreffende de inrichting, bebouwing en hoe de gronden weer worden opgeleverd als de erfpacht met een partij beëindigd wordt.

Indiener vraagt of bij de terugvaloptie ook sprake zal zijn van erfpacht. Indiener vraagt of dan soortgelijke voorwaarden zoals bedoeld in de vorige vraag worden gesteld. Indiener vraagt of de beoogde samenwerkingen (par. 7.2) invloed hebben. Tot slot vraagt indiener of onderverhuur of in gebruik geven aan derden ook moet geregeld worden en hoe partijen zich aan de afspraken houden. Reactie 5.8 Het voert te ver om binnen het kader van de structuurvisie de privaatrechtelijke merites van de grondeigendom uit te werken en daar voorwaarden aan te verbinden. Met de wijziging van het omgevingsplan zal de inrichting van het terrein van het themapark en de daarbij behorende bebouwing vormgegeven worden. De door indiener aangedragen thema’s voeren verder dan de reikwijdte van de structuurvisie. Zienswijze 5.9 Grootte themapark Indiener vindt het opvallend dat paragraaf 5.1 (‘Noord IV 2025 - Themapark (voorkeur)’) uitgaat van een aantrekkelijk themapark van 60 hectare groot, terwijl op de kaart van scenario ‘recreatielandschap’ (p. 33) slechts een gebied van circa 40 hectare als begrenzing van het themapark aangegeven wordt. Indiener vraagt zich af hoe dit kan.

Reactie 5.9

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 25

Het op de bewuste kaart ingetekende gebied voor het themapark omsluit ruimschoots 0,60 km2 grondgebied en dus ruimschoots meer dan de door indiener aangeven 40 hectare. Zienswijze 5.10 Grootte themapark Indiener heeft de indruk dat de gehanteerde oppervlaktehoeveelheid voor het bedrijventerrein (45 hectare) enkel de bebouwing of bedrijfskavel betreft, zonder infrastructuur/wegen, groen, etc. Indien dat laatste wordt meegenomen lijkt het toch op dezelfde grootte als het themapark uit te komen (60 hectare), zie ook tabel 0.1 in het planMER. Indiener vraagt of dit correct is. Reactie 5.10 Bij de oppervlakte voor bedrijvigheid gaat het om 45 hectare bruto, dit is inclusief de infrastructuur/wegen, groen en water. De genoemde oppervlakte van het themapark, zoals opgenomen in de structuurvisie bedraagt 60 hectare, ook dit is bruto, dus inclusief het parkeerterrein, paden, wegen op het park, groen en water. Zienswijze 5.11 Historische kaart Meppel Op p. 13 (paragraaf 2.4 (‘typering landschap en kansen’)) is een historische kaart van Meppel te zien. Indiener heeft gezocht waar Noord IV op deze kaart te zien is. Daarbij blijkt dat de kaart (die dateert van omstreeks 1900) maar slechts een puntje van Noord IV omvat. De relevantie van het toevoegen van een oude kaart van gronden buiten het plangebied ontgaat indiener.

Het geeft indiener de indruk dat het stuk niet is gebaseerd op relevantie en actuele kennis van het gebied. Reactie 5.11 Indiener heeft gelijk. Het gebied dat wordt getoond op de historische kaart is het gebied tussen het centrum van Meppel en het zuiden van Noord IV/de spoorlijn LeeuwardenZwolle. In de structuurvisie wordt een uitsnede van een historische kaart opgenomen die de projectlocatie omvat. Zienswijze 5.12 Risicobeperking in geval van faillissement Indiener vraagt op welke wijze de gemeente zijn risico beperkt in het geval het themapark (nadat aan die optie daadwerkelijk uitvoering is gegeven) na verloop van tijd faillissement aanvraagt of failliet gaat. Indiener vraagt of überhaupt een scenario is bedacht voor voornoemde gevallen. Reactie 5.12 Het gaat te ver om in de vast te stellen structuurvisie dergelijke privaatrechtelijke waarborgen in te bouwen. Zienswijze 5.13 Ingetekende zone beekdal Op de tekening randvoorwaarden op p. 56 is de zone voor het beekdal (voor de natuurvriendelijke oever, terugbrengen meandering (1,5-3 km) een strook ingetekend. De ingetekende zone lijkt volgens indiener aan beide zijden even groot te zijn en in totaliteit 120 meter breed te zijn, het totaal van beide zijden dus. Indiener vraagt of dit klopt. Reactie 5.13

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 26

De op de kaart ingetekende zone is indicatief, bedoeld voor de beeldvorming. Het waterschap werkt de maatregelen uit die nodig zijn om voldoende waterbergend vermogen binnen het deelplangebied te kunnen borgen. Het ontwerp van het Waterschap zal in de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel worden opgenomen. Zienswijze 5.14 Meanderen en natuurlijke oevers Paragraaf 5.1 (Noord IV 2035 - Themapark (voorkeur)) stelt: ‘’Een aantrekkelijk themapark van 60 hectare groot. Het is een landschappelijk ingericht park met veel ruimte voor groen en water. De groene randen zijn ingevuld met gebiedseigen beplanting’’. Ook wordt aangegeven: ‘’De Oude Vaart heeft aan één zijde een natuurvriendelijke oever’’. De sfeerbeelden geven indiener echter de indruk dat aan weerszijden van de Oude Vaart sprake is van ontwikkeling zoals meanderen en natuurlijke oevers. Reactie 5.14 Nogmaals wordt benadrukt dat de afbeeldingen die in de structuurvisie zijn opgenomen niets meer en niets minder zijn dan sfeerbeelden. Pas in de uitwerking van de structuurvisie krijgt het ontwerp van de hermeanderende Oude Vaart daadwerkelijk vorm en zal duidelijk worden op welke manier welke oever van de Oude Vaart vorm gegeven zal worden.

Zienswijze 5.15 Afspraken waterberging met agrariërs Paragraaf 5.2 (‘Noord IV 2035 – werklocatie (terugvaloptie)’): ‘’Er is voldoende ruimte voor waterberging (peilfluctuaties) en er zijn hierover goede afspraken met de agrariërs in het gebied’’. Indiener vraagt wat deze afspraken zijn en hoe de gemeente vorm geeft aan dit overleg en grip/controle geeft aan de agrariërs. Reactie 5.15 De structuurvisie schetst hier een toekomstperspectief voor 2035. Dit houdt in dat deze afspraken met de bestaande gebruikers gemaakt zullen worden als de gemeente kiest voor deze terugvaloptie. Hier zal ook een rol zijn voor het gebiedsproces in het kader van Drents Programma Landelijk Gebied (DPLG), water en bodem sturend, landbouwtransitie. Zienswijze 5.16 Milieueffecten themapark Wat indiener opvalt aan tabel 2 op p. 48 is allereerst dat het themapark en de terugvaloptie niet zijn opgenomen, alleen de vier scenario’s. Vervolgens worden de uitkomsten van het scenario ‘recreatielandschap’ gelijkgesteld aan het scenario ‘themapark’. Volgens indiener betekent dit enerzijds dat de effecten van de terugvaloptie niet onderzocht lijken, anderzijds dat ervan uitgegaan wordt dat de effecten die voor scenario 3 beschreven zijn, ook volledig voor de invulling van het themapark worden genomen. Indiener vraagt of beide aspecten wel rechtdoen aan een gefundeerde analyse en het trekken van conclusies.

Reactie 5.16 Op pagina 49 staat inderdaad als scenario 2 Themapark genoemd, dat moet Recreatielandschap zijn. Dit scenario is in het MER onderzocht. Zoals beschreven is op pagina 50 bij ‘Streefbeeld werklocatie’ is de terugvaloptie ontstaan uit een combinatie van de onderzochte scenario’s Beekdallandschap en Energielandschap: de onderzochte

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 27

scenario's in het MER geven de bandbreedtes aan, op basis daarvan kunnen keuzes gemaakt worden voor de daadwerkelijke invulling van de terugvaloptie in de structuurvisie. Zienswijze 5.17 Score op ‘effecten op beschermde gebieden’ van scenario 1 en 3 Indiener vraagt hoe de score op ‘effecten op beschermde gebieden’ van scenario 1 en 3 nihil kunnen zijn. Indiener vraagt of de herinrichting van de gronden en bouwmogelijkheden ‘all electric’ of met de hand worden uitgevoerd. Indiener vraagt waarom daarentegen wel een negatief effect wordt ingeschat voor de andere scenario’s. Bedrijven zijn volgens indiener ook zeer in ontwikkeling en gericht op innovatie en duurzaamheid. Bedrijven verplichten om all-electric te gaan en/of werknemers elektrische auto’s of het openbaar vervoer te laten gebruiken, lijkt indiener eenvoudiger dan om via een bedrijf (themapark) bezoekers te verplichten tot elektrisch aangedreven voertuigen of het gebruiken van openbaar vervoer. Reactie 5.17 Bij het beoordelen van de effecten is gekeken naar het verlies van foerageergebied voor vogels en stikstofdepositie. Wat betreft het verlies van foerageergebied is geconcludeerd dat het plangebied een verwaarloosbare betekenis heeft voor de kwalificerende soorten van het Natura 2000-gebied de Wieden.

Een gedeeltelijk verlies van het plangebied door functieverandering heeft dus geen effect op het behalen van de Natura 2000instandhoudingsdoelen. Wat betreft stikstofdepositie is gekeken naar nieuwe stikstofbronnen die als gevolg van de mogelijkheden die het programma biedt kunnen worden ontwikkeld. Deze komen veelal in de plaats van bestaande agrarische stikstofbronnen zoals stalemissies en bemesting van percelen. Als uitgangspunt is gebruikt dat wanneer de beoogde activiteit (bedrijventerrein of themapark) stikstofdepositie veroorzaakt, deze wordt ‘weggestreept’ (gesaldeerd) tegen de stikstofdepositie vanwege landbouwgronden en boerderijen die zullen verdwijnen. Witteveen+Bos heeft in opdracht van de gemeente Meppel een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd naar de ontwikkeling van het plangebied Meppel Noord IV. Afhankelijk van het scenario is er bedrijvigheid of een themapark beoogd. Uit de berekeningen blijkt dat er in de plansituatie van scenario 1 en 3 voor geen enkel Natura 2000-gebied een depositietoename wordt berekend van meer dan 0,005 mol/ha/jaar ten opzichte van de referentiesituatie. Voor wat betreft stikstofdepositie zijn significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied daarmee op voorhand uit te sluiten in scenario 1 en 3.

Uit de berekeningen blijkt dat er in de plansituatie van scenario 2 en 4 stikstofdepositietoenames worden berekend op verschillende Natura 2000-gebieden. Voor wat betreft stikstofdepositie zijn significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied daarmee op voorhand niet uit te sluiten in scenario 2 en 4. De tijdelijke gevolgen van de stikstofemissie vanwege de ontwikkelfase van het plangebied, worden pas in beeld gebracht als de plannen concreet zijn uitgewerkt. Hierbij zal blijken welk type apparaten (elektrisch aangedreven of anderszins) nodig zijn voor de bouwfase.

Zienswijze 5.18 Milieueffecten themapark

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 28

Het werklandschap en energielandschap zouden een negatief effect hebben op het landschap resp. landschappelijke waarden. Dit zou mede gebaseerd zijn op de effecten van het verkeer en ontsluiting, zoals stikstofemissie, geluid-, geur- en lichthinder, landschappelijke inpassing en mogelijke hittestress. Indiener vraagt waarom het themapark daar geen last van zou hebben. Reactie 5.18 De effecten op landschap zijn niet direct gerelateerd aan de effecten van het verkeer en ontsluiting, zoals stikstofemissie, geluid-, geur- en lichthinder. Deze laatste treden in verschillende mate ook op bij de scenario's Beekdallandschap en recreatie (themapark). Het themapark heeft door haar omvang van circa 60 hectare een impact op het open karakter in het gebied. Met de juiste inpassing hoeft dit niet storend te zijn, maar de zichtlijnen voor bewoners in het noorden van het plangebied en de openheid van het gebied worden verkleind. Ook de nu herkenbare en functionele overgang van stad tot land, die gevormd wordt door de A32, wordt minder herkenbaar. Maar door de realisatie van het park wordt de harde scheidingslijn tussen stad en land zachter en groener wat ten opzichte van de referentiesituatie een neutraal effect heeft. Op het gebied van landschap scoort dit scenarioneutraal.

Zienswijze 5.19 Geurgevoelig object themapark Indiener vraagt waaruit blijkt dat een themapark geen geurgevoelig object is. Indiener vraagt of geen geurgevoelige gebouwen zoals personeelsruimten, kantoren, kantines, restaurants, ruimte voor educatie en dergelijke mogelijk worden gemaakt. In het scenario ‘themapark’ wordt een hotel genoemd. Indiener vraagt of een hotel geen geurgevoelig object is welke een effect kan hebben op het agrarisch bedrijf van indiener. Reactie 5.19 Zoals meermaals is aangegeven, zal de structuurvisie worden uitgewerkt in een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. Op deze wijziging van het omgevingsplan zal de op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet van toepassing zijn. In artikel 5.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (uitvoeringsbesluit onder de Omgevingswet) wordt aangegeven wat onder een geurgevoelig gebouw wordt verstaan: Artikel 5.91 (geurgevoelige gebouwen) 1. Een geurgevoelig gebouw is in ieder geval een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

De gebouwen die deel zullen uitmaken van het themapark zijn gezien deze definitie niet aan te merken als geurgevoelige gebouwen. Zienswijze 5.20 Belang woon- en leefklimaat Behoudens geurwetgeving en milieuzonering zal het woon- en leefklimaat volgens indiener ook van belang zijn. Indiener vraagt hoe dit is afgewogen. Reactie 5.20

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 29

De beoordeling van het woon- en leefklimaat is in het MER onderzocht in het hoofdstuk gezondheid, waar zowel gezondheidsbescherming als gezondheidsbevordering in zijn meegenomen. De effecten op gezondheid, veroorzaakt door cumulatie van verschillende effecten van planontwikkeling, geven indicatie van het effect op het leefomgevingsklimaat. Zoals meermaals is aangegeven zal de structuurvisie worden uitgewerkt in een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. Het besluit tot wijzigen van het omgevingsplan moet voldoen aan de daarop van toepassing zijnde Omgevingswet. Het besluit tot wijzigen van het omgevingsplan van de gemeente Meppel borgt daarom de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De wijze waarop dit gebeurt zal worden uiteengezet in de motivering van dit besluit. Zienswijze 5.21 Luchtkwaliteit scenario 3 Volgens indiener is alleen de luchtkwaliteit voor scenario 2 berekend, terwijl scenario 3 de voorkeur heeft. Dit scenario heeft volgens indiener echter een heel ander soort uitstoot dan een bedrijventerrein. Reactie 5.21 Voor wat betreft de luchtkwaliteit is gekeken naar drie stoffen die hierop van invloed zijn: stikstofdioxide en twee vormen van fijnstof. Deze stoffen zijn afkomstig van industriële bronnen en verkeer. In scenario 3 is verkeer bepalend voor de emissie van deze stoffen.

Het gaat dus niet over een heel ander soort uitstoot maar om een andere bron: in scenario 3 is er geen industriële bron en vormt het verkeer de enige bron van emissie van stikstofdioxide en fijnstof. De verkeersgeneratie in (het berekende) scenario 2 is groter dan in scenario 3, waardoor de emissies in scenario 3 lager zullen zijn dan in scenario 2. Dit is voldoende voor een vergelijking van de scenario's voor de structuurvisie. Het voor de wijziging van het Omgevingsplan uit te werken scenario zal in meer detail worden berekend in het MER voor het themapark. Zienswijze 5.22 Effecten ‘rijke dierenleven’ op het milieu Op p. 838 wordt gesteld: ‘’De themaparken van Puy du Fou zijn rijk aan dierenleven: niet alleen vrij levende dieren in de groen- en watergebieden van het park, maar ook gedomesticeerde dieren die worden ingezet bij voorstellingen’’. Indiener wil weten wat de effecten van het ‘rijke dierenleven’ zijn qua geur, luchtkwaliteit en ziekteverwekkers in relatie tot het woongenot, gezondheid voor indiener en voor indieners veestapel en indieners veilige bedrijfsvoering. Reactie 5.22 In het MER voor het themapark zullen alle relevante milieuaspecten, ook met betrekking tot dieren in het themapark, worden onderzocht. Zienswijze 5.23 Economisch perspectief Paragraaf 5.1 ‘Noord IV 2035 - Themapark (voorkeur)’ stelt: ‘’Het economisch perspectief van de agrariërs is geborgd’’.

Indiener vraagt hoe met het themapark het economisch perspectief van de agrariërs wordt geborgd.

Reactie 5.23

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 30

De gemeente onderzoekt samen met de agrariër welk toekomstperspectief er nog is binnen het plangebied en daarbuiten. (gemeente/provincie) De inspanning gaat verder dan alleen het uitkopen van de agrariër. Zienswijze 5.24 Verkeer Indiener vraagt hoe de agrarische verkeersbewegingen worden beperkt door de toename van het verkeer. Volgens indiener wordt in de diverse scenario’s geschetst dat de grootste aanvoer van verkeer via de A32 en de rotonde bij de Pijlerbrug zal zijn. Bij een themapark zal dit volgens indiener ook gelden, maar bij een bedrijventerrein zullen de inwoners van Meppel de kortste route kiezen en dat is volgens via indiener via het viaduct in Tweeloo en de Ruinerwoldseweg. Indiener verwacht dat dit meer dan de genoemde 20% zal zijn. Reactie 5.24 In het scenario Werklandschap wordt de grenswaarde van een goede verkeersafwikkeling van de rotonde N371 overschreden en verslechtert de verkeersafwikkeling op de rotonde N375 - Ruinerwoldseweg. Dit heeft dus ook gevolgen voor de afwikkeling van agrarisch verkeer; die zal slechter worden. Voor zover wordt getwijfeld aan de berekende verkeersintensiteiten, merken we op dat deze zijn gebaseerd op algemeen aanvaarde kengetallen van het CROW en expert judgement (waarbij per scenario een inschatting gemaakt van de belangrijkste herkomsten en bestemmingen). Ze vormen daarmee een goede inschatting van de toekomstige situatie.

Zienswijze 5.25 Participatie In de brief van 29 juni 2023 van het college aan indiener stond de bewonersavond van de maandag erna (3 juli 2023) genoemd. Zeker omdat dit de enige aankondiging is die indiener bereikt heeft, en omdat terpostbezorging op donderdag volgens indiener geen garantie is dat de post tijdig door indiener ontvangen kon worden, vindt indiener dat de aankondiging van de bewonersavond op deze wijze en op het genoemde moment niet aantonen dat de gemeente haar bewoners wil laten participeren in de beslissingen rondom haar eigen woon- en werkgebied. Reactie 5.25 Deze zienswijze wordt door de gemeente ter kennisneming aangenomen. Zienswijze 5.26 Camping of B&B agrarische sector In de structuurvisie wordt volgens indiener gesteld dat ‘’de agrarische sector er maar een camping of B&B bij moet nemen als vervangende inkomstenbron’’. Volgens indiener is dit tijdens de informatieavonden nooit benoemd. Reactie 5.26 De gemeente herkent zich niet in het door indiener verwoorde advies dat door de gemeente in de structuurvisie zou zijn opgenomen. In de beschrijving van het scenario Themapark is onder ‘verblijfsrecreatie’ aangegeven dat op de agrarische percelen ruimte wordt geboden om te verbreden en met een B&B o.i.d. naar een ander verdienmodel te kunnen groeien. Deze scenarioschets heeft naar de mening van de gemeente een

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 31

duidelijk andere connotatie dan de formulering die door indiener in de zienswijze is gekozen. Zienswijze 5.27 Overnachtingsplaatsen en hotel In de structuurvisie wordt volgens indiener ook gesproken over 100 extra recreatieve overnachtingsplaatsen en een hotel. Tijdens de informatieavonden is volgens indiener echter duidelijk gezegd dat er geen overnachtingsplaatsen komen. Indiener vraagt waar indiener op moet vertrouwen. Reactie 5.27 De verschillende scenario's die zijn onderzocht zijn verschillend van elkaar. In scenario 3: Recreatielandschap wordt inderdaad uitgegaan van 100 recreatieve overnachtingsplaatsen waaronder de mogelijke realisatie van een hotel (tabel 0.1 Samenvatting scenario's van het Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV). Het toevoegen van een hotel als onderdeel van deze 100 overnachtingsplaatsen wordt hiermee bedoeld. Een hotel kan als een op zichzelf staande ontwikkeling of als onderdeel van een themapark worden gerealiseerd. Zienswijze 5.28 Uitbreiding lokale bedrijven Tijdens de informatieavonden is volgens indiener gesproken over uitbreiding voor lokale bedrijven. Als indiener nu ziet welke categorie bedrijven wordt toegestaan, dan schrikt indiener daarvan. Tevens werd op de informatieavonden aangegeven dat geen logistieke bedrijven zich mogen vestigen, terwijl deze volgens indiener wel in de structuurvisie genoemd worden.

Reactie 5.28 In scenario 2 zijn in het kader van het onderzoek brede mogelijkheden voor bedrijven onderzocht waaronder logistiek en zwaardere categorieën. Dit is niet verwerkt in het uiteindelijke voorstel (streefbeeld bedrijventerrein). Hier wordt juist ingezet op nieuwbouwmogelijkheden voor bestaande bedrijven. Logistiek is op deze locatie niet passend. Op het nog te ontwikkelen bedrijventerrein Noord III is juist wel ruimte voor logistiek en transport. Zienswijze 5.29 Verplaatsen bedrijf Tijdens de laatste avonden werd volgens indiener ook gesproken over het verplaatsen van een bedrijf. Volgens indiener weten de betrokken bedrijfseigenaren hier geen van allen iets van. Reactie 5.29 Er is nog geen concrete gebiedsbegrenzing voor het realiseren van een themapark danwel een bedrijventerrein. Dat wordt bij de uitwerking van de plannen nader uitgewerkt (een volgende fase van de locatiestudie). Bij de uitwerking zou het kunnen zijn dat met een bepaalde bedrijfseigenaar afspraken worden gemaakt over verplaatsing of hervestiging. Dit is op dit moment nog niet voor specifieke eigenaren het geval. Bij de uitwerking van het omgevingsprogramma kunnen bedrijfseigenaren wel worden benaderd om dit te overwegen.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 32

Zienswijze 5.30 Streefbeeld themapark Paragraaf 7.1 (‘Het kiezen van een streefbeeld, onderdeel participatie’): ‘’De acceptatie bij de omwonenden, omgeving en belanghebbenden is in het gebiedsproces deels naar voren gekomen. Hierbij lijkt in het gebied een voorkeur te zijn voor een themapark boven een bedrijventerrein voor windturbines’’. Op de bijeenkomsten waren volgens indiener personen uit veel verschillende gebieden. De voorkeur voor het themapark werd volgens indiener echter specifiek uitgesproken door de bewoners van de Veendijk. Het is volgens indiener dus geen breed gedragen streefbeeld. Reactie 5.30 De gemeente onderschrijft de strekking van de zienswijze, namelijk dat het scenario themapark inderdaad door een deel van de aanwezigen tijdens de participatiebijeenkomst werd onderschreven, niet door alle deelnemers. Zienswijze 5.31 Zaken niet benoemd tijdens participatieavonden Het valt indiener bij het lezen van de structuurvisie op dat er meerdere zaken in staan die tijdens de avonden niet zijn benoemd of waarvan indiener juist het tegenovergestelde heeft beweerd van wat nu in de structuurvisie staat. Indiener krijgt het beeld dat er gebrekkige participatie heeft plaatsgevonden. Reactie 5.31 De gemeente deelt de zienswijze van indiener niet. Ter voorbereiding van het opstellen van de structuurvisie zijn er zes bijeenkomsten met belanghebbenden geweest.

Daarnaast is de gemeente van mening dat de strekking van het besprokene tijdens deze bijeenkomsten in de structuurvisie juist zijn verwoord. Tijdens de participatieavonden heeft de gemeente Meppel geprobeerd zo compleet, helder en open mogelijk te communiceren met de informatie die op dat moment beschikbaar was. Het participatietraject is zo zorgvuldig mogelijk vormgegeven. Zienswijze 5.32 Innemen weilanden indiener Uit de figuren in hoofdstuk 4 lijkt het volgens indiener dat bij scenario’s 1 (beekdallandschap) en 2 (werklandschap) indieners bedrijf al ‘van de kaart is geveegd’. Onder andere worden indieners weilanden ‘ingenomen’ bij deze scenario’s. Indiener vraagt of dit de bedoeling is en waarom indiener zou moeten verdwijnen. Indiener vraagt zich af wat indiener hiervoor terugkrijgt. Reactie 5.32 De kaarten die in de structuurvisie zijn opgenomen, dienen alleen voor de beeldvorming en beschrijven hoe een scenario eruit zou kunnen komen te zien. Deze afbeeldingen zijn geen daadwerkelijke ontwerptekeningen die laten zien hoe de uitwerking van een scenario daadwerkelijk vormgegeven zal worden. De omstandigheid dat op deze afbeeldingen een bedrijventerrein of een themapark over gronden is geprojecteerd die in bezig of gebruik van derden is, betekent niet dat deze gronden in de toekomst niet meer door deze derden kunnen worden gebruikt voor de bestaande activiteiten.

Zienswijze 5.33 Voortbestaan bedrijf indiener I Indieners I bedrijf omvat een moderne veehouderij met toekomstperspectief en opvolging. Indiener vraagt zich af hoe het met indieners voortbestaan van indieners

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 33

bedrijf is bezien en beoordeeld. Indiener vraagt op welke wijze het voortbestaan en doorontwikkeling van indieners bedrijf wordt beschermd. Indiener wil weten hoe de toekomst van indieners bedrijf is afgewogen tegen de scenario’s. Reactie 5.33 Ook al is er misschien niet voor alle boeren een toekomst in het gebied Noord IV. In dat geval wordt een bedrijf niet slechts uitgekocht, maar samen met de betreffende boer(en) gekeken naar andere mogelijkheden elders. Zienswijze 5.34 Voortbestaan bedrijf indiener II Indiener vraagt of indieners bedrijf bij alle mogelijke invullingen van Noord IV onbeperkt kan worden voortgezet met een toekomstperspectief voor indieners opvolgers en mogelijkheden om te innoveren. Zo ja, wil indiener dat gemotiveerd wordt aangegeven hoe het behoud en het toekomstperspectief van indieners bedrijf wordt geborgd. Indien de gemeente dit niet kan garanderen, wil indiener weten hoe indiener wordt gecompenseerd. Reactie 5.34 Ook al is er misschien niet voor alle boeren een toekomst in het gebied Noord IV. In dat geval wordt een bedrijf niet slechts uitgekocht, maar samen met de betreffende boer(en) gekeken naar andere mogelijkheden elders. Zienswijze 5.35 Bedrijf en woonhuis indiener Bij scenario’s 1 en 2 van hoofdstuk 16 (‘geur’) ziet indiener dat indieners gronden volledig van de kaart zijn verwijderd.

Ook al zou het bedrijf verplaatst worden, blijft het woonhuis behouden. De mestplaat bij het erf van het woonhuis is niet iets dat je volgens indiener zo kunt verplaatsen. Reactie 5.35 Zoals eerder aangegeven dienen de kaarten die in de structuurvisie zijn opgenomen alleen voor de beeldvorming en beschrijven hoe een scenario eruit zou kunnen komen te zien. Deze afbeeldingen zijn geen daadwerkelijke ontwerptekeningen die laten zien hoe de uitwerking van een scenario daadwerkelijk vormgegeven zal worden. De omstandigheid dat op deze afbeeldingen een bedrijventerrein of een themapark over gronden is geprojecteerd die in bezig of gebruik van derden is, betekent niet dat deze gronden in de toekomst niet meer door deze derden kunnen worden gebruikt voor de bestaande activiteiten. Hoe precies wordt omgegaan met zaken als mestplaten en andere voorzieningen in het gebied moet later worden onderzocht. Zienswijze 5.36 Voorkeursrecht indiener Bij de voorkeursvariant zullen indieners agrarische gronden niet nodig zijn voor het themapark. Indiener vraagt of dit betekent dat het voorkeursrecht voor indieners gronden zal komen te vervallen, oftewel niet verlengd zal worden. Indiener vraagt of het voorkeursrecht nog wel overeenkomt met de huidige opgave.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 34

Reactie 5.36 Ook hiervoor geldt dat - zoals eerder aangegeven - de kaarten in de structuurvisie alleen zijn bedoeld voor de beeldvorming. Het feit dat op deze kaarten geen ontwikkelingen op gronden binnen het deelplangebied Noord IV zijn ingetekend, betekent dus niet dat hier het voorkeursrecht komt te vervallen. Het voorkeursrecht wordt voor een groot deel van Noord IV gehandhaafd. Voor het noordwestelijke deel van het gebied wordt de Wvg niet bestendigd. Zie ook de Kaart zoekgebieden en WVG-begrenzing die is opgenomen bij de structuurvisie. Zienswijze 5.37 Kenmerken en waarden Indiener herkent zich niet in de beschrijving van zijn gronden die in de structuurvisie is opgenomen en vraagt zich af of hiervoor een opname ter plaatse is gedaan om de kenmerken en waarden in kaart te brengen. Volgens indiener hebben indieners gronden juist veel kenmerken die in het stuk worden benoemd als waardevol. De verkaveling en daarmee de structuur van indieners gronden is vanaf de ontginning van het gebied nagenoeg gelijk gebleven. Indiener vraagt waarom dit niet wordt benoemd in het stuk. Reactie 5.37 In de kwaliteitsanalyse (hoofdstuk 2) wordt de waardering uitgesproken over de bestaande verkaveling. Het bepalen van waarde heeft op twee manieren plaatsgevonden. Er is een landschapsanalyse gemaakt en daarnaast is tijdens de eerste participatie avond gevraagd naar de waarden van het gebied.

Dit is allebei verwerkt in de kaarten en teksten van het kwaliteitshoofdstuk. De kavelindeling zoals die er nu is, is op de kwaliteitskaart gemarkeerd. Zienswijze 5.38 Nevenactiviteiten Volgens indiener worden tal van nevenactiviteiten benoemd als voordeel van de planontwikkeling in Noord IV. De aangegeven nevenactiviteiten passen volgens indiener echter niet bij indieners bedrijfsvoering. Daarbij is indiener met indieners bedrijf gevestigd in de aangrenzende gemeente De Wolden. Indiener vraagt of per bedrijf is bezien of de aangedragen nevenactiviteiten passend en uitvoerbaar zijn. Reactie 5.38 In de structuurvisie worden de hoofdlijnen van de verschillende scenario’s voor transformatie van het gebied beschreven. Pas na het vaststellen van de structuurvisie door het gemeentebestuur, wordt deze transformatie in detail uitgewerkt in een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. In die fase wordt duidelijk welke bedrijven door deze transformatie zullen worden geraakt en op welke wijze met de gevolgen van deze transformatie voor deze bedrijven zal moeten worden omgegaan. In die fase zal hierover zorgvuldige afstemming met betrokkenen plaats vinden.

Zoals eerder aangegeven kan op grond van de structuurvisie niet worden aangegeven welke bestaande gebruikers van het deelplangebied Noord IV door de in de structuurvisie opgenomen scenario’s zullen worden beïnvloed en in welke mate. Zienswijze 5.39 Scenario 2 ‘werklandschap’ voor Boerpad 24 Paragraaf 4.3, scenario 2 ‘Werklandschap’: ‘’Uitbreiding in wonen is ten dienste van de agrarische bedrijvigheid in de vorm van een tweetal agrarische bedrijfswoningen op bestaande bedrijven’’. Indiener vraagt of Boerpad 24 ook deze mogelijkheid krijgt.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 35

Reactie 5.39 Ook hiervoor geldt dat het mogen realiseren van een tweede agrarische bedrijfswoning een mogelijkheid is die in de structuurvisie wordt geschetst. Als deze structuurvisie in deze vorm wordt vastgesteld, zal bij de uitwerking van de structuurvisie in een wijziging van het omgevingsplan worden bepaald voor welk deel van het deelplangebied Noord IV deze mogelijkheid in de planregels wordt opgenomen. Het bij het opstellen van de structuurvisie te vroeg in het planvormingsproces om daar op kavelniveau uitspraken over te doen. Zienswijze 5.40 Aanpassen bedrijfsvoering op basis van gekozen scenario In paragraaf 4.2 (‘scenario 1, beekdallandschap’) staat: ‘’Landbouw in het gebied wordt natuurinclusief en extensiever waarin het beheer van landschap en water een plaats krijgt’’. In paragraaf 4.3 (‘scenario 2, werklandschap’) staat: ‘’In dit scenario wordt uitgegaan van de transitie naar circulaire of kringlooplandbouw’’. In paragraaf 4.4 (scenario 3, recreatielandschap’) staat: ‘’Op de agrarische percelen wordt ruimte geboden om te verbreden en met een B&B, recreatiechalets of kleine camping naar een ander verdienmodel te groeien’’. In paragraaf 4.5 (‘scenario 4, energielandschap’) staat: ‘’De agrarische functie wordt gekenmerkt door energiepositieve precisielandbouw met drones en mestvergisting’’.

Indiener zegt dat het bovenstaande mooi klinkt en vraagt hoe de gemeente indiener hierbij helpt. Indiener vraagt of men als bestaande agrarisch ondernemer de bedrijfsvoering moet aanpassen op basis van het uiteindelijk gekozen scenario. Reactie 5.40 In het omgevingsprogramma wordt geen expliciete richting gekozen voor de agrarische ontwikkeling van het gebied. De gemeente gaat daar op voorhand geen actief beleid voeren, nieuwe regels maken. Hier liggen vooral mogelijkheden bij de agrarische ondernemers in het gebied. Er is dus geen sprake van moeten. Mochten er initiatieven zijn voor bijvoorbeeld verduurzaming dan denkt de gemeente daar graag in mee. Zienswijze 5.41 Hinder themapark, werklocaties en andere beoogde ontwikkelingen Indiener vraagt hoe indieners woonomgeving wordt beschermd tegen hinder vanuit het themapark, de werklocaties en andere beoogde ontwikkelingen. Reactie 5.41 Na vaststelling wordt de structuurvisie uitgewerkt in een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. De regels die in dit omgevingsplan worden opgenomen en zich richten op de activiteiten die met het omgevingsplan mogelijk worden gemaakt, moeten de evenwichtige toedeling van functies aan locaties binnen het deelplangebied Noord IV borgen.

Dit betekent dat de regels in het omgevingsplan ervoor zullen zorgen dat de door indiener bedoelde woonomgeving wordt beschermd tegen hinder die door het themapark of bedrijvigheid op de werklocaties of andere activiteiten zou kunnen worden veroorzaakt. Zienswijze 5.42 Effecten op woning De effecten op indieners woning (buiten het plangebied) blijft volgens indiener op onderdelen ongenoemd. Indiener vraagt of voor de effecten op indieners woning nader onderzoek en daarmee een nadere weging van de plannen wordt gedaan.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 36

Reactie 5.42 Zoals aangegeven worden in de structuurvisie de hoofdlijnen van de verschillende scenario’s voor transformatie van het gebied beschreven. Pas na het vaststellen van de structuurvisie door het gemeentebestuur, wordt deze transformatie in detail uitgewerkt in een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. In die fase wordt duidelijk welke bedrijven door deze transformatie zullen worden geraakt en op welke wijze met de gevolgen van deze transformatie voor deze bedrijven zal moeten worden omgegaan. In die fase zal hierover zorgvuldige afstemming met betrokkenen plaats vinden. Zoals eerder aangegeven kan op grond van de structuurvisie niet worden aangegeven welke bestaande gebruikers van of woningen in het deelplangebied Noord IV door de in de structuurvisie opgenomen scenario’s zullen worden beïnvloed en in welke mate. Zienswijze 5.43 Locatie wateropgave De exacte locatie en/of de te benutten gronden voor de aangegeven wateropgave is volgens indiener onbekend. Wel worden verschillende zones en/of locaties voor de wateropgave vermeld. Voor indiener als agrariër is de locatie en invulling van cruciaal belang. Indiener vraagt of de locatie ook indieners agrarische gronden kan omvatten. Zo ja, vraagt indiener of indiener hierbij persoonlijk wordt betrokken.

Zo ja, vraagt indiener of indiener wordt gecompenseerd qua gronden of kosten van het verlies van agrarische gronden voor indieners veehouderij. Reactie 5.43 In de ontwerp-structuurvisie zijn verschillende kaarten opgenomen waarin sfeerbeelden zijn geschetst die ingaan op de waterbergingsopgave, zoals onder meer: • het sfeerbeeld van het beekdallandschap op pagina 29 • het sfeerbeeld van het recreatielandschap op pagina 33 • de kaart met zoekgebieden op pagina 60. De op de kaart ingetekende waterlopen en waterzoekgebieden zijn indicatief, bedoeld voor de beeldvorming. Het waterschap werkt de maatregelen uit die nodig zijn om voldoende waterbergend vermogen binnen het deelplangebied te kunnen borgen. Het ontwerp van het Waterschap zal in de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel worden opgenomen. Zienswijze 5.44 Recreanten en passanten of op bij agrarische gronden Bij het scenario ‘themapark’ worden langs de Oude Vaart recreatiepaden ingepland. Bij de terugvaloptie ‘werklocatie’ wordt ruimte voor een werkwandeling genoemd. Dit is volgens indiener een belemmering en risico (denk o.a. aan uitwerpselen van honden) voor indieners agrarisch grondgebruik. Indiener vraagt of de belemmeringen en risico’s van recreanten en passanten op of bij agrarische gronden in beeld zijn gebracht.

Indien de recreatiepaden niet aansluitend aan indieners agrarische gronden zullen komen, ziet indiener hier graag een schriftelijke bevestiging van. Reactie 5.44 Bij de uitwerking van de structuurvisie in een wijziging van het omgevingsplan zal ervoor moeten worden gezorgd dat de nieuwe activiteiten die binnen het deelplangebied Noord IV, de blijvende en overige activiteiten niet op onaanvaardbare manier belemmeren. Dit geldt ook voor de invloed die bijvoorbeeld het recreatieve gebruik van het gebied (en Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 37

daarmee gepaard gaande eventuele uitwerpselen van honden) op het blijvende agrarische gebruik kunnen hebben. In het omgevingsplan zal moeten worden gezorgd voor voldoende ruimtelijke scheiding en/of adequate gedragsvoorschriften. Zienswijze 5.45 Bescherming bedrijfsvoering tegen overstroming Het gebied Noord IV zal volgens de Atlas Leefomgeving bij een dijkdoorbraak overstromen. In tabel 0.1 (‘samenvatting 4 scenario’s) wordt de Oude Vaart als overloop/overstromingsgebied genoemd. Indiener vraagt hoe indieners bedrijfsvoering en agrarisch grondgebruik wordt beschermd en/of welke maatregelen daartoe worden genomen. Reactie 5.45 In het geval van een overstroming door dijkdoorbraak is er doorgaans sprake van een uitzonderlijke omstandigheid. Als gemeente zijn wij echter wel (mede-)verantwoordelijk voor het opstellen van de zogenoemde Regionale Adaptatie Strategie. In dit document staat beschreven hoe en welke risico’s de verschillende partners binnen de werkregio Fluvius, waar gemeente Meppel onder valt, aanpakken. Dit document kunt u terugvinden op de website van Waterschap Drents Overijsselse Delta (link). Verder werkt de gemeente op dit moment aan een Lokale Adaptatie Strategie, welke een gemeentelijk document is met concrete doelen en maatregelen voor 2050.

Binnen zowel de Regionale als Lokale Adaptatie Strategie is wateroverlast door regionale overstroming één van de vier aandachtspunten. Zienswijze 5.46 Groen gas Op p. 61 wordt ervan uitgegaan dat agrarische bedrijven allemaal overgaan op groen gas. Bij indiener zijn hier echter geen ontwikkelingen over. Indiener staat wat betreft groen gas helemaal stil in verband met de ontwikkelingen van de gemeente. Reactie 5.46 Dit is inderdaad een uitgangspunt geweest in het scenario Energielandschap. De scenario’s zijn echter ontwikkeld om de ruimtelijke uitwerking van de verschillende opgaven in de volle breedte in beeld te krijgen en beschrijven mogelijke ontwikkelingen in het gebied. De in de structuurvisie opgenomen maatregelen schetsen dus een mogelijke vorm van uitwerking, maar dicteert niet op een restrictieve manier in welke vorm dit in het omgevingsplan wordt uitgewerkt. Daarbij is uitgangspunt dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt, zodat er voor indiener en de andere belanghebbenden meer zicht is op de invulling van het gebied. Conclusie Zienswijze van indiener leidt tot aanpassing van de structuurvisie in die zin dat: • de historische kaart waar indiener naar refereert in de vast te stellen structuurvisie wordt aangepast; • op pagina 49 wordt de naam van scenario 3 aangepast van Themapark naar Recreatielandschap.

Zienswijze 6: ICC Park Management Meppel ICC Park Management Meppel (hierna: ICC-PMM of indiener) is de overkoepelende vertegenwoordiging van het Meppeler bedrijfsleven en MKB op de industrieterreinen en

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 38

treedt op als gesprekspartner bij de diverse overheden als het gaat om de Meppeler infrastructuur en de belangen van de aaneengesloten leden. Deze zienswijze is tot stand gekomen in samenspraak met een aantal ondernemers die in Meppel gevestigd zijn. Zienswijze 6.1 Ruimtelijke verkenning 2021 In de ‘Ruimtelijke verkenning Noord III en IV’ van 17 juni 2021 staan alle ambities genoemd: ‘’In samenhang met de ontwikkeling en realisatie van Noord III is de ontwikkeling en realisatie van Noord IV een logische stap om ruimte te creëren voor alle ambities die de gemeente op termijn ziet voor de thema’s economie, energietransitie, duurzaamheid, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en natuurlandbouw’’. Een toeristisch component is hier volgens ICC-PMM niet in verwoord. Wel is in diverse stukken van het college en de raad gesproken over (kleinschalige) recreatie, maar dit zag steeds op ondergeschikte ruimtelijke impact. Reactie 6.1 In de structuurvisie is aangegeven dat het scenario themapark als voorkeursvariant geldt en dat het scenario werklandschap als terugvaloptie wordt aangemerkt. Zoals in het voorgaande is aangegeven, passen deze scenario’s bij de ambities zoals in de voorbereidende stukken (zoals onder meer de Ruimtelijke Verkenning) en het provinciale beleid.

Zienswijze 6.2 Behoefteraming Volgens de ‘Behoefteraming bedrijventerreinen Drenthe’ uit 2022 is de indicatieve ruimtevraag naar bedrijventerreinen in Meppel tot 2030 ongeveer 16 tot 21 hectare, exclusief Noord III. De uitbreidingsmogelijkheden zijn in de regio Meppel uiterst beperkt en vrijwel uitsluitend te faciliteren op Noord III en Noord IV. Daarbij wordt aangetekend dat Noord III volgens indieners informatie inmiddels geheel of gedeeltelijk is uitgegeven. In de nu ter inzage gelegde visie is het voorstel om Noord IV voor een groot deel toe te bedelen aan toeristisch gebruik en te kiezen voor een themapark. Dat betekent dat de hierboven geschetste groeiambities voor het bedrijfsleven niet kunnen worden bereikt. Reactie 6.2 Het gebied Noord IV waarop het voorkeursrecht is gevestigd, meet in totaal ongeveer 320 hectare. Zoals eerder aangegeven zal het themapark hiervan 60 hectare in beslag nemen. Mocht het themapark er niet komen dan is het realiseren van een bedrijventerrein de terugvaloptie. Zienswijze 6.3 Belangenafweging themapark In de inleiding van de visie staat dat met de ontwikkeling van Noord IV de gemeente uiteindelijk wil bijdragen aan de volgende opgave: voldoen aan de vraag naar nieuwe bedrijvigheid vanuit de markt (nieuwe vestigingslocaties en schuifruimte op bestaande).

Het themapark doet haar intrede in de leiding: ‘’Ten opzichte van de vaststelling van het Plan van aanpak zal vanuit de wens van de provincie Drenthe om een nieuwe dagrecreatieve ontwikkeling aan te trekken, tevens worden onderzocht of vestiging van een themapark mogelijk is in dit gebied’’. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 toegelicht waarom het themapark als streefbeeld wordt voorgesteld: ‘’Het doel van het omgevingsprogramma is om tot een weloverwogen keuze tussen de verschillende

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 39

ambities en opgaven voord Noord IV te komen (…). Voor het themapark is een MKBA uitgevoerd waaruit naar voren is gekomen dat de vestiging van een themapark een belangrijke bijdrage levert aan de provinciale doelstellingen (…).’’ Voor zover het gaat om vastgestelde gemeentelijke ambities, zoals het voldoen aan de behoefte naar nieuwe bedrijventerreinen, wordt de doelstelling volgens indiener ingehaald door een provinciale ambitie die volgens indiener vanuit een ander perspectief is ontstaan. De provinciale ambitie had volgens indiener geen enkele grondslag in enig beleids- of visiedocument van de gemeente Meppel. Daarnaast draagt de keuze voor een themapark volgens indiener op geen enkele wijze bij aan de geformuleerde opgaven om te voldoen aan de vraag naar nieuwe bedrijvigheid vanuit de markt. Volgens indiener ontbreekt een weloverwogen keuze, nu volgens indiener een belangenafweging ontbreekt. Indiener vraagt een belangenafweging zorgvuldig te laten plaatsvinden en deze niet af te laten hangen van de vraag wat de beste plek zou kunnen zijn voor een themapark. Reactie 6.3 Voor wat betreft de onderbouwing van een themapark in Noord IV wordt verwezen naar de reactie van de gemeente op de overkoepelende zienswijze over het ruimte bieden aan het themapark (zie punt 0.1).

Zienswijze 6.4 Criteria locatiekeuze In de visie wordt aandacht besteed aan de criteria die bij de locatiekeuze gebruikt zijn. Het valt indiener op dat op vele fronten rekening is gehouden met ruimtelijke, infrastructurele en zelfs economische toetsingskaders. Er werd bijvoorbeeld aangegeven dat het onwenselijk is als het themapark in de omgeving van bestaande dagrecreatieve functies wordt gerealiseerd, omdat dit een onwenselijke onderlinge concurrentie kan veroorzaken. Een dergelijke economische impactanalyse ontbreekt volgens indiener voor Noord IV, terwijl de economische gevolgen vele malen groter kunnen zijn. Reactie 6.4 De gemeente wijst indiener op de locatiestudie en het MER, die als bijlage bij de structuurvisie is gevoegd. In deze locatiestudie en het MER zijn de gevolgen van de verschillende scenario’s op het deelplangebied en haar omgeving uitgewerkt. De door indiener bedoelde economische gevolgen van het themapark zijn uitgewerkt in de Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse, die eveneens als bijlage bij de structuurvisie is gevoegd. Zienswijze 6.5 Locatiekeuze - schaarste beschikbare ruimte Voor een groot deel is de locatiekeuze volgens indiener beïnvloed vanuit zachte (en subjectieve) beoordelingen, zoals de invloed van (zeer sporadische) helikopterdroppings bij het militaire oefenterrein in Assen.

Het zou volgens indiener voor de hand hebben gelegen als in Meppel rekening werd gehouden met de schaarste van de beschikbare ruimte voor bedrijventerreinen in Meppel en de noodzaak van het bieden van ontwikkelperspectief voor bestaande en nieuwe bedrijven.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 40

Reactie 6.5 In het voorgaande is al ingegaan op de ruimte die binnen het deelplangebied, na invulling met de voorkeursvariant, voor overige activiteiten resteert. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze reactie op zienswijze 6.2. Zienswijze 6.6 Alternatieve locaties Volgens indiener zijn alternatieve locaties in het provinciale onderzoek onvoldoende gewaardeerd of te snel afgevallen. Zo is een van de locaties afgevallen omdat deze niet voldeed aan de ‘harde eis’ van 60 hectare. De betreffende locatie was volgens indiener slechts iets kleiner dan 60 hectare en zou, met enige goede wil en creativiteit, wellicht best aan de uitgangspunten kunnen voldoen. Dit is volgens indiener in het geheel niet onderzocht. Volgens indiener heeft de economische impact op Meppel als vestigingslocatie voor bedrijvigheid geen, of in ieder geval zwaar onvoldoende, plaats gekregen in de afwegingen voor de locatiekeuze. Indiener beveelt aan om deze significante beoordelingsfactor te betrekken en een nieuwe locatiekeuzeanalyse uit te voeren. Reactie 6.6 De gemeente deelt de zienswijze van indiener niet dat onvoldoende rekening is gehouden met de economische gevolgen van de vestiging van het themapark. Zoals al eerder is aangegeven is hiervoor een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse gemaakt, die als bijlage bij de structuurvisie is gevoegd.

Zienswijze 6.7 Uitbreidingsmogelijkheid bedrijvigheid Meppel De voorliggende keuze betekent volgens indiener dat de uitbreidingsruimte voor bedrijvigheid in Meppel beperkt blijft tot Noord III. Die uitbreidingsruimte is reeds voor een groot deel uitgegeven. Verdere uitbreidingen, verplaatsingen of nieuwvestiging van bedrijfsactiviteiten binnen Meppel worden hierdoor langjarig onmogelijk gemaakt. Volgens indiener bestaat geen twijfel over de nut en noodzaak van een perspectief op vestiging- en uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijvigheid in Meppel. Tijdens de informatieavond op 18 juli jl. is volgens indiener duidelijk geworden dat meerdere bedrijven in hun middellange en langetermijnstrategie rekening houden met de bestaande of potentiële vestigingsmogelijkheden. Het doel is om tot een weloverwogen keuze tussen de verschillende ambities en opgaven voor Noord IV te komen. Van een weloverwogen keuze kan volgens indiener geen sprake zijn, omdat de ambitie en noodzaak voor een bedrijventerrein onvoldoende is beschouwd. In de visie wordt volgens indiener evenmin een perspectief geboden voor alternatieve uitbreidingslocaties voor bedrijventerreinen in of rondom Meppel. Indien gekozen wordt voor een themapark, dient volgens indiener op zijn minst te worden nagedacht over de uitbreidings- en herontwikkelingsmogelijkheden voor de bedrijven in Meppel.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 41

Reactie 6.7 In het voorgaande is al ingegaan op de ruimte die binnen Noord IV na invulling met de voorkeursvariant voor overige activiteiten resteert. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze reactie op zienswijze 6.2. Zienswijze 6.8 Concentratie economische activiteiten Volgens indiener is het provinciale beleid duidelijk over haar ambities, waaronder de concentratie van economische activiteiten in stedelijke netwerken als bijdrage aan de versteviging van de concurrentiepositie van Drentse bedrijven. Volgens indiener focust de provincie zich op Dutch Tech Zone, regio Meppel-Zwolle en de regio Groningen-Assen. Het kan volgens indiener niet zo zijn dat de regio Meppel-Zwolle zonder uitbreidingsmogelijkheden in Meppel binnen de provinciale ambitie valt. Indiener vraagt om dit voor de zekerheid na te gaan. Reactie 6.8 De provincie Drenthe is nauw betrokken bij het opstellen van de structuurvisie en de integratie van het themaparkscenario daarin. Daarmee is de afstemming met de provinciale ambities naar de mening van de gemeente voldoende geborgd. Zienswijze 6.9 Economische structuur van Meppel In de stukken staat dat een themapark de economische structuur van Meppel kan versterken. Dit is volgens indiener bijzonder, omdat de huidige structuur niet op toerisme is gestoeld. Van versterking kan volgens indiener dus geen sprake zijn.

De gemeente heeft onvoldoende gemotiveerd waarom een themapark de economische structuur van Meppel kan versterken omdat de huidige structuur niet op toerisme is gestoeld. Reactie 6.9 De gemeente deelt de zienswijze van indiener niet dat onvoldoende rekening is gehouden met de economische gevolgen van de vestiging van het themapark. Zoals al eerder is aangegeven is hiervoor een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse gemaakt, die als bijlage bij de structuurvisie is gevoegd. Daarnaast bestrijdt de gemeente dat de structuur van de gemeente Meppel niet op toerisme is ingericht. De historische binnenstad van Meppel trekt jaarlijks veel toeristen en ook de vele evenementen die in Meppel worden gehouden, dragen bij aan de bestaande toeristische economische structuur van de stad. Het themapark is hier een mooie aanvulling op en wordt de bestaande toeristische structuur versterkt. Zienswijze 6.10 Spoed In de planning staat dat het nodig is om spoedig tot een vastgestelde structuurvisie te komen om de rechten van het gevestigde Wvg in stand te houden. De Wvg is volgens indieners informatie echter gevestigd met het oog op de ontwikkeling als bedrijventerrein en niet als toeristische trekpleister, zoals een themapark.

Het benoemen van de term ‘recreatie’ als onderdeel van de beoogde ontwikkeling als grondslag voor de WVG is volgens indiener onvoldoende, omdat het daarbij slechts gaat om kleinschalige recreatieve ontwikkelingen en niet om grootschalige toeristische dagattractie. Een en ander betekent volgens indiener dat, ook al zou de voorkeursvariant met themapark in de voorliggende visie worden vastgesteld, de Wvg daarmee niet

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 42

automatisch wordt verlengd wegens inconsistentie van doelstelling. Om de Wvg in stand te houden, stelt indiener voor de voorkeursvariant voor het themapark achterwege te laten en de bestaande ambitie als bedrijventerrein voort te zetten. Wellicht is een tweesporendoelstelling mogelijk. Dit wil indiener graag voorleggen als mogelijk alternatief. Dus én een variant van een structuurvisie naar een themapark, én een variant voor bedrijventerrein/(wind)energie. Reactie 6.10 De gemeente heeft gekozen om het Recreatielandschap als voorkeursvariant op te nemen met daarin ruimte voor een themapark. De terugvaloptie is bedrijventerrein met ruimte voor de opwek van windenergie. Voor wat betreft de onderbouwing van een themapark in Noord IV wordt verwezen naar de reactie van de gemeente op de overkoepelende zienswijze over het ruimte bieden aan het themapark (zie punt 0.1). Zienswijze 6.11 Verkeersbewegingen Indiener vraagt op welke wijze rekening wordt gehouden met de verkeersbewegingen vanuit het bedrijfsleven op Noord II en Noord III en de toeristische bezoekersstroom. Reactie 6.11 Dat is gebeurd: de verkeersbewegingen vanwege bedrijvigheid op Noord II en Noord III zijn als autonome ontwikkelingen meegenomen in het verkeersmodel bij het bepalen van de referentiesituatie. Bij de vier scenario’s is gekeken naar de effecten op het verkeer.

Dit is beschreven in hoofdstuk 13 van het MER en bijlage 7 bij het MER. Zienswijze 6.12 Andere ambities Indiener vraagt op welke wijze de andere ambities in het gebied, zoals energievoorzieningen, alsnog een goede plek krijgen. Reactie 6.12 De door indiener bedoelde ambities zijn in hoofdlijnen beschreven in hoofdstuk 5 van de structuurvisie en zullen nader geconcretiseerd worden naar alle thema’s van de fysieke leefomgeving bij de uitwerking van de structuurvisie in de wijziging van het omgevingsplan. Zienswijze 6.13 Invloed themapark op arbeidsmarkt Indiener vraagt of er zicht is op de invloed van het themapark op de krappe arbeidsmarkt. Reactie 6.13 Deze invloed is beschreven in de Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse, die als bijlage bij de structuurvisie is gevoegd. In de Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse van Ecorys is onderzocht wat het beslag op de regionale arbeidsmarkt is door het themapark. Daarbij wordt de nadruk gelegd op wat de initiatiefnemer van dit themapark zou moeten doen om personeelsschaarste te voorkomen. De gemeente interpreteert de resultaten van deze Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse zo dat er door het in werking zijn van het themapark zowel direct als indirect (bijvoorbeeld toeleveringsbedrijven; vakantieparken of hotels) meer

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 43

werkgelegenheid op verschillende niveaus ontstaat. De directe werkgelegenheid zal voor een groot deel bestaan uit personeel met een mboopleiding, maar ook personeel met een vmbo-opleiding zal aan het werk kunnen in het themapark. De huidige beroepsbevolking van Meppel bestaat voor 45% uit mensen met een middelbaar opleidingsniveau. Met het geschat aantal banen zal bij de werving van personeel een beroep worden gedaan op de lokale- en regionale arbeidsmarkt. Aangezien de toeristische sector in Meppel in verhouding een beperkt aandeel heeft op de totale arbeidsmarkt biedt dit volop kansen om het aantal banen in deze sector voor Meppel te laten toenemen (meer diversificatie over de sectoren/branches). Zienswijze 6.14 Erfpacht Het voornemen bestaat om de grond in erfpacht uit te geven aan het themapark. De Meppeler bedrijven zouden volgens indiener een dergelijke erfpacht graag ook willen. Indiener vraagt of dit voornemen ook betekent dat in het terugvalscenario of een ander scenario erfpacht het uitgangspunt blijft. Reactie 6.14 Bij de aanpassing van de grondexploitatie wordt nader onderzocht of dit een mogelijkheid is. Zienswijze 6.15 Visie werkgelegenheid Indiener vraagt of er een visie op de werkgelegenheid en de synergie tussen bestaande bedrijvigheid en het themapark is.

Reactie 6.15 Zie beantwoording 6.13 Zienswijze 6.16 Beide scenario’s Indiener vraagt of beide scenario’s niet mogelijk zijn in één visie, dus zowel bedrijventerrein als een themapark. Reactie 6.16 Zoals hiervoor is aangegeven sluit het scenario themapark de vestiging van bedrijvigheid in het gebied uit. Zienswijze 6.17 Gevolgen themapark voor beschikbaarheid energie Indiener vraagt welke gevolgen het themapark heeft voor de beschikbaarheid van energie voor de bedrijven en industrie en de potentiële uitbreiding daarvan. Reactie 6.17 Het voert in het kader van de structuurvisie te ver om de invloed van het realiseren van het themapark op de energievoorziening te onderzoeken. Bij de uitwerking van de structuurvisie in een wijziging van het omgevingsplan zal dit in samenspraak met Enexis en Tennet worden onderzocht.

Conclusie Zienswijze van indiener leidt niet tot aanpassing van de structuurvisie. Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 44

Zienswijze 7: Natuur en Milieufederatie Drenthe Zienswijze 7.1 Landschappelijke herkenbaarheid Indiener begrijpt dat de gemeente Meppel op zoek is naar ruimte voor een aantal maatschappelijke opgaven, waaronder bedrijvigheid, duurzame energieopwekking en recreatie. Indiener is van mening dat de invulling van deze opgaven in samenhang moeten worden opgepakt met de opgaven ruimte voor water en herstel van natuur, biodiversiteit en vergroting van landschappelijke herkenbaarheid. Indiener vraagt om de volgende doelen een voorname plek te geven bij de ontwikkeling van Noord IV: - Beekherstel en versterking van het beekdallandschap en directe omgeving, mede op basis van de historische situatie; - Het ruimte geven aan bij dit landschapstype behorende landschapselementen, waar nodig landschapselementen actief aan te brengen; - Het vergroten van de biodiversiteit; - Versterking van de samenhang van het gebied met het aangrenzend stedelijk gebied van Meppel. In scenario 1 en 3 lijken deze doelen in zekere mate geborgd te zijn, maar in scenario 2 en 4 is dat niet het geval. Indiener vraagt om bij de besluitvorming en de verdere uitwerking deze doelstellingen goed te borgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=1d8aef3e-5bb4-4ac0-885b-54b16efacd9f