CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota zienswijzen structuurvisie omgevingsprogramma Noord IV en milieueffectrapport omgevingsprogramma Noord IV - geanonimiseerd

1 - RAADSVERGADERING 28 september 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Omgevingsprogramma en planMER Meppel - Noord IV27.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Reactie 7.1 Zoals in het voorgaande aangegeven zal bij de uitwerking van de structuurvisie in een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel de invloed van deze ontwikkeling op de natuurwaarden moeten worden onderzocht en geoptimaliseerd. Deze borging vindt dus plaats bij de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan door de gemeenteraad. Wij onderschrijven de doelen waar indiener aandacht voor vraagt. Hiervoor zijn wij in gesprek met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de provincie Drenthe. Zienswijze 7.2 Ruimte voor bedrijvigheid en energie De ontwikkeling van het omgevingsprogramma Noord IV werd aanvankelijk in gang gezet om (deels) te voldoen aan de vraag naar nieuwe bedrijvigheid en de uitvoering van de Regionale energiestrategie (RES). De uiteindelijke keuze voor een themapark van 60 hectare zal volgens indiener betekenen dat de vraag naar ruimte voor bedrijvigheid en de uitvoering van de RES blijft bestaan en dat deze ruimte elders in de gemeente gevonden moet worden. Indiener vraagt waar de gemeente Meppel deze ruimte denkt te vinden of dat de gemeente de doelen met betrekking tot bedrijvigheid en energietransitie bij zal stellen of los zal laten.

Indiener vraagt om een integrale afweging te maken en goed te onderzoeken hoe de realisatie van het themapark van invloed zal zijn op de realisatie van de voor bedrijvigheid en de uitvoering van de RES. De ruimte in de gemeente Meppel is volgens indiener immers beperkt. Reactie 7.2

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 45

Wanneer wordt overgegaan tot de ontwikkeling van een themapark, dan is er geen ruimte meer voor het realiseren van een bedrijventerrein binnen Noord IV. Daarbij is de realisatie van windturbines in dit gebied onrealistisch aangezien dit botst met het historische karakter van het themapark Puy du Fou. De omgevingsvisie van de gemeente Meppel is op moment van schrijven ook in ontwikkeling. De vragen die indiener aan de gemeente stelt worden bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie ook gesteld. Hierop volgt een antwoord in de omgevingsvisie. Zienswijze 7.3 Waterpeil Oude Vaart Bij twee scenario’s 1 en 3 wordt het waterpeil van de Oude Vaart verlaagd. Bij de andere 2 scenario’s niet. Het is indiener niet duidelijk wat de precieze reden voor het al dan niet verlagen van het peil is, en waarom er op dit punt verschillen zijn tussen de scenario’s. De doorwerking van de peilverlaging op het grondwater baart indiener zorgen. Indiener vraagt om, alvorens een definitief besluit te nemen, deze doorwerking goed in beeld te brengen en zo nodig de plannen aan te passen. Reactie 7.3 De opzet met scenario’s is gericht op het onderzoeken van ‘de hoeken van het speelveld’ om inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen van de keuzes die voorliggen in het kader van het Omgevingsprogramma voor Noord IV om de doelen voor het plangebied te bereiken. Deze doelen hebben ook betrekking op water.

Een mogelijk keuze is het verlagen van het waterpeil van de Oude Vaart en de effecten hiervan zijn in kaart gebracht. Dit zal in de verdere planuitwerking in overleg met het Waterschap worden meegewogen. Zienswijze 7.4 Duurzaamheid Bij het themapark zullen zonnepanelen boven de parkeerplaats duurzame energie opwekken. Indiener vindt dit een nauwe en eenzijdige invulling van het begrip ‘duurzaamheid’. Indiener vraagt daarom om voor de realisatie van het themapark of de eventuele terugvaloptie tevens duidelijke richtlijnen mee te geven voor andere duurzaamheidsaspecten, zoals het gebruik van grondstoffen en circulariteit, zowel als het gaat om de bouw als de exploitatie van het park, maar ook het vervoer naar en van het park door zoveel mogelijk in te zetten op (het stimuleren van) het gebruik van het openbaar vervoer. Reactie 7.4 Als gemeente hanteren wij een breder begrip van duurzaamheid dan alleen opwek van energie. Zo vallen ook afval en grondstoffen, circulariteit, biodiversiteit en klimaat onder duurzaamheid. Het omgevingsplan biedt ruimte voor regelgeving op het gebied van al deze thema's van duurzaamheid, dit wordt in het MER voor het themapark verder onderzocht. Zienswijze 7.5 Gebiedsproces Voor de ontwikkeling van Noord IV is een gebiedsproces opgezet en is een aantal bijeenkomsten voor belanghebbenden en omwonenden georganiseerd.

Deze bijeenkomsten werden volgens indiener over het algemeen goed bezocht. Mensen toonden volgens indiener grote betrokkenheid bij het gebied en het proces. Uit dit proces

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 46

kwamen uiteindelijk 3 scenario’s naar voren. Indiener was verrast toen aan het eind van het proces een vierde scenario van het themapark werd toegevoegd. Volgens indiener zijn de goede intenties om omwonenden en belanghebbenden op een zorgvuldige manier bij het proces te betrekken in één klap tenietgedaan, en dat in een tijd waarin het vertrouwen van burgers in de overheid zwaar onder druk staat. Indiener spreekt zijn zorgen uit over de manier waarop de gemeente inwoners heeft geïnformeerd en betrokken bij deze planvorming en vraagt om in de toekomst meer zorgvuldigheid en transparantie te betrachten. Reactie 7.5 De gemeente Meppel is blij met het compliment dat er is gekozen voor een zorgvuldig opgezet gebiedsproces. Doelstelling is altijd geweest om de belanghebbenden binnen het gebied zo goed mogelijk mee te nemen in de ontwikkeling van Noord IV. Eind 2023 werd publiek duidelijk dat via de provincie een themapark zich had gemeld als een belangstellende voor de ontwikkeling van een themapark binnen Noord IV. In de daaropvolgende bijeenkomsten is dit door de wethouder aangekondigd. Het betreft hier een kans die zich tijdens een proces aandoet. Deze kans is meegenomen binnen het al lopende proces. De gemeente Meppel begrijpt de zorgen over zorgvuldigheid en transpiratie, maar heeft getracht zo snel en duidelijk mogelijk te communiceren over deze nieuwe optie.

Conclusie Zienswijze van indiener leidt niet tot aanpassing van de structuurvisie. Zienswijze 8: Stichting Natuurbeschermingswacht Zienswijze 8.1 Locatiestudie fase 2 themapark Meppel In het rapport ‘locatiestudie fase 2 themapark Meppel’ staat onder paragraaf 4.4.1: "De aard, omvang en bijbehorende stikstofemissies van deze activiteiten zijn vooralsnog onbekend". Dit voldoet volgens indiener niet aan de vereisten. Toestemming kan op basis van een passende beoordeling worden verleend als de zekerheid is verkregen dat de activiteit de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied niet zal aantasten. Daarvan is volgens het Hof van Justitie sprake als er wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat er geen schadelijke gevolgen zijn. Het Hof heeft meermalen geoordeeld dat het voorzorgbeginsel ten grondslag ligt aan artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Het voorzorgbeginsel speelt zowel in de voortoets als in de passende beoordeling een rol. Door de vele onzekerheden en aannames in diverse stukken, en dan met name in de locatiestudie, kan de gemeente zich volgens indiener niet op het standpunt stellen dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Het plan kan volgens indiener niet aangenomen worden. Reactie 8.1 De locatiestudie is uitgevoerd voorafgaand aan het MER.

Inmiddels heeft Witteveen+Bos in opdracht van de gemeente Meppel een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd naar de ontwikkeling van het plangebied Meppel Noord IV. Afhankelijk van het scenario is er bedrijvigheid of een themapark beoogd. Uit de berekeningen blijkt dat er in de

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 47

plansituatie van scenario 1 en 3 voor geen enkel Natura 2000-gebiedeen depositietoename wordt berekend van meer dan 0,005 mol/ha/jaar ten opzichte van de referentiesituatie. Voor wat betreft stikstofdepositie zijn significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied daarmee op voorhand uit te sluiten in scenario 1 en 3. Uit de berekeningen blijkt dat er in de plansituatie van scenario 2 en 4 stikstofdepositietoenames worden berekend op verschillende Natura 2000-gebieden. Voor wat betreft stikstofdepositie zijn significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied daarmee op voorhand niet uit te sluiten in scenario 2 en 4. Dit betekent evenwel niet dat de structuurvisie niet zou kunnen worden vastgesteld. De structuurvisie is immers een strategisch beleidsdocument en geen plan als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. In het kader van het nog op te stellen omgevingsplan, zal met een ecologische beoordeling moeten worden nagegaan of er sprake is van mogelijke significante effecten door stikstof op omliggende Natura-2000 gebieden. Conclusie Zienswijze van indiener leidt niet tot aanpassing van de structuurvisie. Zienswijze 9: Vattenfall Zienswijze 9.1 Windturbines niet uitsluiten Het 375 hectare grote plangebied Noord IV is in eerste instantie aangewezen als geschikte locatie voor een bedrijventerrein gecombineerd met windturbines.

De gemeente Meppel heeft echter een nieuwe optie in overweging genomen, namelijk de ontwikkeling van een themapark. Hoewel dit initiatief in de provinciale recreatieve opgave voorziet, benadrukt Vattenfall dat de keuze om windturbines uit te sluiten bij dit themapark niet in lijn is met de oorspronkelijke duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. Het in maart 2023 gepubliceerde Voortgangsdocument RES Drenthe laat volgens Vattenfall zien dat de gemeente Meppel tot op heden geen invulling heeft gegeven aan zijn ambitie om in 2030 0,1 TWh windenergie op te wekken. Aangezien uit Vattenfall’s gebiedsanalyse blijkt dat er weinig tot geen alternatieve locaties voor windturbines in Meppel zijn, zou het uitsluiten van windturbines in het themapark-scenario een aanzienlijke belemmering vormen voor het behalen van Meppels duurzame energiedoelstellingen. Zoals het planMER aangeeft wordt er geadviseerd om ‘een combinatie van onderdelen te kiezen’. Vattenfall vindt het daarom opmerkelijk dat het Ontwerp Omgevingsprogramma geen duidelijke uitleg of verklaring geeft waarom een combinatie van themapark en windturbines niet mogelijk is. Juist door elementen uit de verschillende scenario's te combineren, kunnen synergiën ontstaan die een positieve impact hebben op zowel het themapark als de duurzame energievoorziening.

Door in het omgevingsprogramma voor te sorteren op de vier beoogde scenario’s wordt volgens Vattenfall zo voorbij gegaan aan de kansen die een combinatie van themapark en windturbines biedt. Allereerst kunnen windturbines een belangrijke bijdrage leveren aan het doel van het park om energieneutraal te zijn. Door een betrouwbare en constante hoeveelheid stroom te leveren, kunnen de windturbines het themapark voorzien van duurzame energie. Dit

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 48

maakt het park niet alleen milieuvriendelijker, maar ook aantrekkelijker voor investeerders die waarde hechten aan de duurzaamheid van het initiatief. Tevens kunnen de windturbines zelf fungeren als cofinanciering ten behoeve van de financiële haalbaarheid van het themapark. Als financiële drager kunnen windturbines op deze manier bijdragen aan de realisatie en exploitatie van het themapark. Moderne windturbines hebben, in tegenstelling tot zonnevelden, een beperkte fysieke voetafdruk waardoor ze naadloos kunnen worden geïntegreerd in het parklandschap zonder afbreuk te doen aan de attractieve waarde. Vattenfall begrijpt de zorg over mogelijke geluidsoverlast van windturbines in de buurt van het themapark. Echter, door middel van een zorgvuldige ruimtelijke inpassing en moderne technologieën verwacht Vattenfall dat de geluidsniveaus van windturbines niet boven die van het park zelf uitkomen. Bovendien zal het park 's nachts gesloten zijn, waardoor het plangebied een ideale locatie is om op efficiënte wijze windenergie op te wekken. Het planMER stelt in alinea 0.7 van de inleidende samenvatting dat "het plangebied een significante bijdrage kan leveren aan de RES-doelstellingen". Om deze significante bijdrage te kunnen benutten verzoekt Vattenfall de gemeente Meppel om de mogelijkheid om windturbines toe te voegen aan het Recreatielandschap-scenario niet uit te sluiten.

De combinatie biedt een unieke kans om een innovatieve, duurzame en aantrekkelijke ontwikkeling te realiseren die een voorbeeld kan zijn voor andere regio's. Reactie 9.1 Zie tevens de reactie op zienswijze 7.2 Wanneer wordt overgegaan tot de ontwikkeling van een themapark, dan is er geen ruimte meer voor het realiseren van een bedrijventerrein binnen Noord IV. Daarbij is de realisatie van windturbines in dit gebied onrealistisch aangezien dit botst met het historische karakter van het themapark Puy du Fou. De omgevingsvisie van de gemeente Meppel is op moment van schrijven ook in ontwikkeling. De vragen die indiener aan de gemeente stelt worden bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie ook gesteld. Hierop volgt een antwoord in de omgevingsvisie. Conclusie Zienswijze van indiener leidt niet tot aanpassing van de structuurvisie. Zienswijze 10: indieners 10 Deze zienswijze is ingediend door twee bewoners van het gebied die samen de zienswijze hebben opgesteld. Zienswijze 10.1 Aanleiding niet terug in Omgevingsprogramma Aanleiding voor het Omgevingsprogramma ligt in het gemeentelijk voornemen tot uitbreiding van het bedrijventerrein Noord en de regionale energieopgave. Ook alle overige door de gemeente genoemde kwaliteitsimpulsen en door bewoners voorgenomen initiatieven in het gebied - al voor de participatierondes – worden genoemd als aanleiding dit intensieve traject.

Deze aanleidingen zien indieners niet meer terug als vertrekpunt in het Omgevingsprogramma.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 49

Zo ontbreken de gewenste ontwikkelingsrichtingen van de agrariërs in het gebied en de consequenties c.q. afwegingen die hierdoor ontstaan. Dat vooraf geen individuele inventarisatie van belangen en plannen is gedaan bij deze bewoners/ondernemers en als vertrekpunt is opgenomen in het Omgevingsprogramma, zien indieners ook als een omissie. Het latere collectieve participatieproces is volgens indieners daartoe geen geëigend middel. In de MER staat zelfs dat verduurzaming van de landbouw (uit te werken in een Provinciaal Programma Landelijk Gebied) een belangrijke provinciale opgave is. In hoeverre hierop vooruitlopend ruimtelijk en milieutechnisch rekening mee is gehouden blijft volgens indieners volstrekt onduidelijk. Gezien het agrarische karakter van en de agrarische belangen in het gebied volgens indieners een grote tekortkoming. Reactie 10.1 De gemeente deelt deze reactie van indiener niet. In de structuurvisie is bij de beschrijving van elk daarin beschreven scenario ingegaan op de rol van de landbouwbedrijven in het gebied. Over de vraag of bij deze schets van het toekomstbeeld ook een beschrijving van de gevolgen voor individuele bedrijven hoort, verschilt de gemeente ook van mening met indiener.

In het voorgaande is al aangegeven dat bij de uitwerking van deze structuurvisie in de wijziging van het omgevingsplan onderzoek gedaan zal worden naar deze individuele gevolgen. Zienswijze 10.2 Profiteren windturbines niet geduid Ook is volgens indieners door de gemeente tijdens bijeenkomsten genoemd dat specifiek bewoners en ondernemers kunnen profiteren van de windturbines in het gebied en dit ook als aanleiding gezien kan worden. De wijze waarop en de mate waarin wordt volgens indieners vervolgens in het Omgevingsprogramma niet geduid. Aangezien de gemeente zelf niet risicodragend participeert in de miljoeneninvestering voor de turbines en dit aan de markt overlaat, geeft dit ook geen mogelijkheden tot voordelen voor bewoners die in verhouding staan tot de verstrekkende individuele nadelen. Ook staat dit volgens indieners op gespannen voet met het voordeel dat alle inwoners van Meppel moeten hebben van de door de gemeente ingezette verduurzamingsopgave. Reactie 10.2 In het omgevingsprogramma is inderdaad het lokaal eigendom en het meeprofiteren van mogelijke windturbines (nog) niet concreet uitgewerkt. De gemeente werkt op dit moment aan beleid voor windenergie. Naast duidelijkheid over locaties zal ook het onderdeel meeprofiteren moeten worden uitgewerkt.

Zienswijze 10.3 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur De provinciale roep om dagrecreatie in de vorm van een themapark blijkt volgens indieners halverwege het proces ineens leidend te zijn geworden en maakt de oorspronkelijke gemeentelijke aanleidingen en particuliere initiatieven en mogelijkheden ondergeschikt. Het gemeentelijke standpunt dat bedrijventerrein en themapark uitwisselbaar zijn vanuit werkgelegenheidsperspectief is daarbij te dun. Vaststelling van het Omgevingsprogramma schuurt volgens indieners om deze redenen dan ook met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Reactie 10.3

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 50

Voor wat betreft de onderbouwing van een themapark in Noord IV wordt verwezen naar de reactie van de gemeente op de overkoepelende zienswijze over het ruimte bieden aan het themapark (zie punt 0.1). Zienswijze 10.4 Werking structuurvisie De voorliggende ontwerp-structuurvisie, verpakt als Omgevingsprogramma, voldoet volgens indieners niet aan artikel 2.1 Wro. In het Omgevingsprogramma worden meerdere, zeer uiteenlopende scenario’s voor het plangebied gepresenteerd, waarvan niet alleen de ruimtelijke en programmatische inhoud en het ruimtebeslag sterk verschillen, maar zeker ook de effecten op de omgeving. Vanwege de reikwijdte van de scenario’s en omdat in het Omgevingsprogramma geen keuze wordt gemaakt voor een scenario – anders dan het uitspreken van een voorkeursscenario en terugvalscenario – en zelfs een combinatie van scenario’s voor mogelijk wordt gehouden, wordt volgens indieners aan belanghebbenden geen enkele duidelijkheid geboden over de toekomstige functie van het gebied en de verwezenlijking hiervan door de gemeente. Hiermee wordt de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid onvoldoende geduid.

Kenmerkend hiervoor is ook het volgende uit de MER: ‘’Het Omgevingsprogramma geeft een visie op de toekomst van het gebied, de stappen daarnaar toe en bevat de kaders voor de ontwikkeling van dit gebied, met beoogde functies, locaties en duidelijke uitgangspunten voor de uitvoering. Meerdere ambities kunnen in de toekomst een plek krijgen in het gebied, dat kan ook naast elkaar of door slimme combinaties te maken. De keuzes en de onderbouwing daarvan worden in het Omgevingsprogramma opgenomen.’’ In het Omgevingsprogramma mist volgens indieners echter zowel de (één) visie op de toekomst van het gebied alsmede kaders voor de ontwikkeling en een duiding van toekomstige functies in het plangebied. Dit is volgens indieners niet alleen strijdig met de Wro, maar ook met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel. Zeker gezien het feit dat de gemeenteraad voornemens is de vastgestelde structuurvisie als instrument te gebruiken voor bestendiging van het voorkeursrecht en onderdelen uit de scenario’s veel impact op de leefkwaliteit van bewoners en ondernemers hebben.

Het voorgaande noodzaakt volgens indieners de gemeenteraad zich ten tijde van de vaststelling beargumenteerd uit te spreken voor één van de scenario’s mét duiding van de ruimtelijke en programmatische kaders waarbinnen de gewenste ontwikkeling zal moeten plaatsvinden en hoe tot verwezenlijking wordt gekomen. Reactie 10.4 De gemeente deelt de mening van indiener dat de structuurvisie niet overeenstemt met artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening niet. In de structuurvisie wordt immers duidelijk aangegeven dat de gemeente voor de ontwikkeling van het deelplangebied Noord IV voor het scenario Themapark kiest. Deze ontwikkeling van het themapark is echter ook afhankelijk van de daarvoor beoogde initiatiefnemer. Om met de structuurvisie desalniettemin voldoende duidelijkheid voor de omgeving te verschaffen, is aanvullend daarop een terugvalscenario vastgesteld. Zoals door de indiener zelf al aangegeven, zijn met het MER en de Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse die ter ondersteuning van de structuurvisie is opgesteld, in kaart gebracht wat de gevolgen voor de omgeving van deze ontwikkeling zal zijn. Daarmee is naar de mening van de

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 51

gemeente voldoende duidelijkheid over de ontwikkeling en de daarmee samenhangende gevolgen gegeven, passend bij het detailniveau dat bij een structuurvisie past.

Zienswijze 10.5 Keuzeproces voorkeursscenario In zowel het Omgevingsprogramma als de MER wordt geconcludeerd dat op grond van de weging van de milieueffecten van de vier scenario’s in de MER geen voorkeursscenario aan te wijzen is. Dit bevreemdt indieners, daar scenario 1 beduidend minder ongewenste milieueffecten op de omgeving heeft dan de overige scenario’s. Zo geeft tabel 0.3 uit de MER duidelijk aan dat scenario 1 meer positieve effecten heeft dan de andere scenario’s en minder negatieve effecten. Aan de verschillende milieuaspecten is weliswaar geen zwaarte toegekend, maar geen weging toepassen betekent volgens indieners dat de verschillende milieuaspecten gelijk wegen in een vergelijking. Hoe kan anders überhaupt betekenis worden gegeven aan keuzematrices die zijn opgenomen in de MER? Door het gehele Omgevingsprogramma heen spreekt de politieke wens om een themapark te realiseren. De stelling dat op grond van de MER geen voorkeur voor een scenario kan worden uitgesproken, heeft volgens indieners daarmee schijn van vooringenomenheid. Op grond van de MER kan de gemeenteraad niet anders dan ofwel het (uit milieuoogpunt) voorkeursscenario (scenario 1) uitwerken ofwel motiveren waarom ondanks de zwaardere milieueffecten toch voor een (één) ander scenario wordt gekozen. Reactie 10.5 Zoals eerder in reactie op de zienswijzen van indiener is aangegeven, is onder punt ..

van deze reactienota meer in detail ingegaan op het scenario Themapark. Kortheidshalve wordt voor de reactie op deze zienswijze daarnaar verwezen. Zienswijze 10.6 Afweging scenario’s en voorkeursscenario themapark De gemeenteraad moet zich er volgens indieners bewust van zijn dat de beoordelingen van de milieueffecten van de verschillende scenario’s, zoals verricht in de MER, niet met elkaar te vergelijken zijn. Dat pretenderen de MER en het Omgevingsprogramma echter wel door een tabel te tonen, waar de milieueffecten van de vier scenario’s naast elkaar zijn gezet en zijn beoordeeld en gewaardeerd. Aan de beoordeling van de milieueffecten van scenario 3 (themapark) mag volgens indieners echter zeker niet dezelfde waarde worden toegekend als die van de overige scenario’s. Waar scenario’s 1, 2 en 4 zijn gebaseerd op onder meer een behoefteraming en gemeentelijke uitgangspunten en randvoorwaarden, blijkt uit de MER dat de toekomstige inrichting en het programma van het themapark nog geenszins duidelijk is en dat hiertoe aannames zijn gedaan ten aanzien van ruimtebeslag, inrichting, programma en activiteiten. De MER geeft zelfs aan dat men zich hierbij heeft gebaseerd op de opgave van de initiatiefnemer (lees: een Franse marktpartij).

Aan de vrij gedetailleerde conclusies die vervolgens worden getrokken wat betreft de te verwachten milieugevolgen kan volgens indieners nauwelijks waarde worden toegekend als niet helder is welke inrichting en gebruik worden voorgestaan.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 52

Het is volgens indieners evident dat het college van B&W graag een themapark ziet verrijzen op haar grondgebied in navolging van de provinciale wens. Dit wordt nog duidelijker na gecombineerde lezing van Omgevingsprogramma en MER. Ondanks de verwachte milieueffecten wordt in het Omgevingsprogramma letterlijk gesteld dat de komst van het themapark nog slechts afhankelijk is van de financiële haalbaarheid ervan. Het lijkt indieners gezien het voorgaande dat de raad nog een bredere afweging te maken heeft dan dat. Reactie 10.6 De opzet die in het MER is gebruikt, is een opzet die al meerdere keren aan een advies van de Commissie voor de Milieueffectrapportage ten grondslag heeft gelegen en die daarbij niet als onjuist is beoordeeld. De gemeente deelt daarnaast de mening van indiener niet dat het vergelijk van de verschillende scenario’s in het MER uitgaat van onderling niet vergelijkbare uitgangspunten. Net als voor het scenario themapark, geldt ook voor het scenario werklandschap dat bij het opstellen van het MER en structuurvisie geen duidelijk beeld bestond van op exact welke manier deze scenario’s uitgewerkt zullen worden. Daarom is voor alle scenario’s in het MER een inschatting gemaakt van een representatieve uitwerking en zijn de daarmee samenhangende gevolgen onderling vergeleken.

Zoals eerder aangegeven is de gemeente van mening dat daarmee een bij het abstractieniveau van de structuurvisie passende beoordeling van de verschillende scenario’s in het MER is gemaakt. Zienswijze 10.7 Terugvalscenario bedrijventerrein en combinatie ruimtelijke ingrepen In het Omgevingsprogramma wordt aangegeven dat in het geval een themapark wordt gerealiseerd elders binnen de gemeentegrenzen alsnog een nieuw bedrijventerrein moet verrijzen om bedrijfsareaal van 10-35 ha, waaraan in Meppel kennelijk behoefte bestaat tot 2040, te accommoderen. In het Omgevingsprogramma blijkt volgens indieners niet waar dit bedrijventerrein wordt gerealiseerd in geval scenario 3 werkelijkheid wordt. Uit het Omgevingsprogramma kan worden gelezen dat deze keuze - idem als ruimte voor de energieopgave - zal worden gemaakt in de integrale gemeentelijke structuurvisie. In dat licht gaan indieners ervan uit dat de situering van een themapark én een bedrijventerrein op Noord IV niet aan de orde is en dat voor het bedrijventerrein dus een andere uitbreidingsrichting van Meppel wordt gekozen.

Indien dit niet het geval is – en het Omgevingsprogramma zo moet worden gelezen dat de in de MER geadviseerde combinatie van scenario’s ook een combinatie van themapark met bedrijventerrein zou kunnen zijn (dus scenario 2+ 3 of 3 + 4) – moeten volgens indieners in de MER eveneens de milieueffecten van dit aanvullende scenario worden onderzocht. Reactie 10.7 Er is geen sprake van een dubbeling van functies. Het wordt een themapark of een bedrijventerrein. Daarom is de combinatie ook niet onderzocht. Zienswijze 10.8 MER onvolledig Welk scenario ook gekozen wordt, de MER is volgens indieners hoe dan ook onvolledig. In het geval een themapark wordt gerealiseerd, wordt ook het bestaande bedrijfsareaal van Meppel uitgebreid. Indieners betwisten dat in de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de MER, als het bijvoorbeeld gaat om de aspecten verkeer en Natura 2000,

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 53

rekening is gehouden met de gestapelde milieueffecten van beide ontwikkelingen tezamen. Dat moet wel daar in geval van een keuze voor een themapark beide ontwikkelingen in dezelfde planperiode betreffen, ook al is het op een andere locatie. Sowieso vragen indieners zich af in hoeverre in MER/onderzoeken rekening is gehouden met andere autonome en geplande ontwikkelingen, ook in de buurgemeenten. De MER geeft daarover geen duidelijkheid. Uit de stukken van de energieopgave van Westervelden en De Wolden kunnen indieners opmaken dat die ook plannen hebben met o.a. windturbines tegen de plangrenzen van Noord IV. Het is volgens indieners evident dat hier in het Omgevingsprogramma rekening mee gehouden moet worden om het gebied niet te overbelasten en als overheden goede ruimtelijke ordening uit te oefenen. Reactie 10.8 Het is onjuist dat het MER hoe dan ook onvolledig is. Het MER geeft inzicht in de mogelijke gevolgen van de keuzes die voorliggen in het kader van het omgevingsprogramma voor Noord IV om de doelen voor het plangebied te bereiken. In het MER zijn daarom de milieueffecten van deze scenario’s ten opzichte van de referentiesituatie onderzocht, beschreven en met elkaar vergeleken. In het MER is geconcludeerd dat de keuze voor een themapark niet bijdraagt aan de realisatie van bedrijvigheid. Deze zal in dat geval elders moeten worden gerealiseerd.

Hiervoor zal een andere ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen waarbij ook goed gekeken zal worden naar de effecten hiervan. Hierbij worden ook autonome ontwikkelingen (zoals een themapark) betrokken zodat rekening wordt gehouden met gestapelde milieueffecten. In het MER is rekening gehouden met andere autonome en geplande ontwikkelingen. Deze zijn beschreven in de referentiesituatie die het vertrekpunt heeft gevormd voor de beoordeling van de gevolgen van de alternatieven of scenario’s. In paragraaf 3.3.van het MER zijn de autonome projecten en ontwikkelingen beschreven, ook in de buurgemeenten. Zienswijze 10.9 Vertaling MER in Omgevingsprogramma Hoewel in de MER wordt gesteld dat in het Omgevingsprogramma een kader zal worden gesteld voor toekomstige ontwikkelingen, vinden indieners de randvoorwaarden en aanbevelingen uit de MER alleen woordelijk en vaak vrijblijvend overgenomen in het programma en niet als kader gesteld. Gemist wordt één integrale visie (op basis van één scenario) met kaartbeeld waarin de voorwaarden die zijn gehanteerd in de MER zijn verbeeld. Als voorbeeld wordt genoemd de constatering in de MER dat in scenario 2 en 4 een maximum moet worden gesteld aan het aantal windturbines van een bepaalde omvang én dat deze uitsluitend in het zuidelijke deel van het plangebied een plek kunnen krijgen vanwege onder meer geluidhinder.

In het Omgevingsprogramma is deze voorwaarde - immers is bij de effectenbeoordeling van de MER uitgegaan van deze situatie - niet hard overgenomen, maar slechts als advies geformuleerd. Dus naast het afwijken van initiële vertrekpunten voor planvorming wordt de nodige zekerheid naar bewoners en ondernemers blijvend in stand gehouden door ook restricties vanuit de MER als vrijblijvende adviezen te zien en hier als gemeente geen ruimtelijke consequenties aan te verbinden.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 54

Reactie 10.9 De gemeente deelt hierin de mening van indiener niet. In de structuurvisie is immers de voorkeur uitgesproken voor het themaparkscenario. Daarom ontbreekt de noodzaak om in de structuurvisie de in het MER geschetste kaders voor het scenario energielandschap op te nemen. Zienswijze 10.10 Behoefte en economische uitvoerbaarheid De behoefte aan bedrijventerreinen tot 2024 is onlangs becijferd via een onderzoek van Ecorys. Hieruit blijkt dat tot 2040 nog behoefte bestaat aan maximaal 35 ha bedrijventerrein. Ervan uitgaande dat de gemeente eigenaar wordt van de betreffende gronden en deze daadwerkelijk kan uitgeven, stellen indieners dat de economische uitvoerbaarheid van de bedrijventerreinscenario’s kan zijn gewaarborgd. Uit niets blijkt volgens indieners echter dat er behoefte is aan voorzieningen als een themapark met bijbehorende overnachtingsplekken en andere onderdelen van de gepresenteerde scenario’s. Indieners vragen welke onderzoeken aantonen dat hieraan daadwerkelijk behoefte bestaat. Het feit dat een ondernemer geïnteresseerd is om een voorziening te realiseren, toont weliswaar een mogelijke individuele behoefte aan, maar zegt volgens indieners niets over de maatschappelijke behoefte.

Daarnaast stelt artikel 2.1 onder 3 van de Wro dat voor zover een structuurvisie ontwikkelingen omvat - en dat is hier nadrukkelijk het geval die structuurvisie moet ingaan op de wijze waarop de gemeenteraad zich voorstelt die ontwikkelingen te doen verwezenlijken. Het Omgevingsprogramma zegt weliswaar iets over de uitvoering, maar het is de vraag wat de waarde daarvan is als het programma niet eens uitspraak doet over de toekomstige functie van het gebied. Reactie 10.10 Onder 0.1 is ingegaan op de keuze voor het scenario themapark. Dit scenario vloeit inderdaad niet voort uit het onderzoek van Ecorys, maar vloeit voort uit het provinciale beleid. Anders dan indiener stelt zijn in paragraaf 5.1 van de structuurvisie de randvoorwaarden voor de uitwerking van dit scenario in de wijziging van het omgevingsplan geschetst. Daarmee is naar de mening van de gemeente naar behoren uitvoering gegeven aan het gestelde in artikel 2.1, lid 3 van de Wro. Zienswijze 10.11 Economische uitvoerbaarheid Volgens indieners wordt niets gezegd over de economische uitvoerbaarheid van het themapark. Uit paragraaf 19.3 van de MER blijkt volgens indieners dat voor de gemeente maar weinig bekend is over het initiatief. Dit doet volgens indieners vermoeden dat het college zich nog niet heeft kunnen overtuigen van de economische haalbaarheid van het plan.

De argumentatie dat de gemeente hooguit grond in erfpacht gaat uitgeven is te dun, daar er meerdere publieke investeringen gedaan dienen te worden waarvan overzicht en mogelijkheden van doorbelasting ontbreken. Indieners vragen hoe het college ervoor zorgt dat de gemeenteraad een langjarige uitvoerbaarheid kan garanderen. Het bijgevoegde onderzoek van Ecorys van september 2022 geeft volgens indieners geen duidelijkheid over publiek-maatschappelijke kosten en baten bij verschillende toekomstscenario’s voor een dergelijk park. Gelijkenissen met de Floriade en het Archeon gaan hier mogelijk op waar de politiek-bestuurlijke wens groter was dan het realiteitsgehalte van een verantwoorde maatschappelijke kosten-batenbalans. Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 55

Reactie 10.11 In hoofdstuk 4 van de Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse van Ecorys, dat als bijlage 3 bij de structuurvisie is gevoegd, wordt ingegaan op de economische aspecten die met de vestiging van het themapark in Noord IV samenhangen. Daarmee wordt naar de mening van de gemeente in voldoende mate ingegaan op de vereisten op grond van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening voor de inhoud van een structuurvisie. Zienswijze 10.12 Beoordeling effecten MER In het MER worden de verschillende scenario's op milieueffecten beoordeeld. Hierbij is aangegeven dat dit ongewogen is gebeurd; alle criteria wegen even zwaar. Tevens is aangegeven dat eventuele te treffen maatregelen nog niet zijn meegewogen in de beoordeling van de milieueffecten. Indieners stellen dat bij de beoordeling van enkele aspecten wel degelijk rekening is gehouden met aanpassing van het beoordeelde scenario, zodat de beoordeling van het betreffende milieueffect positiever uitvalt. Zo wordt er bij de beoordeling al rekening mee gehouden dat windturbines alleen in het zuidelijke deel van het plangebied een plek zullen krijgen vanwege de geluidbelasting ervan op met name woonpercelen. Scenario’s 2 en 4, zoals geschetst in het Omgevingsprogramma, gaan hier echter niet van uit.

De vier scenario’s zoals gepresenteerd in het Omgevingsprogramma zijn volgens indieners niet als zodanig beoordeeld, maar 'aangepast’ voordat de beoordeling heeft plaatsgevonden. Hiermee is de toetsing van de scenario’s op milieueffecten evenals de uitkomst ervan niet zuiver. Reactie 10.12 In de te onderzoeken scenario's in hoofdstuk 4 van de structuurvisie zijn de windmolens alleen in het zuidelijk deel van het plangebied ingetekend. In het MER is nader onderbouwd dat dit realistisch is. Hiermee is niet een positiever of gewogen beeld geschetst. Zienswijze 10.13 Ontbrekende effecten MER Volgens indieners geeft de MER geen blijk van onderzoek naar slagschaduw als gevolg van de plaatsing van windturbines in scenario 2 en 4. Daardoor is volgens indieners een volledige beoordeling van de effecten van die scenario's door de gemeenteraad onmogelijk, daar waar juist dit punt van belang is voor omwonenden. Voorts worden geen heldere conclusies getrokken als het gaat om lichthinder als gevolg van windturbines en wordt in het geheel niet gesproken over lichtverstrooiing in het geval een bedrijventerrein met windturbines wordt gecombineerd. In het algemeen geeft de MER volgens indieners maar weinig blijk van de gevolgen voor de gezondheid van mens en dier als gevolg van de mogelijke komst van windturbines op Noord IV.

Tot slot is, zoals in de MER zelf terecht wordt opgemerkt, nog geen onderzoek gedaan naar de geluidbelasting voor omwonenden als gevolg van activiteiten op het bedrijventerrein. Deze informatie lijkt indieners onontbeerlijk voor een goede weging en beoordeling van de scenario's door de raad.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 56

Reactie 10.13 In de studie wind (bijlage 4 bij het MER) is in hoofdstuk 4 (landschap/zichtbaarheid) het aspect slagschaduw onderzocht. Zienswijze 10.14 Reikwijdte Wet voorkeursrecht gemeenten en ruimtelijke keuzes In het Omgevingsprogramma staat dat dit als vastgestelde structuurvisie zal worden ingezet om het gemeentelijke voorkeursrecht te bestendigen. De gedachteontwikkelingen spitsen zich volgens indieners echter toe op een aanzienlijk kleiner gebied dan waarop het voorkeursrecht is gevestigd. Om die reden wordt de raad - indachtig het rechtzekerheidsbeginsel - verzocht gelijktijdig met de vaststelling van het Omgevingsprogramma het zware middel voorkeursrecht op de gronden gelegen buiten de te herontwikkelen kavels te laten vervallen. Het voorkeursrecht dat is gevestigd op honderden hectares grond dient in dit stadium na drie jaar - volgens indieners ook ingeperkt te worden, om als gemeente te laten zien dat met het vaststellen van het Omgevingsprogramma wordt gehandeld naar een steeds beter onderbouwd plan dat vertrekt vanuit de oorspronkelijke uitgangspunten. In dit kader vinden indieners het vreemd dat er veel verschillen zijn tussen de eisen en wensen van de Franse marktpartij voor het themapark - zoals neergelegd in het rapport van Ecorys van september 2022 - en die van het Omgevingsprogramma en MER.

Zo gaat het rapport van Ecorys volgens indieners uit van een maximumvariant van circa 115 ha private ruimtebehoefte in het noordelijk deel van Noord IV, terwijl het Omgevingsprogramma en MER van een andere positionering en grootte van het park uitgaan zonder dit op te merken c.q. hier mogelijke consequenties aan te verbinden. Ook waar het themapark spreekt over gefaseerd groeien vragen indieners welke garantie de gemeente kan geven om de ruimtelijke groei van het park te begrenzen. Hiermee verkrijgen bewoners en ondernemers ook de nodige zekerheid zoals beoogd met een structuurvisie voor hun toekomstige woon- en bedrijfssituatie en nodige investeringen hieromtrent. Dit ontbreekt volgens indieners nu in het Omgevingsprogramma. Reactie 10.14 In de huidige besluitvorming gaan we uit van een themapark van 60 hectare. Mocht er in de toekomst sprake zijn van een uitbreiding dan is daar nieuwe besluitvorming voor nodig. Conclusie Zienswijze van indiener leidt niet tot aanpassing van de structuurvisie. Zienswijze 11: indieners 11 Deze zienswijze is ingediend door twee bewoners van het gebied die samen de zienswijze hebben opgesteld. Indieners hebben een zienswijze ingediend die inhoudelijk volledig overeenkomt met zienswijze 10. Reactie 11 Voor een inhoudelijke beantwoording wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 10.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 57

Conclusie Zienswijze van indiener leidt niet tot aanpassing van de structuurvisie. Zienswijze 12: Van Eysinga & Oostra c.s. namens indiener 12 Deze zienswijze is ingediend door rentmeesterskantoor Van Eysinga & Oostra c.s. namens indiener 12. Indiener is eigenaar van een tweetal percelen in Meppel, totaal groot 21.42.96 hectare. In de structuurvisie wordt aan deze percelen een nieuwe bestemming c.q. nieuwe functie toegekend. Ook maakt deze het mogelijk om de WVG op deze percelen te verlengen. Zienswijze 12.1 Voorkeursrecht niet gewenst Cliënte vindt de WVG niet gewenst, omdat dit schadelijk is voor het verdienmogelijk van de BV. Cliënte beheert haar eigendommen binnen een ‘landbouwmodel’. Voor het landerijenbeheer gaat het landgoed duurzame relaties aan met haar (agrarische) grondgebruikers. Erfpacht is daarbij een veel gebruikt instrument. Hierdoor kan de agrariër/gebruiker langjarig over zijn grond beschikken en de bedrijfsvoering hierop afstemmen. De grondeigenaar heeft hierbij de vrijheid om binnen erfpacht een goede prijs en voorwaarden overeen te komen. Door het gemeentelijk voorkeursrecht kan cliënte haar grond niet meer op basis van erfpacht uitgeven. Volgens artikel 1, aanhef en onder f WVG wordt dit volgens cliënte gezien als bevreemding en dient zij dit recht aan te bieden aan de gemeente.

Nu er volgens cliënte geen zicht is op een toekomstig plan, geeft dit een ongewenst bijeffect van het gevestigde voorkeursrecht. Ook bij een definitief plan is indiener niet vrij om over haar percelen te beschikken en dient zij deze eerst aan de gemeente aan te bieden. Dit beperkt haar in haar vrijheden bij gronduitgifte. Indiener verzoekt het voorkeursrecht in te trekken indien de gemeente geen andere bestemming dan de (extensieve) agrarische bestemming toekent aan de gronden van cliënte. Reactie 12.1 De gemeente realiseert zich dat de onduidelijkheid niet prettig is voor indiener. Op dit moment is er echter nog te weinig zekerheid over de precieze invulling van Noord IV. Daarom wordt in de structuurvisie nog rekening gehouden met een terugvaloptie naar bedrijventerrein en windturbines naast de voorkeursvariant themapark. Ook de precieze ligging daarvan moet nog nader worden uitgewerkt. Het noordwestelijke deel van Noord IV is geen onderdeel van de structuurvisie, daarvoor wordt het voorkeursrecht dus niet bestendigd. Zienswijze 12.2 Efficiënt grondgebruik Cliënte vraagt de gemeente om bij het opstellen van het plan het ‘efficiënt grondgebruik’ als belangrijkste uitgangspunt te nemen. In de structuurvisie lijkt het er volgens cliënte op dat de gemeente alle mogelijke bestemmingen openhoudt, zelfs agrarisch grondgebruik. Cliënte vraagt de gemeente duidelijke keuzes te maken.

Cliënte stelt voor om de eerste bebouwing bijvoorbeeld aan de Rijksomweg te concentreren en vanaf daar in noordelijke richting te werken. De potentiële zichtlocaties komen volgens cliënte daarmee het eerste aan bod. Cliënte heeft voorkeur voor scenario’s 2 en 4. Mits goed onderbouwd zou scenario 3 ook kunnen.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 58

Reactie 12.2 De gemeente constateert dat de in de structuurvisie opgenomen keuze voor het themaparkscenario strookt met de voorkeur van indiener. Zienswijze 12.3 RES Cliënte vraagt of met deze ontwikkeling wel wordt voldaan aan de RES. Cliënte vraagt of het straks nodig is om nog andere uitleglocaties te gebruiken. Cliënte vraagt zich af of dit dan ten koste gaat van andere agrarische grond. Reactie 12.3 De gemeente wijst indiener erop dat in de structuurvisie is aangegeven dat bij de uitwerking van het themaparkscenario een combinatie kan worden gezocht met onderdelen uit andere scenario’s. Zo kan op de resterende gronden binnen Noord IV ruimte worden gezocht voor windturbines, zolang deze de goede werking van het themapark niet in de weg staan. Daarmee kan de gemeente in beginsel nog steeds invulling geven aan de RES. Zienswijze 12.4 Verzoek overleg Waterschap Indiener verzoekt om goed overleg te voeren met het waterschap. Het waterschap heeft ook een ‘grondverwervingsopgave’ ten aanzien van waterberging lands de Oude Vaart. Dit betreft tevens grond van indiener. Indiener wenst geïnformeerd en betrokken te blijven. Reactie 12.4 De gemeente heeft op dit moment reeds structureel overleg met het waterschap over de uitwerking van de waterbergingsopgave in Noord IV. Aan het in de zienswijze neergelegde verzoek wordt dus al tegemoet gekomen.

Ook bij de uitwerking van de structuurvisie blijft het waterschap betrokken. Het ingezette participatietraject voor de structuurvisie krijgt ook een vervolg waarbij belanghebbenden in het gebied worden geïnformeerd en worden betrokken bij de planuitwerking. Zienswijze 12.5 Verzoek duidelijkheid proces Indiener vraagt om duidelijkheid te geven over het definitieve streefbeeld en de (proces)planning die vanaf heden volgt. Cliënte vraagt wanneer de gemeente start met het opstellen van een bestemmingsplan c.q. omgevingsplan. Cliënte vraagt wanneer de gesprekken over grondverwerving starten. Reactie 12.5 In de structuurvisie heeft de gemeente de keuze voor het themaparkscenario beschreven. Als de structuurvisie in deze vorm wordt vastgesteld, zal de structuurvisie worden uitgewerkt in een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. In deze fase zullen gesprekken met de bestaande gebruikers binnen het gebied worden gevoerd over het eventueel verwerven van de daarvoor benodigde gronden. Zienswijze 12.6 Erfpacht Over de grondverwerving wordt volgens cliënte in de structuurvisie niets benoemd. Indiener verzoekt om ervoor te zorgen dat er voldoende budget is om de grondeigenaren alternatieven aan te bieden en/of schadeloos te stellen. Indiener vraagt om voldoende

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 59

perspectief als zij hun bedrijfsvoering op een andere locatie willen voortzetten (ook voor de pachters). Verder heeft de indiener de nadrukkelijke wens om grondeigenaar te blijven. Indiener wijst op de rijke historie tussen haar familie en dit gebied. Daarnaast is grond nodig voor de exploitatie van het landgoed. Het is bespreekbaar dat de gemeente de gronden op basis van erfpacht (met mogelijkheid tot ondererfpacht) in gebruik kan krijgen. Reactie 12.6 Bij de aanpassing van de grondexploitatie wordt nader onderzocht of dit een mogelijkheid is. Zienswijze 12.7 Opwekken duurzame energie In de structuurvisie staat dat de gemeente enkele windturbines in het gebied wil plaatsen. Cliënte verzoekt dit te heroverwegen en het plaatsen van zonnepanelen mogelijk te maken. De omliggende gemeenten vullen hun energieopgave ook op die wijze in. Verder blijkt volgens cliënte uit onderzoek dat windturbines een schadelijk effect hebben op de gezondheid van omwonenden. Bovendien is er volgens cliënte vanuit marktpartijen voldoende interesse in zonnepanelen in het gebied, zeker nu in Noord IV een energiestation wordt gebouwd. Reactie 12.7 In de structuurvisie is bij de beschrijving van het themaparkscenario aangegeven dat hierbij zonnepanelen op de parkeerplaats en zon op dak de energieneutraliteit van het park kunnen bevorderen.

Daarnaast merkt de gemeente op dat – als met de wijziging van het omgevingsplan het plaatsen van windturbines mogelijk wordt gemaakt – de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet worden geborgd. Er zal er daarom voor moeten worden gezorgd dat deze windturbines geen onevenredige afbreuk aan de kwaliteit van de leefomgeving zullen veroorzaken. Zienswijze 12.8 Stikstofrechten Als uitgangspunt voor de stikstofberekeningen wordt volgens indiener uitgegaan van het intern salderen met landbouwgronden die in het gebied zullen verdwijnen. Aan deze landbouwgronden zijn aldus stikstofrechten gekoppeld die bij een eventuele grondverwerving aangekocht moeten worden. Indiener verzoekt bij het maken van het budget hier rekening mee te houden. Reactie 12.8 De gemeente onderschrijft dat - als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid van interne saldering - hiervoor budget moet worden gereserveerd. Conclusie Zienswijze van indiener leidt niet tot aanpassing van de structuurvisie. Zienswijze 13: indieners 13 Zienswijze 13.1 Bezwaar tegen gevolgde procedure Indieners hebben in 2020 naar aanleiding van de planvorming voor Noord IV kenbaar gemaakt dat deze processen om een zorgvuldige aanpak vragen. Indieners stellen dat 3 jaar later de stukken weer in de vakantieperiode ter inzage zijn gelegd. Bij de start van

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 60

dit project was het volgens indieners duidelijk met welke einddatum de gemeente te maken had. Alle risico’s waren makkelijk in kaart te brengen en in een planning op te nemen. Indieners hebben bezwaar tegen de doorlopen procedure. Volgens indieners is dit geen zorgvuldig proces. Reactie 13.1 De gemeente Meppel is het met indiener eens dat het ongelukkig is dat dat de stukken in de vakantieperiode ter inzage zijn gelegd. Het gebiedsproces is later opgestart dan gewenst. Na een intensieve periode van participatie, onderzoek en ontwikkeling van de structuurvisie, is de planning helaas zo gelopen dat de stukken in de zomer ter inzage zijn gelegd, overigens nog wel voor de start van de zomervakantie. Toch heeft het college van B&W gekozen voor deze periode, omdat anders het Wvg recht afloopt per oktober van 2023. Dit houdt in dat de gemeenteraad van Meppel in haar raadsvergadering van september 2023 een beslissing moet nemen over de structuurvisie. Zienswijze 13.2 Eerdere ingediende zienswijze tegen de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) milieueffectrapportage Omgevingsprogramma Noord IV Begin juli hebben indieners een reactienota op bovenstaande stukken ontvangen. Indieners stellen dat de gemeente niet is ingegaan op alle opmerkingen/zienswijzen. Indieners vinden dit bijzonder en niet passend.

Ook al is de gemeente het eens met indieners reactie, dan had de gemeente dit op zijn minst in deze reactienota kunnen opnemen. Indieners vinden dit een gemiste kans. Reactie 13.2 De gemeente Meppel probeert altijd zo zorgvuldig mogelijk de zienswijzen van haar inwoners en andere belanghebbenden te beantwoorden. Dit is bij de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) milieueffectrapportage Omgevingsprogramma Noord IV naar het idee van de gemeente ook zo goed mogelijk gebeurd. Zienswijze 13.3 Toezegging door wethouder namens het college Tijdens diverse bijeenkomsten zijn volgens indieners door de wethouder (namens het college) toezeggingen gedaan. Indieners zien graag dat deze toezeggingen in de besluitvorming worden vastgelegd. Indieners ontvangen deze graag separaat en voor de behandeling in de raad van 14 september 2023. De volgens indieners toegedane toezeggingen betreffen: Graag ontvangen we deze separaat en voor de behandeling in de Raad van 14 september • College kiest voor de optie van een belevingspark en zal dit in procedure brengen; • Er lopen geen 2 processen gelijktijdig; • Er worden geen windmolens in het gebied Noord IV gerealiseerd; • Er komen geen verblijfsaccommodaties in het plangebied; • Er komen geen vuurwerk- en lichtvoorstellingen; • Er komt geen industrie in dit gebied. Reactie 13.3 Op donderdag 14 september 2023 vindt de raadscommissie plaats.

Hierin wordt de structuurvisie besproken door leden van de gemeenteraad. Op donderdag 28 september 2023 vindt daadwerkelijke besluitvorming plaats tijdens de raadsvergadering.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 61

De besluitstukken staan op de openbare agenda van de gemeenteraad. Deze zijn door indiener in te zien. De punten die indiener aandraagt zullen niet in deze besluitstukken worden opgenomen. De structuurvisie gaat uit van twee mogelijke uitwerkingen. Een themapark sluit bijvoorbeeld een bedrijventerrein uit. Maar wanneer toch een bedrijventerrein wordt gerealiseerd, dan is er ook de mogelijkheid om windturbines te realiseren. Scenario 3 van het planMER dat is onderzocht gaat uit van 100 recreatieve overnachtingsplaatsen. Bij de eventuele ontwikkeling van het plan voor het themapark wordt uitgegaan dat er geen vuurwerkshows zullen zijn. Lichtvoorstellingen, mits niet overlast gevend, zouden wel onderdeel uit kunnen maken van de plannen. Zienswijze 13.4 Rol van de raad tijdens de gehouden bijeenkomsten In 2020 hebben indieners kenbaar gemaakt dat zij graag actief betrokken wilden blijven bij deze ontwikkeling (niet alleen via de media). Ondanks de toezegging van de verschillende raadsfracties dat zij het proces goed zouden volgen en waar nodig gaan bijsturen, is hier volgens indieners niets van terechtgekomen. Indieners hebben informatie via de media moeten lezen. Indieners vinden de betrokkenheid van de raad mager. Zij hebben tijdens alle sessies slechts één raadslid mogen ontmoeten. Dit vinden indieners een gemiste kans.

Indieners stellen dat de gemeente met eigen ogen had kunnen zien wat voor impact dit heeft op het welzijn van de bewoners. Reactie 13.4 De structuurvisie zal door het college van burgemeester en wethouders worden vastgesteld. Het ligt niet op de weg van het college om zich een oordeel te vellen over de bijdrage die de gemeenteraad heeft geleverd aan de informatiebijeenkomsten of antwoord te geven op de vraag in hoeverre de gemeenteraad de volgens inspreker gedane toezegging gestand heeft gedaan. Zienswijze 13.5 Structuurvisie en Omgevingsprogramma Noord IV Indieners beschouwen de bijeenkomsten die zijn bedoeld voor burgerparticipatie niet als participatie als bedoeld in de beleidsstukken van het Rijk en de provincie. Het waren bijeenkomsten waaraan de gemeente volgens indieners de moeite genomen heeft de betrokkenen te horen, maar heeft niet veel geluisterd. Van tevoren stond een en ander vast en was dit volgens indieners slechts een proces volgens een afvinklijstje. Waar de wethouder tijdens de eerste bijeenkomst opende dat er nog niets vast stond, was het volgens indieners al snel duidelijk dat het plaatje al bedacht was. Volgens indieners hadden de belanghebbenden meer gehad aan een eerlijk en open proces. Men had dan de mogelijkheid gehad er iets van te vinden en alle vervolgsessies waren niet nodig geweest.

Reactie 13.5 De gemeente neemt kennis van de wijze waarop indiener de invulling en uitwerking van de participatiebijeenkomsten ervaart. De gemeente is van mening dat in het proces waarin tot de uitwerking van de structuurvisie is gekomen naar behoren invulling is gegeven aan het participatie-vereiste en naar haar mening getuigt de besluitvorming van openheid, transparantie en niet-vooringenomenheid.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 62

Zienswijze 13.6 Aantekeningen in structuurvisie Gezien de korte periode tijdens deze vakantieperiode, verwijzen indieners voor de verdere zienswijze naar de opmerkingen in de bijgestuurde pdf. Hierin worden de volgende opmerkingen gemaakt: • Door het college is toegezegd dat de uitwerking van het voorkeursscenario en het terugvalscenario niet tegelijkertijd in procedure zullen worden genomen. Reactie gemeente: Er zal inderdaad niet tegelijkertijd een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel voor het themapark én een wijziging van het omgevingsplan voor een bedrijventerrein met windturbines worden opgesteld. • De behoefteraming waaruit de behoefte aan 25 hectare bedrijventerrein zou blijken, is nooit als onderbouwing voor de structuurvisie aangeleverd. Reactie gemeente: Deze behoefteraming is als bijlage 3 bij het planMER gevoegd, dat op haar beurt als bijlage bij het ontwerp van de structuurvisie is gevoegd. Hiermee is het een onderbouwing van de structuurvisie voor wat betreft de behoefte aan bedrijventerrein. • In de Omgevingswet (kennelijk bedoeld het omgevingsprogramma) is opgenomen dat er minder ruimte is voor (nieuwe) bedrijvigheid Reactie gemeente: In de structuurvisie is inderdaad aangegeven dat, als ruimte wordt geboden aan het themapark, er minder ruimte in Noord IV resteert voor overige bedrijvigheid.

• Bij de beschrijving van de kwaliteiten van het deelplangebied, is in de structuurvisie opgenomen dat dit ruimte moet bieden voor onder meer woonactiviteiten. Indieners zien dit graag beperkt tot de bestaande woningen eventueel uit te breiden met zorgwoningen. Reactie gemeente: Geen van de in de structuurvisie voorgedragen scenario’s (niet het themaparkscenario noch het terugvalscenario) zet in op uitbreiding van het aantal woningen binnen het deelplangebied. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan de inspraakreactie. • Indiener geeft aan dat op gebied van de ontsluitingsstructuur en bereikbaarheid van het deelplangebied ook de knelpunten moeten worden aangegeven. Reactie gemeente: Hieraan is in de betreffende paragraaf tegemoet gekomen door te wijzen op de mogelijkheden voor het realiseren van een verbinding tussen Noord IV en Noord III. • Indiener geeft aan dat bij de groei van Meppel ook de kanttekeningen moeten worden aangegeven. Reactie gemeente: Bij de beschrijving van de invloed van de vestiging van het Themapark op de ontwikkeling van de gemeente Meppel, past het naar de mening van de gemeente niet om nadelige gevolgen te beschrijven. Deze komen elders in de structuurvisie aan bod. • Indiener mist in de beschrijving van de cultuurhistorische waarden van het gebied in de structuurvisie de hoogteverschillen binnen het deelplangebied.

Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 63

•

•

•

•

•

•

•

Reactie gemeente: Deze zijn genoemd onder het kopje Geomorfologie van hetzelfde hoofdstuk in de structuurvisie. In de kaart met daarop aangegeven waarden en kwaliteiten van het gebied, mist volgens indiener de historische waarde van het gebied dat om het deelplangebied ligt. Reactie gemeente: De gemeente deelt de mening van indiener hier niet. Naar onze mening volstaat in de structuurvisie op dit punt een beschrijving van de waarden en kwaliteiten van het deelplangebied zelf. Indiener merkt op dat bij de beschrijving van de opgaven binnen het gebied het water en bodemsturende karakter van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied wordt gemist. Reactie gemeente: De gemeente deelt deze zienswijze van indiener niet. In het betreffende onderdeel van de opgaven wordt de opgave voor de waterberging binnen het gebied beschreven en in dit context de relatie met het provinciale beleid geschetst. Indiener merkt op dat waar onder de beschrijving van de opgaven wordt ingegaan op de terugvaloptie en de uitwerking van de wijze van invulling van deze bedrijvigheid en windenergie, dit vanuit een goede ruimtelijke ordening al lang duidelijk zou zijn geweest. Reactie gemeente: De gemeente deelt deze zienswijze niet. In het planMER zijn de invloed van deze ontwikkelingen op het deelplangebied en haar omgeving beschreven.

Een meer op het terugvalscenario toegespitst uitwerking van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving, zal bij de voorbereidingen voor het wijzigen van het omgevingsplan ter hand genomen worden. Indiener merkt op dat bij de beschrijving van de opgaven op gebied van de mobiliteit, de mogelijkheden van het openbare vervoer niet zijn beschreven. Reactie gemeente: Deze mogelijkheden zullen bij de uitwerking van de structuurvisie in de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel worden onderzocht en beschreven. Indiener merkt op dat bij de beschrijving van de behoefte aan bedrijfsareaal in paragraaf 4.1 de onderbouwing ontbreekt. Reactie gemeente: Zoals eerder aangegeven is deze onderbouwing opgenomen in het Stec-rapport dat als bijlage bij het planMER onderdeel uitmaakt van de structuurvisie. Indiener merkt bij de schets van het themapark binnen het deelplangebied op dat zij de voorkeur hebben voor parkeergelegenheid in het centrum van de stad. Reactie gemeente: De gemeente deelt deze zienswijze niet. Het themapark zal zelf in haar parkeerbehoefte moeten voorzien. Indiener merkt bij het bezoekersaantal dat in paragraaf 5.1 is opgenomen op dat in de stukken van de provincie wordt uitgegaan van een ander aantal. Indiener geeft aan dat moet worden uitgegaan van een bandbreedte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=1d8aef3e-5bb4-4ac0-885b-54b16efacd9f