Reactienota zienswijzen structuurvisie omgevingsprogramma Noord IV en milieueffectrapport omgevingsprogramma Noord IV - geanonimiseerd
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen Structuurvisie Omgevingsprogramma Noord IV & Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 1
Samenvatting en beantwoording zienswijzen NL.IMRO.0119.NoordIV-SVC1
September 2023
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 2
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 3
Inhoudsopgave ..........................................................................................................................1 Inhoudsopgave ..................................................................................................4 1.
Inleiding .....................................................................................................5 Procedure .......................................................................................................5 Leeswijzer ......................................................................................................5
2.
Beantwoording zienswijzen ............................................................................6 Overzicht ingekomen zienswijzen .......................................................................6 Samenvatting en beantwoording........................................................................7
3.
Wijzigingen naar aanleiding van de vaststelling ..............................................68 Structuurvisie ................................................................................................68 Plankaart ......................................................................................................68
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 4
1. Inleiding Voor u ligt de ‘Reactienota zienswijzen’ die is opgesteld naar aanleiding van de tervisielegging van het ontwerp van de structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ met bijbehorend planMER. Deze nota wordt na vaststelling van de structuurvisie door de gemeenteraad als bijlage opgenomen. In deze nota is allereerst een procedurele beoordeling opgenomen van de ontvangen zienswijzen. Ten aanzien van de ontvankelijke zienswijzen is in deze nota een inhoudelijke beantwoording opgenomen. Tevens is een overzicht opgenomen van de wijzigingen in de vastgestelde structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’.
Procedure Conform artikel 2.1 Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.1.1 Besluit ruimtelijke ordening heeft het ontwerp van de structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht voor een periode van zes weken (van 5 juli 2023 t/m 15 augustus 2023) ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze met betrekking tot het ontwerp van de structuurvisie tijdig kenbaar maken bij de gemeenteraad. Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht geldt een zienswijze als tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. In totaal zijn binnen de termijn 13 zienswijzen binnengekomen. Bij iedere zienswijze staat afzonderlijk weergegeven op welke datum de zienswijze is gedateerd, op welke datum de zienswijze is ontvangen, of de zienswijze ontvankelijk is en tot slot staat het postregistratienummer weergegeven.
Leeswijzer Deze reactienota heeft betrekking op de ingediende zienswijzen met betrekking tot het ontwerp van de structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ met bijbehorende planMER. In hoofdstuk 2 is een samenvatting opgenomen van de ingekomen zienswijzen met daarbij de gemeentelijke reactie en een conclusie per zienswijze. De gemeentelijke reactie en de conclusies staan cursief weergegeven. In de conclusie wordt ingegaan op de gevolgen van de individuele zienswijze voor de vaststelling van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 is de staat van wijzigingen opgenomen. Deze staat van wijzigingen geeft een overzicht van alle relevante wijzigingen als gevolg van de vaststelling van de structuurvisie. Een deel van de wijzigingen vloeit direct voort uit hoofdstuk 2 (beantwoording zienswijzen) en een deel heeft betrekking op ambtshalve voorgestelde wijzigingen bij de vaststelling van de structuurvisie.
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 5
2. Beantwoording zienswijzen Overzicht ingekomen zienswijzen In het kader van de tervisielegging van het ontwerpstructuurvisie zijn 13 zienswijzen ontvangen. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de ingekomen zienswijzen. Naam
Registratie 1774128 / 1795706
Gedateerd
Ontvangstdatum
Ontvankelijk
27-07-2023
28-07-2023
Ja
27-07-2023
28-07-2023
Ja
26-07-2023
01-08-2023
Ja
1.
Indiener 1
2.
LTM Vastgoed Meulenberg
3.
Gemeente De Wolden en gemeente Westerveld
1774128 / 1796749
4.
TenneT TSO B.V.
1774128 / 1795701
26-07-2023
28-07-2023
Ja
5.
Indiener 5
1774128 / 1800748
11-08-2023
14-08-2023
Ja
6.
ICC Park Management Meppel
1774128 / 1798789
02-08-2023
07-08-2023
Ja
7.
Natuur en Milieufederatie Drenthe
1774128 / 1800750
11-08-2023
14-08-2023
Ja
8.
Natuurbescher mingswacht
1774128 / 1798888
07-08-2023
07-08-2023
Ja
9.
Vattenfall
1774128 / 1797657
02-08-2023
03-08-2023
10.
Indieners 10
1774128 / 1803980
14-08-2023
15-08-2023
Ja
11.
Indieners 11
1774128 / 1804377
n.v.t.
16-08-2023
Ja
12.
Van Eysinga & Oostra c.s.
1774128 / 1804107
15-08-2023
16-08-2023
Ja
1774128 / 1796750 1796751
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 6
13.
Indieners 13
1774128 / 1805529
15-08-2023
21-08-2023
Ja
Tabel 1. Overzicht ingekomen zienswijzen
Samenvatting en beantwoording Hieronder is een samenvatting opgenomen van de binnengekomen zienswijzen en zijn ze voorzien van een gemeentelijke reactie. Een aantal onderwerpen komt in meerdere zienswijzen terug. Dit zijn de onderbouwing van de keuze voor het themapark, de wateropgave in Noord IV en combinatie bedrijvigheid-themapark. 0.1 Gedeelde zienswijze themapark Veel van de zienswijzen die op de structuurvisie zijn ingediend, richten zich op de keuze van de gemeente om binnen Noord IV een themapark mogelijk te maken. Veel indieners zijn van mening dat de keuze voor het mogelijk maken van een themapark onvoldoende is onderbouwd. Reactie van de gemeente: In paragraaf 1.1 van de structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ (hierna structuurvisie) is aangegeven dat het gebied Noord IV door de gemeente wordt gezien als een gebied dat ruimte kan bieden aan een veelheid aan mogelijke functies die invulling kunnen geven aan de verschillende opgaven die de gemeente Meppel en de omgeving hebben. In het Plan Van Aanpak Noord III en IV van de gemeente Meppel is aangegeven aan welke vormen van mogelijke invulling in dit deelgebied kan worden gedacht. Daarbij is van belang dat in dit Plan Van Aanpak is aangegeven dat Noord IV ruimte zou kunnen gaan bieden aan bedrijvigheid, recreatie en aangedragen initiatieven. Het themapark valt in alle drie van deze categorieën.
In de hiervoor genoemde paragraaf 1.1 van de structuurvisie is daarnaast aangegeven dat het provinciale beleid erop is gericht om plaats te bieden aan een voorziening met een grote recreatieve aantrekkingskracht. Het themapark zal deze grote recreatieve aantrekkingskracht hebben. Zowel in het Plan Van Aanpak als in paragraaf 1.1 van de structuurvisie zijn daarnaast andere mogelijke invullingen binnen het deelplangebied Noord IV beschreven. Daarbij is evenwel niet aangegeven dat de daadwerkelijke invulling van het deelplangebied uitwerking moet geven aan al deze ambities. Bovendien moet worden bedacht dat het themapark slechts een gedeelte van het hele deelplangebied Noord IV in beslag zal nemen. Het deelplangebied geeft dus - naast ruimte bieden aan het themapark - ruimte voor de uitwerking van een aantal van de resterende ambities. Dit houdt in dat de keuze voor het themaparkscenario niet strijdig is met de uitgangspunten zoals neergelegd in het Plan Van Aanpak Noord III en IV. In uitwerking van het provinciale beleid om een voorziening met grote recreatieve aantrekkingskracht binnen de provinciegrenzen te huisvesten, is een locatiestudie uitgevoerd. Deze locatiestudie laat in eerste aanleg zien dat de huisvesting van dit een themapark als invulling van deze ambitie in de gemeente Meppel een logische keuze is.
In tweede fase laat deze locatiestudie zien dat binnen de gemeente Meppel het gebied Noord IV hiervoor het meest geschikt is.
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 7
De gemeente ziet een grote meerwaarde in de komst van het themapark in Meppel. Het themapark met weinig bebouwing, veel groen, landschappelijk goed ingepast, inpassing van de wateropgave, meer werkgelegenheid en versterking van het toerisme past heel goed bij de ambities van de gemeente voor Noord IV. Het vormt naar de mening van de gemeente een uitstekende ontwikkeling binnen het deelplangebied Noord IV. 0.2 Gedeelde zienswijze wateropgave Een deel van de indieners wijzen op de beperkte uitwerking van de waterbergingsopgave in de structuurvisie. Reactie van de gemeente: De waterbergingsopgave die voor het deelplangebied Noord IV geldt, ligt op de weg van het Waterschap om uit te werken. Bij het tot stand komen van de structuurvisie was de uitwerking van deze waterbergingsopgave door het Waterschap nog in een zeer prematuur stadium. Dit maakt dat deze waterbergingsopgave niet verder in de structuurvisie kon worden uitgewerkt, dat de huidige vorm. De waterbergingsopgave is daarom in de structuurvisie in ruime zin, op hoofdlijnen beschreven. Bij de uitwerking van de structuurvisie in de wijziging van het omgevingsplan zal het Waterschap verder zijn gevorderd in de uitwerking van de waterbergingsopgave. Deze uitwerking zal dan voldoende concreet zijn om in het omgevingsplan uitgewerkt te kunnen worden.
Daarbij merkt de gemeente op dat de resultaten van het planMER op gebied van de waterbergingsopgave zullen daarbij door de gemeente in de afstemming met het waterschap meegenomen worden. De randvoorwaarden, uitgangspunten én aandachtspunten ten aanzien van de waterbergingsopgave zijn echter wel voldoende duidelijk en daarvan is samen met het Waterschap vastgesteld dat met in acht name van deze randvoorwaarden, uitgangspunten en aandachtspunten de waterbergingsopgave vorm gegeven kan worden. Bij de uitwerking van de structuurvisie zal de uitwerking van de waterbergingsopgave met name in het MER voor het themapark - in nauwe samenwerking met het Waterschap - worden uitgewerkt. 0.3 Gedeelde zienswijze combinatie bedrijvigheid-themapark Een deel van de indieners richten zich in hun zienswijzen ook op de gevolgen van de keuze voor het themaparkscenario voor het lenigen van de behoefte aan gronden voor bedrijvigheid. Daarbij rijst de vraag of naast het themapark ook een bedrijventerrein zou kunnen worden gerealiseerd. Reactie van de gemeente: Met het vaststellen van deze structuurvisie maakt de gemeente een eenduidige keuze voor het themaparkscenario als voorkeursvariant. Dit scenario biedt geen ruimte voor de uitwerking van de resterende gronden waarvoor de Wvg is vastgesteld (ongeveer 260 ha) naar een bedrijventerrein.
De resterende gronden zullen bij de uitwerking van het voorkeursscenario worden gebruikt voor de resterende ambities waterberging, en groen. Als onverhoopt het terugvalscenario wordt uitgewerkt, dan zullen de gronden worden gebruikt voor het realiseren van een bedrijventerrein en de resterende gronden worden gebruikt voor de resterende ambities waterberging, groen en windenergie. Dit is verbeeld in de kaart zoekgebieden en WVG-begrenzing op pagina 60 van de structuurvisie.
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 8
Zienswijze 1: Indiener 1 Zienswijze 1.1 Diepgaander onderzoek Volgens indiener draagt een themapark niet bij aan de opgaven die zijn verwoord in de toekomstvisie, en wel om de volgende redenen: - Volgens indiener staat een themapark niet gelijk aan recreatie. Een themapark is een economische invulling en niet een recreatieve. - De baten gaan volgens indiener naar een economische partij buiten de gemeente. Niet alleen de entreegelden, maar ook de horeca- en winkelinkomsten. - De lasten blijven in de gemeente en zijn daarmee volgens indiener voor rekening van de inwoners: o Landbouwgrond (>60 hectare) kan niet meer worden ingezet voor voedselvoorziening). o Energiewinning door windmolens is niet mogelijk. o Circa 5.000 bezoekers 188 dagen per jaar is volgens indiener fors qua bewegingen in een kleine gemeente en gezien de bereikbaarheid van de locatie vooral met auto’s en of shuttlebussen. o Kosten voor benodigde infrastructuur: wegontsluiting, aanpassing station i.v.m. shuttlebussen, etc. drukken volgens indiener op de begroting ten koste van voorzieningen voor inwoners. o Druk op de energie- en watervoorzieningen en de natuur als geheel neemt volgens indiener fors toe. o 800 banen die zijn voorzien zijn volgens indiener vrij eenzijdig (hospitality en entertainment) en zijn lang niet allemaal in te vullen door inwoners van de gemeente.
Naar alle waarschijnlijk hebben deze volgens indiener een kannibaliserend effect voor lokale ondernemers, omdat personeel schaarser wordt. o Een grote hoeveelheid dagjesmensen/toeristen heeft volgens indiener, naast invloed op natuur, ook een significante invloed op het karakter en de sociale cohesie van een woonplaats. Daarnaast zal de toestroom van dagjesmensen van invloed zijn op het woongenot van de inwoners, waardoor Meppel mogelijk minder gewild wordt als woonplaats, wat zich vertaalt in waardedaling van de woningen. Reactie 1.1 Voor wat betreft de onderbouwing van een themapark in Noord IV wordt verwezen naar de reactie van de gemeente op de overkoepelende zienswijze over het ruimte bieden aan het themapark (zie punt 0.1). Het themapark komt in de plaats van landbouw en zal daardoor leiden tot een aanzienlijke afname van het gebruik van (kunst)mest en gewasbeschermingsmiddelen. Het themapark kan ecologische waarde toevoegen ten opzichte van het huidig intensief agrarisch gebruik, mist wordt nagedacht over het vermijden of beperken van drukfactoren zoals verstoring, versnippering en vervuiling. De uitwerking van het project met een wijziging van het omgevingsplan biedt mogelijkheden om hiervoor aanvullende eisen te stellen. In dat traject wordt een meer gedetailleerd MER opgesteld met bijbehorende onderzoeken.
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 9
Het themapark krijgt bovendien een eigen watersysteem hetgeen de ecologische potenties verder vergroot ten opzichte van het huidige agrarische watersysteem. Zo is in een themapark geen tegennatuurlijk peilbeheer benodigd, zoals nu in het agrarisch gebied aanwezig. Bij een natuurvriendelijke inrichting en beheer van groen, water en gebouwen is binnen dit themapark een belangrijke ecologische kwaliteitsverbetering mogelijk. De effecten op flora en fauna zijn in het MER, op de effecten van stikstof na, kwalitatief beschreven. Nader onderzoek dient plaats te vinden bij de concrete planvorming. Zienswijze 1.2 Regeneratief bouwen In de ontwerp-structuurvisie is volgens indiener minimale bebouwing opgenomen. Daarbij ontbreekt een concrete omschrijving. Indiener stelt voor dat nadrukkelijk wordt omschreven dat er regeneratief gebouwd wordt (neutraal qua energie en watergebruik). Er blijft ruimte voor boerderijen en windmolens. Bebouwing is multi-inzetbaar zodat een mix tussen economische, agrarische en recreatieve bedrijvigheid kan ontstaan die recht doet aan de natuurlijke en culturele omgeving waarin het plaatsvindt. Denk aan buitentheater, workshops; wecken/conservering, koken voor een kleine beurs, etc. Reactie 1.2 Indiener verzoekt om het vastleggen van een hoog detailniveau van de uitwerking van de structuurvisie in de structuurvisie zelf.
De structuurvisie voor Noord IV is een document met daarin de visie van de gemeente voor dit gebied op hoofdlijnen, de details die indiener noemt zijn hiervoor niet geschikt. Bij de uitwerking van de structuurvisie in de wijziging(en) van het omgevingsplan van de gemeente Meppel of in concrete vergunningen kunnen dergelijke details wel worden opgenomen, zoals de functies die in het gebied worden toegestaan. Bij de uitwerking in meer concrete plannen is natuurlijk wel het beleid van de gemeente op het gebied van duurzaamheid (waarin energieneutraal bouwen en watergebruik onderwerp zijn) van belang en daar zal aan moeten worden getoetst. Zienswijze 1.3 Impact themapark op kwaliteit van leven Indiener onderschrijft dat een economische invulling gericht op natuurbehoud de voorkeur heeft ten opzichte van verdozing/verstening van een gebied dat meerdere doeleinden (agrarisch, natuurbeheer, watercontrolesysteem) vervult. Echter, volgens indiener zijn daarvoor initiatieven denkbaar die een betere baten/lasten-verhouding hebben dan een toeristisch themapark. De ontwerpstructuurvisie Noord IV biedt volgens indiener onvoldoende basis hiervoor. Reactie 1.3 In het MER dat ter onderbouwing van de structuurvisie is opgesteld, zijn de gevolgen voor de omgeving van de verschillende ontwikkelstrategieën uitgewerkt.
Uit dit MER komt naar voren dat het ruimte bieden aan een themapark gevolgen zal hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, maar dat deze gevolgen niet onaanvaardbaar zullen zijn. Bij de voorbereidingen voor het wijzigen van het omgevingsplan van de gemeente Meppel, ter uitvoering van deze structuurvisie, zullen deze gevolgen meer in detail worden onderzocht. Daarbij zullen ook onderwerpen als landschappelijke inpassing, invloed op agrarisch grondgebruik en de waterkwantiteit aan de orde komen.
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 10
Zienswijze 1.4 Ruimte voor regionale coöperatieve landbouwinitiatieven toevoegen Indiener stelt voor om ruimte voor regionale coöperatieve landbouwinitiatieven om samen duurzaam voedsel te produceren, met een regierol voor agrarische ondernemers in dit gebied, toe te voegen aan de structuurvisie. Te denken valt aan initiatieven in à la Herenboeren. Als Herenboer ben je eigenaar, ondernemer, producent en consument van je eigen boerderij. Volgens indiener is voor veel mensen werken met de natuur helend. Door het coöperatief te doen, is het behapbaar. Volgens indiener zijn coöperatieve landbouwinitiatieven financieel zelfstandig. De nadruk ligt op regeneratieve economische activiteiten die op korte en lange termijn gezond zijn voor de natuur en inwoners. Dit biedt ruimte voor startuppers en uitbreiding voor bestaande ondernemers. Volgens indiener werken de coöperatieve initiatieven veelal samen met het agrarisch onderwijs en bieden ze praktijklessen en stageplekken. Volgens indiener dragen seizoensgebonden regionale gewassen bij aan de gezondheid van grond en welzijn van de mens en zijn deze ook beter voor de portemonnee. Volgens indiener is de voedingswaarde hoger doordat op het juiste moment geoogst wordt.
Volgens indiener verwelkomen natuurorganisaties coöperatieve landbouwinitiatieven omdat ze door hun regeneratieve werkwijze een buffer vormen tussen natuurgebieden en de intensievere landbouw. Tenslotte dragen coöperatieve initiatieven volgens indiener bij aan sociale verbinding en versterking van het sociale domein, maar ook aan meer fietsgebruik, minder zwaar tansport, minder verpakkingen, gedragsverandering en samenzijn. Reactie 1.4 Zoals in het voorgaande is aangegeven, zal het voorgenomen themapark slechts een gedeelte van het hele gebied Noord IV in beslag nemen. Dit betekent dat dit gebied daarnaast nog ruimte zal bieden voor mogelijkerwijs de door indiener bedoelde landbouwcoöperaties. Dit is wel iets wat de gemeente niet kan afdwingen in een ruimtelijk plan. Conclusie Zienswijze van indiener leidt niet tot aanpassing van de structuurvisie. Zienswijze 2: LTM Vastgoed Meulenberg namens indieners 2 LTM Vastgoed Meulenberg treedt op namens vier cliënten. In de eerste zienswijze treedt LTM Vastgoed op namens drie cliënten die in een stille maatschap een melkveebedrijf bezitten. Het volledige melkveebedrijf van cliënten ligt in het plangebied. Het gaat om de bedrijfsgebouwen en landbouwgrond, totaal groot 51.70.16 ha. In de tweede zienswijze treedt LTM Vastgoed op namens één cliënt die ook een melkveebedrijf bezit dat volledig in het plangebied ligt.
Het gaat om de bedrijfsgebouwen en landbouwgrond, totaal groot 30.93.40 ha. Inhoudelijk zijn de zienswijzen identiek. Volledigheidshalve worden deze zienswijzen daarom gezamenlijk behandeld. Zienswijze 2.1 Bestaande situatie handhaven
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 11
Volgens de ter inzage gelegde stukken wordt Noord IV gezien als een potentiële locatie voor bedrijvenontwikkeling en het realiseren van windturbines. Met dat doel is door de gemeenteraad op 1 oktober 2020 een voorkeursrecht gevestigd. De ambitie van Meppel voor het realiseren van een themapark is volgens cliënten nimmer aan de orde geweest. Cliënten vragen zich af waarom dat nu doorslaggevend zou moeten zijn. Dat dit enige tijd de ambitie van de provincie was, doet aan het voorgaande niet af. De verandering van de gemeenteraad om de ambities te wijzigen kunnen cliënten niet volgen, temeer niet omdat nu al rekening wordt gehouden met een ‘plan B’: toch de komst van een bedrijventerrein en windturbines. Cliënten vragen de gemeenteraad te onderbouwen waarom gekozen moet worden tussen een plan A of plan B en waarom de bestaande situatie niet kan worden gehandhaafd. Samengevat: • het ontbreekt aan een deugdelijke motivering waarom is gekozen voor het themapark met een terugvaloptie bedrijventerrein met windturbines. • Niet is onderbouwd waarom het themapark financieel levensvatbaar is. • Met betrekking tot de locatiestudie is niet duidelijk op basis van welke criteria de verschillende onderdelen zijn gescoord en in hoeverre de gemeenteraad hierin is gekend.
• De keuze voor een themapark staat extensivering van de landbouw in de weg en betekent de factor het einde van het melkveebedrijf van indiener. In het programma ontbreekt een visie voor de toekomst van indiener als agrarisch ondernemer. Indiener verzoekt in dit verband om duidelijkheid. • Volgens indiener leidt de komst van het themapark tot toename van de stikstofdepositie en verzoekt om de onderliggende berekeningen. • Volgens indiener is onvoldoende onderzocht en onderbouwd waarom de komst van een themapark zal leiden tot een verhoging van de waarde van landschap en natuur. Flora en fauna zijn het meest gediend bij het gebied houden zoals het is. Reactie 2.1 Voor wat betreft de onderbouwing van een themapark in Noord IV wordt verwezen naar de reactie van de gemeente op de overkoepelende zienswijze over het ruimte bieden aan het themapark (zie punt 0.1).
Zienswijze 2.2 Financieel haalbaar Cliënten vragen welk bedrijfsplan aan het beoogde themapark ten grondslag ligt waaruit blijkt dat dit financieel levensvatbaar kan worden. Cliënten wijzen op themaparken ‘De Huttenheugte’ en ‘Wildlands’ in de provincie Drenthe. Reactie 2.2 Met de structuurvisie geeft de gemeente aan aan welke ontwikkeling binnen het deelplangebied Noord IV ruimte wordt geboden. De financiële haalbaarheid van het themapark zal worden onderbouwd in het proces waarmee uitwerking wordt gegeven aan de structuurvisie door het wijzigen van het omgevingsplan. Zienswijze 2.3 Plan A Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 12
Als er noodzaak aanwezig is om tussen plan A of plan B te kiezen, dan moet volgens een van de cliënten de voorkeur worden gegeven aan plan A. Dit sluit meer aan en draagt meer bij aan oplossingen voor de huidige maatschappelijke problematiek, zoals het energievraagstuk in het algemeen en zeker in combinatie met de ontwikkeling van een bedrijventerrein in landelijk gebied. Reactie 2.3 Voor wat betreft de onderbouwing van een themapark in Noord IV wordt verwezen naar de reactie van de gemeente op de overkoepelende zienswijze over het ruimte bieden aan het themapark (zie punt 0.1). Zienswijze 2.4 Locatiestudie Indieners vragen de criteria kenbaar te maken op basis waarvan aan de verschillende onderdelen in de locatiestudie een score is toegekend. Volgens indieners komt het nu over als een doelgerichte score die niet is gebaseerd op objectieve criteria, ondanks de toelichting in het rapport. Indieners vragen in hoeverre de gemeenteraad hierin gekend is en de scores afzonderlijk ook als haar eigen benadering beschouwt, en niet alleen die van het onderzoeksbureau zelf. Als voorbeeld halen indieners p. 37, tabel 14 in zoekgebied 2 aan. Waarom is aan het onderdeel ‘bereikbaarheid OV en fiets’ een ‘+’ toegekend? Een ander voorbeeld is een ‘+’ in zoekgebied 2 voor Biodiversiteit. Indieners vragen of dit nu positief is en hoe dit straks in de toekomst zit.
Reactie 2.4 De objectieve beoordelingscriteria zijn in tabel 4.1 in de locatiestudie weergegeven. Voor de verschillende zoekgebieden is vervolgens in hoofdstuk 4 per onderdeel gemotiveerd hoe tot een score is gekomen. De beoordeling heeft tot doel om de geschiktheid van de verschillende zoekgebieden te beoordelen en te vergelijken. Zienswijze 2.5 Einde melkveebedrijf Een van de indieners ziet beperkingen en consequenties op zich afkomen die niet te overzien zijn en op voorhand als bedreigend worden ervaren. De gronden van indiener zijn geschikt voor zowel grasland als akkerbouwmatige doeleinden. De te verwachten ontwikkelingen zullen dat volgens indiener onmogelijk maken. Indiener vreest voor een forse waardedaling van de gronden en betwijfelt of verplaatsing naar elders mogelijk is. Bij de komst van een themapark zal geen ruimte zijn voor extensivering van de landbouw. Het voorgenomen beleid biedt volgens indieners onvoldoende rechtszekerheid voor de bestaande situatie en mist toekomstvisie voor het melkveebedrijf. Reactie 2.5 De kaarten die in de structuurvisie zijn opgenomen zijn bedoeld om een indruk te geven van hoe de verschillende scenario’s kunnen worden uitgewerkt binnen het deelplangebied Noord IV.
Als deze voorbeelden over gronden zijn geprojecteerd die in gebruik of eigendom zijn van derden, vloeit daaruit niet zonder meer voort dat dit gebruik zal moeten worden beëindigd of deze gronden zullen worden verworven. Pas bij de uitwerking van de vastgestelde structuurvisie in een wijziging van het omgevingsplan zal een definitief ontwerp van het gekozen scenario worden gemaakt. Op dat moment wordt
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 13
duidelijk welke gronden zullen moeten worden verworven en welk bestaand gebruik niet meer zal kunnen worden gecontinueerd. Daarbij zal in een zo vroeg mogelijk stadium overleg worden gevoerd met de betreffende eigenaars en/of gebruikers over hoe deze gevolgen kunnen worden gecompenseerd. Extensiveren kan zowel door meer grond onder het huidige vee-aantal te realiseren als door het verminderen van het aantal stuks vee. Op deze laatste optie wordt veelal niet gedoeld, hoewel hier wel kansen liggen op het gebied van natuurinclusieve bedrijfsvoering en eiwittransitie. Het klopt inderdaad dat het verdienmodel ervan momenteel erg onzeker is. Zienswijze 2.6 Stikstof Indieners wijzen erop dat binnen de landbouw elke ontwikkeling stil ligt door de stikstofproblematiek en vragen zich af hoe het mogelijk is dat een themapark gerealiseerd kan worden. De stelling dat ‘het nieuwe themapark zal leiden tot een omvangrijke afname van het agrarisch areaal en de bijbehorende bemestingsemissies, en ook het verdwijnen van de stalemissies van meerdere veehouderijen in het plangebied’, stuit indieners tegen de borst. Indieners verzoeken onderliggende berekeningen beschikbaar te stellen en aan te geven hoeveel stikstof, NOX en andere stoffen het park nodig heeft en hoe dat beschikbaar zou moeten komen.
Reactie 2.6 Witteveen+Bos heeft in opdracht van de gemeente Meppel een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd naar de ontwikkeling van het plangebied Meppel Noord IV. Afhankelijk van het scenario is er bedrijvigheid of een themapark beoogd. De berekeningen zijn bijgevoegd als bijlage 5 bij het MER. Als uitgangspunt is gebruikt dat wanneer de beoogde activiteit (bedrijventerrein of themapark) stikstofdepositie veroorzaakt, deze wordt ‘weggestreept’ (gesaldeerd) tegen de stikstofdepositie vanwege landbouwgronden en boerderijen die zullen verdwijnen. Zienswijze 2.7 Stikstofberekening locatie 2 Aan de stikstofverschil-berekening voor 60 hectare binnen locatie 2, het gebied Noord IV, op basis van een verkeersanalyse van Goudappel, kan volgens cliënten geen gevolg worden gegeven. Cliënten bestrijden dat de op te heffen agrarische stikstofemissies ruim 6 keer zo groot zijn als de toekomstige verkeersemissies en ook de conclusie dat in rekenjaar 2030 nergens binnen Natura 2000 sprake zal zijn van een depositietoename en dat sprake is van een daling van stikstofdepositie op het zeer stikstofgevoelige Holtingerveld. Indieners vragen of naast adviesbureau Goudappel ook andere bureaus benaderd zijn om hierover advies te geven. Volgens een van de indieners kan de komst van een themapark niet anders dan leiden tot een toename van depositie en tot een ongunstige stikstofbalans.
Niet alleen omdat het themapark groter wordt dan 60 hectare, maar ook omdat het uitgangspunt van een gemiddelde werkdag en gemiddelde bezetting volgens indiener niet aan de orde zijn. Het park wordt volgens indiener groter, tenminste 115 hectare en er zal sprake zijn van forse piekbezettingen, bijvoorbeeld in de weekenden en op zon- en feestdagen. De berekeningen, waaronder een AERIUS-berekening, moeten volgens indiener met andere uitgangspunten gemaakt worden.
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 14
Reactie 2.7 Voor onze reactie op de zienswijze over de verkeersberekeningen én de reactie op de zienswijze over de stikstofberekening, verwijzen we kortheidshalve naar onze reactie op zienswijze 2.6. Voor de verkeersberekeningen zijn geen andere bureaus benaderd. Zienswijze 2.8 Flora en fauna Geschreven wordt: '’De komst van Puy du Fou kan de aanjager zijn voor een verhoging van de waarde van natuur en landschap in het betreffende deel van Noord IV'’. Cliënten vinden dit onbegrijpelijk. Cliënten stellen dat enkel het planten van bomen en het stellen van regels voor de bouwhoogte en het bebouwingspercentage onvoldoende is om elk nadelig effect van de komst van het themapark weg te nemen. Volgens cliënten worden flora en fauna het meest beschermd door het gebied te laten zoals het nu is. Volgens cliënten is het milieueffect onvoldoende onderzocht en onvoldoende onderbouwd. Reactie 2.8 Het themapark komt in de plaats van landbouw en zal daardoor leiden tot een aanzienlijke afname van het gebruik van (kunst)mest en gewasbeschermingsmiddelen. Het themapark kan ecologische waarde toevoegen ten opzichte van het huidig intensief agrarisch gebruik, mist wordt nagedacht over het vermijden of beperken van drukfactoren zoals verstoring, versnippering en vervuiling.
De uitwerking van het project met een wijziging van het omgevingsplan biedt mogelijkheden om hiervoor aanvullende eisen te stellen. In dat traject wordt een meer gedetailleerd MER opgesteld met bijbehorende onderzoeken. Het themapark krijgt bovendien een eigen watersysteem dat de ecologische potenties verder vergroot ten opzichte van het huidige agrarische watersysteem. Zo is in een themapark geen tegennatuurlijk peilbeheer nodig, zoals nu in het agrarisch gebied aanwezig. Bij een natuurvriendelijke inrichting en beheer van groen, water en gebouwen is binnen dit themapark een belangrijke ecologische kwaliteitsverbetering mogelijk. De effecten op flora en fauna zijn in het MER, op de effecten van stikstof na, kwalitatief beschreven. Nader onderzoek dient plaats te vinden bij de concrete planvorming. Zienswijze 2.9 Impact gezin en bedrijf Cliënten geven aan dat de impact die het geheel heeft op zowel de gezinssituatie als op de bedrijfsontwikkeling, groot is. Het hele proces houdt cliënten bezig en kost veel energie. Reactie 2.9 Voor de situatie van indiener is uiteraard alle begrip. De gemeente zal zich inspannen om op zo’n kort mogelijke termijn meer duidelijkheid te bieden. Hierbij zal het ingezette participatietraject een vervolg krijgen.
Hierbij staat heldere en tijdige communicatie over de stand van zaken met betrekking tot het themapark of een eventuele terugvaloptie voorop. Conclusie Zienswijze van indiener leidt niet tot aanpassing van de structuurvisie.
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 15
Zienswijze 3: Gemeente De Wolden en gemeente Westerveld Zienswijze 3.1 Ambities en belangen gemeente De Wolden en gemeente Westerveld Gezien het feit dat Noord IV grenst aan de gemeenten De Wolden en Westerveld, dienen deze gemeenten een gezamenlijke zienswijze in. In de ontwerp-structuurvisie en het milieueffectrapport worden twee streefbeelden geschetst: het streefbeeld themapark en het streefbeeld werklocatie. Gezien het gebied Noord IV grenst aan de gemeente De Wolden en gemeente Westerveld, zullen beide streefbeelden invloed en impact hebben op deze gemeenten. De gemeenten geven aan zelf ook ambities te hebben in het gebied grenzend aan Noord IV. Dit betreft ambities en belangen op het vlak van de opwek van duurzame energie, verkeer en mobiliteit, landbouw, wonen en recreatie en beleving. Volgens de gemeenten heeft de keuze voor één van de twee streefbeelden mogelijk de consequentie dat de gemeenten De Wolden en Westerveld worden gehinderd in het realiseren van de eigen ambities. De gemeenten zijn zich ervan bewust dat de ontwikkelingen in Noord IV een positieve invloed op de gemeenten kunnen hebben, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie en werkgelegenheid. Echter, de gemeenten maken zich ernstige zorgen over de belemmeringen die met name door het streefbeeld themapark worden opgeworpen over de grootschalige opwek van duurzame energie, landbouw en wonen in de omgeving.
De gemeenten willen niet dat zij in deze ambities en belangen worden beperkt. De gemeenten vragen zodoende om bij de verdere uitwerking en de keuze voor een van de twee streefbeelden, ook de impact op de gemeente De Wolden en Westerveld, haar inwoners en ondernemers in ogenschouw te nemen. Denk daarbij ook aan mogelijke zoneringen met betrekking tot geluid, zichtlijnen en geur. Reactie gemeente 3.1 Samen met beide buurgemeenten is onderzocht of er gezamenlijk kan worden opgetrokken om en nabij het plangebied van Noord IV als het gaat om het invullen van de RES ambities. Het gaat hierbij om het zo goed mogelijk combineren van grootschalige energie opwek. Onderdeel van het planMER is geweest om te onderzoeken of windturbines een plaats kunnen krijgen op Noord IV. Deze optie staat ook na vaststelling van de structuurvisie overeind. Echter, het realiseren van het themapark heeft de voorkeur voor de gemeente Meppel. Het themapark valt moeilijk te combineren met bijvoorbeeld grote windturbines. Wanneer het tot uitwerking van het themapark komt in de vorm van een wijziging van het omgevingsplan zal ook moeten worden gekeken naar effecten op de omgeving. Niet alleen binnen de gemeente Meppel, maar ook in de gemeenten Westerveld en De Wolden.
De uitwerking van het themapark binnen het deelplangebied Noord IV en de regels van het omgevingsplan die op deze activiteit van toepassing zullen zijn, zullen ervoor zorgen dat de gevolgen voor de fysieke leefomgeving (ook binnen de buurgemeenten) aanvaardbaar zullen zijn. Bij de locatieonderzoeken en het MER is ook uitgangspunt geweest om alle omliggende bewoners en gebruikers, dus ook van buurgemeenten, te betrekken, zeker bij de aspecten geluid, geur en zicht. Dit zal ook in de verdere uitwerking het uitgangspunt zijn.
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 16
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de structuurvisie. Zienswijze 4: TenneT TSO B.V. Zienswijze 4.1 Hoogspanningsverbinding niet op verbeelding structuurvisie Binnen de grenzen van de nu ter inzage liggende ontwerp-structuurvisie bevindt zich de bovengrondse 110 kV hoogspanningsverbinding Meppel-Steenwijk die in eigendom en beheer is van TenneT. TenneT wijst erop dat de hoogspanningsverbinding niet is doorvertaald op de verbeelding van de structuurvisie. Met name bij de relatief grootschalige hoogspanningsinfrastructuur kan het waardevol zijn het bestaande en eventuele toekomstige ruimtebeslag op te nemen. TenneT verzoekt toevoeging van deze functie op de verbeelding te overwegen, zodat een zorgvuldige belangenafweging kan worden gemaakt. Reactie gemeente 4.1 De gemeente Meppel realiseert zich dat met de toevoeging van een hoogspanningsstation op bedrijventerrein Noord III er ook hoogspanningsinfrastructuur van en naar die station gaat. Aansluiting van het hoogspanningsstation vindt plaats via de bestaande hoogspanningsmast net ten zuiden van Noord IV. Daarbij ligt op dit moment een Notitie Reikwijdte en Detailniveau ter inzage om een uiteindelijk ondergronds hoogspanningstracé te bepalen. Deze sluit tevens aan op het hoogspanningsstation Noord III.
In het alternatievenonderzoek wordt de zuidelijke punt van Noord IV bijna altijd genoemd als noodzakelijk om de kabel vanuit Zwolle te realiseren. Op de kaart van de structuurvisie wordt in de zuidelijke punt van het plangebied een zone 'hoogspanningsinfrastructuur' opgenomen. Zienswijze 4.2 Ruimtebeslag vermelden in structuurvisie Zoals in de structuurvisie staat beschreven heeft de gemeente Meppel de ambitie om maximaal 0,1 TWh aan windenergie op te wekken. Voor zon op land heeft Meppel voorlopig geen ruimte (behoudens gebruik te maken van zonnepanelen op dak). Een stabiel en toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk wordt volgens TenneT nog meer noodzakelijk vanwege de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de opkomst van nieuwe energiebronnen. Met het oog op de energietransitie kunnen er de komende jaren diverse netuitbreidingen/wijzigingen gaan plaatsvinden. Onder de naam ‘Drents Overijsselse Netversterking’ (DON) versterkt TenneT, samen met de regionale netbeheerder Enexis Netbeheer het elektriciteitsnetwerk rond Meppel en daarbuiten. Dit is nodig omdat het elektriciteitsgebruik in ons land stijgt en omdat we steeds meer duurzame energie opwekken. Daarnaast stijgt het aanbod van energie uit duurzame bronnen zoals windmolens en zonneparken. Eveneens vanwege de klimaatadaptatie zullen er wellicht aanpassingen aan het net noodzakelijk zijn.
Om deze toekomstige ontwikkelingen zo snel mogelijk uit te kunnen voeren, verzoekt TenneT om dit ruimtebeslag op te nemen c.q. te vermelden in de visie. Reactie 4.2 Zoals in eerdere reacties op zienswijzen al aangegeven zal het themapark niet het hele grondgebied van deelplangebied Noord IV bestrijken. In de structuurvisie zal dit nadrukkelijker worden benadrukt. Daarmee wordt naar de mening van de gemeente
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 17
voldoende geborgd dat daarmee ook eventueel ruimte blijft voor voorzieningen van indiener. Zienswijze 4.3 Energie-opwekking In de structuurvisie en MER Omgevingsprogramma is opgenomen dat ruimte is voor het opwekken van duurzame energie met behulp van windturbines, erfmolens of via zonnepanelen op dak. Dit houdt voor TenneT in dat het net op de door gemeente gewenste plekken overbelast kan worden met als gevolg dat dergelijke initiatieven (nog) niet aangesloten kunnen worden. TenneT verzoekt om vroegtijdige afstemming te hebben over de mogelijkheden tot aansluiten met de regionale netbeheerder en TenneT. Daarnaast kunnen initiatieven voor de opwekking van zonne- en windenergie van invloed zijn op ons hoogspanningsnet. Bij plaatsing van zonnepanelen of windturbines in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding, dient eveneens overleg plaats te vinden met TenneT. Reactie 4.3 Tennet zal - net als andere ketenpartners en belanghebbenden - worden betrokken bij het tot stand komen van de wijziging van het omgevingsplan dat nodig is voor de uitwerking van de structuurvisie. De activiteiten die met deze wijziging van het omgevingsplan mogelijk worden gemaakt, zullen moeten passen binnen de capaciteit die Tennet als energieleverancier kan bieden. Dit vloeit voort uit de verplichting om het met het wijzigen van het omgevingsplan aan de doelstellingen van de Omgevingswet te voldoen.
Zienswijze 4.4 Energie-opwekking Hoewel voor zon-op-landprojecten de gemeente Meppel geen ruimte biedt, vraagt TenneT wel aandacht voor het toestaan van zonnepanelen/-parken nabij zijn hoogspanningsnet. Het is volgens TenneT van belang dat deze niet binnen de belemmerde strook van zijn bovengrondse- of toekomstige ondergrondse hoogspanningsverbindingen worden gerealiseerd. Reactie 4.4 Bij de wijziging van het omgevingsplan waarmee de structuurvisie wordt uitgewerkt, zullen de door indiener bedoelde belemmeringsstroken in acht worden genomen. Zienswijze 4.5 Afstand aanhouden tot hoogspanningsverbinding Voor het opwekken van windenergie is het zuidelijke deel van het plangebied aangewezen als kansrijk. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn TenneT’s huidige bovengrondse hoogspanningsverbinding en de toekomstige ondergrondse hoogspanningsverbindingen geprojecteerd. Bij initiatieven in de nabijheid van ons hoogspanningsnet verzoekt TenneT om rekening te houden met de aan te houden afstand uit het Handboek Risicozonering Windturbines. Reactie 4.5 Bij de wijziging van het omgevingsplan waarmee de structuurvisie wordt uitgewerkt, zal de gemeente uitwerking geven aan de door indiener bedoelde brief van de minister van IenW van 21 april 2023 met titel ‘Voorzorgbeleid voor magneetvelden bij
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 18
elektriciteitsvoorzieningen’. Het omgevingsplan moet immers voldoende waarborgen voor de gezondheid van de gebruikers van het plangebied bieden. Zienswijze 4.6 Aanvullende voorwaarden windturbines in omgevingsplan Voor kleinschalige windturbines (met een maximale ashoogte van 15 meter en tiphoogte van 21 meter) geldt een afwijkende afstand tot TenneT’s hoogspanningsnet. Deze afstand dient minimaal gelijk of groter te zijn aan de maximale werpafstand bij 2x nominaal toerental. Bij windturbines die volgens de NEN-EN-IEC norm 61400-2 zijn gecertificeerd, kan voor 110 kV verbindingen een maximale werpafstand bij l x nominaal toerental ten opzichte van bovengrondse hoogspanningsverbindingen worden gehanteerd. Daarbij geldt wel dat voldaan wordt aan de verplichtingen behorende bij dit certificaat (met name een onderhoudscontract). De afstand van een kleine windturbine tot ondergrondse hoogspanningsinfrastructuur bedraagt minimaal 25 meter van de belemmerde strook. Bij de verdere uitwerking naar een omgevingsplan verzoekt TenneT om hiervoor aanvullende voorwaarden op te nemen met betrekking tot de aan te houden afstand, zodat de veiligheid en leveringszekerheid van de hoogspanningsverbindingen geborgd blijft. Reactie 4.6 Het opnemen van de door indiener beschreven voorwaarde schiet het doel van een structuurvisie ver voorbij.
Het omgevingsplan van de gemeente Meppel is hiervoor het geschikte instrument. Mocht er gebruik worden gemaakt van de terugvaloptie naar bedrijventerrein en windturbines dan wordt hiermee bij de verdere uitwerking rekening mee gehouden. Zienswijze 4.7 Grondwaterpeil wijziging In de structuurvisie is opgenomen dat bij de uitwerking van de plannen voor het recreatielandschap het peil van de Oude Vaart wordt verlaagd. Deze peilwijziging heeft volgens TenneT mogelijk ook gevolgen voor de grondwaterstand in het plangebied. Voor de masten van de bovengrondse verbindingen kan een wijziging van meer dan 20 cm van het grondwaterpeil gevolgen hebben voor de fundering. Bij veranderingen van het huidige peil met meer of minder dan 20 cm moet worden onderbouwd welk effect dit heeft op de fundering van de masten van TenneT. Ook voor ondergrondse verbindingen kan het verlagen van het grondwaterpeil gevolgen hebben. Bij ondergrondse verbindingen is de warmtegeleidbaarheid van de bodem van belang voor de afvoer van warmte welke vrijkomt bij het transport van elektriciteit door de kabel. Wanneer de kabel te warm wordt, wordt de transportcapaciteit lager en heeft TenneT kans op uitval en daardoor problemen met de leveringszekerheid van het net. TenneT verzoekt door middel van een geothermisch onderzoek de warmtegeleidbaarheid van de bodem vast te stellen.
Hoewel de hoogspanningsmasten op den duur worden verwijderd en de ondergrondse verbinding nog moet worden aangelegd, wenst TenneT nauw betrokken te zijn bij de uitwerking van de gebiedsontwikkeling. De uiteindelijke keuzes dienen bij te dragen aan de leveringszekerheid en betrouwbaarheid van TenneT’s huidige en toekomstige hoogspanningsnetwerk. Reactie 4.7
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 19
Zoals eerder aangegeven zal Tennet - net als andere belanghebbenden en ketenpartners - worden betrokken bij de voorbereidingen voor het wijzigen van het omgevingsplan. Dit geldt zonder meer voor de wijziging van het omgevingsplan waarmee de verkabeling (onder de grond brengen van de hoogspanningsleidingen) mogelijk gemaakt zal worden. Zienswijze 4.8 Elektrische velden Rondom het hoogspanningsnet zijn elektrische velden aanwezig. In de nabijheid van een bovengrondse hoogspanningsverbinding kunnen elektromagnetische compatibiliteit (EMC) verschijnselen en/of interferentie optreden in of nabij te bouwen installatie(s) en/of bouwwerken. Om een veilige werking van apparatuur en veiligheid met betrekking tot objecten te garanderen, kan het noodzakelijk zijn mitigerende maatregelen te treffen. TenneT adviseert om een beïnvloedingsstudie ten aanzien van wederzijdse beïnvloeding volgens de hiervoor geldende NEN-normeringen (o.a. NEN-EN 50341, NEN-EN 50522 en NEN-EN 61000 serie) te laten uitvoeren, om de veiligheid te kunnen garanderen. Reactie 4.8 Het opnemen van de door indiener beschreven voorwaarde schiet het doel van een structuurvisie ver voorbij. Het omgevingsplan van de gemeente Meppel is hiervoor het geschikte instrument. Zienswijze 4.9 Magneetvelden In het MER Omgevingsprogramma Noord IV wordt op diverse plaatsen nog gesproken over een indicatieve magneetveldzone.
Met het recent herijkte voorzorgbeleid voor magneetvelden is deze term komen te vervallen en wordt alleen gesproken over een magneetveldzone. Om verwarring te voorkomen, verzoekt TenneT deze tekst aan te passen. Gezien de plannen geen gevoelige bestemmingen mogelijk maken, verwacht TenneT dat nader onderzoek naar magneetveldzones niet noodzakelijk is. Reactie 4.9 De formulering in de structuurvisie zal aan het voorstel van TenneT worden aangepast. Het MER kan niet meer worden aangepast, wel zal dit in het volgende traject worden meegenomen. Zienswijze 4.10 Groenbestemming In de structuurvisie worden voorstellen gedaan voor het inrichten van de groen/natuurvoorzieningen. TenneT staat niet afwijzend tegenover de inpassing van groen/natuur in de plannen, maar vraagt wel aandacht voor diepwortelenbeplanting of bomen nabij ondergrondse verbindingen en hoogopgaande beplanting of bomen nabij bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Deze kunnen schade kunnen veroorzaken aan TenneT’s verbindingen. TenneT blijft graag met de gemeente Meppel in gesprek hoe op een verantwoorde wijze invulling kan worden geven aan deze ontwikkelingsbehoefte. Reactie 4.10 Zoals eerder aangegeven zal Tennet - net als andere belanghebbenden en ketenpartners - worden betrokken bij de voorbereidingen voor het wijzigen van het omgevingsplan als daarvan sprake is.
Dit geldt ook voor de wijziging van het omgevingsplan waarmee de groenvoorzieningen rond de infrastructuur van indiener zal worden mogelijk gemaakt.
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 20
Zienswijze 4.11 Bereikbaarheid hoogspanningsnet Het is volgens TenneT van belang dat hoogspanningsverbindingen te allen tijde bereikbaar zijn en blijven voor onderhoud, storingen en/of calamiteiten. TenneT vraagt om, indien de gemeente ontwikkelingen mogelijk maakt in de nabijheid van zijn hoogspanningsnet, hierover vroegtijdig contact over op te nemen. Bij verdere en/of een gewijzigde uitwerking van het gebied verzoekt TenneT op voorhand rekening te houden met een vrije werkruimte aan beide kanten van masten van minimaal 20 bij 20 meter. Ook boven het kabelbed van ondergrondse verbindingen is geen bebouwing toegestaan en wil TenneT de belemmerde strook vrijhouden van obstakels. Reactie 4.11 Zoals in de eerdere reactie op de zienswijzen van indiener al is aangegeven, zal de gemeente bij het mogelijk maken van nieuwe activiteiten rond de infrastructuur van indiener er - in samenspraak met indiener - zorg voor dragen dat deze niet de activiteiten van indiener ontoelaatbaar beïnvloeden of belemmeren. Zienswijze 4.12 Verzoek tot overleg TenneT wenst betrokken te worden bij de verdere uitwerking. Reactie 4.12 Zoals al aangegeven betrekt de gemeente bij de voorbereidingen van de wijzigingen van haar omgevingsplan belanghebbenden die daardoor geraakt (kunnen) worden. Dit geldt uiteraard ook voor TenneT.
Conclusie Zienswijze van TenneT leidt tot een aanpassing van de structuurvisie in die zin dat: • niet meer wordt gesproken van indicatieve magneetveldzones, maar van magneetveldzones; • op de kaart van de structuurvisie in de zuidelijke punt van het plangebied een zone 'hoogspanningsinfrastructuur' wordt opgenomen. Zienswijze 5: Indiener 5 Het plangebied Noord IV grenst direct aan het perceel waarop indiener zijn woonhuis, erf en agrarisch perceel zich bevinden. Indiener heeft ook agrarische percelen in eigendom die zich binnen het plangebied bevinden. Zienswijze 5.1 Doelen en besluitvorming In paragraaf 1.1 (‘aanleiding’) van de structuurvisie wordt gesteld: ‘’Aan de noordoostzijde van Meppel ligt het gebied Noord IV dat kansrijk is voor het invullen van meerdere urgente opgaven binnen de gemeente’’. In paragraaf 3.1 (‘grote opgaven’) staat: ‘’In de Omgevingsvisie Drenthe (2022) staat dat het verbeteren en vernieuwen van het bestaande aanbod van verblijfs- en dagrecreatie en van de toeristischrecreatieve infrastructuur in de provincie van provinciaal belang is’’. Naar aanleiding hiervan is door de provincie Drenthe een haalbaarheidsstudie gestart naar het aantrekken van een nieuw themapark. Hierbij zijn 9 locaties (waaronder Noord IV) beoordeeld. Uit deze beoordeling is Noord IV als mogelijke locatie naar voren gekomen voor de vestiging van een nieuw themapark.
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 21
Het doel van het omgevingsprogramma rondom Noord IV was, en is, invulling geven aan urgente opgaven voor de gemeente Meppel. Indiener heeft naar aanleiding hiervan de volgende vragen: 1. Waarom prevaleert een provinciaal gewenst themapark boven de aangegeven urgente opgaven van de gemeente? Hoe is de besluitvorming over de klaarblijkelijke verschuiving van de doelstellingen en opgaven verlopen? 2. Was de gemeente gehouden aan deze wens mee te werken, en zo nee, wat heeft de gemeente doen besluiten ‘mee te gaan’ in de wens van de provincie? 3. Heeft de provincie bepaalde zaken aan de gemeente als ‘tegenprestatie’ beloofd? 4. Waarom heeft er geen participatie plaatsgevonden? 5. Hoe staat een themapark in relatie tot de urgente opgaven voor de gemeente, zoals woningbouw en bedrijven? 6. Waarom wordt een buitenlandse onderneming de kans geboden in dit gebied te ondernemen? Waarom wordt niet gezocht naar invulling met ondernemingen uit de gemeente of de rest van Nederland? Reactie 5.1 1. Zoals in de reactie op de gedeelde zienswijze onder 0.1 is aangegeven past de invulling met een themapark bij de doelstellingen die de gemeente voor het deelplangebied Noord IV heeft vastgesteld. Dit is voor de gemeente reden geweest om daarmee bij te dragen aan de doelstellingen van de Omgevingsvisie Drenthe. 2. De gemeente was niet gehouden mee te werken aan deze wens.
De gemeente ziet een grote meerwaarde in de komst van het themapark in Meppel. Het themapark met weinig bebouwing, veel groen, landschappelijk goed ingepast, inpassing van de wateropgave, meer werkgelegenheid en versterking van het toerisme past heel goed bij de ambities van de gemeente voor Noord IV. 3. Hiervoor zijn door de provincie geen ‘tegenprestaties’ toegezegd, de provincie is nauw betrokken bij de uitwerking van de structuurvisie. 4. In dit proces is ontegenzeggelijk gebruik gemaakt van participatie. Er is een uitgebreid participatietraject geweest dat ook wordt voortgezet bij de verdere uitwerking van projecten in het gebied. De gemeente vindt het van groot belang om de belanghebbenden in het gebied goed te informeren en te betrekken bij de uitwerking van de structuurvisie. 5. De uitwerking van de structuurvisie staat naar de mening van de gemeente niet in de weg aan het behalen van de andere opgaven waarvoor de gemeente gesteld staat. Deze opgaven worden momenteel in de omgevingsvisie nader onderzocht en uitgewerkt. De omgevingsvisie is nog in voorbereiding. 6. Het is niet ruimtelijk relevant of het themapark door een buitenlandse of een Nederlandse partij wordt uitgebaat.
Zienswijze 5.2 Doelen en besluitvorming In paragraaf 3.1 (‘grote opgaven’) van de structuurvisie wordt gesteld: ‘’Als de keuze voor een themapark uiteindelijk definitief valt, zal er in Noord IV geen ruimte zijn voor andere bedrijvigheid en windenergie. In dat geval zal de omgevingsvisie voor Meppel (die
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 22
momenteel in ontwikkeling is) uitsluitsel moeten geven of en op welke wijze invulling kan worden gegeven aan de andere twee belangrijke opgaven (bedrijvigheid en windenergie) die met de komst van het themapark voor Noord IV zijn komen te vervallen’’. Naar aanleiding hiervan heeft indiener de volgende vragen: 1. Op welk moment is de omgevingsvisie voor Meppel gereed en wanneer wordt deze ter inzage gelegd? 2. Is uit te sluiten dat de gezochte ruimte voor de bedrijvigheid het gebied zal betreffen dat ten zuidoosten grenst aan het plangebied? 3. In welke gebieden van de gemeente zal gezocht worden naar de gewenste ruimte voor bedrijven? 4. Zal het doel zijn om een even groot gebied voor bedrijven te zoeken als wat nu in scenario 2 wordt genoemd? Reactie 5.2 1. De omgevingsvisie is momenteel in ontwikkeling. Terinzagelegging van het ontwerp is nog niet bekend. 2. Dit is niet uit te sluiten gezien deze vraag onderdeel zal zijn van de ontwikkeling van de omgevingsvisie. 3. Dit is een onderzoeksvraag binnen de ontwikkeling van de omgevingsvisie; 4. Dit zal worden gebaseerd op de behoefte. Deze behoefte blijkt uit het STEC rapport welke als bijlage bij de MER is gevoegd. Zienswijze 5.3 Methode - invulling scenario 3 Bij tabel 1 op p. 46 (doelstellingen) valt het indiener op dat kiezen voor het scenario waarbinnen het themapark valt (scenario 3) niet voor de hand ligt.
Dit is het scenario met de meeste ‘rode cellen’ en de op één na minste ‘donkergroene cellen’. Iets soortgelijks geldt voor tabel 2 op p. 48 (effecten), waarin scenario 3 maar op 2 punten ‘beter’ is dan scenario 1, maar scenario 1 op 8 punten ‘beter’ is dan scenario 3. Indiener vraagt zich af waarom toch voor invulling van scenario 3 is gekozen. Reactie 5.3 Voor wat betreft de onderbouwing van een themapark in Noord IV wordt verwezen naar de reactie van de gemeente op de overkoepelende zienswijze over het ruimte bieden aan het themapark (zie punt 0.1). Daarbij wordt ook opgemerkt dat het MER informatie verstrekt over de milieuaspecten van de verschillende scenario's, maar dat het niet noodzakelijk is voor het scenario te kiezen met de minste milieueffecten, zolang maar duidelijk is dat het scenario wel toelaatbaar is en welke mitigerende maatregelen mogelijk zijn. Zienswijze 5.4 Methode - vervolgvraag zienswijze 5.3 Op p. 82 wordt met betrekking tot het vorige punt wel beaamd dat de andere scenario’s gemiddeld beter scoren, maar dat voor deze doelen naar verwachting makkelijker alternatieve locaties te vinden zijn dan voor een themapark. Dit lijkt volgens indiener op ‘andersom redeneren’, want er wordt al vanuit gegaan dat er een themapark moet komen. In dat geval snapt indiener dat het criterium ‘is er geen alternatieve locatie’ in het voordeel van het themapark werkt.
Indiener vraagt dat als je van tevoren
Reactienota zienswijzen structuurvisie ‘Omgevingsprogramma Noord IV’ en Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV 23
doelstellingen opstelt (en effecten in kaart brengt) en er alternatieven zijn die beter hierop scoren, waarom niet voor deze alternatieven wordt gekozen. Reactie 5.4 Zoals in de reactie op verschillende zienswijzen door de gemeente naar voren is gebracht, vloeit de keuze voor de voorkeursvariant themaparkscenario voort uit het afwegen van veel argumenten. Voor een deel vloeien deze argumenten voort uit het kunnen verwezenlijken van de geformuleerde ambities, voor een deel uit de gewicht dat de gemeente toekent aan deze ambities, deels ingegeven door wat de gemeente tijdens de informatiebijeenkomsten heeft opgehaald en de resultaten van de verschillende onderzoeken. In het proces waarlangs de structuurvisie in ontwerp tot stand is gekomen, werd al snel duidelijk dat binnen het deelplangebied Noord IV niet alle ambities konden worden verwezenlijkt. Daarbij was wél duidelijk dat de ambitie voor de waterbergingsopgave binnen dit deelplangebied moet worden verwezenlijkt. Uit de locatiestudie is bovendien naar voren gekomen dat Noord IV voor het realiseren van het themapark de voorkeurslocatie is. Tegen deze achtergrond vindt de gemeente het niet meer dan logisch dat bij de afweging van de mogelijkheden om aanvullende ambities te realiseren en de daarin te maken keuze, ook de mogelijkheid om deze ambities elders te realiseren is meegewogen.
Zienswijze 5.5 Methode - second best option De terugvaloptie op p. 40 in paragraaf 5.2 lijkt volgens indiener een samenvatting van elementen van alle drie andere scenario’s te zijn: bedrijventerrein, windturbines, waterberging, wooneenheden. Indiener vraagt waarom niet wordt gekozen voor de ‘second best option’ uit de overgebleven drie, en welke dit dan zou zijn. Reactie 5.5 Voor de beantwoording van deze vraag wordt kortheidshalve naar de reactie op zienswijze 5.4 verwezen. Zienswijze 5.6 Methode - keuze tussen de vier scenario’s Indiener vraagt hoe de keuze is gemaakt uit de vier scenario’s. Indiener vraagt of wegingen of ‘dissatisfyers’ worden/zijn toegepast op de doelstellingen (p. 46) en/of milieuaspecten (p. 48). Reactie 5.6 Voor de beantwoording van deze vraag wordt kortheidshalve naar de reactie op zienswijze 5.4 en de nadere motivering voor de keuze voor het themaparkscenario onder 0.1 verwezen. Zienswijze 5.7 Gronden en landschap Paragraaf 2.2 (‘grotere systemen, onderdeel Natuur & watersysteem’) stelt: ‘’Het buitengebied ten noorden van Meppel bestaat uit het beekdal van de Oude Vaart en slagenlandschap rondom het lint van Haakswold. De Oude Vaart ligt als rechtgetrokken beek tussen de kades. Van een beekdallandschap is geen sprake meer: het is een rationeel verkaveld agrarisch gebied.