Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad - Rekenkamercommissie Meppel
Tekst van het document
2019
In 2019 is de subsidieregeling verkleuren en verplaatsen door het college vastgesteld en hebben drie aanvragen geleid tot actie. Ook zijn nadere regels voor het Gevelfonds 2019 opgesteld, waarbij wordt ingezet op maatwerk. De verwachting is dat deze nadere regels zullen leiden tot meer beweging van pandeigenaren om te komen tot gevelverbetering.
2019
In 2019 is gestart met de bouw van appartementen en een parkeergarage aan de Kromme Elleboog. Overdracht van de parkeergarage aan de gemeente zal medio 2020 plaatsvinden.
2019
Gesprekken met de eigenaar van de Swaenenborgh hebben nog niet geleid tot concrete plannen voor kwaliteitsverbetering van dit winkelcentrum.
2019
De kaders voor een leegstandsverordening zijn eind 2019 door het college vastgesteld. Aan de hand hiervan wordt de definitieve verordening opgesteld.
2019
De afronding van het Vledder is in 2019 vormgegeven met de bouw van een nieuwe supermarkt, diverse woningen en de inrichting van de openbare ruimte.
2019
De kwartiermaker voor de binnenstad werkt samen met MHV (winkeliers) en VECM (vastgoedeigenaren) aan het oplossen van leegstand, pleegt acquisitie en geeft uitvoering aan de regeling ‘verkleuren en verplaatsen’ in aanloopstraten en de regeling Gevelfonds in het centrum.
2020
De appartementen bij de Kromme Elleboog zijn in 2020 gerealiseerd. De parkeergarage is begin 2021 geopend. Aansluitend wordt de omgeving heringericht.
2020
In 2020 is een plan opgesteld voor herontwikkeling van de URZO-locatie. Het aantal m2 detailhandel/centrumbestemming zal worden teruggebracht van 2.975 m2 naar circa 600 m2. Daarnaast voorziet het plan in de realisatie van 35 appartementen en negen stadswoningen. Om het plan mogelijk te maken is in december 2020 gestart met een planologische procedure. Verkleuren/verplaatsen, in de periode 2018 t/m 2020 is ruim 7.500 m2 ‘verkleurd’ van detailhandel naar wonen en andere functies. Hiermee is de doelstelling uit het Binnenstadsfonds van 5.000 m2 ruimschoots gerealiseerd.
2020
Begin 2020 is de nieuwe Lidl op het Vledder geopend en is een groot deel van de openbare ruimte rondom dit gebied gerealiseerd. Ook is gestart met de bouw van de twee appartementenblokken tussen de Jumbo en de Gasfabriek. Voor de resterende bouwplannen langs de Gasgracht (zestien appartementen en tien grondgebonden woningen) zijn omgevingsvergunningen aangevraagd.
Met betrekking tot het verkleuren van de aanloopstraten blijkt uit de interviews dat het resultaat als beperkt wordt ervaren. Toch zijn er vanaf 1 januari 2018 33 panden verkleurd, conform de volgende verdeling: In 2018 negen panden, in 2019 negen panden, in 2020 zes panden, in 2021 t/m oktober negen panden. Samen goed voor ruim 10.000 m2 detailhandel verkleuring.
| 28 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
Niet alle pandeigenaren hebben gebruikgemaakt van de subsidieregeling verkleuren. Het verkleuren is bedoeld om meer woningen toe te voegen in het centrum en het aantal m2 winkels te concentreren en te verkleinen. Naast het verkleuren van de aanloopstraten is ingezet op grotere locaties die zijn (her)ontwikkeld. Onder andere aan de Kromme Elleboog, de URZO-locatie en het Vledder worden woningen toegevoegd. Naast het verkleinen van het metrage detailhandel, is het toevoegen van woningen en daarmee bezoekers een tweede strategie om leegstand terug te dringen in de binnenstad. In de interviews is benoemd dat om de binnenstad nog aantrekkelijker te maken, ook projecten buiten de binnenstadsring opgepakt moeten worden. Een voorbeeld is Bleekerseiland, op deze locatie is al acht jaar weinig gerealiseerd terwijl het als een aantrekkelijke locatie in Meppel wordt ervaren. Er zijn verder nog meer ‘vergeten’ plekken aan de rand van de binnenstad. Het schenken van aandacht aan deze locaties zou ook de binnenstad ten goede kunnen komen omdat op deze locaties woningen kunnen worden gerealiseerd, wat extra bezoekers betekent voor de binnenstad. Swaenenborgh Er wordt al een aantal jaren gepoogd om winkelcentrum Swaenenborgh op te waarderen.
De eigenaar van het winkelcentrum heeft landelijk veel vastgoed in bezit, maar heeft tot dusver nog geen plannen gemaakt voor het aanpakken van het winkelcentrum in Meppel. Boven het winkelcentrum bevinden zich 46 particuliere appartementen en een Albert Heijn waarmee het eigendom sterk versnipperd is. De gemeente Meppel heeft zelf geen eigendomspositie in het pand waardoor het - gecombineerd met het versnipperd eigendom - lastig is om plannen voor een transformatie te realiseren. Vanuit de gemeente is contact gezocht met enkele lokale ontwikkelaars. Oplossingen voor vastgoed liggen vaak om de hoek, is op dit vlak het credo. Lokale ontwikkelaars hebben doorgaans een lokaal (bedrijven)netwerk waardoor zij sneller potentiële huurders of kopers in beeld hebben. De rol van de gemeente Meppel in deze is het in contact brengen van deze ontwikkelaars met de Rotterdamse vastgoedbelegger én het aanpakken van de openbare ruimte (tot dusver zijn de entrees van Swaenenborgh opgewaardeerd).
| 29 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
4.5 Inzet op evenementenbeleid en citymarketing Meppel staat in de regio bekend als een evenementenstad. Het laatste vastgestelde beleid is uit 2015 en is niet meer actueel. In dat beleid staat beschreven dat evenementen steeds meer voor Meppel zijn gaan betekenen. “Een evenement trekt bezoekers van buiten die in Meppel hun bestedingen doen. Dat heeft een gunstig effect op de lokale economie. Het imago ‘een levendige stad’ maakt het voor bedrijven en inwoners aantrekkelijk om er zich te vestigen. Tot slot is er de gezamenlijke beleving van cultuur, van sport of gewoon volksvermaak. Maar er is ook de keerzijde ‘overlast’. Denk aan bereikbaarheid, afval en geluid. Belangrijk is een goed evenwicht tussen de positieve effecten van evenementen en de stad als leefbare plek om te wonen. De kunst is om een goede balans hierin te vinden”. Uit de interviews blijkt dat het toestaan van evenementen vanwege bovenstaande geen specifieke strategie is om de binnenstad vitaal te houden. Desondanks worden er jaarlijks relatief veel evenementen georganiseerd in de binnenstad van Meppel. Door de ondernemende geest van partijen in het centrum is de vraag naar meer evenementen groot. Er is echter maar ruimte voor een beperkt aantal evenementen dat gefaciliteerd kan worden vanwege de veiligheid en het leefklimaat in de binnenstad.
Om deze evenementen goed te laten verlopen is ongeveer zes jaar geleden de Meppel Event Desk (MED) opgericht. Deze stichting is opgericht om ondersteuning te bieden bij aanvragen van evenementenvergunningen in de Meppeler binnenstad. De MED wordt gesubsidieerd door zowel de gemeente Meppel als de provincie Drenthe en pakt ten aanzien van evenementen een coördinerende rol. Bij een aanvraag voor een evenementenvergunning worden door de Veiligheidsregio aanvullende vragen gesteld. Vaak kost dat voor een aanvrager veel tijd en is niet geheel duidelijk wat wordt gevraagd. Om dat proces te versnellen en om kostenvoordelen te realiseren, wordt MED ingeschakeld. MED fungeert als schakel tussen gemeente en organisatoren, op deze manier wordt wederzijds onbegrip weggehaald. Door de gemeente Meppel wordt jaarlijks € 75.000 subsidie beschikbaar gesteld aan MED. Jaarstukken
Terugkoppeling aan raad
2018
In 2018 heeft inbedding van Meppel Diep Geluk in de Meppeler samenleving plaatsgevonden op meerdere manieren. Fysiek en digitaal door bijvoorbeeld groei op social media, integratie op ontdekmeppel.nl, vlaggen en stickers in het Meppeler straatbeeld.
2018
Samen met Rho (adviseurs voor leefruimte) zijn de locaties van evenementen in Meppel in kaart gebracht: hoe is het nu geregeld rondom evenementen en wat moet er nog geregeld worden? Dit vormt de basis voor het plan van aanpak (2019).
2019
MED ontving de subsidie van € 75.000. De Event Desk gaf een eerste aanzet in het proces tot een nieuw concept voor Donderdag Meppeldag. Het uitgangspunt is de Meppeler evenementen verder te ontwikkelen en te professionaliseren.
2019
Door de toename in aantal en inspanning van stakeholders zien we de kernwaarden van Meppel en het beeldmerk Meppel Diep Geluk regelmatig terugkomen in het straatbeeld. In oktober vond het Festival van Geluk plaats, waar sectoren de samenwerking vonden in meer dan 40 activiteiten. Door het aansluiten bij ontdekmeppel.nl, geluksmomenten, interviews in de Meppeler courant en communicatie naar inwoners, werd Meppel Diep Geluk in 2019 gemeengoed in Meppel.
2020
De kernwaarden van de gemeente Meppel, onder de vlag van Meppel Diep Geluk, zijn verder
| 30 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
versterkt en verspreid. Het aantal stakeholders en inwoners dat zich verbindt aan deze waarden is wederom gegroeid. Het college heeft besloten de subsidie aan Merk Meppel met drie jaar te verlengen, met uitzicht op vijf jaar. Merk Meppel heeft in 2020 onder andere bijgedragen aan de vernieuwing van de website van ontdekmeppel.nl, de verspreiding van verjaardagskalenders door de gehele gemeente Meppel, een tas vol informatie voor toeristische bezoekers en intensivering van de samenwerking met marketing Drenthe. 2020
Met ingang van 1 oktober 2020 is het project ‘Paraplubestemmingsplan Evenemententerreinen gemeente Meppel’ akkoord bevonden door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en kon gebruikgemaakt worden van de mogelijkheden van de Crisis- en herstelwet.
2020
Activiteiten rond reductie/recycling/schone stad en een plan van aanpak hiervoor hebben niet plaatsgevonden door corona. Samen met MED zijn er gesprekken geweest omtrent dit onderwerp. Er start een pilot zodra het weer kan. Horeca en organisatoren zijn hierin belangrijke partijen.
Ten aanzien van citymarketing was tot en met 2017 de Stichting Citymarketing Meppel actief. Citymarketing wordt actief als middel ingezet om het verhaal van Meppel te vertellen. In 2018 is de raad geïnformeerd (27 februari 20183) over het thema citymarketing dat sindsdien is overgegaan in Merk Meppel met de slogan Meppel Diep Geluk. Samen met ondernemers, inwoners en andere stakeholders zijn de aanjagers achter het Merk Meppel aan de slag gegaan om het verhaal te bepalen, wat Meppel wil vertellen over de stad. De gemeenteraad is destijds ook meegenomen in een avondsessie waarin gelegenheid werd geboden over het DNA van Meppel te discussiëren. In 2018 en 2019 is een subsidie beschikt van € 50.000 aan Merk Meppel, in 2019 en 2020 bedroeg de subsidie € 48.307,50. De citymarketing is daarmee ‘buiten de deur’ belegd en is grotendeels afhankelijk van vrijwilligers. Uit de interviews blijkt dat de reden hiervoor ligt in de voorgaande collegeperiodes waarin veel geld is uitgegeven aan marketing wat vooral leidde tot veel merchandise en inhuur van marketingbureaus, zonder concrete resultaten. Vanaf 2018 is het over een andere boeg gegooid met de oprichting van Merk Meppel. Stichting Merk Meppel bestaat uit vrijwilligers die zich niet alleen inzetten op harde elementen van marketing, maar ook de zachte elementen zoals de slogan Diep Geluk.
Zij vertegenwoordigen niet alleen de binnenstad, maar bredere sectoren zoals sport, cultuur en economie. De gastvrijheid van Meppel is daarin de rode draad. In de koers van Merk Meppel heeft de gemeente een faciliterende rol. De gemeente stemt af met de stichting en geeft daarin op hoofdlijnen suggesties, zodat de gemeente zich niet hoeft te bemoeien met details op microniveau.
H5 | Organisatie en uitvoering In dit hoofdstuk gaan we in op de organisatie en uitvoering rondom investeringen in de binnenstad. Daarin is gefocust op waar de projecten uit de binnenstad zijn belegd binnen de gemeentelijke organisatie en binnen het gemeentebestuur. De belangrijkste bevindingen zijn: ●
De interne samenwerking binnen de gemeente verloopt goed. Er is frequent overleg tussen het team Economie & Regio dat verantwoordelijk is voor het economisch beleid en het team Ruimte Initiatief dat de projecten uitvoert.
3Documentnummer 1259841/1260657
| 31 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
●
●
●
●
●
Er vindt goede samenwerking in de regio plaats. Dit blijkt onder ander uit de samenwerking met de provincie Drenthe via de Retailagenda waarin kennis en kunde worden gedeeld ten aanzien van het terugdringen van de leegstand in de binnenstad. Er vindt op lokaal niveau veel samenwerking plaats met de winkeliersvereniging (MHV) en de vereniging van vastgoedeigenaren (VECM) via Bureau Binnenstad. De samenwerking tussen de gemeenten en partijen in Bureau Binnenstad is in de afgelopen jaren sterk verbeterd. Wel is er nog onduidelijkheid over de rol, het mandaat en de beschikbare middelen van Bureau Binnenstad. De uitvoering van de projecten verloopt voldoende. Het heeft concrete resultaten opgeleverd zoals de Keyserstroom, de herinrichting van de Groenmarkt en de Kromme Elleboog. Desondanks heeft de coronacrisis en de schaarste op de arbeidsmarkt in enkele projecten voor vertragingen gezorgd. Door de krapte op de arbeidsmarkt is er veel verloop geweest van medewerkers bij de gemeente Meppel, waardoor kennis en expertise (maar ook collectief geheugen) verdwenen. Desondanks zijn veel projecten voortvarend opgepakt en is in de afgelopen jaren veel gerealiseerd. Het afgelopen jaar is ingezet op het verbeteren van het projectmatig werken. Monitoring van projecten is daardoor verbeterd, de medewerkers zijn meer ‘in control’ - zowel financieel als qua uitvoering - op de lopende projecten.
Binnen de ambtelijke organisatie wordt hard gewerkt aan een verbeterslag in het projectmanagement, met als inzet vooraf duidelijk te krijgen wat moet worden gerealiseerd, wat de te verwachten kosten zijn inclusief de mogelijke risico’s, en welke kwaliteit moet worden opgeleverd.
In dit hoofdstuk worden de volgende deelvraag beantwoord: 2. In hoeverre zijn de gestelde doelstellingen voldoende geoperationaliseerd om de mate van effectiviteit te kunnen bepalen?
5.1 Organisatie Ambtelijk is het dossier van de binnenstad belegd bij het team Economie & Regio dat verantwoordelijk is voor het economisch beleid en het team Ruimte Initiatief dat de projecten uitvoert. Beide afdelingen hebben een eigen afdelingshoofd. Tussen beide teams is in de praktijk goed en frequent contact. De projectleiders hebben goede contacten met de stakeholders uit het centrum via Bureau Binnenstad. Binnen het team Economie & Regio is er een medewerker die optreedt als evenementencoördinator. Deze collega staat enerzijds in contact met de Meppel Event Desk (zie vorige hoofdstuk) en anderzijds met de burgemeester.
Bureau Binnenstad Tien jaar geleden is gestart met een ondernemersfonds. Dit ondernemersfonds is een initiatief van de ondernemersorganisaties Industrie Commerciële Club, de Meppeler Handelsvereniging (MHV) en de Handelsvereniging Nijeveen. In de jaren daarvoor vond al overleg plaats met gemeente en ondernemers, maar dit was ongestructureerd en vooral ‘met de benen op tafel’. Het ondernemersfonds was bestemd voor geheel Meppel, maar niet specifiek voor de binnenstad. Ongeveer drie jaar geleden, in 2018, is op initiatief van de gemeente met de ondernemers in de binnenstad een Bedrijven Investerings Zone (BIZ) opgericht waarin de MHV deelneemt. Sindsdien is de samenwerking met de gemeente geïntensiveerd. Er is ook gepoogd om een BIZ op te richten met de vastgoedeigenaren (via de Vereniging Eigenaren Centrum Meppel, VECM). Daarbij is het aantal benodigde stemmen niet behaald, waardoor de BIZ voor de vastgoedeigenaren niet is opgericht. Wel
| 32 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
neemt de VECM samen met de MHV en de gemeente deel aan het overleg van Bureau Binnenstad. Er vindt tien keer per jaar een bestuursvergadering van Bureau Binnenstad plaats. Bureau Binnenstad is echter geen formele entiteit. Het is een overlegplatform zonder juridische entiteit waarin MHV, VECM en de gemeente met elkaar praten over zaken die in de binnenstad spelen. Bij de oprichting van Bureau Binnenstad was het de bedoeling dat elke partij (vastgoedeigenaren, winkeliers en gemeente) een derde financiering zou inbrengen in de begroting. Zoals eerder beschreven is het niet gelukt om een BIZ op te richten voor de vastgoedeigenaren waardoor een derde van de inkomsten is weggevallen. Daarnaast is het voor MHV en VECM niet duidelijk wat de gemeente financieel inbrengt, omdat een groot deel van de taken van de gemeente reguliere taken betreft. Een voorbeeld hiervan is het onderhoud aan de openbare ruimte. Tot slot is er binnen Bureau Binnenstad onduidelijkheid over het mandaat en over ‘wie wat betaalt’. Dit manifesteerde zich bijvoorbeeld bij het aanstellen van een centrummanager, waarin de ene partij de centrummanager mede financierde en aanstelde en de andere partij wel inbreng had bij de selectie en aanstelling van de centrummanager, maar niet financierde. Tussen Bureau Binnenstad en de gemeente bestaan verschillende opvattingen over de wijze waarop moet worden samengewerkt.
Zo wordt door Bureau Binnenstad (met MHV en VECM) aangegeven dat de huidige situatie te vrijblijvend is. Zij zouden graag een juridische entiteit zien waarin alle partijen (MHV, VECM én gemeente) deelnemen met mandaat. Deze wens voor een formele entiteit komt ook voort uit de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022. Deze geven onzekerheid over het doorzetten van de huidige actieve rol van de gemeente. Het oprichten van een juridische entiteit zorgt ervoor dat zowel gemeente, MHV als VECM zich committeren voor de komende jaren. Vanuit het gemeentebestuur is terughoudendheid ten aanzien van het oprichten van een juridische entiteit. Een reden hiervoor is dat het budget waarvoor de gemeente deelneemt dan niet exclusief door de gemeente zelf kan worden ingezet, maar dat de besteding wordt bepaald in overleg tussen de drie partijen. Het budgetrecht van de gemeenteraad komt daarmee in het geding. Een tweede argument tegen een juridische entiteit is het feit dat de MHV een BIZ heeft opgericht, waardoor zij via de gemeente geïnd geld van de BIZ-leden ontvangt. Daarover moet de MHV verantwoording afleggen aan de leden van de BIZ. De gemeente moet jaarlijks toetsen aan de BIZ-regeling en is daarbij een controlerende partij. Het zou niet zuiver zijn als de gemeente dan onderdeel uitmaakt van een juridische entiteit en daarmee in feite zichzelf zou controleren.
Naast de terughoudendheid voor het oprichten van een juridische entiteit ziet het gemeentebestuur de samenwerking met Bureau Binnenstad graag naar een strategischer niveau getild worden. Daarbij zou de gemeente het gesprek willen aangaan over wat voor stad Meppel wil zijn met daaraan gekoppeld een lange termijn visie. De overleggen die nu frequent plaatsvinden hebben nu vooral een tactisch/operationeel karakter. Regionale samenwerking Naast lokale samenwerking in Bureau Binnenstad wordt ook op regionaal niveau samengewerkt. In de regio wordt vooral samengewerkt met de provincie Drenthe. De provincie is bewust van de leegstand in de winkelcentra in de grotere steden - de zogenaamde HEMA-gemeenten (Hoogeveen, Emmen, Meppel, Assen) - en draagt op verschillende manieren bij aan het vitaal en leefbaar houden van de centra. Dat doet zij onder andere door middelen beschikbaar te stellen via het Binnenstadsfonds (en sinds dit jaar het Regio Stedenfonds). Tot slot wordt via de Retailagenda samengewerkt met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de provincie Drenthe en de HEMA-gemeenten. Deze samenwerking biedt een bron van kennis en kunde. Ook voor Meppel worden activiteiten uitgevoerd die zijn gerelateerd aan en voortkomen uit de Retailagenda. Voorbeelden hiervan zijn: het Gevelfonds, de verplaatsingscoach, de subsidie
| 33 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
verkleuren/verplaatsen, het aanstellen van een centrummanager, de aanpak van de openbare ruimte via het Binnenstadsplan, het verbeteren van de bereikbaarheid, branding en marketing. 5.2 Uitvoering Er is veel verloop geweest van medewerkers bij de gemeente Meppel. Dat heeft zijn weerslag gehad op de uitvoering van de plannen, doordat kennis en expertise (maar ook collectief geheugen) verdwenen. Een tweede factor die van invloed is geweest op de uitvoering van de plannen uit het Binnenstadsplan is de coronacrisis. Een deel van de plannen is daardoor minder voortvarend opgepakt of tijdelijk on hold gezet. Een voorbeeld hiervan is de leegstandsverordening. Deze is tijdelijk on hold gezet door het college van B&W omdat er een ‘boete component’ in de verordening aanwezig is en deze door het college niet ingebracht wilde worden. Door de coronacrisis hebben veel vastgoedeigenaren minder huuropbrengsten waardoor leegstand dreigde. Het invoeren van een leegstandsverordening zou het op dit moment nóg moeilijker maken voor deze eigenaren. De coronacrisis bemoeilijkte tevens de onderlinge afstemming binnen de gemeentelijke organisatie, onder andere door het digitale thuiswerken. Verder moet worden opgemerkt dat veel van de plannen uit het Binnenstadsplan zich nog in de voorbereidende fase bevinden. Dat betekent dat deze plannen nog niet volledig kunnen worden geëvalueerd.
Tot slot wordt, naast capaciteit, het gebrek aan middelen als knelpunt ervaren. Door de tekorten in het sociaal domein heeft de gemeente Meppel weinig investeringsmogelijkheden. Gebiedsontwikkeling Een ander knelpunt in het uitvoeren van de projecten is het feit dat de gemeente Meppel voor een gebiedsontwikkeling sterk afhankelijk is van externe partijen. Bij een particuliere ontwikkeling wordt de gemeente betrokken vanuit een faciliterende en (planologisch) toetsende rol. Desalniettemin kan de gemeente het vliegwiel zijn om initiatieven op gang te krijgen. Het is dan belangrijk om een ontwikkelaar te verleiden om aan de slag te gaan met een (her)ontwikkeling. Dit wordt in Meppel gepoogd door op verschillende locaties de openbare ruimte op te waarderen, telkens wanneer zich kansen voordoen. Projectmatig werken Uit de interviews blijkt dat sinds september 2020 meer is ingezet op projectmatig werken. Dit geeft ambtelijke medewerkers rust doordat de medewerkers hierdoor beter ‘in control’ blijven. Een voorbeeld is dat er bij het invoeren van het projectmatig werken een overzicht is gecreëerd met daarin de financiën en een capaciteitsplanning per project. Dit overzicht zorgt ervoor dat er beter kan worden gestuurd op de projecten. Dit biedt ook inzicht of extra projecten al dan niet kunnen worden opgepakt omdat de beschikbare capaciteit en middelen inzichtelijk zijn.
Bij het projectmatig werken hoort een maandelijks overleg met de projectleiders. Dit overleg vindt plaats op basis van een CAT-formulier. Daarin staat beschreven: ‘welk resultaat is behaald’, ‘door wie’, ‘wat gaan we doen’ en ‘wat is de financiële staat van het project’. Het formulier biedt een leidraad om het gesprek aan te gaan over de voortgang van een project. De resultaten van alle gesprekken worden besproken met een financieel controller, een planeconoom, de inkoopafdeling en twee analisten. Naar aanleiding van dat gesprek vindt al dan niet een wijziging plaats in de bestaande planningen. Tot slot zijn een aantal raamovereenkomsten aangegaan, zodat er meer controle is op de inkoop van diensten en goederen zodat deze rechtmatig plaatsvindt. Op deze manier zijn projectleiders in controle over de uitgaven van projecten. In het Binnenstadsplan zijn de ambities opgesteld met daarin benoemde projecten. De uitwerking en beschrijving van deze projecten is op hoofdlijnen. Ondanks het CAT-formulier met duidelijke beheersfactoren is voorafgaand aan een project nog te weinig detaillering op de uit te voeren werkzaamheden en de inzet van mensen en middelen. Voor de fysieke projecten wordt daarbij
| 34 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
gesteund op de diverse projectplannen van de fysieke afdelingen waarin GOTIK 4 projectmanagement beheersfactoren zijn benoemd om op te sturen. Binnen de ambtelijke organisatie wordt gewerkt aan een verbeterslag in het projectmanagement. De inzet is om nog meer voorafgaand aan een project duidelijk te krijgen wat moet worden gerealiseerd met een bepaald project, wat de te verwachten kosten zijn inclusief de mogelijke risico’s en welke kwaliteit moet worden opgeleverd. De stand van zaken van de projecten wordt in het portefeuillehoudersoverleg door de ambtelijke organisatie teruggekoppeld aan de bestuurder. Via de P&C-documenten wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de stand van zaken van de projecten.
H6 | Investeringen en resultaten In dit hoofdstuk beschrijven we welke investeringen de gemeente heeft gedaan. Ook gaan we in op de vraag in hoeverre de doelstellingen worden gemonitord en in hoeverre de beoogde resultaten en effecten zijn behaald. De belangrijkste bevindingen ten aanzien van de resultaten en financiën zijn: ●
●
De voorgenomen investeringen voor de binnenstad zijn opgelopen tot € 18 miljoen waarvan 12,5% vanuit de gemeente Meppel afkomstig is. De gemeente Meppel vormt hiermee een ‘katalysator’ van de investeringen in de binnenstad. De voorgenomen investeringen vanuit de gemeente Meppel ter waarde van € 2.250.000 zijn tot aan 27 oktober 2021 voor 62% gerealiseerd inclusief de bijdrage vanuit de provincie die in totaal nu 40% heeft geïnvesteerd.
4Geld, Organisatie, Tijd, Informatie, Kwaliteit. Eventueel uit te breiden naar GROOTICK met de toevoeging van
indicatoren Risico’s, Omgeving en Communicatie.
| 35 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
●
●
● ●
De voorgenomen investeringen van derden hebben voor een gedeelte plaatsgevonden maar zijn niet bekend binnen de gemeente. Keyserstroom, Het Vledder en het verdwijnen van 7.500 m2 detailhandel zijn hiervan de meest zichtbare resultaten. Vanuit de jaarstukken en de belevingsmonitor komt naar voren dat de investeringen zichtbaar zijn en positief worden gewaardeerd door de eindgebruikers (ondernemers, inwoners, bezoekers). Zo blijkt ook uit de online vragenlijst die aan deze doelgroepen is voorgelegd. De ambtelijke inzet bedraagt inclusief de bijdrage aan de centrummanager op dit moment 0,75 fte. Monitoring van de voortgang op de uitvoering van het Binnenstadsplan vindt ambtelijk en bestuurlijk plaats maar heeft geen verdere detaillering op projectniveau.
In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: 3. Welke uitgaven en investeringen heeft de gemeente de afgelopen jaren (vanaf 2017) gedaan om de doelstellingen te bereiken? 4. Hoe worden de doelstellingen en de voortgang hierop gemonitord? 5. Zijn de bedoelde effecten gerealiseerd en in welke mate, en daar waar de doelstellingen niet of onvoldoende zijn behaald, wat zijn de oorzaken daarvan?
6.1 Investeringen in de binnenstad sinds 2017 Dit hoofdstuk geeft het totaal aan investeringen weer vanuit de gemeente Meppel en externe partijen en doet een uitspraak over de bereikte resultaten. Een overzicht van de investeringen die de afgelopen jaren zijn gedaan voor de binnenstad is ook opgenomen in de tabellen hieronder. De voorgenomen investeringen worden bewaakt door de projectleider Binnenstadsplan. Daar waar aan de orde, worden de afwijkingen in de tussentijdse bestuursrapportage gemeld aan de raad. De laatste financiële stand van zaken in voorgenomen investeringen en de geboekte resultaten op vermindering m2 medio 2021 zijn te zien in de volgende tabel.
Tabel 3
Totale voorgenomen investeringen binnenstad en gestreefd resultaat
Op een totaal van € 18.015.000 investeringen in de binnenstad vanaf 2018 tot en met 2021 is de mogelijke inbreng van de diverse partijen als volgt verdeeld: Tabel 4
Inbreng per deelnemende partij
| 36 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
Met de financiële inzet vanuit de gemeente Meppel van 12,5% gericht op fysieke ingrepen in de binnenstad kan 87% externe financiering worden gerealiseerd. Op basis van deze cijfers kan de inzet van de gemeente Meppel worden benoemd als een ‘katalysator’ voor investeringen in de binnenstad, datzelfde geldt voor de provincie Drenthe. Het overgrote deel van de investeringen moet bij derden vandaan komen. 6.2 Realisatie van de voorgenomen investeringen In totaal is de planning dat door de gemeente Meppel tot aan medio 2021 € 2.250.000 wordt geïnvesteerd in de binnenstad. Deze investering is aangevuld met een bedrag van € 2.000.000 vanuit het Binnenstadsfonds van de provincie Drenthe. Vanuit derde partijen is de verwachting dat € 13.765.000 wordt geïnvesteerd. Dit bedrag bestaat vooral uit investeringen in het verkleuren van de aanloopstraten en gevelverbetering van in totaal € 2,5 miljoen. Daarnaast is geprognosticeerd dat voor € 4 miljoen wordt geïnvesteerd in het winkelcentrum Keyserstroom, € 2 miljoen in appartementencomplex Het Vledder en € 5 miljoen in winkelcentrum Swaenenborgh. Hiervan zijn de investeringen voor Keyserstroom en Het Vledder grotendeels gerealiseerd. De echte bedragen zijn niet vrijgegeven door de betreffende ondernemers. Voor Swaenenborgh zijn er nog geen investeringen gedaan. Voor dit onderzoek zijn alle investeringen vanaf 2018 in beeld gebracht.
Het in beeld brengen beperkt zich tot de uitgaven door de gemeente Meppel. De voorgenomen investeringen van de derde partijen zijn nog niet in beeld gebracht. Dit leidt ertoe dat slechts een gedeelte van de doelstellingen tot nu toe zijn behaald. Het overzicht van de verplichtingen geeft aan dat de voorgenomen investeringen nog wel gaan plaatsvinden, zei het later dan gepland. Vooral de coronacrisis is daar de reden van, evenals wisselingen in de ambtelijke formatie.
De voorgenomen investeringen, de bijdrage in samenwerkingsprojecten en de uitnutting van de budgetten in detail zijn opgenomen in de onderstaande tabel (tot oktober 2021). Tabel 5
Voorgenomen c.q. begrote investeringen binnenstad en realisatie vanuit gemeente Meppel
| 37 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
Vanuit de gemeente Meppel is het voornemen te investeren in fysieke projecten van in totaal € 1.750.000 met een afschrijvingstermijn van vijftien jaar. De afschrijvingslasten worden verwerkt in de meerjarenbegrotingen. De budgetten en de uitnutting van de voorgenomen investering medio oktober 2021 zijn te zien in tabel 6. Tabel 6
Budgetten en uitnutting per oktober 2021
De totale investering tot aan 29 oktober 2021 bedroeg € 1.447.964 waarvan € 447.239 geïnvesteerd is in projecten in samenwerking en € 1.000.725 door de gemeente Meppel. Op het moment van rapporteren (29 oktober 2021) is van de mogelijke investering van € 18.015.000 8% gerealiseerd. Deze 8% is niet alles wat is geïnvesteerd. De investeringen in Keyserstroom en Het Vledder hebben reeds plaatsgevonden. De exacte bedragen zijn niet bekend.
Uitstaande verplichtingen Voor de uitnutting van de budgetten in 2021 en 2022 zijn al diverse verplichtingen aangegaan. Deze verplichtingen worden hieronder weergegeven in de tabellen 7 en 8. De verplichtingen geven aan dat diverse activiteiten en investeringen wel zijn gepland maar nog niet zijn uitgevoerd.
| 38 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
Tabel 7
Verplichtingen projecten Binnenstadsplan in participatie
Tabel 8
Fysieke investeringen Binnenstadsplan
Ambtelijke inzet Naast de voorgenomen investeringen in de fysieke omgeving brengt de gemeente Meppel ook ambtelijke inzet in. Zo is de projectleider Binnenstadsplan voor twaalf uur in de week beschikbaar voor werk aan het Binnenstadsplan. Deze inzet wordt verdubbeld door de inzet van een kwartiermaker voor twaalf uur. Daarnaast draagt de gemeente Meppel bij aan de binnenstadsmanager vanuit het Bureau Binnenstad met een bedrag van € 15.000. Wanneer deze inzet wordt getotaliseerd komt dit neer op 0,75 fte op basis van een netto arbeidsjaar van 1.350 uur. Deze 0,75 fte uitgebreid met de € 15.000 van de binnenstadsmanager levert in totaal 0,85 fte personele inzet op. 6.3 Monitoring De diverse activiteiten en investeringen zoals benoemd in het Binnenstadsplan worden actief gemonitord door de projectleider Binnenstad. Naast de financiële voortgang binnen de projecten vindt binnen het Bureau Binnenstad periodiek overleg plaats over welke acties in uitvoering zijn, waar bijgestuurd moet worden en welke nieuwe acties ingezet kunnen/moeten worden. Door de
| 39 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
coronacrisis zijn diverse fysieke investeringen door derden, zoals voorgenomen in het Binnenstadsplan, nog niet doorgevoerd. Dit is onder meer te wijten aan de economisch onzekere tijden. Via het Bureau Binnenstad wordt de voortgang in de projecten nauwlettend in de gaten gehouden. De projectvoortgang wordt maandelijks besproken. Gestart wordt met een ambtelijke afstemming. Daarna volgt een bestuurlijke afstemming over de voortgang van de projecten. De voortgang van de projecten wordt gemonitord via het zogenaamde CAT-formulier Binnenstadsplan. De monitoring van de projecten geeft ambtelijk inzicht in de voortgang. De CAT-formulieren worden ook gebruikt voor de bestuurlijke afstemming met de verantwoordelijke wethouder. Vanuit de CAT-formulieren worden de P&C-documenten opgesteld die naar de raad worden gestuurd ter informatie. Indien zich geen grote afwijkingen voordoen is de informatievoorziening richting raad gering en vindt dan vooral plaats in de jaarrekening. Realisatie van voorgenomen beleid In hoofdstuk 3 is een overzicht gegeven van ingezette activiteiten en de resultaten daarvan. Het Binnenstadsplan loopt tot einde van 2021 maar nog niet alle projecten zijn afgerond. Deels heeft dit te maken met de lange voorbereidingstijd nadat het Binnenstadsplan was vastgesteld.
Een andere oorzaak is de coronacrisis die vooral de voorgenomen investeringen door derden heeft vertraagd. Ook de ambtelijke wisselingen hebben bijgedragen aan diverse vertragingen in de planningen. Een resultaat dat niet onvermeld mag blijven is dat de voorgenomen vermindering van de detailhandel m2 van 5.000 m2 ruimschoots is overtroffen. De laatste stand van zaken geeft een vermindering aan van 7.500 m2. Het verhoogde resultaat komt voort uit eigen initiatieven van vastgoedeigenaren. De inzet vanuit het Binnenstadsplan heeft wel een aanzet gegeven, maar naar alle waarschijnlijkheid heeft de coronacrisis de vermindering versneld.
H7 | Evaluatie en verantwoording In dit hoofdstuk beschrijven we op welke manier de evaluatie plaatsvindt, hoe er verantwoording wordt afgelegd en in hoeverre daarover teruggekoppeld wordt aan de raad. Ook gaan we in op de ervaring van inwoners, ondernemers en bezoekers van de binnenstad. Hierbij beschrijven we de uitkomsten van de online vragenlijst die we voor dit onderzoek hebben uitgezet onder deze doelgroepen. De belangrijkste bevindingen ten aanzien van de resultaten en financiën zijn: ● Zowel ondernemers als inwoners als bezoekers zien veel verandering in de binnenstad: aanpak Groenmarkt, aanpak De Wheem, nieuwe inrichting Kromme Elleboog, nieuwe inrichting Kruisstraat, meer groen in de binnenstad, maar ook meer leegstand. De meeste respondenten zijn erg positief over de zichtbare veranderingen in de binnenstad. ● Bijna de helft van de inwoners en ondernemers vindt dat de gemeente niet voldoende doet om de leegstand aan te pakken. Iets meer dan de helft is van mening dat de gemeente meer moet investeren. Ruim twee derde van de respondenten vindt dat de binnenstad goed bereikbaar is, dat er genoeg valt te beleven en dat het goed wordt onderhouden. ● Bijna de helft van de bezoekers vindt dat het winkelbestand divers genoeg is. Wel geven veel bezoekers aan dat de stad nog niet groen genoeg is en dat er straatmeubilair bij mag.
● Op dit moment is bij de raad een vrij grote informatiebehoefte. De raad vindt dat het college niet proactief is in het delen van informatie ten aanzien van de uitvoering van het Binnenstadsplan en de daaraan gekoppelde investeringen. Aan de andere kant wordt er vanuit de gemeenteraad zelf ook niet actief om informatie gevraagd. ● De raad heeft op dit moment weinig zicht op het effect van de investeringen en of de visie in het Binnenstadsplan richting geeft aan de ontwikkelingen. Ook is het voor de raad niet duidelijk welke taken en functie Bureau Binnenstad heeft.
| 40 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
●
●
●
●
De animo vanuit de raad voor informatiebijeenkomsten over ontwikkelingen in de binnenstad is beperkt. Het Binnenstadsplan en de projecten zijn ook geen onderwerpen die in andere overleggen veel aan bod komen. Er vindt kortom geen (continue) dialoog plaats over hoe de middelen in de binnenstad worden ingezet, en of ze op een effectieve manier worden ingezet. De afgelopen jaren zijn er verschillende moties en amendementen ingediend ten aanzien van de binnenstad. Slechts drie (van de acht) moties zijn daadwerkelijk aangenomen, waarvan er twee door ontbreken van budget niet zijn uitgevoerd. Ook zijn er van de vijftien ingediende amendementen maar twee aangenomen. De moties, amendementen en raadsvragen gaan veelal in op specifieke projecten in de binnenstad: de Swaenenborgh of over terrassen. Er zijn via de geijkte (bij)sturingsinstrumenten geen fundamentele beleids- of koerswijzigingen voorgesteld vanuit de raad (oftewel, waar moet Meppel zich de komende jaren op profileren/onderscheiden). Al verliep het proces niet zoals gepland, het vaststellen van het Binnenstadsplan (2017) is een goed voorbeeld van kaderstelling door de raad, waarop voortgeborduurd kan worden.
In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: 6. In hoeverre zijn de (eind)gebruikers (ondernemers, inwoners, bezoekers) betrokken geweest bij de investeringsplannen? (En hoe kijken zij tegen de investeringen van de afgelopen jaren aan?) 7. Welke mogelijkheden heeft de gemeenteraad om (bij) te sturen ten aanzien van investering in de binnenstad? (En heeft de raad daar ook gebruik van gemaakt?) 7.1 Peiling onder gebruikers (inwoners, ondernemers en bezoekers) Het perspectief van de gebruikers - inwoners, ondernemers en bezoekers - vormt een belangrijke pijler in de doorontwikkeling van het beleid rondom de binnenstad. Om de opinie van deze doelgroepen te onderzoeken is een vragenlijst opgesteld voor zowel inwoners, ondernemers als bezoekers. De vragenlijst (zie bijlage 3) is online uitgezet en middels een QR-code en een link hadden de lezers toegang tot de online vragenlijst. Deze vragenlijst is uitgezet via de Meppeler Courant, de website en de social media kanalen van de gemeente en via de Meppeler Handelsvereniging (MHV), waarbij gevraagd is de vragenlijst onder de aandacht te brengen bij de leden. In totaal hebben er 144 respondenten deelgenomen aan het onderzoek. Ondanks verschillende pogingen om de vragenlijst onder de aandacht te brengen bij ondernemers is de respons bij die doelgroep laag gebleven.
Hierdoor moeten de resultaten van de peiling onder die doelgroep als indicatief worden beschouwd. Bij de beschrijving van de figuren is steeds aangegeven van welke doelgroep de resultaten zijn. Bij ieder aspect is steeds gekeken naar verschillen in de resultaten tussen de verschillende doelgroepen; als de verschillen groot zijn, worden deze benoemd. Rol
%
Aantal
Inwoner van de binnenstad
21%
30
Ondernemer in de binnenstad
6%
8
Bezoeker van de binnenstad
73%
106
| 41 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
Totaal
100%
144
Binnenstadsplan In de online vragenlijst is als eerste gevraagd in hoeverre de inwoners en ondernemers bekend zijn met het Binnenstadsplan. Ruim de helft van de respondenten is hiermee bekend, waarbij bijna alle ondernemers hebben aangegeven het plan te kennen. Figuur 1
Bekendheid met het Binnenstadsplan onder inwoners en ondernemers
Aan ondernemers en inwoners is tevens gevraagd in hoeverre zij het idee hebben dat zij betrokken worden bij het binnenstedelijk beleid. Op de stelling dat de gemeente de gelegenheid biedt om mee te denken, geeft bij elkaar 42% aan dat dit zo is, 31% is neutraal over die mogelijkheid en 28% geeft aan dat dit niet zo is. Figuur 2
Gelegenheid om mee te denken over het binnenstadbeleid
Zichtbare veranderingen in de binnenstad Middels een open vraag zijn zowel ondernemers en inwoners als bezoekers gevraagd naar welke veranderingen zij hebben gezien in de binnenstad. Veel respondenten bemerken daarbij dezelfde veranderingen in de binnenstad: ● Aanpak Groenmarkt ● Aanpak De Wheem
| 42 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
● ● ● ●
Nieuwe inrichting Kromme Elleboog Nieuwe inrichting Kruisstraat Meer groen in de binnenstad Maar ook meer leegstand
Opvallend is wel dat de meeste respondenten erg positief zijn over de zichtbare veranderingen in de binnenstad. Respondenten zijn vooral te spreken over de opgeknapte pleinen en de herinrichting van bepaalde straten en gebieden (al is het Vledder volgens sommigen een dissonant in het geheel). Ook worden de nieuwe bestrating en plantvakken als positief beschouwd. In de open antwoorden zijn opvallend weinig negatieve ontwikkelingen aangekaart. ‘De wegen zijn verbeterd, mooie plantenbakken, het winkelgebied is verbeterd en we hebben er een mooi plein met terrasjes bij gekregen. De binnenstad ziet er verzorgd uit. Je voelt je daardoor prettiger in de binnenstad. Afsluiten van de pleinen voor autoverkeer heeft het comfort van de binnenstad vergroot.’ ‘Winkels aan de rand van de binnenstad zijn verbouwd tot woningen/appartementen. Meer groen in de binnenstad, bijvoorbeeld Wheem en groen rond bomen o.a Brouwerstraat, Grote Oever. Wheem is mooier geworden. Parkeergarage Kromme Ellleboog. En mooie nieuwe appartementen. Verbouw van Groenmarkt: heel mooi. Auto's van Groenmarkt en Prinsenplein. Nieuwe inrichting van Kruisstraat. Plantenbakken met bankjes bij ingang Hoofdstraat (Brouwerstraat) en Kruisstraat. Gevels van winkels (o.a. Boekhandel Barth) zijn veranderd: heel stijlvol.
Bij verschillende winkels staan buiten bankjes (verrijdbaar, allerlei kleuren).’ ‘Braakliggende terreinen zijn opnieuw bebouwd. Pleinen zijn opgeknapt. 'Lelijke' gebouwen zijn voorzien van meer passende gevels die horen bij een historische binnenstad.’ ‘Ik heb gezien dat de horeca meer ruimte heeft gekregen en er mooie pleinen zijn gecreëerd. Het is van belang dat de gemeente de Mariakerk niet uit het oog verliest. En deze een goede bestemming voor de Meppeler bevolking krijgt. Meppeler centrum oogt ruim, opgeruimd en de karakteristieke panden komen tot hun recht. Complimenten.’ ‘Is enorm opgeknapt. Maar helaas door omstandigheden veel leegstand winkels, die wel weer gevuld worden door de zoveelste kapsalon. Veel uitbreiding van terrassen, hopelijk zonder extra overlast qua geluid als alles straks weer normaal gaat draaien.’ ‘Nieuwe inrichting in de Kruisstraat en de Groenmarkt, nieuwe plantvakken langs de Grote Oever en Noteboomstraat. Ik vind de binnenstad mooier geworden. Het Zuideinde en de Molenstraat voelen niet meer als winkelgebied.’
Leegstand Aan de inwoners en ondernemers zijn ook een aantal stellingen voorgelegd die betrekking hebben op de huidige binnenstad. Opvallend is dat bijna de helft (48%) van de inwoners en ondernemers vindt dat de gemeente niet voldoende doet om de leegstand aan te pakken. Iets meer dan de helft (52%) is van mening dat de gemeente meer moet investeren. Hierbij zijn de ondernemers niet voor het verhogen van parkeertarieven en inwoners vaak wel. Figuur 3
Leegstand en investeringen
| 43 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
Bereikbaarheid en beleving Aan ondernemers, bezoekers en inwoners is gevraagd in hoeverre de binnenstad bereikbaar is en of zij tevreden zijn met wat het centrum te bieden heeft. Ruim twee derde van de respondenten vindt de binnenstad goed bereikbaar en is eveneens van mening dat er genoeg valt te beleven. Ook is bijna twee derde tevreden over het onderhoud in de binnenstad.
Figuur 4
Bereikbaarheid
Figuur 5
Beleving
Aanbod en voorzieningen Aan bezoekers van het centrum is gevraagd naar het (winkel)aanbod en de voorzieningen in het centrum. Bijna de helft (49%) vindt dat het winkelbestand divers genoeg is. Opvallend is wel dat ongeveer de helft van de bezoekers de stad nog niet groen genoeg vindt en dat er volgens veel bezoekers ook prullenbakken bij mogen. Over het aantal parkeerplekken is 61% tevreden, slechts 21% is hierover ontevreden. Figuur 6
Aanbod en voorzieningen volgens bezoekers
| 44 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
Toekomst Ten slotte is aan alle drie de groepen gebruikers gevraagd welke aanpassingen de binnenstad nodig heeft om aantrekkelijker te zijn voor inwoners en bezoekers in de toekomst. In figuur 7 is te zien dat ook hier de aanpak van leegstand het belangrijkste is, 75% van alle respondenten ziet graag dat leegstaande winkels gebruikt worden voor tijdelijke projecten. Er wordt door de respondenten ook veel waarde gehecht aan meer groen (57%), meer straatmeubilair (54%) en fietsenstallingen (46%). Meer terrassen, musea en galeries, evenals ruimere openingstijden zijn minder belangrijk voor de gebruikers. Grote verschillen tussen de groepen zijn er niet, wel verwachten inwoners dat er meer handhaving gaat plaatsvinden, ruim twee derde hecht hier belang aan.
Figuur 7
Wat er nodig is om de binnenstad aantrekkelijker te maken?
De respondenten konden ook via een open vraag aangeven hoe de gemeente Meppel volgens hen de binnenstad zou kunnen verbeteren. Uit de open antwoorden komt vooral het volgende naar voren: ● Het centrum mag vergroenen. ● Het historische karakter moet behouden blijven. ● Er mag meer straatmeubilair (bankjes en schone openbare toiletten) komen. ● Veiligere verkeerssituatie, met autovrije zones, maar wel met voldoende parkeergelegenheid rondom het centrum.
| 45 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
‘Maak de binnenstad toegankelijker voor de klant, meer parkeergelegenheid en betere aanrijroutes. Waak over de verpaupering in sommige gebieden; achter de kerk, Akkerstraat. En pak de overlast aan van hangjongeren.’ ‘Meer aandacht voor groen en vooral voor het versterken van het historische karakter van de binnenstad, grachten traject weer open maken en dan ook onderhouden!’ ‘Koester oude gebouwen en monumenten. Wij willen graag nu mooie straatverlichting wat past bij de sfeer van de grachten.’ ‘Zorgen voor minder auto's in de binnenstad en makkelijker toegankelijk voor fietsers. Wordt het een stuk veiliger van. Auto's buiten centrum parkeren en met pendelbusjes en leenfietsen of te voet naar het centrum.’ ‘Goede zebrapaden, meer fietsparkeerplekken, meer bankjes en prullenbakken.’ ‘De binnenring echt autoluw maken. Of strenger controleren op snelheid (snap dat dit niet per se voor de gemeente is). Beter handhaven op fietsen in de hoofdstraat.’ ‘De leegstand is groot bij het aantal winkels. In die leegstaande winkels gaan dan weer kleine rommelige onderneminkjes, die een aantal weken laten weer weg zijn.’ ‘Er is nu weinig meubilair in de stad en weinig groen. Voornamelijk veel straat. Terwijl Meppel wil vergroenen. Laat zien dat je dit als gemeente ook doet.
Bloem(bakk)en zijn goed voor de insectenpopulatie, beestjes die wij nodig hebben.’ ‘Ik mis bankjes om even uit te puffen. Ook om het centrum eens rustig te bekijken. Prullenbakken zijn ook niet in grote getale aanwezig, waardoor je soms moet zoeken om een prulletje kwijt te raken. En wat ik een grote fout vind, is dat Meppel wel een openbaar toilet heeft, maar dat het toiletblok enorm smerig is. Je ruikt hem al van verre. Een openbaar toilet is noodzakelijk en moet niet te vies zijn om er überhaupt gebruik van te maken.’
7.2 Informatievoorziening In deze paragraaf wordt beschreven welke informatie wordt gedeeld met de gemeenteraad en in hoeverre er een systematiek is om de gemeenteraad te informeren over de investeringen, ontwikkelingen en resultaten. Gedeelde informatie In de P&C-cyclus legt het college verantwoording af over het gevoerde beleid. Deze agenda bepaalt in hoge mate de inhoud van de verschillende documenten die onderdeel uitmaken van de jaarlijkse begrotingscyclus: de kadernota, de programmabegroting en de jaarstukken. Voor het controleren of het beleid en de voorgenomen plannen zich ontwikkelen volgens de principes van de gestelde kaders, heeft de gemeenteraad van Meppel de volgende gegevens tot zijn beschikking. ● Via de reguliere P&C-cyclus: ○ Perspectiefnota ○ Programmabegroting ○ Jaarverslag ○ Accountantsverslag ● Overige documenten over voortgang Ook buiten de P&C-cyclus van de gemeente Meppel wordt de raad van informatie voorzien, bijvoorbeeld rondom de vaststelling van nieuwe plannen in de binnenstad. Daarnaast wordt er met enige regelmaat geïnformeerd over ontwikkelingen in de binnenstad via memo’s waarin voortgangsinformatie over de ontwikkeling van bepaalde delen/projecten in de binnenstad aan bod komen. Hier zit echter geen vaste cyclus in.
Vanuit de raad is aangegeven dat het college niet proactief is in het delen van informatie ten aanzien van de uitvoering van het Binnenstadsplan en de daaraan gekoppelde investeringen. Aan de andere kant wordt er vanuit de gemeenteraad zelf ook
| 46 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
niet actief om informatie gevraagd, geeft de raad zelf ook aan. Desondanks is er op dit moment bij de raad een vrij urgente informatiebehoefte. Er is in de binnenstad (ondanks de coronacrisis) de afgelopen jaren veell veranderd. Er zijn veel straten opgeknapt, het Prinsenplein is autovrij gemaakt, er is op sommige plekken vergroend en er is geprobeerd de aanloopstraten te verkleuren. De raad heeft op dit moment echter geen idee wat nou het effect van dit alles is geweest en of de visie in het Binnenstadsplan richting geeft aan deze ontwikkelingen. Ook is het voor de gemeenteraad op dit moment niet duidelijk in hoeverre ander gemeentelijk beleid is verknoopt met het Binnenstadsplan. De gemeenteraad zou daarom graag in het volgende Binnenstadsplan een meer integrale benadering terugzien. Verder heeft de raad op dit moment geen goed beeld van de belangrijkste overlegtafel voor de binnenstad. Bureau Binnenstad wordt door de gemeenteraad gezien als een belangrijke schakel in de ontwikkeling en het onderhoud van de binnenstad. Het is voor de raad echter niet duidelijk welke taken Bureau Binnenstad heeft en waar zij zich mee bezig houden, ook al worden er maandelijkse overleggen gevoerd tussen Bureau Binnenstad en de gemeente. Uit het gesprek met de raad komt duidelijk naar voren dat zij graag van de wethouder een terugkoppeling zouden ontvangen van deze overleggen.
Informatiebehandeling Investeringen in de binnenstad zijn vaak complex en ingrijpend, het is heel technisch aan de ene kant, maar heeft aan de andere kant ook een grote maatschappelijke impact op de samenleving. Daarom is het belangrijk dat raadsleden goed geïnformeerd worden, met alleen informatie vanuit de P&C-cyclus is het lastig besluiten nemen. Ieder jaar wordt de gemeenteraad een aantal keer meegenomen in de ontwikkelingen binnen de binnenstad via raadsinformatiebijeenkomsten. Ook wordt er rondom herinrichtingen of transformaties van een gebied of straat in de binnenstad altijd een informatieavond georganiseerd. De animo vanuit de raad voor dergelijke bijeenkomsten is doorgaans beperkt, bemerken respondenten. Ook als er memo’s verschijnen over belangrijke projecten, volgt daar niet altijd een reactie op vanuit de raad. Ten aanzien van de raadsmemo over de herontwikkeling van de Groenmarkt is geen enkele reactie binnengekomen, pas toen de bomen werden gekapt, werden daarover specifieke vragen gesteld. De gemeenteraad kan zelf ook onderwerpen agenderen in ‘De Ronde’. De Ronde wordt gebruikt voor allerlei besprekingen van de raad (onderling) maar ook nadrukkelijk met inwoners en instellingen. Tot dusver zijn de binnenstedelijke projecten of het Binnenstadsplan daar niet aan bod gekomen. Vanuit de gemeenteraad is er verder een auditcommissie waarbij de accountant aansluit.
Daar worden de P&C-documenten besproken, waarin ook de investeringen in de binnenstad zijn opgenomen. Er wordt in die commissie echter niet specifiek inhoudelijke aandacht besteed aan de projecten in de binnenstad. Met betrekking tot de binnenstad wordt tussen het college en de raad vooral over de financiën met elkaar gecommuniceerd. Dit verloopt zoals gebruikelijk via de P&C-cyclus. Als er specifiek gesproken wordt over de binnenstad in de raad, dan gaat het over het beschikbaar stellen van middelen. Er vindt kortom geen (continue) dialoog plaats over hoe de middelen in de binnenstad worden ingezet, en in hoeverre ze op een effectieve manier worden ingezet. 7.3 (Bij)sturen en controleren Raadsleden hebben diverse instrumenten waarmee ze opdrachten kunnen geven (motie) of wijzigingen kunnen aanbrengen in het ontwerpbesluit (amendement). Uit de documentenstudie komt naar voren dat er op het gebied van de binnenstad de afgelopen jaren verschillende moties en amendementen zijn ingediend. In tabel 9 zijn de ingediende moties en amendementen
| 47 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
weergegeven. Opvallend is dat in totaal slechts drie moties daadwerkelijk zijn aangenomen, waarvan er twee door ontbreken van budget niet zijn uitgevoerd. Ook zijn van de vijftien ingediende amendementen er maar twee aangenomen. Tabel 9
Moties en amendementen m.b.t. investeringen in de binnenstad
Jaar
Moties
2017
● ● ● ●
2/16/2017 - detailhandelsbeleid Meppel "de compacte stad" - ingetrokken 6/22/2017 - verblijfsgebied winkelend publiek - verworpen 6/30/2017 - openbaar toilet Kleine Kerkstraat - aangenomen 10/19/2017 - acties promotie fietsparkeren binnenstad - verworpen
Amendementen ● ● ● ● ● ● ● ●
2018
●
●
●
2019
●
3/8/2018 - plan(t) je boom – aangenomen (wegens ontbreken budget niet tot uitvoer gekomen) 6/28/2018 - liggeld historische schepen en Meppel bij Light – aangenomen (wegens ontbreken budget niet tot uitvoer gekomen) 11/8/2018 - reclame in (historische)binnenstad - ingetrokken
●
Geen
●
●
● ● ●
2020
●
12/17/2020 - groene gracht - ingetrokken
● ●
2/16/2017 - detailhandelsbeleid Meppel "de compacte stad" - ingetrokken 5/18/2017 - uitwerken drie scenario’s Binnenstadsplan - verworpen 5/18/2017 -verlengde Prinsengracht verworpen 5/18/2017 - Prinsenplein autovrij - verworpen 5/18/2017 – Binnenstadsplan - verworpen 6/22/2017 - zebrapad kruispunt MolenstraatGrote Oever-Kruisstraat-Eendrachtstraat verworpen 11/19/2017 - acties gratis parkeren binnenstad - verworpen 11/19/2017 - parkeertijd binnenstad verworpen
2/1/2018 - geen 5e bouwlaag Kromme Elleboog - verworpen 10/18/2018 - zebrapad kruispunt MolenstraatGrote Oever-Kruisstraat-Eendrachtstraat aangenomen
3/28/2019 - voortgangsrapportage investeringen 2018 en volgende jaren verworpen 3/28/2019 - voortgangsrapportage investeringen 2018 en volgende jaren aangenomen 11/7/2019 - schrappen parkeerverwijssysteem - verworpen 11/7/2019 - schrappen onderzoek opengraven gracht - verworpen 11/28/2019 - een groene gracht - ingetrokken Geen
Als gekeken wordt naar de thematiek van de moties, dan komt duidelijk naar voren dat de raad zich vooral op specifieke projecten heeft gericht: zoals plant je boom, reclame in de binnenstad of een openbaar toilet. Datzelfde geldt voor de amendementen. Naast het indienen van moties en amendementen kan de raad ook schriftelijke (artikel 32) vragen stellen, of zelf discussienotities opstellen en indienen. Hiervan heeft de raad de afgelopen jaren ook verschillende keren gebruikgemaakt: ● ● ● ● ●
12/28/2017 - parkeren centrum Meppel (parkeerautomaten) 8/22/2018 - stallen van fietsen in de binnenstad 10/23/2018 - terrassen 4/1/2019 - single use plastics verminderen bij evenementen 6/4/2020 - de Swaenenborgh
| 48 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
● ●
6/4/2020 - memo locatieprofielen evenementen 7/15/2020 - de Swaenenborgh (vervolg)
Bovenstaande spitst zich net als de moties en amendementen toe op specifieke onderdelen in de binnenstad: de Swaenenborgh, terrassen of parkeren. Er zijn via de geijkte (bij)sturingsinstrumenten geen fundamentele beleids- of koerswijzigingen voorgesteld vanuit de raad (oftewel, waar moet Meppel zich de komende jaren op profileren/onderscheiden). De raad kijkt vaak naar de binnenstad vanuit microniveau in plaats van op meso- of macroniveau. Dat is ook bevestigd in het gesprek met de raad. Raadsleden geven aan erg betrokken te zijn bij het thema, maar omdat het veld zo complex en technisch is, voelen ze zich vaak nog niet geëquipeerd om echt te kunnen (bij)sturen op dit thema. Wel is er vanuit de raad aangedrongen om een Maatschappelijke-KostenBaten-Analyse (MKBA) uit te voeren voor het opengraven en verlengen van de gracht op het Prinsenplein.5 De uitkomst van de MKBA was dat het financieel niet haalbaar was om de gracht open te graven. In de gemeenteraad werd die conclusie geaccepteerd.
Binnenstadsplan Een goed voorbeeld van het in positie brengen van de raad om kaders te kunnen stellen, is het opstellen van het Binnenstadsplan. Het plan uit 2017 kreeg in eerste instantie weinig politieke aandacht. Vanuit het Binnenstadfonds kwam er echter op dat moment geld beschikbaar vanuit de provincie. Mede doordat provinciaal geld beschikbaar kwam, kreeg de raad het gevoel dat de keuzes voor het besteden van de financiële middelen vooral in het college waren genomen. Ook waren volgens de raad een aantal zaken niet goed opgenomen in het plan, zoals de leegstand binnen Swaenenborgh en waren de inwoners slecht betrokken bij het opstellen van het plan. Ook was de Ontsluiting Noord opgenomen in het plan, terwijl daar op dat moment geen urgentie voor was binnen de gemeenteraad. Het plan werd door de gemeenteraad weggestemd omdat de raad het met een deel van het plan oneens was. Dat was frappant omdat de raad de mogelijkheid heeft om een plan te amenderen. Het wegstemmen van het plan leverde spanning op met de provincie omdat zij moeite hadden gedaan om geld beschikbaar te stellen voor de binnenstad. Om toch tot een Binnenstadsplan te komen heeft de gemeenteraad met behulp van ambtenaren enkele bijeenkomsten georganiseerd. Op basis van de input uit deze bijeenkomsten is door de gemeenteraad een nieuw plan geschreven.
Ondanks dat het proces niet zoals verwacht verliep, heeft de raad (in overleg met de organisatie) duidelijk kaders kunnen meegeven aan het plan. Eind 2021 loopt het huidige Binnenstadsplan af. Een belangrijk aandachtspunt vanuit de raad voor een eventueel nieuw plan is het organiseren van de participatie, maar ook de verwerking hiervan. Bij voorgaande participatietrajecten is niet altijd van te voren duidelijk gemaakt hoe de input van betrokkenen een plek in de plannen zou krijgen.
5Deze MKBA toonde aan dat het terugbrengen van een volledige gracht niet haalbaar was. Daardoor is het
project voor de herontwikkeling van de Prinsengracht niet opgenomen in het Binnenstadsplan.
| 49 | Rapport Rekenkameronderzoek naar investeringen in de binnenstad
Bijlage 1
Normenkader
Onderzoeksvraag 1. Welk beleid heeft de gemeente vastgelegd, specifiek gericht op de binnenstad en welke effecten heeft de gemeente daarmee beoogd? a. Op welke wijze is ingezet op de aanpak van achterstallig beheer, onderhoud en handhaving? b. Op welke wijze is ingezet op de aanpak en modernisering van openbare ruimte? c. Op welke wijze is ingezet op revitalisering van openbare ruimte en privaat eigendom? d. Op welke wijze is ingezet op herstructurering waarbij de functie winkelgebieden grotendeels hetzelfde blijft? e. Op welke wijze is ingezet op transformatie naar andere functies? 2. In hoeverre zijn de gestelde doelstellingen voldoende geoperationaliseerd om de mate van effectiviteit te kunnen bepalen?
Norm ● ● ●
De raad heeft de beleidskaders vastgesteld. De beleidskaders zijn actueel. De kaders en richtlijnen die de gemeenteraad en het college van B&W hebben afgesproken in beleidsplannen en beleidsregels zijn voldoende concreet; beleidsambities zijn vertaald naar meetbare (SMART-)doelen en resultaten.
●
De investering komt als functie (strategische waarde) terug in elk jaarplan van het primaire proces. De doelen van het investeringsbeleid zijn daar waar nodig verder uiteengezet in subdoelen en/of uitgangspunten, die op hun beurt ook SMART zijn geformuleerd. De doelstellingen zijn voldoende doorvertaald van een strategisch naar een tactisch/operationeel niveau (vertaling van beleid naar uitvoering) door middel van bijvoorbeeld het borgen en vastleggen in processen en borgen van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.