Raadsbesluit - Wijzigingsverordening fysieke leefomgeving
Tekst van het document
Art. 3.2.2.6.2 Nadeelc ompens atie
(niet aanwezig)
Afdeling 3.3 Milieubel astende activiteit en
Afdeling 3.3 Milieubelastende activiteiten
Paragraa f 3.3.1 Festivite iten en geluidhi nder Art. 3.3.1.1 Melding incident ele
1.
Het uitgangspunt bij het herstel van gronden is dat de grond wordt teruggebracht in de oude staat.
2.
Bij de berekening en het proces van afhandeling van de kosten voor herstel in oude staat worden de regels uit bijlage 6 in acht genomen.
Artikel 3.2.2.6.2 Nadeelcompensatie Het college kent een netbeheerder die schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit van het college als bedoeld in artikel 3.2.2.7 tweede lid, dan wel als gevolg van de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, op verzoek een vergoeding toe, wanneer de schade uitstijgt boven het normale maatschappelijke risico en hem in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft.
Paragraaf 3.3.1 Festiviteiten en geluidhinder Artikel 3.3.1.1 Melding incidentele festiviteiten 1. Als de houder van een inrichting het college minstens twee weken van tevoren op de hoogte heeft gesteld van de festiviteit, mag de inrichting maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar houden, waarbij de geluidnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn.
Afdeling 3.3 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 3.3.1 Festiviteiten en geluidhinder Artikel 3.3.1.1 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is verboden om festiviteiten te organiseren op een locatie waar bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd, zonder dit ten minste tien dagen voorafgaand aan deze festiviteiten te melden aan het college. 2. De melding bevat: a. Een beschrijving van de aard en omvang van de festiviteit in kwestie
Artikel
Was
Wordt
festivitei ten
2. Als de houder van een inrichting het college minstens 10 werkdagen van tevoren op de hoogte heeft gesteld van de festiviteit, mag de inrichting maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar houden, waarbij de voorwaarden met betrekking tot verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn.
b. Een kaart met aanduiding van de locatie waar de festiviteit wordt gehouden.
3. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan als het college op het verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die normaal gesproken niet te voorzien was, meteen toestaat. 4. Het college stelt een formulier vast voor het doen van kennisgeving.
3. Per afzonderlijke bedrijfslocatie is het onder voorwaarde van een melding toegestaan ten hoogste 12 festiviteiten per kalenderjaar te organiseren. 4. Artikel 22.63 van het Omgevingsplan gemeente Meppel is niet van toepassing op het houden van de gemelde festiviteiten. 5. Het is alleen toegestaan om bij het houden van een gemelde festiviteit muziek ten gehore te brengen, als dit binnen een gebouw met gesloten deuren en ramen gebeurt. 6. Op de dagen, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm uiterlijk om 01:00 uur beëindigd.
5. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan als het formulier volledig en naar waarheid is ingevuld, en tijdig is ingeleverd op de plaats die op dat formulier is vermeld. 6. Muziek mag alleen binnen het gebouw van de inrichting ten gehore worden gebracht. Ramen en deuren moeten hierbij gesloten blijven, behalve voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Art. 3.3.1.2 Verbode n incident ele festivitei ten
Artikel 3.3.1.2 Verboden incidentele festiviteiten
Art. 3.3.1.3 Overige
Artikel 3.3.1.3 Overige geluidhinder
(vervalt)
Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft. Dit kan hij doen wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed. Artikel 3.3.1.3 Overige geluidhinder
Artikel
Was
Wordt
geluidhi nder
1. Buiten een inrichting is het niet toegestaan handelingen te verrichten, of toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben zodat daardoor voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
1. Buiten een inrichting is het niet toegestaan milieubelastende activiteiten te verrichten, of toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben zodat daardoor voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Besluit bouwwerken leefomgeving of de Provinciale omgevingsverordening.
4. Het college kan terreinen of wateren en categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is, als wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder.
4. Het college kan terreinen of wateren en categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is, als wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder.
Art. 3.3.1.5 Geluidhi nder door motorvo ertuigen en bromfiet sen
Artikel 3.3.1.5 Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen
Artikel 3.3.1.5 Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen
Het is verboden hobbymatig met een motorvoertuig of een bromfiets op een manier te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder ontstaat.
Het is verboden hobbymatig met een motorvoertuig of een bromfiets op een manier te gedragen, op een zodanige wijze dat daardoor voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder ontstaat.
Art. 3.3.3.1 Aanbiedi ng ter inzameli ng van bedrijfsa fvalstoff en
Artikel 3.3.3.1 Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen
(vervalt)
Art. 3.3.3.2 Regeling van
Artikel 3.3.3.2 Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen
Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 2.5.3.1 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 2.5.2.1, achter te laten. (vervalt)
Artikel
Was
inzameli ng van bedrijfsa fvalstoff en
1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen
Wordt
ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het college te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 2.5.3.1 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.
2. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
Art. 3.3.4.4 Zwerfafv al rondom inrichtin gen
Artikel 3.3.4.4 Zwerfafval rondom inrichtingen
1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.
2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.
Artikel 3.3.4.4 Zwerfafval rondom inrichtingen
1. Degene die een inrichting drijft waar eetof drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.
2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.
3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Omgevingsplan gemeente Meppel.
3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Art. 3.3.4.6 Geen opslag van afval in de
Artikel 3.3.4.6 Geen opslag van afval in de open lucht
Artikel 3.3.4.6 Geen opslag van afval in de open lucht
Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting
Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting op te slaan of
Artikel
Was
Wordt
open lucht
als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
Art. 3.3.4.8
Artikel 3.3.4.8
(vervalt)
Art. 3.3.5.1 Opslag voertuig en, vaartuig en, mest, afvalstof fen en dergelijk e
Artikel 3.3.5.1 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Reserveren
1. In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid is het niet toegestaan op door het college aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de open lucht of buiten de weg, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
a. onbruikbare, of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
c. voertuigen als bedoeld in artikel 3.4.5.1. of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;
d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, ingekuild gras, loof of pulp, of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
Artikel 3.3.5.1 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
1. In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid is het niet toegestaan op door het college aangewezen plaatsen, buiten, in de open lucht of buiten de weg, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare, of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
c. voertuigen als bedoeld in artikel 3.4.5.1. of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;
d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, ingekuild gras, loof of pulp, of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
2. Het is niet toegestaan op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben.
Artikel
Was
Wordt
1.
3. Het college kan bij de aanwijzing nadere
2.
Het is niet toegestaan op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
regels stellen.
4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Omgevingswet en de provinciale omgevingsverordening.
3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale omgevingsverordening. Art. 3.3.5.3 — Verbod op het gebruik van (wens)b allonnen
Artikel 3.3.5.3 Verbod op het gebruik van (wens)ballonnen
Artikel 3.3.5.3 Verbod op het gebruik van (wens)ballonnen
1. In dit artikel wordt onder een (wens)ballon verstaan: een ballon die door middel van hete lucht afkomstig van vuur dan wel door middel van helium of andere gassen in de lucht wordt gebracht en mede door de wind door de lucht wordt verplaatst. Hieronder wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, geluksballon of een andere daarmee vergelijkbare ballon.
1. In dit artikel wordt onder een (wens)ballon verstaan: een ballon die door middel van hete lucht afkomstig van vuur dan wel door middel van helium of andere gassen in de lucht wordt gebracht en mede door de wind door de lucht wordt verplaatst. Hieronder wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, geluksballon of een andere daarmee vergelijkbare ballon. 2. Het is niet toegestaan een (wens)ballon op te laten of in de lucht te brengen.
2. Het is niet toegestaan een wensballon op te laten of in de lucht te brengen.
Art. 3.4.1.1 — Voorwer pen op of aan de weg
Artikel 3.4.1.1 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is niet toegestaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan de publieke functie die het heeft, indien het voorwerp of beoogde gebruik: a. schade toebrengt door zijn omvang, vormgeving, constructie of plaats van bevestiging; b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid of voor het doelmatig en veilig gebruik;
Artikel 3.4.1.1 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en
Artikel
Was
Wordt
c. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud;
leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
d. op zichzelf of in verband met de omgeving, niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
2. In het belang van de openbare orde of ter bescherming van de woon- en leefomgeving kan het college nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclame(verwijs)objecten. 3. Het college kan een ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4. Het college kan een vergunning verlenen. De vergunning wordt als omgevingsvergunning verleend als het gebruik als bedoeld in het eerste lid een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
4. Het verbod is niet van toepassing op: a. Evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de APV; b. Standplaatsen als bedoeld in artikel 1.1; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
5. Het verbod is niet van toepassing op: a. Evenementen als bedoeld in artikel 2:8 van de APV; b. Standplaatsen als bedoeld in artikel 1.1; c. Terrassen als bedoeld in artikel 2:10 van de APV. 5. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet als dit wordt geregeld in de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet of het Provinciaal wegenreglement. Art. 3.4.1.2 — (Omgevi ngs)verg unning voor het aanlegg en, beschad
Artikel 3.4.1.2 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Artikel 3.4.1.2 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
1. Het is niet toegestaan om zonder vergunning of in afwijking daarvan een weg aan te leggen, of de aanleg, de aard of de wegverharding op enige manier te veranderen.
1. Het is niet toegestaan om zonder vergunning of in afwijking daarvan een weg aan te leggen, of de aanleg, de aard of de wegverharding op enige manier te veranderen.
Artikel
Was
Wordt
igen en verander en van een weg
2. De vergunning wordt verleend:
2. De vergunning wordt verleend:
a. als omgevingsvergunning als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit;
a. als omgevingsvergunning als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit;
b. door het college in overige gevallen. 3. Het verbod is niet van toepassing als de werkzaamheden in opdracht en in uitvoering van een publieke taak van een bestuursorgaan of openbaar lichaam worden verricht. 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening Meppel. Art. 3.4.1.3 — Vergunn ingplicht aanlegg en of verander en van een uitweg
b. door het college in overige gevallen. 3. Het verbod is niet van toepassing als de werkzaamheden in opdracht en in uitvoering van een publieke taak van een bestuursorgaan of openbaar lichaam worden verricht. 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapsverordening, de Telecommunicatiewetals paragraaf 3.2.2 van deze verordening van toepassing is.
Artikel 3.4.1.3 Maken, veranderen van een uitweg
Artikel 3.4.1.3 Vergunningplicht aanleggen of veranderen van een uitweg
1. Het is niet toegestaan om een uitweg te maken naar de weg, of een verandering aan te brengen in een bestaande uitweg naar de weg:
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg aan te leggen naar de openbare weg of een bestaande uitweg te veranderen.
a. als dit voorafgaand niet is gemeld aan het college. Bij deze melding dient een situatieschets van de gewenste uitweg en foto’s van de bestaande situatie worden ingediend, of;
2. Het verbod geldt niet bij het uitvoeren van een publieke taak in opdracht van de overheid.
b. als het college het verboden heeft om een uitweg te maken of te veranderen. 2. Het college maakt kenbaar dat er een melding is ingediend op de gebruikelijke wijze. 3. Het maken of veranderen van een uitweg wordt niet toegestaan door het college als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;
Artikel
Was
Wordt
b. een openbare parkeerplaats door de uitweg verdwijnt, zonder dat dat nodig is; c. door de uitweg het openbaar groen op een onaanvaardbare manier wordt aangetast; d. de uitweg is bedoeld om een perceel te ontsluiten dat al door een andere uitweg wordt ontsloten en door de aanleg van de tweede uitweg een openbare parkeerplaats of openbaar groen verdwijnen. 4. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen acht weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of het provinciaal wegenreglement. Art. 3.4.1.4 Aanvraa gvereist en aanlegg en of verander en van een uitweg
(niet aanwezig)
Artikel 3.4.1.4 Aanvraagvereisten aanleggen of veranderen van een uitweg 1. Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitweg naar de openbare weg of het veranderen van een bestaande weg worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of foto met daarop de gewenste ligging van de uitweg; b. een foto van de bestaande situatie; c. de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- of achtererf; d. de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan; e. de te gebruiken materialen; f. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het
Artikel
Was
Wordt gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen; en g. voor zover het een aanvraag voor een extra uitweg bij een bedrijf betreft: de motivering waarom een extra uitweg nodig is voor een doelmatige en efficiënte bedrijfsvoering.
Art. 3.4.1.5 — Beoorde lingsreg els aanlegg en of verander en van een uitweg
(niet aanwezig)
Artikel 3.4.1.5 Beoordelingsregels aanleggen of veranderen van een uitweg
1.
1. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.4.1.3 wordt slechts verleend als: a. door de aanleg van de uitweg geen verkeersonveilige situatie ontstaat; b. deze niet ten koste gaat van een openbare parkeerplaats, zonder dat dat nodig is; c. het openbaar groen door de uitweg niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; d. de activiteit niet de ruimtelijke kwaliteit, waaronder het uiterlijk aanzien van de omgeving, op onaanvaardbare wijze aantast; en i.
Artikel 3.4.1.6 Voorwerp en op, in of boven openbaar vaarwate r
Artikel 3.4.1.4 Voorwerpen op, in of boven openbaar vaarwater
e. het perceel niet al door een andere uitweg wordt ontsloten, tenzij:de extra uitweg niet ten koste gaat van openbaar groen of een openbare parkeerplaats; ofbij bedrijven is aangetoond dat één uitweg een doelmatige en efficiënte bedrijfsvoering belemmert.
Artikel 3.4.1.6 Voorwerpen op, in of boven openbaar vaarwater (vernummerd)
Artikel
Was
Wordt
Art. 3.4.1.7 — Gemotor iseerde vaartuig en
Artikel 3.4.1.5 Gemotoriseerde vaartuigen
Artikel 3.4.1.7 Gemotoriseerde vaartuigen
Artikel 3.4.1.8 Verbod afvalstof fen te verbrand en buiten inrichtin gen of anderszi ns vuur te stoken
Artikel 3.4.1.6 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Artikel 3.4.1.8 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Artikel 3.4.1.86 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is niet toegestaan om afvalstoffen te verbranden of op een andere manier vuur aan te leggen, te stoken of te hebben in de openlucht, buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer.
1. Het is niet toegestaan om afvalstoffen te
2.
Als er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.
b.
c.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; vuur voor koken, bakken en braden.
3.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
4.
Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 3.1.2.4 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
5.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 en 3, van het Wetboek van
(vernummerd)
verbranden of op een andere manier vuur aan te leggen, te stoken of te hebben in de openlucht, buiten inrichtingen Wet milieubeheer.
2. Als er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;
c. vuur voor koken, bakken en braden.
3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 en 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale verordening.
Artikel
Was
Wordt Strafrecht of de provinciale milieuverordening.
Art. 3.4.3.1 Verbod hinderlij ke of gevaarlij ke reclame
Artikel 3.4.3.1 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Artikel 3.4.3.1 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
1. Het is niet toegestaan om op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken met een opschrift, aankondiging of afbeelding als daardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder voor de omgeving ontstaat.
1. Het is niet toegestaan om op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken met een opschrift, aankondiging of afbeelding als daardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder voor de omgeving ontstaat.2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet of het Omgevingsplan gemeente Meppel.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Art. 3.4.4.11 Overlast van fiets of bromfiet s op markt en kermiste rrein en dergelijk e
Artikel 3.4.4.11 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke
Art. 3.4.5.2 Recreati ef nachtver blijf buiten kampeer terreinen
Artikel 3.4.5.2 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Artikel 3.4.5.2 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
1. Het is niet toegestaan om
1. Het is niet toegestaan om
Het is niet toegestaan zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat daarvoor in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.
2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
Artikel 3.4.4.11 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Het is niet toegestaan zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, evenement, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat daarvoor in het Omgevingsplan gemeente Meppel is bestemd of mede bestemd.
2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
4. Naast de weigeringsgronden in artikel 3.1.2.4 kan de ontheffing worden
Artikel
Was
Wordt
3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
4. Naast de weigeringsgronden in artikel 3.1.2.4 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:
geweigerd in het belang van de bescherming van:
a. landschap; of b. een stadsgezicht.
a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht. Art. 3.4.6.1 Standpla atsvergu nning en weigerin gsgrond en
Artikel 3.4.6.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Artikel 3.4.6.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
1. Het is niet toegestaan om een standplaats in te nemen zonder een vergunning van het college.
1. Het is niet toegestaan om een standplaats in te nemen zonder een vergunning van het college.
2. Een standplaatsvergunning wordt verleend voor een periode van vijf jaar.
2. Een standplaatsvergunning wordt verleend voor een periode van vijf jaar.
3. Naast de weigeringsgronden in artikel 3.1.2.4 kan een vergunning worden geweigerd als:
3. Naast de weigeringsgronden in artikel 3.1.2.4 kan een vergunning worden geweigerd als:
a. De standplaats op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand;
a. De standplaats op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand;
b. In strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
b. In strijd is met het Omgevingsplan gemeente Meppel .
4. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement. 5. De weigeringsgrond als bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Art. 3.4.6.2 Marktpla atsvergu nning;
4. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement. 5. De weigeringsgrond als bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Artikel 3.4.6.2 Marktplaatsvergunning;
Artikel 3.4.6.2 Marktplaatsvergunning
Het is verboden een marktplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college.
1. Het is verboden een marktplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college.
Artikel
Art. 3.4.6.4 Inhoud vaste marktpla atsvergu nning
Was
Wordt
artikel 3.4.6.16 Vergunning bijzondere markten;
2. Een vergunning voor een vaste marktplaats wordt verleend voor een periode van tien jaar.
Artikel 3.4.6.4 Inhoud vaste marktplaatsvergunning
Artikel 3.4.6.4 Inhoud vaste marktplaatsvergunning
1. Een vaste marktplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:
1. Een vaste marktplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:
a. de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;
a. de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;
b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste marktplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; c. de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de marktplaats mag gebruiken; d. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort; e. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn marktplaats schoon oplevert; f. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; g. welke geluidsapparatuur op de marktplaats is toegestaan;
b. tijdstip en locatie van de standplaats; c. afmetingen van de kraam en de oppervlakte van de ruimte voor het gebruik handelswaar; d. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen; e. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn marktplaats schoon oplevert; f. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; 2. De marktplaatsvergunning kan tevens vermelden: a. welke geluidsapparatuur op de marktplaats is toegestaan; b. welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. 3. Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht.
h. welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. 2. Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht. Art. 3.4.6.6 Oversch
Artikel 3.4.6.6 Overschrijving vaste marktplaatsvergunning
Artikel 3.4.6.6 Overschrijving vaste marktplaatsvergunning
Artikel
Was
Wordt
rijving vaste marktpla atsvergu nning
1. In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vaste marktplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde;
1. In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vaste marktplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde;
2. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste marktplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als medeeigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.
2. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste marktplaats krijgen indien hij ten minste twee jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.
3. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 4. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel. Art. 3.4.6.8 — Toewijzi ng dagplaat s op de weekmar kt
Artikel 3.4.6.8 Toewijzing dagplaats
Art. 3.4.6.9 Toewijzi ng standwe
Artikel 3.4.6.9 Toewijzing standwerkersplaats
1. Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de marktplaats niet als vaste marktplaats wordt ingenomen. 2. Indien zich bij de opening van de markt meer gegadigden voor een dagplaats melden dan er plaatsen beschikbaar zijn, worden de dagplaatsen overeenkomstig nader door het college te stellen regels door middel van loting toegewezen.
3. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 4. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
Artikel 3.4.6.8 Toewijzing dagplaats op de weekmarkt 1. Toewijzing van een dagplaats geschiedt na overleg met de marktmeester. 2. Indien zich bij de opening van de markt meer gegadigden voor een dagplaats melden dan er plaatsen beschikbaar zijn, worden de dagplaatsen overeenkomstig nader door het college te stellen regels door middel van loting toegewezen.
(vervalt)
Artikel
Was
rkerspla ats
1. Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting.
Wordt
2. Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen. 3. Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. Art. 3.4.6.10 Eigen materiaa l
Artikel 3.4.6.10 Eigen materiaal
(vervalt)
1. De vergunninghouder dient gebruik te maken van de kramen van de door het college aangewezen kramenzetter. Het college kan in bij nadere regels vast te stellen gevallen onder daarin te stellen voorwaarden toestemming verlenen tot het gebruik van eigen materiaal. 2. Het college kan nadere regels stellen omtrent de aan het eigen materiaal te stellen eisen.
Art. 3.4.6.11 Persoonl ijk innemen marktpla ats; bijstand
Artikel 3.4.6.11 Persoonlijk innemen marktplaats; bijstand
Artikel 3.4.6.11 Persoonlijk innemen marktplaats; bijstand
1. De vergunninghouder neemt de marktplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de marktplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.
1. De vergunninghouder neemt de marktplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de marktplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.
2. De vergunninghouder mag zich op de marktplaats doen bijstaan. 3. De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog. Art. 3.4.6.13 Afwezig heid wegens
Artikel 3.4.6.13 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden
2. De vergunninghouder mag zich op de marktplaats laten ondersteunen. 3. De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog.
Artikel 3.4.6.13 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden 1. De vergunninghouder van een vaste marktplaats die wegens ziekte, vakantie of
Artikel
Was
Wordt
ziekte, vakantie of bijzonde re omstand igheden
1. De vergunninghouder van een vaste marktplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste marktplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt.
bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste marktplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoelang zijn afwezigheid duurt.
2. De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling en telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college. Art. 3.4.6.14 Ontheffi ng en vervangi ng
Artikel 3.4.6.14 Ontheffing en vervanging 1. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste marktplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de marktplaats op de markt in te nemen. 2. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn marktplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon.
Art. 3.4.6.16 Vergunn ing bijzonde re markten
Artikel 3.4.6.16 Vergunning bijzondere markten
2. De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende dag, zoals opgenomen in de vergunning gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling en telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.
Artikel 3.4.6.14 Ontheffing en vervanging 1. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste marktplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de marktplaatsin te nemen. 2. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem toestemming verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon.
(vervalt)
1. Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de weg of een openbaar water – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijk en in de openlucht gelegen plaats, een bijzondere markt te houden. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde.
Art. 3.4.6.17 Verplicht
Artikel 3.4.6.17 Verplichtingen vergunninghouder
Artikel 3.4.6.17 Verplichtingen vergunninghouder
Artikel
Was
Wordt
ingen vergunni nghoude r
1. Degene die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4.6.16 is verplicht erop toe te zien dat alle personen die een marktplaats innemen op de door hem georganiseerde bijzondere markt de voorschriften als bedoeld in de artikelen 7.1.1.3 en 3.4.6.15 in acht te nemen.
1. Degene die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4.6.16 is verplicht erop toe te zien dat alle personen die een marktplaats innemen op de door hem georganiseerde bijzondere markt de voorschriften als bedoeld in de artikelen 7.1.1.3 en 3.4.6.15 in acht te nemen.
2. Degene die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4.6.16 is tevens verplicht erop toe te zien dat de marktplaatshouders op de door hem georganiseerde bijzondere markt de voorschriften die het college verbonden heeft aan de vergunning, nageleefd worden.
Paragraa f 3.4.7 ligplaats en historisc he vaartuig en
Paragraaf 3.4.7 ligplaatsen historische vaartuigen (niet aanwezig)
Art. 3.4.7.1 — Verbod innemen ligplaats Art. 3.4.7.2 — Vaste ligplaats vergunni ng historisc h schip en wachtlijs t
Artikel 3.4.7.1. Vaste ligplaatsvergunning historisch schip en wachtlijst
a) Het college verleent voor maximaal acht historische vaartuigen vergunning voor een vaste ligplaats. Dit betreft zes vaste ligplaatsen voor een historisch schip gedurende het gehele jaar en twee reserve vaste ligplaatsen.
b) Het college maakt op een daarvoor geschikte manier bekend dat er een of meer vergunningen beschikbaar zijn en op welke wijze
2. Degene die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4.6.16 is tevens verplicht erop toe te zien dat de marktplaatshouders op de door hem georganiseerde bijzondere markt de voorschriften die het college verbonden heeft aan de vergunning, nageleefd worden.
Paragraaf 3.4.7 Ligplaatsen Artikel 3.4.7.1 Verbod innemen ligplaats Het is verboden met een historisch schip een ligplaats in te nemen of zich met een historisch schip te bevinden op een plaats waarvoor geen vergunning, als bedoeld in artikel 3.4.7.2, eerste lid, voor een vaste ligplaats ten behoeve van een historisch schip is verleend.
Artikel 3.4.7.2 Vaste ligplaatsvergunning historisch schip en wachtlijst 1. Het college verleent voor maximaal negen historische schepen een vergunning voor een vaste ligplaats. Dit betreft negen vaste ligplaatsen voor een historisch schip gedurende het gehele jaar. 2. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vaste ligplaatsvergunning ten behoeve van een historisch schip wordt advies gevraagd. De advisering vindt plaats aan de hand van de volgende toetsingscriteria:
Artikel
Was een belangstellende daarvoor in aanmerking kan komen.
c) Een aanvraag kan worden ingediend middels een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
d) Er is een wachtlijst. Het college schrijft een aanvrager op zijn schriftelijk verzoek in op de wachtlijst, indien hij voldoet aan de toetsingscriteria als bedoeld in artikel 2, derde lid, maar aan hem nog geen vaste ligplaatsvergunning kan worden toegewezen omdat het maximum aantal is bereikt.
e) De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald:
f)
a. indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks voor 1 januari heeft verlengd;
g) b. bij overlijden van de ingeschrevene;
h) c. op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;
i)
j)
d. wanneer aan de ingeschrevene een vaste ligplaatsvergunning is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt; e. indien niet meer aan de toetsingscriteria als bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt voldaan.
k) De toewijzing van een beschikbaar gekomen vaste ligplaats geschiedt aan degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst.
Wordt Leeftijd a. Het historisch schip dient tenminste 50 jaar oud te zijn. Scheepstype b. Het historisch schip dient een voormalig bedrijfsvaartuig te zijn, waarmee op de Nederlandse wateren enig beroep of bedrijf is uitgevoerd c.q. typerend is geweest binnen de ontwikkeling van de Nederlandse scheepsbouw en waarvan het karakter overwegend bewaard is gebleven. Met andere woorden, het vaartuig dient een cultuurhistorische en monumentale waarde te hebben. Silhouet c. Het silhouet van het historisch schip dient qua uiterlijk gaaf te zijn. d. Ingrepen zijn aanvaardbaar, indien deze op respectvolle wijze ten aanzien van het historische karakter van het schip hebben plaatsgevonden. Staat van het historisch schip e. Het historisch schip dient in een varende, goede en verzorgde staat te verkeren. Voortbewegen van het historisch schip f. Het historisch schip dient zich, behoudens in geval van reparatiewerkzaamheden, op eigen motorkracht te kunnen voortbewegen. Mate waarin met het historisch schip wordt gevaren g. Er dient regelmatig te worden gevaren met het historisch schip. Onder regelmatig wordt verstaan: tenminste eenmaal per jaar. Restauratieplan h. Indien het historisch schip niet geheel voldoet aan de toetsingscriteria onder c, d en e, kan op basis van een door de
Artikel
Was
Wordt
l)
Stichting Historische Schepen Meppel goedgekeurd restauratieplan, inclusief een tijdsplanning, een vergunning voor een vaste ligplaats voor een historisch schip worden verleend.
Een vergunning voor een vaste ligplaats is persoons- en vaartuiggebonden.
m) Bij verkoop en levering van het historisch schip waarvoor een vaste ligplaatsvergunning is afgegeven kan deze vergunning op naam gesteld worden van de nieuwe eigenaarbewoner. De nieuwe eigenaar kan een daartoe strekkend verzoek indienen bij het college. n) De toewijzing van een beschikbaar gekomen vaste ligplaats geschiedt aan degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst.
Omvang en welstand i. Het historisch schip moet qua uiterlijk en omvang passen in de omgeving, bij de eventueel reeds aanwezige schepen en de beschikbaar gekomen plaats. j. Het historisch schip mag niet feitelijk een jacht zijn dat, gezien zijn afmetingen in redelijkheid een plaats moet kunnen vinden in een jachthaven. 3. Het college maakt op een daarvoor geschikte manier bekend dat er een of meer vergunningen beschikbaar zijn en op welke wijze een belangstellende daarvoor in aanmerking kan komen. 4. Een aanvraag kan worden ingediend middels een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 5. Een vergunning voor een vaste ligplaats is persoons- en vaartuiggebonden. 6. Bij verkoop en levering van het historisch schip waarvoor een vaste ligplaatsvergunning is afgegeven kan deze vergunning op naam gesteld worden van de nieuwe eigenaar-bewoner. De nieuwe eigenaar kan een daartoe strekkend verzoek indienen bij het college. 7. De toewijzing van een beschikbaar gekomen vaste ligplaats geschiedt aan degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst.
Art. 3.4.7.3 — Schepen carrouse l
Artikel 3.4.7.2 Schepencarrousel
Artikel 3.4.7.3 Schepencarrousel
1. Een schip dat is ingeschreven bij
1. Een schip dat is ingeschreven bij de stichting Schepencarroussel en dat voldoet aan de afspraken van het schepencarrousel kan ligplaats innemen aan de Jan van den Boschkade of aan de Prins Hendrikkade of binnen de sluis.
de stichting Schepencarroussel en dat voldoet aan de afspraken van het schepencarrousel kan ligplaats innemen aan de Jan van den
Artikel
Was Boschkade of aan de Prins Hendrikkade.
2. De maximale ligduur voor een schip uit de schepencarroussel is 3 maanden .
3. In de periode van 1 oktober tot en met 31 maart kan op verzoek de maximale ligduur voor een schip als bedoeld in het eerste lid worden verlengd tot zes maanden tot maximaal 31 maart Hiervoor dient de procedure van artikel 2.4. lid 3 van de Havenverordening te worden gevolgd
4. Voor een schip dat voor het eerst ligplaats inneemt na minimaal drie maanden geen gebruik te hebben gemaakt van op een van de volgens het eerste lid aangewezen plaatsen en dat voldoet aan de overige criteria van het eerste lid wordt een ontheffing krachtens artikel 2.4. lid 3 van de Havenverordening geacht te zijn verleend voor de duur overeenkomstig het tweede lid.
Wordt 2. De maximale ligduur voor een schip uit de schepencarroussel is 3 maanden aan de Jan van Boschkade of aan de Prins Hendrikkade. Binnen de sluis is dit minimaal 2 nachten en maximaal 3 weken. 3. In de periode van 1 oktober tot en met 31 maart kan op verzoek de maximale ligduur voor een schip als bedoeld in het eerste lid worden verlengd tot zes maanden tot maximaal 31 maart. Hiervoor dient de procedure van artikel 2.4. lid 3 van de Havenverordening te worden gevolgd. 4. Voor een schip dat voor het eerst ligplaats inneemt na minimaal drie maanden geen gebruik te hebben gemaakt van op een van de volgens het eerste lid aangewezen plaatsen en dat voldoet aan de overige criteria van het eerste lid wordt een ontheffing krachtens artikel 2.4. lid 3 van de Havenverordening geacht te zijn verleend voor de duur overeenkomstig het tweede lid. 5. De Havengeldverordening regelt de liggelden voor historische schepen.
De havengeldverordening regelt de liggelden voor schepen die op grond van dit artikel ligplaats
Art. 3.4.7.4 — Gebruik vaste ligplaats
Artikel 3.4.7.3 Gebruik vaste ligplaats
Artikel 3.4.7.4 Gebruik vaste ligplaats
Art. 3.4.7.5 — Tijdelijk andere ligplaats
Artikel 3.4.7.4 Tijdelijk andere ligplaats
Artikel 3.4.7.5 Tijdelijk andere ligplaats
De havenmeester kan de vergunninghouder tijdelijk een andere ligplaats aanwijzen in verband met activiteiten, onderhoudswerkzaamheden of iets dergelijks.
(vernummerd)
(vernummerd)
Artikel
Was
Wordt
Art. 3.4.7.6 — Intrekkin g van een vaste ligplaats vergunni ng
Artikel 3.4.7.5 Intrekking van een vaste ligplaatsvergunning
Artikel 3.4.7.6 Intrekking van een vaste ligplaatsvergunning
Art. 3.5.1.1 Verbods bepaling en en omgevin gsvergu nning
Artikel 3.5.1.1 Verbodsbepalingen en vergunning
Artikel 3.5.1.1 Verbodsbepalingen en omgevingsvergunning
1. Het is niet toegestaan een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of aan het monument onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding ervan noodzakelijk is.
1. Het is niet toegestaan een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of aan het monument onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding ervan noodzakelijk is.
(vernummerd)
2. Het is niet toegestaan zonder vergunning van het college, of in strijd met de voorschriften bij die vergunning een beschermd gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een manier dat het monument wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3. Het verbod en de vergunningplicht als bedoeld in het tweede lid gelden niet als: a. de activiteit betrekking heeft op normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort, kleur, en aanleg (in geval van een tuin, park of andere aanleg) niet wijzigt, of; b. de activiteit alleen leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft. 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de manier waarop de werkzaamheden moeten worden
2. Het is niet toegestaan zonder omgevingsvergunning van het college, of in strijd met de voorschriften bij die vergunning een beschermd gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een manier dat het monument wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3. Het verbod en de omgevingsvergunningplicht als bedoeld in het tweede lid gelden niet als: a. de activiteit betrekking heeft op normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort, kleur, en aanleg (in geval van een tuin, park of andere aanleg) niet wijzigt, of; b. de activiteit alleen leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft. c. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden:
Artikel
Was
Wordt
uitgevoerd. Deze regels kunnen ook gaan over de vergunningplicht, zoals bedoeld in het tweede lid, of een verplichting om werkzaamheden te melden, zoals bedoeld in derde lid.
1. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2. doen van begravingen of as bijzettingen; of 3. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument (of een onderdeel daarvan). 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de manier waarop de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Deze regels kunnen ook gaan over de vergunningplicht, zoals bedoeld in het tweede lid.
Art. 3.5.1.3 Weigerin gsgrond en
Art. 3.6.1.1 Kapverb od Monume ntale bomen
Artikel 3.5.1.3 Weigeringsgronden
Artikel 3.5.1.3 Weigeringsgronden
1. De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.
1. De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 3.5.1.1, tweede lid, kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.
2. Voor een omgevingsvergunning voor kerkelijk monument is overeenstemming met de eigenaar vereist.
2. Voor een omgevingsvergunning voor kerkelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, is afstemming met de eigenaar vereist.
Artikel 3.6.1.1 Kapverbod Monumentale bomen
Artikel 3.6.1.1 Kapverbod monumentale bomen
1. Het is niet toegestaan om monumentale bomen te vellen of te laten vellen die staan vermeld op Bomenlijst (de lijst met bijbehorende kaart in de bijlage).
1. Het is niet toegestaan om monumentale bomen te vellen of te laten vellen die staan vermeld op de Bomenlijst als bedoeld in bijlage 2.
2. Bij een omgevingsvergunning kan door het college worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid als er geen redelijke maatregelen getroffen kunnen worden om het vellen te voorkomen en als er sprake is van: a. onveilige situaties door instabiliteit en/of onvoldoende vitaliteit;
2. Bij een omgevingsvergunning kan door het college worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid als er geen redelijke maatregelen getroffen kunnen worden om het vellen te voorkomen en als er sprake is van: a. onveilige situaties door instabiliteit en/of onvoldoende vitaliteit; b. schade of dreigende schade aan de omgeving;
Artikel
Was
Wordt
b. schade of dreigende schade aan de omgeving;
c. een zwaarwegend geval van algemeen belang.
c. een zwaarwegend geval van algemeen belang.
3. Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
3. Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
4. Het college kan nadere regels stellen voor de uitvoering van het tweede en derde lid.
4. Het college kan nadere regels stellen voor de uitvoering van het tweede en derde lid. Hoofdstu k6 Procedur ele bepaling en
Hoofdstuk 6 procedurele bepalingen
Hoofdstuk 6 Procedurele bepalingen
Art. 6.2.1.1 Advies gemeent elijke adviesco mmissie
Artikel 6.2.1.1 Advies gemeentelijke adviescommissie
(vervalt)
1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 2.3.2.1 advies aan een gemeentelijke adviescommissie waarbinnen enkele leden deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Van de adviescommissie maken geen deel uit leden van het gemeentebestuur. 2. De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. 3. De gemeentelijke adviescommissie brengt binnen 8 weken na ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit.
Art. 6.2.2.1 Advies gemeent elijke adviesco mmissie
Artikel 6.2.2.1 Advies gemeentelijke adviescommissie Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 6.2.1.1, eerste lid. Artikel 6.2.1.1,
(vervalt)
Artikel
Was
Wordt
tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Art. 6.2.3.1 Advies omgevin gsvergu nning rijksmon ument
Artikel 6.2.3.1 Advies omgevingsvergunning rijksmonument
(vervalt)
Art. 6.2.4.1 Stichting Historisc he Schepen Meppel
Artikel 6.2.4.1. Stichting Historische Schepen Meppel
(vernummerd naar en aangepast naar 6.4.2.1)
Art. 6.3.1.4 — Procedu res bij het standwe rken
Artikel 6.3.1.4 Procedures bij het standwerken
(vervalt)
Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 6.2.1.1, eerste lid. Artikel 6.2.1.1, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Het college stelt per marktdag het maximum aantal standwerkersplaatsen vast.
2. Het college kan nadere regels stellen over
a. de voorwaarden waaronder een standwerker in aanmerking komt voor een standwerkersplaats;
b. de wijze waarop de loting plaatsvindt;
c. de wijze en beoordeling van het standwerken.
Artikel
Was
Wordt
Paragraa f 6.4.2 Advies bij vergunni ng ligplaats historisc h schip
Paragraaf 6.2.4
Paragraaf 6.4.2 Advies bij vergunning ligplaats historisch schip
Art. 6.4.2.1 — Advies ligplaats historisc h schip
Artikel 6.2.4.1. Stichting Historische Schepen Meppel a) Stichting Historische Schepen Meppel adviseert het college over de algemene visie, het beleid en de kwaliteit voor zover het betreft historische vaartuigen in het grachtengebied en de daarin gesitueerde vaste ligplaatsen. b) Stichting Historische Schepen Meppel adviseert het college over een aanvraag voor een vergunning voor een vaste ligplaats voor een historisch vaartuig, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid onder c, van de Havenverordening. c) De advisering van Stichting Historische Schepen Meppel vindt plaats aan de hand van de volgende toetsingscriteria waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een vergunning voor een vaste ligplaats: a) Leeftijd b) Het vaartuig dient tenminste 50 jaar oud te zijn c) Scheepstype d) Het vaartuig dient een voormalig bedrijfsvaartuig te zijn, waarmee op de Nederlandse wateren enig beroep of bedrijf is uitgevoerd c.q. typerend is geweest binnen de ontwikkeling van de Nederlandse scheepsbouw en waarvan het karakter overwegend bewaard is gebleven. e)Met andere woorden, het vaartuig dient een cultuurhistorische en monumentale waarde te hebben. f) Silhouet g) Het silhouet van het vaartuig dient qua uiterlijk gaaf te zijn.
Artikel 6.4.2.1 Advies ligplaats historisch schip 1. Stichting Historische Schepen Meppel adviseert het college over de algemene visie, het beleid en de kwaliteit voor zover het betreft historische schepen in het grachtengebied en de daarin gesitueerde vaste ligplaatsen. 2. Stichting Historische Schepen Meppel adviseert het college over een aanvraag voor een vergunning voor een vaste ligplaats voor een historisch schip, als bedoeld in artikel 3.4.7.2, eerste lid. 3. Stichting Historische Schepen Meppel brengt binnen zes weken na ontvangst van een adviesaanvraag voor een vergunning advies uit aan het college. 4. Wanneer Stichting Historische Schepen Meppel is opgehouden te bestaan of buiten staat is om te adviseren zal het college advies over een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid vragen aan een deskundig persoon met kennis en ervaring op het gebied van historische schepen.
Artikel
Was h) Ingrepen zijn aanvaardbaar, indien deze op respectvolle wijze ten aanzien van het historische karakter van het schip hebben plaatsgevonden. i) Staat van het vaartuig j) Het vaartuig dient in een varende, goede en verzorgde staat te verkeren. k) Voortbewegen van het vaartuig l) Het vaartuig dient zich, behoudens in geval van reparatiewerkzaamheden, op eigen motorkracht te kunnen voortbewegen. m) Mate waarin met het vaartuig wordt gevaren n) Er dient regelmatig te worden gevaren met het vaartuig. Onder regelmatig wordt verstaan: tenminste één maal per jaar. o) Restauratieplan p) Indien het vaartuig niet geheel voldoet aan de toetsingscriteria onder c, d en e, kan op basis van een door de Stichting Historische Schepen Meppel goedgekeurd restauratieplan, inclusief een tijdsplanning, een vergunning voor een vaste ligplaats voor een historisch vaartuig worden verleend. q) Omvang en welstand r) Het vaartuig moet qua uiterlijk en omvang passen in de omgeving, bij de eventueel reeds aanwezige schepen en de beschikbaar gekomen plaats. s) Het vaartuig mag niet feitelijk een jacht zijn dat, gezien zijn afmetingen in redelijkheid een plaats moet kunnen vinden in een jachthaven. d) De toetsingscriteria als bedoeld in het derde lid kunnen door Stichting Historische Schepen Meppel worden uitgewerkt. De uitwerking c.q. nadere invulling van de toetsingscriteria dient
Wordt
Artikel
Was
Wordt
ter goedkeuring aan het college te worden voorgelegd. e) Stichting Historische Schepen Meppel brengt binnen zes weken na ontvangst van een adviesaanvraag voor een vergunning advies uit aan het college. f) Wanneer Stichting Historische Schepen Meppel is opgehouden te bestaan of buiten staat is om te adviseren zal het college advies over een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid vragen aan een deskundig persoon met kennis en ervaring op het gebied van historische schepen. Art. 7.1.1.5 — Uitsluitin g dagplaat shouder