CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit - Wijzigingsverordening fysieke leefomgeving

1 - RAADSVERGADERING 18 juni 2026, gemeente MeppelBij agendapunt: Wijziging Verordening fysieke leefomgeving (Vfl)24.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Artikel 7.1.1.5 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze:

a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;

b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

c. niet als standwerker actief is op

Artikel 7.1.1.5 Uitsluiting dagplaatshouder Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats van de toewijzing van een dagplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze:

a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;

b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

een hem toegewezen standwerkersplaats;

d. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Art. 7.1.1.6 — Onmidd ellijke verwijde ring

Artikel 7.1.1.6 Onmiddellijke verwijdering Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij:

(vervalt)

Artikel

Was

Wordt

a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;

b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats.

Art. 7.1.2.1 — Strafbep aling

Artikel 7.1.2.1 Strafbepaling

Artikel 7.1.2.1 Strafbepaling

1. Overtreding van een bij of

1. Overtreding van een bij of krachtens deze

krachtens deze verordening vastgestelde verbodsbepaling, niet nakoming van een bij of krachtens deze verordening opgelegde verplichting en niet nakoming van één of meer voorschriften aan een vergunning of ontheffing verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.4.1.1, vierde lid, 3.4.1.2, tweede lid, 3.6.1.1, eerste lid en 3.6.1.2, eerste lid als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit.

3. Overtreding van artikel 3.3.2.1, artikel 3.3.2.2 of van artikel 3.3.2.4 tot en met artikel 3.3.2.6 en artikel 3.3.3.1, 3.3.3.2, 3.3.4.1, 3.3.4.2, 3.3.4.3 en 3.3.4.4 tot en met artikel 3.3.4.7 en 3.4.4.4, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

verordening vastgestelde verbodsbepaling, niet nakoming van een bij of krachtens deze verordening opgelegde verplichting en niet nakoming van één of meer voorschriften aan een vergunning of ontheffing verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

2. In afwijking van het eerste lid is de Omgevingswet van toepassing op overtreding van een omgevingsvergunningplichtige activiteit.

3. Overtreding van artikel 3.3.2.1, artikel 3.3.2.2 of van artikel 3.3.2.4 tot en met artikel 3.3.2.6 en artikel 3.3.3.1, 3.3.3.2, 3.3.4.1, 3.3.4.2, 3.3.4.3 en 3.3.4.4 tot en met artikel 3.3.4.7 en 3.4.4.4, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

Artikel

Was

Wordt

Art. 7.2.1.4 — Overgan gsbepali ng Telecom municati everorde ning gemeent e Meppel

Artikel 7.2.1.4 Overgangsbepaling Telecommunicatieverordening gemeente Meppel

Artikel 7.2.1.4 Overgangsbepaling Telecommunicatieverordening gemeente Meppel

De aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op open bare gronden, voor zover deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen, dient door de aanbieders binnen een jaar na inwerkingtreding van deze verordening te worden gemeld aan het college via het aanmeldingsformulier als genoemd in artikel 3, eerste lid.

De aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op openbare gronden, voor zover deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen, dient door de aanbieders binnen een jaar na inwerkingtreding van deze verordening te worden gemeld aan het college via het aanmeldingsformulier als genoemd in artikel 3, eerste lid.

Art. 7.2.1.6 — Overgan gsbepali ng kabels en leidinge n

(niet aanwezig)

Artikel 7.2.1.6 Overgangsbepaling kabels en leidingen 1.

Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van de vastgestelde wijziging van deze verordening in 2026 rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de door het college verleende toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning respectievelijk instemmingsbesluit krachtens deze verordening.

2.

Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van toepassing.

3.

Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de vastgestelde wijziging van deze verordening een instemmingsbesluit is aangevraagd op grond van de voorheen geldende bepalingen van de Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022, waarop nog niet is beslist, wordt deze aanvraag beoordeeld aan de hand van de voorheen geldende bepalingen uit de Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022.

Artikel

Was

Wordt

Art. 7.3.1.3 Citeertit el

Artikel 7.3.1.3 Citeertitel

Artikel 7.3.1.3 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022.

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening fysieke leefomgeving gemeente Meppel 2022.

Ondertekening

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 28 oktober 2021,

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 18 juni 2026,

de griffier, de voorzitter,

de griffier, de voorzitter,

Bijlage 1 - Groene Kaart

Bijlage 1 Bomen lijst/Groene Kaart

Bijlage 1 Groene Kaart

Bijlage 2 Bomenlij st

Bijlage 2

Bijlage 2 Bomenlijst

Bijlage 3 Selectie criteria aanwijzi ng gemeent elijk monume nt

Toelichting (vervalt)

Bijlage 3 Selectiecriteria aanwijzing gemeentelijk monument Het gebruik van selectiecriteria Het toetsingskader wordt gebruikt bij: het opstellen van de monumentenbeschrijving of gebiedsbeschrijving van het voorgedragen object (monument) of complex (stads- of dorpsgezicht); de advisering over de aanwijzing door de gemeentelijke Adviescommissie; het besluit van het college en de raad over de aanwijzing van het voorgedragen object of complex als gemeentelijk (archeologisch) monument. Met het vaststellen van dit Afwegingskader Monumenten wordt het toetsingskader voor iedereen inzichtelijk. Per selectiecriterium wordt een score toegekend. Er is een waardering van 0 tot maximaal 3 *** per criterium (stedenbouwkundige waarden, architectuurhistorische waarden en cultuurhistorische waarden, gaafheid en zeldzaamheid). Doorgaans zullen meerdere criteria een rol spelen om een object of complex aan te kunnen merken als waardevol ruimtelijk erfgoed. Bij monumenten- en erfgoedinventarisaties is

Artikel

Was

Wordt veelal het uitgangspunt dat aan minstens vier van de vijf criteria wordt voldaan. Maar het is niet zo dat alle criteria gelijktijdig van toepassing moeten zijn om een object of complex aan te wijzen. Alle criteria zijn gelijk van waarde en kunnen in combinatie met elkaar een aanvullende rol vervullen. Zo kan bijvoorbeeld een lage score op gaafheid gecompenseerd worden door een hoge score op zeldzaamheid. Of is het mogelijk dat een object of complex op minder criteria uitzonderlijk hoog scoort, waardoor het eveneens gewaardeerd kan worden als waardevol ruimtelijk erfgoed. Bij een totaalscore van minimaal 7*** komt een object of complex in principe in aanmerking voor de beschermde status van gemeentelijk monument. Bij de waardering van archeologische monumenten wordt een vergelijkbare systematiek gehanteerd. In dit geval wordt een score toegekend aan de selectiecriteria belevingswaarde, fysieke waarde en inhoudelijke waarde. Een monument wordt op basis van fysieke kwaliteit als in principe behoudenswaardig aangemerkt, indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (5 of 6 punten) scoren. Bij een middelmatige tot lage score (4 punten of minder), wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of een vindplaats toch behoudenswaardig is.

Indien te verwachten is dat op een van de inhoudelijke criteria ‘hoog’ wordt gescoord, wordt de vindplaats ook in principe behoudenswaardig geacht. Dit ‘vangnet’ heeft tot doel ervoor te zorgen dat terreinen die van beperkte fysieke kwaliteit zijn, maar desondanks inhoudelijk van groot belang, uit de beoordeling vallen. De systematiek van het waarderen van een vindplaats is beschreven in de BRL 4000, KNA LB bijlage IV. Bij een behoudenswaardige waardering kan een object of complex in principe in aanmerking komen voor de beschermde status van gemeentelijk archeologisch monument. Criteria voor het aanwijzen van gemeentelijke monumenten

Artikel

Was

Wordt Bovengrondse monumenten Als ‘object’ kunnen alle gebouwen, bouwwerken, straatmeubilair, parken, begraafplaatsen, waterwerken (waaronder bruggen en sluizen) en andere infrastructurele werken worden aangemerkt. Objecten met een sterke onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, maar ook groepen van (gelijke) gebouwen kunnen als ‘complex’ worden beschreven. Daarbij kan gedacht worden aan straatwanden, bebouwing aan pleinen, series (vrijwel) identieke woonhuizen, of woon-, industrie- en havengebieden alsook landschaps-, groenen waterstructuren. Stedenbouwkundige waarde (of ensemblewaarde) Het object of complex is een essentieel onderdeel van een in cultuurhistorisch opzicht belangrijk stedenbouwkundig of land- schappelijk concept; Het object of complex is een onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk of landschappelijk gebied en speelt daarin een beeldbepalende rol; Het object of complex is van belang vanwege de wijze van ver- kaveling, inrichting en voorzieningen; Het object of complex heeft een bijzondere betekenis voor het aanzien van een streek, stad, dorp of wijk (oriëntatiepunt); Het object of complex is van belang vanwege de bijzondere kwaliteit van de bebouwing en de (historisch) ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of bodemgesteldheid; Het object/ complex is van belang in het werk van een bekend stedenbouwkundige of

landschapsarchitect. Architectuurhistorische waarde

Artikel

Was

Wordt Het object of complex is een goed voorbeeld van een bepaalde stijl of bouwtechniek; Het object of complex is een goed voorbeeld van het oeuvre van een architect, ingenieur, bouwmeester of kunstenaar, en neemt een belangrijke plaats in binnen de plaatselijke, regionale of landelijke architectuurgeschiedenis; Het object of complex heeft bijzondere esthetische kwaliteiten in ontwerp van exterieur en/of interieur (massa, ruimtelijke indeling, verhoudingen in de gevels, bijzondere of zeldzame detaillering, materiaal- en/of kleurgebruik); Het object of complex heeft een bijzonder of zeldzaam interieur of bevat bijzondere en/of zeldzame onderdelen of monumentale kunst in het interieur; Het object of complex, of onderdelen daarvan, heeft bijzondere bouwhistorische kwaliteiten; Het object of complex is van belang vanwege een constructie- wijze die historisch is overgeleverd of vernieuwend is voor de tijd van ontstaan (pioniersfunctie).

Cultuurhistorische waarde Het object of complex is van belang als bijzondere uitdrukking van een culturele, sociaal-economische, religieuze, technische of typologische ontwikkeling; Het object of complex is van belang als bijzondere uitdrukking van een geografische, landschappelijke of bestuurlijke ontwikkeling; Het object of complex is van belang vanwege een plaatselijk, regionaal of landelijk historisch gegeven (feiten, gebeurtenis- sen, bewoners, beroepen e.d.); Het object of complex heeft een bijzondere herinneringswaarde.

Artikel

Was

Wordt Gaafheid (of herkenbaarheid) Het object of complex is van belang vanwege de architectonische gaafheid van het exterieur en/of interieur; Het object of complex is van belang als onderdeel van een groter geheel, waarvan de samenstellende delen (hoofd- en bijgebouwen, hekwerken, tuinaanleg e.d.) een gaaf en herkenbaar karakter hebben; Het object of complex is van belang als onderdeel van een stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving met een gave structuur en een herkenbaar visueel karakter. Zeldzaamheid Het object of complex is van belang vanwege zijn zeldzaamheid in stedenbouwkundig, architectuurhistorisch, bouwtechnisch, typologisch of functioneel opzicht en/of zijn bijzondere ouderdom; Het object of complex is van uitzonderlijk belang vanwege één of meer van bovengenoemde kwaliteiten. Archeologische monumenten Alle archeologische vindplaatsen, zoals bijvoorbeeld woonhuizen, erven, infrastructurele werken of begraafplaatsen kunnen als archeologisch monument worden aangemerkt.

Belevingswaarde Het object of complex is van belang als visuele representatie van het onzichtbare archeologische bodemarchief; Het object of complex is van belang als onderdeel van een historisch gegroeid gebied of een specifieke stedelijke ontwikkeling; Het object of complex is van belang om zijn verbondenheid met een plaatselijk, regionaal of landelijk historisch gegeven (feiten, gebeurtenissen, bewoners, beroepen e.d.) en speelt een rol bij het in

Artikel

Was

Wordt herinnering brengen van het culturele erfgoed. Fysieke kwaliteit Het object of complex is van belang vanwege de gaafheid en samenhang van de grondsporen; Het object of complex is van belang vanwege de mate van behoud van archeologische vondsten. Inhoudelijke kwaliteit Het object of complex is van belang vanwege zijn zeldzaamheid binnen de archeologische periode en archeologische regio; Het object of complex is van belang als onderdeel van een stedelijke of landschappelijke context; Het object of complex is van belang vanwege de bijdrage aan kennisvorming over het verleden.

Bijlage 4 - Kaart ligplaats en historisc he schepen

(niet aanwezig)

Bijlage 4 Kaart ligplaatsen historische schepen

Bijlage 5 Algemen e uitvoerin gsregels voor het aanlegg en van kabels en leidinge n

(niet aanwezig)

Bijlage 5 Algemene uitvoeringsregels voor het aanleggen van kabels en leidingen 1.

Inleidende regels

1.1. Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze algemene regels zijn de begripsbepalingen uit de Verordening Fysieke Leefomgeving van toepassing. In aanvulling daarop wordt in dit protocol verstaan onder: a.

Bijzondere verharding: waterdoorlatende, water passerende, sierbestrating of natuursteen;

Artikel

Was

Wordt b.

Dagmaat: de vrije ruimte tussen de kabels en leidingen;

c.

Dekking: de afstand van het maaiveld en de bovenkant van het net;

d.

Gesloten verharding: asfalt, beton of openverharding met (cement) gebonden fundering;

e.

Groenvoorzieningen: plantvakken, struiken, bermen en gazons;

f.

Handholes: een ondergrondse behuizingsvoorziening die is geïnstalleerd om gemakkelijk toegang te verschaffen voor werkzaamheden aan kabels en leidingen

g.

Open verharding: verhardingen van ongebonden elementen;

h.

Openbaar elektronisch communicatienetwerk: netwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;

i.

Small cell: een draadloos toegangspunt met klein bereik ten behoeve van draadloze connectiviteit;

2.

Procedurele voorschriften

2.1. Verandering in eigendom, exploitatie, beheer of gebruik Wanneer sprake is van een verandering in eigendom, exploitatie, beheer of gebruik meldt de netbeheerder dit bij het college, waarbij in ieder geval de volgende gegevens worden aangeleverd: a.

zijn naam en adres;

b.

het nummer van de over te dragen vergunning of het instemmingsbesluit;

c.

het adres, de kadastrale aanduiding dan wel de ligging van de kabel(s) of leiding(en) waarop de verandering betrekking heeft;

Artikel

Was

Wordt d.

de beoogde datum van overdracht;

e.

een omschrijving van de verandering in eigendom of exploitatie;

f.

wanneer het om een verandering in de eigendom gaat: de naam en het adres van de nieuwe eigenaar;

g.

contactpersoon van de nieuwe (vergunning)houder, eigenaar/ exploitant of beheerder van de kabel(s) of leiding(en).

2.2. Voorschouw 1.

Het college kan de netbeheerder verplichten om voorafgaande aan de werkzaamheden een rapport op te maken van de bestaande toestand van de openbare ruimte.

2.

De bestaande toestand wordt in beginsel door de netbeheerder opgenomen in een rapport, voorzien van omschrijvingen en beeldmateriaal.

3.

Het college kan besluiten om de bestaande situatie zelf op te nemen in een rapport.

4.

De rapportage als bedoeld in het vorige lid wordt door het college vastgesteld.

5.

Indien de verplichting als bedoeld in het eerste lid niet door de gemeente is opgelegd, kan de netbeheerder het college vragen om een voorschouw vast te stellen, waarbij de bestaande toestand van de openbare ruimte wordt vastgelegd.

2.3. Uitvoering 1.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een kopie van het instemmingsbesluit of de vergunning met alle bescheiden (digitaal of analoog) aanwezig te zijn op het werk.

2.

De netbeheerder voert zijn werkzaamheden uit in overeenstemming met het

Artikel

Was

Wordt instemmingsbesluit dan wel de vergunning en het eventuele werkplan. 3.

De netbeheerder waarborgt de veiligheid op en rondom de werklocatie voor werknemers en de omgeving tijdens de uitvoering en buiten werktijden.

4.

Ontwerpen, bouwstoffen en uitvoeringsmethoden dienen aantoonbaar te voldoen aan alle geldende wetten, normen en richtlijnen.

5.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden in, op of in de nabijheid van bomen of groenvoorzieningen moet rekening worden gehouden met het beleid als omschreven in de laatste versie van het Handboek Bomen en de Omgevingswet.

6.

Eventuele uitloop van de werkzaamheden te melden via het meldsysteem van de gemeente.

7.

Naast de voorschriften als bedoeld in het tweede lid dient de uitvoering te geschieden conform de meest recente versie van de volgende CROWpublicaties: a.

Schade voorkomen aan kabels en leidingen;

b.

Werken in en met verontreinigde bodem;

c.

Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen;

d.

Standaardmaatregelen op nietautosnelwegen;

e.

Standaard RAW-bepalingen.

f.

Werken met stabiele grond.

2.4. Werktijden

Artikel

Was

Wordt 1.

Werkzaamheden worden uitgevoerd op werkdagen tussen 07:00 en 18:00 uur.

2.

De werkzaamheden worden niet uitgevoerd tijdens officiële feestdagen, tenzij het een calamiteit betreft.

3.

Het college kan afwijkende werktijden voorschrijven in de omgevingsvergunning of instemmingsbesluit.

2.5. Verkeersvoorzieningen 1.

Verkeersvoorzieningen mogen maximaal 72 uur voor aanvang van de werkzaamheden, met de voor- of beeldzijde afgedraaid van het verkeer, worden aangebracht.

2.

Verkeersvoorzieningen mogen niet aan lichtmasten worden bevestigd en mogen het zicht op de overige bebording en eventuele camera’s niet ontnemen.

3.

Verkeersvoorzieningen dienen op de dag van en voor aanvang van de werkzaamheden met de voor- of beeldzijde naar het verkeer te worden geplaatst.

4.

Verkeersvoorzieningen die (tijdelijk) geen dienst (meer) doen dienen meteen verwijderd c.q. afgedraaid of afgedekt te worden tot het tijdstip dat deze weer nodig zijn.

5.

Indien er sprake is van een omleiding moet de vooraankondiging minimaal 5 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden worden geplaatst.

2.6. Bereikbaarheid 1.

De netbeheerder dient de bereikbaarheid voor hulpdiensten tijdens zijn werkzaamheden doorlopend te waarborgen, waarbij de hulpdiensten de gebouwen en werken op tenminste 40 meter moeten kunnen benaderen. De minimale doorrijdbreedte bedraagt 3,5 meter en de doorrijdhoogte 4,5 meter.

Artikel

Was

Wordt 2.

Brandkranen, aansluitingen voor droge blusleidingen dienen te allen tijde zichtbaar en bereikbaar te zijn.

3.

De netbeheerder waarborgt de bereikbaarheid van alle percelen, woningen, winkels, bedrijven en openbare gebouwen.

4.

Alle (nood)uitgangen dienen over de volle breedte toegankelijk gehouden te worden inclusief de te volgen vluchtweg met voldoende ruimte.

2.7. Bereikbaarheid voor personen met een functiebeperking Voor personen met een functiebeperking dient ten minste een route tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een toegankelijkheidssector van een gebouw over een weg, pad of steiger te lopen met: a.

een breedte van minimaal 0,90 m, en

b.

bij een te overbruggen hoogteverschil van meer dan 0,02 m, een hellingbaan als bedoeld in paragraaf 3.2.4. Besluit bouwwerken leefomgeving;

c.

een doorgang waardoor een hierboven bedoelde route voert heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een vrije hoogte van ten minste 2 m.

2.8. Wortelwerend scherm De obstakelvrije zone is de ruimte (boven- en ondergronds) rondom de boom die als uitgangspunt (binnen het bomenontwerp) vrij is van obstakels zodat de boom (ook in het beoogde eindbeeld) voldoende ‘vrije’ ontwikkelingsruimte heeft. Als er toch ondergrondse infra binnen de obstakelvrije zone van bomen worden aangelegd, dan bestaat er een reële kans dat er schade ontstaat aan de ondergrondse infra door wortelgroei. Om dit te voorkomen zullen er maatregelen moeten worden genomen om dat te voorkomen.

Artikel

Was

Wordt 3. Technische bepalingen 3.1. Herkenbaarheid Zowel bovengrondse als ondergrondse voorzieningen moeten zijn voorzien van een kenmerk, waarop duidelijk te zien is wie de beheerder van de voorziening is. 3.2. Tracébepaling algemeen 1.

In het gehele beheergebied van de gemeente geldt bij plaatsbepaling van kabels en leidingen als uitgangspunt het standaardprofiel Meppel. De netbeheerder stemt zijn werkzaamheden af conform het gestelde in de NPR 7171-2.

2.

Bij het bepalen van een tracé dient te allen tijde rekening te worden gehouden met aanwezige objecten zoals langs liggende dan wel kruisende wegen, spoorwegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, viaducten, tunnels, naastliggende kabels en leidingen, bomen, gebouwen.

3.3. Medegebruik van voorzieningen 1.

Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van telecomkabels in openbare gronden zoveel mogelijk medegebruik te maken van bestaande, hetzij door andere netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels.

2.

Het eerste lid vindt geen toepassing indien de aanbieder aannemelijk kan maken dat medegebruik op technische of economische gronden niet haalbaar is.

3.

Indien het gekozen tracé niet kan worden uitgevoerd, is het aan de aanbieder om een alternatief tracé te kiezen. Ook kan het college een alternatief tracé aanwijzen.

4.

Kabels en leidingen ten behoeve van de werking van small cells worden in één mantelbuis dan wel gebundeld aangelegd.

Artikel

Was

Wordt 3.4. Horizontale indeling Bij de tracébepaling gelden ten aanzien van de horizontale indeling de volgende algemene uitgangspunten. a.

huisaansluitingen en tijdelijke aansluitingen worden zo veel mogelijk haaks op het net en haaks op de weg aangelegd;

b.

bij het indelen van kabels of leidingen in de nabijheid van bomen moet rekening worden gehouden met het beleid als bedoeld in het Handboek Bomen, zie ook de voorschriften met betrekking tot wortelwerend scherm lid 14 van deze bijlage;

c.

bij het kruisen van wegen en/of waterwegen worden kabels of leidingen haaks aangelegd;

d.

bij bruggen en steigers een minimale afstand tussen de te leggen kabel of leiding van 5 meter gemeten vanaf de buitenzijde van de brug of steiger aan de zijde van de werkzaamheden;

e.

er mogen geen kabels of leidingen aan of in een brug of steiger worden aangelegd.

3.5. Verticale indeling Bij de tracébepaling gelden ten aanzien van de verticale indeling de volgende algemene uitgangspunten: a.

Er geldt een minimale dekking van 0,60m;

b.

Vrijvervalleidingen hebben voorrang boven overige leidingen;

c.

Leidingen worden in principe horizontaal gelegd, behoudens vrijverval leidingen;

d.

Bij kruisingen van leidingen met andere leidingen in open ontgraving bedraagt de tussenruimte (verticale dagmaat) ten minste 0,10 m;

e.

Bij sleufloze technieken is de diepteligging afhankelijk van de situatie ter plaatse. De verticale dagmaat ten opzichte van de te

Artikel

Was

Wordt kruisen leidingen bedraagt ten minste 0,50 m, waarbij de te boren/persen leiding onder de bestaande leiding(en) dient te worden gevoerd. Genoemde minimale verticale dagmaat dient aantoonbaar te worden gegarandeerd om schade aan de te kruisen leidingen te voorkomen en na uitvoering digitaal als revisie bij het college te worden aangeleverd (boorprofiel inclusief bestaande kabels en leidingen); f.

Watergangen die beheerd worden door de gemeente dienen op ten minste 1,00 m onder de vaste bodem te worden gekruist. Kabels of leidingen die een watergang kruisen, dienen te worden ommanteld dan wel op een gelijksoortige wijze van een beschermingsbuis te worden voorzien. Indien de watergang niet in het beheer is van de gemeente gelden de voorschriften van die beheerder.

3.6. Bovengrondse voorzieningen 1.

De locatie, het uiterlijk, de kleurstelling en de afmetingen van bovengrondse voorzieningen die verband houden met kabels en leidingen zoals transformator-, schakel- en verdeelstations, versterkers, etc., wordt vooraf afgestemd met het college.

2.

De netbeheerder is verantwoordelijk voor een goed beheer van de bovengrondse voorzieningen en dient op aanschrijven van het college bij beschadigingen, vervuiling en/of bekladding de bovengrondse voorzieningen binnen de door het college gestelde termijn te herstellen.

3.

Bovengrondse voorzieningen dan wel concentraties daarvan, dienen te worden omgeven of begrensd door een minimaal 40 cm brede verharding (tegel + band).

3.7. Handholes 1.

De locatie van handholes wordt vooraf afgestemd met het college.

Artikel

Was

Wordt 2.

Handholes worden in beginsel niet geplaatst: a.

binnen de ruimte die gereserveerd is voor bestaande en toekomstige kabel- en leidingtracés;

b.

in de rijbaan;

c.

binnen de (toekomstige)kroonprojectie van een boom;

d.

binnen 3 meter uit het hart van een boom.

3.

Handholes die maximaal 2 x per jaar geopend worden, worden aangebracht met een minimale dekking van 0,40 m onder het maaiveld en afgedekt met straatzand.

4.

Handholes die meer dan 2 x per jaar geopend worden, worden voorzien van een geprofileerde putdekselconstructie conform verkeersklasse D400 NEN-EN 124. Na zetting dient de putdekselconstructie op dezelfde hoogte te liggen als het omringend maaiveld en/of (bovenkant) elementenverharding.

3.8. Small cells 1.

De locatie van small cells wordt vooraf afgestemd met het college.

2.

Het college kan omwille van stedenbouwkundige of planologische doelstellingen colocatie of gedeeld gebruik opleggen.

3.

Als uitgangspunt geldt dat voorzieningen ten behoeve van de werking van small cells zoals telecom- en/of elektriciteitskabels in één mantelbuis dan wel gebundeld worden aangelegd.

3.9. Uitnemen en terugplaatsen grond 1.

De graafwerkzaamheden moeten zo worden uitgevoerd dat beschadiging van in de grond aanwezige kabels en

Artikel

Was

Wordt leidingen en overige objecten wordt voorkomen. 2.

De uitkomende grond moet zo worden opgeslagen dat bij het aanvullen van de sleuf de oorspronkelijke opbouw van het bodemprofiel wordt hersteld.

3.

Bij het terugplaatsen van de grond dient de oorspronkelijke opbouw van het bodemprofiel te worden hersteld. De sleuf hoeft niet verder verdicht te worden dan de naastliggende grond.

4.

De grond dient op zodanige wijze te zijn afgewerkt dat er na klink sprake is van een vlakke aansluiting op de ongeroerde grond.

5.

Veengrond dient te worden vervangen door zand en op kosten van de netbeheerder te worden afgevoerd.

6.

Bij wateroverlast mag er niet worden aangevuld.

7.

Bij bevroren grond en sneeuw mag niet worden gewerkt.

8.

Materiaal dat vrijkomt en niet kan worden hergebruikt, dient door de netbeheerder voor eigen rekening te worden afgevoerd naar een erkende gecertificeerde verwerker, afleverbonnen dienen digitaal binnen 5 werkdagen aan het college te worden gestuurd via het digitale meldsysteem.

3.10. Elementverharding 1.

Het opnemen en terugplaatsen van elementverharding dient zorgvuldig plaats te vinden, waarbij schade wordt voorkomen.

2.

De uitgenomen elementverharding dient altijd binnen de afzetting te worden opgeslagen.

3.

Herstel dient van dezelfde kwaliteit te zijn als de kwaliteit van de verharding voordat er gegraven werd.

Artikel

Was

Wordt 4.

In die gevallen dat het niet mogelijk dan wel wenselijk is om het herstel van de elementverharding in dezelfde kwaliteit uit te voeren als de kwaliteit van de verharding voordat er gegraven werd, dient de uitvoering en de daarbij behorende kostenverdeling van het herstel voorafgaande aan de werkzaamheden in overleg met het college te zijn overeengekomen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat verharding met breuk niet teruggeplaatst mag worden en voor gelijkwaardig materiaal vervangen moet worden.

5.

Het aanbrengen of terugplaatsen van elementverharding in het centrum wordt uitgevoerd door een gecertificeerd SEBerkend bedrijf conform de Beoordelingsrichtlijn BRL 9334 Straatwerk.

3.11. Gesloten verharding 1.

Werkzaamheden aan kabels en leidingen onder gesloten verharding worden uitgevoerd met behulp van een sleufloze techniek.

2.

Bij gebruik van een mantelbuis moet de mantelbuis minimaal 0,60 m buiten de fundering van de gesloten verharding uitsteken. De ruimten tussen de mantelbuis en kabel of leiding moeten aan de uiteinden volledig worden afgedicht volgens de daarvoor geldende normen.

3.

Wanneer een sleufloze techniek niet mogelijk is, kan het college besluiten dat de gesloten verharding gedeeltelijk verwijderd mag worden.

4.

Bij ingraving wordt, na verdichting van de sleuf en herstel van de funderingslaag de sleuf tijdelijk dicht geblokt met betonklinkers.

5.

De gesloten verharding zal door of in opdracht van de gemeente worden hersteld, de kosten voor herstel worden verrekend met de netbeheerder op basis van de werkelijk gemaakte kosten.

Artikel

Was

Wordt 3.12. Bijzondere verharding

Bijlage 6 Schader egeling ingravin gen

(niet aanwezig)

1.

Als uitgangspunt geldt dat leidingen niet worden gelegd onder bijzondere verharding.

2.

In die gevallen dat aanleg onder bijzondere verharding onvermijdelijk is, dient aanleg plaats te vinden in overleg met het college.

Bijlage 6 Schaderegeling ingravingen Artikel 1 Uitgangspunten 1. De kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van de openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden door of namens een netbeheerder worden in rekening gebracht bij de netbeheerder. 2. Het college behoudt zich het recht voor om bij aantoonbare nalatigheid van de netbeheerder de daardoor ontstane financiële schade in rekening te brengen bij de netbeheerder. Artikel 2 Uitvoering herstel en onderhoud 1. Het herstel en onderhoud gedurende de onderhoudstermijn van elementverharding wordt uitgevoerd door de netbeheerder. 2. Het tijdelijk herstel van gesloten verhardingen wordt uitgevoerd door de netbeheerder door middel van het dichtblokken van de sleuf. Het definitieve herstel en onderhoud van gesloten verhardingen wordt uitgevoerd door het college. Tot het moment dat de gesloten verharding definitief is hersteld wordt het onderhoud uitgevoerd door de netbeheerder. 3. Het tijdelijke en definitieve herstel en onderhoud van bijzondere verhardingen wordt uitgevoerd door/of in opdracht van de netbeheerder. De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd SEB-erkend bedrijf conform de beoordelingsrichtlijn BRL 9334 Straatwerk.

Artikel

Was

Wordt 4. Het herstel en onderhoud van groenvoorzieningen en bermen wordt uitgevoerd door de netbeheerder tenzij, op aangeven van het college, herstel en onderhoud uitgevoerd wordt door de gemeente of door in opdracht van een door de gemeente geselecteerde aannemer. 5. De onderhoudstermijn voor de werkzaamheden ten behoeve van herstel en onderhoud geldt gedurende een periode van twaalf maanden. 6. Bij onvolkomenheden na het herstel van de openbare ruimte door de netbeheerder als bedoeld in lid 1 en nadat het college de netbeheerder in staat heeft gesteld om binnen een redelijke termijn herstelwerkzaamheden uit te voeren, kan het college een derde opdracht geven over te gaan tot het uit voeren van het herstel, waarbij de kosten voor rekening van de netbeheerder komen. Artikel 3 Tarieven 1. Voor elementverhardingen en bermen hanteert de gemeente voor alle netbeheerders de “Richtlijn tarieven (graaf-) werkzaamheden” van de VNG, die jaarlijks wordt geïndexeerd. 2. De kosten voor het herstel van gesloten verhardingen, halfverhardingen, bijzondere verhardingen of groenvoorzieningen worden per geval door de gemeente bepaald en in rekening gebracht bij de netbeheerder. Artikel 4 Herstel overige schade Schade aan gemeentelijke eigendommen (bijvoorbeeld straatmeubilair, openbare verlichting, groenvoorziening en verkeerslichten) wordt per geval bepaald en verhaald op de netbeheerder.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 juni 2026. W.J. Spoelstra griffier

A. Maathuis voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=4d171f28-59cf-4c51-8c67-045c8742a6f9