CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit - Wijzigingsverordening fysieke leefomgeving

1 - RAADSVERGADERING 18 juni 2026, gemeente MeppelBij agendapunt: Wijziging Verordening fysieke leefomgeving (Vfl)24.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raadsbesluit nr. De R a a d van de gemeente Meppel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 mei 2026, nr. 3617750; Overwegende dat • het nodig is dat verschillende bepalingen uit de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Meppel wordt aangevuld en waar nodig aangepast; • de gemeenteraad bevoegd is om regels te stellen voor de fysieke leefomgeving; • de gemeenteraad bevoegd is om gemeentelijke verordeningen vast te stellen; • de Verordening Fysieke Leefomgeving bepalingen bevat die de fysieke leefomgeving wijzigen dan wel gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving; • de Verordening Fysieke Leefomgeving op onderdelen gewijzigd moet worden om technisch kloppend te zijn; • regulering van ondergrondse infrastructuur nodig is gelet op de uitbreiding van het elektriciteitsnet; • het aanpassen van bepalingen voor historische schepen meer duidelijkheid biedt en daardoor wenselijk is; • Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikelen 1.2, 1.3, 2.1 en 2.4 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; besluit: De wijzigingsverordening fysieke leefomgeving gemeente Meppel 2022 vast te stellen De Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022 wordt daardoor als volgt gewijzigd: Artikel

Was

Wordt

Aanhef

Verordening van de raad van de gemeente Meppel houdende bepalingen over de fysieke leefomgeving (Verordening fysiek leefomgeving gemeente Meppel)

Verordening van de raad van de gemeente Meppel houdende bepalingen over de fysieke leefomgeving (Verordening fysieke leefomgeving gemeente Meppel 2022)

De raad van de gemeente Meppel,

De raad van de gemeente Meppel, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van […] met nummer […];

Artikel

Was

Wordt

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 september 2021 met nummer 1544127;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 3.16 van de Erfgoedwet, artikelen 10.23, 10.24 lid 2, 10.25, 10.26 van de Wet milieubeheer, artikel 5.2 lid 4 van de Telecommunicatiewet;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 8 van de Woningwet, artikel 3.16 van de Erfgoedwet, artikelen 10.23, 10.24 lid 2, 10.25, 10.26 van de Wet milieubeheer, artikel 5.2 lid 4 van de Telecommunicatiewet; besluit:

besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Meppel houdende bepalingen over de fysieke leefomgeving (Verordening fysieke leefomgeving gemeente Meppel 2022)

vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Meppel houdende bepalingen over de fysieke leefomgeving (Verordening fysieke leefomgeving gemeente Meppel) Art. 1.1 — Begrips omschrij vingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

Deze verordening verstaat onder:

a. Aanbieder: aanbieder van een

a. Aanbieder: aanbieder van een openbaar

openbaar telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk.

b. Anciënniteitslijst: de lijst van

elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet.

b. Anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste marktplaats.

vergunninghouders van een vaste marktplaats.

c. Bebouwde kom: het gebied binnen

c. Bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.

de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.

d. Bijzondere markt: de door het

d. Bijzondere markt: de door het college ingestelde jaarmarkt of soortgelijke markten.

college ingestelde jaarmarkt of soortgelijke markten.

e. Binnenstad: gebied dat wordt omgrensd door: Kifhoek, Koekoekstraat, Noteboomstraat (oneven), Vledderstraat (even), Marktstraat (oneven tot 11) en (even tot 6), Prinsengracht, Keizersgracht, Zuideindigerpad, Stoombootkade (bebouwde kant oneven), Kleine Oever (oneven)

e. Bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.

f.

Bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel

Was Grote Oever (oneven) en gedeelte Zuideinde vanaf Zuiderbrug tot Weerdstraat. Dit gedeelte omvat de huisnummers 1 t/m 33 (oneven zijde) en huisnummers 2 t/m 40 (even zijde).

f.

Bouwtoezicht: degene die ingevolge artikel 92, tweede lid, van de Woningwet in samenhang met artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht belast is met het bouw- en woningtoezicht.

Wordt g. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel.

h. Dagplaats: de marktplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste marktplaats is toegewezen dan wel ingenomen.

i.

Gebouw: een gebouw als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.

j.

Gebruiksoppervlakte: De gebruiksoppervlakte als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

g. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. In deze verordening wordt mede verstaan onder:

k. Gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Telecommunicatiewet.

l.

h. bouwwerk een gedeelte van een bouwwerk;

i. j.

gebouw een gedeelte van een gebouw. Bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.

m. Gereedmelding: een melding van de netbeheerder aan het college dat de werkzaamheden zijn voltooid.

n. Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.

k. College: college van burgemeester en wethouders.

l.

Dagplaats: de marktplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste marktplaats is toegewezen dan wel ingenomen.

o. Havengeldverordening: Havengeldverordening gemeente Meppel

p. Havenverordening: Havenverordening gemeente Meppel

q. Hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens het college is vastgesteld.

m. Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet.

Gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister.

r.

Houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft.

Artikel

Was

Wordt

n. Gebruiksoppervlakte: De

s. Houtopstand: één of meer bomen,

gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit.

o. Gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Telecommunicatiewet.

p. Gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister.

q. Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.

r.

Havengeldverordening: Havengeldverordening gemeente Meppel

hakhout, een houtwal, een beplanting van bosplantsoen.

t.

Huisaansluiting: één of meer aansluitingen tussen een net en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken.

u. Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.

v. Inrichting: meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die:

a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan of

b. elkaar functioneel ondersteunen

s. Havenverordening:

t.

Havenverordening gemeente Meppel

zoals bedoeld in artikel 5.58 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Historisch schip: een schip dat voldoet aan de criteria zoals opgenomen in artikel 6.2.4.1. derde lid

w. Instemmingsbesluit: besluit van het

u. Hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens het college is vastgesteld.

v. Houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft.

w. Houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een beplanting van bosplantsoen.

x. Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.

college als bedoeld in artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet

x. Kabels en leidingen: één of meer kabels of leidingen, daaronder in ieder geval begrepen telecomkabels alsmede lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie.

y. Kamerverhuur: verblijfsruimten, voor individuele bewoning verhuurd of in gebruik gegeven aan derden.

z. Kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;

Artikel

Was y. Inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit Milieubeheer.

z. Instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel 5.2. derde lid, aanhef en onder b. van de Telecommunicatiewet.

aa. Kabels: kabels, genoemd in artikel 1.1, onder r, van de Telecommunicatiewet.

bb. Kamerverhuur: verblijfsruimten,

Wordt b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten delen blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

aa. Markt: de door het college ingestelde

voor individuele bewoning verhuurd of in gebruik gegeven aan derden.

bb. Marktplaats: de ruimte die voor de duur

cc. Kampeermiddel: een onderkomen

van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel.

of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

dd. Markt: de door het college ingestelde warenmarkt.

ee. Marktplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel.

ff. Marktmeester: de persoon die als

warenmarkt.

cc. Marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college.

dd. Monumentale boom: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving.

ee. Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

ff. NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm.

gg. Netbeheerder: degene die als natuurlijk

zodanig is aangewezen door het college.

persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert.

gg. Monumentale boom: bijzondere

hh. NVN: een door de Stichting Nederlands

beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving.

hh. Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het

Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm.

ii. Omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.

Artikel

Was Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

ii. NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm.

jj. NVN: een door de Stichting

Wordt jj. Omroepnetwerk: omroepnetwerk als genoemd in artikel 1.1, onder o van de Telecommunicatiewet.

kk. Openbaar telecommunicatienetwerk: telecommunicatienetwerk als genoemd in artikel 1.l, onder g, van de Telecommunicatiewet.

Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm.

ll. Openbaar water: wateren die voor het

kk. Omroepnetwerk: omroepnetwerk

publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.

als genoemd in artikel 1.1, onder o van de Telecommunicatiewet.

ll. Openbaar telecommunicatienetwerk: telecommunicatienetwerk als genoemd in artikel 1.l, onder g, van de Telecommunicatiewet.

mm.

Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.

nn. Openbare gronden: openbare wegen en wateren, als genoemd in artikel 1.1. onder s, van de Telecommunicatiewet.

oo. Openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties.

pp. Parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

qq. Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht.

rr. Restafval: dat gedeelte van de afvalstroom dat overblijft nadat alle bruikbare en recyclebare afvalstromen van de hoofdstroom zijn gescheiden, niet zijnde grof

mm.

Openbare gronden: openbare wegen en wateren, als genoemd in artikel 1.1. onder s, van de Telecommunicatiewet.

nn. Openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties.

oo. Overige kabels en leidingen: kabels en leidingen niet zijnde een telecomkabel.

pp. Parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

qq. Private netten: netwerken van natuurlijke- of rechtspersonen niet aangewezen bij wet of gemeentelijke verordening en niet vallend onder een werk of activiteit zoals bedoeld in hoofdstuk 10 van de Omgevingswet of de Telecommunicatiewet.

rr. Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht.

ss. Restafval: dat gedeelte van de afvalstroom dat overblijft nadat alle bruikbare en recyclebare afvalstromen van de hoofdstroom zijn gescheiden, niet zijnde grof huisvuil, gevaarlijk afval en bouw- en sloopafval.

tt. Standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan

Artikel

Was

Wordt

huisvuil, gevaarlijk afval en bouwen sloopafval.

ss. Stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden.

tt. Standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder standplaats wordt niet verstaan:

a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 APV.

uu. Straatpeil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

uu. Onder standplaats wordt niet verstaan:

a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:8 APV.

vv. Standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel.

ww.

Straatpeil:

a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter

vv. Telecomkabel: een kabel als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet.

ww.

Vaste marktplaats: de marktplaats die voor een bepaalde langere tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder.

xx. Vellen: rooien; kappen; verplanten; niet periodiek knotten of kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel bovenals ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

yy. Voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen.

Artikel

Was

Wordt plaatse van die hoofdtoegang;

b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

xx. Vaste ligplaats voor historisch schip: ligplaats voor een historisch schip, bedoeld om meer dan 6 maanden per jaar door hetzelfde schip te worden ingenomen

yy. Vaste marktplaats: de marktplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder.

zz. Vellen: rooien; kappen; verplanten; niet periodiek knotten of kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

aaa.

Voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen.

bbb.

Wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste marktplaats.

ccc.

Weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994

ddd.

Werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste

zz. Weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel

Was

Wordt

van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op open bare gronden. Paragraa f 2.1.1 Terrasse n

Paragraaf 2.1.1 Terrassen

Paragraaf 2.1.1 Terrassen

Reserveren

Gereserveerd

Paragraa f 2.2.1 Ligplaat sen

Paragraaf 2.2.1 Ligplaatsen

Paragraaf 2.2.1 Ligplaatsen

Reserveren

Gereserveerd

Paragraa f 2.2.2 – Historisc he schepen

Paragraaf 2.2.2 historische vaartuigen

Paragraaf 2.2.2 Historische schepen

Art. 2.2.2.1 — Toepass ingsgebi ed

Artikel 2.2.2.1. Toepassingsgebied

Artikel 2.2.2.1 Toepassingsgebied

Artikel 2.2.2.1. Toepassingsgebied

1. Deze paragraaf is van toepassing op de bij deze regeling aangewezen vaste ligplaatsen voor historische schepen. De vaste ligplaatsen zijn ingetekend in de Basiskaart Grootschalige Topografie (BGT), als weergegeven in bijlage 4.

a) Dit hoofdstuk is van toepassing op de bij deze regeling aangewezen vaste ligplaatsen voor historische vaartuigen. De vaste ligplaatsen zijn ingetekend in de Basiskaart Grootschalige Topografie (BGT) b) Er zijn zes vaste ligplaatsen voor historische schepen, die met een huisnummer zijn opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) te weten: c) Vaste ligplaats voor historisch schip 1: Heerengracht 18A d) Vaste ligplaats voor historisch schip 2: Heerengracht 20A e) Vaste ligplaats voor historisch schip 3: Heerengracht 23A f) Vaste ligplaats voor historisch schip 4: Oosteinde 3A g) Vaste ligplaats voor historisch schip 5: Keizersgracht 42

2. Er zijn negen vaste ligplaatsen voor historische schepen, die met een huisnummer zijn opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), te weten: a. Vaste ligplaats voor historisch schip 1: Heerengracht 18A b. Vaste ligplaats voor historisch schip 2: Heerengracht 20A c. Vaste ligplaats voor historisch schip 3: Heerengracht 23A d. Vaste ligplaats voor historisch schip 4: Oosteinde 3A e. Vaste ligplaats voor historisch schip 5: Keizersgracht 42 f. Vaste ligplaats voor historisch schip 6: Stoombootkade 11

Artikel

Was

Wordt

h) Vaste ligplaats voor historisch schip 6: Stoombootkade 11

g. Vaste ligplaats voor historisch schip 7: Sluisgracht 21A

i) Er zijn twee reserve vaste ligplaatsen voor historische schepen, te weten:

h. Vaste ligplaats voor historisch schip 8: Heerengracht 25A

j) Reserve vaste ligplaats voor historisch schip 1: Oosteinde ter hoogte van huisnummer 1

i. Vaste ligplaats voor historisch schip 9: Gasgracht 27A

k) Reserve vaste ligplaats voor historisch schip 2: Galmanspad ter hoogte van huisnummer 3A l) De reserve vaste ligplaatsen kunnen door het college worden omgezet in een vaste ligplaats voor historisch schip zodra het aantal belangstellenden dat aan de toetsingscriteria voldoet groter is dan het aantal beschikbare vaste ligplaatsen voor een historisch schip. m) Per vaste ligplaats is een maximum scheepslengte van toepassing:

3. Per vaste ligplaats is een maximum scheepslengte van toepassing: a. Vaste ligplaats 1: 25 meter b. Vaste ligplaats 2: 25 meter c. Vaste ligplaats 3: 25 meter d. Vaste ligplaats 4: 30 meter e. Vaste ligplaats 5: 23 meter f. Vaste ligplaats 6: 23 meter g. Vaste ligplaats 7: 23 meter

n) Vaste ligplaats 1: 25 meter

h. Vaste ligplaats 8: 30 meter

o) Vaste ligplaats 2: 25 meter

i. Vaste ligplaats 9: 30 meter

p) Vaste ligplaats 3: 25 meter q) Vaste ligplaats 4: 30 meter r) Vaste ligplaats 5: 23 meter s) Vaste ligplaats 6: 23 meter t) Reserve vaste ligplaats 1: 25 meter u) Reserve vaste ligplaats 2: 23 meter

Art. 2.3.1 — Van toepassi ng verklarin g

(niet aanwezig)

Paragraa f 2.3.2 – Gemeent elijk

Paragraaf 2.3.1 Gemeentelijk erfgoedregister

Artikel 2.3.1 Van toepassing verklaring De regels van deze afdeling zijn niet van toepassing op de locaties die zijn voorzien van de functieaanduiding ‘gemeentelijk monument’ zoals opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Meppel. Paragraaf 2.3.2 Gemeentelijk erfgoedregister

Artikel

Was

Wordt

Artikel 2.3.1.1 Gemeentelijk erfgoedregister

Artikel 2.3.2.1 Gemeentelijk erfgoedregister

erfgoedr egister Art. 2.3.2.1 — Gemeent elijk erfgoedr egister

1. Het college houdt een gemeentelijk erfgoedregister bij waarin het op grond van deze verordening aangewezen cultureel erfgoed is opgenomen. Dit register kan door iedereen worden ingezien. 2. In het gemeentelijk erfgoedregister staat: a. Gegevens over de inschrijving van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed, waaronder de beschermde gemeentelijke monumenten;

1. Het college houdt een gemeentelijk erfgoedregister bij waarin het op grond van deze verordening aangewezen cultureel erfgoed is opgenomen. Dit register kan door iedereen worden ingezien. 2. In het gemeentelijk erfgoedregister staat: a. Gegevens over de inschrijving van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed, waaronder de beschermde gemeentelijke monumenten; b. Gegevens waaruit blijkt om welk aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed het gaat.

b. Gegevens waaruit blijkt om welk aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed het gaat. Paragraa f 2.3.3 De aanwijzin g tot bescher md gemeent elijk monume nt

Paragraaf 2.3.2 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

Paragraaf 2.3.3 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

Art. 2.3.3.1 — Gemeent elijk erfgoedr egister

Artikel 2.3.2.1 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

Artikel 2.3.3.1 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

1. Het college kan, eventueel op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak of terrein aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. Dit kan ze doen als de onroerende zaak of het terrein, vanwege zijn schoonheid, een waarde heeft voor de wetenschap of de cultuurhistorie.

1. Het college kan, eventueel op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak of terrein aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. Dit kan ze doen als de onroerende zaak of het terrein, vanwege zijn schoonheid, een waarde heeft voor de wetenschap of de cultuurhistorie.

2. Het college stelt nadere regels op voor uitvoering van deze bevoegdheid.

2. Het college past in de uitvoering van de bevoegdheid, als bedoeld in het eerste lid, de selectiecriteria van de beleidsnota ‘Meppeler Erfgoed NU’ als bedoeld in bijlage 3 toe.

Artikel

Art. 2.3.3.2 — Aanvraa g tot aanwijzi ng

Was

Wordt

3.Dit artikel is niet van toepassing op:

3. Dit artikel is niet van toepassing op:

a. Rijksmonumenten;

a. Rijksmonumenten;

b. Monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van de provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.

b. Monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van de provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet.

Artikel 2.3.2.2 Aanvraag tot aanwijzing

Artikel 2.3.3.2 Aanvraag tot aanwijzing

Een aanvraag tot aanwijzing van een onroerende zaak of terrein als beschermd gemeentelijk monument kan worden gedaan door;

Een aanvraag tot aanwijzing van een onroerende zaak of terrein als beschermd gemeentelijk monument kan worden gedaan door:

a. inwoners van de gemeente Meppel;

a. inwoners van de gemeente Meppel;

b. belangenorganisaties die zich bezig houden met het behoud van cultuurhistorie;

b. belangenorganisaties die zich bezighouden met het behoud van cultureel erfgoed;

c. eigenaren van de onroerend zaak of het terrein dat is gelegen in de gemeente Meppel. Art. 2.3.3.4 — Voorne men tot aanwijzi ng

Artikel 2.3.2.3 Voornemen tot aanwijzing 1. Als het college het voornemen heeft om een onroerende zaak of terrein aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument, maakt zij dit schriftelijk bekend aan alle zakelijk gerechtigden op die onroerende zaak die genoemd staan in de openbare registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar. 3. De bescherming van artikelen 3.5.1.1 t/m 3.5.2.3 zijn van toepassing op een voornemen tot aanwijzen van een onroerende zaak of terrein tot een beschermd gemeentelijk monument.

c. eigenaren van de onroerende zaak of het terrein dat is gelegen in de gemeente Meppel.

Artikel 2.3.3.3 Voornemen tot aanwijzing 1. Als het college het voornemen heeft om een onroerende zaak of terrein aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument, maakt zij dit schriftelijk bekend aan alle zakelijk gerechtigden op die onroerende zaak die genoemd staan in de openbare registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar. 3. De bescherming van artikelen 3.5.1.1 t/m 3.5.1.3 zijn van toepassing op een voornemen tot aanwijzen van een onroerende zaak of terrein tot een beschermd gemeentelijk monument. 4. De bescherming van lid 3 vervalt als de onroerende zaak of het terrein als beschermd gemeentelijke monument is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister. De

Artikel

Was

Wordt

4. De bescherming van lid 3 vervalt als de onroerende zaak of het terrein als beschermd gemeentelijke monument is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister. De bescherming vervalt ook wanneer de onroerende zaak of het terrein wordt opgeheven als zijnde een beschermd gemeentelijk monument of als de bestuursrechter het aanwijzingsbesluit vernietigd.

bescherming vervalt ook wanneer de onroerende zaak of het terrein wordt opgeheven als zijnde een beschermd gemeentelijk monument of als de bestuursrechter het aanwijzingsbesluit vernietigd.

Art. 2.3.3.4 — Beslister mijn en inhoud aanwijzi ngsbesl uit

Artikel 2.3.2.4 Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit

Artikel 2.3.3.4 Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit

Art. 2.3.3.5 — Voorlopi ge aanwijzi ng bij spoed

Artikel 2.3.2.5 Voorlopige aanwijzing bij spoed

(vernummerd)

1. In spoedeisende gevallen kan het college een onroerende zaak of terrein aanwijzen als voorlopig beschermd gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 6.2.1.1 wordt aan de gemeentelijke adviescommissie om advies gevraagd voor aan aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument. 2. De voorlopige aanwijzing vervalt na 52 weken of op het moment dat het college een definitief besluit neemt over de aanwijzing. 3. Zodra een belanghebbende schriftelijk in kennis is gesteld van het besluit van het college tot voorlopige aanwijzing van een onroerende zaak of terrein als beschermd gemeentelijk monument, zijn artikelen 3.5.1.1 t/m 3.5.2.3 van deze verordening van toepassing.

Art. 2.3.3.6 Bekend making en

Artikel 2.3.2.6 Bekendmaking en registratie

Artikel 2.3.3.5 Voorlopige aanwijzing bij spoed 1. In spoedeisende gevallen kan het college een onroerende zaak of terrein aanwijzen als voorlopig beschermd gemeentelijk monument. Er wordt aan de gemeentelijke adviescommissie geen advies gevraagd voor een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument. 2. De voorlopige aanwijzing vervalt na 52 weken of op het moment dat het college een definitief besluit neemt over de aanwijzing. 3. Zodra een belanghebbende schriftelijk in kennis is gesteld van het besluit van het college tot voorlopige aanwijzing van een onroerende zaak of terrein als beschermd gemeentelijk monument, zijn artikelen 3.5.1.1 t/m 3.5.1.3 van deze verordening van toepassing.

Artikel 2.3.3.6 Bekendmaking en registratie (vernummerd)

Artikel

Was

Wordt

Artikel 2.3.2.7 Wijzigen gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument

Artikel 2.3.3.7 Wijzigen gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument

1. Het college kan de aanwijzing als gemeentelijk monument en de aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument wijzigen.

1. Het college kan de aanwijzing als gemeentelijk monument en de aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument wijzigen.

registrati e Art. 2.3.3.7 — Wijzigen gemeent elijk erfgoedr egister, vervalle n aanwijzi ng monume nt

2. Indien de wijziging ziet op het schrappen uit het registeren dan zijn artikelen 2.3.2.1 t/m 2.3.2.3, 6.2.1.1 en 2.3.2.4 t/m 2.3.2.7 van overeenkomstige toepassing, tenzij de onroerende zaak of het terrein niet meer bestaat. 3. De aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument vervalt met ingang van de dag waarop de onroerende zaak of het terrein wordt ingeschreven in het rijksmonumentenregister of in een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet. 4. De intrekking of het vervallen van de aanwijzing van het beschermd gemeentelijk monument wordt in het gemeentelijk erfgoedregister aangetekend.

Paragraa f 2.3.3 De aanwijzi ng tot gemeent elijk bescher md stadsgez icht Art. 2.3.3.1 De

Paragraaf 2.3.3 De aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht Artikel 2.3.3.1 Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht

1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, onroerende zaken aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.

2. Indien de wijziging ziet op het schrappen uit het register dan zijn artikelen 2.3.2.1 t/m 2.3.2.3 en 2.3.2.4 t/m 2.3.2.7 van overeenkomstige toepassing, tenzij de onroerende zaak of het terrein niet meer bestaat. 3. De aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument vervalt met ingang van de dag waarop de onroerende zaak of het terrein wordt ingeschreven in het rijksmonumentenregister of in een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. 4. De intrekking of het vervallen van de aanwijzing van het beschermd gemeentelijk monument wordt in het gemeentelijk erfgoedregister aangetekend.

(vervalt)

Artikel

Was

aanwijzi ng tot bescher md gemeent elijk monume nt

2. De gemeenteraad beslist binnen

Wordt

26 weken na de adviesaanvraag, bedoeld in artikel 6.2.2.1.

3. Een aangewezen gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt direct opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.

4. De gemeenteraad stelt een bestemmingsplan als bedoeld in de Wro vast ter bescherming van een aangewezen gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht. Bij een besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht wordt hier een termijn voor gesteld.

5. Het college bepaalt bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht of de geldende bestemmingsplannen als beschermende plannen kunnen worden aangemerkt, dan wel een beheersverordening als bedoeld in de Wro kan worden vastgesteld.

6. Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vierde of vijfde lid, opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge de Wro, kan de gemeenteraad in afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheersverordening vaststellen.

7. Als een beschermd stads- en dorpsgezicht is aanwezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of op grond van een provinciale verordening, kunnen deze niet worden aangewezen als gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht. Artikel 2.3.3.2 Wijzigin g,

Artikel 2.3.3.2 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als

(vervalt)

Artikel

Was

Wordt

intrekkin g en vervalle n van de aanwijzi ng als gemeent elijk bescher md stadsen dorpsge zicht

gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht

1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 2.3.3.1 eerste lid, wijzigen of intrekken. Hierop zijn artikel 2.3.3.1, tweede lid, en artikel 6.2.2.1, van overeenkomstige toepassing, tenzij het gaat om een aanpassing van ondergeschikte betekenis, of het stads- en dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig niet meer bestaat.

2. Een aanwijzing vervalt zodra het stads- en dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als:

a. beschermd stadsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, of

b. beschermd stadsgezicht op grond van een provinciale verordening. 3.

Wanneer de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden, wordt dat direct opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 2.4.1.1 – Aanwijzi ng bescher mde houtopst and

Artikel 2.4.1.1 Aanwijzing beschermde houtopstand

Artikel 2.4.1.1 Aanwijzing beschermde houtopstand

Reserveren

In bijlage 1 (Groene Kaart) zijn beschermde houtopstanden aangewezen.

Art. 2.4.2.1 — Aanwijzi ng monume

Artikel 2.4.2.1 Aanwijzing beschermde houtopstand

Artikel 2.4.2.1 Aanwijzing monumentale bomen

Reserveren

In bijlage 2 (Bomenlijst) zijn monumentale bomen aangewezen.

Artikel

Was

Wordt

Paragraaf 2.5.3 Bedrijfsafvalstoffen Binnenstad

(vervalt)

ntale bomen Paragraa f 2.5.3 Bedrijfsaf valstoffen Binnenst ad Art. 2.5.3.1 Inzameli ng bedrijfsa fvalstoff en door inzameld ienst

Artikel 2.5.3.1 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Het college kan bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 2.5.1.1, in gevallen waarin de voor deze inzameling krachtens Verordening reinigingsheffingen verschuldigde heffing is voldaan.

Afdeling 3.1 inleiden de bepaling en

Afdeling 3.1 inleidende bepalingen

Afdeling 3.1 Inleidende bepalingen

Art. 3.1.2.1 Beslister mijn

Artikel 3.1.2.1 Beslistermijn

Artikel 3.1.2.1 Beslistermijn

1. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing, tenzij in deze verordening anders is bepaald.

1. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing, tenzij in deze verordening anders is bepaald.

2. Het college kan de termijn met maximaal acht weken verlengen.

2. Het college kan de termijn met maximaal zes weken verlengen.

3. Als beslist wordt op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.4.1.1 vierde lid, en een vergunning als bedoeld in artikel 3.4.1.2 tweede lid uit deze verordening, is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing. Art. 3.1.2.4 Weigerin g, intrekkin g of

Artikel 3.1.2.4 Weigering, intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

Artikel 3.1.2.4 Weigering, intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

Artikel

Was

Wordt

wijziging van vergunni ng of ontheffin g

1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

a. de gezondheid;

a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Als de aanvraag voor een vergunning of ontheffing minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend, kan deze ook worden geweigerd als daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. voor het verkrijgen daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. na het verlenen van de vergunning of ontheffing de omstandigheden of inzichten zijn veranderd waardoor het noodzakelijk is deze te wijzigen of in te trekken vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is verleend; c. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning of ontheffing zijn verbonden niet worden nageleefd; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn, of, bij het ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn;

b. het behoud en de bescherming van cultureel erfgoed; c. de bescherming van het milieu. 2. Als de aanvraag voor een vergunning of ontheffing minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend, kan deze ook worden geweigerd als daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. voor het verkrijgen daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. na het verlenen van de vergunning of ontheffing de omstandigheden of inzichten zijn veranderd waardoor het noodzakelijk is deze te wijzigen of in te trekken vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is verleend; c. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning of ontheffing zijn verbonden niet worden nageleefd; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn, of, bij het ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn; e. de houder dit verzoekt.

e. de houder dit verzoekt. Artikel 3.1.2.6 Uitzonde ringen Lex Silencio Positivo

Artikel 3.1.2.6 Uitzonderingen Lex Silencio Positivo

Artikel 3.1.2.6 Uitzonderingen Lex Silencio Positivo

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (indien niet tijdig op een aanvraag wordt beslist, dan wordt de vergunning verleend conform

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (indien niet tijdig op een aanvraag wordt beslist, dan wordt de vergunning verleend conform aanvraag) is niet van

Artikel

Was

Wordt

aanvraag) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening:

toepassing op de volgende artikelen in deze verordening:

a. Artikel 3.2.1.4 Omgevingsvergunning gemeentelijk monument;

a. Artikel 3.2.1.4 Omgevingsvergunning gemeentelijk monument;

b. Artikel 3.3.4.1. Dumpingsverbod;

b.

a. Artikel 3.4.1.1 Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan;

c. Artikel 3.4.1.1 Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan;

b. Artikel 3.4.6.2 Marktplaatsvergunning ; c. artikel 3.4.6.14 Ontheffing en vervanging; d. artikel 3.4.6.15 Tijdstip innemen marktplaats/aan- en afvoer goederen;

d.

f. artikel 3.4.6.15 Tijdstip innemen marktplaats/aan- en afvoer goederen; g. Artikel 3.5.1.1. Verbodsbepalingen en vergunningen.

f. Artikel 3.5.1.1. Verbodsbepalingen en vergunningen.

Art. 3.2.1.1 Voorwaa rden omgevin gsvergu nning voor het bouwen

Paragraaf 3.2.1 Bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten, sloopactiviteiten Artikel 3.2.1.1 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen 1. Het college kan voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen verbinden, als zij van oordeel is dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. 2. Voor het vormen van dit oordeel maakt het college van een onderzoeksrapport en/of andere bij haar bekende onderzoeksresultaten zoals bedoeld in de Regeling omgevingsrecht, dan wel een saneringsplan op grond van artikel 39, eerste en tweede lid, van de Wet bodembescherming. 3. Deze voorwaarden kunnen worden gesteld naast de voorwaarden uit artikel

Artikel 3.4.6.2 Marktplaatsvergunning;

e. artikel 3.4.6.14 Ontheffing en vervanging;

e. artikel 3.4.6.16 Vergunning bijzondere markten;

Paragraa f 3.2.1 Bouwact iviteiten, aanlegac tiviteiten , sloopact iviteiten

Artikel 3.3.4.1. Dumpingsverbod;

(vervalt)

Artikel

Was

Wordt

3.2.1.2 en artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht. Art. 3.2.1.2 Verbod tot bouwen op verontrei nigde bodem

Artikel 3.2.1.2 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem

(vervalt)

Er mag niet worden gebouwd op een bodem die zodanig verontreinigd is dat schade of gevaar voor de gezondheid van de gebruikers is te verwachten, voor zover dat bouwen betrekking heeft op: a. een bouwwerk waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; b. een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist. Het moet dan tevens gaan om een bouwwerk dat de grond raakt, of waarvan het ter plaatse toegestane gebruik wordt gewijzigd.

Art. 3.2.1.3 Het onderzo ek naar bodemv erontrei niging

Artikel 3.2.1.3 Het onderzoek naar bodemverontreiniging 1. Het onderzoek met betrekking tot de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek dat is verricht volgens NEN 5740 in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1. 2. Als op basis van het vooronderzoek de aanleiding bestaat te veronderstellen dat er asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of -stof, in de bodem aanwezig is, wordt het onderzoek ook uitgevoerd volgens NEN 5707, uitgave 2003. 3. De verplichting om een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht in te dienen, geldt niet als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als

(vervalt)

Artikel

Was

Wordt

genoemd in artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, met uitzondering van de in deze artikelen genoemde hoogtebepalingen. 4. Als voor toepassing van artikel 3.2.1.2 bij het college al bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn, staat het college het toe geheel of gedeeltelijk af te wijken van de verplichting om een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht in te dienen. 5. Als voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, uit het in NEN 5725 bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en de bodemgesteldheid blijkt dat de locatie onverdacht is, dan wel dat de gerezen verdenkingen een volledig onderzoek volgens NEN 5740 niet rechtvaardigen, kan het college toestaan dat gedeeltelijk wordt afgeweken van de verplichting om een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.5, onder d, van de Regeling omgevingsrecht in te dienen. 6. Als er niet kan worden begonnen met bouwen nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, moet het bodemonderzoek worden uitgevoerd nadat is gesloopt, maar voordat is begonnen met de bouw. Art. 3.2.1.4 Verbods bepaling en aanvraa g vergunni ng bescher md stads- of

Artikel 3.2.1.4 Verbodsbepaling en aanvraag vergunning beschermd stadsof dorpsgezicht 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk in een aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht, zoals bedoeld in artikel 2.2 lid 1 aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, te slopen.

(vervalt)

Artikel

Was

dorpsge zicht

2. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als volgens het college niet voldoende duidelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

Wordt

3. De artikelen 3.5.1.2 en 3.5.1.3 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet. Art. 3.2.1.5 Tijdstip van melding van voorgen omen werkzaa mheden

Artikel 3.2.1.5 Tijdstip van melding van voorgenomen werkzaamheden

Art. 3.2.1.6 Melding werkzaa mheden

Artikel 3.2.1.6 Melding werkzaamheden

(vervalt)

Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt in ieder geval acht weken voor de aanvang van de werkzaamheden het voornemen daartoe bij het college.

1. Voor de melding maakt de aanbieder gebruik van een daartoe door het college vastgesteld formulier. 2. Bij de melding verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende gegevens: a. de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit afgegeven registratie; b. een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; c. naam, adres en telefoonnummer van degene die de kabel in eigendom heeft, degene die de kabel beheert en degene die de kabel exploiteert; d. een opgave van de soort kabel en het beoogde gebruik; e. welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum

(vervalt)

Artikel

Was

Wordt

van aanvang, beëindiging en de aard van de werkzaamheden; f. een uitvoeringsplan met daarin opgenomen: - een opgave van het gewenste tracé; - een opgave van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de situering daarvan; - een omschrijving van eventuele opbrekingen; de doorsnede van de kabel of kabelgoot; - de lengte en breedte van de kabelsleuf; - de maatregelen voor de bereikbaarheid van in de openbare gronden aanwezige kabels en leidingen; - het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; - naam, adres en telefoonnummer van de aannemer(s) of onderaannemer(s) die belast is (zijn) met de werkzaamheden en van een contactpersoon ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden. 3. Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op grond en van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de melding, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het overleg tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige. 4. Het college kan nadere regels stellen inzake de gegevens die bij de melding worden verstrekt. Art. 3.2.1.7 Voorsch riften en beperkin

Artikel 3.2.1.7 Voorschriften en beperkingen bij instemming 1. Het college kan aan het instemmingsbesluit voorschriften en

(vervalt)

Artikel

Was

gen bij instemm ing

beperkingen verbinden in het belang van a. de open bare orde; b. het voorkomen of beperken van schade of overlast; c. de bruikbaarheid van de openbare gronden; d. het veilig en doelmatig gebruik van de openbare gronden; e. het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare gronden; f. de belemmering van doelmatig beheer en onderhoud van de open bare gronden; g. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; h. de bescherming van groenvoorzieningen. 2. Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid, kan het college in ieder geval aan het instemmingsbesluit voorschriften of beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, en een zekerheidsstelling voor de nakoming van verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en beperkingen aan het instemmingsbesluit. 3. De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en medegebruik van voorzieningen dient te geschieden conform de Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijven inzake (her)straatwerkzaamheden. 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op het instemmingsbesluit.

Wordt

Artikel

Was

Wordt

Art. 3.2.1.8 Zakelijk karakter instemm ingsbesl uit

Artikel 3.2.1.8 Zakelijk karakter instemmingsbesluit

(vervalt)

Art. 3.2.1.9 Melding wijziging

Artikel 3.2.1.9 Melding wijziging

Art. 3.2.2.1.1 Toepass elijkheid

(niet aanwezig)

Indien de kabel wordt overgedragen aan een nieuwe aanbieder gaan de rechten en plichten die betrekking hebben op de kabel van de oude aanbieder over op de nieuwe aanbieder. (vervalt)

De aanbieder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of het feit dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in of op open bare gronden.

Paragraaf 3.2.2 Kabels en leidingen in of op openbare gronden Paragraaf 3.2.2.1 Algemene regels kabels en leidingen Artikel 3.2.2.1.1 Toepasselijkheid 1.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op werkzaamheden in verband met de aanleg van kabels of leidingen in of op openbare gronden.

2.

Onder het aanleggen van kabels en leidingen als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: het uitvoeren van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden.

3.

Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van private netten in openbare gronden is het bepaalde in deze paragraaf overeenkomstig van toepassing.

4.

Daar waar wordt gesproken over netbeheerder wordt ook bedoeld de

Artikel

Was

Wordt ‘aanbieder’ tenzij deze uitdrukkelijk uitgesloten wordt.

Art. 3.2.2.1.2 - Het aanlegg en van kabels en leidinge n

(niet aanwezig)

Art. 3.2.2.1.3 Specifie ke zorgplic ht

(niet aanwezig)

Art. 3.2.2.1.4 Bijzonde re omstand igheden

(niet aanwezig)

Art. 3.2.2.2.1 - Kabels en leidinge n aanlegg

Artikel 3.2.2.1.2 Het aanleggen van kabels en leidingen Het aanleggen van kabels en leidingen moet plaatsvinden op de wijze zoals is beschreven in bijlage 5.

(niet aanwezig)

Artikel 3.2.2.1.3 Specifieke zorgplicht 1.

De netbeheerder is verplicht zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van kabels en leidingen.

2.

De netbeheerder is verplicht bij verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te voorkomen.

Artikel 3.2.2.1.4 Bijzondere omstandigheden 1.

Als sprake is van een gesloten sneeuwdek, langdurige vorst of extreme weersomstandigheden kan het bevoegd gezag bepalen dat het opbreken van verharding of graven in het openbaar gebied of het aanleggen of verwijderen van kabels of leidingen in het openbaar gebied tijdelijk is verboden. In het besluit staat voor welke locatie en voor welke periode het verbod geldt.

2.

Het besluit wordt elektronisch bekend gemaakt, of op andere geschikte wijze.

Paragraaf 3.2.2.2 Kabels en leidingen aanleggen - toegestaan Artikel 3.2.2.2.1 Kabels en leidingen aanleggen - toegestaan

Artikel

Was

en toegesta an

Wordt Het is toegestaan kabels en leidingen aan te leggen als:

Art. 3.2.2.4 Kabels en leidinge n aanlegg en informati eplicht

(niet aanwezig)

Art. 3.2.2.4.1 Toepass ingsbere ik

(niet aanwezig)

a.

het werkzaamheden betreffen die door of in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd bij de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak; of

b.

sprake is van spoedeisende werkzaamheden als gevolg van een calamiteit die noodzakelijk zijn: i.

om persoonlijk letsel of grote schade te voorkomen;

ii.

als gevolg van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening.

Paragraaf 3.2.2.3 Kabels en leidingen aanleggen - informatieplicht Artikel 3.2.2.4 Kabels en leidingen aanleggen – informatieplicht De netbeheerder die zijn fysieke werkzaamheden heeft afgerond doet hiervan binnen vijf werkdagen een gereedmelding bij het college.

Paragraaf 3.2.2.4 Kabels en leidingen aanleggen – meldingsplicht Artikel 3.2.2.4.1 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen van kabels en leidingen in of op openbare gronden, tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 3.2.2.2.1.

2.

Onder werkzaamheden van nietingrijpende aard wordt verstaan: a.

het aanbrengen of verwijderen van kabels of leidingen in reeds aanwezige voorzieningen, zonder dat er een sleuf wordt gegraven;

b.

werkzaamheden aan kabels of leidingen over een lengte van minder

Artikel

Was

Wordt dan 25 meter, gerekend met een maximale sleufbreedte van 0,60 meter; c.

3.

Art. 3.2.2.4.2 - Kabels en leidinge n aanlegg en melding splicht

(niet aanwezig)

Art. 3.2.2.4.3 - Kabels en leidinge n aanlegg en specifiek e

(niet aanwezig)

het maken van huisaansluitingen, waaronder tijdelijke aansluitingen, met een gezamenlijke lengte van minder dan 25 meter.

Onder werkzaamheden van nietingrijpende aard wordt niet verstaan: a.

werkzaamheden die langer duren dan één dag;

b.

werkzaamheden waarbij (water)wegen worden gekruist;

c.

werkzaamheden waarbij sprake is van boringen of persingen;

d.

werkzaamheden waarbij bovengrondse voorzieningen worden aangebracht dan wel worden vervangen;

e.

werkzaamheden waarbij handholes worden aangebracht;

f.

werkzaamheden in verband met de aanleg van private netten.

Artikel 3.2.2.4.2 Kabels en leidingen aanleggen – meldingsplicht 1.

Het is verboden zonder voorafgaande melding werkzaamheden van nietingrijpende aard uit te voeren.

2.

De voorgenomen werkzaamheden worden ten minste vijf werkdagen voor de start van de werkzaamheden gemeld bij het college.

Artikel 3.2.2.4.3 Kabels en leidingen aanleggen - specifieke indieningsvereisten De melding als bedoeld in artikel 3.2.2.4.2 bevat in ieder geval: a.

de naam, het adres, de contactgegevens en het factuuradres van de melder;

Artikel indienin gsvereis ten

Was

Wordt b.

wanneer de melder een aanbieder betreft: het ACM-registratienummer;

c.

het KvK-nummer en het KvKvestigingsnummer;

d.

het adres, de kadastrale aanduiding of de ligging van het project;

e.

een omschrijving van de aard en omvang van het project;

f.

indien het een kabel ten behoeve van telecommunicatie betreft: een melding of het een openbaar netwerk of een niet openbaar netwerk betreft;

g.

indien de aanvraag of melding door een gemachtigde wordt ingediend, tevens: de naam, het adres en de contactgegevens van degene namens wie de aanvraag of melding wordt ingediend, alsmede een afschrift van de machtiging;

h.

indien het project wordt uitgevoerd door een ander dan de aanvrager of melder: de naam, het adres en de contactgegevens van de uitvoerder;

i.

wanneer de werkzaamheden in de directe nabijheid van een boom plaatsvinden: een bomenwerkplan;

j.

een motivering, zo nodig aan de hand van een tekening, waaruit blijkt onder welk van de categorieën werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.2.2.4.1, tweede lid, zijn werkzaamheden vallen;

k.

voor werkzaamheden in bestaand gebied: één of meer tekeningen van het gewenste tracé, ingetekend op schaal, waarop de positionering van het tracé ten opzichte van de omgeving duidelijk zichtbaar is;

l.

voor werkzaamheden in gebieden die in ontwikkeling zijn: de tekeningen als bedoeld in artikel 3.2.2.4.3, onder k en de begrenzing van het plangebied, inclusief indeling van het te ontwikkelen gebied en maatvoering ten opzichte van toekomstige vaste punten;

Artikel

Was

Wordt m. indien mogelijke hinder optreedt voor weggebruikers: een verkeersplan; en n.

Art. 3.2.2.4.4 - Kabels en leidinge n aanlegg en eisen aan tekening en

(niet aanwezig)

de door de netbeheerder verkregen gebiedsinformatie naar aanleiding van een oriëntatieverzoek of een graafmelding (KLIC-melding) niet ouder dan twee weken op het moment van indienen, met daarin het gewenste tracé en de nieuw te leggen kabels en/ of leidingen.

Artikel 3.2.2.4.4 Kabels en leidingen aanleggen – eisen aan tekeningen De tekening als bedoeld in artikel 3.2.2.4.3 moeten in ieder geval voldoen aan de volgende eisen: a.

de tekeningen zijn voorzien van een tekeninghoofd met een unieke referentie en voorzien van versiebeheer met datum;

b.

de tekeningen zijn voorzien van een noordpijl;

c.

de maatvoering van het geplande tracé is eenduidig en volledig aangegeven ten opzichte van vaste punten in de omgeving (GBK);

d.

het aantal kabels en leidingen is aangegeven inclusief materiaalsoorten, lengtes en diameters van de leidingen;

e.

objecten in de openbare ruimte zoals bomen, banken, openbare verlichting etc., die van invloed kunnen zijn op het tracé en/of de uit te voeren werkzaamheden, dienen aangegeven te zijn op de tekeningen;

f.

de ligging t.o.v. reeds aanwezige kabels en leidingen, zowel X- als Y richting.

Artikel

Was

Wordt Paragraaf 3.2.2.5 Kabels en leidingen aanleggen – vergunningplicht Artikel 3.2.2.5.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen van kabels en leidingen in of op openbare gronden, tenzij toepassing kan worden gegeven aan paragraaf 3.2.2.2 of paragraaf 3.2.2.4. Artikel 3.2.2.5.2 Kabels en leidingen aanleggen – vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning of instemmingsbesluit kabels en leidingen aan te leggen. Artikel 3.2.2.5.3 Kabels en leidingen aanleggen - specifieke aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning of een instemmingsbesluit voor het aanleggen van kabels en leidingen worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd: 1.

de gegevens als bedoeld in artikel 3.2.2.4.3, waarbij de tekening moet voldoen aan de eisen als bedoeld in artikel 3.2.2.4.4;

2.

voor werkzaamheden in gebieden die in ontwikkeling zijn: een tekening met het vastgestelde nutstracé;

3.

voor werkzaamheden waarbij gebruik wordt gemaakt van een gestuurde boring: een werkplan;

4.

voor werkzaamheden waarvan het college het noodzakelijk acht dat een werkplan wordt aangeleverd: een werkplan;

5.

het werkplan dient te bestaan uit de volgende onderdelen: i. een tekening van de indeling van het werkterrein; ii.

een tekening van de plaats van de op te

Artikel

Was

Wordt stellen apparatuur en voertuigen; iii. een tekening van de plaats waar de leiding(en) wordt uitgelegd; iv. een beschrijving van de wijze van aan- en afvoer van materiaal; v. een verkeersplan conform CROW 96b; vi. een boorplan inclusief ligging van bestaande kabels en leidingen opgenomen in het lengteprofiel; vii.

de resultaten (foto’s) verkregen uit de gegraven proefsleuven;

viii. een communicatieplan; ix. een bereikbaarheidsplan met daarin minimaal opgenomen de wijze waarop percelen bereikbaar worden gehouden en afstemming met nooden hulpdiensten. Art. 3.2.2.5.4 - Kabels en leidinge n aanlegg en beoordel ingsrege ls

(niet aanwezig)

Artikel 3.2.2.5.4 Kabels en leidingen aanleggen - beoordelingsregels Het instemmingsbesluit of de omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a.

het veilige en doelmatige gebruik van de openbare ruimte niet onevenredig wordt gehinderd;

b.

de bereikbaarheid van gronden of gebouwen niet onevenredig wordt belemmerd;

Artikel

Art. 3.2.2.5.5 - Kabels en leidinge n aanlegg en beoordel ingsrege ls private netten

Art. 3.2.2.5.6 - Kabels en leidinge n aanlegg en vergunni ngvoors chriften

Was

(niet aanwezig)

Wordt c.

het doelmatige beheer en onderhoud van de openbare ruimte niet onevenredig wordt gehinderd;

d.

de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte niet wordt belemmerd.

Artikel 3.2.2.5.5 Kabels en leidingen aanleggen - beoordelingsregels private netten De omgevingsvergunning voor de aanleg van kabels en leidingen ten behoeve van private netten wordt alleen verleend als:

(niet aanwezig)

a.

voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 3.2.2.5.4;

b.

het netwerk wordt ingeschreven in de openbare registers van het kadaster als onroerende zaak en het netwerk ten goede komt aan het algemeen nut;

c.

de eigenaar van het netwerk voldoet aan de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon);

d.

het netwerk om de 3 meter wordt voorzien van een merklabel, waarbij in de opdruk de naam van de eigenaar staat aangeven.

Artikel 3.2.2.5.6 Kabels en leidingen aanleggen - vergunningvoorschriften Aan de omgevingsvergunning of het instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 3.2.2.5.2 kan als vergunningsvoorschrift worden opgelegd:

a. een termijn waarbinnen de werkzaamheden moeten zijn voltooid;

b. een wijze van uitvoering van werkzaamheden aan kabels en leidingen.

Artikel

Was

Wordt

Art. 3.2.2.6.1 - Kosten voor herstel, beheer onderho ud en degener atie

(niet aanwezig)

Paragraaf 3.2.2.6 Kosten voor herstel, beheer onderhoud en degeneratie en nadeelcompensatie Artikel 3.2.2.6.1 Kosten voor herstel, beheer onderhoud en degeneratie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=4d171f28-59cf-4c51-8c67-045c8742a6f9