CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Jeugdnota Gemeente Meppel 2023-2028

1 - RAADSVERGADERING 19 oktober 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Jeugdnota Gemeente Meppel 2023-202822.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Reikwijdte: jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen 2. Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassenen-ggz en bestaanszekerheid 3. Stevige lokale teams en toegang 4. Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk 5. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren 6. Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg 7. Eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking 8. Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring Kortom, een grote opgave voor gemeenten.

Jeugdnota

20

3.2.3. Coalitieakkoord kabinet Rutte IV In het coalitieakkoord van kabinet Rutte IV werd duidelijk dat kansengelijkheid voor jeugdigen een belangrijk speerpunt is in de komende periode: Iedereen in Nederland verdient een goed bestaan en moet mee kunnen doen. Dat begint bij het bieden van dezelfde kansen aan alle kinderen, jongeren en studenten om zich te ontwikkelen en te ontplooien. […] We vergroten de kansengelijkheid door te investeren in kinderopvang, voor- en vroegschoolse educatie en de rijke schooldag. […] We zorgen voor een goede start voor ieder kind op de kinderopvang, met het oog op de ontwikkeling van het kind [...] We voorkomen leerachterstanden bij de start door het stimuleren van de deelname van kinderen met een taalachterstand aan voor- en vroegschoolse educatie (VVE), het versterken van de kwaliteit, en de relatie tussen opvang en onderwijs te versterken. […] Als onderdeel van een brede aanpak van bestrijding van armoede in kwetsbare wijken door gemeenten investeren we in een rijke schooldag waarbij scholen zelf bepalen wat zij nodig achten om de kansenongelijkheid te verkleinen. Kansengelijkheid staat dus hoog in het vaandel. De gemeente draagt hier vanuit allerlei beleidsterreinen aan bij, maar is alleen in de voorschoolse periode officieel (vanuit een wettelijke verplichting) regievoerder.

Hierbij is een nauwe samenwerking met voorschoolse voorzieningen, scholen, de jeugdgezondheidszorg en andere partners essentieel. Met de val van het kabinet is de vraag of deze lijn wordt doorgezet door het volgende kabinet. Hier kunnen we op dit moment onmogelijk op anticiperen. Daarom gaan we in deze jeugdnota uit van de ingezette richting. 3.2.4. Aanpak ‘Mentale gezondheid: van ons allemaal’ De Aanpak ‘Mentale gezondheid: van ons allemaal’ is door verschillende ministeries gezamenlijk ontwikkeld naar aanleiding van de cijfers rond mentale gezondheid. Daaruit blijkt dat vooral jongeren en jongvolwassenen mentaal ongezond zijn, zoals in hoofdstuk 2 van dit document is geïllustreerd voor jongeren. De Aanpak heeft bijzondere aandacht voor jongeren en is daarmee een relevant kader voor deze Meppeler jeugdnota. De Aanpak Mentale gezondheid heeft de volgende doelen: • • •

Bespreekbaar en zichtbaar maken van het belang van mentaal gezond zijn en blijven, gericht op het individu én de maatschappij. Meer naar de voorkant en inzetten op preventie (versterken van mentale gezondheid en het bieden van laagdrempelige ondersteuning waar gewenst). Het bieden van handvatten om met de eigen mentale gezondheid aan de slag te gaan én oog te hebben voor de mentale gezondheid van een ander.

Deze doelen zijn vervolgens vertaald naar 5 actielijnen: 1. Mentaal gezonde maatschappij 2. Mentaal gezonde buurt 3. Mentaal gezond onderwijs 4. Mentaal gezond aan het werk 5. Mentaal gezond online Een aantal activiteiten onder deze actielijnen hebben directe raakvlakken met deze jeugdnota. Zo wil de Aanpak het maatschappelijk debat over de prestatiegerichte samenleving aanzwengelen. De sport- vrijetijds- en cultuursector worden betrokken bij het bespreekbaar maken van mentale gezondheid. Zowel sport als cultuur hebben een duidelijke relatie met welzijn en mentale gezondheid. Cultuurparticipatie wordt benadrukt. Ook Maatschappelijke Diensttijd-projecten voor jongeren worden benoemd als goed voor de mentale gezondheid.

Jeugdnota

21

In het onderwijs wil de Aanpak het ondersteuningsprogramma ‘Welbevinden op school’ opschalen via het programma Gezonde School. Het vergroten van mediawijsheid en digitale vaardigheden is belangrijk om jeugdigen de helpen om een digitale balans te bewaren. Laagdrempelige online interventies, zoals apps, kunnen bijdragen aan het vergroten van mentale gezondheid. 3.2.5.

IZA, GALA en Toekomstagenda ‘Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’ Het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft als doel de zorg voor de toekomst kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Om dit te bereiken zijn afspraken gemaakt tussen het ministerie van VWS en een groot aantal partijen in de zorg. Ondertekenaars van het IZA zijn onder meer overkoepelende organisaties van ziekenhuizen, de geestelijke gezondheidszorg en de ouderenzorg. Voor het Integraal Zorgakkoord gelden de volgende uitgangspunten: • • • • •

Passende zorg is waardegedreven. Zorg is aantoonbaar effectief en heeft meerwaarde voor de patiënt. Mensen, middelen en materialen worden doelmatig ingezet. Passende zorg komt samen met en rondom de patiënt tot stand. Passende zorg is de juiste zorg op de juiste plek. Passende zorg gaat over gezondheid in plaats van over ziekte. Passende zorg wordt geleverd in een prettige werkomgeving.

Deze vijf uitgangspunten zijn weer leidend voor de acht verschillende onderdelen van de werkagenda: 1. Passende zorg: waardegedreven – samen met de patiënt, pakket en kwaliteit 2. Regionale samenwerking 3. Versterking organisatie eerstelijnszorg 4. Samenwerking sociaal domein, huisartsenzorg en ggz 5. Gezond leven en preventie 6. Arbeidsmarkt en ontzorgen zorgprofessionals 7. Digitalisering en gegevensuitwisseling 8. Contractering Deze uitgangspunten en onderdelen overlappen (groten)deels met de uitgangspunten uit de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 vullen elkaar dus goed aan. GALA is het Gezond en Actief Leven Akkoord. Gemeenten (VNG), GGD GHOR, Zorgverzekeraars en het ministerie van VWS hebben hierin afspraken gemaakt op het gebied van gezondheid en welbevinden. Dit dient als fundament voor een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. Er wordt uitvoering mee gegeven aan de doelstellingen uit het coalitieakkoord en het Nationaal Preventieakkoord. Doel is het bevorderen en behouden van de fysieke en mentale gezondheid vanaf het prille begin, de eerste 1000 dagen, waarbij speciale aandacht uitgaat naar mensen in kwetsbare situaties. Hierbij wordt de beweging van ziekte en zorg, naar gezondheid en preventie benadrukt. De zogenaamde ‘beweging naar de voorkant’.

Met het GALA wordt ook een substantiële financiële impuls gegeven aan gemeenten om de doelen die in het akkoord gesteld zijn te kunnen behalen.

Jeugdnota

22

Het GALA wil in 2040 graag een gezonde generatie bereiken, met een focus op de jeugd door sport, voeding en bewegen. Om dit te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd: a) Terugdringen gezondheidsachterstanden b) Een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten c) Het versterken van (de verbinding met) de sociale basis d) Een gezonde leefstijl e) Versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid f) Vitaal ouder worden g) Domeinoverstijgende inzet vanuit een regionale preventie infrastructuur h) Voor deze doelen zijn concrete resultaten geformuleerd in het GALA die worden gemonitord en waar partijen elkaar op kunnen aanspreken. Het GALA geeft nadere invulling aan de afspraken die in het IZA zijn gemaakt over de regionale samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten op het terrein van gezondheidsbevordering en preventie en de inrichting van ketenaanpakken die meerdere domeinen (wetten) beslaan. Met het GALA wordt uitvoering gegeven aan de afspraak in het IZA dat zorgverzekeraars en gemeenten uiterlijk 1 januari 2025 niet-vrijblijvende regionale samenwerkingsafspraken hebben gemaakt over gezondheidsbevordering. Met de afspraken in het GALA wordt ook actief uitvoering gegeven aan de ambitie uit het IZA dat mensen met een (lichte) hulp- of ondersteuningsvraag niet direct een Wmomaatwerkvoorziening of zorg nodig hebben.

Daarnaast zijn afspraken gemaakt over toewerken naar een landelijk en duurzaam aanbod van vijf erkende ketenaanpakken die meerdere (gemeentelijke) domeinen beslaan: 1. De gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) 2. De aanpak overgewicht en obesitas bij kinderen 3. Valpreventie bij ouderen 4. Welzijn op recept 5. Kansrijke start Ook het GALA heeft dus onderdelen die zich specifiek richten op de jeugd en die mede richting geven aan het Meppeler jeugdbeleid. 3.3. Lokale kaders De belangrijkste lokale kaders zijn als volgt: 3.3.1. Meppeler Akkoord Onderwijs en zorg voor de jeugd Het Meppeler akkoord richt zich primair op het snijvlak onderwijs en zorg voor de leeftijd van 2 ½ jaar tot 18 jaar. De missie is: Alle jeugdigen in de gemeente Meppel krijgen de kans zich optimaal te ontwikkelen binnen een leer- en leefklimaat waarbij opvang, onderwijs en zorg afgestemd zijn. Uitgangspunt daarbij is meer inzet op preventie en minder zwaardere jeugdhulp. We stellen bij de ondersteuningsvragen van jeugdigen het leren van elkaars kennis en deskundigheid centraal. We bouwen aan een effectief functionerend netwerk van professionals waarbij de aanpak cyclisch wordt geëvalueerd en ouders nauw betrokken zijn. Elkaar leren kennen en als professionals multidisciplinair samenwerken. Elkaar snel kunnen bereiken, korte lijnen hebben, elkaars talenten, kennis en kunde kunnen inzetten.

Snel, effectief en versterkend samenwerken waarbij we het kind/de jeugdige “echt” centraal zetten. De uitgangspunten van het Meppeler Akkoord komen terug ook in deze beleidsnota.

Jeugdnota

23

3.3.2. Coalitieakkoord Meppel In het coalitieakkoord van de gemeente Meppel staat op pagina 17 het volgende beschreven over kansengelijkheid, ontwikkeling en zorg. Dit nemen we mee in deze beleidsnota: Meppel is een sociale gemeente. De zorg voor elkaar, zeker voor mensen die het moeilijk hebben, staat hoog in het vaandel. Dat is belangrijk, vooral in deze tijd van toename van kansenongelijkheid en scherpere tegenstellingen. Onze uitdaging is allereerst om verschillen te verkleinen en mensen dichter bij elkaar te brengen. Juist op gemeentelijk niveau is de menselijke maat, sociale samenhang en het contact tussen overheid en inwoner te verbeteren. De tweede uitdaging is de zorg voor mensen effectief te organiseren en uit te voeren. Aandacht moet worden gegeven aan afspraken met en samenwerking tussen zorgpartijen, versterken van vertrouwen in de professional en meer inzet op het voorkómen van problemen (preventie en samenwerking in het zogenaamde voorliggend veld). Ontplooiing is een derde element. Jezelf ontwikkelen verrijkt het leven. Onderwijs is daarbij belangrijk, maar zeker ook cultuur en en sport. We willen onze inwoners aanbieden zich te kunnen ontwikkelen en rijke ervaringen op te doen. We willen dat zorg en ondersteuning beschikbaar is voor wie het nodig heeft. Tegelijkertijd is betaalbaarheid van belang voor de structurele beschikbaarheid en kwaliteit ervan.

Onze benadering rust op vijf pijlers: a) Preventie: we zetten in op actief preventiebeleid, zowel rond leefstijlkwesties als overgewicht, alcohol, roken, drugs maar ook bij zorg en financiële problemen; b) Vroegsignalering: via netwerken van ‘vindplaatsen’ (kinderopvang, scholen, huisartsen, thuiszorg, buurtwerk, corporaties, e.d.) trachten we problemen zo vroeg mogelijk te signaleren, zodat verergering voorkomen kan worden; c) Zorg nabij en maatwerk: een samenhangende en persoonlijke aanpak levert het beste resultaat, waarbij coördinatie tussen verschillende disciplines essentieel is; […] d) Vertrouwen in de zorgprofessional en beperken van bureaucratie. e) We zetten in op het verminderen van het aantal uithuisplaatsingen van jeugdigen onder de 18 jaar door gezinnen preventief te ondersteunen. 3.3.3. Koers en Visie, missie & leidende principes sociaal domein Als gemeente Meppel spelen we in op de ontwikkelingen in onze maatschappij. We gaan meer in gesprek met mensen in onze samenleving om maatschappelijke en dienstverleningsvraagstukken samen op te lossen. Indien gewenst zorgen wij hierbij voor maatwerk. Dit is Koers. Koers heeft drie uitgangspunten die ook op deze jeugdnota van toepassing zijn: •

•

•

We zetten daarbij de bedoeling centraal; doen wat nodig is staat bij ons voorop, in plaats van doen wat hoort. Zo houden we de hoofdzaak en de menselijke maat in beeld. Het gaat immers om de betekenis van wat de gemeente doet in het leven van de inwoner of de ondernemer. Van de gemeente mag betrouwbaar partnerschap worden verlangd. Randvoorwaardelijk hierbij is dat de gemeente zijn basiskwaliteit op orde heeft en houdt. Meppel is een gemeente die meedenkt, verstand van zaken heeft, wettelijke taken uitvoert, afspraken nakomt, professioneel is met aandacht voor kwetsbare inwoners. We gaan samen met anderen uit onze samenleving flexibel aan de slag, waarbij er meer ruimte komt voor het goede gesprek, eigen initiatief en participatie. Anderzijds doen we een groter beroep op de eigen regie, weerbaarheid en het zelf oplossend vermogen. Steeds vaker zijn we deelnemer en/ of facilitator in een proces.

Jeugdnota

24

De visie, missie en leidende principes sociaal domein sluiten hier bij aan. Visie In de sociale gemeente Meppel is de inwoner het vertrekpunt. De inwoner neemt zelfregie en leeft zo zelfstandig mogelijk. Waar nodig ondersteunt de gemeente Meppel en sluiten wij zo dicht mogelijk aan op de eigen vertrouwde omgeving van de inwoner. De gemeente zet in op preventie. Daarbij doen we wat nodig is, werken wij vanuit vertrouwen en zijn wij benaderbaar. Missie Wij staan voor respectvol en laagdrempelig contact met onze inwoners. Wij bieden goede dienstverlening en dragen hiermee bij aan een inclusieve samenleving. Wij durven buiten onze eigen structuren en systemen te denken en te doen. Beleid is hierbij volgend aan de uitvoering en aan landelijke en lokale ontwikkelingen. De standaard dienstverlening regeling wij eenvoudig, snel en bij voorkeur digitaal. Wanneer standaard dienstverlening niet volstaat bieden wij voldoende ruimte voor maatwerk. De vier principes volgen hieruit: • • • •

Inwoners aan zet Integraal werken Betrouwbaar partnerschap Werken vanuit de bedoeling

Deze uitgangspunten staan ook in de jeugdnota centraal. 3.3.4. Ontwikkelagenda Jeugd In 2021 heeft de gemeenteraad de motie ‘gewenst voorzieningenniveau Jeugdhulp” aangenomen. Naar aanleiding hiervan zijn informerende bijeenkomsten voor de gemeenteraad georganiseerd. Hieruit voortvloeiend is de ‘ontwikkelagenda jeugdhulp’ door de gemeenteraad omarmd. De Meppeler ontwikkelagenda jeugdhulp kent 3 stappen/pijlers: 1. Basis op orde Doel: beter analyseren en meer zicht op de vraag en de uitgaven. Onder ‘de basis op orde’ verstaan we dat onze processen op maat zijn, dat onze verordening en beleidsregels passend zijn en dat we zicht hebben op de trends en ontwikkelingen die zich binnen het jeugddomein voordoen. 2. Toevoegen van lichte, kortdurende ondersteuning aan de toegang (indicatieloos) Doel: een verschuiving van zware intensieve en langdurige hulp naar lichtere en kortdurende hulp. Hiervoor is nodig dat we lichte kortdurende hulp zodanig contracteren dat deze zonder indicatie kan worden ingezet. Door deze manier van contracteren krijgen zorgaanbieders ook meer zicht op de lokaal aanwezige afschalingsmogelijkheden. 3. Andere wijze van contracteren specialistische jeugdhulp Doel: uitbannen van de perverse prikkels en focus op inzetten van de juiste en effectieve jeugdhulp. Dit is mogelijk door in te kopen via een taakgerichte bekostiging in plaats van een openhouseconstructie.

Open House kenmerkt zich door contracten zonder omzetgarantie. Dit heeft tot gevolg dat de zorgaanbieders moeten zorgen voor voldoende instroom van cliënten en deze ook lang genoeg moeten vasthouden om zich van voldoende inkomsten te verzekeren. We noemen dit de ‘perverse prikkel’. Ook het doorvoeren van veranderingen en het maken van afspraken is lastiger binnen deze constructie met 165 zorgaanbieders. Taakgerichte inkoop betekent dat de gemeente nog slechts zaken doet met één of enkele aanbieders in de vorm van een consortium van aanbieders. We werken dan met een langdurig contract met een omzetgarantie ter hoogte van de rijksbijdrage. De kwaliteit en de effectiviteit van de geleverde zorg krijgt hierbij een hoge prioriteit voor het consortium. En dat is wat we als gemeente graag willen.

Jeugdnota

25

3.3.5. Gerelateerd beleid • Onderwijsachterstandenbeleid gemeente Meppel 2023-2026 • Omgevingsvisie • Duurzaamheidsbeleid • Kansrijke Start • Lokaal preventieakkoord • Visie op sport en beweging in de gemeente Meppel • Uitvoeringsplan Armoede en schulden 2024-2027 (in ontwikkeling) • Werkende keten • Cultuurbeleid (in ontwikkeling) • Wmo beleid • Visie, missie en leidende principes Sociaal Domein • Ontwikkelagenda jeugdhulp 3.4. Hoe is dit beleidsplan tot stand gekomen? Dit beleidsplan is tot stand gekomen met de input van tientallen collega’s uit het sociaal domein en het fysiek domein. Er is actief gezocht naar de raakvlakken met jeugd op alle beleidsterreinen. Want eigenlijk elk beleidsterrein heeft die raakvlakken. Alleen door de krachten bundelen en samen een visie voor ogen te hebben, gaat het lukken om deze ook tot uitvoering te brengen. Daarnaast zijn ook jeugdigen, en dat met name jongeren, gevraagd naar hun mening en wensen op een aantal terreinen. Dit is gebeurd via de jeugdraadbijeenkomst op 7 juni 2023, via de presentatie van Living Lab op 21 juni 2023 en via een uitvraag door Living Lab. De adviesraad sociaal domein is ook gevraagd om mee te denken. Hiervoor is contact gelegd met de werkgroep goed opgroeien. De werkgroep is meegenomen in de grote lijn en heeft vervolgens feedback, aanvullingen, tips en wensen aangegeven.

Deze bijeenkomst heeft plaatsgevonden op 3 augustus 2023. Op 10 juli heeft er een afspraak plaatsgevonden met de secretaris van de adviesraad sociaal domein. Ook partners in het jeugdstelsel zijn bevraagd over hun inzichten, visie, wensen en aanbevelingen. Dit hebben we gedaan door middel van een vragenlijst. Deze is verstuurd op 7 juli 2023. Daarnaast hebben we op 20 juli een verkennend gesprek gehad met het samenwerkingsverband Primair Onderwijs en het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs over de raakvlakken met onderwijs. Op 11 september heeft hier vervolgens een officieel OOGO over plaatsgevonden, in lijn met artikel 2.2 van de Jeugdwet. In bijlage IV is een overzicht te vinden van alle collega’s, partners en andere partijen die hebben meegedacht.

Jeugdnota

26

4.

Visie en uitgangspunten

Op basis van de cijfers, literatuur en kaders volgt in dit hoofdstuk een kapstok die richting geeft aan alles wat we doen op het gebied van jeugd. We beschrijven de uitgangspunten van het Meppeler jeugdbeleid aan de hand van ‘vier cirkels van invloed’ en ‘vier gradaties van hulp’. In deze nota kijken we integraal naar onze jeugd. Een jeugdige staat niet op zich, maar is onderdeel van de samenleving op verschillende manieren. Dit betekent dat we kijken naar de volgende vier cirkels van invloed rond elk kind:

1. Gezin Elke jeugdige is een uniek individu met eigen kenmerken. De jeugdige wordt echter ook gevormd, gestuurd, beperkt, gestimuleerd en gedreven door het gezin waarin het opgroeit. 2. School/dagbesteding Jeugdigen besteden een groot deel van hun tijd op school en/of in de kinderopvang/voorschool. Wanneer zij dit niet kunnen, worden andere manieren gevonden om hun ontwikkeling te blijven stimuleren, zoals dagbesteding. De schoolomgeving heeft veel invloed op het leven van jeugdigen. 3. Meedoen Buiten schooltijd is er ruimte om andere activiteiten te ondernemen. Dit kunnen activiteiten zijn op het gebied van sport, cultuur, godsdienst, verenigingen of vrijwilligerswerk. Maar ook sociale activiteiten, buitenspelen, (online) gamen, social media, bewegen, etc. 4. Fysieke leefomgeving In welke wijk woont de jeugdige? Welke kansen en uitdagingen biedt de fysieke leefomgeving van de jeugdige? Ook dit heeft invloed op een jeugdige.

Jeugdnota

27

Wanneer jeugdigen problemen of uitdagingen ervaren dan kunnen zij hier in verschillende gradaties of niveaus hulp voor vragen en krijgen. We gaan uit van de volgende vier gradaties:

1. Basisvoorzieningen Dit gaat om alle voorzieningen die voor iedereen beschikbaar zijn. Denk aan sport- en cultuurverenigingen, scouting, clubjes, religieuze gemeenschappen en dergelijke. Maar ook gewoon de ouders, vrienden, familie, leerkrachten en andere betrokkenen in het leven van een jeugdige. Voor veel problemen is in deze basis hulp of steun te vinden. 2. Preventieve ondersteuning Sommige groepen hebben minder toegang tot de algemene basis of lopen meer risico op bepaalde problemen. Zij kunnen via een preventief programma (alvast) ondersteuning krijgen om problemen te voorkomen. Voorbeelden zijn: kindregelingen, gesubsidieerde peuteropvang, schoolmaatschappelijk werk en jongerenwerk. 3. Lichte eerstelijnshulp Wanneer de problemen in de eigen kring niet kunnen worden opgelost, kan lichte, professionele hulp uitkomst bieden. Denk aan de praktijkondersteuner jeugd bij de huisartsen. 4. Specialistische hulp Soms is specialistische jeugdhulp nodig. Hiervoor is een groot aantal zorgaanbieders beschikbaar.

Jeugdnota

28

In de gemeente Meppel werken we aan een beweging naar de voorkant (zie paragraaf 3.3.1 en 3.3.2: het Meppeler Akkoord en het coalitieakkoord). Dit betekent dat we staan voor krachtige basis en een positief klimaat voor jeugdigen om in op te groeien. Dat is de plek waar iedereen in de basis de steun en hulp zou moeten vinden die nodig is. Daarnaast richten we ons op brede preventie en vroege signalering. Niet voor elk gezin is de sterke basis in gelijke mate beschikbaar. Door preventie en vroege signalering ondersteunen we deze gezinnen om hier wel optimaal gebruik van de kunnen maken. Daarnaast maken we een duidelijke keuze om niet alleen in te zetten op het verkleinen van de risicofactoren, maar ook op het versterken van het pedagogisch klimaat (zie 2.3.6) en beschermende factoren (zie 2.3.7). Wanneer ouders of jeugdigen er niet zelf uitkomen is een laagdrempelige eerste lijn beschikbaar. Hier kunnen inwoners makkelijk en snel terecht om beginnende problemen vroegtijdig te ondervangen. Is er toch meer nodig, dan is specialistische hulp op indicatie beschikbaar. Deze hulp moet effectief zijn, niet langer duren dan nodig is en duurzame effecten hebben. In de hierop volgende paragrafen bespreken we de uitgangspunten en doelen die wij in Meppel nastreven vanuit het perspectief van de vier cirkels van invloed. 4.1. Gezin 4.1.1.

Het leven is een hobbelige weg Visie Het gezin is voor elke jeugdige de belangrijkste basis. Opgroeien in een liefdevol gezin legt de basis voor de ontwikkeling van kind tot volwassene. Ouders zijn ervoor verantwoordelijk om deze ontwikkeling te stimuleren en de ondersteunen. Meppel heeft baat bij ouders die vaardige opvoeders zijn met een sterk netwerk. Zoals in paragraaf 2.3 is beschreven kunnen ook andere volwassenen in de directe nabijheid van het gezin een belangrijke rol spelen. Hoe sterker het netwerk van ouders, hoe meer hulplijnen zij hebben bij uitdagingen. Rond jeugdigen in de context van het gezin hebben wij de volgende uitgangspunten en doelen:

4.1.1 Het leven is een hobbelige weg • Ouders en jeugdigen zijn zich bewust van de normale uitdagingen, tegenslagen en teleurstellingen die bij het leven horen. • Ouders leren hun kinderen hoe zij met normale tegenslagen kunnen omgaan. • Ouders en jeugdigen zijn veerkrachtig. • Lichte hulp is laagdrempelig en zoveel mogelijk indicatieloos beschikbaar. • De gemeente biedt bij complexe echtscheidingen passende hulp aan en zet het belang van de jeugdige(n) in het gezin centraal. • Voor kwetsbare of risicovolle groepen bieden we waar mogelijk indicatieloze en collectieve preventie, lichte hulp of specialistische hulp in plaats van individuele ondersteuning. • Ouders weten waar zij terecht kunnen voor laagdrempelige, professionele hulp. • Ouders weten de toegang tot specialistische hulp te vinden.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten In de gemeente Meppel normaliseren we de uitdagingen, tegenslagen en teleurstelling die bij het gewone leven horen (zie 2.2.1). Elke inwoner en elk gezin heeft hier mee te maken. In de meeste gevallen is hier geen professionele hulp bij nodig. Deze tegenslagen en problemen horen thuis in de algemene basis. De vaardigheden om daarmee om te gaan worden doorgegeven van ouders op kind. In sommige gevallen hebben ouders behoefte aan een professioneel perspectief. Dan is er binnen de preventie- of eerstelijnshulp laagdrempelig hulp beschikbaar. Denk aan het consultatiebureau, een huisarts of de praktijkondersteuner jeugd. Het is belangrijk dat ouders weten waar zij terecht kunnen en hoe. De gemeente zorgt dat dit aanbod in de komende jaren versterkt en verbreed wordt

Jeugdnota

29

en voor alle inwoners thuisnabij te vinden is. We streven er ook naar dat dit aanbod zoveel mogelijk indicatieloos beschikbaar is. Dat is nu nog niet altijd het geval. Wanneer problemen of uitdagingen niet in het eigen netwerk of met lichte ondersteuning kunnen worden opgelost, is jeugdhulp beschikbaar via het loket van de gemeente of via een eerstelijnsverwijzer. Ouders weten wanneer en waar zij daarvoor terecht kunnen (zie ook 4.1.4). Collectieve preventie en lichte hulp Wanneer we groepen identificeren die vergelijkbare ondersteuning nodig hebben ontwikkelen we waar mogelijk collectief aanbod. Een voorbeeld is een groep van meiden die worstelen met vraagstukken rond identiteit. Juist door dergelijke groepen te vormen krijgen jeugdigen niet alleen (preventieve) hulp, maar vergroten zij tegelijkertijd hun steunnetwerk, waardoor zij op de lange duur makkelijker op eigen kracht verder kunnen. Dit is vooral van toepassing op groepen jongeren, hoewel ook bij kinderen tot 12 jaar collectief aanbod mogelijk is op onderwerpen als omgaan met echtscheidingen of sociale of emotionele problemen die vaker voorkomen. Voor de vorming en begeleiding van dergelijke groepen ligt het jongerenwerk of schoolmaatschappelijk werk voor de hand. Hier moet dan wel voldoende capaciteit aanwezig zijn voor een effectieve aanpak.

Ook bij een specialistischer hulpvraag kan een collectieve aanpak mogelijk zijn. Denk aan de Wijszo-klas voor kinderen die uit (dreigen te) vallen in het basisonderwijs. In deze klas ontvangen zij onderwijs en zorg, met als doel een terugkeer naar de school van herkomst. Zie ook paragraaf 4.3.3. Sterke preventie en lichte hulp levert naar verwacht niet alleen op jeugdhulp een besparing op. Zoals een collega van de afdeling Openbare Orde van de gemeente aangeeft: “Ik zie dat er in Meppel nagenoeg geen inzet is op preventie, in verbinding staan met de juiste doelgroepen etcetera, waardoor er vanuit andere beleidsvelden (zoals Openbare Orde en wijkregie) veel ingezet moet worden op ‘reparatiewerk’ en casuïstiek.” Dit komt onder 4.2 verder aan bod. Echtscheiding Er zit een verband tussen complexe scheiding en andere problematiek van de ouders. Bij de hulp rond echtscheidingen hebben we daarom oog voor risicofactoren. We kijken breder wat er nodig is om de echtscheiding zo soepel mogelijk te laten verlopen en ook om daarna het gezin weer op de rit te krijgen. We helpen ouders om hun eigen netwerk of het gemeentelijk netwerk aan te spreken voor steun voor hun kinderen en voor zichzelf. We spreken ouders ook aan op hun eigen verantwoordelijkheid in het echtscheidingsproces en bieden hulp aan om escalatie te voorkomen.

We zetten namelijk altijd het belang van het kind of de kinderen in het gezin voorop. Tijdelijk intensieve ondersteuning van de ouders kan een manier zijn om (grotere) problemen voor de kinderen in de jaren daarna te voorkomen. (Nederlands Jeugdinstituut) We onderzoeken wat evidence-based interventies zijn om het aantal echtscheidingen te verminderen (preventie) en of deze kansrijk zijn voor de gemeente Meppel. Dit is een onderwerp dat onder andere terugkomt in het programma Kansrijke Start. We betrekken hier het voorliggend veld zo nauw mogelijk bij.

Jeugdnota

30

4.1.2. Eigen kracht en verantwoordelijkheid centraal Visie Het gezin is altijd de meest fundamentele omgeving waarin een kind opgroeit. In het gezin krijgen kinderen de vaardigheden mee om zich op school, in de wijk en in hun vrije tijd verder te ontwikkelen. Wanneer kinderen zich veilig hechten aan hun ouders in een liefdevol gezin, heeft dit hun leven lang voordelen. De gemeente heeft geen directe invloed op de eenheid van het gezin en kan deze ook onmogelijk vervangen.13 De gemeente kan alleen bijdragen aan de omstandigheden waarin gezinnen ontstaan en hun ondersteunen om de best mogelijke basis te bieden.

4.1.2 Eigen kracht en verantwoordelijkheid centraal • Ouders kiezen bewust en gepland voor het ouderschap. • Ouders zijn vaardige opvoeders die hun kind stimuleren in zijn of haar ontwikkeling. • Ouders zijn zich bewust van de verantwoordelijkheden die onderdeel zijn van het ouderschap. • Ouders zoeken altijd eerst in het eigen netwerk naar oplossingen voor problemen. • Ouders hebben de handvatten die zij nodig hebben om hun verantwoordelijkheid te nemen.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten Ouders kiezen bewust en gepland voor het ouderschap Een goede start in het leven begint al voor de geboorte. Wanneer ouders de zwangerschap plannen en erop anticiperen met een gezonde levensstijl (al voor de zwangerschap), heeft dit levenslange voordelen voor het kind. Met name tijdens het eerste trimester van de zwangerschap is gezond leven essentieel. Wanneer de moeder bijvoorbeeld rookt, heeft het kind een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen, leerproblemen, astma en overgewicht. Het stimuleren van bewuste gezinsplanning en een gezonde levensstijl tijdens de zwangerschap is daarmee een beschermende factor voor latere jeugdhulp. In de gemeente Meppel zetten we in op de eerste 1000 dagen van het leven van onze jonge inwoners door het programma Kansrijke Start. De activiteiten die onder dit programma vallen, liggen vooral in de preventiesfeer en zijn vaak gericht op kwetsbare doelgroepen. De uitgangspunten van Kansrijke Start zijn echter belangrijk voor alle inwoners, niet alleen kwetsbare inwoners. Want niet alleen bij kwetsbare doelgroepen komen veel onbedoelde zwangerschappen voor. We stimuleren bewustwording door gezinsplanning open te benaderen en informatie over gezond leven tijdens de zwangerschap voor iedereen beschikbaar te stellen. Dit gebeurt al op allerlei manieren.

Zo heeft het verloskundig centrum een kinderwensspreekuur en bespreekt de verloskundige met elke net bevallen vrouw de mogelijkheden voor anticonceptie. Met programma’s als VoorZorg en Toekomstplanning bereiken en ondersteunen we kwetsbare doelgroepen voor wie de toegang tot basisvoorzieningen minder vanzelfsprekend is. Hiervoor werken we nauw samen met partners in de gemeente. Ouders zijn vaardige opvoeders Om ouder te worden heb je geen opleiding nodig. Kennis en ervaring doe je gaandeweg op. Het is normaal om opvoedvragen te hebben en de meeste mensen kunnen hiervoor terecht in hun eigen netwerk: ouders, vrienden en familie. Een professioneel perspectief is voor alle ouders van kinderen tot 4 jaar beschikbaar in de vorm van het consultatiebureau. Het eigen netwerk is altijd de eerste hulpbron voor ouders. We gaan uit van de eigen kracht en verantwoordelijkheid van ouders. Wanneer ouders zich melden bij de gemeente met een opvoedvraag, vragen we altijd eerst of ze hiervoor hulp in hun eigen netwerk kunnen vinden. Dit doet ook recht aan

13 Ter illustratie: uit onderzoek blijkt dat uithuisplaatsingen heel schadelijk zijn voor een jeugdige. Dit is dus een uiterste maatregel. In verreweg de meeste gevallen is het voor een jeugdige beter en effectiever om ondersteuning te bieden binnen het gezin.

Jeugdnota

31

de diversiteit aan opvoedstrategieën die beschikbaar is. Er is vaak meer dan één juist antwoord. Juist in het eigen netwerk kunnen ouders verschillende antwoorden vinden en op eigen kracht bepalen welke het beste bij hen past. Kinderen die opgroeien in een rijke thuisomgeving starten op school met een voorsprong. Ouders kunnen de ontwikkeling van hun kinderen op allerlei manieren stimuleren. Voor veel ouders is dit vanzelfsprekend. Andere ouders hebben hier meer moeite mee, maar kunnen hierin ondersteund worden door het consultatiebureau (tot 4 jaar) of hun eigen netwerk. Om het voor ouders makkelijker te maken om de ontwikkeling van hun kinderen te stimuleren is het gratis lidmaatschap van de bibliotheek voor kinderen een belangrijke voorziening. De gemeente stimuleert dit extra met het Boekstartkoffertje voor jonge ouders. Ook stimuleren kinderopvangorganisaties en de bibliotheek voorlezen. Voorlezen heeft een grote impact op de ontwikkeling van kinderen, die gelijk is voor alle kinderen, ongeacht het opleidingsniveau of de sociale status van de ouders14. Ouders die (nog) geen rijke thuisomgeving bieden signaleren we vroeg. Hiervoor hebben we een netwerk van partners rond het jonge kind, zoals Kansrijke Start. Vervolgens proberen we ouders de handvatten te geven om de thuisomgeving zelf rijker te maken.

Een voorbeeld is de VE-thuisprogramma’s15, waarin ouders begeleid worden bij het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind. In aanvulling daarop, of wanneer het ouders niet lukt, bieden we aanvullende interventies, zoals vier dagdelen per week VVE op een locatie voor kinderopvang of voorleesvrijwilligers. Het VVE aanbod verrijken we nog verder met Boekstart in de kinderopvang en een kwaliteitssubsidie. Voor ouders die een steuntje in de rug nodig hebben en tijdelijk ontlast moeten worden is laagdrempelig ondersteuning beschikbaar, bij voorkeur dicht in de buurt. Denk aan het project Buurtgezinnen, waarbij inwoners elkaar helpen. 4.1.3. De gemeente luistert Visie Wanneer een jonge inwoner of zijn of haar ouders zich meldt bij de gemeente doen zij dit altijd met een hulpvraag. Deze eerste formulering hoeft echter niet de kern van de hulpvraag te zijn. In veel gevallen zit er een behoefte, probleem of knelpunt achter. De enige manier om tot de kern te komen is door vragen te stellen en te luisteren. Daarbij laten we altijd ook de jeugdige zelf aan het woord, niet alleen de ouders, wanneer de jeugdige hier oud genoeg voor is. We gaan het gesprek met de jeugdige en ouders altijd open, geïnteresseerd en zonder tijdsdruk aan: de gemeente luistert.

4.1.3 De gemeente luistert • Wanneer een jeugdige een hulpvraag heeft, zoekt de gemeente naar de kern van de hulpvraag door oprecht geïnteresseerd te luisteren en het gesprek open te voeren. • De gemeente onderzoekt een hulpvraag van een jeugdige altijd in de context van het gezin. • De gemeente luistert niet alleen naar ouders en professionals, maar juist ook naar de jeugdige zelf. • De gemeente werkt intern beleidsoverstijgend samen om voor inwoners snel en makkelijk passende hulp te regelen. • De gemeente is betrouwbaar en komt afspraken na.

14 In boeken komen veel meer verschillende woorden voor dan in het dagelijkse taalgebruik. De woordenschat van kinderen wordt daarom door voorlezen flink vergroot. Dit blijkt uit verschillende onderzoeken, samengevat op lezen.nl: https://www.lezen.nl/onderzoek/voorlezen-boost-voor-taal-en-lezen/ 15 VE = voorschoolse educatie. VVE = voor- en vroegschoolse educatie. De gemeente is verantwoordelijk voor een aanbod van voorschoolse educatie. Het onderwijs is verantwoordelijk voor de vroegschoolse periode (groep 1 en 2). Jeugdnota

32

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten Wanneer een jeugdige of ouders zich melden voor hulp kijken we ook altijd naar de context van de vraag en de jeugdige. Hoe zit het gezin in elkaar? Zijn er bij de ouders ook problemen, bijvoorbeeld met geld, werkloosheid of verslaving? Wanneer het probleem eigenlijk op eigen kracht op te lossen zou moeten zijn, maar dit de jeugdige en/of de ouders niet lukt, zit daar de kern van het probleem en niet bij de jeugdige. Dat betekent dat we (vooral) ook onderzoeken wat het gezin nodig heeft om in de toekomst op eigen kracht tegenslagen of problemen op te lossen. Uiteraard doen we dit in samenspraak met het gezin. Een aanpak op de kern van het probleem betekent dat we regelmatig zullen willen inzetten op hulp voor de ouders in plaats van hulp voor het kind. Het is belangrijk dat we hiervoor beleidsoverstijgend kunnen werken en intern goede afspraken hebben, zodat de inwoner niet ‘van het kastje naar de muur wordt gestuurd’. 4.1.4. Duidelijkheid in de toegang tot jeugdhulp Visie Wanneer we meer en vaker een beroep doen op de eigen kracht en verantwoordelijkheid van gezinnen, betekent dit ook een beperktere toegang tot jeugdhulp. Vraagstukken en problemen die redelijkerwijze op eigen kracht kunnen worden opgelost horen niet meer thuis bij de jeugdhulp. Dit moet zowel intern als naar inwoners toe duidelijk zijn.

4.1.4 Duidelijkheid in de toegang tot jeugdhulp • Intern is bij de gemeente duidelijk welke hulpvragen wel en niet onder jeugdhulp vallen. • De gemeente communiceert helder, visueel en in duidelijke bewoordingen naar inwoners wat wel en niet onder jeugdhulp valt. • De gemeente communiceert helder, visueel en in simpele bewoordingen naar inwoners welke ondersteuning zonder indicatie beschikbaar is in het voorliggend veld. • De gemeente overlegt regelmatig met directe verwijzers over de toegang tot jeugdhulp en de beschikbaarheid van voorliggende voorzieningen. • We leiden inwoners met een specialistische hulpvraag bij voorkeur naar de gemeentelijke toegang.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten Hier maken we intern duidelijke afspraken over. Hoewel de wet hier in 2023 niet op is aangepast, zal dit op korte termijn gebeuren in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. We kunnen dus nu al beginnen met gesprek over de kaders en zijn hier ook al mee bezig. Vervolgens vertalen we die afspraken naar een helder en duidelijk geformuleerd visueel overzicht voor inwoners en collega’s die minder vaak met jeugdhulp te maken hebben. Strenge kaders betekenen ook meer verwijzingen naar het voorliggend veld. Ook dit brengen we helder en duidelijk in kaart voor inwoners. Denk aan de overgang van de jeugdgezondheidszorg: tot 4 jaar is dit iCare, daarna GGD Drenthe. Een eerste contact met de GGD hebben ouders echter pas als hun kind in groep 2 zit, waardoor ouders niet altijd weten waar zij in de tussenliggende periode terecht kunnen. Als het antwoord op een hulpvraag niet bij jeugdhulp ligt, verwijzen we inwoners naar de plek waar dit antwoord wel ligt. We laten inwoners niet in de steek, maar zijn duidelijk over de plek waar zij terecht kunnen. Ook wanneer het antwoord in de algemene basis van het eigen netwerk en de eigen kracht ligt. Op die manier houden we de toegang vrij voor inwoners die wel aangewezen zijn op specialistische hulp. Inwoners moeten altijd weten waar zij terecht kunnen met (opvoed)vragen.

Jeugdnota

33

Hierover gaan we ook het gesprek aan met de directe verwijzers. Het merendeel van de specialistische jeugdhulp wordt geïndiceerd door een directie verwijzer of geïndiceerde instelling16, zonder tussenkomst van de gemeente. Op deze verwijzingen kunnen we niet sturen. We kunnen de hulpvraag niet in de context van het gezin en eventuele andere hulp of zorg plaatsen. We moeten erop vertrouwen dat de verwijzer dit heeft gedaan. Waar mogelijk leiden we inwoners met een hulpvraag of een herhaalde hulpvraag daarom naar het gemeentelijk loket, waar we breed kunnen kijken naar de situatie en meer tijd hebben voor een brede uitvraag. 4.1.5. Jeugdhulp is effectief en op het juiste moment beschikbaar Visie Wanneer gespecialiseerde jeugdhulp nodig is, dan zijn de problemen niet meer op te lossen met lichte ondersteuning. Deze hulp moet meteen, zonder wachtlijsten, beschikbaar zijn, zodat het risico op escalatie zo klein mogelijk is. Dit zijn onze meest kwetsbare inwoners. Dit betekent ook dat de ingezette hulp wetenschappelijk bewezen effectief moet zijn en dat jeugdigen en ouders na afloop van het traject tevreden moeten zijn over de hulp. Zij moeten er daadwerkelijk mee geholpen zijn.

4.1.5 Jeugdhulp is effectief en op het juiste moment beschikbaar • Er zijn geen wachtlijsten. • De gespecialiseerde jeugdhulp die onze jeugdigen en ouders ontvangen is bewezen effectief. • Jeugdigen en ouders zijn tevreden over de hulp die zij ontvangen en het effect ervan. • De gemeente analyseert data om eventuele verschillen in effectiviteit tussen verschillende zorgaanbieders en/of behandelmethoden vast te stellen en deelt dit met de aanbieders. • De gemeente organiseert constructief en open overleg met zorgaanbieders met als doel om samen te leren van de data die de gemeente beschikbaar heeft. Zorgaanbieders en gemeente bepalen samen welke data en welke analyses belangrijk zijn.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten De ervaringen van onze inwoners halen we bijvoorbeeld op door middel van een klanttevredenheidsonderzoek (KTO). We bevragen niet alleen de inwoners die via het jeugdloket verwezen zijn naar jeugdhulp, maar ook inwoners die via directe verwijzing hulp ontvangen. We benaderen hen actief om hun ervaringen te delen. Samen leren Zorgaanbieders zijn onze partners in het bieden van jeugdhulp. Om de effectiviteit en kwaliteit van de hulp te bewaken en te vergroten hebben we elkaar nodig. Dit vraagt om het opbouwen van een open en constructieve relatie waarin ruimte is om te leren en te verbeteren. Zorgaanbieders hebben zelf de verantwoordelijkheid om effectieve behandelmethoden in te zetten. Zij hebben data op clientniveau. Als gemeente hebben wij het grote voordeel dat wij data van verschillende aanbieders, verschillende behandelmethodes en clientervaringen inzichtelijk kunnen maken. In een constructieve relatie met zorgaanbieders kunnen wij gezamenlijk data verzamelen en vergelijken met als doel het optimaliseren van de kwaliteit en effectiviteit van de hulp. Dit is exact wat vanuit het programma Koers (zie paragraaf 3.2.3) willen: samen met andere flexibel aan de slag. Om constructief te kunnen samen leren op deze manier is vertrouwen nodig. Hier zit een spanningsveld.

Zorgaanbieders bieden jeugdhulp, maar hebben ook een bedrijfsvoering en zijn in de meeste gevallen organisaties met winstoogmerk. De gemeente betaalt voor jeugdhulp en wil deze kosten zo laag mogelijk. Daarin zijn de belangen van de gemeente en zorgaanbieders tegengesteld. In de praktijk

16 Directe verwijzer: bijvoorbeeld de huisarts. Geïndiceerde instelling: instellingen voor bijvoorbeeld dagbehandeling, begeleid wonen, pleegzorg, e.d.

Jeugdnota

34

werken de meeste zorgaanbieders echter net als de gemeente vanuit het belang van onze inwoners. Dat is waar we elkaar vinden: vanuit een gezamenlijke wens en ambitie om inwoners zo goed mogelijk, zo vroeg mogelijk en zo snel mogelijk te helpen om (zoveel als mogelijk) weer op eigen kracht deel te kunnen nemen aan de samenleving. We werken vanuit de bedoeling en denken buiten de gebaande paden als we daar mogelijkheden voor verbetering zien (zie ook paragraaf 4.1.6). We zetten dus sterk in op data-analyse, maar doen dit expliciet in samenwerking met zorgaanbieders. Daarnaast zijn we scherp op afwijkingen in facturering en geleverde zorg. Ook hierbij gaan we altijd eerst open het gesprek aan en gaan we in de eerste instantie uit van goede bedoelingen. De gemeente wil vanuit het programma Koers een betrouwbare en professionele partner zijn. Dit betekent dat wij vanuit vertrouwen werken en de kans bieden om fouten te herstellen en hierover ook duidelijk zijn. 4.1.6. Niet bang voor een experiment Visie In de gemeente Meppel zijn we niet bang om te experimenteren met nieuwe mogelijkheden en strategieën. Vaak doen we dit in samenwerking met het onderwijs (zie paragraaf 4.3.3), maar ook los van het onderwijs proberen we slimme oplossingen te vinden voor uitdagingen die we tegenkomen. Wanneer we een kansrijk idee hebben voeren we dat eerst uit door middel van een pilot.

We monitoren het resultaat van experimenten en beoordelen na een vastgestelde periode objectief en open of het experiment wel of niet de verwachte resultaten oplevert.

4.1.6 Niet bang voor een experiment • In de gemeente Meppel denken we buiten de kaders voor slimme oplossingen op het gebied van jeugdhulp. • We monitoren het resultaat van experimenten en beoordelen na een vastgestelde periode objectief en open of het experiment wel of niet de verwachte resultaten oplevert.

4.1.7. Een achttiende verjaardag zonder zorgen Visie Voor alle jongeren brengt de overgang van 18- naar 18+ veranderingen met zich mee. Voor veel jongeren is dit geen probleem omdat zij een ondersteunend netwerk hebben dat hen hierbij kan helpen. Voor andere jongeren is dit wel een probleem. Met name of financieel gebied komen wij relatief veel jongeren en jongvolwassenen tegen die al te maken hebben met schulden. Dit willen we zoveel mogelijk voorkomen.

4.1.7 Een achttiende verjaardag zonder zorgen • In regioverband stemmen we de inkoop van jeugdhulp af met de inkoop van Wmo-hulp. • We informeren jongeren ruim op tijd laagdrempelig over de organisatorische en financiële veranderingen die hun 18e verjaardag met zich meebrengt. • We hebben een laagdrempelig loket voor jongeren met vragen de organisatorische en financiële veranderingen die hun 18e verjaardag met zich meebrengt. • We werken binnen de gemeente en met partners samen om de overgang van 18- naar 18+ voor kwetsbare jongeren op individueel niveau zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten Alle jongeren informeren wij laagdrempelig in de vorm van bijvoorbeeld een brief en informatieboekje wanneer zij 17 jaar zijn. Jongeren die geen hulp in hun netwerk kunnen vinden wijzen wij op de beschikbaarheid van laagdrempelige hulp via bijvoorbeeld het Geldloket. Jongeren die jeugdhulp krijgen hebben te maken met nog een extra uitdaging: vaak is jeugdhulp niet 1-op-1 door te zetten

Jeugdnota

35

via Wmo-hulp omdat dit verschillende ‘producten’ zijn en andere aanbieders. Wanneer de behoefte aan hulp ook na de 18e verjaardag blijft bestaan is dit lastig en wordt vaak ‘verlengde jeugdhulp’ ingezet. We gaan dit ondervangen door in regioverband in te zetten op een betere afstemming tussen jeugdhulp en Wmo-hulp. Waar mogelijk contracteren we dezelfde aanbieders. Daarnaast werken we samen met verschillende beleidsterreinen en organisaties om op casusniveau te zorgen voor een soepele overgang voor onze meest kwetsbare inwoners. Daar waar al duidelijk is dat hulp na 18+ ook nodig zal zijn zal een Wmo-consulent al voor de 18e verjaardag samen gaan optrekken met de Jeugdconsulent voor een soepele overgang naar de Wmo. 4.2. Meedoen Het gezin is voor elke jeugdige de belangrijkste basis. Opgroeien in een liefdevol gezin legt de basis voor de ontwikkeling van kind tot volwassene. Ouders zijn ervoor verantwoordelijk om deze ontwikkeling te stimuleren en de ondersteunen. Meppel heeft baat bij ouders die vaardige opvoeders zijn met een sterk netwerk. Zoals in paragraaf 2.3 is beschreven kunnen ook andere volwassenen in de directe nabijheid van het gezin een belangrijke rol spelen. Hoe sterker het netwerk van ouders, hoe meer hulplijnen zij hebben bij uitdagingen. Rond jeugdigen in de context van het gezin hebben wij de volgende uitgangspunten en doelen: 4.2.1.

Op een sterke basis kun je bouwen Visie Mensen zijn sociale dieren en lidmaatschap van clubs en verenigingen heeft een positief effect op het welbevinden. Sportactiviteiten bevorderen de lichamelijke en mentale gezondheid. Culturele activiteiten zijn goed voor de mentale gezondheid en zorgen voor betere schoolprestaties. Dergelijke activiteiten zijn beschermende factoren voor jeugdhulpgebruik, zoals beschreven in paragraaf 2.3.7. Kortom, meedoen in het algemeen is belangrijk voor onze jonge inwoners.

4.2.1 Op een sterke basis kun je bouwen • De gemeente Meppel stimuleert een breed en laagdrempelig aanbod aan basisactiviteiten (buiten schooltijd) die noodzakelijk zijn voor de sociale, lichamelijke of mentale gezondheid van onze inwoners: op het gebied van sport, bewegen, kunst, cultuur, vrijwilligerswerk en andere sociale activiteiten en evenementen. • Ouders zijn op de hoogte van het aanbod aan vrijetijdsactiviteiten in de gemeente Meppel. • Ouders moedigen hun kinderen aan om mee te doen met activiteiten. • Jeugdigen hebben gelijke kansen om mee te doen.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten Basisvoorzieningen Om mee te kunnen doen moet er natuurlijk wel een aanbod van buitenschoolse activiteiten zijn om aan mee te doen. In de basis zijn dit door inwoners zelf gedragen initiatieven. De gemeente kan hier echter wel een belangrijke, stimulerende rol in innemen waardoor nieuwe clubs makkelijker opgericht worden en bestaande, succesvolle initiatieven blijven bestaan. Met name op de beleidsterreinen cultuur en sport is het dus belangrijk om altijd in het oog te houden welke invloed ontwikkelingen hebben op het niveau van basisvoorzieningen. Zeker gezien de groeiambitie van de gemeente Meppel in de komende jaren. Op dit moment hebben we subsidies beschikbaar voor sportverenigingen en enkele culturele activiteiten (muziekverenigingen, toneelverenigingen) op basis van o.a. het aantal jeugdleden. Ook G-sport voor mensen met een beperking subsidiëren we. Het sportaanbod in de gemeente Meppel is groot en divers. Het culturele aanbod en kunstaanbod is veel beperkter. Voor de meeste jeugdigen beperkt zich dat nu tot cultuureducatie onder schooltijd. Het is wenselijk dat zoveel mogelijk kinderen en jongeren deelnemen aan naschools aanbod. Onder jongeren willen we bovendien graag stimuleren dat zij zich verder ontwikkelen in de activiteiten die zij leuk vinden.

De uitgangspunten van kansengelijkheid zijn essentieel als het gaat om deelname aan basisvoorzieningen (4.2.2). Daar kunnen we nog winst behalen. Jeugdnota

36

Een goed en laagdrempelig basisaanbod van voorzieningen is niet alleen van belang voor de mentale gezondheid van onze inwoners. Een slimme inzet van aanbod biedt ook een oplossing voor andere problemen, zoals overlast door ‘hangjongeren’ en middelengebruik onder jongeren. Zoals een wijkhandhaver aangeeft: “[We moeten de vrije tijd] van onze jeugd invullen. Er is op dit moment zeer weinig te doen voor de jeugd vanaf 12 jaar. Voor de jongere jeugd zijn er genoeg activiteiten.” Ouders stimuleren hun kinderen om mee te doen Om kinderen en jongeren deel te laten nemen aan zulke activiteiten is het belangrijk dat ouders dit stimuleren. Hiervoor moeten ze in de eerste plaats bekend zijn met het aanbod. De gemeente Meppel heeft hier een verbindende rol in. Wij zorgen dat het aanbod laagdrempelig te vinden is. We doet dit bijvoorbeeld al door de website Meppel Actief voor sportactiviteiten. We streven ernaar om deze rol ook uit te bouwen naar culturele en andere activiteiten. Hoe meer jeugdigen deelnemen, hoe beter dit is voor zowel onze jonge inwoners als de gemeente zelf. 4.2.2. Jeugdigen hebben gelijke kansen om mee te doen Visie De situatie van het gezin waarin een jeugdige opgroeit mag geen belemmering zijn voor jongeren om lid te worden van een sportclub, muziekles te volgen of zich aan te melden voor een tekencursus.

Deelname aan sociale, culturele, sportieve en kunstzinnige activiteiten moet voor elke jeugdige mogelijk zijn, ook wanneer ouders daar geen financiële middelen voor hebben. In Meppel regelen we dit bijvoorbeeld via kindregelingen die gebundeld zijn onder Kind Support. Ouders met een laag inkomen kunnen via Kind Support ondersteuning krijgen voor schoolspullen, hobby’s, een laptop, fiets, zwemles of verjaardagsfeest.

4.2.2 Jeugdigen hebben gelijke kansen om mee te doen • De financiële situatie of het opleidingsniveau van ouders mag geen belemmering vormen voor jeugdigen om mee te doen.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten De komende jaren hebben we extra aandacht voor het bereik van Kind Support en het vergroten daarvan. Hiervoor werken we samen met verschillende beleidsterreinen: sport, cultuur, onderwijs, armoede en jeugd en de bijbehorende partnerorganisaties in de gemeente. Door ons samen in te zetten voor het vergroten van het bereik van Kind Support, verminderen we kansenongelijkheid in de gemeente Meppel. Daarnaast onderzoeken we of er een ‘tussen wal en schip’ doelgroep is die niet in aanmerking komt voor Kind Support, maar desondanks onvoldoende financiële mogelijkheden ziet om deelnamekosten zelf te betalen. Tenslotte hebben we ook bijzondere aandacht voor groepen jeugdigen die wel willen sporten, maar dit niet doen. We onderzoeken wat de belemmerende factoren zijn en wat de gemeente kan doen om deze weg te nemen. 4.2.3. Meedoen is gezond Visie Onderzoek laat zien dat georganiseerde activiteiten een positieve, beschermende werking hebben als het gaat om middelengebruik. Daar is echter een belangrijke voorwaarde bij: de omgeving waarin die activiteiten plaatsvinden, is een gezonde omgeving waarin geen middelengebruik voorkomt. Is dit wel het geval, dan vergroot deelname aan dergelijke activiteiten juist het middelengebruik onder jeugdigen.

4.2.3 Meedoen is gezond • In Meppel stimuleren we dat de omgeving waarin jeugdigen deelnemen aan sportieve, culturele en sociale activiteiten zoveel mogelijk gezond is: met de optie voor gezonde voeding en geen middelengebruik.

Jeugdnota

37

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten In relatie tot sport is met name alcoholgebruik een factor van invloed. Uit verschillende studies bleek dat jongeren die deelnemen aan sport meer alcohol gebruiken dan jongeren die niet deelnemen aan sport (Kwan et al., 2014). In de gemeente Meppel stimuleren we sportverenigingen daarom om alcoholgebruik in bijzijn van kinderen en jongeren zoveel mogelijk te vermijden. Daarnaast stimuleren we sportkantines om naast het ongezonde voedingsaanbod ook gezonde opties aan te bieden. Dit vraagt een omslag die tijd kost. Uit landelijk onderzoek blijkt echter dat de meeste bezoekers aan sportkantines graag gezondere opties in de kantine zouden willen. Maar liefst 77% wil dit graag voor kinderen en jongeren en 70% wil dit ook graag voor zichzelf. En 25% van de jongeren kan overtuigd worden om gezonder te eten als er meer gezonde opties zijn (Markteffect, 2021). De gemeente stimuleert dit vanuit deelname aan de landelijk JOGG-aanpak: gezonde jeugd gezonde toekomst. Een belangrijk middel om (gezond) sporten, bewegen en meedoen te stimuleren is bijvoorbeeld het Buurtsportwerk. Via Meppel Actief zijn buurtsportcoaches sinds 2010 actief in de gemeente Meppel. Meppel Actief zet door middel van de pijlers van Positieve Gezondheid in op 3 hoofdthema’s die goed aansluiten bij de visie van de gemeente: 1.

Gezond opgroeien (faciliteren, ondersteunen en stimuleren van bewegen / gezonde leefstijl) 2. Stimuleren van sport en bewegen (sport als doel) 3. Iedereen moet kunnen meedoen in de maatschappij (sport als middel) 4.2.4. De gemeente luistert Visie Dit uitgangspunt is bij 4.1.3 in de context van het gezin ook al benoemd. Bij ‘meedoen’ ligt te nadruk anders, maar is het principe hetzelfde. Bij ontwikkelingen op het gebied van voorzieningen waaraan ook jeugdigen deelnemen vragen we jeugdigen naar hun mening. En die mening laten we meewegen bij het nemen van beslissingen.

4.2.4 De gemeente luistert • De gemeente luistert naar de behoefte van jeugdigen als het gaat om voorzieningen en meedoen. • De mening van jeugdigen wordt gevraagd en meegewogen als het gaat om voorzieningen en meedoen.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten Sportieve en culturele activiteiten hebben meestal een sociaal component, maar de focus ligt op een specifieke activiteit. Als we naar jongeren luisteren, geven zij aan ook behoefte te hebben aan een sociale ‘hangplek’. Bijvoorbeeld in de vorm van een jongerencentrum. Zij geven zelf aan hier graag toezicht bij te willen, al dan niet in de vorm van een jongerenwerker. Zij kunnen dan ook laagdrempelig om advies of hulp vragen als zij dit nodig hebben. We onderzoeken of een dergelijke wens samen kan komen met andere uitgangspunten van ons jeugdbeleid, zoals de beschikbaarheid van een indicatieloos en laagdrempelig hulpaanbod dichtbij de inwoners. 4.3. School School en kinderopvang zijn een belangrijk onderdeel van het leven van onze jonge inwoners. Kinderen en jongeren brengen rond de 30-35 uur week op school door. Het onderwijs heeft taken die vooral op het gebied van formeel leren liggen. School is echter nauw verweven met de andere cirkels van invloed rond kinderen en jongeren. Een jeugdige wiens ouders in scheiding liggen komt minder goed tot leren en kan gedragsproblemen ontwikkelen. Andersom kan een kind dat geen passend onderwijs ervaart thuis tot ontploffing komen of psychische problemen ontwikkelen. Het onderwijsveld met alle verschillende schooltypes is complex voor wie er niet midden in zit.

Zie daarom bijlage III voor een helder overzicht van het onderwijsveld. Jeugdnota

38

4.3.1. Vroege signalering en preventie loont Visie Scholen hebben hun eigen kerndoelen en kerntaken en hebben daar hun handen aan vol. Desondanks zijn scholen ook essentiële vindplaatsen en signaleringspartners voor kinderen en jongeren. Samenwerking is daarom heel belangrijk. Hierbij is het wel belangrijk dat we dingen echt samen doen, vanuit een gedeelde visie. Dit betekent dat samenwerking van school tot school kan verschillen, afhankelijk van de visie van elke individuele school.

4.3.1 Vroege signalering en preventie loont • De gemeente werkt beleidsmatig en uitvoerend nauw samen met het onderwijs, kinderopvang en andere partners bij onderwerpen rond jeugd. • De gemeente werkt nauw samen met het onderwijs, kinderopvang en andere partners om (het ontstaan van) problemen zo vroegtijdig mogelijk te signaleren. • De gemeente werkt nauw samen met het onderwijs, kinderopvang, welzijnsorganisaties, jeugdgezondheidszorg en andere partners om problemen te voorkomen (preventie).

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten Op bestuurlijk niveau werken we al samen in de LEA (Lokale Educatieve Agenda), waarvoor we meerdere keren per jaar bij elkaar komen. Jaarlijks evalueren we de effectiviteit van deze wettelijk verplichte overlegstructuur en passen deze eventueel aan om voor maximaal rendement te zorgen. Signalering en preventie Scholen, kinderopvang, verloskundigen, kraamzorg, jeugdgezondheidszorg en andere maatschappelijke organisaties zijn belangrijke signaleringspartners. Om effectief te signaleren moeten de lijntjes met en tussen deze partners kort zijn. Dit vraagt om een constante investering in samenwerking en kennismaking, waar de gemeente een verbindende rol in kan en moet spelen. Niet alleen op bestuurlijk niveau, maar juist ook op uitvoerend niveau, waar casussen spelen. De gemeente doet veel op het gebied van preventie. Deels zijn dat wettelijke taken en deels zijn dat activiteiten die zorgen voor een sterk voorliggend veld, waardoor verwijzing naar specialistische jeugdhulp niet (meer) nodig is. Denk aan programma’s als Kansrijke Start en JOGG, voorschoolse educatie, jongerenwerk, spijbelspreekuren en meer. Voor het toeleiden naar interventies en activiteiten is de gemeente grotendeels afhankelijk van de signaleringspartners.

Ook zijn er een aantal onderwerpen waar de gemeente en het onderwijs beide taken in hebben: leerplicht, voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en de verbinding tussen onderwijs en zorg. De gemeente speelt een stimulerende rol in de samenwerking met het onderwijs en andere partijen. Daarbij is het belangrijk dat visie en urgentie zoveel mogelijk samen gedragen zijn. Denk aan een onderwerp als ondermijning. Scholen kunnen een belangrijke rol spelen in het voorkomen van de criminalisering van jongeren. Hiervoor is een gezamenlijk gevoel van urgentie, een integrale aanpak binnen de gemeente en nauwe samenwerking met het onderwijs en andere partijen nodig. Zoals een collega van de gemeente het omschrijft: “Als wij met zijn allen meer investeren in preventie van jonge aanwas aan de voorzijde, hebben wij hier aan de achterzijde profijt van!” 4.3.2. Jeugdigen hebben leerplicht en leerrecht Visie In de preventie van schooluitval zijn gemeente en onderwijs bijzondere partners. De gemeente is belast met het toezicht op de naleving van de leerplichtwet. Dit betekent dat onze leerplichtambtenaren toezicht houden op het naar school gaan van jeugdigen en kunnen handhaven wanneer dit niet gebeurt. Ongeoorloofd verzuim is immers een strafbaar feit. In de gemeente Meppel leggen we echter liever de nadruk op preventie. We willen zoveel mogelijk voorkomen dat kinderen en jongeren thuis komen te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=33a7c0f8-bea8-42f7-8693-dac5a935807f