Jeugdnota Gemeente Meppel 2023-2028
Tekst van het document
Jeugdnota Gemeente Meppel 2023-2028 Welbevinden voorkomt zorg
Jeugdnota 2023-2028 Welbevinden voorkomt zorg september 2023
Inhoudsopgave
1.
Inleiding en samenvatting................................................................................................. 4
1.1.
Inleiding................................................................................................................................... 4
1.2.
Samenvatting............................................................................................................................ 5
2.
Achtergrond en onderzoek................................................................................................. 7
2.1.
Cijfers...................................................................................................................................... 7
2.2.
Oorzaken.................................................................................................................................11
2.3.
Oplossingsrichtingen.................................................................................................................13
3.
Kaders................................................................................................................................. 18
3.1.
Rol van de ouders, rol van de overheid........................................................................................18
3.2.
Landelijke kaders......................................................................................................................18
3.3.
Lokale kaders...........................................................................................................................23
3.4.
Hoe is dit beleidsplan tot stand gekomen?....................................................................................26
4.
Visie en uitgangspunten................................................................................................... 27
4.1.
Gezin......................................................................................................................................29
4.2.
Meedoen.................................................................................................................................36
4.3.
School.....................................................................................................................................38
4.4.
Leefomgeving (wijk).................................................................................................................42
5.
Uitvoering, monitoring en evaluatie............................................................................... 45
5.1.
Uitvoering................................................................................................................................45
5.2.
Financiën.................................................................................................................................45
5.3.
Monitoring en evaluatie.............................................................................................................46
Bijlage I.
Literatuurlijst...................................................................................................... 47
Bijlage II.
Visualisatie vangnet jeugd in de gemeente Meppel....................................... 49
Bijlage III.
Overzicht van het onderwijsveld...................................................................... 50
Bijlage IV.
Lijst van mensen die hebben meegedacht bij de totstandkoming van deze jeugdnota............................................................................................ 51
Colofon Uitgave van: gemeente Meppel / Datum: september 2023
Jeugdnota
3
1.
Inleiding en samenvatting
In de gemeente Meppel maken we ons samen sterk voor een gezonde en veilige leefomgeving waarin onze kinderen weerbaar, veerkrachtig en gelukkig kunnen opgroeien.
1.1. Inleiding In de gemeente Meppel zijn we trots op onze jeugd. De meeste jeugdigen (kinderen en jongeren)1 doen het goed en groeien op tot volwassenen die actief meedoen in de samenleving. Nederlandse 15-jarigen zijn niet voor niets de gelukkigste in de wereld volgens onderzoek van Unicef (2020). Buitenlandse artikelen roemen de factoren die bijdragen aan het geluk van Nederlandse kinderen.2 Nederlands 15-jarigen scoorden nummer 1 van de wereld als het gaat om mentaal welbevinden. Op lichamelijke gezondheid scoorde Nederland een negende plaats en op academische en sociale vaardigheid de derde plaats. Gecombineerd betekent dit dat Nederlandse jongeren op nummer 1 in de wereld staan, gevolgd door Deense en Noorse jongeren. De welvaart, het onderwijs en de goede gezondheidszorg in Nederland ligt hier ten grondslag aan, al is het zeker niet de enige factor. Desondanks maken we ons ook zorgen om een deel van onze jongere inwoners. De kloof tussen gelukkige en ongelukkige kinderen is groot. We zien landelijk dat het jeugdzorggebruik sinds 2000 enorm toeneemt. In de gemeente Meppel zien we niet zozeer een toename van cliënten, maar wel een toename van de kosten en een toename in indicatieduur. We zien we met name bij de GGZ (geestelijke gezondheidszorg) lange wachtlijsten. Dit past bij het beeld uit recent onderzoek dat laat zien dat steeds meer jongeren mentale problemen ervaren.
Een derde van de meisjes en een zesde van de jongens heeft psychische klachten (GGD Drenthe, 2021). Dat is zorgwekkend. De gemeente biedt jeugdhulp3 aan kinderen en jongeren die dat nodig hebben. Dat jeugdhulp makkelijk en snel beschikbaar is voor jeugdigen die dat nodig hebben is een groot goed. Het liefst zien we echter dat zo min mogelijk jeugdigen jeugdhulp nodig hebben. Dat onze jeugdigen gezond en veilig opgroeien en weerbaar, veerkrachtig en gelukkig zijn. Want: welbevinden voorkomt dat zorg nodig is. In deze beleidsnota schetsen we de kaders en uitgangspunten die we in de gemeente Meppel willen aanhouden als het om onze jeugd gaat. Onze aanpak is integraal: de meeste beleidsterreinen binnen het sociaal domein en enkele binnen het fysiek domein hebben raakvlakken met jeugd. Deze nota verbindt de verschillende terreinen tot een sluitende aanpak. Met deze jeugdnota voldoen we ook aan de verplichting voor de gemeente in de Jeugdwet om een door de gemeenteraad vastgesteld ‘plan’ te hebben. Dat plan geeft richting aan de door de gemeenteraad en het college te nemen beslissingen over preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Het plan moet de gemeentelijke visie en doelstellingen van het jeugdbeleid beschrijven.4 Het huidige document betreft hoofdzakelijk de eerste twee onderwerpen: preventie en jeugdhulp.
Het is geen uitvoeringsdocument, concrete uitwerkingen zullen per onderwerp gemaakt moeten worden. Uitvoeringsvoorstellen kunnen in visie en richting getoetst worden aan deze jeugdnota.
1 2 3
4
Een jongere: 12-18 jaar, een jeugdige: 0-18 jaar, een kind: 0-12 jaar of 0-18 jaar, afhankelijk van de context. Bijvoorbeeld: https://www.cnbc.com/2021/11/26/heres-what-lessons-can-be-learned-from-parenting-inthe-netherlands.html Onder jeugdhulp valt het bieden van hulp en zorg waar nodig aan jeugdigen en ouders. Deze hulp en zorg hebben tot doel om jeugdigen te ondersteunen bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van problemen en stoornissen. Onder jeugdhulp valt ook het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer. Evenals het bevorderen van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een probleem of beperking. Jeugdwet, artikel 2.2 [geraadpleegd op 22 juni 2023].
Jeugdnota
4
In het volgende hoofdstuk kijken we eerst naar de oorzaken van de toename in psychische problemen en jeugdhulpgebruik en de factoren waarvan we weten dat ze werken in het voorkomen en oplossen van problematiek. In hoofdstuk 3 beschrijven we de landelijke en lokale kaders waarbinnen ons jeugdbeleid zich bevindt. Het vierde hoofdstuk is de kern van de nota: hierin beschrijven we onze visie en doelen. Daarna komt de uitvoering, monitoring en evaluatie aan bod. Tenslotte beschrijven we de financiële kaders. Hieronder volgt eerst nog een samenvatting van de jeugdnota. 1.2. Samenvatting De Nederlandse jeugd is de gelukkigste van de wereld. Toch zien we al jaren dat het jeugdhulpgebruik toeneemt. Dit is ook in de gemeente Meppel het geval. We zien de laatste jaren vooral dat jeugdigen langer gebruik maken van jeugdhulp. De wachtlijsten voor specialistische hulp zijn vaak lang. De oorzaak van deze continue stijging moeten we volgens experts vooral zoeken in de samenleving als geheel: prestatiedruk, geluksdruk, individualisme, stress door de klimaatcrisis, wooncrisis en geldzorgen, toenemende complexiteit in de samenleving en wachtlijsten voor hulp, waardoor problemen groeien. Alles bij elkaar betekent het dat onze samenleving steeds minder geschikt is voor jeugdigen om in op te groeien.
Om het tij te keren moeten we dus investeren in een jeugd-vriendelijke samenleving: nieuwe waarden uitdragen die de prestatiedruk verminderen (Wat vind je leuk?” in plaats van “Wat is je talent?”), als gemeente gezamenlijk met ouders, scholen het bedrijfsleven en maatschappelijke partijen onze verantwoordelijkheid nemen, en luisteren naar onze jeugd door middel van jeugdparticipatie. Aanvullende oplossingsrichtingen zijn: preventie, vroegtijdige interventies, samenwerking en netwerken, eigen kracht en zelfredzaamheid van gezinnen vergroten, een efficiënte inkoop, onderzoek en innovatie en investeren in een jeugd-vriendelijke samenleving. Bij formuleren van de Meppeler Jeugdnota zijn verschillende landelijke, regionale en lokale kaders van belang. Behalve de Jeugdwet zelf is de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 essentieel. Deze agenda omvat een bezuinigingsopdracht op de kosten voor jeugdhulp door middel van een beweging naar de voorkant, naar het voorliggend veld. De opdracht voor gemeenten is groot: we moeten niet alleen de jaarlijkse toename in de kosten doorbreken, we moeten die kosten vervolgens zelfs omlaag brengen. Raakvlakken zijn er verder met onder andere het landelijke GALA en IZA en lokaal met het Meppeler Akkoord, het Coalitieakkoord Meppel, Koers en de Ontwikkelagenda Jeugd.
De uitgangspunten van de Meppeler Jeugdnota vormen een kapstok die richting geeft aan alles wat we doen op het gebied van jeugd. We beschrijven de uitgangspunten van het Meppeler jeugdbeleid aan de hand van ‘vier cirkels van invloed’ en ‘vier gradaties van hulp’. Wanneer jeugdigen problemen of uitdagingen ervaren dan kunnen zij hier in verschillende gradaties of niveaus hulp voor vragen en krijgen. We gaan uit van de volgende vier gradaties: basisvoorzieningen, preventieve ondersteuning, lichte eerstelijnshulp en specialistische hulp. In grote lijnen willen we in de gemeente Meppel graag een omslag maken waarbij de meeste problemen opgelost kunnen worden in de eigen kring (basisvoorzieningen) met waar nodig een opschaling naar lichte eerstelijnshulp. Preventieve ondersteuning is essentieel om te voorkomen dat hulpvragen escaleren. Op die manier verwachten we een afname van het gebruikt van specialistische jeugdhulp. In de Jeugdnota kijken we integraal naar onze jeugd. Een jeugdige staat niet op zich, maar is onderdeel van de samenleving. We onderscheiden vier cirkels van invloed rond elk kind: gezin, school/ dagbesteding, meedoen en fysieke leefomgeving. Bij elke cirkel van invloed benoemen we een aantal uitgangspunten. Deze zijn weer onderverdeeld in subdoelen, die terug te vinden zijn in hoofdstuk 4.
Jeugdnota
5
Het gaat om de volgende uitgangspunten: Gezin • Het leven is een hobbelige weg • Eigen kracht en verantwoordelijkheid centraal • De gemeente luistert • Duidelijkheid in de toegang tot jeugdhulp • Jeugdhulp is effectief en op het juiste moment beschikbaar • Niet bang voor een experiment • Een achttiende verjaardag zonder zorgen Meedoen • Op een sterke basis kun je bouwen • Jeugdigen hebben gelijke kansen om mee te doen • Meedoen is gezond • De gemeente luistert School • Vroege signalering en preventie loont • Jeugdigen hebben leerplicht en leerrecht • Niet bang voor een experiment • Jeugdigen hebben gelijke kansen op school • Naar school gaan is gezond • De gemeente luistert Leefomgeving (wijk) • Ruimte voor jonge inwoners • De gemeente luistert • Een hoopvolle toekomst • Een gezonde leefomgeving Omdat deze jeugdnota geen concrete uitvoeringsplannen bevat, kan deze niet op geld gezet worden. In algemene zin kan er wel wat gezegd worden over wat financieel nodig is om de uitgangspunten naar uitvoering te vertalen. De essentie van deze jeugdnota is dan we een omslag willen en moeten maken van curatief naar preventief: van specialistische jeugdhulp naar het voorliggend veld. Kort gezegd is investering in het voorliggend veld noodzakelijk.
Als we zorgen voor een sterke basis (zoals kunst, cultuur, sport, sociale activiteiten), goede preventie (zoals jongerenwerk, Kansrijke Start, samenwerking) en laagdrempelige en zoveel mogelijk indicatieloze eerstelijnshulp (zoals de praktijkondersteuners Jeugd bij de huisartsen), kunnen we een afname van specialistische jeugdhulp verwachten. In 2024 focussen we op het in kaart brengen van alles wat we al doen in het voorliggend veld. We brengen dit zowel inhoudelijk als financieel in kaart. We bekijken waar de focus en/of samenhang scherper kan en zullen hiervoor een voorstel formuleren. Daarnaast brengen we in kaart waar en hoe we het voorliggend veld (verder) moeten versterken, wat hoogstwaarschijnlijk extra kosten met zich meebrengt. Ook dit nemen we mee in het voorstel. Het maken van deze omslag vraagt in de eerste instantie om een investering aan de voorkant. Een investering in basisvoorzieningen, preventie en eerstelijnshulp. Zo vindt er langzaam een verschuiving van middelen plaats.
Jeugdnota
6
2.
Achtergrond en onderzoek
Vrijwel alle gemeenten in Nederland ervaren een uitdaging als het gaat om het beheersbaar maken en houden van de kosten rond jeugdhulp. Het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) heeft onderzoek gedaan naar het groeiend jeugdzorggebruik en komt op basis daarvan met aanbevelingen. In dit hoofdstuk schetsen we eerst de cijfers rond jeugdhulpgebruik die bekend zijn. Daarna volgen de oorzaken en tenslotte de oplossingsrichtingen waarvan onderzoek aantoont dat deze effect hebben. Dit hoofdstuk beschrijft wetenschappelijk onderbouwde achtergrondinformatie. Die ligt ten grondslag aan de visie en speerpunten van Meppel, die we in hoofdstuk 4 beschrijven. 2.1. Cijfers In vrijwel alle gemeenten stijgen de kosten voor jeugdhulp. Deze ontwikkeling is dus niet uniek voor de gemeente Meppel en geeft aan dat er iets systemisch aan de hand is. Toch zijn er grote verschillen tussen gemeenten en is het belangrijk om ook naar de lokale situatie te kijken. Bij het interpreteren van de cijfers is het belangrijk om deze opmerkingen in gedachten te houden: • •
•
Ook al ervaren kinderen en jongeren klachten, dan hoeven die niet meteen tot (grote) problemen te leiden. De cijfers geven weer hoe jongeren het zelf ervaren. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat jongeren zich de laatste jaren steeds bewuster zijn geworden van (de definitie van) klachten en zich vrijer voelen om die te benoemen. Het is mogelijk dat voorheen meer jongeren ook klachten ervaarden, maar dit niet konden of wilden benoemen. Dit effect kunnen we niet meten. De toegang tot hulp is mogelijk makkelijker geworden voor jongeren en ouders5. De drempel om hulp te vragen lijkt lager te zijn geworden.
2.1.1. Landelijk Jeugdzorg is vanaf 2015 gedecentraliseerd naar de gemeenten. Daarom is het lastig om cijfers van voor 2015 goed in kaart te brengen. De schattingen van 2000 en 2009 laten echter een duidelijk beeld zien. Het jeugdhulpgebruik onder kinderen en jongeren is in 21 jaar tijd van 4% gestegen richting de 11-12% Sinds 2015 houdt het CBS het jeugdzorggebruik bij. Ook in de periode 2015-2022 zet de stijging gestaag door. Bij ongewijzigd beleid is de verwachting dan ook dat de stijging verder doorzet (Van Yperen et al., 2023).
Ontwikkeling Jeugdhulpgebruik 2000-2021 in aantal kinderen en jongeren 0 t/m 17 jaar
5
We gebruiken in deze nota de term ‘ouders’, maar dit kan ook verwijzer naar andere hoofdopvoeders.
Jeugdnota
7
Met het grootste deel van de jeugd gaat het dus nog steeds goed. Maar steeds meer jongeren en kinderen geven aan dat het met hen niet goed gaat. De coronapandemie heeft veel invloed gehad, maar de trend in het jeugdzorggebruik is al veel langer gaande. Niet alleen maken meer jeugdigen gebruik van jeugdhulp, ze maken hier ook langer gebruik van: de gemiddelde trajectduur bij jeugdhulp zonder verblijf is met 35% gestegen tussen 2015 en 2022 (CBS, 2015; CBS, 2022). Uit onderzoek (Unicef, 2020) van net voor de pandemie blijkt dat het mentaal welbevinden van Nederlandse jongeren relatief stabiel is. Ook emotionele problemen worden elk jaar ongeveer evenveel gerapporteerd. Wel blijkt dat de ervaren druk door schoolwerk de afgelopen tien jaar behoorlijk is gestegen. Jongeren ervaren meer stress. Stress wordt door jongeren voornamelijk ervaren vanuit school en huiswerk en in interactie met leeftijdsgenoten, minder vanuit de thuissituatie of door sociale media. Bijna de helft van de 16-jarigen ervaart druk door schoolwerk. En ongeveer een derde van de jongeren tussen de 12 en 16 jaar ervaart prestatiedruk. Interessant is dat social media niet als bron van stress wordt benoemd. Jongeren noemen dit juist vaak een bron van sociale steun. Uit het onderzoek blijkt tenslotte dat er veel verschillen zijn tussen groepen jongeren: •
• • • •
•
Jongeren uit onvolledige gezinnen: een negatievere uitkomst op levenstevredenheid, emotionele problemen en druk door schoolwerk dan jongeren uit volledige gezinnen. Ook ervaart deze groep meer stress door de thuissituatie, door eigen problemen en door de mening van anderen. Jongeren met een hoger opleidingsniveau: kwetsbaarder voor druk door schoolwerk, prestatiedruk en het combineren van allerlei vrijetijdsactiviteiten. Jongeren met een lager opleidingsniveau: meer problemen met leeftijdsgenoten en minder sociale steun. Jongeren met een Westerse migratieachtergrond: floreren minder en ervaren meer stress, prestatiedruk en druk door schoolwerk dan jongeren met een Nederlandse achtergrond. Jongeren met een niet-Westerse migratieachtergrond: rapporteren minder sociale steun, minder vrije tijd, en een minder goede algemene gezondheid dan jongeren met een Nederlandse achtergrond. Wel heeft deze groep juist meer veerkracht, een sterkere eigenwaarde en minder prestatiedruk vanuit anderen in vergelijking met jongeren met een Nederlandse achtergrond. Meisjes: ervaren vaker emotionele problemen, zijn op het voortgezet onderwijs minder tevreden met hun leven, ervaren meer stress, schooldruk en prestatiedruk, en juist minder veerkracht, eigenwaarde en algemene gezondheid. Daarnaast piekeren meisjes meer en maken zij zich meer zorgen over de toekomst dan jongens. (Unicef, 2020, p.10-11).
Echtscheidingen Echtscheiding van ouders is helaas voor veel jeugdigen een realiteit waar zij mee moeten omgaan. Zelfs bij een ‘rustige’ scheiding is het voor jeugdigen een ingrijpende gebeurtenis. Het duurt ongeveer 2 jaar voor een gezin weer in balans is na een echtscheiding. Complexe echtscheidingen zijn ingrijpender. Kinderen van gescheiden ouders zijn oververtegenwoordigd in alle vormen van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. In de pleegzorg heeft slechts 7 procent van de jeugdigen ouders die niet zijn gescheiden. Dat betekent overigens niet dat jeugdigen van wie de ouders scheiden per definitie vaker jeugdzorg nodig hebben. De problemen die ouders en jeugdigen ervaren en waarvoor zij jeugdhulp nodig hebben, kunnen ook de oorzaken van de scheiding zijn. De kosten van een niet-complexe scheiding zijn gemiddeld 4.000 euro. Bij een juridische escalatie kunnen de kosten al snel oplopen tot zo'n 18.000 euro. In zeer complexe situaties waarbij de veiligheid van kinderen in het geding is, kunnen de kosten stijgen tot 46.000 euro. In extreme gevallen, waarbij ook uithuisplaatsing voorkomt, zien we bedragen tot in de tonnen. Het grootste gedeelte van de oplopende kosten komt ten laste van de overheid en van gemeenten. Er zit een verband tussen complexe scheiding en andere problematiek van de ouders.
Risicofactoren zijn onder andere: een laag besteedbaar inkomen, gedrags- en persoonlijkheidsproblemen, traumatische ervaringen, geweldsproblemen en verslaving (Batterink, Bilo, Jongebreur & Van der Maas-Vos, 2020).
Jeugdnota
8
2.1.2. De gemeente Meppel GGD Drenthe heeft in 2021 een gezondheidsmonitor jeugd uitgevoerd. Dit onderzoek is gedaan onder jongeren in klas 2 en 4, dus rond de 13-14 en 15-16 jaar oud. Een kleine 400 leerlingen hebben meegedaan. Met het grootste deel van de jongeren gaat het gewoon goed. Zo heeft 89% van de jongens en 80% van de meisjes een (zeer) goede ervaren gezondheid. Ook voelt 75% van de jongeren zich meestal (zeer) gelukkig. Dit is iets lager dan gemiddeld in Drenthe (77%). Ook zien we dat corona hier veel impact op heeft gehad: in 2019 gaf nog 83% aan zich meestal gelukkig te voelen. Het percentage jongeren met psychische klachten is wel gelijk gebleven: een derde van de meisjes en 14% van de jongens. Verder is maar liefst 90% van de jongeren voldoende weerbaar en heeft 86% matig tot veel vertrouwen in de toekomst. Mooi is verder dat 85% van de jongeren tijdens corona bij iemand terecht kon als hij of zij ergens mee zat. 74% kon thuis een plek voor zichzelf vinden als dat nodig was.
Ingrijpende gebeurtenissen waarmee Meppelse jongeren te maken hebben gehad.
Net als in het onderzoek van Unicef ervaren veel Meppeler jongeren stress. Maar liefst 61% van de meisjes en 32% van de jongens voelt zich vaak gestrest. Dit komt vooral door huiswerk en school (37%) en door ‘alles wat de jongere moet doen’ (25%). Ze ervaren hier meer stress door dan jongeren in de rest van Drenthe. Stress door school of huiswerk is ook toegenomen ten opzichte van 2019. Ten opzichte van de rest van Drenthe voelen Meppeler jongeren zich iets vaker eenzaam. Bijna 30% heeft zich ten tijde van het onderzoek in de afgelopen 4 weken soms, vaak of bijna altijd eenzaam gevoeld. Opvallend is dat 24% in het afgelopen jaar er wel eens aan heeft gedacht aan suïcide. Dit is landelijk en in de rest van Drenthe 21%. In de monitor is het middelengebruik ook meegenomen. Hier zien we dat twee keer zoveel Meppeler jongeren (8%) roken dan landelijk. Ook heeft nog steeds ruim de helft van de jongeren rokers in de omgeving, ondanks het ‘rookvrije generatie’ beleid. Daarnaast heeft 40% van de Meppeler jongeren in de laatste 4 weken alcohol gedronken, ten opzichte van 28% landelijk en 37% in Drenthe. Dit percentage is gestegen ten opzichte van 2019. Wel binge-drinken onze jongeren minder (26%) in vergelijking met Drenthe en zijn ze minder vaak aangeschoten of dronken geweest (19%).
Ook zien we dat ouders het steeds minder vaak goed vinden dat hun kinderen drinken ten opzichte van 2019. Meppeler jongeren gebruiken minder vaak (3%) cannabis dan de rest van Drenthe (5%).
Jeugdnota
9
De cijfers van het Centraal Bureau van de Statistiek rond jeugdhulpgebruik geven ook inzicht. Hierin is te zien dat het jeugdhulpgebruik in Meppel significant hoger ligt dan gemiddeld in Nederland:
Wel is te zien dat de piek van 2021 inmiddels weer langzaam afneemt. Ook interessant is dat iets meer jongens dan meisjes jeugdhulp krijgen, ondanks het feit dat meisjes dubbel zoveel psychische klachten ervaren. In absolute aantallen zien we dat het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp de afgelopen 5 jaar ongeveer gelijk blijft. De kosten nemen daarentegen met ruim 6% tot bijna 20% per jaar toe:
Een deel van de verklaring is de redelijk hoge indexatie van de tarieven die we in de afgelopen jaren hebben gehad. Dit is echter niet de volledige verklaring.
Jeugdnota
10
We zien dat de gemiddelde duur van een indicatie in de afgelopen 5 jaar flink is toegenomen, evenals de gemiddelde kosten per client. Verder ontvangen we signalen dat bij de systeemaanbieders GGZ de wachttijden ver boven de Treeknormen6 liggen. Tenslotte is het heel lastig om geschikt verblijf te vinden voor jeugdigen voor afschaling na een crisis of gesloten jeugdhulp. Kortom, met de meerderheid van de Meppeler jongeren gaat het goed. Een kleiner maar groeiend deel geeft echter aan psychische klachten te ervaren. Met name de ervaren stress is de afgelopen jaren toegenomen. Wanneer jeugdigen een indicatie voor zorg krijgen, is dit voor een steeds langere duur en daar wordt ook gebruik van gemaakt. Daardoor zijn er voor sommige soorten hulp lange wachtlijsten. De kosten stijgen flink. 2.2. Oorzaken We zien dus een toename van psychische problemen onder jongeren en kinderen, waarbij vooral de hoeveelheid stress die zij ervaren de laatste jaren flink is toegenomen. Dit zijn geen individuele aandoeningen die op te lossen zijn door meer jeugdhulp in te zetten. Verschillende experts (Nederlands Jeugdinstituut, Bert Wienen) pleiten ervoor om ook te kijken wat er mis gaat in de Nederlandse samenleving waardoor de jeugd dit zo ervaart. Zij identificeren een aantal hoofdfactoren van de klachten die kinderen en jongeren ervaren. 2.2.1.
Prestatiedruk en geluksdruk In Nederland is de druk om succesvol te zijn hoog. We willen graag dat jongeren het goed doen op school. Maar ook dat ze leuke hobby’s en een fijne vriendenkring hebben, sporten en een bijbaantje zoeken. Daarnaast worden we overspoeld door reclame-uitingen (zo’n 400-1500 per dag) waarin we ‘perfecte’ levens krijgen voorgeschoteld. Elke ervaring moet ‘onvergetelijk’ zijn en ‘intens genieten’ is de norm. In het echte leven is dit allesbehalve de norm. Mislukkingen en tegenslagen horen erbij. Je af en toe minder goed voelen hoort erbij. En perfectie is een illusie. Door dit beeld leggen veel jongeren de lat hoog. Het stimuleert hen om het beste uit zichzelf te halen, maar zorgt ook voor meer stress zoals de cijfers laten zien. We leven bovendien in een veel individualistischer samenleving dan 70 jaar geleden. In de jaren ’50 van de twintigste eeuw was het individu vooral onderdeel van de samenleving en de gemeenschap en werd gewaardeerd om zijn of haar bijdrage daaraan. Nu staan individuele prestaties voorop (Lawler et al., 2009). Denk maar aan de talentenjachten op televisie. Ook in het onderwijs gaat het voortdurend over het ontdekken en ontwikkelen van je talenten, terwijl voorheen de nadruk lag op het vinden van een plek in de samenleving en goed burgerschap.
De nadruk op het woord ‘talent’ suggereert dat iedereen ergens uitzonderlijk goed in zou moeten zijn, beter dan alle of de meeste anderen. Terwijl dit niet realistisch of haalbaar is. Ook hierdoor is de druk op jongeren toegenomen. 2.2.2. Individualisme Ook ouders hebben last van het sterke individualisme. Opvoeden is steeds meer een privé aangelegenheid geworden. Het principe ‘it takes a village to raise a child’ is niet langer vanzelfsprekend. We zien dat steun in de nabijheid van gezinnen minder beschikbaar is. Binnen Europa scoren Nederlandse ouders het laagst van alle landen op de beschikbaarheid van familie voor hulp bij het zorgen voor hun kinderen. Minder dan twee-derde kan daarvoor op familie rekenen. Wel krijgen Nederlandse ouders relatief veel hulp van vrienden. Ongeveer 5% van de ouders geeft aan op niemand te kunnen rekenen voor hulp (Unicef, 2020, p.29).
6
De Treeknorm is een lijst met acceptabele wachttijden die in 2005 zijn bepaald door zorgaanbieders, zorgverzekeraars en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).
Jeugdnota
11
Dit past bij het beeld dat de opvoeding steeds meer wordt gezien als de verantwoordelijkheid van de ouders, niet van de gemeenschap. Ouders hebben bovendien door de onmiddellijke beschikbaarheid van informatie op het internet veel meer kennis van opvoedtechnieken, maar worden hier ook onzeker van. Welke techniek is het beste? De verwachtingen zijn hoog. Ook als het gaat om de kwaliteit van leven van jeugdigen. Jeugdigen moeten gelukkig en gezond opgroeien. Dat is de verantwoordelijkheid van de ouders. We maken ons snel zorgen over onze kinderen. Dit legt druk op ouders (Hoex et al., 2022). 2.2.3. Curling-ouders In de media wordt veel en vaak aandacht besteed aan het fenomeen ‘curling-ouders’. Dit zijn de ouders die alle obstakels in het leven van hun kinderen vakkundig verwijderen. Dit zou verwende prinsjes en prinsesjes opleveren die niet hebben geleerd om te gaan met tegenslag. De ‘echte’ wereld blijkt vervolgens heel anders te zijn, wat leidt tot psychische klachten. Het is echter onduidelijk in hoeverre de toename van psychische problemen onder jongeren te wijten is aan de opvoedstijl. Sterker nog, het is niet duidelijk of, en zo ja in hoeverre, het curling-ouderschap toeneemt ten opzichte van het verleden. Er zijn geen cijfers over bekend. De aanwijzingen zijn vooral anekdotisch. 2.2.4.
Leven in crisistijd: wooncrisis, klimaatcrisis, geldzorgen We leven momenteel in een tijd van opeenvolgende crises, die in het nieuws volop in de belangstelling staan. De coronapandemie is inmiddels grotendeels voorbij, maar de oorlog in Oekraïne en de vluchtelingencrisis zijn nog volop in beeld. Daarnaast raakt de Nederlandse samenleving steeds meer doordrongen van de klimaatcrisis en wordt dit steeds merkbaarder in de omgeving. Unicef noemt de klimaatcrisis zelfs een inbreuk op kinderrechten. Het is namelijk een inbreuk op bestaanszekerheid: kinderen en jongeren weten niet of zij in de toekomst nog een goed leven kunnen hebben. Uit onderzoek blijkt dat naar schatting ruim 70% van de kinderen, jongeren en jongvolwassenen zich hier zorgen om maakt (Van Yperen, 2022). Tussen de zeven en dertig procent van de Nederlandse kinderen van 8 tot 14 jaar geeft aan ’s nachts wel eens wakker te liggen van klimaatverandering. De klimaatcrisis heeft dus een negatieve impact op het welbevinden van onze jeugd. We zien daarnaast dat de wooncrisis het voor jongeren moeilijk maakt om woonruimte te vinden. Hier is weinig onderzoek naar gedaan, maar het onderzoek dat er wel is laat zien dat dit jongeren zwaar valt (Van der Heyden, 2022). Landelijk zien we tenslotte dat de armoede toeneemt, ondanks het feit dat het met Nederland economisch goed gaat.
In de gemeente Meppel zien we echter gelukkig geen significante toename van het aantal kinderen dat in armoede opgroeit. Het percentage kinderen dat in een gezin met een inkomen van maximaal 120% van de bijstandsnorm opgroeit, zit in Meppel stabiel rond de 5,2%. Landelijk is dat 6,6% en in Drenthe gemiddeld 5,8% (CBS, 2011-2022; Snip, 2022). Alles bij elkaar zijn dit factoren die impact hebben op het vertrouwen dat jongeren hebben in de toekomst. In Meppel geeft 14% van de jongeren aan weinig tot geen vertrouwen in de toekomst te hebben. Dit is iets beter dan gemiddeld in Drenthe. 2.2.5. Toenemende complexiteit in de samenleving We vragen steeds meer van onze inwoners. Technologie maakt het leven makkelijker, maar ook complexer. Mensen moeten veel keuzes en afwegingen maken. Daarbij krijgen ze vaak tegenstrijdige informatie. Elk jaar kiezen voor een zorgverzekering, een nieuwe energieleverancier, een telefooncontract, een internetcontract, etc. Het vraagt veel van mensen, waaronder onze jeugd. Maar ook het maken van gezonde keuzes in eten is lastig. Aan de ene kant krijgen mensen van alle kanten advies over wat gezond eten is. Slank en/of gespierd zijn is een ideaal. Soms kloppen gezondheidsadviezen, soms niet. Daarnaast is ongezond eten vaak erg lekker en goedkoper en is het overal in reclames te zien. Gezonde keuzes maken wordt daardoor behoorlijk lastig.
Dat geldt niet alleen voor jeugdigen, maar ook voor ouders, die dit in de opvoeding doorgeven. Een op de 7 kinderen kampt dan ook met overgewicht. En 1 op de 3 vindt zichzelf te dik (Nederlands Jeugdinstituut, 2023).
Jeugdnota
12
2.2.6. Wachtlijsten belemmeren vroegtijdige hulp Wachtlijsten in de jeugdhulp kunnen leiden tot escalatie van problematiek. Soms wordt er overbruggingszorg ingezet, maar deze is per definitie minder passend dan de geïndiceerde hulp. De problematiek kan tijdens de wachttijd gegroeid zijn, waardoor er langere of zwaardere zorg nodig is om de jeugdige te helpen. Wachtlijsten zijn ontstaan doordat er steeds meer vraag is naar bepaalde vormen van jeugdhulp. Daarnaast heeft ook deze sector last van personeelstekorten, een hoge werkdruk, groot personeelsverloop, hoog ziekteverzuim en administratieve lastendruk. 2.3. Oplossingsrichtingen Er zijn een aantal algemene strategieën bekend die invloed hebben of kunnen hebben op het terugdringen van het gebruik van en de kosten voor jeugdhulp. Ook zijn er beschermende factoren waarvan we weten dat jeugdigen die deze sterker ervaren of bezitten, minder jeugdhulp nodig hebben. Hieronder worden de belangrijkste strategieën kort benoemd. Door te voorkomen dat jeugdigen en gezinnen jeugdhulp nodig hebben neemt de druk op de jeugdhulp af. Daardoor worden de wachtlijsten korter en kunnen jeugdigen die dat nodig hebben snel passende ondersteuning krijgen. Escalatie van de problematiek tijdens de wachttijd wordt dan voorkomen. 2.3.1.
Preventie en vroegtijdige interventie Het versterken van preventieve programma's en vroegtijdige interventies resulteert op den duur in minder gebruik van specialistische jeugdhulp. Het gaat om programma’s die gericht zijn op het voorkomen, of vroegtijdig signaleren, van problemen bij jeugdigen en gezinnen voordat ze ernstiger worden en intensievere interventies vereisen. Dit kan het aantal jeugdigen verminderen dat later dure jeugdhulp nodig heeft. Preventie richt zich op het voorkomen van het ontstaan van problemen, het in goede banen leiden van beginnende problematiek en het voorkomen dat problemen weer terugkeren. Er zijn drie niveaus van preventie: • •
•
Universele preventie: richt zich op alle jeugdigen en hun ouders, bijvoorbeeld een lesprogramma voor het aanleren van sociale of emotionele vaardigheden. Selectieve preventie: richt zich op groepen jeugdigen en ouders met een verhoogd risico op problemen, bijvoorbeeld een online groepscursus voor jongeren met een ouder die psychische of verslavingsproblemen heeft. Geïndiceerde preventie: richt zich op individuele jeugdigen en ouders met een verhoogd risico op problemen en jeugdigen en ouders met een beginnend probleem, bijvoorbeeld een interventie voor kinderen en jongeren met een negatief zelfbeeld of voorschoolse educatie voor peuters die door de thuissituatie een groter risico hebben op een ontwikkelingsachterstand.
Uit verschillende internationale overzichtsstudies blijkt dat preventie in het algemeen kleine effecten heeft op het voorkomen van problemen en het in goede banen leiden van beginnende problematiek. In Nederland is vooral onderzoek gedaan naar de effectiviteit van preventieve interventies. Ook die blijkt vaak beperkt. Daar staat tegenover dat de preventieve activiteiten vaak weinig intensief en goedkoop zijn en een groot bereik hebben. Het effect van preventie is moeilijk te bewijzen omdat de gevolgen nooit helemaal zijn toe te schrijven aan de preventiemaatregel. Bovendien meten veel onderzoeken de effecten op de korte termijn, terwijl de effecten van preventie vaak pas later zichtbaar worden (Tuenter et al., 2021). Het succes van een preventieve interventie hangt voor een groot deel af van de pedagogische kwaliteit van de omgeving waarin een kind opgroeit. Een kind met angstklachten dat een cognitieve gedragsinterventie volgt, heeft daarnaast bijvoorbeeld baat bij de steun van zijn ouders, bij het meedoen op de sportclub of theaterclub en bij een veilig klimaat in de klas. Sociale binding, erkenning, waardering voor positief gedrag, steun van belangrijke volwassenen en basisvoorzieningen in de omgeving van kinderen en jongeren zijn factoren die bijdragen aan een sterke basis die de kans op
Jeugdnota
13
gezond, veilig en kansrijk opgroeien en opvoeden zo groot mogelijk maakt (Ince et al., 2018). Een sterke basis zorgt ervoor dat ouders steun ervaren bij het opvoeden van hun kinderen en met eenvoudige opvoedvragen makkelijker terecht kunnen bij medeopvoeders. Preventie werkt daarnaast als het concreet bijdraagt aan het oplossen van een specifiek probleem zoals schoolverzuim, kindermishandeling of depressie. De volgende werkwijze vergroot te kans op succes: •
•
•
De belangrijkste vraagstukken rond het probleem scherp krijgen Verzamel betrouwbare data op wijk-, buurt- of schoolniveau, formuleer doelgericht een gezamenlijke ambitie en verbind daar meetbare maatschappelijke resultaten aan. Zorgen voor een samenhangende aanpak Kies niet voor losse projecten, maar voor een aanpak met aandacht voor het pedagogisch klimaat, individuele steun, partnerschap met ouders, mentorcontact en het ontwikkelen van talenten zoals via sport, spel en culturele activiteiten. Interventies inzetten waarvan bekend of onderbouwd is dat ze werken Zet gericht de meest werkzame interventies in die passen bij het probleem. (Driendonks & Kruip, 2021)
Een Rotterdamse studie (Spit et al., 2019) laat zien dat het versterken van pedagogische basisvoorzieningen en vormen van universele preventie duidelijk bijdragen aan het verminderen van het beroep op jeugdzorg en de kosten daarvan. Het gaat bijvoorbeeld om interventies die met steun van de gemeente via het onderwijs en in de buurt met een groot bereik en tegen relatief lage kosten zijn uit te voeren, zoals Taakspel, Kanjertraining en Thuis op Straat. Veel besparingen bleken op andere beleidsterreinen dan de jeugdzorg te liggen, bijvoorbeeld op school- en arbeidsverzuim en de inzet van justitie en gezondheidszorg. Zoals eerder beschreven hebben de meeste preventieve activiteiten weliswaar een klein effect, maar zijn die activiteiten vaak goedkoop en hebben ze een groot bereik. De preventieregel die het Nederlands Jeugdinstituut hanteert is daarom: Klein effect x groot bereik x lage kosten x samenhangende aanpak = voldoende maatschappelijk profijt (Tuenter et al., 2021). 2.3.2. Samenwerking en netwerken Integraal werken binnen de gemeente en samenwerking tussen de gemeente en andere relevante instanties en organisaties, zoals scholen, de jeugdgezondheidszorg, welzijnswerk en maatschappelijk werk, draagt bij aan een sluitend netwerk van hulp.
Door samen te werken en informatie te delen, kunnen problemen vroegtijdig worden opgemerkt en kunnen de juiste diensten op het juiste moment worden ingezet. Daardoor vermindert de behoefte aan dure jeugdhulp. Samenwerken in regionaal of nationaal verband kan ook voordelen hebben en wordt verplicht gesteld bij de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (zie hoofdstuk 3). 2.3.3. Eigen kracht en zelfredzaamheid gezinnen Het stimuleren van de eigen kracht en zelfredzaamheid bij gezinnen is al tientallen jaren een speerpunt in het jeugdstelsel. Programma’s ondersteunen die gezinnen helpen om zelfstandig problemen aan te pakken en te werken aan hun eigen oplossingen passen hierbij. Hierdoor kunnen gezinnen mogelijk de behoefte aan intensievere jeugdhulp verminderen. Uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden (oftewel: van de eigen kracht) van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk is, naast preventie, een van de transformatiedoelen uit de Jeugdwet. Of dit ook daadwerkelijk effect heeft is niet duidelijk onderzocht. Bekend is wel dat gezinnen meer aankunnen als zij een netwerk om zich heen hebben van mensen die hen praktisch en emotioneel ondersteunen (Black & Lobo, 2008). Wanneer meer gezinnen op eigen kracht verder kunnen en minder een beroep hoeven te doen op jeugdzorg, wordt de druk op deze hulp ook minder.
Jeugdnota
14
2.3.4. Efficiënte inkoop en contractbeheer De kosten voor jeugdhulp kunnen in sommige gevallen verminderd worden door een efficiënt inkoopproces en effectief contractbeheer, wanneer dit niet al aanwezig is. Onderhandelen over gunstige tarieven en kwaliteitsnormen loont. Overstappen op taakgericht inkopen in plaats van een openhouseconstructie kan ook effectief zijn (zie paragraaf 3.3.4). Samenwerking tussen Jeugdwet en Wmo bij het inkopen van zorg heeft ook een positief effect, omdat verlengde jeugdhulp7 dan minimaal ingezet hoeft te worden. Tenslotte kan het monitoren van de prestaties en inzet van zorgaanbieders tot kostenbesparende inzichten leiden. 2.3.5. Onderzoek en innovatie Onderzoek en innovatie binnen de jeugdhulpsector kunnen positieve effecten hebben. Door te investeren in nieuwe benaderingen en effectieve interventies kunnen in sommige gevallen betere resultaten worden behaald tegen lagere kosten. 2.3.6. Investeren in een jeugd-vriendelijke samenleving Naast de eerder genoemde factoren roepen steeds meer experts op om de maatschappij als geheel onder de loep te nemen. In plaats van op zoek te gaan naar oplossingen binnen de bestaande jeugdhulp op individueel niveau. We moeten op zoek naar structurele veranderingen die voorkomen dat jongeren hulp nodig hebben. Het NJI pleit ervoor dat gemeenten daar op de volgende manieren op inzetten (Van Yperen et al., 2023): •
•
•
Nieuwe centrale waarden uitdragen Dus geen normen en waarden die de prestatiedruk en geluksdruk verhogen, maar alternatieve waarden. Denk aan duurzaamheid, welbevinden, rechtvaardigheid en betekenisgeving. We moeten jongeren niet meer vragen: “wat is je talent, waar ben je goed in”? Maar: “wat vind je leuk om te doen, waar wordt je blij van”? Gezamenlijke verantwoordelijkheid De gemeente, ouders, scholen, het bedrijfsleven en andere partijen dragen allemaal bij aan de toekomst. Het is dan ook aan al deze partijen om zorg te dragen voor een hoopvolle toekomst voor onze jeugd. Jeugdparticipatie Veel plannen van de gemeente hebben invloed op (de toekomst van) kinderen en jongeren. Ook zij zijn inwoners. En dus is het belangrijk om ook hun stem te horen.
Het NJI pleit er daarom voor om bij elk scenario, bij elke beleidsnota, bij elk plan van aanpak aandacht te hebben voor het zogenaamde ‘pedagogisch perspectief’. Dit is simpelweg het perspectief van opgroeiende kinderen en jongeren. Wanneer we als gemeente toekomstplannen of voorstellen in kaart brengen en beoordelen, kijken we naar een aantal factoren, zoals: financiën, maatschappelijk effecten, integraliteit, etc. Het NJI roept op om de ‘P’ van ‘pedagogische aspecten’ toe te voegen aan dit lijstje: Pedagogische aspecten: wat betekent dit voor onze jeugd? Welke waarden draagt dit plan uit? Draagt het bij aan een hoopvolle toekomst? Zijn ook onze partners hier mee bezig? En hebben jongeren meegedacht over dit plan? Door bij alle toekomstplannen aandacht voor onze jeugd te hebben, of het nou gaat om de omgevingsvisie of een kindregeling, versterken wij de omgeving waarin zij opgroeien. En dat heeft een positieve uitwerking op hun welbevinden.
7
Verlengde jeugdhulp is jeugdhulp aan jeugdigen tussen de 18 en 23 jaar. Dit wordt bijvoorbeeld ingezet wanneer er vanuit de Wmo geen passende hulp beschikbaar is.
Jeugdnota
15
2.3.7. Top tien beschermende factoren De afgelopen jaren is er veel onderzoek gedaan naar de factoren die jongeren beschermen tegen psychische problemen. Kinderen en jongeren die onderstaande factoren in hoge(re) mate bezitten of ervaren, hebben minder psychische problemen. Uit verschillende onderzoeken heeft het NJI een top tien van beschermende factoren samengesteld. Het versterken van deze factoren leidt in theorie op den duur tot minder jeugdhulpgebruik. Het gaat om factoren die bij het normale leven horen. Het stimuleren van deze factoren zal dan ook vooral in de algemeen toegankelijke leefomgeving plaatsvinden: 1. Sociale binding Jeugdigen hebben een warme, ondersteunende relaties. In het gezin, op school, met vrienden, in de wijk. De binding/hechting die op jonge leeftijd met ouders en andere verzorgers ontstaat vormt de basis voor latere banden met vrienden, school en gemeenschap. 2. Van betekenis zijn Kinderen en jongeren moeten kansen krijgen om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage te leveren aan verbanden waarvan zij deel uitmaken (familie, school, gemeenschap). 3. Prosociale normen Voor een gezonde ontwikkeling van jeugdigen is het nodig dat jeugdigen opgroeien in een omgeving waarin duidelijke normen en waarden voor positief gedrag uitgedragen en nageleefd worden. 4.
Erkenning en waardering voor positief gedrag Om hun sociaal gedrag te versterken is van groot belang dat jeugdigen erkenning en waardering krijgen voor positief gedrag. Sociale bekrachtigers zijn essentieel voor het ontwikkelen van positief gedrag en kunnen afkomstig zijn uit het gezin, de school, de vriendengroep en de gemeenschap waartoe de jeugdige behoort. 5. Steun belangrijke volwassenen Steun van ouders en andere volwassenen in de omgeving van jeugdigen, zoals pedagogisch medewerkers in de kinderopvang, leerkrachten en volwassenen in de buurt, is van belang voor het welbevinden en voorspoedige ontwikkeling van jeugdigen. Daarnaast vinden we in de literatuur aanwijzingen dat ook de toegankelijkheid van voorzieningen (school, kinderopvang, jongerenwerk, sportclubs, culturele clubs, etc.) medebepalend is voor een positieve ontwikkeling van jeugdigen. 6. Constructieve tijdsbesteding Dit gaat om kansen die geboden worden vanuit het gezin en de gemeenschap aan jeugdigen om in hun vrije tijd deel te kunnen nemen aan bijvoorbeeld creatieve activiteiten (muziek, theater) en jeugdprogramma’s (zoals sport, clubs, kerk of verenigingen). Idealiter gaat het om activiteiten die jongeren in contact brengen met volwassenen die hen aanmoedigen en ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en vaardigheden (zie 2.3.8 voor verdere toelichting). 7.
Competenties bezitten Het gaat om sociale, emotionele en gedragsmatige competenties. Gedragsmatige competentie refereert aan effectief gedrag op het gebied van non-verbale communicatie, verbale communicatie en in actie komen. Sociale competentie gaat om vaardigheden zoals het opvangen en interpreteren van sociale signalen, vaardigheden om interpersoonlijke problemen op te lossen, het kunnen uitzoeken van modelfiguren en steunbronnen en het anticiperen op gevolgen van eigen gedrag. Emotionele competentie is het vermogen om gevoelens en emotionele reacties van zichzelf en anderen te kunnen identificeren en er adequaat op te kunnen reageren. Deze competenties blijken bij te dragen aan schoolsucces, prosociaal gedrag, goede relaties met vrienden en volwassenen en minder probleemgedrag. 8. Cognitieve vaardigheden Bij cognitieve vaardigheden kan onderscheid gemaakt worden tussen algemene cognitieve vaardigheden, zoals logisch en analytisch denken en abstract redeneren en specifiek cognitieve vaardigheden, zoals lees- en rekenvaardigheden, die belangrijk zijn voor schoolsucces. 9. Schoolmotivatie Dit gaat om betrokkenheid bij leeractiviteiten, binding met school, prestatiemotivatie en positieve verwachtingen ten aanzien van eigen succes. Schoolmotivatie wordt beïnvloed door onder meer ouderlijke attitudes, ouderbetrokkenheid en aanmoediging.
Daarnaast zijn normen en waarden uitgedragen door de gemeenschap en de vriendengroep van groot belang. Jeugdnota
16
10. Positieve identiteit Positieve identiteit gaat om hoe jongeren zichzelf zien in relatie tot de toekomst, hun eigenwaarde en gevoel van persoonlijke effectiviteit. Persoonlijke effectiviteit (self-efficacy) is de overtuiging dat je met je eigen gedrag persoonlijke doelen kan bereiken. (Ince et al., 2018) 2.3.8. Constructieve tijdsbesteding: het IJslands preventiemodel Een goed en laagdrempelig basisaanbod van voorzieningen is niet alleen van belang voor de mentale gezondheid van onze inwoners. Een slimme inzet van aanbod biedt ook een oplossing voor andere problemen, zoals overlast door ‘hangjongeren’ en middelengebruik onder jongeren. Het zogenaamde ‘IJslands preventiemodel’ illustreert dit goed. In een aantal Nederlandse gemeenten is in 2018-2021 een pilot gehouden om te beoordelen in hoeverre dit model in Nederland ook effectief is. De betreffende gemeenten zijn enthousiast en hebben de aanpak ook voortgezet na 2021. Het IJslandse preventiemodel Youth in Iceland is een op de wetenschappelijke literatuur gebaseerde benadering (‘evidence based’) om middelengebruik (alcohol, tabak en drugs) door jongeren te voorkomen. De reden voor de ontwikkeling van het preventiemodel was een toenemend gebruik van middelen onder IJslandse jongeren in de jaren ’90. Volgens de ontwikkelaars van het IJslandse preventiemodel zijn de kernelementen:
Gezond en kansrijk opgroeien Lessen uit IJsland voor gemeenten 1) een theorie gedreven aanpak 2) evidence-based 3) samenwerking tussen belangrijke stakeholders in de community.
Het IJslandse model richt zich op het gezin, vrije tijd, school en peergroep. De aanpak benadrukt Wat is het IJslandse preventiemodel? De basisprincipes van onder andere het belang van georganiseerde vrijetijdsbesteding voor jongeren. Voorwaarde is dat de IJslandse model activiteiten van goede kwaliteit zijn. Dat betekent dat de activiteitenhet worden begeleid door professionals, Met het IJslandse preventiemodel is er in 20 jaar tijd een die een goed rolmodel zijn voor jongeren. Daarnaast vinden de activiteiten plaats in een gezonde enorme daling in middelengebruik onder IJslandse jongeren based en datagestuurd omgeving, waarin jongeren niet in aanraking komen met middelen. Dit Evidence kunnen verschillende typen gerealiseerd. Deze preventieaanpak is primair gericht op het activiteiten zijn, zoals sport, kunst en cultuur. Community based
creëren van een positieve leefomgeving, waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien.
Continue dialoog tussen onderzoek,
Na 20 jaar zijn de resultaten bijzonder positief. Of de ontwikkelingen inderdaad of geheel toe te beleid en deels praktijk schrijven zijn aan Youth In Iceland is niet helemaal met zekerheid te zeggen. Echter, in gemeenten die Duurzaamheid: lange termijn Gemeenten werken hierin samen met lokale partners aan het deze aanpak hebben geïmplementeerd was bijvoorbeeld de afname in alcoholgebruik sterker dan in commitment voorkomen van alcohol-, drugs- en tabaksgebruik onder gemeenten die dat niet deden (Smeet et al., 2019).
jongeren en het verbeteren van hun welbevinden.
Middelengebruik onder 15- en 16-jarige jongeren
Domeinen in de omgeving van jongeren
80% 70% 60% 50%
Alcoholgebruik afgelopen 30 dagen
40%
IJsland Nederland
30%
Dagelijks roken IJsland Nederland
20% 10%
Voor het succesvol terugdringen van middelengebruik en het verhogen van welbevinden onder jongeren is het belangrijk om te focussen op beschermende en risicofactoren binnen vier domeinen in de omgeving van jongeren:
Gezin
Tijd met ouders Geen regels over middelengebruik
School
Peergroep
Contact met andere ouders Tot laat buiten rondhangen
Vrije tij
Ooit cannabis gebruikt
0%
1999
2019
IJsland Nederland
Infographic ‘Gezond en Kansrijk opgroeien’, Trimbos Instituut, 2021.
Zes Nederlandse gemeenten gingen het avontuur aan
Texel
Súdwest-Fryslân
Jeugdnota
17
Erva
3.
Kaders
Bij het opstellen van deze jeugdnota spelen verschillende kaders mee. Het gaat om landelijke en lokale kaders. Er zijn ook regionale aspecten aan jeugdhulp, maar dat gaat vooral over regionale samenwerking en minder over kaders. Op landelijk niveau is uiteraard de Jeugdwet leidend. Op dit moment zijn er een aantal wetswijzigingen op route met een ingangsdatum in 2024 of 2025. Het is belangrijk om hier alvast op te anticiperen. Deze worden beschreven onder het kopje ‘Hervormingsagenda jeugd 2023-2028’. Daarnaast zijn de IZA- en GALA-akkoorden8 van belang, evenals de Aanpak ‘Mentale gezondheid: voor iedereen’. Op lokaal niveau worden kaders geboden door het ‘Coalitieakkoord Meppel’, het ‘Meppeler Akkoord Onderwijs en zorg voor de jeugd’ en door ‘Koers’. Allereerst is het echter belangrijk om de rol van ouders en de rol van de overheid onder de loep te nemen. 3.1. Rol van de ouders, rol van de overheid Als het gaat om kinderen en jongeren zijn ouders in de basis altijd verantwoordelijk. De overheid is ondersteunend Op de website kinderrechten.nl9 staat het als volgt beschreven: Ouders hebben de eerste verantwoordelijkheid voor de verzorging en de opvoeding van hun kind. Als ouders deze verantwoordelijkheid niet kunnen dragen, dan kan een voogd deze verantwoordelijkheid op zich nemen.
Als een ouder of een voogd beslissingen moet nemen die het kind aangaan, dan moeten zij het belang van het kind altijd voorop stellen. Het is daarbij ook belangrijk dat er naar de mening van het kind wordt gevraagd en geluisterd. Aan de mening van het kind moet dan passend belang worden gehecht. Er moet dus rekening gehouden worden met de leeftijd en met de ontwikkeling van het kind. De ouders of de voogd hebben bovendien de plicht het kind te begeleiden bij het waarmaken van de rechten uit het Kinderrechtenverdrag. Kinderen hebben het recht om bij hun ouders op te groeien. Tenzij dat niet in het belang is van het kind. De bedoeling van opvoeden is dat het kind zo goed mogelijk wordt begeleid naar zelfstandigheid. De overheid heeft de plicht ouders hierbij te ondersteunen als zij dat nodig hebben. Dat kan bijvoorbeeld door ouders begeleiding te bieden bij hun opvoedtaken.10 De essentie is dat ouders primair verantwoordelijk zijn en kinderen in de basis het recht hebben om bij hun ouders op te groeien. De overheid ondersteunt alleen waar nodig. Het belang van het kind moet altijd voorop staan. Daarbij is het belangrijk dat het kind ook naar zijn of haar mening wordt gevraagd en dat er naar die mening geluisterd wordt. 3.2. Landelijke kaders Er is een aantal landelijke kaders waar we rekening mee moeten houden bij het jeugdbeleid.
Deze beschrijven de plichten, taken en verantwoordelijkheden van de gemeente rond jeugdhulp. 3.2.1. Jeugdwet De Jeugdwet is bedoeld voor jeugdigen (kinderen en jongeren) en hun ouders die ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien of bij de opvoeding. Het gaat om jeugdigen tot de leeftijd van 18 jaar. In sommige gevallen is verlengde jeugdhulp tot 21 of 23 jaar mogelijk. Gemeenten hebben een brede taak in de Jeugdwet. Zij geven de toegang tot jeugdhulp vorm en zorgen ervoor dat kinderen en ouders goede en toegankelijke jeugdhulp krijgen. Dit doen zij door contracten aan te gaan met jeugdhulpaanbieders. Ook zijn gemeenten opdrachtgever voor gecertificeerde instellingen,
8 9
Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Nederland heeft het Kinderrechtenverdrag bekrachtigd op 8 maart 1995 en is sindsdien verplicht het verdrag na te leven. Nederland heeft aangegeven zich op drie punten niet geheel aan het verdrag te willen houden. Deze hebben geen betrekking op de rol van de ouders. 10 Deze samenvatting is gebaseerd op artikel 3, 5, 7, 8, 9, 12, 18, 21 en 30 uit het Kinderrechtenverdrag.
Jeugdnota
18
die jeugdbescherming en jeugdreclassering bieden. Verder nemen gemeenten maatregelen om kindermishandeling aan te pakken. In artikel 2.1 staat beschreven dat het gemeentelijk beleid moet bestaan uit: preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Het beleid op deze vier onderwerpen is gericht op: • • • •
• • •
Opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen voorkomen, vroeg signaleren en hier vroeg interventies voor bieden; Het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang versterken; De opvoedvaardigheden van de ouders bevorderen, zodat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van hun kinderen; De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren inschakelen, herstellen en versterken. Daarbij wordt voor zover mogelijk uitgegaan van hun eigen inbreng; De veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit bevorderen; Integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouder bieden, indien sprake is van multiproblematiek; Familiegroepsplannen tot stand brengen en uitvoeren en hulp verlenen op basis van familiegroepsplannen.11
Aanpassingen op de Jeugdwet zijn al enige tijd in ontwikkeling, gekoppeld aan de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (zie paragraaf 3.2.2). Eind 2022 hadden deze al naar de Tweede Kamer zullen gaan, maar dit is uitgesteld naar 2023-2024. De aanpassingen betreffen de volgende onderwerpen: •
•
De jeugdhulpplicht toespitsen op jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties, namelijk: jeugdigen in onveilige situaties en/of jeugdigen met ernstige gedragsproblematiek, een aandoening, stoornis of (chronische) beperking, waarbij de inzet van jeugdhulp noodzakelijk is gezien de aard en ernst van de hulpvraag. De verplichting aan gemeenten om hoogspecialistische jeugdhulp regionaal in te kopen. (Hervormingsagenda Jeugd 2023- 2018, p.19)
Deze wijzigingen zijn een gevolg van de wachtlijsten in de jeugdhulp. Onder andere doordat steeds meer jeugdigen gebruik maken van (specialistische) jeugdhulp en door de krapte op de arbeidsmarkt, ontstaan wachtlijsten. Deze wetswijziging helpt gemeenten om keuzes te maken wie wel en wie geen jeugdhulp krijgt, want de jeugdhulpplicht wordt smaller. Gemeenten kunnen op die manier inwoners met lichtere problematiek naar het voorliggend veld verwijzen. Op die manier blijft jeugdhulp beschikbaar voor jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 3.2.2. 3.2.2. Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 De Hervormingsagenda jeugd 2023-2028 is halverwege 2023 gepubliceerd in conceptvorm. Op 14 juni 2023 heeft de Algemene ledenvergadering van de VNG12 ermee ingestemd. De agenda is een principeakkoord tussen het Rijk, gemeenten, zorgaanbieders, zorgprofessionals en cliëntorganisaties. De titel van de agenda geeft het tijdspad al aan: starten met de hervormingen in 2023 (nog voordat de wetswijzigingen zijn geïmplementeerd) en deze afronden eind 2028. Op dat moment wordt er door het Rijk een besparing van 1 miljard per jaar op jeugdhulp verwacht. De Hervormingsagenda is dus ook een bezuinigingsopdracht.
11 Jeugdwet, artikel 2.1 [geldend op 22 juni 2023]. 12 Vereniging van Nederlandse gemeenten.
Jeugdnota
19
De Hervormingsagenda heeft de volgende uitgangspunten als visie: 1. We leven in een inclusieve samenwerking waarin iedereen kan meedoen. 2. We hebben vertrouwen in en versterken de directe leefomgeving en sociale basis. 3. Lokale (wijk)teams bieden laagdrempelige, passende ondersteuning voor wie er met het eigen netwerk niet uit komt. 4. Passende zorg (de juiste zorg op de juist plek en op het juiste moment) is snel beschikbaar. 5. Jeugdhulp sluit aan bij de leefwereld en leefomgeving van jeugdigen. Hierbij wordt opgemerkt dat deze visie vraagt om bewuste en scherpe keuzes. Zowel de jeugdzorg als het jeugdzorgstelsel moeten en kunnen beter. De Hervormingsagenda benoemt hierbij tien opgaven: 1. We hebben met elkaar een fundamenteel gesprek te voeren over opvoeden en opgroeien en de ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan het toenemende beroep op jeugdhulp. 2. Breed kijken: wanneer jeugdigen en gezinnen jeugdhulp nodig hebben, wordt rekening gehouden met de situatie van het gezin waarin een jeugdige opgroeit: onderwijs, armoede, schulden, huisvestingsproblematiek, de druk van de prestatiemaatschappij en problematiek van ouders. 3. Waar jeugdhulp nodig is, moet deze toegankelijk en beschikbaar zijn voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen. 4.
Jeugdigen en hun ouders moeten voor jeugdhulp laagdrempelig en dicht bij huis terecht kunnen bij stevige lokale teams die waar nodig ook zelf passende en samenhangende basishulp bieden: zowel licht als zwaarder en zowel kort als langdurig (bijvoorbeeld ook langdurige lichtere hulp). 5. We zorgen dat kinderen zoveel mogelijk thuis opgroeien, ook als zij hulp nodig hebben. Om die reden zetten we in op het voorkomen en terugdringen van residentiële jeugdhulp. 6. Kwaliteitsimpuls: Jeugdigen en ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de zorg die zij ontvangen, bijdraagt aan het realiseren van de doelstelling van de jeugdige en/of ouders/opvoeders (oftewel: effectief is). 7. In het bijzonder moeten kwetsbare jeugdigen kunnen rekenen op tijdige en passende hulp. 8. De meeste tijd en aandacht moet uitgaan naar het daadwerkelijk verlenen van jeugdzorg. Hiervoor moeten de uitvoering en inkoop vereenvoudigd en gestandaardiseerd worden, administratieve lasten verlaagd worden en negatieve effecten van marktwerking worden tegengegaan. 9. Het is nodig de informatiebasis sterk te verbeteren, voor beter inzicht en overzicht, elke dag te leren en het stelsel vanuit daar verder te ontwikkelen. 10. We moeten met minder middelen gerichter keuzes maken. In de Hervormingsagenda wordt tenslotte uitgebreid beschreven welke maatregelen worden genomen. Deze zijn weer verdeeld over acht thema’s: 1.