CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Jeugdnota Gemeente Meppel 2023-2028

1 - RAADSVERGADERING 19 oktober 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Jeugdnota Gemeente Meppel 2023-202822.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Jeugdnota

39

zitten of van school gaan zonder startkwalificatie. Onze leerplichtambtenaren zijn daarom in de eerste plaats professionals die meedenken over de mogelijkheden, kansen en uitdagingen van jeugdigen. Schooluitval en verzuim voorkomen is in het belang van alle partijen: de jeugdige, de ouders, de school en de gemeente.

4.3.2 Jeugdigen hebben leerplicht en leerrecht • De gemeente werkt beleidsmatig en uitvoerend nauw samen met het onderwijs als het gaat om schooluitval, verzuim, leerplicht en leerrecht. • Onze aanpak is in de basis preventief. • We gaan niet alleen uit van de leerplichtwet, maar handelen ook vanuit de overtuiging dat alle jeugdigen het recht hebben om zich te ontwikkelen. • We werken regionaal samen om voortijdig schoolverlaten te voorkomen en zoveel mogelijk jongeren aan een startkwalificatie te helpen.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten De preventieve aanpak krijgt al vorm op verschillende manieren. Zo organiseren we samen met het voortgezet onderwijs spijbelspreekuren, waarbij de leerplichtambtenaren gesprekken voeren met beginnende spijbelaars. De leerplichtambtenaar is daarnaast adviseur binnen de zorgadviesteams (ZAT). Door preventief te werken verlagen we het aantal casussen waarin handhaving nodig is. Op die manier zetten we de jeugdige en diens belangen centraal. Jeugdigen krijgen eerder passende hulp in het voorliggend veld, waardoor de inzet van specialistische jeugdhulp voorkomen kan worden. Tenslotte betekent minder justitiële trajecten ook een lagere werkdruk voor leerplichtambtenaren. In alle opzichten een win-winsituatie dus. Ons wettelijk kader is de leerplichtwet. Dit is vooral een schoolplicht: jeugdigen moeten fysiek naar school. In de gemeente Meppel gaan we daarnaast vooral ook uit van de geest van de wet. In de Wet op het primair onderwijs staat bij artikel 8 beschreven dat het onderwijs zodanig wordt ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Wanneer een leerling om wat voor reden dan ook echt niet in staat is om fysiek naar school te gaan, kijken wij daarom naar de ontwikkelen kwalificatiemogelijkheden die de jeugdige buiten het schoolgebouw heeft. Wij zijn daarin stimulerend en ondersteunend.

Regionaal werken we samen rond het Doorstroompunt voortijdige schoolverlaters. Het gaat om jongeren van 18 tot 23 jaar. Nieuwe wetgeving is onderweg voor een uitbreiding tot 27 jaar, gelijk aan de participatiewet. Zij zijn niet meer kwalificatieplichtig, maar vallen wel onder het Doorstroompunt voor begeleiding. Binnen de regio zorgen we voor voldoende en passende voorzieningen om kwetsbare jongeren en jongeren zonder startkwalificatie (terug) naar school en een startkwalificatie te begeleiden. Ook doen we mee aan het project Jongeren in Beeld, waarbij kwetsbare jongeren (meestal zonder netwerk) persoonlijke begeleiding krijgen. 4.3.3. Niet bang voor een experiment Visie Meppel is een onderwijspionier. Bevlogen bestuurders, directeuren en onderwijsprofessionals van o.a. de schoolbesturen en het Samenwerkingsverband 2203 (PO en VO) werken nauw samen met de gemeente om het onderwijs voor zoveel mogelijk leerlingen zo passend mogelijk te maken. We denken graag vanuit de kansen van elke leerling. Het ‘Meppeler Akkoord Onderwijs en Zorg voor de Jeugd’ is hier de belichaming van.

Jeugdnota

40

4.3.3 Niet bang voor een experiment • In de gemeente Meppel denken we buiten de kaders voor slimme oplossingen op het gebied van zorg en onderwijs. • De gemeente werkt nauw samen met het onderwijs en andere partners bij het opzetten van ‘experimenten’ wanneer we kansrijke oplossingen voor ogen hebben. • We monitoren het resultaat van experimenten en beoordelen na een vastgestelde periode objectief en open of het experiment wel of niet de verwachte resultaten oplevert.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten In de gemeente Meppel zijn meerdere succesvolle voorbeelden van voorzieningen die buiten de gebaande paden zijn getreden. Zo hebben we vanuit het Samenwerkingsverband PO 2203 het OPDC (Orthopedagogisch Didactisch Centrum). Onderdeel van het OPDC is de Wijszo-klas. In deze klas worden onderwijs en zorg gecombineerd en kunnen leerlingen terecht die vastlopen in het reguliere basisonderwijs. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om een effectief en doeltreffend programma samen te stellen dat erop gericht is om jeugdigen weer te laten integreren in het (reguliere) onderwijs. De combinatie van onderwijs en jeugdzorg in één klas vroeg om lef van zowel het onderwijs als de gemeente. Meppel heeft daarnaast een voorziening voor peuters die extra ondersteuning nodig hebben: Peuter op Stap (Jong Kind Centrum). Het Onderwijs Advies Team, ook een samenwerking tussen onderwijs, zorg en gemeente, helpt bij het vinden van de beste onderwijs- of zorgplek voor deze kinderen om tot ontwikkeling te komen. Onze cluster 3 school (Mackayschool) voor zeer moeilijk lerende kinderen en onze school voor speciaal basisonderwijs (Reestoeverschool) werken nauw samen. De Mackayschool heeft daarnaast samen met zorgaanbieder Cosis een combiklas opgezet. In deze klas zitten kinderen met een onderwijsindicatie én kinderen met alleen een zorgindicatie.

In deze combigroep krijgen kinderen de kans om gedurende ongeveer twee jaar te kijken of ze ondanks een zorgindicatie tóch naar een vorm van (speciaal) onderwijs kunnen. De Mackayschool en Reestoeverschool ontwikkelen daarnaast in samenwerking met ’t Ravelijn17 in Steenwijk expertise op het gebied van gedragsproblemen. Daardoor kunnen meer Meppeler kinderen terecht op de Meppeler scholen. ’t Ravelijn krijgt ondertussen meer expertise op het gebied van kinderen die zeer moeilijk leren, waardoor meer Steenwijkse kinderen in Steenwijk terecht kunnen. Zo wordt het onderwijs voor deze kinderen thuisnabijer. In het voorgezet onderwijs hebben we de zogenaamde Trajectklas. Daarbij werken scholen, gemeente en het samenwerkingsverband passend onderwijs samen om thuiszitters te ondersteunen om weer vertrouwen te krijgen in school en leren. Het gaat om kwetsbare jongeren, die vaak al een problematisch schoolverleden hebben en verschillende soorten hulp krijgen en nodig hebben. Dit soort ‘experimenten’ leveren op allerlei vlakken voordelen op, met het belang van de jeugdige altijd centraal. In de gemeente Meppel staan we altijd open voor het aangaan van kansrijke experimenten. En zijn we ook open en objectief over de resultaten.

17 OEC ’t Ravelijn biedt cluster 4 expertise. Dit is speciaal onderwijs voor kinderen met psychische problemen of gedragsproblemen.

Jeugdnota

41

4.3.4. Jeugdigen hebben gelijke kansen op school Visie Het tegengaan van kansenongelijkheid is een opdracht voor iedereen, met een grote rol voor het onderwijs. Het verbinden van de drie leefwerelden – school, thuis, omgeving – is heel belangrijk in de aanpak van gelijke kansen. De gemeente speelt hier als verbinder en aanjager een belangrijke rol in.

4.3.4 Jeugdigen hebben gelijke kansen om mee te doen • De achtergrond van een jeugdige, het opleidingsniveau van ouders of hun financiële situatie mag geen invloed hebben op de schoolprestaties van een jeugdige. • Jeugdigen met dezelfde talenten hebben recht op gelijke kansen. • De gemeente stimuleert en faciliteert samenwerking tussen het onderwijs en andere partijen op het gebied van kansengelijkheid.

4.3.5. Naar school gaan is gezond Visie Net als de in 4.2.3 beschreven sportkantine, stimuleert de gemeente scholen om een gezond voedingsbeleid aan te houden. Ook stimuleren we scholen om een ‘dynamische’ schooldag in te richten waarin veel bewegen normaal is. De gemeente heeft hierin een aanjagende en faciliterende rol. Dit gebeurt onder andere vanuit het programma JOGG (Gezonde Jeugd Gezonde Toekomst).

4.3.5 Naar school gaan is gezond • In de gemeente Meppel stimuleren we dat de omgeving waarin jeugdigen naar school of kinderopvang gezond zijn: gezonde voeding en genoeg beweging staan centraal.

4.3.6. De gemeente luistert Visie Ook in de context van school en kinderopvang is het belangrijk dat de gemeente goed luistert naar kinderen en jongeren. Waar mogelijk praten wie niet (alleen) over jeugdigen, maar ook met hen. Dit doen we als het gaat om beleidszaken die het onderwijs raken. Maar ook wanneer jongeren uitvallen op school en met leerplicht in aanraking komen. Luisteren doen we niet alleen om sturing te geven aan individuele casussen, maar ook om gemene delers tussen casussen te vinden. Daarmee kunnen we weer in gesprek met het onderwijs om op zoek te gaan naar oplossingen die schooluitval voorkomen. Ook naar het onderwijsveld luisteren we goed. Om goed samen te werken is goed luisteren essentieel. Effectief beleid is gedragen beleid.

4.3.6 De gemeente luistert • De gemeente luistert naar de behoefte van kinderen en jongeren als het gaat om schoolzaken. • De gemeente luistert naar de behoefte van het onderwijs als het gaat om onderwijs en onderwijshuisvesting.

4.4. Leefomgeving (wijk) 4.4.1. Ruimte voor jonge inwoners Visie Meppel is een kleine stad waarin het beste van het stadsleven en het dorpsleven bij elkaar komen. In de buitengebieden en de dorpen staan rust en natuur naast een actief dorpsleven. De gemeente Meppel is ook een gebied dat een snelle ontwikkeling en groei doormaakt. Des te meer reden en kans om rekening te houden met de leefomgeving van onze jonge inwoners.

Jeugdnota

42

4.4.1 Ruimte voor jonge inwoners • Kinderen hebben genoeg goede speelplekken. • Jongeren hebben genoeg goede buitenplekken. • Door jeugdigen veelgebruikte fietsroutes zijn zo veilig mogelijk. • Belangrijke voorzieningen voor jeugdigen zijn per fiets goed te bereiken. • We bieden zoveel mogelijk woonperspectief voor jongeren die uit huis gaan.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten Kinderen die buitenspelen zijn vaak gelukkiger dan kinderen die dat niet doen (Unicef, 2020). Of, en hoe vaak, kinderen buitenspelen is van verschillende factoren afhankelijk, waaronder de opvoedstijl, culturele achtergrond, economische status van het gezin én de beschikbaarheid van geschikte speelplekken in de omgeving. Kinderen die in een wijk wonen met genoeg speelplekken zijn gelukkiger dan kinderen die dat niet hebben. Het is dus belangrijk om bij de inrichting van de ruimte rekening te houden met voldoende en uitdagende speelplekken. Ook jongeren brengen graag tijd door in de openbare ruimte in hun vrije tijd. Bijvoorbeeld bij skateparkjes of een pumptrackbaan. Als er geen geschikte plekken voor jongeren zijn leidt dit vaak tot overlast voor buurtbewoners. De plaatsing van plekken voor jongeren is dus belangrijk. Ook de bereikbaarheid van deze voorzieningen is belangrijk. Jongeren maken hoofdzakelijk gebruik van de fiets, dus een goede en veilige bereikbaarheid per fiets is essentieel. De krapte op de woningmarkt is voor oudere jongeren een bron van zorgen. Dat kunnen we niet morgen oplossen, maar we kunnen wel rekening houden met het type woningen dat gebouwd wordt. Door dit ook zichtbaar te maken bieden we jongeren een hoopvol toekomstbeeld waarin ook voor hen ruimte is in Meppel. 4.4.2.

De gemeente luistert Visie Dit uitgangspunt is in elke context belangrijk, dus ook als het om de leefomgeving gaat. Het aanleggen of aanpassen van speelveldjes of plekken voor jongeren is bij uitstek een gelegenheid om inwonersparticipatie te stimuleren. En wie weet beter wat leuke speeltoestellen zijn dan kinderen en jongeren zelf?

4.4.2 De gemeente luistert • De gemeente luistert naar de behoefte van kinderen en jongeren als het gaat om de inrichting van de openbare ruimte en duurzaamheid. • De mening van jeugdigen wordt gevraagd en meegewogen als het gaat om de inrichting van de openbare ruimte en duurzaamheid.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten Er zijn zelfs voorbeelden van gemeente waar een jong ‘inwonerspanel’ meegenomen werd naar de leverancier van speeltoestellen om ter plekke te bepalen wat de leukste toestellen waren. Niet alleen levert dit een speelplek op waar echt behoefte aan is, het draagt ook bij aan een positief beeld van de gemeente bij jeugdigen.

Jeugdnota

43

4.4.3. Een hoopvolle toekomst Visie De gemeente heeft een afdeling ‘duurzaamheid’. In de omgevingsvisie is dit een belangrijk thema. Meppel ambieert in 2040 aardgasvrij te zijn. Kortom, de gemeente Meppel is bewust bezig met klimaatverandering en een duurzame toekomst. Het is niet alleen belangrijk om actief bezig te zijn met duurzaamheid, maar ook om jeugdigen hierin mee te nemen, zodat zij zich daar minder zorgen over hoeven te maken. Want meer dan de helft van de jeugdigen maakt zich daar zorgen om, zoals in paragraaf 2.2.4 is genoemd.

4.4.3 Een hoopvolle toekomst • We houden bij toekomstplannen rekening met de factor duurzaamheid op de lange termijn. • We houden bij toekomstplannen rekening met klimaatadaptatie. • We betrekken jeugdigen actief bij thema’s rond duurzaamheid door hen mee te nemen in communicatie-uitingen, door activiteiten gericht op jeugdigen en door hun mening te vragen.

Toelichting op bovenstaande uitgangspunten Op dit moment betrekken we jeugdigen bij duurzaamheid via verschillende ‘losse’ initiatieven, zoals de junior energiecoaches, Meppel in 1 dag schoon, Natuur is een feestje en afvaleducatie. We streven ernaar om ons aanbod en onze strategie meer overkoepelend te maken, zodat er meer overzicht en meer samenhang is. Dit is niet alleen voor onszelf prettig, maar ook voor de scholen die onze belangrijkste samenwerkingspartners zijn. Zij hebben aangegeven soms overweldigd te zijn door alle projecten, waardoor het lastiger is om het in hun planning mee te nemen. 4.4.4. Een gezonde leefomgeving Visie In de gemeente Meppel willen we dat de bodem, lucht en het water zoveel mogelijk vrij zijn van schadelijke stoffen. Kinderen moeten veilig kunnen buitenspelen zonder in aanraking te komen met schadelijke stoffen. Daarnaast richten we leefomgeving zo in dat deze uitnodigt tot gezond gedrag. Denk aan uitnodigende fietspaden, veilige en groene wandelroutes, veel groen, mooie speelplekken, plekken die uitnodigen tot bewegen en bijvoorbeeld watertappunten.

4.4.4 Een gezonde leefomgeving • In de gemeente Meppel streven we ernaar dat de omgeving waarin jeugdigen opgroeien zoveel mogelijk vrij is van schadelijke stoffen. • In Meppel streven we ernaar dat de leefomgeving van jeugdigen uitnodigt tot gezond gedrag.

Jeugdnota

44

5.

Uitvoering, monitoring en evaluatie

Dit is een kort hoofdstuk, omdat dit beleidsstuk geen uitvoeringsnota is. De uitvoering en de monitoring en evaluatie daarvan zal per deelonderwerp vastgelegd zijn of worden in uitvoeringsnota’s. Wel hebben een aantal uitgangspunten besproken in hoofdstuk 4 invloed op de uitvoering, monitoring en evaluatie. Daarom beschrijven we deze onderwerpen hier toch op hoofdlijnen. 5.1. Uitvoering Deze jeugdnota is de kapstok waaraan beleid en uitvoeringsprogramma’s kunnen worden opgehangen. De nota is zoveel mogelijk integraal en getoetst aan bestaand beleid en beleid in ontwikkeling, zoals de cultuurnota en de omgevingsvisie en de landelijke en lokale kaders. Het jeugdbeleid vormt op die manier een samenhangend geheel dat de visie van de gemeente Meppel beschrijft. Het is dus expliciet geen uitvoeringsdocument, maar een richtinggevend document. De gemeente voert heel veel taken uit die raken aan onze jeugd. Wanneer voor een dergelijke taak een uitvoeringsagenda of deelbeleid wordt opgesteld, dan wordt dit getoetst aan deze jeugdnota: past deze uitvoeringsagenda of dit deelbeleid bij de uitgangspunten die wij hebben op het gebied van jeugd? Bij de totstandkoming van deze nota is bij vele tientallen collega’s en partnerorganisaties input opgehaald. Hieruit bleek bovenal dat iedereen bevlogen is en dat er veel waardevolle ideeën zijn.

Zeker mensen die in de uitvoering werken zien en horen veel en hebben goede ideeën die voor de afdeling beleid waardevol zijn. In 2024 werken we daarom aan een overzicht van wat we al doen en de ideeën die er zijn en gaan we het gesprek aan over de vraag: ‘Doen we de juiste dingen op de juiste plekken met de middelen (geld, mankracht) die we op dit moment beschikbaar hebben?’ 5.2. Financiën Omdat deze jeugdnota geen concrete uitvoeringsplannen bevat, kan deze ook niet op geld gezet worden. In algemene zin kan er wel wat gezegd worden over wat financieel nodig is om de uitgangspunten naar uitvoering te vertalen. De essentie van deze jeugdnota is dan we een omslag willen en moeten maken van curatief naar preventief: van specialistische jeugdhulp naar het voorliggend veld. Kort gezegd is investering in het voorliggend veld noodzakelijk. Als we zorgen voor een sterke basis (zoals kunst, cultuur, sport, sociale activiteiten), goede preventie (zoals jongerenwerk, Kansrijke Start, samenwerking) en laagdrempelige en zoveel mogelijk indicatieloze eerstelijnshulp (zoals de praktijkondersteuners Jeugd bij de huisartsen), kunnen we een afname van specialistische jeugdhulp verwachten. In 2024 focussen we op het in kaart brengen van alles wat we al doen in het voorliggend veld. We brengen dit zowel inhoudelijk als financieel in kaart.

We bekijken waar de focus en/of samenhang scherper kan en zullen hiervoor een voorstel formuleren. Daarnaast brengen we in kaart waar en hoe we het voorliggend veld (verder) moeten versterken, wat hoogstwaarschijnlijk extra kosten met zich meebrengt. Ook dit nemen we mee in het voorstel. Het maken van deze omslag vraagt in de eerste instantie om een investering aan de voorkant. Een investering in basisvoorzieningen, preventie en eerstelijnshulp. Zo vindt er langzaam een verschuiving van middelen plaats. Een voorbeeld uit een andere gemeente: geconstateerd werd dat 16 peuters gebruik maakten van een traject in een Behandel Expertise Centrum, omdat voorschoolse educatie (preventie) te weinig ondersteuning bood en de volgende stap meteen specialistische jeugdhulp was. De kosten: een vast bedrag van €50.000 per peuter, oftewel €800.000 per jaar. Zeker 12 van deze peuters konden toe met lichtere ondersteuning. Er is toen voorgesteld om een tussenvoorziening op te zetten voor deze peuters, ook omdat dit een thuisnabijer aanbod voor de peuters zou zijn. Dit vroeg om een investering van rond de €300.000 per jaar. De besparing zou dus neerkomen op €300.000 per jaar, maar in de eerste plaats moest er ook €300.000 geïnvesteerd worden. Het lastige aan investeren aan de voorkant is dat dit een besparing meestal niet 1-op-1 hard te maken is.

Bij het voorbeeld met de peuters is dit relatief makkelijk omdat je kunt monitoren hoeveel peuters een BEC-traject volgen. Wanneer we het kunst- en cultuuraanbod voor kinderen en jongeren vergroten is het

Jeugdnota

45

bijna onmogelijk om te bepalen welke besparing op jeugdhulp dit oplevert, ook omdat we ondertussen nog vele andere activiteiten inzetten. In dit soort situaties moeten we afgaan op wetenschappelijke onderbouwing. Wanneer uit onderzoek is aangetoond dat een interventie of activiteit effectief is in het voorkomen van problematiek die leidt tot jeugdhulpgebruik, dan is dat een sterke aanwijzing dat het inzetten ervan ook in de gemeente Meppel op den duur leidt tot besparingen op jeugdhulp. 5.3. Monitoring en evaluatie Het monitoren en evalueren van alles wat we doen op het gebied van jeugd is essentieel. Bij sommige wettelijke taken is dit bovendien verplicht. Deze Jeugdnota is echter richtinggevend en geen uitvoeringsplan. Uitvoeringsplannen die het onderwerp jeugd raken, moeten een goed monitoringsplan bevatten. We vergeten dit vaak omdat we druk bezig zijn met het uitvoeren van projecten. We moeten er echter pas vanuit gaan dat een project daadwerkelijk meerwaarde heeft als we door monitoring en evaluatie hebben vastgesteld dat dit het geval is. Zo zetten we monitoring centraal: het is het bewijs dat onze aanpak werkt. En wanneer uit monitoring blijkt dat er geen effecten zijn, stoppen we onze aanpak en zoeken we verder. Een projectpilot die niet de resultaten heeft opgeleverd die we hadden verwacht is geen mislukking, maar een bron van kennis.

Monitoring kan op verschillende manieren, maar bestaat in essentie uit het verzamelen van data. Het verzamelen van data levert de gemeente veel op, want ‘meten is weten’ en ‘kennis is macht’. Om grip te houden op het jeugdstelsel moet de gemeente constant data verzamelen, interpreteren en inzichtelijk maken. Nog belangrijker is dat de gemeente hierbij samenwerkt met partnerorganisaties. Los van de monitoring van specifieke projecten wordt op verschillende manieren data opgehaald over onze jeugd. Zo heeft GGD Drenthe een monitor, maar is er ook de Drentse onderwijsmonitor, verzamelt de gemeente zelf data via Qlik Sense en vraagt GALA veel op het gebied van monitoring. Om effectief gebruik te maken van de inzichten die deze data bieden is het nodig om deze zoveel mogelijk te combineren en zo tot een helder beeld te komen. Ook vanuit partnerorganisaties zoals het onderwijs is deze wens nadrukkelijk aanwezig.

Jeugdnota

46

Bijlage I.

Literatuurlijst

Batterink, M., Bilo, N., Jongebreur, W., Van der Maas-Vos, G. (2020). Kostenanalyse van complexe scheidingen. In opdracht van de VNG. Black, K., & Lobo, M. (2008) A Conceptual Review of Family Resilience Factors. Journal of Family Nursing, 14(1), p. 33-55. CBS. (2011-2022). Jeugdmonitor CBS. https://jmopendata.cbs.nl/portal.html?_la=nl&_catalog=JM&tableId=20233NED&_theme=50 [geraadpleegd op 17 juli 2023]. CBS. (2015). Jaarrapport Jeugdhulp 2015. CBS. (2022). Jaarrapport Jeugdhulp 2022. Rutte IV. (2021, december). Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst. Coalitieakkoord. Driendonks, M., & Kruip, J. (2021). Potentie van preventie. Over de inzet van effectieve preventie. Nederlands Jeugdinstituut. GGD Drenthe. (2021). Gezondheidsmonitor Jeugd. Hoex, J., Vlaardingerbroek, S., Balledux, M., Speetjens, P. & Vink, C. (2022). Opgroeien doe je samen. Bouwen aan een stevige pedagogische basis. Nederlands Jeugdinstituut. Ince, D., Van Yperen, T., & Valkestijn, M. (2018). Top tien beschermende factoren voor een positieve ontwikkeling van jeugdigen. Nederlands Jeugdinstituut. Kwan M., Bobko S., Faulkner G., Donnelly P., & Cairney J. (2014). Sport participation and alcohol and illicit drug use in adolescents and young adults: A systematic review of longitudinal studies. Addict Behav., 39(3), p. 497-506. Lawler, E.J., Thye, S.R. & Yoon, J. (2009).

Social commitments in a depersonalized world. New York: Russel Sage Foundation. Markteffect. (2021). Voedingsaanbod sportkantines. In opdracht van JOG. https://jogg.nl/nieuws/bezoekers-sportkantine-zijn-klaar-met-alleen-maar-snoep-en-snacks [geraadpleegd op 3 juli 2023]. Nederlands Jeugdinstituut. Oorzaken en gevolgen van een complexe scheiding. https://www.nji.nl/scheiding/oorzaken-en-gevolgen-van-een-complexe-scheiding [geraadpleegd op 4 juli 2023] Nederlands Jeugdinstituut. (2023, 7 april). Cijfers over overgewicht. https://www.nji.nl/cijfers/overgewicht [geraadpleegd op 19 juni 2023]. Smeets, L., Monshouwer, K., & De Greeff, J. (2019). De IJslandse aanpak van middelengebruik onder jongeren. Trimbos Instituut. Snip, J. (2022). Kinderen in armoede. Trendbureau Drenthe. https://trendbureaudrenthe.nl/armoede/kinderen-in-armoede/ [geraadpleegd op 31 juli 2023]. Spit, W., Van Beek, L., Van Yperen, T., Sondeijker, F., & Kann, D. (2019). Effectieve preventie Rotterdam: Eindrapport Business case en maatschappelijke kosten-batenanalyse (Update). Ecorys / Nederlands Jeugdinstituut. Jeugdnota

47

Tuenter, T., Van den Berg, B., & Bastiaanssen, I. (2021). Effecten van preventie in het jeugdveld. Nederlands Jeugdinstituut. Unicef. (2020). Geluk onder druk’. Unicef. (2020). World of Influence – Understanding What Shapes Child Well-being in Rich Countries. Van der Heyden, W. (2022, 11 oktober). Wooncrisis en prijsstijgingen vallen jongeren zwaar, mentale gezondheid nauwelijks verbeterd sinds corona. In opdracht van EenVandaag. https://eenvandaag.avrotros.nl/panels/opiniepanel/alle-uitslagen/item/wooncrisis-en-prijsstijgingenvallen-jongeren-zwaar-mentale-gezondheid-nauwelijks-verbeterd-sinds-corona/ [geraadpleegd op 17 juli 2023]. Van Yperen, T. (2022). Opvoeden in een opwarmend klimaat. Kinderen en jongeren een hoopvolle toekomst bieden. Nederlands Jeugdinstituuut. Van Yperen, T., Hofstede, K., Hageraats, R., & Van de Maat, A. (2023). Andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik. Nederlands Jeugdinstituuut.

Jeugdnota

48

Bijlage II. Visualisatie vangnet jeugd in de gemeente Meppel

Jeugdnota

49

Bijlage III. Overzicht van het onderwijsveld

Jeugdnota

50

Bijlage IV. Lijst van mensen die hebben meegedacht bij de totstandkoming van deze jeugdnota

Bij de totstandkoming van deze jeugdnota zijn er gesprekken gevoerd met veel collega’s en partnerorganisaties. Ook is er een vragenlijst verstuurd om input op te halen, die veel respons heeft opgeleverd. Niet iedereen die benaderd is voor input of feedback heeft gereageerd. Hieronder volgen de namen van de mensen die actief hebben bijdragen Auke de Jong

- Beleidsadviseur sociaal domein

Driss Azzouzi

- Beleidsadviseur sociaal domein

Karin Zinger

- Beleidsadviseur sociaal domein

Henriët Boxem

- Beleidsadviseur sociaal domein

Desiree Nguyen

- Beleidsregisseur Kunst & Cultuur

Mariska Bloemberg

- Beleidsregisseur sociaal domein

Carly Craanen

- Beleidsregisseur gezondheid en welzijn

Karin Jongman

- Beleidsadviseur sociaal domein

Hetty Thijssen

- Beleidsmedewerker participatiewet

Nienke Klontje

- Teammanager Opgroeien

Diana Glastra

- Teammanager sociaal domein en programmamanager

Lois van der Veen

- Adviseur Duurzaamheid

Carla Stokvis- Pieterson

- Kwaliteitsmedewerker sociaal domein

Bernadette Klamer

- Leerplichtambtenaar

Roelanda Donker

- Leerplichtambtenaar

Annika Wessels

- Consulent geldzorgen

Yvonne Zwiers

- Financieel adviseur

Laura van den Berg

- Jongerencoach

Mariska Vieregge

- Programmamanager Informatisering & Duurzaamheid

Gonda de Boer

- Beleidsregisseur sociaal domein

Marjan Mulder

- Beleidsregisseur duurzaam

Rianne Bijl

- Regisseur gezondheid, bewegen en sport

Bram Bevers

- Opgavemanager verstedelijking

Marko van de Wetering

- Beleidsadviseur groen en spelen

Cor Schipstra

- Toezichthouder bouwen

Alwin Heijting

- jeugdconsulent

Akkeline Buikema

- POH Jeugd

Kevin Boef

- Ondermijning

Jelle Bisschop

- Wijkregisseur

Aafke de Klerk

- Jeugdconsulent

Wybren Rozema

- Jeugdconsulent

Lot Zinsmeyer

- Wijkregisseur

Hans van Zwolle

- Wijk- en dorpsregisseur

Lars Brands

- Wijkhandhaver

Judith Liezen

- Adviseur Openbare Orde

Karin Hilgenga

- Samenwerkingsverband PO 2203

Erik van de Waeter

- Samenwerkingsverband PO 2203

Ellen Bout

- Kinderopvang En Nu Jij

Secretaris + werkgroep Opgroeien

- Adviesraad sociaal domein

Joost Kaper en Yvonne Murris

- Welzijn Mensenwerk

Rolanda Dolfing

- GGD Drenthe

Trea Hoeve-van Beek

- Plus Kinderopvang Jeugdnota

51

Jeugdnota 2023-2028

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=33a7c0f8-bea8-42f7-8693-dac5a935807f