CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Ontwerpbestemmingsplan de Wetering 2, Bijlagen bij de Toelichting

1 - RAADSVERGADERING 30 mei 2024, gemeente MeppelBij agendapunt: Vaststellen ontwerpbestemmingsplan 'Meppel - Buitengebied, herziening De Wetering 2'18.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.1 Aannames omtrent de inzet van mobiele werktuigen realisatiefase Tijdens de realisatiefase is de inzet van diverse mobiele werktuigen voorzien (Bijlage 1). Voor het aanleggen van het pad en de camperplaatsen, het aanleggen van een sleuf voor elektra en het realiseren van een vuilwaterafvoer zal een mobiele kraan worden ingezet. Daarnaast zal tijdens de realisatie gebruik gemaakt worden van een kipper met trekker. Het sanitair gebouw wordt gebracht met een vrachtwagen en afgeleverd met een kraan. Voor de realisatie van de fundering van het sanitair gebouw is eenmaal de inzet van een betonpomp en betonwagen voorzien. Het uitvlakken van het terrein zal gebeuren met behulp van een shovel. Vervolgens zijn er drie vrachtwagenladingen met doorgroeiklinkers nodig. Deze worden ook uitgeladen met een kraan. Voor het aanbrengen van de groenstructuren (bomen en struiken) is het gebruik van een trekker voorzien. Voor alle werktuigen die één dag of meer worden ingezet is gerekend met 8 uur inzet per dag, wat natuurlijk een overschatting is, maar dit geeft een wat conservatievere uitslag in Aerius en is dus bewust zo ingevoerd.

5.2

Aannames omtrent de inzet van mobiele werktuigen gebruiksfase

In de gebruiksfase zal jaarlijks eenmaal op het terrein gemaaid worden. Hiervoor is de inzet van één trekker gedurende maximaal één werkdag (8 uur) voorzien.

6.

Toelichting calculatie emissie uit ‘panden’

Op of nabij het beoogde kampeerterrein is sprake van een gebouw (woning). Voor zover bekend zal er niets aan deze woning gebeuren/veranderen. Omdat hier geen wijzigingen aan zullen plaatsvinden is een eventuele emissie van stikstof van dit pand niet meegenomen in de calculaties. Omdat de bezoekers/campereigenaars mogelijk fossiele brandstoffen gebruiken (gas/diesel verbruik) voor koken en verwarmen van de camper is hiervoor ook een bron in Aerius toegevoegd (vlakbron). Er wordt rekening gehouden met een gasverbruik van 750 m3 per camper per jaar. Voor 50 camperplaatsen, 100% bezet (ruime overschatting), valt rekening te houden met een gasverbruik op jaarbasis van 37.500 m3. 1 m3 aardgas levert 11,55 m3 rookgas, dit heeft een emissieconcentratie 70 mg NOx per m3 rookgas. Er is sprake van een stikstofemissie van 30,32 kg NOx per jaar. Voor deze emissiebron is uitgegaan van een uitstoothoogte van 1,0 m en een spreiding van 0,5 m. De warmte-inhoud is op 0 gehouden en het gaat hier om een continue emissiebron.

Memo Aeriuscalculaties Meppel

Bureau Biota 2023-040

6 van 9

7.

Conclusies

7.1 Condities waaronder de conclusies gelden De voorliggende conclusies zijn gebaseerd op de in deze memo genoemde aannames. Als blijkt dat de input op termijn achterhaald of niet volledig is of er een nieuwe versie van Aerius calculator is vrijgegeven, dan is mogelijk een aangepaste Aeriuscalculatie vereist om vast te stellen wat de te verwachten depositie op omliggende Natura 2000-gebieden zal zijn. In dergelijke gevallen is deze memo niet meer geldig. 7.2 Verwachte stikstofdepositie realisatiefase Tijdens de realisatiefase wordt onder de genoemde aannames, en met soms ruime overschattingen van de te verwachten werkelijkheid, geen depositie van stikstof boven de 0,00 mol/ha/jr verwacht op stikstofgevoelige delen van omliggende Natura 2000 terreinen. 7.3 Verwachte stikstofdepositie gebruiksfase Bij de eindsituatie wordt onder de genoemde aannames geen depositie van stikstof boven de 0,00 mol/ha/jr verwacht op stikstofgevoelige delen van omliggende Natura 2000 terreinen. 7.4 Geen negatieve effecten van stikstof in op Natura 2000 – geen vergunning nodig Omdat op basis van de uitgevoerde calculaties in de doorgerekende situaties (realisatie- en gebruiksfase) geen depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden wordt verwacht, zijn geen negatieve effecten van stikstofdepositie door de voorgenomen plannen op Natura 2000-gebied te verwachten.

Onder de condities beschreven in deze memo is dan ook geen vergunning van de Wet natuurbescherming voor het onderdeel Gebiedsbescherming nodig voor eventuele effecten van stikstof. Voorliggende memo zegt niets over de noodzaak van het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor de onderdelen Soortenbescherming en/of Houtopstanden. Om conclusies daarover te trekken is de uitvoering van een quickscan een goede eerste stap.

8.

Literatuur

BIJ12 Expertiseteam Stikstof en Natura 2000. Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022, januari 2023, versie 1. Provincie Gelderland. Checklist aanvraagvereisten vergunningaanvragen stikstof van de Provincie Gelderland. CROW 2018. Toekomstbestendig parkeren. Van parkeercijfers naar parkeernormen. Uitgeven door CROW Ede.

Websites: www.aanpakstikstof.nl www.allecijfers.nl www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/ www.gelderland.nl/bestanden/Gelderland/Vergunningen/DOC_Checklist_indieningsvereiste_wet_natuurbescherming.pdf

Contactgegevens: Gabi Milder-Mulderij Oude Marswal 38 8015 ED Zwolle 06-24620314 g.milder@bureaubiota.com

Memo Aeriuscalculaties Meppel

Bureau Biota 2023-040

7 van 9

Bijlage 1

Input voor de calculaties

Input Realisatiefase: AdBlue verbruik (l)

Type invoer

2 dgn

4

Middelzwaar

16

12

192

5%

9,6

Mobiele werktuigen & Wegverkeer

Kraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW

2 dgn

4

Middelzwaar

16

12

192

5%

9,6

Mobiele werktuigen & Wegverkeer

Kraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW

2 dgn

4

Middelzwaar

16

12

192

5%

9,6

Mobiele werktuigen & Wegverkeer

Kraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW

7 dgn

14

Middelzwaar

56

10

560

5%

28

Mobiele werktuigen & Wegverkeer

Trekker/k ipper

1 dag

2

Middelzwaar

2 uur

0

2 dgn Stage-IV, Betonwagen/Betonmixer 2014-2018, 1 uur 75-560 kW Stage-IV, Betonpomp 2014-2018, 1 uur 75-560 kW Uitvlakken terrein en aanbrengen doorgroeiklinkers Stage-IV, Shovel 2014-2018, 7 dgn 75-560 kW Aanvoer doorgroeiklinkers 3 met vrachtwagenladingen Stage-IV, Uitladen klinkers (loskraan) 2014-2018, 1 uur 75-560 kW Inzet elektricien Komen en gaan elektricien 2 dgn

4

Licht

2

Zwaar

1

27

27

7%

1,35* Wegverkeer

Betonmix

2

Zwaar

1

10

10

5%

0,5*

Wegverkeer

Betonpomp

14

Zwaar

56

12

672

5%

28

Mobiele werktuigen & Wegverkeer

Shovel

6

Zwaar

l/j

Omschrijving mobiele werktuigen

AdBlue verbruik (%)

Brandstofverbr uik

Draaiuren (max.)

Categorie

Verkeersbewegingen Duur/ Aantal

Stageklasse

Omschrijving activiteit en inzet

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW

l/u Aanleg pad en kampeerplaatsen Kraan Aanleg sleuf voor stroom Kraan Aanleg vuilwaterafvoer Kraan Inzet kipper met trekker Trekker Sanitair gebouw brengen Vrachtwagen Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW Fundering sanitair gebouw aanleggen Afleveren sanitair gebouw (kraan)

Komen en gaan werklieden

2

0

4

Wegverkeer 12

24

5%

Mobiele werktuigen

1,2

Kraan

Wegverkeer

Wegverkeer 1

12

12

5%

0,6

Licht

Mobiele werktuigen

Kraan

Wegverkeer

Aanbrengen groenstructuren Stage-IV, 2014-2018, 1 dag 2 75-560 kW Plaatsing toegangshek (incl. fundering) en hokje voor betalen Trekker

Komen en gaan werklieden Stage-IV, Plaatsen met kraan 2014-2018, 75-560 kW Totaal wegverkeer (retourbewegingen) Licht 8

Middelzwaar

2 dgn

4

Middelzwaar

3 uur

2

Middelzwaar

8

4

32

3%

1,6

Mobiele werktuigen & Wegverkeer

Trekker

Wegverkeer 3

12

36

5%

1,8

Mobiele werktuigen

Kraan

Middelzwaar 36 Zwaar 24 * deze getallen afgerond naar hele getallen in model

Memo Aeriuscalculaties Meppel

Bureau Biota 2023-040

8 van 9

Input Gebruiksfase: • • • •

Gasverbruik 50 camperplaatsen volledig bezet (ruime overschatting): 750 m 3 per camperplaats. Maaien eens per jaar: trekker (Stage IV, 2014-2018) één dag (8 uur) brandstofverbruik 4 l/u, 32 l/j, AdBlue-verbruik 5%, 1,6 l (1 liter in model gestopt); Aantal camperbewegingen bij 100% gebruik 50 camperplaatsen (jaarrond): 36.500. Aantal verkeersbewegingen personeel: 730.

Memo Aeriuscalculaties Meppel

Bureau Biota 2023-040

9 van 9

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Gebruiksfase - Beoogd

Resultaten

Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RX7Nnzgdaq5r (21 maart 2023)

Omgevingsrecht Zuidema De Wetering 2, 7943 KV Meppel Camperplaatsen De Wetering 2 Meppel Ingebruikname 50 camperplaatsen, 100% van het jaar bezet RX7Nnzgdaq5r 21 maart 2023, 19:35 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

0,2 kg/j

36,8 kg/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | 1 x per jaar maaien 3 Anders... | Anders... | Gasverbruik campers  Verkeersnetwerk

RX7Nnzgdaq5r (21 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

7,7 g/j 0,2 kg/j

0,2 kg/j 30,3 kg/j 6,3 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RX7Nnzgdaq5r (21 maart 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RX7Nnzgdaq5r (21 maart 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Komen en gaan campers en personeel X:212235,29 Y:522834,82 Type scherm 99,59 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

-

Aantal voertuigen

1 x per jaar maaien X:212436,91 Y:522795,2 3,13 ha

Maaien (inzet trekker)

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 32 l/j SCR: ja

Naam

Stageklasse

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Anders... | Anders...

Naam Gasverbruik Uittreedhoogte campers Warmteinhoud Locatie X:212465,4 Spreiding Y:522851,08 Oppervlakte 1,72 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

NOₓ NH₃

0,2 kg/j 7,7 g/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

1,0 m 0,000 MW 1m

8 u/j

NOₓ

6,3 kg/j 1,2 kg/j 0,2 kg/j

In file

730 p/jaar 36500 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

3

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

2 l/j

Stof Emissie

NOₓ

0,2 kg/j NH₃ 7,7 g/j 30,3 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230315_cd85399aac Database versie 2022_cd85399aac Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ RX7Nnzgdaq5r (21 maart 2023)

6/6

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Realisatiefase - Beoogd

Resultaten

Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

Rs4FWQPMBinL (21 maart 2023)

Omgevingsrecht Zuidema De Wetering 2, 7943 KV Meppel Camperplaatsen De Wetering 2 Meppel Realisatie 50 camperplaatsen Rs4FWQPMBinL 21 maart 2023, 19:36 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

0,5 kg/j

22,9 kg/j

2/7

Projectberekening

Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Inzet kraan 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Inzet trekker/kipper 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Inzet shovel 5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Inzet trekker 6 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Betonmixer 7 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Betonpomp  Verkeersnetwerk

Rs4FWQPMBinL (21 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j 0,1 kg/j 0,2 kg/j 7,7 g/j 6,5 g/j 2,4 g/j 0,0 kg/j

6,5 kg/j 5,9 kg/j 9,6 kg/j 0,2 kg/j 0,4 kg/j 0,3 kg/j 21,4 g/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

Rs4FWQPMBinL (21 maart 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

Rs4FWQPMBinL (21 maart 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Realisatiefase, Rekenjaar 2023 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Inzet kraan X:212424,19 Y:522852,95 1,45 ha

NOₓ NH₃

Naam

Stageklasse

Inzet kraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 648 l/j ja

2

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

54 u/j

Naam

NOₓ NH₃

Inzet trekker/kipper X:212424,54 Y:522852,95 1,51 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

56 u/j

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Wegverkeer X:212247,81 Y:522815,02 150,20 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

28 l/j

Naam Stageklasse

Inzet shovel X:212424,71 Y:522852,95 1,49 ha

-

Max. snelheid

-

Aantal voertuigen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

8 p/jaar 36 p/jaar 24 p/jaar 0 p/jaar NOₓ NH₃

5,9 kg/j 0,1 kg/j 21,4 g/j 5,4 g/j 0,0 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

9,6 kg/j 0,2 kg/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie

Shovel Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 672 l/j

Rs4FWQPMBinL (21 maart 2023)

NOₓ

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Stof Emissie

NH₃

Wegverkeer | Weg

6,5 kg/j 0,2 kg/j 5,9 kg/j 0,1 kg/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

Kipper/trekker Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 560 l/j SCR: ja

4

33 l/j

Stof Emissie

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

3

6,5 kg/j 0,2 kg/j

56 u/j

28 l/j

NOₓ 9,6 kg/j NH₃ 0,2 kg/j

6/7

Projectberekening

5

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Inzet trekker X:212425,71 Y:522852,36 1,58 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

Trekker Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 32 l/j ja 6

8 u/j

2 l/j

Stof Emissie

NOₓ 0,2 kg/j NH₃ 7,7 g/j

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Betonmixer X:212322,28 Y:522874,3 0,10 ha

Stageklasse

Betonmixer Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 7

0,2 kg/j 7,7 g/j

NOₓ NH₃

0,4 kg/j 6,5 g/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

27 l/j

1 u/j

1 l/j

Stof Emissie

NOₓ

0,4 kg/j NH₃ 6,5 g/j

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Betonpomp X:212321,95 Y:522875,77 0,10 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃

0,3 kg/j 2,4 g/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

Betonpomp Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 10 l/j ja

1 u/j

0 l/j

Stof Emissie

NOₓ

0,3 kg/j NH₃ 2,4 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230315_cd85399aac Database versie 2022_cd85399aac Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

Rs4FWQPMBinL (21 maart 2023)

7/7

Bijlage 4 Uitgangspuntennotitie water

Watertoets Normale procedure Versie 2023

Inhoudsopgave 1. Watertoets proces

3

1.1. Doel en inhoud van het document

3

1.2. Vervolg van het document

3

2. Ontwikkeling recreatieterrein campers

5

2.1. Bestaande waterhuishouding

5

2.2. Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau

6

2.3. Watersysteem

6

2.4. Wateroverlast

7

2.5. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast

9

2.6. Waterkwaliteit

9

2.7. Riolering

11

2.8. Beheer en onderhoud

12

3. Vervolg watertoets en beoordeling

Watertoets - Normale procedure

12

pagina 2

1. Watertoets proces Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Kadernotitie Stedelijk Water. Het proces watertoets kent verschillende fasen waarbij formeel een watertoets voorkomt bij de initiatief-, ontwikkel- en besluitvormingsfase. In elke fase spelen de initiatiefnemer en de waterbeheerder hun rol. Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd.

1.1. Doel en inhoud van het document Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat: • de bestaande waterhuishouding van het plangebied (paragraaf 2); • concrete uitgangspunten voor het plan op basis waarmee u de waterhuishouding regelt (paragaaf 3); • informatie over het vervolg van de watertoets en de uiteindelijke beoordeling van WDODelta in het kader van de watertoets (paragraaf 4)

1.2. Vervolg van het document Het is de bedoeling dat de u de uitgangspunten notitie uitwerkt in de waterparagraaf van het inrichtingsplan, bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing zoals vastgelegd in het besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Daarnaast kan de volledige uitgangspunten notitie in de bijlage.

Watertoets - Normale procedure

pagina 3

Beschikbare gegevens Sommige gegevens die u kunt gebruiken voor het plan, zijn digitaal beschikbaar. Hieronder vindt u een omschrijving van verschillende gegevens. Keur en Legger oppervlaktewater en waterkeringen Op de website van WDODelta vindt u een geoportaal met de Legger. De Legger bestaat uit kaarten en tabellen met de volgende gegevens: - de locatie van wateren en dijken; - de eisen (vorm en afmetingen) waaraan wateren en dijken moeten voldoen; - de ruimte die we rond de dijken reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; - wie het onderhoud uitvoert (als de onderhoudsplichtige niet is opgenomen, dan geldt de Keur) In de Keur staan regels: - over het voorkomen van schade aan onder andere dijken en oevers; - over het onderhoud van onder andere sloten, beken en rivieren; - over het gebruik van grondwater en water uit sloten. ArcGIS Online Diverse gegevens ontsluiten wij via het webportaal van ArcGIS Online. Klimaatatlas waterschap Drents Overijsselse Delta In de klimaatatlas ziet u de lokale situatie voor neerslag en hitte in het stedelijk gebied. Deze gegevens geven een goed inzicht in mogelijke risico’s bij hoosbuien of extreme hitte. De klimaatatlas kan helpen om bestaande risico’s, of risico’s die voortkomen uit de ruimtelijke ontwikkeling, te minimaliseren.

Daarnaast zijn in samenwerking met gemeenten en de provincie klimaatatlassen ontwikkeld die een breder beeld geven van de gevolgen van klimaatverandering: - Fluvius (Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel) - RIVUS (West-Overijssel) Provincie Overijssel Provincie Overijssel heeft vanuit de ruimtelijke verordening een eigen set kaarten toegevoegd, die met name voor het helder definiëren van het toepassingsbereik van bepalingen onmisbaar zijn. Algemene Hoogtekaart Nederland Om een indicatief beeld van de hoogteligging van het plan te krijgen adviseren we om gebruik te maken van de Algemene Hoogtekaart Nederland. U kunt op deze site uw locatie aanwijzen om de exacte hoogte te bepalen. Bodem en grondwaterstanden provincie Overijssel Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Overijssel. Bodem en grondwaterstanden provincie Drenthe Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Drenthe.

Watertoets - Normale procedure

pagina 4

2. Ontwikkeling recreatieterrein campers Het plan ligt aan de Wetering 2 in de gemeente Meppel. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: Ontwikkeling recreatieterrein Campers

2.1. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het (deel)stroomgebied Meppelerdiep. Rond het plangebied liggen de A WATERGANGEN en K57 en WOHV B3 die WDODelta beheert. Het projectgebied bevat één peilvak en heeft een maximumpeil van NAP - 0,20 m. Dit peil is de instelhoogte bij een peilscheidend kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil, afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.

Figuur 1 - Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied.

-

-

De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP 1,4 m. De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit zandgronden. Voor een analyse van diepere grondlagen kan gebruik worden gemaakt van Dinoloket. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op 0 - 20 cm onder het maaiveld. o Door de aanwezigheid van slecht doorlatende (klei) lagen kunnen schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen. Bij extreme neerslag wordt geen wateroverlast in of bij het plangebied verwacht (zie Klimaatatlas WDODelta).

Watertoets - Normale procedure

pagina 5

2.2. Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau De uitgangspunten die in deze paragraaf staan, verwerkt de initiatiefnemer in het inrichtingsplan, bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Dat houdt in dat de initiatiefnemer in de waterparagraaf aangeeft hoe hij of zij met de uitgangspunten omgaat en op welke manier deze vertaalt naar het plangebied. De initiatiefnemer kan in samenwerking met de gemeente bij ons advies aanvragen over de waterhuishoudkundige maatregelen. Doorvertaling van de uitgangspunten in de plankaart en de planregels vindt plaats in samenwerking met het waterschap.

In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld: • Watersysteem • Wateroverlast • Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast • Waterkwaliteit • Riolering • Beheer en onderhoud Deze uitgangspunten werken we hieronder verder uit. Het is nodig om in de plannen de uitgangspunten uit te werken. In de vervolgfase van het bestemmingsplan beoordeelt WDODelta deze onderbouwing.

2.3. Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water en waarborgen van de kwaliteit en ruimte voor water. Watergangen Binnen het plangebied ligt (een beschermingszone van) een A-watergang en/of B-watergang van WDODelta, zoals weergegeven in figuur 1. Het is noodzakelijk dat de functie van deze watergang(en) altijd is gegarandeerd, rekening houdend met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven en gevisualiseerd in de Legger. Voor deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor activiteiten in of nabij een watergang of binnen de beschermingszone van een watergang doet u afhankelijk van wat voor activiteit u gaat doen een melding of een aanvraag voor een watervergunning bij WDODelta. Meer informatie vindt u hier op onze website: vergunningen. Het waterkwaliteitsbeheer van toepassing op alle typen watergangen (A-, B- en C-watergangen) in het watersysteem. Criteria watergangen: Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit bij alle typen watergangen. •

A-watergangen (>25 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar). Dit zijn watergangen waar wij verantwoordelijk zijn voor de inrichting en het beheer en onderhoud.

•

B-watergangen (>10 L/s afvoer en <25 L/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): Wij zijn verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de aanliggende eigenaar van de watergang is verantwoordelijk voor het onderhoud (we noemen dat onderhoudsplichtig1). In de B-watergangen is een bepaalde vorm van toezicht door het waterschap (dit noemen wij schouw).

•

C-watergangen (<10 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): De aanliggend eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud1. Er geldt geen onderhoudsverplichting en wij houden geen toezicht

1

Onderhoud is het totaal van activiteiten met als doel, het in "een aanvaardbare conditie" houden of terugbrengen van de watergang. Specifieke kenmerken van deze conditie worden afgestemd met het waterschap.

Watertoets - Normale procedure

pagina 6

of het onderhoud goed wordt uitgevoerd. Behalve als de C-watergang in beheer is van WDODelta en met de omgeving onderhoudsafspraken zijn gemaakt. Wijzigingen aan het watersysteem2 Dempen of graven wateren: Voor het graven of dempen van watergangen (ook die niet in beheer zijn bij WDODelta) zijn regels. Voor de activiteit kan een melding of vergunning nodig zijn. Voor meer informatie zie: Vergunningen.3 U kunt hierover met ons overleggen en wij kunnen u hierover adviseren. WDODelta neemt nieuwe A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld of deze nieuwe watergangen voldoen aan de daarvoor geldende (bovenstaande) criteria. Het is aan de initiatiefnemer om aan te tonen dat de watergang voldoet aan deze criteria.

2.4. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag u hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt, afvoeren, zonder dat dit leidt tot wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel wij als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. U houdt rekening met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: • Vasthouden-bergen-afvoeren; • Benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • Gescheiden houden van hemelwater en rioolwater; • Capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; • Eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Compensatie nieuwbouw grote plannen en uitbreidingslocaties (stedelijk gebied & landelijk gebied > 500 m2) Voor grote plannen en uitbreidingslocaties geldt als regel, dat voor het realiseren van verhard oppervlak een berging , ter compensatie voor de versnelde afvoer, van het afstromende hemelwater benodigd is. Compensatie volgt de volgende trap: vasthouden-bergen-afvoeren.

In het plan wordt een verhard oppervlak van circa 1500 m2 gerealiseerd (het waterschap ziet halfverharding ook als verhard oppervlak en er is een grove inschatting gemaakt van het aantal m2 verhard oppervlak dat gerealiseerd wordt). Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van 1500 m2 * 0.08m = 120 m3 [kuub] wordt aangelegd. Het onderstaande uitgangspunt geldt: •

Open water heeft een toegestane stijging tot aan de debietbegrenzer (watergangen, vijvers, etc.). De berging beslaat het deel tussen gehanteerd max. waterpeil en insteek/overstorthoogte o

Een groot deel van het open water draagt bij aan berging van bestaand gebied. De projectontwikkelaar/gemeente toont aan dat er 80 mm berging per m2 beschikbaar is voor de nieuwe ontwikkeling(en), waarbij rekening is gehouden met de berging voor bestaand gebied.

•

•

2 3

Water in bergingsvoorzieningen, zoals wadi’s: Hierbij rekenen we de bergings-/infiltratiecapaciteiten in de bodem (inclusief grondverbetering) niet mee. De hoogte van de berging is berekend vanaf de bodem wadi tot aan slokop/noodoverlaat. o Aanvullend hierop: een berging onder de grond - in de vorm van kratten of Rockflow - telt wel mee met de berging, mits deze niet gevuld zijn door infiltratie door hoge grondwaterstanden (GHG moet niet hoger zijn dan onder de onderkant van de kratten of Rockflow). Berging in de bestaande gemengde riolering valt hier niet onder.

De specificatie van ons watersysteem is op te vragen bij onze beheer afdeling. Hierover vindt nadere afstemming plaats met het waterschap.

Watertoets - Normale procedure

pagina 7

•

•

Let op: dat het oppervlak van de bovengrondse berging (bijvoorbeeld wadi of bergingsvijver) zelf ook meetelt bij het ‘afstromend oppervlak’ voor bepalen mm berging.

Toetsbui voor extreme neerslagsituatie: Wij toetsen het watersysteem op basis van een hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden. We houden rekening met een bui van 111 mm in 48 uur. De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 L/s/ha. Het is belangrijk dat bij deze buien geen regenwater in woningen komen en belangrijke ontsluitingswegen blijven vrij van water. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm.

Neerslagstatistiek Statistiek volgens Stowa rapport 2015-10 Klimaatscenario Huidig klimaat +10% Afvoer (L/s/ha) T=100 1,6 (maatgevend) Maatgevende bui duur (uur) 48 Totale neerslaghoeveelheid (mm) 111 Afvoer via oppervlaktewater (mm) 28 (≈ 1,6 l/ha in 48 uur) Berging dak/straat/etc (mm) 3 Benodigde berging (mm) 80 Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging Extreme neerslag (boven normatieve situatie): Verder adviseren wij een stress-test uit te voeren met een bui die boven de genoemde normen uitgaat. Deze hoosbui kan lokaal tot veel wateroverlast leiden. Het is belangrijk dat u de gevolgen hiervan in beeld brengt. Het gaat in deze situatie vooral om de afstroming van het hemelwater over het maaiveld. De initiatiefnemer kiest welke boven normatieve situatie hij of zij bekijkt. Te denken valt aan een range van 60 mm tot 150 mm in een uur. Dat zijn zeer grote hoeveelheden, maar deze kunnen zeker met de verandering van klimaat voorkomen. De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben.

Grondwateroverlast en kwel • Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimteloos bouwen of het (2) ophogen van het plangebied. •

Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om in overleg met ons zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen. Mogelijk hebben wij ook peilbuizen op de locatie staan.

•

Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) adviseren wij een aanleghoogte van de vloer van minimaal 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kunt u volstaan met een geringere ontwateringsdiepte (verschil grondwaterstand en maaiveld). Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen, adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager (beneden het maaiveld_ gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan het voorkomen van wateroverlast.

Watertoets - Normale procedure

pagina 8

2.5. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. •

Beekdalen: Bouwen in het beekdal is niet gewenst. Wij staan achter het beleid van Provincie Drenthe om kritische (kapitaal) intensieve functies in het beekdal te weren om zo voldoende ruimte voor water te behouden. De beekdalen zijn van nature de laagste plekken in het watersysteem. Bij extreme neerslag zijn deze gebieden het meest kwetsbaar voor wateroverlast. Gezien de functie dient het vloerpeil op een hoogte van NAP + <HOOGTE (80 cm)> m te worden aangelegd. Wanneer u voor ophoging kiest (in plaats van bouwen op bijvoorbeeld palen) is het noodzakelijk om het verlies aan ruimte voor water te compenseren.

•

Relatie oppervlaktewater en grondwater: In een nieuw te ontwikkelen gebied verlagen we structureel de waterstanden binnen het gebied niet, na het bouwrijp maken. Tijdelijke (of structurele) grondwateronttrekking (vanaf 10m3/uur) zijn in principe niet gewenst. Op grond van de Waterwet is een melding of vergunning van het waterschap nodig. Voor het onttrekken van oppervlaktewater is altijd een melding-/vergunningsplicht van toepassing.

•

Peilbeheer grasland: Het plan ligt in een agrarisch gebied met grasland. Het peilbeheer in graslanden kent hogere waterstanden dan bij akkerbouw. In extreme neerslagsituaties kan op grasland/maïsland groter dan 1/10 jaar wateroverlast optreden en op akkerbouwgebieden groter dan 1/25 jaar wateroverlast optreden. Het peilbeheer is hierop aangepast, dus houdt u rekening met deze hogere waterstanden. Het kan namelijk ook zijn dat er akkerbouw plaats vindt in gebieden met een NBW-norm voor grasland.

•

Verdroging / vernatting: Wij gaan bij het plan uit van het bestaande of verhogen van grond- en oppervlaktewaterregime. Indien bij ontwikkelingen van grasland naar bebouwd gebied het waterpeil wijzigt, dan is het nodig om ons hier tijdig bij te betrekken. Neemt u hiervoor contact op met de gebiedsbeheerder van het waterschap.

2.6. Waterkwaliteit Het watersysteem en de waterketen wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt en zorgt dat het voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Beleid en regelgeving Voor de borging van waterkwaliteit zijn maatregelen geldend. Voor bepaalde stoffen zijn Europese normen vastgesteld, bijvoorbeeld voor gevaarlijke stoffen zoals lood, cadmium, oplosmiddelen en bestrijdingsmiddelen. Het waterschap meet deze stoffen en zorgt ervoor dat ze binnen de normen blijven. Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: o

Schoon hemelwater mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater (dakoppervlakken).

o

Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater.

o

In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren (zichtbaar). Anders is het noodzakelijke voorzieningen te treffen om eventuele foutieve ondergrondse aansluitingen te kunnen vaststellen. Idealiter houden wij hemelwater vast en alvorens een vertraagde afvoer.

De ideale situatie bij hemelwater volgt deze reeks: 1) benutten van hemelwater; 2) infiltreren van hemelwater;

Watertoets - Normale procedure

pagina 9

3) vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater. Wij adviseren om in het ontwerp geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken en duurzaam gebruik te maken van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. •

Verversing oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen vermijden. Het is nodig dat het watersysteem zo ontworpen wordt dat er aandacht is voor verversing en wateraanvoer. Stilstaand water zeker bij opwarming en droogte – is kwetsbaar (met als gevolg bijvoorbeeld vissterfte).

•

Peilbeheersing: Wij kunnen sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. In gebieden waar sloten droogvallen en wij geen water kunnen aanvoeren, is dit niet mogelijk. We adviseren om bij droogvallende watergangen een minimale waterdiepte te geven van 100 cm om te voorkomen dat ze droogvallen.

Verontreiniging Bij het voorkomen van vervuiling van het oppervlaktewater gelden een aantal belangrijke punten: • Microverontreiniging we adviseren om gebruik van de volgende toepassingen te beperken: o Uitloogbare materialen (zoals bijvoorbeeld koper, lood of zink) die een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen veroorzaken; o Chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; o Verduurzaamd hout als oeverbeschoeiing. • Agrarische terrein: Het is noodzakelijk dat de inrichting van het agrarische terrein dusdanig is, dat geen overmatige toevoer van onder andere stikstof en/of fosfaat naar het watersysteem is (een ‘bezemschoon’ terrein). De initiatiefnemer houdt rekening met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen dit is in Europese en landelijke regels vastgelegd (Bijvoorbeeld: het “Activiteitenbesluit” m.b.t. informatie over de grootte van deze zones). • Stoffen en waterkwaliteit: Stoffen, bijv. schoonmaakmiddelen, (ook milieuvriendelijke) mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater komen. Daar is een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig, welke u kunt aanvragen bij het waterschap. Wij verlenen geen watervergunning wanneer een riolering in de buurt aanwezig is. Let op: dit kan ook bij andere afvalwaterstromen en stoffen gelden.

Neem hiervoor gerust contact op met het waterschap. De voorkeursvolgorde voor afvalwaterstromen is als volgt: 1. Voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalwater en verontreiniging. 2. Indien aanwezig (de afvalstroom van huishoudelijk afvalwater): de afvalwaterstoom op de riolering lozen; 3. Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering afvoeren; 4. Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage, dit gaat met een vergunning op basis van Art 6.2 lid 1 van de Waterwet (zie onderstaand kader). 5. Voor verwerking van ander afvalwater dan huishoudelijk afvalwater is H.10 van de Wet Milieu Beheer een verdere uiteenzetting gemaakt. Waterwet Artikel 6.2: 1. Het is verboden om stoffen te brengen in een oppervlaktewaterlichaam, tenzij: a. een daartoe strekkende vergunning is verleend door Onze Minister of, ten aanzien van regionale wateren, het bestuur van het betrokken waterschap; b. daarvoor vrijstelling is verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur; c. Waterwet artikel 6.3, eerste tot en met derde lid, van toepassing is. 2. Het is verboden met behulp van een werk, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, water of stoffen te brengen op een zuiveringtechnisch werk, tenzij: a. een daartoe strekkende vergunning is verleend door het bestuur van het in artikel 3.4 bedoelde waterschap; b.

daarvoor vrijstelling is verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. 3. Voor de toepassing van het eerste lid worden de gronden binnen een oppervlaktewaterlichaam die ingevolge artikel 3.1 of 3.2 zijn aangewezen als drogere oevergebieden, niet tot dat oppervlaktewaterlichaam gerekend. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het lozen ten gevolge van het gebruik van meststoffen op agrarische gronden in uiterwaarden en buitendijkse gebieden in het kader van de normale agrarische bedrijfsuitoefening, voor zover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de Meststoffenwet.

Watertoets - Normale procedure

pagina 10

2.7. Riolering Het waterschap heeft als doel de waterkwaliteit te beschermen door onder andere een doelmatige werking van de rioolwaterzuivering na te streven en de vuillast vanuit riolering naar oppervlaktewater te beperken. Hiervoor is een goede afstemming over aanvoer naar de rioolwaterzuivering en een juiste werking van de riolering noodzakelijk. afvoer vanuit riolering. Dit willen we bereiken door aandacht te hebben voor de volgende onderwerpen. Beleid en regelgeving • Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat bij nieuwe ontwikkelingen het afstromend hemelwater niet naar de rioolwaterzuivering gaat, maar ter plaatse in het milieu komt. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. •

Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen: Wij adviseren om, daar waar mogelijk, het hemelwater bovengronds af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie met bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Het is noodzakelijk dat de ontwikkelaar de keuze van waterafvoer aan ons voorlegt.

•

Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich ontdoet) op oppervlaktewater vanuit een woning of een inrichting gelden de diverse wetten, besluiten en regels waaronder: o

Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt is dat u het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel loost. Indien dit niet mogelijk is, is het nodig om een voorziening te treffen, die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt.

o

Voor lozingen van afvalwater vanuit een inrichting geldt onder andere de Waterwet en het “Activiteitenbesluit.

o •

Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi).

Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan houdt u rekening met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater biedt u op de perceelgrens gescheiden aan. Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). Bekijk hiervoor altijd het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en rioolverordening van de desbetreffende gemeente.

Rioolcapaciteit • Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel houdt u rekening met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze informatie is te vinden in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Bij een verandering of aanleg van het rioolsysteem is het nodig om het waterschap in de initiatief fase te betrekken. •

Persleiding; Indien de wens bestaat om aan te sluiten op onze persleiding, is het noodzakelijk vroegtijdige met ons af te stemmen om de mogelijke consequenties inzichtelijk te maken en om aan te geven welke informatie wij hierbij nodig achten.

Watertoets - Normale procedure

pagina 11

2.8. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. Het is nodig dat de inrichting van het gebied zo is, dat het efficiënt en effectief beheer en onderhoud van het watersysteem mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met ons plaats. Wijze van onderhoud watersysteem: U houdt rekening met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor activiteiten binnen de aangegeven zones van WDODelta, is een vergunning op grond van de Waterwet of algemene regels bij de Keur en straks de waterschap verordening noodzakelijk. De eisen voor stedelijk water zijn bij ons op te vragen. Hieronder zijn de belangrijkste punten samengevat: • Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije4 zone van 5 m vanaf de boven insteek van de watergang • Varend onderhoud: Varend onderhoud is mogelijk bij een doorvaarbare watergang. In principe houdt u rekening met een minimale totale oeverlengte van 300 m of een totale oppervlakte van 1.500 m 2. U houdt rekening met een minimale doorvaarhoogte van 1,25 m ten opzichte van het maximale waterpeil. De doorvaarbreedte is minimaal 2,50 m. Voor varend onderhoud geldt bovendien een minimale diepte van 1,10 m met een aanleg- en onderhoudsdiepte van 1,30 m.

Elk onderhoudswater heeft een goed bereikbare inlaadplaats voor de boot en minimaal 1 losplaats voor het maaisel per 100 m oeverlengte. • Beheer en onderhoudsafspraken nieuwe watergangen: Voor nieuwe watergangen is het nodig om afspraken over beheer en onderhoud met ons vaste te leggen. Wij nemen nieuwe primaire Awatergangen, inclusief de peil regulerende kunstwerken in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld dat deze watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria (zie hoofdstuk watersysteem). Een uitzondering hierop zijn de kunstwerken voor het vaarwegbeheer. Deze komen niet in bij ons in beheer en onderhoud.

•

Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunning plichtig of melding plichtig. Zie de Keur.

•

Toegankelijkheid van water: Het is noodzakelijk dat alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) voor ons toegankelijk zijn.

3. Vervolg watertoets en beoordeling Informeel overleg over de uitgangspunten Dit document geeft u handvatten om uitvoering te geven aan de waterhuishouding. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document en de waterhuishouding in en rondom uw gebied, het bestemmingsplan uitwerkt met de daarbij meegegeven uitgangspunten. Het onderdeel ‘water’ moet uitgewerkt worden om te komen tot een volledig bestemmingsplan. Hierbij zien wij graag de ‘water en bodem sturend’ filosofie terug. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspuntennotitie dan gaan wij graag met u in gesprek. Mocht u graag willen sparren over de uitwerking van de waterhuishouding op het perceel, ook dan gaan we graag met u in gesprek. Wij denken graag met u mee!

4 Geen bomen, lantaarnpalen e.d., maar ook geen tegelverharding.

Watertoets - Normale procedure

pagina 12

Beoordeling en officieel wateradvies Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u ons deze ter beoordeling. In de meeste gevallen geven wij haar wateradvies in het vooroverleg zoals dat bedoeld is in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Wij kunnen alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij een bestemmingsplan beoordelen op basis van de toelichting, de planregels en de verbeelding. Alleen de waterparagraaf geeft ons onvoldoende informatie. Controle op het watertoetsproces Wij controleren of het wateradvies is opgenomen in het plan. Afhankelijk van het moment waarop ons wateradvies is gegeven, doen wij dat op basis van het vooroverleg, voorontwerp of het ontwerp bestemmingsplan. Geldigheid van het uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van onze beleidsregels. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteren wij een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is, kunt u met ons contact opnemen voor eventueel een verlenging met nogmaals 1 jaar.

Heeft u een watervergunning nodig op grond van de Waterwet? Het wateradvies dat wij uiteindelijk afgeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Keur of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een watervergunning aanvragen op onze website wdodelta.nl. Wij toetsen deze aanvraag aan het dan vastgestelde beleid. In de uitgangspunten (paragraaf 2) staat waar mogelijk een watervergunning voor nodig is.

Bijlage: Samenvatting - Vergunningsplichtige activiteiten volgens de Keur • Activiteiten in, onder of boven een waterstaatswerk. • Activiteiten in de beschermingszone of profiel van vrije ruimte van een waterstaatswerk (te raadplegen op de website): o Voor watergangen: 5 m uit de insteek o Voor waterkeringen: breedte variabel • Graven van een oppervlaktewaterlichaam. • Dempen van een oppervlaktewaterlichaam. • Lozen van water in of onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam o Op basis van de Algemene Regels bestaat vrijstelling (zonder meldplicht) mits aan de volgende criteria wordt voldaan: ▪ De lozing veroorzaakt benedenstrooms geen wateroverlast voor derden ▪ De lozing wordt gestaakt wanneer dit voor het waterbeheer noodzakelijk is. • Het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam. • Onttrekken of infiltreren van grondwater. • Ontwateren met drainagemiddelen.

Watertoets - Normale procedure

pagina 13

© Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Francis de Graaf op 18-7-2023. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over de watertoets op de website van WDODelta.

Watertoets - Normale procedure

pagina 14

Bijlage 5 Nota inspraak en overleg

Reactienota inspraak en overleg bestemmingsplan ‘Meppel – Buitengebied, herziening de Wetering 2’

Samenvatting van en gemeentelijke reactie op inspraak- en overlegreacties

November 2023

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................... 3 1.

Inleiding ...................................................................................................... 4 Inspraak ......................................................................................................... 4 Overleg........................................................................................................... 4 Leeswijzer ....................................................................................................... 4

2.

Inspraak en overlegreacties ........................................................................... 5 Overlegreacties ................................................................................................ 5 Inspraakreacties .............................................................................................. 5

Wijzigingen in het ontwerp van het bestemmingsplan .............................................. 9 Toelichting ...................................................................................................... 9 Regels ............................................................................................................ 9 Verbeelding ..................................................................................................... 9

1. Inleiding Deze ‘Nota beantwoording inspraak en vooroverleg’ is opgesteld naar aanleiding van de terinzagelegging van het voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Meppel – Buitengebied, herziening de Wetering 2’. Deze nota wordt als bijlage bij de toelichting van het bestemmingplan opgenomen. In de nota is een inhoudelijke gemeentelijke reactie op de ingekomen overleg- en inspraakreacties opgenomen. Tevens is een overzicht opgenomen van de inhoudelijke wijzigingen in het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Meppel – Buitengebied, herziening de Wetering 2’.

Inspraak Van 27 september tot en met 7 november 2023 heeft het voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Meppel – Buitengebied, herziening de Wetering 2’ op grond van de artikelen 2 en 4 van de gemeentelijke inspraakverordening voor een periode van zes weken zowel digitaal als analoog ter inzage gelegen. Publicatie van de terinzagelegging van het voorontwerp heeft plaatsgevonden in het Gemeenteblad en de Meppeler Courant. Gedurende deze periode had een ieder de mogelijkheid een inspraakreactie in te dienen. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt.

Overleg Gelijktijdig met de inspraakprocedure is gestart met het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Een kennisgeving van de terinzagelegging is via elektronische weg gezonden aan het waterschap Drents Overijsselse Delta en de Provincie Drenthe.

Leeswijzer Deze reactienota heeft betrekking op de overleg- en inspraakreacties op het voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Meppel – Buitengebied, herziening de Wetering 2’. In hoofdstuk 2 is een samenvatting opgenomen van de ingekomen vooroverleg- en inspraakreacties met daarbij de gemeentelijke beantwoording en een conclusie. De beantwoording en de conclusies staan cursief weergegeven. In de conclusie wordt ingegaan op de gevolgen van de reactie voor het ontwerp van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 is de staat van wijzigingen opgenomen. Deze staat van wijzigingen geeft een overzicht van alle relevante wijzigingen als gevolg van de terinzagelegging van het voorontwerp van het bestemmingsplan, evenals de eventueel voorgestane ambtshalve wijzigingen in het ontwerp van het bestemmingsplan.

2. Inspraak en overlegreacties Overlegreacties In het kader van het vooroverleg is een kennisgeving van de tervisielegging toegezonden aan de provincie en het waterschap. Voor zowel het waterschap als de provincie gaf het voorontwerp geen aanleiding voor wijzigingen. Wel heeft de provincie geadviseerd om de wadi qua vormgeving langer te maken en dezelfde (cultuurhistorische) richting te geven als de Wetering (of allicht het talud verbreden van de sloot als oplossing voor waterberging). Deze opmerking is meegegeven aan de initiatiefnemer en is verwerkt in het bestemmingsplan.

Inspraakreacties In het kader van de inspraakprocedure heeft het voorontwerp van het bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn heeft een ieder zijn of haar inspraakreactie, zowel mondeling als schriftelijk, bij het college van burgemeester en wethouders kenbaar kunnen maken. Gedurende de periode van tervisielegging zijn 2 inspraakreacties ontvangen. Inspraakreactie 1 Registratienummer 1822815 Samenvatting: 1. De Wetering valt onder het buitengebied. Het is een rustige omgeving met een mooie natuur. In deze natuur leven diverse diersoorten, waaronder vossen, dassen, en ijsvogels. Het is ongewenst om de natuurlijke habitat van deze dieren te verstoren. 2. De bewoners van deze omgeving hebben er bewust voor gekozen om te wonen in deze omgeving vanwege de rust, ruimte en het uitzicht op de mooie velden. 3. Indiener vreest dat de marktwaarde van de omliggende huizen zal dalen indien het bestemmingsplan van De Wetering 2 naar voorgenomen plannen zal worden gewijzigd en geeft aan dat dit onacceptabel is. 4. Indiener geeft aan dat De Wetering een weg is, welke door veel fietsende kinderen wordt gebruikt om naar school te komen. Het planvoornemen zal een toename van verkeer betekenen.

De ligging aan de Hoogeveense vaart, de aanwezigheid van bomen, scherpe bochten en op sommige plekken slecht heeft een nadelig effect op de verkeersveiligheid aan de Wetering. 5. Indiener geeft aan dat de voorgestelde locatie te dichtbij een aantal veehouderij bedrijven ligt en binnen de richtafstanden van geur- en lawaai naar de dichtstbijzijnde woning. 6. Indiener geeft aan dat de camping een onbeheerd terrein zal betreffen, waar al de nodige overlast speelt en waar de buurbewoners al hinder van ondervinden. Met het realiseren van camperplaatsen neemt de kans op hinder van personen én dieren toe. 7. Indiener stelt dat 50 camperplaatsen zorgt voor veel te veel beweging en uitstoot in dit gebied. Er wordt hierbij gerekend met 50 campers die om de 3 dagen worden gewisseld is 100 stuks, dat zijn al 200 bewegingen keer ongeveer 40

weken is 8000 verplaatsingen. Ook wordt gesteld dat de meeste campers nog dieselvoertuigen zijn, wat bijdraagt aan een grotere uitstoot. 8. Indiener geeft aan dat er meerdere plekken zijn die veel geschikter zijn om deze plannen uit te voeren. 9. Indiener geeft aan in februari 2021 een bezwaarschrift te hebben ingediend, waarop alleen een ontvangst bevestiging is ontvangen maar geen inhoudelijke reactie. Reactie: 1. De gemeente onderschrijft de waarde van het gebied. Juist vanwege de hoge (cultuurhistorische) waardering van het gebied heeft de initiatiefnemer, in overleg met de gemeente en de provincie een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan ziet op de realisatie van een recreatiebestemming ten behoeve van camperplaatsen op grond die met de huidige bestemming nog agrarisch in gebruik is ten behoeve van landbouw, waarvan de grond met enige regelmaat wordt bewerkt. Het perceel zelf heeft dan ons inziens ook geen natuurlijke waarde. Ons inziens doet dit het landschappelijk inpassingsplan voldoende recht aan de locatie en zorgt de voorgenomen ontwikkeling zorgt ons inziens niet voor een verstoring van de genoemde of beschermde diersoorten. 2. Met het plan wordt op het noordelijke deel van het plangebied voorzien in recreatieve mogelijkheden, waarop mobiele kampeermiddelen kunnen staan.

Er wordt één permanent gebouw gerealiseerd ten behoeve van service en sanitaire voorzieningen. De omliggende woningen liggen op relatief grote afstand van het plangebied, waarbij de dichtstbijzijnde woning op ca. 120meter afstand ligt van de beoogde camperplaatsen. Hoewel enig verlies van vrij uitzicht op enige afstand niet kan worden uitgesloten, is er ons inziens geen sprake van een onevenredige aantasting van het woonmilieu van de omliggende percelen. 3. De kans bestaat dat de planschade optreedt als gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling. Hoewel er ons inziens geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woonmilieu (zie punt 2), kan de gemeente niet op voorhand planschade uitsluiten. Belanghebbenden die planschade ondervinden naar aanleiding van een nieuw bestemmingsplan kunnen – conform artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening - daartoe bij de gemeente een verzoek om planschade indienen. Daarna zal bekeken worden of er sprake is van planschade en of indiener recht heeft op een vergoeding. Dit is een aparte procedure die pas kan worden doorlopen na een besluit van de gemeenteraad over het bestemmingsplan en het plan ter inzage is gelegd. Binnen vijf jaar nadat de terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan start kan het verzoek worden ingediend. 4. De gemeente hecht belang aan de verkeersveiligheid op deze locatie.

De verkeerssituatie zal in ieder geval veranderen ten opzichte van de huidige situatie, waarbij er een toename optreedt van verkeer. Het verkeer zal komen via de Hoogeveenseweg of via de Sluisweg, waarbij beide wegen overgaan de op Wetering. De weg is welliswaar smaller op dit stuk, maar

de weg zelf kan de verkeersgeneratie die voortvloeit uit het planvoornemen voldoende verwerken. Wel een punt van aandacht is de breedte van de weg, waarbij er mogelijk te weinig ruimte is voor het passeren van twee campers. De weg wordt nu natuurlijk al gebruikt door verkeer, waarbij op dit moment ook mogelijk is dat twee auto’s of vervoer zoals tractoren elkaar kruisen. Echter, door de voorziene verkeerstoename kan het bijvoorbeeld zo zijn dat op termijn de berm kapot wordt gereden. De gemeente heeft hier aandacht voor en zal dit gaan monitoren, en waar mogelijk in de toekomst maatregelen nemen zoals het uitvoeren van verkeerstellingen en/of het realiseren van een uitwijkplaats op dit stuk van de Wetering. In eerste instantie worden er geen belemmeringen verwacht met betrekking tot (verkeers)veiligheid. 5. Niet geheel duidelijk is op welke manier indiener dit bedoeld. Het plangebied, en dan specifiek het deel dat wordt bestemd voor recreatie is gelegen op ca. 220 meter vanaf het agrarisch bedrijf ten zuid-oosten van het plangebied. Aan de noord-oost kan grenst ligt op ca. 270 meter afstand een agrarisch bedrijf. Daarmee is geen sprake van een te kleine afstand van de veehouderijen. De richtafstand voor geur van veehouderijen is 50 meter in het buitengebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=8902beea-ecd8-4c64-b282-9a5ccdb4b5f2