Bijlage 6 - Ontwerpbestemmingsplan de Wetering 2, Bijlagen bij de Toelichting
Tekst van het document
Bijlagen behorende bij de toelichting
Bijlage 1 Erfinrichtingsplan
camperplaats fam. rooze meppel
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
colofon Opdrachtgever fam. Rooze Boerpad 18 7961 LB Ruinerwold
Landschapsontwerp Reuvers Buro voor Groene Ruimtes Wilfried Reuvers Aelderstraat 70 7854 RS Aalden Aalden, 28 november 2023
2
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
inhoud 1
doel en intenties
2
historisch landschap
3
Bestaande waarden en situatie
4
schets van de nieuwe situatie
5
overleg met gemeente
6 Erfinrichtingsvoorstel bronvermelding
3
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
Bovenaanzicht projectlocatie (bron: google earth) 4
Doel en intenties
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
1
De Familie Rooze heeft de intentie om een incourante akker op te waarderen naar een camperplaats met natuurlijke elementen. Uit onderzoek is gebleken dat na de aanleg van de snelweg en het viaduct deze akker niet goed is meegenomen in de doorontwikkeling van de omgeving. De gemeente heeft aangegeven om mee te willen werken aan het project. Om de plannen te kunnen realiseren is een wijziging van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Belangrijk hierbij is om een goede landschappelijke inpassing van de nieuw te realiseren camperplaats op te stellen. De locatie heeft momenteel “Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden”. De bestemming is mede gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de in dit gebied voorkomende; a. landschapswaarden in de vorm van het grillig kavelpatroon, verspreid liggende bebouwing, houtwallen en -singels, verspreid liggende bospercelen, steilranden, essen en rivierduintjes en daarmee samenhangende natuurwaarden in de vorm van flora en fauna die binnen deze landschapswaarden hun habitat hebben; b. cultuurhistorische waarden in de vorm van monumenten en archeologisch waardevolle gebieden. Gebruik als camperparkeerterrein is strijdig met het bestemming. De gemeente Meppel is echter bereidt medewerking te verlenen aan het initiatief als wordt voldaan aan onderstaande uitgangspunten.
Deze uitgangspunten zijn in samenspraak met Provincie Drenthe tot stand gekomen. ( tekst gemeentelijk rapport de Kniepe 7-7-22) 5
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
2 historisch landschap De locatie ligt op de grens van het beekdallandschap de Reest en het fraaie landschap van Broekhuizen, wordt omsloten door De Wetering, de Hoogeveense Vaart en de omgelegde Hoogeveensche Vaart. In het noordwesten aan De Wetering 2 ligt het Tolhuis ‘De Knijpe’, Het tolhuis is een Provinciaal monument. De cultuurhistorische waarde van het tolhuis rust op het feit dat het een representant is van de Drentse infrastructurele ontwikkelingen uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Het tolhuis is o.a. van provinciaal belang door ‘de relatie tot de redelijke mate van gaafheid van de directe omgeving met de voormalige tolweg en de Hoogeveense Vaart’. De locatie is onderdeel van een grote brede landschappelijke zone van de Hoogeveense Vaart. Het waardevolle hoevenlandschap van de streek Broekhuizen ligt noord oosten van locatie. De gemeente Meppel heeft samen met Landschapsbeheer Drenthe veel herstel werkzaamheden gedaan in dit gebied. oa met de agrariers en andere bewoners van de streek, te investeren in herstel en aanleg van streekeigen landschapselementen. (houtsingels, houtwallen, wegbeplanting, lanen en poelen aangepakt.)
Historische kaart 1900 (Topotijdreis.nl)
Doelstellingen van dit project is de streekeigen kenmerken en waarden van deze erven te herstellen en de binding ervan met het omliggende landschap.
Topografische kaart 2021 (Topotijdreis.nl) 6
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
uitganspunten Fam. Rooze Vanuit het westen zijn zichtlijnen het gebied in van belang. De brug met opgangen maakt onderdeel uit van de landschapscompositie. Het gebied ligt aan een belangrijke uitlooproute vanuit de nabijgelegen woonwijk Oosterboer (500m. naar het oosten). Landschappelijke helderheid zal zo goed mogelijk behouden dienen te worden. De invulling met de camperparkeerplaats mag deze niet al te zeer aantasten. Van het oorspronkelijk landschap ( zie kaartjes)is bijna niets meer over. De locatie is besloten gebiedje tussen ene zijde A28/ nieuwe Hoogeveensevaart en de oudenvaart met zijn forse groene structuur.
- Het ontwikkelen van 50 st camperplaatsen voldoen aan de wens in deze regio. Ook mede door inspelen op de aanstaande transitie in de landbouw. - Goede en passende invulling van het incourante stukje grond. - Landschap er bij betrekken. - Vogel en diervriendelijk - Inrichting praktisch en uitvoerbaar - moet aantrekkelijk zijn voor de bezoekers, geen standaard rijtje campers, er moet goed nagedacht worden over de plekken( uitzicht/privacy/schaduw/ zon enz) - Duurzaam qua bouw en groen.
Topografische kaart 2021 (lokaal ingezoomd) (Topotijdreis.nl) 7
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
uitganspunten gemeente en provincie Uitgangangspunten gemeente rapport de Kniepe 7-7-22 De inrichting van het camperparkeerterrein dient uit te gaan van; - een duidelijk concept voor de inpassing in het omringende landschap; - Rekening houden met de Knijpe, monumentenbiotoop; - de waardevolle zichtlijnen in en over het gebied; - versterking van de noordelijke boomwal met onderbegroeiing, visueel en ecologisch; - deze als dragende lijn voor de situering van de Campers te hanteren; - daaronder het gebied relatief open te houden (beleefbaar langs de Omgelegde Hoogeveensche Vaart); - een verkeersveilige (overzichtelijke) ontsluiting aan de westzijde; - het minimaal gebruik van verharding (De identiteit van de plek moet groen- en landschappelijk zijn); - water in de vorm van sloten, passend maken bij de cultuurhistorische onderlegger, geen poelen toepassen; - geen gebiedsvreemde grondophogingen toepassen Verbeelding gemeentelijk rapport
8
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
3 bestaande waarden De forse groene structuur langs de oude vaart is van landschappelijke waarde, Evenals de aangeplante bosje op de uiterste punt in oosten. Verder staan net buiten de locatie enkele prachtige groepen Populieren. En natuurlijk aansluitend het Monument de Knijpe omsloten door veel groen. Karakterstiek is de fraaie linde voor het tolhuis.
Schetsmatige weergave van de bestaande waarden
9
10
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes 11
12
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
4 1e schets inrichtingsvoorstel juni 2021! ter voorlegging
13
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
5 Brainstorm sessie met de gemeente Meppel 22-6-2022 Tijdens dit overleg zijn we tot de volgende ontwerp handvaten/verbeelding gekomen. Zoveel mogelijk de openheid bewaren, camperplekken vooral langs de bestaande groene structuren, deze structuren versterken met laag bosplantsoen (geen bomen) Bestaande waarden handhaven en deze ook versterken dmv aanplant struwelen en evt hagen dwars op locatie ( een knipoog naar landschap Broekhuizen) Bijkomend kan natuurlijk de locale biodiversiteit enorm versterkt worden, van de huidige bollenteelt naar een fraai bloemrijkgrasland met waterberging, bossages en wat streekeigen bomen om de camperplekken in te passen. Nieuwe kansen voor flora en fauna. ( zie vorige teksten uitgangspunten gemeente)
Schetsmatige verbeelding van het resultaat na overleg met de gemeente 14
De forse groene structuur langs de oude vaart is van landschappelijke waarde, Evenals de aangeplante bosje op de uiterste punt in oosten. deze bestaande structuur gaan we versterken tbv een stevige groene “rug” voor de campers De campers staan als het ware fraai ingepast, half in een groene zone met zicht op het bloemrijke grasland. Om dit te versterken af en toe wat streekeigen heesters tussen en voor de campers.
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
6 Motivatie tot uitwerking
Door de zeer lange opstelling van de campers, is het beter om de ontsluiting vanaf een bestaande inrit te maken aan de Wetering. - de campers hoeven niet langs alle campers om achter op te komen. -we tasten met deze oplossing ook niet het monument biotoop aan. -we gebruiken een bestaande dam, en krijgen hierdoor ook minder verharding. -De openheid word niet aangetast door een inrit met entreegebouw en slagbomen enz. -Campers kunnen zowel aanrijden vanuit Rogat als Meppel. De locatie voor bij de populieren heeft met hevige water overlast blank gestaan, dus extra waterberging is noodzakelijk, de sloot talluds worden daarom ook wat breder gemaakt. Akker omturnen tot bloemrijkgrasland voor vruchtbaregronden! extensief onderhoud, 1x per jaar hooien, evt enkele maaipaden tbv “wandelende camperaars”
15
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes 16
6.1 uitwerking tot Do
inrichtingsplan
November 2023
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
6.2 uitwerking inrit en entree gebouw aan de Wetering juli 2023
17
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes
7 Beeldkwaliteit
Streekeigen beplanting
Nieuwe kansen voor flora en fauna ( voedselbos)
18
Reuvers Buro voor Groene Ruimtes 19
Bijlage 2 Onderzoek externe veiligheid
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
Project Datum
235380 22 juni 2023
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
Project
235380
Datum
22 juni 2023
Auteur Review
R.J.J. Fiering A.J.H. Schulenberg
Versie nr.
1
Opdrachtgever
Omgevingsrecht Zuidema Stapelerveldweg 4 7957 NE De Wijk
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
Inhoudsopgave 1 Inleiding _____________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid __________________________________ 5 2.1 Risicobenadering ___________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid transportroutes _________________________ 5 2.3 Besluit externe veiligheid buisleidingen __________________________ 8 3 Uitgangspunten risicoberekening _______________________________ 11 3.1 Ligging planlocatie en risicobronnen ___________________________ 11 3.2 Hogedruk aardgasleiding ____________________________________ 11 3.3 Aanwezigheid personen _____________________________________ 12 3.4 Rijksweg A28 _____________________________________________ 12 3.5 Spoorlijn Meppel - Onnen ____________________________________ 13 4 Resultaten ___________________________________________________ 14 4.1 Plaatsgebonden risico ______________________________________ 14 4.2 Groepsrisico ______________________________________________ 14 4.3 Belemmeringenstrook_______________________________________ 15 5 Beperkte verantwoording groepsrisico ___________________________ 16 6 Conclusie ___________________________________________________ 17 6.1 Aardgasbuisleiding _________________________________________ 17 6.2 Rijksweg A28 _____________________________________________ 17 6.3 Spoorlijn Meppel - Onnen ____________________________________ 17
Referenties_____________________________________________________ 18 Bijlage 1. Gegevens bebouwing ___________________________________ 19 Bijlage 2. Carola-rapportage ______________________________________ 21
3
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
1 Inleiding Men is voornemens een camperkampeerterrein aan de Wetering 2 te Meppel te realiseren. De locatie ligt binnen het invloedsgebied van hogedruk aardgasbuisleiding N-520-15, de rijksweg A28 en de spoorlijn Meppel - Onnen. Inzicht in de externe veiligheidsrisico’s is daarom nodig. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.
4
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
2 Normstelling externe veiligheid 2.1
Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.
2.2
Besluit externe veiligheid transportroutes Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening [2]. Voor infrabesluiten zijn de regels vastgelegd in de Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten (de Beleidsregels) [3]. Op 1 april 2015 is het Basisnet volledig in werking getreden. Het basisnet bestaat uit een aangewezen aantal routes (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarop het mogelijk moet zijn en blijven om gevaarlijke stoffen te vervoeren. Het doel van het Basisnet is het vastleggen en waarborgen van een duurzame balans tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ruimtelijke omgeving en de veiligheid van mensen die wonen en werken langs de route. Het Basisnet stelt grenzen aan het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorlijnen alsmede aan ruimtelijke ontwikkelingen langs die wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Voor elke weg, spoorlijn en vaarweg die deel uitmaakt van het Basisnet, is vastgesteld hoeveel risico het vervoer van gevaarlijke stoffen over die weg, spoorlijn of vaarweg maximaal mag veroorzaken.
De basisnetroutes en deze zogenoemde “risicoplafonds” zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet [4].
5
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
2.2.1
Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. In tabel 1 wordt weergegeven welke normen voor het plaatsgebonden risico van toepassing zijn.
Type object
Omgevingsbesluit
Kwetsbare objecten
Grenswaarde PR 10-6
Beperkt kwetsbare objecten
Richtwaarde PR 10-6
Tabel 1.
Normen plaatsgebonden risico
De grenswaarde moet te allen tijde in acht worden genomen, het bevoegd gezag mag niet van de grenswaarde afwijken. Voor de richtwaarde geldt dat uitsluitend in geval van zwaarwegende belangen (zoals economische) daarvan mag worden afgeweken. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes dienen de afstanden rechtstreeks getoetst te worden aan de risicoplafonds zoals die zijn vastgesteld in de Regeling Basisnet [4]. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van andere dan de basisnetroutes dienen de afstanden getoetst te worden aan de berekende 10-6 contour van het plaatsgebonden risico. In veel gevallen is een risicoberekening niet nodig en kan worden volstaan met het toepassen van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (Hart) [5].
2.2.2
Groepsrisico Indien een planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning in elk geval ingegaan op: • De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en • Voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet. Als het groepsrisico door een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een transportroute meer dan 10% toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie en groter is dan 10% van de oriëntatiewaarde dient het groepsrisico te worden verantwoord. Dit wordt ook wel aangeduid als de verantwoordingsplicht groepsrisico. In de motivering bij het betrokken besluit moeten ten minste de volgende gegevens worden opgenomen:
6
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
•
•
•
•
•
1°. de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en 2°. de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft; het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de vooren nadelen daarvan.
Oriëntatiewaarde
Figuur 1.
Voorbeeld groepsrisico transportroute
Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde activiteit, kortom de kans op een ramp. Het aantal personen dat in de omgeving van de route verblijft, bepaalt mede de hoogte van het GR. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve, op de verticale as staat de
7
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers. Figuur 1 geeft een voorbeeld. Het groepsrisico wordt bepaald per kilometer route en vergeleken met de oriëntatiewaarde. Deze waarde helpt het bevoegd gezag bij de afweging of de kans op een ramp opweegt tegen het maatschappelijk voordeel van het voorgenomen besluit. Het begrip oriëntatiewaarde houdt in dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan besluiten een hogere kans op een ramp te accepteren.
2.3
Besluit externe veiligheid buisleidingen Hieronder is kort de toetsing aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde van het groepsrisico volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geschetst [6].
2.3.1
Plaatsgebonden risico In het kader van de risicobenadering moet de vraag worden beantwoord of er sprake is van een relatief hoog risico. Afhankelijk van de kenmerken van de buisleiding en de specifieke gevaren voor de omgeving, kan een zekere scheiding tussen buisleidingen en werk- en woongebieden gewenst zijn. Bij deze vraagstelling worden de risiconormen gehanteerd, die door de rijksoverheid zijn vastgesteld. Voor nieuwe buisleidingen is in het Bevb de eis opgenomen dat deze zodanig aangelegd moeten worden conform de best beschikbare technieken dat de PR 10-6 contour zo veel mogelijk binnen de belemmeringenstrook komt te liggen. Deze plicht rust op de exploitant van de leiding. Deze eis geldt ook als een bestaande leiding wordt vervangen. Zo wordt deze strenge norm voor het plaatsgebonden risico van toepassing op nieuwe situaties. Het ontstaan van nieuwe knelpunten wordt daarmee voorkomen en het ruimtebeslag van nieuwe buisleidingen wordt beperkt tot de belemmeringenstrook. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is ook van toepassing op bestaande buisleidingen. Dit levert in bepaalde gevallen bij bestaande bebouwing1 binnen de risicocontour van de buisleiding een knelpunt op. Daar waar kwetsbare objecten zoals woningen en scholen binnen de risicocontour PR 10-6 liggen, gaat een wettelijke saneringsplicht gelden.
De leidingexploitant is hierop aanspreekbaar en neemt binnen een overgangstermijn zodanige saneringsmaatregelen dat er sprake is van een acceptabele situatie. Voor de initiatiefnemer van het ruimtelijk plan geldt dat er geen nieuwe kwetsbare bestemmingen gerealiseerd mogen worden binnen de 10-6 contour van het plaatsgebonden risico indien aanwezig, en dat deze contour een richtwaarde is voor beperkt kwetsbare 1
Onder bestaande bebouwing wordt verstaan fysiek aanwezige bebouwing en geprojecteerde bebouwing die is toegestaan op basis van een vastgesteld bestemmingsplan of vrijstellingsbesluit
8
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
bestemmingen. Binnen de belemmeringenstrook mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd. De belemmeringenstrook en de buisleidingen moeten in het bestemmingsplan worden aangegeven. Het Bevb verwijst voor de (niet limitatieve) lijst van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
2.3.2
Groepsrisico Bij het beoordelen van het GR wordt het (lokale) bevoegd gezag de mogelijkheid geboden om gemotiveerd van de oriëntatiewaarde voor het GR af te wijken. Er moet sprake zijn van een openbare en goed inzichtelijke belangenafweging, waarin moet zijn aangegeven waarom in het specifieke geval daarvan is afgeweken. De beslissing om van de oriëntatiewaarde af te wijken is vatbaar voor beroep. Het GR wordt voor het gehele relevante gebied berekend. Door middel van bron- of ruimtelijke maatregelen kan mogelijk dat risico worden gereduceerd. Daar waar het gaat om het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening wordt het afwegingsgebied echter gemaximaliseerd tot de grens waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen overlijdt (1%-letaliteitszone). Het GR geeft voor dit gebied aan welke bebouwingsdichtheid nog acceptabel is, gelet op de voorgestelde oriëntatiewaarde. In het aangegeven gebied is bebouwing dus wel toegestaan maar is de dichtheid van bebouwing soms gelimiteerd. Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per kilometer buisleiding op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde geldt voor zowel bestaande als nieuwe situaties. De regeling over het groepsrisico in het Bevb vertoont duidelijk overeenkomst met de regelingen in het Bevi.
Het uitgangspunt is dat er een verplichting geldt om het groepsrisico mee te wegen en te verantwoorden bij de vaststelling van een bestemmingsplan, inpassingsplan of omgevingsvergunning (projectbesluit) dat betrekking heeft op het invloedsgebied van een geprojecteerde of bestaande buisleiding. De toetsing aan de oriëntatiewaarde vindt op dezelfde manier plaats als hierboven geschetst. De verantwoording van het groepsrisico is op onderdelen iets anders geformuleerd en kent in bepaalde gevallen een vereenvoudiging. Verantwoording groepsrisico Bij de vaststelling van een bestemmingsplan (gelegen binnen de 100%-letaliteitszone van de leiding), op grond waarvan de aanleg van een buisleiding, of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, wordt tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord. In de toelichting van dit besluit wordt dan vermeld: a. de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken;
9
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
b. het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 104 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar; c. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt; d. andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; e. de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; f. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; g. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.
Voorafgaand aan de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid stelt het voor dat besluit bevoegde gezag het bestuur van de regionale brandweer in wiens regio het gebied ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid advies uit te brengen in verband met het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid. Beperkte verantwoording Het Bevb introduceert een nieuwe onderverdeling van situaties waarin een ‘volledige’ verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording (art. 12, lid 3): 1. Indien het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10-8). 2. a. als het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde blijft; of b. als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. b. De hoogte van het groepsrisico. c.
De bestrijdbaarheid. d. De zelfredzaamheid. Een nadere beschouwing van risico reducerende maatregelen en ruimtelijke alternatieven met een lager groepsrisico is in dat geval niet nodig.
10
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1
Ligging planlocatie en risicobronnen De planlocatie bevindt zich nabij de hogedruk aardgasleiding. Figuur 2 toont de ligging van de planlocatie ten opzichte van de buisleiding.
Figuur 2.
Planlocatie ten opzichte van buisleiding
3.2
Hogedruk aardgasleiding
3.2.1
Carola Het risico door een hogedruk aardgasleiding wordt berekend met Carola versie 1.0.0.52 parameterbestand 1.3 [9]. De berekening wordt uitgevoerd met de volgende gegevens: • Het interessegebied. • Leidingdatabestand van de leidingeigenaar, in dit geval Nederlandse Gasunie. • Het aantal personen dat langs de leiding blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval met de leiding.
11
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
3.2.2
Interessegebied Het interessegebied is het gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling langs een buisleiding geprojecteerd is of waar een aanpassing van een bestaande of een nieuwe buisleiding gepland is. Met behulp van het interessegebied selecteert de leidingeigenaar de relevante gegevens die benodigd zijn voor de berekening.
3.2.3
Leidingdatabestand Het leidingdatabestand bevat alle buisleidingdelen, met de bijbehorende leidingspecifieke parameters, die zich binnen een afstand van ten minste 1 km + 2 maal de maximale effectafstand van het interessegebied bevinden. Enkele kenmerken van de voor de planlocatie relevante aardgasleiding worden getoond in tabel 2.
Beheerder
Leidingnr.
Diameter [inch]
Druk [bar]
Afstand 100% letaliteit [m]
Afstand 1% letaliteit [m]
Gasunie
N-520-15
6
40
40
75
Tabel 2.
3.3
Kenmerken aardgasbuisleiding
Aanwezigheid personen De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobronnen is opgevraagd via de BAG-Populatieservice [7]. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving worden in meer detail beschreven in bijlage 1.
3.4
Rijksweg A28 Op circa 450 m ten zuiden van de planlocatie ligt de A28 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De A28 maakt deel uit van het Basisnet [4]. De planlocatie ligt ver buiten de 200 m zone aan weerszijden van de A28 waarbinnen verantwoording afgelegd dient te worden over de hoogte van het groepsrisico. Wel ligt de planlocatie binnen het invloedsgebied van onder andere het transport van toxische gassen (stofcategorie GT4) van meer dan 4 km [5, 8]. Het volstaat om conform artikel 7 van het Bevt in te gaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid [2]. Het bestuur van de veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om hierover advies uit te brengen.
12
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
3.5
Spoorlijn Meppel - Onnen Op circa 1.3 km ten noorden van de planlocatie ligt de spoorlijn Meppel - Onnen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt [4]. De spoorlijn maakt deel uit van het Basisnet [4]. De planlocatie ligt ver buiten de 200 m zone aan weerszijden van de A28 waarbinnen verantwoording afgelegd dient te worden over de hoogte van het groepsrisico. Wel ligt de planlocatie binnen het invloedsgebied van het transport van toxische vloeistoffen (stofcategorie D4) van meer dan 4 km [5]. Het volstaat om conform artikel 7 van het Bevt in te gaan op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid [2]. Het bestuur van de veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen.
13
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
4 Resultaten 4.1
Plaatsgebonden risico Figuur 3 toont de PR-contouren rondom aardgasleiding N-520-15. De berekeningen hebben niet geleid tot een PR 10-6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plan.
Figuur 3.
4.2
Plaatsgebonden risicocontouren aardgasbuisleiding N-520-15
Groepsrisico Tabel 3 toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. In de tabel is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Figuur 4 toont de groepsrisicocurven. Buisleiding N-520-15 Tabel 3.
Factor t.o.v. OW Huidig
Toekomstig
---
0.012
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
14
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
Figuur 4.
Groepsrisico N-520-15, huidig (links) en toekomstig (rechts)
Uit tabel 3 en figuur 4 blijkt dat in de huidige situatie geen sprake is van een groepsrisico. Dat wil zeggen, het berekende maximum aantal slachtoffers bij een frequentie van 1 10-9 (één op de miljard) is kleiner dan 10. Het groepsrisico in de toekomstige situatie is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. Conform art. 12 van het Bevb kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico [2]. De onderdelen waar deze verantwoording uit bestaat wordt nader behandeld in hoofdstuk 5.
4.3
Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken opgericht worden. Voor buisleidingen met een druk van 40 bar, zoals hier het geval, geldt een belemmeringenstrook van 4 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding [11]. De planlocatie ligt ten minste 12 m van de leiding en daarmee buiten de belemmeringenstrook.
15
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
5 Beperkte verantwoording groepsrisico Uit de resultaten van de groepsrisicoberekeningen aan de hogedruk aardgasleidingen is gebleken dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. In een beperkte verantwoording komen vier zaken aan de orde, namelijk: a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. b. De hoogte van het groepsrisico. f. De bestrijdbaarheid. g. De zelfredzaamheid. In dit hoofdstuk worden de punten a en b nader beschouwd. De punten f en g bestaan uit het advies van de veiligheidsregio. a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleiding Het invloedsgebied rond het te beschouwen deel van de leiding heeft een oppervlakte van ca. 40.6 ha. Het hoogste aantal personen wordt ‘s nachts gevonden, te weten 4. Dat levert een gemiddelde personendichtheid van ca. 0.1 personen/ha. Conform de BAG-populatieservice zijn in de huidige situatie geen personen aanwezig in de planlocatie. De voorgenomen ontwikkeling betekent een toename van 120 personen overdag en ’s nachts (zie bijlage 1). Deze toename resulteert in een gemiddelde personendichtheid van ca. 3.1 personen per hectare ‘s nachts in de toekomstige situatie. b. De hoogte van het groepsrisico In de huidige situatie is er geen sprake van een groepsrisico. Door de ontwikkeling neemt het groepsrisico toe, maar blijft het kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde.
16
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
6 Conclusie In verband met het camperkampeerterrein aan de Wetering 2 te Meppel zijn de externe veiligheidsrisico’s van de nabij gelegen risicobronnen beschouwd. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de resultaten worden in dit hoofdstuk benoemd.
6.1
Aardgasbuisleiding
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van de planlocatie. Groepsrisico Het groepsrisico is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde, dat ontstaat door de toekomstige ontwikkeling. Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen a en b van deze verantwoording staan uitgewerkt in hoofdstuk 5. Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook legt geen beperkingen op aan de planlocatie.
6.2
Rijksweg A28 De planlocatie ligt ruimschoots buiten de 200 m ter verantwoording van het groepsrisico. Wel ligt de planlocatie binnen het invloedsgebied van onder andere het transport van toxische gassen (stofcategorie GT4) van meer dan 4 km. Het volstaat om conform artikel 7 van het Bevt in te gaan op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het bestuur van de veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen.
6.3
Spoorlijn Meppel - Onnen De planlocatie ligt ruimschoots buiten de 200 m ter verantwoording van het groepsrisico. Wel ligt de planlocatie binnen het invloedsgebied van het transport van toxische vloeistoffen (stofcategorie D4) van meer dan 4 km. Het volstaat om conform artikel 7 van het Bevt in te gaan op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het bestuur van de veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen.
17
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
Referenties
1.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250
2.
Ministerie I&M
2014
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Stb. 2013, 465
3.
Ministerie I&M
2015
Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839
4.
Ministerie I&M
2014
Regeling Basisnet Stct. 2014, 8242
5.
Ministerie I&M
2017
Handleiding risicoanalyse transport (Hart), versie 1.2
6.
Ministerie VROM
2010
Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686
7.
IOV
2023
BAG-Populatieservice, versie januari 2022. http://populatieservice.demis.nl/
8.
RWS
2019
Jaarintensiteiten VGS op de weg. Lijst wegvakken data tellingen & basisnet (2019 06).
9.
RIVM
2013
Carola versie 1.0.0.52
10.
Geonovum
2023
www.ruimtelijkeplannen.nl
11.
Ministerie VROM
2010
Regeling Externe Veiligheid Buisleidingen (Revb) Stcrt. 2010, 21009. Laatst gewijzigd Stcrt. 2020, 9262
18
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
Bijlage 1. Gegevens bebouwing 1.1. Planlocatie In de planlocatie wordt een camperkampeerterrein aan De Wetering 2 gerealiseerd. De locatie van de planlocatie is weergegeven in figuur 5.
Figuur 5.
Camperkampeerterrein te Meppel
In de huidige situatie heeft het terrein een agrarische functie. In de toekomstige situatie wordt een camperkampeerterrein gerealiseerd. Volgens de opdrachtgever worden 50 plaatsen gerealiseerd. Conservatief is aangenomen dat alle standplaatsen het hele jaar bezet zijn. Per camper wordt uitgegaan van 2.4 personen, zodat in de toekomstige situatie 120 personen aanwezig worden verondersteld, zowel overdag als ’s nachts.
19
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
1.2. Omgeving Binnen het invloedsgebied van de aardgasleiding is de aanwezigheid van personen opgevraagd via de BAG-populatieservice [7]. Figuur 6 toont de bebouwing. Op basis van ruimtelijke plannen.nl zijn geen bevolkingsvlakken toegevoegd [10]. Voor de berekening met het rekenprogramma Carola is een gridgrootte van 5 m gehanteerd. De onderstaande bestanden met aanwezigheidsgegevens zijn geleverd. Per bevolkingstype is in de bestandsnaam de dag- en nachtaanwezigheid gegeven, bijvoorbeeld voor wonend_vakantiehuis is de aanwezigheid overdag 50% en ’s nachts 100%. • industrie-dag100-nacht30 (totaal 2 personen). • wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100 (totaal 4 personen).
Figuur 6.
Bebouwing binnen invloedsgebied aardgasleiding
20
Onderzoek externe veiligheid / Camperkampeerterrein in Meppel
Bijlage 2. Carola-rapportage
21
Inhoud 1 Inleiding ............................................................................................................... 2 2 Invoergegevens ..................................................................................................... 3 2.1 Interessegebied .............................................................................................. 3 2.2 Relevante leidingen ......................................................................................... 3 2.3 Populatie........................................................................................................ 5 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................. 7 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8890_leiding-N-520-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie............................................................................................. 7 4 Groepsrisico screening ............................................................................................ 8 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8890_leiding-N-520-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie............................................................................................. 8 5 FN curves ..............................................................................................................
9 Figuur 5.1 FN curve voor 8890_leiding-N-520-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 2290.00 en stationing 3290.00 ............................. 9 6 Referenties ............................................................................................................ 9
1 Inleiding In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
•
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10-6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar Ja Ja Openbaar Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 2 van 9
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 06-06-2023. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Eelde. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Voor dit onderzoek is alleen de gearceerd weergegeven leiding relevant. De overige leidingen worden niet verder behandeld in dit rapport. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V. Nederlandse Gasunie
8890_leiding-N-52015-deel-1
159.00
40.00
06-06-2023
N.V. Nederlandse Gasunie
8890_leiding-N-52017-deel-1
219.10
40.00
06-06-2023
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Pagina 3 van 9
Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
De volgende risicomitigerende maatregelen zijn meegewogen in de risicostudie: Leidingnaam
Mitigerende maatregel
Begin stationing
Eind stationing
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
0.000
128.330
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
189.520
274.130
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
281.600
403.030
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
415.410
433.810
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
1924.460
1933.770
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
1935.200
1936.110
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
1938.120
1938.640
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
1946.250
1948.410
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
2860.890
2867.360
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
2889.140
2994.250
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
3052.760
3217.420
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
3266.570
3354.840
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
3378.250
3499.230
Pagina 4 van 9
Leidingnaam
Mitigerende maatregel
Begin stationing
Eind stationing
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
4018.120
4164.270
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
4175.440
4551.480
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
4560.900
4615.270
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
4759.100
4908.470
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
4942.480
4949.970
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
4957.200
4977.180
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
5205.690
5208.540
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
5231.260
5250.170
8890_leiding-N-
striktere begeleiding van
5251.220
5261.510
520-15-deel-1
werkzaamheden
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
5261.720
5272.520
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
5273.880
5309.190
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
5315.810
5325.790
8890_leiding-N520-15-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
5328.540
5341.080
2.3 Populatie De percentages in de kolom “Percentages Personen” in onderstaande tabellen hebben achtereenvolgens de betekenis: • % aanwezig gedurende de dagperiode/ • % aanwezig gedurende de nachtperiode/ • % buiten gedurende de dagperiode/ • % buiten gedurende de nachtperiode/ • % overdag aanwezig gedurende het jaar/ • % ’s nachts aanwezig gedurende het jaar. De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Populatiepolygonen Label
Type
Camperplaatsen
Wonen
Aantal 120
Percentage Personen 50/ 100/ 100/ 100/ 100/ 100
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
industrie-dag100-nacht30.txt
Werken
2
100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100
wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100.txt
Wonen
4
50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100 Pagina 5 van 9
Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Pagina 6 van 9
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8890_leiding-N-520-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-7 1E-8
Pagina 7 van 9
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8890_leiding-N-520-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 10 slachtoffers en een frequentie van 5.21E-007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 5.209E-003 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 2290.00 en stationing 3290.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2. Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8890_leiding-N-520-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 8 van 9
5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. Figuur 5.1 FN curve voor 8890_leiding-N-520-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 2290.00 en stationing 3290.00
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM-rapport 620121001/2008. 2008.
[5]
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 9 van 9
Bijlage 3 Aeriusberekening
Aerius-calculaties Adres:
De Wetering 2, Meppel
Huidige situatie:
Nagenoeg onbebouwd terrein, akkerland
Realisatiefase:
Realisatie 50 camperplaatsen
Eindsituatie:
Ingebruikname kampeerterrein voor 50 camperplaatsen
Dit document geeft een beknopt overzicht en een toelichting bij de input voor de Aerius-calculaties aangaande plannen ter hoogte van het bovengenoemde adres. De calculaties zijn uitgevoerd op 21 maart 2023 door G. Milder-Mulderij, met de meest recente versie van Aerius Calculator. De uitdraaien van Aerius zijn bijgevoegd als twee aparte pdf-bestanden welke direct in te lezen zijn in Aerius Calculator. Voor de calcuaties is ervan uitgegaan dat de geplande werkzaamheden allemaal gaan plaatsvinden in 2023.
1.
Aanleiding
Het terrein in kwestie (Figuur 1) bestaat momenteel uit een nagenoeg onbebouwd terrein, een akkerland waarvoor plannen liggen om hier 50 camperplaatsen te gaan realiseren (Figuur 2). Van zowel de realisatiefase als de ingebruikname als kamperterrein is emissie van stikstof te verwachten. Het betreft hier emissie uit mobiele werktuigen, maar ook emissie van stikstof door toedoen van voertuigbewegingen. Om uit te vinden of de realisatie en de ingebruikname van het kamperterrein een dusdanige stikstofemissie veroorzaakt dat er sprake kan zijn van stikstof depositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden zijn twee Aeriuscalculaties vereist: één voor de realisatiefase (klaar maken terrein) en één voor de eindsituatie waarin het kampeerterrein benut en onderhouden wordt. Deze memo doet verslag van deze calculaties en de daaruit te trekken conclusies.
Sinds 1 juli 2021 gold er binnen de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering een Bouwvrijstelling: een vrijstelling voor bouw-, sloop en eenmalige aanlegactiviteiten (www. Rijksoverheid.nl). Voor een vergunningstraject hoefde vanaf 1 juli dat jaar alleen nog de stikstofneerslag (depositie) van de gebruiksfase in beeld te worden gebracht. Echter is deze vrijstelling recentelijk weer ingetrokken (2 november 2022). Dit betekent dat er nu zowel voor de realisatiefase als voor de gebruiksfase (toekomstige situatie) gerekend moet worden aan de te verwachten stikstofuitstoot en mogelijke -depositie.
Memo Aeriuscalculaties Meppel
Bureau Biota 2023-040
1 van 9
Figuur 1
Situatie in het plangebied in 2021 (Google Streetview).
Figuur 2
Geplande situatie met 50 camperplaatsen.
Memo Aeriuscalculaties Meppel
Bureau Biota 2023-040
2 van 9
2.
Globaal overzicht emissiebronnen
Bronnen van stikstofuitstoot bij verschillende ruimtelijke plannen zijn veelal de uitstoot van voertuigen en werktuigen welke functioneren op fossiele brandstoffen, maar ook voorzieningen zoals verwarmingen (CV ketels) en kookstellen gebruikmakend van aardgas. Voor de voorgenomen plannen zijn alle mogelijke bronnen van stikstofuitstoot zo goed mogelijk in beeld gebracht. Voor het uitvoeren van de calculaties dient eerst een beeld te worden gevormd van de potentiële stikstofbronnen per fase. Realisatiefase: 1: wegverkeer aan-/afvoer materialen en afval; 2: wegverkeer werklieden; 3: wegverkeer inzet mobiele werktuigen; 4: emissie uit mobiele werktuigen aangedreven met fossiele brandstoffen. Gebruiksfase 1: wegverkeer personeel/eigenaar(s) kampeerterrein; 2: wegverkeer campers; 3: wegverkeer van leveringen/diensten aan kampeerterrein; 4: emissie uit mobiele werktuigen aangedreven met fossiele brandstoffen;
3.
Uitwerking te verwachten emissiebronnen
De bovengenoemde te verwachten emissiebronnen kunnen worden onderverdeeld in emissies uit verkeersbewegingen, emissies uit mobiele werktuigen en emissies uit panden (Tabel 1). Van verkeersbewegingen is in allebei de fases sprake. Emissies uit mobiele werktuigen worden tijdens de realisatiefase en gebruiksfase verwacht. Emissies uit ‘panden’ wordt alleen verwacht in de eindsituatie op het moment dat er in de campers op gas gekookt wordt. Het op/naast het terrein aanwezige woonhuis blijft als zodanig in gebruik en is daarom niet meegenomen in de calculaties. Het aan te leggen sanitair gebouw zal elektrisch worden verwarmd dus daarvan wordt geen stikstofemissie verwacht.
Tabel 1 Samenvatting van de te verwachten emissiebronnen in de drie door te rekenen fases van de voorgenomen plannen aan de Zandspeur 91 te Nieuwleusen. Fase
Verkeersbewegingen
Emissie uit mobiele werktuigen
Emissie uit ‘panden’
Realisatiefase
Ja (werklieden en transport)
Ja (terrein aanleggen)
Nee
Gebruiksfase
Ja (personeel en bezoekers)
Ja (jaarlijks eenmaal maaien)
Ja (verwarming en koken op gas door campereigenaren)
Memo Aeriuscalculaties Meppel
Bureau Biota 2023-040
3 van 9
4.
Toelichting calculatie verkeersbewegingen
Voor het schatten van het aantal verkeersbewegingen gegenereerd door het personeel en de bezoekers van het kampeerterrein zou Bureau Biota doorgaans uitgaan van de gegevens gepubliceerd door kennisplatform CROW.
4.1 Aannames verkeersbewegingen realisatiefase Voor een inschatting van het aantal te verwachten verkeersbewegingen is uitgegaan van de inschatting die via Omgevingsrecht Zuidema aan Bureau Biota is voorgelegd. Een samenvatting van deze inschatting en die van verkeersbewegingen in de gebruiksfase is opgenomen in Tabel 2 en Bijlage 1. Voor de calculaties van verkeersbewegingen is onderscheid gemaakt tussen licht verkeer, middelzwaar verkeer en zwaar verkeer. Een beknopt overzicht van de inschaling van verkeerstypen is opgenomen in Tabel 3. Tijdens de realisatiefase zijn er verkeersbewegingen voorzien door de inzet van een mobiele kraan, een kipper met trekker, vrachtwagens, een shovel, en losse trekker, een betonpomp en betonwagen en verkeersbewegingen van overige werklieden.
Tabel 2
Samenvatting input Aeriuscalculaties voor zowel de realisatie als de gebruiksfase van het kampeerterrein.
Totaal wegverkeer Realisatiefase Licht Middelzwaar Zwaar Gebruiksfase Licht Middelzwaar
Tabel 3
Toelichting type verkeer
Aantal retourbewegingen
Werkbusjes Mobiele kraan, Trekker/Kipper, vrachtwagen Betonwagen, betonpomp, vrachtwagen Personeel/eigenaars Campers
8 36 24 730 36.500
Overzicht inschaling verkeer volgens invoerinstructie Aerius Calculator (PAS-bureau, 2020).
Memo Aeriuscalculaties Meppel
Bureau Biota 2023-040
4 van 9
4.2 Aannames omtrent verkeersbewegingen gebruiksfase Voor de gebruiksfase zou gebruik kunnen worden gemaakt van de richtlijnen van het kennisplatform CROW als het gaat om het bepalen van de verkeersgeneratie door ingebruikname van een kampeerterrein. Het CROW geeft hiervoor een waarde van 0,4 verkeersbewegingen per standplaats per etmaal. In voorliggend geval is door de initiatiefnemers (aldus Omgevingsrecht Zuidema) een inschatting gemaakt dat er op jaarbasis op de 50 aan te leggen camperplaatsen sprake zal zijn van circa 20% bezetting en dus jaarlijks 3650 campers die af en aan rijden (7300 retourbewegingen als men per dag eenmaal heen en weer rijdt). Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele bezoekers/gasten van de mensen die met hun camper op het terrein staan. Verder zijn hier ook niet in opgenomen de verkeersbewegingen van eventuele leveranciers van producten/diensten aan het kampeerterrein. Bureau Biota heeft daarom besloten om voor de voorliggende calculatie van de gebruiksfase het aantal camperbewegingen op te hogen door niet uit te gaan van 20% bezetting maar van 100% bezetting op jaarbasis. Dit compenseert ruim voor campereigenaren die meerdere malen per dag van of naar het kampeerterrein bewegen en voor eventuele overige leveringen en diensten.
In de calculatie van wegverkeer voor de gebruiksfase is dus gerekend met 365 dagen x 50 plaatsen x 100% bezetting x 2 verkeersbewegingen = is 36.500 retourbewegingen (heen en weer). Daarnaast is voor het komen en gaan van personeel of campingeigenaars rekening gehouden met twee bewegingen (heen en weer) per dag uitgaande van 365 dagen kampeerseizoen per jaar. Al met al en zeker gezien de gegevens van het kennisplatform CROW is er dus gebruik gemaakt van een zeer ruime overschatting van de beoogde situatie. Verkeersbewegingen van personeel/eigenaars zijn ingeschat als lijnbronnen van licht verkeer, bewegingen van campers als lijnbronnen van middelzwaar verkeer. Verkeersbewegingen van bezorgdiensten en andere leveranciers zijn hier buiten beschouwing gelaten omdat met de bovengenoemde situatie al een ruime overschatting van het aantal verkeersbewegingen is opgenomen in de berekeningen.
4.3 Algemene aannames verkeersbewegingen Er zijn geen vastgestelde richtlijnen voor het traject wat moet worden meegenomen bij het modelleren van verkeersbewegingen. Provincie Gelderland stelde hier een vuistregel voor op. Conform de vuistregel uit de Checklist aanvraagvereisten vergunningaanvragen stikstof van de Provincie Gelderland dient voor personenauto’s buiten de bebouwde kom een afstand van 80 meter aangehouden te worden voordat de verkeersbewegingen opgenomen worden in het heersende verkeersbeeld. Voor vrachtverkeer geldt een afstand van 250 m. Een dergelijke vuistregel is niet gevonden voor Provincie Overijssel. Daarom is voor de modellering uitgegaan van een gemiddelde trajectafstand van 150 m en is er bij wijze van worst case scenario al snel overgeschakeld van licht naar middelzwaar of van middelzwaar naar zwaar verkeer als er twijfel bestond over het verkeerstype. Zo zijn alle bewegingen van campers ingeschat als middelzwaar verkeer, hoewel diverse campers mogelijk wel toebehoren aan de categorie licht verkeer. Alle verkeersbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbronnen in de richting van de N815, dus vanaf het kampeerterrein in zuidwestelijke richting omdat dit de kortste route is naar het regionale verkeersnetwerk.
Memo Aeriuscalculaties Meppel
Bureau Biota 2023-040
5 van 9
5.
Toelichting calculatie emissie uit mobiele werktuigen
Voor de inzet van mobiele werktuigen is te rade gegaan bij Omgevingsrecht Zuidema die van de initiatiefnemers in globale inschatting hebben ontvangen. Dit omdat nog niet concreet is welke inzet van mobiele werktuigen er werkelijk nodig is. Vooralsnog zijn is voor alle inzet uitgegaan van Stage-IV apparatuur, dus machines met een bouwjaar van 2014 tot en met 2018. De ingeschatte vermogens en gebruiksduur zijn terug te vinden in Bijlage 1. Alle mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als vlakbron omdat deze zich over het gehele terrein bewegen (m.u.v. de betonmixer en betonpomp, lokale valkbronnen).