CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Programmabegroting 2022

1 - RAADSVERGADERING 4 november 2021, gemeente MeppelBij agendapunt: Programmabegroting 202238.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Denk bijvoorbeeld aan het wijk- en dorpsgericht werken (WDW), de consulenten die contact hebben met inwoners, de nieuwe Omgevingswet en het verbeterplan informatisering. Dienstverlening is ook de interne ondersteuning door onze collega’s. Alles is gericht op samen het goede met onze klanten te willen doen. Gastvrijheid, meedoen en kansen zien zit in het DNA van de gemeente Meppel. Zo geldt dit ook voor onze dienstverlening. Wij willen deze aan laten sluiten bij de behoeften van onze klant, in samenhang met de maatschappelijke ontwikkelingen. Wij geloven in de zelfredzaamheid van onze inwoners en helpen deze zelfredzaamheid te vergroten zodat iedereen mee kan doen. 4.12.2 Wat willen we bereiken? Landelijke wetswijzigingen worden 1 op 1 doorgevoerd. Voor (lokale) ontwikkelingen en vraagstukken leveren we waar nodig maatwerk, in afstemming met het bestuur. In lijn met onze koers (buiten = binnen en binnen = buiten) houden we diverse klanttevredenheidsonderzoeken om onze dienstverlening verder te verbeteren en nog meer aan te laten sluiten bij de vraag van onze klant. Denk daarbij ook aan maatschappelijke trends en ontwikkelingen op het gebied van digitalisering. De continue ontwikkeling van onze medewerkers staat hoog op de agenda, zo wel op inhoudelijk vlak als ook op het gebied van de benodigde competenties om onze koers verder vorm te geven.

Het programma Publiekszaken heeft diverse taakvelden, waardoor een algemene doelstelling niet voldoende is. Daarom is gekozen om per onderdeel een aparte doelstelling op te nemen.

Programmabegroting 2022

71

4.12.3 Wat gaan we daarvoor doen? Doelen en activiteiten Begraafplaats Wat willen we bereiken? Een begraafplaats die er optimaal verzorgd uitziet aan de hand van de kwaliteitscriteria die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Wat gaan we daarvoor doen?

- De begraafplaats op het afgesproken onderhoudsniveau onderhouden; - Het vervangen van diverse banken en grafbekisting op de begraafplaats; - Het herstellen van monumentale graven. Dit doen we samen met een groep vrijwilligers. Burgerzaken Wat willen we bereiken? Het aantal contacten die we aan de balie hebben verminderd, maar de complexiteit van de vragen neemt door de maatschappelijke ontwikkelingen toe. Burgerzaken heeft te maken met een transformatie. Dit vraagt de nodige flexibiliteit van de organisatie, het management en de medewerkers. Eén van de belangrijkste verschuivingen in de taken heeft te maken met de toenemende digitalisering, deze daagt overheden uit om hun dienstverlening anders in te richten. En dat vereist -meer dan ooit tevorenvakmanschap, klantgerichtheid en eigenaarschap. Tijdens het contact met de klant streven we naar optimale (excellente) dienstverlening. Tegelijkertijd is het opsporen van fraude ook onderdeel van de taken. Onze doelstelling is moderne en innovatieve dienstverlening die nog beter aansluit bij de behoeften van onze interne en externe klant, binnen de wettelijke- en beleidskaders. Wat gaan we daarvoor doen?

- De digitale processen rondom burgerzaken worden, waar mogelijk, uitgebreid; - De overige (digitale) processen rondom burgerzaken worden geëvalueerd en waar mogelijk verder uitgebreid; - We investeren in de ontwikkeling van onze medewerkers, inhoudelijk en op competentie niveau, om onze koers verder vorm te kunnen geven. Klant Contact Centrum (KCC) Wat willen we bereiken?

Het KCC is de verbindende factor tussen ‘buiten’ en ‘binnen’. Via diverse kanalen komen alle klantcontacten als eerste binnen bij het KCC, waar ze zoveel mogelijk zelf worden afgehandeld of in de rest van de organisatie worden belegd. We streven er naar om op termijn meer contacten door het KCC af te laten handelen, afhankelijk van de ICT-mogelijkheden. Wat gaan we daarvoor doen?

- Het uitvoeren van een klanttevredenheidsonderzoek onder onze interne en externe klant om inzicht te krijgen in de behoeften. Dit gaat om een zogenaamde nul-meting. Met de uitkomsten maken we een plan om onze dienstverlening verder te verbeteren; - Het structureel meten van de klanttevredenheid; - We investeren in de ontwikkeling van onze medewerkers, inhoudelijk en op competentie niveau, om onze koers verder vorm te kunnen geven. WOZ Wat willen we bereiken? - Uitvoering van de Wet WOZ. - Tegen zo laag mogelijke kosten een kwalitatief goede herwaardering uitvoeren. Wat gaan we daarvoor doen? Van alle +/- 16.000 woningen in onze gemeente is de gebruiksoppervlakte bepaald en moet dit worden gecontroleerd voor het belastingjaar 2022. Voorgaande jaren heeft de waardering van de WOZ op basis van inhoud van de woning plaatsgevonden.

Programmabegroting 2022

72

4.12.4 Wat mag het kosten? 12 Burgerzaken Bedragen x €1.000,-

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Lasten Baten Tota a l sa ldo va n ba te n e n la ste n xx Dotaties / onttrekkingen aan reserves Re sulta a t

2.086 - 660 1.426 0 1. 4 2 6

2.184 - 620 1.564 0 1. 5 6 4

2.132 - 662 1.470 0 1. 4 7 0

2.133 - 615 1.518 0 1. 5 18

2.245 - 890 1.355 0 1. 3 5 5

2.294 - 937 1.357 0 1. 3 5 7

Uitsplitsing ra ming na a r produc te n 30 Begraafplaatsen 31 Publiekszaken Tota a l sa ldo va n ba te n e n la ste n

47 1.378 - 1. 4 2 6

72 1.492 - 1. 5 6 4

22 1.448 - 1. 4 7 0

22 1.496 - 1. 5 18

-1 1.355 - 1. 3 5 5

10 1.347 - 1. 3 5 7

Toelichting Begroting 2022 ten opzichte van 2021 De ontwikkeling van de lasten is een gevolg van een actualisatie van budgetten. Als onderdeel van de voorgenomen inkomstenverhogende maatregelen is de begrote opbrengst voor begraafrechten bijgesteld. Hierbij is uitgegaan van een tariefsverhoging van 5%. De begrote inkomsten van gemeentelijke leges (reisdocumenten, rijbewijzen, uittreksels etc.) zijn geactualiseerd op basis van de verwachte afgiftes voor de komende jaren. Begroting 2022 en meerjarenperspectief Voor het herstellen van de monumentale graven is voor de jaren 2022 en 2023 een subsidie begroot van het Waarborgfonds. Het onderhoudsbudget voor begraven is met ditzelfde bedrag verhoogd. De toename in de lasten vanaf 2024 is met name gerelateerd aan extra leges afdrachten aan het rijk. Hier staat echter ook een toename aan inkomsten tegenover (budgetneutraal).

Programmabegroting 2022

73

Programmabegroting 2022

74

5.

Algemene dekkingsmiddelen en overzicht overhead

Programmabegroting 2022

75

Programmabegroting 2022

76

5.1 5.1.1

Overzicht van de Algemene dekkingsmiddelen en overzicht overhead Wat valt onder dit overzicht?

Onderdelen

Prod. 59

Algemene dekkingsmiddelen

Portefeuille Van der Haar

Dit overzicht gaat onder meer over de algemene dekkingsmiddelen. Het kenmerk van deze dekkingsmiddelen is dat ze vrij besteedbaar zijn. Ze zijn dus niet aan een bepaald programma gebonden. In dit overzicht wordt de gemeentefondsuitkering, de gemeentelijke belastingen, dividend en het saldo op de financieringsfunctie (zoals rente voor- en nadelen) verantwoord. De algemene dekkingsmiddelen vormen de financiële dekking van de bestedingen van de programma’s 1 tot en met 12. Daarnaast wordt hier de verplichte post onvoorzien opgenomen. Specifieke dekkingsmiddelen zijn bijvoorbeeld de opbrengst afvalstoffenheffing, de opbrengst rioolheffing maar ook de specifieke uitkeringen van het rijk zoals de Gebundelde Uitkering (BUIG: zie programma 3). De specifieke dekkingsmiddelen staan opgenomen in de betreffende programma’s in deze begroting. Ze verlagen het saldo van lasten en baten op het betreffende programma. Beleidskader - Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) - Financieel toezichtskader provincie Drenthe; - Financiële verordening en andere beleidsnotities met financieel karakter. In dit overzicht staan de producten: Algemene Ondersteuning Onder Algemene ondersteuning staat onder meer het begrotingssaldo, treasury (= renteresultaat) en de storting in het ondernemersfonds (=bestemmingsreserve).

Onvoorziene uitgaven De post onvoorziene uitgaven bedraagt € 50.000. Deelnemingen (dividend inkomsten) In de paragraaf verbonden partijen worden de deelnemingen toegelicht. De inkomsten uit de deelnemingen in de vorm van dividend worden hier geraamd. We ramen hier het dividend van Rendo, BNG, Wadinko en Enexis. Belastingen en invorderingen (lokale heffingen) In de paragraaf lokale heffingen wordt een toelichting gegeven op het beleid en op de opbrengsten van belastingen. De kosten van invordering van belastingen en de waardebepaling van de onroerende zaken (Wet WOZ) zijn geraamd in programma 12 Publiekszaken. De grootste lokale heffing qua opbrengst is de onroerende zaakbelastingen (ozb). Hieronder een specificatie van de opbrengst ozb per doelgroep. Opbrengst onroerende zaakbelastingen (bedragen x € 1.000) min = voordeel, plus = nadeel ozb - woningen eigenaren ozb - niet woningen eigenaren ozb - niet woningen gebruikers Totaal

2022

2023

2024

2025

-4.825 -2.978 -1.887 -9.690

-4.825 -2.978 -1.887 -9.690

-4.825 -2.978 -1.887 -9.690

-4.825 -2.978 -1.887 -9.690

Gemeentefondsuitkering Gemeenten ontvangen geld van het rijk uit het gemeentefonds om hun taken uit te voeren. Het is de grootste inkomstenpost voor iedere gemeente. Gemeenten mogen zelf bepalen waar ze dit geld aan besteden. Uiteraard wel binnen de regels van de wet. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van een gemeente. Een groot deel van het geld uit het gemeentefonds keert het rijk uit in de vorm van een Algemene uitkering. Daarnaast zijn er nog integratie- en decentralisatie-uitkeringen (17%). Een decentralisatieuitkering is tijdelijk voor een bepaald aantal jaren. Een integratie-uitkering is ingesteld met de bedoeling dat het op korte termijn overgaat naar de Algemene uitkering. Dat is vanaf 2019 grotendeels gebeurd met de integratie-uitkering Sociaal domein.

Programmabegroting 2022

77

Gemeenten ontvangen normaal gesproken op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkering. De raming van de gemeentefondsuitkering voor de jaren 2022-2025 is in deze programmabegroting bepaald op basis van de meicirculaire 2021. Extra bijdrage jeugdhulp Voor 2022 is incidenteel een extra bijdrage door het rijk toegezegd van € 1,3 miljard. Tegenover deze extra bijdrage staat dat gemeenten zich committeren aan een aantal maatregelen die een besparing van € 214 miljoen moeten opleveren. Voor Meppel is de extra bijdrage € 3.197.000. Dat is ongeveer € 94,00 per inwoner. Dit is een incidentele toezegging voor het jaar 2022 met als noot dat de latere jaren aan het nieuwe kabinet wordt overgelaten. Toch zijn in gezamenlijkheid tussen het rijk, IPO en VNG afspraken gemaakt over de structurele middelen vooruitlopend op de definitieve besluitvorming door het nieuwe kabinet. Concreet betekenen de afspraken dat gemeenten de volgende bedragen mogen opnemen in hun meerjarenbegroting: (in mln.) Bedrag oordeel commissie van Wijzen (arbitragecommissie) Stelpost maximaal op te nemen bedrag (75%) volgens afspraken

2023 1.451 1.091

2024 1.365 1.024

2025 1.258 944

De stelpost geeft geen budgettaire garantie, omdat deze op geen enkele manier iets zegt over de hoeveelheid middelen die gemeenten nodig hebben om taken goed te kunnen uitvoeren. Dat verklaart ook het uitgangspunt, om in het kader van behoedzaamheid, 75% van de bedragen te hanteren voor de omvang van de stelpost. Hiermee ziet de provinciaal toezichthouder deze middelen die vanaf 2023 worden geraamd op een stelpost, als een structureel dekkingsmiddel. Voor Meppel zijn dat de volgende bedragen (indicatief): 2023: € 2,7 miljoen; 2024: € 2,5 miljoen; 2025: € 2,3 miljoen. Dit is een grove inschatting op basis van de toegekende bijdrage over 2022. Nadere gegevens over hoe exact de verdeling zal plaatsvinden voor deze jaren zijn nog niet bekend. Voorlopige uitkomsten herijking gemeentefonds Het rijk is bezig met een nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023. Meppel gaat er op basis van het laatste voorstel (augustus 2021) € 7,00 per inwoner op achteruit. Dit voorstel is voorlopig. Definitieve besluitvorming over de invoering van het verdeelstelsel moet nog plaatsvinden. Daarnaast vindt nog actualisatie van de gegevens plaats naar de datum 1 januari 2023. Het nadelig effect is voor onze gemeente op basis van die € 7,00 per inwoner te becijferen op € 231.000 per jaar. Dat nemen we mee in deze meerjarenbegroting.

Gemeentefondsuitkering (bedragen x € 1.000) min = voordeel, plus = nadeel Gemeentefonds op basis van meicirculaire 2021 Verwachte compensatie voor de uitgaven corona (zie PPN) Structurele stelpost jeugdhulp Nieuw verdeelstelsel Totaal

2022

2023

2024

2025

-66.130 -112 -3.197

-65.040 -64.963 -65.332 -61 -61 -2.700 -2.500 -2.300 231 231 231 -69.439 -67.570 -67.293 -67.401

Saldo op de financieringsfunctie (renteresultaat) In de paragraaf Financiering wordt ingegaan op de financiering van de gemeente en de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Voor een toelichting verwijzen wij u naar deze paragraaf. Heffing VPB De te betalen vennootschapsbelasting is geraamd op basis van de verwachte resultaten van de grondexploitaties. Voor de eerste 2 jaren hebben we daarvoor niets geraamd. Vanaf 2024 hebben we € 40.000 meegenomen.

Programmabegroting 2022

78

Overzicht overhead

Onderdelen

Prod. 58

Overhead

Portefeuille Korteland

Tot overhead behoren alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. De overheadtoeslag die wordt gebruikt voor kostenprijsberekeningen is bepaald door de aan de overheid toe te rekenen indirecte kosten te verdelen over de directe formatie. Overhead (bedragen x € 1.000) min = voordeel, plus = nadeel Huisvesting Facilitair Informatisering & automatisering (IC T) Personeel Totaal overhead

Rekening 2020 1.289 663 1.211 7.548 10.043

Begroting 2021 1.209 815 1.314 8.453 11.791

Begroting 2022 999 827 1.541 9.477 12.844

De afname van de begrote huisvestingslasten 2022 ten opzichte van 2021 is het gevolg van extra huuropbrengsten voor verhuur deel stadhuis aan de politie en de verlaging van de kapitaallasten door aanpassing van de omslagrente naar 1,5%. Daarnaast zijn in 2021 eenmalige kosten begroot ten behoeve van de vervanging van de verlichting in het stadhuis en aanpassingen aan de gemeentewerf tot vaccinatielocatie. De toename aan kosten informatisering & automatisering en personeel is hoofdzakelijk te relateren aan de inzet voortvloeiend uit het verbeterplan informatisering. Doorbelasten van overhead In beginsel worden hier alle overheadkosten verantwoord. Er zijn echter uitzonderingen op deze regel. Eén van die uitzonderingen is de mogelijkheid om overheadkosten toe te rekenen aan grote investeringsprojecten en grondexploitaties. In 2022 hebben we voor € 977.160 vanuit de overhead toegerekend aan projecten en grondexploitaties. 5.1.2

Beoogde effecten

Indicator

Eenheid

Periode

Begroting Begroting 2021 2022

Demografische druk

%

2021

75,3%

75,3%

Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden

€

2021

649

678

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

€

2021

649

678

Gemiddelde WOZ waarde

x €1.000

2020

200

213

Nieuw gebouwde woningen

%

2020

11,7%

15,3%

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

5.1.3

Wat moet het opbrengen?

ALG Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Bedragen x €1.000,-

Rekening 2020

Lasten Baten Tota a l sa ldo va n ba te n e n la ste n xx Dotaties / onttrekkingen aan reserves Re sulta a t

11.301 - 74.240 - 62.939 221 - 6 2 . 7 18

12.413 - 77.194 - 64.781 300 - 64.481

13.246 - 80.809 - 67.563 600 - 66.963

13.079 - 78.919 - 65.839 500 - 65.339

13.042 - 78.620 - 65.578 395 - 6 5 . 18 3

13.081 - 78.710 - 65.629 395 - 65.234

362

- 21 50 - 962 - 9.705 - 66.028 705 - 766 11.906 40 - 64.781

0 50 - 1.003 - 9.976 - 69.439 0 - 38 12.844 0 - 67.563

0 50 - 1.003 - 9.976 - 67.570 0 - 179 12.839 0 - 65.839

0 50 - 1.003 - 9.976 - 67.293 0 - 312 12.916 40 - 65.578

0 50 - 1.003 - 9.976 - 67.401 0 - 139 12.800 40 - 65.629

Uitsplitsing ra ming na a r produc te n A0 Algemene Ondersteuning A1 Onvoorziene uitgaven A2 Deelnemingen A3 Belastingen en Invordering A4 Algemene uitkeringen A5 Stelposten A6 Saldo op de financieringsfunctie A7 Overhead A8 Heffing VPB Tota a l sa ldo va n ba te n e n la ste n

- 698 - 8.740 - 63.827 - 738 10.710 - 10 - 62.939

Begroting 2021

Programmabegroting 2022

79

Toelichting Begroting 2022 ten opzichte van de begroting 2021 Lasten Het nadelig verschil van 2022 ten opzichte van 2021 wordt voornamelijk veroorzaakt door het verbeterplan informatisering. Voor 2022 en latere jaren is daarvoor bijna € 900.000 opgenomen (zie ook paragraaf bedrijfsvoering). Baten Het voordelig verschil van 2022 ten opzichte van 2021 van ruim € 3,6 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere gemeentefondsuitkering. De raming van 2021 is gebaseerd op de eerste bestuursrapportage. Daarin zijn de uitkomsten van de meicirculaire 2021 nog niet verwerkt. Die leverde voor 2021 nog ruim € 1 miljoen extra op. Het overige verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door de extra bijdrage voor de jeugd. Voor 2022 is dat € 3,2 miljoen. Begroting 2022 en meerjarenperspectief Lasten Nagenoeg geen afwijkingen. Baten De verschillen worden veroorzaakt door de gemeentefondsuitkering van het rijk. Vanaf 2023 nemen we een stelpost op voor de extra bijdrage jeugd. Daarvan mag conform de afspraken tussen het rijk, IPO en de VNG uit het oogpunt van behoedzaamheid 75% worden opgenomen. Vanaf 2023 hebben we een nadeel ingeboekt als gevolg van de herijking gemeentefonds. 5.1.4

Investeringen

Overzicht geplande en nieuwe investeringen

bedragen x € 1.000

Uitvoeringsplanning

Afschrijvings(verwachte) termijn in C lassificatie* start jaren uitvoering

(verwacht) jaar van realisatie

Financiën

Benodigd krediet

Begrote inkomsten Reeds Beschikbaar Netto/ bijdrage beschikbaar te stellen investering van gesteld krediet 2022 derden

Projecten automatisering & informatisering 2022

5

e

2022

2022

456

456

Projecten automatisering & informatisering 2023

5

e

2023

2023

456

456

Projecten automatisering & informatisering 2024

5

e

2024

2024

456

456

Projecten automatisering & informatisering 2025

5

e

2025

2025

456

456

Digitalisering Planning & C ontrol

5

e

2021

2022

120

Totaal Overhead

1.944

-

456

120

70

50

1.944

70

506

* m = maatschappelijk nut, e = economisch nut

De projecten automatisering en informatisering en de digitalisering planning & control hebben ten doel de gemeentelijke processen verder te optimaliseren.

Programmabegroting 2022

80

6.

Paragrafen

Programmabegroting 2022

81

Programmabegroting 2022

82

6.1 6.1.1

Paragraaf lokale heffingen Inleiding

In deze paragraaf wordt de informatie over de diverse gemeentelijke belastingen en heffingen, die in de verschillende programma’s staat, compact weergegeven. Op hoofdlijnen wordt een overzicht van de diverse heffingen gegeven en we besteden aandacht aan de geraamde inkomsten en het beleid ten aanzien van die heffingen. Verder wordt de lokale lastendruk ten opzichte van de overige Drentse gemeenten weergegeven en kunt u informatie lezen over het kwijtscheldingsbeleid. 6.1.2

Actuele ontwikkelingen

Index op heffingen: De onroerende zaakbelasting (ozb) en de afvalstoffenheffing zijn verhoogd met de inflatiecorrectie van 1,5%. Dit percentage is gebaseerd op het verwachte consumentenprijsindexcijfer (CPI) uit het Centraal Economisch Plan. Een aantal heffingen zijn conform de PPN verhoogd. Naast index zijn een aantal heffingen algemeen verhoogd. Het gaat dan om de lijkbezorging, precariobelasting, leges Algemeen Plaatselijke Verordening, leges huwelijken, binnenhavengelden pleziervaart, parkeervergunningen en marktgelden. Wet WOZ: De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering van de Wet WOZ. De mogelijkheid om de WOZ-waarden van andere woningen te raadplegen via www.woz-waardeloket.nl wordt door veel Nederlanders gewaardeerd en benut. De berekening van de taxaties voor woningen vindt nu plaats op basis van de inhoud van een woning. Ingaande 2022 is het verplicht om dat te doen op basis van de oppervlakte van een woning. We werken op dit moment aan deze overgang. 6.1.3

Overzicht belastingen en heffingen

Gemeenten zijn beperkt in de belastingen die ze mogen heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de Gemeentewet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebonden en ongebonden belastingen. Ongebonden belastingen die in Meppel worden geheven zijn: - Onroerende zaakbelasting; - Parkeerbelasting; - Precariobelasting. De opbrengsten van de ongebonden belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn vrij te besteden. Ongebonden belastingen die niet worden geheven in Meppel zijn roerende zaakbelasting, hondenbelasting, toeristenbelasting en forensenbelasting. Naast ongebonden belastingen kan een gemeente rechten heffen. Dit zijn vergoedingen voor concrete prestaties door de gemeente geleverd. De rechten die in Meppel worden geheven zijn: - Rioolheffing; - Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten; - Naheffingsaanslagen parkeren; - Binnenhavengelden; - Lijkbezorgingsrechten; - Marktgelden; - Leges. De opbrengst van de rechten is niet vrij besteedbaar. De tarieven van rechten moeten zodanig worden vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden (maximaal 100% kostendekkendheid). Naast de directe kosten worden ook de overheadkosten (de zogenaamde indirecte kosten) meegenomen in de bepaling van het tarief. 6.1.4

Onroerende zaakbelasting (OZB)

De OZB zijn veruit de belangrijkste gemeentelijke belastingen. Er zijn drie belastingsoorten, namelijk: 1 een belasting geheven van eigenaren van woningen; 2 een belasting geheven van eigenaren van niet-woningen; 3 een belasting geheven van gebruikers van niet-woningen. De raming van de OZB is voor 2022 ten opzichte van de vorige meerjarenbegroting verhoogd met een inflatiecorrectie van 1,5% en een autonome stijging als gevolg van verbouw/nieuwbouw. De heffingsgrondslag van de OZB is gebaseerd op de waarde zoals vastgesteld in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ). Het OZB bedrag wordt berekend op basis van een percentage (het tarief) van de WOZ waarde.

Programmabegroting 2022

83

6.1.5

Parkeerbelasting

In de gemeente Meppel worden de parkeertarieven gebruikt om de kosten voor parkeervoorzieningen te dekken en om het parkeren binnen de gemeente te reguleren. Meppel heft parkeergelden bij parkeermeters en -automaten en via parkeervergunningen. Bij parkeergarage Keyserstroom, parkeergarage Kromme Elleboog en parkeerterrein Stadhuis worden parkeergelden achteraf geïnd. In de vorige begroting is ingaande 2021 al rekening gehouden met een tariefsverhoging voor het parkeren bij parkeermeters en -automaten. Bij de PPN is besloten om de tarieven voor de parkeervergunningen met 20% te verhogen. De tabel hieronder laat zien wat de tarieven zijn van onze gemeente en in relatie tot omliggende gemeenten voor 2020 en 2021. Voor Meppel zijn de tarieven voor 2022 toegevoegd. Van de andere gemeenten zijn die nog niet bekend. Tarieven per uur

Meppel

Meppel

Hoogeveen

Zwolle

2020

2021

2022

2020

2021

2020

2021

Centrum (zone 1)

1,70

1,85

1,85

1,70

1,75

3,00

3,00

Buitenring (zone 2)

1,35

1,50

1,50

nvt

nvt

2,00

2,00

zone 3 Tijden betaald parkeren

0,70

0,85

0,85

nvt

nvt

1,20

1,20

6.1.6

ma t/m ma t/m ma t/m ma t/m ma t/m za ma t/m za ma t/m za za 9:00- za 9:00- za 9:00- za 9:008:009:009:0018:00, 18:00, 18:00, 18:00, 19:00, 23:00 uur, 23:00 uur, vrij 18:00- vrij 18:00- vrij 18:00- vrij 18:00- vrij 19:00- zo 13:00- zo 13:0021:00 uur 21:00 uur 21:00 uur 21:00 uur 21:00 uur 17:00 uur 17:00 uur

Precariobelasting

Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder of boven voor openbaar gebruik bestemde, gemeentegrond. Voor terrassen of vaste standplaatsen wordt bijvoorbeeld precariobelasting geheven. Bij de PPN is besloten om de tarieven voor de precariobelasting met 5% te verhogen. 6.1.7

Rioolheffing

Rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruikers van een perceel waar direct of indirect water op het riool wordt afgevoerd. Er wordt een vast bedrag aan rioolheffing in rekening gebracht, onafhankelijk van de hoeveelheid geloosd water. Het tarief rioolheffing voor 2022 is gelijk gebleven aan dat van 2021 en staat op € 174 per aansluiting. De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden uit de opbrengst rioolheffing betaald. Het dekkingspercentage bedraagt in 2022 100%. Berekening van kostendekkendheid Taakveld 7.2 Riolering, Product 64 Riolering Kosten, incl. (omslag) rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten taakveld

Rioolheffing 2.128.032 0 2.128.032

Toe te rekenen kosten Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer, activiteit straatreiniging Taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie, activiteit leggers schouw, waterlossing en onderhoud watergangen Taakveld 0.4 Overhead incl. (omslag) rente Taakveld 6.3 Inkomensregelingen, activiteit kwijtschelding C ompensabele btw Totale kosten

151.000 74.000 179.600 310.000 2.934.632

Opbrengst rioolheffing

-2.929.210

Dekkingspercentage

100%

Ten laste van de voorziening

-5.422

Programmabegroting 2022

92.000

84

6.1.8

Reinigingsheffingen

Afvalstoffenheffing wordt geheven bij alle huishoudens. De gemeente is verplicht de huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Daarom is ieder huishouden verplicht bij te dragen in de kosten van afvalinzameling. Het maakt daarbij niet uit of mensen wel of geen afval aanbieden. Reinigingsrecht wordt geheven voor de afvoer van bedrijfsafval en mag alleen in rekening worden gebracht als ook daadwerkelijk een dienst wordt geleverd. Het tarief afvalstoffenheffing voor 2022 is verhoogd met 1,5 % index. Het tarief komt daarmee voor 2022 op € 212 per huishouden. Er is sprake van een dekkingspercentage van 96%. Berekening van kostendekkendheid Taakveld 7.3 Afval, Product 55 Afvalinzameling Kosten, incl. (omslag) rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten taakveld

Reinigingsheffingen 3.326.288 -745.200 2.581.088

Toe te rekenen kosten Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer, activiteit straatreiniging Taakveld 0.4 Overhead incl. (omslag) rente Taakveld 6.3 Inkomensregelingen, activiteit kwijtschelding BTW Totale kosten

88.000 229.000 190.000 374.300 3.462.388

Opbrengst heffingen

-3.340.699

Dekkingspercentage

96%

Ten laste van de voorziening

6.1.9

-121.689

Naheffingsaanslag parkeren

Een naheffingsaanslag parkeerbelastingen wordt opgelegd als een auto op een terrein met een betaalautomaat of bij een parkeermeter wordt geparkeerd en niet is betaald of wanneer de parkeertijd is verstreken. Per 1 januari 2022 bedraagt het maximumbedrag dat voor een naheffingsaanslag aan kosten in rekening mag worden gebracht € 66,50. Berekening van kostendekkendheid Taakveld 2.2 Parkeren, Product 65 Parkeren Kosten, incl. (omslag) rente Inkomsten, exclusief heffingen Netto kosten taakveld

Naheffingsaanslagen parkeren 161.676 0 161.676

Toe te rekenen kosten Taakveld 0.4 Overhead incl. (omslag) rente Totale kosten

36.356 198.032

Opbrengst heffingen

-48.719

Dekkingspercentage

25%

6.1.10

Binnenhavengelden

Onder de naam ‘binnenhavengeld’ wordt een recht geheven voor het gebruik van de haven met een vaartuig. De kosten van door de gemeente verstrekte diensten in de haven worden deels gedekt uit de opbrengst binnenhavengeld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in beroepsvaart en pleziervaart. Vanaf 2021 is een algemene verhoging voor de beroepsvaart van elk jaar 5%. Voor de pleziervaart is in de PPN een verhoging opgenomen met ingang van 2022 met 20% en daarna jaarlijks 10%. In het kader van de kostendekkendheid worden de tarieven ook beoordeeld bij de voorziene harmonisatie van tarieven in het kader van de samenwerking Port of Zwolle.

Programmabegroting 2022

85

Toelichting op het dekkingspercentage van de tarieven voor de beroepsvaart: Berekening van kostendekkendheid Binnenhavengelden Taakveld 2.4 Economische havens en waterwegen, Product 62 Water, activiteit beroepsvaart Beroepsvaart Kosten, incl. (omslag) rente 338.413 Inkomsten, excl. heffingen 0 Netto kosten taakveld 338.413 Toe te rekenen kosten Taakveld 2.1 verkeer en vervoer, product 60 activiteit onderhoud civiele kunstwerken Taakveld 2.4 economische havens en waterwegen, activiteit beheer en onderhoud watergangen (25%) Taakveld 2.4 economische havens en waterwegen, activiteit onderhoud havenvoorzieningen (80%) Taakveld 2.4 economische havens en waterwegen, activiteit brugwachterlocaties (80%) Taakveld 2.4 economische havens en waterwegen, activiteit havenkantoor (67%) Taakveld 0.4 Overhead incl. (omslag) rente Totale kosten

24.324 45.445 725.813

Opbrengst heffingen

-226.791

Dekkingspercentage

31%

189.844 10.240 94.441 23.106

Toelichting op het dekkingspercentage van de tarieven voor de pleziervaart: Berekening van kostendekkendheid Binnenhavengelden Taakveld 2.3 Recreatieve havens, Product 62 Water, activiteit pleziervaart Pleziervaart Kosten, incl. (omslag) rente 88.413 Inkomsten, excl. heffingen 0 Netto kosten taakveld 88.413 Toe te rekenen kosten Taakveld 2.1 verkeer en vervoer, product 60 activiteit onderhoud civiele kunstwerken Taakveld 2.4 economische havens en waterwegen, activiteit beheer en onderhoud watergangen (25%) Taakveld 2.4 economische havens en waterwegen, activiteit onderhoud havenvoorzieningen (20%) Taakveld 2.4 economische havens en waterwegen, activiteit brugwachterlocaties (20%) Taakveld 2.4 economische havens en waterwegen, activiteit havenkantoor (33%) Taakveld 0.4 Overhead incl. (omslag) rente Totale kosten

11.980 9.089 281.441

Opbrengst heffingen

-145.673

Dekkingspercentage

52%

6.1.11

132.333 10.240 23.610 5.777

Leges

Leges zijn rechten die worden geheven voor verstrekte diensten. In de legesverordening zijn bepalingen opgenomen over de activiteiten waarvoor de gemeente leges in rekening brengt, welke tarieven en de grondslag. De legesverordening is onderverdeeld in drie titels (zie tabel). Ook voor dit jaar is beoordeeld in hoeverre de leges en tarieven kostendekkend zijn. Bij de PPN is besloten om de tarieven voor huwelijken met 5% te verhogen. Kostendekking Begroting 2022

Leges

Totaal lasten

Totaal baten

Kostendekking Titel 1 (algemene dienstverlening)

€

490.077

€

412.741

84,2%

Kostendekking Titel 2 (dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving)

€

973.722

€

852.901

87,6%

Kostendekking Titel 3 (dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn)

€

62.890

€

24.417

38,8%

Kostendekking totale tarieventabel

€ 1.526.688

€ 1.290.059

84,5%

Bij Titel 1 is veelal sprake van wettelijke maximum tarieven. De kostendekkendheid van Titel 3 is met name beperkt vanwege het niet heffen van leges voor evenementen.

Programmabegroting 2022

86

6.1.12 Lijkbezorgingsrechten Op basis van de verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Het dekkingspercentage bedraagt 78%. Bij de PPN is besloten om het tarief voor lijkbezorging met 5% te verhogen. Berekening van kostendekkendheid Taakveld 7.5 Begraafplaatsen en crematoria, Product 30 Begraafplaatsen Kosten, incl. (omslag) rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten taakveld

Lijkbezorgingsrechten

342.316 -5.522 336.794

Toe te rekenen kosten Taakveld 0.4 Overhead incl. (omslag) rente Totale kosten

45.445 382.239

Opbrengst heffingen

-296.853

Dekkingspercentage

78%

6.1.13 Marktgelden Marktgeld wordt geheven voor het hebben van een standplaats op de markt. De tarieven mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Het dekkingspercentage bedraagt 33%. Bij de PPN is besloten om de tarieven voor marktgelden met 5% te verhogen. Berekening van kostendekkendheid Taakveld 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen, Product 35 Bijzondere wetgeving, activiteit markten Kosten, incl. (omslag) rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten taakveld

Marktgelden

57.246 0 57.246

Toe te rekenen kosten Taakveld 0.4 Overhead incl. (omslag) rente Totale kosten

9.089 66.335

Opbrengst heffingen

-22.000

Dekkingspercentage

33%

6.1.14 Geraamde opbrengsten van alle heffingen voor 2022 In de tabel hieronder zijn de geraamde opbrengsten voor 2022 vergeleken met de raming van 2021 en de werkelijke opbrengst over 2020. Soort Heffing

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Bedragen x € 1.000 OZB gebruikers niet-woningen

1.725

1.846

1.887

OZB eigenaren niet-woningen

2.657

2.917

2.978

OZB eigenaren woningen

4.179

4.691

4.825

Onroerende zaakbelasting totaal

8.561

9.454

9.690

Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht

3.068

3.180

3.341

Rioolheffing

2.841

2.851

2.929

Parkeerbelasting

1.082

1.444

1.595

Precariobelasting

13

40

63

Lijkbezorgingsrechten

295

255

297

Leges omgevingsvergunning

857

980

853

Leges burgerzaken

359

399

413

Leges europese dienstenrichtlijn

13

23

24

Leges totaal

1.229

1.402

Marktgelden

22

40

1.290 22

Havengeld beroepsvaart

195

217

227

Havengeld pleziervaart

88

116

146

Liggelden

10

7

Havengeld en liggeld totaal Totaal

293 17.404

Programmabegroting 2022

7 340 19.006

379 19.606

87

6.1.15 Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is vastgelegd in de Leidraad Invordering. De hierin gestelde criteria zijn afgeleid van de regelgeving van het rijk. Bij het behandelen van een kwijtscheldingsverzoek vindt een inkomens- en vermogenstoets plaats. De normen voor kwijtschelding worden landelijk bepaald. Als een belastingschuldige noch betalingscapaciteit noch vermogen heeft, wordt kwijtschelding van afvalstoffenheffing en rioolheffing verleend. In incidentele gevallen komt het voor dat ook de onroerende zaakbelasting wordt kwijtgescholden. Bij de bepaling van kwijtschelding houden wij rekening met 100% van de kosten van levensonderhoud. Er is bewust geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om lagere normen (90% of 95%) te hanteren om zodoende de meest ruimhartige kwijtschelding te kunnen verlenen. Ook kleine ondernemers komen voor kwijtschelding van de privé-aanslag in aanmerking. In onderstaande tabel staan de bedragen die in 2020, 2021 en 2022 met kwijtschelding zijn gemoeid. Kwijtschelding

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Afvalstoffenheffing

175

190

190

Rioolheffing

151

180

180

Totaal

326

370

370

Bedragen x € 1.000

6.1.16 Lokale lastendruk In de volgende tabel geven we een overzicht van de woonlasten van alle Drentse en naburige gemeenten voor 2021. Meppel staat op nummer 2 in het rijtje van voordelige gemeenten in Drenthe en de directe omgeving van Meppel. Een aantal Drentse gemeenten kent tariefdifferentiatie voor afvalstoffenheffing en/of rioolheffing. Woonlastendruk Gemeente

OZB

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing

Mph

Mph

Totale woonlasten

Tynaarlo

324

161

166

651

Meppel

304

209

174

687

Steenwijkerland

237

248

210

695

Midden-Drenthe

257

207

239

703

Assen

357

239

126

722

AA en Hunze

316

253

168

737

Noordenveld

294

212

236

742

De Wolden

329

188

231

748

Westerveld

322

224

206

752

Staphorst

329

217

208

754

Hoogeveen

358

287

147

792

Emmen

341

310

174

825

C oevorden

400

307

201

908

Borger-Odoorn

441

227

245

913

Bron: www.coelo.nl Mph = Meerpersoonshuishouden (2 personen of meer) Note: Borger-Odoorn, Tynaarlo, Staphorst en Steenwijkerland hebben Diftar

In onderstaand overzicht staat de ontwikkeling van de gemiddelde lokale lastendruk in Meppel over de jaren 2018 tot en met 2022. 2018

2019

2020

2021

2022

191.000

199.000

214.000

230.000

n.n.b.

Ozb woningen

250

256

273

304

309

Afvalstoffenheffing

181

181

202

209

212

Rioolheffing

171

171

174

174

174

Totaal woonlasten

602

608

649

687

695

Gemiddelde waarde woning Woonlasten

Programmabegroting 2022

88

6.2

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële kengetallen, de belangrijkste risico’s en beheersmaatregelen en de beschikbare weerstandscapaciteit. Daarmee heeft deze paragraaf tot doel bij te dragen aan een gezonde financiële positie. De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om eventuele tegenvallers op te vangen. Dit zonder dat de begroting en het beleid aangepast moet worden. Beleidskader is het Besluit begroting en verantwoording voor de financiële kengetallen en de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen uit 2013 waarin de uitgangspunten voor de berekening voor het weerstandsvermogen is vastgelegd. 6.2.1

Financiële kengetallen

Met ingang van 2016 worden een vijftal financiële kengetallen voorgeschreven. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. We sluiten voor de verplichte kengetallen aan bij de signaleringswaarden die de provincie hanteert. Over het algemeen kan worden gesteld dat “groen” het minst risicovol is en “rood” het meest. Provinciale categorie A

Minst risicovol

B C

Meest risicovol

In onderstaand overzicht wordt het verloop van onze kengetallen weergegeven: Financiele kengetallen

JR 2020 B 2021

1. netto schuldquote 1a. netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen en voorraden grond

B2022

B2023

B2024

B2025

103%

103%

108%

111%

101%

94%

93%

92%

98%

101%

92%

84%

76%

73%

70%

72%

70%

66% 12%

2. solvabiliteitsratio

8%

8%

9%

9%

10%

3. grondexploitatie

18%

18%

27%

29%

17%

14%

4. structurele exploitatieruimte

-2%

1,3%

3,2%

0,9%

0,7%

0,8%

5. belastingcapaciteit

88%

89%

86%

86%

86%

86%

Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een indicatie dat (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of de bestaande beheersmaatregelen moeten worden herijkt. Toelichting tabel Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Bij deze uitkomst kunnen twee factoren worden genoemd die het niveau verklaren, en zijn opgenomen als 1a en 1b: a) Verstrekte leningen. De rente- en aflossingsverplichtingen op deze leningen worden volledig doorberekend aan andere partijen en drukken niet op de exploitatie van de gemeente. b) Voorraad bouwgrond. Om deze gronden aan te kopen heeft de gemeente leningen afgesloten, de rentelast drukt op de grondexploitaties. Met de verkoopopbrengst kunnen leningen afgelost worden. Uit dit kengetal blijkt dat de voorraad grond een belangrijke verklarende factor is voor de hoge netto schuldquote. Rekenen we de grondvoorraden niet mee dan komen we in de categorie “groen” oftewel het minst risicovol.

Programmabegroting 2022

89

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is een kengetal dat weergeeft welk deel van het gemeentelijk vermogen is gefinancierd met eigen vermogen. Het is een maatstaf dat inzicht geeft in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is relatief laag en nog ruim verwijderd van de minder risicovolle categorie die start bij een solvabiliteitsratio van 20%. De komende jaren is daarin wel een stijgende lijn (= verbetering) te zien. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de jaren 2022 en 2023 neemt de omvang van de grondexploitaties toe. Dit is onder meer het gevolg van de nieuw vastgestelde grondexploitaties (Kop van Noordpoort en Noord III/IV). Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Een overzicht van de incidentele lasten en baten is opgenomen achterin dit boekwerk. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten te delen door de totale baten.

Een negatief percentage betekent dat de structurele lasten niet geheel gedekt kunnen worden door de structurele baten. Belastingcapaciteit Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning op basis van de gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijke gemiddelde. Voor het landelijke gemiddelde wordt jaar t-1 gehanteerd. De belastingcapaciteit wordt uitgedrukt in een percentage. Zoals uit de tabel van de kengetallen blijkt, zijn de woonlasten in onze gemeente lager dan het landelijke gemiddelde voor een gezin. Als basis hebben we het landelijk gemiddelde van 2021 (= 100% ) genomen. Dat staat op € 811. Met een bedrag van € 695 vallen we hiermee in de categorie “groen” oftewel van het minst risicovol. 6.2.2

Risicoanalyse en beheersmaatregelen

De belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn in beeld gebracht. Op basis hiervan is een inschatting gemaakt van de financiële impact van deze risico’s. Uiteraard met de kanttekening dat elke inschatting met de nodige onzekerheden is omgeven. Denk daarbij alleen al aan de coronacrisis. Alle risico’s zijn in de volgende risicokaart ingedeeld. De werkwijze om daar te komen bestaat uit vier stappen: - Identificeren van risico’s. In deze fase worden alle potentiële risico’s geïnventariseerd; - Kwantificeren van risico’s. De analyse bestaat uit een schatting van de kans dat een gebeurtenis optreedt, en wat daarvan de gevolgen zullen zijn; - Definiëren en implementeren van beheersmaatregelen. Beheersmaatregelen kunnen preventief van aard zijn, gericht op het voorkomen van de gebeurtenis; - Financieel afdekken van risico's. - Tot slot kan dan op grond van deze analyses bepaald worden hoeveel middelen gereserveerd moeten worden ter afdekking van de risico’s. Het gaat daarbij om de restrisico’s. Daarmee wordt bedoeld dat de mate waarin de getroffen beheersmaatregelen het oorspronkelijke risico terugdringen, moet worden meegewogen.

Programmabegroting 2022

90

Op basis van deze vier stappen is de verwachte financiële impact van de risico’s gemaakt. De berekening van de risico’s leidt tot een op te vangen risico van € 10,9 miljoen, het gemiddelde van het positieve scenario en het negatieve scenario. Totaaloverzicht Risico’s

Risico-bedrag Risicoweging

Positief scenario Negatief scenario

1 C orona-effecten

1

25% - 100%

0,25

1

2 Grondexploitaties

9,4

25% - 100%

2,4

9,4

3 Sociaal domein

2

50% - 100%

1,0

2

Ezinge school & 4 sportaccommodatie huurinkomsten

2

25% - 50%

0,50

1,00

5 Overige investeringsprojecten

2,3

15% - 45%

0,35

1,04

6 Gemeentefonds

0,5

25% - 70%

0,13

0,35

7 Verbonden partijen

1

25% - 75%

0,25

0,75

8 Lokale heffingen

0,3

20% - 40%

0,06

0,12

0,6

15% - 30%

0,09

0,18

1

25% - 75%

0,25

0,75

5,2

16,6

9

Multifunctionele accommodaties huurinkomsten

10 Risico's in de bedrijfsvoering Totaal

10,9

Gemiddeld

1. Coronacrisis De gevolgen van coronacrisis brengt onzekerheden mee en zou mogelijk kunnen leiden tot een economische recessie. Denk daarbij aan een toename van het aantal mensen met een bijstandsuitkering, de stijging van de kosten schuldhulp, de toename van andere zorg etc.. Het is niet bekend of en in welke mate het rijk de financiële gevolgen compenseert. 2. Grondexploitaties Het adviesbureau Metafoor heeft evenals voorgaande jaren een risicoanalyse gemaakt van de grondexploitaties (maart 2021). Risico’s zijn onder andere te hoge boekwaarde van het grondbezit, tegenvallende verkoopresultaten in tijd en geld, stijgende kosten van bouw- en woonrijp maken en juridische geschillen. De risico’s zijn voor alle grondexploitaties afzonderlijk in beeld gebracht. Daarnaast is onderscheid gemaakt tussen algemene en (project)specifieke risico’s. Het belangrijkste risico voor de resterende projecten is het niet realiseren van de geprognosticeerde afzet (kavelverkoop). Hoewel er op dit moment nog geen signalen van afnemende vraag zijn, is in de risicoanalyse rekening gehouden met een effect op de woningmarkt als gevolg van corona. Eventuele vertraging in (de uitgifte van) een project kan leiden tot onder andere extra rentelasten, hogere plankosten en hogere beheerskosten. Uitgangspunt voor de risicoanalyse is dat de projecten uiteindelijk volledig gerealiseerd worden.

De individuele risico’s in de projecten liggen in lijn met de risico’s vanuit voorgaand jaar. De in 2021 vastgestelde grondexploitaties Noord III/IV en Kop van Noordpoort zijn meegenomen in de beoordeling. Risicoreservering De kwantitatieve risicoanalyse is op twee manieren uitgevoerd, zoals ook is vastgelegd in de Nota Risicomanagement van de gemeente Meppel. Volgens de Monte Carlo methode moet een risicoreservering van € 0,92 miljoen worden aangehouden. Volgens de IFLO methode is een risicoreservering van € 9,4 miljoen vereist. Als de IFLO methode wordt gecorrigeerd voor het verwachte positieve resultaat uit de grondexploitaties dan komt de benodigde risicoreservering op basis van de IFLO methode uit op € 1,49 miljoen De benodigde risicobuffer voor de grondexploitaties valt hoger uit dan afgelopen jaar met name als gevolg van de twee nieuwe complexen. De totale risicoreservering is met € 9,4 miljoen relatief hoog. Echter is bij de meeste projecten het verwachte positieve resultaat van de grondexploitatie voldoende om de (meeste) risico’s van dat project op te vangen.

Programmabegroting 2022

91

3. Sociaal domein De gemeente loopt met de uitvoering van de drie decentralisaties (Jeugd, Wmo en Participatie) financiële risico’s. Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. De laatste jaren is een stijging zichtbaar van de uitgaven Jeugdhulp. Ook de invoering van het abonnementstarief leidt tot een toenemende vraag op de Wmo-voorzieningen. Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen. Zo nodig kan dan bijgestuurd worden zowel beleidsmatig als op het financiële vlak. Ook op andere werkterreinen nemen de kosten naar verwachting toe, zoals de kosten van bijstand en schuldhulpverlening. Vooralsnog schatten we voor het Sociaal domein een risicobedrag in van € 2 miljoen. In onderstaande tabel zijn de risico’s uitgewerkt. In de risicokaart zijn de risico’s ingedeeld naar de kans en de impact van de risico’s. De belangrijkste risico’s zijn hierdoor te vinden in de rode hoek rechtsboven, de minst belangrijke risico’s in de groene hoek linksonder. De risicokaart is een hulpmiddel om prioriteit te leggen bij de belangrijkste risico’s en daar in te zetten op de beheersmaatregelen. Impact middel

Kans hoog

Impact laag

Impact hoog

1. Budgetoverschrijdingen

6. Richtlijnen van het Rijk over budgetten en kader zijn onduidelijk of worden tussentijds veranderd.

Kans middel

7. ICT risico’s, zoals koppeling klantenbestanden en aanlevering van informatie door zorgverleners. 8. Instanties/zorgaanbieders haken af (faillissement)

2. Onvoldoende capaciteit (kwaliteit, kwantiteit) binnen de eigen organisatie en uitvoeringsorganisaties.

3. Noodzakelijke cultuuromslag bij zorginstellingen gaat niet snel genoeg. Teveel maatwerk en gespecialiseerde hulp.

4. Onvoldoende en/of te slechte communicatie met belanghebbenden.

Kans laag

5. Onvoldoende ontsluiting van informatie, onvoldoende zicht op cijfers en aantallen zorgvragers en zorgvraag.

Beschrijving risico’s en beheersmaatregelen Een nadere beschrijving van de risico’s die worden genoemd in de risicokaart, en de daarbij toegepaste beheersmaatregelen zijn opgenomen in de volgende tabel. Risico’s 1.

Beheersmaatregelen

Budgetoverschrijdingen

Kostenstijgingen en inkomstendalingen zijn belangrijke risico’s als gevolg van mogelijke ontwikkelingen als: - Impact van de coronacrisis (andere zorg vanuit andere doelgroepen) - Meer zwaardere zorg gegeven - Zwaardere zorg bij gecertificeerde instellingen - Meer verwijzingen (jeugdhulp) - (Onverwachte) toename aantal cliënten - Vertraging in het doorvoeren van de maatregelen (herindicatie, preventie).

- Realistische ramen – budget actueel afstemmen op vraagontwikkeling. - Door flexibele inkoop de juiste marktpartijen verbinden die aansluiten op de nieuwe vraag. - Monitoring van de zorgvraag zodat tijdig kan worden bijgestuurd. - Inspelen op bevolking die ouder wordt en langer zelfstandig woont. - De kosten van beschermingsbewind lopen nog jaarlijks op. Onderzocht wordt deze kosten ingedamd kunnen worden.

Programmabegroting 2022

92

Risico’s

Beheersmaatregelen

- Nieuwe taken met onvoldoende middelen, zoals invoering WvGGZ, Wet inburgering, Beschermd Wonen. - Gevolgen van rijksinvloed op tarieven, zoals de tarieven voor huishoudelijke hulp en het invoeren van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage WMO. - Stagnerende economie met gevolgen voor de werkgelegenheid en inkomens van de inwoners.

- Toezicht en handhaving, zowel bij de klant als bij de zorgaanbieders. Rechtmatigheid. - Preventieve maatregelen – zoals POH en Mensa. - Samenwerking met voorliggend veld intensiveren.

2.

- Opleidings- en cursusaanbod voor medewerkers gericht op verbeteren kwaliteit. Trainingen in samenwerking met ketenpartners. - Tijdelijk inhuur waar nodig, uitbreiding van aantal vaste medewerkers om kwetsbaarheid te verminderen. - Doordat wij met veel aanbieders werken vraagt het een grote inzet op contractbeheer en relatiebeheer.

Onvoldoende capaciteit (kwaliteit, kwantiteit) binnen de eigen organisatie en uitvoeringsorganisaties.

Er wordt een groot beroep gedaan op de organisatie, zowel in kwaliteit als in uitvoeren van de hoeveelheid taken. De eigen organisatie, en die van de ketenpartners, zijn daarmee van groot belang. De impact van een slecht lopende uitvoering kan daarom een grote impact hebben op onze uitvoering. Vanuit dit oogpunt is het een risico als we niet kunnen voldoen aan de gestelde doelen en kwaliteitseisen, vanwege onvoldoende capaciteit van de eigen organisatie, zowel wat betreft de kwaliteit als van de feitelijke capaciteit. 3. Het succes in het Sociaal domein is afhankelijk van het behalen van de transformatiedoelstellingen. Het is een risico als deze ontwikkeling niet snel genoeg gaat.

4.

Onvoldoende en/of te slechte communicatie met belanghebbenden.

5.

Onvoldoende ontsluiting van informatie, onvoldoende zicht op cijfers en aantallen zorgvragers en zorgvraag.

De goede uitvoering is afhankelijk van een goede ontsluiting van informatie, voldoende zicht op de zorgvraag, zowel kwantitatief, kwalitatief als financieel. Door de verscheidenheid aan nieuwe taken, de (privacy)gevoeligheid van de informatie, de grote hoeveelheid aan gegevens en het gebruik van verschillende bronnen van interne en externe partijen, bestaat er een significant risico op dit gebied. 6.

Richtlijnen van het rijk over budgetten en kader zijn onduidelijk of worden tussentijds veranderd.

7.

ICT risico’s, zoals koppeling klantenbestanden en aanlevering van informatie door zorgverleners.

- Sturing door accounthouders. - Meer afstemming verwijzingen Gecertificeerde Instellingen (GI’s) (transformatieplan zorg voor de jeugd). - Intensievere samenwerking, tussen voorliggend veld en aansluiting toegang en tweedelijns zorg. - Aandacht voor kwaliteit en volledigheid van de informatievoorziening aan belanghebbenden. - Informeren en bewustwording over de gewenste cultuuromslag. - Actieve benadering en uitvraag bij zorgaanbieders. - Monitor van de zorgvraag die bij de gemeenten binnenkomt. - Monitoring van de inkomsten en uitgaven (actiever budgetbeheer, verbeteren ramingen) - Verbeteren administratie en ICT systemen. - Voldoende budget beschikbaar stellen bij onzekere nieuwe ontwikkelingen. - Trends blijven volgen, contact bij andere gemeenten.

- Besluitvorming nieuwe wet- en regelgeving wordt gevolgd. - Bij nieuwe/veranderende taken wordt het budget hierop aangepast. - Inzet op verbetering van de informatiesystemen en uitwisseling van gegevens. - Informatiesysteem extra kwetsbare jeugdigen implementeren. - Koppeling klantenbestand implementeren waarbij gevoelige informatie afgeschermd blijft.

Programmabegroting 2022

93

Risico’s

Beheersmaatregelen

8.

- Afhankelijkheid beperken door met meerdere partijen afspraken te maken, dit heeft overigens wel invloed op de interne organisatie (contractmanagement, administratieve lasten e.d.). - In de aanbesteding aandacht te hebben voor de financiële positie van de aanbieders.

Instanties/zorgaanbieders haken af (faillissement)

4. Garantiestelling Ezingeschool en -sportaccommodatie Het onderwijspark Ezinge met de sportaccommodatie is gerealiseerd door Woonconcept Onroerend Goed BV (WOG). De gemeente staat borg voor de lening die voor de bouw is afgesloten en jaarlijks gedeeltelijk wordt afgelost. Eind 2020 is dit € 46,3 miljoen met een resterende looptijd 34 jaar. Belangrijkste risico betreft een faillissement van de WOG. De business case is afhankelijk van huurinkomsten van derden waardoor leegstand het belangrijkste risico vormt. Voor de gemeente is er dan een risico dat de borgstelling wordt aangesproken. Recente veranderingen in fiscale wetgeving (vennootschapsbelasting) hebben eveneens een negatief effect op de business case wat het risicoprofiel vergroot. Gesprekken zullen worden gevoerd om te kijken hoe deze risico’s kunnen worden gemitigeerd. 5. Investeringsprojecten Elk jaar investeert Meppel in riolering, wegen, onderwijshuisvesting, openbare ruimte, automatisering en voertuigen. Er zijn een aantal risico’s die effect kunnen hebben op de resultaten, zoals hogere kosten (archeologie, bodemverontreiniging, asbest, kabels en leidingen), gewijzigde planning en lagere inkomsten (bijdragen derden van bijv. projectontwikkelaars, subsidies).

Een aantal specifieke actuele risico’s zijn: - Voor de projecten Noteboomstraat, Binnenstad, fietspad Reggersweg en verkeersveiligheid zijn provinciale en Europese subsidies (totaal € 1,6 miljoen) toegezegd. Risico is dat de besteding van de middelen niet geheel conform de subsidievoorwaarden is. - Per saldo gaat het om ca. € 10 miljoen aan investeringen waar genoemde risico’s impact kunnen hebben. Rekening houdend met 20% voor het risicobedrag is de omvang daarvan € 2,3 miljoen. De weging is relatief laag omdat het veel verschillende projecten betreft waar voor- en nadelen elkaar uitmiddelen. 6. Onzekerheden gemeentefonds De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven onder het motto “samen de trap op en samen de trap af”. Stijgen de rijksuitgaven dan neemt het gemeentefonds ook toe, maar omgekeerd is ook het geval. Er ligt een voorstel van het ministerie van BZK voor een nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023. De voorlopige uitkomsten van de verdeling voor individuele gemeenten is daarbij bekend gemaakt. Het totale herverdeeleffect leidt voor onze gemeente tot een nadeel van € 7 per inwoner. Het gaat om een bedrag van € 231.000. Er is nog steeds sprake van voorlopige effecten.

Na definitieve besluitvorming over de invoering van het verdeelvoorstel zal met de dan bekende gegevens nog een actualisatie plaatsvinden naar 1 januari 2023, het beoogde moment van invoering van de nieuwe verdeling. Voor de jaren 2023 en verder hebben we een stelpost opgenomen voor een eventueel extra bijdrage voor de jeugd. De beslissing daarover wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. De stelpost geeft geen budgettaire garantie, omdat deze op geen enkele manier iets zegt over de hoeveelheid middelen die gemeenten nodig hebben om taken goed te kunnen uitvoeren. Dat verklaart ook het uitgangspunt, om in het kader van behoedzaamheid, 75% van de bedragen te hanteren voor de omvang van de stelpost.

Programmabegroting 2022

94

7.

Verbonden partijen

Voor een aantal verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk: MeppelEnergie Meppel is 50% aandeelhouder van MeppelEnergie BV. De huidige businesscase geeft hoogstwaarschijnlijk geen zicht op een in de toekomst positief financieel resultaat. In 2019 heeft een afwaardering van de aandelen plaatsgevonden naar nihil. In 2020 is een voorziening getroffen voor de door de gemeente Meppel verstrekte achtergestelde lening. Er zijn gesprekken gaande over een nieuwe business case en het toekomstscenario. Het risicobedrag is gebaseerd op de risico's die in het kader van de langjarige continuïteit worden gelopen worden ten aanzien van de ontwikkeling van het vermogen en de financiering van het project. Reestmond Er is risico op overschrijdingen, die in eerste instantie binnen de begroting van Reestmond moeten worden opgevangen. Een risico is het uitstroompercentage waarmee het rijksbudget jaarlijks overeenkomstig wordt verlaagd. Ook de reorganisatie brengt risico’s met zich mee, in de vorm van frictiekosten die de budgetten daarvoor in de begroting van Reestmond overschrijden. Het risicobedrag is berekend op € 0,5 miljoen. Gemeentelijke Kredietbank (GKB) De financiële situatie van de GKB staat al enkele jaren onder druk en is zorgelijk. Dit heeft geleid tot de strategische herijking GR-GKB 2018 - 2021.

Ondanks de scherpe sturing op de bedrijfsvoering van de GKB zien we dat het teruglopen van de omzet (door afbouw van DVO-contracten en verminderde instroom) en de daarmee samenhangende afbouw van de organisatie niet geheel gelijkmatig verloopt. De GKB heeft geen eigen vermogen dus eventuele financiële gevolgen hiervan (voorziene frictiekosten) zullen door de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling moeten worden opgevangen. Scenario’s om de 2e-lijns schuldhulpverlening na 2021 effectiever en efficiënter uit te voeren worden op dit moment door een externe adviseur onderzocht. Duidelijk is wel dat alle opties gepaard gaan met kosten voor de drie deelnemende gemeenten. Los van de toekomstscenario’s is duidelijk dat de omzet van de GKB terugloopt en er vanuit kostenbeheersing een krimp op formatie moet plaatsvinden. Overige verbonden partijen De verbonden partijen vragen vanuit het oogpunt van risicobeheersing de nodige aandacht omdat de invloed op deze partijen verloopt via besturen van stichtingen of de aandeelhouders met de raden van commissarissen. Dat betekent ook dat de directe invloed op de uitzetting van hun begroting beperkt is. Dat leidt vaak weer tot een hogere financiële bijdrage voor de deelnemende gemeenten. Per saldo komen we op een risico inventarisatie van ongeveer € 1 miljoen voor de Verbonden partijen. 8.

Lokale heffingen We lopen in deze tijd van corona meer risico ten aanzien van de inning van de gemeentelijke heffingen. Met name voor de ondernemers en andere bedrijven verwachten we betalingsproblemen. Het is mogelijk dat een eventueel verleend uitstel van betaling uiteindelijk leidt tot oninbaarheid. Leges omgevingsvergunningen De beoogde invoerdatum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de daarmee samenhangende Wet kwaliteitsborging Bouw (Wkb) is uitgesteld naar 1 juli 2022. Er moeten nog verschillende keuzes gemaakt worden in relatie tot het omgevingsplan. Deze keuzes kunnen directe gevolgen hebben in het legesspoor en daarbij effect hebben op de (hoogte) van de leges. Het is al wel duidelijk dat een aantal kosten met de ingang van de invoering Omgevingswet en Wkb niet meer onder de leges zijn te brengen maar wel een gemeentelijke taak blijven. Dit heeft onder andere te maken met verschuiving van het zwaartepunt van de gemeente in het vergunningverleningsproces. Om zicht te krijgen op de maatschappelijke en financiële effecten van de Wkb op onze dienstverlening gaan we proefprojecten draaien in 2022. De effecten zijn op dit moment nog niet te kwantificeren. De taakstelling uit de perspectiefnota 2022-2025 is vanwege het voortschrijdend inzicht (leges dekken niet meer alle gemeentelijke taken) niet verwerkt in deze begroting.

In algemene zin kan een teruglopend aantal projecten zorgen voor tegenvallende opbrengsten. Grotere projecten zijn het meest onzeker en daarmee het grootste risico op tegenvallende opbrengsten. Afvalstoffenheffing De omvang van de kosten voor het verwerken van afval groeit de laatste jaren behoorlijk en de verwachting is dat deze trend doorzet. Om deze kosten te dekken kunnen de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing en de voorziening worden ingezet. De kosten stijgen dusdanig hard dat het risico ontstaat dat we te maken krijgen met een behoorlijke stijging van het tarief voor de afvalstoffenheffing. Per saldo komen we op een risico inventarisatie van ongeveer € 0,3 miljoen voor de lokale heffingen.

Programmabegroting 2022

95

9. Huuropbrengst multifunctionele accommodaties Meppel heeft een tweetal multifunctionele accommodaties, namelijk het Palet en de Plataan. Hierin bevinden zich meerdere huurders. De gemeente loopt het risico van gederfde huurinkomsten. De bufferreserve houdt rekening met een risicobedrag gebaseerd op 4 jaar leegstand á € 0,6 miljoen. 10. Risico’s in de bedrijfsvoering Krapte op de arbeidsmarkt leidt tot het moeilijk invullen van vacatures. Risico bestaat dat over moet worden gegaan op (relatief duurdere) inhuur van personeel om de continuïteit van de werkzaamheden te borgen. De beschikbaarheid van personeel, maar ook de beschikbaarheid van materialen (schaarste) heeft gevolgen op de doorlooptijd van projecten. De risico’s met betrekking tot de veiligheid van gegevens en de risico’s bij de verwerking van gegevens nemen toe. De hoeveelheid data (en de waarde van deze data) neemt ook toe. De verantwoordingssystematiek over informatieveiligheid van diverse systemen (waaronder de Basisregistratie Personen en DigiD) wordt uitgevoerd in het proces ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). De verwachting is dat het aantal risicovolle verwerkingen toe neemt en tegelijkertijd de audit steeds uitgebreider wordt. Het zorgen voor een veilige infrastructuur, veilige software en beleid en processen die informatieveiligheid borgen is essentieel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=dd3e3bbd-26ee-4cc3-9ddd-79c00bc989f3