CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Ruimtelijke onderbouwing BOPA - Prins Hendrikkade voor 8 rijwoningen voor tijdelijke huisvesting studenten

1 - RAADSVERGADERING 19 februari 2026, gemeente MeppelBij agendapunt: Adviesrecht BOPA - Prins Hendrikkade voor 8 rijwoningen voor tijdelijke huisvesting studenten32.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

53/490

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)

In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of er sprake is van een ETFAL. Een ETFAL betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en) sprake is van een ETFAL. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de ETFAL zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit, nader onderzocht in deze motivering. Conclusie Met het project is sprake van een ETFAL. Er zijn geen belemmeringen om de vergunning voor de bouw en het ingebruik nemen van de gebouwen voor huisvesting van studenten te verlenen.

54/490

Bijlagen motivering

55/490

56/490

Bijlage 1

57/490

Advies provincie

Gemeente Meppel t.a.v. S. Bontekoe Postbus 501 7940 AM MEPPEL

7940AM501

Assen, 12 maart 2025 Ons kenmerk 1002096-1005621 Behandeld door Geert den Ouden - (0592) 36 53 89 Onderwerp: Advies BOPA - Prins Hendrikkade ong., Meppel - Studentenhuisvesting

Geacht college, U hebt ons gevraagd advies uit te brengen over een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de Prins Hendrikkade in Meppel. De aanvraag voorziet in het realiseren van twee gebouwen voor de huisvesting van studenten. De aanvraag is niet in overeenstemming met het omgevingsplan, omdat de locatie voorzien is van een bedrijfsbestemming en daar mag niet gewoond worden. Provinciaal belang Op basis van de Omgevingsvisie Drenthe zijn in de bovengenoemde aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit de volgende aspecten van provinciaal belang: - Archeologie - Waarde 3 - Cultuurhistorie - Meppel en het laagveen rondom Advies Archeologie De locatie ligt in een beekdal dat van provinciaal belang is voor het onderwerp archeologie. Er geldt een vrijstellingsgrens van 1.000 m2 en 30 cm onder maaiveld. De bebouwing zal om en nabij een grondoppervlak van 450 m2 krijgen. Er wordt verwacht dat de totale bodemverstoring binnen de provinciale vrijstellingsgrens blijft. Archeologisch onderzoek (in de vorm van begeleiding) dient pas plaats te vinden als de bodemroering van de totale inrichting van het terrein de vrijstellingsgrens overschrijd. Onder bodemroering valt ook de aanleg van nutsvoorzieningen, riolering, terreininrichting (planten, bomen). Het is niet duidelijk of, gezien de historie en bestemming van het gebied, een bodemsanering nodig is.

Saneren valt ook onder bodemroering en dient dan dus ook onder de vrijstellingsgrens te blijven. Cultuurhistorie De locatie valt binnen het werkingsgebied van cultuurhistorie - Meppel en het laagveen rondom. In dit werkingsgebied geldt het sturingsniveau ‘betrekken bij’. In de toelichting zou een beschrijving van de

aanwezige kernkwaliteit opgenomen moeten zijn en hoe met de aanwezige kernkwaliteit is omgegaan. In de toelichting ontbreekt een beschrijving hoe het ontwerp gebaseerd is op de aanwezige kernkwaliteit. Een beschrijving van de aanwezige kernkwaliteiten met een vertaling naar het ontwerp dient toegevoegd te worden. Onderstaande vragen helpen bij het vertalen van de aanwezige kernkwaliteit naar het ontwerp: - Op welke basis is de (verspringende) rooilijnen, architectuur en groeninrichting ontworpen? - In hoeverre is gekeken naar voormalige bebouwing op de locatie of in de omgeving? - Is de architectuur een verwijzing naar het (bijna geheel) verdwenen industriële karakter van Meppel? - Hoe past deze toevoeging in de (toekomstige) stedenbouwkundige structuur? Samenvatting en conclusie Gelet op de inhoud van het plan en bovenstaande aspecten zijn wij van mening dat het provinciaal ruimtelijk belang cultuurhistorie aangevuld moet worden. Wij verzoeken u de toelichting aan te vullen met tenminste een beschrijving van de kernkwaliteit en hoe de kernkwaliteit in het ontwerp vertaald is. Wanneer u overgaat tot het nemen van een ontwerpbesluit dient het voor advies en vervolgens instemming aan ons te worden voorgelegd. Hiermee is, wat ons betreft, voldaan aan het vooroverleg als bedoeld in de Omgevingswet.

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met Geert den Ouden, telefoonnummer (0592) 36 53 89.

Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Drenthe, namens dezen,

T. Gregoire Themamanager Ruimte & Wonen

60/490

Bijlage 2

61/490

Verkennend en nader bodemonderzoek

Rapport Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel

Rapport Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel

Opdrachtgever: Contactpersoon: Projectnummer:

Mateboer Projectontwikkeling B.V. Dhr. G. van Kuijk

Datum:

Status:

162237/PK Opgesteld door:

16 november 2016 Definitief Paraaf: Gecontroleerd door: Paraaf:

Ing. J.J. de Groot

P. Kuipers

Mateboer Milieutechniek B.V. Postbus 99, 8260 AB Ambachtsstraat 27 Kampen T. 038 - 33.15.020 www.mateboer.nl Info@mateboer.nl

INHOUDSOPGAVE

Pagina: 1

INLEIDING.................................................................................................................................. 4 1.1 1.2 1.3

2

INVENTARISATIE ........................................................................................................................ 6 2.1

3

LOCATIESPECIFIEKE GEGEVENS .............................................................................................................6

ONDERZOEKSPROGRAMMA .................................................................................................... 14 3.1 3.2 3.3 3.4

4

AANLEIDING EN DOELSTELLING ONDERZOEK ...........................................................................................4 OPBOUW RAPPORT ...........................................................................................................................4 VERANTWOORDING ..........................................................................................................................5

ONDERZOEKSHYPOTHESE EN -STRATEGIE .............................................................................................14 VELDWERK ....................................................................................................................................17 GESELECTEERDE (MENG)MONSTERS EN ANALYSES .................................................................................18 GESELECTEERDE (MENG)MONSTERS EN ANALYSES FUNDATIEONDERZOEK ...................................................21

RESULTATEN ............................................................................................................................ 22 4.1 LOKALE BODEMOPBOUW..................................................................................................................22 4.2 ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ..........................................................................................................22 4.3 VELDMETINGEN GRONDWATER .........................................................................................................24 4.4 ANALYSERESULTATEN ......................................................................................................................24 4.4.1 Terminologie toetsing ......................................................................................................24 4.4.2 Resultaten bodemonderzoek ...........................................................................................25 4.4.3 Uitwerking resultaten verkennend onderzoek asbest in grond (NEN 5707) en puin (NEN 5897) ................................................................................................................................28 4.4.4 Uitwerking resultaten indicatief samenstellingsonderzoek puinverharding ....................29

5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................................ 30 5.1 SAMENVATTING .............................................................................................................................30 5.1.1 Aanleiding en doelstelling ................................................................................................30 5.1.2 Zintuiglijke waarnemingen...............................................................................................30 5.1.3 Interpretatie analyseresultaten actualiserend nader bodemonderzoek ..........................31 5.1.4 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek .......................................31 5.1.5 Interpretatie analyseresultaten verkennend onderzoek asbest .......................................32 5.1.6 Interpretatie analyseresultaten indicatief puinonderzoek ...............................................32 5.1.7 Interpretatie analyseresultaten nader bodemonderzoek zware metalen........................33 5.2 CONCLUSIES ..................................................................................................................................34 5.2.1 Kwaliteit bodem en herkomst verontreinigingen .............................................................34 5.2.2 Mate en omvang verontreinigingen

................................................................................36 5.2.3 Milieuhygiënische risico’s, ernst en spoedeisendheid ......................................................37

TABELLEN TABEL 3.1: OVERZICHT VELDWERKZAAMHEDEN EN ANALYSES ONDERZOEKSLOCATIE...................................................16 TABEL 3.2: OVERZICHT VELDWERKZAAMHEDEN EN ANALYSES ONDERGRONDSE TANKS................................................17 TABEL 3.3: GESELECTEERDE (MENG)MONSTERS EN ANALYSES GROND EN GRONDWATER.............................................18 TABEL 3.4: GESELECTEERDE (MENG)MONSTERS EN ANALYSES FUNDATIEMATERIAAL .................................................. 21 TABEL 4.1: OVERZICHT ZINTUIGELIJKE WAARNEMINGEN .......................................................................................22 TABEL 4.2: VELDMETINGEN BEMONSTERING GRONDWATER ..................................................................................24 TABEL 4.3: TOETSING ANALYSES GROND EN GRONDWATER AAN WET BODEMBESCHERMING .......................................25 TABEL 4.4: ASBESTGEHALTE FRACTIE < 20 MM IN ACTUELE CONTACTZONE ..............................................................28 TABEL 4.5: INDICATIEVE TOETSING ANALYSES FUNDATIEMATERIAAL ........................................................................29

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

2

BIJLAGEN BIJLAGE 1: GEOGRAFISCHE LIGGING BIJLAGE 2: TERREINSITUATIE MET BORINGEN, INSPECTIEGATEN EN PEILBUIZEN BIJLAGE 3: BOORPROFIELEN BIJLAGE 4: ANALYSECERTIFICATEN BIJLAGE 5: GETOETSTE ANALYSERESULTATEN EN TOETSINGSWAARDEN BIJLAGE 6: TOELICHTING TOETSINGSKADER BIJLAGE 7: FOTO’S ASBESTONDERZOEK BIJLAGE 8: MONSTERNEMINGSFORMULIER BIJLAGE 9: TOELICHTING ASBESTBEREKENINGEN BIJLAGE 10: OVERZICHTSTEKENING VERONTREINIGINGSCONTOUREN

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

3

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doelstelling onderzoek

In opdracht van Mateboer Projectontwikkeling B.V. heeft Mateboer Milieutechniek B.V. (MMT) in augustus, september en oktober 2016 een verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel. Aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van het perceel. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Doel van actualiserend nader bodemonderzoek in de grond ter plaatse van het voormalige vulpunt van de ondergrondse superbenzinetank is het actualiseren en vervolgens bepalen van de mate en omvang van de verontreiniging met minerale olie ten einde de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van een eventueel uit te voeren sanering vast te stellen. Doel van nader bodemonderzoek is bepalen van de mate en omvang van de tijdens onderhavig bodemonderzoek aangetroffen verontreinigingen met barium, zink, lood en arseen in de grond ten einde de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van een eventueel uit te voeren sanering vast te stellen.

Doel van het onderzoek naar asbest in de grond en in puin is het bepalen of de grond en het puin asbesthoudend is of niet. Het doel van het indicatieve puinonderzoek op samenstelling- en emissiewaarden is het indicatief bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van het puin ten behoeve van mogelijk hergebruik.

1.2

Opbouw rapport

In het onderhavige rapport wordt verslag gedaan van het uitgevoerde bodemonderzoek en komen de volgende aspecten aan de orde: • inventarisatie (hoofdstuk 2); • onderzoeksprogramma (hoofdstuk 3); • resultaten (hoofdstuk 4); • samenvatting en conclusies (hoofdstuk 5).

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

4

1.3

Verantwoording

Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor het gebruik door de opdrachtgever. De conclusies in dit rapport zijn alleen geldig binnen de context waarbinnen het onderzoek is uitgevoerd en het rapport is opgesteld. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie en schriftelijke toestemming van Mateboer Milieutechniek B.V. (MMT), doet dit op eigen risico. De conclusies zijn gebaseerd op de analyse van gegevens die door de opdrachtgever en derden zijn verstrekt. Wij nemen daarom geen verantwoording voor de gevolgen van fouten door verzuiming in informatie of factoren dan wel informatie die niet toegankelijk was voor MMT of die MMT niet heeft kunnen achterhalen in het normale verloop van het onderzoek. Opgemerkt wordt dat het verkennend bodemonderzoek gebaseerd is op het uitvoeren van een beperkt aantal boringen, berekend volgens de wettelijk gestelde richtlijnen. Hierdoor blijft het mogelijk dat er afwijkingen in de kwaliteit van de bodem aanwezig zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet geconstateerd zijn. Verder geeft een bodemonderzoek geen uitsluitsel over niet onderzochte stoffen en is een bodemonderzoek een momentopname. In de loop der tijd kan een eventuele verontreinigingssituatie zich wijzigen.

Voor de eventueel hieruit voortvloeiende schade of gevolgen stelt MMT zich niet verantwoordelijk. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat van de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 en conform de protocollen 2001, 2002 en 2018. Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Mateboer Milieutechniek B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Mateboer Milieutechniek B.V. is geen eigenaar van het onderzochte terrein en heeft buiten de opdracht juridisch, financieel, personeel of op andere wijze geen verbintenis met de opdrachtgever.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

5

2

INVENTARISATIE

2.1

Locatiespecifieke gegevens

(Bron: informatie offerteaanvraag Mateboer Projectontwikkeling B.V. (dhr. G. van Kuijk) d.d. 23 juni 2016, informatie bodeminformatiekaart provincie Drenthe d.d. 23 juni 2016, bodemloket.nl d.d. 23 juni 2016, informatie gemeente Meppel d.d. 30 juni 2016, informatie Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe d.d. 11 juli 2016, locatiebezoek d.d. 19 juli 2016, historisch onderzoek gemeente Meppel d.d. 19 juli 2016, veldwerk Mateboer Milieutechniek B.V., augustus en september 2016)

Het onderzoeksgebied betreft de percelen Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Meppel, sectie A en nummers 8064 en 8764. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2.000 m2. Op de onderzoekslocatie zijn twee bedrijfsgebouwen en een woonhuis gesitueerd. Prins Hendrikkade 1 Het pand Prins Hendrikkade 1 betreft het woonhuis met aangebouwd magazijn, beide verhard met een betonvloer. Op het perceel vinden, voor zover bekend, vanaf 2001 geen activiteiten meer plaats. Het buitenterrein bestaat voornamelijk uit tuin. Op de zuidoostzijde van het perceel is een puinverharding aanwezig. Op de zuidzijde van het perceel is langs de kade een asbesthoudende beschoeiing waargenomen. Door de zware begroeiing tijdens het locatiebezoek kon niet helemaal worden bekeken waar de beschoeiing begint en waar deze ophoud. Vermoedelijk gaat het om ca. 30 meter asbesthoudende beschoeiing. Tijdens het veldwerk van onderhavig bodemonderzoek (augustus 2016) is gestuit op een ondergrondse brandstoftank. Het was bekend dat een ondergrondse tank aanwezig is op het perceel Prins Hendrikkade 2, maar een ondergrondse tank op het perceel Prins Hendrikkade 1 was niet bekend. Tijdens het eerder uitgevoerde historisch onderzoek (juli 2016) zijn hier geen gegevens van aangetroffen. Prins Hendrikkade 2 Momenteel wordt het pand op de Prins Hendrikkade 2 verhuurd.

Hier worden momenteel diverse niet bodembedreigende activiteiten uitgevoerd (onder meer kleding maken/naaien en houtwerkzaamheden (onder meer timmeren van vogelhuisjes)). Tevens is een kantoortje, een keuken en loungegedeelte aanwezig. Inpandig is linoleum, laminaat en vloerbedekking aanwezig. Plaatselijk is een tegelverharding aanwezig. Het pand Prins Hendrikkade 2 betreft een voormalige werkplaats met magazijn (garage). In de periode daarna (vanaf 1993) was op het terrein in het verleden een automaterialenhandel gevestigd. Op het perceel is een ondergrondse superbenzinetank aanwezig. Uit de huidige beschikbare informatie blijkt niet dat deze is verwijderd. Het vulpunt is nabij de tank gelegen. Ten noorden van het pand (aan de Prins Hendrikkade) was in het verleden een afleverinstallatie voor superbenzine gesitueerd.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

6

Op basis van de website Bodemloket.nl blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving meerdere bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Op basis van de bodeminformatiekaart van de provincie Drenthe (website) zijn eveneens meerdere onderzoeken bekend. Dit betreffen dezelfde gegevens als welke via bodemloket bekend zijn. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek is bodeminformatie (onder meer voorgaande bodemonderzoeken/saneringen, bodembedreigende activiteiten (waaronder boven- en/of ondergrondse brandstoftanks), ophogingen en dempingen, voormalige calamiteiten en tekeningen van milieuvergunningen) opgevraagd bij de gemeente Meppel en de Regionale Uitvoeringsdienst met betrekking tot de onderzoekslocatie en aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter rondom de onderzoekslocatie. Reeds beschikbare historische informatie (op basis van historisch onderzoek uit 2000 en verkennend bodemonderzoek uit 2001) Prins Hendrikkade 1 Uit gemeentelijke dossiers blijkt dat er in 1959 een bouwvergunning is verleend voor de bouw van een werkplaats met woonhuis. Er is een Hinderwet vergunning verleend voor het vervaardigen van een constructiewerkplaats en centrale verwarmingsbedrijf met een oliegestookte kachel (aanvraag. Dhr. Beyer). In 1991 is een controle uitgevoerd.

Daarbij is geconstateerd dat er een opslag/tussenhandel van reinigingsmiddelen is gevestigd. Onder andere werden zepen, borstels, vuilniszakken, hypochloriet (200 l.) en ammoniak (200 l.) opgeslagen. In 1992 is een kennisgeving Besluit Opslag Goederen in het kader van de Wet Milieubeheer ingediend (aanvraag AFA Organisatie B.V.). Voor zover bekend is er op het terrein geen olietank aanwezig (geweest). Tijdens het historisch onderzoek en het locatiebezoek in juli 2016 is nog extra gelet op informatie (o.a. tekening milieuvergunningen e.d.) met betrekking tot een olietank ten behoeve van de kachel. Er is echter geen informatie aangetroffen. Tijdens het veldwerk van onderhavig bodemonderoek uit 2016 is tijdens de plaatsing van boringen vervolgens wel gestuit op een ondergrondse brandstoftank (westzijde onderzoekslocatie). Prins Hendrikkade 2 In 1937 is een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een woonhuis. In 1952 is een Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten van een graanzuiginstallatie. In 1964 is een bouwvergunning verleend voor de bouw van 10 autoboxen (aanvraag Hartsuiker). Tot 1977 was op het perceel een graanoverslag-bedrijf gevestigd. In 1977 is een bouwvergunning verleend voor het gedeeltelijk veranderen van een garagebedrijf. In 1978 is een Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten en in werking brengen en houden van een garagebedrijf.

In 1979 is een uitbreidingsvergunning verleend voor een verkoopstation voor motorbrandstoffen door bijplaatsing van een ondergrondse tank (6.000 liter) voor superbenzine met afleverinstallatie (aanvraag A. Alberts). In 1993 is een Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een automaterialenhandel.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

7

Uit de gegevens van 2000 blijkt dat ondergrondse benzinetank waarschijnlijk nog aanwezig is. De afleverzuil is niet meer aanwezig. Informatie gemeente Meppel en uitvoeringsdienst Uit de informatie van de gemeente en de uitvoeringsdienst blijkt het volgende: Van de locatie Prins Hendrikskade 2 zijn bij de gemeente Meppel (in bis) de volgende bodemonderzoeken bekend: • Royal Haskoning, rapportnummer: h2570.a0/r038/rhw/ah, d.d. 01-01-2001; • Royal Haskoning, rapportnummer: 9M8819.01/R001/JLO, d.d. 27-06-2003. In het systeem wordt melding gemaakt van een historisch onderzoek (d.d. 01-04-2000), hiervan zijn in bis verder geen gegevens beschikbaar, wellicht vindbaar in het archief bij de gemeente. Uit het HBB blijkt dat op de locatie o.a. een transportbedrijf, auto en onderdelenhandel en een benzine service station gevestigd zijn (geweest). Onderzoeken in de omgeving: Prins Hendrikkade: • EcoReest, rapportnummer: ER000425, d.d. 30-05-2000. Schuttevaerhaven: • Royal Haskoning, rapportnummer: 9P8704.01, d.d. 01-02-2005. • Niebeek Milieumanagement BV, rapportnummer: 1783-v01, d.d. 12-01-2007. Buitenhaven: • Niebeek Milieumanagement BV, rapportnummer: 9p8704.01, d.d. 01-02-2005. • Niebeek Milieumanagement BV, rapportnummer: 1783-04-vO1, d.d. 31-01-2007. • Niebeek Milieumanagement BV, rapportnummer: 1783-04-vO2, d.d. 02-08-2007.

Ceintuurbaan: • Heidemij Advies, rapportnummer: 631/NA91/A014/3.4343, d.d. 01-01-1991. Verder zijn bij de gemeente en uitvoeringsdienst geen gegevens bekend. Historisch onderzoek Mateboer Milieutechniek Op basis van de bovenstaande informatie is een historisch onderzoek uitgevoerd bij de gemeente Meppel (d.d. 19 juli 2016). Hierbij zijn alle door de gemeente en uitvoeringsdienst beschikbare dossiers doorgenomen. Hieronder zijn de resultaten opgenomen. Vermeldt moet worden dat eveneens een aantal rapporten zijn geleverd door de opdrachtgever (ook rapporten welke niet aanwezig waren bij de gemeente). Voorgaande (bodem)onderzoeken Verkennend bodemonderzoek Prins Hendrikkade 2 te Meppel, Tauw Milieu B.V., R3466531.H01, d.d. 1995 In 1995 is door Tauw Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht op de locatie Prins Hendrikstraat 2. Aanleiding van dit onderzoek vormt de transactie van het terrein. Het onderzoek heeft zich gericht op het bebouwde deel van het terrein. Zintuiglijk zijn in de bodem geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op eventuele bodemverontreiniging.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

8

Uit de resultaten blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie boven de streefwaarden zijn gemeten. De overige onderzochte stoffen in de boven- en ondergrond zijn niet verhoogd gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan benzeen, tolueen en xylenen boven de streefwaarden aangetoond. Historisch onderzoek Prins Hendrikkade 2, Haskoning, H2570.A0/R005/SRO/AHA, d.d. 6 april 2000 In opdracht van de provincie Drenthe is door Oranjewoud (1990) een lijst met voormalige bedrijfslocaties opgesteld. Aangezien deze locatie op de lijst stond is een onderzoek uitgevoerd. Op basis van de activiteiten van autobedrijf Alberts komt deze locatie in aanmerking voor een oriënterend bodemonderzoek. Hierbij dient aandacht te worden geschonken aan: ondergrondse tank voor superbenzine (6.000 liter); vulpunt voor deze tank; brandstofafleverzuil en leidingwerk; werkplaats garage; smeerolieopslag. Uit het historisch onderzoek blijkt dat in de archieven van de gemeente Meppel geen gegevens zijn aangetroffen waaruit blijkt dat bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden bij het bedrijf Van Dijk Automaterialen (handel in automaterialen). Dit bedrijf is vanaf 1993 op de locatie Prins Hendrikkade 2 gevestigd. Oriënterend bodemonderzoek Prins Hendrikkade 2 te Meppel, Haskoning, H2570.A0/R038/RHW/AHA, d.d.

2001 In 2001 is door Haskoning in opdracht van de provincie een oriënterend bodemonderzoek verricht. Aanleiding voor het onderzoek is het vermoeden van een bodemverontreiniging gerelateerd aan voormalige bedrijfsactiviteiten. In het rapport wordt aanbevolen om ter plaatse van de tankinstallatie een bodemonderzoek te laten uitvoeren. Verkennend bodemonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, Eco-Reest, 010527, d.d. 27 juli 2001 In opdracht van Brands van Os Bouwontwikkeling is door Eco-Reest B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel. Tijdens het bodemonderzoek zijn de volgende locaties onderzocht: Ondergrondse benzinetank (6.000 liter); Voormalig vulpunt; Voormalige afleverzuil; Werkplaats/garage; Overig terrein. Onderstaand zijn de analyseresultaten per deellocatie besproken:

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

9

Ondergrondse benzinetank In de grond (traject: 0,8 – 1,1 m –mv.) zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. In het grondwater nabij de benzinetank is een licht verhoogd gehalte aan tetrachlooretheen (PER) aangetoond. Verder zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Voormalige vulpunt In de bovengrond ter plaatse van boring 12 (traject: 0,0 – 0,7 m –mv.) is een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond, dit bevestigd de zintuiglijke waarneming. In de ondergrond (traject: 0,7 – 1,4 m –mv.) is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Ter plaatse van boring 11 (traject: 0,1 – 0,4 m –mv.) is eveneens een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Op basis van het oliepatroon wordt in de rapportage geconcludeerd dat het vermoedelijk een middelzwaar tot zware oliefractie (mogelijk afgewerkte olie) betreft. De oorzaak is, volgens de rapportage, mogelijk te relateren aan opslag van afgewerkte olie in de benzinetank. Het grondwater ter plaatse van het vulpunt is niet onderzocht. Voormalige afleverzuil In het grondmonster van de bovengrond ter plaatse van boring 14 is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Het verhoogde gehalte is mogelijk veroorzaakt door morsverliezen bij het tanken.

In het onderzochte monster ter plaatse van boring 23 zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 23 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Werkplaats/garage In het onderzochte bovengrondmonster ter plaatse van de werkplaats/garage zijn licht verhoogde gehalten aan lood, zink en PAK aangetoond. In de ondergrond is eveneens een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. De aangetroffen licht verhoogde gehalten zijn mogelijk te relateren aan de bijmengingen met puin en de voormalige bedrijfsactiviteiten ter plaatse. In de bovengrond ter plaatse van de olieopslag (boring 30) is geen verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Overig terrein In de grond- en grondwatermonsters ter plaatse van het overige terrein zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de rapportage wordt het uitvoeren van een nader bodemonderzoek naar de omvang van de verontreiniging met minerale olie in de grond ter plaatse van het vulpunt (boring 12; 0,00,7 m –mv.) aanbevolen. Nader bodemonderzoek Prins Hendrikkade 2 te Meppel, Eco-Reest, 010826, d.d. 9 november 2001 Naar aanleiding van de resultaten van bovenstaand verkennend bodemonderzoek heeft EcoReest een nader bodemonderzoek verricht naar de sterke olieverontreiniging ter plaatse van het voormalige vulpunt op perceel Prins Hendrikkade 2 te Meppel.

In de grond is ter plaatse van boring 101 een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In de onderzochte monsters van de boringen 100 en 103 zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. In het grondwater ter plaatse van boring 12 (in de kern) zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

10

De omvang van de verontreiniging met minerale olie wordt in de rapportage geschat op circa 15 m3, waarvan circa 2 m3 verontreinigd boven de interventiewaarde. Op basis hiervan is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Geadviseerd wordt de verontreiniging onder milieukundige begeleiding te verwijderen. Hiervoor dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld, dat ter goedkeuring moet worden ingediend bij de gemeente Meppel (bevoegd gezag). Geadviseerd wordt de funderingen ter plaatse van de verontreiniging niet te verwijderen tijdens de sloop, maar tijdens de sanering te verwijderen, teneinde onnodige verspreiding van verontreinigingen te voorkomen. Verkennend bodemonderzoek Prins Hendrikkade 2 te Meppel, Eco-Reest, 021059, d.d. 8 november 2002 In 2002 is door Eco-Reest in opdracht van Woonconcept Vastgoed, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel Prins Hendrikkade 2 te Meppel. Aanleiding vormde de eigendomsoverdracht. Doelstelling was de actualisatie van de bestaande bodemonderzoeksgegevens. Tijdens het verkennend bodemonderzoek zijn de volgende locaties onderzocht: - ondergrondse benzinetank; - voormalig vulpunt; - voormalige afleverzuil; - werkplaats/garage.

Onderstaand zijn de onderzoeksresultaten per deellocatie besproken: Ondergrondse benzinetank In de grond zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Het grondwater is niet onderzocht. Voormalig vulpunt In het onderzochte bovengrondmonster ter plaatse van boring 203 (traject: 0,0 – 0,5 m –mv.) zijn licht verhoogde gehalten aan tolueen, xylenen en minerale olie aangetoond. De streefwaardecontour ligt, op basis van de rapportage, circa 1 meter noordelijker dan op basis van het nader bodemonderzoek werd ingeschat. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Voormalige afleverzuil In het onderzochte bovengrondmonster van boring 205 zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Werkplaats/garage In het onderzochte bovengrond- en ondergrond-mengmonster zijn licht verhoogde gehalten aan PAK aangetoond. De gehalten kunnen, volgens de rapportage, een gevolg zijn van de voormalige bedrijfsactiviteiten ter plaatse. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. De resultaten van het bodemonderzoek zijn vergelijkbaar met het voorgaande onderzoek.

Hieruit kan geconcludeerd worden dat de bedrijfsactiviteiten van het afgelopen jaar de bodemkwaliteit niet heeft beïnvloed.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

11

In de rapportage wordt geconcludeerd dat de verontreiniging met minerale olie in de grond ter plaatse van het vulpunt zich nog niet heeft verspreid naar het grondwater. Geadviseerd wordt de verontreiniging onder milieukundige begeleiding te verwijderen. Hiervoor dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld, dat ter goedkeuring moet worden ingediend bij de gemeente Meppel (bevoegd gezag). Tijdens de sloopwerkzaamheden van de bestaande gebouwen dient al rekening gehouden te worden met de verontreiniging. In het rapport wordt geadviseerd de fundering ter plaatse van de verontreiniging niet tijdens de sloopwerkzaamheden, maar tijdens de sanering te verwijderen, teneinde onnodige verspreiding van de verontreiniging te voorkomen. Oriënterend bodemonderzoek Prins Hendrikkade 2 te Meppel, Royal Haskoning, 9M8819.01, d.d. 27 juni 2003 Aanleiding voor het onderzoek vormt het uitgevoerde historisch onderzoek van september 2001 (Royal Haskoning, H2570.AO/R058/RHW/AHA) waarbij is aanbevolen bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van de voormalige tankinstallatie. Uit de resultaten blijkt dat de bovengrond incidenteel sterk puinhoudend is. Tevens is incidenteel een muffe geur in de grond waargenomen. Er zijn geen olie/waterreacties in de grond waargenomen. Wel zijn lichte oliegeuren waargenomen.

Analytisch is ter plaatse van de garage in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. De overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd aangetoond. In het grondwater zijn geen van de onderzochte stoffen in verhoogde gehalten gemeten. Er is geen aanleiding voor de uitvoering van een nader bodemonderzoek. Er wordt in 1e instantie gesproken over een bodemonderzoek ter plaatse van de voormalige tankinstallatie, maar in werkelijk is de gehele garage (incl. pompeiland, vulpunt, 6.000 liter superbenzine tank) onderzocht. Bodemonderzoeken naastgelegen percelen binnen een straal van 25 meter rondom onderzoekslocatie Verkennend bodemonderzoek Prins Hendrikkade te Meppel, Eco Reest B.V., 000425, d.d. 30 mei 2000 In opdracht van de gemeente Meppel is een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Prins Hendrikkade ten behoeve van de voorgenomen herinrichting van de weg. Een klein deel van deze veel grotere onderzoekslocatie ligt ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen aangetoond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan zink en PAK aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan arseen, chroom, lood, zink en xylenen aangetoond. Waterbodemonderzoek Buitenhaven te Meppel, Royal Haskoning B.V., 9P8704.01, d.d.

1 februari 2005 De aanleiding van het waterbodemonderzoek wordt gevormd door het voornemen het in de watergang aanwezige slib te verwijderen. Deze onderzoekslocatie bevindt zich ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie.De sliblaag boven de onderhoudsdiepte is kwalitatief beoordeeld als klasse 2 (op basis van de parameters kwik en PAK).

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

12

Waterbodemonderzoek Schuttevaerhaven te Meppel, Royal Haskoning B.V., 9P8704.01, d.d. 1 februari 2005 De aanleiding van het waterbodemonderzoek wordt gevormd door het voornemen het in de watergang aanwezige slib te verwijderen. Deze onderzoekslocatie bevindt zich ten zuiden van onderhavige onderzoekslocatie. De sliblaag boven de onderhoudsdiepte is kwalitatief beoordeeld als klasse 2 en 3 (op basis van de parameters kwik en PAK). Verkennend waterbodemonderzoek Havens Meppel, Niebeek B.V., 1783 – v01, d.d. 12 januari 2007 De gemeente Meppel is voornemens een viertal havens te baggeren. Reden hiervoor is een aantal nautische knelpunten in de verschillende havens. Het betreft de havens Westeinde, Schuttevaerhaven, Buitenhaven en Woonschepenhaven. Voor onderhoudswerkzaamheden mogen de resultaten ten hoogste 2 jaar oud zijn, daarom dient nieuw onderzoek te worden verricht. Uit het onderzoek blijkt dat 16.440 m³ dient te worden gebaggerd. Hiervan is ca. 2.226 m³ klasse 2 slib (op basis van kwik, PAK, g-HCH en PCB -153). Ca. 10.235 m³ is klasse 3 slib (op basis van PAK en deels PCB (woonscheperhaven)). Daarnaast is 2.512 m³ zwaar verontreinigd (klasse 4 slib op basis van chroom). Dit klasse 4 slib bevindt zich ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie (=Buitenhaven).

Ter plaatse van de Schuttevaerhaven betreft de oostelijke helft klasse 3 slib en de westelijke helft klasse 2 slib. Evaluatie baggeren havens Meppel, Niebeek B.V., 1820-03 v01, d.d. 11 maart 2008 In de periode van 15 oktober t/m 13 december 2007 zijn in opdracht van de gemeente Meppel baggerwerkzaamheden uitgevoerd in de Schuttevaerhaven en haven Westeinde te Meppel. Na afronding van de baggerwerkzaamheden is de watergang baggertechnisch gekeurd en goedgekeurd. Daarna is de kwaliteit van de achtergebleven waterbodem opnieuw vastgesteld. Daaruit bleek dat de waterbodem in de Schuttevaerhaven als klasse 2 geclassificeerd kan worden. Verder zijn tijdens het historisch onderzoek geen andere van toepassing zijnde rapporten aangetroffen en zijn geen andere rapporten door de opdrachtgever aangeleverd.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

13

3

ONDERZOEKSPROGRAMMA

3.1

Onderzoekshypothese en -strategie

Bij het opstellen van het onderzoeksprogramma voor het verkennend- aanvullend en actualiserend bodemonderzoek is uitgegaan van de protocollen: • Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740, januari 2009); • Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740/A1, februari 2016); • Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5707, augustus 2015); • Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897, augustus 2015); • Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, NTA 5755, juli 2010.

Op basis van de huidige beschikbare gegevens zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie vijf deellocaties te onderscheiden: • Deellocatie A: voormalig vulpunt (actualiserend nader onderzoek); • Deellocatie B: ondergrondse superbenzinetank (6.000 liter) Prins Hendrikkade 2; • Deellocatie C: overig terrein (circa 2.000 m2); • Deellocatie D: puinverharding (halfverhardingslaag, circa 300 m2); • Deellocatie E: ondergrondse (vermoedelijke) HBO-tank (circa 10.000 liter) Prins Hendrikkade 1. Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Op basis van het historisch onderzoek (juli 2016) blijkt dat de onderzoekslocatie in het verleden meerdere keren is onderzocht. Alle verdachte deellocaties zijn hierbij destijds (meerdere keren) afdoende onderzocht. Aangezien na deze periode geen voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden wordt wederom onderzoek ter plaatse van de verdachte deellocaties uit het verleden niet zinvol geacht. Een uitzondering hierop betreft de niet meer in gebruik zijnde ondergrondse superbenzinetank. Het is niet bekend of deze tank in de periode van 2002 (=laatste bodemonderzoek) t/m heden (2016) heeft gelekt (als er toch nog residu in aanwezig is/was) en toch mogelijk nog een bodemverontreiniging heeft veroorzaakt.

En aangezien de tank vanwege de herontwikkeling op de locatie verwijderd gaat worden (is verplicht om onder KIWA richtlijnen te verwijderen) is een actualiserend bodemonderzoek conform protocol NEN 5740 ter plaatse van de ondergrondse tank uitgevoerd. Voor het onderzoek ter plaatse van de deellocaties B (ondergrondse superbenzinetank (circa 6.000 liter) t.p.v. het perceel Prins Hendrikkade 2) en E (ondergrondse (vermoedelijke) huisbrandolietank (circa 10.000 liter) t.p.v. het perceel Prins Hendrikkade 1) is een onderzoeksstrategie uit paragraaf 5.4 (VEP-OO): “Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks” uit de NEN 5740 als doelmatig beschouwd ter bepaling van de actuele kwaliteit van de bodem ter plaatse.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

14

De laatst genoemde ondergrondse brandstoftank is tijdens het veldwerk van onderhavig verkennend bodemonderzoek (2016) aangetroffen. Voor deellocatie C (overig terrein) is een onderzoeksstrategie op basis van de NEN 5740 voor een “onverdachte, niet-lijnvormige locatie” (ONV-NL, Hoofdstuk 5, paragraaf 5.1) als doelmatig beschouwd voor het bepalen van de actuele bodemkwaliteit. Onderzoeksmethodiek verkennend bodemonderzoek asbest in bodem (NEN 5707) Langs een klein deel van het perceel (deellocatie C, overig terrein) is een beschoeiing van asbest waargenomen. Derhalve is de locatie verdacht met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de bodem. Op basis van de huidige beschikbare informatie is voor deellocatie C (overig terrein) de hypothese “verdacht” gesteld en wordt de onderzoeksstrategie zoals beschreven in paragraaf 6.4.5. (verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld) van de NEN 5707 als uitgangspunt gebruikt voor het onderzoek naar het voorkomen van asbest in de bodem. Onderzoeksmethodiek verkennend bodemonderzoek asbest in puin (NEN 5897) Op de zuidzijde van het perceel Prins Hendrikkade 1 (deellocatie D) is een puinverharding (halfverhardingslaag) aanwezig (ca. 300 m²). Op deze locatie is conform de NEN 5897 de puinverharding onderzocht.

Voor het onderzoek asbest is de onderzoeksstrategie zoals beschreven in paragraaf 6.5.2 (halfverhardingslagen) van de NEN 5897 als uitgangspunt gebruikt voor het onderzoek naar het voorkomen van asbest in het puin. In totaal is, ter controle van de visuele beoordeling, 1 mengmonster samengesteld van de halfverhardingslaag. Indicatief puinonderzoek Tevens is van de halfverhardingslaag (deellocatie D) indicatief een mengmonster samengesteld. Het puin is geanalyseerd op de organische parameters minerale olie, PAK en PCB’s. Tevens zijn schudtesten (verkorte uitloogproeven) uitgevoerd, waarna het eluaat is onderzocht op het gehalte aan zware metalen ten behoeve van de bepaling van de emissie van zware metalen. De analyse is vervolgens indicatief getoetst aan de maximale samenstellings- en emissiewaarden bouwstoffen uit de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage A, behorende bij paragraaf 3.3). (Actualiserend) nader bodemonderzoek (deellocatie A; Vulpunt superbenzinetank) Uit de NTA 5755 zijn de volgende onderdelen van toepassing: Paragraaf 6.2 voor het bepalen van de ernst van verontreiniging; Paragraaf 6.3 voor het bepalen van de spoed van sanering; Paragraaf 6.4 voor het bepalen van de omvang van verontreiniging; Paragraaf 6.5 voor onderzoek in het kader van de zorgplicht Wet bodembescherming/Wet Milieubeheer.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

15

De opzet van het nader onderzoek is opgezet volgens de Nederlandse Technische Afspraak (NTA 5755) voor nader onderzoek in landbodem. Ten behoeve van het opstellen van een passende onderzoeksopzet is gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model. Dit heeft tot doel, de onderzoeksopzet zo goed mogelijk te laten aansluiten op de situatie ter plaatse. De werkzaamheden ter plaatse van onderhavige onderzoekslocaties zijn samengevat weergeven in de tabellen 3.1 en 3.2. Tabel 3.1: Overzicht veldwerkzaamheden en analyses onderzoekslocatie Veldwerk (boringen) onderzoekslocatie (oppervlakte)

gat 0,3x0,3x 0,5 m (lxbxd)

Chemische analyses boring tot 0,5 m –mv.

boring tot 1,5 m –mv .

boring tot 2,0 m –mv

boringen met peilbuis

grond

grondwater

1 x minerale olie en vluchtige aromaten, MTBE en ETBE

Actualiserend nader bodemonderzoek

Deellocatie A: voormalige vulpunt (ca. 10 m2)

-

-

-

4

1*

2x NEN 5740-grond 2x vluchtige aromaten 6 x minerale olie en vluchtige aromaten 1 steekbus van de kern op vluchtige aromaten 4x zware metalen

9

8

2

1

6 x NEN 5740-grond 11 x zware metalen 4x zink

1 x NEN 5740grondwater 1x minerale olie en vluchtige aromaten

-

3

-

5 x NEN 5707** (fractie <20 mm)

-

-

1 x NEN 5897 1 x samenstellingsonderzoek organische parameters 1 x Schudtestonderzoek eluaat, op zware metalen

-

Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Deellocatie C: overig terrein (ca. 2.000 m²)

-

Verkennend onderzoek asbest in grond (NEN 5707) Deellocatie C: overig terrein (ca. 2.000 m2)

13**/***

-

Verkennend onderzoek asbest in puin (NEN 5897) en indicatief puinonderzoek

Deellocatie D: puinverharding (ca. 300 m²)

4

-

-

-

□ zware metalen (As, Ba, Cd, Co, Cr, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ PCB’s □ minerale olie (GC) □ PAK –VROM NEN5740-water: □ zware metalen (As, Ba, Cd, Co, Cr, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ btexn □ vluchƟge organische halogeenverbindingen □ vinylchloride □ minerale olie Veldmetingen in het grondwater: □ zuurgraad (pH) □ elektrisch geleidingsvermogen (EC) □ temperatuur (0C) □ troebelheid (FTU) Het grondwater is conform protocol minimaal een week na plaatsing van de peilbuizen bemonsterd. *) De peilbuis is geplaatst in de kern van de verontreiniging ter plaatse van boring 12 op basis van de voorgaande bodemonderzoeken uit 2001; **) Twee aanvullende asbestinspectiegaten zijn geplaatst op de erfgrens met het achterliggende haven vanwege de asbesthoudende beschoeiing, welke zijn waargenomen tijdens de uitvoering van het veldwerk. Hier is van de bovengrond 1 separaat mengmonster samengesteld; ***) Ter plaatse van het perceel Prins Hendrikkade 1 is onder de puinverharding tot een diepte van 0,5 m –mv. grond waargenomen. Hiervan zijn twee mengmonsters samengesteld.

NEN5740-grond:

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

16

Tabel 3.2: Overzicht veldwerkzaamheden en analyses ondergrondse tanks Aantal boringen Locatie

Boring tot 0,5 m – onderzijde tank

Boring met peilbuis

Analyses Grond

Grondwater

Deellocatie B: 2 x NEN 5740 incl. Ondergrondse 1 x minerale olie en vluchtige vluchtige aromaten** superbenzine tank 2 1 aromaten 1 x minerale olie en (inhoud max. 6.000 1 x MBTE/ETBE vluchtige aromaten liter)*/*** Deellocatie E: Tijdens veldwerk aangetroffen 2 x NEN 5740 incl. ondergrondse vluchtige aromaten** 1 x minerale olie en vluchtige 2 1 huisbrandolietank 2 x minerale olie en aromaten (inhoud max. 10.000 vluchtige aromaten liter) *) Het voormalige ontluchtingspunt is binnen 2 meter van de wand van de tank gelegen en het leidingwerk van het vulpunt tot aan de wand van de tank betreft niet meer dan 5 meter. Derhalve is het niet noodzakelijk om hier aanvullende boringen te plaatsen. Aangezien ter plaatse van de voormalige vulpunt al een actualiserend onderzoek gaat plaatsvinden vanwege de in het verleden aangetoonde sterke grondverontreiniging heeft ter plaatse van het vulpunt m.b.t. het verkennend bodemonderzoek geen bodemonderzoek plaatsgevonden; **) Vanwege puinbijmengingen in de grond is de analyse uitgebreid met NEN 5740 pakketten incl. vluchtige aromaten (i.p.v. alleen een minerale olie en vluchtige aromatenpakket); ***) Het protocol NEN 5740 geeft aan dat indien de voormalig opgeslagen brandstof benzine vanaf 1988 betreft de grondwatermonsters onderzocht dienen te worden op MTBE/ETBE.

In onderhavig geval is niet exact bekend tot wanneer de ondergrondse tank in gebruik is geweest. Uit de reeds bekende informatie blijkt dat het naastgelegen pompeiland in 2000 niet meer in gebruik was. Het is echter niet exact bekend wanneer het pompeiland precies is ontmanteld (vermoedelijk rond 1993 toen het bedrijf Van Dijk zich ging vestigen op de locatie). Voor de zekerheid zijn MTBE/ETBE ter plaatse van de voormalige superbenzinetank meegenomen in de grondwateranalyse.

Naar aanleiding van het tijdens onderhavig bodemonderzoek aantreffen van plaatselijk matig tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen in de grond is vervolgens in verschillende fasen een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Van de representatieve grond(meng)monsters is tevens het humus- en lutumgehalte bepaald in het laboratorium. De geplaatste peilbuizen zijn conform het protocol minimaal 1 week na plaatsing bemonsterd.

3.2

Veldwerk

Verkennend- en nader bodemonderzoek Het veldwerk is uitgevoerd op 30 en 31 augustus en 15 en 22 september 2016 conform de SIKB BRL 2000 en protocol 2001 door gecertificeerde monsternemers dhr. M. Zunnenberg en P.S. Rinsma van Mateboer Milieutechniek B.V. De geplaatste peilbuizen zijn direct na plaatsing goed afgepompt en vervolgens bemonsterd op 12 september 2016 conform de SIKB BRL 2000 en protocol 2002 door gecertificeerd monsternemer de heer P.S. Rinsma van Mateboer Milieutechniek B.V. In het veld is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op verontreinigingskenmerken zoals kleur, bodemvreemde bijmengingen (zoals bijvoorbeeld asbest) en olie-water reactie. De grond is maximaal per halve meter en per zintuiglijk afwijkende bodemlaag bemonsterd.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

17

Verkennend bodemonderzoek asbest in grond en puin (NEN 5707 en NEN 5897) Het veldwerk (visuele inspectie van het maaiveld en onderzoek in bodem/puin) is eveneens uitgevoerd op 30 en 31 augustus 2016 door de SIKB BRL 2000 en protocol 2018 gecertificeerde monsternemers dhr. M. Zunnenberg en P.S. Rinsma van Mateboer Milieutechniek B.V. In het veld is het maaiveld, de grond en het puin visueel beoordeeld op asbest. In bijlage 2 is de ligging van de uitgevoerde boringen, peilbuizen en inspectiegaten weergegeven. In bijlage 3 zijn de boorprofielen van de afzonderlijke boringen en inspectiegaten opgenomen.

3.3

Geselecteerde (meng)monsters en analyses

Na uitvoering van het veldwerk zijn, mede op basis van de zintuiglijke waarnemingen in het veld, een aantal (meng)monsters geselecteerd voor chemisch analytisch onderzoek in het milieulaboratorium. In onderstaande tabel 3.3 zijn de geselecteerde (meng)monsters en analyses van grond en grondwater weergegeven. Tabel 3.3: Geselecteerde (meng)monsters en analyses grond en grondwater Code

Zintuiglijk*

Monsters

Interval (m –mv.)

Analyse

Actualiserend nader bodemonderzoek Deellocatie A: voormalig vulpunt A01-1

Bovengrond, zand/ matig puinhoudend

A01.1

0,0 – 0,5

A01-2

Ondergrond, zand/ matige olie-waterreactie

A01.2

0,5 – 0,7

A01.3

0,7 – 1,0

A01-3 A01-4 A01-8 A02-1 A03-1 A04-1 A05-1 MA1 MA2 MA3 MA4 Pb A01

Ondergrond, zand/ zwakke olie-waterreactie Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Ondergrond, zand/ matige olie-waterreactie Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Boven- en ondergrond, zand/ matig puinhoudend Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Boven- en ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Boven- en ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Boven- en ondergrond, zand/ zwak tot matig puinhoudend Boven- en ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Grondwater/ zintuiglijk schoon

NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum Minerale olie en vluchtige aromaten Minerale olie en vluchtige aromaten

A01.4

1,0 – 1,5

A01.8

0,5 – 0,7 (steekbus)

Vluchtige aromaten

A02.1

0,07 – 0,5

Zware metalen

A03.1

0,0 – 0,5

Zware metalen

A04.1

0,2 – 0,7

Zware metalen

A05.1

0,07 – 0,5

Zware metalen

A02.1+A02.2

0,07 – 1,0

A03.1+A03.2

0,0 – 1,0

A04.1+A04.2

0,2 – 1,0

A05.1+A05.2

0,07 – 1,0

A01-1-1

2,0 – 3,0 (peilfilter)

Minerale olie en vluchtige aromaten Minerale olie en vluchtige aromaten Minerale olie en vluchtige aromaten Minerale olie en vluchtige aromaten Minerale olie en vluchtige aromaten MTBE+ETBE

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

18

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Deellocatie B: ondergrondse superbenzine tank (6.000 liter) B02-1

MB1 MB2 Pb B01

Bovengrond, zand/ matig puinhoudend Ondergrond, zand/ zwak puinhoudend, brokken beton en resten teer van tank Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Grondwater/ zintuiglijk schoon

B02.1

0,0 – 0,5

B01.3+B02.3+B02.4

1,0 – 2,0

B03.3+B03.4+B03.5

1,0 – 2,5

B01-1-1

2,0 – 3,0 (peilfilter)

NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum Minerale olie en vluchtige aromaten Minerale olie en vluchtige aromaten MTBE+ETBE

Deellocatie C/D: overig terrein (circa 2.000 m2) MC1

Boven- en ondergrond, zand/ matig puinhoudend

MC2

Bovengrond, zand/ sporen puin tot zwak puinhoudend

MC3 MC4 MC5

Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Ondergrond, zand/ zwak puinhoudend

C06.1+D02/C13.2+ D03/C14.2+D01.2 C01.1+C02.1+C03.1+ C04.1+C05.1+C08.1+ C11.1+C12.1

0,15 – 0,8

NEN 5740-grond Humus en lutum

0,0 – 0,5

NEN 5740-grond Humus en lutum NEN 5740-grond Humus en lutum NEN 5740-grond Humus en lutum NEN 5740-grond Humus en lutum

C07.1+C09.1+C10.1

0,0 – 0,5

D02/C13.1+D03/C14.1+ D01.1+D04.1

0,15 – 0,6

C03.2+C03.3+C01.4

0,5 – 2,0 0,4 – 2,0

NEN 5740-grond Humus en lutum

MC6

Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon

C01.2+C02.2+C06.2+C08.2+ D02/C13.3+C01.3+C02.3+ D03/C14.4+C02.4+C03.4

Pb C01

Grondwater/ zintuiglijk schoon

C01-1-1

2,0 – 3,0 (peilfilter)

NEN 5740-grondwater Minerale olie en vluchtige aromaten

D01.1

0,2 – 0,4

Zink

D02/C13.1

0,2 – 0,6

Zink

D03/C14.1

0,15 – 0,3

Zink

D04.1

0,25 – 0,6

Zink

Uitsplitsing mengmonster MC4 D01-1 D02/C13-1 D03/C14-1 D04-1

Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon

Deellocatie E: ondergrondse (vermoedelijke) HBO-tank (circa 10.000 liter) E01-1

Bovengrond, zand/ zwak puinhoudend

E01.1

0,05 – 0,5

E03-3

Ondergrond, zand/ zwakke olie-waterreactie

E03.3

1,0 – 1,5

ME1

Boven- en ondergrond, zand/ zwak puinhoudend

E02.1+E02.2

0,05 – 1,0

E01.3+E02.3+E02.4+E01.5

1,0 – 2,2

E01-1-1

2,0 – 3,0 (peilfilter)

NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum Minerale olie en vluchtige aromaten NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum Minerale olie en vluchtige aromaten Minerale olie en vluchtige aromaten

D04.2

0,6 – 1,0

Zware metalen

100.1

0,2 – 0,4

Zware metalen

100.2

0,4 – 0,8

Zware metalen

ME2 Pb E01

Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Grondwater/ zintuiglijk schoon

Nader bodemonderzoek: afperking boring D04 (fase 1) D04-2 100-1 100-2

Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Bovengrond, zand/ matig puinhoudend Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

19

101-1 102-2 103-1

Boven- en ondergrond, zand/ matig puinhoudend Ondergrond, zand/ zwak puinhoudend Bovengrond, zand/ sporen puin

101.1

0,2 – 0,7

Zware metalen

102.2

0,4 – 0,6

Zware metalen

103.1

0,05 – 0,5

Zware metalen

201.1

0,0 – 0,4

Zware metalen

201.2

0,4 – 0,9

Zware metalen

201.3

0,9 – 1,3

Zware metalen

202.1

0,05 – 0,45

Zware metalen

203.1

0,1 – 0,4

Zware metalen

204.1

0,05 – 0,5

Zware metalen

101.3

0,8 – 1,1

Arseen

201.4

1,3 – 1,8

Arseen

202.3

0,05 – 0,5

Arseen

Nader bodemonderzoek: afperking boring 100 en 101 (fase 2) 201-1 201-2 201-3 202-1 203-1 204-1

Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Ondergrond, zand/ matig puinhoudend, brokken asfalt Ondergrond, zand/ brokken baksteen Bovengrond, zand/ zwak puinhoudend Bovengrond, zand/ zwak puinhoudend Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon

Nader bodemonderzoek: afperking boring 201 (fase 3) 101-3 201-4 202-3

Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Ondergrond, veen/ zintuiglijk schoon

Verkennend onderzoek asbest in grond NEN 5707 AS2 AS3 AS4 AS5 AS6

Grond, zand/ zintuiglijk schoon Grond, zand/ matig puinhoudend Actuele contactzone, zand/ zintuiglijk schoon, Grond, zand/zwak puinhoudend Grond, zand/zwak puinhoudend

D01+D02/C13+D03/C14+ D04

0,2 – 0,6

D01+D02/C13+D03/C14

0,3 – 0,8

C09+C10

0,0 – 0,5

C02+C07+C11+C12

0,05 – 0,5

C03+C04+C05

0,05 – 0,5

NEN 5707 asbest in grond NEN 5707 asbest in grond NEN 5707 asbest in grond NEN 5707 asbest in grond NEN 5707 asbest in grond

Verkennend onderzoek asbest in puin NEN 5897 Actuele contactzone/ D01+D02/C13+D03/C14+ NEN 5897 asbest 0,0 – 0,25 volledig puin D04 in puin NEN5740-grond: □ zware metalen (As, Ba, Cd, Co, Cr, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ PCB’s □ minerale olie (GC) □ PAK -VROM NEN5740-water: □ zware metalen (As, Ba, Cd, Co, Cr, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ btexn □ vluchtige organische halogeenverbindingen □ vinylchloride □ minerale olie *) Zie tevens bijlage 3: boorstaten AS1

De ligging van de boorpunten, peilbuizen en inspectiegaten zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2 (situatie met boringen, peilbuizen en inspectiegaten). De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd door het conform NEN-EN-ISO 14001:2004-TÜV erkende laboratorium Analytico te Barneveld. De asbestanalyses zijn uitgevoerd door het door RvA-Testen geaccrediteerde Laboratorium van Fibrecount te Rotterdam. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 4. De getoetste analyseresultaten en de toetsingswaarden zijn weergegeven in bijlage 5.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

20

3.4

Geselecteerde (meng)monsters en analyses fundatieonderzoek

In onderstaande tabel 3.4 zijn de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 3.4: Geselecteerde (meng)monsters en analyses fundatiemateriaal Code

Zintuiglijk

Monsters

Interval (m –mv.)

Analyse

0,0 – 0,25

Samenstellingsonderzoek organische parameters en schudtestonderzoek eluaat, op zware metalen

Deellocatie D: indicatief puinonderzoek

PU1

Actuele contactzone/ volledig puin

D01+D02/C13+D03/C14+D04

De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd door het conform NEN-EN-ISO 14001:2004-TÜV erkende laboratorium Analytico te Barneveld. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 4.

Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK

21

4

RESULTATEN

4.1

Lokale bodemopbouw

Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie is vanaf het maaiveld tot aan de maximale boordiepte van 3,0 m –mv. in de grond hoofdzakelijk zeer fijn tot matig fijn, zwak tot matig siltig zand aanwezig. In de ondergrond > 0,7 m –mv. is plaatselijk veen aanwezig. De geschematiseerde boorprofielen (overeenkomstig de NEN 5104) van de afzonderlijke boringen/inspectiegaten zijn weergegeven in bijlage 3.

4.2

Zintuiglijke waarnemingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=4c0a46e5-1aaa-4869-9911-5dd4956fc034