2. Ruimtelijke onderbouwing BOPA - Prins Hendrikkade voor 8 rijwoningen voor tijdelijke huisvesting studenten
Tekst van het document
Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie zijn tijdens de uitvoering van het veldwerk meerdere antropogene bijmengingen waargenomen. Een overzicht van de waargenomen antropogene bijmengingen is weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: Overzicht zintuigelijke waarnemingen Boringnummer
Traject (m –mv.)
Bijmenging
Actualiserend nader bodemonderzoek Deellocatie A: voormalig vulpunt A01
A04
0,0 - 0,5 0,5 - 0,7 0,7 - 1,0 0,0 - 0,2 0,2 - 1,0 1,0 - 1,5
Matig puinhoudend Matige olie-waterreactie Zwakke olie-waterreactie Volledig puin Matig puinhoudend Zwak puinhoudend
Verkennend bodemonderzoek Deellocatie B: ondergrondse superbenzine tank (6.000 liter) B01 B02
0,0 - 0,2 0,2 - 1,0 1,0 - 1,5 0,0 - 1,0 1,0 - 2,0
Volledig puin Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend en resten teer Matig puinhoudend Zwak puinhoudend en brokken beton
Deellocatie C: overig terrein (verkennend onderzoek; circa 2.000 m2) C01 C02 C03 C04 C05 C06 C08 C11 C12
0,0 - 1,0 1,0 - 2,0 0,07 - 0,5 0,05 – 1,5 0,05 – 0,5 0,05 – 0,5 0,0 - 0,15 0,15 - 0,5 0,25 - 0,4 0,05 – 0,5 0,05 – 0,5
Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Volledig beton Matig puinhoudend Sporen puin Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend
Deellocatie D: puinverharding (halfverhardingslaag, circa 300 m2) D01 D02/C13
0,0 - 0,2 0,4 - 0,7 >0,8 0,0 - 0,2 0,6 - 0,8
Volledig puin Matig puinhoudend Boring gestaakt (volledig baksteen) Volledig puin Matig puinhoudend
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
22
D03/C14 D04
0,0 - 0,05 0,05 - 0,15 0,3 - 0,8 0,0 - 0,25
Volledig puin Oude bestrating (klinkers) Matig puinhoudend Volledig puin
Deellocatie E: ondergrondse (vermoedelijke) HBO-tank (circa 10.000 liter) E01 E02 E03
0,05 - 1,0 0,05 - 1,0 0,0 - 1,0 1,0 - 1,5
Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend Zwakke olie-waterreactie
Nader bodemonderzoek: afperking boring D04 (fase 1) 100 101 102 103
0,0 - 0,2 0,2 - 0,4 0,0 - 0,2 0,2 - 0,8 0,4 - 0,6 0,05 - 0,8
Volledig puin Matig puinhoudend Volledig puin Matig puinhoudend Oude bestrating Sporen puin
Nader bodemonderzoek: afperking boring 100 en 101 (fase 2) 201 202 203
0,4 - 0,9 0,9 - 1,3 0,05 - 0,45 0,45 – 0,55 0,1 - 0,4
Matig puinhoudend Brokken baksteen Zwak puinhoudend Volledig baksteen Zwak puinhoudend
Verder zijn zintuiglijk ten aanzien van het opgeboorde bodemmateriaal geen waarnemingen gedaan (waaronder asbest) die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging ter plaatse. Maaiveldinspectie verkennend bodemonderzoek asbest De maaiveldinspectie van de gehele onderzoekslocatie is op 30 augustus 2016 uitgevoerd. Vanwege de aanwezige verhardingen op de onderzoekslocatie was geen maaiveldinspectie mogelijk aangezien deze conform NEN 5707 uit grond dient te bestaan. Op de aanwezige verhardingen (waaronder de puinverharding) zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Opgemerkt dient te worden dat op een deel van de zuidzijde van de onderzoekslocatie een beschoeiing van asbestverdacht materiaal is waargenomen (zie tekening in bijlage). Deze was tijdens het locatiebezoek voorafgaand aan het veldwerk ook al waargenomen. Voor een gedetailleerde boorbeschrijving per boring/inspectiegat wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 3.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
23
4.3
Veldmetingen grondwater
De resultaten van de veldmetingen tijdens de bemonstering van het grondwater op 12 september 2016 zijn verwerkt in onderstaande tabel 4.2. Tabel 4.2: veldmetingen bemonstering grondwater Peilbuisnr.
Filterstelling (m –mv.)
Stijghoogte
pH
Ec
Temperatuur
Troebelheid
7,1
400
17,0
37,1
1,73
6,9
550
17,0
39,8
1,74
6,6
560
17,0
25,8
420
16,0
4,28
Actualiserend nader bodemonderzoek Deellocatie A: voormalig vulpunt (actualiserend nader onderzoek) Pb A01
2,0 – 3,0
1,69
Verkennend bodemonderzoek Deellocatie B: ondergrondse superbenzine tank (6.000 liter) Pb B01
2,0 – 3,0
Deellocatie C: overig terrein Pb C01
2,0 – 3,0
Deellocatie E: ondergrondse (vermoedelijke) HBO-tank (circa 10.000 liter) Pb E01
2,0 – 3,0
1,73
6,7
Stijghoogte = grondwaterstand in peilbuis (in meter minus maaiveld) pH = zuurgraad (eenheidloos); Ec = electrische geleidbaarheid (in microSiemens per centimeter) temperatuur in graden celsius; troebelheid in NTU.
De gemeten waarden aan Ph en Ec zijn als normaal te beschouwen voor het plaatselijke bodemtype.
4.4
Analyseresultaten
4.4.1 Terminologie toetsing Verkennend- en (actualiserend) nader bodemonderzoek De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 27 juni 2013, jaargang 2013, nummer 16675). In bijlage 4 zijn de analyseresultaten weergegeven. In bijlage 5 zijn de getoetste analyseresultaten weergegeven. Voor een toelichting op het momenteel gehanteerde toetsingskader wordt verwezen naar bijlage 6. Bij het interpreteren van de analyseresultaten (zie ook bijlage 5) is de volgende terminologie gehanteerd: Index < 0
0 < Index < 0,5
0,5 < Index < 1
Index > 1
het gestandaardiseerde gemeten gehalte is niet verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde/streefwaarde. Het gehalte is kleiner dan de achtergrondwaarde/streefwaarde; het gestandaardiseerde gemeten gehalte is licht verhoogd; er is sprake van een lichte verontreiniging. Het gehalte is groter dan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde (toetsingswaarde voor nader onderzoek); het gestandaardiseerde gemeten gehalte is matig verhoogd, er is sprake van een matige verontreiniging. Het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; het gestandaardiseerde gemeten gehalte is sterk verhoogd, er is sprake van een sterke verontreiniging. Het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
24
Verkennend onderzoek asbest in grond (NEN5707) en puin (NEN 5897) De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 27 juni 2013, jaargang 2013, nummer 16675). Hierin is aangegeven dat de interventiewaarde bodemsanering asbest op 100 mg/kg ds. gewogen (serpentijn-asbestconcentratie vermeerderd met tien maal de amfibool-asbestconcentratie) is bepaald. Indicatief puinonderzoek (ter plaatse van deellocatie C) De analyseresultaten zijn indicatief beoordeeld aan de maximale samenstellings- en emissiewaarden bouwstoffen uit de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage A, behorende bij paragraaf 3.3).
4.4.2 Resultaten bodemonderzoek Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij chemische analyse van mengmonsters de gehalten bij de afzonderlijke analyse van de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.3: Toetsing analyses grond en grondwater aan Wet bodembescherming Code
Zintuiglijk
Monsters
Interval (m –mv.)
Analyse
NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum
Toetsing Wbb
Actualiserend nader bodemonderzoek Deellocatie A: voormalig vulpunt
A01-1
Bovengrond, zand/ matig puinhoudend
A01.1
0,0 – 0,5
A01-2
Ondergrond, zand/ matige olie-waterreactie
A01.2
0,5 – 0,7
A01-3 A01-4 A01-8 A02-1 A03-1 A04-1 A05-1 MA1 MA2 MA3 MA4
Ondergrond, zand/ zwakke olie-waterreactie Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Ondergrond, zand/ matige olie-waterreactie Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Boven- en ondergrond, zand/ matig puinhoudend Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Boven- en ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Boven- en ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Boven- en ondergrond, zand/ zwak tot matig puinhoudend Boven- en ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon
NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum Minerale olie en vluchtige aromaten Minerale olie en vluchtige aromaten
Minerale olie*** (5.200 mg/kg ds.)
Barium** Zink* Minerale olie*** (31.000 mg/kg ds.)
Kwik, PAK* Minerale olie**
A01.3
0,7 – 1,0
A01.4
1,0 – 1,5
A01.8
0,5 – 0,7 (steekbus)
Vluchtige aromaten
-
A02.1
0,07 – 0,5
Zware metalen
-
A03.1
0,0 – 0,5
Zware metalen
Lood, zink*
A04.1
0,2 – 0,7
Zware metalen
Lood, zink*
A05.1
0,07 – 0,5
Zware metalen
-
A02.1+A02.2
0,07 – 1,0
A03.1+A03.2
0,0 – 1,0
A04.1+A04.2
0,2 – 1,0
Minerale olie en vluchtige aromaten
-
A05.1+A05.2
0,07 – 1,0
Minerale olie en vluchtige aromaten
-
Minerale olie en vluchtige aromaten Minerale olie en vluchtige aromaten
Minerale olie*
-
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
25
Pb A01
Grondwater/ zintuiglijk schoon
A01-1-1
2,0 – 3,0 (peilfilter)
Minerale olie en vluchtige aromaten MTBE+ETBE
Naftaleen, xylenen* MTBE en ETBE <indicatieve streefwaarde
Verkennend bodemonderzoek Deellocatie B: ondergrondse superbenzine tank (6.000 liter) B02-1
MB1 MB2
Pb B01
Bovengrond, zand/ matig puinhoudend Ondergrond, zand/ zwak puinhoudend, brokken beton en resten teer van tank Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Grondwater/ zintuiglijk schoon
NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum Minerale olie en vluchtige aromaten
Barium, lood, zink, PAK, xylenen, PCB, minerale olie*
B02.1
0,0 – 0,5
B01.3+B02.3+B02.4
1,0 – 2,0
B03.3+B03.4+B03.5
1,0 – 2,5
B01-1-1
2,0 – 3,0 (peilfilter)
Minerale olie en vluchtige aromaten MTBE+ETBE
MTBE en ETBE <indicatieve streefwaarde
PAK, minerale olie* Minerale olie*
Deellocatie C/D: overig terrein (circa 2.000 m2) MC1
Boven- en ondergrond, zand/ matig puinhoudend
C06.1+D02/C13.2+ D03/C14.2+D01.2
0,15 – 0,8
NEN 5740-grond Humus en lutum
Barium, kobalt, lood, zink, PAK, PCB, minerale olie*
MC2
Bovengrond, zand/ sporen puin tot zwak puinhoudend
C01.1+C02.1+ C03.1+C04.1+ C05.1+C08.1+ C11.1+C12.1
0,0 – 0,5
NEN 5740-grond Humus en lutum
Lood, PCB*
MC3
Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon
C07.1+C09.1+C10.1
0,0 – 0,5
NEN 5740-grond Humus en lutum
Koper, lood, zink, PAK, PCB* Zink**
MC4
Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon
D01.1+D02/C13.1+ D03/C14.1+D04.1
0,15 – 0,6
NEN 5740-grond Humus en lutum
(210 mg/kg ds.)
MC5
Ondergrond, zand/ zwak puinhoudend
C03.2+C03.3+C01.4
0,5 – 2,0
NEN 5740-grond Humus en lutum
-
MC6
Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon
C01.2+C02.2+ C06.2+C08.2+ D02/C13.3+C01.3+ C02.3+D03/C14.4+ C02.4+C03.4
0,4 – 2,0
NEN 5740-grond Humus en lutum
-
Pb C01
Grondwater/ zintuiglijk schoon
C01-1-1
2,0 – 3,0 (peilfilter)
NEN 5740-grondwater Minerale olie en vluchtige aromaten
-
D01.1
0,2 – 0,4
Zink
Zink*
D02/C13.1
0,2 – 0,6
Zink
-
D03/C14.1
0,15 – 0,3
Zink
-
D04.1
0,25 – 0,6
Zink
Arseen, lood, PAK, PCB, minerale olie*
Uitsplitsing mengmonster MC4 D01-1 D02/C13-1 D03/C14-1 D04-1
Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon
Zink*** (750 mg/kg ds.)
Deellocatie E: ondergrondse (vermoedelijke) HBO-tank (circa 10.000 liter) E01-1
Bovengrond, zand/ zwak puinhoudend
E01.1
0,05 – 0,5
E03-3
Ondergrond, zand/ zwakke olie-waterreactie
E03.3
1,0 – 1,5
ME1
Boven- en ondergrond, zand/ zwak puinhoudend
E02.1+E02.2
0,05 – 1,0
NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum Minerale olie en vluchtige aromaten NEN 5740-grond Vluchtige aromaten Humus en lutum
Minerale olie* -
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
26
ME2 Pb E01
Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Grondwater/ zintuiglijk schoon
E01.3+E02.3+ E02.4+E01.5
1,0 – 2,2
E01-1-1
2,0 – 3,0 (peilfilter)
Minerale olie en vluchtige aromaten Minerale olie en vluchtige aromaten
0,6 – 1,0
Zware metalen
-
Nader bodemonderzoek: afperking boring D04 (fase 1)
D04-2
Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon
100-1
Bovengrond, zand/ matig puinhoudend
D04.2
Zink* Zink*** (690 mg/kg ds.)
100.1
0,2 – 0,4
Zware metalen
Lood** (290 mg/kg ds.)
Barium, cadmium* 100-2
Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon
100.2
0,4 – 0,8
Zware metalen
101-1
Boven- en ondergrond, zand/ matig puinhoudend
101.1
0,2 – 0,7
Zware metalen
102-2 103-1
Ondergrond, zand/ zwak puinhoudend Bovengrond, zand/ sporen puin
Zink* Zink** (260 mg/kg ds.)
Lood* 102.2
0,4 – 0,6
Zware metalen
Lood, zink*
103.1
0,05 – 0,5
Zware metalen
Lood, zink*
201.1
0,0 – 0,4
Zware metalen
-
201.2
0,4 – 0,9
Zware metalen
Barium, lood, zink*
Nader bodemonderzoek: afperking boring 100 en 101 (fase 2) 201-1 201-2
Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon Ondergrond, zand/ matig puinhoudend, brokken asfalt
Arseen*** 201-3
202-1 203-1 204-1
Ondergrond, zand/ brokken baksteen Bovengrond, zand/ zwak puinhoudend Bovengrond, zand/ zwak puinhoudend Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon
(120 mg/kg ds.)
201.3
0,9 – 1,3
Zware metalen
Barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, zink*
202.1
0,05 – 0,45
Zware metalen
Barium, lood, zink*
203.1
0,1 – 0,4
Zware metalen
Barium, koper, kwik, lood zink*
204.1
0,05 – 0,5
Zware metalen
-
101.3
0,8 – 1,1
Arseen
-
201.4
1,3 – 1,8
Arseen
-
202.3
0,05 – 0,5
Arseen
-
Nader bodemonderzoek: afperking boring 201 (fase 3) 101-3 201-4 202-3 * ** ***
Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Ondergrond, zand/ zintuiglijk schoon Ondergrond, veen/ zintuiglijk schoon niet verhoogd; licht verhoogd; matig verhoogd; sterk verhoogd.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
27
4.4.3
Uitwerking resultaten verkennend onderzoek asbest in grond (NEN 5707) en puin (NEN 5897)
• Fractie asbest < 20 mm In tabel 4.4 zijn de getoetste analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek naar asbest weergegeven. De mengmonsters, bestaande uit 20 grepen, zijn in het laboratorium geanalyseerd conform NEN 5707 en NEN 5897 ter bepaling van het fijne asbest (fractie < 20 mm). Onderstaand zijn de resultaten weergegeven. Het gewogen asbestgehalte wordt bepaald door het gehalte aan serpentijnasbest te vermeerderen met 10-maal het gehalte aan amfiboolasbest. Tabel 4.4: Asbestgehalte fractie < 20 mm in actuele contactzone Monster
AS1
AS2
AS3 AS4 AS5 AS6
Inspectiegat afmeting in m. (lxbxd) D01 (0,43x0,42x(0,0-0,2)) D02/C13 (0,32x0,32x(0,0 -0,2)) D03/C14 (0,42x0,39x(0,0-0,05)) D04 (0,39x0,41x(0,0-0,25)) D01 (0,43x0,42x(0,2-0,4)) D02/C13 (0,32x0,32x(0,2 -0,6)) D03/C14 (0,42x0,39x(0,15-0,3)) D04 (0,39x0,41x(0,25-0,6)) D01 (0,39x0,41x(0,4-0,7)) D02/C13 (0,39x0,41x(0,6-0,8)) D03/C14 (0,39x0,41x(0,3-0,8)) C09+C10 (0,38x0,35x(0,0-0,5)) C02+C07 (0,3x0,3x(0,07-0,5)) C11+C12 (0,3x0,3x(0,05-0,5)) C03+C04+C05 (0,3x0,3x(0,05-0,5))
Totaalgewicht monster (kg)
Gewicht na droging (kg)
Gehalte serpentijn asbest (mg/kg ds.)
Gehalte amfibool asbest (mg/kg ds.)
Gehalte asbest gewogen (mg/kg ds.)
Bovengrens 95% betrouwbaar -heidsinterval
28,18
26,60
0
0
0
0
10,33
9,28
0
0
0
0
10,93
10,54
0
0
0
0
10,29
9,19
0
0
0
0
11,47
10,94
0
0
0
0
11,71
10,26
0
0
0
0
• Fractie asbest > 20 mm Tijdens het bodemonderzoek zijn op het maaiveld en in de bodem zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. • Totaal asbest in grond Tijdens het bodemonderzoek asbest is in de bodem en in het puin, zowel visueel als analytisch, geen asbest aangetoond. Op een deel van de zuidzijde van de onderzoekslocatie (langs de kade) is een beschoeiing van asbestverdacht materiaal aanwezig. Hiervan is geen monster samengesteld en geanalyseerd. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. In onderhavig geval hebben geen correcties plaatsgevonden op basis van grond of andere materialen welke zijn achtergebleven op de zeef (>20 mm) in het veld aangezien geen asbest is aangetoond. Voor de uitgangspunten van de berekeningen wordt verwezen naar het monsternemingsformulier in bijlage 8. Voor een toelichting op de berekeningen wordt verwezen naar bijlage 9. Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
28
4.4.4 Uitwerking resultaten indicatief samenstellingsonderzoek puinverharding Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij chemische analyse van mengmonsters de gehalten bij de afzonderlijke analyse van de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel 4.5. Tabel 4.5: Indicatieve toetsing analyses fundatiemateriaal Code
Zintuiglijk
Monsters
PU1
Actuele contactzone/ volledig puin
D01+D02/C13+ D03/C14+D04
Interval (m –mv.)
Analyse
Toetsing
0,0 – 0,25
Samenstellingsonderzoek organische parameters en schudtest-onderzoek eluaat, op zware metalen
Vrij toepasbaar
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
29
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
5.1
Samenvatting
5.1.1
Aanleiding en doelstelling
In opdracht van Mateboer Projectontwikkeling B.V. heeft Mateboer Milieutechniek B.V. (MMT) in augustus, september en oktober 2016 een verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel. Aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van het perceel. Doel van het verkennend bodemonderzoek asbest is specifiek gericht op het bepalen of de grond asbesthoudend is of niet. Doel van actualiserend nader bodemonderzoek in de grond ter plaatse van het voormalige vulpunt van de ondergrondse superbenzinetank is het actualiseren en vervolgens bepalen van de mate en omvang van de verontreiniging met minerale olie ten einde de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van een eventueel uit te voeren sanering vast te stellen. Doel van nader bodemonderzoek is bepalen van de mate en omvang van de tijdens onderhavig bodemonderzoek aangetroffen verontreinigingen met barium, zink, lood en arseen in de grond ten einde de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van een eventueel uit te voeren sanering vast te stellen.
Doel van het onderzoek naar asbest in de grond en in puin is het bepalen of de grond en het puin asbesthoudend is of niet. Het doel van het indicatieve puinonderzoek op samenstelling- en emissiewaarden is het indicatief bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van het puin ten behoeve van mogelijk hergebruik.
5.1.2
Zintuiglijke waarnemingen
Voor een samenvatting van de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar paragraaf 4.2 (tabel 4.1: Overzicht zintuigelijke waarnemingen) van onderhavige rapportage.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
30
5.1.3
Interpretatie analyseresultaten actualiserend nader bodemonderzoek
Deellocatie A: voormalig vulpunt ondergrondse superbenzinetank In de bovengrond (traject: 0,0 – 0,5 m –mv.) ter plaatse van boring A01 is een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Eveneens is een matig verhoogd gehalte aan barium en een licht verhoogd gehalte aan zink aangetoond. In de ondergrond (traject: 0,5 – 0,7 m – mv.) is tevens een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond en zijn verder licht verhoogde gehalten aan kwik en PAK aangetoond. Barium is dit traject niet verhoogd aangetoond. In het traject van 0,7 – 1,0 m –mv. is een matig verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In de ondergrond (traject: 1,0 – 1,5 m –mv.) is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In het grondwater ter plaatse van peilbuis A01 (filter: 2,0 – 3,0 m –mv.) zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan naftaleen en xylenen aangetoond. In het grondwater is eveneens een gehalte van 0,34 µg/l aan MTBE aangetoond. ETBE is niet verhoogd aangetoond (gehalte onder detectielimiet). De gehalten bevinden zich ruim beneden de indicatieve streefwaarde (26 µg/l). Horizontale afperking Voor de horizontale afperking zijn rondom boring A01 boringen geplaatst. Dit betreffen de boringen A02 t/m A05. Ter plaatse van boring A03 (traject: 0,0 – 0,5 m –mv.) zijn licht verhoogde gehalten aan lood en zink aangetoond.
In de boven- en ondergrond (traject: 0,2 – 0,7 m –mv.) ter plaatse van boring A04 zijn eveneens licht verhoogde gehalten aan lood en zink aangetoond. Verder zijn in de onderzochte boven- en ondergrond (traject: 0,0 – 1,0 m – mv.) geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten (waaronder minerale olie en barium) aangetoond.
5.1.4
Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek
Deellocatie B: ondergrondse superbenzinetank (6.000 liter) Rondom de ondergrondse superbenzinetank (incl. ontluchting) zijn de boringen B01 t/m B03 geplaatst. In de onderzochte boven- en ondergrond (traject: 0,0 – 2,5 m –mv.) zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan barium, lood, zink, PAK, xylenen, PCB en minerale olie aangetoond. Ter plaatse van peilbuis Pb B01 zijn in het grondwater (filter: 2,0 – 3,0 m –mv.) geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. MTBE en ETBE zijn niet verhoogd aangetoond (gehalten onder detectielimiet).
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
31
Deellocatie C/D: overig terrein (circa 2.000 m2) In mengmonster MC1 (0,15 – 0,8 m –mv.) zijn licht verhoogde gehalten aan barium, kobalt, lood, zink, PAK, PCB en minerale olie aangetoond. In mengmonster MC2 (0,0 – 0,5 m –mv.) zijn licht verhoogde gehalten aan lood en PCB aangetoond. In mengmonster MC3 (0,0 – 0,5 m –mv.) zijn licht verhoogde gehalten aan koper, lood, zink, PAK en PCB aangetoond. De overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd aangetoond. In mengmonster MC4 (0,15-0,6 m –mv.) is een matig verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Tevens zijn licht verhoogde gehalten aan arseen, lood, PAK, PCB en minerale olie aangetoond. Naar aanleiding van het matig verhoogde gehalte aan zink is het mengmonster uitgesplitst. In de bovengrond (traject: 0,25 – 0,6 m –mv.) ter plaatse van boring D04 is vervolgens een sterk verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Ter plaatse van boring D01 (0,2 – 0,4 m –mv.) is een licht verhoogd gehalte aan zink aangetoond. In de overige 2 deelmonsters (D02/C13-1 en D03/C14-1) zijn geen verhoogde gehalten aan zink aangetoond. In de overige 2 mengmonsters (MC5 en MC6) zijn geen verhoogde gehalte aan onderzochte stoffen aangetoond. Ter plaatse van peilbuis Pb C01 zijn in het grondwater (filter: 2,0 – 3,0 m –mv.) geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond.
Deellocatie E: ondergrondse (vermoedelijke) HBO-tank (circa 10.000 liter) Rondom de ondergrondse (vermoedelijke) HBO-tank, welke tijdens het veldwerk is aangetroffen, zijn de boringen E01 t/m E03 geplaatst. In de ondergrond (traject: 1,0 – 1,5 m – mv.) ter plaatse van boring E03 is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Verder zijn in de onderzochte grond (traject: 0,05 – 2,2 m –mv.) geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. Ter plaatse van peilbuis Pb E01 zijn in het grondwater (filter: 2,0 – 3,0 m –mv.) geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond.
5.1.5
Interpretatie analyseresultaten verkennend onderzoek asbest
Verkennend onderzoek asbest in puin (NEN 5897) In het onderzochte mengmonster AS1 van de puinverharding ter plaatse van deellocatie D is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. Verkennend onderzoek asbest in grond (NEN 5707) In de onderzochte mengmonsters AS2 t/m AS6 van de grond ter plaatse van deellocatie C/D is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond.
5.1.6
Interpretatie analyseresultaten indicatief puinonderzoek
Indicatief fundatieonderzoek Van de puinverharding ter plaatse van deellocatie D is mengmonster PU1 samengesteld. Dit mengmonster is geanalyseerd om indicatief de hergebruiksmogelijkheden te bepalen. Het puin voldoet aan de maximale emissie- en samenstellingswaarden en is vrij toepasbaar. Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
32
5.1.7
Interpretatie analyseresultaten nader bodemonderzoek zware metalen
Afperking sterke zinkverontreiniging boring D04 uit verkennend bodemonderzoek (fase 1) Voor de horizontale afperking zijn rondom boring D04 vier afperkende boringen geplaatst. Dit betreffen de boringen 100 t/m 103. Ter plaatse van boring 100 is in de bovengrond (traject: 0,2 – 0,4 m –mv.) een sterk verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Eveneens zijn een matig verhoogd gehalte aan lood en licht verhoogde gehalten aan barium en cadmium aangetoond. In de ondergrond (0,4 - 0,8 m –mv.) van boring 100 is een licht verhoogd gehalte aan zink aangetoond (verticale afperking). Ter plaatse van boring 101 is in zowel de boven- en ondergrond (traject: 0,2 – 0,7 m –mv.) een matig verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Verder zijn ter plaatse van de overige boringen in zowel de boven- en ondergrond (traject: 0,05 – 0,7 m –mv.) maximaal licht verhoogde gehalten aan lood en zink aangetoond. Verticaal is de sterke verontreiniging met zink met behulp van monster D04-2 (0,6-1,0 m – mv.) in beeld gebracht. Afperking sterke zink- en matige loodverontreiniging boring 100 en 101 (fase 2) Voor de horizontale afperking zijn rondom de boringen 100 en 101 vier afperkende boringen geplaatst. Dit betreffen de boringen 201 t/m 204. Ter plaatse van boring 201 is in de ondergrond (traject: 0,9 – 1,3 m –mv.) een sterk verhoogd gehalte aan arseen aangetoond.
Verder zijn in zowel de boven- en ondergrond (traject: 0,0 – 1,3 m –mv.) ter plaatse van de boringen 201 t/m 204 maximaal licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood en zink aangetoond. Afperking sterke arseenverontreiniging boring 201 (fase 3) Voor de horizontale afperking zijn de grondmonsters van de reeds geplaatste boringen 101 en 202 gebruikt. Hierin zijn geen verhoogde gehalten aan arseen aangetoond. Tevens is gebruik gemaakt van mengmonster MM6 uit het verkennend. In dit mengmonster is tevens de ondergrond (0,8-1,3 m –mv.) van boring D02/C13 meegenomen. In dit mengmonster is geen verhoging aan arseen gemeten. Ter plaatse van boring 201 is in de ondergrond (traject: 1,3 – 1,8 m –mv.), ter verticale afperking, geen verhoogd gehalte aan arseen aangetoond. De sterke verontreiniging met zink in de bovengrond (traject: 0,25 – 0,6 m –mv.) ter plaatse van boring D04 en de sterke verontreiniging met arseen in de ondergrond (traject: 0,9 – 1,3 m –mv.) ter plaatse van boring 201 is met behulp van onderhavig nader bodemonderzoek voldoende vastgelegd. Eveneens zijn de matige verontreinigingen met lood en zink in de bovengrond (traject: 0,2 – 0,4 m –mv.) ter plaatse van boring 100 en de matige verontreiniging met zink in de boven- en ondergrond (traject: 0,2 – 0,7 m –mv.) ter plaatse van boring 101 voldoende vastgelegd.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
33
5.2
Conclusies
5.2.1 Kwaliteit bodem en herkomst verontreinigingen De kwaliteit van de bodem ter plaatse van het perceel de Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel is met behulp van onderhavig bodemonderzoek voldoende vastgesteld. Actualiserend nader bodemonderzoek Deellocatie A: voormalig vulpunt In de bovengrond (traject: 0,0 – 0,5 m –mv.) ter plaatse van boring A01 is een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Eveneens is een matig verhoogd gehalte aan barium aangetoond. De licht tot sterk verhoogde gehalten aan minerale zijn te relateren aan morsverliezen tijdens het vullen van de superbenzinetank in het verleden. Het matig verhoogde gehalte aan barium is mogelijk te relateren aan de matige bijmenging met puin in de grond. Uit het chromatogram blijkt dat de aangetroffen minerale olie het meest overeenkomt met hydraulische olie. Dit is bijzonder aangezien dit het vulpunt betreft van een superbenzinetank. Dus behalve superbenzine is nu gebleken dat de tank eveneens als opslag diende van vermoedelijk hydraulische olie. Tijdens het bodemonderzoek uit 2001 is eveneens geconcludeerd dat het geen benzine betrof, maar een zwaardere olie (in dat geval afgewerkte olie). De herkomst van de licht verhoogde gehalten aan zware metalen en plaatselijk PAK zijn niet bekend.
Plaatselijk (boring A01; 0,0-0,5 m –mv.) is het licht verhoogde gehalte aan zink mogelijk te relateren aan de matige bijmenging met puin. De licht verhoogde gehalte aan naftaleen en xylenen in het grondwater zijn mogelijk te relateren aan het voormalige vulpunt van de superbenzinetank (morsen). Verkennend bodemonderzoek Deellocatie B: Ondergrondse superbenzinetank (6.000 liter) De licht verhoogde gehalten aan barium, lood, zink en PAK in de grond zijn vermoedelijk te relateren aan de bijmengingen met puin ter plaatse. De herkomst van de licht verhoogde gehalten aan xylenen en minerale olie is niet exact bekend. Uit het chromatogrammen is geen exacte oliesoort aan te geven. De aangetroffen minerale olie betreft in ieder geval een zware oliesoort. Dit is bijzonder aangezien dit een superbenzinetank betreft. Dus behalve superbenzine is nu gebleken dat de tank eveneens als opslag diende van een mogelijke zwaardere oliesoort. Er zijn geen olie-waterreacties waargenomen in de grond. De mogelijkheid bestaat dat de licht verhoogde gehalten afkomstig zijn van de inhoud van de superbenzinetank. De herkomst van het licht verhoogde gehalte aan PCB is onbekend.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
34
Ter plaatse zijn geen antropogene bijmengingen waargenomen die een dergelijke verontreiniging kunnen veroorzaken. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Deellocatie C/D: overig terrein Ter plaatse van boring D04 (0,25-0,6 m –mv.) is een sterk verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Verder zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en minerale olie aangetoond. De licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK zijn deels te relateren aan de bijmeningen met puin in de bodem en deels onbekend. De herkomst van de licht verhoogde gehalten aan PCB en minerale zijn onbekend. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Deellocatie E: Ondergrondse (vermoedelijk HBO-)tank (tijdens veldwerk aangetroffen) Er is maximaal een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond (boring EO3 (1,0-1,5 m –mv.)). De oorzaak van het licht verhoogd gehalte aan minerale olie betreft mogelijk de ondergrondse tank. Mogelijk dat er in het verleden is gemorst bij het vullen. Uit het chromatogram blijkt dat niet exact aan te geven is om welke oliesoort het gaat. De aangetroffen minerale olie komt het meest in de buurt van huisbrandolie (HBO).
Aangezien er geen gegevens van de ondergrondse tank beschikbaar zijn en het bestaan van de tank niet bekend was, kan in onderhavig geval geen uitspraak worden gedaan over een mogelijk “historisch” of “nieuw” geval van bodemverontreiniging. Gezien het bouwjaar van het pand en aangezien de tank op het achterterrein ligt (bij plaatsing van de tank moeilijk bereikbaar als het pand met de bijbehorende afgesloten tuin aanwezig is) is er vanuit gegaan dat hier sprake is van een historisch geval en is er geen aanleiding voor verder nader onderzoek. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Nader bodemonderzoek De matig tot sterk verhoogde gehalte aan zink en lood zijn te relateren aan de bijmengingen met puin in de bodem. De herkomst van het sterk verhoogde gehalte aan arseen is mogelijk te relateren aan de bijmenging met baksteen. Een natuurlijke oorzaak is niet aannemelijk aangezien in de bodem op het overige deel van de locatie, met uitzondering van een plaatselijk aangetroffen licht verhoogd gehalte aan arseen (mengmonster MC4), geen verhoogde gehalten aan arseen zijn aangetoond. Verkennend onderzoek asbest in grond (NEN 5707) In de onderzochte grond is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. Verkennend onderzoek asbest in puin (NEN 5897) In het onderzochte puinverharding is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
35
Indicatief fundatieonderzoek De puinverharding ter plaatse van deellocatie D voldoet aan de maximale emissie- en samenstellingswaarden en is vrij toepasbaar.
5.2.2 Mate en omvang verontreinigingen Sterke verontreiniging met minerale olie en matige verontreiniging met barium (deellocatie A) Ter plaatse van boring A01 is in de grond (traject: 0,5– 0,7 m –mv.) een maximaal gemeten gehalte van 31.000 mg/kg ds. aan minerale olie aangetoond. Ter plaatse van boring A01 is in de grond (traject: 0,0 – 0,5 m –mv.) een maximaal gemeten gehalte van 150 mg/kg ds. aan barium aangetoond. De actuele verontreinigingssituatie en daarmee de mate en omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie en matige verontreiniging met barium in de grond ter plaatse van boring A01 is met behulp van onderhavig bodemonderzoek voldoende in beeld gebracht. De sterke verontreiniging met minerale olie en de matige verontreiniging met barium is zowel in horizontale als in verticale richting in beeld gebracht. De totale omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie in de grond wordt geschat op circa 23,8 kubieke meters bodemvolume (circa 34 m2 oppervlakte, diepte 0,7 m1). In bijlage 10 is een overzichtstekening bijgevoegd met de verontreinigingscontour. De totale omvang van de matige verontreiniging met barium in de grond wordt geschat op circa 17 kubieke meters bodemvolume (circa 34 m2 oppervlakte, diepte 0,5 m1). In bijlage 10 is een overzichtstekening bijgevoegd met de verontreinigingscontour.
Aangezien er maximaal matige verhoogde gehalten zijn er in de huidige situatie geen milieuhygiënische risico’s aanwezig. Sterke verontreiniging met zink in de grond (deellocatie C/D) Ter plaatse van boring D04 is in de bovengrond (traject: 0,25 – 0,6 m –mv.) een gemeten maximaal gemeten gehalte van 750 mg/kg ds. aan zink aangetoond. Ter plaatse van boring 100 is in de bovengrond (traject: 0,2 – 0,4 m –mv.) een maximaal gemeten gehalte van 690 mg/kg ds. aan zink aangetoond. De actuele verontreinigingssituatie en daarmee de mate en omvang van de sterke verontreiniging met zink in de grond ter plaatse van de boringen D04 en 100 is met behulp van onderhavig bodemonderzoek voldoende in beeld gebracht. De sterke verontreiniging is zowel in horizontale als in verticale richting in beeld gebracht. De totale omvang van de sterke verontreiniging met zink in de grond wordt geschat op circa 21,2 kubieke meters bodemvolume (circa 53 m2 oppervlakte, diepte 0,4 m1). In bijlage 10 is een overzichtstekening bijgevoegd met de verontreinigingscontour.
1) Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging indien in de grond een component sterk verhoogd is aangetroffen in meer dan 25 m3 of in het grondwater in meer dan 100 m3 (bodemvolume).
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
36
Matige verontreiniging met lood in de grond (deellocatie C/D) Ter plaatse van boring 100 is in de bovengrond (traject: 0,2 – 0,4 m –mv.) een maximaal gemeten gehalte van 290 mg/kg ds. aan lood aangetoond. De actuele verontreinigingssituatie en daarmee de mate en omvang van de matige verontreiniging met lood in de grond ter plaatse van boring 100 is met behulp van onderhavig bodemonderzoek voldoende in beeld gebracht. De matige verontreiniging is zowel in horizontale als in verticale richting in beeld gebracht. De totale omvang van de matige verontreiniging met lood in de grond wordt geschat op circa 15 kubieke meters bodemvolume (circa 30 m2 oppervlakte, diepte 0,2 m1). In bijlage 10 is een overzichtstekening bijgevoegd met de verontreinigingscontour. Sterke verontreiniging met arseen in de grond (deellocatie C/D) Ter plaatse van boring 201 is in de ondergrond (traject: 0,9 – 1,3 m –mv.) een maximaal gemeten gehalte van 120 mg/kg ds. aan arseen aangetoond. De actuele verontreinigingssituatie en daarmee de mate en omvang van de sterke verontreiniging met arseen in de grond ter plaatse van boring 201 is met behulp van onderhavig bodemonderzoek voldoende in beeld gebracht. De sterke verontreiniging is zowel in horizontale als in verticale richting in beeld gebracht.
De totale omvang van de sterke verontreiniging met arseen in de grond wordt geschat op circa 6,8 kubieke meters bodemvolume (circa 17 m2 oppervlakte, diepte 0,4 m1). In bijlage 10 is een overzichtstekening bijgevoegd met de verontreinigingscontour.
5.2.3 Milieuhygiënische risico’s, ernst en spoedeisendheid Sterke verontreiniging met minerale olie boring A01 (deellocatie A) Er is hier sprake van een immobiele bodemverontreiniging met minerale olie in de grond vermoedelijk veroorzaakt vóór 1 januari 1987. Dit gezien het feit dat de tank is geïnstalleerd in 1979. Hiervoor is het omvangcriterium van de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing ter bepaling van de ernst en saneringsnoodzaak. In onderhavig geval is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging1 met minerale olie in de grond (0,0 - 0,7 m –mv.). Conform de Wet Bodembescherming is dus geen sprake van een saneringsnoodzaak. Sterke verontreiniging met zink ter plaatse van boring D04 en 101 (deellocatie C/D) Er is hier sprake van een immobiele bodemverontreiniging met zink in de grond vermoedelijk veroorzaakt vóór 1 januari 1987. Hiervoor is het omvangcriterium van de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing ter bepaling van de ernst en saneringsnoodzaak. 1) Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging indien in de grond een component sterk verhoogd is aangetroffen in meer dan 25 m3 of in het grondwater in meer dan 100 m3 (bodemvolume).
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
37
In onderhavig geval is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging1 met zink in de grond (0,2 - 0,7 m –mv.). Conform de Wet Bodembescherming is dus geen sprake van een saneringsnoodzaak. Sterke verontreiniging met arseen in de grond ter plaatse van boring 201 (deellocatie C/D) Er is hier sprake van een immobiele bodemverontreiniging met arseen in de grond vermoedelijk veroorzaakt vóór 1 januari 1987. Hiervoor is het omvangcriterium van de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing ter bepaling van de ernst en saneringsnoodzaak. In onderhavig geval is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging1 met zink in de grond (0,2 - 0,7 m –mv.). Conform de Wet Bodembescherming is dus geen sprake van een saneringsnoodzaak. Indien de inrichting van de locatie wijzigt of wanneer er bouwwerkzaamheden of werkzaamheden in de grond zullen worden uitgevoerd, dient te worden bezien of milieuhygiënische risico’s kunnen optreden en of sanering van de bovenstaande sterke verontreinigingen met zink, arseen en minerale olie moeten worden uitgevoerd al naar gelang de ontwikkeling van de locatie. De opdrachtgever heeft echter aangegeven dat gezien de herontwikkelingen op de locatie (realisatie nieuwbouw) de sterke verontreinigingen op korte termijn zullen worden gesaneerd.
Met betrekking tot de overige aangetroffen licht tot matig verhoogde waarden zijn op grond van onderliggend onderzoek, ten aanzien van de kwaliteit van de bodem, op basis van de Wet bodembescherming geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Aangezien in onderhavig geval geen sprake is van ernstige gevallen van bodemverontreinigingen en de opdrachtgever heeft aangegeven dat de verontreinigingen op korte zullen worden uitgevoerd is geen risicobeoordeling met behulp van Sanscrit uitgevoerd. Algemeen Op de locatie is op de zuidzijde van de onderzoekslocatie (zie tekening) een beschoeiing van asbest aanwezig (langs de waterkant).Deze dient door een gecertificeerd bedrijf te worden verwijderd. Gezien de herontwikkelingen op de locatie dient eveneens rekening te worden gehouden met verwijdering van de 2 ondergrondse brandstoftanks (incl. vulpunten/ontluchtingen en leidingwerk) op de locatie. Deze dienen tijdens de uitvoering van de sanering van de sterke verontreiniging met minerale olie in de grond onder KIWA-richtlijnen te worden verwijderd. Gezien de toekomstige saneringswerkzaamheden zal gegraven worden langs/nabij de kade. Met betrekking tot deze graafwerkzaamheden dient na te worden gegaan of de aanvraag van een watervergunning noodzakelijk is. Mateboer Milieutechniek B.V.
16 november 2016 1) Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging indien in de grond een component sterk verhoogd is aangetroffen in meer dan 25 m3 of in het grondwater in meer dan 100 m3 (bodemvolume).
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in grond en puin), nader (actualiserend) bodemonderzoek en indicatief puinonderzoek Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel, 162237/PK
38